Toelichting Bijlage
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275) Bijlagen bij toelichting
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275) IDN: NL.IMRO.0268.BP9008-VG01
Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 2
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Groenewoudseweg 275
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Ontwerpbesluit hogere waarden
Bijlage 5
Stikstofrapport
Bijlage 6
Verkennend asbest- en bodemonderzoek
Bijlage 7
Quickscan Flora & Fauna
Bijlage 8
Nader ecologisch onderzoek
Bijlage 9
Bureau- en verkennend booronderzoek archeologie
Bijlage 10
Participatieverslag
Bijlage 11
Bezonningsstudie
Bijlage 12
Zienswijzennota
1
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)
GGD-Locatie
Stedenbouwkundige toelichting en principes voor beeldkwaliteit Nijmegen 25 april 2023
Colofon
GGD-locatie
Stedenbouwkundige toelichting en principes voor beeldkwaliteit Publicatiedatum
Projectteam
25 april 2023
Paul van Kerkoerke Andrea Fernandez
Nijmegen
Adres SVP architectuur en stedenbouw
In opdracht van
‘t Zand 17, 3811 GB Amersfoort
SSH&
Voor het geheel of gedeeltelijk
[info@svp-svp.nl]
overnemen of bewerken van artikelen dient men toestemming
Ontwerp
van de redactie te vragen. In de
Paul van Kerkoerle
meeste gevallen zal die graag
Andrea Fernandez
worden gegeven.
Jop Voorn
Voorbehoud Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.
2
GGD-locatie Nijmegen
3
Inhoudsopgave
Context Stedenbouwkundig plan Gebouwmassa Ontsluiting Gebouwindeling Principes voor beeldkwaliteit
7 9 11 13 13 15
GGD-locatie Nijmegen
5
Context Groenew
oudsew
eg
De Groenewoudseweg is een oude, met bomen begeleide weg waarlangs vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw huizen zijn gebouwd, voornamelijk tweekappers en vrijstaande woningen. Op enkele plekken, nabij belangrijke kruispunten in de weg, werd deze kleinschalige, losse ‘korrel’ onderbroken met grotere gebouwvolumes: een kerk op de kruising met de Heyendaalseweg en de HAN school op de kruising met de Groesbeekseweg. In de jaren ’70 werd de GGD gebouwd op een omgevingsvisie nijmegen
tot dan toe open groenplek aan de Groenewoudseweg. Ook de GGD vormt een onderbreking van de kleinschalige woonbebouwing langs de weg en markeert zo
Duurzame mobiliteit de kruising met de Prof. Bellefroidstraat.
De Prof. Bellefroidstraat leidt naar station Heyendaal. Dit station is in de omgevingsvisie van Nijmegen aangeduid als ‘knooppunt’, het gebied tussen het spoor en de Groenewoudseweg als ‘knooppunt – ontwikkellocatie’. De locatie Groenewoudseweg is onderdeel van deze ontwikkellocatie en vormt de hoofdentree naar dit gebied. De herontwikkeling van deze locatie moet dan ook gezien worden in
Lo
veiligheidsregio
Prof. Bellefroidstra
at
het licht van de ontwikkeling van dit stedelijke knooppunt.
Legenda Duurzame Duurzame stad stad Mobiliteit Mobiliteit
Stedelijke knoop
Stedelijke knoop Stedelijke knoop Duurzame stad Duurzame stad Mobiliteit Duurzame stad Zone knooppunt - Ontwikkelingslocatie Mobiliteit Duurzame stad Zone knooppunt - Ontwikkelingslocatie Duurzame stad MobiliteitZone knooppunt /
Mobiliteit Stedelijke knoop Mobiliteit Zone knooppunt Stedelijke knoop--Logistiek Zone knooppunt Stedelijke knoop Logistiek Stedelijke knoop - Ontwikkelingslocatie Stedelijke knoop Zone knooppunt Ontwikkelingslocatie Snelfietsroute Zone knooppunt - Ontwikkelingslocatie Mobiliteit Snelfietsroute Zone knooppunt - Ontwikkelingslocatie Zone knooppunt Ontwikkelingslocatie Zone knooppunt Zone knooppunt---Ontwikkelingslocatie Logistiek Logistiek Beweegroute Zone knooppunt Stedelijke knoop -- Logistiek Beweegroute Zone knooppunt Logistiek Zoneknooppunt knooppunt- -Logistiek Logistiek Snelfietsroute Mobiliteit Zone Route binnenvaart- Ontwikkelingslocatie Mobiliteit Snelfietsroute Snelfietsroute knooppunt Route binnenvaart Mobiliteit Zone Snelfietsroute Snelfietsroute Stedelijke knoop Snelfietsroute Beweegroute Stedelijke knoop Potentiële locaties- Logistiek voor eHUBS Beweegroute Stedelijke knoop Zone knooppunt Potentiële locaties voor eHUBS Beweegroute Beweegroute Beweegroute Zone knooppunt - Ontwikkelingslocatie Beweegroute Route binnenvaart Zone knooppunt - Ontwikkelingslocatie Binnenvaart - duurzame overslag Routeknooppunt binnenvaart Zone - Ontwikkelingslocatie Snelfietsroute Binnenvaart - duurzame overslag Route binnenvaart Route binnenvaart Route binnenvaart Zone knooppunt - Logistiek Route binnenvaart Potentiële locaties voor eHUBS Zone knooppunt - Logistiek Binnenvaart -
oplaadpunt Potentiële locaties voor eHUBS Zone knooppunt Logistiek Beweegroute Binnenvaart - oplaadpunt Potentiële locaties voor eHUBS Potentiële locaties voor eHUBS Snelfietsroute Potentiële locaties voor eHUBS Binnenvaart - duurzame overslag Potentiële locaties Snelfietsroute Bestaand transferium Binnenvaart - duurzame overslag Snelfietsroute Route binnenvaart Bestaand transferium Binnenvaart - duurzame overslag Binnenvaart---duurzame duurzameoverslag overslag Beweegroute Binnenvaart Binnenvaart oplaadpunt Beweegroute Zoekgebied transferium Binnenvaart oplaadpunt voor e-hubs Beweegroute Potentiële locaties voor eHUBS Zoekgebied transferium Binnenvaart - oplaadpunt Binnenvaart oplaadpunt Route binnenvaart Binnenvaart - -oplaadpunt Bestaand transferium Route binnenvaart Bestaand transferium Route binnenvaart Binnenvaart - duurzame overslag Bestaand transferium Binnenvaart - duurzame Bestaandtransferium transferium Potentiële locaties voor eHUBS Bestaand Zoekgebied transferium Potentiële locaties voor eHUBS Zoekgebied transferium Potentiële locaties voor eHUBS Binnenvaart -transferium oplaadpunt Zoekgebied overslag Zoekgebiedtransferium Binnenvaart - transferium duurzame overslag Zoekgebied Binnenvaart - duurzame overslag Binnenvaart - duurzame overslag Bestaand transferium Binnenvaart - oplaadpunt Binnenvaart - oplaadpunt Binnenvaart - oplaadpunt Binnenvaart - oplaadpunt
Zoekgebied transferium Bestaand transferium Bestaand transferium Bestaand transferium Bestaand transferium Zoekgebied transferium Zoekgebied transferium Zoekgebied transferium
Duurzame stad Duurzame Duurzame stad stad Duurzame stad
Zoekgebied transferium
6
GGD-locatie Nijmegen
7
Stedenbouwkundig plan 3 lagen
Bouwblok B
3 lagen
3 lagen
Het huidige pand zal worden gesloopt om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Het stedenbouwkundig plan hiervoor, dat in participatie met de buurt tot
Bouwblok C
stand is gekomen, gaat uit van een halfopen bouwblok, bestaande uit 3 losse en alzijdige gebouwen rond een openbaar toegankelijke binnentuin. Het bouwblok
Bouwblok A
3 lagen
4 lagen
wordt min of meer centraal op het kavel geplaatst. Het volgt aan de Groenewoudseweg de rooilijn van de woningen ernaast en houdt afstand tot zowel de
4 lagen
Prof. Bellefroidstraat aan de oostzijde als de naastgelegen woning aan de westzijde. De ruimte rondom het bouwblok krijgt een zoveel mogelijk groene inrichting. Het bouwblok is georiënteerd op de Groenewoudseweg en de Prof. Bellefroidstraat en markeert de entree tot knooppunt Heyendaal. Qua maat en schaal passen de losse gebouwen in de omgeving, maar als bouwblok vormt het geheel een onderbreking van de kleinschalige en losse korrel van de woonbebouwing
Potentieel ontwerp studentenhuisvesting GGD-locatie
langs de Groenewoudseweg, net zoals het huidige GGD-gebouw dat doet.
SSH& KERK
GROENEWOUDSE
WEG
TER
AS
NM
HA
GGD P N BRANDWEER/ VEILIGHEIDS RE
GIO- ZUID
8
Woningen
GGD
Kerk
HAN
GGD-locatie Nijmegen
9
Gebouwmassa
P
fro
lle . Be
rof
at
ra idst
De gebouwen bestaan elk uit 2 delen die ten opzichte van elkaar verspringen. 1 deel is 3 bouwlagen hoog, het andere deel is 4 bouwlagen hoog. Alleen het gebouw aan de Groenewoudseweg is in zijn geheel 3 bouwlagen hoog. Alle gebouwen hebben een plat dak. Er worden geen (schijn)kappen toegepast. Door de opdeling in 2 gebouwdelen, de verspringing tussen de bouwdelen en de variatie in bouwhoogte krijgen de gebouwen een zekere geleding en passen de gebouwen in maat en schaal in de omgeving.
oe Gr ne
Het bouwblok als geheel kent een geleidelijke opbouw in hoogte, van 3 lagen aan
eg
ew
ds
ou
w
de Groenwoudseweg en aan de westzijde naar 4 lagen aan de zuidzijde en aan de Prof. Bellefroidstraat. Zo sluit het bouwblok goed aan op de hoogte van de omliggende woningen, wordt de entree naar het stationsgebied voldoende gemarkeerd en krijgt ook de binnentuin voldoende licht en lucht.
Ontsluiting
Potentieel ontwerp studentenhuisvesting GGD-locatie
De openbaar toegankelijke binnentuin is voor voetgangers bereikbaar vanaf zowel de Groenewoudseweg als de Prof. Bellefroidstraat. Voor auto’s wordt de locatie ontsloten vanaf de Prof. Bellefroidstraat. De nieuwe situatie is vergelijkbaar met de huidige ontsluiting: een weg aan de zuidzijde van het plangebied, die gedeeld wordt met de veiligheidsregio en de brandweer, leidt naar een parkeerterrein in de zuidoosthoek van het plangebied. De hoofdentrees van de gebouwen bevinden zich aan de Prof. Bellefroidstraat, aan de ontsluitingsweg van het parkeerterrein en aan de binnentuin. Er is geen toegang tot de gebouwen vanaf de Groenewoudseweg. De fietsen worden geparkeerd in een inpandige collectieve fietsenstalling voor de bewoners (1 per gebouw), en buiten voor de bezoekers. De publieke fietsenstallingen worden op logische plekken gesitueerd in het plangebied. Er komen geen publieke fietsenstallingen aan de Groenewoudseweg.
10
GGD-locatie Nijmegen
11
Gebouwindeling
ou w ne oe Gr
De gebouwen kunnen zowel zelfstandige als onzelfstandige studentenkamers bevatten. Onzelfstandige kamers zijn met maximaal 5 kamers in 1 groepswoning gegroepeerd en delen een keuken, het sanitair en een balkon/terras. Zelfstandige
eg ew ds
kamers hebben geen eigen buitenruimte. Zelfstandige kamers en de groepswoningen worden ontsloten via een inpandige gang vanuit een centraal trappenhuis. Aan de Groenewoudseweg bevinden zich uitsluitend zelfstandige kamers, zodat er geen buitenruimtes (balkons of terrassen) aan de Groenewoudseweg komen. Balkons en terrassen van de onzelfstandige groepswoningen zijn zodanig gesitueerd dat privacy voor omwonenden zoveel mogelijk wordt gewaarborgd en overlast wordt geminimaliseerd.
f
Pro
fro
lle . Be
at
ra idst
Buitenruimte Het ensemble heeft een ontspannen, groene sfeer met losse alzijdige gebouwen in een groene tuin. De buitenruimte is openbaar toegankelijk en is als samenhangend geheel ontworpen. De binnentuin tussen de gebouwen wordt ingericht als
Potentieel ontwerp studentenhuisvesting GGD-locatie
een aangename, groene verblijfsplek voor iedereen. Een brede groene zoom aan de noordzijde en aan de westzijde schept afstand tot de Groenewoudseweg en tot de bestaande woning ten westen van de locatie. Deze zone is niet bedoeld als verblijfsplek en kent een natuurlijke inrichting. Ook langs de Prof. Bellefroidstraat wordt door middel van groen enige afstand gecreeerd tussen de straat en het gebouw. De ontsluitingsweg en het parkeren aan de zuidzijde maken onderdeel uit van de tuin en kennen een zoveel mogelijk groene inrichting, met halfverharding en ruimte voor bomen. De voorzieningen in de buitenruimte, zoals de fietsenstallingen voor bezoek en het afvaldepot, worden meegenomen in het ontwerp.
12
GGD-locatie Nijmegen
13
Kenmerkende baksteenarchitectuur in de omgeving. Sobere, maar mooi gedetailleerde gebouwen.
Beeldkwaliteit Het gewenste beeld is dat van een eigentijds en samenhangend geheel dat past in zijn omgeving. De 3 alzijdige gebouwen zijn door 1 architect ontworpen als een architectonische ‘familie’ van gebouwen. De architectuur is eigentijds, passend bij de typologie van studentenhuisvesting en bij een toekomstgerichte en duurzame ontwikkeling. Het ensemble dient een gevarieerde, levendige en hoogwaardige uitstraling te krijgen, met een verfijnde detaillering en plasticiteit in de gevel.
Gebiedseigen kenmerken De architectuur zoekt aansluiting met de omgeving in haar materialisering, kleurstelling en detaillering. Er dient goed gekeken te worden naar de architectuur van de grondgebonden woningen rondom de locatie en van de grotere gebouwen aan de Groenewoudseweg (met name de kerk en het HAN-gebouw). Ook in het huidige GGD gebouw zien we veel kenmerken terug. Kenmerkend zijn de baksteenarchitectuur, de plasticiteit in de gevels, de horizontale geleding, de verfijnde detaillering en af en toe witte accenten, zoals een witte gootlijn, witte banden in het metselwerk of wit gekeimde delen. Dit spel met roodbruine-oranje tinten en lichtere accenten geeft een levendige uitstraling.
14
GGD-locatie Nijmegen
15
Groenewoudseweg Bijzondere aandacht gaat uit naar de gevels aan de Groenewoudseweg, met zijn karakteristieke bomenstructuur en jaren ‘30 architectuur. Het ensemble dient qua schaal en kleurgebruik te passen in de straat, en dient georienteerd te zijn op deze straat, ondanks het gebrek aan entrees, private buitenruimtes en een vierde bouwlaag aan deze zijde. Dit wordt bereikt door de geleding van de gebouwen, plasticiteit in de gevel, kleine variaties in bouwhoogte en een rijke detaillering. Zo wordt de grote schaal van de gebouwvolumes verkleind en past het geheel qua maat en schaal in zijn omgeving, net zoals de andere grote gebouwen aan de Groenewoudseweg goed passen in de schaal van de straat. Referenties van eigentijdse baksteen architectuur in een rood-bruine kleurstelling, met verfijnde metselwerkdetails.
Aansluiting op maaiveld De aansluiting van de gebouwen op het maaiveld en een goede overgang privéopenbaar is een belangrijke opgave. Alleen de onzelfstandige kamers (enkel mogelijk aan de zuidzijde van het complex) hebben een (gezamenlijke) private buitenruimte in de vorm van een balkon of een terras op maaiveld. De terrassen zijn ongeveer even groot als de balkons en met hetzelfde hekwerk omzoomd als de balkons erboven. De overgang privé-openbaar dient verder in de inrichting van de buitenruimte met beplanting te worden vormgegeven. Blinde gevels dienen voorkomen te worden, ook bij de collectieve fietsenbergingen. De levendigheid van de begane grond kan vergroot worden door het maken van ramen tot op de vloer en het zoveel mogelijk transparant maken van de entrees in de trappenhuizen.
16
GGD-locatie Nijmegen
17
< Bestaande kunstwerk aan de Groenewoudseweg
Buitenruimte De buitenruimte in en rond het complex is groen en samenhangend, als een grote ‘tuin’ waarin de gebouwvolumes staan. De buitenruimte is als één geheel ontworpen. De tuin heeft de sfeer van een informeel ‘landschap’. Het groen wordt lekker wild, natuurlijk en zoveel mogelijk. De overgangen van bestraat naar onbestraat (oftewel groen) zijn geleidelijk. Delen waar gereden wordt zijn dicht bestraat. Parkeerplekken en paden waar gelopen wordt hebben een ‘dunnere’ bestrating (zoals grasstenen) en informele paden zijn geheel onverhard. Maar alles gaat geleidelijk en organisch in elkaar over. De randen van de tuin, aan de Groenewoudseweg en de Prof. Bellefroidstraat, zijn juist duidelijk gedefinieerd, bijvoorbeeld met een haag of een zitrand. Aan de Groenewoudseweg kan het bestaande kunst-relief kan wellicht (deels) ingepast worden of ter inspiratie dienen bij de inrichting van de buitenruimte.
<
Duurzaamheid
Natuurlijke beplanting zonder verblijfsfunctie aan
Aandacht voor duurzaamheid raakt aan vele thema’s, zoals adaptatie aan klimaat-
de Groenewoudseweg
verandering, biodiversiteit, de energietransitie, maar ook sociale duurzaamheid en het voorkomen van eenzaamheid. Dit komt tot uitdrukking in het plan, zowel in de gebouwen als in de buitenruimte. Het plan wordt klimaatadaptief door de hoeveel-
< De randen van de tuin aan de Groenewoudseweg
heid verharding te minimaliseren en veel ruimte te bieden voor groen en (grote)
en de Prof. Bellefroidstraat zijn duidelijk gedinieerd.
bomen. De buitenruimte wordt ingericht als een grote tuin met veel ruimte voor een
Het groen aan deze straten heeft een natuurlijke
grote diversiteit aan beplanting met inheemse planten, ter bevordering van de
uitstraling en krijgt geen verblijfsfunctie. Het bestaan-
biodiversiteit. Dit kan terugkomen in de gebouwen door nestgelegenheden voor
de kunstwerk kan (deels) ingepast worden of ter
bijvoorbeeld vogels, vleermuizen en insecten mee te nemen in het ontwerp.
inspiratie dienen bij de inrichting. De hoge verblijfskwaliteit van de binnentuin als sociale ontmoetingsruimte is een > De buitenruimte heeft de sfeer van een informeel ‘land-
goede manier om eenzaamheid tegen te gaan en ontmoeting te bevorderen. Ook
schap’, met geleidelijke en organische overgangen tussen
een inpandige collectieve ontmoetingsruimte werkt daaraan mee. Doordat alle
verharde, half-verharde en onverharde delen.
gebouwen en fietsenstallingen (mede) op de binnentuin ontsloten kunnen worden zal deze binnentuin een levendige plek worden. Duurzaam bouwen betekent ook het beperken van energieverbruik in de gebruiksfase. Passief koelen kan hierin bijdragen. Dit betekent dat de warmte zoveel mogelijk buiten gehouden wordt, onder andere door invallend zonlicht te beperken. Dat kan met vaste luifels, verticale schotten of luiken, schuivende panelen of anderszins. Door passief te koelen kan het energieverbruik voor koeling middels installaties (deels) komen te vervallen. Dit speelt vooral bij de zuidgevels aan de binnentuin en aan de zuidzijde, niet aan de Groenewoudseweg. Of passief gekoelde gebouwen mogelijk en haalbaar zijn dient echter eerst nader onderzocht te worden.
18
GGD-locatie Nijmegen
19
Beeldkwalteitscriteria Stedenbouw en bouwmassa
• Eventuele private buitenruimtes (alleen bij onzelf-
• eigentijds en samenhangend geheel dat past in zijn
standige woningen) zoveel mogelijk afgekeerd van
omgeving, met een gevarieerde, levendige en hoog-
omringende woningen. Geen private buitenruimte
waardige uitstraling.
aan de Groenewoudseweg.
• Stedenbouwkundige onderbreking in de Groene-
• Private buitenruimtes in de vorm van uitpandige
door goede orientatie verblijfsplekken, afavalinzame-
• De buitenruimte is groen en samenhangend, als een
ling en eventuele private buitenruimtes.
grote tuin waarin de gebouwvolumes staan. • Robuuste en groene binnentuin als verblijfsplek voor de bewoners.
woudseweg. Geen voortzetting van jaren ’30 grond-
balkons met stalen hekwerk. Ook op maaiveld af-
• De binnentuin is openbaar toegankelijk.
gebonden woningen in 2 lagen met kap, maar accen-
scherming van de private buitenruimte d.m.v. stalen
• In de groene zone aan de Groenewoudseweg kan niet
tuering van de entree naar knooppunt Heyendaal.
hekwerk.
• Ensemble van drie losse, alzijdige volumes rond een binnentuin, in een groene setting. • Volumes in 3 en 4 lagen met plat dak. • Aan Groenewoudseweg maximaal 3 bouwlagen met plat dak. • Aansluiting op omgeving wordt gezocht in geleding van de bouwvolumes, door middel van sprongen in
• Goede aansluiting op maaiveld aan de Groenewoudseweg, bijvoorbeeld d.m.v. ramen tot op de vloer • Trappenhuizen zijn op de begane grond transparant en uitnodigend. • Aandacht voor de kopgevels, met meerdere raamopeningen
de gevellijn en de bouwhoogte, door plasticiteit in de gevel en middels materialisering en kleurstelling.
Materialisering, kleurgebruik en detaillering
Architectuur
ving op eigentijdse wijze vertalen naar deze plek, met
• Samenhangende en eigentijdse ‘familie’ van gebou-
name richting de Groenewoudseweg.
wen, door 1 architect ontworpen • Horizontale gevelgeleding met onderscheid in plint, verdieping en beëindiging bovenzijde • Hoofdentree’s aan zijde binnentuin, Prof. Bellefroidstraat en zuidzijde. Geen hoofdentree’s aan Groenewoudseweg. • Geen blinde plint, ook niet bij inpandige fietsenstalling voor bewoners. • Interne ontsluiting van de kamers, geen uitpandige galerijen.
• Baksteen in rood-bruine kleur als hoofdmateriaal, in aansluiting op omgeving. • Afwisseling met ander kleur- en/of materiaalgebruik bij wijze van accent. • Bij wijze van accent is bijvoorbeeld licht keimwerk, het gebruik van hout of groene gevels toegestaan.
• Eventueel afzomen van de binnentuin d.m.v. lage groene hagen, vergelijkbare groenelementen of plantsoenhekken. De tuin wordt niet afgesloten door middel van hekken of anderszins.
worden verbleven. De inrichting van deze zone is na-
Duurzaamheid
tuurlijk. Het kunstwerk wordt deels ingepast of dient
• Duurzame en natuurinclusieve gebouwen en inrich-
ter inspiratie in het ontwerp voor de inrichting. • Een beplantingsvak van ten minste 3m schept afstand tussen het gebouw en de Prof. Bellefroidstraat. • De auto-ontsluiting, het parkeren en de afvalinzameling aan de zuidzijde zijn onderdeel van de tuin en ademen dezelfde groene en hoogwaardige kwaliteit. • Goede aansluiting op het maaiveld en aandacht voor
• Gebiedseigen architectuurkenmerken uit de omge-
20
Inrichting buitenruimte
de overgang privé - openbaar. • 1 voetpad vanaf Groenewoudseweg naar binnentuin, tussen gebouwvolumes door. • Fietsparkeren voor bezoekers op maaiveld, nabij hoofd-entrees. • Geen openbaar fietsparkeren aan Groenewoudseweg • Autoparkeren op terrein aan westzijde, ontsloten via straat langs zuidzijde (gedeelde ontsluiting met Veiligheidsregio en brandweer). • Afvalinzameling vanaf de parkeerplaats of aan zuid-
ting buitenruimte. • Bij passief gekoelde gebouwen zijn maatregelen toegestaan om invallend zonlicht te beperken. • nestgelegenheden voor dieren opnemen in het gebouw. • Aandacht voor een duurzaam ingericht dakvlak (bijvoorbeeld met zonnepanelen, groene daken en/of ruimte voor waterberging) • Voorkeur voor gebruik van circulaire materialen in gebouwen en terreininrichting • Hoeveelheid verharding minimaliseren, waar mogelijk gebruik van halfverharding. • Aandacht voor voldoende schaduw met grote bomen in ruime plantvakken. • Gevarieerde beplanting met inheemse plantensoorten die de biodiversiteit versterken (zoals bloemen en besdragers).
zijde. • Voorzieningen zoals fietsparkeren en afvalinzameling zijn meegenomen in het ontwerp van de buitenruimte. • Overlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperken
GGD-locatie Nijmegen
21
Het Zand 17, 3811 GB Amersfoort T: +31 33 470 1188 E: info@svp-svp.nl
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling GGD-locatie Groenewoudseweg
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Inhoudsopgave 1.
Inleiding............................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 3 1.2 Waarom een m.e.r.-beoordeling? ............................................................................... 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................... 4 2. Plaats en kenmerken van het project ............................................................................... 5 2.1 Plaats van het project ................................................................................................. 5 2.2 Kenmerken van het project ........................................................................................ 5 3. Kenmerken van het potentiële effect ............................................................................... 6 3.1 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................... 6 3.2 Natuur .......................................................................................................................... 8 3.3 Bodem en water ..........................................................................................................
9 3.4 Klimaat ...................................................................................................................... 12 3.5 Energie ....................................................................................................................... 14 3.6 Circulariteit ................................................................................................................ 15 3.7 Verkeer, transport en parkeren................................................................................. 15 3.8 Gezondheid ............................................................................................................... 16 3.8.1 Geluid ...................................................................................................................... 16 3.8.2 Luchtkwaliteit ......................................................................................................... 17 3.8.3 Stikstof .................................................................................................................... 17 3.8.4 Veiligheid ................................................................................................................ 18 Conclusie ................................................................................................................................. 20
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het bestemmingsplan ‘Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg – 8)’ (hierna: ‘het bestemmingsplan’) maakt de herontwikkeling van de GGD-locatie aan de Groenewoudseweg mogelijk. Het kantoor is verplaatst naar de Professor Bellefroidstraat, Op de vrijkomende locatie ontwikkelt studentenhuisvesting SSH& in samenwerking met de gemeente een plan voor de bouw van maximaal 198 studentenwoningen. De ontwikkeling is in strijd met het huidige bestemmingsplan ‘Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg’. Op de locatie geldt de bestemming ‘Maatschappelijk’. De herontwikkeling naar een woonlocatie past niet binnen de huidige bestemming. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het bestemmingsplan herzien.
1.2 Waarom een m.e.r.-beoordeling? Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.beoordelingen: 1. 2.
projecten die vallen onder onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling, ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.
het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).
De herontwikkeling van het GGD-pand valt in het Besluit m.e.r. mogelijk onder: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (onderdeel D 11.2). Het plan voorziet in de volgende onderdelen/functies: De nieuwbouw van maximaal 198 studentenwoningen. De drempelwaarden van kolom 2 van onderdeel D 11.2 (100 ha oppervlakte of meer, 2000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan. De m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldingsnotitie (zie Bijlage 8 Aanmeldingsnotitie m.e.r.). Op basis van de aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad, een beslissing inzake de mer-plicht.
1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-aanmeldingsnotitie sluit aan bij de beoordelingscriteria van bijlage III van de Europese richtlijn en is als volgt opgebouwd:
hoofdstuk 2: de plaats en kenmerken van het project; hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit, per thema; conclusie voor de m.e.r.-beoordeling.
Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken in de bijlage en digitaal beschikbare openbare informatie .
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
2. Plaats en kenmerken van het project 2.1 Plaats van het project Het plangebied is gelegen buiten het centrum, in het gebied dat de overgang vormt naar Campus Heyendaal, aan de Groenewoudseweg. Het plangebied ligt ten noorden van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN)-/universiteitscampus. De locatie ligt binnen een driehoek die wordt gevormd door de spoorlijn Nijmegen-Venlo, de Groenewoudseweg en de Heyendaalseweg. Voorheen was de GGD in het pand gevestigd. Het toekomstig gebruik verandert van een kantoor naar studentenhuisvesting. Het pand wordt niet getransformeerd. Er is gekozen voor nieuwbouw waarbij maximaal 198 studentenwoningen worden gerealiseerd.
2.2 Kenmerken van het project De locatie is niet in of nabij wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden of speciale beschermingszones. De gemeente Nijmegen heeft een bevolkingsdichtheid van 3.456 mensen per vierkante kilometer in 2023 (op basis van cijfers van het CBS). Er kan worden gesproken van een hoge bevolkingsdichtheid. Dit aspect is meegewogen in de uitgevoerde milieuonderzoeken waar dit relevant is en leidt niet tot een MER-plicht. Tijdens de realisatie van de beoogde bouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. Figuur 1: contour plangebied
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
3. Kenmerken van het potentiële effect 3.1 Archeologie en cultuurhistorie Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. De uiterlijke verschijningsvorm van de stad weerspiegelt haar ontwikkelingsgeschiedenis en bepaalt mede de identiteit van een gebied. Archeologische vondsten en historische bebouwing vormen het fysieke archief van de stad. De grond waarop we staan is laag voor laag opgebouwd, waarbij iedere laag iets vertelt over een bepaalde periode uit de geschiedenis van de stad. Om deze redenen heeft het Rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg.
Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Rijksmonumenten komen in het plangebied niet voor en ook niet in de nabije omgeving. Er lopen geen procedures om te komen tot aanwijzing van rijksmonumenten. Voor het plangebied is geen procedure voor aanwijzing als rijksbeschermd stadsgezicht in voorbereiding. Het gedachtengoed uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg en het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening zijn aanleiding geweest om ook het gemeentelijk erfgoedbeleid te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in de Nota Cultureel Erfgoed, die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed wordt ingezet om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit van de locatie te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren.
Erfgoed is een belangrijke factor die kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het plangebied valt binnen gebiedstype 1 van deze
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
beleidskaart. Bij deze categorie is er hoofdzakelijk sprake van woonwijken die in de afgelopen 50 jaar tot stand zijn gekomen en moderne bedrijventerreinen en industriegebieden. In deze gebieden zijn cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig. Bij ruimtelijke plannen zal daarom alleen gestreefd worden naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Dit is voor deze gebieden voldoende om verwijzingen naar het verleden levend te houden. Het plangebied is niet beschermd en er liggen geen beschermde monumenten. Het pand is niet gelegen binnen een beschermd gebied en staat niet op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed. Geconcludeerd kan worden dat vanuit cultuurhistorie dat er geen cultuurhistorische waarden van toepassing zijn. Er is sprake van goede inpassing en geen bezwaar tegen de voorgestelde bestemmingsplanwijziging. Archeologie Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met het Verdrag van Malta en de Erfgoedwet , op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen.
De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ.
Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Het plangebied ligt in een gebied met dubbelbestemming waarde 2 vanwege de ligging in de zone van de Romeinse weg naar Mook en Cuijk. Deze weg vormde in de Romeinse periode
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
een belangrijke verbinding tussen Nijmegen en de rest van het Romeinse Rijk. Een waarde 2 gebied heeft een hoge archeologische verwachtingswaarde. Aan de waarden zijn ondergrenzen gekoppeld voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Voor het plangebied geldt dat vanaf een bodemverstorende ingreep dieper dan 0,3 m-mv of bij een oppervlakte van minimaal 100 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In september tot en met november 2022 heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken was een oude akkerlaag of esdek te verwachten met en dikte van circa 40 centimeter. Het booronderzoek heeft aangetoond dat de oorspronkelijke bodemopbouw binnen het plangebied is verdwenen. Er zijn uitsluitend geroerde of aangevoerde lagen op de natuurlijke ondergrond waargenomen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van uitgevoerd onderzoek is aangetoond dat in het plangebied geen behoudenswaardige archeologische resten te verwachten zijn. De waarde kan daarom naar beneden worden bijgesteld naar waarde 0. Voor deze waarde is geen omgevingsvergunning voor archeologie nodig. Indien toch archeologische vondsten worden gedaan, moeten deze gemeld worden op basis van art. 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.
3.2 Natuur Beschermde gebieden (Natura 2000) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura-2000 gebieden ‘Uiterwaarden Waal’ en ‘Gelderse Poort’. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden in de omgeving van Nijmegen. Significant negatieve effecten zijn op basis van het stikstofonderzoek (zie bijlage 3 bij de plantoelichting) uit te sluiten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden.
Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 5 september 2022 heeft Waardenburg Ecology een quickscan beschermde soorten uitgevoerd op het GGD terrein (bijlage 5 bij de plantoelichting). De bebouwing in het plangebied heeft voor vleermuizen en gierzwaluw mogelijk een functie als respectievelijk vaste verblijfplaats en jaarrond beschermde nestplaats. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is voorafgaand aan de geplande herontwikkeling (soortspecifiek) nader ecologisch onderzoek nodig. Op basis van de uitkomsten van dit nader onderzoek kan worden vastgesteld: - welke functies de bebouwing heeft voor vleermuizen en gierzwaluw; - of er maatregelen nodig zijn om negatieve effecten op vleermuizen of gierzwaluw en een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen; - of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is voor de sloop van de bebouwing.
De ingreep zorgt mogelijk voor het verstoren van broedvogels (vogelsoorten categorie 5 [geen jaarronde bescherming i.v.m. voldoende alternatieven in de omgeving] en algemene vogelsoorten). Maatregelen zijn nodig om deze verstoring – en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb – te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden en houtopstanden zijn uitgesloten. Het aanvullende onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluwen wordt aan het vast te stellen bestemmingsplan toegevoegd.
3.3 Bodem en water Het bestaande bestemmingsplan wordt gewijzigd van bestemming ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’. Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Awb). Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom wordt de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan beoordeeld. Er is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd door Sweco in 2022 (bijlage 4 bij de plantoelichting). Er blijkt dat er een verontreiniging met PFOS aanwezig is, waardoor
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
circa 520 m³ grond geclassificeerd is als ‘niet toepasbaar’. Indien deze grond verwijderd wordt, mag geen hergebruik plaatsvinden en moet de grond worden afgevoerd. Naast de verontreiniging met PFOS zijn maximaal licht verhoogde gehalten (>AW) aangetoond. Er is geen verontreiniging met asbest aanwezig. Er zijn geen ondergrondse tanks, voormalige bodembedreigende activiteiten of sterke bodemverontreinigingen bekend. In het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen die een evidente belemmering vormen voor het planvoornemen of moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan. Conclusie Met de ontwikkeling zelf worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect bodem uitgesloten worden. Er zijn wat betreft bodem geen bezwaren voor het plan. De bestaande bodemonderzoeken zijn toereikend voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. Ontplofbare oorlogsresten (OO) Het gebied is verdacht op het voorkomen van geschuts- en afwerpmunitie. Er dient onderzoek naar de aanwezigheid van OO plaats te vinden, begeleid door een opsporingsbedrijf. In het kader van de Arbowetgeving heeft de opdrachtgever/initiatiefnemer de verplichting om werkzaamheden onder veilige condities uit te laten voeren. Onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten maakt daar deel van uit.
Indien er in na de oorlog ongeroerde grond gewerkt gaat worden, geldt bovenstaande verplichting. Opsporing kan voorafgaand aan de werkzaamheden plaatsvinden of – indien dat niet mogelijk of gewenst is – kunnen de werkzaamheden onder begeleiding van een opsporingsbedrijf plaatsvinden. Daar waar in aantoonbaar na de oorlog geroerde grond wordt gewerkt, wordt geadviseerd het protocol “toevalsvondst van een explosief” te gebruiken en dit vóór aanvang van de werkzaamheden met de aannemer te bespreken. Een vooronderzoek door een conform de CS-VROO (vrijwillig) gecertificeerd bedrijf kan uitkomst bieden om naoorlogse grondroeringen in beeld te krijgen. Water Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Het plangebied ligt in de wijk Groenewoud en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten'. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. De oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving worden in stand gehouden (grondwaterneutraal bouwen) door in te zetten op bouwkundige maatregelen en eventuele drainerende of onttrekkende oplossingen. De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Groenewoudseweg. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het Bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater (van gebouwen) wordt verplicht op de openbare riolering aangesloten. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden.
Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. Hiervoor dient de nota ‘Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer’ gehanteerd te worden. Hemelwater mag niet naar percelen van andere eigenaren afstromen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant ‘Duurzaam bouwen in het KAN (2000)’ gebruik gemaakt te worden van duurzame bouwmaterialen. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Voor plannen met meer dan 500 m² verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Omdat geen sprake is van directe lozing op oppervlaktewater, hoeft in dit geval geen waterhuishoudkundig plan te worden ingediend. In de huidige situatie bedraagt het verhard oppervlak 6.741 m2. In de toekomstige situatie wordt meer ruimte voor groen geboden en is het verhard oppervlak 5.273 m2.
Omdat geen sprake is van een toename van verhard oppervlak en omdat het plan in het droge gedeelte van de stad ligt, hoeft geen compenserende waterberging aangelegd te worden.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Op basis van bovenstaande wordt op juiste wijze invulling gegeven aan duurzaam waterbeheer. Er is geen sprake van negatieve effecten op het rioleringsstelsel of oppervlaktewatersysteem. Er is geen watervergunning nodig voor de geplande werkzaamheden.
3.4 Klimaat Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1dac8e8d a5a94e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.
In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Natuurinclusief bouwen De gemeente Nijmegen zet natuurinclusief bouwen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is voor de Waalsprong de "Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong" (verder benoemd als Toolbox Waalsprong) opgesteld. Deze Toolbox Waalsprong is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Voor de rest van de stad
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
gaat een dergelijke Toolbox ook opgesteld worden. Deze is echter op dit moment nog niet beschikbaar. Bij dit bestemmingsplan hoort een oplegnotitie die is bedoeld om de Toolbox Waalsprong toepasbaar te maken voor het plangebied Groenewoudseweg 275. Met de oplegnotitie wordt de toolbox als gemeentelijk beleidsinstrument gekoppeld aan de regels van dit bestemmingsplan. Daarmee krijgt de toepassing van de toolbox een verplichtende werking bij de realisatie van het plan. Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag en het zorgt voor minder hittestress en droogte. Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied.
Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen. Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw.
Hittestress De locatie ligt in een aandachtsgebied voor hittestress en is gevoelig voor hitteoverlast. De ambitie is om de hittestress op deze locatie te verlagen. De toepassing van veel groen en natuurlijke materialen heeft hierop een positief effect. Vanaf 1 januari 2021 gelden nieuwe normen voor het voorkomen van hittestress in nieuwbouwwoningen (BENG norm, inclusief TOjuni berekening). HIOR Nijmegen heeft de basisrichtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte ondergebracht in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Deze is te vinden onder https://nijmegen.hior.nl/ Een voorbeeld van een richtlijn is: Pas alleen verharding toe waar nodig (Operatie Steenbreek).
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
Binnen het project zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. Er word gestreefd naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling. Het perceel is momenteel voor 41% bebouwd. Met de nieuwe ontwikkeling gaat dit percentage omhoog naar maximaal 50% van het perceel. Het terrein rond de gebouwen wordt echter groen ingericht, waardoor het totale aandeel verhard oppervlak afneemt. De parkeerplaats kan waarschijnlijk worden ingezet als dubbelgebruik met een centrale verblijfplaats en wordt waar mogelijk groen ingericht door extra bomen te planten en geen gesloten verharding toe te passen. Binnen het plan is een kader aangewezen met infiltratiemogelijkheid. Tussen de gebouwen bevindt zich een binnenterrein met een fietsenstalling, mogelijk met een terras of buitenverblijf hierboven. De mogelijkheid wordt bekeken om het dak van de fietsenstalling als groen dak te realiseren en een groenzone met bomenrij te creëren.
3.5 Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik van Nijmegen en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen. Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm.
Wij adviseren het gebouw nu al op deze ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. Aardgasvrij
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (staand)
\\gn.karelstad.nl\Documenten\hesht0\My Documents\GGD Groenewoudseweg
In 2050 moet Nederland zonder gas verwarmd worden. Dit geldt niet alleen voor woningen, maar ook voor bedrijfsgebouwen en kantoren. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet (indien mogelijk) of verwarmen met een warmtepomp. In dit gebied zijn plannen voor het aanleggen van een warmtenet. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Een bijkomend voordeel hiervan is dat het gebouw hiermee in de zomer kan worden gekoeld. Voor het bepalen van de voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden. De nieuwbouw biedt de mogelijkheid om de daken te gebruiken voor opwekking van zonneenergie in de vorm van zonnepanelen en de energiebehoefte zoveel mogelijk te beperken door bovengenoemde factoren onder de paragraaf ‘Energiebehoefte beperken’ mee te nemen bij de bouw. De bebouwing is aardgasvrij. Het perceel bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied, waardoor geadviseerd wordt de mogelijkheid te onderzoeken voor het realiseren van een WKO-systeem. Het precieze energieverbruik en manier van energievoorziening zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken voor het gebied.
3.6 Circulariteit Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en door het gebouw zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is. Ook het bestaande gebouw kan circulair worden gesloopt, zodat zoveel mogelijk materialen hoogwaardig kunnen worden hergebruikt. Naast circulaire materialen zijn biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, een goed alternatief. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid. Het bestemmingsplan biedt de ruimte voor circulair slopen en bouwen. Als ondergrens geldt het Bouwbesluit met een minimum MPG.
3.7 Verkeer, transport en parkeren Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg. In het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg is verkeersveiligheid de randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in Nijmegen. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting. De toegang naar de parkeerplaats aan de westzijde op het terrein zal worden ontsloten via de Professor Bellefroidstraat. Dit is in de huidige situatie ook het geval. Het streven is om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande infrastructurele voorzieningen. Voor studentenhuisvesting geldt een parkeernorm van 0,2 parkeerplaatsen per woning.