Toelichting Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293-295)
Tekst van het document
4.8.5
Riolering / hemelwater
De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Berg en Dalseweg. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
30
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Omdat bij dit plan geen sprake is van directe lozing op oppervlaktewater, hoeft geen waterhuishoudkundig plan bij het waterschap ingediend te worden. Voor plannen met extra verharding in stedelijk gebied is compenserende waterberging vereist volgend uit de keur van het Waterschap Rivierenland. Omdat dit plan in het droge gedeelte van Nijmegen ligt, hoeft geen compenserende waterberging gerealiseerd te worden.
Conclusie Conclusie is dat het plan geen negatieve effecten heeft op het rioleringsstelsel of (indirect) oppervlaktewatersysteem. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
31
Aandachtspunten Bestemmingsplan en omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moeten een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: het type infiltratievoorziening/filtervoorziening dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald.
Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Let op bij gescheiden stelsels dat foutieve aansluitingen voorkomen worden omdat deze de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden.
4.9
Flora en Fauna
4.9.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De Wnb is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.
32
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
4.9.1.1
Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden)
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.
Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Stikstof Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
33
ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename van deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie Bijlage 6 Stikstofrapport). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
4.9.1.2
Beschermde soorten
De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
Op 2 maart 2020 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op Berg en Dalseweg 293-295 (Bijlage 7 Quickscan Wnb: notitie met kenmerk 20-0150/20.01973/GerHo). Uit de quickscan blijkt dat Het schoolgebouw mogelijk een functie heeft als paarverblijf voor gewone dwergvleermuis. In 2020 wordt het kraamverblijf onderzoek uitgevoerd. Aanbevolen wordt om tijdelijke vleermuiskasten te plaatsen en in de nieuwbouw paarverblijfplaatsen te realiseren. Het plangebied heeft mogelijk een functie voor de beschermde steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing. Aanvullend onderzoek is nodig om dit te kunnen vaststellen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Een aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Uit dit vervolgonderzoek 24 juli 2020 (Bijlage 8 Notitie aanvullend onderzoek Wnb: notitie met kenmerk 19-0669/20.05776/DimEm) komen de volgende conclusies: Het plangebied heeft geen functie voor kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn). De ingreep veroorzaakt geen effecten op wezel, bunzing en hermelijn. De steenmarter gebruikt het plangebied als onderdeel van het foerageergebied. Het plangebied heeft geen essentiële foerageerfunctie en verblijfplaatsen van de steenmarter zijn niet aanwezig.
In 2016 had het schoolgebouw geen functie als verblijfplaats voor vleermuizen. In 2020 is vastgesteld dat het schoolgebouw een functie heeft als paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Het schoolgebouw heeft geen andere verblijfsfuncties voor vleermuizen. De provincie Gelderland ziet fysieke aantasting van paarverblijfplaatsen als een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor de sloop van het gebouw is daarom
34
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
een ontheffing nodig van de Wnb. Om het aanbod aan verblijfplaatsen voor vleermuizen duurzaam te behouden zijn er tijdelijke verblijfplaatsen aangeboden en worden permanente verblijfplaatsen gemaakt in de nieuwbouw. Op basis van bovenstaande onderzoeken en het plaatsen van 12 tijdelijke vleermuiskasten heeft de provincie ontheffing verleend voor de sloop van de school en de nieuwbouw van woningen (Bijlage 9 Ontheffing Wnb: zaaknummer 2020-010274). Voorschriften uit de ontheffing zijn en blijven altijd van toepassing.
4.9.2
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).
4.9.2.1
Gelders Natuurnetwerk
In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt.
4.9.2.2
Groene ontwikkelingszone
De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
35
Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. Op grond van de aanwezige onderzoeken in combinatie met de doelstellingen die vasthangen aan het betreffende GNN kan gesteld worden dat effecten zijn uitgesloten.
4.9.3
Gemeentelijk beleid
4.9.3.1
Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging
We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door met woningen in een hofje en gezamenlijke ontmoet- en speelplekken in de buurt. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hitte stress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in
36
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. Uitsnede kaart Groen, gezonde stad:
4.9.3.2
Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit
Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
37
4.9.3.3
Topindicator groen (2010)
In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator "binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen" vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Direct naast het te ontwikkelen gebied ligt een parkje.
4.9.3.4
Groenplan De groene draad (2007)
Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Binnen het plangebied is geen groene hoofdstructuur aanwezig. Wel zijn de bomen aan de Berg en Dalseweg onderdeel van de hoofdbomenstructuur. Bij het aanleggen van bijvoorbeeld een nieuwe inrit is het noodzakelijk een BEA uit te voeren voor duurzaam behoud van de bomen.
38
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
4.9.3.5
Bomenplan Nijmegen
In 2021 is het Bomenplan Nijmegen vastgesteld door het college. Het vervangt het handboek Stadsbomen uit 2009. In de Omgevingsvisie wordt in diverse opgaven het belang van bomen in de stad aangegeven. Soms als doel (statige lanen, versterken bomenstructuur) en soms als middel (groene gezonde leefomgeving, ecologische verbindingen). De kwaliteit èn kwantiteit van de bomen, in een compacte stad zoals Nijmegen, is een belangrijk aandachtspunt in het Bomenplan. Qua integraliteit draagt de bomen in de stad positief bij aan o.a. de gemeentelijke aanpak op het vlak van: Klimaatadaptatie & luchtkwaliteit (Hittestress, waterberging, fijn stof-afvang) Gezondheid & voeding (Uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en voedselproductie) Toerisme & economie (Stadsaangezicht, sfeer en beleving) Cultuurhistorie (monumentale bomen, parken en historische wegen/gebouwen) Kwalitatieve buitenruimte in een compacte stad (de boom als inrichtingselement) Ecologie & biodiversiteit (bomen als verbindingselement, drachtboom schuilgelegenheid).
en
Tegelijkertijd is het een uitdaging om de kwaliteit en hoeveelheid van bomen in te passen in de compacte stad. De Omgevingsvisie en het Bomenplan gaan uit van het versterken van de groenkwaliteiten en het aantal bomen, omdat het ervoor zorgt dat de stad minder snel opwarmt. Dit heeft gunstige effecten op de leefbaarheid. Daarnaast zorgen bomen voor groene verbindingen op hoogte. Hierdoor hebben vogels, insecten en andere dieren toegang tot schuilplaatsen, nestgelegenheid en voedsel. Via bomenlanen en parken kunnen deze dieren zich veilig door de stad verplaatsen naar het buitengebied en vice versa. Dit zorgt voor natuurbeleving, uitwisseling van soortenpopulaties en bestuiving van gewassen in de stad. Tenslotte zorgen we met voldoende groen voor een gezonde basis in de wijken. Dit draagt bij aan een prettige en gezonde leefomgeving waarin de juiste afweging is gemaakt voor het percentage aan kwalitatieve en kwantitatieve groeninvulling. Met het initiatiefvoorstel 'Niet bomen, maar planten' (zomer, 2020) is opdracht gegeven om een aantal aanpassingen en verbeteringen te maken omtrent bescherming, compensatie en aanplant van bomen. De nadruk ligt op het behouden van gezonde bomen, bomenkap zoveel mogelijk te vermijden en aanplant te stimuleren. We gaan meer bomen aanplanten (1% groei van het areaal per jaar).
We investeren in de kwaliteit van bestaande bomen en in een betere kwaliteit van nieuwe bomen. Dit zorgt voor gezondere en goed groeiende bomen en zorgt er daarnaast voor dat we sneller èn langer kunnen genieten van onze investeringen in het groen. Het Bomenplan staat voor een groei van het gemeentelijk boomareaal met 625 stuks per jaar en een hogere prioriteit voor gezondheid, behoud en bescherming van bomen. In de Waalsprong en in het bestemmingsplangebied dient een groot aantal bomen geplant te worden. En dat zo veel mogelijk in open grond.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
39
4.9.3.6
Bijzondere bomen
Monumentale bomen weerspiegelen net als monumentale gebouwen de geschiedenis van de stad. Om de cultuurhistorische betekenis van het groen in de stad te waarborgen, zijn de monumentale bomen geïnventariseerd. Van de gemeentelijke bomen zijn alle monumentale, bijzondere en waardevolle bomen opgenomen. Monumentale en waardevolle bomen zijn minstens 50 jaar oud, hebben een cultuurhistorische betekenis en hebben een goede levensverwachting. De waardebepaling van monumentale bomen ligt hoger dan bij de waardevolle bomen. Alle bijzondere bomen vallen onder het regime van de omgevingsvergunning, het kappen van houtopstanden. Enkel de Linde op het voorterrein heeft een status als waardevolle boom. Deze dient duurzaam behouden te blijven.
4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Cultuurhistorie 4.10.1.1 Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. Deze wetgeving gaat opgenomen worden in de Omgevingswet. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
4.10.1.2 Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld
40
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Diverse gebouwen en objecten in Dukenburg staan op de aandachtslijst. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken.
De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De beleidskaart is onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie (2020).
Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart met groen omcirkeld de ligging van het plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
41
Het betreffende bestemmingsplangebied 'valt binnen gebiedstype 3 van de cultuurhistorische beleidskaart. In deze gebieden is sprake van een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Het gaat om zowel de grotere schaal, zoals het stedenbouwkundige plan en historische structuren, als om specifieke objecten en om de samenhang tussen de structuren, bebouwing en / of cultuurlandschap. Bij de bebouwing gaat het niet zozeer om de architectuur en het beeld, maar om het silhouet, zoals de situering, de nok- en goothoogte en de nokrichting. Zowel de zichtbare als de niet-zichtbare geschiedenis van het gebied zal uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen. In deze gebieden zijn cultuurhistorische waarden een middel om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kwaliteit te geven en de identiteit van een gebied herkenbaar en het verleden zichtbaar te houden en te versterken. Er is daarom veel aandacht voor cultuurhistorie bij ruimtelijke plannen. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, maar worden afgestemd op het karakter van het gebied.
4.10.1.3 Cultuurhistorische waarden in het plangebied De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (opgesteld door RAAP 2021). De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Voor de locatie Berg en Dalseweg ziet de kaart er als volgt uit (groen omcirkeld):
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart met de ligging van het plangebied in de groene ovaal
In het plangebied bevinden zich geen monumenten of panden die op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed staan. Het bestaande schoolgebouw is geen aandachtspand en heeft geen status als rijkmonument of gemeentelijk monument. In of direct grenzend aan het plangebied bevinden zich onderstaande cultuurhistorische waarden: Cultuurhistorisch waardevolle weg: het plangebied ligt aan de Berg en Dalseweg, een
42
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
historische uitvalsweg met een oude ouderdom die onderdeel is van de historische wegenstructuur van voor 1850. De historische weg heeft aan twee zijden laanbeplanting. Bebouwingslint aan de overzijde van de Berg en Dalseweg: het bestaande bebouwingslint ter hoogte van het plangebied stamt uit de eerste helft van de 20e eeuw en wordt gekarakteriseerd door een kleinschalige opzet en korrel. De woningen bestaan uit twee lagen plus een kap en hebben groene voortuinen. Cultuurhistorisch waardevol groen ter plaatse van het verdwenen café De Zwaan: de in de 18e eeuw door Antoon Kokke gebouwde T-boerderij werd al snel een rustplaats voor reizigers en daarmee een café. Voor het huis stonden twee statige lindebomen. Het pand brandde als gevolg van een ontploffing in 1945 grotendeels af en werd een paar jaar later geheel afgebroken om plaats te maken voor de huidige school. Hierbij bleven de lindebomen behouden. Een van de bomen staat nog binnen het plangebied. Als verwijzing naar de locatie van de verdwenen pleisterplaats heeft de lindeboom cultuurhistorische waarde. Cultuurhistorisch waardevol landschap: het plangebied ligt op de overgang van de spoelzandwaaier naar het Nijmeegse stuwwallandschap, op de zuidhelling van de Kopse Hof. De geaccidenteerde natuurlijke ondergrond is mede de basis voor de typische Nijmeegse identiteit van de stad.
De zichtbaarheid en de beleefbaarheid van het reliëf geven inzicht in de wordingsgeschiedenis van de stad. Daarmee heeft het bestaande reliëf cultuurhistorische waarde. 4.10.1.4 Cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied Met de bestemmingsplanherziening wijzigt de Berg en Dalseweg niet. De cultuurhistorisch waardevolle lindeboom die oorspronkelijk bij De Zwaan hoorde zal worden ingepast. De bebouwing die wordt mogelijk gemaakt sluit wat betreft opzet en schaal aan bij de bestaande karakteristiek van de overwegend kleinschalige bebouwing aan de Berg en Dalseweg. In het ontwerp wordt tevens rekening gehouden met de markante hoogteverschillen in het terrein. De helling blijft gehandhaafd en doorzichten tussen de bouwblokken maken deze helling zichtbaar en beleefbaar. Vanuit cultuurhistorie zijn dan ook geen bezwaren tegen de bestemmingsplanherziening.
4.10.2 Archeologie 4.10.2.1 Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
43
Monumentenzorg. Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het terrein ligt gedeeltelijk binnen de bufferzone van het door UNESCO aangewezen Werelderfgoed behorende tot de Nedergermaanse Limes (aanwijzing per 27-07-2021). Het gaat hierbij specifiek om het terrein 16 Nijmegen - Kops Plateau. De daar bijhorende buffer bevat ook elementen die horen bij terrein 15 Nijmegen - Hunerberg. Naast een erkenning voor de bijzondere waarde van het aanwezige archeologische erfgoed, brengt dit ook een bijzondere aandacht voor het behoud van de aanwezige archeologie met zich mee. Ingrepen in de bufferzone die de aanwezige waarden kunnen aantasten dienen gemeld te worden bij de Nederlandse Limessamenwerking (NLS). Deze melding geschiedt door de gemeente.
4.10.2.2 Provinciaal beleid Het plangebied ligt binnen de contouren van de Limeszone, zoals gedefinieerd in het Barro (art. 2.13) en vertaald in de provinciale Erfgoedverordening 2.58-60. De Limeszone bevat terreinen met een vastgestelde archeologische waarde die resten uit de Romeinse tijd bevatten. De begrenzingen van de gebieden zijn indicatief aangegeven. In dit gebied wordt de aanwezigheid van kernkwaliteiten van de Limes verwacht. De provinciale verordening geeft vervolgens drie regels waarin in bestemmingsplannen moet worden voldaan art. 2.60): 1.
Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Romeinse Limes maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 2.59, daarvan aantasten. 2. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan. 3. Een bestemmingsplan bevat regels over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan. Het onder het bestemmingsplan hangende vergunningenstelsel (hier: omgevingsvergunning vanwege archeologie) moet deze vertaling ook laten zien. De provinciale verordening noemt in art. 2.59 de volgende kernkwaliteiten: De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. In dit specifieke gebied spelen tenminste de aanwezigheid van de canabae legionis (militaire stad, ook: kampdorp genoemd), en een weg tussen de militaire nederzettingen op de Hunerberg naar de militaire pannen- en pottenbakkerij op De Holdeurn (ook UNESCO Werelderfgoed) een rol. De opname in de bufferzone is ook gedaan vanwege de nabijheid van de kernzone op het Kops Plateau.
Op de site van de Nederlandse Limessamenwerking (een samenwerkingsverband tussen Rijk, de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland) staat meer inhoudelijke achtergrondinformatie: https://www.limeswerelderfgoed.nl/downloads/.
44
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
4.10.2.3 Gemeentelijk beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief.
Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.
4.10.2.4 Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied Nijmegen Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293-295) ligt momenteel in een gebied met gedeeltelijk de dubbelbestemming waarde 3 en een gedeelte met de waarde 0. Een waarde 3 gebied heeft een zeer hoge archeologische waarde, die door de dubbelbestemming beschermd wordt. Aan een waarde 3 gebied zijn ondergrenzen verbonden, waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt. Deze grenzen bedragen voor de geplande ingreep een oppervlak van tenminste 50 m2 en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm gaat. De waarde 0 wordt aan een gebied toegekend als er, op basis van onderzoek, duidelijk is dat er geen behoudenswaardige archeologische resten meer in het gebied aanwezig (kunnen) zijn.
4.10.2.5 Uitgevoerde onderzoeken en aangepaste waarden archeologie Een bestemmingsplan moet (ook financieel) haalbaar zijn. De aan- of afwezigheid van archeologische waarden in de ondergrond kan van invloed zijn op de haalbaarheid, bijvoorbeeld omdat beschermende maatregelen noodzakelijk zijn of dat delen van het gebied opgegraven dienen te worden. Om de haalbaarheid van het nieuwe bestemmingsplan vast te stellen is inventariserend
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
45
onderzoek uitgevoerd. Het gaat hierbij om een bureauonderzoek en een aanvullend booronderzoek op een deel van het terrein. Al bij het bureauonderzoek bleek dat de waarde 0 voor delen van het terrein onterecht was. Daarop is besloten hier nader onderzoek uit te voeren door middel van een beperkt booronderzoek. Om vast te stellen of het zuidelijk deel nog intacte archeologische lagen bevatte, is daar een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Van het genoemde onderzoek zijn de volgende rapporten verschenen: M. van Kooten, Bureauonderzoek Berg en Dalseweg 293-295, gemeente Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen - briefrapport 293, Nijmegen 2020, zie Bijlage 10 Archeologisch bureauonderzoek; P. van de Geer, Verkennend booronderzoek Grondwal Berg en Dalseweg te Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen - briefrapport 313, Nijmegen 2020, zie Bijlage 11 Verkennend booronderzoek grondwal Berg en Dalseweg . Uit deze onderzoeken is naar voren gekomen dat het gebied waar nu de waarde 0 aan is toegekend te groot is. Er zit met name aan de oostzijde een gebied waar de archeologische lagen nog intact zijn. De resultaten van het wat oostelijker gelegen oude onderzoek van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) kunnen derhalve doorgetrokken worden tot binnen het plangebied.
Uit het proefsleuvenonderzoek aan de zuidzijde bleek dat ook daar nog belangwekkende archeologie aanwezig is of kan zijn. Naast het reguliere onderzoek is men per toeval gestuit op belangwekkende Romeinse resten, in de zin van een tufstenen architectuurdeel met meerdere versieringen. Dit blok, en enkele andere grote brokken Romeins bouwmateriaal, kwamen aan het licht nadat het opschot op de aan de oostzijde gelegen wal was verwijderd. Deze vondsten lagen in een zone die eerder nog als waarde 0 op de kaart stond, en bevestigen de uit de genoemde rapportages voortgekomen herwaardering. Tenslotte zijn aan de westelijke zijde van het gebied vanwege onderzoek naar niet gesprongen oorlogsmunitie enkele kleine proefsleufjes gegraven, die ook daar duidelijk maakten dat er nog intacte archeologische lagen te verwachten zijn. Voorafgaand en deels parallel lopend aan het onderzoek is er vanwege de UNESCO een schouw geweest van alle beoogde UNESCO werelderfgoedterreinen. Deze schouw is uitgevoerd door ICOMOS en heeft geresulteerd in een advies om binnen dit specifieke plangebied de geplande bufferzone uit te breiden. Nederland heeft dit advies overgenomen en het is als zodanig opgenomen in de intussen toegekende status van Werelderfgoed. Deze bufferzone omvat stroken aan zowel de oost- als westzijde van het terrein. Op basis hiervan is een nieuwe verdeling gemaakt binnen het plangebied.
Het deel met de waarde 0 is verkleind, het deel met de waarde 3 is vergroot. Dit leidt tot een aanpassing van de verbeelding. Omdat er sprake is van kernkwaliteiten zoals gedefinieerd door UNESCO en opgenomen in de provinciale verordening, zal er bij een mogelijke verstoring van die waarden archeologisch onderzoek moeten plaats vinden, dat gericht is op het behoud van de archeologische informatie. De vorm die dit onderzoek dient te hebben is dat van een opgraving. Vanwege het grote belang zal archeologie daarbij leidend moeten zijn. De enige uitzondering geldt voor het opsporen en verwijderen van niet ontplofte oorlogsresten. Hier zal archeologisch onderzoek volgend zijn.
46
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
4.10.2.6 Meldingsplicht artikel 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.
4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer Het plangebied grenst kadastraal gezien aan de Berg en Dalseweg en Ubbergseveldweg. Het gemotoriseerd verkeer wordt via twee aansluitingen aan de Berg en Dalseweg ontsloten en via een aansluitingen aan de Ubbergseveldweg. De Berg en Dalseweg is een gebiedontsluitingsweg binnen de bebouwde kom en Ubbergseveldweg is een erftoegangsweg (30km/u zone) binnen de bebouwde kom. Langzaam verkeer Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser vanuit de Berg en Dalseweg en Ubbergseveldweg ontsloten. Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen aan de Berg en Dalseweg deze bevinden zich op ca. 200m. loopafstand.
4.11.2 Expeditie Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
47
4.11.3 Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota "Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030" en "Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets". De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke" het plangebied 'Nijmegen Oost - 12, Berg en Dalseweg 293-295' valt in gebied "Rest bebouwde kom".
4.11.4 Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt binnen een 30km/h zone binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 30 km/h.
4.12 Duurzaamheid 4.12.1 Uitgangspunten omgevingsvisie Nijmegen als duurzame stad is een van de 4 hoofdopgaven van de Omgevingsvisie. We hebben de ambitie om voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. We gaan uit van duurzaam grondgebruik, waarbij ontwikkelingen waarde aan de stad toevoegen en een bijdrage leveren aan het oplossen van onze grote opgaven. Circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraliteit zijn hierbij centrale (samenhangende) thema's, die in de stad vorm krijgen.
4.12.2 Circulaire stad De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Dit uit zich onder meer in de met het Rijk afgesloten woondeal waarin nadrukkelijk deze groene ontwikkeling aan de groeiopgave van de regio gekoppeld is. In de nieuwe woningbouwplannen spannen wij ons in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. We streven daarom naar circulaire woningbouw, het liefst met gebruik van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, vlas, schapenwol etc.). We gebruiken de GRP methodiek als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen. Onze ambitie is om van de bouw een drijvende kracht te maken voor de circulaire economie. Daarom hebben we ons ook aangesloten bij de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. We willen laten zien dat het grootschalig circulair en conceptueel bouwen van woningen niet ten koste gaat en mag gaan van snelheid en betaalbaarheid. In de Grond- weg en waterbouw onderschrijft Nijmegen de uitgangspunten van de Green Deal
48
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
Duurzaam GWW 2.0; samen met onze ketenpartners willen we de verduurzaming in de sector structureel aanjagen. Voor het afwegen van duurzame keuzen maken we o.a. gebruik van het ambitieweb en Dubocalq. We streven naar een gesloten grondbalans.
4.12.3 Klimaatadaptief Nijmegen ligt in een kwetsbaar landschap dat gevoelig is voor hitte, droogte en wateroverlast. Klimaatverandering heeft bijvoorbeeld effect op piekbuien. Plekken in de stad met dichte bebouwing zijn gevoelig voor hittestress. Samen met partners in de regio, zoals gemeenten, provincie en waterschapen en vele andere organisaties, werken we daarom aan een regionale adaptatie strategie om een klimaatbestendige regio te zijn. Water, droogte en hitte De opgave voor een klimaatbestendige wijk vraagt om een integrale blik waarbij de combinatie van inrichting, architectuur, (bodem)infrastructuur en beplanting zorgen voor een aangenaam klimaat. Concreet gaat het bijvoorbeeld om de situering van gebouwen voor schaduwwerking, keuze van materialen, het beperken van verharding en de keuze van het type verharding, wortelruimte en kwalitatief goede grond voor planten en bomen, groene daken en natuurlijk de waterhuishouding. Het is onze ambitie dat het watersysteem zichtbaar (bovengronds) is en een positieve bijdrage levert aan het woon- en verblijfsklimaat en recreatieve en ecologische kansen schept. De waterhuishouding vormt in een integraal onderdeel van de stedenbouwkundige opgave. We maken een robuust watersysteem nodig dat rekening houdt met de impact van klimaatverandering, en zodoende zowel toenemende piekbuien als drogere perioden aankan.
We belasten het riool niet met regenwater, dat stroomt via infiltratie richting het grondwater. Zo zorgen het watersysteem en het groennetwerk voor een klimaatbestendige, gezonde openbare ruimte.
4.12.4 Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie kiezen we voor natuurinclusief bouwen. We nemen de natuur vanaf het begin mee bij de planontwikkeling en gaan uit van de gebiedsspecifieke kansen. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen bewust ruimte creëren voor natuur, in de groenstructuur en bij/in gebouwen. Natuurinclusief bouwen is een van de maatregelen om die ambitie te realiseren. Dit is niet alleen goed voor de flora en fauna, maar ook voor klimaatadaptatie en de belevingswaarde van toekomstige bewoners.
4.12.5 Energieneutraal Nijmegen heeft de ambitie om uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Een forse opgave waarbij we (regionaal) samenwerken met veel partijen, waaronder gemeenten, waterschappen, provincies, lokale (burger)initiatieven, ARN, Engie, Liander, woningbouwcorporaties, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We zetten maximaal in op oplossingen in het stedelijk gebied. Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren, toepassing van duurzame energieopwek- en opslagsystemen en energieopslag een tweede. We zetten in op de transitie naar duurzame mobiliteit met gebruik van schone brandstoffen en schone vervoersmiddelen, we benutten de mobiliteitsinfrastructuur zo efficiënt mogelijk en stimuleren efficiënte en schone stadslogistiek. We kiezen in de woongebieden voor mobiliteit
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
49
die duurzame energie gebruikt, aanzet tot bewegen en zo min mogelijk (openbare) ruimte gebruikt, zodat die beschikbaar is voor spelen, ontmoeten, groen en andere gewenste functies.
4.12.6 Conclusie De ontwikkeling aan de Berg en Dalseweg geeft in ruime mate invulling aan bovenstaande duurzaamheidsuitgangspunten.
4.13 Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) Het plangebied is verdacht op geschuts- en dumpmunitie: Recent aanvullend bureauonderzoek heeft aangetoond dat er op meerdere momenten in 1944 en 1945 massa-explosies hebben plaatsgevonden. Dit is nog niet verwerkt in onze bodembelastingkaart ( d.d. 23-3-2021). De verdenking op geschutsmunitie is gebaseerd op het feit dat Nijmegen in de periode van september 1944 tot en met maart 1945 regelmatig onder vuur van de Duitsers heeft gelegen. Een groot gedeelte van de toen afgevuurde granaten is in Nijmegen Oost terecht gekomen. De verdenking op dumpmunitie is gebaseerd op het feit dat er op en rondom het plangebied meerdere stellingen hebben gelegen, waarbij de kans is dat er na afloop van de oorlog restanten munitie in zijn gedumpt. Verder is in en na de oorlog het verlaagde gedeelte van het plangebied (een voormalige zandafgraving) gebruikt voor de opslag van munitie en verzamelpunt voor gevonden munitie. Er zijn zeker 4 momenten bekend waarop aanwezige munitie is ontploft met grote schade en slachtoffers tot gevolg. Na de oorlog zijn er in en rondom het plangebied in totaal tientallen ruimingen bekend. Er zijn geen gegevens bekend over de diepte tot waarop door explosies weggeslingerde munitie kan zijn doorgedrongen. Ook is onbekend in welke staat deze dan verkeert.
Advies: Daar waar grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd dient er óf van te voren onderzoek naar OO plaats te vinden óf de werkzaamheden dienen onder OOO-condities uitgevoerd te worden. Behalve voor gravende werkzaamheden geldt dit ook voor bv. rooien en/of verplaatsen van bomen en ondergrondse sloop van gebouwen die na de oorlog zijn gebouwd.
50
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.
5.2
Systematiek van de planregels
Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
5.2.1
Inleidende regels
Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen en de wijze van meten.
5.2.2
Bestemmingsplanregels
De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen hebben verleend. Een omgevingsvergunning wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de planregels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de welstandsnota. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels;
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
51
afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.
5.2.3
Algemene regels
Onder het kopje algemene regels zijn de regels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Hierbij gaat het om de volgende bepalingen: Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: regels over beeldende kunst, bouwwerken ten algemenen nutte, jongerenontmoetingsplaatsen en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels: er zijn regels opgenomen over het toestaan van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten, bed en breakfast en evenementen. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels: in de overige regels staan bepalingen omtrent parkeren en verkamering van woongebouwen. Daarnaast is een bepaling opgenomen over de voorrang van dubbelbestemmingen op enkelbestemmingen.
5.2.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht die aansluit bij het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregels Als laatste is de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.
52
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
5.3
Beschrijving per bestemming
Groen De bestemming Groen is opgenomen voor de groenvoorzieningen, bijbehorende voorzieningen zoals: sport- en speelvoorzieningen, terrassen, hondenuitlaatplaatsen, in- en uitritten en fietsen voetpaden; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, overstortvijvers, rioolbuffers, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; en (bouw)werken ten algemenen nutte. In de bestemming Groen zijn door middel van de aanduidingen 'ontsluiting' en 'specifieke vorm van groen - parkeren' mogelijkheden opgenomen om een ontsluitingsweg en parkeren langs deze ontsluitingsweg te realiseren. In een strook ten westen van het appartementencomplex is voor het realiseren van ondergrondse parkeergarage bij het complex de aanduiding 'parkeergarage' opgenomen. Daarnaast is nog een aanduiding 'waardevolle boom' opgenomen voor de bescherming en instandhouding van de waardevolle boom ter plaatse.
Tuin De bestemming Tuin is opgenomen voor de tuinen en groenvoorzieningen, gebouwen behorend bij het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw(en), ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, bloemkozijnen, luifels en balkons en voor wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten gebouwen' is het bouwen van gebouwen en overkappingen niet toegestaan om het open en groene karakter van het gebied zoveel mogelijk in stand te houden. Wonen De gronden die bestemd zijn als 'Wonen' zijn primair bedoeld voor het wonen. Daarnaast zijn aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten toegestaan (voorwaarden zie artikel 9.1). Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde. De hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak, dat geheel mag worden bebouwd. De maximum bouwhoogte voor gebouwen is op de verbeelding weergegeven waarbij is gerekend vanaf peil. Het peil ligt in dit bestemmingsplan op: 49,50meter +NAP. Aan- en uitbouwen, overkappingen en erfafscheidingen zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan. Per bouwvlak is een maximum aantal wooneenheden opgenomen.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - centraal wonen' is tevens centraal wonen toegestaan. Onder centraal wonen verstaan we een voor wonen bestemd gebouw, waarbij in het gebouw één of meer ontmoetingsruimte(n) aanwezig zijn. Waarde-Archeologie 3 (dubbelbestemming) In gebieden met een zeer hoge archeologische waarde geldt de archeologische dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3. Hierin is een regeling opgenomen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)
53
54
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)