CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport waardenkaart

Besluitronde (raadsvergadering) 8 maart 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Cultuurhistorische waardenkaart (08/2023)30.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Figuur 30. De boerderij Spijkershof, met op de voorgrond de Schaapswetering, de achterzijde van de ontginning Neerbosch (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

De hoofdweg, de Teersdijk, vormde aanvankelijk de ontginningsas, van waaruit de strookkavels werden uitgezet. Op de koppen van de kavels zullen de eerste huizen hebben gestaan. Er werden 48 hoeven uitgegeven, alsmede een aantal tijnsvrije waarover we geen gegevens hebben. Langs de kavelgrenzen ontwikkelden zich vermoedelijk secundair enkele wegen, zoals de Dennenstraat. Langs deze dwarswegen en in het veld kwam nadien ook bebouwing tot stand. Aan het eind van de 14e eeuw stond de huidige kerk er. Deze werd gewijd aan Sint -Antonius Abt, een heilige die in de late middeleeuwen veel populariteit genoot. Het landschap van Neerbosch kenmerkte zich naast de opvallende structuur ook door de aanwezigheid van enkele buitenplaatsen en instellingen, zoals de Weesinrichting Neerbosch (zie § 5.2.11).

135 136

Thissen, 2000, 53 Thissen, 2000, 64

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[59]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 31. De vroegere infrastructuur van Neerbosch is plaatselijk als langzaamverkeersverbinding in de wijk opgenomen (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Deze karakteristieke ontginning is nu voor een zeer belangrijk deel overbouwd. Bovendien wordt de ontginning doorsneden door het Maas-Waalkanaal, liggen er bedrijventerreinen in het gebied en loopt er de Graafseweg, een belangrijke bovenlokale verbinding, door het zuidelijk deel van het gebied. Desondanks is in een deel van het gebied, vooral langs de oude bebouwingsassen, nog wat van het vroegere karakter herkenbaar. In de rest van het gebied is het vooral de hoofdstructuur die, weli swaar doorsneden, nog herkenbaar is. Een klein deel van de ontginning in het noorden is als landelijk gebied bewaard gebleven. Het fraaie gebied verraadt iets van de vroegere kwaliteiten van heel Neerbosch. Tot dit landschapstype hebben we ook het Heesse Veld gerekend, dat in zijn structuur een voortzetting van Neerbosch is. De begrenzing van het landschapstype is getrokken op basis van de ontginningsstructuur; bodemkundig is het een overgangsgebied. 137 Onregelmatige ontginning aan de lage heuvelvoet (Zk4) Net als Neerbosch ligt Hees aan de lage voet van de stuwwal, maar de ontginning daarvan is duidelijk ouder. Hier was sprake van een relatief kleinschalig kampenlandschap, waarbij de wegen grofweg een zuidwest-noordoostelijke richting volgden, maar volgens een veel onregelmatiger structuur en met meerdere parallelle tracés.

Langs de wegen stonden de huizen van het dorp Hees, met rond de kerk een clustering van erven. Daarbuiten strekte zich het open akkerland uit. Gorissen plaatst de

137

Gorissen, 1956, 44

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[60]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

ontginning van Hees in de volle middeleeuwen of iets daarvoor. 138 In de late middeleeuwen stond er in Hees een kapel, die onder de Stevensparochie van Nijm egen viel. In de 16e eeuw werd een parochiekerk gebouwd, waarvan delen nu nog bestaan. Hieromheen groeide het dorp Hees. In het gebied is de oude wegenstructuur nog zeer goed bewaard gebleven, ondanks het feit dat door overbouwing het oude grondgebruik verdween. Ook de historische kern van Hees, waarin de kerk bewaard gebleven is, is nog goed herkenbaar aan de vele oudere bebouwing en het plaatselijk open, groene karakter.

Figuur 32. De groene buffer rond het dorp Hees valt grotendeels binnen de onregelmatige (kamp)ontginningen (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Kampontginning met landgoedkenmerken (Zk5) Waar een eng (of ‘veld’, zoals dat hier genoemd wordt) binnen de invloedssfeer van een buitenplaats lag, kan dat van invloed zijn geweest op de inrichting van het gebied. Dat is ook bij Hulsen het geval: de akker tussen de buitenplaats (op rand van broek en drogere zandgronden) en het bos verder de heuvel op kenmerkte zich in de 19e eeuw door langgerekte houtsingels, waardoor het akkercomplex in meerdere compartimenten verdeeld was. Ook een laan van de buitenplaats, van het huis richting de heide en de daar gelegen St. Antoniusmolen, liep over de akker en moet deze landschappelijk hebben beïnvloed. Wanneer het akkercomplex door ontginning van woeste gronden ontstond is niet helemaal

138

Gorissen, 1956, 38

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[61]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

duidelijk, maar een deel ervan zou volgens Gorissen al vóór het midden van de 18e eeuw hebben bestaan. 139 Een belangrijk deel hoorde nog in 1832 tot het bezit van de buitenplaats Hulsen. 140 Weliswaar is het gebied deels volgebouwd, maar de oude structuur is in de huidige structuur van het gebied overgenomen. Een begraafplaats vult een deel van het gebied, waardoor het nog enigszins open is. Landgoederen en buitenplaatsen 141 Oude buitenplaats (Zl1) Buitenplaatsen die reeds vóór 1850 als zodanig bestonden hebben we onder de categorie ‘oude buitenplaatsen’ gerangschikt. Grofweg kunnen we d eze voor Nijmegen in twee geografische groepen verdelen, namelijk enerzijds de buitenplaatsen op de hogere heuvelvoet (de erosiewaaier) of op de rand van de stuwwal zelf, veelal liggend in relatief jonge veldontginningen, en anderzijds de buitenplaatsen in het Honicholt, de regelmatige ontginning van Neerbosch, aan de lage heuvelvoet. In alle gevallen gaat het om buitens van welgestelden die hun zakelijke bezigheden in de stad hadden en daarbuiten een verblijf ‘ter verpozing’ wensten om de drukke stad achte r zich te kunnen laten en ongetwijfeld ook om mee te kunnen pronken en de rijkdom te etableren.

139

Gorissen, 1956, 46 Kadastrale administratie, geraadpleegd via HisGIS 141 W e hebben in de kaart alleen die landgoederen en buitenplaatsen verwerkt die zich in hun topografie, op basis van topografische kaarten, ook echt ruimtelijk als een buitenplaats manifesteerden. Het overzicht in Luttmer, 2011 is daarom lang er dan wat wij op kaart gezet hebben. De dichtheid lijkt, wanneer alle buitenplaatsen worden meegenomen, in Neerbosch en vooral Hees nog wat groter te zijn dan uit ons kaartbeeld blijkt. 140

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[62]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 33. Entree van de goed bewaard gebleven buitenplaats Brakkestein (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

In het eerste geval gaat het met name om buitenplaatsen die als eilanden in de woeste grond werden gesticht voordat de omliggende heidevelden werden ontgonnen. In aanleg was Heijendaal een agrarische ontginning op de heide. Een eerste vermelding van de naam dateert uit 1532 ( Heyingendael, ‘dal met heiningen’?), maar als ontginning vinden we Heijendaal in schriftelijke bronnen terug vanaf de tweede helft van de 17e eeuw. Omstreeks 1800 werd een landhuis gebouwd in opdracht van Jacob van der Heijden. Vanaf 1734 werd de buitenplaats i n fasen uitgebreid en werden de omliggende gronden ontgonnen. Rond het huis ontstond een classicistische aanleg. Het huidige huis dateert uit 1912. 142 Naast Heijendaal ligt de oude buitenplaats Brakkestein, die veel intacter dan Heijendaal bewaard is gebleven. Het huidige huis dateert uit 1865, maar de ontginning zelf dateert net als die van Heijendaal al van vóór het midden van de 18e eeuw. 143 Op de rand van de stuwwal bevinden zich de oude buitenplaatsen Mariënbosch, Geldersche Hof en Berglust. Het ontstaan hiervan komt voor een deel, althans voor Mariënbosch en Berglust, voort uit verkopen van delen van het Nederrijkswald in 1645-1650 door de Gelderse Rekenkamer aan een aantal welgestelde particulieren. 144 Het midden van de 17e eeuw is een periode waarin het s tichten van buitenplaatsen door rijke stedelingen in opkomst is (zie § 3.4.3).

142

https://www.noviomagus.nl/Vrij/OudHeyendaal/OudHeyendaalCat.html Gorissen, 1956, 46 144 Bouwer, 2003, 154-155 143

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[63]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 34. Het bos bij ’t Slotje, door de Neerbosscheweg daarv an nu ruimtelijk gescheiden (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

In alle gevallen was er weinig ruimtelijke beperking aan de uitleg van de buitenplaatsen, waardoor men de gelegenheid had om ideaaltypische structuren te creëren. Dat zien we vooral bij Heijen daal en Brakkestein terug: orthogonale vormen, een ideaal uit de tijd van de Verlichting. Dat bosbouw een belangrijke functie van de buitenplaatsen geweest zal zijn, blijkt uit de dichte beplanting van de terreinen. Bosbouw op de schrale zandgrond zal onge twijfeld meer hebben opgebracht dan agrarisch gebruik, en bovendien was de elite van de 18e en 19e eeuw vaak ook nog eens zeer in bosbouw als economische bedrijvigheid geïnteresseerd. Van een andere aard zijn de oudere buitenplaatsen in ontginningen die op zichzelf ouder zijn dan de buitenplaatsen, maar waar een erf secundair tot buitenplaats is uitgegroeid binnen de bestaande landschappelijke structuur van Neerbosch. Het gaat hier specifiek om Witte Poort en Leuvense Hof. Hun ruimtelijke structuur sloot naadloos aan op de strokenverkaveling van Neerbosch. Het gaat bij deze buitenplaatsen dus om een inrichting binnen één of meerdere strookkavels, met de korte zijde naar de weg gericht. De herkenbaarheid van de oude buitenplaatsen in de huidige structuur is w isselend.

Brakkestein is goeddeels gaaf bewaard gebleven, terwijl Heijendaal door de bebouwing van de Radboud Universiteit in het zuidelijk deel herkenbaarder is gebleven dan in het noordelijk deel. Op de stuwwal, waar de verstedelijkingsdruk geringer was, zijn de buitenplaatsen ook goed herkenbaar gebleven.

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[64]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

In de structuur van Neerbosch zijn sommige delen van buitenplaatsen als groenzone bewaard gebleven, terwijl andere volledig zijn overbouwd, waardoor niets meer aan de oude structuur herinnert. Jonge buitenplaats (Zl2) De jonge buitenplaatsen, gesticht ná ca 1850, bevinden zich de facto in dezelfde landschappelijke als de hiervoor besproken oudere buitenplaatsen. Wel waren ze vaak kleiner en is de overgang naar de villatuinen, die in dezelfde periode ontstonden, minder scherp. Als voorbeeld daarvan herkennen we de serie buitenplaatsen langs de Graafseweg, gelegen tussen twee parallelle wegen als smalle strook. Hier bevonden zich de buitens Dennendaal, Berkenoord en Wuestenhoven. De zone is verder verstedelijkt, maar als groen lint nog wel herkenbaar. Groter dan voornoemde buitenplaatsen was Heidepark, grenzend aan het Jonkerbos en tegenwoordig deels onderdeel van Stadspark De Goffert. Die buitenplaats, gesticht door P.M.E. Gevers Deynoot als zomerverblijf, dateert van omstreeks de tijd dat we de scheiding tussen oude en jonge buitenplaatsen leggen, namelijk uit de jaren 40 van de 19e eeuw. Omdat de buitenplaats feitelijk tot bloei kwam in de periode daarna, hebben we ‘m toch tot de jonge buitenplaatsen gerek end. In 1952 werden de gronden toegevoegd aan het Goffertpark.

Daarmee is de buitenplaats als groenstructuur bewaard gebleven, maar wel gewijzigd door de toevoeging aan het park. 145 Ook hogerop de erosiewaaier en op de stuwwal lagen dergelijke buitenplaatsen, vaak klein van omvang. We noemen Nieuw St. Anna aan de Groenestraat, Haselunne, De Drie Huizen 146 en Heuveloord. Ook de villa Westerhelling op de Kwakkenberg zouden we hiertoe nog kunnen rekenen, maar omdat de bouw daarvan in tijd en eigendom zo verweven is met de aanleg van een villawijk, laten we die buiten de groep jonge buitenplaatsen. 147 De meeste van deze jonge buitenplaatsen in het hoge deel van Nijmegen zijn inmiddels dichter bebouwd, al dan niet met behoud van groene structuren. Ook in laag-Nijmegen lagen jonge buitenplaatsen op het zand, veelal op de grens van Neerbosch en Hees, op de overgang dus van het regelmatige patroon van Neerbosch naar de onregelmatigheid van het landschap van Hees. Het gaat dan om buitenplaatsen als Andelshof en Madeleine, die net als hun oudere evenknieën in de strokenverkaveling van Neerbosch lagen. Dat bepaalt de inrichting van de terreinen tot op heden in hoge mate. Andelshof ontstond in het midden van de 19e eeuw, en lag in een rij met buitens langs de Kerkstraat. 148 Madeleine werd rond 1860 gebouwd.

149 Door hergebruik door rooms-katholieke congregaties bleven meerdere van dit soort b uitenplaatsen, waaronder Andelshof en Madeleine, als groene ruimten herkenbaar in de stad.

145

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=vrijgeb72.htm Ontstaan uit een agrarische ontginning, ontstaan in de vroege 16e eeuw na afsplitsing uit het Nederrijkswald (Bouwer, 2003, 150). 147 http://rijksmonumenten.nl/monument/523040/villa-de-westerhelling/nijmegen/ 148 https://www.noviomagus.nl/Vrij/Andelshof/AndelshofCat.html 149 https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Villa_Madeleine 146

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[65]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 35. Het landhuis Madeleine (rechts) met daarnaast de uitbreiding van Sancta Maria (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Oude bossen Oud bos op de stuwwal (Zo1) In het uiterste oosten van de gemeente Nijmegen ligt het Nederrijkswald, het oude grafelijke bos op de stuwwal van Nijmegen-Kleve. Dit gebied stond onder direct beheer van de Gelderse overheid, sinds 1543 de Gelderse Rekenkamer. Delen daarvan waren reeds in de middeleeuwen of de 16e eeuw tegen betaling van een jaarlijkse tijns ter ontginning uitgegeven , zoals de Valenbaart. 150 In de periode 16451650 volgden een uitbreiding van de Valenbaart, de ontginning Oeselenberg (Ketelenberg) en het gebied tussen de Postweg en de Kwakkenbergweg, dat Berglust zal worden. 151 Andere terreinen blijven nog tot in de 19e eeuw onder de overheidsdomeinen vallen, zoals het gebied te n zuiden van de Kwakkenbergweg.

150 151

De eerste vermelding van de Valenbaert dateert uit 1561 (Bouwer, 2003, 150). Bouwer, 2003, 154-155

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[66]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 36. Vanaf de Bosweg zien we rechts het oude bos op de Kwakkenberg (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

De huidige bebossing gaat terug op pogingen vanaf de 18e eeuw om de kale stuwwallen opnieuw van bos te voorzien. Daartoe werd in 1731 besloten tot een volledig n ieuw systeem met bosvakken, gevolgd door een daadwerkelijk uitgevoerde herbebossing. 152 Een vroege bestandsopname uit 1570 laat zien dat er in de bosvakken die nu binnen de gemeente Nijmegen zo goed als geen bosbeplanting meer stond. 153 Hoe exact de toestand van het oudere oude bosgebied in de huidige gemeente Nijmegen, namelijk de stuwwalrand in het noorden, precies was, is niet nauwkeurig bekend. Het gebied ten noorden van de Postweg viel in de nieuwe tijd buiten het Nederrijkswald. In vrijwel alle gevallen is het boskarakter goed herkenbaar gebleven, maar is de dichtheid aan bebouwing met villa’s sterk toegenomen. De verdichting van ‘wonen voor de welgestelden’ is als het ware voortgezet tot in onze tijd. Oud bos met landgoedkenmerken aan de heuvelvoet (Zo2) Waar de bossen deel uitmaakten van de kern van een buitenplaats, hebben we deze typologisch onder ‘oude buitenplaats’ ingedeeld. Dat is bijvoorbeeld gedaan met Berglust, dat voor een belangrijk deel uit oud bos bestaat. Waar echter aan de structuur te zien is dat er invloeden vanuit een buitenplaats

152 153

Bouwer, 2003, 111 Bouwer, 2003, 100-101

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[67]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

bestonden, maar het huis op enige afstand van het bos lag, hebben we het bos als een bijzonder bostype getypeerd. In dit geval gaat het heel specifiek om het Jonkerbosch, dat een onderdeel vormde van de buitenplaats Hulsen, iets zuidelijker gelegen. Landschappelijk was het daarmee verbonden door de reeds besproken kampontginning met landgoedkenmerken.

Figuur 37. Zicht op het park- en bosgebied van Jonkerbosch vanaf de Hatertseweg (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Jonge heide- en broekontginningen Jonge heidebebossing (Zh1) In de loop van de 19e eeuw kwam door een maatschappelijke druk op de ontginning van woeste gronden en de vorderende mogelijkheden voor bemesting het aantal ontginnin gen in een stroomversnelling. In een betrekkelijk korte tijd werden toen alle resterende heidevelden binnen de huidige gemeente Nijmegen in cultuurland omgezet. Een deel van de gronden werd bebost. Deze terreinen lagen zowel lager als hoger in de Nijmeegse gradiënt van Neerbosch tot Groesbeek. Zo werd het Jonkerbosch aanzienlijk uitgebreid, maar werden ook de stuwwal zelf en de hoge flank daarvan verder bebost, zoals ten zuiden van Heijendaal in de omgeving van Heumensoord. Over het algemeen koos men voor de aanplant van naaldhout, soms in combinatie met kleine percelen akkerland. Mogelijk hadden ook hier weer de landgoedeigenaren van Heijendaal en Brakkestein een vinger in de pap.

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[68]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 38. Het gebied vooraan in de Heiweg hoorde vanouds bij de heidebebossingen die doorliepen tot in de Goffert (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Droge landbouwontginning (Zh2) Van een heel andere orde was de omzetting van heideveld in akkerland. Ten westen van Heijendaal lag nog een groot terrein dat nog niet ontgonnen was en daar nu wel in aanmerking voor kwam. In het midden van de 19e eeuw kwam de ontginning Het Veld, voorheen nog eigendom van de gemeente Nijmegen, tot stand. Daarbij werd gekozen voor een combinatie van een orthogonale structuur en een door de omstandigheden ingegeven dubbele diagonaal daar doorheen, in de vorm van de Hatertseweg. 154 Langs de wegen werden bomenrijen aangeplant, en verspreid werden langs de wegen huisjes gebouwd. Het grondgebruik was relatief uniform; door de hoge ligg ing was er sprake van een aaneengesloten akkercomplex, vrijwel alleen door de wegen in grotere eenheden verdeeld. Met name in het zuidoosten werd ook wel wat bos aangeplant. In de vroege 20e eeuw verdichtte het bebouwingspatroon in rap tempo. In de noordoo stelijke hoek verrees het wijkje bij St. Anna, met daarin een kerk. Kort voor en na de Tweede Wereldoorlog werd het gebied onder de naam Hatertse Hei bebouwd, waarbij de karakteristieke wegenstructuur bewaard bleef.

154

Uitterhoeve e.a., 2018, 38

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[69]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 39. Aan de Heiweg vinden we plaatselijk nog bebouwing die aan het agrarisch verleden doet herinneren (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Nederzettingen Stadskern (fase 1) (Zn1a) De oudste fase van de huidige binnenstad heeft zich vooral vanaf het jaar 1000 ontwikkeld langs een route parallel aan de rivier, over de flank van de helling naar de Waal (Burchtstraat). Haaks daarop lag de Grotestraat door een erosiedal naar de rivier toe; dat werd een tweede as van ontwikkelin g. Die ontwikkeling startte met een Karolingische nederzetting op de noordoostelijke Waaloever. 155 Daarnaast lag op het eind van de stuwwal van Nijmegen -Kleve de palts van het Valkhof, met zuidoostelijk ervan een oude parochiekerk. 156 Zeker in de 12e eeuw werd door Nijmegenaren al gehandeld, in de eigen stad en bovenstrooms in Duitsland langs de Rijn. Veel eerder dan die periode lijkt Nijmegen zich niet stedelijk met een bovenregionale betekenis ontwikkeld te hebben. 157 Uit die periode dateert ook het hospitaal op een heuvel in de stad. 158

155

Thissen, 1999, 43; Ekkers, 2005 Thissen, 1999, 38 157 Thissen, 1999, 29; Uitterhoeve e.a., 2018, 16 -17 158 Thissen, 1999, 34 156

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[70]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 40. De oudste stadskern van Nijmegen werd in de 13e eeuw omwald (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

In de 13e eeuw kreeg Nijmegen stadsrechten van koning Hendrik VII, waardoor de stedelijke ontwikkeling versnelde, hetgeen ongetwijfeld ook het doel zal zijn geweest. 159 Als gevolg van deze ontwikkeling kroop de bebouwing vanaf de noordoostelijke Waaloever steeds verder naar het westen en naar het zuiden. 160 In de tweede helft van die eeuw kwam ook een om walling tot stand, lopend vanaf de Hezelpoort via de Kronenburgertoren en de Wiemelpoort naar de Burchtpoort. De laatste van deze oude poorten werd in 1860 afgebroken, namelijk de Wiemelpoort. 161 De structuur van de oude stad is in de huidige stad goeddeels bewaard gebleven, doch de middeleeuwse bebouwing, zo die toen nog aanwezig was, is door het bombardement van 22 februari 1944 en de sanering van de Benedenstad voor een belangrijk deel verloren gegaan. Stadskern (fase 2) (Zn1b) Vanaf de tweede helft van de 15e eeuw werden de inmiddels ontstane voorstedelijke nederzettingen binnen de omwalling gehaald. Daardoor ontstond de omwalling zoals die tegenwoordig nog in de singelstructuur van Nijmegen te herkennen is. In de nieuwe wal lagen vijf poorten: de Hoender poort, Hertsteegsepoort, Ziekerpoort, Molenpoort en Hezelpoort. De meest forse uitbreiding vond in het zuidoosten plaats, waar de Mariënburg en het Regulierenklooster binnen de wal werden gehaald,

159

Thissen, 1999, 31 Thissen, 1999, 40-41 161 Gunterman, 2006, 16-17 160

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[71]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

evenals forse delen van de Molenstraat en Hertsteeg. Het Va lkhof was niet langer een ‘puist’ aan de omwalde stad, maar maakte er integraal onderdeel van uit, met ook het oude Gertrudiskerkhof ten noorden van het huidige Museum Het Valkhof binnen de wal. 162 Deze stadskern werd de basis voor de vestingwallen.

Figuur 41. Gevelwand langs de Bloemerstraat. Dit gebied valt binnen de 15e -eeuwse uitbreiding van de stadsomwalling (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Ook in de jongere delen van de stad heeft het bombardement van 22 februari 1944 forse gaten geslagen. Plein 1944 ligt ter plaatse van de oude stadswal, en ook rond de Mariënburgkapel zijn de verwoestingen groot geweest. Langs de Molenstraat en Ziekerstraat daarentegen is veel vooroorlogse bouwsubstantie bewaard gebleven. Dat zijn twee van de stedelijke uitvalswegen die binnen de wal gehaald zijn tussen 1450 en 1531. Vestingwallen (Zn2) De vestingwallen zoals die rond 1870 op haar hoogtepunt waren hebben zich vanaf het eerste decennium van de 17e eeuw ontwikkeld als fasegewijze verbetering v an de vesting Nijmegen volgens de heersende strategische inzichten. De uitbreiding ging grotendeels ten koste van de middeleeuwse ontginningen van het Nijmeegse Veld, de akkercomplexen van de stad.

162

Gunterman, 2006, 18-19; Uitterhoeve e.a., 2018, 20-21

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[72]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Vanaf 1874 werden de vestingwallen ontmanteld. Plaatselij k zijn nog relicten in de vorm van stadsparken te zien (Kronenburgerpark, Hunnerpark), elders houden de typische singels uit de late 19e eeuw de herinnering aan de vestingwallen levend – ook al is daarvan weinig in de singelstructuur te herkennen. Buiten de singels zijn de wallen nauwelijks herkenbaar, met uitzondering van enkele structuurlijnen die de contouren van de oude verdedigingswerken volgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het fort Afgebrande Molen. In § 5.2.5 gaan we dieper op de vestingwerken in.

Figuur 42. Bij de slechting van de vestingwallen werd ten westen van de oude stad een Nieuwe Markt met nieuwe toegang tot de stad aangelegd (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Onregelmatig gestructureerde dorpskern (Zn3) In de omgeving van Nijmegen, beter gezegd in het schependom, ontwikkelden zich in de loop van de late middeleeuwen enkele kleinere agrarische kernen. Door de bouw van kerken i n Hees en Hatert konden deze agrarische buurtschappen zelfs uitgroeien tot kleine dorpen. Door de aanwezigheid van de ‘zuigende werking’ van Nijmegen hebben de dorpen nooit enige kans gehad om daadwerkelijk tot grotere dorpen uit te groeien. Dat kunnen we bijvoorbeeld ook terugzien in Warnsveld ten opzichte van de nabijgelegen stad Zutphen, of tot op zekere hoogte ook Bathmen ten opzichte van Deventer. Daarbij kwam nog dat terwijl Warnsveld en Bathmen bestuurlijk tot op zekere hoogte zelfstandig waren, Hees en Hatert, alsmede Neerbosch, een onderdeel van het stedelijk gebied van Nijmegen waren. De dorpen waren derhalve lang agrarisch van karakter en hadden vermoedelijk weinig verzorgende functies. In de laatste eeuwen zijn de dorpen versneld onder invloed va n de stedelijke ontwikkelingen komen te staan, variërend van de ontwikkeling van buitenplaatsen tot de totale herstructurering en de afbraak van de

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[73]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

oude kerk van Hatert door de aanleg van grootschalige infrastructuur. Hees en het overgebleven deel van Hatert hebben nog beperkt een groen karakter.

Figuur 43. Het hart van de oude dorpskern van Hees: de Petruskerk (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Secundaire functies Militair werk (Zc1) Onder de militaire werken verstaan we forten die als uitbreiding van de stedelijke vestingwallen hoofdzakelijk in de eerste drie kwarten van de 19e eeuw tot stand gekomen zijn. Het gaat om de Sterreschans op de Hunnerberg (1820/1821), het nabijgelegen fort Afgebrande Molen (1861) en het fort Kwakkenberg nabij de Kwakkenbergweg (1870). Het eerste werk is als zodanig niet meer herkenbaar, terwijl Afgebrande Molen in de wegenstructuur nog herleidbaar is, terwijl van het fort Kwakkenberg nog reliëf bewaard gebleven is.

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[74]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 44. Bij de slechting van het fort Afgebrande Molen zijn de contouren in het wegenpatroon opgenomen (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

4.2 Rivierenlandschap Stroomrugontginningen Ontginning op de hogere delen van de stroomrug, blok - tot strookvormig (Rsh1) De wijze waarop de Waal in de afgelopen duizenden jaren haar stroom meerdere malen heeft verlegd en deze stroom haar afzettingen heeft achtergelaten, heeft ertoe geleid dat de omgeving van Lent hoofdzakelijk uit stroomgordelafzettingen bestaat. Van komafzetting en is alleen in het uiterste noorden in beperkte mate sprake. Typische komlandschappen ontbreken daarmee in het oude dorpsgebied van Lent en binnen de huidige gemeente Nijmegen. De stroomrugontginningen in het noordelijk deel van de gemeente Nijmegen dater en in hoofdzaak uit verschillende stadia van de middeleeuwen. In de Karolingische tijd zien we plaatselijk een intensivering van het landgebruik. 163 In de verkaveling die door die voortgaande ontginning en intensivering van landgebruik is ontstaan herkennen we een aantal karakteristieke hoofdlijnen:

163

Mondelinge mededeling Erik Verhelst (RAAP, Zutphen).

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[75]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

- een opstrekkende verkaveling vanaf de latere Grift, die erop wijst dat de brede straat die aan de Grift voorafgaat als ontginningsas gefunctioneerd heeft; - een opstrekkende verkaveling vanaf de Woerdsestraat en Vossenpelssestraat, die eveneens als ontginningsas voor het gebied ten oosten van de Visveldse Zeeg kan hebben gefunctioneerd; - een buigende verkavelingsstructuur in Oosterhout, waaraan ook de Grift meedoet, die erop wijst dat hier sprake zal zijn geweest van een afbuigende rivierloop (zich voortzettend in westelijke richting); - een aantal laagten die verschillende hogere delen van de stroomrug van elkaar scheiden, zoals in de lengterichting van de Beatlesstraat-Queenstraat.

Figuur 45. De Visveldsestraat loopt door de voormalige stroomrugontginningen (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Relevant is voor dit landschapstype vooral dat het landschap gekenmerkt werd door blok - en strookvormige percelen, in gebruik als akkerland, en van elkaa r gescheiden door opgaand groen. Plaatselijk zal het grondgebruik voor kortere of langere tijd bestaan hebben uit boomgaard, hoofdzakelijk in de nabijheid van nederzettingen. 164 Van dit landschap verdween reeds door agrarische moderniseringen in de 20e eeuw. Door de explosieve groei van de kern Lent in de laatste twintig jaar is het landschap grotendeels overbouwd

164

Keunen e.a., 2018

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[76]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

geraakt dan wel vergraven. Plaatselijk zijn nog enkele min of meer gave stukken bewaard gebleven, zoals ten westen van de spoorlijn, doch ook die gebieden staan op de nominatie om bebouwd te worden. Ontginning op de hogere delen van de stroomrug, met landgoedkenmerken (Rsh2) Waar in de nieuwe tijd buitenplaatsen tot ontwikkeling kwamen, al dan niet ter plaatse van middeleeuwse kastelen, had dat impact op de omliggende landschappen. Het meest duidelijk is dat ten oosten van het parkbos van Oosterhout, waar groensingels nog altijd het bestaande cultuurland doorsnijden. Verder naar het oosten stond het landschap meer onder invloed van particuliere bedrijven, waardoor daar in de 19e eeuw bijvoorbeeld sprake was van kleinere percelen, een zwaardere focus op fruitteelt en een hoger aantal erven. In het agrarisch gebied onder invl oed van het landgoed zien we grote percelen, weinig erven en vooral een focus op akkerbouw.

Figuur 46. De wijk Oosterhout is binnen de stroomrugontginningen met landgoedkenmerken gebouwd. Van de vroegere landgoedkenmerken als zodanig is niets herkenbaar gebleven (foto: Wikimedia Commons, 21 juni 2018).

Andere delen van het landschap zijn onder de bebouwing verdwenen, met die kanttekening dat ze zich bij het ontwerp van de wijk (Oosterhout) hebben laten leiden door de taartpuntvorm die historischlandschappelijk al in het terrein zit. Ontginning op de lagere delen van de stroomrug, blok - tot strookvormig (Rsl1) Uit een analyse van het grondgebruik in de 19e eeuw herkennen we nog heel goed, dat er langgerekte zones met graslandpercelen door de stroomrugontginningen lopen. Tenminste op één plek is fysisch geografisch aangetoond dat daar inderdaad een oude rivierloop in de ondergrond zit: ter plaatse van de al genoemde Beatlesstraat-Queenstraat ligt een riviersysteem uit de Bronstijd, de Ressense

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[77]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

stroomgordel. Die bevindt zich eveneens in de oost-west-gestrekte laagte bij de CinemecWaalsprong. 165 Landschappelijk werden deze laagten gekenmerkt door gebruik als grasland, waarbij de blokvormige percelen, net als op de hogere gronden, door beplanting van elkaar gescheiden werden. Wellicht meer dan op de hogere delen van het terrein was hier sprake van sloten in plaats van singels als scheiding. De Ressense Wal, de oude grens tussen Lent en Ressen, volgt ten dele deze laagte. Met uitzondering van een klein gebied in het noordoosten van Lent, tegen de grens met Ressen, is van dit landschap in de gemeente Nijmegen niets bewaard gebleven. Stroomrugontginning, dijkzone (Rsl2) Na aanleg van een doorgaande dijk in de late middeleeuwen 166 ontstond er plaatselijk bewoning achter de dijk. Aan de dijk verrees verspreide bebouwing, die dichter bij de kop van Lent steeds geconcentreerder werd. Deze bebouwing bracht heel specifiek landgebruik met zich mee, variërend van kleinveeweiden tot boomgaarden en tuinen tot uiteindelijk zelfs een fort. In deze zone lagen vaak ook doorbraakkolken, die we vanwege hun specifieke karakter een eigen landschapstype hebben gegeven. Mogelijk vanwege het wat nattere karakter net achter de dijk, veroorzaakt door kwe lwater, lagen hier naast boomgaarden in de 19e eeuw hoofdzakelijk weilandjes.

De percelen werden door singels, waarschijnlijk elzensingels of rijen knotwilgen, van elkaar gescheiden. Langs de dijk lag bovendien soms nog gemeenschappelijke grond, die eertijds ook gebruikt lijkt te zijn als verkeersroute, op een moment dat de kruin van de dijk nog niet als zodanig functioneerde. Nog tot in recente tijden is deze grond gemeenschappelijk bezit gebleven. 167 Een deel van deze dijkzone, vooral die rond fort Beneden -Lent, is nog gaaf bewaard gebleven. Dit gebied staat echter op de nominatie om bebouwd te worden. Het oostelijke deel van de dijkzone, nabij de vroegere Porrenhofstad, is door de aanleg van de nevengeul en het verleggen van de dijk zo goed als volledig verdwenen.

165

Boshoven, 2017 Rondags, i.v. 167 Mondelinge mededeling I. Hermsen (RAAP, Zutphen). 166

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[78]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 47. De voormalige dijkzone langs de Bemmelsedijk is als gevolg van de aanleg van de nevengeul en daaropvolgende bouwwerkzaamheden volledig op de schop gegaan (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Onregelmatige stroomrugontginning (Rso1) Ten zuiden van de Waal bevindt zich hoofdzakelijk pleistoceen rivierenlandschap. In het noorden, oostelijk van Weurt, hebben we echter nog te maken met een gebied dat nog in het Holoceen is gevormd door afzetting van materiaal door de Waal. De Waal heeft hier vermoedelijk een oudere erosiewaaier afgedekt. Bij de ontginning, ongetwijfeld nog in de middeleeuwen, heeft men hier in een min of meer blokvormig patroon een structuur uitgezet. De nu verdwenen Schaapsstraat vormde samen met de Waalbandijk de belangrijkste structurerende factor, waarbij de haaks daarop staande Kerkstraat en Postkantoorstraat (Weurt, gem. Beuningen) in dat ritme meededen. De blokvormige percelen werden begrensd door houtsingels. In het gebied lagen verspreid kleine erven; het gebied was fijn dooraderd door wegen en paden. Het karakter van het gebied is vooral sterk veranderd door de aanleg van het Maas -Waalkanaal in de jaren twintig van de vorige eeuw. De daaropvolgende aanleg van de havens deed de rest. 168 Van het landschap is binnen de gemeente Nijmegen niets meer te herkennen. Dat geldt overigens ook voor het kleine deel dat buiten de gemeente Nijmegen ligt, omdat de kern Weurt het gebied volledig overbouwd heeft. Alleen enkele wegen vinden we als structuur in die kernen nog terug.

168

Oosten, 2000, 20

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[79]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Zone met doorbraakkolken (Rsk1) Waar zandbanen het tracé van een dijk kruisten bestond door kwel een groter dan gemiddeld gevaar op dijkdoorbraken bij hoogwater of ijsgang. Het waren dan ook niet zelden vaste plekken waar een di jk doorbraak, vaak meerdere malen in de loop van de eeuwen. Naarmate de dijken hoger werden en de rivier werd ingesnoerd werd het risico daarop nog eens vergroot.

Figuur 48. Eén van de laatst overgebleven kolken langs de Bemmelse dijk (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

In de directe omgeving van Nijmegen zien we meerdere van dat soort locaties. Het betreft de omgeving van Sprokkelenburg bij Doornik, aan de kop van Lent, bij Oosterhout, oostelijk van Weurt en tegen de Ooij. Belangrijke overstromingen met blijvende littekens in het landschap zijn die van februari 1799, januari 1809 en de winter van 1819/1820. Niet alleen boerenland raakte verwoest, maar ook huizen en zelfs kastelen werden getroffen, en Huis Oosterhout in 1809 en 1820 zelfs tweemaal. Daarnaast waren er nog kleinere en doorgaans vroegere doorbraaklocaties, waar in het landschap nadien niet veel van zichtbaar bleef, zoals bij de Porrenhofstad. 169 Ook in de stad had men met enige regelmaat last van overstromingen, die schade opleverden. 170 Brak zo’n dijk door, dan werd meestal een noodreparatie uitgevoerd in de vorm van een tijdelijke kade. Na enige tijd werd de dijk dan definitief hersteld, waarbij gekozen werd voor een inlaagdijk (binnendijks

169 170

Hermsen, 2019 Kersten, 1988, 9

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[80]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

ten opzichte van de oude dijk) of uitlaagdijk (buitendijks ten opzichte van de oude dijk). Werd gekozen voor een uitlaagdijk, dan werd veelal om de kolk aan de binnenzijde een kwelkade aangelegd. Daarmee moest het effect van de kwel verminderd worden. Het ontstaan van kolken is een voorbeeld van ongekend natuurgeweld in een steeds verder gecultiveerd en ingesnoerd landschap. Aan de kolken zijn dan ook talloze mythen en legenden verbonden. Dit soort verhalen lijkt in de westerse wereld algemeen geldend te zijn, zoals ook de verhalen over veengeesten en witte wieven. 171

Figuur 49. Het effect van een dijkdoorbraak: de verwoesting van het pas kort daarvoor herbouwde huis Oosterhout, 1820 (bron: Wikimedia Commons).

Men heeft over het algemeen weinig moeite gedaan om kol klandschappen terug te vormen naar cultuurland. Daar zal ongetwijfeld het risico dat het een volgende keer op die plek weer raak zou zijn, bij hebben meegespeeld. Alleen waar grootschalige moderne ingrepen hebben plaatsgevonden, is het landschap van de dijkdoorbraken uitgewist. Dat geldt voor het gebied ten westen van de binnenstad (bij de elektriciteitscentrale), maar ook voor de grote kolk onder de Waalbrug. Eén aspect van de dijkdoorbraken moeten we hier nog wel noemen. Waar een dijk doorbraak en het water de ondergrond flink roerde, werd materiaal over het achterland verspreid: de overslaggronden. Door de zandige ondergrond was het verspreide materiaal ook daadwerkelijk zand. Dit zandige materiaal leidde tot een bodemkundige verandering ver in het achter land.

171

Mondelinge mededeling P. Pungas, Universiteit van Tartu, Estland (2006).

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[81]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Rivierterrasontginningen Regelmatig ingedeelde broekontginning op terrasvlakte (Rb1) In het westen van de gemeente Nijmegen bevindt zich, grotendeels onder de huidige bebouwing, de broekontginning van het Teersbroek. Deze ontginning strekt zich veel verder naar het westen uit; het patroon loopt door tot voorbij Bergharen. In de 19e eeuw kenmerkte het Nijmeegse deel van deze broekontginning door vooral akkerland in het oosten, het meest droge deel, afgewisseld met grasland en bos. De verkaveling bestond uit stroken, met beplanting op de kavelgrenzen. Hier en daar werd een kavelgrens door een weg gemarkeerd.

Figuur 50. Het resterende stuk met broekontginningen in de gemeente Nijmegen langs de A73 (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

De ontginning van het Teersbroek vond plaats in de eerste helft van de 14e eeuw. Vanaf de jaren veertig van die eeuw kreeg de hertog van Gelre inkomsten uit ontgonnen cultuurland. Daarvóór was het een woestenij, waar onder meer de inwoners van Neerbos ch en Hees gebruiksrechten hadden. 172 Waar de ontginningsas lag, is niet helemaal duidelijk. Dat kan de Woeziksestraat in het zuiden geweest zijn, omdat men daar vanaf de hogere gronden haakse sloten het broek in kon leggen. Aan de noordzijde is de Broekstraat ook een kandidaat, maar die moet aanvankelijk midden in het broek gelegen hebben.

172

Thissen, 2000, 79

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[82]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

De ontwatering van het Teersbroek werd mogelijk gemaakt door de aanleg van de Nieuwe Wetering, ogenschijnlijk in 1321. 173 In het grootste deel van het Teersbroek staat de verkaveling haaks op de wetering, maar in het Nijmeegse deel, dus oostelijk van de zogenaamde Palkerdijk, doorsnijdt de wetering de verkaveling diagonaal. Het heeft er alle schijn van dat de wetering ná het uitzetten van de verkaveling is verlengd naar het zuidoosten. Via een klein sluisje in de Palkerdijk waterde het Teersbroek natuurlijk op de Nieuwe Wetering af. Vanaf 1487 werd de wetering verlengd tot aan de Teersdijk, omdat men in het Teersbroek teveel wateroverlast van boven de Teersdijk ervaarde. 174 De Teersdijk was de zuidoostelijke begrenzing van de ontginning en verbond de ontginningsas van het Neerbosch met de hogere gronden van Wijchen.

Figuur 51. Hier en daar herinnert een oude boom nog aan het vroegere karakter. Wat ook meehelpt aan de leesbaarheid is het vele open water in de wijk ’t Broek (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Verder naar het zuidoosten zetten de ontginningen van dit type zich voort, maar in een ander patroon dan dat van het Teersbroek. De ontginningen zijn hier duidelijk vanaf de Teersdijk uitgevoerd; de verkaveling staat haaks op de Teersdijk, en omdat die enige bochten kende, waaiert de verkaveling hier wat uit. Een deel van deze ontginning is op een zeker moment ingenomen door de buitenplaatsen Dukenburg en Hulsen en de bijbehorende bossen. Door een combinatie van de natte omstandigheden en de nabijheid van deze buitenplaatsen bestond de broekontginning van het Hoogbroek in de 19e eeuw overwegend uit bos. Het is, gezien de hogere ligging, aannemelijk dat de broekontginning ten

173 174

Thissen, 2000, 79 Driessen & Van de Ven, 2004, 37

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[83]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

zuidoosten van de Teersdijk wat vroeger is uitgevoerd dan de broekontginning van het Teersbroek verder noordwestelijk. Het Hoogbroek waterde via een sluis uit op de Nieuwe Wetering. Met de bouw van de wijken Lindenholt en Tolhuis, een woonwagencentrum alsmede de aanle g van een langgerekt park is de broekontginning vrijwel geheel opnieuw ingericht. Alleen ten noordwesten van de A73, tussen deze snelweg en de Bijsterhuizenstraat, is een klein stuk van het oude broeklandschap gespaard gebleven. Door de ligging aan de over zijde van de autosnelweg is het gebied min of meer van Nijmegen afgekeerd en heeft landschappelijk veel meer relaties met het broek tussen Wijchen en Beuningen, dat nog goeddeels landelijk is. In de woonerfstructuur van beide woonwijken komt door de lastige verenigbaarheid van de regelmatige strokenverkaveling met de onregelmatigheid van de wijkstructuur weinig van het oude landschap terug. We herkennen er nog wel de Broekstraat als hoofdroute, met enkele haaks daarop staande wegen en paden die in de struct uur zijn ingepast. De lage landschappelijke ligging komt zowel in de woonwijken als in het wijkpark terug in de vorm van de vele waterpartijen. Ogenschijnlijk is voor het ontwerp van het wijkpark Staddijk gekozen voor een verwijzing naar een vlechtende rivier, die hier ook de ondergrond vormde.

Onregelmatige ontginning in rivierterrasgeul (Rb2) Als relict van het pleistocene rivierenlandschap dat de basis voor dit gebied gevormd heeft, lag langs de rand van de hogere gronden nog een geul waardoor het gebied op natuurlijke wijze afwaterde. Deze geul lag over de gehele lengte van de gemeente, van Hatert in het zuidoosten tot Bijsterhuizen in het westen. Bij de ontginning van het gebied in de 14e eeuw bleef deze laagte in gebruik als afwateringsstructuur. Door de laagte werd de Schaapswetering aangelegd. Doordat de strokenverkaveling niet werd doorgetrokken in de laagte, bleef deze als een smalle, onregelmatig verkavelde strook herkenbaar. Het land tegen de wetering werd om begrijpelijke redenen als grasland gebruikt. Bij de ontwikkeling van de wijken is de zone bij de wijkinrichting getrokken, maar is plaatselijk nog enigszins herkenbaar aan de functie van stadspark, zoals ter hoogte van de straat Hegdambroek in Lindenholt. Nog duidelijker en strakker begrensd is dat ter hoogte van de wijk Zwanenveld, waar het park met de naam Geologenstrook nog door een meanderende (sic!) watergang wordt dooraderd. Het park dankt zijn ontstaan aan de inzet van enkele geologen uit de academische wereld. Uitgerekend dit stuk, waar een laagte met veen was opgevuld, was van wetenschappelijk belang vanwege het pollenarchief in de bodem.

De naam Geologenstrook werd in 2009 door bewoners gekozen. 175

175

http://www.waterbewust.nl/docs/InformatierouteparkGeologenstrook.pdf

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[84]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Figuur 52. Het Maas-Waalkanaal is bij de Hatertsebrug door een oude rivierterrasgeul aangelegd (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Landgoederen en buitenplaatsen Oud buiten op de stroomrug (Rl1) Waar in de late middeleeuwen en 16e eeuw nog sprake was van kastelen met een bescheiden ruimtebeslag in het landschap eromheen, zien we vanaf de 17e eeuw de opkomst van een tuin - en parkaanleg rond de dan functionele woonhuizen van de elite. Deze scheiding in de tijd markeert ook direct een belangrijk gegeven: woonplaatsen die in het midden van de 17e eeuw niet meer (periodiek) door de elite werden bewoond, werden ook niet voorzien van een tuin - en/of parkaanleg. Dat gold bijvoorbeeld voor het eerste Huis Lent, ook bekend als kasteel Lent. 176 In het holocene rivierenlandschap is Huis Oosterhout het meest prominente en enig nog bes taande buiten. Rond het huis dat in 1809 bij een dijkdoorbraak verloren ging lag een landgoedbos, waardoor enkele markante lanen naar het huis liepen. Bij de dijkdoorbraak van 1820 ging de herbouw van het huis verloren, waarna het enige tijd later verder noordoostelijk weer werd opgebouwd. 177 Op de topografisch-militaire kaart uit ca 1850 zien we ter plaatse van het verwoeste huis nog twee kleine kolkjes met een pad of kade eromheen. Het landgoedbos werd in het derde kwart van de 19e eeuw deels gerooid; rond het nieuwe huis bleven enkele bospercelen over. Het huis kreeg een nieuwe

176 177

Keunen e.a., 2018 Jas e.a., 2013375-376

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[85]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

ontsluiting vanaf de Waalbandijk, waarbij de nieuwe wegen weer als lanen beplant werden. In de late 19e of vroege 20e eeuw werd op een perceel tussen het Huis en de Waalbandijk een sterrenbos met theezitje op de heuvel aangelegd. 178 Ook werd voor de Tweede Wereldoorlog een pinetum, een naaldbomentuin, aangelegd. 179 Als één van de weinige landschappen binnen het gedeelte van Nijmegen ten noorden van de Waal is de buitenplaats Oosterhout gaaf bewaard gebleven in zijn 19e en 20e-eeuwse toestand (en mede daarom ook van rijkswege beschermd). Dat geldt althans voor de kern van de buitenplaats, want het bijbehorende cultuurlandschap is grotendeels bebouwd met de wijk Oosterhout.

Figuur 53. Een 20e-eeuws beeld van het inmiddels verdwenen Huis Lent langs de oostelijke Griftoever (bron: Jac Janssen Ansichten).

Een tweede buitenplaats in en rond Lent was Huis Lent, omstreeks 1700 aangelegd in opdracht van Coenraad Wecke ter plaatse van een ouder stenen huis. Het classicistische huis met koetshuis op het achtererf kende een geometrische stijltuin en een halfronde uitbouw van het voorplein in de Grift. Het huis werd tot ver in de 19e eeuw bewoond door de lokale elite, maar werd aan het eind van die eeuw door een tuindersfamilie in gebruik genomen. Van de oude buitenplaatsaanleg zal toen al niet veel meer over zijn geweest, en kort na de bouw van de Waal brug verdween ook het huis zelf. 180 Van de oude situatie is nu niets meer te herkennen. Het vroegere huis is, alhoewel verdwenen, exemplarisch

178

Zie voor meer achtergrond: https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Sterrenbossen_in_en_om_Nijmegen Jas e.a., 2013, 376 180 Keunen e.a., 2018, 76-77 179

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[86]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

voor de ontwikkeling van een lint aan bebouwing langs de Grift, met zowel woningen voor de elite als voor de ‘gewone man’, sinds de aanleg op de overgang van de 16e naar de 17e eeuw. Oud buiten op terrasvlakte (Rl2) Een tweede gebied met buitenplaatsen in het rivierenlandschap ligt aan het andere uiteinde van de gemeente Nijmegen, namelijk op de overgang van de erosiewaaier naar het pleistocene rivierenlandschap tussen Neerbosch en Hatert. Het gaat hier in essentie om drie middeleeuwse kasteelterreinen, Dukenburg en Hatert uit de 14e eeuw, Hulsen uit de 15e eeuw. Ze werden gebouwd in of aan de rand van de venige geul door het rivierterras. Vermoedelijk vanaf de 17e eeuw werd rond de huizen een parkaanleg tot stand gebracht, nadat ze inmiddels primair een woonfunctie hadden gekregen. Bij Dukenburg geldt dat die woonfunctie in de 18e eeuw werd ondergebracht in de or anjerie. Dat gebouw zelf is ook al een indicatie voor een hoger bewustzijn voor de omgeving.

Figuur 54. De vroegere oranjerie, later landhuis, van Dukenburg met omliggend park (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Landschappelijk hebben Dukenburg, Hulsen (met het daaraan grenzende Winkelsteeg) en Hatert zich heel verschillend ontwikkeld. Het oude huis Dukenborg werd in de late 17e eeuw voorzien van een classicistische aanleg, inclusief een omgracht kasteelterrein en een grand canal met begeleidende lanen in westelijke richting. Rondom de oranjerie kwam een bescheiden parkgedeelte in Engelse landschapsstijl tot stand. Hulsen daarentegen kreeg in de 19e eeuw een uitgebreide zwierige aanleg in de genoemde landschapsstijl, veel omvangrijker dan bij Dukenburg. De parkaanleg rond Huis Hatert

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[87]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

bleef heel bescheiden, met een vierkant van lanen rond het huis. Dukenburg kende buiten de landgoedkern al vroeg een uitgebreid landgoedbos met rechte lanen. Bij Hulsen kwam dat ook tot stand, ten koste van een groot Engels landschapspark dat we op het kadastraal minuutplan uit 1832 nog kunnen herkennen.

Figuur 55. Het oude Grand Canal van Dukenburg is in een tweetal vijvers veranderd (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

Van alle drie de buitenplaatsen zijn elementen in de gerealiseerde bouwprojecten ingepast, waarbij gezegd moet worden dat de aanleg van het Maas-Waalkanaal al veel had veranderd. Van Dukenburg bleef het huis, de vroegere oranjerie, in een bescheiden groenaanleg b ewaard. Het voormalige Grand Canal werd in een woonwijk ingepast, maar door de plaatsing van bebouwing is de zichtfunctie goeddeels verdwenen. Van het landgoedbos dat direct tegen de buitenplaats lag, is behalve een klein bosgebied ten noorden van het Grand Canal weinig overgebleven. Ook de buitenplaatskern van Hulsen is bebouwd, maar hier is van het vroegere bos meer bewaard gebleven. De zwierige grachten rond het huis werden door het kanaal doorsneden en zijn verdwenen. Huis Hatert bleef als gebouw bewaar d, maar door nieuwbouw in de jaren 90 van de vorige eeuw is de groene context veel verder beperkt.

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[88]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Oude bossen Oud bos met landgoedkenmerken op terrasvlakte (Ro1) In de nieuwe tijd nam het ruimtebeslag van de buitenplaatsen, anders dan regulier cultuurland, enorm toe. Zo werden in de broekontginning van het Hoogbroek uitgebreide (broek)bossen aangeplant, waardoor als uiting van de landgoedcontext lanen werden gelegd . De meest uitgesproken laan was die van Dukenburg, die van noord naar zuid van de Teersdijk naar het bos liep. Daarbij moeten we opmerken dat de parken en bossen soms ook in elkaar overliepen; zo werd een deel van het park van Hulsen in het midden van de 19e eeuw volledig in bos omgezet. De grens tussen bos en buitenplaats is in die zin ook minder absoluut dan deze op de kaart staat weergegeven.

Figuur 56. Van de hakhoutbossen met rabatten nabij Dukenburg bleef slechts een enkel perceel bewaard (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

De landgoedbossen bleven tot omstreeks 1930 intact. Het Maas -Waalkanaal doorsneed de buitenplaats van Hulsen en schampte de bossen, maar deze werden toen in het kader van de werkverschaffing wel grotendeels gerooid. 181 Enkele bospercelen bleven staan. Die werden in de loop van dat decennium alsnog verwijderd, waarna een vrijwel open broekgebied resteerde. Alleen in de nabijheid van de buitenplaatskern van Dukenburg bleef wat bos staan. De ontsluiting, de lan en, bleven inclusief beplanting wel behouden.

181

Jas e.a., 2013, 373

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[89]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden de verschillende deelwijken van Dukenburg gebouwd. Daarbij werd in beperkte mate rekening gehouden met de aanwezige kwaliteiten, zoals hiervoor al voor de buitenplaatskernen geschetst is. De laatste restanten van de vroegere landgoedbossen werden volledig ingepast. Datzelfde geldt voor enkele wegen met laanbeplanting. Nu nog resterende enkele markante lanen, die als langzaam-verkeersverbindingen in de wijkstructuur zijn ingepast. Het landschap onder het westelijke deel van de wijk is daardoor wat herkenbaarder dan het oostelijke, zij het dat de hoofdkarakteristiek van het gebied al verdwenen was vóór de wijk werd gebouwd. Een klein deel van het gebied, in het zuidoosten, is nooit overbouwd. Opvallend genoeg heeft daar de rooiing van de beplanting ook niet toegeslagen. Mogelijk behoorden de bossen nooit tot de landgoederen. Het gebied ‘Het Broek’ ziet er nu nog vrijwel hetzelfde uit als in de 19e eeuw. Uiterwaarden Uiterwaard (Ru1) Zowel ten noorden als zuiden van de Waal hebben we zones langs de rivier als uiterwaard aangemerkt. Het gaat om die gebieden, die in de zomer bij lage waterstanden doorgaans vrij van water waren, maar in de winter bij hoogwater konden overstromen. De uiterwaarden werden vooral gebruikt voor weiding van het vee op de rijke graslanden, die door de rivier van vruchtbare slib werden voorzien.

Figuur 57. De Ooijpolder, gezien vanaf de stuwwalrand. Rechts naast de bebouwing, links in beeld, liggen de uiterwaarden van de Waal die sinds de vroege nieuwe tijd gevormd werden toen de Waal zich naar het zuidoosten verplaatste (foto: Luuk Keunen, 24 april 2019).

RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021

[90]

'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.

Anders dan elders langs de grote rivieren was het aantal erven gering en ontbraken steenfabrieken hier goeddeels. Dat was overigens anders in eerdere eeuwen, toen de uiterwaard ten oosten van Lent nog veel groter was. Ook in de Lotwaard, richting Oosterhout, stond bebouwing en bevond zich een verdedigingswerk uit de Tachtigjarige Oorlog, een redoute. Voor Lent stond een gerechtsplaats, een galg en rad, in de uiterwaarden. Ondanks het ontbreken van grote steenfabrieken zijn de uiterwaarden al vanaf de 19e eeuw deels wel afgegraven. De uiterwaarden vormden dus een uitermate ri jk cultuurlandschap waar veel gebeurde. De hoge dynamiek rond Nijmegen betekende dat ook in recenter tijden de uiterwaarden steeds weer veranderden. Bij Hees verrees al wel vroeg een grote steenbakkerij in de uiterwaarden. Vóór 1931 werd deze steenfabriek afgebroken; ernaast werd een nieuwe fabriek gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Honigfabriek, die in 1910 als stijfselfabriek naast het oude abattoir was gebouwd, de kiemcel voor de realisatie van een bedrijventerrein bij de havens van het Maas-Waalkanaal. De oude waterkering verdween en het bedrijventerrein kon zich tot aan de Waal uitbreiden. Zo werd ook de elektriciteitscentrale van de Provinciale Geldersche Energie Maatschappij in 1934 naast de Honigfabriek in de uiterwaarden gebouwd.

De uiterwaarden van Lent bleven lange tijd relatief onaangetast, behoudens een grote zandwinplas in de Oosterhoutse Waarden. In het tweede decennium van deze eeuw werd echter besloten om meer ruimte aan de Waal te geven, vanwege de bocht die de Waal hier moet maken. Een nevengeul kwam niet alleen op de plaats van de uiterwaard, maar doorsneed ter hoogte van het oude dorp ook een deel van de lintnederzetting langs de voormalige Grift. In de uiterwaarden aan de Bemmelse zijde werd de nevengeul met de Waal verbonden. Door deze ontwikkeling resteert binnen de gemeente Nijmegen eigenlijk alleen nog de uiterwaard bij de Ooijpolder als relatief intacte historische uiterwaard. Dit was ook de enige uiterwaard waar van oudsher beplanting op kavelgrenzen voorkwam. Die beplanting is inmiddels daar verdwenen. Binnengedijkte uiterwaard (Ru2) Ter hoogte van voormalige dijkdoorbraken werd de dijk na een doorbraak veelal verlegd. Soms werd de dijk landinwaarts verlegd, en hebben we te maken met oudhoevig land 182 buiten de nieuwe dijk. Waar het omgekeerde het geval is, dus het verleggen van de dijk naar buiten toe, dus een uitlaagdijk, wordt een stuk uiterwaard binnengedijkt. Die uiterwaard lag dan voortaan binnendijks.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8321b48d-cc8e-4b68-945f-f51fa21b9fab