VNG gids corona, cultuur en gemeenten
Tekst van het document
coronacompensatie voor
3.6 Meer steun van het Rijk voor de cultuursector: € 522 miljoen Eind augustus 2020 maakte het kabinet het tweede specifieke steunpakket voor de culturele en creatieve sector bekend. Dit pakket bedraagt € 482 miljoen en is in feite een verlenging van het eerste steunpakket met nieuwe accenten. Het pakket is vooral bedoeld om makers en artiesten aan het werk te houden. Instellingen hebben de verantwoordelijkheid om werk te generen voor regisseurs, scriptschrijvers, acteurs, ontwerpers, muzikanten, kunstenaars en theatermakers en alle andere makers in de culturele en creatieve sector. Het doel van het tweede pakket is volgens het Rijk: (1) mooie tentoonstellingen, films en voorstellingen waar iedereen van kan genieten en (2) het in stand houden van de culturele infrastructuur. Het tweede steunpakket wordt ingezet in de eerste helft van 2021. Naast de € 482 miljoen is er in een derde generiek steunpakket (dat op 27 oktober 2020 bekend werd gemaakt) ook € 40 miljoen extra uitgetrokken voor commerciële culturele producenten. Zij kunnen ook een beroep doen op de algemene steunmaatregelen (NOW, TVL, TOZO).
3.7 Rijkssteun aan gemeenten 1e helft 2021: € 210 miljoen Met de tweede golf die in 2021 over het land spoelt, is duidelijk dat de coronaschade aan de cultuursector nog lang doorloopt. In het najaar van 2020 is – als onderdeel van het hierboven beschreven totaalpakket van € 482 miljoen - € 150 miljoen aan de gemeenten beschikbaar gesteld voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur in 2021. In het tweede specifieke pakket is opgenomen dat gemeenten hiermee in staat worden gesteld om hun cruciale lokale culturele infrastructuur in 2021 te ondersteunen. Bovendien compenseert het Rijk in de eerste helft van 2021 de inkomstenderving van gemeenten van onder meer lokale culturele voorzieningen.
€120
miljoen
de lokale cultuur in 2020 via de Algemene uitkering Gemeentefonds. (ook was er in 2020
€48,5
miljoen
voor (pop)podia, musea en filmhuizen van landelijke betekenis).
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
Hiervoor is een reservering van € 60 miljoen getroffen. In het voorjaar zal er door het Rijk met de medeoverheden worden overlegd. Als uit nader onderzoek mocht blijken dat gemeenten op sociaalcultureel terrein (lokale cultuur, buurt- en dorpshuizen) minder inkomsten hebben als gevolg van het kwijtschelden van huur, dan zal hiervoor compensatie plaatsvinden, net als in 2020 (toen bedroeg deze compensatie 2 x € 60 miljoen). De uiteindelijke hoogte van de compensatie hangt dus af van de gederfde inkomsten. De € 150 miljoen wordt aan gemeenten beschikbaar gesteld in de vorm van een decentralisatie-uitkering via de recente decembercirculaire Gemeentefonds. Dit is een type uitkering waarbij er sprake is van beleidsafspraken en afstemming tussen Rijk en gemeenten. De uitkering gaat gepaard met heldere doelen en duidelijk herkenbare bedragen per gemeente. Het vertrekpunt daarbij zijn de zogeheten IV3-opgaven die gemeenten doen aan het CBS: hiermee geven zij inzicht in de besteding en er vindt veelal ook beleidsmonitoring plaats. De decentralisatie-uitkering voor cruciale culturele infrastructuur is in lijn met andere culturele decentralisatie-uitkeringen, zoals voor combinatiefuncties, beeldende kunst, proeftuinen en (religieus) erfgoed. De ervaring leert dat deze rijksuitkeringen nagenoeg altijd worden aangewend voor
Corona, cultuur en gemeenten
Link naar verdeling van € 150 miljoen coronasteun over alle gemeenten.
20
1. Inleiding
VNGnieuwsbericht over het vier jarige subsidieplan van het Rijk en de coronacompensatie voor 2021. De brief van Kunsten’92 d.d. 12 januari 2021 aan alle burgemeesters.
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. N oodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
de doelen waarvoor ze zijn bestemd en vaak nog door gemeenten uit de algemene middelen worden ‘opgeplust’. Het staat gemeenten vrij om middelen uit een decentralisatie-uitkering naar eigen inzicht te besteden, maar de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft per brief van 11 december 2020 alle colleges van Burgemeester en Wethouders opgeroepen om de extra middelen daadwerkelijk aan de lokale culturele infrastructuur te besteden. De belangenorganisatie Kunsten ’92 heeft aan alle burgemeesters een brief gezonden om de gemeenten op te roepen hun culturele instellingen, de vrijwilligers en het publiek te omarmen en ervoor te zorgen dat het geld daadwerkelijk bij hen terechtkomt. Ook de Museumvereniging heeft hiertoe in diverse berichten opgeroepen. Andere brancheorganisaties hebben hun leden aangeraden hier ook gemeenteraadsleden over te informeren. Dit nadrukkelijke verzoek bereikt gemeentebesturen dus van alle kanten. Op 21 januari 2021 maakt het kabinet bekend dat het steunpakket voor banen en economie wordt uitgebreid met € 7,6 miljard. De verruimingen gelden voor het eerste en tweede kwartaal van 2021. Dit pakket bevat ook een reservering om de culturele en creatieve sector zo nodig verder te steunen. De afspraken die met decentrale overheden zijn gemaakt over het compenseren van extra uitgaven en minder inkomsten zijn verlengd naar het tweede kwartaal van 2021.
Voor mogelijke compensatie van weggevallen huur voor lokale cultuur, buurten en dorpshuizen is binnen het totaalpakket een bedrag van in totaal € 60 miljoen gereserveerd (zie hiervoor).
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
Gemeenten krijgen
€150
miljoen
om hun lokale culturele
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
in het kader van Actielijn 2 van het pakket (Kwetsbare groepen) zal het bestaande FCP-programma Samen Cultuur Maken worden uitgebreid. Hiertoe ontvangt het FCP € 10 mln.
infrastructuur gedurende de eerste helft van 2021 te ondersteunen. Dit bedrag is beschikbaar in de vorm van een decentralisatie-uitkering. Daarbij ontvangen gemeenten
€60
miljoen
compensatie voor inkomstenderving uit onder meer lokale culturele voorzieningen.
3.8 Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl Op 12 februari 2021 kwam het kabinet met een aanvullend steunpakket om de gevolgen van de corona-maatregelen te dempen en structurele schade zo veel mogelijk te voorkomen. Er is een steunpakket ontwikkeld dat zich richt op sociaal en mentaal welzijn en een gezonde leefstijl. Het pakket - in totaal € 200 miljoen euro - bestaat uit drie actielijnen. Een groot deel zal via gemeenten worden ingezet voor het verbreden van lokale initiatieven. Er vindt ook een impuls plaats via het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP):
Corona, cultuur en gemeenten
21
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen In de afgelopen maanden hebben veel gemeenten al ervaring opgedaan met het verlenen van noodsteun. Bij het vormgeven van die steun staat telkens één vraagstuk centraal: hoe ontwerpen we een systematiek die enerzijds gelijke gevallen gelijk behandelt (een belangrijk uitgangspunt in ons bestuursrecht) en anderzijds recht doet aan het feit dat iedere culturele organisatie zich in een andere situatie bevindt (zie hoofdstuk 2). Dit is het spanningsveld waarin iedereen in het openbaar bestuur in deze crisistijd zijn weg moet vinden. Gemeenten benaderen het vraagstuk van twee kanten: • enerzijds in de rol van eigenaar van culturele gebouwen en • anderzijds als verantwoordelijke voor de culturele infrastructuur. Allereerst gaan we in op wat de gemeente kan doen als gebouweigenaar
Bij het vormgeven van steun staat telkens één vraagstuk centraal: hoe ontwerpen we een systematiek die enerzijds gelijke gevallen gelijk behandelt en anderzijds recht doet aan het feit dat iedere culturele organisatie zich in een andere situatie bevindt.
c.q. verhuurder. De paragrafen daarna gaan over verschillende manieren om de onderdelen van de culturele infrastructuur te ondersteunen langs de weg van de culturele instellingen, initiatieven en verenigingen: • Coulancemaatregelen. • Noodsteun: - Overbruggingssteun. - Steun voor het maken van een doorstart. - Steun voor innovaties. • Steun aan amateurkunstverenigingen. We roepen gemeenten op om goede voorbeelden van lokale steunmaatregelen te delen via de VNG-database met praktijkvoorbeelden.
VNG-database met voorbeelden. Nb: deze is alleen toegankelijk voor gemeentelijke medewerkers.
4.1 Coronasteun aan huurders Gemeenten hebben 1.200 specifieke culturele panden in eigendom en daarnaast vele multifunctionele panden en gebouwen die (ook) worden benut voor culturele activiteiten. In totaal gaat het om zo’n 36.000 accommodaties. In de rol van gebouweigenaar hebben diverse gemeenten ervoor gekozen om uit coulance de huisvestingslasten (huur, onderhoudskosten, OZB, et cetera) voor een bepaalde periode helemaal of gedeeltelijk kwijt te schelden. Ook afspraken over uitstel van betaling komen voor. Vaak is in eerste instantie voor drie maanden uitstel van huurbetaling verleend. Later is dat soms opgehoogd tot zes maanden. Ook twaalf maanden komt voor. Door de gemeente Den Haag is bijvoorbeeld bepaald dat dertig culturele
Corona, cultuur en gemeenten
22
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
instellingen over de coronaperiode geen huur hoeven te betalen. De steunmaatregel is voor alle culturele instellingen die een pand van de gemeente huren of in een verzamelgebouw van de gemeente zitten en daar onderhuren.
Bij gemeenten bestaat vrij algemeen de opvatting dat de afweging of bijvoorbeeld een culturele organisatie uitstel of kwijtschelding van huur krijgt niet bij de vastgoedafdeling thuis hoort. Het geld dat nodig is om de huur kwijt te schelden kan namelijk - als wordt gewerkt met kostprijsdekkende huurbedragen - niet uit de begroting van de vastgoedafdeling komen. De middelen moeten dus ergens anders vandaan komen, bijvoorbeeld via een (huur)subsidie van een beleidsafdeling, uit de algemene middelen van de gemeente of uit een specifieke steunmaatregel van het Rijk.
Bijlagen
Een ander terrein waarop de gemeente coulance kan betrachten zijn de gemeentelijke belastingen: denk aan het opschorten of kwijtschelden van bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting (OZB).
Dat gemeenten niet altijd royaal zijn wat betreft het kwijtschelden van huur is geen onwil, maar heeft te maken met de wijze waarop de huur wordt berekend. Veel gemeenten hanteren voor maatschappelijke organisaties een kostprijsdekkende huur. Dat betekent dat het geld dat via de huur binnenkomt, wordt gebruikt om de kapitaallasten en onderhoudskosten te betalen. Er wordt op een kostprijsdekkende huur geen winst gemaakt, dus er is geen budget waarmee de tekorten die tijdens corona optreden kunnen worden gedekt. Daarbij kampen gemeenten zelf ook met (soms grote) tekorten: door de coronacrisis, maar ook door de omvangrijke taken in het sociale domein en de te lage bekostiging voor bijvoorbeeld de onderwijshuisvesting. Op de site Bouwstenen voor sociaal cultuurbeleid staan voorbeelden wat betreft het uitstellen of kwijtschelden van huur.
6. Met de sector in gesprek
4.3 Overbruggingssteun
Omdat de behoefte per culturele voorziening nogal kan verschillen,
Veel gemeenten hebben in de afgelopen maanden een subsidieregeling ontworpen waarmee de middelen uit de latere steunoperaties van het Rijk worden aangewend om hun culturele instellingen te ondersteunen. Een voorbeeld is de regeling van de gemeente Gouda. De subsidie bedraagt in Gouda maximaal 50% van de baten van de aanvrager in referentiejaar 2019 (tenzij de aanvrager in de aanvraag voldoende aantoont dat 2019 niet representatief is. In dat geval kan het college besluiten uit te gaan van de oorspronkelijke begroting 2020 respectievelijk 2021 van de aanvrager). Verstrekking van de subsidie vindt plaats door een pro rato-verdeling van het beschikbare bedrag.
Link naar regeling gemeente Gouda; agendapunt 6b van de commissie.
is er in Barneveld geen 4.2 Coulancemaatregelen Al snel nadat de coronacrisis om zich heen greep, stelden veel gemeente diverse coulancemaatregelen in. De gemeente Wageningen besloot al vrij snel niet alleen om de huur van verenigingen op te schorten (zie hiervoor), maar ook dat de toegekende subsidies behouden mochten worden, ook als er niet aan de prestatie-eisen kon worden voldaan. Veel gemeenten lieten de prestatie-eisen voor de subsidies met betrekking tot 2020 vallen en pasten de termijnen aan voor het aanleveren van de verantwoording 2019. Ook werd soms toegestaan dat instellingen hun toegekende projectsubsidies (voor bepaalde activiteiten of bijvoorbeeld manifestaties of festivals) mochten houden, ook al had de culturele activiteit niet plaatsgehad.
‘one size fits all’benadering gekozen
Eén van de eerste grote gemeenten die stevig inzette op het behouden van haar culturele infrastructuur was de gemeente Groningen. In juni 2020 stelde de gemeenteraad een budget van € 1.425.000 beschikbaar als cofinanciering voor de € 300 miljoen rijksgeld voor de culturele sector. Deze middelen kwamen grotendeels uit de Algemene Reserve van Groningen. De gemeente gebruikte het rijksgeld en haar eigen cofinanciering voor zes organisaties
Corona, cultuur en gemeenten
Link naar regeling gemeente Groningen.
23
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
die werden aangemerkt als ‘vitale infrastructuur’. Daarnaast werd extra ondersteuning ingezet voor 26 lokale culturele instellingen die niet in aanmerking kwamen voor de landelijke ondersteuning. Het ging om 26 instellingen die al meerjarig werden gesubsidieerd. Hiervoor werd een Tijdelijke regeling culturele instellingen COVID-19 vastgesteld met een subsidieplafond van € 250.000. De regeling ging uit van een inzet van 25% van de algemene reserve van de aanvragende instelling.
culturele makers kunnen geen aanspraak maken op deze regelingen voor organisaties, maar zij kunnen een beroep doen op de zogeheten Makersregeling. Amateurkunstorganisaties die in hun voortbestaan worden bedreigd door corona kunnen in Breda gebruik maken van de subsidieregeling Ondersteuning. Deze organisaties hebben een artistiek inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op niet-professionele basis.
De gemeente Barneveld is een goed voorbeeld van een gemeente die maatwerk biedt aan haar culturele voorzieningen: zij zet niet alleen in op compensatie van het verlies, maar ook op innovatie. Er is dus bewust niet gekozen voor een ‘one size fits all’-benadering. In eerste instantie is een bedrag van € 125.000 beschikbaar gesteld. Is het budget uitgeput, dan kijkt het college van burgemeester en wethouders naar nieuwe mogelijkheden voor extra geld voor cultuur.
Een gemeente kan er ook – direct of via de culturele instellingen - voor zorgen dat professionals die zonder opdrachten en dus zonder inkomsten zitten, toch aan het werk kunnen blijven. De gemeente Utrecht ontwierp speciaal een regeling om culturele makers te steunen. In december kwam een stimuleringsregeling uit die inhoudt dat culturele makers en organisaties van 1 januari tot 1 juli 2021 100% van hun projectkosten kunnen aanvragen (in plaats van eerder 50%). Zij mogen in deze periode zelfs twee keer een impulssubsidie aanvragen. Het maximumbedrag is € 2.500 per aanvraag. Daarnaast kunnen culturele instellingen, die in het verleden vier jaar subsidie via de cultuurnota kregen, ook plannen indienen voor een projectsubsidie (eerder was dit niet mogelijk). Utrecht biedt deze (extra) ondersteuning omdat de gemeente het belangrijk vindt dat bestaande initiatieven zich kunnen blijven ontwikkelen.
De gemeente Noordenveld maakte in 2020 drie regelingen voor haar culturele instellingen: voor grote instellingen (i.e. die in Noordenveld structureel meer dan € 50.000 gemeentelijke subsidie ontvangen), voor kleine organisaties zoals koren en verenigingen en voor middelgrote instellingen niet zijnde een zangkoor, toneelclub of historische vereniging. De grote structureel gesubsidieerde instellingen konden maximaal € 20.000 aanvragen als tegemoetkoming in omzetschade als de schade tenminste 20% bedroeg en de aanvrager 25% van zijn eigen vermogen (stand 31 december 2019) inzette. De subsidies die in het kader van coronasteun door derden waren verstrekt, dienden te worden afgetrokken van het gevraagde subsidiebedrag tot een maximum van € 10.000. Tegemoetkomingen in de huurlasten 2020 dienden te worden afgetrokken van het gevraagde subsidiebedrag. De kleine organisaties konden een tegemoetkoming in inkomstenschade ontvangen van € 300 per aanvraag. De gemeente Breda kondigde in april al verschillende maatregelen voor de culturele sector aan. Namelijk het accepteren van een lagere subsidieprestatie, het kwijtschelden/compenseren van huur van cultuurpanden en ondersteuning voor het voortbestaan van culturele organisaties. Voor de laatstgenoemde ondersteuning zijn twee subsidieregelingen ontwikkeld. Individuele
Bijlagen
Sommige gemeenten stellen zich op als opdrachtgever omdat ze zien dat professionals in de cultuureducatie en -participatie niet, of onvoldoende, in aanmerking komen voor generieke steunmaatregelen (zoals de TOZO en de TOGS) en dat zij soms sterk seizoensgebonden jaarinkomens hebben. Door professionals aan het werk te zetten trachten zij bijvoorbeeld scholen te ontlasten en de zzp’ers aan inkomen te helpen. De gemeente West Betuwe bijvoorbeeld investeert tot en met 2023 jaarlijks € 50.000 extra in cultuur. Dat geld wordt vooral gebruikt om cultuureducatie en -participatie te stimuleren. Ook komt er een cultuurprijs West Betuwe.
4.4 Steun voor het maken van een (door)start Eenmalige investeringen zijn soms nodig om personen of instellingen die door de crisis in de problemen zijn gekomen weer op gang te helpen. Hiervan zijn bij gemeenten nog niet veel voorbeelden voorhanden. Een vorm
Corona, cultuur en gemeenten
24
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
van eenmalige steun die in Amsterdam en enkele andere steden (Almere, Rotterdam, Utrecht) en in Gelderland en Noord-Brabant wordt toegepast, is de cultuurlening. Deze wordt uitgevoerd samen met het kenniscentrum voor ondernemerschap in de cultuursector Cultuur-Ondernemen. De Amsterdamse Cultuurlening is er voor Amsterdamse kunstenaars en culturele organisaties met ambitie. Met deze lening kan een kunstenaar investeren in de uitoefening van zijn beroepspraktijk. De Amsterdamse Cultuurlening is een initiatief van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Tegen 1% rente kan de kunstenaar vanaf € 1.000 lenen tot maximaal € 60.000. De lening is bestemd voor duurzame investeringen die worden aangewend voor beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik. Hierbij kan worden gedacht aan instrumenten, apparatuur, materiaal, computers, (digitale) camera’s of software, onderzoek, collectie-opbouw, presentatiemateriaal en scholing (training en begeleiding). In de praktijk blijkt dat er wel vaak aarzelingen bestaan om van deze leenfaciliteit gebruik te maken: geïnteresseerden zijn beducht de lening in de post-coronatijd niet te kunnen terugbetalen.
4.5 Steun voor innovaties Link naar de regeling Balkonscenes van het FPK.
Het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) heeft een ‘snelloket’ geopend voor kunstprojecten die een reactie zijn op de coronacrisis. Vanaf 14 april was het AFK Snelloket geopend; makers en organisaties konden een aanvraag doen voor een bedrag van minimaal € 1.500 en maximaal € 5.000. Aanvragen werden binnen vijf werkdagen behandeld. Het Snelloket was en is bedoeld voor professionele kunstenaars, amateurkunst en organisaties die buiten de structurele subsidie van het gemeentelijke Kunstenplan vallen. Het gaat om kunstprojecten die reflecteren op de coronacrisis en projecten waarmee een - veelal digitaal - publiek bereikt wordt nu kunstinstellingen gesloten zijn. Het Snelloket is bedoeld voor actuele kunstprojecten die reageren op of direct voortkomen uit de gevolgen van het coronavirus in de brede zin; inhoudelijk of door de manier van presenteren. Het kan bijvoorbeeld gaan om cultureel aanbod via livestream, de presentatie van gedigitaliseerd werk en virtuele tours, artistiek-inhoudelijke podcasts, websites en social media, maar ook offline kunst - die, op fysieke afstand, vanaf het balkon of op straat wordt gepresenteerd. Het Amsterdamse snelloket is verwant aan de regeling Balkonscènes van het landelijke Fonds Podiumkunsten (FPK).
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
4.6 Steun aan amateurkunstverenigingen Niet alleen professionele instellingen worden door gemeenten ondersteund, ook amateurkunstverenigingen kunnen her en der op ondersteuning rekenen, bijvoorbeeld uit de middelen die de gemeenten hiervoor van het Rijk hebben gekregen. Een voorbeeld is de gemeente Oldenzaal, die zich aanspreekbaar opstelt en meehelpt en actief bekijkt wat er nodig is en hoe dat kan worden geregeld. Oldenzaal steunt het Stadsjongenskoor Oldenzaal en de Stichting Mirrewinterhoornbloazers Ol’nzel vanuit de rijksbijdrage. Het gaat om € 9.500 voor het jongenskoor en € 3.500 voor de midwinterhoornblazers. De basis voor deze noodsteun werd gelegd door de cultuurmakelaar in Oldenzaal: deze heeft de effecten van de crisis voor culturele tradities en gezelschappen in beeld gebracht. De liquiditeitsproblemen bij het Stadsjongenskoor en de Mirrewinterhoornbloazers bleken dusdanig groot dat op korte termijn een oplossing nodig was. De gemeente Hilversum vroeg in het najaar van 2020 veertig verenigingen hoe de vlag er voor hing. Uit deze inventarisatie bleek dat vier amateurverenigingen zoveel last hebben van de coronamaatregelen dat ze zonder steun dreigen om te vallen. De gemeente besloot in december 2020 tot noodsteun zodat de verenigingen nog zeker een half jaar kunnen voortbestaan.
De verenigingen krijgen een extra incidentele subsidie bovenop de structurele subsidie die ze al jaren van de gemeente krijgen. “Dit is noodzakelijk om culturele basis in stand te houden”, lichtte de wethouder toe. In het voorjaar van 2021 zal nogmaals een ronde worden gemaakt om te inventariseren hoe de verenigingen ervoor staan. Alle amateurkunstorganisaties die in 2020 subsidie kregen van de gemeente Arnhem (52 in getal), krijgen € 1000 als tegemoetkoming voor extra kosten of het wegvallen van inkomsten. Ook gaat er geld naar een nieuw opgericht amateurkunstplatform. In de professionele hoek krijgt een cultuurplatform een bijdrage om gericht initiatieven van makers en kunstenaars te ondersteunen via de Stroomversneller en om scholing op het gebied van beroepsbeoefening aan te bieden. Een ander voorbeeld van steun voor de amateurkunst treffen we aan in de Gemeente Asten, die de lokale culturele infrastructuur overeind wil houden.
Corona, cultuur en gemeenten
25
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
In Asten kunnen amateurverenigingen een aanvraag voor financiële compensatie indienen. De kosten die vergoed kunnen worden betreffen (a) de misgelopen inkomsten in het jaar 2020 en (b) de kosten die gemaakt zijn om te voldoen aan de basisregels en maatregelen van het Rijk en het RIVM. Om de aanvraag gehonoreerd te krijgen, moet de indiener inzichtelijk maken hoe groot de coronaschade is en aangeven wat men zelf al heeft gedaan, zowel financieel als inhoudelijk, om de schade het hoofd te bieden.
4.7 Coronasteun via een lokaal fonds
Link naar steunfonds Alphen aan den Rijn.
Er zijn ook gemeenten die een gemeentelijk steunfonds in het leven hebben geroepen. Dit soms alleen voor de culturele sector, soms voor alle typen non-profitorganisaties, waaronder de cultuur. Alphen aan den Rijn was een van de eerste gemeenten die een dergelijk breed fonds opzette (van € 2,5 miljoen). Non-profitorganisaties op het gebied van sport, cultuur en recreatie, en sociaal maatschappelijke organisaties kunnen een beroep doen op dit gemeentelijk steunfonds. In Alphen aan den Rijn is aan dit fonds een regeling verbonden die maatwerk mogelijk maakte. De subsidies worden verleend op basis van solidariteit. De gemeente verwacht van organisaties dat zij alleen het hoognodige aanvragen. De aanvragen werden in principe in vierwekelijkse tranches voorgelegd aan het college van B&W. Ook de gemeente Eindhoven richtte een maatschappelijk ondersteuningsfonds op op het gebied van welzijn, cultuur en sport. Een ander vorm, een nog meer regelarme benadering, treffen we aan in de gemeente Deurne. Daar heeft de gemeente een pot van € 112.500 beschikbaar gesteld waar iedereen uit de culturele sector met een goed idee aanspraak op kan maken.
4.8 De wettelijke grondslag voor steunmaatregelen Omwille van zorgvuldigheid moeten subsidies in de regel op basis van een wettelijk grondslag (dat wil zeggen een subsidiewet, subsidieverordening of andere subsidieregeling) worden verstrekt. De uitzonderingen op deze regel worden genoemd in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit wetsartikel staat onder meer dat het in incidentele gevallen niet verplicht is om een grondslag te bepalen voor het toekennen van subsidie. Deze uitzondering is in de wet opgenomen om spontaan
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
In incidentele gevallen is het niet verplicht is om een grondslag te bepalen voor het toekennen van subsidie. Daarmee is het mogelijk om steunsubsidies toe te kennen aan organisaties waarmee de gemeente eerder geen financiële relatie had.
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
ingediende subsidieaanvragen, waarvoor geen subsidieregeling is opgesteld, toch te kunnen honoreren. De coronacrisis maakt dat gemeenten snel en passend moeten kunnen reageren om organisaties die in de financiële problemen komen te kunnen helpen. Dat kan dus met incidentele subsidies. Wel is belangrijk dat (1) het tijdvak waarvoor de subsidie verleend wordt beperkt is en (2) het aantal subsidieontvangers is afgebakend. De Awb stelt dat daarvan sprake is als de subsidie voor ten hoogste vier jaar wordt verstrekt. Incidentele subsidies om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen, kunnen worden verleend als de kring van subsidieontvangers afgebakend is en als aan deze gehele kring subsidie wordt verleend. Daarmee is het in principe ook mogelijk om steunsubsidies toe te kennen aan een instelling waar de gemeente tot dan toe nog geen financiële relatie mee had. Inmiddels hebben al veel gemeenten van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Meestal gebeurt dit onder voorwaarde dat de betreffende niet-gesubsidieerde instellingen geen winstoogmerk hebben (en in de praktijk dus een stichting of vereniging zijn).
4.9 Coronasteun en Europese staatssteunregels De laatste jaren is er zo nu en dan rumoer over overheidssubsidies voor cultuur in relatie tot de Europese regelgeving. Hoe zit het daarmee? Moeten gemeenten de
Corona, cultuur en gemeenten
26
1. Inleiding
Factsheet Ministerie van BZK en Europa Decentraal over gemeentelijke coronacompensatie aan de cultuur in relatie tot de staatssteunregels.
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
subsidies die zij geven aan culturele instellingen melden bij de Europese Commissie? We kunnen hier kort over zijn: dat hoeft in feite nooit. De reden is dat er bij steun voor lokale cultuur geen sprake is van ongunstige beïnvloeding van het interstatelijk handelsverkeer. Het hier getoonde stroomschema kan worden doorlopen om te bepalen hoe de steun aan culturele instellingen zich verhoudt tot de Europese regels over staatssteun. Voor meer informatie over een en ander verwijzen we naar bijlage 2.
4.10 Verantwoording van coronasteun Een vraag is of en hoe coronasteun achteraf moet worden verantwoord. Leidend hiervoor is wat de gemeente in haar eigen subsidieverordening heeft opgenomen over de verantwoording van subsidies. In dit geval gaat het om de rechtmatigheid van de bedragen die zijn besteed met de gemeentelijke coronasubsidie.
Link naar model Algemene subsidieverordening VNG.
Link naar Algemeen Subsidiekader van de Rijksoverheid.
De VNG heeft voor gemeenten een model Algemene subsidieverordening opgesteld. Daarbij geldt dat bij subsidies onder € 5.000 de verlening meteen de vaststelling kan zijn. Daarnaast zijn er de subsidiecategorieën € 5.000 tot € 50.000 en boven € 50.000 met een toenemende zwaarte van verantwoording door de subsidieontvanger. Deze driedeling in categorieën van toenemende zwaarte in verantwoording door de ontvangers is overigens ook in het Algemeen Subsidiekader van het Rijk terug te vinden, zij het met hogere bedragen per categorie: tot € 25.000, tussen € 25.000 en € 125.000 en boven € 125.000.
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
Coronasteun en Europese staatssteunregels
Is de organisatie die de subsidie ontvangt aan te merken als onderneming? Nb: culturele instellingen worden als zodanig gezien omdat zij diensten op een markt aanbieden.
nee
De steun is toegestaan
nee
De steun is toegestaan
nee
De steun is toegestaan
ja Veroorzaakt de subsidie concurrentieverstoring tussen lidstaten? ja Is de steun groter dan € 200.000 per jaar en moet daarom melding worden gemaakt bij de Europese Commissie? ja Valt de steun onder de bepalingen van artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening die geldt voor een breed scala aan culturele doelstellingen en activiteiten. Nb: de AGVV is van toepassing op zowel investerings- als exploitatiesteun.
ja
Er kan worden volstaan met een kennisgeving aan de Europese Commissie.
nee Is de steun in overeenstemming met het EG-verdrag? In artikel 107 staat dat maatregelen die een culturele doelstelling hebben en noodzakelijk en proportioneel zijn verenigbaar zijn met de interne markt.
ja
De steun is toegestaan
nee De steun is niet toegestaan
Corona, cultuur en gemeenten
27
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
4.11 De gemeente als informatiebron en verbinder Door het gebrek aan echt persoonlijk (fysiek) contact is veel intermenselijke communicatie instrumenteel geworden. Personen en organisaties zijn hierdoor op zichzelf teruggeworpen. De overheden beperken zich noodgedwongen soms tot alleen de functionele digitale uitwisselingen. Culturele organisaties ervaren hierdoor tijdens de crisis soms een tekort aan contact, informatie en concrete steun. Zo vond afgelopen voorjaar bijvoorbeeld 36% van de professionals uit het panel van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst dat hun gemeente zich onvoldoende inspande om de culturele sector door de crisis heen te helpen. In alle gevallen helpt het als de gemeente zich zo communicatief mogelijk opstelt. De vele informatie die momenteel rond gaat over de coronamaatregelen kan bijvoorbeeld nogal overweldigend zijn, zeker voor kleine culturele instellingen of amateurverenigingen die alles zelf moeten uitzoeken. De gemeente kan in een behoefte voorzien door te zorgen voor heldere communicatie en een laagdrempelig loket waar professionals uit de culturele sector terecht kunnen. Ook is het de moeite waard om actief werk te maken van kennisdeling. De gemeente Delft deed dit bijvoorbeeld in het najaar van 2020 door middel van digitale inspiratiesessies in de aanloop naar de actualisatie van haar cultuurkader.
Andere gemeenten, zoals de gemeente Het Hogeland, startten een wekelijks of maandelijks digitaal cultuurcafé over de gevolgen van de coronacrisis voor het culturele veld. In hoofdstuk 6 gaan we concreet in op de manier voor gemeenten om in de komende periode met behulp van een gespreksagenda de lokale kennisdeling te stimuleren en ervoor te zorgen dat lokale organisaties elkaar (weer) makkelijk weten te vinden en te helpen.
4.12 Voorbeelden van provinciale steun voor lokale cultuur Ook de provinciale overheden laten zich niet onbetuigd als het gaat om coronasteun voor de lokale cultuursector. Zo vormde in Noord-Holland de provincie samen met de gemeenten een noodfonds waarin ruim € 11 miljoen werd gestort. De provincie bracht 65 % van het geld in het noodfonds in, de resterende 35 % namen de gemeenten voor hun rekening. De provincie voerde over de verdeling van het geld uit het noodfonds overleg met alle Noord-Hollandse gemeenten. Uiteindelijk werd aan honderd culturele
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
instellingen noodsteun gegeven: 35 musea, zeventien (pop)podia, zes festivals, bibliotheken in zeven gemeenten en 35 andere culturele instellingen. Van het fonds is € 3,5 miljoen aangehouden voor 2021. Alle provincies hebben bijgedragen aan de cofinancieringsregeling van het Rijk via de rijkscultuurfondsen en met de gemeenten. In Utrecht maakte de provincie een viertal regelingen om zo de knelpunten breed aan te pakken. Het steunpakket van de provincie Utrecht kende in de eerste tranche vier regelingen: 1. Cofinanciering van de Rijksregeling. Deze regeling was gericht op niet-rijksgesubsidieerde instellingen met een landelijke uitstraling, zoals podia en musea . 2. Een opstartregeling voor instellingen die kosten moesten maken om zich aan te passen aan de anderhalvemetersamenleving. Bijna zestig instellingen uit het merendeel van de gemeenten ontvingen hiervoor een bijdrage van maximaal € 3.000. 3. Met een overbruggingsregeling werd tegemoet gekomen aan instellingen die financiële schade hadden opgelopen door de coronacrisis, bijvoorbeeld door het sluiten van hun deuren of dat ze minder bezoekers konden ontvangen. De hoogte en verstrekking van de subsidie werd door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld. 4. Een Innovatieregeling gericht op de toekomst van de cultuursector.
De innovatieregeling was een gezamenlijk initiatief van een aantal private fondsen en enkele overheden (de gemeente Amersfoort, de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht). Ook andere provincies hebben noodsteun uitgetrokken voor de cultuursector, al hebben ze daarvoor niet allemaal een breed pakket aan regelingen gemaakt. Andere vormen van steun waren bijvoorbeeld noodsteun- en coulancemaatregelen voor direct door de provincie gesubsidieerde instellingen en steunregelingen voor de verschillende sectoren van de cultuur (zoals in Gelderland, waar regelingen werden gemaakt voor podia, monumenten, musea en voor gemeenschapsvoorzieningen in dorpen en wijken). Door velen wordt benadrukt dat de coronasteun ook de makers moet bereiken. De provincie Gelderland heeft speciaal daarvoor een regeling gemaakt.
Corona, cultuur en gemeenten
28
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
4. V oorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
Het beoogde resultaat hiervan is dat er een redelijke en billijke vergoeding gaat naar kunstenaars, ontwerpers (mode, grafisch etc), dansers, fotografen, theatermakers, schrijvers, musici, filmmakers, en ook conceptontwikkelaars, filosofen en wetenschappers die een opdracht krijgen van culturele en maatschappelijke instellingen. De uitwerking van de regeling behelst onder meer dat makers en ontwikkelaars 100% van hun honorarium vergoed kunnen krijgen tot een bepaald maximum en dat ook uren voor de begeleiding door een opdrachtgevende instelling, ondersteuning (op het gebied van produceren, maar ook marketing bijvoorbeeld), en materialen worden vergoed. Makers kunnen zelf een plan ontwikkelen en daar een opdrachtgever (een instelling of producent) bij zoeken; het is aan de opdrachtgever om de vergoeding aan te vragen. De toetsing van de aanvragen vindt op een snelle en lichte wijze plaats. Er wordt vanuit gegaan dat de instellingen als opdrachtgevers met valide voorstellen komen. Vermeldenswaard is tot slot nog de investeringsregeling voor kleine culturele initiatieven die per 1 januari 2021 door de provincie Overijssel in het leven is geroepen.
Stichtingen en verenigingen die werkzaam zijn op het gebied van cultuur in Overijssel én voldoen aan de algemene richtlijnen van het Prins Bernhard Cultuurfonds, kunnen € 500 tot € 2.500 aanvragen voor investeringskosten om de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden.
Corona, cultuur en gemeenten
29
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s 5.1 Langcyclische processen vergroten de nood Als een café weer open kan na een periode van lockdown, spoelt de kastelein zijn tap door en zet hem open. Het zo gewenste bier vloeit weer door de kelen en de inkomsten vloeien weer in zijn kas. Dit geldt helaas niet voor de cultuursector. Het toekomstig herstel en succes van deze sector worden sterk beïnvloed door de plannings- en investeringshorizon. Producties worden lang tevoren voorbereid, artiesten moeten zeer tijdig worden geboekt. Dat is in de popmuziek seizoenen tevoren, en in de klassieke muziek en opera jaren tevoren. Exposities, zeker blockbusters, worden jaren van tevoren opgetuigd om bijvoorbeeld bruiklenen te kunnen organiseren. Publiek wordt lang van tevoren geïnformeerd om alvast te kunnen reserveren. En lesprogramma’s en educatieve activiteiten kennen vaak een lange voorbereidingstijd. Al die langcyclische processen zijn door de crisis ruw
verstoord. Reeds gedane investeringen in producties en evenementen zijn weg en in veel gevallen is herhaling of herkansing onmogelijk. Het ontbreekt ook aan opgebouwde reserves om nieuwe investeringen te kunnen doen. Er moeten bovendien thans en ook in de toekomst meerkosten worden gemaakt door aanpassing van producties en presentaties, zoals digitale versies. De sector heeft daarom zeer dringend perspectief nodig. In dit hoofdstuk schetsen we stimulansen en scenario’s voor dit perspectief.
De vele langcyclische processen in de sector zijn door de crisis ruw verstoord.
5.2 Corona en de betekenis van het culturele leven In november 2020 bracht het SCP een signalement uit over de vraag in hoeverre de betekenis die kunst en cultuur heeft (voor mensen individueel en voor de samenleving als geheel) onder druk staat door de corona-epidemie en de maatregelen die in dat kader zijn genomen. Het SCP onderscheidt in het signalement vijf manieren waarop mensen bij het culturele leven zijn betrokken: (1) als geïnteresseerden in cultuur, (2) als bezoekers van culturele activiteiten, (3) als consumenten van digitaal cultuuraanbod, (4) als kunstbeoefenaren en (5) als ondersteuner, bijvoorbeeld vrijwilliger of donateur.
Link naar het SCPbeleidssignalement Corona en de betekenis van het culturele leven (2020).
Het SCP stelt vast dat het in de rede ligt dat de betrokkenheid van de bevolking bij cultuur een rol speelt bij de keuzes die bij noodsteun moeten worden gemaakt. Dit betekent dat gezocht moet worden naar manieren om het culturele leven zo te steunen dat niet alleen culturele instellingen worden behouden en werkenden in de sector worden gesteund, maar dat voor de bevolking ook voldoende mogelijkheden blijven bestaan om zich te
Corona, cultuur en gemeenten
30
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
ontspannen, te ontplooien en betekenisvolle sociale verbanden aan te gaan. Deze blikrichting betekent dat er niet alleen aandacht moet zijn de voor grote gevestigde instellingen, maar ook voor de noden van festivals, poppodia, amateurkunst-verenigingen, koren, muziekscholen, centra voor de kunsten, oefenruimtes, lesateliers en de kleinere theaters en musea.
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Film en video (professioneel en amateur)
• Een deel van het publiek komt niet terug; mensen gaan minder uit. • First releases vinden niet meer in de bioscoop en het filmhuis plaats, maar via streamingsdiensten.
Bibliotheken
• Bibliotheken vallen terug op hun traditionele bedrijfsmodel: boeken uitlenen. De vernieuwing richting maatschappelijke bibliotheek stagneert, omdat in de coronatijd de bibliotheken zijn teruggevallen op hun traditionele functie. • Bibliotheken slagen er in mindere mate in vrijwilligers (bij veel bibliotheken heel belangrijk voor de dagelijkse gang van zaken) en bezoekers aan zich te binden. • Gemeenten kampen met financiële tekorten: de bankencrisis heeft geleerd dat dit kan leiden tot minder subsidies, ook aan basisvoorzieningen zoals bibliotheken.
5.3 Risicoanalyse per deelsector Het is nuttig om in kaart te brengen welke risico’s er in de komende periode in de cultuursector worden gelopen, dit in relatie tot de kenmerken van de diverse deelsectoren. We verwijzen hierbij ook terug naar § 3.1.
Deelsector
Risico’s
Musea
Podiumkunsten (professioneel en amateur)
• Een deel van het publiek komt niet terug; mensen gaan minder uit. • Het binnenlandse aanbod kalft af; er wordt (veel) minder geproduceerd. • Producenten (bijvoorbeeld van grootschalige voorstellingen) kunnen minder of geen risico lopen. • Het buitenlandse aanbod komt niet of veel minder dan voorheen naar Nederland. • Podia durven niet risicovol te programmeren: het aanbod verschraalt. • De horeca-inkomsten komen niet meer op het peil van voor de crisis. • Bij amateurverenigingen zakt het ledental onder een kritische ondergrens. Ouderenkoren komen niet tot een herstart. • Amateurverenigingen raken hun vaste sponsorbijdragen kwijt omdat het mkb (traditioneel een belangrijke supporter van het verenigingsleven) in nood verkeert. • Acts kunnen geen podium meer vinden in het commerciële circuit (clubs, cafés, festivals) vanwege bedrijfssluitingen.
• Een deel van het publiek komt niet terug; mensen gaan minder uit. • Grote musea durven niet risicovol in te kopen: minder blockbusters. • Kleinere musea slagen er in mindere mate in vrijwilligers (bij veel kleine musea van essentieel belang) aan zich te binden. • De horeca-inkomsten komen niet meer op het peil van voor de crisis. • De zakelijke verhuur kan lang achterblijven.
Kunst- en cultuureducatie
• Veel samenwerkingsverbanden met de scholen hebben geleden onder de crisis: de kans bestaat dat die niet kunnen worden gerevitaliseerd. • Gemeenten kampen met financiële tekorten: de bankencrisis heeft geleerd dat dit kan leiden tot minder subsidies, ook aan basisvoorzieningen zoals kunstencentra.
Historische archieven
• (Veel) minder vrijwilligers
Lokale omroep/pers
• (Veel) minder vrijwilligers • Terugloop van reclame- en sponsorinkomsten.
(Onroerend) erfgoed
• (Veel) minder vrijwilligers en bezoekers.
Overige, onder andere multifunctionele centra/cultuurhuizen
• Organisaties kunnen niet uit de voeten met uiteenlopende voorschriften wat betreft de maatregelen richting het publiek. • De horeca-inkomsten komen niet meer op het peil van voor de crisis. • De zakelijke verhuur kan lang achterblijven.
Beeldende kunst en vormgeving (professioneel en amateur)
• De inkomenspositie van kunstenaars en de creatieven verslechtert verder, want aankopen en opdrachten lopen terug. • Ateliers worden minder betaalbaar door ontwikkelingen op de vastgoedmarkt.
Bijlagen
Corona, cultuur en gemeenten
31
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
5.4 Randvoorwaarden voor een herstart Het is belangrijk dat de overheden samen de randvoorwaarden voor een herstart van de cultuursector goed invullen. Eén van die randvoorwaarden is het financieel ondersteunen van de cultuursector, zowel landelijk als lokaal. Daarover gaat deze gids. Andere randvoorwaarden hebben betrekking op het tempo waarin coronamaatregelen worden verruimd en op het redden van de evenementenbranche.
Link artikel NRC over de routekaart van het Rijk en reactie van de Taskforce Culturele en Creatieve Sector van 3 februari 2021.
Het kabinet streeft naar een routekaart om helder te maken bij welk risiconiveau van corona welke maatregelen gelden voor verschillende activiteiten. Dat is geen overbodige luxe: nu moet de cultuursector na elke persconferentie waarin het kabinet nieuwe (vaak onverwachte beperkende) maatregelen aankondigt zijn coronaprotocollen voor de diverse accommodaties en activiteiten aanpassen. Op 2 februari is een actuele algemene routekaart verschenen. De cultuursector, in het bijzonder de Taskforce Culturele en Creatieve Sector, streeft naar een routekaart speciaal gericht op de activiteiten die de cultuursector kan uitvoeren. Deze moet gericht zijn op het méér mogelijk maken, maar wel geheel verantwoord. Zo wordt overwogen of de anderhalve meter afstand wel strikt nodig is in een theateropstelling. De routekaart voor de cultuursector is bij het opstellen van de eerste versie van deze gids nog niet beschikbaar. Ook de G4 zijn doende met een voorstel voor een eigen routekaart. In de meest recente versie van de routekaart van de Rijksoverheid staan wel culturele activiteiten, evenementen en doorstroomlocaties benoemd. In deze routekaart zijn de eisen aangescherpt ten opzichte van eerdere keuzes, en dat helpt de cultuursector daarom niet om meer activiteiten te ontplooien.
Gelet op de speciale situatie van festivals en evenementen – vaak grootschalig in kleine gemeenten vanwege de benodigde ruimte – en het terugtrekken van de verzekeraars is een landelijke oplossing voor de programmeringsrisico’s een vereiste. “We moeten uiterlijk 1 februari weten waar we aan toe zijn. Dan moeten we een go hebben om te kunnen starten met voorbereidingen,” zegt de woordvoerder van de Alliantie van Evenementenbouwers in een persbericht van 5 januari 2021. “Het organiseren van grootschalige evenementen vergt een lange voorbereidingstijd. We kunnen het ons niet veroorloven een tweede evenementenzomer te missen, want dan staat er
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
straks een nog groter deel van de 100.000 mensen op straat en ligt een branche die goed is voor € 7,4 miljard omzet compleet op zijn gat.” De tijd begint inderdaad te dringen, omdat de financiële risico’s van het organiseren van evenementen zoals festivals behoorlijk groot zijn, terwijl de onzekerheid over doorgang, in welke (beperkte) vorm dan ook, groot en langdurig is. De wethouders Cultuur en Economische Zaken van de G4 hebben half januari 2021 een brief aan het kabinet gestuurd om een garantiefonds snel in te stellen. Op 21 januari 2021 is een garantiefonds van € 300 miljoen voor evenementen door het kabinet aangekondigd, maar de exacte voorwaarden zijn bij het opstellen van de eerste versie van deze gids nog niet bekend.
5.5 Fieldlabs Het Rijk wil praktijktesten mogelijk maken voor het veilig en verantwoord organiseren van evenementen. Dit worden ‘fieldlabs’ genoemd: een publiek-privaat onderzoeksprogramma, waarin het Rijk, het bedrijfsleven en de wetenschap samenwerken om via praktijktesten kennis te vergaren over het gedrag van bezoekers, de onderlinge contactmomenten, de inzet van verschillende preventieve maatregelen en de logistiek. De Raad voor Cultuur heeft in 2020 adviezen aan het kabinet en aan OCWminister Van Engelshoven uitgebracht onder het motto ‘Naar een wendbare en weerbare culturele en creatieve sector’. Dit betreft beleidsmatige en financiële aanbevelingen voor de korte en langere termijn. Op 18 september 2020 heeft de raad ook suggesties gedaan om de sector op (middel)lange termijn te helpen innoveren en hervormen. Deze zijn in het rapport ‘Onderweg naar overmorgen’ uitgewerkt. De rode draad in de adviezen is: (1) noodsteun in de coronaschade blijft onontbeerlijk; (2) er is een routekaart nodig die helderheid en perspectief biedt en (3) het is van belang op grotere schaal te experimenteren met nieuwe werkmethoden en verdienmodellen.
Wat dit laatste betreft pleit de Raad voor Cultuur er onder meer voor om ‘fieldlabs’ in te richten, gericht op innovaties in digitalisering, herontwerp van binnen- en buitenruimtes en differentiatie van artistieke vormen voor wel- en niet-gesubsidieerden. Inmiddels heeft het Rijk € 5 miljoen toegezegd voor een fieldlabs-cultuur.
Corona, cultuur en gemeenten
Link ministeriele regeling voor het mogelijk maken van praktijktesten voor de evenementensector.
Link advies ‘Onderweg naar overmorgen’ van de Raad voor Cultuur van 16 november 2020.
32
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
Het is aanbevelenswaardig om mogelijke interventies telkens te beoordelen op niet alleen hun effect op een bepaalde culturele instelling, maar ook op de werking op het weefsel daaromheen: de keten waarin de instelling een rol speelt; het ecosysteem waarbinnen de instelling functioneert.
In een scenario-model worden de twee grootste onzekerheden weergegeven als aparte assen, waarmee vier onderscheidende scenario’s ontstaan. Het is onzeker welk scenario uiteindelijk het dichtst bij de realiteit komt. Alle scenario’s zijn mogelijk en in principe even waarschijnlijk. Bovendien kan de uitkomst per situatie, per gemeente, per culturele discipline en zelfs per instelling verschillend zijn.
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
Het model helpt om te anticiperen op mogelijke uitkomsten en zodoende handelingsperspectief te creëren. Inherent aan deze denkwijze is dat er niet voor een scenario kan worden gekozen; ieder scenario is een mogelijke toekomstige uitkomst.
5.6 Scenarioverkenning voor perspectief na de coronacrisis We ervaren dat spelers in de sector en beleidsmakers bij gemeenten en andere overheden grote behoefte hebben aan handelingsperspectief. Daarom heeft Berenschot een scenario-model ontwikkeld waarmee een verkenning kan worden gemaakt naar de effecten van de crisis op de middellange termijn voor de professionele culturele instellingen. Het lokaal toepassen van de verkenning helpt om de dialoog tussen gemeente en de professionele instellingen aan te jagen en interventies te bepalen die inspelen op verschillende toekomstige situaties.
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
Een scenariomodel helpt om te anticiperen op mogelijke uitkomsten en zodoende handelingsperspectief te creëren.
In tegenstelling tot een theoretisch zuivere scenarioanalyse, zijn de onzekerheden in het voor deze situatie ontwikkelde model wel enigszins afhankelijk van elkaar en is de waarschijnlijkheid van de uitkomsten per as wel degelijk beïnvloedbaar. Daarom helpt dit model in onze ogen wel goed om beleidskeuzes te maken en te onderbouwen. Het model gaat voor de komende jaren uit van twee onzekerheden met grote impact voor de cultuursector, namelijk: • de mate van overheidssteun (voornamelijk subsidie) die in de nabije en verdere toekomst voor cultuur beschikbaar is vanuit het Rijk, provincies en gemeenten: ruim of beperkt • de mate waarin de vraag van het publiek terugkeert naar ‘normaal’, dat wil zeggen de situatie van vóór de coronacrisis, of dat de vraag voorgoed verandert. Alvorens de scenario’s te benoemen, gaan we eerst dieper in op de twee grootste onzekerheden. Onzekerheid X: toekomstige overheidssteun Over het algemeen hebben de drie overheidslagen de afgelopen jaren de budgetten voor cultuur en erfgoed relatief stabiel gehouden. Bij het Rijk zijn de middelen de laatste jaren wat toegenomen, ook voor 2021-2024. Het beeld bij provincies wisselt. Waar Utrecht naar verruiming streeft, wil NoordBrabant de komende jaren juist fors bezuinigen. Ook bij gemeenten wisselt het beeld, afhankelijk van omvang en belang van de cultuursector.
Kleinere gemeenten kondigen vaker bezuinigingen aan dan grotere. Maar dit betreft ontwikkelingen los van corona. Door de coronacrisis komen de overheidsfinanciën verder onder druk te staan. Voor het Rijk geldt dat het begrotingstekort flink oploopt, maar binnen die totale begroting vormt cultuur & erfgoed maar een klein deel. Wat het Rijk aan keuzes gaat maken over cultuurfinanciering is sterk afhankelijk van de
Corona, cultuur en gemeenten
33
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
nieuwe regering na de verkiezingen van maart 2021, en daarmee vooralsnog zeer onzeker. Provincies hebben, voor zover bekend, nog geen financiële perspectieven post-corona naar buiten gebracht met effect op cultuur & erfgoed. Gemeenten geven aan dat de financiële vooruitzichten, die al niet bepaald rooskleurig waren, door corona nog veel slechter worden. De rijkssteun aan gemeenten is beschikbaar gesteld voor cultuur & erfgoed, maar de bedragen zijn hier niet voor geoormerkt en gemeenten kunnen deze middelen dus ook, onverhoopt, besteden in het sociaal domein en aan lantaarnpalen. Een goed samenspel tussen de afdeling financiën, de beleidsafdeling en portefeuillehouders is essentieel om tot een integrale bestuurlijke afweging te komen. Wat ook onzeker is, is in hoeverre de overheidsbudgetten verschillend worden verdeeld over deelsectoren en zelfs daarbinnen. Hierbij is het ook van belang in hoeverre overheden verplichtingen of keuzes hebben. Zo hebben overheden de zorgplicht voor museale collecties die bij verzelfstandigde musea zijn ondergebracht, en dit is deels via de Erfgoedwet geregeld. De WSOB regelt de verantwoordelijkheid over bibliotheken, maar verbindt daar geen verplichte bijdragen van gemeenten aan. Voor de kunsten zoals podiumkunsten, beeldende kunsten en film zijn er nauwelijks overheidsverplichtingen, anders dan zorgvuldigheid tegen radicale keuzes.
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
Een goed samenspel tussen de afdeling financiën, de beleidsafdeling en portefeuillehouders is essentieel om tot een integrale bestuurlijke afweging te komen over steun nu en in de toekomst.
Bijlagen
omvang van de vraag (stijging of daling) maar ook over de vorm van de vraag. Er zal zeker behoefte bestaan aan consumptie van cultureel aanbod, misschien zelfs meer dan in het verleden doordat men zo duidelijk ervaart wat men mist in coronatijd, in het bijzonder in lockdown. Zeer onzeker is de mate waarin het publiek (spoedig) terugkomt naar de plekken waar de cultuuruitingen live plaatsvinden, naast wat er digitaal wordt afgenomen. Daarbij is ook het toekomstig reisgedrag onzeker. Vermoedelijk zal het lang duren voordat er weer massaal internationaal en zeker intercontinentaal toerisme plaatsvindt, ook door de economische gevolgen van de coronacrisis. Het regionaal en lokaal cultuurbezoek kan daarentegen juist een herwaardering en impuls krijgen. Er zullen grote verschillen in cultuurconsumptie zijn tussen ouderen, die wellicht nog lang voorzichtig blijven, en jongeren, die zo gauw mogelijk weer massaal willen feesten, dansen en genieten. We verwachten dat het herstel van de vraag dan ook anders zal zijn voor drie aparte soorten publiek: liefhebbers, omnivoren en passanten.
Gemeenten hechten ook veel waarde aan cultuur & erfgoed en dragen graag bij aan het versterken van de culturele en maatschappelijke betekenis van deze sectoren, en investeren mee in de economische positie ervan. Het korten op cultuur & erfgoed betekent immers ook kapitaalvernietiging, bijvoorbeeld in culturele gebouwen maar zeker ook in immateriële culturele infrastructuur, zoals cultuureducatie en cultuurparticipatie. Gemeenten hebben hier dus afwegingen in te maken, en keuzes die nu nog onzeker maar wel degelijk stuurbaar zijn. Onzekerheid Y: toekomstige vraag De tweede grote onzekerheid voor de cultuur- en erfgoedsector is hoe de vraag (de publieksbehoefte) zich gaat ontwikkelen. De twee uitersten hierin zijn a) dat de vraag weer terug naar normaal gaat binnen afzienbare tijd, en b) dat de vraag voorgoed verandert. Het gaat hierbij grotendeels om de
6. Met de sector in gesprek
Naast de vraag kan ook het aanbod in de toekomst ongewis zijn.
Het valt te bezien hoe de behoeften aan bestaande of juist nieuwe formules van voorstellingen, concerten en festivals zich gaan ontwikkelen. Dat geeft ook aan dat de toekomstige vraag wordt beïnvloed door het aanbod en de aanbieders die er (nog)
Corona, cultuur en gemeenten
34
1. Inleiding
2. K enmerken van de cultuursector: een zeer divers veld
3. Noodsteun voor de cultuursector: vormen en bedragen
zullen zijn. Ook dit verschilt sterk per deelsector en daarbinnen. De toekomstige vraag is dus onzeker maar voor professionele culturele instellingen wel beïnvloedbaar, door te sturen op de omvang en vorm van het aanbod. Model met twee assen levert vier scenario’s Door deze twee belangrijke en impactvolle onzekerheden in een assenkruis weer te geven, ontstaan vier scenario’s die allemaal ongeveer even waarschijnlijk zijn en zich allemaal kunnen voordoen:
Vraag terug naar normaal
2019
A
Beperkte overheidssteun
B
Krimp
Herstel
Sterkste spelers redden het
Bestaande spelers blijven
C
D
Aanpassing
Vernieuwing
Beste adaptors redden het
Betere kansen voor innovators
2021
Vraag voorgoed anders
Ruime overheidssteun
4. Voorbeelden van gemeentelijke steunmaatregelen
5. Perspectieven voor de cultuursector: stimulansen en scenario’s
6. Met de sector in gesprek
Bijlagen
Betekenis van elk scenario voor cultuursector en gemeente Over de situatie die ontstaat in elk van de vier scenario’s voor spelers in de sector en voor gemeenten, en de betekenis die het handelen binnen elk scenario heeft, verwachten wij het volgende: Scenario A. Krimp Cultuursector De sector wil terug naar het oude patroon van vraag en aanbod, maar het wankele evenwicht tussen eigen inkomsten en publieke financiering is door de crisis verstoord. Spelers die geen alternatieve inkomsten weten te genereren en ook niet in staat zijn hun aandeel van de subsidietaart te behouden, komen financieel niet rond. Hoe sterk iedereen ook hecht aan het bredere waardenperspectief, de onvermijdelijke shakeout zal sterk financieel gedreven zijn. Sommige instellingen moeten liquideren doordat (overheids)steun uitblijft. Andere worden uitgehold en balanceren op een ondergrens wat betreft de organisatie en de programmering. Het lokale voorzieningenniveau gaat fors in betekenis achteruit. Gemeente Hoewel de vraag zich op enig moment herstelt in dit scenario, komt de inkomstenstroom te laat en te beperkt op gang om de gehele sector te behouden bij gebrek aan overheidssteun. Gemeenten zullen, in overleg met andere overheden sturen op het selectief laten voortbestaan van (vitale) infrastructuur. Scenario B. Herstel Cultuursector In dit scenario is de impact van de coronacrisis meegevallen.
De vraag herstelt zich redelijk snel naar het hoge niveau van 2019, inclusief de bereidheid om voor kunst & cultuur te betalen. Toch kost de herstart in dit scenario veel tijd, mede door de structuur van de sector en de ketens. De sector lijdt onder het cultureel kapitaal dat in de crisis is afgehaakt, maar er zijn lessen geleerd. Gemeente De spelers in het veld kunnen dankzij overheidssteun (noodsteun tijdens de crisis en structurele steun daarna) hun business as usual oppakken. De steun zal mede worden gestoken in het terugwinnen van het publiek, maar er kan