Toelichting Bijlage 15 Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
12. # 12.1
12.2
Reclamant 12 Onderwerp
Sublid 5.7.2 komt te vervallen. Lid 6.1 sub b komt als volgt te luiden “bij behorende voorzieningen zoals: speelvoorzieningen, terrassen, hondenuitlaatplaatsen, calamiteitenroutes en fiets- en voetpaden;” Voor het noordwestelijke XXL-kavel wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – XXL-logistiek’ gehandhaafd. De overige gronden worden voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – logistiek’. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – ontsluiting logistiek xxl’ wordt anders begrensd. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenblauwe verbinding’ komt te vervallen en wordt vervangen door de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – groenstructuur’. Deze aanduiding wordt opgenomen voor het gehele logistieke deel van De Grift Noord, teneinde meer flexibiliteit te creëren.
Samenvatting zienswijze Het is jammer dat de woonhuizen nabij het plangebied in de buurgemeente niet zijn meegenomen in de geluidsberekeningen en dat de bewoners niet tijdig zijn geïnformeerd over de plannen.
De bomen en beplanting, wat ook enigszins een geluidswerende maatregel is om geluidsreflectie tegen te gaan aan de noordzijde van industriegebied De Grift langs de A15, zijn niet voldoende verankerd in het nieuwe bestemmingsplan. Zoals het nu gepresenteerd wordt, kunnen met een goede onderbouwing, de voorgestelde maatregelen
Reactie De woningen aan de Wolfhoeksestraat en Reethsestraat zijn wel degelijk beoordeeld in het kader van het akoestisch onderzoek. Echter zijn de geluidbelastingskaarten zodanig ingekaderd dat de woningen aan de Wolfhoeksestraat niet in beeld zijn. De geluidbelasting blijft hier onder de 50 dB(A), waardoor sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. De gemeente heeft de wens en ambitie om in de zone tussen het bedrijventerrein en de A15 een robuuste groenstructuur te realiseren. Deze groenstructuur is ook nodig als benodigde mitigatie voor de voorkomende soorten. Voor deze gronden is in het Chw-bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Voor deze groenstructuur zal op een later moment een inrichtingsplan
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
51
12.3
worden omzeild; dat kan niet de bedoeling zijn en reclamant ziet dit dan ook graag aangepast worden. De geluidsberekeningen zijn slordig en niet correct uitgevoerd. De zonnepanelen, welke aan de noordzijde van de A15, tussen de Betuweroute en de A15 worden geplaatst, tegenover het te ontwikkelen industriegebied De Grift, zijn niet op de juiste wijze meegenomen in de geluidsberekeningen. De geluidsdruk op mijn woning aan de Wolfhoeksestraat 7 te Elst is nu al zeer hoog, er is een meetrapport voorhanden. De gevels kunnen ook uit betonnen elementen worden opgebouwd, dat is momenteel voor grote XXL distributie panden zeer gebruikelijk. Om geluidreflectie te beperken kan er ook worden gekozen voor geluidsabsorberende elementen; kleine moeite groot plezier.
worden opgesteld. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Het klopt dat het zonnepark ten noorden van de A15 niet in de geluidberekening is meegenomen. Deze zijn gedurende de voorbereiding van dit bestemmingsplan gerealiseerd en staan bovendien los van de voornoemde ontwikkeling. Volledigheidshalve is echter een aanvullende geluidberekening uitgevoerd, waarbij de geluidreflectie op het zonnepark en de XXL-bedrijfsgebouwen als gevolg van het wegverkeerslawaai afkomstig van de A15 en het railverkeerslawaai van de Betuweroute beoordeeld is. De aanvullende geluidberekeningen zijn als bijlage 1 bij deze zienswijzennota opgenomen. Met betrekking tot de XXL-bedrijfsgebouwen moet opgemerkt worden dat als worst-case scenario de uitbreiding van het bedrijventerrein geheel is bebouwd met grote reflecterende gebouwen van 25 meter hoog (de maximale bouwhoogte). In werkelijkheid zal een wisselende bouwhoogte worden toegepast en zal bij de inrichting rekening worden gehouden met de eventuele reflecties naar de omgeving toe. Ten gevolge van het zonnepark treedt een maximale toename van de geluidbelasting van de A15 op van 1 dB op Wolfhoeksestraat 8. De maximale toename ten gevolge van de XXL-bedrijfsgebouwen bedraagt 0,6 dB. Het gezamenlijke effect is maximaal 1,63 dB. Het (gecumuleerde) effect op de woning van de reclamant bedraagt maximaal 1,23 dB.
Ten gevolge van het zonnepark treedt een maximale toename van de geluidbelasting van de Betuweroute van 0,02 dB op. Dit is verklaarbaar door het feit dat de zonnepanelen ten zuiden van de Betuweroute zijn gelegen. De maximale toename ten gevolge van de XXL-bedrijfsgebouwen bedraagt 1,14 dB op Wolfhoeksestraat 8.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
52
Het gezamenlijke effect is maximaal 1,32 dB. Het (gecumuleerde) effect op de woning van de reclamant bedraagt maximaal 0,84 dB. De geluidbelasting als gevolg van de A15 op de meest geluidbelaste gevel van de woning van reclamant bedraagt in de huidige situatie maximaal 51 dB en zal in de toekomstige situatie toenemen tot maximaal 52 dB. Een dergelijk kleine toename is nauwelijks waarneembaar voor het menselijk oor en zal het woon- en leefklimaat niet significant aantasten. Het treffen van maatregelen is derhalve niet aan de orde. De maximale geluidbelasting als gevolg van de Betuweroute neemt toe van afgerond 60 dB naar maximaal 61 dB (60,16 dB). Ook hier is sprake van een zeer minimale toename van maximaal 0,68 dB op de meest geluidbelaste gevel. Ook deze (zeer beperkte) toename is nauwelijks waarneembaar voor het menselijk oor. Bovendien gaat de berekening uit van een worst-case scenario, waarbij de maximale bouwhoogte van XXLbedrijfsgebouwen wordt benut en er geen rekening wordt gehouden met reflecties naar de omgeving. Getracht wordt de gevels zodanig uit te voeren dat een deel van het geluid wordt geabsorbeerd. Bovendien zal de beoogde groenstructuur (op termijn) ook een geluidabsorberende werking hebben.
12.4
De verkeersafwikkeling op de Griftdijk en Knoop 38 zijn niet meegenomen in de plannen rond de uitbreiding van De Grift, hoe wordt het in de praktijk uitgevoerd? Volgens de reclamant kun je met getallen schuiven en bepaalde resultaten genereren, maar dat is met name op de Griftdijk en Rijksweg zuid niet handig, het nu al erg druk. Graag eerst de verkeersafwikkeling goed uitwerken en realiseren, en dan het industriegebied ontwikkelen.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan. De ontwikkeling van Knoop 38 en de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift worden in samenhang met elkaar gerealiseerd. Die samenhang is noodzakelijk omdat er ruimtelijk en verkeerskundig overlap/interactie is tussen beide ontwikkelingen. Ruimtelijk hangen de twee projecten samen op het punt waar de hoofdontsluiting van De Grift Noord aansluit op de Griftdijk, waarvoor een nieuw kruispunt nodig is. Een tweede punt betreft de inpassing van de (snel)fietsroute.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
53
In verkeerskundige opzicht worden verschillende opgaven hier integraal aangepakt: capaciteitsvergroting, de ontsluiting van bedrijventerrein De Grift en de inpassing van een (snel)fietsroute. De capaciteitsvergroting van de infrastructuur komt tot uiting in het verbreden van het viaduct over de A15, het ombouwen van de rotonde bij de Stationsstraat naar een kruispunt met verkeerslichten en het ontvlechten van de auto- en fietsinfrastructuur. De capaciteit van de infrastructuur wordt vergroot om meerdere ruimtelijke ontwikkelingen aan beide zijden van de A15 te faciliteren, zoals de verschillende woningbouwprojecten in de Waalsprong, de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift en het RTG aan de noordzijde.
12.5
12.6
12.7
Punt van aandacht is ook de containerterminal in Reeth (RTG). Dat komt er ook nog bij, dus nog meer verkeer. Graag deze gegevens mee te nemen in het plan voor de verkeersafwikkeling. Knoop 38 is een breed gedragen uitdaging. Ga in overleg met de Provincie, Gemeente Overbetuwe en Rail Terminal Gelderland en presenteer een mooi plan.
Een veilige fietsverbinding is zeer wenselijk. Een ondertunneling bij de kruisende wegen e.d. vanaf het kruispunt Rijksweg zuid, Reethsestraat,
Wat betreft de volgordelijkheid; om De Grift Noord te kunnen ontsluiten is het nodig een nieuw kruispunt te realiseren. Aanpassing van de infrastructuur op dit punt zal dus vooruitlopend op de uitgifte van De Grift Noord plaatsvinden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Voor de beantwoording van de zienswijze wordt kortheidshalve verwezen naar punt 12.4. Knoop 38 wordt in samenwerking met de Gemeente Overbetuwe, en in overleg met de Provincie en Rijkswaterstaat ontwikkeld. Bovendien maakt Knoop 38 formeel geen onderdeel uit van het plangebied. Een bestemmingswijziging voor de reconstructie van Knoop 38 is niet nodig, omdat dit binnen de kaders van het ter plaatse geldende bestemmingsplan mogelijk is. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. De gemeente streeft altijd naar een verkeersveilige oplossing. Elk moment waar auto’s en fietsers elkaar kruisen is zorgvuldig beoordeeld en voor elke locatie is een passende oplossing bedacht.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
54
Wolfhoeksestraat, tot en met de rotonde Grifdijk - Stationsstraat is de veiligste optie. Je maakt het maar één keer.
Passend betekent veilig, maar ook maakbaar en betaalbaar. Aan het ondertunnelen van kruisende wegen zijn veel nadelen verbonden. In dit geval zou een extreem lange fietstunnel gerealiseerd moeten worden, zelfs als deze suggestie ten dele zou worden overgenomen, bijvoorbeeld met een tunnel vanaf de Reethsestraat tot en met de Rietgraaf (circa 700 meter, excl. de stijgpunten). Een lange tunnel betekent ook een grote mate van sociale onveiligheid, waarmee een grote groep fietsers wordt uitgesloten omdat zij een dergelijk lange tunnel onveilig achten. Een ander nadeel van een lange tunnel is dat er geen aantakkingen gerealiseerd kunnen worden. Bovendien is de inpassing van een tunnel ten zuiden van De Rietgraaf nog eens extra lastig c.q. onmogelijk vanwege de beschikbare ruimte in het dwarsprofiel, ook ten opzichte van particuliere percelen, alsmede aanwezige ondergrondse belemmeringen (kabels en leidingen). Een belangrijke factor die (ook/altijd) mee speelt in de afweging van ongelijkvloerse kruisingen is de kostencomponent. Ondergrondse oplossingen (tunnels) kosten een veelvoud ten opzichte van bovengrondse oplossingen (bruggen of viaducten). Een ondertunneling wordt in dit geval niet haalbaar en wenselijk geacht. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan.
Wijzigingen Geen wijzigingen
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
55
13. # 13.1
Reclamant 13 – Fietsersbond afdeling Nijmegen e.o. Onderwerp Samenvatting zienswijze In het verkeerskundig MER-rapport (RHDHV d.d. 19-02-2023) wordt er Fiets- en voetpaden vanuit gegaan, dat het gemotoriseerde verkeer van en naar de bedrijventerreinen zich zal afwikkelen op de secundaire wegen op en bij de terreinen. Aan het fietsverkeer en voetgangersverkeer wordt nauwelijks aandacht besteed. Met rode lijnen is iets zichtbaar van een (mogelijk) discutabel fietstraject buiten de terreinen. In het hele beeldkwaliteitsplan wordt geen melding gemaakt van fietsparkeervoorzieningen.
Reactie De toegangswegen naar De Grift West, De Grift Zuid en De Grift Noord hebben het karakter van erftoegangswegen. De “Leidraad duurzame veilige inrichting bedrijventerreinen” bepleit voor bedrijventerreinen alleen fietsvoorzieningen langs gebiedsontsluitingswegen. Op de erftoegangswegen rijdt de fietser op de rijbaan. Voetgangersvoorzieningen worden alleen noodzakelijk geacht in de omgeving van woonboulevards, bouwmarkten en kantoren. Dergelijk functies zijn in De Grift niet voorzien. In het stedenbouwkundig plan is de keuze gemaakt om alleen in De Grift Noord aan één zijde van de hoofdontsluiting een pad voor alle langzaam verkeer op te nemen. Dat heeft vooral te maken met de schaal en maat van dit (deel)gebied en de bijbehorende infrastructuur. Ook hier is de verwachting dat het gebruik door langzaam verkeer niet intensief zal zijn. Hier komen bezoekersextensieve bedrijven die – behoudens werknemers - relatief weinig of geen langzaam verkeer aantrekken. De hoofdontsluiting van De Grift Noord is bovendien geen doorgaande route voor langzaam verkeer en het is niet voorzien dat dat in de toekomst anders wordt. Daarnaast voorziet het stedenbouwkundig plan in een langzaam verkeersverbinding van het kruispunt van de Stationsstraat naar De Grift Noord. Ten aanzien van de toegankelijkheid voor mindervaliden schetst de zienswijze een zeker dilemma.
De meeste voorzieningen voor mindervaliden betreffen detailleringen van de infrastructuur voor langzaam verkeer (denk aan geleide lijnen, op-/afritten van trottoirs e.d.). In het stedenbouwkundig plan zijn geen trottoirs voorzien en derhalve zijn dergelijke detailleringen niet aan de orde. Dit maakt het plangebied echter niet per definitie ontoegankelijk. Het al dan
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
56
niet toepassen van (bijvoorbeeld) geleide lijnen staat bovendien los van dit bestemmingsplan. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ is het mogelijk om fiets- en voetpaden aan te leggen. Omdat een deel van de beoogde ontsluitingsstructuur binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ is beoogd wordt aan lid 5.1 toegevoegd dat fietsen voetpaden zijn toegestaan. Daarmee wordt de juridischplanologisch mogelijkheid geboden om voet- en fietspaden te realiseren binnen de bestemming bedrijventerrein.
13.2
Inclusiviteit
13.3
STOMP-principe
In het ontwerpbestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift staat, dat het terrein zo ingericht moet worden, dat de openbare ruimte prima toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. In het rapport van Haskoning staat letterlijk, dat gehandicapten geen doelgroep zijn. Dat is natuurlijk in volstrekte tegenspraak met het inclusiviteitsbeleid. Voorgesteld wordt om geen trottoirs aan te leggen. Vervolgens schat het rapport in dat er niet veel gefietst zal gaan worden. Er worden wel fietspaden aangelegd, maar hoge prioriteit heeft dat niet. In de wegen naar het terrein verwacht je vervolgens dat lopen, fietsen en het OV nadrukkelijk gefaciliteerd gaan worden, geheel volgens het STOMP-principe (stappen, trappen, ov, mobility as a service, particuliere auto). Je begint dan natuurlijk met het
Fietsparkeren voor personeel en bezoekers dient - net als autoparkeren – geheel op eigen terrein te worden gerealiseerd. Deze eis staat geformuleerd in de Beleidsregels Parkeren 2022. Om te waarborgen dat voldoende (fiets)parkeergelegenheid wordt gerealiseerd is in de regels een dynamische verwijzing naar het gemeentelijke parkeerbeleid opgenomen. Dit is ook beschreven in paragraaf 4.8.2.4 van de toelichting. Voor de volledigheid wordt in de toelichting “parkeren” gewijzigd in “(fiets)parkeren” c.q. “(fiets)parkeergelegenheid”. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Voor de beantwoording wordt kortheidshalve verwezen naar punt 13.1.
De uitbreidingen van bedrijventerrein De Grift maken de toepassing van het STOMP-principe mogelijk door het aanbieden van infrastructuur voor alle modaliteiten; door de nabijheid van zowel een snelfietsroute, een HOV-route en aansluiting op het netwerk voor gemotoriseerd verkeer.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
57
13.4
Inrichting VRI-kruising
minimaliseren van de auto-dominantie op de toe-en afvoerwegen. In dit geval heel goed mogelijk door het XXL-bedrijventerrein een eigen aansluiting te geven op de naastgelegen A15. Alle personen- en vrachtauto’s kunnen dan via die aansluiting uitstekend op het terrein komen. In het MER-rapport wordt deze mogelijkheid niet onderzocht, laat staan meegenomen in de alternatieven en ook niet betrokken op het gunstige effect van een dergelijke aansluiting op de mogelijkheden om het STOMP-principe te effectueren in de verkeerssituatie op en rondom de bedrijventerreinen. De rotonde Stationsstraat-Griftdijk zou ‘tegen de limiet aanzitten’ en daarom een VRI-geregelde kruising dienen te worden. Het kruispunt zou dan moeten worden ingericht met voorsorteerstroken voor de auto’s en een fietspad (oostelijk dan wel westelijk van de Griftdijk) van vier meter breed en geen fiets-opstelverbreding bij de stoplichten. De vuistregel voor tweerichtingshoofdfietsroutes is - in de recente CROW publicaties - 5.60 meter voor een verplicht (brom-fietspad). Op de kruising zelf zal dit nog verbreed moeten worden voor het creëren van opstelruimte voor de stoplichten. In de planvorming gebeurt dit juist niet.
Overigens zullen de detectiedraden in het asfalt - in geval van een VRI-kruising-voor alle verkeerssoorten ook nog eens op gelijke afstand moeten liggen om bij gelijk aanbod gelijke doorstroming te bewerkstelligen.
Het realiseren van een eigen aansluiting op de A15 is niet realistisch, gelet op de nabijheid van afslag 38. Deze op- en afrit is praktisch naast het beoogde bedrijventerrein gelegen. Het realiseren van een extra aansluiting tussen afslag 38 en knooppunt Ressen is vanwege de relatief korte afstand tussen beide afslagen fysiek onmogelijk en bovendien verkeersonveilig vanwege in- en uitvoegend vrachtverkeer dat elkaar kruist. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. In 2019 heeft een verkeersonderzoek plaats gevonden, gericht op de capaciteit van de huidige rotonde. Het onderzoek richtte zich op de vraag in hoeverre is de capaciteit in de huidige situatie voldoende is en wat het effect is van het verleggen van de grens van de bebouwde kom (verlagen van de maximum snelheid naar 50 km/u en fietsers in de voorrang). Daarnaast is het verwachte effect van toekomstige ontwikkelingen op de verhouding tussen intensiteit en capaciteit inzichtelijk gemaakt. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van zowel tellingen als modelresultaten. Samengevat luiden de conclusies: De rotonde zit in de huidige situatie in de avondspits al aan zijn maximum capaciteit. En in de ochtendspits dicht er tegenaan. Wanneer het fietsverkeer voorrang krijgt, dit een nadelig effect op de capaciteit van de rotonde.
Bij een verder toenemende hoeveelheid fietsverkeer wordt dit nadelige effect sterker. Toekomstige ontwikkelingen zullen naar verwachting leiden tot enige toename van de verkeersintensiteit op de Griftdijk. Ten gevolge van de Dorpensingel wordt enige afname van verkeer op de oostelijke Stationsstraat verwacht. Per saldo is de verwachting dat de verkeersbelasting op de rotonde licht afneemt.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
58
13.5
Doorstroming fietsverkeer
De fietsvoorzieningen langs de Griftdijk zullen nooit de kwaliteit kunnen krijgen van een snelfiets- of doorfietsroute gezien het grote aantal kruisingen en erfaansluitingen en het feit dat er ventwegen met de kwaliteit auto te gast in de fietsroute liggen. Het aantal VRIgereguleerde kruispunten op de Griftdijk zal toch eerder moeten worden geminimaliseerd, dan dat er sprake kan zijn van een toename, omdat het de enige en belangrijkste centrale fietsroute is met een zeer hoge fietsdichtheid. Waarom de rotonde een VRI-kruising moet worden is niet duidelijk gemaakt. Deze rotonde scoort niet hoog in de stressanalyses en ook de voorspellingen in de verkeersdrukteontwikkelingen geven niet aan dat het kruispunt een probleem zal worden. De achtergrond van de aangegeven omvorming ligt blijkbaar geheel in het kader van het belang van de doorstroming van het gemotoriseerde verkeer (en zelfs dat wordt betwijfeld – zie inspraak Dorpsraad Oosterhout d.d. 15/03/2023). Voor de fietsers is het nadeliger. De rotonde gaat binnenkort in de bebouwde kom vallen en dat betekent, dat de fietsers op de rotonde dan voorrang hebben op het oprijdende en afslaande autoverkeer. De doorstroming van de fietsers komt dan op een interessant hoger niveau te liggen. Dat past geheel binnen het STOMP-principe*, oftewel doorstroming van de fietsers is belangrijker dan de doorstroming van de auto’s.
Er is geen cijfermatige onderbouwing gegeven voor de keuze van een VRI-kruising dan wel een rotonde op basis van een ‘tegen hun limiet aan lopen’. Wat is de limiet?
Het verwachte effect van al deze componenten is dat in 2030 nog steeds sprake is van een overbelaste situatie. Om deze reden wordt gekozen voor een VRI-kruising. Op welke wijze de VRI-geregelde kruising exact wordt ingericht is niet relevant in het kader van het Chw-bestemmingsplan. Het voorliggende Chw-bestemmingsplan maakt een VRI-geregelde kruising mogelijk door de bestemming ‘Verkeer’ ter plaatse te verruimen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. De keuze voor een kruispunt met verkeerslichten is onderbouwd onder punt 13.4. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Onderdeel van de planontwikkeling is de realisatie van een goede en veilige fietsinfrastructuur, alsmede het verbeteren van de veiligheid en doorstroming van het fietsverkeer. Een belangrijke kwaliteit van de fietsroute langs de Griftdijk is de combinatie van een directe route met de mogelijkheid om een groot aantal bestemmingen (zoals onderwijs- en andere voorzieningen, werkgelegenheid) goed te ontsluiten voor de fiets. Dit verklaart ook de populariteit van deze fietsroute. De gemeente heeft nog steeds de ambitie om de fietsroute langs de Griftdijk de kwaliteit van een snelfietsroute te geven, maar ziet zich ook geconfronteerd worden met ruimtelijke en andere beperkingen.
Daarin moeten afwegingen worden gemaakt en de uitkomst daarvan kan zijn dat niet altijd en/of overal de kwaliteit van een snelfietsroute kan worden gerealiseerd. In regionaal verband wordt gestudeerd op de realisatie van het VeluweWaalpad. In die studie is ook een westelijke route onderzocht en meegenomen. Deze loopt langs de spoorbaan Nijmegen-Arnhem, met een vrijliggende fietsoversteek over de A15 en de Betuweroute. De haalbaarheid van deze verbinding is nog een vraagstuk, niet alleen qua kosten, ook qua ligging en aansluitingen op het Nijmeegs grondgebied. Een nieuwe (snel)fietsverbinding is
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
59
een nobele en begrijpelijke wens van reclamant, omdat de Knoop niet voorziet in de meest optimale ontsluiting voor het fietsverkeer. Deze wens staat echter los van dit Chw-bestemmingsplan. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van dit Chwbestemmingsplan. 13.6
Alternatieve fietsverbinding
13.7
Fietsroute ArnhemElst-Nijmegen
In het Provinciaal Inpassingsplan Railterminal Gelderland werd een concept-ontwerp kruispunten Knoop 38 gepresenteerd. Dit ontwerp (p. 128 toelichting Inpassingsplan) illustreert de knelpunten voor het fietsverkeer duidelijk en onderstreept het pleidooi van de Fietsersbond om een betere fietsdoorstroming op de Griftdijk te bewerkstelligen. Juist westelijk van het plan ‘Bedrijventerrein De Grift’ en binnen de uitbreiding Griftdijk Noord zou de mogelijkheid van een bestemming ‘Verkeer’ open moeten worden houden. Dit gaat dan om de afslag vanaf Stationsstraat via Koopmansweg (geel gekleurd) en aansluitend aan de hoofdontsluiting voor de XXL-locaties in De Grift Noord (pal ten zuiden van de A15) binnen ‘bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de fietsers op de Griftdijk op een logische manier langs alle aansluitingen, uitritten en zijwegen met overstekende vrachtwagens van en naar het bedrijventerreinen en het toekomstige Containeroverslagterrein met aansluiting aan de Rijksweg Zuid te leiden. Nu is er aan elke kant van de autoweg een éénrichtingfietspad, dat nergens voldoet aan de minimale breedterichtlijnen en dat een onsamenhangende inrichting en uitvoering kent. Dat terwijl de fietsintensiteit op deze route Arnhem-Elst-Nijmegen groter is dan op het RijnWaalpad (oostelijk van de A325).
Knoop 38/Afslag 38 blijft daarbij hét knelpunt. Vanuit het zuiden rijdt de doorgaande fietser zich – vanuit een drietand (Waalbrug/SnelbinderGroentje/Oversteek) – klem op deze Knoop. Een afzonderlijk fietsviaduct is hier noodzaak. Overwogen zou nog kunnen worden dit fietsviaduct parallel aan de spoorlijn Nijmegen – Elst – Arnhem te realiseren (momenteel in studie bij de Groene Metropool regio).
Voor de beantwoording wordt kortheidshalve verwezen naar punt 13.5.
Voor de beantwoording wordt kortheidshalve verwezen naar punt 13.5.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
60
Wijzigingen Toelichting Regels
In paragraaf 4.8.2.4 wordt de term “parkeren” gewijzigd in “(fiets)parkeren” c.q. “(fiets)parkeergelegenheid”. In lid 5.1 (bestemmingsomschrijving) worden fiets- en voetpaden toegevoegd.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
61
14. # 14.1
Reclamant 14 – Evers Specials B.V. Onderwerp Samenvatting zienswijze Ontsluiting Ontzie fiets en doorgaand verkeerd door het XXL-bedrijventerrein een eigen aansluiting te geven op het kruispunt Griftdijk dat nieuw wordt aangelegd. Sluit de Groothandelsweg af voor verkeer en ontsluit via het XXL-bedrijventerrein kruispunt aan de Griftdijk. Sluit af voor bedrijven die niet direct aan de Stationsstraat zijn gelegen. Meest ideale scenario is verkoop grond van eerste deel van de Groothandelsweg aan aanliggende bedrijven. Wij zijn geïnteresseerd daarop verder in gesprek te komen om te ontsluiten.
Reactie De Grift Noord krijgt een eigen aansluiting op de Griftdijk direct ten noorden van het perceel Griftdijk 236. Een andere ontsluitingswijze van één of meerdere bedrijven op het logistieke deel van De Grift Noord is niet wenselijk. Om dit te bekrachtigen wordt ter hoogte van de keerlus van de Groothandelsweg de functieaanduiding ‘ontsluiting uitgesloten’ opgenomen. Het bepaalde in lid 5.1 sub l komt als volgt te luiden: ‘ontsluitingswegen en in- en uitritten, behoudens ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting uitgesloten’. Er wordt een sub m toegevoegd dat als volgt komt te luiden: ‘calamiteitenroutes en fiets- en voetpaden’. Het afsluiten van de Groothandelsweg is niet mogelijk en wenselijk, omdat deze weg als calamiteitenroute gaat fungeren indien De Grift Noord vanwege een incident niet bereikbaar is vanaf de Griftdijk. Dit is een vereiste vanuit de veiligheidsdiensten. Calamiteitenroutes worden daarom in algemene zin toegestaan binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan.
Wijzigingen Regels
Verbeelding
Lid 5.1 sub l komt als volgt te luiden: ‘ontsluitingswegen en in- en uitritten, behoudens ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting uitgesloten’. In lid 5.1 wordt een nieuw sub m toegevoegd dat als volgt komt te luiden: ‘calamiteitenroutes en fiets- en voetpaden’. De overige subleden worden doorgenummerd. Ter hoogte van de keerlus van de Groothandelsweg wordt de functieaanduiding ‘ontsluiting uitgesloten’ opgenomen.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
62
15. # 15.1
Reclamant 15 – Garage Zaat vof Onderwerp Samenvatting zienswijze Beperking omzet Als gevolg van de afsluiting van de toegangsweg vanuit de Griftdijk is het garagebedrijf van de reclamant niet meer bereikbaar vanaf de Griftdijk. De mogelijkheid van verkoop van auto’s op een zichtlocatie is hiermee ernstig beperkt. Reclamant verwacht een ernstige beperking van de verkoopmogelijkheden en derhalve een te verwachten groot omzetverlies.
15.2
Toekomstige ontsluiting perceel
Reclamant maakt tevens bezwaar tegen het verleggen van de Griftdijk op het terrein van de reclamant. De toegangsweg vanuit de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg komt uit op de achterzijde van het garagebedrijf, waar geen toegang is tot het bedrijfsgebouw. Hierdoor moet reclamant een deel van zijn terrein gebruiken als toegangsweg, waardoor het parkeer en verkoopterrein in omvang ernstig beperkt wordt. Reclamant beschouwd dit als een onevenredig nadeel voor het functioneren van de bedrijfsvoering. De huidige eigendommen van reclamant bieden geen oplossing om de bereikbaarheid van de garage anders op te lossen. Voordat het plan kan worden uitgevoerd moet hiervoor een toereikende oplossing worden geboden. Daarnaast zal er een alternatief moeten worden geboden voor het verlies van een deel van het kavel ten gunste van een bruikbare inrit die uitkomt bij de entree van het garagebedrijf, alsmede een bruikbaar kavel ter compensatie van het verloren terrein ten behoeve van de stalling van auto’s.
Reactie Het perceel van reclamant zal ook in de toekomstige situatie een zichtlocatie blijven, maar ontsluiting van het perceel zal inderdaad op een andere wijze plaatsvinden. Daarnaast is een gedeelte van het perceel nodig voor de reconstructie van het kruispunt Griftdijk – Windmolenweg. Op de betreffende gronden staan in de huidige situatie auto’s ‘in het zicht’ geparkeerd. In de toekomstige situatie blijft dit voor een deel mogelijk. De huidige aantakking op de Griftdijk vervalt weliswaar, maar een ontsluiting van het perceel via de zuidzijde blijft planologisch mogelijk. Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ is de aanleg van ontsluitingswegen mogelijk, waardoor de huidige ontsluiting van het perceel gehandhaafd kan worden. Wel met de kanttekening dat de aansluiting op de Griftdijk (en verder) zal plaatsvinden via de beoogde nieuwe aansluiting van De Grift Noord op de Griftdijk. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. De ontsluitingsweg voor de beoogde bedrijfspercelen ten zuiden van het garagebedrijf (hoek Stationsstraat – Griftdijk) is ten oosten van het autobedrijf geprojecteerd. De beoogde ligging van deze ontsluitingsweg is voorzien van de bestemming ‘Verkeer’ en ligt daarmee vast. Dit neemt niet weg dat binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ óók ontsluitingswegen mogen worden aangelegd.
Dit betekent dat de huidige ontsluiting van het bedrijfsperceel aan de zuidzijde (en ten westen van de huidige bedrijfswoning) in de praktijk gehandhaafd kan worden en de bereikbaarheid van de garage voldoende gewaarborgd is. Omwille van de flexibiliteit en een eventuele uitruil van gronden tussen de gemeente en reclamant, is het niet wenselijk deze ontsluiting te voorzien van een verkeersbestemming. Dit zou een mogelijke grondruil in de weg kunnen zitten. De huidige bestemmingswijze laat alle ruimte om de verloren vierkante meters te compenseren en het terrein op passende wijze te ontsluiten. De gemeente blijft hierover graag in
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
63
overleg met reclamant, om tot een oplossing te komen die voor beide partijen naar tevredenheid stemt. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan.
Wijzigingen Geen wijzigingen
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
64
16. # 16.1
Reclamant 16 Onderwerp Ontsluiting
16.2
Gebiedstype
16.3
Verdozing
Samenvatting zienswijze De Stationsstraat is op dit moment een ‘woonstraat’, daarmee wordt met bedrijvigheid zonder woningen radicaal gebroken. In die zin zou reclamant de voorkeur geven aan bedrijfswoningen, in ieder geval voor de percelen direct gelegen aan de Stationsstraat. Dit was de voornaamste wens die reclamant in vooroverleg / participatie-overleg heeft ingebracht. Toen dat niet wenselijk bleek, heeft reclamant aangegeven een ontsluiting van het terrein via 1 of 2 toegangswegen te willen. Ook die wens is door de gemeenten terzijde geschoven (doordat de kavels gelegen aan de Stationsstraat een eigen ontsluiting op die Stationsstraat krijgen). De economische argumenten die daarvoor worden gebruikt staan haaks op woongenot, verkeersinvloed en veiligheid van fietsers en voetgangers.
Reclamant woont nu in een “rustig buitengebied”. Door de bestemmingswijziging lijkt dit te veranderen in een gemengd gebied waarbij bovendien kortere afstanden tussen bedrijvigheid en bewoning worden toegestaan. Dit vinden wij een omkering van zaken. Het bestemmingsplan suggereert dat dit gebied nu al als ‘gemengd gebied’ kan worden aangemerkt, dit vindt reclamant niet terecht. Reclamant meent dat de afstand tot woningen dus tenminste 50 meter zou moeten bedragen en niet 30 meter zoals gesteld. Het collegevoorstel spreekt van “een groen bedrijvenlandschap in aansluiting op haar omgeving. Hiermee wordt een groene stadsentree gecreëerd”. Vanuit het perspectief van de bewoners wordt de huidige groene entree in de Stationsstraat juist ‘verdoosd’.
Reactie De Stationsstraat is geen woonstraat, maar een bebouwingslint c.q. gebiedsontsluitingsweg. Langs deze weg komen van oorsprong diverse andere functies voor, waaronder (agrarische) bedrijvigheid. De gemeente herkent zich dan ook niet in het argument dat er met voorliggend Chw-bestemmingsplan radicaal gebroken wordt met de bestaande situatie. De Grift West wordt in de toekomstige situatie via één toegangsweg ontsloten. Deze toegangsweg wordt aangesloten op de bestaande T-kruising richting de sportvelden. Er wordt dan ook geen extra kruispunt toegevoegd. Wel worden de beoogde bedrijfspercelen die direct aan de Stationsstraat zijn gelegen via een eigen inrit rechtstreek op de Stationsstraat ontsloten. Dit past ook bij het karakter van de Stationsstraat als bebouwingslint, waarlangs diverse functies voorkomen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. De woonomgeving van reclamant is niet te kwalificeren als een rustig woongebied of rustig buitengebied. Het perceel van reclamant grenst rechtstreeks aan een indoor speeltuin en fitnesscentrum. In de directe nabijheid bevindt zich onder meer een supermarkt (Lidl) en een veldsportcomplex (tennisvereniging). Gelet op het voorgaande is sprake van een mix aan functies en om deze reden is uitgegaan van een gemengd gebied. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan.
De Grift West is thans in gebruik als landbouwgrond en op het perceel Stationsstraat 25 zijn enkele bomen aanwezig. Dat de entree van de Stationsstraat anders zal worden is onmiskenbaar. Dit neemt niet weg dat aansluiting is gezocht bij de maat en schaal van de aanwezige bebouwing. De bedrijfspanden direct grenzend aan de Stationsstraat worden allen voorzien van een kap (met een goothoogte van 6 meter), waardoor wordt aangesloten bij de karakteristiek van de Stationsstraat als bebouwingslint. De bedrijfsbebouwing wordt bovendien op gepaste afstand van de
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
65
16.4
Stationsstraat 23
Het woonhuis op Stationsstraat 23 dat al meer dan 4 jaar geleden is gebouwd en sindsdien wordt bewoond, is niet ingetekend op de verbeelding, niet genoemd in onderzoek naar geluidshinder, etc. Dit geeft de Raad een incompleet beeld van de mogelijke impact. In de “bestaande structuren” staan de huizen van de bewoners van de Stationsstraat niet aangeduid. Het huis op Stationsstraat 23 is niet eens zichtbaar op de oude luchtfoto die is gebruikt. Bij bodemonderzoek staat “Stationsstraat 23 dient onderzocht te worden op asbest in bodem.” Dit lijkt volgens de reclamant een fout.
weg gesitueerd (minimaal 15 meter), waardoor er ruimte is voor een groene inpassing. Aan de zijde van de Stationsstraat zijn de bedrijfspercelen voorzien van een groenstrook van minimaal 6 meter breed. Het groen in deze zone dient aan te sluiten op de hoge ecologische waarde van het groen in de openbare ruimte. Inen uitritten worden deels uitgevoerd in halfverharding een zo groen mogelijke entree te realiseren. Gelet op het voorgaande is een zorgvuldige aansluiting op de bestaande karakteristiek en een groene inpassing voldoende verzekerd. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Voor de verbeelding is de BGT uit december 2021 als onderlegger gebruikt. Kennelijk was de woning aan de Stationsstraat 23 destijds nog niet verwerkt in de BGT. Hoewel dit juridisch geen gevolgen heeft voor het bestemmingsplan, zal de BGT-onderlegger geactualiseerd worden richting vaststelling. Dit neemt niet weg dat de woning van reclamant wel degelijk is meegenomen in het kader van het akoestisch onderzoek naar de reconstructie van de bestaande wegen. Daaruit volgt dat de geluidbelasting als gevolg van de Stationsstraat heel licht (niet significant) toeneemt. Omdat de toename minder dan 1 dB bedraagt, is deze toename nauwelijks waarneembaar door het menselijk oor. Bovendien is de geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB gelegen.
Het treffen van maatregelen is derhalve niet aan de orde.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
66
16.5
Stikstof
Bestemmingsplan art 3.3 sub d verbiedt het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. Het kopen van stikstofrechten impliceert dat mogelijkheden om ondernemingen met een klimaatneutrale bedrijfsvoering te plaatsen worden genegeerd. Daling van stikstofuitstoot door het intrekken van toestemming om vee te houden van bedrijf aan Hoeksehofstraat (Ressen) voelt niet als relevant voor ons als bewoners.
16.6
Planschade
Reclamant vreest dat uitvoering van de voorliggende plannen leidt tot waardedaling van de woningen op tegenover en naast liggende kavels.
Wat betreft het aspect bodem; dit betreft inderdaad een fout. Het gaat hier om het perceel Stationsstraat 23a. De toelichting zal op dit punt aangepast worden. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Deze bepaling is uitsluitend van toepassing voor het bestaande agrarische bedrijf aan de Griftdijk 236, dat in dit Chwbestemmingsplan wordt ingepast. Het heeft de voorkeur dat nieuwe bedrijven op het beoogde bedrijventerrein zoveel mogelijk klimaatneutraal zijn, maar dit is juridisch niet afdwingbaar en bovendien (nog) niet realistisch. Dit zou namelijk betekenen dat ook al het aan- en afrijdend verkeer elektrisch zou moeten zijn. Om deze reden gaat het bestemmingsplan voor wat betreft stikstof uit van een worst-case benadering. Met het intrekken van de vergunning van het bedrijf aan de Hoeksehofstraat wordt een deel van de uitstoot afgeroomd, waardoor er per saldo een verbetering (afname) zal optreden. Voor de bewoners is dit wellicht niet relevant, voor het naburige Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ wel. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan. Het staat reclamant vrij een verzoek tot planschade in te dienen na het onherroepelijk worden van het Chw-bestemmingsplan. Of
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
67
Reclamant vindt het niet meer dan billijk wanneer de gemeente deze planschade ruimhartig vergoedt.
16.7
Dorpsbelang
De Stationsstraat is de enige toegangsweg tot het dorp Oosterhout (en deels het achterliggende dorpengebied). Vanuit perspectief Nijmegen is dit ‘het einde van de gemeente’, voor Oosterhouters is dit ‘het begin van het dorp’. Er is steeds sprake van aanpassing van de Griftdijk (fietsers, OV) maar nergens van de inrichting van de Stationsstraat op dit gebied. Dat is een omissie in de plannen.
16.8
Uitgifte
Voorzien wordt (brief aan de Raad) dat uitgifte tot en met 2030 voorziet in de ruimtebehoefte. Wij vragen ons af of de aanname dat 5 ha per jaar wordt uitgegeven gebaseerd is op onderzoek e/o historische cijfers.
16.9
Intensiteit verkeer
“Verbetering van de bereikbaarheid” zoals een van de titels in de brief aan de Raad luidt, praat wel over afslag 38 en de Griftdijk maar niet over de Stationsstraat. Dat is een schande. Bij de afweging van dergelijke plannen zouden alle verkeerstromen en alle bewoners op een gelijke wijze moeten worden gewogen. In het onderzoek van RHDHV wordt de kruising Grift-Stationsstraat in het referentiemodel al aangegeven als 0,7-0,9. Dat laat wel heel weinig ‘restcapaciteit’. De intensiteit is gemeten in 2020, dit lijkt reclamant niet representatief voor de huidige situatie. Met zoveel ‘achtereenvolgende verkeerslichten’ is aandacht voor de doorstroming in de praktijk nodig: de manier waarop de verkeerslichten bij de A15 nu zijn ingeregeld (snel naar oranje en blijft oranje zolang er verkeer stroomt) zijn onlogisch, worden niet begrepen door mensen die er minder vaak
daadwerkelijk sprake is van een waardedaling en hoe groot die is, zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. Een eventueel planschadeverzoek wordt afgehandeld in een aparte procedure. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om de doorstroming en de verkeersveiligheid op de Griftdijk te verbeteren. Ook het verkeer van en naar het dorp Oosterhout profiteert daarvan. De meeste verkeersbewegingen over de Stationsstraat (naar Oosterhout) komen via de Griftdijk. De inrichting van de Stationsstraat – voor zover gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Nijmegen – is passend bij het karakter van deze weg als gebiedsontsluitingsweg. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. De gemiddelde geprognosticeerde uitgiftecijfers (5 ha/jaar) zijn gebaseerd op eerder (historisch) gerealiseerde uitgiften en zijn per jaarschijf verantwoord in de Voortgangsrapportage Grote Projecten (VGP). Nadrukkelijk betreft het een uitgiftegemiddelde. Fluctuaties in vraag en aanbod, maar ook marktomstandigheden kunnen leiden tot schommelingen in de daadwerkelijke uitgifte. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. Voor de bereikbaarheid van het dorp Oosterhout zijn de Stationsstraat en de Griftdijk van belang.
Een belangrijk knelpunt op deze route vormt de huidige rotonde (zie ook de beantwoording onder punt 13.4). Ook Oosterhout zal ervan profiteren wanneer dit knelpunt wordt aangepakt en de rotonde wordt omgebouwd tot kruispunt met verkeerslichten, met een grotere capaciteit. Op de Stationsstraat West (de tak naar Oosterhout) is de verhouding tussen verkeersintensiteit en de capaciteit van de weg geen probleem. De capaciteit is ruim voldoende voor het aantal verkeersbewegingen over deze weg. De verwachting is dat de hoeveelheid verkeer over de oostelijke Stationsstraat en de Ressensestraat zal afnemen, wanneer de Dorpensingel wordt gerealiseerd.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
68
16.10
Type bedrijvigheid
komen en daardoor wordt de doorstroming vaak belemmerd. De intensiteit op de Stationsstraat staat aangeduid als 0,3-0,7. Ik ben van mening dat de intensiteit anno 2023 veel hoger is, alleen al met zandwagens. In de geschetste alternatieven lijkt de intensiteit van het verkeer op de Stationsstraat af te nemen. Onduidelijk is waar deze afname op gebaseerd is. In de nieuwe alternatieven wordt uitgebreid gesproken over het verkeer op de Griftdijk maar nergens over het verkeer op de Stationsstraat. a. Categorie 3.1 is niet in alle opzichten passend in de nabijheid van woningen (ook vleesverwerking tot 1.000 m2, visverwerking tot 300 m2, bouwbedrijf tot 2.000 m2, aannemersbedrijf met werkplaats > 1.000 m2, etc). In het vooroverleg is enkel sprake geweest van honden trimmen, dienstverlening, etc. De voorbeelden zijn ook in die richting. Kunnen we voedselverwerking uitsluiten? Of op zijn minst aantekening maken dat er geen enkele sprake mag zijn van overlast van geur, ongedierte etc.? b. In de plannen worden “kansen voor circulaire reststromen” genoemd: afval verbranding/verwerking lijkt ons in de nabijheid van woningen totaal ongewenst.
Dat aandacht nodig is voor de doorstroming op de Griftdijk wordt door de gemeente onderschreven. Het zal nodig zijn om de verschillende verkeerslichten te koppelen, om de doorstroming te waarborgen. Dit is echter een uitvoeringsaspect en staat de vaststelling van dit Chw-bestemmingsplan niet in de weg. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan. a.
b.
Bedrijven in milieucategorie 3.1 zijn uitsluitend passend in de nabijheid van woningen indien deze op voldoende afstand worden gesitueerd. In voorliggend geval wordt bedrijvigheid in milieucategorie 3.1 voorzien op een afstand van circa 45 meter van de woning van reclamant. Omdat sprake is van een gemengd gebied, wordt hier ruimschoots voldaan aan de gereduceerde richtafstand van 30 meter. De door de reclamant genoemde bedrijvigheid wordt in de VNG-publicatie geclassificeerd als bedrijvigheid in milieucategorie 3.1. Dit betekent dat ze naar aard en invloed passend worden geacht op een afstand van 30 meter tot woningen in een gemengd gebied, met name vanwege de kleinschaligheid. Grotere vleesen visverwerkingsbedrijven vallen namelijk in milieucategorie 3.2 of hoger. Overlast van geur en ongedierte is bovendien gereguleerd in het milieuspoor, waaraan getoetst wordt bij het verlenen van een milieuvergunning voor bedrijven. De Wet Milieubeheer beschrijft onder andere hoe omgegaan dient te worden met afvalverwerking. Daaronder valt ook het omgaan met kadavers (indien aan de orde). Voor geur van bedrijven toetst Nijmegen bij het verlenen van een milieuvergunning aan het Gelders geurbeleid, teneinde een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden te waarborgen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chw-bestemmingsplan.
Het verwerken of verbranden van afval is niet passend binnen milieucategorie 3.1 en derhalve niet mogelijk in De Grift West.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
69
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan. 16.11
Vrachtverkeer
a.
b.
16.12
Beeldkwaliteit
Het beeldkwaliteitplan spreekt over afvang van grote vrachtwagens in knoop 38. Hoe is dit geborgd? Gaat het huidige zware verkeer dan ook verdwijnen van de Stationsstraat? De Stationsstraat staat wel als hoofdweg getekend, ontsluiting via Park15 niet. In het vooroverleg is ook de ontsluiting van Oosterhout via Park15 besproken. Dit zou ontzettend veel verkeersbelasting schelen voor de gehele Stationsstraat en is een gewenste uitbreiding, dan wel aanpassing van de voorliggende plannen.
Zij- en achtergevels hoge kwaliteit (Grift-West); reclamant ziet graag de richtlijn toegevoegd aan het plan dat er geen open zicht is toegestaan op de achtertuin van Stationsstraat 23 vanaf verdiepingen boven BGniveau.
a.
De Grift Noord is een bedrijventerrein voor grote logistieke bedrijven. Dit terrein is gesitueerd dicht tegen de A15, met een zo kort mogelijke verbinding naar de op- en afrit naar de A15. Dit betekent dat het vrachtverkeer tussen deze bedrijven en het landelijk wegennet, niet door de stad hoeft. In De Grift Noord wordt tevens ruimte geboden aan logistieke hubs; dit zijn bedrijven die voorzien in slimme en duurzame oplossingen voor stadsdistributie, ofwel de verdeling van goederen over hun bestemmingen binnen de stad. Stadsdistributie moet slimmer, veiliger en schoner worden, waarbij grote vrachtwagens plaatsmaken voor zero emissie bestelbusjes en lichte elektrische vrachtvoertuigen of cargobikes. Zwaar vrachtverkeer hoeft dan niet de stad in, maar maakt gebruik van hubs (overslagpunten) op bedrijventerrein De Grift. Dit Chw-bestemmingsplan voorziet overigens niet in andere route voor bestaand vrachtverkeer dat nu via de Stationsstraat (west en oost) rijdt. Wel kan stadsdistributie met kleinere duurzame voertuigen verlichting bieden. b. Dit Chw-bestemmingsplan voorziet niet in de ontsluiting van Oosterhout via Park 15. Als dit al aan de orde zou zijn, dan is dat een opgave voor de gemeente Overbetuwe. Een eventuele route via Park 15 ligt immers niet binnen de grenzen van de gemeente Nijmegen.
De beoogde bedrijfsbebouwing wordt op meer dan 15 meter uit het perceel van reclamant gesitueerd. Op grond van vaste rechtspraak moeten ramen en andere openingen op een afstand van ten minste 2 meter uit de perceelsgrens van derden worden gesitueerd. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Bovendien zijn er op het perceel van reclamant diverse bomen aanwezig die het zicht op de woning en tuin in de zomermaanden belemmeren. Er bestaat derhalve geen aanleiding op gevelopeningen op de verdieping(en) uit te
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
70
16.13
Vragen
Na de opmerkingen in onze zienswijze blijft reclamant nog met een aantal vragen zitten die reclamant graag beantwoord wil zien om met enig vertrouwen de geschetste ontwikkelingen tegemoet te zien: a. Wat wordt bedoeld met “revitalisering van de bestaande bedrijventerreinen in De Grift”? is dat het terrein in Ressen? b. En uitbreiding van bestaande activiteit, betekent dat ook dat een bedrijf als Barenbrug zou kunnen uitbreiden in de Stationsstraat Westzijde? c. Wordt bij plaatsing van zonnepanelen op daken rekening gehouden met weerkaatsing richting de bestaande woonhuizen? d. Het beeldkwaliteitplan wordt als ‘niet bindend’ beschreven, een gereedschapskist met hulpmiddelen voor een eindproduct. Hoe borgen we dat bij ”groeiende inzichten” ook de belangen van omwonenden worden meegewogen? e. Wat zijn de anterieure overeenkomsten die de gemeente met grondeigenaren wil sluiten? Ze stellen het exploitatieplan uit, dat maakt het onoverzichtelijk. f. Waarom wordt ‘escortbedrijf’ genoemd in het bestemmingsplan?
sluiten. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan. a. Dit betreft het bestaande bedrijventerrein aan de Stationsstraat (Koopmansweg en Groothandelsweg). b. Nee, De Grift West is uitsluitend geschikt lokale bedrijvigheid. Kavels variërend van 1.500 tot 3.000 m² en incidenteel tot 5.000 m² met een lagere milieucategorie. Een bedrijf als Barenbrug is zowel qua maat en schaal als qua milieucategorie niet passend in De Grift West. c. Zonnepanelen op platte daken kunnen weerkaatsen op hoger gelegen bebouwing/verdiepingen, maar nooit op lager gelegen bebouwing. Omdat de beoogde bedrijfsbebouwing in De Grift West in de basis hoger is dan de woning van reclamant, zal dit niet tot hinder leiden. Voor de bebouwing aan de Stationsstraat geldt dat deze voorzien moet worden van een kap. In dat geval kan bij een ongunstige situering van de bebouwing hinder ontstaan in de middag/avond. Let wel, de zon is continu in beweging en de hoek van de reflectie zal nooit lang op dezelfde plaats schijnen. Dit zal dus nooit leiden tot onevenredige hinder. Daarnaast zijn er steeds betere coatings op de markt die de reflectie verminderen, en dit probleem verder beperken. d. Het beeldkwaliteitplan wordt als onderdeel van de welstandsnota vastgesteld en zal derhalve als toetsingskader voor toekomstige bouwaanvragen dienen.
Daarmee heeft het beeldkwaliteitplan wel degelijk een juridische status. Zodoende zijn de belangen van omwonenden ten aanzien van beeldkwaliteit voldoende gewaarborgd. e. De gemeente heeft een groot deel van de gronden in eigendom. Met een aantal grondeigenaren is de gemeente nog in gesprek. Het heeft de voorkeur met hen een anterieure overeenkomst te sluiten om de kosten voor de planontwikkeling te verhalen. Indien de gemeente niet tot
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
71
f.
overeenstemming komt, is zij verplicht een exploitatieplan op te stellen om de kosten te verhalen. Omdat het een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte betreft bestaat de mogelijkheid om de exploitatieplicht (het opstellen van een exploitatieplan) in de tijd naar achteren te schuiven. Om praktische redenen is hiervoor gekozen. Een en ander is uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 6 van de toelichting. In de Algemene gebruiksregels (artikel 18 van de regels) wordt standaard opgenomen dat het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van een seksbedrijf (waaronder een escortbedrijf) en raam- en straatprostitutie niet is toegestaan. Deze regeling is abusievelijk niet opgenomen in het voorliggende Chw-bestemmingsplan, terwijl de definities (waaronder de definitie voor escortbedrijf) wel zijn opgenomen. De algemene gebruiksregels worden op dit punt aangevuld. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Chwbestemmingsplan.
Wijzigingen Toelichting Regels
In paragraaf 4.15.2.3 wordt in de tabel ‘Stationsstraat 23’ gewijzigd in ‘Stationsstraat 23a’ Aan artikel 18 wordt een nieuw lid 18.5 toegevoegd dat als volgt komt te luiden:
Verbeelding
18.5 Seksbedrijf 18.5.1 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met de bestemmingen in hoofdstuk 2, wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van: a. een seksbedrijf voorzover binnen de geldende bestemming geen aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; b. raam- en straatprostitutie De ondergrond (BGT) van de verbeelding wordt geactualiseerd.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
72
17. # 17.1
17.2
Reclamant 17 Onderwerp Geen goede ruimtelijke ordening
Richtafstanden agrarisch bedrijf
Samenvatting zienswijze Cliënt exploiteert een agrarisch bedrijf ten zuiden en westen van het plangebied. Voor het behoud van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden op zijn perceel is het van belang dat de uitgangspunten van het bestemmingsplan De Grift niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Uit het bestemmingsplan en de daarbij behorende toelichting en bijlage blijkt echter dat het plan wel in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met het beoogde plan wordt het agrarisch bedrijf van cliënt volledig omsloten door niet agrarische functies. Dit zijn diverse functies in de vorm van wonen, recreatie en nu bedrijventerrein. Hierdoor wordt met dit voornemen de bedrijfsvoering van meerdere kanten belemmerd en wordt het exploiteren van een agrarische bedrijf vrijwel onmogelijk gemaakt. Deze zienswijze richt zich op alle planonderdelen. Een aantal zijn specifiek benoemd in onderstaande zienswijze. Het plan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en kan op deze wijze niet worden doorgezet voor vaststelling.
a.
b.
Met het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is niet van de uiterste planologische mogelijkheden uitgegaan. In de toelichting op het bestemmingsplan zijn de milieueffecten van de bedrijvigheid getoetst op de gevel van de bedrijfswoning aan de Stationsstraat 28. Hierbij wordt uitsluitend de richtafstand getoetst vanuit het bestemmingsplan De Grift Zuid. Het Bestemmingsplan De Grift West is op veel kortere afstand gelegen. Deze afstand bedraagt ‘slechts’ 30 meter vanaf het plangebied tot aan de gevel van de bedrijfswoning. Op dit punt is de beoordeling onvolledig. Zoals genoemd exploiteert cliënt een agrarische bedrijf aan de Stationsstraat 28. In het plan is op geen enkele wijze rekening gehouden met de uitbreidings- en exploitatie mogelijkheden van
Reactie De gemeente onderschrijft dat de omgeving van het agrarisch perceel van reclamant aan veranderingen onderhevig is. Dit is reeds voorzien in het Voorkeursmodel Waalsprong uit 2003. Ten zuidoosten van het perceel wordt de nieuwe woonwijk Zuiderveld gerealiseerd en ten zuiden wordt Bedrijvenpark Griftdijk ontwikkeld. Met de beoogde uitbreiding van De Grift staat een nieuwe ontwikkeling op stapel. De gemeente maakt per ontwikkeling een zorgvuldige afweging of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zo ook in het Chw-bestemmingsplan voor de uitbreiding van De Grift. In het vervolg van deze zienswijzennota wordt hier nader op ingegaan. Volledigheidshalve wenst de gemeente te vermelden dat de wens bestaat de gronden van reclamant op termijn in ontwikkeling te brengen. Reclamant is hiervan op de hoogte en in het verleden hebben hierover al gesprekken plaatsgevonden. Tot op heden heeft dit nog niet tot overeenstemming tussen beide partijen geleid. a. In paragraaf 4.3.2 van de toelichting wordt onder het kopje ‘De Grift West’ aandacht besteed aan de afstand van De Grift West tot bestaande (bedrijfs)woningen aan de zuidzijde van de Stationsstraat. Daaruit volgt dat voor alle woningen voldaan wordt aan de indicatieve richtafstanden van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering, dus ook voor de woning van reclamant.
De afstand van de woning van reclamant tot de bestemming ‘Bedrijventerrein’ bedraagt 32 meter, waarmee voldaan wordt aan de gereduceerde richtafstand van 30 meter voor bedrijvigheid in milieucategorie 3.1. Zoals gemotiveerd in de toelichting is de Stationsstraat aan te merken als een gemengd gebied, vanwege de mix aan functies. Overigens zal de afstand van de bedrijfsactiviteiten tot de woning van
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Huisstijl A4 (liggend)
73
het bedrijf. Ten aanzien van de relatie tussen het bedrijf van cliënt en de beoogde ontwikkeling is in de toelichting het volgende opgenomen: “Ook is er geen hinder te verwachten van de veehouderij aan de Stationsstraat 28. Er wordt immers nu ook al voldaan aan de geurbelastingsnormen op de geurgevoelige objecten die dichterbij het emissiepunt liggen van de stal. Daarnaast is het maar zeer de vraag of de nieuwe bedrijvigheid als geurgevoelig is aan te merken.” In de toelichting wordt gesuggereerd dat wordt voldaan aan de geurbelastingnormen op de geurgevoelige objecten. In het plan is op geen enkele wijze onderbouwd of berekend hoe hoog de geurbelasting is op de op te richten bedrijfshallen. Ook de stellingname dat wordt voldaan aan de geurbelastingnormen die dichterbij de stal zijn gelegen is niet juist. Los van het feit dat het op geen enkele wijze is onderbouwd of berekend komt de beoogde bebouwing op kleinere afstand van de veehouderij te liggen dan de huidige aanwezige geurgevoelige objecten. Dit is met name van toepassing voor het onderdeel van het bestemmingsplan De Grift Zuid. Tussen dit deel van het bestemmingsplan en de veehouderij van cliënt zijn geen andere geurgevoelige objecten gelegen die op dit moment een belemmering vormen. Het bedrijventerrein vormt daardoor een belemmering voor de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf van cliënt.
In het kader van goede ruimtelijke ordening is dit niet toegestaan. Tenslotte wordt in de toelichting gesteld dat het nog maar de vraag is of de bedrijvigheid als geurgevoelig moet worden aangemerkt. Cliënt is van mening dat de bedrijven wel degelijk zijn aan te merken als geurgevoelige object. Hierbij verwijs ik naar de definitie van een geurgevoelig object in de Wet geurhinder en veehouderij: “gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, waarbij onder «gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf” In
b.
reclamant in de toekomstige situatie meer bedragen dan 32 meter, omdat aan de voorzijde van de bedrijfspercelen een groenstrook is voorzien van tenminste 6 meter breed. Bovendien is het bouwvlak op bijna 50 meter uit de woning van reclamant gesitueerd. Reclamant betoogt dat geuronderzoek had moeten plaatsvinden, omdat de beoogde nieuwe bedrijven zijn aan te merken als geurgevoelig object. Een dergelijk onderzoek heeft inderdaad niet plaatsgevonden, omdat het voornemen bestaat de gronden van reclamant op termijn in ontwikkeling te brengen. In het verleden hebben er reeds gesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en de beoogde ontwikkelaar (die in contact staat met de reclamant). Tot op heden heeft dit nog niet tot overeenstemming tussen beide partijen geleid. Dit neemt net weg dat de gemeente de bestaande rechten van reclamant wenst te respecteren. Het agrarisch bedrijf van reclamant heeft een vergunning voor het houden van 22 mestkalveren, 50 meststieren, 18 melkkoeien en 50 stuks jongvee (hinderwetvergunning d.d. 18 november 1982). Melkkoeien en jongvee zijn dieren zonder een geuremissiefactor, ofwel vaste afstand dieren (va-dieren). Voor deze dieren geldt een vaste afstand vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object.
Deze vaste afstand staat los van de dierenaantallen en bedraagt in voorliggende situatie 100 meter (vanwege de ligging binnen de bebouwde kom). Mestkalveren en meststieren zijn dieren mét geuremissiefactor. Met behulp van de geuremissiefactor kan de geurbelasting van deze dieren op een geurgevoelig object worden berekend. Het totaal aantal dieren en het stalsysteem bepaalt de emissie. Voor de bebouwde kom in het niet-