CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan, toelichting en regels

Besluitronde (raadsvergadering) 8 maart 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Coördinatie ontwerpbestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) en ontwerpverkeersbesluit Scheidemakershof (14/2023)29.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.

4.

Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.

8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1.

2.

Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemenging. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid.

Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 37

3.

realiseren. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau.

4.

Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad.

5.

Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om het Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier en Burchtstraat/Augustijnenstraat.

6.

7.

Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen.

8.

We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.

In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant:

38 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Compacte dynamische stad. Het planvoornemen betreft een ontwikkeling binnen en op een bestaand pand. Het gebruik wordt ter plaatse geïntensiveerd, zonder een vergroting van het ruimtebeslag. Door de combinatie van woningen, werkplekken en andere functies blijft de stad aantrekkelijk om in te wonen, werken en te verblijven. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan de transformatie van het stadscentrum van 'place to buy' naar 'place to meet'.

De ontwikkeling draagt verder (beperkt) bij aan de richtinggevend keuzes: Duurzame mobiliteit, Groene, Gezonde Stad en Energieopgave. De daken worden veelal groen ingericht en bieden mogelijkheden voor de opvang van water. Daarnaast is hier ruimte voor ontmoeting en worden de woningen duurzaam en gasloos ontwikkeld. De ontwikkeling betreft een 'autoloze' ontwikkeling en het gebruik van de fiets, OV en andere vervoersmiddelen worden gestimuleerd.

3.3.2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met gemeentelijk beleid. Het plangebied aan de Grote Markt 3, 3A en 4 en Broerstraat 10, 12 en 14 ligt in de binnenstad van Nijmegen. Het centrumgebied leent zich bij uitstek voor een diversiteit aan functies. Om de levendigheid van het gebied als geheel te bevorderen is het wenselijk om werkfuncties en wonen te combineren in dit gebied. De werk of winkelfuncties zorgen voor activiteit overdag terwijl de woonfunctie ervoor zorgt dat het gebied ook 's avonds niet verlaten is.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 39

40 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bezonning en windhinder

In paragraaf 2.3 worden de stedenbouwkundige karakteristieken van het plan beschreven. Middels bezonning- en windhinderonderzoek is de compositie van bouwblokken aangescherpt zodat een goede aansluiting op de directe omgeving ontstaat.

Bezonning Een bezonningstudie is uitgevoerd (zie bijlage 1). Uit de bezonningsstudie blijkt dat de realisatie van de optopping geen onevenredig nadelig effect heeft op de omgeving. Weliswaar leidt de optopping tot enige (extra) schaduwwerking op de woningen aan de Augustijnenstraat op twee maatgevende momenten (21 maart, 10:00 uur; 23 september; 10.00 uur) maar is de bezonning nog ruim voldoende voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Door de terugligging van de optopping ten opzichte van de voorgevel van het bestaande pand ontstaat aan de kant van de terrassen aan de Grote Markt en de Broerstraat geen (extra) schaduwwerking buiten de contouren van het plangebied.

Windhinder In een windhinderonderzoek zijn de te verwachten windcondities rond het plangebied en op het dakterras onderzocht (zie bijlage 2). De overheersende windrichtingen in het plangebied zijn zuidzuidwest en westzuidwest. Wind zal frequenter en met hogere snelheden uit deze richtingen aanstromen. Momenteel wordt het huidige gebouw goed beschut tegen wind uit deze windrichtingen door de omliggende bebouwing.

De verhoging van het bouwvolume met maximaal vijf bouwlagen zorgt ervoor dat deze volumes boven de omliggende bebouwing zullen uitsteken. Echter, door het trapsgewijze verloop van de bouwlagen richting het noorden en het behouden van het bestaande westelijke bouwdeel aan de Augustijnenstraat zal de wind die door de verhoogde volumes opgevangen wordt, lokaal afremmen om zich vervolgens te verspreiden. Het wordt dan ook aannemelijk geacht dat de herontwikkeling van het voormalig V&D-gebouw geen nadelig effect zal hebben op het comfort van voetgangers in de omgeving. Optredende windcondities zullen vergelijkbaar zijn met de huidige situatie.

Daarnaast geldt dat, gezien het goede beschutte karakter van de nieuwe gas, verwacht wordt dat de windcondities hier relatief kalm zijn. Dit geldt ook voor het openbare dakterras, door zijn beschutte ligging ten opzichte van de overheersende windrichtingen zullen kalme windcondities optreden.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 41

4.2

Bedrijven en milieuzonering; industrielawaai

4.2.1

Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

De toepassing van milieuzones en richtafstanden ten opzichte van de verschillende omgevingstypen, zoals een rustige woonwijk of gemengd gebied, gaat uit van het principe van functiescheiding. Ten aan zien van het plangebied is echter sprake van een functiemengingsgebied zoals bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In zo'n gebied is van oudsher reeds sprake van een matige tot sterke functiemenging, waar milieubelastende en milieugevoelige functies op dusdanig korte afstand van elkaar zijn gesitueerd, dat de richtafstanden (en dus functiescheiding) niet goed toepasbaar zijn, zonder dat hiermee ook het karakter van het gebied (ongewild) wordt aangetast. In bijlage 1 bij de regels wordt dit nader toegelicht.

In gebieden met functiemenging wordt niet gewerkt met richtafstanden. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie, ruimtelijk relevante, milieucategorieën: categorie A: activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen en andere milieugevoelige functies kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijvigheid zijn daarbij toereikend. Gebouwen zijn aanpandig indien zij constructief aan elkaar zijn gebouwd, waardoor contactgeluid via een constructieve verbinding mogelijk is; categorie B: activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere milieugevoelige functies dienen plaats te vinden. Gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden, die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn (201303879/1/A2); categorie C: de activiteiten zoals genoemd onder categorie B, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

42 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Ook detailhandel en kantoren zijn in dit plan onderworpen aan de VNG-methodiek en ondergebracht in de staat van bedrijfsactiviteiten. Het doel hiervan is om duidelijkheid en rechtszekerheid ten aanzien van deze functies, met een vaak grote maatschappelijke impact, te verschaffen. De SvB van dit bestemmingsplan wijkt op enkele onderdelen af van de bedrijvenlijst van bijlage 1 van de VNG-publicatie. Allereerst valt qua vormgeving op dat, anders dan in de VNG-brochure (bijlage 1 van de VNG-brochure volgt de SBI-indeling), de indeling van de methodiek van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) is aangehouden. Hierbinnen zijn vervolgens de verschillende functies en hoofdgroepen van de VNG-brochure (inclusief code) ingebracht. Tevens is aangegeven of de betreffende categorie in aanmerking komt voor functiemenging en zo ja, welk type (A, B of C) van toepassing is. De SvB van dit bestemmingsplan is opgenomen in bijlage 2 bij de regels. Ook de staat van horeca-activiteiten is ondergebracht in deze SVB. Conform de toelichting in bijlage 1 wordt daarbij nog steeds onderscheiden in de drie categorieën licht, middelzware en zware horeca.

4.2.2

Toetsing

Activiteiten omgeving In de omgeving staat het daar geldende bestemmingsplan binnen de bestemming 'Gemengd-3' bedrijven van categorie 1 en 2 toe (en is 'gemengd gebied' als uitgangspunt genomen). De grootste richtafstand voor categorie 2 bedrijven bedraagt 30 meter. Binnen gemengd gebied bedraagt deze richtafstand 10 meter. De meest nabij gelegen 'Gemengd-3'-bestemming grenst direct aan het plangebied, namelijk aan Broerstraat 16. Hier is momenteel een winkel gevestigd. Vanuit het gebruik als winkel ontstaat geen belemmering. Hoewel niet te verwachten is dat de detailhandelsfunctie hier plaats maakt voor een bedrijf van categorie 2 zijn bedrijfsactiviteiten planologisch wel mogelijk.

Het meest maatgevende aspect betreft dus het aspect geluid van categorie 2-bedrijven die in de aangrenzende bebouwing planologisch mogelijk zijn. Deze bedrijfsactiviteiten zijn alleen op de begane grond binnen de bebouwing mogelijk. De beoogde woningen worden op de verdiepingen gerealiseerd. Hierdoor ontstaat een ruimere afstand tussen de mogelijke gebruiksactiviteiten en de gevoelige woonfuncties.

Het plangebied is verder direct gelegen aan de evenementenlocatie ‘Burchtstraat-De Grote Markt’. Voor een evenement wordt een evenementenvergunning verleend. Daarin worden ook voorwaarden voor geluid gesteld. Onderzoek naar de effecten van evenementen is niet nodig.

Gezien de inpandige bedrijfsactiviteiten, de afstand tussen de woon- en bedrijfsfunctie en de toe te passen geluidsisolatie is sprake van een voldoende afschermende werking. Hoewel niet aan de richtafstand van 10 meter voor geluid kan worden voldaan is vanwege de situering en de beschreven maatregelen geen sprake van een belemmering uit het oogpunt van milieuzonering.

Activiteiten plangebied In het plangebied zelf zijn uitsluitend detailhandel, horeca, dienstverlening en kantoren toegestaan, voor zover deze voorkomen in categorie A en B van de SVB. Het gaat om

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 43

activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen en andere milieugevoelige functies kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijvigheid zijn daarbij toereikend.

Ten aanzien van horeca gaat het in beginsel om lichte horeca: bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds geopend zijn en slechts in beperkte mate hinder voor omwonenden veroorzaken. Hierbij gaat het vooral over (kleinschalige): restaurants, cafetaria's, ijssalons, koffiebars en dergelijke. Bedrijven van deze categorie met openingstijden uitsluitend in de dagperiode zijn geplaatst in categorie A. Bedrijven met avondopenstelling zijn ondergebracht in categorie B. Dit komt overeen met categorie 1 en 2 bij milieuzonering.

Volgens de SVB valt ook middelzware horeca onder categorie B. Het gaat om bedrijven die grotere hinder kunnen veroorzaken voor omwonenden door de ruime openingstijden. Hierbij kan worden gedacht aan café's en bars zonder al te zware muziekbelasting, taveernes, cocktailbars, etc. Deze bedrijven zijn over het algemeen passend binnen weinig gevoelige gebieden, zoals centrumgebieden met primair een functie voor detailhandel en voorzieningen. Het zijn bedrijven die passen binnen type B, of categorie 3.1 bij functiescheiding.

Omdat nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt in de optopping van het gebouw is voor deze activiteiten op het maatgevend aspect geluid nader onderzoek verricht. Het aspect geur heeft een kleinere richtafstand (10 meter in geval van een rustige woonwijk, 0 meter in geval van gemengd gebied) en is niet maatgevend. Het onderzoek naar industrielawaai is als bijlage 3 toegevoegd.

1.

Dakterras Op het dak van de ontwikkeling wordt een horecagelegenheid met terras gerealiseerd. In bepaalde gevallen kan met name het stemgeluid van mensen op terrassen of het ten gehore brengen van muziek tot geluidoverlast leiden bij de buren. In dit geval zijn dat dan de nieuw te bouwen appartementen. Het stemgeluid op een dak dient bij de beoordeling van een horecaterras bij toetsing aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit te worden meegenomen omdat het niet direct aan de straat is gelegen en dit geluid dus niet opgaat in het omgevingsgeluid.

Uit de berekeningen in het onderzoek naar industrielawaai blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde appartementen en dat bedrijven niet in hun belangen worden geschaad, onder de volgende voorwaarden: a.

het terras met een maximale oppervlakte van 300 m² moet worden gesitueerd binnen de aanduiding 'terras'. Hiermee is voldoende afstand tot de woningen geborgd. b. het terras en het horecapaviljoen mogen alleen in de dagperiode (van 07.00 tot 19.00 uur) en in de avondperiode (van 19.00 tot 23.00 uur) geopend zijn (en dus niet in de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur). c. op het teras is geen versterkte muziek toegestaan. Met deze voorwaarden in de verbeelding en de regels van dit plan vindt geen overschrijding plaats van de grenswaarden voor het maximaal geluidniveau en is een goed woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen daarmee geborgd.

44 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

De Groene Stadstuin (in totaal circa 1.850 m², inclusief terras) is een geluidluwe (niet private) buitenruimte: er wordt ruim voldaan aan de (voorkeurs)grenswaarde voor wegverkeerslawaai (zie paragraaf 4.3). Met oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is in het onderzoek ter plaatse van de gemeenschappelijke buitenruimte een afzonderlijk toetspunt gemodelleerd (TP99) op 10 m uit het terras. Uit de rekenresultaten blijkt dat, zowel ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als ten aanzien van het maximaal geluidniveau, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat er een voldoende grote gezamenlijke buitenruimte is met een goed woon- en leefklimaat.

2.

Installaties De bestaande installaties op het dak van de tweede verdieping moeten worden afgeschermd voor een goede stedenbouwkundige inpassing en voor vermindering van de geluidbelasting van de omliggende woningen. De afscherming moet de zichtlijn van de woningen richting de geluidbronnen onderbreken en wordt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de geluidbronnen geplaatst. De afscherming moet minimaal beschikken over een massa van 10 kg/m2 en mag geen openingen hebben. Deze voorwaarden zijn als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit plan: het gebruik conform de bestemming Gemengd is alleen toegestaan als met inachtneming van deze voorwaarden een scherm is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

3.

Laden en lossen: Aan de achterzijde van het pand vindt aan de west- en de oostzijde laden en lossen van vrachtwagens plaats. Uit de rekenresultaten blijkt dat de appartementen dicht bij de opstelplaatsen voor vrachtwagens voor laden en lossen ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau een geluidbelasting hoger dan de richtwaarde van 50 dB(A) in de dagperiode ondervinden. Er wordt hier wel aan de grenswaarde van 55 dB(A) voldaan. Ook in de nachtperiode ondervindt een aantal appartementen een geluidbelasting hoger dan de richtwaarde van 40 dB(A) en ook hoger dan de grenswaarde van 45 dB(A). Wat betreft de overschrijding van de grenswaarde geldt dat cumulatie hier geen rol speelt, omdat gezien de ligging van de appartementen in de luwte van veel andere gebouwen geen hoge geluidbelastingen vanwege andere bronnen te verwachten zijn.

Er is sprake van een aanvaardbare situatie wanneer het geluidniveau in een appartement niet meer bedraagt dan 35 dB(A) in de dagperiode en 25 dB(A) in de nachtperiode. Bij geluidbelastingen tot 55 dB(A) in de dagperiode en 51 dB(A) in de nachtperiode moeten de gevels van de appartementen dan over een geluidwering van minstens 20 dB(A) respectievelijk 26 dB(A) beschikken om het binnenniveau van 35 respectievelijk 25 dB(A) te kunnen garanderen. Uit het Bouwbesluit 2012 volgt dat elke gevel van normale bouwkundige opzet (bij nieuwbouw) over een geluidwering van minstens 20 dB(A) beschikt. Ook een geluidwering van minstens 26 dB(A) is zeker haalbaar bij transformatie. Met deze voorzieningen aan de gevels is ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de appartementen.

Ten aanzien van het maximale geluidniveau wordt - zonder piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer - voldaan aan de grenswaarde uit stap 3 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Wel is sprake van overschrijdingen door piekgeluiden als gevolg van aan- en

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 45

afrijdend verkeer (vanwege laden en lossen). Deze en andere piekgeluiden worden echter inherent geacht aan het woon- en leefklimaat in het centrum van een grote stad. De piekgeluiden zijn bovendien niet aan een bedrijf of een andere inrichting toe te rekenen: ze zijn afkomstig van openbaar gebied. Tot slot is slechts op een heel beperkt aantal momenten op een dag sprake van deze piekgeluiden. Gelet hierop en gelet op de geluidwering die nodig is in verband met het langtijdgemiddelde geluidniveau zou de financiële en technische impact van de benodigde extra geluidwering vanwege de piekgeluiden onevenredig zijn. Rekening houdend met het hoogstedelijk karakter van het plangebied en de aard en de frequentie van de piekgeluiden blijft sprake een goed woon- en leefklimaat en zijn afschermende maatregelen niet proportioneel.

Conclusie Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen is aanvaardbaar. Er zijn daarnaast geen bedrijven in de omgeving die door de voorgenomen ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

4.3

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een weg. Wegen waarvoor een maximum toegestane snelheid geldt van 30 km/uur en die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen zijn niet gezoneerd en daardoor niet onderzoeksplichtig.

De voorkeursgrenswaarde uit de Wgh voor wegverkeer bedraagt 48 dB. De maximum toegestane geluidbelasting voor wegverkeer bedraagt 63 dB. De voorkeursgrenswaarde mag worden overschreden als geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel dat deze voorzieningen om stedenbouwkundige, verkeerskundige of om financiële redenen niet wenselijk zijn. Na deze maatregelenafweging moet aan de voorwaarden uit de beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder worden voldaan. De voorwaarden zijn als volgt: Er moet een ontheffingscriterium van toepassing zijn; Elke woning moet minimaal één geluidluwe zijde hebben (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB); Elke woning met buitenruimte moet minimaal één buitenruimte aan de geluidluwe zijde hebben (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB); Als de geluidbelasting op een woning hoger is dan 53 dB vanwege wegverkeer dan geldt voor een woning een indelingseis, minimaal één slaapkamer moet aan een geluidluwe zijde liggen (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB).

Als aan de voorwaarden uit de beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder wordt voldaan, kan een hogere waarde worden vastgesteld.

Toetsing De huidige bebouwing, voormalig winkelpand, wordt deels getransformeerd tot woningen. De woningen liggen niet binnen de zone van een gezoneerde weg. Het plangebied ligt in een

46 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

voetgangersgebied. Omliggende wegen hebben grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/uur. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege deze wegen op de nieuwe woningen berekend. Dit onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 34 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB plaats. Er zijn vanuit het aspect wegverkeerslawaai dan ook een belemmeringen voor de realisatie van het plan

4.4

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven.

Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxid jaargemiddelde 40 µg/m³ e (NO2) concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ concentratie fijn stof jaargemiddelde 25 µg /m³ (PM2,5) concentratie tabel 4.1: grenswaarden maatgevende stoffen Wm

Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (Wm) kunnen bestuursorganen bevoegdheden uitoefenen die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit zoals de vaststelling van een wijzigingsplan. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wm.

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 47

ontsluitingsweg.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens ook rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.

Toetsing De ontwikkeling van maximaal 181 nieuwe woningen in dit bestemmingsplan valt binnen de drempelwaarde van de NIBM-regeling. Onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

In de omgeving van het plangebied is daarnaast sprake van weinig verkeer. De jaargemiddelde concentraties in het gebied zijn dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden.

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Wettelijk kader

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden.

4.5.2

Toetsing

Op 4 mei en 27 september 2022 heeft de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid geadviseerd over dit plan. In haar advies benoemt de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid de volgende relevante risicobronnen in de nabijheid van het plangebied (bron: Risicoregister Gevaarlijke Stoffen/Risicokaart, Provinciale signaleringskaart, scenarioboek Externe Veiligheid). De planlocatie ligt: Geheel in het invloedsgebied van de basisnetroute water, te weten de rivier de Waal (op circa 600 meter afstand); Geheel in het invloedsgebied van het basisnetroute spoor, te weten het spoortracé Nijmegen-Arnhem (op circa 300 meter afstand).

Verantwoording groepsrisico De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van het toxische scenario vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over beide routes. Beide liggen op ruime afstand, waardoor de

48 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid akkoord gaat met het toepassen van een standaardtekstparagraaf externe veiligheid voor de verantwoording van het groepsrisico, zoals opgenomen in de Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen, januari 2014 (zie figuur 4.1). Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand van een risicobron waar alleen het toxische scenario nog relevant is, wordt conform deze beleidsvisie (de tekst standaardtekstparagraaf bij) verantwoordingsniveau 3a toegepast (zie figuur 4.1):

figuur 4.1: standaardtekstparagraaf verantwoordingsniveau 3a (bron: Beleidsvisie externe

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 49

veiligheid Nijmegen)

Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening Het Bouwbesluit 2012 is het wettelijk kader voor de aspecten bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening (artikel 6.30, 6.37 en 6.38). Voor een goede ruimtelijke ordening wordt tevens de “handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland als onderlegger gehanteerd.

Het gebouw is gekenmerkt als hoogbouw. De hoogste verdiepingsvloer ligt boven 20 meter (totale bouwhoogte circa 34 meter). Daarnaast betreft het ook een complex bouwwerk, vanwege meerdere functies in het gebouw, grote inzetdiepte en de beperkte bereikbaarheid vanwege de stedelijke omgeving. De inrichting van het bouwwerk is niet beschikbaar waardoor er geen specifieke toetsing heeft plaatsgevonden. Hieronder zijn de algemene normen opgenomen. De plannen voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn reeds aan de Veiligheidsregio voorgelegd. Dit vanwege een maatwerkadvies voor dit gebouw.

Voor de bereikbaarheid van de functies zoals de appartementen dient een brandweervoertuig de (hoofd)entree binnen 10 meter te kunnen benaderen met een brandweervoertuig. Binnen deze afstand moet een opstelplaats voor een hulpverleningsvoertuig beschikbaar zijn met een afmeting van 10 bij 4 meter. Deze opstelplaats moet te allen tijde vrij van obstakels blijven en als zodanig zijn aangeduid.

De route naar de opstelplaats moet een draagkracht hebben volgens verkeersklasse 30. Tevens moet de route een vrije breedte van 4,00 meter en hoogte 4,20 meter bezitten. De bochtstralen van de bochten moeten voldoen aan een binnenbochtstraal van 5,50 meter en een buitenbochtstraal van 10 meter.

De inzetdiepte van de brandweer is vastgesteld op maximaal 60 meter vanwege de slanglengte. Met de opstelplaats op maximaal 10 meter vanaf een brandweertoegang blijft 50 meter inzetdiepte over. Bij overschrijding van deze afstand moeten er in het bouwwerk brandpreventieve voorzieningen getroffen worden. Dit is ook noodzakelijk als er verdiepingsvloeren hoger als 20 meter in het bouwwerk aanwezig zijn.

Binnen 40 meter van een opstelplaats voor een brandweervoertuig moet een bluswatervoorziening aanwezig zijn. Bij realisatie van een droge stijgleiding (verplicht bij verdiepingsvloeren boven de 20 meter) moet direct nabij een opstelplaats een bluswatervoorziening aanwezig zijn die minimaal 90 m3 per uur kan leveren, gedurende 4 uur. Vanwege de capaciteit is het drinkwaterleidingnet vaak niet voldoende, waardoor er teruggevallen wordt op een geboorde put. Bij realisatie van een nieuwe geboorde put zal deze moeten voldoen volgens de uitgangspunten.

De exacte locaties van de opstelplaatsen en alle vulpunten droge stijgleidingen dienen te zijner

50 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

tijd in overleg met het team OIV (Operationele Informatie Voorziening) afgestemd te worden.

Conclusie Op het gebied van externe veiligheid gaat de Veiligheidsregio akkoord met het toepassen van de standaardtekst vanwege het groepsrisico voor de rivier de Waal en het spoortracé Nijmegen-Arnhem (zie standaardtekstparagraaf verantwoordingsniveau 3a). De voorwaarden voor bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening zijn aangeduid. Voor een specifieke beoordeling wordt geadviseerd om deze aspecten bij een definitief planontwerp door de Veiliheidsregio te laten beoordelen.

4.6

Bodem

4.6.1

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

4.6.2

Toetsing

Aan de zuidoostzijde van de locatie, nabij de locatie van de beoogde fietsenkelder, moet rekening worden gehouden met een sterke bodemverontreiniging met minerale olie (afkomstig van voormalige stookolietanks). Deze verontreiniging is gesaneerd door de toegang tot de kelder waar de verontreiniging zich bevindt dicht te metselen. De verontreiniging is niet verwijderd. Wanneer op de plek van deze verontreiniging gegraven wordt, moet er gesaneerd worden.

Op de plaats waar grondwerkzaamheden zullen plaatsvinden voor het maken van een fietsenkelder is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze toelichting (Econsultancy, kenmerk 18285.005, d.d. 29 juni 2022). Uit het onderzoek blijkt dat de sterke verontreiniging met minerale olie niet aanwezig is op de locatie van de beoogde fietsenkelder. Er zijn in het onderzoek alleen lichte verontreinigingen met zware metalen aangetoond.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen voor de voorgenomen verbouwing en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 51

4.7

Ontplofbare oorlogsresten

Als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog kunnen in de gemeente Nijmegen nog ontplofbare oorlogsresten (OO's) worden aangetroffen. Ook het plangebied is ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog een verdacht gebied (zie figuur 4.2).

Vanwege deze mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog wordt ten behoeve van de veiligheid voorafgaand aan de uitvoer van de werkzaamheden een Opsporing van ontplofbare oorlogsresten (OOO) uitgevoerd.

figuur 4.2: uitsnede Milieuatlas Nijmegen, niet-gesprongen explosieven, plangebied rood omcirkeld

4.8

Water

4.8.1

Watertoets

Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

52 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

4.8.2

Algemeen

Het plan behelst de functiewijziging en optopping van een bestaand pand aan de Grote Markt 3, 3A en 4 en Broerstraat 10, 12 en 14. Het plangebied ligt in de wijk Stadscentrum en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant.

Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken, Verbinden, Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

4.8.3

Oppervlaktewater

Binnen het plangebied en directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig. De Waal is gelegen op circa 300 meter ten noorden van het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen een waterkering of buitenbeschermingszone.

4.8.4

Grondwater

In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.

Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.

4.8.5

Riolering / hemelwater

De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Grote Markt. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het Bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013).

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 53

figuur 4.3: rioolstelsel omgeving plangebied

Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant Duurzaam bouwen in het KAN (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord.

Het huishoudelijke afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering. Binnen het plangebied is sprake van een bestaand pand. Voor het huishoudelijke afvalwater wordt gebruikt gemaakt van de bestaande aansluitingen.

54 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt de aansluiting van de nieuwe functies op de bestaande aansluitingen nader uitgewerkt. In het Voorlopig ontwerp is uitgangspunt dat rondom het gebouw wordt aangesloten op het gemengd riool (roze in figuur 4.3), zowel aan de Broerstraat, de Grote Markt als het Scheidemakershof. Aan de zijde van de Grote Markt kan ook worden aangesloten op het regenwaterriool (blauw in figuur 4.3).

Met het plan wijzigt de bebouwde oppervlakte niet. Omdat sprake is van transformatie van het huidige gebouw zijn de waterbufferingseisen van de gemeente Nijmegen van toepassing. Deze betreffen 30 mm hemelwaterberging op eigen terrein. Dit betekent voor een dakoppervlak van 4.346 m2 een bergingseis van 130,4 m3. (Daarbij kan eventueel de bergingseis als gevolg van de balkons met een totale oppervlakte van maximaal 35 m² worden opgeteld: 35 m2 x 30 mm = 1,05 m³.)

Op de optopping worden veelal groene daken gerealiseerd. Deze houden hemelwater langer vast en zorgen voor een vertraagde afvoer. De daken bestaan uit Biosolar daken + private dakterrassen, de semi-openbare daktuin de Groene Markt en de Groene Gas. Op de daken worden waterretentiekratten toegepast. De daken bieden voldoende ruimte om te voldoen aan de bergingseis (zie bijlage 6): uitgaande van de toepassing van dakkratten van 85 mm is 1.630 m2 van het dakoppervlak nodig, bij dakkratten van 170 mm 815 m2 van het dakoppervlak. De exacte invulling en positie van de waterretentiekratten wordt bepaald bij de aanvraag om omgevingsvergunning.

4.9

Flora en Fauna

4.9.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.

Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992.

De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' – ten noordoosten van het plangebied - bedraagt circa 700 meter.

De werkzaamheden worden op enkele honderden meters uitgevoerd van de dichtstbijzijnde

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 55

Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied ligt - los van de stikstofuitstoot - buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Er zijn buiten eventuele stikstofeffecten geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten.

Stikstof Voor de berekening van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden wordt onderscheidt gemaakt in de gebruiksfase en in de realisatiefase. Hoewel de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) een vrijstelling regelt van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de realisatiefase van bouwwerkzaamheden, is wel een stikstofberekening gemaakt voor de realisatiefase. In bijlage 10 bij deze toelichting is de memo bij de stikstofberekeningen opgenomen, in bijlage 11 de berekening voor zowel de gebruiksfase als de realisatiefase.

Uit berekeningen met AERIUS Calculator (2021.2) voor beide fases blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de realisatie- en gebruiksfase is uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

Soortenbescherming Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat bij de verbouwing van het bestaande gebouw beschermde soorten worden bedreigd. De bebouwing staat momenteel deels leeg en is mogelijk geschikt voor de huisvesting van beschermde soorten. Door middel van een quickscan flora en fauna is beoordeeld of de bestaande bebouwing beschikt over openingen waardoor dergelijke soorten binnen kunnen komen. De quickscan flora en fauna is opgenomen in bijlage 9.

Uit het quickscan blijkt dat voor uitvoering van de plannen meer informatie nodig is over huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. In aanvulling op de quick scan is daarom een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd dat als bijlage 12 is opgenomen bij deze toelichting. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van onder andere algemene zoogdieren.

Uit het nader ecologisch onderzoek volgt dat de aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in het plangebied kan worden uitgesloten. Wel is de aanwezigheid van circa vijf nestlocaties van de huismus geconstateerd in een gevel ten zuiden van het plangebied. Bij ingrepen in de nabijheid van de aanwezige nesten dient men rekening te houden met broedperiode van de huismus. In samenpraak met een deskundige (ecoloog) dient de werkwijze te worden afgestemd met de aanwezige huismussen. Uitvoer ruim buiten de broedperiode is praktisch gezien het meest handige. Minder verstorende werkzaamheden zijn zonder meer mogelijk. Een ontheffing is inzake de huismus niet aan de orde.

56 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Uit de quickscan volgt reeds dat ten aanzien van algemene broedvogels overtredingen kunnen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uit te voeren.

Aan de westzijde van het plangebied zijn op drie plekken verblijfplaatsen aangetroffen van de gewone dwergvleermuis en aan de zuidwestelijke gevel / opbouw een mogelijk kleiner zomerverblijf. De zuidelijke en westelijke gevels van het plangebied worden door de gewone dwergvleermuis gevolgd om van en naar het plangebied te komen. Er is sprake van een vliegroute. De gebouwmassa blijft echter behouden en blijft daarmee in gelijke mate geschikt. Het plangebied heeft geen functie voor de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger en de meervleermuis.

Door de sloop van de bebouwing worden verblijfplaatsen tijdelijk weggenomen. Door voorafgaand aan de sloop geschikte alternatieven te bieden kunnen effecten worden voorkomen. Voor de twee aangetroffen verblijfplaatsen die worden weggenomen dienen minimaal 8 tijdelijke voorzieningen in de omgeving te worden aangeboden. Naast deze tijdelijke alternatieven is het noodzakelijk een duurzaam permanent alternatief te bieden. De optopping kan vrij eenvoudig geschikt gemaakt worden voor vleermuizen. Reeds zijn met de initiatiefnemer kansen besproken. Dit wordt uitgewerkt in een mitigatieplan. De sloop dient daarnaast op een vleermuisvriendelijke wijze plaats te vinden.

Door het nemen van gerichte maatregelen tijdens de sloop en in de nieuwe situatie blijft de functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen in stand en worden blijvende effecten voorkomen. Wel is het noodzakelijk om een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen. De provincie Gelderland stelt dat ook het tijdelijk wegnemen van een verblijfplaats, waarbij dieren ‘gedwongen’ worden een alternatief te vinden, ontheffingsplichtig is. Doordat op populatieniveau sprake is van relatief kleine verblijfplaatsen en met gekende middelen voldoende alternatieven kunnen worden geboden, is redelijkerwijs aan te nemen dat een ontheffing wordt verleend.

Ten behoeve van de sloop zal een ontheffing Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Hiervoor is een projectplan opgesteld dat als bijlage 13 bij deze toelichting is opgenomen. Op basis van het nader ecologisch onderzoek kunnen de maximale aantallen worden geïnterpreteerd en is bekend in welke gevels deze zich bevinden. Op basis hiervan kan voor de ontheffing Wet natuurbescherming een mitigatieplan worden opgesteld door een ter zake deskundige met daarin meer in detail de te nemen maatregelen. Hierin worden de volgende randvoorwaarden inzake de sloop en de te nemen maatregelen in de nieuwe situatie uitgewerkt: tijdig plaatsen alternatieve voorzieningen voorafgaand aan de sloop; de sloop afstemmen op de kwetsbare periode van vleermuizen: buiten de winterrust (circa medio november t/m maart); de bebouwing vóór de sloop op een diervriendelijke wijze vrijmaken van vleermuizen; treffen permanente alternatieve voorzieningen in de nieuwbouw.

Met inachtneming van (de aanvraag om) ontheffing Wet natuurbescherming en de maatregelen in het projectplan, kan worden geconcludeerd dat het plan zonder meer uitvoerbaar is uit het

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 57

oogpunt van soortenbescherming.

4.9.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In de verordening is het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd.

Het plangebied ligt op circa 300 meter afstand van het Gelders deel van Natuurnetwerk Nederland (GNN). De provincie heeft geen doelstellingen voor gebieden die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen plaatsvinden.

Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen ontwikkeling tast de kernkwaliteiten van het GNN dan ook niet aan en past binnen het beleid van de provincie Gelderland. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen. De Omgevingsvisie en -verordening zijn wat dat betreft niet van toepassing.

4.9.3

Gemeentelijk beleid

Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.

Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid.

58 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)

Voorliggende ontwikkeling maakt op de hoek Grote Markt - Broerstraat nieuwe appartementen mogelijk. De locatie ligt op circa 300 meter van het Valkhofpark en op circa 450 meter lopen van het Kronenburgerpark, die beide bestaan uit meer dan 0,5 hectare vlakgroen. Hiermee wordt voldaan aan de norm van de topindicator groen.

Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma.

De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau.

Binnen het plangebied is geen hoofdbomenstructuur aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op de hoofdgroenstructuur.

4.10 Cultuurhistorie 4.10.1 Toetsingskader

Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. De uiterlijke verschijningsvorm van de stad weerspiegelt haar ontwikkelingsgeschiedenis en bepaalt mede de identiteit van een gebied. Archeologische vondsten en historische bebouwing vormen het fysieke archief van de stad. De grond, waarop we staan is laag voor laag opgebouwd, waarbij iedere laag iets vertelt over een bepaalde periode uit de geschiedenis van de stad. Om deze redenen heeft het Rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen,

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 59

objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren.

De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten.

Het voormalige V&D-gebouw is gelegen in het Nationaal Wederopbouwgebied: Binnenstad Nijmegen, in 2016 door het rijk aangewezen. De gemeente heeft met het rijk afspraken gemaakt over een ontwikkelingsgerichte bescherming van de kernkwaliteiten van het nationaal wederopbouwgebied met behulp van ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt hierbij is het bereiken van een passend evenwicht tussen behoud, herstel en versterking van de bestaande kwaliteiten enerzijds en nieuwe ontwikkelingen anderzijds.

Gemeentelijk beleid Het gedachtengoed uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg en het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening zijn aanleiding geweest om ook het gemeentelijk erfgoedbeleid te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in de Nota Cultureel Erfgoed die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed wordt ingezet om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit van de locatie te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die de gemeente Nijmegen heeft, zet ze in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is een belangrijke factor die kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken.

De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

Het plangebied valt binnen gebiedstype 3 van de cultuurhistorische beleidskaart. In deze gebieden is sprake van een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Het gaat zowel om de grotere schaal, zoals het stedenbouwkundige plan en/of historische structuren, als om specifieke objecten en om de samenhang tussen de structuren, bebouwing en/of cultuurlandschap. Bij de bebouwing die geen beschermde status heeft gaat het niet zozeer om de architectuur en het beeld, maar om het silhouet, zoals de situering, de nok- en goothoogte en de nokrichting. Zowel de zichtbare als de niet-zichtbare geschiedenis van het gebied zal uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=37153bec-18aa-4ed4-a102-4060de7f1156