CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293-295)

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Oost -12 (Berg en Dalseweg 293-295) (27/2022)17.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295) Toelichting

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295) IDN: NL.IMRO.0268.BP13012-ON01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 9 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken

11 11 11 12

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid

13 13 16 17

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Sectorale aspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Wonen Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO)

23 23 23 25 26 26 28 28 29 32 40 47 48 50

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming

51 51 51 53

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg

57 57 57

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Lichthinderonderzoek

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

5

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek De Hunnerberg

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Bijlage 4

Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Stikstofrapport

Bijlage 7

Quickscan Wnb

Bijlage 8

Notitie aanvullend onderzoek Wnb

Bijlage 9

Ontheffing Wnb

Bijlage 10

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 11

Verkennend booronderzoek grondwal Berg en Dalseweg

Bijlage 12

Bezonningsstudie

Bijlage 13

Actualisering akoestisch onderzoek industrielawaai

Bijlage 14

Akoestisch onderzoek industrielawaai De Roever

Bijlage 15

Zienswijzennota

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De oude schoollocatie aan de Berg en Dalseweg 295 in Nijmegen wordt herontwikkeld naar een duurzaam en groen nieuwbouwplan. Op de voormalige schoollocatie zijn een groen park met circa 69 nieuwbouwwoningen voorzien. Groen wonen in een park Op dit terrein van 1,4 hectare wordt een groen, robuust openbaar park met daarin circa 42 appartementen en 27 twee- en drie-onder-een-kap-woningen gerealiseerd. Wonen in het park is de basisgedachte van het nieuwbouwplan. Het groen vanuit het naastgelegen park de Kopse Hof loopt straks door tot aan de voordeur van de nieuwe woningen. Daarnaast is er veel aandacht voor sociale duurzaamheid. Traditionele straten en hoge tuinafscheidingen zult u hier daarom niet aantreffen. Ook geen wegen tussen de woningen door. Hierdoor is er meer ruimte om elkaar te ontmoeten. Duurzaamheid op één Het nieuwbouwproject aan de Berg en Dalseweg krijgt buitengewoon duurzame voorzieningen. Uitgangspunt is om er een fossielvrije wijk van te maken. Dit betekent dat er geen fossiele brandstoffen de wijk in gaan voor het verwarmen van je huis of voor de auto. Om dit te bereiken worden de bewoners van de wijk maximaal gefaciliteerd door het beschikbaar stellen van elektrische deel- en privé leaseauto's, deelfietsen en deelscooters. Daarnaast wordt er energie geleverd vanuit een slim, collectief energiesysteem.

Het systeem van de bodemwarmte, de zonnepanelen en de accu's van de elektrische deelauto's worden gecombineerd. Hierdoor profiteren de bewoners van een lage milieubelasting en betaalbare en constante woonlasten.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De planlocatie Berg en Dalseweg 295 ligt in Nijmegen Oost aan de rand van de stad in de directe nabijheid van de gemeentegrens. Het perceel is om meerdere redenen zeer karakteristiek: Het perceel ligt op de stuwwal en kent een aanzienlijk hoogteverschil; Het plangebied grenst aan het Kops Plateau: een archeologisch monument waar ooit een grote Romeinse militaire nederzetting was; Het perceel is gesitueerd op de scheidslijn van diverse landschappen en vormt een overgang tussen de stedelijke bebouwing van de wijken Hunnerberg en Hengstdal, het bosrijke en heuvelachtige landschap van de stuwwal en het uitgestrekte rivierenlandschap. De planlocatie en de aangrenzende percelen ten noorden van de Berg en Dalseweg beschikken over enorme niveauverschillen en hebben een groen karakter. Ten zuiden van de Berg en Dalseweg ligt een meer verdichte woonomgeving. Hier bevinden zich vooral bouwblokken met rijenwoningen. Ook hier zijn hoogteverschillen aanwezig maar minder sterk dan aan de noordzijde van de Berg en Dalseweg. Opmerkelijk aan het perceel is dat de volledige westzijde grenst aan het terrein van jeugdgevangenis Hunnerberg en dat de gehele oostzijde grenst aan een relatief nieuwe parkzone op de helling tussen de Ubbergseveldweg en de Berg en Dalseweg. In totaal is de planlocatie 1,36 ha groot.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

7

De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Hatert, Sectie K, nummers 825 en 1080. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 13580 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Oost. Dit bestemmingsplan is door de raad op 26 juni 2013 vastgesteld. Onderhavig plangebied heeft de bestemming Gemengd - 1 met de functieaanduiding 'onderwijs'. De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor cultuur en ontspanning, wonen, kantoren, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. Ter plaatse van de aanduidng 'onderwijs' zijn tevens onderwijzvoorzieningen toegestaan. Het bouwvlak mag tot maximaal 40% bebouwd worden met een maximum bouwhoogte van 10 meter en een maximum goothoogte van 8 meter.

De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat de bouw- en goothoogte wordt overschreden met het voorziene bouwplan. Tevens wordt het parkachtige karakter van de nieuwe wijk planologisch verankerd door tussen de hoofdgebouwen de gronden te voorzien van een groenbestemming. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

9

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving.Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Op het perceel bevindt zich een voormalig schoolgebouw, gebouwd in twee royale bouwlagen met daarboven een flauwe kap, georiënteerd op de Berg en Dalseweg. De school bestaat uit twee delen die middels een aula en een entreepartij zijn gekoppeld. Op het terrein achter de school bevonden zich tot voor kort een sporthal en een cluster met noodlokalen, die inmiddels zijn afgebroken. In de huidige situatie ligt het achterterrein geïsoleerd zonder relatie met de omgeving. De beplanting aan de westzijde vormt een buffer tussen het plangebied en de Hunnerberg, bij ontwikkelingen in het plangebied is het gewenst om deze groenzone te behouden en/of te versterken. De groenzone aan de oostzijde van het gebied dient daarentegen juist transparanter te worden om een relatie te leggen met de aangrenzende parkzone en woonbuurt. Het is ook wenselijk om de padenstructuur in het parkje door te zetten naar het plangebied zodat de gebieden op een logische wijze fysiek met elkaar worden verbonden. De belangrijkste toegang tot de planlocatie bevindt zich aan de Berg en Dalseweg. Aan deze zijde zijn twee bestaande inritten aanwezig. Aan de achterzijde van het terrein is een uitrit op de Ubbergseveldweg.

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

De komende jaren wordt het plangebied herontwikkeling tot een bijzondere woonbuurt die aansluit bij de unieke eigenschappen van de locatie en zijn omgeving. Het wordt een bijzondere wijk: groen, duurzaam en met veel gedeelde voorzieningen. Er wordt gebouwd op basis van een landschapsplan dat uitgaat van een 'boskamer op de helling'; het plangebied krijgt aan drie zijdes een natuurlijke groene rand waarin zoveel mogelijk van de bestaande bomen worden opgenomen. Binnenin de kamer wordt een openbaar en autovrij natuurlijk landschap aangelegd, dat het aanwezige hoogteverschil in kleine stappen overbrugt en het bindmiddel vormt tussen alle woningen. Centraal in de wijk liggen een speelplek en het gemeenschappelijke buurthuis. Verhardingen worden tot een minimum beperkt. Er wordt een programma gerealiseerd van circa 69 klimaatadaptieve woningen (42 appartementen en 27 grondgebonden woningen). Bij het ontwerp van de woningen is veel aandacht besteed aan groendaken en pv-panelen, retentiedaken, gevelgroen en het inbouwen van natuurinclusieve maatregelen. De nieuwe wijk is bijna autovrij en de ambitie is om als wijk fossiel-vrij te zijn. Een inrit aan de Berg en Dalseweg geeft toegang tot de gemeenschappelijke ondergrondse parkeergarage en fietsenberging. Er wordt een deelautoconcept aangeboden.

Een 'karrespoor' langs de grenzen van het plangebied met daaraan een minimaal aantal bezoekersparkeerplaatsen is de enige route voor auto's door het gebied.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

11

2.3

Stedenbouwkundige karakteristieken

De ontwikkeling is om de volgende redenen stedenbouwkundig wenselijk: Het bouwplan voegt een bijzonder nieuw woonmilieu toe aan Nijmegen Oost; De ontwikkeling biedt een sterke landschappelijke onderlegger die op goede wijze inspeelt op het landschap van de stuwwal en de aanwezige hoogteverschillen opnieuw zichtbaar en beleefbaar maakt; De ontwikkeling voegt een aanzienlijke oppervlakte groene openbare ruimte toe aan Nijmegen Oost. Verhardingen in de buurt worden beperkt tot het minimale; De bouwhoogte blijft met 4 bouwlagen voor de appartementen en 3 bouwlagen voor de grondgebonden woning relatief beperkt en is zorgvuldig afgestemd op het aanwezige hoogteverschil in het terrein en de omgeving en het landschapsplan voor de nieuwe woonbuurt. Dit wordt ondersteund door de resultaten uit de bezonningsstudie, zie Bijlage 12 Bezonningsstudie (Mix Architectuur, d.d. 10 november 2021).

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Relevant rijksbeleid

3.1.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; Beperken van klimaatverandering;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

13

Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is,en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuurvoor water en mobiliteit); Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Afweging Het plan ziet op de realisatie van een fossielvrije wijk in een groene parkachtige setting. Het draagt bij aan een goede leefomgevingskwaliteit, de woonbehoefte en aan een duurzaam mobiliteitssysteem. Het plan is vanwege deze redenen in lijn met de uitgangspunten uit de NOVI.

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

Per 1 juli 2017 geldt het gewijzigde Bro ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt is leidend voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied is het van belang de behoefte te onderbouwen. Een ontwikkeling kan als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt als het een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen betreft. De in het plan voorziene ontwikkeling dient als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro aangemerkt te worden. Aangezien het geldende bestemmingsplan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling niet mogelijk maakt, is deze 'nieuw'. Dit betekent dat moet worden beschreven dat de ruimtelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, voorziet in een behoefte. Aangezien het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied wordt niet toegekomen aan de verzwaarde motiveringsplicht die op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen die buiten bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Er is alleen een onderbouwing van de behoefte nodig.

In hoeverre voorziet de bouw van 69 woningen in de behoefte voor de regio Nijmegen?

Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2020-2030 Met de "Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2020-2030 hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 10.500 woningen tot 2030. Om dit te kunnen halen is een plancapaciteit van 130 % nodig. Daarbij gaat het dus om totaal ongeveer 13.500 woningen. Dit is gebaseerd op het woningmarktonderzoek van Companen dat eind 2019 is opgeleverd. Daaruit blijkt een enorme kwantitatieve opgave. Kwalitatief is de opgave met name gericht op de betaalbare categorieën (sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop).

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

Regionaal woningmarktonderzoek 2019 De woningmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling in productie nodig is: van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 woningen per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort. Het tekort is verhoudingsgewijs het grootst in de regio Nijmegen. Het zwaartepunt voor de korte termijn ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is vooral het gevolg van het groeiende aantal kleine huishoudens. Dit vertaalt zich in een behoefte aan gemaksvriendelijke kleine woningen, zoals appartementen. In de sociale huursector is er in de hele regio een transformatieopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens. In de koopsector spreidt de behoefte zich over verschillende categorieën en prijsklassen. Demografische ontwikkeling Nijmegen De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030. De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser.

Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Vergroten van het aantal levensloopgeschikte woningen. Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld.

Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030.

Woonprogramma Berg en Dalseweg 293-295

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

15

Het woonprogramma aan de Berg en Dalseweg 293-295 bestaat uit nieuwbouw van 69 klimaatadaptieve woningen (42 appartementen en 27 grondgebonden woningen). Op basis van de definities uit de Uitvoeringsagenda Wonen gaat het om dure koopwoningen. Op basis van het woonbehoefteonderzoek is in de koopsector vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. Hiermee wordt voorzien in de behoefte aan dure koopwoningen op basis van het meest recente woonbehoefteonderzoek en de gemeentelijke Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025.

3.1.3

Conclusie

Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte en vindt binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Relevant provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de omgevingsvisie hier richting aan. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand verstedelijkt gebied en past daarmee binnen de omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de Provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De Provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. De ontwikkeling is gelegen in het volgende door de provincie aangewezen gebied: Romeinse Limes Romeinse Limes De provincie en haar partners streven er samen naar de historische verdedigingslinie de Limes te beschermen met adequate ruimtelijke regelingen. Het is een cultuurhistorisch fenomeen van wereldbelang dat gedeeld wordt met buurprovincies. De ambitie van de provincie is om de Romeinse Limes te beschermen tegen ongewenste ingrepen en verder te ontwikkelen en beleefbaar te maken. Ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als deze de aanwezige kernkwaliteiten niet aantasten. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes worden niet aangetast door deze ontwikkeling, 4.10.2 Archeologie.

3.2.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid.

3.3

Relevant gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'

In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.

De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3.

Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

17

4.

Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen

Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.

Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.

4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.

Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.

2.

Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

3.

Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.

4.

Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.

8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1.

Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid.

2.

Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren.

3.

Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

19

mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4.

Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad.

5.

Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie.

6.

Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat.

7.

Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen.

8.

We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.

De beoogde ontwikkeling in het plangebied voldoet aan het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie: met de herontwikkeling van het plangebied wordt de impact van groei op de omgeving beperkt en wordt voorzien in het aspect compacte, dynamische stad; met de realisatie van deze fossielvrije wijk in een openbare, parkachtige setting dragen we

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

bij aan een groene, gezonde stad en aan duurzame mobiliteit.

3.3.2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de opgaven en keuzes uit de omgevingsvisie.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

21

22

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.

4.2

Wonen

4.2.1

Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2020 - 2030

Met de "Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2020-2030 hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 10.500 woningen tot 2030. Om dit te kunnen halen is een plancapaciteit van 130 % nodig. Daarbij gaat het dus om totaal ongeveer 13.500 woningen. Dit is gebaseerd op het woningmarktonderzoek van Companen dat eind 2019 is opgeleverd. Daaruit blijkt een enorme kwantitatieve opgave. Kwalitatief is de opgave met name gericht op de betaalbare categorieën (sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop).

4.2.2

Regionaal woningmarktonderzoek 2019

De woningmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling in productie nodig is: van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 woningen per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort. Het tekort is verhoudingsgewijs het grootst in de regio Nijmegen. Het zwaartepunt voor de korte termijn ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is vooral het gevolg van het groeiende aantal kleine huishoudens. Dit vertaalt zich in een behoefte aan gemaksvriendelijke kleine woningen, zoals appartementen. In de sociale huursector is er in de hele regio een transformatieopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens. In de koopsector spreidt de behoefte zich over verschillende categorieën en prijsklassen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

23

4.2.3

Demografische ontwikkeling Nijmegen

De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030. De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser.

4.2.4

Woonbehoefteonderzoek 2019

Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Vergroten van het aantal levensloopgeschikte woningen.

4.2.5

Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025

In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de ov-knooppunten.

4.2.6

Coalitieakkoord 2018-2022

In het coalitieakkoord Nijmegen "Samen Vooruit 2018-2022" zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven: bouwen aan een aantrekkelijke stad. We maken groei mogelijk en zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. We bouwen in deze periode 2000 (400 extra) sociale en 1200 (500 extra) middeldure huurwoningen.

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

4.2.7

Woonprogramma Berg en Dalseweg 293-295

Het woonprogramma aan de Berg en Dalseweg 293-295 bestaat uit nieuwbouw van 69 klimaatadaptieve woningen (42 appartementen en 27 grondgebonden woningen). Op basis van de definities uit de Uitvoeringsagenda Wonen gaat het om dure koopwoningen.

4.2.8

Conclusie

Op basis van het woonbehoefteonderzoek is in de koopsector vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. Het woningbouwprogramma past binnen deze behoefte.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Momenteel geldt voor het plangebied de aanduiding gemengd-1 in het bestemmingsplan Nijmegen-oost met als functie-aanduiding onderwijs. Het nieuwe plangebied is geheel omsloten met andere woongebieden met uitzondering van de westzijde waar het aansluit om een gemengde bestemming waar al jaren de Rijks Justitiële Jeugdinrichting Hunnerberg (RJJI Hunnerberg) is gevestigd. Gezien de nabijheid van deze instelling ten opzichte van het plangebied is onderzoek gedaan naar de effecten van licht en geluid op de woningen in het plangebied. Cauberg Huygen heeft een lichthinder onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 1 Lichthinderonderzoek (Cauberg Huygen, 13 juli 2021).

Op de positie van de geplande appartementen zijn lichthindermetingen uitgevoerd en is getoetst op verlichtingssterkte (Ev) en lichtsterkte (I). Uit de metingen is gebleken dat op een aantal posities sprake is van overschrijding op beide toetsingscriteria. Getoetst is aan de normen in de richtlijn lichthinder van de Nederlandse stichting verlichtingskunde uit 2014. Hierbij is ervan uitgegaan dat het plangebied een stedelijk gebied betreft. Voor dit type gebieden schrijft de richtlijn een grenswaarde voor van 10 Lux in de avond en 2 lux in de nacht voor de verlichtingssterkte. Daarnaast geldt voor lichtsterkte van de armatuur 10.000 candela voor de avond en 1.000 cd voor de nacht als grenswaarde. Daarmee geeft het onderzoek aan dat sprake is van een risico op lichthinder ten gevolge van de terreinverlichting van RJJI de Hunnerberg. Om de geluidbelasting van de RJJI Hunnerberg vast te stellen is nader onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 13 Actualisering akoestisch onderzoek industrielawaai (DPA Cauberg Huygen, 22 maart 2022). Dit rapport is gebaseerd op eerder uitgevoerde onderzoeken, zie hiervoor Bijlage 2 Akoestisch onderzoek De Hunnerberg (DPA Cauberg Huygen, nov 2017) en Bijlage 14 Akoestisch onderzoek industrielawaai De Roever (De Roever, 14 september 2020). Hierbij zijn alle installaties meegenomen evenals stemgeluid van sporters en verkeersbewegingen.

Bij de nieuwe woningen worden langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus berekend tot maximaal 40 dB(A) etmaalwaarde. Ter plaatse van de betreffende woningen van derden bedraagt het maximaal geluidniveau (LAmax) dat berekend is 67 dB(A) in de dagperiode, 61 dB(A) in de avondperiode en 59 dB(A) in de nachtperiode. Bovendien is er geen sprake van indirecte hinder.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

25

Er kan geconcludeerd worden dat er op basis van geluid sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat gezien de berekende waarden onder de richtwaarde voor gebiedstypering 'gemengd gebied' (stap 2) en 'rustige woonwijk' (stap 3 - VNG-Publicatie Bedrijven en Milieuzonering) liggen. Daarmee is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Er is sprake van een kans op lichthinder ten gevolge van de terreininrichting van RJJI de Hunnerberg. Door middel van het nemen van maatregelen, zoals het beter afstellen of afschermen van de huidige terreinverlichting, kan deze kans op lichthinder ondervangen worden.

4.4

Geluid

ONderhavig bestemmingsplan maakt nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Als deze geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone van een gezoneerde geluidbron liggen dan moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd en moeten de resultaten worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. Voor bestaande geluidgevoelige bestemmingen is geen onderzoek nodig. In het ontwerp bestemmingsplan Berg en Dalseweg 293-295, zijn meerdere bouwvlakken met de bestemming woningen binnen de geluidszone van de Berg en Dalseweg geprojecteerd. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat bij drie bouwvlakken de voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai van 48 dB (na aftrek artikel 110 WGH) wordt overschreden, zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek. Op het eerste bouwvlak voor grondgebonden woningen, vanaf de Berg en Dalseweg, is de geluidsbelasting maximaal 57 dB (A). Aan de achterzijde van het bouwvlak (bij volledige benutting van de bouwhoogte), wordt de voorkeurswaarde niet overschreden. Bij het tweede bouwvlak voor grondgebonden woningen vanaf de Berg en Dalseweg wordt een waarde van maximaal 50 dB (A) bereikt. Voor het bouwvlak aan de westzijde van het plangebied wordt aan de zuidelijke gevel een maximale waarde van 54 dB(A) bereikt. Andere gevels kennen over een deel van dit bouwvlak een waarde die de voorkeurswaarde van 48 dB (A) overschrijdt.

Voor deze bouwvlakken in het bestemmingsplan Berg en Dalseweg 293-295 moeten de maximale geluidsbelastingen worden vastgelegd in een hogere waardenbesluit. Voor de woningen waarvoor geluidsbelastingen boven de 48 dB wegverkeerslawaai worden vastgesteld kunnen aanvullende eisen gelden. Deze worden vastgelegd in het hogere waarden besluit, zie Bijlage 4 Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder.

4.5

Luchtkwaliteit

Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.

Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit.

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit Jaargemiddelde grenswaarde NO2 Jaargemiddelde PM10

norm 40 ìg/m3

grenswaarde 40 ìg/m3

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015 1 juni 2011

1 juni 2011

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.

Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het onderhavige plan bestaat uit het voornemen om bestaande bebouwing te slopen en 69 woningen terug te bouwen. De netto verkeersaantrekkende werking van deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer (vergelijkbaar met verkeersaantrekkende werking van 1500 woningen). Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden.

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

27

Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. De woningen zijn geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof (max. 25 ìg/m3 stikstofdioxide) echter niet hoger dan de grenswaarden (tot 25 ìg/m3 stikstofdioxide). Er zijn geen bezwaren voor realisatie van het plan.

4.6

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. In de omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Er liggen dan ook geen PR contouren over het plangebied. Op grote afstand (meer dan 1,5 km) van het plangebied liggen wel transportassen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De risico's op een ernstig incident binnen het plangebied ten gevolge van dit transport zijn vanwege de grote afstand verwaarloosbaar klein. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.7

Bodem

De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van het volgende onderzoek: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Berg en Dalseweg 295 te Nijmegen, MWH B.V., 29 juni 2015, kenmerk M15B0152, zie Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek Uit dit bodemonderzoek blijkt het volgende: Er is geen leeflaag op het terrein aangetroffen. In het opgeboorde materiaal over de gehele onderzoekslocatie is tot 1,0 m-mv bijmenging met puin, baksteen, kolen(gruis), slakken, glas, beton en aardewerk aangetroffen. Ter plaatse van het verdachte noordelijke terreindeel is in de bovengrond bijmenging met bodemvreemd materiaal aangetroffen, vergelijkbaar met bijmenging die elders op het onverdachte terreindeel is waargenomen. Op het onverdachte (zuidelijke) terreindeel zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK gemeten. Plaatselijk is een sterke verontreiniging met lood geconstateerd (boring 12).

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

In de ondergrond van het zuidelijk terreingedeelte zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Ter plaatse van het verdachte noordelijke terreindeel zijn matig tot sterke verontreinigingen met lood, zink en koper gemeten. Het betreft de bovengrond van boringen 36 en 37 (westelijke gevel noodlokaal). In de ondergrond van boring 29 (sportveld) is een sterke verontreiniging in de bovengrond aanwezig. Dit is ter plaatse van de voormalige zandwinput die is volgestort met puin en dergelijke. Bij de overige boringen op het noordelijk terrein zijn licht verhoogde concentraties aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie gemeten. Er is geen asbestverontreiniging aangetoond in de grond. In 2020 is een BUS melding Immobiel ingediend om de verontreinigde bodem te saneren. Saneringsdoelstelling De doelstelling van de sanering is het aanbrengen van een leeflaag. Daartoe is 26.000m3 sterk verontreinigde grond ontgraven. 17.000m3 is herschikt en 9000m3 sterk verontreinigde grond is afgevoerd. De sanering is in 2021 afgerond. De bodem is daarmee geschikt voor woningbouw.

4.8

Water

4.8.1

De watertoets

Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

4.8.2

Algemeen

Het plan behelst de ontwikkeling Berg en Dalseweg 296 'Kops Kwartier'. Het plangebied ligt op de scheidingslijn van de wijken Hunnerberg en Hengstdal in Nijmegen-Oost en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wel wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

4.8.3

Oppervlaktewater

In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Oost - 12 (Berg en Dalseweg 293 -295)

29

4.8.4

Grondwater

Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het perceel ligt op de stuwwal en kent een aanzienlijk hoogteverschil. Snelle afstroming van hemelwater naar het laagste punt in het watersysteem dient beperkt te worden. Vertraagd afvoeren naar het laagste punt en/of op hoger gelegen delen het water vasthouden is gunstig voor de lokale grondwaterstand op hoger gelegen delen in het plangebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit.

Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=5b71229b-c0a5-426b-8a2d-811af2a1db30