Toelichting Bijlage
Tekst van het document
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Wanneer studenten naar de campus reizen, gaan ze bij voorkeur met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer (of in combinatie). Deze modaliteiten nemen minder ruimte in beslag en zijn minder belastend voor het milieu. Omdat studenten vooral gebruikmaken van de fiets of lopen, zijn de onderwerpen veiligheid voor fietsers en voetgangers belangrijk. Door één in- en uitrit voor gemotoriseerd verkeer te behouden ontstaat een leesbare verkeerssituatie. Daarnaast moet worden gestuurd op de wijze waarop fietsers de toekomstige bebouwing bereiken. Door meerdere ingangen te maken en fietsenstallingen inpandig te realiseren, is het mogelijk grote stromen fietsers te sturen en doorstroming te verbeteren. Deze fietsenstalling komt in de nabijheid van de ingang naar de woningen. Daarnaast ontstaan mogelijkheden om voetgangersbewegingen te sturen via een veilige semi-openbare ruimte gekoppeld aan het nieuwe gebouw dat gerealiseerd wordt aan de Groenewoudseweg. Wel moet er in de buitenruimte een mogelijkheid komen waar bezoekers hun fiets kunnen parkeren. Om te zorgen voor minimale overlast bij laden, lossen en bij het ophalen van afval door ophaaldiensten zal op de parkeerplaats een oplossing worden gezocht. Verkeer Voor de kencijfers verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 381.
Deze kencijfers verkeersgeneratie worden bij de planvorming gebruikt om het aantal motorvoertuigbewegingen per dag te berekenen. De gemeente gaat in beginsel uit van het minimum van de kencijfers van het CROW per functie. Dit past ook bij de GGD-locatie. Dit sluit aan bij de gemeentelijke mobiliteitsdoelen. De gemeente zet in op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s in de stad. De maximale verkeersgeneratie neemt bij de ontwikkeling tot studentenwoningen af ten opzichte van de huidige functie met kantoor.
3.8 Gezondheid 3.8.1 Geluid Het plan voorziet in de nieuwbouw van woningen. Dit is een geluidsgevoelige bestemming. Er dient een beoordeling aan de hand van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden gedaan. Vanuit de Wgh moet een akoestisch onderzoek worden gedaan om na te gaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft en de grenswaarden in de Wgh niet overschrijdt. Het plangebied ligt in de directe omgeving van een aantal gezoneerde wegen (Groenewoudseweg, Heyendaalseweg) en de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Tevens bevindt zich een brandweerkazerne om de hoek in de Professor Bellefroidstraat. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit berekeningen blijkt dat het wegverkeer op de gezoneerde wegen een geluidsbelasting op de gebouwen zal veroorzaken van maximaal 60 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar lager dan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
van 63 dB. De geluidsbelasting vanwege het spoor is op alle rekenpunten lager dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Ter plaatse van alle gebouwen is sprake van geen of minimale cumulatie van wegverkeer. De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt maximaal 61 dB. Effecten van cumulatie moeten worden meegenomen bij de bepaling van de geluidwering van de gevels. Uit onderzoek naar de brandweerkazerne blijkt dat er sprake is van een overschrijding van de normen voor de avondperiode in incidentele bedrijfssituaties. Deze situaties vinden maximaal 12 keer per jaar plaats. De maximale geluidbelasting bedraagt 59 dB(A). De gemeente kan via een maatwerk een hoger geluidsniveau toestaan, onder de voorwaarde dat er wordt voldaan aan de binnenwaarde van 30 dB(A) in de avondperiode. Dit betekent dat er een minimale geluidwering van de gevel van 29 dB(A) moet zijn. Dit is hoger dan de standaard eisen uit het Bouwbesluit. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouw. Doordat het voeren van een geluidsignaal verplicht is op basis van de ‘Regeling optische en geluidssignalen 2009’, hoeft dit niet getoetst te worden aan de waarden uit het Activiteitenbesluit. De berekende overschrijding wordt, gezien het maatschappelijk belang en de veroorzaking door incidentele activiteiten, acceptabel geacht.
Er gelden vanuit het aspect geluid geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.8.2 Luchtkwaliteit Voor de planlocatie is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd naar stikstofdioxide en fijnstof. Wat betreft de bijdrage van het plan aan de luchtkwaliteit is het ‘Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen’ van belang. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van ongeveer 198 studentenkamers. Dit plan veroorzaakt geen verkeersaantrekkende werking die een verslechtering van meer dan 3% veroorzaakt. De maximale bijdrage van extra verkeer is 0,16 µg/m³ stikstofdioxide (NO2) en 0,04 µg/m³ fijnstof (PM10). Ter plaatse van het plan worden de bestaande grenswaarden niet overschreden. Luchtkwaliteit vormt geen beperking voor het plan.
3.8.3 Stikstof Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename van deze ontwikkeling zowel voor de aanleg- als gebruiksfase niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage 3 bij de plantoelichting). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden worden blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten.
3.8.4 Veiligheid De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevt) en risicovolle transportroutes, zoals wegen, vaarwegen en spoorwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en buisleidingen. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden/-afstanden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. Over het plangebied liggen geen PR 10-6 contouren. Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron.
Het groepsrisico dient verantwoord te worden.
In de omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Er liggen geen invloedsgebieden van bedrijven over het plangebied. Alleen het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor van Nijmegen naar Den Bosch zou in een zeer onwaarschijnlijk geval een effect kunnen hebben op de planlocatie. Over het spoor van Nijmegen naar Venlo worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) schrijft alleen een volledige verantwoording van het groepsrisico voor in een gebied binnen 200 meter van het spoor. Het
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
plangebied ligt daar ruim buiten. Het kleine restrisico binnen het plangebied is verantwoord in de ‘Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen, 2014, pagina 33’. Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Conclusie Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het project leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk. Bijlagen
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Akoestisch onderzoek ontwerp bestemmingsplan Groenewoudseweg 275
Opgesteld door : Datum : Kenmerk :
A. Krikke, gemeente Nijmegen 12-10-2023 PRS2022332v2
0
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wetgeving en gemeentelijk beleid 2.1 Wet geluidhinder 2.2 Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013 2.3 Cumulatie 2.4 VNG bedrijven- en milieuzonering 2.5 Activiteitenbesluit 2.6 Indirecte hinder - verkeer van en naar de inrichting 3 Doel onderzoek 3.1 Ontvankelijkheid voor een Hogere Waardebesluit 3.2 Bronbeschrijving 4 Uitgangspunten voor het akoestisch onderzoek 4.1 Uitgangspunten wegverkeerslawaai 4.2 Uitgangspunten spoorweglawaai 4.3 Uitgangspunten industrielawaai 5 Onderzoeksresultaten 5.1 Onderzoeksresultaten wegverkeer 5.2 Onderzoeksresultaten spoorweglawaai 5.3 Onderzoeksresultaten bedrijven 5.4 Onderzoeksresultaten cumulatie 5.5 Maatregelafweging wegverkeer 5.6 Toetsing aan de Wet geluidhinder 5.7 Toetsing aan de Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013 6 Conclusie
1 2 3 3 7 8 9 9 10 11 11 11 13 13 14 14 17 17 18 18 20 20 21 21 23
1
1 Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan Groenewoudseweg 275 bevindt zich tussen de Groenewoudseweg, de Heyendaalseweg en het spoor Nijmegen – Venlo. Het plan betreft realisatie van studentenwoningen Figuur 1
Bij een bestemmingsplan moet er in het kader van de Wet Geluidhinde gekeken worden naar de geluidsbelasting door wegverkeer, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen. Dit rapport is opgesteld door Bureau Ruimtelijke Planvorming (team Geluid) van de gemeente Nijmegen.
2
2 Wetgeving en gemeentelijk beleid 2.1 Wet geluidhinder Op 16 februari 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht geworden. Deze wet heeft tot doel om geluidhinder veroorzaakt door gezoneerd wegspoorverkeer en gezoneerde industrieterreinen te beperken door. Overige bronnen vormen geen onderdeel van de Wgh en zodoende ook geen onderdeel van dit onderzoek. Burgemeester en Wethouders zijn verplicht om bij het vaststellen of herzien van bestemmingsplannen onderzoek in te stellen naar: • De geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige objecten binnen de zonegrenzen; • De mogelijkheden om deze geluidsbelasting te beperken De Wgh is ook van toepassing Bij de aanleg en/of wijziging van een weg. Een wijziging is een fysieke aanpassing of een maatregel die leidt tot een toename in geluid van 2dB of meer. Er geldt dan een plicht om onderzoek in te stellen naar: • De toename van de geluidsbelasting van bestaande woningen en geluidsgevoelige objecten; • De mogelijkheden om een eventuele toename van de geluidsbelasting ongedaan te maken. • Deze regel is niet van toepassing bij de aanleg of wijziging van 30 km/u wegen, woonerven en wegen die op Geluidsplafondkaarten staan Ook voor de aanpassing van de zonegrens van een industrieterrein geldt er in het kader van de Wgh een onderzoeksplicht.
Geluidsgevoelige bestemmingen De volgende objecten worden in Wet geluidhinder beschermd: • • •
Woningen; Andere geluidsgevoelige gebouwen; Geluidsgevoelige terreinen.
Deze bescherming geldt als het gebruik van de betreffende objecten is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan of beheersverordening. Een "ander geluidsgevoelig gebouw" is een gebouw aangewezen in art. 1.2 Bgh: • • • • •
Onderwijsgebouwen; Ziekenhuizen en verpleeghuizen; Verzorgingstehuizen; Psychiatrische inrichtingen; Kinderdagverblijven.
De aanwijzing als "ander geluidsgevoelig gebouw" geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan de verblijfsruimten zoals genoemd in art. 1.1 lid 1 onder d Bgh. Een "geluidsgevoelig terrein" is een terrein aangewezen in art. 1.2 Bgh: • •
Woonwagenstandplaatsen Ligplaatsen voor woonschepen. 3
Geluidszone Een zone is het akoestische aandachtsgebied rond een (spoor)weg of industrieterrein. Tabel 1: De zonebreedte voor wegverkeer conform de WGH art 74: Aantal rijstroken
Breedte geluidszone in meters Binnenstedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2
200
250
3 of 4
350
400
5 of meer
350
600
De zone strekt zich uit vanaf de as van de weg tot de vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone. Een auto(snel)weg is altijd buitenstedelijk, ongeacht of een locatie in de zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. De Wgh geldt enkel voor wegen met een doelsnelheid van 50 km/u of meer. Dit maakt dat 30 km/u wegen niet beschouwd worden. Vanuit een goede ruimtelijke ordening willen wij aansluiten op de oorspronkelijk intentie achter de zonering als geldend bij de wetswijziging in 1988. Deze stelt dat de gemeente de mogelijkheid hebben om wegen met een intensiteit lager dan 2450 mvt per etmaal van zonering vrij te stellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kijken wij dus enkel naar 30 km/u wegen in onze maatregelafweging als de intensiteit meer dan 2450 mvt per dag bedraagt.
Voor spoorwegen aangegeven op geluidsplafondkaart deze kaart wordt in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bg) de omvang van deze zone geregeld. Deze is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (GPP). Nijmegen kent geen spoorwegen die niet op de geluidsplafondkaart staan. Tabel 2: Breedte geluidszone spoor Hoogte GPP Breedte van de geluidszone in meters Kleiner dan 56 dB 100 56 tot 61 dB 200 61 tot 66 dB 300 66 tot 71 dB 600 71 tot 74 dB 900 74 dB of meer 1200 De grens van de geluidszone voor industrieterreinen wordt in het bestemmingsplan vastgelegd. Het industrieterrein zelf vormt geen onderdeel van de zone. Een locatie kan binnen meerdere zones liggen. Elke zone dient afzonderlijk beschouwd te worden.
4
Grenswaarden Wgh Is de geluidsbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde dan is er sprake van een goed leefklimaat. De voorkeursgrenswaarde mag worden overschreden tot een maximale waarde mits er wordt voldaan aan de regels uit het Hogere Waarde Besluit.
De toetsing vindt plaats op de (mogelijke) locatie van de gevel van een geluidgevoelig object of op de grens van een geluidsgevoelig terrein. Voor de Wgh is het dak ook een gevel. Is er geen bouwblok aangegeven, dan wordt er getoetst op de grens van de kavel. Is er geen kavel ingetekend, dan geldt de grens van de “geluidsgevoelige bestemming” als toetspunt. Hoogtes volgen uit de maximaal toegestane bouwhoogte.
Grenswaarden wegverkeer Voor wegverkeer geldt er een onderscheid tussen de situatie: bouwen bij een bestaande weg en het aanleggen van een nieuwe weg. Per weg wordt binnen de geluidszone van die weg de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige objecten berekend. Deze waarden worden verminderd conform artikel 110g van de Wgh. Tabel 3: Aftrek artikel 110g Wegtype
Aftrek
Doelsnelheid <70km/u
5dB
Doelsnelheid 70km/u of meer Als de geluidsbelasting zonder aftrek 57 dB bedraagt
4dB
Als de geluidsbelasting zonder aftrek 56 dB bedraagt
3dB
Als de geluidsbelasting zonder een andere waarde heeft
2dB
Deze waarde wordt getoetst aan de volgende waarden: Tabel 4: wegverkeerslawaai; bouwen bij een bestaande weg Geluidsgevoelige objecten
Voorkeursgrenswaarde
Wonen en andere geluidsgevoelige objecten Categorie woningen
48 dB
Maximale ontheffingswaarde Aanwezige weg Aanwezige auto(snel)weg Woning In stedelijk gebied 63 dB In buitenstedelijk1 gebied 53 dB In buitenstedelijk gebied 53 dB Agrarische woning In buitenstedelijk gebied In buitenstedelijk gebied 58 dB 58 dB Vervangende nieuwbouw In stedelijk gebied 68 dB Binnen bebouwde kom 63 Buiten bebouwde kom 58 dB Buiten bebouwde kom dB 58 dB Andere geluidsgevoelige objecten Hoogst toelaatbare waarde Gebouwen in buitenstedelijk gebied
53 dB
Gebouwen in stedelijk gebied
63 dB
Geluidsgevoelige terreinen
53 dB
5
Tabel 4: wegverkeerslawaai; aanleg van een nieuwe gezoneerde weg (niet GPP) Geluidsgevoelige objecten
Voorkeursgrenswaarde
Wonen en andere geluidsgevoelige objecten Categorie woningen
48 dB
nog niet geprojecteerde woning
Hoogst toelaatbare waarde Woning in stedelijk gebied 58 dB Woning in buitenstedelijk gebied 53 dB
Geprojecteerde woning
Woning in stedelijk gebied 58 dB Woning in buitenstedelijk gebied 53 dB Reeds aanwezige of in Woning in stedelijk gebied 63 dB aanbouw zijnde woning Woning in buitenstedelijk gebied 58 dB Gebouwen in buitenstedelijk gebied 58 dB Gebouwen in stedelijk gebied
63 dB
Geluidsgevoelige terreinen
53 dB
Grenswaarden spoorweglawaai De Wgh richt zich op de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van een spoorweg. De aanleg of wijziging van een spoorweg op de geluidsplafondkaart valt niet binnen de Wgh. Hoewel niet waarschijnlijk qua plaatsvinden, gelden voor de aanleg van een nieuwe niet GPP-spoorweg dezelfde grenswaarden als bij de realisatie van nieuwe woningen binnen de zone van een bestaande spoorweg (art. 4.1 Wgh). Tabel 5: systematiek spoorweglawaai Geluidsgevoelige objecten
Voorkeursgrenswaarde
Wonen
55 dB
Gebouwen
53 dB
Geluidsgevoeligen tereinen
55 dB
Geluidsgevoelige objecten
Hoogst toelaatbare waarde
Wonen
68 dB
Gebouwen
68 dB
Geluidsgevoeligen tereinen
63 dB
Dove gevel Een dove gevel is een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van de constructie en 33 dB. Indien er in de gevel incidenteel te openen delen zijn die geen toegang bieden tot een verblijfsruimte is er eveneens sprake van een dove gevel. Een dove gevel geldt in de Wgh niet als een gevel en mag dus buiten beschouwing worden gelaten. Een dove gevel is enkel een dove gevel als deze ook als dusdanig in het bestemmingsplan is vastgelegd.
6
2.2 Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013 Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 110a lid 5 en lid 6 van de Wet geluidhinder alleen hogere waarden vaststellen als is gebleken dat: 1. 2.
3.
De geluidsbelasting niet kan worden verlaagd tot de voorkeurswaarde; De geluidsbelasting kan worden verlaagd tot de voorkeurswaarde, maar dat dit leidt tot overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard; De gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting
In de “Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder 2013” is omschreven onder welke voorwaarden een hogere waarde vastgesteld kan worden. Een hogere waarde procedure voor woningen kan alleen worden gestart indien ten minste aan één van de volgende criteria wordt voldaan: 1. 2.
3. 4. 5.
De woning vervangt bestaande bebouwing; De woning schermt bestaande of nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen doelmatig af (in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend; De woning vult een open plaats op tussen de bestaande bebouwing; De woning is een bedrijfswoning; De woning ligt in binnen een straal van 500 m vanaf een ov-knooppunt;
Voor een nieuw te bouwen woning zal alleen een hogere waarde worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De woning heeft ten minste één geluidsluwe zijde; 2. Ten minste één buitenruimte van deze woning ligt aan de geluidsluwe zijde; 3. Als de geluidsbelasting van de woning groter is dan 53 dB wegverkeer en/of 58 dB spoorverkeer, dan ligt ten minste één slaapkamer aan de geluidsluwe zijde. De geluidsbelasting mag per bron niet hoger zijn dan de voorkeurswaarde. Elke afzonderlijk(e) (spoor)weg of industrieterrein is een bron. De geluidsluwe zijde voor een bron is pas een geluidsluwe zijde als geen enkele andere bron daar zorgt voor een geluidsbelasting boven de voor dat brontype geldende voorkeursgrenswaarde. Een buitenruimte is een tuin, balkon of loggia die voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit. Een woning van 40 m2 of kleiner heeft geen plicht tot het hebben van een buitenruimte en dus ook niet tot het hebben van een “geluidsluwe buitenruimte”. De geluidsluwe zijde is de zijde met de laagste geluidsbelasting op de gevel. Deze geluidsbelasting mag voor geen enkele bron hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Bij het bouwen op een geluidsbelaste locatie is een goed gebouwontwerp van groot belang. Met geluidsisolatie bereik je alleen rust in de woning.
Door de woning goed te positioneren ten opzichte van de geluidsbron kan een geluidsluwe zijde worden gemaakt. Het huis werkt dan als geluidsscherm.
7
2.3 Cumulatie Een gebied kan door meerdere bronnen belast worden. Deze bronnen kunnen de objecten vanuit meerdere richtingen belasten maar ook vanuit eenzelfde richting. Dit kan ertoe leiden dat: • Een woning geen geluidsluwe zijde en/of buitenruimte heeft • Een zijde door cumulatie van een brontype alsnog zwaarder belast is voor dat brontype als maximaal toelaatbaar. • Een zijde alsnog zo zwaar belast is dat een in eerste instantie niet verantwoordbare maatregel alsnog zinvol is. De geluidsisolatie wordt bepaald aan de hand van de belasting door een bronsoort. De toetsing op cumulatie door verschillende brontypen dient beoordeeld te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor de optelling van verschillende bronsoorten wordt de alom geaccepteerde methode Miedema toegepast waarbij elke bron wordt omgerekend naar een mate van verkeerslawaai met een gelijke hinder. De omrekenfactor luidt: Tabel 6: Omrekenfactor Wgh bronnen conform Miedema Bron
Omrekening naar wegverkeerslawaai in dB
Wegverkeerslawaai
(Lden ex artikel 110 WGH) x 1
Industrielawaai
Lil + 1dB
Spoorverkeerslawaai
0,95 x Lrl -1,4 dB
De som van al die naar wegverkeer omgerekende bronnen wordt energetisch opgeteld. Vervolgens wordt de akoestische kwaliteit van de gecumuleerde waarde bepaald. Tabel 7: Waardeoordeel conform de methode Miedema. Cumulatieve waarde conform Miedema Akoestische kwaliteit ≤45dB
Zeer goed
46 - 50dB
Goed
51 - 55 dB
Redelijk
56 - 60 dB
Matig
61 - 65 dB
Tamelijk slecht
66 – 70 dB ≥ 71 dB
Slecht Zeer slecht
Aanvaardbaar binnenniveau Het toegestane geluidsniveau in de woningen volgt uit het Bouwbesluit 2012 artikel 3.3 lid 1, waarin een binnenniveau van 33 dB (als gevolg van weg- en spoorweglawaai) wordt gesteld voor nieuwbouw.
8
2.4 VNG bedrijven- en milieuzonering In de VNG-publicatie zijn 2 omgevingstyperingen opgenomen voor de omgevingskwaliteit: • ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. “ • ‘gemengd gebied’ “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. “ Op basis van de functies zoals deze zijn opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen nabij het plangebied kan een typering van de omgeving plaatsvinden. Het toetsingskader voor het akoestisch onderzoek is in tabel 2.1 samengevat. Uitgangspunt voor het toetsingskader van het wegverkeerslawaai is de realisatie van nieuwbouwwoningen binnen de bebouwde kom van Nijmegen. Voor de woningen gelden conform de VNG-publicatie in beginsel de grenswaarden volgens stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), het maximale geluidniveau (LAmax) en de verkeersaantrekkende werking (Lih).
Indien de grenswaarden uit stap 2 niet toereikend zijn, kan het bevoegd gezag na motivatie de grenswaarden van stap 3 hanteren.
2.5 Activiteitenbesluit Inrichtingen vallen onder de werkingssfeer van het Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer), hierna aangeduid als het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn geluidsnormen opgenomen ter plaatse van de dichtbijgelegen woningen. Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: - de niveaus op de in navolgende tabel genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in navolgende tabel aangegeven waarden:
9
Tabel 8: Geluidgrenswaarden Activiteitenbesluit milieubeheer. Dagperiode 7.00-19.00u.
Avondperiode Nachtperiode 19.00-23.00u. 23.00-7.00u.
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in- of aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in- of aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
2.6 Indirecte hinder - verkeer van en naar de inrichting Het geluid vanwege het verkeer van en naar de inrichting van belang is zolang men dit geluid nog kan onderscheiden van het overige wegverkeersgeluid. Zodra de voertuigen die aan de inrichting zijn te relateren opgegaan zijn in het heersende verkeersbeeld, is de hinder daarvan niet meer herkenbaar en daarom niet toe te rekenen aan de betreffende inrichting. De zogenaamde Schrikkelcirculaire “Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer” van 29 februari 1998 wordt gehanteerd als leidraad. De bandbreedte waarbinnen het bevoegd gezag het verkeer van en naar de inrichting beargumenteerd kan toestaan bedraagt 50 dB(A) tot 65 dB(A). Geluid vanwege verkeer van en naar de inrichting wordt alleen berekend voor zover het verkeer niet op het terrein van de inrichting rijdt. Het gaat dus om het verkeer op de openbare weg wat toe te rekenen is aan de post. De grenswaarden van het equivalente geluidniveau LAeq, geldend op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, luiden als volgt: • 50 dB(A) tussen 7:00 en 19:00 uur; • 45 dB(A) tussen 19:00 en 23:00 uur; • 40 dB(A) tussen 23:00 en 7:00 uur. De maximale grenswaarde bedraagt 65 dB(A). Deze waarden gelden als ondergrens, als ten minste toelaatbaar.
Het geluid wordt berekend op basis van de door VROM in 1999 uitgegeven Handleiding Meten en rekenen industrielawaai. De geluidbelasting wordt berekend met de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012.
10
3 Doel onderzoek Bij een bestemmingsplan moet er in het kader van de Wet Geluidhinde gekeken worden naar de geluidsbelasting door wegverkeer, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen. Dit geschiedt door te kijken of er op basis van de zonegrenzen overlap is tussen geluidszones voor wegverkeer, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen en dit plangebied. Is er sprake van overlap, dan moet voor elke bron waar dit voor geldt, de geluidsbelasting bepaald worden. Is deze geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor die betreffende bron, dan kunnen er maatregelen voorgesteld worden. Zijn deze maatregelen niet toepasbaar dan volgt uit dit onderzoek of er een Hogere Waardebesluit kan worden genomen en onder welke voorwaarden dat is. Verder dient een aandacht besteed worden aan individuele inrichtingen. Voor inrichtingen is de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit van toepassing. In dit onderzoek wordt er getoetst of er voldaan wordt aan de normen uit de Wgh of er indien nodig een Hogere Waardebesluit moet en kan genomen worden en onder welke voorwaarde dit plaats vindt.
3.1 Ontvankelijkheid voor een Hogere Waardebesluit Deze locatie komt in aanmerking voor een hogere Waardebesluit omdat: • De woning(en) bestaande bebouwing vervangen; • De woningen een open plaats op tussen de bestaande bebouwing opvullen; Er mag hierdoor voor woningen een Hogere Waardebesluit worden afgegeven als: • De geluidsbelasting hoger is dan de standaardgrenswaarde • Lager is dan de maximaal toelaatbare waarde • Er geen doelmatige maatregelen mogelijk zijn • Er ondanks het treffen van doelmatige maatregelen nog steeds sprake is van een geluidsbelasting hoger dan de standaardgrenswaarde. • De gevels die hoger belast zijn dan de maximaal toelaatbare waarde in het bestemmingsplan worden vastgelegd als “dove gevel”. Wordt er voor een woning een Hogere Waardebesluit afgegeven, dan moet deze woning aan de indelingseisen van het Hogere Waardebesluit voldoen.
3.2 Bronbeschrijving Het plangebied ligt in de zone van de Groenewoudseweg, de Heyendaalseweg en de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Er zijn geen autosnelweg binnen een relevant afstaand van dit gebied aanwezig. Groenewoudseweg De Groenewoudseweg ligt aan de noordzijde van het plangebied en is een 50 km weg. Deze weg is voorzien van standaard asfalt. De Groenewoudseweg heeft een geluidszone van 200 m breed.
11
Heyendaalseweg De Heyendaalseweg ligt aan de noordzijde van het plangebied en is een 50 km weg. Deze weg is voorzien van standaard asfalt. De Heyendaalseweg heeft een geluidszone van 200 m breed.
Spoorlijn Nijmegen-Venlo
De spoorlijn Nijmegen-Venlo is een hoofdspoorlijn en is opgenomen in de geluidplafondkaart. Bij dit akoestisch onderzoek is uitgegaan van de brongegevens uit het geluidregister. De spoorlijn heeft een GPP langs dit gebied van maximaal 52 dB. Dit resulteert in een zonebreedte van 100 m.
Overige bronnen In en rond het gebied liggen ook enkele wegen voor de ontsluiting van de daar aan liggende woningen. De intensiteit op deze wegen is dusdanig laag dat hieruit geen overschrijding van de voorkeursgrenswaardes te verwachten valt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de cumulatie van deze bronnen met een van de Wgh bronnen wel beschouwd te worden. Tevens bevindt zich aan de zuidzijde een brandweerkazerne. In het kader van de Wgh is deze bron niet relevant, maar wel in het kader van goede ruimtelijke ordening.
12
4 Uitgangspunten voor het akoestisch onderzoek Het plan voor het ontwerp bestemmingsplan Groenewoudseweg 275 (is bijgevoegd in figuur 2). Binnen het plangebied worden twee gebouwen met de hoogte van 13 meter en één gebouw met de hoogte van 10 meter gerealiseerd. De waarneempunten voor de geluidberekeningen zijn geplaatst op 1,5 – 4,5 en 7,5 en waar relevant 10,5 meter boven het plaatselijke maaiveld.
Rekenmethode De standaard rekenmethode II is toegepast bij alle waarneempunten. Aan de hand van de uitleg in bijlage 2 wordt duidelijk waarom voor deze methode gekozen is. De rekenmodellen zijn opgesteld op het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel. De berekeningen zijn uitgevoerd met het DGMR-software GeoMilieu (versie 2022.41). In de berekening wordt met alle factoren die van belang zijn rekening gehouden, zoals afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping en hellingcorrecties. Er is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden.
4.1 Uitgangspunten wegverkeerslawaai Voor de toekomstige situatie is een prognose gemaakt van de verkeersintensiteiten en de verdeling in drie voertuigcategorieën (lichte –, middelzware – en zware motorvoertuigen). Deze prognose is gemaakt door Goudappel Coffeng. Het basisjaar van het verkeersmodel is 2020 pre-Corona. Voor de gehele Stadsregio heeft een kalibratie op telpunten plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van gegevens uit de regionale telprogramma’s en uit tellingen die enkele gemeenten zelf hebben aangedragen. Het prognosejaar is 2031 . Deze prognose is gemaakt op het verkeersmodel waarin onder andere de nieuwe ontwikkelingen zoals het Waalfront en Oversteek zijn verwerkt. Het verkeersmodel is opgeleverd met een rapportage ‘Ontwikkelingen 2020-2030/32 Actualiseringsronde RMVK Arnhem en Nijmegen 2021’, datum: 23 september 2021 van Goudappel Coffeng). De rapportage m.b.t. de verkeersgegevens kan op verzoek digitaal beschikbaar worden gesteld door de gemeente Nijmegen. In de onderstaande tabel staan de belangrijkste gegevens per wegvak. De verkeersintensiteiten zijn afgerond op hele duizendtallen. Bij de berekeningen zijn de niet afgeronde getallen gebruikt. Tabel 9: Verkeersgegevens Weg
Wegvak
Wegdek
Maximum snelheid in km/h
Prognose voor 2031 MVT/etmaal
Groenewoudseweg
Vanaf Heyendaalseweg richting het spoor
DAB
50
12.122
Heyendaalseweg
Vanaf rotonde richting het spoor
DAB
50
14.860
Heyendaalseweg
Van rotonde richting Prof. Huijbersstraat
DAB
50
15.206 13
4.2
Uitgangspunten spoorweglawaai
Bij dit akoestisch onderzoek is uitgegaan van de brongegevens uit het geluidregister van het ministerie van Infrastructuur en Verkeer. Deze zijn te vinden op: http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregisterspoor.html
De railberekeningen zijn gebaseerd op de brongegevens uit het emissieregister spoor (geraadpleegd op 24 oktober 2022).
4.3 Uitgangspunten industrielawaai In april 2023 is door de gemeente Nijmegen een akoestisch onderzoek opgesteld (kenmerk PRS2022332, datum 11 april 2023) waarin de geluidbelasting vanwege de brandweerpost in beeld is gebracht. De beschrijving van representatieve en incidentele bedrijfssituatie is toen overgenomen ui het rapport van Peutz (Akoestisch onderzoek brandweerkazerne Bellefroidstraat, beoordeling geluidbelasting SSHN en ROC Technovium, rapportnummer SB 850-2 d.d. 2 oktober 2006) dat in het kader van melding Activiteitenbesluit van de brandweer is uitgevoerd. Het rapport van Peutz is als bijlage toegevoegd. De bedrijfssituatie die in dit rapport wordt beschreven is niet meer actueel. In het voorliggende onderzoek is in overleg met de Brandweer Nijmegen/Veiligheidsregio Gelderland-Zuid de actuele bedrijfssituatie opnieuw in kaart gebracht en doorgerekend. Hieruit is gebleken dat afgelopen jaren een wijziging van de bedrijfssituatie heeft plaatsgevonden. Zo is het aantal vervoersbewegingen van en naar de locatie flink toegenomen. Ook is het aantal ambulanceritten verviervoudigd ten opzichte van 2006. Het aantal uitrukken van de brandweer is met de toevoeging van een brandweer locatie elders kleiner geworden. De oefeningen vinden tegenwoordig vooral tijdens de dagperiode plaats. Oefeningen met kettingzagen en slijptollen vinden op andere locaties plaats.
Verder is het aantal oefeningen op de buitenplaats verminderd. Er vinden vooral theoretische oefeningen en oefeningen met voertuigen plaats. In september 2023 is er verduidelijking gekomen met betrekking tot het aantal van ambulancen van de ambulancepost dat in hetzelfde gebouw als brandweer is gevestigd. In deze versie van het onderzoek zijn extra verkeersbewegingen van ambulances meegenomen. Hieronder is de beschrijving van de huidige representatieve en incidentele bedrijfssituatie te vinden. De aanpassingen in de bedrijfssituatie zijn in de ‘rekenresultaten industrie’ (zie bijlage) doorgerekend. De resultaten zijn weergeven in hoofdstuk 5.3. Representatieve bedrijfssituatie Onder de representatieve bedrijfssituatie wordt verstaan de toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit (in de te beschouwen etmaalperiode). Op basis van gegevens verstrekt door de brandweer wordt aangaande deze representatieve bedrijfssituatie uitgegaan van het volgende gegevens: Voertuigbewegingen aan de oostzijde van de brandweerkazerne is nabij de hoofdingang een parkeerplaats gesitueerd voor kantoorpersoneel en bezoekers. Gedurende de dagperiode zullen hier gemiddeld 30 personenauto’s worden geparkeerd; 14
-
op het achterterrein van de brandweer (westzijde) is een parkeerplaats gesitueerd voor het brandweerpersoneel. Gemiddeld worden hier in de dagperiode 15 personenauto’s gestald; gedurende de dagperiode wordt door het personeel gebruik gemaakt van personenauto’s (brandweerauto’s) om van en naar activiteiten in de omgeving te rijden. Gemiddeld wordt er in de dagperiode 30 maal het terrein op- of afgereden met behulp van deze brandweerauto’s; inpandig staan er ambulances gestald waarmee gemiddeld 66 maal gedurende de dagperiode het terrein op of af wordt gereden; een vuilniswagen zal 4 maal per week in de dagperiode de vuilcontainer legen die op het achterterrein staat gestald; ter plaatse van de parkeerplaats nabij de hoofdingang kan een vrachtwagen in de dagperiode de kazerne bezoeken voor lichte laad- en losactiviteiten. In de nachtperiode vinden normaliter geen vervoersbewegingen plaats, tenzij wegens calamiteiten (brand of ambulancevervoer). Uitrukken brandweer Door de brandweer is aangegeven dat gemiddeld 5 maal per dag wordt uitgerukt vanwege calamiteiten. Omdat verdeling van deze activiteiten over verschillende periodes moeilijk in te schatten is wordt in het rekenmodel uitgegaan van 3 uitrukken in de dagperiode, 2 uitrukken in de avondperiode en 2 uitrukken in de nachtperiode.
Hiermede komt het totale aantal uitrukken weliswaar op 7 per dag, doch wordt een onderschatting van het aantal uitrukken per dag-, avond- en nachtperiode grotendeels ondervangen. Per uitruk wordt gebruik gemaakt van gemiddeld twee hulpverleningsvoertuigen, te weten een tankautospuit en een ladderwagen. Bij het uitrukken naar een calamiteit en het terugrijden van een calamiteit zal door de brandweer gebruik worden gemaakt van de in/uitrit aan de zuidzijde van de inrichting. Ambulance met sirene Door de VRGZ (Veiligheidsregio Gelderland Zuid) is een rittenoverzicht doorgegeven. In het algemeen kunnen alle ritten verdeeld worden in twee categorieën ritten met en zonder spoed. Spoedritten rijden altijd met zwaailicht. De sirene wordt niet altijd ingeschakeld. In het algemeen wordt de sirene ingeschakeld bij wegen waar de ambulance geen voorrang heeft met wel doorgang moet hebben en bij kruisingen waar het verkeerslicht voor de ambulance op rood staat. Op doorgaande wegdelen wordt alleen het zwaailicht gebruikt. Voor de modellering is aangehouden dat ambulances met spoed wegrijden en normaal retour rijden. Ritten zonder spoed zijn altijd op de normale wijze, dus zonder zwaailicht en sirene en op normale snelheid. In het onderzoek is als worstcasescenario aangegeven dat bij enkele ritten sirene direct na het verlaten van het terrein van de ambulancepost wordt aangezet.
Oefeningen brandweer (dagperiode) In de dagperiode kunnen oefeningen plaatsvinden op het buitenterrein van de brandweer: tijdens een oefening kan met een hulpverleningsvoertuig worden geoefend (ladderwagen, tankwagen e.d.). Het hulpverleningsvoertuig kan hierbij ca. twee uur stationair en ca. één uur verhoogd stationair draaien; ten behoeve van een oefening kan er in de dagperiode ca. 5 minuten worden gemanoeuvreerd met een hulpverleningsvoertuig (ladderwagen, haakarmwagen e.d.); er kan gedurende een half uur in de dagperiode worden geoefend met behulp van een aggregaat en er kan een half uur worden proefgedraaid met op een hulpverleningsvoertuig (haakarmwagen) bevestigde pompen. 15
Tevens kunnen er maximaal 2 maal in de dagperiode oefeningen "op locatie” plaatshebben, waarbij gemiddeld 2 hulpverleningsvoertuigen worden gebruikt (tankautospuit, ladderwagen en/of haakarmwagen). Een en ander komt overeen met 8 voertuigen die het terrein op- of afrijden (in/uitrit zuidzijde). Technische installaties Met betrekking tot de ruimteventilatie van de brandweerkazerne wordt gehanteerd dat deze bij het uitrijden van brandweerauto’s en andere voertuigen gedurende ca. 2 uur in de dagperiode en een half uur in de avond- en nachtperiode in bedrijf zal zijn om de remise als geheel te ventileren. Hierbij zijn gemiddeld 2 roldeuren van de stalling geopend. De technische installaties welke staan opgesteld in het ketelhuis worden geventileerd via een rooster in de oostgevel. Het noodstroomaggregaat staat tevens opgesteld in het ketelhuis. Hiermede wordt gedurende één maal in de 6 weken proefgedraaid. De geluidemissie van de overige technische installaties is dermate laag dat deze akoestisch gezien niet relevant zijn. Overige activiteiten Iedere dagperiode wordt er bij de wisseling van de diensten tussen 7.30 en 8.00 uur gedurende ca. 15 minuten op het binnenterrein proef/stationair gedraaid met gemiddeld 2 hulpverleningsvoertuigen.
De hulpverleningsvoertuigen kunnen na oefeningen en calamiteiten inpandig worden afgespoten in de wasplaats in zowel de dag-, avond- en nachtperiode. Hierbij wordt gedurende ca. 30 minuten gebruik gemaakt van een hogedrukreiniger. De deuren zullen tijdens het afspuiten gesloten zijn. Uitgegaan wordt van één containerhandeling (vuilniscontainer) in de dagperiode (ca. 5 minuten). Overige activiteiten, zoals operationele voorbereiding en lichte onderhoudswerkzaamheden, vinden in principe inpandig plaats en zijn derhalve akoestisch niet relevant. Incidentele bedrijfssituatie Gedurende een cursusjaar kunnen maximaal 12 maal per jaar in de avond oefeningen plaatsvinden op het terrein van de brandweer met een relevante geluidemissie. Tijdens een oefenavond vinden in principe meerdere oefeningen tegelijkertijd plaats. Hieromtrent het volgende: er kan tijdens een oefenavond met een hulpverleningsvoertuig worden geoefend (ladderwagen, haakarmwagen, tankautospuit e.d.). Het hulpverleningsvoertuig kan hierbij ca. één uur stationair en ca. een half uur verhoogd stationair draaien; ten behoeve van een oefening kan er in de avondperiode ca. 5 minuten worden gemanoeuvreerd met een hulpverleningsvoertuig (ladderwagen, haakarmwagen, tankautospuit e.d.); op het achterterrein van de inrichting kan er, nabij de parkeerplaatsen aan de westzijde, gedurende een oefenavond ca.
een half uur effectief met een kettingzaag of slijpschijf worden geoefend. Tevens kan hierbij een aggregaat gedurende 30 minuten in bedrijf zijn. Deze activiteiten vindt plaats tot maximaal 20.30 uur; gedurende een cursusavond kunnen op de parkeerplaats op het achterterrein van de brandweer ca. 15 personenauto's worden geparkeerd.
16
5 Onderzoeksresultaten 5.1
Onderzoeksresultaten wegverkeer
In tabel 14 is van de representatieve waarneempunten weergeven waar de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Tabel 10 Waarneempunten
Gebouw
Waarneem- Geluidsbelasting 2031 hoogte excl. aftrek art. 110g (dB)
incl. aftrek art. 110g (dB)
Aftrek artikel 110 Wgh
Cumulatie wegverkeer
G_A_01_C
Gebouw A
7,5
64,4
59,4
5
64,5
G_A_02_C
Gebouw A
7,5
64,5
59,5
5
64,5
G_A_03_C
Gebouw A
7,5
64,5
59,5
5
64,5
G_A_04_C
Gebouw A
7,5
64,6
59,6
5
64,6
G_A_05_C
Gebouw A
7,5
64,6
59,6
5
64,6
G_A_06_C
Gebouw A
7,5
64,6
59,6
5
64,7
G_A_07_B
Gebouw A
4,5
64,6
59,6
5
64,7
G_A_08_B
Gebouw A
4,5
64,6
59,6
5
64,7
G_A_09_C
Gebouw A
7,5
64,7
59,7
5
64,8
G_A_10_C
Gebouw A
7,5
64,8
59,8
5
64,8
G_A_11_C
Gebouw A
7,5
64,7
59,7
5
64,8
G_A_12_C
Gebouw A
7,5
61,0
56,0
5
61,1
G_A_13_C
Gebouw A
7,5
59,1
54,1
5
59,2
G_A_14_C
Gebouw A
7,5
57,4
52,4
5
57,5
G_A_15_C
Gebouw A
7,5
56,0
51,0
5
56,1
G_A_27_C
Gebouw A
7,5
56,9
51,9
5
57,0
G_A_28_C
Gebouw A
7,5
58,2
53,2
5
58,3
G_A_29_C
Gebouw A
7,5
59,5
54,5
5
59,5
G_A_30_C
Gebouw A
7,5
60,4
55,4
5
60,5
G_B_01_C
Gebouw B
7,5
64,7
59,7
5
64,8
G_B_02_C
Gebouw B
7,5
64,7
59,7
5
64,8
G_B_03_C
Gebouw B
7,5
64,7
59,7
5
64,8
G_B_04_B
Gebouw B
4,5
64,8
59,8
5
64,8
G_B_05_C
Gebouw B
7,5
61,2
56,2
5
61,4
G_B_06_C
Gebouw B
7,5
60,2
55,2
5
60,2
G_B_07_D
Gebouw B
10,5
59,6
54,6
5
61,0
G_B_08_D
Gebouw B
10,5
58,8
53,8
5
59,2
G_B_09_D
Gebouw B
10,5
57,6
52,6
5
58,0
G_B_10_D
Gebouw B
10,5
56,5
51,5
5
57,0
G_B_11_D
Gebouw B
10,5
55,7
52,7
5
55,3
G_B_12_D
Gebouw B
10,5
54,6
49,6
5
55,1
G_B_13_D
Gebouw B
10,5
53,8
48,8
5
54,4
17
Waarneempunten
Gebouw
Waarneem- Geluidsbelasting 2031 hoogte excl. aftrek art. 110g (dB)
incl. aftrek art. 110g (dB)
Aftrek artikel 110 Wgh
Cumulatie wegverkeer
G_B_26_D
Gebouw B
10,5
55,0
50,0
5
55,2
G_B_27_D
Gebouw B
10,5
55,9
50,9
5
56,0
G_B_28_D
Gebouw B
10,5
56,7
51,7
5
56,8
G_B_29_D
Gebouw B
10,5
58,0
53,0
5
58,0
G_B_30_D
Gebouw B
10,5
59,6
54,6
5
59,6
G_B_31_C
Gebouw B
7,5
61,1
56,1
5
61,1
De geluidbelasting op de gevel van blok A en blok B bedraag op meerdere toetspunten meer dan de voorkeursgrenswaarden van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden.
5.2 Onderzoeksresultaten spoorweglawaai De geluidbelasting vanwege het spoor is op alle rekenpunten lager dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage.
5.3 Onderzoeksresultaten bedrijven De berekeningen zijn uitgevoerd voor representatieve en incidentele bedrijfssituatie. In het Activiteitenbesluit is geen uitzondering aan toetsing voor activiteiten in incidentele bedrijfssituaties (niet zijnde festiviteiten) opgenomen. Activiteiten in incidentele bedrijfssituaties worden niet automatisch uitgezonderd van toetsing aan grenswaarden; voor deze activiteiten dienen indien nodig via maatwerk andere waarden te worden vastgesteld. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Representatieve bedrijfssituatie Het hoogst berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt: • 49 dB(A) in de dagperiode, • 41 dB(A) in de avondperiode en • 38 dB(A) in de nachtperiode. Er is geen sprake van overschrijding van de normen van VNG en het Activiteitenbesluit. De langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus op alle woningen voldoen aan de richtwaarde van 50/45/40 dB(A) voor een gemengd gebied (respectievelijk voor dag-, avond- en nachtperiode). Incidentele bedrijfssituatie Het hoogst berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt: • 23 dB(A) in de dagperiode, • 58 dB(A) in de avondperiode. Er zijn geen activiteiten in de nachtperiode. Er is sprake van overschrijding van de normen van VNG en het Activiteitenbesluit.
18
De langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus op alle woningen voldoen niet aan de richtwaarde van 45 dB(A) voor een gemengd gebied voor de avondperiode. De overschrijding wordt veroorzaak door het gebruik van slijptol en aggregaat tijdens oefeningen.
Figuur: overschrijding grenswaarden IBS in de avondperiode Maximaal beoordelingsniveau Piekbronnen zijn gelijk in beide bedrijfssituaties. Het hoogst berekende maximaal beoordelingsniveau bedraagt: • 67 dB(A) in de dagperiode, • 59 dB(A) in de avondperiode en • 56 dB(A) in de nachtperiode. Er is geen sprake van overschrijding van de normen van VNG en het Activiteitenbesluit. De langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus op alle woningen voldoen aan de richtwaarde van 70/65/60 dB(A) voor een gemengd gebied (respectievelijk voor dag-, avond- en nachtperiode). Sirene/uitruk – indirecte hinder Inrichtingen waar motorvoertuigen uitrukken voor ongevallenbestrijding, brandbestrijding en bergingswerkzaamheden vallen onder het Activiteitenbesluit. Het uitrukken van brandweerwagens is vergelijkbaar met dat van politie en ambulance. Activiteiten binnen de inrichting worden getoetst aan de normen van het Activiteitenbesluit. Verkeersbewegingen op openbare wegen worden getoetst als indirecte hinder. De sirene van ambulance wordt ingeschakeld bij wegen waar de ambulance geen voorrang heeft met wel doorgang moet hebben en bij kruisingen waar het verkeerslicht voor de ambulance op rood staat. Meerdere uitrukken van brandweer gedurende een aaneengesloten periode in één etmaal komen sporadisch voor (minder dan 12 keer per jaar) en kunnen gezien worden als incidentele bedrijfssituatie.
Nog minder vak is er sprake van uitruk met prioriteit 1. Tijdens 19
uitruk met prioriteit 1 wordt op de openbare weg pas gebruik gemaakt van de sirene en alleen als dat nodig is voor verkeersveiligheid. In praktijk zou dat dus betekenen dat de sirene pas op Groenewoudseweg wordt gebruikt. Verkeer van en naar de brandweerpost op de openbare weg zonder sirene bedraagt maximaal 41 dB(A) in de dagperiode, 42 dB(A) in de avondperiode en 39 dB(A) in de nachtperiode en blijft onder de normen voor indirecte hinder. Verkeersbewegingen met sirene veroorzaken hogere geluidsniveaus, namelijk maximaal 69 dB(A) in de dagperiode,72 dB(A) in de avondperiode en 71 dB(A) in de nachtperiode. Dat is hoger dan de maximale grenswaarde van 65 dB(A). De sirene van ambulance wordt ingeschakeld bij wegen waar de ambulance geen voorrang heeft met wel doorgang moet hebben en bij kruisingen waar het verkeerslicht voor de ambulance op rood staat. Dat gebeurt alleen als verkeer druk is en maximaal enkele keren poer etmaal. Meerdere uitrukken van brandweer gedurende een aaneengesloten periode in één etmaal komen sporadisch voor (minder dan 12 keer per jaar) en kunnen gezien worden als incidentele bedrijfssituatie. Nog minder vak is er sprake van uitruk met prioriteit 1. Tijdens uitruk met prioriteit 1 wordt op de openbare weg pas gebruik gemaakt van de sirene en alleen als dat nodig is voor verkeersveiligheid.
In praktijk zou dat dus betekenen dat de sirene pas op Groenewoudseweg wordt gebruikt. Ervaren van sirene kan worden vergeleken met piekgeluiden. In geval van piekgeluiden wordt binnenniveau in woningen van 45 dB(A) aangehouden als representatief voor goed woonklimaat. In geval van berekende niveaus van 71 dB(A) zou dit een geluidwering van de gevel van 26 dB(A) betekenen. Het verdient aanbeveling om dergelijke geluidwering bij de betreffende appartementen te realiseren. Omdat de verkeersbewegingen met sirene beperkt zijn en sirene wordt aangezet alleen als dit noodzakelijk is en met voldoende geluidwering gevels zijn deze geluidsniveaus acceptabel.
5.4 Onderzoeksresultaten cumulatie Er is enkel overschrijding van de standaardgrenswaarde door wegverkeerslawaai. Er is geen sprake van cumulatie door meerdere Wgh bronnen. Cumulatie speelt dus geen rol in de maatregelafweging.
5.5 Maatregelafweging wegverkeer Verlagen maximum toegestane snelheid De Groenewoudseweg is een wijkontsluitingsweg. Conform het huidige structuurplan ‘Nijmegen duurzaam bereikbaar’ is het onttrekken van wegen aan de hoofdontsluitingsstructuur dan wel het verlagen van de maximale snelheid niet wenselijk.
Aanleggen geluidsreducerend asfalt De maatgevende Groenewoudseweg kent op dit moment standaard asfalt. Er bestaan stillere deklagen. Er is geen groot onderhoud van deze weg gepland en vervangen van wegdek alleen voor realisatie van de nieuwe woningen is niet doelmatig en niet wenselijk.
20
Plaatsen geluidscherm Met een (hoog) geluidscherm kan de geluidbelasting worden substantieel verlaagd. Binnen stedelijk gebied zijn schermen vanuit stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk niet wenselijk.
5.6 Toetsing aan de Wet geluidhinder De geluidbelastingen worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde(n) uit de Wet geluidhinder. Vervolgens wordt indien een van deze waarde wordt overschreden gekeken of deze waarden voldoen aan de maximaal toegestane geluidbelasting uit de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde mag worden overschreden als geluid beperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel dat deze voorzieningen om stedenbouwkundige/landschappelijke, verkeerskundige of om financiële redenen niet wenselijk zijn. Na deze maatregelafweging kan onder voorwaarden een hogere waarde worden vastgesteld. Deze voorwaarden staan beschreven in de ‘Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013’. Uit tabel 9 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai van 48 dB wordt overschreden. De maximale toegestane waardes worden niet overschreden. De standaardgrenswaarde voor spoorweglawaai wordt niet overschreden. Er is geen ligging binnen de zone van een industrieterrein en dus geen toetsing nodig t.a.v. Industrielawaai. Wordt er voldaan aan de eisen voor verkrijging van een Hogere Waardebesluit, dan mag dat voor dit gebied worden afgegeven.
5.7 Toetsing aan de Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013 De woningen waarvoor een hogere waarde zal worden vastgesteld moet voldoen aan de volgende voorwaarden: • De woning heeft ten minste één geluidsluwe zijde; • Ten minste één buitenruimte van deze woning ligt aan de geluidsluwe zijde; • Als de geluidsbelasting van de woning groter is dan 53 dB wegverkeer en/of 58 dB spoorverkeer, dan ligt ten minste één slaapkamer aan de geluidsluwe zijde. Deze locatie komt in aanmerking voor een hogere Waardebesluit omdat bestaande o.a. bebouwing door deze woningen vervangen wordt wat er tevens toe resulteert dat een open plaats tussen bestaande bebouwing wordt opgevuld. Uit de maatregelafweging volgt dat er geen doeltreffende maatregel mogelijk is. De maximaal toelaatbare waardes worden niet overschreden. Er mag dus een Hogere Waardebesluit worden afgegeven.
21
Voorstel hogere grenswaarde Voor de waarneempunten in tabel 9 moet er een hogere waarde vastgesteld worden. Dit betekent dat er voor 64 woningen een hogere waarde moet worden vastgesteld. De hoogste waarde na aftrek van artikel 110 Wgh bedraagt 60 dB. Deze waarde ligt lager dan de maximaal toelaatbare waarde. Dit maakt dat er dus een Hogere Waarde vastgesteld kan worden.
22
6 Conclusie Het ontwerp bestemmingsplan Groenewoudseweg 275 maakt woningen mogelijk binnen de geluidszone van Groenewoudseweg, Heyendaalseweg en de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Om deze reden is er in het kader van de Wet Geluidshinder (Wgh) een onderzoeksplicht. Deze locatie komt in aanmerking voor het verlenen van hogere waarden. Uit onderzoek blijkt dat: • De standaardgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden • De standaardgrenswaarde voor spoorweglawaai wordt niet overschreden. • Het gebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein. • Er is geen sprake van significante cumulatie van bronnen • Er zijn geen doeltreffende maatregelen mogelijk. De hoogst bepaalde waarde voor Wegverkeerslawaai na aftrek conform artikel 110 Wgh bedraagt 60 dB. Dit betekent dat: • Woningen die aan een gevel met meer dan 53 dB(A) wegverkeerslawaai zijn belast, een slaapkamer aan een geluidsluwe zijde (<48dB(A) (wegverkeerslawaai) en/of (<55 dB(A) (spoorverkeerslawaai) dienen te hebben. • Ten minste één buitenruimte van de woning aan de geluidsluwe zijde ligt; • Door bouwkundige maatregelen als dichte (hogere) borstweringen, akoestische plafonds e.d. kan de buitenruimte geluidsluw worden gemaakt als er geen geluidsluwe zijde is.
• Als de geluidsbelasting van de woning groter is dan 53 dB (A) (wegverkeerslawaai) en/of 58 dB(A) (spoorverkeerslawaai) • Verdeling van de verblijfsruimtes binnen het bouwblok kunnen ertoe leiden dat de gevelopening van een slaapkamer zich in geluidsluw gebied bevindt. Met betrekking tot industrielawaai is er sprake van een overschrijding van de normen voor avondperiode in incidentele bedrijfssituatie. De activiteiten in incidentele bedrijfssituatie vinden plaats maximaal 12 keer per jaar maar ze zijn niet uitgesloten van de toetsing aan de normen uit het Activiteitenbesluit. De maximale geluidbelasting bedraagt 59 dB(A). De gemeente kan via maatwerk hogere geluidsniveau toestaan onder voorwaarde dat er wordt voldaan aan de binnenwaarde van 30 dB(A) in de avondperiode. Dat betekent dat minimale geluidwering van de gevel 29 dB(A) moet zijn wat hoger is dan standaard eisen uit het Bouwbesluit. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning bouwen moet rekening daarmee worden gehouden.
23
Bijlagen
24
Rekenresultaten wegverkeer
25
Studentenhuisvesting Groenewoudseweg 275 Rekenresultaten cumulatief (excl. groepsreductie van 5 dB) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt G_A_21_A G_A_21_B G_A_21_C G_A_22_A G_A_22_B
Omschrijving Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A
G_A_22_C G_A_23_A G_A_23_B G_A_23_C G_A_24_A
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 32,9 34,8 37,2 33,0 35,0
Avond 29,9 31,9 34,3 30,0 32,1
Nacht 24,1 26,1 28,6 24,1 26,2
Lden 33,7 35,7 38,1 33,8 35,8
Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
37,2 33,0 35,0 37,1 36,5
34,3 30,0 32,1 34,3 33,6
28,6 24,1 26,2 28,5 27,8
38,1 33,8 35,8 38,0 37,4
G_A_24_B G_A_24_C G_A_25_A G_A_25_B G_A_25_C
Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
38,4 39,9 39,9 41,8 42,8
35,5 37,0 37,0 39,0 40,0
29,8 31,3 31,3 33,3 34,2
39,3 40,8 40,8 42,8 43,7
G_A_26_A G_A_26_B G_A_26_C G_A_27_A G_A_27_B
Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
40,0 42,0 42,7 53,0 54,9
37,1 39,2 39,9 50,1 52,1
31,4 33,4 34,2 44,4 46,4
40,9 42,9 43,6 53,9 55,8
G_A_27_C G_A_28_A G_A_28_B G_A_28_C G_A_29_A
Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
55,4 54,3 56,1 56,6 55,8
52,6 51,5 53,2 53,8 53,0
46,9 45,8 47,5 48,1 47,3
56,4 55,2 57,0 57,6 56,8
G_A_29_B G_A_29_C G_A_30_A G_A_30_B G_A_30_C
Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A Gebouw A
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
57,3 57,8 57,5 58,5 58,7
54,5 55,0 54,6 55,7 55,9
48,8 49,3 48,9 50,0 50,2
58,3 58,8 58,4 59,5 59,6
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Gemeente Nijmegen
24-10-2022 16:46:30
Studentenhuisvesting Groenewoudseweg 275 Rekenresultaten cumulatief (excl. groepsreductie van 5 dB) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt G_B_01_A G_B_01_B G_B_01_C G_B_01_D G_B_02_A
Omschrijving Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
Hoogte 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50
Dag 61,9 62,8 62,8 62,6 61,9
Avond 59,1 60,0 60,0 59,8 59,1
Nacht 53,4 54,3 54,3 54,1 53,4
Lden 62,9 63,7 63,8 63,6 62,9
G_B_02_B G_B_02_C G_B_02_D G_B_03_A G_B_03_B
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
4,50 7,50 10,50 1,50 4,50
62,8 62,8 62,6 61,9 62,8
59,9 60,0 59,8 59,1 59,9
54,3 54,3 54,1 53,4 54,3
63,7 63,7 63,5 62,9 63,7
G_B_03_C G_B_03_D G_B_04_A G_B_04_B G_B_04_C
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
7,50 10,50 1,50 4,50 7,50
62,8 62,6 61,9 62,7 62,8
60,0 59,8 59,1 59,9 59,9
54,3 54,1 53,4 54,2 54,3
63,7 63,5 62,8 63,7 63,7
G_B_04_D G_B_05_A G_B_05_B G_B_05_C G_B_05_D
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
10,50 1,50 4,50 7,50 10,50
62,6 57,9 58,9 59,0 58,9
59,7 55,1 56,1 56,1 56,1
54,1 49,4 50,4 50,5 50,4
63,5 58,9 59,8 59,9 59,9
G_B_06_A G_B_06_B G_B_06_C G_B_06_D G_B_07_A
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
1,50 4,50 7,50 10,50 1,50
56,3 57,7 57,9 58,1 54,9
53,5 54,9 55,1 55,3 52,1
47,8 49,2 49,4 49,6 46,4
57,3 58,7 58,9 59,1 55,8
G_B_07_B G_B_07_C G_B_07_D G_B_08_A G_B_08_B
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
4,50 7,50 10,50 1,50 4,50
56,6 56,9 57,5 53,9 55,7
53,7 54,1 54,7 51,0 52,9
48,1 48,4 49,0 45,3 47,2
57,5 57,9 58,5 54,8 56,6
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Gemeente Nijmegen
24-10-2022 16:46:30
Studentenhuisvesting Groenewoudseweg 275 Rekenresultaten cumulatief (excl. groepsreductie van 5 dB) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt G_B_08_C G_B_08_D G_B_09_A G_B_09_B G_B_09_C
Omschrijving Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
Hoogte 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50
Dag 56,1 56,6 52,7 54,6 55,0
Avond 53,2 53,8 49,8 51,8 52,2
Nacht 47,5 48,1 44,1 46,1 46,5
Lden 57,0 57,6 53,6 55,6 56,0
G_B_09_D G_B_10_A G_B_10_B G_B_10_C G_B_10_D
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
10,50 1,50 4,50 7,50 10,50
55,5 51,5 53,6 54,0 54,4
52,6 48,7 50,7 51,2 51,6
47,0 43,0 45,1 45,5 45,9
56,4 52,5 54,5 55,0 55,4
G_B_11_A G_B_11_B G_B_11_C G_B_11_D G_B_12_A
Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B Gebouw B
1,50 4,50 7,50 10,50 1,50
50,5 52,8 53,3 53,8 40,2
47,7 50,0 50,5 51,0 37,4