CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van aanpak Preventie met Gezag

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D3 d.d. 28 november 2023 inzake Toekenning Rijksmiddelen Preventie met Gezag25.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

‘Perspectief voor onze jeugd’ Een stevige basis voor de aanpak van jeugdcriminaliteit

nijmegen.nl

1

2

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Samenvatting

6

1.

Doelgroepen

9

2.

Probleemanalyse

12

Nijmegen: stadsdelen met verschillende risicofactoren

12

Fluïde jeugdnetwerken

15

Criminaliteitsfenomenen

17

Conclusies

18

Programmalijnen

20

Programmalijn 1 - Versterken van de basis voor succesvolle aanpak

21

3.

Programmalijn 2 - Versterken (online) weerbaarheid en perspectief bieden risicojongeren en gezin

23

Programmalijn 3 - Eerder ingrijpen en corrigeren jonge aanwas

27

Programmalijn 4 - Intensivering aanpak doorgroeiers

32

4.

Partners, rollen en verantwoordelijkheden

35

5.

Programmastructuur

36

6.

Leren, meten en monitoren

38

Leren

38

Monitoren

38

Meten

39

Risico’s

39

Financiën

40

7.

Bijlage 1 - Uitgebreide probleemanalyse

46

Inleiding

46

Kenmerken Nijmegen

46

Kenmerken stadsdelen

50

Jeugdcriminaliteitscijfers

54

Conclusie

59

Bijlage 2 - Wat doen we al?

61

Sociaal domein

61

Veiligheid

63

Zorg- en Veiligheidshuis

64

(Jeugd-) reclassering en nazorg

65

Gezag (OM en Politie) Bijlage 3 - Respondentenlijst probleemanalyse

66 68

3

Voorwoord De jeugd heeft de toekomst, zo luidt het hoopvolle gezegde. Maar vandaag de dag zijn jongeren in onze maatschappij ook kwetsbaar, bijvoorbeeld omdat schulden op de loer liggen, jonge werknemers vaak flexibele arbeidscontracten krijgen en doordat zij moeilijk woonruimte vinden door de krapte op de woningmarkt. En bij financiële problemen zijn zij sneller doelwit voor rekrutering in de criminaliteit. In het Nijmeegse veiligheidsbeleid is ‘jonge aanwas in de criminaliteit’ daarom een speerpunt. Samen met partners in de stad willen we alle facetten en interventies rondom de jeugd beter in beeld brengen en goed aan elkaar verbinden. Daarbij zetten we in op de totale keten, van vroegsignalering en vroeginterventies tot repressieve maatregelen. Ook investeren in bestaanszekerheid voor jongeren hoort daarbij. De mogelijkheid om mee te doen aan Preventie met Gezag benutten we om de bestaande samenwerking en onze huidige brede aanpak op jeugd te verstevigen. Want we doen al heel veel in Nijmegen. Wij geloven in lokaal maatwerk en de kracht van samenwerking. We zijn trots op onze professionals in de wijken, die zich elke dag inzetten voor onze jongeren. Van scholen, jongerenwerkers en Jeugdcoaches tot onze Buurtteams Jeugd en Gezin en andere jeugdhulpverleners.

Een aantal ernstige veiligheidsincidenten in de afgelopen jaren, met als dieptepunt een dodelijke steekpartij, toont ook aan dat er soms meer nodig is. Daarom hernieuwen we onze focus en inzet op jeugd en verstevigen we de basis. We spreken daarin ook nadrukkelijk uit dat we dit als lokaal bestuur niet alleen kunnen. Een goede samenwerking met onze partners in Nijmegen en in de regio, en een gezamenlijke visie op de toekomst zijn essentieel voor het slagen van dit plan van aanpak. Willen we duurzaam investeren, doorlopende verbetering realiseren, onze jeugd ondersteunen en hen wegleiden van criminaliteit, dan is het nodig om voor langere termijn te investeren. Preventie met Gezag heeft een horizon die langer is dan gebruikelijk (15 jaar), en stelt leren, ontwikkelen en verbeteren centraal.

4

Met dit plan stralen we vertrouwen uit dat we vooroplopen in de aanpak van jeugdcriminaliteit, en tonen we de ambitie dat het nog beter kan. We verstevigen wat we al doen en kijken naar nieuwe mogelijkheden om ook kwetsbare Nijmeegse jeugd kansrijk, weerbaar en veilig op te laten groeien. Wij gunnen elk kind een stevig fundament voor een succesvolle, gelukkige toekomst. College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Nijmegen

5

Samenvatting Preventie met Gezag Om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen tussen de 8 en 27 jaar de (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit ingaan of hierin verder afglijden, zet het ministerie van Justitie en Veiligheid sinds een aantal jaar extra in op preventie en repressie bij de aanpak van jeugdcriminaliteit. In 2023 zijn 8 nieuwe gemeenten geselecteerd voor het rijksprogramma Preventie met Gezag. Ook de gemeente Nijmegen is uitgenodigd om hieraan deel te nemen, om zo met middelen van het Rijk de voedingsbodem voor georganiseerde en ondermijnende criminaliteit weg te nemen, ervoor te zorgen dat jongeren en jongvolwassenen niet in deze criminaliteit belanden of hierin verder afglijden, en om reeds bestaande criminele organisaties waarin jongeren en jongvolwassenen actief zijn te ontwrichten.

Gezamenlijke ambities In het Integraal Veiligheidsplan (IVP) Samen Veilig en Weerbaar (2022-2026) spreekt het college haar ambitie uit om risicojeugd en kwetsbare jongeren eerder in beeld te krijgen en te komen tot een aanpak van Jonge Aanwas in de criminaliteit. Tevens wordt in het IVP ingezet op de aanpak van verschillende vormen van ondermijning. De middelen van het rijk maken het mogelijk om hierop een ambitieus programma te formuleren, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op het preventie, het verstevigen van het bestaande interventiepalet, het verbeteren van de integrale samenwerking in de keten, en op het sanctioneren wanneer jongeren daadwerkelijk criminele feiten plegen. Het IVP gaat daarbij uit van de belangrijke rol die bewoners, bedrijven, instellingen en andere partners hebben om samen met het lokaal bestuur tot succes te komen. Dit plan van aanpak Preventie met Gezag is mede tot stand gekomen dankzij de intensieve samenwerking met partners binnen het sociaal domein, veiligheid, het Zorg- en Veiligheidshuis, politie en de justitieketen. Het bereiken van de doelstellingen voor Preventie met Gezag kan alleen als onze partners in het jeugddomein samenwerken met het lokaal bestuur, zoals we nastreven in het IVP.

Aanvullend op de ambitie uit het Integraal Veiligheidsplan hebben de partners zich verbonden aan een gezamenlijke ambitie voor Preventie met Gezag: Voorkomen dat kinderen en jongeren in de ondermijnende/georganiseerde criminaliteit belanden en/of daarin doorgroeien. Dit door hen weerbaarder te maken en perspectief te bieden, grenzen te stellen en de voedingsbodem voor ondermijnende/georganiseerde criminaliteit aan te pakken.

Programmalijnen De ambities van preventie met gezag zijn vertaald naar vier programmalijnen. Elke programmalijn heeft eigen doelstellingen, die bijdragen aan de bredere ambitie die hierboven is weergegeven. Onder elke programmalijn hangen diverse interventies die bijdragen aan de doelstellingen van de betreffende programmalijn. Programmalijn 1:

Versterken van de basis voor een succesvolle aanpak

Programmalijn 2:

Versterken (online) weerbaarheid risicojeugd en gezin

Programmalijn 3:

Eerder ingrijpen en corrigeren jonge aanwas

Programmalijn 4:

Intensivering aanpak doorgroeiers

6

Programmalijn 1 focust op het beter inzichtelijk krijgen van de aard en omvang van de verschillende doelgroepen van Preventie met Gezag (risicojeugd, jonge aanwas, doorgroeiers en harde kern). Daarnaast wordt ingezet op het herijken van de bestaande structuren, de integrale samenwerking en het thema informatie-uitwisseling in relatie tot privacy. Binnen deze programmalijn wordt als eerste ‘de basis op orde’ gebracht. Het uitgangspunt hierbij is dat in Nijmegen al veel goed gaat, maar we nemen de zorgen van de samenwerkingspartners serieus en benutten kansen voor verbetering. Interventies: doorlopende netwerkanalyse en versterken integrale samenwerking en informatie-uitwisseling. Programmalijn 2 legt de nadruk op het weerbaar maken van jongeren, ook online, en het verbeteren van de ondersteuning aan de gezinnen en systemen waar de jongere deel van uit maakt. Darbij staat het verstevigen van aanwezige beschermende factoren centraal, en wordt onderzocht welke risicofactoren beïnvloedbaar zijn. In aansluiting daarop worden interventies vormgegeven samen met partners, waarbij nadrukkelijk aandacht is voor digitale weerbaarheid en het vergroten van bewustwording van risico’s van ondermijnende criminaliteit. Interventies: versterken beschermende factoren, KansRijk, projectleider Jeugd en Cyber (incl.

deelprojecten ReB00TCMP, Hack_right, Hackshield en Geldezels), inzet IPTA Programmalijn 3 zet in op de doelgroep Jonge Aanwas. Waar programmalijn 1 en 2 gericht zijn op het inzichtelijk krijgen van de doelgroepen is deze programmalijn gevuld met interventies waarmee Jonge Aanwas eerder gecorrigeerd kan worden. We zetten in op het ontsluiten van bij de leeftijd, omgeving en problematiek van de jongere passende interventies. De levensloop-gedachte – integraal samenwerken en langdurig begeleiden, is hierbij het uitgangspunt. Interventies: Lokaal PGA, uitbreiden Jeugdcoaches, AJB, JeugdBoa’s, Project Straatkracht, Bewustwording in de wijk (Halt) Programmalijn 4 heeft aandacht voor de doelgroep doorgroeiers: jongeren die het stadium van Jonge Aanwas voorbij zijn en die zich bezighouden met zwaardere criminele feiten met opbouw in de justitiële documentatie. De kern van de aanpak is gericht op zorg, hulpverlening en repressie, en wordt primair gevormd door de partners van politie en openbaar ministerie. Nadrukkelijk wordt hierbij door deze partners de aansluiting bij het Zorg en Veiligheidshuis gezocht.

Interventies: Informatiegestuurd werken politie en OM, een andere focus op opsporen, doorbreken van de financiële aantrekkingskracht van ondermijnende criminaliteit, een innovatieve persoonsgerichte aanpak voor doorgroeiers onder de paraplu van Zorg- en Veiligheidshuis, nazorg (ex-) gedetineerden

Uitgangspunten Binnen het totale plan van aanpak hanteren we een aantal uitgangspunten met elkaar: •

We behouden wat lokaal werkt en zetten in op het verstevigen van bestaande samenwer-

•

Waar nodig ontwikkelen we nieuwe interventies, waarbij we altijd uitgaan van de lokale con-

kingsverbanden, overlegstructuren en interventies. text zodat we het benodigde lokale maatwerk kunnen bieden. •

We zetten in op het inzichtelijk krijgen van beschermende en risicofactoren per wijk en brengen focus op wijk- of stadsdeelniveau aan waar nodig. Daarbij gaat onze aandacht in eerste aanleg uit naar de bestaande kwetsbare stadsdelen. We geloven erin dat jeugdnetwerken

7

fluïde zijn, criminaliteit zich niet aan de grenzen van een wijk of stadsdeel houdt, en dat een stadsbrede visie bijdraagt aan het vergroten van onze flexibiliteit. •

We zetten in op maatwerk. Om maatwerk mogelijk te kunnen maken is meer zicht op de verschillende doelgroepen, hun aard en omvang nodig.

•

We verbinden het sociaal domein (incl. onderwijs) meer nadrukkelijk aan het veiligheidsdomein. Ook leggen we concrete dwarsverbanden met de aanpak ondermijning.

•

We verstevigen de samenwerking tussen de gemeente en de justitieketen.

•

We hanteren het uitgangspunt dat we integraal samenwerken met al onze partners en dat we ontwikkelen door te experimenteren en te leren.

•

We delen onze kennis en ervaring in de regio en voorzien regiogemeenten van advies.

Leeswijzer In het eerste hoofdstuk wordt een nadere uitleg gegeven wat er verstaan wordt onder de doelgroepen van Preventie met Gezag: kwetsbare jongeren, jonge aanwas, doorgroeiers en de harde kern. Daarna volgt een samenvatting van de probleemanalyse. De volledige probleemanalyse is te vinden in bijlage 1. Na de probleemanalyse wordt via de programmalijnen uiteengezet hoe we de aanpak binnen Preventie met Gezag nader vorm willen geven. Tot slot wordt ingegaan op de samenwerkingsstructuren, de programmastructuur, monitoring, leren en ontwikkelen. In de bijlage is naast de probleemanalyse ook een overzicht opgenomen wat we al doen in Nijmegen vanuit preventie en repressie en een overzicht van de respondenten die hebben bijgedragen aan de probleemanalyse.

8

1. Doelgroepen Het ministerie richt zich met Preventie met Gezag op de minderjarigen en jongvolwassenen van 8 tot en met 27 jaar en maakt daarbij onderscheid tussen kwetsbare jongeren of risicojeugd, jonge aanwas, doorgroeiers en harde kern. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke criteria er per doelgroep worden gehanteerd. De categorieën zijn niet sluitend, en het onderscheid is niet in alle gevallen volledig scherp te maken. Er is daarom sprake van werkdefinities die ondersteunen bij het formuleren van ambities, doelstellingen en de programmalijnen. In het hoofdstuk ‘probleemanalyse’ wordt een nadere onderbouwing gegeven, en in bijlage 1 uitgebreide probleemanalyse is tevens meer achtergrond informatie te vinden over de doelgroepen. Doelgroep

Omschrijving

Kwetsbare jongeren of risicojeugd

Jongeren (8 t/m 27 jaar) die kwetsbaar zijn voor overlast gevend of crimineel gedrag. De ‘potentiële’ jonge aanwas.

Jonge aanwas

Jongeren (8 t/m 27 jaar) die door het verrichten van kleine hand- en spandiensten de eerste stappen zetten in de ondermijnende criminaliteit.

Doorgroeiers

Jongeren in de leeftijd van 12 t/m 27 jaar, waarbij een toename van diverse strafbare feiten zichtbaar is, die in contact staan met criminele samenwerkingsverbanden/ vrienden/familieleden.

Harde kern

Beroepscriminelen met een stevige verzameling antecedenten en een grote actieradius, die vaak regionaal, landelijk en zelfs internationaal actief zijn

De focus van Preventie met Gezag ligt in eerste instantie op de doelgroepen kwetsbare jongeren of risicojeugd, jonge aanwas en doorgroeiers. De doelgroep Harde Kern vraagt vooral inzet van de justitiële partners en is minder geschikt voor een integrale aanpak waarin preventie en gezag samenwerken en krijgt daarom niet de primaire focus in Preventie met Gezag. Dit neemt niet weg dat er ook oog moet zijn voor de doelgroep Harde Kern.

Kwetsbare jeugd of risicojeugd De doelgroep kwetsbare jeugd of risicojeugd is gericht op jongeren van 8 t/m 27 jaar die risico lopen om in de (ondermijnende) criminaliteit te worden getrokken of te stappen. Zij plegen op dit moment nog geen strafbare feiten, maar zijn door bijvoorbeeld de aanwezigheid van één of meerdere risicofactoren wel vatbaar voor criminaliteit. Het is de doelgroep die voor de jonge aanwas zit, ook wel geduid als ‘potentiële jonge aanwas’. In de interviews (zie hoofdstuk ‘probleemanalyse’) zijn enkele specifieke doelgroepen benoemd die extra kwetsbaar lijken: jongeren met een licht verstandelijke beperking, jongeren in het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs en jongeren in gezinnen met multi-problematiek of waar sprake is van intergenerationele overdracht. Op basis van de gegevens op de website Zicht op ondermijning kan een voorzichtige inschatting worden gegeven van het aantal jongeren tussen de 8 en 23 jaar dat een hoog risico loopt op deelname aan ondermijnende drugscriminaliteit. Deze schattingen zijn gebaseerd op gegevens tot en met 2019 en geven slechts een voorzichtige indicatie. Het percentage jongeren in Nijmegen dat risico loopt op deelname aan ondermijnende drugscriminaliteit is volgens deze schatting 6%. Dit

9

is vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde. Op basis van het aantal jongeren tussen de 10 en 24 jaar in Nijmegen op 1 januari 2022 betekent dit ongeveer 2270 jongeren. Het percentage jongeren dat risico loopt, verschilt echter tussen de stadsdelen: het percentage risicojongeren in Lindenholt is het hoogst (10%), gevolgd door OudWest en Dukenburg (9%) en Nieuw-West (7%). Het percentage is het laagst in Noord (3%). Professionals weten op dit moment niet goed waar ze signalen over kwetsbare jongeren kunnen delen. Als ze de signalen delen, dan kan er vervolgens niet goed op worden geacteerd. Deze jongeren voldoen veelal (nog) niet aan criteria voor een persoonsgerichte aanpak in het Zorg- en Veiligheidshuis en bij de reguliere hulpverlening die uitgaat van een vrijwillige hulpvraag, slaat de hulp vaak niet aan of komt niet van de grond. Het is volgens de professionals nodig om deze signalen eerder op te pakken en een passend aanbod in te zetten. Er is samengevat behoefte aan versterking van vroegsignalering, mogelijke uitbreiding van passende interventies en procesregie op deze doelgroep.

Jonge aanwas Jonge aanwas zijn de jongeren (8 t/m 27 jaar) die door het verrichten van hand- en spandiensten de eerste stappen zetten in de criminaliteit. Ook op de aard en omvang van jonge aanwas is geen goed zicht1. De professionals geven aan dat de jongeren van wie zijn vermoeden dat zij onder jonge aanwas vallen, woonachtig zijn in verschillende stadsdelen. De problematiek van jonge aanwas kan al te groot zijn voor de reguliere hulpverlening. Er is behoefte aan een persoonsgerichte aanpak onder regie van de gemeente. Een aanpak met drangkaders is mogelijk ook passend voor jongeren uit de groep kwetsbare jeugd die zich nog niet schuldig maakt aan ondermijnende delicten en die zorgmijdend is of bij wie de vrijwillige hulpverlening niet (meer) aanslaat. Vroegsignalering is nodig om deze groep van potentiële jonge aanwas beter in beeld te krijgen. Nu komen ze vaak pas goed in beeld als er al sprake is van ernstige feiten. Sommige jongeren lijken de stap van potentiële jonge aanwas naar jonge aanwas over te slaan.

Doorgroeiers Doorgroeiers zijn de jongeren van 12 t/m 27 jaar die: “reeds strafbare feiten plegen en bij wie een toename van strafbare feiten zichtbaar is, waar sprake is van drugs- of wapencriminaliteit of criminaliteitsvormen als geweld en witwassen, en die in contact staan met criminele samenwerkingsverbanden en/of criminele vrienden en/of criminele familieleden”. Ook op omvang van de doelgroep doorgroeiers is nog niet voldoende zicht. Er moet nader onderzocht worden hoe groot deze doelgroep (ongeveer) is, in welke overlegstructuur deze jongeren het best besproken kunnen worden en of er voldoende passend aanbod is om deze doelgroep te helpen. Voor deze groep is een integrale aanpak nodig, waarbij (strafrechtelijke) dwangtrajecten ingezet kunnen worden.

Harde kern Naast deze doelgroepen is er nog een zogenaamde ‘harde kern’. Dit zijn beroepscriminelen met een stevige verzameling antecedenten en een grote actieradius, die vaak regionaal, landelijk en zelfs internationaal actief zijn. Zicht op deze jongeren, die al verwikkeld zijn in de georganiseerde

1

Op basis van een voorzichtige schatting van de jeugdcoaches zijn er in Nijmegen tussen 145 en 190 jonge-

ren die onder de doelgroep jonge aanwas kunnen vallen waarvan mogelijk ook al jongeren doorgroeiers zijn.

10

criminaliteit en al een aansturende rol en/of sleutelpositie hebben verworven, ontbreekt. Het aanpakken van deze jongeren heeft mogelijk een ontwrichtende werking voor de ondermijnende criminaliteit. Deze jongeren kunnen binnen de strafrechtketen worden aangepakt. Zorg en hulpverlening is voor deze jongeren veelal een gepasseerd station. Zij kunnen eventueel in het kader van een nazorgtraject in het Zorg- en Veiligheidshuis worden geagendeerd als blijkt dat ze na detentie wél openstaan voor hulp.

 



Maatregelen Voor de doelgroep risicojongeren zijn de preventieve maatregelen erop gericht te voorkomen dat kinderen en jongeren zich tot jonge aanwas gaan ontwikkelen. Voor de doelgroep jonge aanwas is een combinatie van preventieve en corrigerende maatregelen erop gericht dat zij niet zullen doorgroeien en zich positief zullen ontwikkelen. Voor de doelgroep doorgroeiers zullen repressieve maatregelen in combinatie met herstelgerichte maatregelen worden ingezet. Voor alle doelgroepen geldt dat vanuit een levensloopbenadering interventies ingezet dienen te worden die passen bij de levensfase van de jongere en zijn of haar leefomgeving. Daarnaast is bij de aanpak ook aandacht voor het feit dat een jongere ook slachtoffer kan zijn. Daarnaast richten de je justitiële partners - en daar waar nodig met medewerking van de gemeente - zich niet alleen op jongeren, maar ook op de (kopstukken binnen) criminele organisaties die jongeren werven, faciliteren en/ of waar jongeren zich bij aansluiten.

11

2. Probleemanalyse Om een nader beeld te krijgen van de problematiek op het gebied van ondermijnende jeugdcriminaliteit in Nijmegen is een probleemanalyse uitgevoerd. Deze is vooral gebaseerd op wat professionals in de wijken zien, op geregistreerde criminaliteit door de politie (art 8 Wet Politiegegevens) en cijfers van de gemeente Nijmegen2 over een set van risicofactoren voor ondermijnende criminaliteit. Er zijn negentien (groeps-) interviews gehouden met 41 vertegenwoordigers van de preventieve en justitiële partners in de keten3. Aan de interviews hebben zowel respondenten vanuit het management als uitvoerende professionals in de wijken deelgenomen. In de interviews is gevraagd naar het perspectief van de respondenten op de problematiek met betrekking tot de doelgroepen van Preventie met Gezag in Nijmegen. Welke problemen zien zij in de praktijk? Welke registratiegegevens hebben zij over de doelgroepen van Preventie met Gezag? Op welke fenomenen of specifieke doelgroep(en) moet Preventie met Gezag zich volgens hen richten? Het beeld uit de interviews en de beschikbare cijfers van politie uit het incidentenregistratiesysteem Basisvoorziening Handhaving (BHV), gemeente en overige ketenpartners is vervolgens besproken in een focussessie met alle ketenpartners en op basis daarvan verder aangevuld. De belangrijkste bevindingen worden hieronder samengevat.

De volledige probleemanalyse is terug te lezen in bijlage 1. De probleemanalyse levert nog geen compleet beeld op van de doelgroepen. Dit beeld moet in het eerste jaar nader worden getoetst en aangevuld worden.

Nijmegen: stadsdelen met verschillende risicofactoren In Nijmegen wonen in 2022 in totaal 179.232 inwoners, verdeeld over negen stadsdelen en 44 wijken. Nijmegen ligt dicht bij de Duitse grens. De stad ligt grotendeels op de zuidelijke oever van de Waal. Eind jaren negentig volgde de uitbreiding naar het noorden aan de overkant van de rivier. Vanaf eind jaren negentig is in het gebied rond de reeds bestaande dorpen Lent, Ressen en Oosterhout veel nieuwbouw gerealiseerd. De stadsdelen hebben hun eigen kenmerken. Ruim 37.800 inwoners zijn tussen de 10 en 24 jaar. Dit is ongeveer een vijfde van de bevolking. De meeste jongeren tussen de 10 en 24 jaar wonen in Nijmegen Oost. Het grootste deel daarvan zijn studenten tussen de 20 en 24 jaar. Afgezet tegen het aantal inwoners per stadsdeel is het percentage 10-14-jarigen het grootst in Noord (8%). Het percentage 15- tot 19-jarigen is in alle stadsdelen, met uitzondering van Centrum en Oud-West, 5% tot 6%.

2

De cijfers zijn ontleend aan het dashboard www.zichtopwijken.nl en gemeentelijk dashboard

https://public.tableau.com/app/profile/gemeentenijmegen/viz/Gebiedsverschillen/Begin 3

12

Zie respondentenlijst in bijlage 3

 

 

  

 

 

  

 

   

   

Figuur 1 percentage jongeren per stadsdeel De set met risicofactoren die is onderzocht, is weergegeven in tabel 14. Het gaat hierbij om een selectie van risicofactoren. De mate waarin de onderzochte risicofactoren voor (ondermijnende) criminaliteit aanwezig zijn verschilt per stadsdeel, maar ook tussen de wijken binnen stadsdelen. Het gaat hierbij om risicofactoren die een indicatie geven over de kwetsbaarheid van jeugd voor ondermijnende criminaliteit. Naarmate er meer risicofactoren in een wijk of stadsdeel aanwezig zijn, is de kwetsbaarheid van jongeren groter. De vergelijking van de stadsdelen op de onderzochte risicofactoren geven een indicatie van de stadsdelen waar jongeren in meer risicovolle omstandigheden voor ondermijnende criminaliteit opgroeien. Dit betekent overigens niet dat alle jongeren die opgroeien in die risicovolle omstandigheden ook in de criminaliteit terecht komen. Daarnaast is het ook goed om te kijken naar beschermende factoren: factoren die een buffer vormen tegen de invloed van de aanwezige risicofactoren. In tabel 1 is met groen weergegeven of de wijken hoger (positiever) scoren dan het gemiddelde in Nijmegen en met rood lager (negatiever) scoren dan gemiddeld in Nijmegen. In sommige wijken en stadsdelen is sprake van meer risicofactoren dan in andere.

Wijken hebben een eigen karakter en daarmee specifieke risico’s voor ouders en jongeren, maar in alle stadsdelen zijn er jongeren met risicofactoren.

4

Hierbij is gebruik gemaakt van de set van indicatoren die ook door het ministerie van Justitie en Vei-

ligheid wordt gehanteerd voor de selectie van gemeenten voor Preventie met Gezag. Aangevuld met enkele andere indicatoren op basis van de literatuur over jonge aanwas. Deze set van indicatoren is niet compleet en niet van alle risicofactoren zijn registratiecijfers beschikbaar voor (de stadsdelen van) Nijmegen.

13

Tabel 1 Onderzochte risicofactoren voor jonge aanwas: vergelijking stadsdelen met gemiddelde Nijmegen5 Indicator

Bron

Leefbaarheid6

Leefbaro- 2020 meter

SES-WOA score7

CBS

% jongeren 0-23 CBS jaar met jeugdhulp8 % kwetsbare huishoudens9 % voortijdig schoolverlaters11 Meldingen overlast per 10.000 inw.12

Neder- Nijmegen Noord Centrum Oost Oudland West

Nieuw- Midden Zuid Duken- LindenWest burg holt

4,19

4,06

4,25

4,06 4,21

4,01

4,01

4,13

4

3,89

3,95

2019

0

-0,19

0,33

-0,31 -0,16

-0,27

-0,28

-0,13

-0,3

-0,33

-0,1

2020

10%

8%

9%

3%

4%

7%

8%

6%

7%

10%

10%

Sociaal 2021 statistisch bestand KIS Wijk- 2020 monitor Politie 2022

10

4%

2%

2%

2%

6%

6%

4%

6%

7%

5%

2%

3%

1%

4%

3%

3%

3%

1%

4%

4%

4%

262

402

148

1.888

292

392

403

301

273

278

312

2021

23%

16%

47%

13% 14%

11%

15%

13% 15%

23%

22%

2022

nb

2,4

2,6

4,2

1,5

1

2

1,5

1,2

3,2

6.2

Zicht op 2018 ondermijning

0,16

0,15

0,14

0,14 0,13

0,16

0,16

0,14 0,16

0,18

0,18

% Meldingen Politie jeugdoverlast van de meldingen overlast 13 Aantal meldingen CBS jeugdoverlast per 100 jongeren tussen 10 en 24 jaar14 Risicoscore jonge aanwas drugscriminaliteit15

jaar

5

De cijfers zijn ontleend aan het dashboard www.zichtopwijken.nl en gemeentelijk dashboard https://pu-

blic.tableau.com/app/profile/gemeentenijmegen/viz/Gebiedsverschillen/Begin. De bron die op het dashboard is gebruikt is weergegeven in de tabel evenals het jaar waarop de cijfers betrekking hebben 6

De onderverdeling van de scores luidt als volgt: zeer onvoldoende (<= 3,67), ruim onvoldoende (3,67 -

3,74), onvoldoende (3,74 - 3,81), zwak (3,81 - 3,93), voldoende (3,93 - 3,99), ruim voldoende (3,99 - 4,11), goed (4,11 - 4,19), zeer goed (4,19 - 4,27) en uitstekend (4,27 +) 7

De score is gebaseerd op gegevens over welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname. Bij een

hogere score zijn de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk. 8

Percentage van personen tussen 0 en 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt

hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering. https://public.tableau.com/app/profile/gemeentenijmegen/viz/Gebiedsverschillen/Begin. 9

Minstens 5 klantregelingen voor ondersteuning van huishoudens op het gebied van werk, inkomen, zorg

en jeugd in het jaar voorafgaand aan peilmoment 1-1-2021. 10 Lokale cijfers geen cijfer voor Nederland bekend. 11 Percentage voortijdig schoolverlaters op het totaal aantal leerlingen. 12 Totaal registraties overlast bij de politie 13 Percentage meldingen overlast bij de politie waarbij wordt geklaagd over jeugd, bijvoorbeeld: hangjeugd, geluidsoverlast door jeugd. 14 Aantal meldingen jeugdoverlast bij politie op basis van dashboard overlast in de buurt in 2022 afgezet tegen het aantal jongeren tussen 10 en 24 jaar op peildatum 1 januari 2022. 15 Jongeren die volgens het risicomodel van Zicht op Ondermijning worden aangewezen als potentiële jonge drugsverdachten www.zichtopondermijning.nl.

14

De stadsdelen Dukenburg en Lindenholt scoren op bijna alle risicofactoren lager, dat wil zeggen negatiever dan het Nijmeegse gemiddelde. Op basis van de cijfers op het niveau van wijken en de interviews is bekend dat er binnen de stadsdelen verschillen zijn tussen de wijken. Door zowel professionals uit het sociaal domein als door de politie worden de stadsdelen Dukenburg en Lindenholt en de wijken Hatert, Neerbosch-Oost en de Wolfskuil genoemd als verhoogd risicovol. In de interviews wordt tegelijkertijd opgemerkt dat er voor gewaakt moet worden alleen in te zetten op deze wijken waar van oudsher meestal op wordt ingezet. Dit werkt niet alleen stigmatiserend, maar hierdoor worden volgens professionals ook risicojongeren gemist in stadsdelen waar uit de cijfers geen signalen naar voren komen. Noord wordt bijvoorbeeld door meerdere jeugd- en gezinsprofessionals genoemd als het stadsdeel waar zij een toename van risicojeugd zien en verwachten in de toekomst, terwijl dit stadsdeel niet bovengemiddeld slecht scoort in de cijfers. De redenen voor deze zorgen zijn divers. Er wonen veel jongeren tussen de 10 en 14 jaar, het percentage jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp is hoger dan gemiddeld in Nijmegen en tijdens corona viel in deze wijk de psychische problematiek op bij jongeren.

De hypothese van de jeugdprofessionals is dat op grond van deze redenen jongeren minder weerbaar zijn, waardoor zij mogelijk ook te verleiden zijn tot klussen voor criminele ondermijnende netwerken. In hoeverre de hypothese klopt moet nader worden onderzocht. Dit geldt ook voor het percentage jeugdhulp gebruikers. Het feit dat jongeren gebruik maken van jeugdhulp wil niet zonder meer zeggen dat zij ook een verhoogd risico lopen om in de ondermijnende criminaliteit terecht te komen. Het ontvangen van hulp kan immers ook afglijden richting de criminaliteit voorkomen. Jeugdhulp is dan juist een beschermende factor.

Fluïde jeugdnetwerken In Nijmegen zijn er meerdere fluïde problematische jeugdnetwerken actief. Dit blijkt uit een eerste verkennende analyse van de gemeente Nijmegen16 naar problematische jeugdgroepen en de interviews met de professionals in de wijk. De problematische netwerken houden zich niet op bij vaste locaties en er is overlap in personen tussen de netwerken. De jongeren binnen een problematisch jeugdnetwerk wonen in verschillende stadsdelen, maar ook jongeren van gemeenten in de regio en van buiten de regio maken deel uit van deze netwerken. Jongeren in deze problematische jeugdnetwerken leren elkaar veelal kennen op school of in de wijk en houden online contact. In scholen voor voortgezet onderwijs en mbo komen jongeren uit alle wijken en stadsdelen en ook uit de regio samen.

16 Weideveld, C. (2023). Preventie van jonge aanwas in de gemeente Nijmegen. Bachelorscriptie. Enschede: Hogeschool Saxion.

15

Uit dit eerste beeld blijkt dat het merendeel van de jongeren in de onderzochte problematische jeugdnetwerken tussen de 12 en 15 jaar is, maar ook kinderen tussen de 10 en 12 jaar worden gesignaleerd. Binnen deze netwerken vormen jongeren tussen de 15 en 18 jaar een belangrijke groep. Voor deze jongeren geldt dat zij hun plek in het netwerk hebben gevonden en kansen krijgen om door te groeien in het netwerk richting (ondermijnende) criminaliteit. De jeugdprofessionals in de wijk zien een kantelpunt rond de 18 jaar. Dan maken de meesten de keuze om verder te gaan in de criminaliteit of een normaal bestaan op te gaan bouwen. Dit blijkt ook uit de literatuur. 17 Dit eerste beeld geeft nog geen duidelijk zicht op hoeveel jongeren in Nijmegen deel uitmaken van alle actieve fluïde jeugdnetwerken. Ook is er nog geen goed zicht op de aard en omvang van de ondermijnende criminele activiteiten die deze jongeren plegen.

Social Media De rol van social media is volgens de geïnterviewde professionals in de wijk groot. Zij vangen signalen op dat via social media contact wordt gelegd en onderhouden, dat jongeren worden geronseld voor klusjes ten dienste van criminelen of dat jongeren zichzelf aanbieden voor klusjes via sociale mediakanalen. Ook starten volgens hen conflicten tussen jongeren vaak op social media en worden vervolgens live uitgevochten. Tevens gaven de respondenten van de jeugdreclasseringaan dat er sprake is van rivaliteit en wraakacties tussen jeugdnetwerken onderling. Sociale media bieden dus een snelle en eenvoudige manier om contact te onderhouden en er zijn voldoende kanalen om nieuwe contacten te vinden. Daarnaast vormen Internet en sociale media een bron van informatie. In de praktijk uit zich dat bijvoorbeeld via Telegram-groepen waarin tips worden gedeeld over hoe (gedigitaliseerde) criminaliteit uitgevoerd kan worden, en groepen waar jongeren online geronseld worden als loopjongen of geldezel. Vaak gaat dit gepaard met de belofte dat er snel geld verdiend kan worden. Op deze manier zetten jongeren de eerste stappen in het criminele circuit via de online wereld. Dit is ook bekend uit de literatuur en onderzoek.18 Daarnaast blijkt uit de interviews dat professionals een hiaat zien in het huidige aanbod voor jongeren in deze fluïde problematische jeugdnetwerken.

Zij voldoen vaak nog niet aan de criteria voor de persoonsgerichte aanpak in het Zorg- en Veiligheidshuis, en vrijwillige hulpverlening sluit niet altijd aan bij deze jongeren of zij gedragen zich zorgmijdend.

17 Weijers, I., Ferwerda, H., & Roks, R. (2021). Te groot voor de wijkagent, te klein voor de recherche. PROCES, 100(5), 264–275. https://doi.org/10.5553/proces/016500762021100005002 Weijers, I. (2022). Kansen bieden, kansen pakken. De aanpak van jonge veelplegers. Amsterdam: SWP. Weijers, I., Ferwerda, H. & Roks, R. (2021a). Verharding van de jeugdcriminaliteit. Het probleem van de potentiële doorgroeiers. Nederlands Juristenblad, 96(1): 14-20. 18 De Jong, J.D. (2022). Jongerenwerk voor de 2%. Leiden: Haagse Hogeschool. Adjiembaks, S.D., Boer, A.H. & Oude Lansink, M.J. (2022). (On)zichtbare beelden van jonge aanwas in de drugscriminaliteit. Een meta-analyse van tien deelonderzoeken in de regio Midden-Nederland. Utrecht: ESSA Research/programma Straatwaarde(n) van het RIEC Midden-Nederland. Boer, H. de, Ferwerda H. & Kuppens, J. (2022). Do or Don’t. Kennissynthese ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde criminaliteit. Arnhem: Bureau Beke (in opdracht van Ministerie van Justitie en Veiligheid, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum).

16

Criminaliteitsfenomenen Het criminaliteitsbeeld onder minderjarigen en jongvolwassenen tussen de 12 en 28 jaar lijkt de afgelopen jaren veranderd. Bij de interpretatie van de cijfers moeten we rekening houden met de coronaperiode. In 2020 en 2021 waren jongeren minder op straat en zijn afdoeningen niet uitgevoerd of uitgesteld. Op het niveau van Nijmegen zien we een afname van het aantal verdachten in 2021 die daardoor mogelijk te verklaren is. In 2022 is er een toename van het aantal Nijmeegse verdachten tussen de 12 en 30 jaar. De periode van een jaar is te kort om hier al conclusies aan te verbinden. Bovendien gaat dit om verdachten van alle delicten en niet alleen van ondermijnende criminaliteit. Voor de 18-22-jarigen en 25-29 jarigen komt 2022 niet op het niveau van 2020. Voor de leeftijdscategorie 25-29-jarigen is sprake van een dalende trend vanaf 2020. Figuur 2 Ontwikkeling van het aantal Nijmeegse verdachten tussen 2018 en 2022 naar leeftijdscategorie

Bron: politiedata Niet alle criminaliteit is ondermijnende criminaliteit. Nadere analyse van het type delicten laat zien dat in de politieregistratie het aantal verdachten van geweldsdelicten tussen de 12 en 30 jaar het grootst is. Dit gaat om zogenaamde aangiftecriminaliteit (en dus in politiesystemen goed zichtbare criminaliteit). Of dit geweld samenhangt met ondermijnde criminaliteit is niet duidelijk. Daarnaast valt een piek van online fraude door Nijmeegse verdachten op in 2020.19 De periode van coronamaatregelen kan hierop van invloed zijn geweest. Na een afname in 2021 neemt het aantal verdachten van online fraude in 2022 weer toe. Ook het aantal Nijmeegse verdachten van drugsbezit neemt toe in 2022. In de cijfers over de eerste helft van 2023 is te zien dat het aantal Nijmeegse verdachten van drugsbezit al bijna op het niveau van heel 2022 is. Het is echter niet

19 Het aantal geregistreerde verdachten door de politie tussen de 12 en 20 jaar voor online fraude is inde periode 2018-2022 als volgt: •

2018: 96

•

2019: 104

•

2020: 226

•

2021:104

•

2022:108

17

bekend of en zo ja hoe deze delicten gerelateerd zijn aan ondermijnende criminaliteit. Daarvoor is meer onderzoek nodig. De meeste delicten worden geregistreerd in het stadsdeel centrum (ongeveer 50%). Stadsdeel centrum komt ook in onderzoek van het WODC (2022) naar voren als een stadsdeel waar veel criminaliteit plaatsvindt. De verdeling over de andere stadsdelen is ongeveer gelijk. De verdachten die delicten plegen in de verschillende stadsdelen komen niet allen uit het stadsdeel waarin de delicten worden gepleegd, maar ook uit andere stadsdelen en van buiten Nijmegen. De jeugdprofessionals in de wijken en scholen maken zich vooral zorgen om de toename van geweld en wapenbezit. Zij zien jongeren tussen 12 en 15 jaar, maar ook kinderen onder de 12 jaar die geweld gebruiken. Dit neemt volgens hen toe. Dit gaat om signalen en aannames die deze professionals niet met cijfers kunnen onderbouwen. Volgens dezelfde professionals gebruiken jongeren tussen de 12 en 15 jaar geweld om status te verwerven. Het geweld hangt ook samen met drugsdelicten. De professionals signaleren dat deze jongeren ook als loopjongen voor drugshandel of als geldezel worden ingezet. Deze signalen komen nog niet voldoende uit de registratiesystemen naar voren, en daarom is het van belang om deze nader te onderzoeken. Volgens de Boer et al.

(2022)20 zijn jongeren die niet bang zijn om geweld te gebruiken namelijk interessant voor criminelen.

Conclusies Op basis van de probleemanalyse zijn de volgende conclusies geformuleerd: •

De probleemanalyse leunt vooral op zachte informatie die professionals aandragen. Er is nog geen goed en onderbouwd beeld van de problematiek en de aard en omvang van de verschillende doelgroepen van Preventie met Gezag. De signalen van professionals moeten nader worden onderzocht en onderbouwd. Er is behoefte aan harde informatie, onder meer door een verdiepende analyse waarbij naast artikel 8, ook artikel. 9 en 10 WpG informatie alsmede informatie uit de gemeentelijke registratiesystemen wordt betrokken.

•

Het beeld over de risico- en beschermende factoren, de fluïde problematische jeugdnetwerken en de ondermijnende vormen van criminaliteit is nog niet scherp. Om gericht interventies in te zetten, is een scherper beeld nodig op jongeren en jongvolwassenen die risico lopen de (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit in te gaan of daarin door te groeien en om (kopstukken van) criminele organisaties waar zij zich bij aansluiten aan te pakken.

•

Professionals, zowel in de preventiekant als aan de gezag kant, maken zich in Nijmegen vooral zorgen om de toename van geweld, wapenbezit en –gebruik, drugsgebruik en - handel. Nadere analyse is nodig om te controleren of dit beeld klopt en hoe het zich dan verhoudt tot ondermijnende en georganiseerde criminaliteit.

•

Er is geen integraal beeld binnen welke overlegstructuren de risicosignalen over de verschillende doelgroepen worden besproken. Zo worden in de wijkbriefings signalen gedeeld over jeugdoverlast en risicofactoren tussen jeugdprofessionals, politie en toezicht. Deze jongeren worden mogelijk ook op andere overlegtafels besproken. Er zijn nu geen duidelijke afspraken over welke signalen waar gedeeld worden en welke professionals gericht acteren op deze signalen.

20 De Boer, H., Ferwerda, H., Kuppens, I. & Kathmann, K. (2022). Do or don’t. Kennissynthese ingroeimechanismen en recruteringsprocessen in de georganiseerde criminaliteit. Bureau Beke.

18

•

Er is behoefte aan goede (vroeg-) signalering, procesregie en overzicht van (en informatiedeling tussen) overlegstructuren binnen de gemeente en duidelijkheid rond informatiedeling tussen de gemeente en de justitieketen.

•

Er worden in Nijmegen al veel interventies ingezet voor jeugd, maar de aanpak is verkokerd. Op strategisch, tactisch en uitvoerend niveau wordt regie gemist. Er is behoefte aan een versterking van de samenwerking tussen de partners in de keten en specifiek voor de doelgroepen van Preventie met Gezag.

•

Er is een stadsbrede aanpak nodig die gebaseerd is op een beter beeld van risico- en beschermende factoren die aansluit bij stadsdeelprogramma’s van de verschillende specifieke wijken en aandacht voor gerichte opsporing en vervolging. Er is een goede analyse nodig van het bestaande zorgaanbod voor de doelgroepen van Preventie met Gezag en evaluatie van (erkende) interventies die al worden ingezet. Op basis van de uitkomsten kunnen interventies gestopt of vervangen, doorontwikkeld en geïntensiveerd en aanvullende interventies ingezet.

19

3. Programmalijnen Binnen de vier programmalijnen werken we aan verschillende doelen. Deze zijn in onderstaand schema weergegeven. Per programmalijn worden de doelen die we willen bereiken en de activiteiten/interventies die we daarvoor inzetten en de welke resultaten we voorzien beschreven. We versterken het aanbod en activiteiten die we reeds in zetten en geven aan welke extra activiteiten en interventies we willen inzetten. Programmalijn 1:

Programmalijn 2: Versterken

Programmalijn 3: Eerder

Programmalijn 4: Intensivering

Versterken van de basis voor

(online) weerbaarheid

ingrijpen en corrigeren jonge

aanpak doorgroeiers

een succesvolle aanpak

risicojeugd en gezin

aanwas

1. Verkrijgen van een 1. Het (online) weerbaarder 1. Verminderen van het doorlopend actueel maken van jongeren en aantal jongeren dat informatie- en analysebeeld gezinnen door interventies deel gaat nemen in 2. Het verbeteren van in te zetten op de risico- en de ondermijnende/ informatie-uitwisseling beschermende factoren. georganiseerde tussen ketenpartners, 2. Het (online) weerbaarder criminaliteit en/ of deel professionals in wijk en maken van jeugdigen en gaat uitmaken van een justitiële partners ouders door het vergroten of meer georganiseerde/ 3. Integrale sturing door van bewustzijn ten aanzien ondermijnende criminele de verankering van de van risico’s op ronselen, (jeugd)netwerken die in aanpak binnen zowel het verleiding en ingroeiNijmegen actief zijn. jeugdbeleid en onderwijsmechanismen vanuit 2. Versterken (lokale) als het veiligheidsbeleid de georganiseerde en persoonsgerichte aanpak en aanpalende ondermijnende criminaliteit beleidsdomeinen. Tussen de verschillende beleidsterreinen wordt een duidelijke verbinding gelegd 4. Versterken van de samenwerking tussen de gemeente en de justitieketen.

1. Verminderen van het aantal doorgroeiers 2. Gerichte opsporing en vervolging van doorgroeiers 3. Voorkomen dat doorgroeiers jongeren ronselen voor criminele activiteiten. 4. Versterken van de integrale persoonsgerichte aanpak voor doorgroeiers waarbij aandacht is voor nazorg en re-integratie voor deze doelgroep en het feit dat deze jongeren ook slachtoffers kunnen zijn 5. Zicht op de criminele geldstromen van doorgroeiers en het afpakken van crimineel vermogen van doorgroeiers en de criminele en ondermijnende organisaties waarin zij actief zijn.

1 2 34 20

Programmalijn 1 - Versterken van de basis voor succesvolle aanpak Bij deze programmalijn ligt het accent in het eerste jaar van Preventie met Gezag. Het bereiken van de doelstellingen van deze programmalijn is een essentiële randvoorwaarde voor het goed inrichten en uitvoeren van de andere drie programmalijnen. Op basis van de resultaten in programmalijn 1 worden programmalijnen 2, 3 en 4 indien nodig nader gespecifieerd en aangepast.

Doelstellingen Binnen programmalijn 1 werken we aan vier doelstellingen. Om de doelstellingen te bereiken zijn een aantal interventies geformuleerd. 1. Het verkrijgen van een doorlopend en actueel informatie- en analysebeeld Deze doelstelling bestaat uit twee subdoelstellingen: -

Het verkrijgen van een doorlopen en actueel informatie- en analysebeeld van de aard en omvang van de verschillende vormen van (gedigitaliseerde) ondermijnende/georganiseerde criminaliteit waar jeugdigen in Nijmegen bij betrokken zijn en de ondermijnende/ georganiseerde criminele organisaties/ netwerken. Hierbij is ook aandacht voor de online leefwereld.

-

Het verkrijgen van een doorlopend en actueel informatie- en analysebeeld van de verschillende doelgroepen en de (beïnvloedbare) risicofactoren en beschermende factoren die voor een aanpak door deze doelgroepen van belang zijn.

2. Het verbeteren van informatie-uitwisseling tussen ketenpartners, professionals in wijk en justitiële partners inclusief (on)mogelijkheden informatiedeling. 3. Integrale sturing door de verankering van de aanpak binnen zowel het jeugdbeleid en onderwijs- als het veiligheidsbeleid en aanpalende beleidsdomeinen. Tussen de verschillende beleidsterreinen wordt een duidelijke verbinding gelegd 4. Versterken van de samenwerking tussen de gemeente en de justitieketen.

Interventie 1.1 – Integrale en doorlopende (netwerk-) analyse Zoals uit de probleemanalyse is gebleken kan in Nijmegen het zicht op de diverse onderdelen rondom jeugd en ondermijning nog verbeterd worden. Dit gaan we aanpakken door een verdiepende analyse te laten uitvoeren naar de aard en omvang van de risicojeugd, jonge aanwas en de doorgroeiers. Deze analyse gaat inzicht geven in de verbinding tussen de (boven) lokale jeugd en (ondermijnende) criminele netwerken. Doel van dit onderzoek is om beter inzichtelijk te hebben wat er speelt en hoe de verschillende doelgroepen eruit zien. Op basis van deze analyse geeft het OM richting aan opsporingsactiviteiten van de politie. Tevens kan deze analyse gebruikt worden voor het selecteren van jongeren voor een integrale domeinoverstijgende persoonsgerichte aanpak. Daarnaast laat de gemeente een verdiepende analyse van data uit de gemeentelijke registratiesystemen en literatuuronderzoek uitvoeren op de aanwezige en/of beïnvloedbare risico- en beschermende factoren per wijk. Ook wordt onderzocht welke interventies die factoren in positieve zin kunnen beïnvloeden. Als basis gebruikt de gemeente het balansmodel Bakker et al.21 Samen met de ketenpartners bepaalt de gemeenten welke risico- en beschermende factoren nader

21 https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-08/BalansmodelBakker.pdf Bron: NJI

21

worden onderzocht. Op basis van de uitkomst van deze analyse bepalen de gemeenten en de ketenpartners op welke risico- en beschermende factoren in de andere programmalijnen moeten worden ingezet en of de interventies die worden ingezet hiervoor voldoende zijn. Resultaat Actueel informatie- en analysebeeld van aard en omvang van jeugd en ondermijnende criminaliteit en de factoren die beïnvloedbaar zijn. Op basis hiervan kan integraal worden bepaald welke interventies worden ingezet, of het huidige aanbod van interventies afdoende is, en volgen keuzes over eventuele uitbreiding van het aanbod aan interventies die aansluit bij de doelstellingen van de aanpak en de belangrijkste risico en beschermende factoren. Uiteindelijke effect van de analyse is het verkrijgen van een actueel informatie- en analysebeeld op het terrein van jeugd en ondermijnende criminaliteit. Daarbij is het van belang om een manier te vinden waardoor dit beeld doorlopend herijkt kan worden.

Interventie 1.2 – Verstevigen samenwerking en informatie-uitwisseling Het Zorg- en Veiligheidshuis en de afdeling Veiligheid herontwerpen de groepsaanpak in relatie tot de vroegsignalering in de wijken, de lokale persoonsgerichte aanpak en de systeem/ persoonsgerichte aanpak in het Zorg- en Veiligheidshuis. De basis voor deze groepsaanpak wordt het vernieuwde 7-stappenmodel; een werkproces voor de aanpak van problematische jeugdgroepen en groepsgedrag. Partners uit het preventieve en het repressieve werkveld worden hier nauw bij betrokken. Met het implementeren van het 7-stappenplan wordt er ook een basis gelegd van zorgvuldige gegevensverwerking middels een convenant jeugdcriminaliteit aanpak. De Regisseur Jeugd en de beleidsadviseur van het sociaal domein gaan dit werkproces samen met de relevante samenwerkingspartners implementeren met als doel het verbeteren van de samenwerking, heldere rolverdeling, duidelijke overlegstructuren en afspraken over de privacy en gegevensuitwisseling. Nadrukkelijk wordt hierbij ook gekeken naar de samenhang en samenwerking met verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente, en de samenwerking met ketenpartners buiten de gemeente.

In brede zin zetten we in op het verstevigen van de bestaande samenwerking met de partners. Dit geldt zowel voor interne afdelingen van de gemeente, zoals team Leerrecht en RMC, als voor externe partijen zoals de Raad voor de Kinderbescherming, Buurtteams Jeugd en Gezin, politie,

22

OM en de reclasseringsorganisaties22. We onderzoeken in welke overlegstructuren welke partners participeren, aan welke overlegtafels partners missen, welke informatie binnen welke structuren wordt uitgewisseld en waar verbindingen en afspraken moeten worden herzien of verbeterd. De aanname is dat onder de jonge aanwas en doorgroeiers veel schoolverzuim plaats vindt. Het aanpakken van schoolverzuim vraagt nauwe samenwerking tussen de leerplichtambtenaar van de gemeente Nijmegen en de verschillende ketenpartners. De wettelijke taak van leerplicht is vastgelegd in de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). Eén van de uitgangspunten is ‘licht waar kan, zwaar waar nodig’. Dit betekent dat de leerplichtambtenaar altijd eerst preventief zoekt naar andere oplossingen dan handhaven. Vroegtijdige inzet van jeugdhulp/jeugdzorg staat voorop. Pas op het moment dat dit niet leidt tot het stoppen van het schoolverzuim of uitval voorkomt, is nauwe samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming en het OM nodig. Het OM wil strafzaken afdoen aan de hand van contextinformatie. Deze informatie geeft namelijk meer inzicht in de problematiek van de jongere en geeft daarmee onderbouwing voor een betekenisvolle interventie. Dit betekent dat de medewerkers van team Leerrecht en RMC bij alle doelgroepen van Preventie met Gezag betrokken zijn.

Resultaat De samenwerking tussen de ketenpartners is sterk verbeterd en draagt bij aan vroegtijdige signalering van problemen van jongeren. De aanpak van ondermijnende criminaliteit waar jongeren als dader en/of slachtoffer bij betrokken (kunnen) raken maakt onderdeel uit van het jeugdbeleid van de gemeente Nijmegen.

Programmalijn 2 - Versterken (online) weerbaarheid en perspectief bieden risicojongeren en gezin Programmalijn 2 focust op de weerbaarheid van jongeren en de systemen om hen heen, en op het bieden van perspectief voor jeugdigen en gezinnen. Daarbij staat niet alleen de klassieke driehoek school - thuis - straat centraal, maar nadrukkelijk ook op de digitale wereld waarin veel jeugdigen zich bewegen. Er staan twee doelstellingen centraal die worden bereikt door middel van het inzetten van drie interventies.

Doelstellingen Deze programmalijn bestaat uit twee doelstellingen: 1. Het (online) weerbaarder maken van jongeren en gezinnen door interventies in te zetten op de risico- en beschermende factoren. 2. Het (online) weerbaarder maken van jeugdigen en ouders door het vergroten van bewustzijn ten aanzien van risico’s op ronselen, verleiding en ingroeimechanismen vanuit de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit.

22 2RO is aangesloten bij de vorming van het plan en afhankelijk van de uitkomsten van de netwerk analyse kan er afweging gemaakt worden of en welke rol de 2RO heeft zowel buiten als binnen de wettelijk taken.

23

Interventie 2.1 – Versterken beschermende factoren voor jongeren en gezin Voorkomen is altijd beter dan genezen. We willen daarom voorkomen dat jongeren risicojongeren worden, en dat risicojongeren ‘doorgroeien’ naar de doelgroep jonge aanwas of doorgroeiers. Om dit te bereiken zetten we stevig in op het versterken van beschermende factoren.23 Er is hierbij zowel preventief jeugdbeleid in het algemeen en specifiek voor risicojongeren. Preventie draagt bij aan veilig en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren. Bovendien is minder inzet nodig van bijvoorbeeld jeugdhulp en minder inzet van de politie wanneer we voorkomen dat jongeren criminele feiten gaan plegen. In Nijmegen is er een breed wijkgericht- en welzijnsaanbod van waaruit we diverse interventies op het gebied van opvoedondersteuning worden aangeboden (zie voor een uitgebreid overzicht bijlage 2). Er wordt breed ingezet op kinder- en jongerenwerk. Uit onderzoek24 is gebleken dat deelname aan professioneel jongerenwerk bijdraagt aan de persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie van jongeren. De jongerenwerkers van Bindkracht10 zijn niet alleen te vinden in de wijken en op straat, maar sinds 2022 ook op alle scholen voor voortgezet onderwijs in de stad. Op deze manier leggen zij een stevigere verbinding tussen de leefwerelden van jongeren (school-thuis-straat).

Daarnaast maakt Nijmegen gebruik van het aanbod van FC Social Work (o.a. Futsal Chabbab25), waarbij het doel is om schooluitval onder kinderen en jongeren te beperken, overlast in de wijk te verminderen en zelfontplooiing te bevorderen. De jongeren worden binnen én buiten de sportzaal op hun gedrag gecoacht en volgen verplicht huiswerkbegeleiding als de schoolprestaties achterblijven. Deze organisaties werken nauw samen met onder andere de jeugdcoaches op het moment dat zij signalen krijgen over risicojongeren. De Jeugdcoaches zijn vooral effectief op de groep jeugd die zich sterk aangetrokken voelt tot straatcultuur (zie interventie 3.1). De Jeugdcoaches aanpak is een vorm van “specialistisch jongerenwerk”.26 In de probleemanalyse is aangegeven dat de problematische netwerken divers en fluïde zijn, en dat er zowel op school als in de wijken contacten worden gelegd. Dat betekent dat preventie mogelijk op meer plekken moet worden ingezet of dat op de bekende plekken moeten worden verstevigd. Op basis van de uitkomsten van de analyse uit programmalijn 1 worden nadere keuzes gemaakt hoe de preventieve aanpak kan worden verstevigd of uitgebreid, door in te zetten op de beschermende factoren die in Nijmegen bijdragen om risicojongeren en het gezin te begeleiden. Hierbij staan de volgende elementen centraal: •

Uitbreiden van het aanbod opvoedondersteuning om ouders te bereiken en langdurig te betrekken bij risicojongeren. Op basis van de analyse (zie interventie 1.1) bepalen we welke interventies hier het best passend zijn. Het jongerenwerk werkt met de tien beschermende factoren en de werkzame principes PBS in de wijk gebruiken zij dagelijks. We denken hierbij aan werkzame elementen die we kunnen toevoegen aan het bestaande aanbod uit bijvoor-

23 In de programmalijnen spreken we over risico- en beschermende factoren. Deze zijn in het balansmodel van Bakker en co. weergegeven (klik hier voor het model. Bron: NJI) 24 Een van de onderzoeken is het promotieonderzoek van J. Sonneveld, Growth opportunities in professional youth work: Contribution of a multi-methodic approach on the personal development and social participation of socially vulnerable youngsters — Tilburg University Research Portal. Daarnaast heeft het lectoraat Youthspot van de Hogeschool van Amsterdam diverse onderzoeken gedaan over de inzet van professioneel jongerenwerk en de bewezen effecten. 25 Futsal Chabbab | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl) 26 De Jong, J.D. (2022). Jongerenwerk voor de ‘2%’. Leiden: Hogeschool Leiden, Lectoraat Jeugdcriminaliteit

24

beeld (PBS)27 in de wijk •

Versterken en uitbreiden van het jongerenwerk en jeugdcoaches op die plekken waar jongeren gevoeliger zijn voor groepsdruk of waar veel (risico-) jongeren bij elkaar komen. Dit doen we binnen de leefomgevingen van deze jongeren op school en in de wijken waar dit nodig is.

•

Het online-jongerenwerk wordt verstevigd. Zij zijn al online aanwezig en besteden aandacht aan de online weerbaarheid van jongeren. Extra interventies rondom risicojongeren kunnen ontwikkeld worden. Daarnaast wordt deze interventie verbonden aan de onder programmalijn 3 genoemde interventies op gebied van jeugd en cyber. Tevens wordt de mogelijkheid onderzocht om bijvoorbeeld meer intensief te gaan samenwerken met de digitale wijkagenten van Nijmegen.

•

Inzet voor thema activiteiten, zoals campagne rondom wapens ‘Lives not knives’, bijeenkomsten voor jongeren, themalessen passend bij de thema’s die passen bij Preventie met Gezag.

Resultaat Door het versterken van de beschermende factoren en het terugdringen van risicofactoren wordt de voedingsbodem voor ondermijnende criminaliteit verminderd.

Interventie 2.2 – Proactieve wijkgerichte aanpak versterken (kansRIJK) Nijmegen gaat samen met de gecertificeerde instelling (Jeugdreclassering JeugdBescherming Gelderland, William Schrikker) de forensische expertise meer naar de voorkant brengen, door het project kansRIJK in te zetten. Dit is een wijkgerichte proactieve aanpak ter voorkoming van risicovol (delict-) gedrag of herhaling van het delict gedrag. In een vroeg stadium wordt een verklarende analyse gemaakt van criminogene risico- en beschermende factoren. Deze specifieke kennis en vaardigheden van de jeugdreclassering worden eerder ingezet ten behoeve van het vergroten van de kennis en expertise van de Buurtteams Jeugd en Gezin. We versterken hiermee onze lokale toegang naar laagdrempelige zorg. Het onderzoek ‘Monitor jeugdcriminaliteit 2020’ bevestigt het belang van een gezamenlijke aanpak en een eerdere focus op mogelijk delict gedrag. Het niet alleen herkennen preventief maar ook proactief interveniëren op een zorgelijk ontwikkeling is nodig. Dit sluit aan bij onze doelstelling om vroeg signaleren te versterken en de samenhang te vergroten gericht op preventie en repressie. Resultaat De vroegsignalering van risicojongeren wordt verbeterd waardoor we eerder proactief kunnen interveniëren.

27 Positive Behavior Support (PBS) IN DE WIJK is gericht op het bouwen van een positieve wijkcultuur waarin de volwassenen kinderen en jongeren structureel en consequent positief benaderen, duidelijk zijn over wat ze van hen verwachten en prosociaal gedrag voorleven en waarderen. PBS IN DE WIJK ondersteunt professionals, vrijwilligers en andere betrokkenen met concrete handvatten om deze positieve benadering duurzaam vorm te geven. Deze handvatten zijn gebaseerd op de principes van het sturen van effectief gedrag sturen. Ze leren gewenst gedrag concreet te maken en uit te lokken, het goede voorbeeld te geven, en gewenst gedrag te versterken. Ongewenst gedrag leren ze om te buigen door de aandacht ervoor te minimaliseren, snel in te grijpen en alternatief, gewenst gedrag uit te lokken. Door dit te doen vanuit gezamenlijk vastgestelde waarden, die gezamenlijke taal en focus opleveren, ontstaat een gezamenlijke pedagogische visie en een positief opvoed- en opgroeiklimaat.

25

Interventie 2.3 - Projectleider Jeugd en Cyber Voor de uitvoering van de activiteiten rond jeugd en cybercriminaliteit is uitvoeringscapaciteit bij de gemeente nodig. In de kostenraming is hiervoor een projectleider Jeugd en Cyber opgenomen. Daarnaast zal er een beroep worden gedaan op andere relevante gemeentelijke diensten en afdelingen. Randvoorwaarde is dat er daarnaast ook prioriteit en capaciteit bij politie en OM beschikbaar is. Afstemming hierover vindt plaats binnen de integrale aanpak. De negatieve gevolgen van ongewenst of zelfs strafbaar gedrag in de cyberwereld heeft op leerlingen en daarmee ook op de scholen effect. Vanuit een gezamenlijk belang zullen met het lokale onderwijsveld afspraken worden gemaakt om het overvragen van het onderwijs met interventies op het gebied van jeugd en cyber te voorkomen en aan te sluiten bij de mogelijkheden en behoeften van scholen op dit thema. Daarnaast wordt ook actief de verbinding gelegd me het jongerenwerk en de digitale wijkagenten. Specifiek voor de doelgroep risicojeugd worden onder aansturing van projectleider de volgende specifieke interventies ingezet: Re_B00TCMP Aansluitend op interventie 1 van deze programmalijn wordt ingezet op het programma Re-B00TCMP in op de digitale leefwereld van jongeren.

Deze interventie heeft als doel dat jongeren hun digitale vaardigheden potentieel kunnen inzetten voor malafide praktijken. Middels deze interventie sturen we jongeren die het risico lopen om online de grens op te gaan sturen tijdig bij. Zo behouden we het talent voor de samenleving op een positieve manier. Tevens bieden we jongeren een alternatief en een perspectief waarbij zij door het inzetten van hun digitale vaardigheden de maatschappij kunnen helpen. De Gemeente Nijmegen heeft Re_B00tCMP in het voorjaar van 2023 al eens uitgevoerd. Een jaarlijkse herhaling van deze interventie kan van meerwaarde zijn. HackShield Ook bij de jongere kinderen tussen 8 en 12 jaar zetten we in op hen beter weerbaar maken tegen cybercriminaliteit. We nemen een abonnement af op HackShield. HackShield richt zich voornamelijk op kinderen tussen 8 en 12 jaar, maar kan ook voor jongeren van 12-16 en 18+ worden gebruikt. Aan de hand van games rond verschillende thema’s leren kinderen (en jongeren) zichzelf en hun omgeving beter beschermen tegen online gevaar. Door de digitale vorm is het niet gebonden aan scholen, maar kan wel door scholen worden gebruikt om cybercriminaliteit bespreekbaar te maken. Hackright en Geldezels Ook de interventies rondom Hackright en Geldezels zullen worden gecoördineerd door de Projectleider Jeugd en Cyber.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=63e5da58-4c37-425d-93aa-6887c70a0463