Toelichting Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
61
62
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu
Bedrijven
Milieuzonering Bedrijvigheid in de zin van de Wet milieubeheer is die bedrijvigheid die onder het Activiteitenbesluit valt en/of een omgevingsvergunning nodig heeft. In dit bestemmingsplan zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten gekoppeld worden aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten in Nijmegen al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Hierbij zijn alleen de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar, verkeer en visuele aspecten van belang. De Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen is een verbijzonderde afgeleide van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Naast de afstandseisen uit de VNG-brochure moet uiteraard ook rekening worden gehouden met overige milieuhinder die aan de orde kan zijn bij bepaalde bedrijfscategorieën, waaraan speciaal overheidsbeleid en hierop gerichte jurisprudentie nadere invulling geven. Hierdoor wordt ook rekening gehouden met hinder die buiten de kaders van de VNG-brochure valt.
Deelplan De Grift De bedrijven op het oostelijk deel van het plangebied (De Grift) liggen aan de Stationsstraat, Stationsweg, Groothandelsweg en Koopmansweg. Het gaat hierbij om (groot)handelsbedrijven in diverse producten, bouwbedrijven in diverse producten en autobedrijven (handel, reparatie). In totaal 10 bedrijven bevinden zich in de milieucategorieën 3.1, 3.2, 4.1 (één bedrijf) en 4.2 (één bedrijf) en hebben daarmee de grootste milieuzones. De overige bedrijven bevinden zich in de milieucategorieën 1 en 2. Voor bedrijven die nu al in een hogere categorie dan 3.1 vallen is een specifieke aanduiding op de plankaart opgenomen.
Luchtfoto deelgebied De Grift
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
63
Per omliggend geluidgevoelig object is vastgelegd hoeveel de geluidbelasting op de gevel mag zijn voor het bedrijf Wido aan de Stationsstraat 37. Voor aannemersbedrijf van Wijk (Stationsstraat 82) geldt dat dit bedrijf een milieuvergunning heeft van de provincie Gelderland waardoor ze beperkt is in de geluidproductie. Met dit conserverende bestemmingsplan worden dus de ontwikkelingsmogelijkheden van de bestaande bedrijven niet aangetast.
Deelplan Rietgraaf Voor het deelgebied Rietgraaf geldt dat hier veel lichtere bedrijvigheid aanwezig is ten opzichte van deelgebied De Grift. Het bedrijventerrein aan de Halveweg, Rondweg en Windmolenweg vallen bijna allemaal in milieucategorie 2 of daaronder. Slechts één bedrijf kan worden aangeduid als categorie 3.1-bedrijf. Het deel van het bedrijventerrein dat grenst aan de verblijfsrecreatiegebied heeft nu alleen categorie 2 bedrijven. De verblijfsrecreatie kan worden gezien als gemengd gebied waarvoor een richtafstand geldt van 10 meter ten opzichte van categorie 2 bedrijven. De werkelijke afstand van de perceelsgrens van de bedrijven en de chalets is in een enkel geval minder dan deze 10 meter. De afstand tussen bedrijf en chalets is echter feitelijke groter doordat er ook geparkeerd wordt voor de bedrijven. Daarnaast is sprake van een dichte groene haag tussen bedrijventerrein en chalets. De verwachting is dus dat de bedrijvigheid niet tot hinder gaat leiden. Voor de bedrijven is de situatie conserverend. Ze worden dus niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden aangetast.
Deelplan Rietgraaf. Aan de zuidzijde grenst het recreatieterrein aan het LPG-tankstation. Dit is een categorie 3.1 bedrijf met name op grond van de risicocontouren. De verantwoording daarvan staat in de paragraaf externe veiligheid. Voor geur en geluid is de richtafstand in een gemengd gebied 10 meter. Aan deze afstand wordt voldaan omdat het tussenliggende perceel nu als groen dan wel parkeerterrein in gebruik is.
Overige milieuaspecten
64
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
De richtafstanden voor geur gelden tot aan geurgevoelige objecten. Dit zijn objecten waarin langdurig mensen kunnen verblijven. Het gaat hier dan om woningen en kantoren. De bestaande bedrijven hebben geen richtafstand voor geurhinder over bestaande geurgevoelige objecten liggen. Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk dat er geurhinder zal ontstaan in het plangebied. Voor stofhinder geldt een richtwaarde van 200 meter voor het bedrijf Gacon en 100 meter voor het gebruik van beide puinbrekers bij van Wijk en Heijting. Het betreft hier een gemengd gebied daardoor gelden de richtafstanden van 100 respectievelijk 50 meter. Deze richtafstanden voor de bedrijven Gacon en Heijting liggen niet over gevoelige functies in het plangebied. De locatie van de puinbreker voor het bedrijf Van Wijk is met een specifieke aanduiding vastgelegd in het bestemmingsplan. Ook deze afstand reikt niet tot aan gevoelige functies. Er is dan ook geen stofhinder in het plangebied te verwachten. Naast bovenstaande bedrijven zijn alle windmolens van Windpark Park 15 en Nijmegen Betuwe langs de A15 van invloed op het plangebied. De geluidaspecten op de gevoelige functies zijn hiervoor al besproken. De risico's van de molens worden behandeld in de paragraaf externe veiligheid. Slagschaduw van de nabijgelegen windturbines kan ook hinder opleveren op het plangebied.
Voor het realiseren van het windmolenpark is onderzoek (Pondera, Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwhinder windpark Nijmegen Noord, 4 maart 2015) gedaan naar de effecten van slagschaduw op omliggen de kwetsbare objecten. De slagschaduwtijd van de molens op de adressen Groothandelsweg 4 en Stationsweg 22a is berekend op respectievelijk 8 uur en 10 minuten en 5 uur en 30 minuten per jaar. De molens dienen altijd te kunnen voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit en hebben voor een eventuele overschrijding van de slagschaduwtijd ook een stilstandvoorziening. Het milieuspoor biedt in dit geval dus voldoende bescherming voor de woningen in het plangebied. De bestaande bovengrondse hoogspanningslijn voldoet aan de wettelijke eisen. Via een apart bestemmingsplan zal het ondergronds brengen van deze hoogspanningslijn mogelijk worden gemaakt.
Spuitzones landbouw Aan de oostzijde van het plangebied liggen enkele percelen met een agrarisch bestemming. Er gelden geen wettelijke afstandseisen van deze bestemming tot aan een woonbestemming. Voor bepaalde type agrarisch gebruik zoals bomen- en fruitbomenteelt en bollenteelt is het bekend dat vaak veel chemische bestrijdingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Hiervoor is het dan ook al langer gebruikelijk een afstand van 50 meter aan te houden van deze percelen tot aan woonbestemmingen. Een recent advies van de Gezondheidsraad (Nr. 2020/10, Den Haag, 29 juni 2020) geeft aan dat blootstelling aan deze middelen een risico voor de gezondheid zijn waarvan echter niet duidelijk is aan te geven hoe groot dit risico is. Daarnaast zijn er natuurlijk ook diverse negatieve effecten op de natuur beschreven. In de regels wordt een zone van 50 meter aangehouden van de agrarische percelen tot aan woonpercelen waar het gebruik van deze middelen niet is toegestaan. Conclusie Vanuit de milieuzonering is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
65
5.2
Bodem
De bodem in het plangebied is op een aantal locaties onderzocht. Hieruit is gebleken dat plaatselijk verontreinigingen met onder andere zware metalen, minerale olie, PAK's en/of asbest aanwezig zijn. In het grondwater is ter plaatse van enkele percelen een nikkelverontreiniging aangetroffen. De verontreinigingen in de grond en in het grondwater geven geen gezondheidsrisico als het terrein op dezelfde manier gebruikt wordt zoals nu ook al het geval is. Ter plaatse van een landbouwweg ten westen van Stationsstraat 47 is onder de verhardingslaag een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. Indien het gebruik van deze landbouwweg gaat veranderen, dient deze nader onderzocht en mogelijk gesaneerd te worden. Geconcludeerd wordt dat er zijn geen financiële of milieutechnische problemen door bodemverontreiniging zijn. Bodemonderzoek is noodzakelijk op locaties waar ontwikkelingen worden toegestaan om te toetsen of de bodem geschikt is voor het gewenste gebruik.
5.3
Geluid
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen of nieuwe geluidgezoneerde wegen (verkeers- of spoorweglawaai) of industrieterreinen mogelijk. Het plan hoeft voor verkeerslawaai en industrielawaai niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder.
5.4
Stikstof
Op enkele kilometers van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Rijntakken dat o.a. is aangewezen voor een aantal stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Op grotere afstand zijn andere Natura2000-gebieden gelegen die ook aangewezen zijn voor een aantal stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Wanneer een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, moet een Passende Beoordeling worden gemaakt waaruit kan worden geconcludeerd dat de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied niet worden aangetast, voordat toestemming kan worden verleend aan het plan of project. Gezien de afstand tot het Natura2000-gebied de Rijntakken en de andere Natura2000-gebieden, zijn negatieve effecten die kunnen optreden t.g.v. oppervlakteverlies, versnippering, verstoring, verdroging of verontreiniging op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Voor effecten t.g.v. een mogelijke toename van de stikstofbelasting is dat, zonder een nadere regeling in het bestemmingsplan, niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is in de regels een stikstofregeling opgenomen.
Dit om uit te kunnen sluiten dat het bestemmingsplan (theoretisch) planologische mogelijkheden biedt die kunnen leiden tot een toename van de stikstofbelasting van voor stikstof gevoelige en overbelaste Natura2000-gebieden. In het bestemmingsplan wordt geen mogelijkheden geboden voor ontwikkelingen die gepaard kunnen gaan met een relevante toename van de stikstofemissie en –depositie. Er is wel voorzien in de mogelijkheid om hiervoor een uitzondering op te nemen als er sprake is van een onherroepelijke Wnb-vergunning voor een nog te realiseren project binnen dit plan. Het is namelijk mogelijk een onherroepelijke Nbw-vergunning één-op-één in te passen in een bestemmingsplan. Hiervoor is noodzakelijk dat het bestemmingsplan niet méér mogelijk maakt dan hetgeen door de Wnb-vergunning is toegestaan. Dit dient in de planregels van het
66
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
bestemmingsplan geborgd te zijn. Deze mogelijkheid is in de planregels van het concept ontwerp bestemmingsplan opgenomen, maar het is op dit moment nog duidelijk of deze van toepassing is. Dit zal voor de vaststelling van het bestemmingsplan duidelijk moeten zijn. In de regeling is ook een uitzondering naar aanleiding van de recente inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Hierin is een vrijstelling opgenomen voor projecten die enkel tijdens de bouwfase een toename van de stikstofemissie – en depositie kennen (opgenomen in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming). Daarnaast worden ook effecten die tot een toename (afgerond) van de stikstofdepositie die beperkt is tot 0,00 mol/ha/jaar, als uitzondering opgenomen. Het betreft ontwikkelingen die slechts gepaard gaan met een zeer geringe toename van de stikstofemissie en daarom niet leiden tot een significant effect op de stikstofdepositie. Voor ontwikkelingen die dit plafond overschrijden en niet vallen binnen de hiervoor genoemde uitgezonderde situaties, zal een aparte buitenplanse procedure moeten worden gevolgd.
5.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
jaargemiddelde grenswaarde NO2 jaargemiddelde grenswaarde PM10 daggemiddelde grenswaarde PM10 Tabel: luchtkwaliteit
norm 40 micro g/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
40 micro g/m3
1 juni 2011
max. 35 dagen/jaar > 50 micro 1 juni 2011 g/m3
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling,
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
67
de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). In december 2021 is een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie voorgelegd waarin nieuwe advieswaarden van het WHO zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. NSL-maatregelen Ter plaatse vinden er in de huidige situatie geen overschrijdingen van de grenswaarden plaats (zie uitdraai concentratie stikstofdioxide 2019 hieronder).
Afbeelding - Jaargemiddelde concentraties NO2 in 2019 Het plan is als een deel van een IBM project opgenomen in het NSL, waarbij de realisatie van totaal 88 ha was voorzien. Nu wordt voorzien in het vastleggen van de bestaande situatie met een grootte van 32 ha. Het is positief dat dat een stuk minder is. De eventuele mogelijke groei
68
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
van de uitstoot van de bestaande bedrijven wordt met een stikstofplafond beperkt in dit plan. Verdergaande uitbreiding van bestaande bedrijven is nog mogelijk binnen de randvoorwaarden van milieuvergunningspoor. Dat het al is opgenomen in het NSL betekent dat compenserende maatregelen die nodig waren al worden uitgevoerd. Echter blijft er wel een opgave over wat betreft de lokale luchtkwaliteit ter plaatse van de woningen in het gebied. Het is daarom van belang extra aandacht te besteden aan duurzame mobiliteit en dit mogelijk als voorwaarde op te nemen bij de uitgifte van de grond.
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een bedrijventerrein is geen gevoelige bestemming.
Conclusie Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.
5.6
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. Dit bestemmingsplan legt zoveel als mogelijk de bestaande situatie vast en biedt daar waar gewenst ontwikkelingsruimte. De volgende risicobronnen liggen in het plangebied of hebben invloed op het plangebied. Enkele windmolens De aardgastransportleidingen N-578-19 en A524 en A533 Een gasontvangststation LPG tankstation de Rietgraaf De Betuwe route De A15 Het spoor
Van de vijf windmolens die aan de A15 zijn bestemd in Nijmegen is alleen de meest oostelijke molen nog niet gerealiseerd. De vier Lagerweij molens die wel zijn gerealiseerd hebben een PR 10-6 afstand van 149 meter zoals blijkt uit de bouwaanvraag. Binnen deze afstand zijn volgens het Activiteitenbesluit geen kwetsbare objecten toegestaan. De op de kaart aangegeven
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
69
afstand van 50 meter is de PR 10-5 contour waarvoor geldt dat hier ook beperkt kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. Binnen de PR 10-5 liggen momenteel geen (beperkt-) kwetsbare objecten en binnen de PR 10-6 contour ook geen kwetsbare objecten. Voor de meest oostelijke nog niet gerealiseerde molen is in dit plan een PR 10-6 veiligheidszone aangewezen waarbinnen beperkingen gelden voor toekomstige ontwikkelingen. De zone is bepaald op basis van de maximale bouwhoogte en rotordiameter in het bestaande bestemmingsplan van respectievelijk 100 en 101 meter. Hiermee komt de maximale PR 10-6 contour van de nog niet gerealiseerde molen op 151 meter. Aardgasleiding N-57-19 heeft een diameter van 7 inch en een druk van 40 bar. Hiermee is de belemmeringenstrook 4 meter aan weerszijde van de buisleiding. Daarnaast geldt er een 100% lethaal contour van 40 meter en een 1% lethaalcontour van 75 meter. De leiding komt Nijmegen binnen vanaf de noordzijde ter hoogte van de middelste bestemde windmolen. Daarna loopt deze parallel aan de A15 naar oost en parallel aan het spoor naar het zuiden om uiteindelijk te eindigen in een gasverdeelstation aan de Stationsweg 20a. Het gehele tracé loopt hoofdzakelijk door agrarisch bestemd terrein. Alleen ter hoogte van het eindpunt doorkruist de leiding enkele woonbestemmingen (Stationsweg 14-20).
Er worden geen nieuwe kwetsbare bestemmingen binnen dit tracé mogelijk gemaakt. Een verdere groepsrisicoverantwoording is dan ook niet noodzakelijk. Deze leiding loopt dus deels onder twee bestaande windmolens en een nog te realiseren windmolen door. Hierdoor wordt ook het risico op leidingbreuk verhoogd en ontstaat er een PR 10-6 contour buiten de belemmeringenstrook (QRA 28-2-2015, figuur 3). De grotere aardgasleidingen A524 en A533 liggen veel zuidelijker maar hebben deels de 1% lethaalcontour over het plangebied liggen. De 100% lethaal contour valt echter geheel buiten het plangebied. Alleen ontwikkelingen binnen de 100% lethaalzone kunnen significante effecten hebben voor de hoogte van het groepsrisico. Aangezien het tevens om een in hoofdzaak conserverend bestemmingsplan gaat wordt afgezien van een groepsrisicoverantwoording. Het gasontvangststation aan de Stationsweg 20a heeft volgens het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand van 15 meter (type b) rond het gebouw. Hierbinnen mogen zich geen kwetsbare objecten bevinden. In de regels is hier een specifieke gebiedsaanduiding (veiligheidszone - gasontvangstation) opgenomen. Het LPG tankstation De Rietgraaf aan de Stationsstraat 27a is een Bevi-bedrijf omdat het ook LPG verkoopt. De PR-contour van dit bedrijf is bepaald aan de hand van de doorzet van 1000 m3 per jaar die is vastgelegd in de vergunning van het bedrijf.
De PR 10-6 van de ondergrondse LPG-tank (RD coördinaten: 186165:433393) is 25 meter en ligt deels over de bestemming verblijfsrecreatie. De rest van de PR contouren (vulpunt RD186211 x 433339 = 35 meter en afleverzuil 186178x 433360 =15 meter) valt over eigen terrein of de omliggende infrastructuur. Binnen het invloedsgebied worden de bestaande bestemmingen gehandhaafd. Een toe- of afname van het groepsrisico is met dit bestemmingsplan dus niet te verwachten. Om deze reden wordt afgezien van een groepsrisicoverantwoording. De transportroutes Betuwelijn, A15 en het spoor hebben een invloedsgebied over het plangebied. Geen van deze routes heeft een PR contour over het plangebied. De afstand van het plangebied tot aan de A15 en de Betuwelijn is dusdanig dat er geen significante effecten op het groepsrisico te verwachten zijn en dus wordt er afgezien van een verantwoording van dit risico. Het spoor aan de oostzijde ligt wel dichterbij het plangebied. Hier is echter ook geen significant effect op et groepsrisico te verwachten aangezien het een bestaande situatie is en binnen de 200 meter vanaf het spoor slechts een enkele woning ligt.
Voor toekomstige ontwikkeling van bedrijven in het gebied zijn nieuwe risico's volgens de beleidsvisie van 2014 toelaatbaar mits een eventuele nieuwe PR contour niet over naburige (beperkt-) kwetsbare objecten of percelen waar die objecten mogelijk zijn valt. Deze eventuele contour mag wel over bestemmingen vallen waarop deze objecten niet gerealiseerd kunnen
70
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
worden. Conclusie Op grond van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor dit plan.
5.7
Fysieke veiligheid
Het aspect fysieke (brand)veiligheid stelt voorwaarden aan de inrichting van de openbare ruimte, de situering van gebouwen ten opzichte van elkaar, de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid. De van toepassing zijnde voorwaarden zijn (zie paragraaf 5.6 voor externe veiligheid): Inrichting openbare ruimte: ontvluchting en zelfredzaamheid Hoe de openbare ruimte is ingericht, is van invloed op de mate waarin hulpdiensten de incidentlocatie kunnen bereiken en betrokkenen bij een incident in staat zijn een locatie te ontvluchten. In dit kader zijn de mogelijkheden voor ontvluchting en zelfredzaamheid binnen het plangebied getoetst. Bereikbaarheid Wat bereikbaarheid betreft, zijn voor dit plan met name de dimensionering van de wegen en de bereikbaarheid van de hoofdtoegang(en)/brandweertoegang(en) van de gebouwen vanaf de weg van belang. De afstand van de straat tot deze brandweertoegang mag niet meer dan 10 meter bedragen en er dient een opstelplaats voor het voertuig te zijn Conclusie De VRGZ heeft op 19 oktober 2021 advies uitgebracht over de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid op basis van de aanwezige risicobronnen binnen het plan en de ongevalsscenario's die daarbij kunnen optreden.
De VRGZ onderschrijft de bevindingen, zoals weergegeven in paragraaf 5.6, en voegt daaraan toe dat de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid bij een eventuele fakkelbrand in de buurt van het plangebied vanuit de gasbuisleidingen gering is en dus tot een groot aantal slachtoffers kan leiden. Het risico daarop is echter uitermate klein waardoor aanvullende maatregelen niet worden overwogen. Op grond van fysieke veiligheid zijn er geen belemmeringen voor dit plan.
5.8
Milieueffectrapportage
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk invulling aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.
Voorliggend bestemmingsplan legt in hoofdzaak de bestaande rechten c.q. situatie vast en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het perceel Stationsstraat 53 vormt hierop een uitzondering. Ter plaatse worden de gebruiksmogelijkheden van het perceel gewijzigd van 'Agrarisch' naar 'Wonen' en bedrijvigheid in milieucategorie 3.2. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De beoogde gebruikswijziging kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject,
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
71
maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
kenmerken van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële effect.
Kenmerken van het project Met het plan wordt beoogd de bestaande situatie op de bedrijventerreinen De Grift en Rietgraaf vast te leggen in een actueel juridisch-planologisch kader. Er is slechts één ontwikkeling c.q. gebruikswijziging voorzien. Op de locatie Stationsstraat 53 wordt een bestaand agrarisch (bij)gebouw bestemd ten behoeve van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2. De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt bestemd als een reguliere burgerwoning.
Plaats van het project Het plangebied omvat de bedrijventerreinen De Grift en Rietgraaf, alsmede enkele omliggende gronden. Het gebied maakt onderdeel uit van de Waalsprong en ligt in het meest noordelijke deel van Nijmegen. Het perceel waar de beoogde gebruikswijziging plaatsvindt is gelegen aan de Stationsstraat (nummer 35) en kadastraal bekend als gemeenten Nijmegen, sectie E, nummer 203.
Kenmerken van het potentiële effect Op het perceel bevindt zich momenteel één agrarische bedrijfswoning en één agrarisch (bij)gebouw. Beide hebben een agrarische bestemming. In de nieuwe situatie wordt een afwijkend gebruik toegestaan. Het perceel wordt bestemd als 'Wonen' en het bijgebouw (en een deel van de aangrenzende gronden) wordt mede bestemd voor bedrijvigheid in milieucategorie 1 tot en met 3.2. De oppervlakte die kan worden aangewend voor bedrijfsmatige activiteiten bedraagt maximaal 500 m2 brutovloeroppervlak. Het plan valt in de categorie D 11.2 "aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarden voor een m.e.r. voor deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De voorgenomen gebruikswijziging blijft ruim binnen deze drempelwaarden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verder in de toelichting van het bestemmingsplan diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.
Conclusie Het potentiële effect door het voorgenomen bestemmingsplan kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een m.e.r. voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk maakt.
72
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
5.9
Klimaat en duurzaam bouwen
5.9.1
Klimaatadaptatie
Toetsingskader Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. De afgelopen zomers zijn er verschillende hitterecords gebroken en komt hevige regenval steeds frequenter voor. Dat levert risico's op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Anticiperend op het veranderende klimaat heeft de rijksoverheid het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in het leven geroepen. Hierdoor hebben gemeenten, waterschappen en provincie de verplichting de opgave voor ruimtelijke adaptatie in beeld te krijgen en te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn voor een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. Met de regio is vervolgens vanaf 2017 aan de slag gegaan om middels stresstesten en risicodialogen een strategie op te stellen. De regio is gevoelig tot zeer gevoelig voor hitte, droogte en wateroverlast. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap: https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1 dac8e8da5a94e3 De regio's Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal hebben met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en met regionale stakeholders de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld.
In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. In de RAS zijn zes actiethema's benoemd om de uitdagingen aan te pakken. De ambitie is om het liefst in 2035 en uiterlijk 2050 een klimaat bestendige regio te zijn. De gemeente Nijmegen is gestart met het vertalen van de RAS naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. In 2021 moet duidelijk zijn welke maatregelen we moeten nemen om de negatieve effecten van de klimaatverandering beter op te kunnen vangen in de stad. Daarnaast ontwikkelen we nieuwe normen op het gebied van klimaatadaptatie en stellen we prioriteitsgebieden vast als uitwerking van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie is klimaatadaptatie een randvoorwaarde: We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. Bij het ontwikkelen van de stad zien we daarom klimaatadaptatie als randvoorwaarde. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. In het GRP 2017-2023 ligt het accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050.
Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Nijmegen heeft de basisrichtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte ondergebracht in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Deze is te vinden onder https://nijmegen.hior.nl/ Een voorbeeld van een richtlijn is: Pas alleen verharding toe waar nodig (Operatie Steenbreek). Planvoornemen
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
73
De thema's 'Groenblauwe stad' en 'Klaar voor de hitte' van de RAS zijn van toepassing op dit gebied. Kijk voor de volledige tekst van deze thema's op pagina 13 en 15 van het RAS rapport: https://ruimtelijkeadaptatie.nl/publish/pages/165404/2019_06_12_ras_rijk_van_maas_en_wa al_-_interactive_1.pdf Door klimaatverandering komen er extra risico's in de toekomst: meer piekbuien en langere perioden van hitte en droogte. De stad is extra gevoelig voor hitte. Door steen, beton en hoge gebouwen wordt warmte langer vastgehouden. Ook zijn er plekken in de stad waar regenwater zich ophoopt, waardoor wateroverlast kan ontstaan. En de afgelopen drie jaar hebben we ervaren wat droogte doet met onze groenvoorzieningen in de stad. Hieronder per klimaateffect wat in dit plangebied specifiek van toepassing is en maatregelen die genomen kunnen worden. Wateroverlast Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt, zorgt voor minder wateroverlast omdat het dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. In dit plangebied wordt de eerste regen afgevoerd via een verbeterd gescheiden rioolsysteem naar de waterzuivering. De rest van het hemelwater voert af via diverse watergangen naar de Linge. Zie paragraaf water voor meer informatie.
Om het riool te ontlasten en om onnodig schoon water naar de waterzuivering af te voeren, willen we in dit gebied geleidelijk overgaan naar een duurzaam gescheiden rioolstelstel. Dat wil zeggen dat hemelwater bovengronds wordt geïnfiltreerd in de bodem en zo wordt gezuiverd en het overtollige hemelwater via de watergangen wordt afgevoerd. Voor sloop en herbouw en nieuwbouw gelden de nieuwe regels voor waterberging. Voor bestaande gebouwen willen we dit graag stimuleren. Maatregelen waaraan gedacht kan worden, zijn groene daken, wadi's of zaksloten. Voor meer ideeën verwijzen we naar bijgevoegde lijst klimaatadaptieve maatregelen. Maatregelen voor het hemelwater dat valt op het dakoppervlak zijn voor alle categorieën bedrijven mogelijk. Voor ander maatregelen gelden beperkingen naar verhouding van de vervuiling van het water. In het kaartje hieronder is te zien welke plekken van het bedrijventerrein meer kwetsbaar zijn voor wateroverlast. Het kaartje geeft een indicatie weer van overlast bij 60 mm regen in uur. Waarbij het riool al vol zit en waarbij infiltratie in de bodem niet is meegenomen. Dit type extreme buien zal in de toekomst steeds frequenter vallen.
74
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Droogte Naast wateroverlast wordt droogte ook een steeds groter probleem. Ook dit gebied is hier gevoelig voor. We willen daarom het water dat valt zolang mogelijk vasthouden en ten goede laten komen aan het groen in dit plangebied. Tevens dient bij de plant/boomkeuze en de bijbehorende groeiplaatsen rekening gehouden te worden met het toekomstig klimaat. Hittestress In dit plangebied is hittestress tevens een aandachtspunt. Bedrijventerreinen bestaan vaak uit grote vlakken verharding dat in de zomer flink opwarmt en nauwelijks afkoelt. Groene daken, gevelgroen en groen op parkeerterreinen verminderen de hittestress in de gebouwen én de omgeving. Ook kleur en materiaalgebruik kunnen een positieve effect op de omgevingstemperatuur, En hebben in potentie vele positieve meerwaarde, zoals verhoogde biodiversiteit, betere isolatie, en verhoogde vastgoedwaarde. Ook schaduw door bijv. bomen kan een belangrijke bijdrage zijn aan de koelte in dit gebied. Koele plekken dragen bij aan een aangename leef en werkklimaat. In het kaartje hieronder is te zien dat dit bedrijventerrein veel warmer is dan de referentie, het buitengebied. Dit kaartje geeft weer het verschil in gevoelstemperatuur bij het huidige klimaat. In het toekomstige klimaat zal lange periodes van hitte frequenter voorkomen en de extreme toenemen.
Achteruitgang biodiversiteit De maatregelen voor klimaatadaptatie zoals groene daken, meer groen en bomen heeft een positief effect op de biodiversiteit. Hiermee creëren we een prettige en toekomstbestendige leefomgeving. In paragraaf 4.4 is hier dieper op ingegaan onder andere door de maatregelen voor natuurinclusief bouwen.
Conclusie Als gemeente Nijmegen bevorderen we bovenstaande maatregelen, ook bij bestaande bedrijven. In het kader van dit bestemmingsplan en omliggende ontwikkelingen is met elk geïnteresseerd bedrijf gesproken en doelstellingen m.b.t. klimaatadaptatie bespreekbaar
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
75
gemaakt.
5.9.2
Klimaatadaptieve maatregelen
Er kunnen maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag en het zorgt voor minder hittestress en droogte. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen/waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen voorkomen hittestress.
Conclusie Als gemeente Nijmegen bevorderen we bovenstaande maatregelen, ook bij bestaande bedrijven. In het kader van dit bestemmingsplan en omliggende ontwikkelingen is met elk geïnteresseerd bedrijf gesproken en doelstellingen m.b.t. klimaatadaptatie bespreekbaar gemaakt.
5.9.3
Energie
Nijmegen heeft de ambitie om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen.
5.9.3.1
Energiebehoefte beperken
De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden.
76
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
5.9.3.2
Hernieuwbare energie opwekken
De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk bijvoorbeeld aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
77
78
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Hoofdstuk 6 Ontwikkelingen en ruimtelijke onderbouwing 6.1
Overzicht ontwikkelingslocaties
Op basis van een inventarisatie door een enqûete (2020) en individuele gesprekken met bedrijven (2021) zijn er een aantal wensen en concrete ontwikkelingen (via aanvragen omgevingsvergunningen) bij bedrijven. De concrete ontwikkelingen worden meegenomen in dit bestemmingsplan. Specifiek gaat het om de volgende bedrijven/ontwikkelingen: 1. 2. 3.
6.2
Schenk BV, Groothandelsweg 8: sloop bestaande bebouwing en uitbreiding bedrijfsbebouwing. Evers Specials, Stationsstraat 33: uitbreiding bedrijfsbebouwing. Stationsstraat 53: wijzigen agrarische bestemming naar woonbestemming met mogelijkheid bedrijvigheid.
Ruimtelijke onderbouwing
De juridische onderbouwing van de in paragraaf 6.1 benoemde ontwikkelingen wordt in deze paragraaf beschreven en beoordeeld. 1. Schenk BV Schenk Groep heeft aan de Groothandelsweg 4 een omgevingsvergunning ontvangen (mrt 2021) voor het slopen van bestaande bebouwing langs de zuidgrens van hun kavel. Verdere herontwikkeling is mogelijk binnen de huidige regeling van het bestemmingsplan. De ontwikkeling is passend binnen de doelstellingen van het bestemmingsplan. 2. Evers Specials Evers Specials heeft plannen om fasegewijs haar bedrijfspand te vernieuwen en uit te breiden. Concreet gaat het om een extra ruimte voor het optimaliseren van het bedrijfsproces en het toevoegen van kantoor en kantineruimte. Voor de eerste fase heeft het bedrijf een omgevingsvergunning aangevraagd. Deze omgevingsvergunning is verleend (nov 2021) en is passend in de huidige regeling van het bestemmingsplan. 3. Stationsstraat 53 De eigenaar heeft verzocht om een deel van de agrarische gronden, grenzend aan de Stationsstraat, inclusief de bestaande bedrijfswoning en bedrijfshal te wijzigen qua bestemming. Het verzoek betreft het wijzigen van de bedrijfswoning in een burgerwoning en het mogelijk maken van bedrijfsmatige activiteiten t/m categorie 3.2 in het bestaande bedrijfspand. Het verzoek past in z'n omgeving aangezien langs de Stationsstraat en Stationsweg meerdere burgerwoningen aanwezig zijn.
Op de plaats van het bestaande bedrijfspand wordt bedrijvigheid toegestaan die passend is in ten opzichte van de (directe) omgeving waar wonen en bedrijvigheid tevens gemengd voorkomen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
79
80
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Hoofdstuk 7 Plansystematiek en juridische vormgeving 7.1
Algemeen
Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is uitgegaan van de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aan bestemmingsplannen stellen. De Wro en Bro leggen onder meer verplichtingen op ten aanzien van de opzet en presentatie van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit onder andere voort dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar moeten zijn. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) is op het voorliggende plan toegepast om aan genoemde wettelijke verplichting te voldoen. Ook een aantal algemene bepalingen, welke in hoofdstuk 3 en 4 van de regels is opgenomen (bijvoorbeeld de overgangsregels), is voorgeschreven in het Bro. Het (juridische deel van het) bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de (plan)regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding visualiseert de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van de aanwezige en/of op te richten bouwwerken.
De toelichting heeft geen bindende werking: de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemmingen en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven. Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.
planvorm De planvorm moet er op gericht zijn alle aanwezige functies in het plangebied te voorzien van een zodanige bestemmingsregeling dat enerzijds in zekere mate ontwikkelingen mogelijk zijn en anderzijds de ruimtelijke kwaliteit voldoende gewaarborgd blijft. Uitgangspunt is een flexibel en toekomstgericht bestemmingsplan. Dit betekent dat niet alleen het bestaande gebruik van een perceel of pand wordt vastgelegd, maar ook wordt bekeken of op voorhand een ander gebruik aanvaardbaar is. Ook betekent het dat niet alleen de bestaande bebouwing wordt vastgelegd, maar wordt tevens bekeken in hoeverre extra bebouwingsmogelijkheden geboden kunnen worden. Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande planologische mogelijkheden.
planmethodiek Voor de actualisatie van bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan is zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
81
7.2
Regels
De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit inleidende regels (waar wordt ingegaan op de begrippen en wijze van meten), de bestemmingsregels (waar de bestemmingen en dubbelbestemmingen worden beschreven), de algemene regels (waar de algemeen geldende regels staan) en de overgangs- en slotregels (met het overgangsrecht). In de SVBP 2012 is de indeling van de regels van het bestemmingsplan en de wijze waarop de planregels zijn opgebouwd aangegeven.
7.3
Flexibiliteitsbepalingen
Naast de flexibiliteit, die de rechtstreekse bouw- en gebruiksmogelijkheden reeds bieden, kunnen extra mogelijkheden worden geboden via een omgevingsvergunning en wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden, de zogenaamde flexibiliteitsbepalingen. In dit bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen bij de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie 2 en Waarde-Archeologie 3 en bij de aanduidingen milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied en wetgevingszone-waarde archeologie 1. Verder zijn in dit bestemmingsplan mogelijkheden opgenomen om met een omgevingsvergunning af te kunnen wijken van de regels. Wijzigingsbevoegdheden Bij de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie 2 en Waarde-Archeologie 3 en de aanduiding wetgevingszone-waarde archeologie 1 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om deze dubbelbestemming of aanduiding te kunnen laten vervallen of juist een dubbelbestemming op te kunnen nemen wanneer op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn dan wel uit onderzoek juist blijkt dat er ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Omgevingsvergunning Binnen de verschillende bestemmingen, dubbelbestemmingen, algemene regels en overgangsen slotbepalingen is de mogelijkheid opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van de regels.
Het kan hierbij gaan om afwijking van de bouwregels of afwijking van de gebruiksregels. Ook is bij de dubbelbestemmingen het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden (voormalige aanlegvergunning) en/of een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (voormalige sloopvergunning) alleen mogelijk na het verlenen van een omgevingsvergunning.
7.4
Aanvullende ruimtelijke instrumenten
Op het moment dat zich een geval voordoet dat niet past binnen de bestaande situatie en waarvoor op grond van het bestemmingsplan ook geen (binnenplanse) omgevingsvergunning kan worden verleend, kan gebruik worden gemaakt van een aantal (wettelijke) instrumenten om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze instrumenten worden hieronder nader beschreven.
82
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
7.4.1
Vergunningvrij bouwen (of gebruiken)
In bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) zijn activiteiten opgenomen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen twee categorieën van vergunningvrije activiteiten: de categorieën gevallen waarin voor bouwactiviteiten of planologische gebruiksactiviteiten geen omgevingsvergunning is vereist (artikel 2). Deze activiteiten zijn op grond van het Bor vergunningvrij, ook al passen ze niet in het bestemmingsplan of de beheersverordening. De activiteiten hebben o.a. betrekking op: bijbehorende bouwwerken, een dakkapel in het achterdakvlak, zonnepanelen, vlaggenmasten, erfafscheidingen, nutsgebouwtjes, dakkapellen, antenne-installaties, straatmeubilair, containers voor huisvuil en installaties voor het regelen van verkeer; de categorieën gevallen waarin voor bouwactiviteiten geen omgevingsvergunning is vereist (artikel 3). Deze activiteiten zijn op grond van het Bor vergunningvrij voor zover de activiteiten passen in het bestemmingsplan of de beheersverordening. De activiteiten hebben o.a. betrekking op: bijbehorende bouwwerken, een dakkapel in het voordakvlak, zwembaden bij woningen, openbare speeltoestellen en een veranderingen van een bouwwerk.
Het Bor zelf stelt een aantal beperkingen aan het vergunningvrij bouwen (of gebruiken). Deze beperkingen zijn o.a. van toepassing op: beschermde monumenten (artikel 3a en 4a lid 1); (rijks)beschermde stadsgezichten (artikel 4a lid 2); een gebied dat wegens explosiegevaar of op grond van veiligheidsrisico's onbebouwd moet blijven (artikel 5, lid 3); gebieden met archeologische waarden (artikel 5 lid 4).
Bijbehorende bouwwerken (zoals aan-, uit- en bijgebouwen) mogen alleen vergunningvrij gebouwd worden binnen het 'achtererfgebied'. In artikel 1 is een definitie van het 'achtererfgebied' opgenomen. Wat op grond van het Bor onder 'achtererfgebied' wordt verstaan, kan echter verschillen met wat in het bestemmingsplan onder 'erf' wordt verstaan. De mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen (of gebruiken) volgens artikel 2 worden door het bestemmingsplan niet ingeperkt, tenzij in het bestemmingsplan een regeling is opgenomen die bebouwing van het erf verbiedt. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer voor (een gedeelte van) het erf de bestemming Groen is opgenomen of een (andere) bestemming of aanduiding die bebouwing uitsluit. In het bestemmingsplan zijn vaak een of meerdere dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen opgenomen met als doel om bepaalde waarden en/of bepaalde belangen te beschermen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de bescherming van archeologische waarden of het belang van een veilige waterkering. Om deze waarden of belangen te beschermen wordt meestal gewerkt met een bouwverbod. Het bouwverbod bij de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen is niet van toepassing op het vergunningvrij bouwen (of gebruiken) volgens artikel 2. Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen hebben wel tot gevolg dat het vergunningvrij bouwen volgens artikel 3 niet mogelijk is.
Er moet dan een omgevingsvergunning worden aangevraagd waarbij wordt getoetst of door dit bouwen de te beschermen waarden en belangen niet worden geschaad. Op het vergunningvrije bouwen (of gebruiken) is geen procedure van toepassing. Deze activiteiten kunnen zonder meer worden uitgevoerd. Vergunningvrije bouwactiviteiten dienen
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
83
wel te voldoen aan het Bouwbesluit.
7.4.2
Planologische kruimelgevallen
In bijlage II (artikel 4) van het Bor zijn ook de zogenaamde planologische kruimelgevallen opgenomen. Het gaat om bijbehorende bouwwerken die groter zijn dan de vergunningvrije bouwwerken, infrastructurele en nutsvoorzieningen, antennes tot 40m, duurzame energie-installaties, evenementen en gebruiksveranderingen (inclusief inpandige bouwactiviteiten). Voor de toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid zijn beleidsregels opgesteld. Voor de activiteiten die via de kruimelgevallenregeling mogelijk kunnen worden gemaakt geldt de reguliere voorbereidingsprocedure van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit betekent dat er een beslistermijn geldt van 8 weken na ontvangst van de aanvraag. Nadat de vergunning is verleend staat tegen de vergunning bezwaar en beroep open.
7.4.3
Projectafwijkingsbesluit
Voor de, op dit moment, onvoorziene omstandigheden, die niet met de voorgaande instrumenten zijn in te passen, biedt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de mogelijkheid van het bestemmingsplan af te wijken indien wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Voor het afwijken van het bestemmingsplan via dit instrument geldt de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Deze procedure omvat een termijn waarin de ontwerpvergunning ter inzage wordt gelegd en eenieder zijn of haar zienswijze kan indienen. De wettelijke proceduretijd bedraagt 6 maanden (exclusief voorbereidingstijd, opstellen ruimtelijke onderbouwing etc.). Nadat de vergunning is verleend staat hiertegen direct beroep open.
7.4.4
Postzegelbestemmingsplan
Behalve de mogelijkheden uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), kent ook de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) nog een mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Indien zich, na de vaststelling van het bestemmingsplan, op een bepaald perceel een ontwikkeling voordoet die niet past binnen het bestemmingsplan, kan hiervoor een zogenaamd postzegel-bestemmingsplan worden vastgesteld. Voor dat perceel komt dit (actualisatie) bestemmingsplan dan te vervallen.
84
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Hoofdstuk 8
Retrospectieve toets
Het bestemmingsplan is bindend voor een ieder. De primaire verantwoordelijkheid voor daadwerkelijke controle en handhaving ligt bij de gemeente. Doel van handhaven is het verkrijgen van een verbeterde leefbaarheid, veiligheid en verhoogde kwaliteit van de woon- en werkomgeving. Bouwen en gebruik conform het bestemmingsplan is uitgangspunt. Afwijkingen zijn alleen toelaatbaar als daarvoor een omgevingsvergunning voor is verleend. Handhaving kan plaats vinden via publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Bij deze laatste vorm is het Openbaar Ministerie betrokken. In het ruimtelijk bestuursrecht is de gemeente op grond van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van ontwikkelingen die strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan. Een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, kan in plaats daarvan aan een overtreder een last onder dwangsom opleggen. Deze vormen van handhaving vallen onder de zogenoemde repressieve handhaving. Hiermee wordt gedoeld op de middelen en/of het instrumentarium waarmee de gemeente naleving kan afdwingen, dan wel tegen normafwijkend gedrag correctief kan optreden. Naast repressieve wordt preventieve handhaving onderscheiden, gericht op het voorkómen dat overtredingen ontstaan.
Deze komt voornamelijk tot uitdrukking in het toezicht op bouwen en gebruik van gronden en gebouwen. Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen door informele middelen zoals informeel contact tussen de met handhaving belaste personen en de gebruikers en bouwers. Aan het hebben van voldoende draagvlak voor het gevoerde beleid kan essentiële betekenis worden toegekend. Bij het opstellen van het bestemmingsplan wordt door regelmatig bestuurlijk en maatschappelijk overleg en het instellen van een projectgroep met vertegenwoordigers van verschillende disciplines gestreefd naar consensus over het te voeren beleid. De grondslag voor een goed werkend handhavingsbeleid wordt gevormd door een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (gebruik en bebouwing) van het plangebied tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan. Ook voor de rechtszekerheid is het vastleggen van de bestaande toestand belangrijk. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan wordt ruim aandacht besteed aan de (technische) handhaafbaarheid van de regels. Deze dienen eenduidig te zijn. Een retrospectieve toets geeft aan welke situaties in bouw en gebruik er bestaan die niet in overeenstemming zijn met de vigerende bestemmingsplannen en verleende vergunningen.
In deze toets wordt aangegeven: in welke situaties handhavend wordt opgetreden (na de strijdige situatie te hebben gewraakt); in welke situaties een nieuwe bestemming wordt gegeven, of een omgevingsvergunning wordt verleend, waarmee de strijdige situatie gelegaliseerd wordt; in welke situaties wordt gekozen voor het onder het overgangsrecht brengen van de strijdige situatie (hetgeen alleen in uitzonderlijke situaties mogelijk is).
Adres Griftdijk 201
Situatie Mogelijkheden Het café-restaurant (Brasserie 1910) is Positief bestemmen in dit al tientallen jaren aanwezig (ook met bestemmingsplan andere namen/eigenaren) en is via een art. 19 lid 2 WRO-procedure toegestaan
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
85
Griftdijk 205
Griftdijk 239
Griftdijk 261
Griftdijk 279
Griftdijk 291
Groothandelsweg 1 C
Koopmansweg 1
Koopmansweg 1 A
86
De recreatiewoning werd vanaf 1-3-2014 Er is geen sprake van tot 18-12-2018 niet permanent overgangsrecht. Er wordt bewoond. Gedurende deze periode zijn handhavend opgetreden geen personen als bewoners wegens het gebruik in strijd ingeschreven geweest in de BRP. met de geldende bestemming. De recreatiewoning werd voorheen Er vindt thans geen feitelijke gebruikt als beheerderswoning annex bewoning plaats. In het kader kantoor. Vanaf 30-8-2007 tot 15-3-2010 van de Wet basisregistratie zijn geen inschrijvingen in de BRP voor personen wordt een bekend, waaruit bewoning blijkt. Het onderzoek ingesteld. adres wordt thans als inschrijf/postadres gebruikt door meerdere personen. De recreatiewoning werd vanaf 21-12 Er is geen sprake van 2016 tot 5-3-2018 niet permanent overgangsrecht. Er wordt bewoond. Gedurende deze periode zijn handhavend opgetreden geen personen als bewoners wegens het gebruik in strijd ingeschreven geweest in de BRP. met de geldende bestemming. De recreatiewoning werd vanaf Er is geen sprake van 20-7-2017 tot 1-11-2018 niet permanent overgangsrecht. Er wordt bewoond. Er zijn geen inschrijvingen in handhavend opgetreden de BRP bekend gedurende deze periode. wegens het gebruik in strijd met de geldende bestemming. De recreatiewoning werd vanaf Er is geen sprake van 24-11-2010 tot 15-6-2012 en vanaf overgangsrecht.
Er wordt 8-1-2013 tot 1-3-2015 niet permanent handhavend opgetreden bewoond. Er zijn geen inschrijvingen in wegens het gebruik in strijd de BRP bekend gedurende deze met de geldende bestemming. perioden. Gevestigde vrachtwagenhandel (Vos Het bedrijf krijgt een Bedrijfswagens) is al jaren gevestigd specifieke aanduiding zonder passende bestemming. waarmee het huidige gebruik positief wordt bestemd. Bij beeïndiging van het gebruik door Vos Bedrijfswagens vervalt het recht. Gevestigde stoffenwinkel (Karteris Het bedrijf krijgt een Stoffen) is al jaren gevestigd zonder specifieke aanduiding passende bestemming. waarmee het huidige gebruik (detailhandel) positief wordt bestemd. Bij beeïndiging van het gebruik door Karteris Stoffen vervalt het recht. Gevestigde vrachtwagenhandel Het bedrijf krijgt een (Vierboom Trucks) is al jaren gevestigd specifieke aanduiding zonder passende bestemming. waarmee het huidige gebruik positief wordt bestemd. Bij beeïndiging van het gebruik door Vierboom Trucks vervalt het recht.