Ontwerpbestemmingsplan, toelichting en regels
Tekst van het document
Kenmerken van de bebouwing, zoals hoofdvorm en omvang, worden beschouwd als onderdeel van de identiteit van een plek. In deze gebieden zijn cultuurhistorische waarden een middel om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kwaliteit te geven en de identiteit van een gebied herkenbaar en het verleden zichtbaar te houden en te versterken. Er is daarom veel aandacht voor cultuurhistorie bij ruimtelijke plannen in gebiedstype 3. Nieuwe ontwikkelingen zijn
60 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
mogelijk, maar worden afgestemd op het karakter van het gebied.
De Monumentenverordening is de juridische basis om monumenten en gebieden te kunnen beschermen. De aanwijzing tot gemeentelijk monument wordt ingezet voor objecten en gebouwen die dusdanig belangrijk en karakteristiek zijn voor Nijmegen dat ongewenste wijzigingen en sloop op voorhand voorkomen moeten worden. Niet alle cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn beschermd. Daarom heeft de gemeente ter completering van het monumentenbestand een aandachtspandenlijst vastgesteld. Op de aandachtspandenlijst staan alle gebouwen, objecten en terreinen die in aanmerking komen voor plaatsing op de gemeentelijk monumentenlijst, als gemeentelijk of archeologisch monument of als identiteitsbepalend object. De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stadsbeeld wordt ingezet voor (delen van) buurten/ wijken met een bijzondere verkaveling, een vanuit cultuurhistorisch belangwekkend stratenplan of stedenbouwkundige structuur. Onder de bescherming kunnen onder meer voor- en zijgevels vallen, erfafscheidingen, straatprofielen en straatmeubilair.
figuur 4.4: uitsnede cultuurhistorische beleidskaart gemeente Nijmegen
In 2020 heeft de gemeenteraad van Nijmegen de Erfgoedstrategie vastgesteld. De Erfgoedstrategie bepaalt de koers voor het gemeentelijk erfgoedbeleid voor de komende jaren. Er is een drietal opgaven geformuleerd: betere instandhouding en bescherming; krachtiger publieksbereik door professionalisering, regie en samenwerking; inzet op profilering als oudste stad. In de notitie ‘Uitvoeringstrategie 2021 en verder’ gaat de gemeente aan de slag gaan met het beschermingsprogramma ‘Nijmeegs erfgoed beschermd' om nieuwe monumenten aan te wijzen. Ze hanteert daarbij een prioritering op basis van objecten die het meest risico lopen op ongewenste verbouwingen of sloop. In het kader van het beschermingsprogramma worden
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 61
jaarlijks worden drie beschermingsronden opgestart.
4.10.2 Toetsing
Rijks- en gemeentelijk monumenten In het plangebied liggen geen rijksmonumenten. De vooroorlogse bebouwing aan de overzijde van de Grote Markt zijn de dichtstbijzijnde rijksmonumenten. Het plangebied ligt binnen het door het rijk aangewezen nationale wederopbouwgebied 'Nijmegen Binnenstad' maar aan hieraan is geen regelgeving verbonden. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied staan enkele gemeentelijke monumenten, zoals de panden aan de Grote Markt 32 t/m 40, de Grotestraat 1 t/m 13 en Burchtstraat 1 t/m 7.
Op 30 november 2022 is het voormalige V&D-gebouw door de gemeenteraad van Nijmegen in het kader van het beschermingsprogramma 'Nijmeegs erfgoed beschermd' aangewezen als beeldbepalend pand: een pand waarvan de straatbeeldbepalende gevels, dakvlakken en de beeldbepalende elementen zijn beschermd. In bijlage 14 bij deze toelichting is de redengevende omschrijving opgenomen.
figuur 4.5: monumenten en beeldbepalende panden in omgeving plangebied
Cultuurhistorische context V&D-gebouw
62 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
Bij het bombardement op Nijmegen op 22 februari 1944 werd de bovenstad grotendeels verwoest. Ook het warenhuis van V&D brandde volledig uit. Van de naastgelegen HEMA stonden de gevels nog overeind. Na het puinruimen werden plannen gemaakt voor de herbouw van het centrum. Van het vooroorlogse, historische stedenbouwkundige weefsel was aan de zuidzijde van Grote Markt niets over. Door cityvorming in het begin van de twintigste eeuw, waarbij smalle diepe percelen werden samengevoegd tot grotere terreinen ten behoeve van de bouw van warenhuizen, was de middeleeuwse verkaveling, zoals die nog waarneembaar is op de kadastrale kaart van 1822, al gedeeltelijk verdwenen.
De middeleeuwse straten, gassen en rooilijnen waren nog wel grotendeels aanwezig. De Grote Markt was een besloten driehoekig plein. Het bombardement en de wederopbouw maakten een einde aan deze situatie. Stedenbouwkundig was dit geen verbetering. De evenwichtige driehoek werd met het circa 6 meter terugplaatsen van de zuidwand, het inkorten van de Grotestraat, het gedeeltelijk terugzetten van de noordwand van de Burchtstraat en het verleggen en verbreden van de Augustijnenstraat verstoord. Dit alles om een snelle verbinding te maken tussen stationsomgeving en binnenstad ten behoeve van het autoverkeer. De Grote Markt fungeerde als parkeerplaats.
Toen in de jaren zeventig de voetgangerszones hun intrede deden en de auto langzamerhand werd teruggedrongen, zat men met een surplus aan ruimte, dat zich vooral in de wederopbouwstad liet voelen. Maatregelen die werden genomen zijn de ontwikkeling van Centrum 2000 in het oosten van het centrum en de aanpassing van Plein 1944 in het westen. Aan de zuidzijde van de Grote Markt werden bomen geplant op de historische rooilijn, waarbij de voorgevelfunderingen van de middeleeuwse panden aan het licht kwamen en moesten worden verwijderd. De wederopbouw is een historisch gegeven en de laatste decennia is de waardering voor wederopbouwarchitectuur en stedenbouw toegenomen.
Cultuurhistorische waarde V&D-gebouw De (voormalige) V&D heeft cultuurhistorische waarde als grootste gebouw in het wederopgebouwde stadscentrum. De V&D en de naastgelegen HEMA waren de enige grote warenhuizen die een heel bouwblok besloegen terwijl de rest van de binnenstad voornamelijk pand voor pand werd opgebouwd. Uit de moderne bouwstijl van beide warenhuizen spreekt het vooruitgangsoptimisme en vertrouwen in de toekomst, dat zo typerend is voor de Nederlandse wederopbouw.
De (voormalige) V&D heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging op de hoek Grote Markt- Broerstraat aan het belangrijkste kruispunt van de historische binnenstad.
In de loop der jaren werd het V&D pand steeds aangepast, winkelpuien werden dichtgemetseld en weer geopend, luifels aangebracht en vervangen door andere luifels. De kenmerkende zwevende etalages gewijzigd en voorzien van een plint en nieuwe ingangen toegevoegd. Toch heeft de (voormalige) V&D enige architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van naoorlogse eigentijdse architectuur waarbij met architectonische middelen weliswaar is getracht de grote bouwmassa te geleden, maar zeker niet te maskeren.
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 63
Voorlopig ontwerp Uit de redengevende omschrijving bij de aanwijzing als beeldbepalend pand wordt het voormalige V&D-gebouw als volgt gewaardeerd: 'Grote Markt 1-3 maakt stedenbouwkundig onderdeel uit van het wederopbouwplan van de Nijmeegse binnenstad en is hier een expressie van. Stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging op een prominente plek in de stad. En vanwege de inpassing op het tracé Broerstraat, Grote Markt, Burchtstraat door aangepaste hoogten en door de hoekoplossing. Ensemblewaarde met het belendende warenhuis dat door een lichtere bouwtrant en horizontale geleding voor variatie binnen eenheid zorgt. Er is sprake van ontwerpkwaliteit van de gevels vanwege de realisatie van een eigentijdse, moderne verschijningsvorm van het gebouwtype warenhuis met een hoogwaardig, monumentaal karakter. Het beeldbepalende karakter van het pand is onvervangbaar in relatie tot de context van de Nijmeegse binnenstad.
In het voorlopig ontwerp voor het voormalige V&D-gebouw blijft het beeldbepalend karakter van het pand en de eigentijdse verschijningsvorm behouden. Zo hoeft er geen kap op de nieuwbouw, maar volstaan platte daken in de geest van de Wederopbouw. Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de typische wederopbouwgevel aan de zijde van de Grote Markt behouden blijft. Als gevolg van de aanwijzing als beeldbepalend pand is voor eventuele wijzigingen aan de gevels aan de Grote Markt en de Broerstraat een omgevingsvergunning voor de activiteit Monumenten nodig.
Paragraaf 2.3 licht toe hoe ook ten aanzien van de cultuurhistorische context in het voorlopig ontwerp rekening is gehouden met de eyeline (zichtlijnen vanuit de historische straten) en met de skyline (zichtlijnen vanaf o.a. de Snelbinder en de Waalbrug). Conform het Ambitiedocument vindt de opbouw in de tweede lijn, zoveel mogelijk van de voorgevel aan de Grote Markt en de Broerstraat verwijderd, zodat deze het beeldbepalend karakter van het pand en de eigentijdse verschijningsvorm zoals omschreven in de aanwijzing als beeldbepalend pand niet domineren.
4.11 Archeologie 4.11.1 Toetsingskader Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007).
Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II,
64 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.
Het Besluit ruimtelijke ordening regelt in artikel 3.1.6 lid 5 de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet.
Gemeentelijk beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen.
Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden worden overgenomen in (nieuwe) bestemmingsplannen. Nieuwe inzichten worden in deze kaart verwerkt en waar nodig zullen deze zo overgenomen worden in nieuwe bestemmingsplannen.
Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 65
Figuur 4.6: archeologische beleidskaart (bron: gemeente Nijmegen)
4.11.2 Toetsing Het plangebied ligt volgens de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen (2012) in een gebied met waarde archeologie 3. Een waarde 3 gebied heeft een zeer hoge archeologische waarde, die door een dubbelbestemming wordt beschermd. Aan de dubbelbestemming is een vergunningenstelsel gekoppeld, dat wil zeggen dat er bij overschrijden van de ondergrenzen archeologisch onderzoek gevraagd kan worden. Dit gaat door middel van voorwaarden aan de benodigde omgevingsvergunning. De ondergrenzen voor onderzoek in een waarde 3 gebied bedragen voor de geplande ingreep een oppervlak van tenminste 50 m2 en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm gaat.
Benodigd onderzoek Het huidige pand blijft behouden. De huidige expeditieruimte aan de zuidzijde van het pand wordt echter afgegraven om aldaar een fietsenstalling/berging te realiseren. In figuur 4.7 is met blauw de ligging van de fietsenstalling/berging weergegeven. De bodemingreep blijft dan ook beperkt tot deze locatie. Voor dit deel van het plangebied is op basis van de Waarde 3 onderzoek noodzakelijk. Een bureauonderzoek archeologie is uitgevoerd, zie bijlage 7.
In het plangebied geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de perioden laat-paleolithicum tot in de nieuwe tijd. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. De ligging van het plangebied in de historische kern van Nijmegen en de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten tot minimaal 400 cm –mv leiden tot een advies voor een archeologische opgraving. De situatie in het
66 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
onderzoeksgebied (mogelijk betonvloer – intensief gebruik) staat niet toe dat voorafgaand een verkennend booronderzoek plaatsvindt om eventueel aanwezige resten te waarderen op gaafheid, aard en diepteligging. De situatie in het onderzoeksgebied (tegelvloer) staat toe dat op deze manier de verstoringsgraad vast te stellen en eventueel aanwezige archeologische resten te waarderen op gaafheid, aard en diepteligging. De relatief kleine oppervlakte van het onderzoeksgebied (oppervlak fietsenberging – 190 m2) van circa 75 m2, de huidige situatie en de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten leiden tot dit advies.
Op de locatie van de beoogde fietsenberging is archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd, zie bijlage 8. Uit de boringen is gebleken dat de bodem tot 3 a 5 m diepte verstoord is. De diepteligging van de C-horizont wijst erop dat de bodemopbouw in het plangebied zeer diep verstoord is en het bodemarchief hier (behoudens zeer diepe sporen) reeds geheel of grotendeels is verdwenen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het beoogde planvoornemen vormt geen belemmering voor het aspect archeologie.
Figuur 4.7: onderzoeksgebied archeologie (bron: RAAP, archeologisch bureauonderzoek)
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 67
4.12 Verkeer en parkeren 4.12.1 Bereikbaarheid Het plangebied ligt in het centrumgebied aan de Grote Markt, dit betreft het voetgangersgebied van Nijmegen. Het pand is voor gemotoriseerd verkeer niet bereikbaar. Gebruikers van gemotoriseerd verkeer maken gebruik van parkeergarages in het centrum van Nijmegen, waarbij de meest nabij gelegen parkeergarage, parkeergarage Eiermarkt, op circa 180 meter lopen ligt . Aan de achterzijde is het pand voor expeditieverkeer bereikbaar via het Scheidemakershof. Voor het gebruik van openbaar vervoer is de meest nabij gelegen bushalte gelegen aan Plein 1944. Het centraal station van Nijmegen ligt op circa 800 meter.
4.12.2 Autovrij complex Op 5 april 2022 hebben burgemeester en wethouders van Nijmegen de Beleidsregels Parkeren 2022 vastgesteld. In beginsel moet voor het bepalen van de autoparkeereis gebruik worden gemaakt van de zone-indeling en de autoparkeernormen die deze beleidsregels stellen. Een initiatiefnemer mag in gereguleerd parkeergebied echter afwijken van de autoparkeernorm, voor autovrije complexen met 20 of meer appartementen, onder voorwaarde dat de (toekomstige) gebruikers (bewoners en ondernemers) niet worden gefaciliteerd in de openbare ruimte: er worden voor deze gebruikers geen parkeervergunningen en parkeerabonnementen in openbare garages afgegeven.
Het plangebied is bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van een autovrij complex: Het plangebied ligt vlakbij de bushalte van Plein 1944 en ook het centraal station is goed bereikbaar via zowel de Bloemerstraat als de Molenstraat. Een autovrije herontwikkeling sluit ook goed aan bij de keuze voor een woonprogramma dat zich voornamelijk richt op één- en tweepersoonshuishoudens; young professionals, expats, starters, doorstromers en ouderen. Deze doelgroepen beschikken veel minder vaak over een eigen auto en zijn eerder geneigd af te zien van eigen bezit van vervoersmiddelen door gebruik te maken van deelmobiliteit. De ontwikkelingen moet om overloop te voorkomen op voldoende loopafstand van de grens van het gereguleerd parkeergebied liggen. Hiermee wordt overlast in de omgeving voorkomen. Als grens geldt een minimale loopafstand zoals opgenomen in tabel 10 van de beleidsregels, gemeten van de voordeur tot aan de dichtstbij gelegen openbare parkeerplaats zonder vorm van parkeerregulering. De grootste afstand van het plangebied geldt voor de functie werken en bedraagt 750 m. (Voor de functies wonen en horeca gelden 400 m en 600 m als loopafstand.) Het plangebied ligt op circa 1.000 m van de grens van het gereguleerd parkeergebied: de loopafstand is daarmee voldoende groot om overloop te voorkomen.
Omdat het plangebied geschikt is voor de ontwikkeling van een autovrij complex, hebben initiatiefnemer en gemeente Nijmegen in dit kader afspraken gemaakt: gebruikers krijgen geen parkeervergunning in de openbare ruimte en geen parkeerabonnement voor de openbare parkeergarages. Er kan wel tegen bezoekerstarieven worden geparkeerd. initatiefnemer (of exploitant) zal hierover duidelijk met de toekomstige gebruikers communiceren en dit expliciet opnemen in koop- en dan wel huurovereenkomsten.
68 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
om overbezetting in openbare parkeergarages en overlast en verrommeling in de omgeving te voorkomen hebben initiatiefnemer en gemeente Nijmegen gezocht naar een goede fietsoplossing en hebben zij hierover afspraken gemaakt. Paragraaf 4.12.3 gaat hierop nader in. initiatiefnemer (of exploitant) is verplicht deze afspraken als kwalitatieve verplichting en voor zover dat niet mogelijk is als kettingbeding in de koop- dan wel huurovereenkomsten op te nemen.
Het is de ambitie van Nijmegen dat bij het realiseren van autovrije complexen, deelmobiliteitsconcepten worden aangeboden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het beschikbaar stellen van elektrische (bak)fietsen en elektrische scooters aan de bewoners van het pand.
4.12.3 Fietsparkeren Bij de ontwikkeling van een autovrije ontwikkeling is sprake van specifieke aandacht voor kwalitatief en kwantitatief goede oplossing voor fietsparkeren. Dit fietsparkeren voor bewoners, bezoekers en personeel moet dus op een zo aantrekkelijk mogelijke manier opgelost worden. Fietsparkeren voor bewoners vindt inpandig plaats. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt onder het pand een fietsenkelder gerealiseerd. Deze is bereikbaar via het Scheidemakershof. Fietsparkeren voor bezoekers vindt in de openbare ruimte plaats.
Op grond van de afspraken in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer die ook betrekking hebben op het autovrij complex moeten voor het programma in dit plan in totaal 374 fietsparkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit aantal is als volgt berekend: Voor het fietsparkeren geldt twee fietsparkeerplaatsen per wooneenheid. Voor bewoners is zodoende sprake van een stallingsbehoefte van (181 x 2 =) 362 fietsparkeerplaatsen. Hiervan dient 10% te worden gereserveerd voor speciale fietsen (kratfietsen, bakfietsen en scooters). Voor kantoorruimte geldt twee fietsparkeerplaatsen per 100 m² bvo. De behoefte voor kantoorruimte bedraagt (563/100 x 2 =) 12 fietsparkeerplaatsen. Er geldt geen fietsparkeereis voor de aan de woonfunctie ondersteunende (werk)ruimte(n).
4.12.4 Verkeersgeneratie Bij de berekening van de verkeersgeneratie moet gebruik worden gemaakt van de kengetallen zoals opgenomen in (artikel 3 van) de Beleidsregels parkeren 2022 die zijn gebaseerd op de CROW-publicatie 381. Voor locaties in de binnenstad geldt het minimum kengetal centrum in sterk stedelijk gebied.
Bij de berekening van de verkeersgeneratie zijn uitgangspunten een verdeling in 1/3 vrije sector en 2/3 betaalbaar en wat betreft de toepassing van de kengetallen, het type 'kleine eenkamerwoning' voor het aandeel vrije sector en - worst case - het type 'huur, appartement, middelduur' voor het aandeel betaalbaar, conform de Beleidsregels parkeren 2022 en het voorlopig ontwerp
Nijmegen heeft meer dan 175.000 inwoners. Voor een binnenstad bij een stad groter dan 175.000 inwoners wordt voor centrumfuncties gerekend met 16,0 mvt/etmaal per 100 m2 bvo.
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 69
Horeca is voor de berekening van de verkeersgeneratie een centrumfunctie. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel het horecapaviljoen (250 m² bvo) als het horecaterras (300 m²). Voor de kantoren (960 m² bvo) geldt een kengetal van 3,2 mvt/etmaal per 100 m2 bvo.
kengetal aantal verkeersgenerat Beleidsregels parkeren 2022 ie betaalbaar 1,8 per woning (huur, appartement, 121 woningen 217,8 middelduur) vrije sector 1,5 per woning (kleine eenkamerwoning) 60 woningen 90,0 horeca 16,0 per 100 m² (centrumfunctie) 550 m² bvo 88,0 kantoren 3,2 per 100 m² (kantoor, zonder baliefunctie) 960 m² bvo 30,7 426,5 tabel 4.2: verkeersgeneratie
Uit voorgaande tabel blijkt dat de verkeersgeneratie vanwege dit plan maximaal 427 mvt/etmaal bedraagt. Dit betreft een worst-case berekening aangezien het autogebruik door de doelgroep beperkt zal zijn.
De gebruikers maken gebruik van parkeergarages in de omgeving. Deze zijn goed ontsloten. Het verkeer gaat in de omliggende wegen van de parkeergarages op in het heersende verkeersbeeld. Het gemotoriseerd verkeer dat tot het plangebied reikt, blijft beperkt tot laden en lossen van goederen. Dit gebeurt aan de achterzijde aan het Scheidemakershof.
4.12.5 Verkeersanalyse Scheidemakershof Omdat het Scheidemakershof momenteel gebruikt wordt door logistiek verkeer en zich hier verkeersstromen gaan mengen, is de verkeersveiligheid van de ontsluiting van de fietskelder nader onderzocht. In bijlage 15 is het rapport opgenomen van de verkeerskundige analyse van het Scheidemakershof.
Uit deze analyse blijkt dat de toekomstige intensiteiten in het Scheidemakershof op zichzelf niet zorgen voor verkeersonveilige situaties. Wel kunnen voornamelijk de situaties rond onoverzichtelijke en blinde ‘hoeken’ in het hof en de combinatie van fietsers en (manoeuvrerend) groot verkeer in de toekomstige situatie voor onveilige verkeerssituaties zorgen.
In de verkeerskundige analyse is daarom een ontwerp opgenomen waarmee de verkeersveiligheid in het Scheidemakershof wordt gewaarborgd en waarmee tegelijkertijd de bereikbaarheid voor (zwaar) vrachtverkeer wordt geoptimaliseerd. Dit ontwerp bevat de volgende maatregelen: een verkeersvrije zone van 4 meter breed langs de gehele gevel van de woningbouwontwikkeling; vier laad- en loszones voor vrachtverkeer; een stopverbod voor de overige (verkeers)ruimte. Voor deze maatregelen neemt de gemeente Nijmegen een verkeersbesluit waarmee de
70 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
uitvoering ervan en daarmee verkeersveiligheid en bereikbaarheid van het Scheidemakershof geborgd zijn.
4.13 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”.
de
drink-
en
Toetsing In het plangebied of de directe omgeving ervan zijn geen planologisch relevante hoogspanningsverbindingen, straalpaden, kabels of leidingen aanwezig.
4.14 Duurzaamheid 4.14.1 Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050).
Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat en de nota Duurzaamheid in Uitvoering.
4.14.2 Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio.
Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan.
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 71
Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden - gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland - in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.
In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan.
Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Hierbij wordt tevens bewust ruimte gecreëerd voor de natuur bij nieuwe ontwikkelingen. Voorbeelden daarvan zijn het integreren van schuil- en nestgelegenheden in een gebouw, en het gebruik van planten die als voedsel kunnen dienen voor dieren.
Voor de Waalsprong is de toolbox natuurinclusief bouwen ontwikkeld die moet worden toegepast bij nieuwe ontwikkelingen. Naar verwachting gaat deze toolbox dit jaar voor de hele stad gelden. Voor de herontwikkeling van de (voormalige) V&D zal daar waar mogelijk gebruik worden gemaakt van deze toolbox.
Klimaatadaptieve maatregelen Klimaatadaptatie is het (duurzame) proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het actuele of verwachte klimaat en de effecten daarvan, zoals hittestress, wateroverlast, droogte en waterveiligheid (overstromingen). Daarbij is het zaak de schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering te beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt te benutten.
Groene daken en gevels zijn een goede oplossing om de risico’s van hittestress en wateroverlast in het plangebied te beperken. Dit ziet er niet alleen aantrekkelijk uit, het trekt ook kleine dieren aan, zoals bijen, vlinders en vogels. Een groen dak vertraagt de hoeveelheid water die gelijktijdig afgevoerd hoeft te worden en voorkomt problemen bij hevige stortbuien. Naast de functie als waterberging helpt een groen dak ook tegen hittestress. Ze warmen namelijk nauwelijks op en koelen zelfs de lucht boven het dak bij de verdamping van vastgehouden water.
Het plangebied ligt in een aandachtsgebied voor hittestress en het is dan ook gevoelig voor hitteoverlast. De ambitie is om de hittestress op deze locatie te verlagen. De toepassing van veel groen en natuurlijke materialen heeft hierop een positief effect. Vanaf 1 januari 2021 gelden nieuwe normen voor het voorkomen van hittestress in nieuwbouwwoningen
72 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
(BENG-norm, inclusief een TO-juli-berekening). Omdat in dit plan sprake is van transformatie van bestaande bouw gelden deze eisen hier niet. Initiatiefnemer heeft er niettemin wel aandapararacht voor. In het voorlopig ontwerp is het dak uit dit oogpunt als groene daktuin ingericht. Toekomstige bewoners hebben daarmee, ondanks de stenige omgeving, een groene plek bij de eigen woning. Het groene dak kan op die manier bijdragen aan een gezonde, ontspannen manier van verblijven en ontmoeten in de buitenlucht.
4.14.3 Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen waarvoor op of na 1 juli 2018 een omgevingsvergunning wordt ingediend. Omdat in dit plan sprake is van transformatie van bestaande bouw geldt deze eis hier niet. Initiatiefnemer heeft er niettemin wel aandacht voor. Daarbij kan het instrument GPR de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen.
Energiebehoefte beperken In het algemeen kan worden gesteld dat met de transformatie van de (deels) leegstaande V&D wordt voorkomen dat materiaal en energie wordt verspild. Transformeren is vaak duurzamer dan sloop en herbouw. Deze transformatie wordt aangegrepen om het energieverlies in het bestaande pand zo veel mogelijk te beperken. Indien mogelijk wordt energie op een duurzame wijze opgewekt en het energieverbruik geoptimaliseerd.
Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken, zonnegevels en zonnedakpannen. Uitgangspunt bij de herontwikkeling van de (voormalige) V&D is dan ook dat op de dakdelen die niet als daktuin aangelegd kunnen worden het de ambitie is om zonnepanelen te realiseren. Op deze wijze draagt de herontwikkeling bij aan de transitie naar meer duurzame energie.
Een andere belangrijke duurzaamheidsmaatregel is het toepassen van energiezuinige installaties. Zowel de gemeente als de initiatiefnemer streven naar een gasloze installatie. Bij de keuze van de toe te passen installatie moet wel rekening worden gehouden met beperkingen die voortkomen uit de centrumlocatie van het pand.
Er is (nog) geen aansluiting op het warmtenet mogelijk. Onderzoek zal moeten uitwijzen of het mogelijk is om gebruik te maken van bodemgebonden oplossingen als warmte- en koudeopslag of (gesloten) bodemlussen als gasloos verwarmingssysteem. Als een bodemgebonden oplossing niet mogelijk is, is alleen het toepassen van lucht/water of lucht/lucht warmtepompen nog een optie. Indien van toepassing zal uiteindelijk een afweging gemaakt moeten worden tussen de voordelen (energiezuinig en gasloos) en de nadelen van een dergelijk systeem. Bij het plaatsen van buitenunits moet namelijk rekening worden gehouden met de geluidproductie maar ook met het opofferen van de benodigde groene ruimte op het dak. Onafhankelijk van de gekozen
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 73
installatie kan door slim ontwerpen wel worden bijgedragen aan het voorkomen van opwarming van het pand. Gedacht kan worden aan passieve zonwering, zonwerende beglazing en het toepassen van buitenzonwering.
4.14.4 Circulair en biobased bouwen Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en door het gebouw zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is. Daarnaast zijn biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, een goed alternatief. In Nederland is het nog niet algemeen gebruikelijk om dergelijke, natuurlijke materialen te gebruiken in de bouw. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid.
Voor de optopping moet daarbij rekening worden gehouden met gewicht en maatvoering. Hoewel vanuit duurzaamheid en CO2-opslag wenselijk, is het niet mogelijk de nieuwe constructies in CLT (hout) uit te voeren. Door slim te detailleren kan de constructie aan het einde van de levensduur worden hergebruikt. Deze wijze van construeren zorgt voor het beperken van uitputting van grondstoffen en voorkomt onnodig energieverbruik voor het winnen van grondstoffen.
4.14.5 Duurzame mobiliteit Het autobezit in Nederland neemt nog altijd toe. Dit leidt tot opstopping van de wegen en uitstoot van broeikasgassen en luchtvervuilende stoffen. Om alternatief vervoer aantrekkelijk te maken, kan in de ontwikkeling rekening worden gehouden met: Goede voorzieningen voor fietser en voetganger; Toegankelijkheid van openbaar vervoer; Voorzieningen voor (elektrische) deelmobiliteit, zoals (bak)fiets, scooter en auto. Daarnaast komen er naar verwachting steeds meer elektrische auto's in het straatbeeld.
Met de toekomstige bouw van extra woningen zal de binnenstad nog wat drukker worden. Het is dan ook een flinke uitdaging om de binnenstad in de toekomst goed bereikbaar te houden. Door de herontwikkeling van de (voormalige) V&D autovrij uit te voeren wordt aan deze opgave bijgedragen. Bij de herontwikkeling van de (voormalige) V&D wordt de focus gelegd op lopen, fietsen en openbaar vervoer. Door de realisatie van een autovrije herontwikkeling voor de te transformeren gedeelten, wordt ook de uitstoot van CO2 en andere schadelijke gassen verder beperkt.
74 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
4.15 Vormvrije mer-beoordeling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.
Sinds 7 juli 2019 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.
Onderzoek De ontwikkeling wordt gezien als een stedelijke ontwikkelingsproject (categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.). De drempelwaarden van deze categorie worden overschreden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aangesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte omvat van 200.000 m2 of meer. Daarvan is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling die is opgesteld voor dit plan, zie bijlage 16.
Voor deze ontwikkeling is dan ook geen uitgebreide plan- of project m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Wel dient door het bevoegd gezag voorafgaand op het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning een besluit genomen moeten worden op de m.e.r.-beoordeling.
Conclusie Het besluit over de m.e.r.-beoordeling volgt voorafgaand aan ontwerp besluit bestemmingsplan: PM
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 75
76 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
Hoofdstuk 5 aspecten 5.1
Juridisch-planologische
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen.
De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.
5.2
Systematiek van de planregels
Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang.
De planregels van het bestemmingsplan ' Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)' bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
Inleidende regels Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen en de wijze van meten.
Bestemmingsregels De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen hebben verleend. Een omgevingsvergunning wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de planregels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de welstandsnota.
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 77
De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.
Algemene regels Onder het kopje algemene regels zijn de regels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Hierbij gaat het om de volgende bepalingen: Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: regels over beeldende kunst, bouwwerken ten algemene nutte en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels: er zijn regels opgenomen over het toestaan van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten, bed en breakfast en ondersteunende horeca. Algemene aanduidingsregels: in deze bepaling is de bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied opgenomen. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels: in de overige regels staan bepalingen omtrent parkeren opgenomen. Daarnaast is een bepaling opgenomen over de voorrang van dubbelbestemmingen op enkelbestemmingen.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht die aansluit bij het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregels: Als laatste is de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.
5.3
Beschrijving per bestemming
Gemengd (Artikel 3) De bestemming Gemengd is opgenomen voor wonen, detailhandel, horeca, dienstverlening en kantoren. Deze functies zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze voorkomen in categorie A en B van de Staat van bedrijvigheid. Verder zijn toegestaan ondergeschikte detailhandel, ondersteunende horeca, bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, parkeer- en groenvoorzieningen en wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen.
78 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
Verkeer (Artikel 4) De bestemming Verkeer is opgenomen overeenkomstig het bestemmingsplan 'Nijmegen Centrum - Binnenstad'. Hierin zijn onder meer toegestaan 'ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, luifels en balkons, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming'. In casu gaat het om balkons ten behoeve van de aangrenzende bestemming Gemengd.
Waarde-Archeologie 3 (Waarde - Archeologie 3) De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 strekt tot behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden in verband met de ligging van het plangebied in een gebied van zeer hoge archeologische waarde (zie paragraaf 4.11).
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 79
80 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1
Participatie
Op 28 september 2022 heeft de gemeenteraad van Nijmegen het Participatiebeleid voor het ruimtelijke domein vastgesteld. Daarin is onder meer de wijze beschreven waarop participatie bij ruimtelijke initiatieven van derden en de gemeente Nijmegen moet plaatsen: a. b. c. d. e.
bij elk initiatief, alvorens de kaders worden vastgelegd, te starten met participatie in een verkennende fase; bij de start van elk initiatief, volgens een vast stramien, een participatieplan opstellen en dit te publiceren op mijnwijkplan.nijmegen.nl; mijnwijkplan.nijmegen.nl te gaan gebruiken als website waarop de (formele) communicatie over participatietrajecten in het ruimtelijk domein plaatsvindt. participatieplannen voor (amendementen van) de Omgevingsvisie en Gebiedsvisies vast te laten stellen door het college en actief te delen met de raad; van elk participatietraject een verslag te maken en dit verslag een verplicht onderdeel te laten zijn van college- en raadsvoorstellen.
(De voorbereiding van) dit plan liep voor op dit participatiebeleid. Niettemin zijn bij de totstandkoming van dit plan omwonenden en andere belanghebbenden in een vroegtijdig stadium betrokken. Er zijn verschillende bijeenkomsten geweest; variërend van inloopavonden voor omwonenden en belanghebbenden, tot specifieke bijeenkomsten voor doelgroepen zoals bijvoorbeeld cultuurhistorische organisaties en horecaondernemers aan de Grote Markt. Hieronder volgt een overzicht van informatiebijeenkomsten en -gesprekken met omwonenden en belanghebbenden: Op 13 april 2021 heeft afstemming met een vertegenwoordiging van de horecaondernemers aan de Grote Markt plaatsgevonden over de fase waarin het planinitiatief voor de beoogde herontwikkeling zich bevond en de zorgen van ondernemers over de bezonning van hun terrassen. Op 21 maart 2022 heeft hierover een vervolgbijeenkomst plaatsgevonden (zie hierna). Op 2 september 2021 is een inloopavond voor omwonenden en belanghebbenden georganiseerd om voorafgaand aan het ontwerptraject informatie op te halen. Daarnaast zijn de vanuit het gemeentelijke beleid verkregen informatie ten aanzien van de ambities en uitgangspunten voor de herontwikkeling van het pand toegelicht. Op 19 september 2021 hebben geïnteresseerden die zich hiervoor hebben aangemeld een nieuwsbrief over de avond ontvangen.
Op 5 oktober 2021 heeft een informatiebijeenkomst voor de cultuurhistorische organisaties plaatsgevonden om ook daar voorafgaand aan het ontwerptraject informatie op te halen. Op 15 januari 2022 is een informatiebijeenkomst voor omwonenden en belanghebbenden georganiseerd om de tussenstand van het Voorlopig Ontwerp toe te lichten. Mensen die hier niet bij aanwezig konden zijn, is een persoonlijke afspraak aangeboden om het ontwerp toe te lichten. 21 maart 2022 is een informatiebijeenkomst speciaal voor de horecaondernemers in de omgeving van het voormalige V&D-gebouw georganiseerd, waarin de bezonningsstudie van het Voorlopig Ontwerp werd toegelicht. Door de terugligging van de optopping ten opzichte
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 81
van de voorgevel van het bestaande pand ontstaat aan de kant van de terrassen aan de Grote Markt en de Broerstraat geen (extra) schaduwwerking buiten de contouren van het plangebied. 13 juli 2022 is een informatiebijeenkomst voor omwonenden en belanghebbenden georganiseerd om de laatste stand van het ontwerp toe te lichten. Ook dit keer is mensen die niet aanwezig konden zijn op de informatiebijeenkomst een persoonlijke afspraak aangeboden om het ontwerp toe te lichten. Op 20 juli 2022 is het plan dan ook nader toegelicht aan een belanghebbende die op 13 juli verhinderd was.
Voor de informatiebijeenkomsten zijn circa 250 omliggende adressen, 50 vastgoedeigenaren, 6 belangenverenigingen, 2 bewonersplatformen en de gemeenteraadsleden uitgenodigd. Tevens zijn informatieborden over de beoogde ontwikkeling getoond tijdens de door Stichting Nijmegen Wederopbouwstad georganiseerde tentoonstelling 'Wederopbouwarchitectuur Nijmegen' in de Molenpoortpassage van 18 september tot 21 november 2021. Reacties waren overwegend positief tot zeer positief. Opmerkingen en vragen die gesteld zijn, heeft de ontwikkelaar kunnen gebruiken bij de verdere ontwikkeling van het plan: meer woningen (voor diverse doelgroepen) worden als goed voor de leefbaarheid en de diversiteit van de binnenstad ervaren; er is gekozen voor een autovrij complex (zonder parkeren) met een goede fietsvoorziening waar ook elektrische fietsen en bakfietsen gestald kunnen worden; er is goed gekeken naar de bevoorrading van de winkels; voorkomen van hittestress, biodiversiteit, groene daken en waterretentie zijn aandachtspunten in het ontwerp; er wordt respectvol omgegaan met de naoorlogse wederopbouwarchitectuur van de bestaande gevels aan de Grote Markt en de Broerstraat; tijdens de realisatie van het project wordt mogelijke overlast (geluid/stof) zoveel mogelijk beperkt; toekomstige bewoners worden geïnformeerd over mogelijke overlast die het wonen in het centrum met zich mee kan brengen (o.a.
geluid van de horecaterrassen, klokken van de kerken in de omgeving).
6.1.2
Wettelijke vooroverleg
In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het conceptbestemmingsplan gedeeld met de overlegpartners, waaronder de Provincie en het Waterschap. Alle partijen die hebben gereageerd, staan positief ten opzichte van de beoogde ontwikkeling of hebben aangegeven geen belangen te hebben.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.2.1 Bro noemt de bouwplannen waarvoor de gemeenteraad op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro een exploitatieplan moet vaststellen. Een van de categorieën is de bouw van een of meer woningen. Met de bouw van zes woningen is het project is dan ook zo'n bouwplan.
In afwijking daarvan kan de gemeenteraad op grond van artikel 6.12, lid 2a Wro afzien van de vaststelling van een exploitatieplan, als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is.
De initiatiefnemer en de gemeente Nijmegen hebben een anterieure overeenkomst gesloten met daarin afspraken over het kostenverhaal dat zo anderszins verzekerd is. Op grond hiervan is het plan economisch uitvoerbaar.
82 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
Regels
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 83
84 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP5015-ON01 van de gemeente Nijmegen.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
aangebouwd bijgebouw
een bijgebouw dat direct grenst aan een aan- of uitbouw en niet tevens aan het hoofdgebouw. Voor een aangebouwd bijgebouw geldt de definitie van een bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Wanneer een aangebouwd bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.
1.6
aan huis verbonden beroepsactiviteiten
een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Prostitutie is uitgesloten.
1.7
aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het verlenen van diensten en/of; het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) en/of; het voeren van de administratie van bedrijfsactiviteiten die (behoudens genoemde administratieve werkzaamheden) niet ter plaatse worden uitgeoefend; het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast);
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 85
waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend. Een seksbedrijf is uitgesloten.
1.8
achtergevel
de bestaande achtergevel van het hoofdgebouw.
1.9
achtergevellijn
de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan.
1.10
archeologisch deskundige
de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
1.11
archeologische waarden
Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.
1.12
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
1.13
archeologisch onderzoek
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een certificaat conform de Erfgoedwet.
1.14
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.15
bed en breakfast
een overnachtingsmogelijkheid gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed- en breakfast heeft maximaal 4 kamers en 8 slaapplaatsen.
86 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
1.16
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.
1.17
bedrijvigheid
het uitoefenen van een bedrijf, met aanverwante activiteiten als laden, lossen en parkeren.
1.18 a.
b.
bestaand
bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.19
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.20
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.21
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.22
bijgebouw
een, vrijstaand, in functioneel en bouwkundig opzicht aan het hoofdgebouw ondergeschikt gebouw op hetzelfde bouwperceel, dat op de grond staat. Als functioneel ondergeschikt gebouw wordt verstaan een gebouw dat bedoeld en ingericht is ten behoeve van (huishoudelijke) berging, hobby- en/of stallingsruimte. Als een vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.
1.23
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand) 87
1.24
bouwhistorisch onderzoek
in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van een monument in de vorm van een bouwhistorische inventarisatie, -verkenning, -opname of -ontleding, uitgevoerd overeenkomstig de “Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek”.
1.25
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.26
bouwkundige afscheiding
gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn.
1.27
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. Daar waar gesproken wordt over de 'eerste bouwlaag' wordt bedoeld de bouwlaag op (dan wel bij benadering op) de begane grond. De 'tweede bouwlaag' is de bouwlaag direct boven de 'eerste bouwlaag'.
1.28
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.29
bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel.
1.30
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.31
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.32
cultuurhistorische waarden
waarden die zijn gekoppeld aan de beschavingsgeschiedenis, ondergebracht als historisch (steden)bouwkundig erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed of archeologisch erfgoed.
88 ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 15 (optopping appartementen, voormalig V&D pand)
1.33
cultuur en ontspanning
voorzieningen gericht op cultuur en ontspanning, zoals een atelier, bioscoop, bowlingbaan, creativiteitscentrum, dansschool, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, speelautomatenhal, theater en wellness. Een seksbedrijf is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting'. Een casino is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'casino'.
1.34
dakterras
verblijfsruimte op een plat dak ingericht als terras en/of tuin.