Nijmegen Waalfront - 5 Toelichting
Tekst van het document
In geval van een bodemsanering hoeft niet de hele locatie gesaneerd te worden, maar volstaat een deelsanering. De bodem is niet overal sterk verontreinigd. Op de plaatsen waar wel gesaneerd moet worden, volstaat een duurzame afdeklaag (in de vorm van bebouwing en/of verharding), of het aanbrengen van een leeflaag met een dikte van minimaal 1 meter. Er is sprake van een zogenaamde immobiele verontreiniging. Dit betekent dat eventuele overtollige (verontreinigde) grond niet altijd hoeft te worden afgevoerd, maar binnen de contouren van soortgelijke bodemkwaliteit mag worden herschikt. Dit maakt de saneringskosten bij ontwikkeling beheersbaar en vrij goed voorspelbaar. Op grond van de reeds uitgevoerde onderzoeken wordt niet verwacht dat er nog onvoorziene grootschalige verontreiniging, anders dan de bekende ophooglaag, aanwezig is. Aanvullend bodemonderzoek moet voorafgaand aan de ontwikkeling nog wel worden uitgevoerd om een volledig en voldoende gedetailleerd beeld van de bodemsituatie te krijgen en voorts de aan- of afwezigheid van potentiële verontreiniging als gevolg van de nog niet onderzochte verdachte locaties te bepalen. Op basis van de historie zijn er geen aanwijzingen dat de bodem binnen Ulpia en Fabrica verdacht is op de aanwezigheid van PFAS.
In die zin hoeft niet gericht bodemonderzoek te worden uitgevoerd naar deze stoffen, tenzij uit historisch onderzoek anders blijkt. Wanneer op voorhand duidelijk is dat afvoer van grond gaat plaatsvinden, kan het handig zijn om PFAS mee te nemen in het nog uit te voeren verkennend onderzoek. Dit is echter niet verplicht. Eind 2019 is gemeentelijk beleid voor PFAS vastgesteld. Dit betreft een aanvulling op de bestaande Nota Bodembeheer (2012) en beschrijft waaraan grond moet voldoen wanneer deze wordt toegepast binnen de gemeentegrens. Bij aan- en/of afvoer van grond is altijd een AP04-partijkeuring inclusief PFAS vereist. Bij grondverzet binnen het Waalfront is dat alleen als grond wordt verplaatst van traject 1 naar 2. Samengevat wordt niet verwacht dat PFAS een belemmering vormt voor de ontwikkeling.
4.10.2.2 Buitendijks Bij het ontwikkelen van Ulpia en Fabrica is een aanpassing voorzien van de ligging van de waterkering. Het nieuwe buitendijkse gebied dat ontstaat voldoet aan de criteria om aangewezen te worden als een gebied dat wordt vrijgesteld van vergunningplicht voor het gebruik van rijkswaterstaatwerken (conform Waterbesluit artikel 6.16). Ook het hoofdstuk Grote Rivieren van het Barro is dan niet meer van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen. Rijkswaterstaat is voornemens om de Minister te adviseren om het nieuwe buitendijkse gebied aan te wijzen onder Waterbesluit art. 6.16 en op te nemen in bijlage IV van het Waterbesluit. Dit gebeurt nadat de nieuwe waterkering is aangelegd en de status van primaire kering heeft gekregen. Tot die tijd is het formeel binnendijks gebied. Het waterkwantiteitsbeheer en waterkwaliteitsbeheer komt na de wijziging van de waterkering bij Rijkswaterstaat te liggen als beheerder van de Rijkswateren. Het nieuwe buitendijkse gebied voldoet echter ook aan de criteria om aangewezen te worden als droge oevergebied. Dit betekent dat de gemeente Nijmegen bevoegd gezag blijft voor Wbb en Bbk.
Rijkswaterstaat is, op verzoek van de gemeente Nijmegen, voornemens om het gebied aan te wijzen als droge oever gebied, gelijktijdig met de wijziging van de beheergrenzen voor waterkwaliteit en waterkwantiteitsbeheer die opgenomen zijn in bijlage IV van de Waterregeling. De wijziging van de beheergrenzen vindt plaats nadat de nieuwe waterkering is aangelegd en deze de status van primaire kering heeft gekregen. Tot die tijd is het formeel binnendijks gebied en valt het toekomstige buitendijkse gebied buiten de begrenzing van het oppervlaktewaterlichaam van de Rijkswateren.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
57
4.10.2.3 Conclusie Op basis van het voornoemde verwachten we bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging. Hoewel de bodemkwaliteit nog niet volledig in beeld is, zijn de bestaande bodemonderzoeken toereikend voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen, is aanvullend of actualiserend bodemonderzoek wel noodzakelijk. In het aanvullingsverzoek (memo D190178763) is uitgewerkt aan welke eisen op het gebied van bodemonderzoek verder nog moet worden voldaan. Door OBW zijn inmiddels een vooronderzoek (maart 2019) en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. In het vooronderzoek is ook een onderzoeksaanpak uitgewerkt voor de nog niet onderzochte verdachte locaties. Wij hebben deze opzet goedgekeurd. Daarnaast moet het terrein na sloop van de opstallen en de ondergrondse bouwstructuren zoals kelders en fundaties, nog verkennend en op voldoende detailniveau worden onderzocht. We verwachten bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging. Hoewel de bodemkwaliteit nog niet volledig in beeld is, zijn de bestaande bodemonderzoeken toereikend voor het beoogde bestemmingsplan.
4.11 Water 4.11.1 Toetsinsgkader algemeen Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
Het plangebied maakt deel uit van het bestaande Waterplan Waalfront 2014. Voor dit gebied zijn het 'Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023' en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wel wijzigingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming.
Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het 'Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten'. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de 'Keur voor waterkeringen en wateren'. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. We zijn over dit planvoornemen regelmatig in overleg met het Waterschap.
58
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.11.2 Oppervlaktewater en waterkering 4.11.2.1 Toetsingskader In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig anders dan de rivier de Waal.
Uitsnede uit de legger wateren van Waterschap Rivierenland Door het plangebied ligt een primaire waterkering. Deze maakt deel uit van dijkring 41 Land van Maas en Waal. De waterkering bestaat deels uit een groene dijk en is deels niet zichtbaar omdat ze deel uitmaakt van het hoog gelegen terrein.
Uitsnede uit de legger waterkeringen van Waterschap Rivierenland
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
59
4.11.2.2 Planvoornemen Toetsing van de waterveiligheid in het najaar van 2017 heeft aangetoond dat de waterkering nog zeker voor de komende 30 tot 40 jaar voldoet. Toch hebben het Waterschap Rivierenland, de Provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen en het ontwikkelingsbedrijf Waalfront onderzocht of er zogenaamde koppelingskansen zijn voor de toekomstige waterveiligheidsopgave in relatie tot de gebiedsontwikkeling welke de komende jaren zal plaatsvinden. Dit om onnodig hoge investeringen in de toekomst voor waterveiligheid te voorkomen (spijtmaatregelen) en de gebiedsontwikkeling duurzaam te kunnen uitvoeren en toekomstige bewoners in de toekomst niet te belasten met forse fysieke ingrepen in het gebied welke tevens gevolgen kunnen hebben voor het uitzicht etc. In het document "Waalfront en NYMA - ontwikkeling van een bruisend en toekomstbestendig Nijmeegs rivierkwartier", vastgesteld in september 2018, staat de voorkeursvariant voor de nieuwe waterkering in dit gebied. Projectplan Waterwet De genoemde voorkeursvariant heeft geresulteerd in een procedure tot een Projectplan Waterwet. De procedure van het ontwerp Projectplan Waterwet en de daarbij behorende MER-beoordeling is reeds gestart; er zijn geen zienswijzen ingediend.
Uitsnede uit (concept) Projectplan Waterwet, met in rood de weergave van de nieuwe (gebouwde) waterkering De primaire waterkering wordt verlegd en geïntegreerd in de nieuw te realiseren bebouwing (functiemenging) beide met een beoogde levensduur van 100 jaar. De bebouwing aan het oude 'Fabriekstraatje' krijgt dat een waterkerende functie. Het te behouden deel van de Honig komt daar dan buiten te liggen. De bestaande waterkering heeft een hoogte van NAP +15,70 m. In het kader van de toekomstbestendigheid is overeengekomen dat de nieuwe hoogte van de waterkering NAP +16,70 m wordt. De huidige aanwezige damwand die is gelegen aan de buitenzijde van het Honigterrein wordt afgebrand en op een hoogte van circa NAP + 14.70 m gebracht. Het afbranden heeft ook tot doel om de ruimtelijke ontwikkeling van het Honigterrein mogelijk te maken en het is een levensduur verlengende maatregel doordat een korte damwand minder risico op vervorming heeft met vallend hoogwater. Voor de toekomstige situatie is op basis van de kruinhoogte van NAP +16,70 m een profiel van vrije ruimte (PVVR) vastgesteld. De inrichting en ontwikkeling van het projectgebied is zodanig dat de nieuw te realiseren bebouwing deels binnen het voornoemde PVVR ligt en daardoor onderdeel wordt van de nieuwe waterkering. De
60
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
bestaande damwanden zijn en blijven onderdeel van de waterkering. Juridische regeling Het plangebied ligt binnen een beschermingszone van de huidige waterkering. Met het toekennen van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' aan de kernzone én het toekennen van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – dijk' aan de beschermingszone is de bescherming van de waterkering juridisch-planologisch gewaarborgd. Daarnaast geldt dat het plangebied binnen de buitenbeschermingszone van de waterkering ligt. Voor deze gronden is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' opgenomen. De nieuwe waterkering die met het Projectplan Waterwet wordt mogelijk gemaakt, wordt in voorliggend bestemmingsplan planologisch geregeld en beschermd. De exacte situering is nog niet bekend. Vandaar dat een wat bredere dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is opgenomen, zodat hierin een bandbreedte zit voor de uiteindelijke situering van de waterkering. Met een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk de begrenzing van de dubbelbestemming en gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' aan te passen aan de uiteindelijk gerealiseerde situatie.
4.11.3 Grondwater Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Het grondwaterregime in het plangebied is zodanig dat normaal gesproken in het gehele gebied wordt voldaan aan de ontwateringseis van 70 cm beneden maaiveld. De grondwaterstanden worden echter in sterke mate beïnvloed door de Waal. Sinds 2006 heeft de gemeente Nijmegen gemeten aan het grondwater. Op basis daarvan geldt globaal het volgende : Voor het gehele gebied geldt dat bij een hoogwatergolf in de Waal het grondwater binnen 0 tot 4 dagen reageert en stijgt dan wel daalt. Direct achter de waterkering varieert de grondwaterstand tussen NAP + 5,00 m en 12,50 m. Voor de toekomst verwachten de klimatologen grotere afvoeren voor de Waal en dus hogere waterstanden. De maximale grondwaterstand kan dan hoger liggen dan NAP + 12,50 m; Ter hoogte van de Waalbandijk varieert de grondwaterstand tussen NAP + 5,90 m en 10,80 m. (200 m vanaf de rivier, hoogste peil bij rivierstand van NAP + 12,32 m) Ter hoogte van de Weurtseweg varieert de grondwaterstand tussen NAP + 5,50 m en 10,30 m. (300 m vanaf de rivier, hoogste peil bij rivierstand van NAP + 12,32 m) De grondwatermetingen laten zien dat bij ondergrondse garages opdrijven /waterdichtheid een rol speelt. De drooglegging vormt geen probleem, in verband met o.a.
de milieukundige bodemkwaliteit en archeologie wordt het bestaande maaiveld mogelijk licht opgehoogd. Voor de Waalbandijk geldt dat bij een maaiveld van ca NAP + 14 m een drooglegging van 70 cm bij een T=10 in de Waal (NAP + 12,90 m) wordt gehaald. Ter plaatse van de Weurtseweg wordt met een maaiveld van NAP + 11,5 m een drooglegging van 70 cm ook gehaald. Uitgangspunt bij nieuwe stedelijke in- en uitbreidingen is dat er grondwaterneutraal wordt gebouwd. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en -stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
61
Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken wordt in eerste instantie ingezet op bouwkundige maatregelen. Pas als dit onvoldoende soelaas biedt komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit niet uit dat er niet ondergronds gebouwd mag worden, mits er voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is.
Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
4.11.4 Riolering 4.11.4.1 Toetsingskader Op grond van het Bouwbesluit geldt bij (vervangende) nieuwbouw de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater van daken en andere verharding moet in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen.
4.11.4.2 Planvoornemen Huidig rioolsysteem De aanwezige riolering in het plangebied is gescheiden ten noorden van de Laan van Oost-Indië. Het regenwater watert af naar de Waal en het afvalwater naar het gemengde stelsel van het hoofdbemalingsgebied Biezen. De Laan van Oost-Indië is de waterkering. Het regenwater aan de andere zijde ervan wordt via het gemengde stelsel van het hoofdbemalingsgebied Biezen afgevoerd. Toekomstig rioolsysteem Het geproduceerde afvalwater is kleinschalig en humaan van oorsprong. In het plangebied vindt voornamelijk de functie wonen plaats met bijbehorende afvalwaterproductie. Het geproduceerde afvalwater wordt afgevoerd via de vuilwaterriolering of indien aanwezig de gemengde riolering naar het eindgemaal van bemalingsgebied Biezen.
Bij nieuwbouw wordt een duurzaam gescheiden systeem aangelegd. Voor de doorspoeling van het vuilwaterriool ontvangt elke beginstreng voldoende regenwater. De beleidsnota "Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer" (2013) gaat nader in op de hiervoor technische randvoorwaarden. Hemelwater infiltreert in de bodem via infiltratieriolering. Bij hevige neerslag kan water naar de Waal overstorten. Voor de omgevingsvergunning wordt voor de afvoer van afvalwater een rioleringsplan opgesteld dat ter toetsing en goedkeuring aan Waterschap en gemeente wordt aangeboden.
Persleiding gemaal de Biezen
62
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
Het eindgemaal van de riolering van gemeente Nijmegen ligt nabij de Kanaalstraat en is eigendom van het Waterschap Rivierenland. Het eindgemaal pompt normaliter het afvalwater naar de Rioolwaterzuiveringsinstallatie in Weurt. Bij hevige neerslag kan water vanuit het gemengde stelsel overstorten. Dit water wordt naar de Waal gepompt. Hiervoor ligt een persleiding met een inwendige diameter van 1,50 m vanaf de Kanaalstraat door het Waalfront naar de rivier de Waal. Voor dergelijke persleidingen geldt een beschermingszone van 10 m aan weerszijden van de buis, gerekend vanaf de buitenkant van de buis. Het plangebied ligt buiten deze beschermingszone.
Niet aangesloten panden en woonboten In de haven staan enkele panden die nog niet op de riolering aangesloten zijn. In de haven liggen enkele woonboten die nog niet op de riolering aangesloten zijn. Deze panden en woonboten moeten bij de ontwikkeling van het Waalfront op de riolering aangesloten worden. De betreffende panden en woonboten liggen deels buiten dit plangebied. De aansluiting op de riolering dient gerealiseerd te worden tijdens de ontwikkeling van het betreffende deelgebied van het Waalfront. Omdat de afvoer van het huishoudelijke afvalwater waarschijnlijk naar de riolering in dit deelgebied moet dient de ontwikkeling van dit deelgebied de aansluiting van panden en woonboten op de riolering niet te belemmeren. Er dient dus rekening mee gehouden te worden dat dit water naar de riolering in dit gebied afgevoerd moet worden.
4.11.5 Hemelwater en waterberging 4.11.5.1 Toetsingskader Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Voor plannen met extra verharding in stedelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Vanuit het bouwbesluit geldt de eis dat schoon hemelwater op eigen terrein moet worden verwerkt. Om te bevorderen dat duurzaam wordt omgegaan met water mag 'schoon' hemelwater niet aangesloten worden op het bestaande gemengde rioolstelsel. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij verwerking van hemelwater is de beleidsnota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) van toepassing. Naast infiltratie kan het hemelwater ook deels worden geborgen op blauwe en groene daken en daarna gebruikt worden voor bijvoorbeeld toilet-doorspoeling, tuinsproeien etc. In het Groene Akkoord (2012) is door de Stadsregio besloten om bij nieuwbouw de GPR-gebouw regeling toe te passen, waarmee een ontwikkelaar kan aantonen hoe duurzaam zijn gebouw wordt. Groene daken en het niet toepassen van uitlogende materialen kunnen hier in worden meegenomen vanwege hun effect op de kwaliteit van het hemelwater.
4.11.5.2 Planvoornemen Als gevolg van de plannen in het Waalfront is er sprake van een toename van het verhard oppervlak in het stedelijk gebied. Dit heeft gevolgen voor de waterhuishouding ter plaatse aangezien de aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Er is al een overkoepelend waterplan gemaakt in 2014. Eind 2017 is een addendum gemaakt die de wijzigingen aangeeft ten opzichte van 2014. Dit is ook met het waterschap besproken.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
63
In 2017 is een Addendum op het Waterplan Waalfront 2014 geschreven. In dat addendum zijn de uitgangspunten ten aanzien van afwaterende verharde oppervlakken en berging voor Ulpia en Fabrica niet gewijzigd. Wel is in het addendum de opening geboden in Ulpia en Fabrica infiltratieriolering toe te passen in plaats van wadi's. Bij hevige neerslag mogen vanuit de infiltratievoorzieningen overstortingen naar de Waal plaatsvinden.
In het Waterplan Waalfront 2014 is voor Ulpia en Fabrica rekening gehouden met een afwaterend verhard oppervlak van 6,08 hectare. Afgesproken is dat 10 mm berging wordt aangelegd. Deze 10 mm-berging geldt niet voor het hemelwater dat rechtstreeks naar de Waal afstroomt via een infiltratieriolering. In het gebied dat afwatert naar de Waal zal bij een lagere rivierwaterstand dan NAP+14,70 m hevige regenbuien, piekbuien geen problemen opleveren. Deze regenbuien zullen door de klimaatverandering steeds vaker voorkomen. In geval van een hogere Waalstand, moet een calamiteitenplan in werking worden gesteld voor het buitendijkse gebied waarbij het duidelijk is wie welke maatregelen moet treffen om schade te voorkomen.
Door de klimaatverandering zal droogte ook steeds meer voorkomen in het voorjaar en in de zomer. Dit hebben we de afgelopen jaren in 2018, 2019 en 2020 ondervonden. Aangezien in dit gebied de bodem extreem doorlatend is en het water meteen diep in de grond wegzakt, is het van belang om het water juist zo lang mogelijk vast te houden in dit gebied. We willen door de aanleg van groene daken op de gebouwen en groene binnenhoven bovenop het parkeergaragedek, het water zo lang mogelijk vasthouden en ten goede laten komen aan de groenvoorzieningen in het plangebied. In Bijlage 3 Notitie visie klimaatadaptatie Waalkwartier van de regels taan de uitgangspunten hiervoor. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de bouwregels opgenomen.
Belangrijkste randvoorwaarde vanuit het Waterplan is dat de totale vervuiling van het oppervlaktewater door de activiteiten in het plangebied niet mag toenemen (stand-still beginsel). De toepassing van infiltratieriolering en groene daken zal recht doen aan het stand still beginsel om de volgende redenen: 1.
2.
3.
4.
Het voormalige gebied met industrie is omgevormd naar woongebied met substantieel minder afstromende vervuiling. De Waterwet stelt tevens dat afstromend regenwater in principe schoon is. Zware metalen binden zich aan fijn slib/organisch materiaal. Bij het infiltratieriool horen kolken die het slib afvangen en vaak ook de PAK en olie. De kolken worden minimaal 1x per jaar gereinigd. Daarmee komt deze verontreiniging minder op de Waal terecht. Wat de kolken niet afvangen aan slib, olie en PAK komt in het infiltratieriool terecht. De overstortdrempel naar de Waal is dusdanig hoog dat het meeste slib tot bezinking komt. Een infiltratieriool wordt gemiddeld 1x per 7 à 10 jaar correctief gereinigd en zal daarmee ook het verwijderingsefficiency van de vervuiling verder vergroten. Groene daken en andere groenvoorzieningen filteren eveneens het afstromende regenwater.
4.11.6 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Sterker nog; het geeft een mooie invulling aan de klimaatadaptieve doelstellingen die we als stad hebben.
64
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.12 Natuur en groen 4.12.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, als de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden).
4.12.1.1 Toetsingskader Beschermde soorten De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 in werking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek.
Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
4.12.1.2 Planvoornemen Beschermde soorten Quick scan en vervolgonderzoek Voor de deelgebieden Dijkkwartier en Ulpia en Fabrica is een quick scan beschermde soorten uitgevoerd (zie Bijlage 8 Quickscan natuurwaarden, SAB, 19 maart 2018). Afhankelijk van de werkzaamheden in de betreffende deelgebieden dient, om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten, nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Zie hierna voor de resultaten van de vervolgonderzoeken. Vanaf maart 2019 vallen de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet meer onder de vrijstelling van de Omgevingsverordening en wordt de bescherming van deze soorten geregeld via een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij de realisatie wordt uitgegaan van het voorkomen van het overtreden van verbodsbepalingen m.b.t. de kleine
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
65
marterachtigen. Aanwezigheid van kleine marterachtigen staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Nader onderzoek planten Vanwege de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten is aanvullend onderzoek hiernaar uitgevoerd (zie Bijlage 9 Nader onderzoek planten, SAB, 26 juni 2019). Dit onderzoek werd uitgevoerd in twee rondes. Als eerste werd er in het najaar van 2018 een onderzoek uitgevoerd (Bijlage 10 Memo werkprotocol planten, SAB, 13 december 2018), het tweede in juni 2019. Naar aanleiding van het onderzoek zijn voorschriften in een werkprotocol benoemd. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden wanneer de werkzaamheden volgens de voorschriften worden uitgevoerd. Nader onderzoek Wet natuurbescherming In vervolg op de quickscan is nader onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 11 Nader onderzoek Wet natuurbescherming, SAB, 23 januari 2020). In onderstaande figuur staat een overzicht van alle essentiële elementen voor gewone dwergvleermuis, huismus en torenvalk die uit dit nader onderzoek zijn voortgekomen.
Overzicht van essentiële elementen voor beschermde soorten (bron: Bijlage 9 Nader onderzoek planten)
Memo Beschermde natuurwaarden Vanwege de actualiteit van het natuurwaardenonderzoek is aanvullend een Memo Beschermde natuurwaarde opgesteld (zie Bijlage 12 Memo Beschermde natuurwaarde, Sweco, 26 mei 2020). Hierin zijn de aanpak en conclusies van de voorgaande rapporten doorgenomen, en zijn enkele conclusies bevestigd en enkele conclusies aangepast. Deze memo dient in samenhang met de eerder uitgevoerde onderzoeken te worden gelezen. Oscar Leeuw-gebouw: massawinterverblijf gewone dwergvleermuis: De gebouwinspectie geeft voldoende garantie dat er geen sprake is van overwinterende vleermuizen. Ook zijn andere functies hiervoor in dit pand reeds uitgesloten door SAB.
66
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
Derhalve staat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg voor dit pand.
Oscar Leeuw-gebouw: jaarrond beschermde nestlocatie van torenvalk: Het alleen in- en uitvliegen is onvoldoende om vast te kunnen stellen (of uit te kunnen sluiten) of er sprake is van een jaarrond beschermde rust- of nestplek van torenvalk. Omdat er geen daadwerkelijk nest, jongen, duidelijke voedselvluchten of territorium indicerend gedrag is vastgesteld, is de aanname van een nestlocatie in relatie tot deze aanvullende gegevens voorbarig. Het bezoek aan dit gebouw door Sweco heeft geen extra aanvulling op de gegevens van SAB gegeven. Er werden geen nestsporen, braakbalen of prooiresten vastgesteld. Aanvullend wordt het pand zeer regelmatig (meerdere keren per week) bezocht door de beheerder, om zicht te hebben op eventuele kraak van het pand (hetgeen ook vaker gebeurd is). Er zal dus ook sprake zijn van een regelmatige verstoring van de locatie. Niet uitgesloten is echter een rustplek, waarbij de sporen binnenin het pand minder goed aanwezig kunnen zijn, zeker wanneer het gebruik vrij kort is, of slechts incidenteel gebeurt. Een rustplek kan ook aangewezen worden als zijnde een jaarrond beschermde locatie onder de noemer van 'categorie 5'. Er zijn voor een rustplek echter voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig, zoals in nissen op de verschillende gebouwen en op brugpijlers.
Bovendien worden kunstnesten (nestkasten) goed geaccepteerd door de soort, en is het aanbrengen hiervan ook een mogelijkheid om nog meer zekerheid te bieden. Hoewel de staat van instandhouding landelijk ongunstig is en de soort op de Rode lijst de status als kwetsbaar heeft, is dit lokaal in Nijmegen en omgeving (zeker in het Betuwse deel) niet aan de orde. Daar is sprake van een relatief hoge dichtheid en grotere broedzekerheid, mogelijk mede door de actieve steenuilwerkgroep die ook kasten voor torenvalken beheerd.
Honig-complex: zomerverblijf gewone dwergvleermuis Voor deze locatie geldt de conclusie van SAB, waarbij mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn indien de locatie aangetast wordt.
Havenweg 20-22: Jaarrond beschermd nestlocatie en rustplek van huismussen Voor deze locatie geldt de conclusie van SAB. Op basis van het veldbezoek op 8 januari 2020 is ook gebleken dat er grote aantallen huismussen in de directe omgeving van de woning Havenweg 20 in het groen verblijven. Er is zondermeer sprake van essentieel leefgebied. Gelet hierop is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk om de functies voor huismus te mogen aantasten. Om een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te verkrijgen moeten mitigerende en compenserende maatregelen genomen worden. De voorkeur gaat uit naar een situatie waarbij de huidige locatie zolang mogelijk blijft bestaan, en in de naastgelegen nieuwbouw maatregelen getroffen worden. Belangrijk is dat er voldoende nestgelegenheid, wintergroen en foerageergebied geboden wordt in de nieuwe situatie om al deze aantallen te kunnen borgen. Een mogelijkheid daarbij is om de landtong in de huidige situatie te verbeteren, zodat ook straks in de nieuwe wijk sprake is van een goed ontwikkeld foerageergebied in aansluiting hierop. Dit is nodig omdat bij aanvang van de sloop anders mogelijk niet voldaan kan worden aan voldoende alternatief om effecten te kunnen mitigeren.
Havenweg 20-22: Paarverblijf gewone dwergvleermuis
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
67
Voor deze locatie geldt de conclusie van SAB, waarbij mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn indien de locatie aangetast wordt.
4.12.1.3 Conclusie soortenbescherming Er moeten vanuit de Wnb maatregelen getroffen worden voor de gewone dwergvleermuis, huismus en torenvalk. Er is een ontheffing nodig voor zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis Honig-complex en een ontheffing voor Havenweg 20 als verblijfplaatsen en essentieel leefgebied (groen) voor de huismus . Vanwege zicht op ontheffing staat de Wnb niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. 4.12.1.4 Planvoornemen Natura 2000 Beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. De beoordeling hiervan heeft integraal plaatsgevonden in het kader van de Milieueffectrapportage die is opgesteld ten behoeve van de gehele ontwikkeling van het Waalfront, zoals neergelegd in het bestemmingsplan 'Nijmegen Waalfront'. Aangezien de ontwikkeling die op grond van voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, qua aard vergelijkbaar is en qua omvang en programma niet anders / groter is dan waarmee destijds in het MER rekening werd gehouden, wordt geoordeeld dat de effecten op genoemd gebied voldoende zijn afgewogen. Het aspect stikstof volgt hierna.
Stikstof Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie Bijlage 13 Stikstofrapport). De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
68
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.12.2 Provinciale Omgevingsverordening Gelderland 4.12.2.1 Toetsingskader In de Omgevingsverordening Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).
4.12.2.2 Planvoornemen Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt dicht tegen de Groene Ontwikkelingszone (GO) aan, zie kaartje. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden. Aangezien het plangebied niet in de GO of GNN is gelegen, zijn de regels ten aanzien hiervan niet op het plangebied van toepassing.
Uitsnede Omgevingsverordening kaart 'regels natuur', met plangebied (incicatief) in rode contour
4.12.3 Gemeentelijk beleid 4.12.3.1 Uitgangspunten Omgevingsvisie We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur, bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen. En in gebouwen, bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren. We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door met woningen in een hofje en gezamenlijke ontmoet- en speelplekken in de buurt.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
69
Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouwinitiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. 4.12.3.2 Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in.
Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
4.12.3.3 Natuurinclusief bouwen 4.12.3.3.1 Toetsingskader Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Op 14 november 2018 heeft de raad de motie 'Natuurinclusief bouwen' aangenomen. In deze motie staat expliciet genoemd dat in de transformatiegebieden de Waalsprong en het Waalfront plannen zodanig kunnen worden ontwikkeld/ aangepast dat ze natuurinclusief zijn. De gemeente Nijmegen heeft haar visie op een groene en gezonde stad voor de komende jaren opgenomen in de omgevingsvisie 'Nijmegen stad in beweging'. Uitgangspunten uit de omgevingsvisie zijn: We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'.
Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). Daarnaast willen we ook de aanwezigheid, gezondheid en het welzijn van dieren in onze openbare ruimte beschermen en waar nodig bevorderen. Op die manier kunnen we de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterken. Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong opgesteld. Deze toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw
70
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen van hoogbouw en grondgebonden woningen. Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen daar beperkt. De toolbox bevat daarom tevens groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige bewoners vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie. Deze Toolbox natuurinclusief voor de Waalsprong zal als basis dienen voor een Toolbox voor heel Nijmegen. Voor Ulpia en Fabrica is hierop vooruitlopend en in overeenstemming een oplegnotitie op de Toolbox Waalsprong toegevoegd (zie Bijlage 4 Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen Waalkwartier van de regels). Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht.
Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen wordt mee ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. 4.12.3.3.2 Planvoornemen Natuurinclusief bouwen is in de planregels verplicht gesteld. Door middel van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting is de Toolbox Waalkwartier van toepassing. In paragraaf 4.13 is hierop een nadere toelichting opgenomen.
4.12.3.4 Topindicator groen (2010) 4.12.3.4.1 Toetsingskader In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. 4.12.3.4.2 Planvoornemen Het plangebied ligt ten oosten van het park Fort Krayenhoff. Voor het westelijk deel van Ulpia en Fabrica is dit park op 300 meter bereikbaar. Voor het oostelijk deel van Ulpia en Fabrica is het noodzakelijk dat een halve hectare aangesloten groen in het plangebied wordt opgenomen.
Deze functie gaat het Handelshavenpark die groen wordt ingericht vervullen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
71
4.12.3.5 Groenplan De groene draad (2007) 4.12.3.5.1 Toetsingskader Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma.
De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. 4.12.3.5.2 Planvoornemen In het groenbeleid is specifiek opgenomen dat het Waalfront kansen biedt voor het realiseren van nieuw groen binnen het nieuwe stedelijke gebied. Een relatie met het Park West en de Waal vormt hierbij één van de uitgangspunten. Ulpia en Fabrica vormt een mooie schakel voor de verbinding van het park Fort Krayenhoff langs de Waal en door het aan te leggen Handelshavenpark naar de oude Waalhaven en door naar de Handelskade via een nog aan te leggen voetgangersbrug. Ook tussendoor straatjes vanuit de Laan van Oost-Indië naar de Waal bieden kansen voor deze verbinding.
Uitsnede "Groenplan De groene draad" met het plangebied (indicatief) in rode contour
72
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.12.3.6 Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen". Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud én ontwikkeling.
Hoofdbomenstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Volgens het vastgestelde beleid is de Weurtseweg onderdeel van de hoofdboomstructuur. (De Groene Draad, 2007). Dit beleid wordt in de komende jaren opnieuw herijkt. Logisch is dan om de Laan van Oost-Indië onderdeel te maken van de hoofdboomstructuur. De bomenrij is nu al in gang gezet bij Batavia en wordt voortgezet tussen Ulpia en Fabrica en het plangebied "Dijkkwartier". Bijzondere bomen Monumentale bomen weerspiegelen net als monumentale gebouwen de geschiedenis van de stad. Om de cultuurhistorische betekenis van het groen in de stad te waarborgen, zijn de monumentale bomen geïnventariseerd. Van de gemeentelijke bomen zijn alle monumentale, bijzondere en waardevolle bomen opgenomen. Monumentale en waardevolle bomen zijn minstens 50 jaar oud, hebben een cultuurhistorische betekenis en hebben een goede levensverwachting. De waardebepaling van monumentale bomen ligt hoger dan bij de waardevolle bomen.
Platanen bij de Honig
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
73
Platanen bij de Havenweg Deze waardevolle bomen zijn in het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunningplicht beschermd.
74
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.12.3.7 Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het College op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving.
4.13 Duurzaamheid en klimaatadaptie 4.13.1 Uitgangspunten Omgevingsvisie Nijmegen loopt voorop op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. In 2018 waren we zelfs 'European Green Capital'. Met het thema Duurzame Stad bouwen we door op de waardevolle kennis en relaties met bedrijven, instellingen en inwoners die toen zijn opgebouwd. Duurzaamheid zit in het DNA van Nijmegen, ook bij onze ondernemers. Nijmegen is in 2050 een volledig circulaire stad, waarin geen grondstoffen verloren gaan. We willen daarin een voorbeeld voor Nederland zijn. Met circulaire verstedelijking bedoelen naast circulariteit op zichzelf ook klimaatadaptatie en energietransitie. Met een samenhangende aanpak willen we de stad van de toekomst creëren. Zo willen we alleen op slimme plekken bouwen, waarbij we ov- en fietsgebruik sterk kunnen stimuleren. We willen circulair bouwen. In de planvorming willen we circulair/modulair bestemmen. Ook streven we naar circulaire landschapsontwikkeling en kringlooplandbouw. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatneutrale stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit.
Stadslandbouw, moestuinen en lokale voedsel initiatieven in de wijken zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Daarnaast maakt groen de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving, het draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn en zorgt voor vermindering van hittestress. We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken. We zetten maximaal in om duurzame energie in het stedelijk gebied op te wekken, om te voorkomen dat direct voor de gemakkelijke weg wordt gekozen van zonnepanelen en windmolens buiten de stad. We zetten in op de transitie naar duurzame mobiliteit met gebruik van schone brandstoffen en schone vervoersmiddelen. We benutten de mobiliteitsinfrastructuur zo efficiënt mogelijk; we stimuleren efficiënte en schone stadslogistiek. We kiezen in de woongebieden voor mobiliteit die duurzame energie gebruikt, aanzet tot bewegen en zo min mogelijk (openbare) ruimte gebruikt, zodat die beschikbaar is voor spelen, ontmoeten, groen en andere gewenste functies.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
75
4.13.2 Duurzaamheid Het project Waalfront vormt de transitie van een binnenstedelijk bedrijventerrein naar een gemengde woonwijk. Met deze transitie wordt de milieusituatie in de aangrenzende woonwijken aanzienlijk verbeterd; vooral op het gebied van geluids- en geurhinder, externe veiligheid en verkeersoverlast verbetert de leefomgeving voor tienduizenden inwoners. Daarnaast versterkt de planuitvoering de stedelijke structuur: De Laan van Oost-Indië zal de verbindingsfunctie van de Weurtseweg overnemen, waardoor deze laatste weg uiteindelijk als fietsstraat ingericht kan worden. De bebouwing langs de Laan van Oost-Indië kan als nieuwe ontwikkeling beter op de stroomfunctie worden ingericht. De Waaloever zal over de lengte van het plangebied openbaar toegankelijk worden, zodat de relatie tussen Nijmegen en de Waal versterkt wordt. De toevoeging van woningen in Nijmegen West leidt tot een groter draagvlak voor buurtvoorzieningen en winkels in de aangrenzende wijk. De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045; 20% energiereductie in 2020), stimulering van circulaire economie (streven 10 % circulaire inkoop in 2020; circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050).
Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die tot aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noopt. Nijmegen heeft zich bij het Europese Convenant of Mayors for Climate and Energy aangesloten, De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie in de Kadernotitie Klimaat en de nota Duurzaamheid in Uitvoering vastgelegd. Daarnaast streeft Nijmegen duurzaam en meervoudig ruimtegebruik na; het plannen van geschikte functies op de juiste plaatsen in het stedelijk netwerk, zodat ontwikkelingen elkaar en de stad kunnen versterken. Kernbegrippen voor het tegengaan van de klimaatverandering zijn compensatie en adaptatie. Compensatie is het tegengaan en verminderen van negatieve effecten op het klimaat. Dit kan door energiegebruik te beperken en/of duurzame energiebronnen te gebruiken en door gebruik te maken materialen uit vernieuwbare bronnen. Nijmegen streeft er daarom naar om middels de energietransitie als stad energieneutraal te worden. Uitgangspunt is de gebouwde omgeving van het gas te halen. Ambitie is om energiegebruik te beperken door isolatie en een op de omgeving en bezonning afgestemde verdeling van functies. Ook het zoveel mogelijk opwekken van energie, zoals bijvoorbeeld zonne-energie op bedrijfsdaken en het gebruik van restwarmte (die op het terrein voorhanden is) zijn nodig om de doelstelling te behalen.
Adaptatie is het aanpassen aan de wijzigende omstandigheden zoals extremere weersomstandigheden en een stijgende energieprijs. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomen van oververhitting, aandacht voor windklimaat en het realiseren van grotere piekbergingen voor neerslag. De klimaatverandering noopt tot aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie hierop in de Kadernotitie Klimaat en de nota Duurzaamheid in Uitvoering vastgelegd. In de gebouwde omgeving zijn voor beperking van energiegebruik en oververhitting de oriëntatie van de bebouwing en de manier waarop met de bezonning is omgegaan bepalende factoren.
76
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
Het microklimaat wordt bepaald door de verhouding tussen bebouwd en begroend oppervlak en de relatie tussen bebouwde en groene structuren. Afkoppeling van hemelwater in combinatie met een goed groenontwerp helpt oververhitting tegen te gaan en vangt neerslag en luchtverontreiniging op. Grotere gesloten verharde parkeervlakken dienen vermeden te worden, of voorzien te worden van voorzieningen als pergola's etc. om lokale oververhitting te beperken. In de paragrafen over groen en waterhuishouding wordt hier projectspecifiek verder invulling aan gegeven.
Woningbouw Voor woningbouw liggen kernpunten bij terugdringen van de CO2-uitstoot en aanpassing aan veranderde weersomstandigheden. Bijkomend voordeel hierbij is dat dit leidt tot lagere beheerlasten en een gezonder, comfortabeler gebouw. Uitgangspunt is nieuwbouwwoningen niet meer op het gas aan te sluiten. Om de mogelijkheden voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie per plan in beeld te brengen kan de voor het bouwplan noodzakelijke installatie-ontwerp aangevuld worden met een energiescan. Hierin kunnen zowel de warmtevraag als de koelingsbehoefte onderzocht worden. Op die manier kan de bijdrage van dit project aan de hierboven genoemde doelstellingen in beeld woorden gebracht. In het Waalfront wordt een systeem van duurzame stadswarmte aangelegd en wordt daarom geen gasnet aangelegd. Het plangebied valt binnen de concessie van dit warmtenet. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude-opslagsysteem. Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden. Verantwoord materiaalgebruik, beperking van energievraag en een verstandige positionering van functies dragen mede bij aan de klimaatdoelstellingen.
In Nijmegen wordt de GPR-methodiek gehanteerd om prestaties van gebouwen in beeld te brengen. Het Waalfront wordt in PPS-constructie ontwikkeld. Binnen de PPS is een GPR-score van 8 als ambitie voor alle plannen vastgesteld.
Mobiliteit In dit deelgebied zal een lagere parkeernorm gaan gelden. Inherent hieraan is dat autobezit wordt teruggedrongen; er wordt ingezet op deelmobiliteit en fietsgebruik. Zie hiervoor paragraaf 4.15.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
77
4.13.3 Klimaatadaptatie Op 26 maart 2019 heeft het college een Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaat-effecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1dac8e8da5a94e3
De belangrijkste thema's in de RAS voor dit plangebied zijn: Groenblauwe stad en Klaar voor de hitte. De Groenblauwe stad strategie We willen dat de stad prettig is om in te wonen, te werken en te verblijven. We gaan daarom onze gebouwde omgeving in sneltreinvaart vergroenen en regenwaterbestendig maken. Daarbij betrekken en stimuleren we bewoners, bedrijven, woningcorporaties en bouwpartijen. Ook gaan we zorgen dat de overlast en schade na hevige regenval in gebouwen, tunnels, viaducten en andere kwetsbare plekken tot een minimum beperkt blijft. In de openbare ruimte willen we meer koelte creëren door deze anders en groener in te richten, door waar mogelijk het aantal bomen te vergroten (en daarbij de kwaliteit van de groeiplaats niet vergeten), door parkjes en andere groene plekken aan te leggen, evenals groenblauwe schoolpleinen en speelterreinen. Zo gaan meer mensen naar buiten om te verblijven en bewegen in onze openbare ruimte. Dat draagt bij aan een socialere en gezondere leefomgeving met meer biodiversiteit. Meer plantsoenen, wadi's, extra bomen, moestuinen, groene daken, parkeerplaatsen met half verharding en ontsteende tuinen: de groenblauwe revolutie (haast is immers geboden) van onze stad moet ervoor zorgen dat het regenwater dat tijdens de steeds zwaardere buien valt, maar ook het kwelwater, gedoseerd wordt afgevoerd naar die plekken waar het gewenst is.
En tegelijkertijd willen we er tijdens warme dagen koeltjes bijzitten. Met een mix aan maatregelen gaan we ons de komende jaren verder wapenen tegen wateroverlast. Deze maatregelen liggen in de sfeer van aanpassingen aan de gebouwen, in afspraken met de eigenaren en in aanpassing van het riool- en regenwatersysteem in het bebouwde gebied. Meer groen en water in de openbare ruimte én niet openbare ruimte tenslotte, betekent meer koeling door schaduw en verdamping. We introduceren daarvoor mogelijk koeltenormen om met name versteende gebieden te vergroenen. School- en speelterreinen en plekken waar veel kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven worden hierbij versneld aangepakt om het goede voorbeeld te geven. Klaar voor de hitte strategie We gaan ervoor zorgen dat het toenemend aantal warme dagen ons zo weinig mogelijk tot last zijn, maar zoveel mogelijk als lust wordt ervaren. De bouwsector zorgt ervoor dat de warmte tijdens de warme dagen minder goed onze gebouwen in komt. De zorgsector onderzoekt of en
78
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
hoe we kwetsbare groepen in onze samenleving anders of betere zorg kunnen bieden, gericht op het bestrijden van hittestress. De toerismesector neemt het voortouw om Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal nóg aantrekkelijker te maken voor recreanten van binnen en buiten de regio. Extra warmte in de zomerperiode als gevolg van de klimaatverandering is goed voor de omzet van veel horeca en recreatieondernemers, mits het terras lekker in de schaduw ligt. Maar anderen ervaren de zomerse hitte juist als een enorme last en ondervinden hittestress of erger dan dat. Met een mix aan maatregelen gaan we ons de komende jaren wapenen tegen de negatieve effecten van het klimaateffect hitte. Deze maatregelen liggen in de sfeer van aanpassingen aan de gebouwen, in afspraken in de zorgsector om kwetsbare groepen beter in beeld te krijgen (wie zijn dat nou?) en deze adequate hulp te kunnen verlenen. Maar ook in hittebestendige recreatie dichtbij huis. Tenslotte gaan we hitte- of klimaatbestendige voorbeelden realiseren in de regio, zodat derden makkelijker dit voorbeeld volgen.