Plan van aanpak Preventie met Gezag
Tekst van het document
Deze interventies worden nader toegelicht in programmalijn 3 en 4. Resultaat Jongeren hebben een alternatief en perspectief voor het inzetten van hun digitale vaardigheden en zijn beter bestand tegen de invloeden om deze in te zetten voor malafide praktijken. Daarnaast hebben alle leerlingen in het primair onderwijs kennis rond digitale weerbaarheid waardoor zij beter in staat zijn om eventuele verleidingen af te wenden.
26
Interventie 2.4 IPTA IPTA is een aanpak om daderschap te voorkomen en wordt ingezet in de strijd tegen overvallen en andere geweldsdelicten. IPTA leidt kwetsbare jongeren d.m.v. intensieve coaching toe naar school of werk. Binnen PMG vragen we voor de komende 2,5 jaar enkel een IPTA aan omdat onze ervaring is dat voor de diverse doelgroepen binnen PMG er gericht gezocht dient te worden naar werkgevers die passend zijn.
Programmalijn 3 - Eerder ingrijpen en corrigeren jonge aanwas Binnen programmalijn 3 staat de jonge aanwas centraal. In programmalijn 1 en 2 is ingezet op het beter inzichtelijk krijgen wat de aard en omvang van de doelgroepen is. In programmalijn 3 worden interventies ontwikkeld waarmee jongeren die al in de categorie Jonge aanwas vallen eerder gesignaleerd kunnen worden.
Doelstellingen Binnen programmalijn 3 staan twee doelstellingen centraal. Om de doelstellingen te bereiken zijn 8 interventies geformuleerd. 1. Verminderen van het aantal jongeren dat deel gaat nemen in de ondermijnende/georganiseerde criminaliteit en/of deel gaat uitmaken van een of meer georganiseerde/ondermijnende criminele (jeugd-) netwerken die in Nijmegen actief zijn. 2. Versterken van de (lokale) persoonsgerichte aanpak
Interventie 3.1 – Versterken Persoonsgerichte Aanpak (Lokaal PGA) Ten behoeve van deze lijn gaat Nijmegen starten met een lokale PGA jeugd. Deze PGA wordt gevoed door de briefings in de stadsdelen. Dit wordt een portaal voor het Zorg- en Veiligheidshuis voor casuïstiek waar strafrecht nog geen primaire rol speelt. Doelstelling van de Lokaal PGA aanpak is dat er meer verbinding wordt gerealiseerd tussen de wijkgerichte aanpak, stadsbrede aanpak en tussen preventie en repressie. Deze interventie wordt in nauwe samenhang met Programmalijn 1 – interventies 1.1 en 1.2 uitgevoerd. Daarbij wordt de bestaande structuur benut, en passen deze in samenwerking met ketenpartners verder aan, zodat de keten rondom vroegsignalering, vroeginterventie, preventieve activiteiten en de repressieve onderdelen van de aanpak beter op elkaar gaan aansluiten. De totale keten dient daarom tegen het licht gehouden te worden. Een aanpak in het kader van een lokale PGA kan daarin uitkomst bieden, onder de voorwaarde dat dit binnen de lokale context kan worden gedaan. De verwachting is dat het inzetten van een lokale PGA een toename van de inzet van bestuurlijke maatregelen zal opleveren. Daarom wordt ook ingezet op het uitbreiden van de juridische ondersteuning.
Resultaat Lokale persoonsgerichte aanpak die er voor zorgt dat jonge aanwas eerder wordt gesignaleerd en sneller een passende aanpak heeft waardoor zij niet doorgroeien in de criminaliteit.
Interventie 3.2 – Jeugdcoaches Momenteel zijn er 9 Jeugdcoaches actief in de gemeente Nijmegen (zie bijlage 2). De methodiek van de Jeugdcoaches is de afgelopen twee jaar intensief gevolgd en geëvalueerd. Daaruit komt naar voren dat de methode van meerwaarde is en een lacune vult in het aanbod voor afglijdende jeugd. Het doel is om de methodiek verder uit te breiden en daarbij ook de inzet van sleutelfiguren te intensiveren. Daarnaast zal de interventie ter toetsing worden voorgelegd aan het NJI voor certificering.
27
De Jeugdcoaches zijn vooral effectief op de groep jeugd die zich sterk aangetrokken voelt tot straatcultuur De Jeugdcoach is primair een ervaringsdeskundige, gevormd door het leven zelf, met grote “straatcultuur” affiniteit. Velen zijn opgegroeid in de Nijmeegse wijken en hebben zelf de rauwe kant van straatcultuur doorleeft. Het zijn allen bekende gezichten in het Nijmeegse die op basis van hun levensloop en prestaties respect op straat afdwingen en zich ontwikkeld hebben tot positieve rolmodellen. Dit geeft de mogelijkheid tot bewegen in bepaalde netwerken van wijken met straatcultuur. De Jeugdcoaches aanpak is daarmee een vorm van “specialistisch jongerenwerk”.28 Zij werken met een school-werk-fit programma waarbij jongeren door middel van sport worden ondersteunt bij het op de rails krijgen van hun leven. Resultaat Een erkende methodiek die er voor zorgt dat minder jongeren afglijden richting de jonge aanwas gedrag en houding wordt beïnvloed, zodanig dat jongeren dit nieuwe gedrag ook laten zien als Jeugdcoaches niet in de buurt zijn. Deze aanpak moet uiteindelijk leiden tot een netwerk van sleutelfiguren, die op een positieve manier in verbinding staan met (jeugd-)professionals en bewoners.
Interventie 3.3 – Alleen Jij Bepaalt (AJB) Het programma Alleen Jij Bepaalt Wie Je Bent is gericht op het verminderen van gedragsproblemen en het netwerk om een jongere heen. Daarnaast heeft AJB een positief effect op het pro-so-
28 De Jong, J.D. (2022). Jongerenwerk voor de ‘2%’. Leiden: Hogeschool Leiden, Lectoraat Jeugdcriminaliteit
28
ciaal gedrag en hun omgang met autoriteit. Deelnemers worden minimaal twee jaar professioneel begeleid door hun rolmodel (de hoofdtrainer) en werken aan persoonlijke doelstellingen die zijn opgesteld. Door deze langdurige deelname krijgen de jongeren de tijd om te wennen aan de nieuwe sociale structuur om uiteindelijk te kunnen instromen binnen de vereniging in een regulier team. Mogelijke financiële drempels worden weggenomen. De trainers, materialen, tenues en het lidmaatschap worden volledig vergoed. Mede dankzij het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. We onderzoeken de mogelijkheden om het programma AJB te implementeren binnen de bestaande preventieve en repressieve interventies die in Nijmegen al lopen (zie hiervoor bijlage 2). De ambitie is om te gaan werken met twee teams, van ongeveer 15 kinderen voor de eerste twee jaar. De interventie AJB sluit naadloos aan bij de inzet van de Jeugdcoaches en hun school-werk-fit aanpak. De methodiek AJB zal versterkend werken op het reeds aangeboorde netwerk van sleutelfiguren en dit enkel verder uitbreiden en verstevigen. De Jeugdcoaches zijn primair ervaringsdeskundigen en met deze methodiek geven wij hen een bewezen interventie in handen die ook zal in bijdragen in de professionalisering van de Jeugdcoaches. Hiermee vergroten wij de armslag in het Nijmeegse met betrekking tot positieve rolmodellen.
Resultaat De inzet van jeugdcoaches en de school-werk-fit aanpak wordt versterkt. Jonge aanwas krijgt een passende aanpak waardoor zij andere keuzen maken en niet verder doorgroeien in de ondermijnende criminaliteit.
Interventie 3.4 – (Jeugd-) boa’s In de wijkbriefings werken diverse partners vanuit welzijn, preventie en repressie samen aan de aanpak van jeugdoverlast en – criminaliteit. Deze samenwerking breiden we uit met het concept van de Jeugdboa’s. De Jeugdboa’s vormen een aanvulling op de bestaande inzet van Bureau Toezicht en Handhaving van de gemeente Nijmegen.29 Deze boa’s zijn gespecialiseerd in het in contact komen en blijven met jeugdigen en het monitoren van groepen, locaties en vormen van overlast en criminaliteit. Zij maken contact, spreken jongeren aan en verbaliseren waar nodig. Zij werken wijk overstijgend en kunnen informatie waar nodig delen in de wijkbriefings of andere overlegstructuren. Ook kunnen zij de ketenpartners ondersteunen bij monitoring, begeleiding en aanpak van (overlast door) jeugdigen. Met de inzet van Jeugdboa’s verstevigen we de vroegsignalering in de wijken (wijkbriefings), verbeteren we de balans tussen preventie en repressieve interventies en vergroten we het zicht op de wijk overstijgende fluïde jeugdnetwerken. Momenteel laat de gemeente Nijmegen een benchmark onderzoek uitvoeren naar Bureau Toezicht en Handhaving.
Vooruitlopend op de uitkomsten hiervan is het voornemen om 2 fte Jeugdboa’s te gaan inzetten - 1 boa voor Nijmegen Zuid (stadsdelen Lindenholt, Dukenburg, Midden en Zuid) en 1 boa voor Nijmegen Noord (stadsdelen Noord, Oost, Centrum, Nieuw West
29 Op dit moment werkt Bureau Toezicht en Handhaving met twee taakaccenthouders Jeugd. Dit zijn boa’s die naast hun reguliere inzet tijdens de diensten aandacht hebben voor jeugdoverlast. Het verschil met de Jeugdboa is dat deze volledig vrij wordt gemaakt voor de taak, en ook een speciale opleiding volgt op gebied van jeugd, jeugdoverlast en jeugdinterventies, naast de reguliere boa opleiding. De Jeugdboa is dus meer dan de taakaccenthouder gespecialiseerd opgeleid en zet volledig in op alle aspecten van het domein jeugd.
29
en Oud West). Deze boa’s worden vanuit Bureau Toezicht en Handhaving volledig ingezet op het thema jeugd. Zij gaan participeren in de bestaande netwerken in de wijken (wijkbriefings en waar nodig Veiliger Wijkteams), alsmede bij de overleggen van het Zorg- en Veiligheidshuis waar jeugdgroepen, overlastlocaties of PGA’s besproken worden. Verder onderhouden zij het netwerk in de wijken, trekken zij nauw op met partners uit de wijk zoals scholen, politie en jongerenwerkers, en bezoeken zij overlastlocaties. Zij hebben persoonsgericht impact, houden zicht op overlastlocaties, leggen verbindingen en onderhouden contacten met partners over jongeren en overlastlocaties, en zij participeren in de aanpak vanuit hun rollen, taken en verantwoordelijkheden. Resultaat Jonge aanwas wordt eerder gesignaleerd. Er is meer zicht op de wijk overstijgende fluïde jeugdnetwerken. Er is een verbinding tussen de preventieve en repressieve interventies.
Interventie 3.5 – Project Straatkracht Voor het verminderen van het aantal jongeren dat deel gaat nemen in de ondermijnende criminaliteit of deel gaat uitmaken van georganiseerde criminaliteit zet Nijmegen in op Straatkracht. Dit is een intensieve variant van jeugdreclassering en wordt opgelegd door de jeugdstrafrechter in samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming. Het gaat om een kleine groep jongeren die zich begeven in anti-sociale netwerken waar geweld, wapens en agressie niet worden geschuwd. Deze aanpak is gericht op het ondersteunen van jongeren en weg bewegen van een criminele gewelddadige context naar een veilig sociaal leven. Deze aanpak is intensief vanwege de hoog veiligheidsrisico’s en wordt samen gewerkt met passende rolmodellen. Voor de Nijmeegse context zien wij hier mogelijkheden in het ondersteunen van de Jeugdcoaches die een betekenisrelatie opbouwen met jongeren die zeer gevoelig zijn voor de negatieve kanten van straatcultuur en die een hoog risico lopen om snel carrière te maken in de criminaliteit. Deze interventie kan ook worden ingezet voor doorgroeiers in programmalijn 4. Resultaat Jonge aanwas krijgt een passende aanpak waardoor zij andere keuzen maken en niet verder doorgroeien in de ondermijnende criminaliteit.
Interventie 3.6 – Bewustwording in de Wijk (Bureau Halt) In het eerste kwartaal van 2023 is er in Nijmegen een bewustwordingscampagne gestart over de risico’s van wapenbezit met de naam “Lives Not Knives”. Hierbij is gebruik gemaakt van het netwerk van sleutelfiguren: Jongerenwerkers en Jeugdcoaches die een positie hebben in de Nijmeegse wijken. We hebben gemerkt dat de inzet van deze sleutelfiguren, met hun bereik in de wijk maar ook op social media, veel impact heeft op de jongeren die we willen bereiken. Hierbij is ook een HALT module ingezet op een zestal VO scholen, in samenwerking met de sleutelfiguren. Deze inzet van HALT, in combinatie met deze negen ambassadeurs en hun achterban (ook weer inzetbaar als sleutelfiguren) willen we verder gestalte geven. HALT heeft een uitgebreid voorstel gedaan voor inzet in de wijk (permanente aansluiting bij de 9 wijkbriefings), en inzet op het Basisonderwijs en Voortgezet( Speciaal) Onderwijs. De HALT interventie wordt dus primair ingezet als vroeg interventie en als aanvulling op de samenwerking tussen bestaande professionals in de wijk. Daarnaast wordt een programma samengesteld, op maat en in samenwerking met het netwerk van sleutelfiguren. De sleutelfiguren kunnen enerzijds helpen de bewustwording te voorzien van een juiste vertaalslag naar de risicojeugd, en zij kunnen de effecten van de bewustwording verstevigen.
30
Resultaat Bewustwordingscampagnes worden ondersteund door de sleutelfiguren waarmee er draagvlak wordt gecreëerd en de juiste vertaalslag kan plaatsvinden naar de risicojeugd.
Interventie 3.7 - Geldezels30 Als geldezel fungeren klinkt als een makkelijke manier om snel geld te verdienen: je bankpas/ bankrekening even uitlenen en daarvoor een vergoeding krijgen. Het is echter een strafbaar feit met als bijkomende consequentie dat het crimineel verkregen geld teruggevorderd kan worden bij de geldezel via een deurwaarder, ook al heeft de geldezel het geld nooit zelf gehad. Daarnaast kan de geldezel voor een periode van acht jaar geen bankrekening meer openen en geen lening of hypotheek afsluiten. Verder kan het fungeren als geldezel leiden tot verdere stappen op het criminele pad. Daarnaast zijn er de slachtoffers wier geld door bijvoorbeeld aan- en verkoopfraude is verdwenen en zijn geldezels een schakel in criminele netwerken om geld wit te wassen. De doelstelling bij deze interventie is om jongeren voor te lichten over de gevaren van geldezelen, first offenders (en hun ouders) direct aan te spreken om verdere doorgroei te voorkomen en bij veelplegers ook rekening te houden met geldezelproblematiek. De aanpak die we kiezen richt zich op vier thema’s: -
samenwerking met partners zoals politie, OM, Veiligheidshuis, onderwijs, jongerenwerk e.d., inclusief een convenant voor gegevensuitwisseling
-
algemene voorlichting offline en online, gericht op jongeren in de leeftijd van 12 tot 23
-
first offender aanpak (een geldezel zonder criminele antecedenten er van doordringen dat deze misstap niet moet leiden tot verder crimineel gedrag, nagaan wat heeft geleid om als geldezel op te treden en die oorzaak proberen weg te nemen)
-
veelpleger aanpak (een geldezel met criminele antecedenten die bijvoorbeeld in de persoonsgerichte aanpak wordt opgenomen).
Resultaten Jongeren en ouders kennen de gevaren van geldezels. Jongeren kiezen ervoor zich niet als geldezel te laten inzetten. Jongeren die als geldezels fungeren worden naar een persoonsgerichte aanpak verwezen.
Interventie 3.8 – Project Hackright31 Hack_Right is een is een interventie die opgelegd kan worden aan jonge cyberdaders van 12 tot 23 jaar die voor de eerste keer een cyberdelict hebben gepleegd. Het doel is om te voorkomen dat jonge daders van een eerste cyberdelict opnieuw de fout in gaan, en dat zij hun digitale vaardigheden op een positieve en legale manier gaan inzetten. In overleg met de justitiële partners Halt en het OM brengen we deze interventie als mogelijkheid bij een strafrechtelijk traject extra onder de aandacht. Resultaat Cyberdaders krijgen in een strafrechtelijk traject vaker de interventie opgelegd. Effect op de lange termijn is minder recidive van jonge cyberdaders en een toename van jongeren die hun digitale kwaliteiten legaal inzetten.
30 Gelet op de strafbare feiten bij deze problematiek is de interventie geplaatst onder programmalijn 3. De uitvoering wordt echter gedaan door de bij programmalijn 2 genoemde projectleider Jeugd en Cyber. 31 Idem.
31
Programmalijn 4 - Intensivering aanpak doorgroeiers Binnen programmalijn 4 is samen met politie en openbaar ministerie een aanpak geformuleerd op de doelgroep doorgroeiers. Deze aanpak focust op opsporing en vervolging en op het versterken van een integrale persoonsgerichte aanpak.
Doelstellingen Binnen programmalijn 4 staan vijf doelstellingen centraal. Om de doelstellingen te bereiken zijn 5 interventies geformuleerd. 1. Verminderen van het aantal doorgroeiers 2. Gerichte opsporing en vervolging van doorgroeiers en (kopstukken van) criminele organisaties waar deze jongeren bij aansluiten 3. Voorkomen dat doorgroeiers jongeren ronselen voor criminele activiteiten 4. Versterken van de integrale persoonsgerichte aanpak voor doorgroeiers32 waarbij aandacht is voor nazorg en re-integratie voor deze doelgroep en het feit dat deze jongeren ook slachtoffers kunnen zijn 5. Zicht op de criminele geldstromen van doorgroeiers en het afpakken van crimineel vermogen van doorgroeiers en de criminele en ondermijnende organisaties waarin zij actief zijn
Interventie 4.1 - Informatiegestuurd werken door OM en politie Er is structurele informatie nodig over (de impact van) criminele netwerken (met weerslag) in Nijmegen en het systeem waarin kwetsbare jongeren uit Nijmegen verkeren. Samen met de gemeente Nijmegen en de partners in de strafketen gaan we inzetten op het verkrijgen van een doorlopend en actueel informatie- en analysebeeld van de doelgroep, netwerken en aard en omvang van de problematiek. Dit sluit aan bij interventie 1.1. Jongeren die zich schuldig maken aan ondermijnende delicten gaan onderdeel uitmaken van het criminele speelveld van de DRIO. We starten de verdiepende analyse met de DRIO op 10-15 jongeren. Deze richt zich in eerste instantie op jongeren die onderdeel zijn van twee problematische jeugdgroepen die in het centrum van Nijmegen ondermijnende delicten plegen en veelal woonachtig zijn in Nijmegen. Informatiedeling zal met in acht neming van privacyregels dienen te gebeuren. Politie en OM gaan samen met de gemeent gaan samen met de gemeente in kaart brengen wat de (on) mogelijkheden rond gegevensdeling zijn. Resultaat Actueel informatie- en analysebeeld van aard en omvang van jeugd en ondermijnende criminaliteit en de factoren die we kunnen beïnvloeden.
Op basis hiervan bepalen we op wie we elke interventies inzetten, hoe we strafrechtelijke opsporing in gaan zetten of het huidige aanbod van interventies afdoende is, maken we keuzes over eventuele uitbreiding van het aanbod aan interventies die aansluit bij de doelstellingen van de aanpak en de belangrijkste risico en beschermende factoren.
32 Mogelijk heeft dit ook effect op de doelgroep harde kern
32
Interventie 4.2 - Een andere focus op opsporen Ondermijnende criminaliteit komt zelden aan het licht door een aangifte. OM en politie gaan het patroon van het richten op aangiftedelicten doorbreken door –op basis van het gevormde informatie- en analysebeeld- strafrechtelijke opsporing probleemgericht en projectmatig in te zetten. Zij richten zich daarbij niet alleen op “doorgroeiers” maar ook op (kopstukken binnen) criminele organisaties waarbij jongeren zich, al dan niet vrijwillig, aansluiten. De toetsende rol van de officier van justitie van AP Oost-Nederland zal zich verplaatsten naar de voorkant van strafrechtelijke onderzoeken. Er worden vaste zaaksofficieren van justitie en parketsecretarissen ingezet. Daarnaast wordt bij de politie een Senior Tactische Opsporing vrijgemaakt. Resultaat Door gerichte opsporing zal het effect bijdragen aan de veiligheid in kwetsbare wijken in Nijmegen.
Interventie 4.3 - Doorbreken van de financiële aantrekkingskracht van ondermijnende criminaliteit De enorme sommen geld die met ondermijnende criminaliteit gepaard gaan, oefenen een grote aantrekkingskracht uit op jongeren. Politie en OM willen het zicht op en de aanpak van criminele geldstromen verbeteren. We beginnen met het versterken van de samenwerking tussen OM en de financiële analisten en de relatiemanager financiële ondermijning van de DRIO. Samen met de gemeente willen we onderzoeken hoe rond jongeren met signalen van crimineel verworven vermogen de samenwerking met het RIEC versterkt kan worden. Resultaat Door beter beeld te krijgen op illegaal verkregen vermogen kan ook gericht worden afgepakt. Door gerichte opsporing zal het effect bijdragen aan de veiligheid in kwetsbare wijken in Nijmegen.
Interventie 4.4 - Een innovatieve persoonsgerichte aanpak voor doorgroeiers onder de paraplu van Zorg- en Veiligheidshuis Preventie met Gezag geeft een positieve stimulans aan de samenwerking van partners die zich bezighouden met jongeren die ondermijnende delicten (dreigen te) plegen. Als iedere organisatie voor zich aan de slag gaat met de aanpak van jongeren die dreigen af te glijden richting ondermijnende criminaliteit, komt er geen verandering in de aanpak. Met de huidige aanpak is het voor veel jongeren niet gelukt om misdaadcarrières te voorkomen of te doorbreken. We willen los van de verkokering in de aanpak richting maatwerk voor de individuele jongere. Samen met de gemeente Nijmegen en partners in de strafrechtketen willen we onder de paraplu van het Zorg- en Veiligheidshuis naar een innovatieve integrale persoonsgerichte aanpak, gericht op het bieden van perspectief (waarbij zorg- en hulpverlening outreachend zijn) en het stellen van grenzen. De
33
jongeren moeten realistische kansen krijgen, maar zonder dat er sprake is van vrijblijvendheid. Jongeren die ondanks de hen geboden kansen toch de fout in gaan worden gecorrigeerd en bestraft. De persoon van de verdachte en (de dynamiek binnen) het systeem waarin een jongere verkeert, worden in de aanpak als uitgangspunt genomen. Crimineel gedrag is immers altijd gedrag van een persoon in de situatie en omgeving waar deze zich in bevindt. Deze interventie is nauw verbonden aan de uitkomsten van programmalijn 1. De samenwerking op de jongere moet een meer intensieve vorm krijgen, waarbij een brede integrale analyse plaatsvindt en waarbij een gericht plan van aanpak wordt opgesteld door de partners (denk hierbij aan politie, OM, gemeente, Raad voor de Kinderbescherming, reclassering en mogelijke partners uit het preventieve en/of zorgdomein). Ook in dergelijke persoonsgerichte aanpakken wil het OM vaste zaaksofficieren van justitie en parketsecretarissen inzetten. Politie zal zowel voor Nijmegen Noord als Nijmegen Zuid een projectleider PmG aanwijzen.33 Met andere deelnemende partners wordt besproken of er mogelijkheden zijn om vaste deelnemers vanuit hun organisaties bij de aanpak te betrekken.34 Tot slot is het bij deze interventie van belang te erkennen dat ook jongeren van buiten Nijmegen betrokken kunnen zijn bij strafbare feiten of ondermijnende criminaliteit in de stad.
Indien een jongere uit een regiogemeente afkomstig is en betrokken is bij problematische jeugdnetwerken of criminaliteit, dan werken we samen met de gemeente van herkomst en ondersteunen wij hen met advies en een op maat gemaakt plan van aanpak.
Interventie 4.5 – Nazorg (ex-) gedetineerden In 2022 heeft de gemeente Nijmegen gelden ontvangen van het Rijk in het kader van zowel het programma voor IPTA als voor RIO. Er is inmiddels een Team Nazorg (ex-) gedetineerden geformeerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de doelgroep 18-27 en de doelgroep 27+. De doelgroep 18-27 omvat jaarlijks ongeveer 45 jongeren. Het doel van dit nazorg team is om alle burgers in detentie al te bezoeken om de problemen op de leefgebieden in kaart te brengen.35 De eerste resultaten zijn veelbelovend. Ex-gedetineerden zijn eerder in beeld, waardoor ook eerder gewerkt kan worden aan de resocialisatie. Zoals onder andere het hebben van een geldig identiteitsbewijs en het vinden van passend werk of dagbesteding. Momenteel wordt ook gewerkt aan een pilot door het ministerie van Justitie en Veiligheid gericht op de doelgroep 18-. Resultaat Nijmeegse jongeren die in detentie komen worden al tijdens detentie bezocht om de problemen op diverse leefgebieden vroegtijdig in beeld te krijgen. Hierdoor kan al tijdens detentie gewerkt worden aan gedegen re-integratie, het verbeteren van de persoonlijke omstandigheden en verwordt de kans op recidive verminderd.
33 De projectleiders PMG vanuit de politie zullen breder worden ingezet dan alleen de interventies onder programmalijn 4 34 Dit geldt ook voor Lokaal PGA 35 Zie bijlage 2
34
4. Partners, rollen en verantwoordelijkheden Samenwerking Binnen de gemeente Nijmegen wordt op het gebied van jeugd al met een groot aantal partners uit het repressieve en het preventieve domein samengewerkt. Op die samenwerking zijn we erg trots, en daar investeren we de komende jaren blijvend in. Een goede samenwerking is essentieel voor het laten slagen van de aanpak Preventie met Gezag. Een deel van de partners zal rechtstreeks worden aangehaakt bij de projectgroep, anderen worden betrokken via pilots of deelprojecten. Binnen het uitvoeringsprogramma zal per programmalijn en soms per interventie bezien worden hoe dit het beste vormgegeven kan worden en welke mate van intensiteit nodig en gewenst is. Extra aandacht zullen we de komende periode besteden aan het betrekken van bewoners en ook jongeren zelf. Deze hebben op dit moment nog geen nadrukkelijke status of rol binnen de aanpak. Nijmegen heeft het wijkgericht werken en het doorlopend in dialoog zijn met de stad hoog in het vaandel staan. Deze uitgangspunten willen we ook terug laten komen binnen de aanpak.
Overzicht betrokken partijen •
Gemeente Nijmegen -
Afdeling Veiligheid (incl. Regieteams, Doorbraakaanpak, Ondermijning en Jeugdcoaches)
-
Zorg- en Veiligheidshuis (incl. Nazorg)
-
Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling
-
Afdeling Inkomen, Zorg en Leerrecht
-
Bureau Toezicht en Handhaving
•
Openbaar Ministerie
•
Politie
•
Raad voor de Kinderbescherming
•
Bureau Halt
•
William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS)
•
Jeugdbescherming Gelderland
•
2RO (Reclassering Nederland en SVG reclassering)
•
Dienst Justitiële Inrichtingen
•
Buurtteams Jeugd en Gezin
•
Bindkracht10
•
FC SocialWork
35
5. Programmastructuur Voor de aansturing en borging van Preventie met Gezag is een programmastructuur ingericht. Deze wordt hieronder nader toegelicht.
Bestuurlijk opdrachtgever Binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2022-2026 zijn de ambities vastgelegd ten aanzien van Jonge Aanwas in de criminaliteit (programmalijn 6). Het College van B&W is bestuurlijk opdrachtgever voor het IVP. De uitvoering van het IVP is ambtelijke belegd bij de Afdeling Veiligheid (concern VJB), waarbij nadrukkelijk de samenwerking wordt opgezocht met andere beleidsterreinen. De ambtelijk opdrachtnemer voor Preventie met Gezag is de Bureaumanager Zorgzame en Veilige Stad.
Projectleider Preventie met Gezag Binnen de afdeling Veiligheid is een projectleider Preventie met Gezag aangesteld. De projectleider is eerste aanspreekpunt voor het thema Preventie met Gezag voor interne en externe partners alsmede voor het ministerie en de lokale bestuurders. De projectleider legt intern verantwoording af aan de bureaumanager Zorgzame en Veilige Stad (onderdeel van de afdeling Veiligheid – concern VJB). De projectleider schakelt direct en regelmatig met de ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgevers. Tevens is de projectleider verantwoordelijk voor het vormgeven, monitoren en evalueren van het uitvoeringsprogramma Preventie met Gezag. De projectleider onderhoudt de samenwerking met alle bij PMG betrokken partners en richt hiervoor een passende overlegstructuur in.
Kernteam Het kernteam zoals deze is geformeerd in de voorbereidings- en analysefase voor de aanvraag van Preventie met Gezag36 zal worden voortgezet. Daar waar nodig wordt het kernteam uitgebreid met andere deelnemende partners. Het kernteam bestaat uit vertegenwoordigers van betrokken partijen en van interne afdelingen van de gemeente. Zij dragen gezamenlijk zorg voor de uitvoering en monitoring van het uitvoeringsprogramma. Ook bereiden zij gezamenlijke bijeenkomsten en bestuurlijke overleggen voor. Daar waar nodig worden deelprojectleiders benoemd binnen het kernteam. Indien een deelproject niet kan worden begeleid door een kernteamlid, dan wordt een andere projectleider gezocht. De projectleider overziet binnen het kernteam het geheel, informeert de leden van de projectgroep over ontwikkelingen, stemt voortgang af en stuurt bij waar nodig. De leden van de projectgroep zijn verantwoordelijk voor het sturen binnen de eigen organisaties op het behalen van de gestelde doelen, het verschaffen van voldoende inzicht op de voortgang hierop en het aanleveren van gegevens indien nodig. Zij fungeren in dat opzicht dus ook als deelprojectleider.
36 Het kernteam bestaat uit vertegenwoordigers van politie en openbaar ministerie, en de gemeentelijke afdelingen Veiligheid, MO, en Zorg- en Veiligheidshuis.
36
Overige structuren Daar waar mogelijk worden de bestaande overlegstructuren van het Zorg- en Veiligheidshuis benut voor het delen van informatie en het bespreken van voortgang en knelpunten rondom het project Preventie met Gezag. Voor het informeren van de bestuurlijke opdrachtgevers of individuele portefeuillehouders worden de bestaande portefeuillehoudersoverleggen, de gecombineerde portefeuillehoudersoverleggen en de structuren rondom het college en de raad gebruikt.
37
6. Leren, meten en monitoren Het programma Preventie met Gezag is nadrukkelijk gericht op de lange termijn. Hoewel de eerste evaluatie gepland staat voor medio 2026, is het de ambitie van het Rijk om de middelen minimaal tien jaar lang te verstrekken. Er is daardoor ook meer ruimte om in te zetten op het ontwikkelen van een lerende aanpak. Aan PMG deelnemende gemeenten delen hun opgedane kennis en ervaring onderling. De ambitie van het Rijk is om alle gemeenten in Nederland op den duur te laten profiteren van de ontwikkelingen binnen PMG: “Ook (kleinere) gebieden met urgente en specifieke problematiek hebben onze aandacht en daarom werken we aan een flexibele aanpak om ook daar gepaste ondersteuning te kunnen bieden. Uiteindelijk is ons streven dat alle gemeenten in Nederland profijt ervaren van Preventie met Gezag door middel van breed beschikbare kennis en ervaringen die worden verspreid via de lerende aanpak.”37
Leren Deze flexibele en op ontwikkeling gerichte insteek maakt het mogelijk om te experimenteren, te ontwikkelen en in de komende jaren regelmatig bij te sturen wanneer de context daarom vraagt. In het eerste jaar wordt daarom aandacht besteed aan ‘de basis op orde’. Onderdeel van de basis op orde is het formuleren van een uitvoeringsprogramma. Hierin wordt nader vastgelegd via welke acties en onder welke condities de interventies worden uitgevoerd, en welke mijlpalen en doelstellingen moeten worden behaald. Daarnaast is een belangrijk onderdeel van programmalijn 1 het uitvoeren van verdiepend onderzoek naar de verschillende doelgroepen en fenomenen, en naar de ‘staat van de wijk’; hoe ziet dit eruit, wat valt op en wat is er nodig? Deze informatie wordt afgezet tegen de context van de bestaande elementen die een positieve bijdrage leveren aan wat er nodig is om de ambities te realiseren. Op basis van deze bredere analyse toetsen we of de voorgeselecteerde interventies en ambities nog bijgesteld moeten worden. Binnen het uitvoeringsprogramma worden de overige programmalijnen (2, 3 en 4) aangepast of geconcretiseerd waar nodig.
Monitoren Binnen het kernteam wordt – als onderdeel van het uitvoeringsprogramma – een leer- en evaluatiecyclus ingericht waarmee periodiek wordt gereflecteerd op de ontwikkelingen en resultaten van de interventies. Dit gebeurt samen met de deelnemende partners van het kernteam. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald of de interventies standaard moeten worden ingebed in een aanpak. Op die manier wordt de slagingskans van interventies verhoogd en daarmee het realiseren van de ambitie. Het inzetten op het lerend vermogen is daarom een van de uitgangspunten. Deze evaluatiemomenten dienen voor het tijdig bij kunnen sturen van de interventies en de doelstellingen, alsmede ten behoeve van het borgen en delen van succesvolle elementen van de aanpak met de regio en met de andere deelnemende gemeenten. Daarnaast zal binnen de leer- en evaluatiecyclus ook het lokaal bestuur en het ministerie geïnformeerd worden over de voortgang en ontwikkeling. Het is nadrukkelijk van belang dat bij de evaluaties ook
37 Brief aan de Tweede Kamer (dd. 22 mei 2023) DG Ondermijning
38
de interne en externe partners worden betrokken. Hiermee wordt de samenwerking, alsmede de integraliteit van de interventies bewaakt.
Meten Onderdeel van de monitoring en evaluatie is het ontwikkelen van het informatie gestuurd werken. Dit omvat zowel het versterken van de informatiepositie in de uitvoering (onder andere op basis van vooruitkijkende/voorspellende indicatoren) als monitoring van resultaten en effecten (terugkijkende indicatoren). De inrichting van het informatie gestuurd werken wordt onderdeel van het nog te formuleren uitvoeringsprogramma. Per interventie wordt een set indicatoren opgesteld waarmee resultaten en effecten kunnen worden gemeten. Daarnaast zetten we in op het verkrijgen van een basisset aan gegevens, die op dit moment nog niet volledig is en ook niet doorlopend gevuld wordt.
Risico’s Belangrijk binnen het systeem van leren, monitoren en meten is ook het erkennen van aanwezige risico’s. Het belangrijkste risico voor de uitvoering van diverse programmalijnen is het onderwerp gegevensdeling. Het uitwisselen van informatie en gegevens tussen samenwerkingspartners en binnen de gemeentelijke afdelingen verdiend intensieve aandacht. Indien de hiaten binnen de gegevensdeling niet afdoende kunnen worden opgelost kan het als gevolg hebben dat delen van het plan van aanpak niet volledig kunnen worden uitgevoerd. Hiertoe zien de partners ook een belangrijke samenwerking met het ministerie, zowel in het vergaderen en verspreiden van kennis over dit onderwerp alsmede in het oplossen van bestaande knelpunten ten aanzien van gegevensdeling, privacy en informatiedeling.
39
7. Financiën In dit hoofdstuk is per programmalijn de begroting weergegeven uitgesplitst naar interventie. Per interventie zijn de begrote kosten ingedeeld naar kosten voor de gemeente, kosten die worden betaald aan externe uitvoerders, kosten die via een andere financieringsstroom van het Ministerie lopen (weergegeven in rood – zijnde GI’s, ZVH en Jeugdboa’s), en de begroting van politie en openbaar ministerie (weergegeven in blauw). De totalen zijn weergegeven per kolom (gemeente, externe/Ministerie en Justitie/Politie), en per totaal 2023-2026 per interventie. De gemeente Nijmegen investeert vanuit cofinanciering in ambtelijke capaciteit. Hieronder verstaan wij de Regisseur Jeugd voor de briefings in de wijken, diverse beleidsadviseurs jeugd onderwijs / veiligheid voor het borgen van een integrale aanpak en het regisseren van de samenwerking denk aan het implementeren van het 7-stappenmodel en het coachen van de projectleider Preventie met Gezag. Daarnaast lopen de begrotingen vanuit de Politie en het Openbaar Ministerie (OM) separaat en beiden hebben een eigen oplegger voor de aanvraag verzorgd met een nadere toelichting (zie bijlagen bij de aanvraag). De bedragen van de politie zijn in blauw weergegeven in de begroting. Voor de bedragen van het OM wordt verwezen naar de betreffende oplegger.
Voor de overige partners uit de justitieketen (Raad voor de Kinderbescherming, 2RO en de Rechtspraak) zijn nog geen middelen begroot in onderstaand overzicht. Afhankelijk van de uitkomsten uit de netwerkanalyse (programmalijn 1), wordt met deze partners bezien of zij naast de wettelijke taken extra inzet moeten plegen in de aanpak. De kosten voor de aanloopfase zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Kosten aanloopfase 2023
Functie
Reden
Projectleider Preventie met Gezag
Opstartfase plan van aanpak
55.000
Onderzoek DSP
Analyse/ procesbegeleiding
42.500
Communicatie adviseur
Redactie plan
Beleidsadviseur jeugd & onderwijs Totaal
40
Totaal kosten
3.000 49.000 150.000
1.1
Projectleider 1ft. pmg totale programma
110.000
Overige kosten Juridisch/ privacy advies
5.000
Totaal Begroot Justitie/ Politie 2023-2026
Totaal begroot extern/ Min J&V 2023-2026
Totaal begroot Gemeente 2023-2026
120.000
55.500 110.000
5.000
Justitie/ Politie
Extern/ M inJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
30.000
55.500 110.000
2.500
Prognose2026
Prognose 2025 Extern/ MinJ&V 30.000
30.500
Presentatie en Flyermateriaal
subtotaal
Gemeente
60.000
Inzet politie analysefase 1.2
Justitie/ Politie
Prognose 2024
Integrale en doorlopende (netwerk-) analyse
Extern/ MinJ&V
Gemeente
Omschrijving
Interventie
Programmalijn 1: Versterken van de basis voor een succesvolle aanpak
141.500 330.000
5.000
12.500 5.000
110.000 67.500 30.500 110.000 35.000 55.500 110.000 35.000 55.500 330.000 137.500 141.500
41
2.1
Beleidsadviseur jeugd/ veiligheid/ onderwijs 1ft
98.500
98.500
98.500
295.500
Specialistisch jongerenwerk
250.000
207.700
207.700
665.400
2.2
Proactieve wijkgerichte aanpak versterken (kansRIJK) Aanvullende inzet: 1ft WSS/ 1ft JBG
150.000
150.000
150.000
450.000
2.3
Jeugd en Cyber Projectleider 0,5 ft.
2.4
49.000
49.000
49.000
147.000
Inzet IPTA
35.433
106.300
106.300
248.033
subtotaal
147.500 285.433 150.000
147.500 314.000 150.000
147.500 314.000 150.000
442.500 913.433 450.000
42
Totaal Begroot Justitie/ Politie 2023-2026
Totaal begroot extern/ Min J&V 2023-2026
Totaal begroot Gemeente 2023-2026 Justitie/ Politie
Prognose 2026 Extern/ M inJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
Prognose 2025 Extern/ MinJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
Prognose 2024 Extern/ MinJ&V
Gemeente
Omschrijving
Interventie
Programmalijn 2: versterken (online) weerbaarheid jongeren en gezin
3.1
Regisseur jeugd 1 ft.
98.500
98.500
98.500
295.500
Inzet bestuurlijke maatregelen
55.000
55.000
55.000
165.000
3.2
Inzet Jeugdcoaches 2 ft.
150.000
150.000
150.000
450.000
3.3
AJB inzet 2 teams 15 kinderen per jaar
0
0
0
3.4
Inzet Jeugdboa’s 2ft.
135.000
135.000
135.000
405.000
3.5
Inzet Straatkracht 1ft WSG en JBG
150.000
150.000
150.000
450.000
3.6
Inzet Bewustwording in de Wijk (Bureau Halt)
90.000
90.000
90.000
270.000
3.7
Geldezels
Via 2.3
Via 2.3
Via 2.3
Via 2.3
3.8
HackRight (strafrecht)
Via 2.3
Via 2.3
Via 2.3
Via 2.3
subtotaal
303.500
90.000 285.000
303.500
90.000 285.000
303.500
90.000 285.000
43
910.500 270.000 855.000
Totaal Begroot Justitie/ Politie 2023-2026
Totaal begroot extern/ Min J&V 2023-2026
Totaal begroot Gemeente 2023-2026 Justitie/ Politie
Prognose 2026 Extern/ M inJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
Prognose 2025 Extern/ MinJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
Prognose 2024 Extern/ MinJ&V
Gemeente
Omschrijving
Interventie
Programmalijn 3 eerder ingrijpen en corrigeren jonger aanwas
4.1
Informatiegestuurd werken door OM en politie
132.000 politie TO
132.000 politie TO
132.000 politie TO
4.2
Een andere focus op opsporen
Zie brief OM
Zie brief OM
Zie brief OM
4.3
Doorbreken van de financiële aantrekkingskracht van ondermijnende criminaliteit
Zie brief OM
Zie brief OM
Zie brief OM
4.4
Complexe casuïstiek procesregisseur ZVH 1ft. En 0,25 ft. Analist
120.000
120.000
120.000
360.000
4.5
Nazorg exgedetineerden
0
n.n.t.b.
n.n.t.b.
0
120.000 132.000
120.000 132.000
subtotaal
120.000 132.000
44
Totaal Begroot Justitie/ Politie 2023-2026
Totaal begroot extern/ Min J&V 2023-2026
Totaal begroot Gemeente 2023-2026 Justitie/ Politie
Prognose 2026 Extern/ M inJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
Prognose 2025 Extern/ MinJ&V
Gemeente
Justitie/ Politie
Prognose 2024 Extern/ MinJ&V
Gemeente
Omschrijving
Interventie
Programmalijn 4 Intensiveren aanpak doorgroeiers
396.000
360.000 396.000
Totaal begroot Gemeente 2023-2026
Totaal begroot extern/ Min J&V 2023-2026
Totaal Begroot Justitie/ Politie 2023-2026
Extern/ MinJ&V
Justitie/Politie
Gemeente
Extern/ M inJ&V
Justitie/Politie
67.500
30.500
110.000
35.000
55.500
110.000
35.000
55.500
330.000
137.500
141.500
2
Subtotaal
147.500
285.433 150.000
0
147.500
314.000 150.000
0
147.500
314.000 150.000
0
442.500
913.433 450.000
0
3
Subtotaal
303.500
90.000 285.000
0
303.500
90.000 285.000
0
303.500
90.000 285.000
0
910.500
270.000 855.000
0
4
Subtotaal
0
0 120.000
132.000
0
0 120.000
132.000
0
0 120.000
132.000
0
0 360.000
396.000
561.000 442.933 162.500 561.000 439.000 187.500 561.000 439.000 187.500 1.683.000 1.320.933 555.000 555.000 555.000 0 1.665.000
537.500
Omschrijving totaal
Totaal programma verschil
Prognose 2026
Gemeente
110.000
Prognose 2025 Justitie/Politie
Subtotaal
Prognose 2024 Extern/ MinJ&V
1
Interventie
Gemeente
Totaal Programma Preventie met Gezag
1.003.933
1.000.000
1.000.000
-3.933
0
0
3.003.933
45
537.500
Bijlage 1 Uitgebreide probleemanalyse Inleiding In de probleemanalyse is onderzocht in hoeverre risicofactoren voor (ondermijnende) criminaliteit voorkomen in Nijmegen en of dit verschilt tussen stadsdelen. Risicofactoren zijn factoren die de kans vergroten dat jongeren in de criminaliteit terechtkomen. Daarnaast zijn er ook beschermende factoren die een buffer vormen tegen de invloed van risicofactoren. We hebben negentien (groeps-) interviews gehouden met 41 vertegenwoordigers van verschillende onderdelen van de gemeente, politie, Openbaar Ministerie (OM), Raad voor de Kinderbescherming Gelderland, Halt, William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS), Jeugdbescherming Gelderland, Buurtteams, Bindkracht10 (jongerenwerk) en FC SocialWork. Op basis van deze informatie is een analyse gemaakt van de problematiek in Nijmegen. In de interviews participeerden van elke ketenpartner respondenten vanuit het management en uitvoerende professionals. In de interviews is gevraagd naar het perspectief van de respondenten op de problematiek met betrekking tot de doelgroepen van Preventie met Gezag in Nijmegen, welke problemen zij zien in de praktijk en hun cijfers en op welke doelgroepen of fenomenen Preventie met Gezag zich moet richten.
Daarnaast zijn de beschikbare cijfers geanalyseerd over een set van risicofactoren die het ministerie van Justitie en Veiligheid gehanteerd heeft voor de selectie van de gemeenten voor Preventie met gezag: voortijdige schoolverlaters, sociaaleconomische status, ervaren overlast van jeugd en verloedering en criminaliteitscijfers, aangevuld met cijfers en informatie over risicofactoren uit de kennissynthese van de Boer et al (2022) over gezinssituatie. Hiervoor zijn cijfers van de gemeente Nijmegen en betrokken partners gebruikt. Het beeld op basis van cijfers en de interviews is vervolgens besproken in een focussessie met alle ketenpartners en op basis daarvan verder aangevuld. Deze probleemanalyse is gebaseerd op het perspectief van professionals en geeft nog geen compleet beeld. Dit beeld zal worden aangevuld en bijgesteld op basis van nadere analyse en versterking van de vroegsignalering in het kader van Preventie met Gezag.
Kenmerken Nijmegen Bevolkingssamenstelling In Nijmegen wonen in 2022 in totaal 179.232 inwoners, verdeeld over negen stadsdelen en 44 wijken. Nijmegen is qua inwoneraantal de 10de grootste gemeente van Nederland. Nijmegen ligt dicht bij de Duitse grens. De stad ligt grotendeels op de zuidelijke oever van de Waal. Eind jaren negentig volgde de uitbreiding naar het noorden: de overkant van de rivier. Vanaf eind jaren negentig is in het gebied rond de reeds bestaande dorpen Lent, Ressen en Oosterhout veel nieuwbouw gerealiseerd. Ruim 37.800 inwoners zijn tussen de 10 en 24 jaar (zie tabel 1). Dit is ongeveer een vijfde van de bevolking. De meeste jongeren tussen de 10 en 24 jaar wonen in Nijmegen-Oost. Het grootste deel daarvan zijn studenten tussen de 20 en 24 jaar. Kijken we naar de andere leeftijdsgroepen, dan wonen de meeste 10 tot 14-jarigen in Noord en de meeste 15 tot 19-jarigen in Oost.
46
Afgezet tegen het aantal inwoners per stadsdeel is het percentage 10-14-jarigen het grootst in Noord (8%). Het percentage 15- tot 19-jarigen is in alle stadsdelen, met uitzondering van Centrum en Oud-West, 5% tot 6%. Het aandeel 20-24-jarigen van de bevolking is het grootst in Centrum en Oost (respectievelijk 28% en 18%). Een grote groep daarvan is student. Tabel B1 Aantal inwoners en jongeren in Nijmegen per stadsdeel in 2022 Stadsdeel
Aantal
10-14
inwoners
jaar
%
15-19
%
jaar
20-24
%
jaar
Totaal
%
10-24 jaar
Noord
22.312
1.730
8%
1.433
6%
Centrum Oost
11.858
99
33.978
1.115
1%
455
3%
1.800
Oud-West
15.125
558
4%
Nieuw-West
17.121
702
4%
Midden Zuid
18.796
840
23.293
1.038
Dukenburg
22.076
Lindenholt Totaal Nijmegen
734
3%
3.897 17%
4%
3.266 28%
3.820 32%
5%
6.179 18%
9.094 27%
654
4%
1.660 11%
2.872 19%
946
6%
1.811 11%
3.459 20%
4%
916
5%
2.209 12%
3.965 21%
4%
1.302
6%
2.108
9%
4.448 19%
1.151
5%
1.178
5%
1.289
6%
3.618 16%
14.673
853
6%
860
6%
952
6%
2.665 18%
179.232
8.086
5%
9.544
5%
20.208 11%
37.838 21%
Bron: gemeente Nijmegen, 2022
Risicofactoren In tabel 2 staat een set van risicofactoren voor (ondermijnende) criminaliteit die door het ministerie van JenV worden gebruikt en aangevuld met risicofactoren in het gezin voor Nijmegen en de stadsdelen weergegeven. Groen betekent dat het stadsdeel positief scoort op die factoren ten opzichte van het gemiddelde van Nijmegen. Rood betekent dat het stadsdeel negatiever scoort dan gemiddeld en wit is vergelijkbaar met het gemiddelde van Nijmegen.
47
Tabel B2 Onderzochte Risicofactoren voor jonge aanwas: vergelijking stadsdelen met gemiddelde Nijmegen38 Indicator
Bron
Leefbaarheid39
Leefbaro- 2020 meter
SES-WOA score40
CBS
% jongeren0-23 jaar CBS met jeugdhulp41 % kwetsbare huishoudens42 % voortijdig schoolverlaters44 Meldingen overlast per 10.000 inw.45
Neder- Nijmegen Noord Centrum Oost Oudland West
Nieuw- Midden Zuid Duken- LindenWest burg holt
4,19
4,06
4,25
4,06 4,21
4,01
4,01
4,13
4
3,89
3,95
2019
0
-0,19
0,33
-0,31 -0,16
-0,27
-0,28
-0,13
-0,3
-0,33
-0,1
2020
10%
8%
9%
3%
4%
7%
8%
6%
7%
10%
10%
Sociaal 2021 statistisch bestand KIS Wijk- 2020 monitor Politie 2022
43
4%
2%
2%
2%
6%
6%
4%
6%
7%
5%
2%
3%
1%
4%
3%
3%
3%
1%
4%
4%
4%
262
402
148
1.888
292
392
403
301
273
278
312
2021
23%
16%
47%
13% 14%
11%
15%
13% 15%
23%
22%
2022
nb
2,4
2,6
4,2
1,5
1
2
1,5
1,2
3,2
6.2
Zicht op 2018 ondermijning
0,16
0,15
0,14
0,14 0,13
0,16
0,16
0,14 0,16
0,18
0,18
% Meldingen Politie jeugdoverlast van de meldingen overlast46 Aantal meldingen CBS jeugdoverlast per 100 jongeren tussen 10 en 24 jaar47 Risicoscore jonge aanwas drugscriminaliteit48
jaar
38 De cijfers zijn ontleend aan het dashboard www.zichtopwijken.nl en gemeentelijk dashboard https://public.tableau.com/app/profile/gemeentenijmegen/viz/Gebiedsverschillen/Begin. 39 De onderverdeling van de scores luidt als volgt: zeer onvoldoende (<= 3,67), ruim onvoldoende (3,67 3,74), onvoldoende (3,74 - 3,81), zwak (3,81 - 3,93), voldoende (3,93 - 3,99), ruim voldoende (3,99 - 4,11), goed (4,11 - 4,19), zeer goed (4,19 - 4,27) en uitstekend (4,27 40 De score is gebaseerd op gegevens over welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname. Bij een hogere score zijn de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk. 41 Percentage van personen tussen 0 en 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering. https://public.tableau.com/app/profile/gemeentenijmegen/viz/Gebiedsverschillen/Begin. 42 Minstens 5 klantregelingen voor ondersteuning van huishoudens op het gebied van werk, inkomen, zorg en jeugd in het jaar voorafgaand aan peilmoment 1-1-2021. 43 Lokale cijfers geen cijfer voor Nederland bekend. 44 Percentage voortijdig schoolverlaters op het totaal aantal leerlingen. 45 Totaal registraties overlast bij de politie. 46Percentage meldingen overlast bij de politie waarbij wordt geklaagd over jeugd, bijvoorbeeld: hangjeugd, geluidsoverlast door jeugd.
47 Aantal meldingen jeugdoverlast bij politie op basis van dashboard overlast in de buurt in 2022 afgezet tegen het aantal jongeren tussen 10 en 24 jaar op peildatum 1 januari 2022). 48 Jongeren die volgens het risicomodel van Zicht op Ondermijning worden aangewezen als potentiële jonge drugsverdachten www.zichtopondermijning.nl.
48
Leefbaarheid en verloedering Uit de leefbaarometer.nl blijkt dat Nijmegen een aantrekkelijk woonklimaat heeft. Er zijn weliswaar verschillen tussen gebieden, maar ook in de relatief zwakkere stadsdelen (Dukenburg en Lindenholt) is het woon- en leefklimaat voldoende. Wel zijn er verschillen tussen wijken in de samenstelling van de woningvoorraad, het imago van het gebied en het sociale klimaat. Dit uit zich in concentraties van maatschappelijk sterke huishoudens of juist minder sterke huishoudens in bepaalde wijken en in bepaalde clusters van groepen zoals studenten en gezinnen met kinderen. Sociaaleconomische status Er zijn duidelijke verschillen in sociaaleconomische status tussen de verschillende stadsdelen. De SES-WOA score is gebaseerd op gegevens over welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname. Bij een hogere score zijn de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk. De SES-WOA score heeft een indicatie van de gemiddelde sociaaleconomische status in een stadsdeel. Jeugdhulp en jeugdbescherming en kwetsbare huishoudens In 2020 ontving 8% van de Nijmeegse jongeren tussen 0 tot 23 jaar enige vorm van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering (bron: dashboard sociaal domein van de gemeente Nijmegen).
Op basis van de voor de probleemanalyse aangeleverde cijfers door Jeugdbescherming Gelderland en WSS zien we een toename van het aantal jongeren met jeugdreclassering in Nijmegen tussen 2020 en 2022 bij de WSS. Bij de Jeugdbescherming Gelderland zien we een afname tussen 2021 en 2022. Op peildatum 31-12-2022 hebben 43 Nijmeegse jongeren een lopende jeugdreclasseringsmaatregel (vrijwillig en gedwongen) bij WSS en Jeugdbescherming Gelderland. Het aantal kwetsbare huishoudens in Nijmegen is gemiddeld 4%. De gemeente gebruikt op haar dashboard als indicator voor kwetsbare huishoudens “huishoudens met minstens vijf klantregelingen voor ondersteuning van huishoudens op het gebied van werk, inkomen, zorg en jeugd in een jaar”. Dit zijn dus huishoudens die gebruik maken van verschillende vormen van ondersteuning. Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaters Schoolverzuim is vaak een van de eerste signalen dat het niet goed gaat met jongeren. Jongeren zonder dagbesteding (school of baan) lopen meer risico om in de criminaliteit te worden getrokken. Het percentage voortijdig schoolverlaters in Nijmegen is in 2021-2022 2,29% en ligt daarmee iets lager dan het Nederlands gemiddelde van 2,34%. In het schooljaar 2022-2023 zijn 1.143 meldingen van schoolverzuim gedaan.
Dit is een toename van bijna 25% ten opzichte van het schooljaar 2021-2022 (922 meldingen) en weer bijna op gelijk aan het aantal meldingen voor de coronaperiode. Schoolverzuimproblematiek doet zich voor op alle schoolniveaus. Uit de cijfers van Leerrecht blijkt dit ook. In alle schooltypes zien we een toename van meldingen schoolverzuim in de afgelopen jaren. Ook het veelvuldig van school wisselen is een indicator dat het niet goed gaat met jongeren. In het kader van deze probleemanalyse zijn hier nog geen cijfers over meegenomen.
49
Meldingen overlast Het aantal meldingen jeugdoverlast bij de politie verschilt sterk tussen de verschillende stadsdelen. Naar verhouding ligt het percentage meldingen jeugdoverlast ten opzichte van het aantal overlastmeldingen in Nijmegen lager dan het landelijk gemiddelde.
Kenmerken stadsdelen De stadsdelen hebben hun eigen kenmerken. De beschrijving hieronder is gebaseerd op: •
de bevolkingscijfers en woningmarktcijfers van de gemeente Nijmegen met peildatum 1 januari 2022
•
de set van risicofactoren voor (ondermijnende) criminaliteit die door het ministerie van JenV wordt gebruikt
•
aangevuld met risicofactoren in het gezin voor Nijmegen en de stadsdelen weergegeven.
Nijmegen Noord is het jongste stadsdeel en ligt boven de Waal. Het omvat de wijken Lent, Oosterhout en Ressen. Het stadsdeel is de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid. De bevolkingssamenstelling is divers, maar bestaat voor het grootste deel uit tweeoudergezinnen (45%) en tweepersoonshuishoudens (26%). Het totale aantal woningen in dit stadsdeel is 8.842. Het grootste deel van de woningen zijn koopwoningen (63%), gevolgd door corporatiehuur (23%). Met 83% is het grootste deel van de woningen laagbouw. De gemiddelde woning heeft een WOZ-waarde van € 373.000. Er zijn naar verhouding minder corporatiewoningen, en huizen hebben een hogere WOZ-waarde in vergelijking met het gemiddelde van Nijmegen. Inwoners van Nijmegen-Noord geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 7,8. Nijmegen-Noord scoort positiever op de meeste risicofactoren dan gemiddeld in Nijmegen en Nederland. Het woon- en leefklimaat is zeer goed, de SES-WOA score ligt ruim boven het gemiddelde, er zijn minder kwetsbare huishoudens en voortijdige schoolverlaters. Het aantal meldingen overlast is lager dan gemiddeld, maar wel valt op dat naar verhouding veel meer van deze meldingen jeugdoverlast betreffen. De respondenten van politie noemen de Lentse plas als locatie waar veel jongeren uit verschillende wijken bij elkaar komen.
Noord wordt bijvoorbeeld door meerdere jeugd- en gezinsprofessionals genoemd als het stadsdeel waar zij een toename van risicojeugd zien en verwachten in de toekomst, terwijl dit stadsdeel niet bovengemiddeld slecht scoort in de cijfers. De redenen voor deze zorgen zijn divers. Er wonen veel jongeren tussen de 10 en 14 jaar, het percentage jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp is hoger dan gemiddeld in Nijmegen en tijdens corona viel in deze wijk de psychische problematiek op bij jongeren. De hypothese van de jeugdprofessionals is dat op grond van deze redenen jongeren minder weerbaar zijn, waardoor zij mogelijk ook te verleiden zijn tot klussen voor criminele ondermijnende netwerken. In hoeverre de hypothese klopt moet nader worden onderzocht. Dit geldt ook voor het percentage jeugdhulp gebruikers. Het feit dat jongeren gebruik maken van jeugdhulp wil niet zonder meer zeggen dat zij ook een verhoogd risico lopen om in de ondermijnende criminaliteit terecht te komen. Het ontvangen van hulp kan immers ook afglijden richting de criminaliteit voorkomen. Jeugdhulp is dan juist een beschermende factor. Het stadsdeel Centrum is het historische stadscentrum van Nijmegen en is opgedeeld in de Benedenstad en het Stadscentrum. Centrum is het stadsdeel met het minste aantal inwoners, namelijk 11.858. Dit is de afgelopen vier jaar constant gebleven. Er zijn veel historische gebouwen,
50
winkels, restaurants en culturele voorzieningen. Het stadsdeel heeft een gevarieerde woningvoorraad met zowel historische panden als moderne appartementen. De bevolking is divers en er zijn veel studenten vanwege de nabijheid van de Radboud Universiteit en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Het percentage jongeren (10-24) is in dit stadsdeel, met 32%, het hoogste van alle stadsdelen. Het grootste deel van de inwoners in het Centrum zijn echter de twintigers (20-29). Deze laatste groep omvat 52% van de inwoners. Het grootste deel van de huishoudens is een eenpersoonshuishouden (57%), gevolgd door kamerbewoners en tweepersoonshuishoudens (beiden 33%). Het totale aantal woningen is 5.745. Hiervan is het grootste deel particuliere huur (40%), gevolgd door corporatiehuur (29%) en koopwoningen (28%). In dit stadsdeel is het grootste deel van de woningen hoogbouw (89%). De gemiddelde WOZ-waarde is € 266.000. Inwoners geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 7,3. In stadsdeel Centrum is de score voor sociaal economische status en voortijdige schoolverlaters hoger dan gemiddeld in Nijmegen in Nederland. Daarnaast valt het hoge aantal meldingen bij de politie van overlast en meer specifiek jeugdoverlast op. Volgens de geïnterviewde professionals betekent dit niet dat de jongeren die de overlast plegen in centrum daar ook wonen.
Ook zien ze dat door inzet op problematische jeugdgroepen in het centrum, de overlast zich verplaatst naar andere delen van de stad. Als voorbeeld wordt genoemd een aantal jongeren dat naar aanleiding van overlast in het centrum van de burgemeester een gedragsaanwijzing heeft gekregen. Deze jongens wonen niet in het centrum en veroorzaken dan vervolgens overlast in hun eigen wijk of ergens anders. In de interviews met jeugdcoaches, jongerenwerk en politie is als specifiek gebied Plein 44 genoemd. Er zit veel horeca in dit gebied. In de interviews is ook aangegeven dat met betrekking tot de jeugdoverlast in het centrum een groep jongeren uit het AZC overlast veroorzaakt. Nijmegen-Oost bestaat uit acht wijken: Altrade, Bottendaal, Galgenveld, Groenewoud, Hengstdal, Hunnerberg, Kwakkenberg en Ooyse Schependom. Oost is met een totaal aantal inwoners van 33.978 het stadsdeel met de meeste inwoners en de meeste jongeren. Het inwoneraantal is de afgelopen vier jaar licht afgenomen. Het percentage jongeren (10-24) in Oost is 27%. De samenstelling van de bevolking is divers met gezinnen, jonge professionals en studenten. Het grootste deel van de huishoudens is een eenpersoonshuishouden (47%), gevolgd door tweepersoonshuishoudens (31%) en kamerbewoners (22%). Het totale aantal woningen in Oost is 15.061.
Het grootste deel hiervan is een koopwoning (50%), gevolgd door corporatiehuur (33%) en particuliere huur (16%). Er is meer hoogbouw (59%) dan laagbouw (41%). De gemiddelde WOZ-waarde is € 343.000. Inwoners van Nijmegen-Oost geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 8,1. Voor sommige risicofactoren scoort stadsdeel Oost gemiddeld en voor andere hogere dan gemiddeld in Nijmegen. Het stadsdeel Nijmegen-Oud-West omvat de wijken Biezen en Wolfskuil en heeft een inwoneraantal van 15.125. De bevolkingsgroei in dit stadsdeel is de laatste jaren stabiel. Het percentage jongeren (10-24) is 19%. Het grootste deel van de huishoudens is, met 44%, een eenpersoonshuishouden, gevolgd door tweepersoonshuishoudens (29%), tweeoudergezinnen (16%), kamerbewoners (11%) en eenoudergezinnen (9%). Het totale aantal woningen in Oud-West is 7.449, waarvan het grootste deel verhuurd wordt door een corporatie (48%). Dit wordt gevolgd door koopwoningen (35%) en particuliere huurwoningen
51
(16%). De gemiddelde WOZ-waarde is € 281.000. Inwoners van Nijmegen-Oud-West geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 7,5. De SES-WOA score is lager dan gemiddeld in Nijmegen en ook komen er meer kwetsbare huishoudens voor. Naar verhouding zijn er minder meldingen jeugdoverlast. Wolfskuil wordt door de geïnterviewde professionals uit het sociaal domein en de politie genoemd als een wijk met veel risicofactoren. Nijmegen-Nieuw-West heeft vier wijken, namelijk Hees, Heseveld, Neerbosch-Oost en Haven- en Industrieterrein. Het totale inwoneraantal is 17.121 en dit is over de afgelopen jaren nagenoeg stabiel gebleven. Het percentage jongeren (10-24) is 20%. Het grootste deel van de huishoudens is een eenpersoonshuishouden (45%), gevolgd door tweepersoonshuishoudens (27%), tweeoudergezinnen (19%), eenoudergezinnen (7%) en kamerbewoners (7%). Het totale aantal woningen in Nieuw-West is 8.206. Het percentage koopwoningen (42%) is ongeveer gelijk aan het percentage corporatiewoningen (41%). De overige 15% is particuliere huur. Er is ongeveer even veel hoog- als laagbouw en de gemiddelde WOZ-waarde is € 230.000. Inwoners van Nijmegen-Nieuw-West geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 7,3. Meerdere professionals uit het sociaal domein en van de politie noemen Neerbosch-Oost een wijk met veel risicofactoren.
Dit is niet zichtbaar in de cijfers op het niveau van het stadsdeel. Er zijn naar verhouding meer kwetsbare huishoudens en de SES-WOA score is lager dan gemiddeld, maar voor alle andere risicofactoren wijkt dit stadsdeel niet af van het gemiddelde in Nijmegen. Nijmegen-Midden heeft vijf wijken: Goffert, Hazenkamp, Heijendaal, Nije Veld en St. Anna. Het totale inwoneraantal is 18.796. Dit aantal is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het percentage jongeren (10-24) in dit stadsdeel is 21%. Het grootste deel van de huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens (45%), gevolgd door tweepersoonshuishoudens (28%), tweeoudergezinnen (21%), kamerbewoners (8%) en eenoudergezinnen (6%). Het totale aantal woningen in Midden is 9.202. Er is een mix van nieuwbouw en oude woningen. Het grootste deel van de woningen is een koopwoning (45%), gevolgd door corporatiehuur (40%) en particuliere huur (14%). Met 53% is er meer laagbouw dan hoogbouw (47%). De gemiddelde WOZ-waarde is € 272.000. Inwoners van Nijmegen-Midden geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 7,7. Stadsdeel Midden scoort op de meeste risicofactoren positiever dan het Nijmeegse gemiddelde. Nijmegen-Zuid heeft vier wijken: Brakkenstein, Grootstal, Hatert en Hatertse Hei. Het totale inwoneraantal is 23.293. Dit aantal is de afgelopen vier jaar licht gedaald. Het percentage jongeren (10-24) is 19%.
Het grootste deel van de huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens (46%), gevolgd door tweepersoonshuishoudens (27%), tweeoudergezinnen (17%), eenoudergezinnen (9%) en kamerbewoners (7%). Het totale aantal woningen is 11.610 in dit stadsdeel. Daarvan is het grootste deel corporatiehuur (52%), gevolgd door koopwoningen (37%) en particuliere huur (11%). Er is meer laagbouw (60%) dan hoogbouw (40%). De gemiddelde WOZ-waarde is € 247.000. Inwoners van Nijmegen-Zuid geven dit stadsdeel een gemiddeld rapportcijfer van 7,3. De SES-WOA score en het percentage kwetsbare huishoudens is hoger in Nijmegen-Zuid dan gemiddeld in de gemeente. Ook waren er in 2020 naar verhouding meer voortijdige schoolverlaters. De wijk Hatert wordt door meerdere professionals in de wijk zowel in het sociaal domein als veiligheid genoemd als een van de wijken met veel risicofactoren.