CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 15 Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Besluitronde (raadsvergadering) 1 november 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift' (98/2023)35.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Reclamanten, die al jarenlang een familiebedrijf exploiteren met de werkgelegenheid van dien, voelen zich door deze constante tegenwind van de gemeente niet langer welkom in hun eigen gemeente. Reclamanten zijn het niet eens met de opgelegde beperking in de toelichting en voeren daarvoor de volgende gronden aan:

10.2

Bijlagen bij de regels onzorgvuldig

In bijlage 1 bij de regels is een toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten (SvB). Er zijn enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht die specifiek voor de reclamanten van belang zijn. In de toelichting op de SvB staat expliciet dat de reparatie en handel in vrachtwagens vanwege een ongewenste ruimtelijke uitstraling niet is toegestaan. Reclamanten constateren dat expliciet in de bijlagen is

Reactie Het is absoluut niet de intentie geweest om de uitbreidingsmogelijkheden van reclamanten op het beoogde nieuwe bedrijventerrein op voorhand uit te sluiten. Bijlage 1 bij de regels bevat inderdaad een passage die suggereert dat het bedrijf van reclamanten (de handel in vrachtwagens) vanwege de ruimtelijke uitstraling niet wenselijk is op het nieuwe bedrijventerrein. Deze passage is abusievelijk overgenomen uit het bestemmingsplan voor het bestaande bedrijventerrein De Grift en zal worden verwijderd. Dit neemt niet weg dat de gemeente een hoge beeldkwaliteit nastreeft voor de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein. Bedrijven die aan deze beeldkwaliteiteisen kunnen en willen voldoen, zijn dus welkom. Dat geldt ook voor het bedrijf van reclamanten. Het feit dat een specifiek bedrijf (of bedrijfsactiviteit) niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemd is, betekent niet dat een bedrijf op voorhand niet is toegestaan. In lid 5.6 sub b is immers een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor bedrijven die niet zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed op de omgeving wel vergelijkbaar zijn. Om er geen twijfel over te laten bestaan dat de gemeente een eventuele verhuizing van Vierboom Trucks naar de uitbreiding van De Grift mogelijk wenst te maken, wordt de groothandel in vrachtauto’s (incl. import) (SBI-code 501) toegevoegd.

opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan Zie beantwoording onder 10.1.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

29

10.3

Beeldkwaliteit

10.4

Toelichting is tegenstrijdig

opgenomen dat handel in vrachtwagens op het beoogde nieuwe bedrijventerrein niet is toegestaan, maar nergens is onderbouwd waarom de handel in vrachtwagens een ongewenste ruimtelijke uitstraling geeft. Daarnaast is de ruimtelijke uitstraling niet het juiste afwegingskader in het kader van het vaststellen van de SvB. Dit is bedoeld om activiteiten en milieucategorieën toe te staan op basis van milieugevolgen. De gemeente weegt echter ineens – zonder toelichting – de ruimtelijke uitstraling hierin mee. Reclamant stelt dat dit in strijd is met artikel 3:4 Awb. Uit het beeldkwaliteitplan blijkt dat de gevels van bedrijfsgebouwen een natuurinclusief en circulair karakter moeten hebben en gesloten gevels zonder reliëf afgekeurd worden. Reclamant kan en wil aan deze vereisten van het beeldkwaliteitplan voldoen en streeft een duurzaam karakter van haar bedrijfsvoering en bedrijfsgebouwen na. Het is onduidelijk waarom de aard van de bedrijfsactiviteiten van reclamant door de gemeente bij voorbaat als onverenigbaar met de beoogde ruimtelijke uitstraling moet worden beschouwd. De bedrijfsactiviteiten van reclamant zijn uitstekend uitvoerbaar in een bedrijfsgebouw en buitenruimte die voldoen aan de eisen van het beeldkwaliteitplan.

De SvB somt bovendien een aantal bedrijfsactiviteiten op die wel zijn toegestaan, terwijl de aard van deze activiteiten grote gelijkenissen vertoont met het repareren van en handel in vrachtwagens. Het is voor reclamanten onduidelijk en onbegrijpelijk waarom het repareren van en groothandel in vrachtwagens expliciet is uitgesloten in bijlage 1, terwijl zij bereid zijn mee te werken om te kunnen voldoen aan het gewenste beeld en de ruimtelijke uitstraling. Reclamanten verzoeken de gemeente de beperkende zin te verwijderen uit de bijlagen bij het Chw-bestemmingsplan om de vestiging van het bedrijf van reclamanten in de uitbreiding mogelijk te maken. Anders handelt de gemeente naar willekeur, hetgeen in strijd is met artikel 3:3 Awb. In paragraaf 2.3.2 van de toelichting is een passage opgenomen waaruit blijkt dat het Chw-bestemmingsplan beoogt bestaande bedrijven op bedrijventerrein De Grift uitbreidingsmogelijkheden te geven. Echter

Zie beantwoording onder 10.1.

Zie beantwoording onder 10.1.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

30

10.5

Uitbreiding

10.6

Conclusie

geldt dit niet voor de reclamanten. Zij stellen vast dat op dit punt de toelichting intrinsiek en innerlijk tegenstrijdig is met de bijlagen horende bij de regels van het ontwerp, hetgeen in strijd is met de artikelen 3:2, 3:4 jo 3:46 van de Awb. Reclamanten merken op dat zij maar al te graag willen aansluiten bij de wensen van de gemeente om te voldoen aan de uitgangspunten in paragraaf 3.2.3 van de toelichting. De gemeente wil met de uitbreiding een bijdrage leveren aan de ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, goede bereikbaarheid en een krachtig en duurzaam vestigingsklimaat. Dit is ook verankerd in de regels. Dit houdt volgens reclamanten in, als zij voldoen aan deze voorwaarden en wensen, er geen grondslag bestaat de bedrijfsvoering van Vierboom Trucks in het ontwerp onmogelijk te maken. Uit paragraaf 4.2.2 van de toelichting volgt dat de gemeente een bijdrage en aansluiting zoekt bij het regionale DNA. Reclamanten vragen zich als regionaal bedrijf af waarom hun bedrijfsvoering onmogelijk wordt gemaakt. De gemeente geeft aan dat zij de groei en/of uitbreiding van bestaande bedrijven wil bevorderen en ruimte wil bieden aan verplaatsing of nieuwe lokale bedrijvigheid elders uit de stad. Dit geldt blijkbaar niet voor reclamanten, terwijl zij graag willen uitbreiden naar het nieuwe bedrijventerrein.

De doelstelling stroken derhalve niet met de feitelijke mogelijkheden die het ontwerp beoogt vast te stellen, zulks in strijd is met artikelen 3:2 jo 3:46 Awb nu geen sprake is van een deugdelijke voorbereiding en transparante belangenafweging. Resumerend stellen reclamanten vast dat de gemeente het ontwerpbesluit onzorgvuldig heeft voorbereid en er gebreken kleven aan de inhoud van de motivering. Reclamanten verzoeken daarom het volgende: De zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren, dat het bestreden besluit in redelijkheid niet in stand kan blijven en verzoeken om een heroverweging c.q. aanpassing.

Zie beantwoording onder 10.1.

Zie beantwoording onder 10.1.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

31

-

Wijzigingen Regels

Het ontwerp aan te passen, in zoverre dat de bedrijfsvoering van Vierboom Trucks B.V. binnen de regels omtrent de ruimtelijke uitstraling mogelijk zijn. Dit door in bijlage 1 de zin te schrappen dat handelen in vrachtwagens vanwege de ruimtelijke uitstraling niet is toegestaan.

In bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten (toelichting) wordt onder het kopje ‘De verbijzonderde Staat van Bedrijfsactiviteiten’, derde alinea (aanhef) het derde punt als volgt gewijzigd: “vormen van demontage (scooters, bromfietsen, motorfietsen) zijn vanwege een ongewenste ruimtelijke uitstraling niet toegestaan. Dergelijke bedrijfsactiviteiten zijn dan ook niet opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten van dit bestemmingsplan;” In bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten wordt SBI-code 501 ‘Groothandel in vrachtauto’s (incl. import)’ toegevoegd.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

32

11a

# 11.1

Reclamant 11 Vooraf: reclamant heeft op 14 april 2023 een zienswijze ingediend. Deze zienswijze is op 21 juni 2023 aangevuld. Navolgend wordt éérst de zienswijze van 14 april 2023 (11a) beantwoord en vervolgens wordt ingegaan op de aanvullende zienswijze d.d. 21 juni 2023 (11b). Onderwerp Samenvatting zienswijze Reactie Bestemming Gelet op de prominente ligging van het perceel van reclamant binnen De gemeente hanteert het stedenbouwkundig plan en Bedrijventerrein het plangebied hebben de gemeente en reclamant afspraken gemaakt beeldkwaliteitplan als uitgangspunt voor het Chwom in gezamenlijk overleg te komen tot planoptimalisatie. De bestemmingsplan. Dat is ook vastgelegd in de afspraken die resultaten van dit overleg dienen bij de vaststelling te worden reclamant aanhaalt. Deze afspraken hebben partijen gemaakt naar meegenomen. Aan het grootste gedeelte van het perceel van reclamant aanleiding van de door reclamant uitgesproken wens om tot is de bestemming ‘Bedrijventerrein’ toegekend, alsmede de aanduiding zelfrealisatie over te gaan. In de gemaakte afspraken worden de ‘bedrijf tot en met categorie 4.2’ en ‘specifieke vorm van mogelijkheden van samenwerking tussen de gemeente en bedrijventerrein – logistiek’. Het noordelijke deel van het perceel heeft reclamant verkend.

Over een vorm van samenwerking uitgaande tevens de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – van zelfrealisatie door reclamant, hebben wij met reclamant (nog) logistiek XXL’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – ontsluiting geen overeenstemming bereikt. Uit de afspraken volgt dat in dat logistiek XXL’. Ten westen van het perceel van reclamant liggen geval aan de gemaakte afspraken bij de (publiekrechtelijke) gronden van de gemeente Nijmegen die slechts de functieaanduiding besluitvorming over het bestemmingsplan geen betekenis toekomt. bedrijf tot en met categorie 4.2 hebben meegekregen. Artikel 5.1.c De stelling van reclamant dat de raad bij zijn besluit omtrent de bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding bedrijf tot en met categorie vaststelling van het bestemmingsplan de gemaakte afspraken, 4.2 bedrijven in categorie 1 tot en met 4.2 van de staat van moet meenemen, is daarom niet juist. bedrijfsactiviteiten, uitgezonderd BRZO-bedrijven, zijn toegestaan. Uit artikel 5.1.d volgt vervolgens dat ter plaatse van de aanduiding Aan de wijze van bestemmen liggen verschillende overwegingen ten specifieke vorm van bedrijventerrein-XXL logistiek uitsluitend XXL grondslag. In algemene zin geldt dat in De Grift Noord bedrijvigheid logistiek is toegestaan.

En uit artikel 5.1.e volgt dat ter plaatse van de tot en met milieucategorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten aanduiding specifieke vorm van bedrijventerrein - logistiek uitsluitend planologisch mogelijk gemaakt kan worden, gelet op de afstand tot XXL logistiek, reguliere logistieke bedrijven en Value Added Logistics omliggende woningen. Dit was het vertrekpunt voor het verder bedrijven zijn toegestaan. De consequentie van deze bepalingen is dat specificeren van de bestemming. De gemeente heeft een opgave het perceel van reclamant, voor zover voorzien van de bestemming om 15 hectare XXL-logistiek te laten landen in De Grift. XXL-logistiek bedrijventerrein, niet kan worden gebruikt voor bedrijven die zijn kavels vanaf 4 hectare (zie artikel 1.118 van de planregels). voorkomen in categorie 1 tot en met 4.2 van de staat van Bedrijven van dergelijke omvang kunnen in de gemeente Nijmegen bedrijfsactiviteiten. Vanwege het gebruik van de term 'uitsluitend' voor uitsluitend een plek krijgen in De Grift Noord, vanwege de de aanduidingen specifieke vorm van bedrijventerrein-XXL logistiek en grootschaligheid. Om uitvoering te geven aan de regionale specifieke vorm van bedrijventerrein-logistiek, zijn andere vormen van afspraken ten aanzien van XXL-logistiek is het wenselijk om De Grift Noord grotendeels te bestemmen voor (XXL-)logistiek. De meest

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

33

gebruik uitgesloten. Daar waar beide aanduidingen voorkomen (XXL logistiek en logistiek) is sprake van een tegenstrijdige bepalingen, omdat de aanduidingen elkaar (deels) uitsluiten. Gelet op de definitie van XXL logistiek (artikel 1.118) moet worden vastgesteld dat de gegeven aanduidingen die XXL logistiek toestaan inhoudsloos zijn. Voor XXL logistiek is immers een kavel met een omvang van 4 ha of meer en een bedrijfsgebouw groter dan 25.000 m2 nodig. Ten noorden c.q. het noordelijk gedeelte van het perceel kent een ruim 60 m brede strook grond die de aanduiding ontsluiting logistiek XXL heeft gekregen, waarmee het onmogelijk wordt om met het perceel van reclamant, een kavel met een omvang van 4 ha of meer te vormen. Kortom, het perceel van reclamant wordt de facto slechts tot 'value added logistics' bestemd, terwijl een dergelijke beperking op geen enkele wijze van ruimtelijke motieven is voorzien. De gronden ten westen van het perceel van reclamant, van de gemeente en met de aanduiding milieucategorie 4.2, hebben dan 'stiekem' de meest ruime bestemming, want zonder een aanduiding logistiek of xxl logistiek kan juist op die gronden wél (xxl) logistiek. Het is op deze wijze onnavolgbaar waarom niet het geheel de aanduiding milieucategorie 4.2 krijgt. Dat geeft immers de meeste flexibiliteit, ook ten aanzien van de invulling met logistiek.

De opzet van het plan, die met een groot vlak met de enkel bestemming bedrijventerrein kennelijk beoogt flexibiliteit te bieden, biedt in de praktijk het tegenovergestelde: een bestemming die deels voorzien is van aanduidingen waaraan geen betekenis toekomt en zeer beperkend uitpakt, juist voor het perceel van reclamant. De wijze van bestemmen verhindert een logische en op een optimale uitgifte gerichte verkaveling en beperkt de gebruiksmogelijkheden onnodig. Het perceel van reclamant dient een bestemming te krijgen, waardoor het integraal kan worden uitgegeven ten behoeve van bedrijven tot en met categorie 4.2, zo mede conform de aanduidingen logistiek XXL en logistiek. Aan

voor de hand liggende locatie voor XXL-logistiek is de zone langs de A15, grotendeels gelegen binnen de invloedssfeer van de windturbines. In verband met externe veiligheid en de afscherming van geluid (naar het zuiden) is het juist wenselijk XXL-logistiek hier te laten landen. Dit betreft een gebied van circa 12 hectare, waarvan een deel bestemd is voor de beoogde ontsluitingsweg. Het stedenbouwkundig plan gaat ervan uit dat in dit gebied ruimte is voor twee kavels met een gezamenlijk oppervlak van 11 ha. Afhankelijk van het exacte aantal vierkante meters dat wordt uitgegeven, is er ten zuiden van de ontsluitingsweg nog ruimte voor één XXL-kavel van circa 4 hectare. De gronden van reclamant zijn grotendeels voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’. Ter plaatse zijn de gronden niet alleen bestemd voor XXL-logistiek, maar ook voor (reguliere) logistieke bedrijven en Value Added Logistics bedrijven. De mogelijkheden zijn hier dus ruimer dan in het gebied ten noorden van de ontsluitingsweg, maar ook hier geldt dat de gronden uitsluitend zijn bestemd voor logistiek. Reclamant suggereert dat zijn eigendomspositie een rol heeft gespeeld bij de gelegde bestemmingen en aanduidingen. Hiervoor hebben wij uitgelegd welke overwegingen aan het ontwerpbestemmingplan en de planregeling die daarin is vastgelegd, ten grondslag liggen.

Deze overwegingen zijn alle ruimtelijk relevant. De eigendomspositie van reclamant heeft daarbij (dus) geen rol gespeeld. Reclamant merkt terecht op dat de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – XXL-logistiek’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’ elkaar overlappen en daarmee tegenstrijdig zijn. Het was de bedoeling van de gemeente om de grens van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein –

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

34

de oogmerken die in artikel 5.2 zijn geformuleerd wordt op deze manier niet voldaan.

XXL-logistiek’ aan de zuidzijde in het hart van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – ontsluitingsweg’ te leggen (omwille van flexibiliteit/schuifruimte). Net zoals dit is gebeurd met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’. Abusievelijk is de aanduidingsgrens gelijk getrokken met de zuidelijke aanduidingsgrens van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – ontsluitingsweg’, waardoor beide aanduidingen overlappen ter plaatse van het perceel van reclamant. Dit was onzorgvuldig en zal worden hersteld. Naar aanleiding van de aanvullende zienswijze van de reclamant (zie ook de beantwoording onder 11.6 en verder) worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – XXL logistiek’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’ anders begrensd. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar punt 11.6 en verder. De opmerking van reclamant dat de gronden ten westen van het perceel van reclamant de meest ruime bestemming hebben is juist. Ook voor de gronden ten westen van het perceel van reclamant geldt dat uitsluitend logistieke functies gewenst zijn. Om deze reden wordt het betreffende perceel – net als het eigendom van reclamant - voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’.

Wat betreft de milieucategorisering wenst de gemeente als volgt te reageren: De Grift Noord is – mede op grond van het RPW – uitsluitend bestemd voor logistiek. Logistiek en distributie vallen in principe onder milieucategorie 3.2, met name vanwege het lawaai van aan- en afrijdende vrachtwagens (ook gedurende de vroege en late uren) en het laden en lossen van vrachtwagens. Vanuit het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ kunnen in De Grift Noord echter bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 worden toegelaten.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

35

Dit lijkt tegenstrijdig met de aanduidingen voor logistiek, maar er is wel degelijk een reden geweest om bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4.2 toe te staan. Bij de (tijdelijke) opslag en distributie van (brand)gevaarlijke stoffen is milieucategorie 3.2 vanwege het aspect gevaar niet altijd toereikend. Om deze reden is ervoor gekozen De Grift Noord te voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – bedrijf tot en met categorie 4.2’, teneinde ook de eventuele op- en overslag en distributie van gevaarlijke stoffen mogelijk te maken. Gelet op de afstand tot omliggende woningen leent De Grift Noord zich voor dergelijke bedrijven.

11.2

Groenblauwe verbinding

a.

Aan de zuid- en oostzijde van het perceel van reclamant is een strook met de bestemming 'Groen' opgenomen die varieert van 16 tot circa 23 m breed. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het recent vastgestelde bestemmingsplan 'Nijmegen bedrijventerrein de Grift en Rietgraaf en omgeving'. Dit bestemmingsplan kent aansluitend een zone met een bestemming groen die ongeveer een breedte van 6 m heeft. In artikel 5.3.5 is voor de bestemming bedrijventerrein ook nog een voorwaardelijke verplichting groen opgenomen. Met het oog op de biodiversiteit en klimaatadaptatie dient elk bouwperceel te worden voorzien van een of meerdere groenstroken en/of groene erfafscheidingen op eigen terrein waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan uitbreiding bedrijventerrein De Grift. Op

Resumerend kan gesteld worden dat de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – XXL-logistiek’ uit planologische overwegingen zijn opgenomen (op grond van de af spraken in het RPW) en de aanduiding voor ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – bedrijf tot en met categorie 4.2’ uit milieukundige overwegingen (toestaan open overslag en distributie van gevaarlijke stoffen). Van tegenstrijdigheid is dus geen sprake. a. De gemeente heeft naast het realiseren van ruimte voor bedrijvigheid ook andere opgaven die moeten landen in De Grift Noord. Zo is er een waterbergingsopgave (o.a. vanuit het bestaande bedrijventerrein De Grift) en moet er voldoende leefgebied voor de aanwezige flora en fauna worden gecompenseerd. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie (en opgave) om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Deze opgaven gaan ten koste van de uitgeefbaarheid. Het grootschalig karakter van het bedrijventerrein vraagt om een robuuste groenblauwe structuur die in verhouding staat met de grootschalige bedrijfskavels voor XXL-logistiek. Het groen wordt functioneel ingezet om de opgave voor waterberging en infiltratie te laten landen, alsmede om de

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

36

b.

pagina 42 van dit beeldkwaliteitsplan wordt gesproken van groenstroken variërend van 2-8 m. De consequentie is dat tezamen genomen groenstroken oplopend tot 30 m breedte ontstaan. Dat dergelijke brede groenstroken nodig of wenselijk zijn wordt nergens, laat staan deugdelijk, gemotiveerd. Van zuinig ruimtegebruik en of een goede groene inpassing is daarmee ook geen sprake, onderhoud en inrichting van dergelijke omvangrijke groenzones zijn dermate kostbaar dat op termijn ook geen sprake zal zijn van zorgvuldig groen ingepast bedrijventerrein. Dergelijke groenzones werken averechts en beperken de omvang van de uitgeefbare hoeveelheid grond onnodig. Het gehele westelijke deel van het perceel met een breedte van 90 m (en nog 20 m op Nijmeegs aansluitend grondgebied) heeft ook nog de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein groenblauwe verbinding' gekregen. Op grond van artikel 5.7.2 kan in die zone op grond van een omgevingsvergunning een groenblauwe verbinding worden gemaakt met een minimale breedte van 20 m. De groenblauwe verbinding kan derhalve op grondgebied van de gemeente worden gerealiseerd, maar ook op het perceel van reclamant.

Nergens in het bestemmingsplan, noch in de bijlagen wordt echter gemotiveerd waarom in deze zone een groenblauwe verbinding moet worden gerealiseerd, maar staat in de weg aan een optimale verkaveling door de gronden de gemeente en reclamant (deels) samen te voegen. Het enige aanknopingspunt voor een ruimtelijk motief voor deze zone is te vinden in het beeldkwaliteitsplan, waar een stedenbouwkundige verkaveling wordt gesuggereerd waarbij het perceel van reclamant met een sloot wordt doorsneden. Voor de waterhuishouding is die sloot niet nodig, zo heeft geohydrologisch onderzoek al uitgewezen. Aldaar is ook geen sloot aanwezig, het is ook anderszins niet nodig om op die plaats een sloot te realiseren. Dat volgt ook uit de waterparagraaf in de toelichting (4.9) waarin een plaatje van de huidige situatie is opgenomen (zonder deze sloot

effecten van hittestress te beperken. Tevens is een robuuste groenblauwe structuur noodzakelijk voor biodiversiteit op het bedrijventerrein en voor het creëren van voldoende leefgebied voor de aanwezige flora en fauna. Door een stevige (en voldoende brede) groenstructuur te creëren kunnen soorten zich via het bedrijventerrein verplaatsen naar aangrenzende gebieden en is er bovendien voldoende ruimte om te foerageren en nestelen. Een en ander is beschreven in het mitigatieplan dat is opgesteld voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Voor de volledigheid wordt de toelichting op dit punt aangevuld, zie daarvoor ook punt 10 onder de ambtshalve wijzigingen.

b.

Dat er op het perceel van reclamant een groenstrook met een breedte van 30 meter ontstaat is onjuist. De bestemming ‘Groen’ aan de oostzijde van het perceel van reclamant heeft een gemiddelde breedte van 23 meter en is slechts voor een gedeelte op het perceel van reclamant gelegen. Het beeldkwaliteitplan schrijft langs de achterste en zijdelingse perceelsgrens een groenstrook van 2 meter langs de erfgrens voor. Daarmee zou de totale breedte op 25 meter uitkomen. Aan de zuidzijde van het perceel bedraagt de breedte van de groenstrook maximaal 19 meter. De totale oppervlakte aan groen op het perceel van reclamant bedraagt circa 5.500 m2. Dat is ruim 10% van de totale oppervlakte van het kavel. De gemeente heeft niet alleen de ambitie om het bedrijventerrein groen te omkaderen, maar ook groen te dooraderen. Om deze groene structuur goed te laten functioneren is het nodig dat er verbindingen worden gelegd met de omgeving. Dit is met name voor de ecologische functie van belang, maar mogelijk ook om waterhuishoudkundige redenen. In het stedenbouwkundig plan is een doorlopende

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

37

door het terrein van reclamant) en waarin ook voor de toekomstige situatie een nieuwe sloot/watergang niet wordt genoemd. Dat het waterhuishoudkundig plan nog niet gereed is en niet bij de stukken zit, maakt dat reclamant daar niet op kan reageren, maar er is in ieder geval niets dat wijst op een noodzaak een sloot dwars door het perceel van reclamant te leggen en in feite de sloot die nu door de gronden van de gemeente loopt daarnaar te verleggen. De enige reden waarom de sloot in de opzet is opgenomen is daarmee blijkbaar gelegen in het beperken van de mogelijkheden van reclamant om een beroep op zelfrealisatie te doen. Niet alleen wordt reclamant hiermee onnodig tekort gedaan, uiteraard zal het gevolg ook zijn dat de kosten om tot uitgeefbare grond te komen stijgen en de opbrengsten vanwege de uitgifte worden beperkt, waarmee de gemeente nog beperkter is in het kostenverhaal dan tot nu toe al het geval is. De aanduiding groenblauwe verbinding dient te worden verwijderd, deze kent geen onderbouwing.

Mede gelet op de in het bestemmingsplan Nijmegen bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf en omgeving reeds opgenomen groenzone aan de noord- en oostzijde van het perceel van reclamant dient de zone met de bestemming 'Groen' op het perceel van reclamant even zoveel te worden teruggebracht en voorts dient de regeling inhoudende een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie van groen zodanig te worden vormgegeven dat dit groen ook in de bestemming 'Groen' kan worden gerealiseerd, zodat geen sprake zal zijn van een doublure leidend tot een groene zone oplopend tot een breedte van maar liefst 30 m.

groenblauwe verbinding voorzien, vanaf de middelste windturbine in zuidelijke richting (noord-zuid verbinding). Deze groene structuur is niet nieuw, maar is al ontworpen in het kader van de RPW-aanvraag en mede om die reden positief ontvangen door de provincie Gelderland. Om de nodige flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject te creëren, is in het ontwerpbestemmingsplan – ten gunste van de reclamant - de mogelijkheid opgenomen om het zuidelijke deel van deze groenblauwe verbinding te kunnen laten verspringen. In principe kan deze dus geheel op de gronden van de gemeente worden gerealiseerd, waardoor het perceel van reclamant niet belast wordt met extra groen. Dat de groenblauwe verbinding uitsluitend is opgenomen om de mogelijkheden voor zelfrealisatie in te perken is dan ook onjuist. Het bedrijventerrein krijgt een efficiënte en grootschalige verkaveling, waardoor dieren zich moeilijker van noord naar zuid over het bedrijventerrein kunnen verplaatsen. Om deze reden is gezocht naar een tussenliggende groenblauwe verbinding in noord-zuidrichting. Aan weerszijde daarvan zijn er invloeden die verstorend kunnen werken op de ecologische functie. Dit maakt mede dat de groenblauwe verbinding een robuuste maat dient te hebben.

Om de flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject verder te verruimen, komt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenblauwe verbinding’ te vervallen. In plaats daarvan wordt het gehele logistieke gedeelte van De Grift Noord voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’, zodat er naast een noordzuid verbinding, ook een oost-west verbinding of een combinatie van beiden, mogelijk is. Omdat het waterhuishoudkundig plan nog niet gereed is en nog onvoldoende duidelijk is of een noord-zuid georiënteerde

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

38

watergang noodzakelijk is (dit is mede afhankelijk van de stedenbouwkundige uitwerking en eisen van het waterschap), wordt de term ‘groenblauwe verbinding’ vervangen door de term ‘openbare groenstructuur’. Concreet betekent dit dat de begripsbepaling ‘groenblauwe verbinding (1.48) en sublid 5.7.2 komen te vervallen. Er wordt een nieuw sublid 5.3.6 opgenomen: 5.3.6 Voorwaardelijke verplichting openbare groenstructuur Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’ geldt dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor de activiteiten als bedoeld in lid 4.1 onder d en e uitsluitend is toegestaan, indien: a. binnen 24 maanden na het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, uitsluitend voor zover deze omgevingsvergunning betrekking heeft op gronden binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’, voorzien is in de aanleg en instandhouding van een openbare groenstructuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur, waarbij geldt dat: 1. De oppervlakte van de openbare groenstructuur niet minder mag bedragen dan 6.000 m2; 2. De breedte van de openbare groenstructuur niet minder mag bedragen dan 10 meter. Zodoende is de realisatie van een groene dooradering binnen De Grift Noord gewaarborgd, maar kan de exacte locatie op een later moment uitgedetailleerd worden.

Hiermee blijven ook andere verkavelingsvarianten mogelijk, maar is de realisatie van voldoende groen op het bedrijventerrein verzekerd.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

39

11.3

Bouwhoogte

De maximale bouwhoogte is bepaald op 25 meter. De praktijk leert dat logistieke gebouwen met een hoogte van circa 14 meter of met een hoogte van 30 meter worden gerealiseerd. Indien het wenselijk is om logistieke bebouwing optimaal te faciliteren dan is het toekennen van een maximale bouwhoogte van 30 meter nodig.

11.4

Ontsluiting

Het is onlogisch en onjuist het plangebied te doorsnijden met een ontsluitingsweg waarvoor een zone van 65 m breed door het plangebied loopt. Om tot een efficiënte en gunstige verkaveling te komen, is het veel beter die hoofdontsluiting langs de westzijde en de

Als gevolg van de aanleg van de beoogde ontsluitingsweg aan de noordzijde van het perceel van reclamant zal naar verwachting circa 9.000 m2 van het perceel niet uitgeefbaar zijn. Tel daar de vierkante meters aan groen aan de oost- en zuidzijde bij op, dan komt het totale aantal vierkante meters niet uitgeefbaar terrein (ten behoeve van ontsluiting en groenvoorzieningen/andere opgaven) op circa 14.500 m2. Dit betekent dat ruim 71% van het perceel van reclamant uitgeefbaar is. Dit is een courante bruto-nettoverhouding voor bedrijventerreinen. De verplichting om groen op eigen terrein te realiseren is niet meegenomen in bovenstaande berekening, omdat dit uitgeefbare vierkante meters betreffen. De verplichting om groen op eigen terrein te realiseren geldt voor alle bedrijfspercelen in De Grift, dus ook voor het perceel van reclamant. Deze groene buffer is nodig om op eigen terrein te kunnen voorzien in voldoende waterberging. Het is door reclamant onvoldoende onderbouwd waarom een hoogte van 30 meter noodzakelijk is. In de praktijk blijkt inderdaad dat veel logistieke gebouwen een hoogte van circa 14 à 15 meter hebben, vanwege de benodigde vrije ruimte van 12,20 meter. Er zijn ook voorbeelden van distributiecentra met een vrije hoogte van 14 meter (Prologis Park Tilburg) en 17,3 meter (Borchwerf Roosendaal). Onvoldoende aangetoond is dat een grotere bouwhoogte benodigd is.

Los daarvan is een nog hogere bouwhoogte vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst, omdat dan de overgang naar het aangrenzende bedrijventerrein en de omgeving te groot wordt. Bovendien neemt de schaduwwerking daarmee nog verder toe, wat een negatief effect heeft op de beoogde groenstructuur. De breedte van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - ontsluiting’ is juist bedoeld om flexibiliteit tijdens het ontwikkeltraject te creëren. Het biedt immers de mogelijkheid om de beoogde ontsluitingsweg in noordelijke en/of zuidelijke richting te verschuiven voor zover dat beter zou aansluiten bij de

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

40

11.5

Kostenverhaal

noordzijde te laten verlopen, te combineren met het daar reeds ingeplande groen en de windturbines, zodat zo min mogelijk goed uitgeefbare grond wordt ingezet voor infrastructuur. Op deze wijze kan ook een toekomstige aansluiting op gronden ten oosten van het plangebied worden gerealiseerd en kunnen de kosten voor infrastructuur (gelet op hetgeen reeds aanwezig is) aanzienlijk worden teruggebracht. Een ontsluitingsweg midden door het plangebied als zodanig levert ook geen bijdrage aan de stedenbouwkundige opzet. Deze stedenbouwkundige opzet kan ook worden gerealiseerd bij een flexibelere verkaveling, doordat anderszins in de benodigde groene inbedding wordt voorzien, dan wel eisen aan de situering van bebouwing worden gesteld. Met de zone voor de ontsluiting wordt de flexibiliteit weggenomen. Bij de stukken is geen (ontwerp)exploitatieplan gevoegd, als gevolg waarvan niet kan worden beoordeeld of het plan uitvoerbaar is en ook niet of voor het perceel van reclamant opgenomen gebiedsaanduiding 'wetgevingszone kostenverhaal', terecht en op goede gronden is opgenomen. Dat op grond van de Crisis- en Herstelwet het kostenverhaal door kan worden geschoven naar de uitvoeringsfase, brengt nog niet met zich dat in het geheel geen toets moet plaatsvinden. Het in feite ongeclausuleerde bouwverbod opgenomen in artikel 19.6 kan niet worden gehandhaafd.

Er geldt immers geen plicht tot het sluiten van een anterieure overeenkomst voor de gemeente en door het eenvoudigweg niet vaststellen van een exploitatieplan is het van de enkele wil van de gemeente afhankelijk of het bouwverbod van kracht blijft. Een in feite absoluut bouwverbod zoals thans opgenomen in het bestemmingsplan en de aanwijzing van uitsluitend enkele percelen met de gebiedsaanduiding wetgevingszone kostenverhaal, in plaats van dat een exploitatiegebied is aangewezen en aan de overige vereisten van artikel 7 c, lid 10 en 11 is voldaan, is derhalve niet toelaatbaar.

uiteindelijke verkaveling van de gronden. Zoals blijkt uit het beeldkwaliteitplan dat ter visie heeft gelegen (profiel 9, pagina 86) heeft de ontsluitingsweg met fietspad en bermen een totale breedte van 24 meter. Met de beoogde ligging van de ontsluitingsweg wordt het bedrijventerrein op logische en efficiënte wijze ontsloten op de Griftdijk en verder. Een centrale ontsluiting is bovendien gewenst om een calamiteitenroute via de Groothandelsweg mogelijk te maken. Daarnaast is het wenselijk dat bedrijfsgebonden kantoren zo ver mogelijk van de windturbines worden gesitueerd. Een centrale ontsluitingsweg draagt daaraan bij. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan.

Het doorschuiven van de verplichting om een exploitatieplan vast te stellen vindt zijn grondslag in artikel 7c, tiende lid, van het Besluit uitvoering Chw. In de toelichting van het Chw-bestemmingsplan is hierover vermeld dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – kostenverhaal’ voorlopig een bouwverbod geldt om te komen tot het verhalen van de kosten van de grondexploitatie. Reclamant betoogt dat het Chwbestemmingsplan hierdoor tot rechtsonzekerheid leidt nu een exploitatieplan ontbreekt, maar de Afdeling heeft in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2020:1768) geoordeeld dat het doorschuiven van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan past bij de gewenste uitnodigingsplanologie. Dit houdt in dat via het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (private) initiatiefnemers worden uitgenodigd om tot een ontwikkeling van een gebied te komen. Het is in die gevallen over het algemeen niet gewenst om al bij de wijziging van het bestemmingsplan te worden geconfronteerd met de verplichting om een exploitatieplan vast te stellen, aldus de Nota van Toelichting bij artikel 7c van het Besluit uitvoering Chw (Stb. 2014, 168). Bovendien heeft de gemeente er belang bij dat er een

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

41

exploitatieplan of anterieure overeenkomst wordt gesloten met reclamant, omdat de gemeente uitvoering wenst te geven aan de regionale afspraken in het RPW. Daaruit volgt dat Nijmegen 15 hectare ten behoeve van XXL-logistiek moet realiseren. Deze opgave kan eenvoudigweg alleen ‘landen’ in De Grift Noord. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan.

11b # 11.6

Reclamant 11 – aanvullende zienswijze Onderwerp Samenvatting zienswijze Belangen Voorop moet worden gesteld dat reclamant voorstander is van de invulling van De Grift Noord met bedrijvigheid. Daar bestaat duidelijk behoefte aan en de invulling sluit aan op het bestaande bedrijventerrein en Park15. Reclamant respecteert ook dat niet meer dan 15 ha met XXL logistiek kan worden ingevuld gelet op de in de regio daaromtrent gemaakte afspraken en evenzeer dat het een plan moet zijn van hoogwaardige kwaliteit (met aandacht voor duurzaamheid en circulariteit, klimaatadaptief en als energiebron) met een goede en groene landschappelijke inpassing. Ook dienen de bestaande groene waarden, zoals het Roekenbosje te worden gerespecteerd. Een goede ontsluiting is daarbij cruciaal voor deze ontwikkeling. Dit alles neemt niet weg dat met deze uitgangspunten naar een zo courant mogelijk plan, dat beantwoordt aan de vraag uit de markt, moet worden gestreefd, opdat ook de beste opbrengst voor alle partijen wordt gegenereerd. Vanwege deze gezamenlijke uitgangspunten is reclamant met de gemeente de dialoog aangegaan, mede gelet op de centrale positie van de gronden van Rikken in het plangebied. Samenwerking kan leiden tot het beste plan. Zoals in de zienswijze opgemerkt, hebben de gemeente en Rikken afspraken gemaakt om in gezamenlijk overleg te komen tot een planoptimalisatie.

Onder planoptimalisatie wordt verstaan een verbetering van 'stedenbouwkundig optimaal maar financieel

Reactie De gemeente hanteert het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitplan als uitgangspunt voor het Chwbestemmingsplan. Dat is ook vastgelegd in de afspraken die reclamant aanhaalt. Deze afspraken hebben partijen gemaakt naar aanleiding van de door reclamant uitgesproken wens om tot zelfrealisatie over te gaan. In de gemaakte afspraken worden de mogelijkheden van samenwerking tussen de gemeente en reclamant verkend. Over een vorm van samenwerking uitgaande van zelfrealisatie door reclamant, hebben wij met reclamant (nog) geen overeenstemming bereikt. Uit de afspraken volgt dat in dat geval aan de gemaakte afspraken bij de (publiekrechtelijke) besluitvorming over het bestemmingsplan geen betekenis toekomt. De stelling van reclamant dat de gemeente de gemaakte afspraken niet nakomt, delen wij daarom niet. De opmerking van reclamant over de juridische houdbaarheid van een eventuele grondtransactie tussen hem en de gemeente, valt buiten het bestek van de bestemmingsplanprocedure. Wij zullen daarom verder niet op deze opmerking reageren. Tot slot, hiervoor is aangegeven dat de gemeente zich op het standpunt stelt dat zij niet in strijd handelt met de tussen de gemeente en reclamant gemaakte afspraken. Voor zover dat

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

42

11.7

Planoptimalisatie meenemen in besluitvorming

minder' naar 'stedenbouwkundig aanvaardbaar maar financieel beter'. Voorts is afgesproken dat de resultaten van dit overleg bij de vaststelling van het bestemmingsplan moeten worden meegenomen. De afspraken om in gezamenlijk overleg tot planoptimalisatie te komen worden niet nagekomen. In een aansluitende mail van 5 april 2023 is toegelicht dat noch het Didam-arrest noch het gemeentelijk grondbeleid aan transacties ten behoeve van planoptimalisatie in de weg staan. Als reden voor het niet nakomen van de afspraken is opgegeven dat de omvang en intensiteit van het proces rond de uitbreiding van De Grift is onderschat en keuzes dienen te worden gemaakt omtrent de inzet van ambtelijke capaciteit. Reclamant is van mening dat het vast te stellen bestemmingsplan voldoende ruimte moet laten om tot planoptimalisatie, conform de gemaakte afspraken te komen. Een dergelijke vaststelling van het bestemmingsplan is echter niet mogelijk wanneer onduidelijk is binnen welke kaders planoptimalisatie kan plaatsvinden. In de zienswijze worden die kaders vanuit de visie van reclamant geschetst en aanvullend is opgenomen waarom deze wijzigingen uit ruimtelijk oogpunt (het criterium 'goede ruimtelijke ordening') aanvaardbaar zijn. Reclamant stelt voorop dat een planoptimalisatie zowel ten voordele strekt van de gemeente als van reclamant, niet alleen in financiële zin, maar ook programmatisch.

Dit terwijl ruimtelijk het resultaat aanvaardbaar blijft. Sterker nog, het plan wordt groener en hoogwaardiger, in alle opzichten. Reclamant beroept zich overigens niet enkel op de gemaakte afspraken. Ook uit vaste jurisprudentie volgt dat indien en voor zover een Initiatief betreffende een ruimtelijke ontwikkeling voldoende concreet en onderbouwd is en het Initiatief tijdig bekendgemaakt is aan het gemeentebestuur, de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb vergt dat het gemeentebestuur beziet of hieraan medewerking kan worden verleend.

anders zou zijn, zou de gemeenteraad de gemaakte afspraken bij de besluitvorming over het bestemmingsplan moeten betrekken. Dat zou niet tot een andere uitkomst hebben geleid. Wij zijn van mening dat het bestemmingsplan nadat de hieronder weergegeven wijzigingen zijn verwerkt, in overeenstemming is met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. De inhoud van het bestemmingsplan is dus geen gevolg van de beschikbaarheid van ambtelijke capaciteit of het ontbreken daarvan.

De gemeente Nijmegen streeft – net als de reclamant – naar planoptimalisatie, maar wel binnen de gegeven kaders en uitgangspunten voor de ontwikkeling. De gemeente heeft met belangstelling kennis genomen van de alternatieve verkaveling van reclamant, maar constateert dat daaraan de nodige haken en ogen zitten. Zo houdt het plan geen of onvoldoende rekening met het realiseren van een calamiteitenontsluiting en de wateropgaven die binnen het gebied opgelost moet worden. De gemeente is niet uit op de grootst mogelijke opbrengst, maar heeft ook een taak om opgaven en ambities ten aanzien van het watersysteem, werkgelegenheid, (omgevings)veiligheid, klimaatadaptatie en duurzaamheid binnen De Grift te laten landen. Planoptimalisatie is één van die opgaven. Uit jurisprudentie volgt dat sprake moet zijn van een zodanig concreet initiatief c.q. alternatief plan dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan beoordeeld kan worden en het zonder meer in het bestemmingsplan kan worden vastgelegd. Aan deze eisen voldoet het alternatieve plan van reclamant niet. De gevolgen van het alternatieve plan voor de waterhuishouding zijn onvoldoende in beeld gebracht en de vormgeving van de beoogde ontsluiting dient nog nader gepreciseerd worden.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

43

Met het oog op planoptimalisatie wordt voorgesteld de bestemmingsplanregeling voor De Grift Noord op een aantal punten te verruimen:  Programma: zowel in het stedenbouwkundig plan van de gemeente, als de optimalisatievariant van reclamant, is het noordwestelijke kavel bestemd voor XXL-logistiek. De realisatie van een XXL kavel is hier ook gewenst, gelet op de maat en schaal van het kavel, ligging aan de A15 en korte ontsluitingsroute naar de A15. Voor dit kavel wordt daarom de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – XXL-logistiek’ gehandhaafd. Het overige deel van De Grift Noord wordt voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’. De gronden met deze aanduiding zijn bestemd voor zowel XXL-logistiek, alsmede voor (reguliere) logistieke bedrijven en Value Added Logistics bedrijven. Hierdoor ontstaat de planologische mogelijkheid om ten zuiden van de ontsluitingsweg een XXL-kavel te realiseren. Met voornoemde aanpassing is zowel het beoogde stedenbouwkundig plan van de gemeente als de door reclamant beoogde planoptimalisatie in planologisch opzicht mogelijk.

 De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – ontsluiting’ wordt zodanig aangepast dat zowel de beoogde centrale ontsluitingsroute in het stedenbouwkundig plan van de gemeente, als de door reclamant beoogde planoptimalisatie mogelijk is, met een marge van 5 meter in zuidelijke richting. Om courante kavels aan de noordzijde over te houden is het verschuiven van de ontsluitingsweg in noordelijke richting niet gewenst. De marge van 5 meter wordt aangehouden om de flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject te

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

44

waarborgen. De planoptimalisatie van reclamant houdt geen rekening met het realiseren van een calamiteitenroute. Dit is een aandachtspunt voor de planuitwerking. Volledigheidshalve wordt een calamiteitenroute planologisch mogelijk gemaakt binnen de bestemmingen ‘Bedrijventerrein’ en ‘Groen’. Zoals reeds beschreven onder punt 11.2 wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenblauwe verbinding’ vervangen door de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur. Deze aanduiding wordt opgenomen voor het gehele logistieke deel van De Grift Noord, zodat naast een noordzuid verbinding, ook een oost-west verbinding of een combinatie van beiden, mogelijk is. De regels in sublid 5.7.2 komen te vervallen en worden vervangen door een nieuw sublid 5.3.6: 5.3.6 Voorwaardelijke verplichting openbare groenstructuur Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’ geldt dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor de activiteiten als bedoeld in lid 4.1 onder d en e uitsluitend is toegestaan, indien: b.

binnen 24 maanden na het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, uitsluitend voor zover deze omgevingsvergunning betrekking heeft op gronden binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’, voorzien is in de aanleg en instandhouding van een openbare groenstructuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur, waarbij geldt dat:

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

45

1.

De oppervlakte van de openbare groenstructuur niet minder mag bedragen dan 6.000 m2; 2. De breedte van de openbare groenstructuur niet minder mag bedragen dan 10 meter. Op deze manier is zowel de door de gemeente beoogde groen(blauwe) dooradering, als de door reclamant voorgestelde groenstructuur planologisch mogelijk en is een groene dooradering van het bedrijventerrein planologisch verankerd.

11.8

Ongunstige verkaveling

Op de afbeelding in de zienswijze is te zien tot welke verkaveling het bestemmingsplan (ook voor het zuidelijk deel van het bedrijventerrein) dwingt. Bedacht moet worden dat dit deel van het plangebied (De Grift Noord) met name bedoeld is voor XXL-logistiek en daarvoor grote kavels voor rechthoekige bebouwing moeten kunnen worden gevormd. Opvallend in deze verkaveling is het gefragmenteerde groen, dat ook nog eens leidt tot incourante kavels. Dat wordt versterkt door de ontsluitingsweg die met een ruim profiel en een onnodige lengte een forse invloed op de verkaveling heeft, zonder in deze vorm noodzakelijk te zijn. Opvallend is verder dat aan de zuidzijde een kavel voor XXL logistiek resteert die nooit voor XXL logistiek kan worden ingezet omdat de minimale kavelmaat van 4 hectare niet wordt gehaald. Het aantal m2 bruto uit te geven terrein is in deze opzet weliswaar groot, maar het gaat voor een aanzienlijke omvang om incourante meters. Het bebouwingspercentage dat bij de door de markt gewenste bebouwing (rechthoekig, met minimaal 40 meter

Met de bovengenoemde wijziging biedt het bestemmingsplan ruimte voor planoptimalisatie, zonder te tornen aan de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van De Grift Noord. De gemeente blijft graag in gesprek met reclamant om tot overeenstemming te komen. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Zoals toegelicht onder punt 11.7 heeft de gemeente Nijmegen binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de Grift Noord gezocht naar mogelijkheden om het Chw-bestemmingsplan flexibeler te maken. Daardoor ontstaat onder meer ruimte om aan de zuidzijde een kavel voor XXLlogistiek te realiseren. De gemeente Nijmegen heeft uit de markt geen signalen ontvangen dat het beoogde stedenbouwkundig plan (en ontwerpbestemmingsplan) tot incourante kavels zou leiden. De gemeente stelt zich op het standpunt dat er met de voorgestelde wijzigingen (zie punt 11.7) voldoende flexibiliteit in het plan zit om te komen tot een gunstige verkaveling (en planoptimalisatie).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

46

11.9

Planoptimalisatie biedt voordelen

voorterrein) wordt bereikt, is zeer laag te noemen. Dat zal een aanzienlijk waardedrukkend effect hebben. In de markt geldt het adagium hoe groter hoe beter, omdat de gebouwen dan efficiënt kunnen worden ingedeeld en opgedeeld, daar waar klanten dat wensen. Verder geldt dat een voorterrein van 40 meter diep nodig is om Izv's te kunnen laten manoeuvreren, terwijl een gebouwdiepte van 100 tot 130 meter wordt gevraagd. De noordoostelijke kavel is daarom onaantrekkelijk; een gebouwdiepte van 86 meter. Van de 51.790 m2 kavel is slechts 42% bebouwbaar, gelet op het vereiste voorterrein en de ligging tussen de risicocontouren. Het noordwestelijke kavel is ook onaantrekkelijk: een bebouwingspercentage van slechts 48% kan worden bereikt, waarbij delen van het terrein weinig toegevoegde waarde hebben. Ook het zuidelijk plandeel kent beperkingen; een XXL kavel kan niet worden gerealiseerd en het bebouwingspercentage komt niet hoger uit dan 49%. Kortom een inefficiënt plan en de kwalificatie 'hoogwaardig' of 'toekomstbestendig' is niet van toepassing nu zelfs in de basis al geen sprake is van zuinig ruimtegebruik. Een marktconform bebouwingspercentage van tenminste 60% wordt bij lange na niet gehaald. Door de hoofdontsluiting te optimaliseren kan ook de verkaveling worden geoptimaliseerd.

Dat is een optimalisatie die zowel ten gunste van de gronden van reclamant als ten gunste van andere gronden is. Optimalisatie van de hoofdontsluiting is vooral mogelijk door deze in te korten en van een paperclipvorm te voorzien. De paperclipvorm is elders al succesvol ingezet. Daardoor kunnen groen en water in het verkeersprofiel opgenomen worden en wordt tegelijkertijd dat groen en water ook nog beleefbaar voor de gebruikers van terrein, in plaats van dat deze functies verscholen liggen achter en om de bedrijfsgebouwen.

De gemeente Nijmegen heeft met belangstelling kennis genomen van de voorgestelde planoptimalisatie, maar is van mening dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid niet voldoende is aangetoond om het alternatieve plan in het bestemmingsplan vast te leggen. Zoals gezegd zijn de gevolgen voor de waterhuishouding onvoldoende in beeld gebracht en dient de vormgeving van de beoogde ontsluiting nog nader gepreciseerd worden. Het alternatieve plan van reclamant voorziet immers niet in een benodigde calamiteitenontsluiting. Voor wat betreft de hoogte van logistieke gebouwen, wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 11.3. De gemeente heeft niettemin de intentie de mogelijkheden voor planoptimalisatie binnen de in het bestemmingsplan vastgelegde kaders in samenspraak met reclamant verder te verkennen. Verder wordt verwezen naar de planwijziging en de daarbij behorende toelichting die hiervoor uiteen is gezet.

Water en groen kunnen zodanig worden gesitueerd dat aan de ruimtelijke eisen van een goede landschappelijke inpassing en behoud van groen zoals het Roekenbosje wordt voldaan, maar tegelijkertijd

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

47

groen en water worden geconcentreerd op plaatsen waar dit niet in de weg staat aan een goede verkaveling en gronduitgifte. Met een fiets- en voetpad door het gebied wordt het groen ook voor deze gebruikers beleefbaar gemaakt. De voordelen van de hierboven getoonde optimalisatie zijn:  Meer groen/blauwe invulling: 37.136 m2 versus 9.200 m2. Dit nog los van de reeds in het plan opgenomen groenelementen met de enkelbestemming 'Groen'. Dat is in deze optimalisatie nog buiten beschouwing gelaten.  Groen en blauw worden voor de gebruikers veel beter beleefbaar en ook voor de fietsers en voetgangers. Het ligt niet meer verscholen achter en tussen gebouwen.  Parkeren wordt voor een deel gecentraliseerd, waardoor het ook kan worden ingezet voor een carpool- en/of laadfunctie.  Het bebouwingspercentage neemt met bijna 20% toe. Dat zal een zeer aanzienlijk waarde effect hebben, een meeropbrengst van miljoenen.  De omvang van de aan te leggen infrastructuur neemt af. Daarmee kunnen fors kosten worden bespaard.  De beschikbare 150.000 m2 XXL worden optimaal benut, deze XXL meters zijn maximaal courant doordat de kavelvorm en omvang van alle drie de kavels optimaal is.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de optimalisatie beter beantwoordt aan de met het bestemmingsplan gestelde doelen: hoogwaardige kwaliteit (met aandacht voor duurzaamheid en circulariteit, klimaatadaptief en als energiebron), want daarvoor biedt een courante en marktgerichte verkaveling meer ruimte en kansen. Een verdere optimalisatie kan wellicht nog plaatsvinden door (deels) een grotere hoogte toe te staan. Als al een grotere hoogte wordt toegestaan dan is het beter een hoogte te kiezen die voor de distributieve bedrijven echt toegevoegde waarde heeft: 30 meter. Dat is een hoogte waar steeds meer eindgebruikers behoefte aan hebben.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

48

Indien de aanzienlijke toename van beleefbaar groen en water het mogelijk maakt dat elders groen voor de ontwikkeling wordt ingezet dan leent zich de zuidelijke groenstrook daarvoor.

11.10

De optimalisatie is in de als bijlage (bij de zienswijze) aangehechte studie verder uitgewerkt, waarbij verschillende varianten worden getoond en wordt beschreven welke motieven aan de verschillende ingrepen ter optimalisatie ten grondslag dienen. De elementen vanuit het beeldkwaliteitsplan die tot een slechte verkaveling leiden zijn geen noodzakelijke elementen en worden ook niet ingegeven door eerder uitgesproken ambities, aanwezige structurerende elementen in het landschap of zaken als een vereiste inrichting voor de waterhuishouding. De studie opgenomen optimaliserende verkavelingen stroken volledig met de in het bestemmingsplan Buitengebied Valburg -18 (Bedrijventerrein De Grift Noord) al neergelegde opzet. Die was gebaseerd op een ambitiedocument. Belangrijke criteria voor de toetsing zijn de groene inpassing en de waterhuishouding. De waterhuishouding kan op verschillende manieren goed worden geregeld. De wijze waarop dat thans in het ontwerpbestemmingsplan is geregeld, beperkt de gebruiksmogelijkheden (met name door de groenblauwe zone die dwars door het gebied loopt) onnodig. Uit de plantoelichting zelf waar in de waterparagraaf (4.9) de bestaande structuur is weergegeven, blijkt ook dat er geen grondslag is voor deze groen blauwe zone. Ook wordt daarin gemeld dat er nog een waterhuishoudkundig plan moet komen, zodat de zone op zijn minst prematuur is.

Gelet op hetgeen reeds bekend was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingplan Buitengebied Valburg -18 (Bedrijventerrein De Grift Noord)gelet op de door reclamant bijgevoegde watertoets en gelet op de hierboven opgenomen verbeelding van het ambitiedocument dat destijds is opgesteld, is het voor reclamant zonneklaar dat de keuze voor een dwars door het plangebied lopende groenblauwe zone niet is ingegeven door louter

De groenblauwe verbinding door De Grift Noord is niet nieuw, maar is al ontworpen in het kader van de RPW-aanvraag en mede om die reden positief ontvangen door de provincie Gelderland. De stelling van reclamant dat deze groenblauwe structuur enkel is opgenomen om grip te houden op grondeigenaren is speculatief en ongefundeerd. Met name vanuit ecologisch oogpunt is een groene dooradering van het bedrijventerrein gewenst, zodat de aanwezige soorten ook via het bedrijventerrein kunnen migreren. Bovendien dient er leefgebied van beschermde soorten gecompenseerd te worden. In het mitigatieplan dat recentelijk is opgesteld wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast heeft de gemeente in het ontwerpbestemmingsplan al de nodige flexibiliteit aangebracht. Hierdoor kon de beoogde groenblauwe verbinding in oostelijke of westelijke richting bewegen, waarmee flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject werd geboden. Dit neemt niet weg dat wordt voorgesteld meer flexibiliteit aan te brengen, om alternatieve verkavelingsopties planologisch mogelijk te maken. Om deze reden worden de wijzigingen zoals toegelicht onder punt 11.7 aangebracht.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

49

stedenbouwkundige of andere ruimtelijke motieven, maar alleen maar dient om "grip" te houden op grondeigenaren in het plangebied waarmee nog geen overeenstemming bestaat, waaronder reclamant. Het is een vorm van het bedrijven van planologie die in de weg staat aan het bereiken van een optimaal resultaat en precies de reden waarom reclamant het initiatief heeft genomen - om met de gemeente op voorhand tot afspraken te komen. Door die afspraak tot optimalisatie nu niet na te komen en de optimalisatie vooruit te schuiven (terwijl na de vaststelling van het bestemmingsplan optimalisatie erg ingewikkeld wordt) dient de gemeente de maatregelen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen om "grip" op eigenaren te houden te laten varen en voldoende flexibiliteit in het bestemmingsplan op te nemen zodat de planoptimalisatie alsnog kan plaatsvinden. Daar staat niets aan in de weg, ook omdat middels een nog vast te stellen exploitatieplan kostenverhaal zal kunnen plaatsvinden. In dit kader wordt opgemerkt dat de wijze waarop het bestemmingsplan thans in ontwerp vorm is gegeven ertoe leidt dat de kosten toenemen en de opbrengsten afnemen. Dat gaat ook ten koste van het verhaal van kosten op derden, zodat de mogelijkheden om tot een sluitende grondexploitatie te komen voor de gemeente ook worden beperkt. Wijzigingen Toelichting Regels

Ten aanzien van de door reclamant aangeleverde watertoets wenst de gemeente te benadrukken dat deze watertoets onvolledig is en een aantal essentiële zaken ontbreekt. De watertoets beperkt zich uitsluitend tot het plangebied van de Grift Noord, terwijl de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein onderdeel is van een groter watersysteem (Waalsprong). De wateropgave voor het plangebied kan dus niet los van de omgeving beoordeeld worden. Het simpelweg compenseren van het verhard oppervlak binnen het plangebied is onvoldoende. Daarnaast is recent gebleken dat volgens de eisen van het waterschap het hemelwater niet zonder meer kan infiltreren of afgekoppeld kan worden naar het oppervlaktewatersysteem. Omdat het bestemmingsplan bedrijvigheid in milieucategorie 4 toestaat, moet een verbeterd gescheiden rioolsysteem worden toegepast voor De Grift Noord.

De toelichting wordt tekstueel aangepast naar aanleiding van de hieronder besproken wijzigingen van de regels en verbeelding.  Artikel 1.48 (begrip ‘groenblauwe verbinding’) komt te vervallen.  Lid 5.1 sub l (ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groenblauwe verbinding': een noord-zuid georiënteerde groenblauwe verbinding;) komt te vervallen.  Aan lid 5.1 (bestemmingsomschrijving) worden calamiteitenroutes toegevoegd.  Er wordt een nieuw sublid 5.3.6 opgenomen dat als volgt komt te luiden: 5.3.6 Voorwaardelijke verplichting openbare groenstructuur

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)

50

Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’ geldt dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor de activiteiten als bedoeld in lid 4.1 onder d en e uitsluitend is toegestaan, indien: a. binnen 24 maanden na het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, uitsluitend voor zover deze omgevingsvergunning betrekking heeft op gronden binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’, voorzien is in de aanleg en instandhouding van een openbare groenstructuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur, waarbij geldt dat: 1. De oppervlakte van de openbare groenstructuur niet minder mag bedragen dan 6.000 m2; 2. De breedte van de openbare groenstructuur niet minder mag bedragen dan 10 meter.   Verbeelding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=df6f47ff-d568-47b7-a340-33308849d4d7