Nijmegen Waalfront - 5 Toelichting
Tekst van het document
€ 1 miljard wordt ingezet voor een korting op de verhuurdersheffing, ingeval van nieuwbouw door woningcorporaties. Het Rijk zet daarnaast € 1 miljard in om een bijdrage te leveren aan het versnellen van de woningbouw, de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen, inclusief de bijdragen aan de fysieke bereikbaarheid die daarvoor nodig is en het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving. In het kader van de Woondeal voor de regio Arnhem-Nijmegen besluit de provincie in het kader van het Actieplan Wonen binnenkort over een additionele financiële bijdrage bovenop het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld door het Rijk.
36
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.3.1.10 Masterplan Waalfront In het Masterplan Waalfront (bestemmingsplan uit 2008) was het programma voor wonen vastgesteld op ruim 2600 woningen. Bij de herziening van het Masterplan (als gevolg economische en financiële crisis) en het opstellen van de ontwikkelingsvisie 1.2 (vastgesteld door de gemeenteraad in 2012) is het woningbouwprogramma aangepast. Voor het Waalfront is het programma wonen in 2012 kwantitatief bijgesteld van ruim 2600 woningen naar ca. 2100 woningen. Het Waalfront biedt Nijmegen de mogelijkheid om een deel van de Nijmeegse bevolkingsgroei op te vangen.
Op basis van de voorgaande Woonvisie zetten we vanwege de ligging aan de Waal en nabijheid van de binnenstad in het Waalfront in op een woonmilieu met stedelijke en stadsbuurtachtige kwaliteiten. Op basis van de Uitvoeringsagenda Wonen blijft het Waalfront een belangrijke plek om te voorzien in de woonbehoefte. Voor het totale Waalfront wordt ingezet op een woonmilieu met variatie naar prijs en type. Uitgangspunt hierbij is het principe van een ongedeelde stad en het binden van bewoners. Zo zal 40% van het totale woonprogramma van het Waalfront vallen in de categorie goedkope woningen. Hierbij gaat het om circa 550 sociale huurwoningen, circa 160 middeldure huurwoningen en circa 170 goedkope koopwoningen (tot € 220.000,-). Op dit moment zijn 256 goedkope woningen op de Handelskade, 19 goedkope koopwoningen in blok 5 Batavia en 75 goedkope huurwoningen in blok 3 Batavia gerealiseerd. De overige goedkope woningen komen in Ulpia en Fabrica en Dijkkwartier.
Conform de subregionale Woonagenda wordt ook gestreefd naar middeldure huurwoningen (huurprijs tussen de € 711 en € 900 per maand). Hierbij gaat het om woningen die voldoen aan de vraag van pas-afgestudeerden. De woningen liggen namelijk in een stedelijk gebied op fietsafstand van Nijmegen CS.
4.3.2
Planvoornemen
Ulpia en Fabrica als deelgebied binnen het Waalfront zal bestaan uit een verscheidenheid van woningen naar type en prijsklasse. Het gaat hierbij om maximaal 1.000 woningen. Onderdeel hiervan is dat er woningen kunnen worden gerealiseerd in de vorm van top-its op de locatie Honigcomplex. Uitgangspunt hierbij is dat de woningen indien mogelijk levensloopgeschikt zijn. Dit volgens GPR (een instrument dat de gemeente hanteert voor duurzaam en toegankelijk bouwen), inclusief de Checklist Langer Thuis. Daarmee blijven deze woningen geschikt bij veranderende leefomstandigheden zoals ouderen die alleen komen te wonen. Een aanzienlijk deel van de woningen zal vallen binnen de categorie goedkope woningen. Hierbij gaat het in ieder geval om ongeveer 280 woningen. Uitgangspunt voor het totale Waalfront is en blijft dat 40% gerealiseerd wordt in de goedkope sector. Dat betekent dat extra woningen (meer dan 800 in Ulpia en Fabrica ) voor 40% gerealiseerd moeten worden als goedkope woningen in Ulpia en Fabrica of elders in het Waalfront. De goedkope woningen zullen verspreid worden over Ulpia en Fabrica, waardoor een gemixt woonmilieu ontstaat. In deze mix worden accenten gelegd rondom het Thermenplein en de Laan van Oost-Indië. Hier komt, uit financiële haalbaarheidsoverwegingen, meer de nadruk te liggen op goedkope woningen.
Deze woningen zijn kleiner dan gemiddeld met een gebruiksoppervlak van minimaal 50 m². Hiermee zijn ze geschikt voor eenpersoonshuishoudens die kleiner willen wonen. Bij het streven naar een inclusieve samenleving blijft het realiseren van voldoende woningen met zorg belangrijk. In het meest recente planningskader wonen en zorg is het Waalfront dan ook benoemd als kanslocatie die nader bekeken moet worden, voor het realiseren van beschut wonen voor ouderen. Hierbij gaat het om 36 eenheden in de sociale
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
37
huur. De vraag naar dit type woningen is evident. Om de mogelijkheid van de locatie in beeld te brengen is onderzoek nodig naar de (financiële) haalbaarheid. Geadviseerd wordt dat het OBW de (financiële) haalbaarheid onderzoekt van 36 eenheden beschut wonen in het aandeel sociale huur in Ulpia en Fabrica. Rondom het Thermenplein zou het mogelijk zijn om ruimte te bieden aan een aantal beschut wonen woningen. De overige woningen zullen gerealiseerd worden in het duurdere segment. Hierbij wordt ruimte geboden aan andere woonconcepten, zoals loftwoningen en de combinatie wonen en werken. Omdat in Ulpia en Fabrica de nadruk wordt gelegd op een mix van verschillende type woningen wordt recht gedaan aan het principe van een ongedeelde stad. Daarbij worden verschillende type woningen mogelijk gemaakt, waaronder middeldure huurwoningen. Hiermee voldoet de invulling van Ulpia en Fabrica aan het gemeentelijk woonbeleid en de afspraken uit de Woonagenda. Op het aspect duurzaamheid wordt ingegaan in paragraaf 4.13.
4.4
Economische ontwikkeling
4.4.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
Een economisch veerkrachtig Nijmegen is een stad die aantrekkelijk is om in te ondernemen en in te werken. Dit zorgt er voor dat er meer bedrijven komen en de werkgelegenheid groeit. In tien jaar tijd willen we zorgen voor 10.000 extra banen op allerlei niveaus. Nijmegen wil in 2050 volledig circulair zijn. Op een groter schaalniveau vormen we samen met de Provincie Gelderland en de regio's Arnhem- Nijmegen en Food Valley (Ede Wageningen) een groene metropoolregio. Deze regio heeft een toenemende verstedelijkingsdruk. We willen dé circulaire topregio worden in Europa. De benodigde ruimte voor een goed vestigingsklimaat vinden we door nieuwe locaties te ontwikkelen en bestaande locaties te herstructureren, te intensiveren of te transformeren. Het verbrede centrum waartoe Ulpia en Fabrica behoort gaat een belangrijke bijdrage leveren aan onze ambitie om de komende tien jaar een groei van 10.000 nieuwe banen te behalen, vooral in groeisectoren als horeca en dienstverlening. Door het grote aantal bezoekers aan de binnenstad worden sectoren als horeca, cultuur, dienstverlening en evenementen hier steeds belangrijker. In de binnenstad willen we deze sectoren de ruimte bieden om te groeien. We stimuleren duurzaam vervoer, onder andere door op strategische punten elektrische laadpunten aan te leggen, zodat bedrijven makkelijker overgaan op elektrisch vervoer van goederen.
We stimuleren efficiënter vervoer om de stad bereikbaar te houden. We trekken talent aan en houden het vast door een aantrekkelijk gemengd stedelijk woonmilieu te bieden. We faciliteren de economie door de juiste condities te scheppen waarin excellente zakelijke dienstverlening zich graag vestigt: levendige wijken met voorzieningen dichtbij. Gemengde woon-werkomgevingen bieden perspectief voor banencreatie in verschillende lagen in de nabijheid van kwetsbare wijken.
38
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.4.2
Detailhandel
4.4.2.1
Toetsingskader
Het gewenste winkelprogramma voor een nieuwe ontwikkeling wordt bepaald aan de hand van het koopgedrag dat we bij consumenten kunnen onderscheiden. We kennen drie verschillende soorten koopgedrag: recreatief winkelen, doelgericht winkelen en dagelijkse boodschappen. Wat betreft de eerste categorie, recreatief winkelen, ligt het primaat bij de binnenstad en het Stadsdeelcentrum Dukenburg. Deze centra richten zich voornamelijk op recreatief winkelen. Bij recreatief winkelen gaat het er om dat bezoekers producten goed kunnen vergelijken (denk aan kleding, schoenen etc.). We hebben de afgelopen jaren gezien dat de retailsector onder druk staat door internet en veranderend koopgedrag. Daarom wordt heel terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe winkelmeters gericht op recreatief winkelen. Dit geldt ook voor de locatie NYMA, die in de directe nabijheid van het stadscentrum gelegen is. Voor de dagelijkse boodschap is in Nijmegen-West een fijnmazige winkelstructuur opgezet. Bewoners uit Ulpia en Fabrica kunnen voor hun dagelijkse boodschap terecht bij het buurtwinkelcentrum Nieuwe Voorstad / Fenikshof en het wijkwinkelcentrum Molenweg-Noord. Spil van deze centra zijn supermarkten. Om voldoende draagvlak te blijven houden voor deze kleinere winkelcentra is het van belang dat er voldoende draagvlak (lees: inwoners) blijft voor deze supermarkten en daarmee de gehele winkelcentra.
Het accent bij het nieuwe winkelprogramma voor het naastgelegen Ulpia en Fabrica ligt dan ook niet op aanbod voor de dagelijkse boodschap. Toch is er behoefte voor dagelijkse boodschappen in de directe nabijheid, zoals een mandjessupermarkt. De mandjessupermarkt in het plangebied heeft een positief effect op de verzorgingsstructuur van dagelijkse artikelen op wijkniveau. Het heeft een belangrijke verzorgingsfunctie voor de bewoners van het Waalfront. Bij doelgericht winkelen gaat het om snel met de auto gericht grotere aankopen te doen. Het gaat hierbij om aanschaf van veelal volumineuze artikelen (PDV). Denk aan artikelen in de categorie bouwmarkten, tuincentra en woninginrichting. Voor dergelijke artikelen kunnen bewoners terecht op het naastgelegen bedrijventerrein Noordoostelijke Kanaalhavens en de Woonboulevard Novium. Voor het vestigen van deze grotere PDV-winkels zijn afspraken gemaakt in de regio. Het toevoegen van grootschalige winkels in Ulpia en Fabrica past niet binnen deze afspraken.
Productiegebonden en ondergeschikte detailhandel Productie gebonden detailhandel en ondergeschikte detailhandel bij productie-, reparatie- en groothandelsbedrijven is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de detailhandel staat in directe relatie met de aanwezige bedrijfsvoering. Zo geldt voor productiebedrijven, dat er alleen producten mogen worden verkocht die door het bedrijf zelf zijn geproduceerd; de detailhandel vindt plaats in een afgeschermde ruimte; de overige bedrijfsruimte is niet toegankelijk voor consumenten; de detailhandelsfunctie is gemaximeerd ten aanzien van de hoofdfunctie en bedraagt maximaal 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met dien verstande dat de maximum omvang ervan nooit meer dan 100 m² verkoopvloeroppervlakte bedraagt; voor de detailhandel gelden de openingstijden die ook voor de reguliere detailhandel van toepassing zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
39
4.4.2.2
Planvoornemen
In de wijk willen we toch enige detailhandel mogelijk maken. Daarbij kijken we naar het soort programma dat nu al in de Honig gevestigd is: Fietscentrum Nijmegen detailhandel Galerie Bart C-more Busy bike Stadsboom
732 m2 bvo ambacht/bedrijfsfunctie, ondersteun 419 m2 bvo galerie met ondersteunend detailhandel 300 m2 bvo detailhandel 428 m2 bvo ambacht/bedrijfsfunctie, ondersteun detailhandel 100 m2 bvo ambacht/bedrijfsfunctie, ondersteun detailhandel
Totaal 5 units circa 2.000 m2 We willen enige ruimte bieden voor winkels die een link hebben met ambachtelijke bedrijvigheid. We hebben een beleidslijn voor ondergeschikte detailhandel bij bedrijven. Bij een ambachtelijk en productiebedrijf mag 20% van het oppervlak met een maximum van 100 m2 worden gebruikt voor ondergeschikte detailhandel. Kijkend naar deze beleidslijn en het winkelprogramma van de Honig op dit moment willen we programma van maximaal 100 m2 per unit in het gebied mogelijk maken voor deze vorm van detailhandel. Daarnaast bieden we ruimte aan een mandjessupermarkt.
4.4.3
Horeca
4.4.3.1
Toetsingskader
In de "Horecanota Gastvrij Nijmegen" zijn beleidslijnen opgenomen voor het toestaan van nieuwe horeca. De volgende beleidslijnen zijn van toepassing: In de woonwijken heeft horeca in de eerste plaats een verzorgende functie. Horeca speelt een rol in de kwaliteit van de dagelijkse leefomgevingen in de wijken en buurten van de stad, soms als een risicofactor maar veel vaker als een pluspunt. Horeca in woonwijken is voor veel bewoners een aantrekkelijk verrijking van hun wijk. Nieuwe horeca kan in de wijken worden toegestaan op voorwaarden dat deze kleinschalig van aard is en aanvullend op het reeds aanwezige aanbod. Er is slechts zeer beperkt horeca is in Nijmegen-West en nieuwe horeca is dus snel aanvullend op het bestaande aanbod. Nieuwe horeca wordt mogelijk gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Nieuwe horeca in nog te ontwikkelen gebieden komt tegemoet aan de behoefte bij de nieuwe bewoners of richt zich op een nieuwe doelgroep (toeristen). In de horecanota is een beleidslijn opgenomen om horeca op unieke locaties mogelijk te maken. De Honig kan worden beschouwd als een unieke locatie. 4.4.3.2
Planvoornemen
De Honig kent op dit moment het volgende horeca-programma: First things first Brebl De Meesterproef
40
koffiebar
92 m2 bvo
bar en 1.463 m2 bvo evenementen restaurant 563 m2 bvo
lichte horeca (met DHW) cat. 1a zware horeca cat. 3 restaurant cat. 1b
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
Stoom
brouwerscafé
457 m2 bvo
café/restaurant cat. 2/1b
Totaal circa 2.600 m2 Door het unieke industriële karakter van het gebied, de aanwezige functies en de ligging aan de rivier is de locatie bijzonder aantrekkelijk voor horeca. Wat de doelgroep betreft gaat het om een mix van toeristische bezoekers, bewoners in de direct nabijheid en inwoners van Nijmegen. Bij de opzet van de nieuwe Honig is het de bedoeling dit horecaprogramma in nagenoeg gelijke vorm terug te laten komen. Maar ook bij een gewijzigde opzet past het voorgestelde horeca-programma: 1 unit lichte horeca (koffiebar, lunchroom, cat. 1a), 1 unit restaurant (cat. 1b) en 1 unit café/restaurant. Voorstel is om 3 units met een max totale omvang van 1.500 m2 bvo mogelijk te maken, vrij inzetbaar voor de functie lichte horeca, restaurant en/of café. Daarnaast voorziet de Honig in een podium (cat. 3). Voorstel is om een klein podium mogelijk te blijven maken: max. 750 m2 bvo cat. 3. Het naastgelegen Thermenplein is bedoeld als centrale ontmoetingsplek in de wijk. Aan het Thermenplein willen we horeca gericht op bewoners in de wijk mogelijk maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om een restaurant (max. 250 m2 bvo) en lunchroom/lichte horeca (max. 200 m2 bvo). Ondersteunende horeca Naast reguliere horeca kennen we in Nijmegen ook ondersteunende horeca.
Er is sprake van ondersteunende horeca wanneer men in een zaak die geen (planologische) hoofdbestemming horeca heeft iets kan consumeren en daarvoor moet betalen. Het gaat dan om een zaak met een detailhandelsbestemming of de bestemming maatschappelijke doeleinden, waar een beperkt deel van het oppervlak gebruikt wordt voor het plaatsen van tafels en stoeltjes. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een boekenwinkel met een koffiecorner of om een museum met een restaurant. Voor deze ondersteunende horeca gelden de volgende voorwaarden:
Ondersteunende horeca in de wijk bij bestemming*: food-detailhandel
non-food detailhandel maatschappelijke doeleinden en recreatieve doeleinden oppervlakte 20m2 / max. 25% 50m2 / max 25% max. 10% (maatschappelijke vvo doeleinden) max. 12% (sporthallen) sportveld** 150 m2 plus per extra veld, 75m2, met max. van 375 m2. per bouwblok max. 1 bedrijf max. 1 bedrijf nvt per max. 1 bedrijf nvt nvt straatzijde * bron: Beleidsnotitie Ondersteunende horeca, najaar 2001 De gehanteerde oppervlaktematen betreffen de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, ten dienste van de ondersteunende horecafunctie, niet inbegrepen de daarbij behorende ruimten als opslag, keuken- en toiletruimten. Voor de binnenstad zijn inmiddels de voorwaarden voor ondersteunende horeca enigszins verruimd. Op basis van de ervaringen die hiermee zijn opgedaan worden de beleidslijnen voor de rest van de stad ook aangepast.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
41
4.4.4
Hotel
4.4.4.1
Toetsingskader
Het gaat goed met de Nijmeegse hotelmarkt. Jaarlijks vinden er 200.000 overnachtingen plaats en de aantallen zijn nog stijgende. Bij het hotelbezoek gaat het nagenoeg om een gelijke verdeling tussen zakelijk en toeristisch bezoek. Uit een recent hotelonderzoek (2018, zie Bijlage 3 Hotelonderzoek) blijkt dat in de afgelopen periode (2008-2018) het aantal hotelbedden aanzienlijk is toegenomen. Ondanks de gemaakte inhaalbeweging en duidelijke uitbreiding, is de Nijmeegse hotelsector nog steeds relatief klein ten opzichte van vergelijkbare steden. We hanteren dan ook nog steeds de open beleidslijn voor hotels, die nieuwe hotelontwikkelingen mogelijk maken, mits deze voldoen aan eisen als inpasbaarheid in de openbare ruimte, parkeren etc.
4.4.4.2
Planvoornemen
Er is dus nog ruimte op de hotelmarkt. Een klein Stadshotel (2.000 m2 bvo) past binnen de huidige opzet van de Honig.
4.4.5
Kantoren, woon-werkpanden en commerciële dienstverlening
4.4.5.1
Toetsingskader
In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor het toestaan van grootschalige kantoorontwikkelingen (RPW). Conform deze afspraken zijn er in Nijmegen alleen grote kantoorunits toegestaan in de directe omgeving van het Centraal Station en Station Lent.
4.4.5.2
Planvoornemen
Ulpia en Fabrica komt hiervoor niet in aanmerking. Wel is in het gebied enige kleinschalige kantoorontwikkeling met een lokaal karakter langs verkeersradialen toegestaan. Het gaat dan om kantoren met een maximale omvang tot 1.000 m². Daarnaast kan de kantoorfunctie ook terugkomen in de vorm van woon-werkpanden en kleine zelfstandige units in de naastgelegen wijk (tot max. 500 m2). Verder is het de bedoeling om in het gebied ruimte te bieden aan commerciële dienstverlening: makelaar, kapper, architectenbureau etc. Daarnaast is er door het PFO Regio Arnhem Nijmegen toestemming verleend om nieuwbouw van een bestaand kantoor van maximaal 2.000 m2 te realiseren.
4.4.6
Kleinschalige bedrijvigheid
4.4.6.1
Toetsingskader
We willen het terugbrengen van de economie in de stad en wijken stimuleren door de vestiging van kleinschalige en ambachtelijke ondernemingen. Het gaat dan met name om: het realiseren van woon-werk panden. het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsactiviteiten vanuit de woning moet mogelijk zijn, mits er geen hinder veroorzaakt wordt voor de omgeving. enige ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid. Het kan hierbij gaan om enerzijds
42
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
kleinschalige bedrijven die nu reeds in de Honig aanwezig zijn en verplaatst moeten worden, maar ook om het aantrekken van nieuwe kleinschalige bedrijvigheid. 4.4.6.2
Planvoornemen
De Honig is op dit moment een voorbeeld van een “kleinschalige economische ontwikkelzone” en is op de wijze waarop deze momenteel wordt vormgegeven een prima aanvulling van de wijk.
4.4.7
Vrijetijdsactiviteiten/ leisure
4.4.7.1
Planvoornemen
De Honig is een plek die nu al bezoekers trekt om hun vrije tijd te besteden. Ook bij de nieuwe opzet is de Honig een plek waar mensen naar toe gaan omdat er iets valt te beleven. Onder vrije tijd wordt de tijd verstaan die overblijft naast verplichte activiteiten als werk en studie. De vrije tijd van mensen is met de toename van de welvaart steeds belangrijker geworden. Vrije tijd wordt door veel mensen gezien als tijd die op een nuttige en vooral leuke manier moet worden opgevuld. Voor de een betekent dat sporten, de ander brengt een bezoek aan een popconcert. Bij invulling van het programma voor cultuur en ontspanning kan gedacht worden aan: poppodium, sportvoorzieningen, fitness-voorzieningen, fysiotherapeut, wellness/ sauna, schoonheidssalon.
4.4.8
Maatschappelijk
4.4.8.1
Planvoornemen
In Ulpia en Fabrica worden ook maatschappelijke functies mogelijk gemaakt. Gedacht kan worden aan huisartsen, fysio, verloskundige, geestelijke gezondheidszorg en een kinderdagverblijf. Het plan biedt ruimte aan individuele initiatiefnemers om dit op kleine schaal in te vullen. Vanuit de gemeente ligt er geen ontwikkelopgave.
4.4.9
Cultuur
In de "Uitwerking atelierbeleid 2016-2024" worden een aantal doelstellingen uitgesproken, waaronder dat uiterlijk in 2018 wij minimaal 170 ateliers (het equivalent van 0,1% van ons inwonertal) hebben. In Ulpia en Fabrica kan hieraan een bijdrage worden geleverd. Daarnaast kunnen de ateliers een grote meerwaarde hebben voor de reuring en de creativiteit in het gebied, wanneer deze ook beleefbaar zijn vanuit de omgeving. Dit betekent dat dit open ateliers moeten zijn. Hieronder wordt verstaan dat de gebruiker gebruik maakt van een 'open' werkruimte. Dit betekent dat de gebruiker andere niet-gebruikers niet beperkt in hun vrijheid om het atelier te bezoeken tijdens aanwezigheid van de gebruiker. De gebruiker stelt het atelier actief open voor bezoek en/of verkoop ter bevordering van reuring in het gebied.
4.4.10 Evenementen 4.4.10.1 Toetsingskader Locatiegebonden evenementenbeleid
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
43
De gemeente Nijmegen heeft "Locatiegebonden evenementenbeleid" opgesteld. Doel van dit beleid is om tot locatieprofielen voor een aantal veelgebruikte evenementenlocaties te komen, die recht doen aan wensen van organisatoren van evenementen (bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheden en faciliteiten per locatie), maar ook een uitwerking zijn van een zorgvuldige afweging van belangen van en consequenties voor de omgeving. Daarnaast is in de "Beleidsregels Geluid bij evenementen in de openlucht" (vastgesteld door B&W in januari 2018) voor een aantal evenementenlocaties een maximaal aantal geluidpunten per kalenderjaar vastgesteld. Beleidsregels geluid voor evenementen in de openlucht 2018 De geluidsaspecten van de evenementen zijn vastgelegd in de eerder genoemde “Beleidsregels geluid voor evenementen in de openlucht 2018”. In deze beleidsregels (gemeenteblad GMB-2018-70792 06-04-2018) zijn voor alle potentiële evenementenlocaties in de gemeente de voorwaarden opgenomen waaronder een Ontheffing van het verbod geluidhinder (APV 4.1.1 t/m APV 4.1.4.) mogelijk is. Deze voorwaarden hebben betrekking op aantal; tijdsduur; begin- en eindtijd, geluidemissie. Deze beleidsregel waarborgt een balans voor het toestaan en verdelen van evenementen met veel geluid over het gehele grondgebied van de gemeente.
4.4.10.2 Planvoornemen Per evenementenlocatie in de stad zijn locatieprofielen opgesteld. Voor de Honig is dit een locatieprofiel dat is ingericht op de (huidige) tijdelijke situatie, nu nog niet is begonnen met de gebiedsontwikkeling. In de toekomstige inrichting van het gebied zullen enkele pleinen worden ingericht. Het is goed denkbaar dat hier in de toekomst ook evenementen zullen worden gehouden. Dan zullen er op dat moment één of meerdere locatieprofielen voor dit gebied worden opgesteld.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
4.5.1
Toetsingskader
Bedrijvigheid in de zin van de Wet milieubeheer is die bedrijvigheid die onder het Activiteitenbesluit valt en/of een omgevingsvergunning nodig heeft. In het nieuwe bestemmingsplan zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten gekoppeld worden aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten in Nijmegen, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Hierbij zijn alleen de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar, verkeer en visuele aspecten van belang. De Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen is een verbijzonderde afgeleide van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Naast de afstandseisen uit de VNG-brochure moet uiteraard ook rekening worden gehouden met overige milieuhinder die aan de orde kan zijn bij bepaalde bedrijfscategorieën, waaraan speciaal overheidsbeleid en hierop gerichte jurisprudentie nadere invulling geven.
44
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.5.2
Planvoornemen
Zoals in paragraaf 2.3 te lezen is moet Ulpia en Fabrica een gebied gaan worden waarin veel reuring is en waar van alles te beleven is. Zie het als een extra centrumgebied: een grote variatie aan functies, waarbij wonen wordt gecombineerd met functies zoals horeca, muziek, winkels, kantoren, dienstverlening en maatschappelijke functies. Maar ook functies in de "maaksfeer", zoals ateliers en creatieve bedrijvigheid. Dit betekent dat er een functiemenging van wonen en activiteiten is; hierbij worden geen onderlinge afstanden aangehouden, maar is juist geselecteerd op functies die volgens deze VNG-lijst naast woningen kunnen worden uitgeoefend. Voor dit gebied met functiemenging geldt dat als hoofdregel dat bedrijvigheid is toegestaan in maximaal functiemengingscategorie B (Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid, kolom functiemenging). Deze B-functies worden zodanig ingevuld dat ze bouwkundige afgescheiden zijn van woningen en andere gevoelige functies. De vraag is of dit gebied hinder kan ondervinden van de omliggende gebieden en of Ulpia en Fabrica zelf beperkingen kan veroorzaken op de uitbreidingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven.
4.5.2.1
Ondervinden van hinder
Ten oosten van het plangebied ligt de Waalhaven. Het bunkerstation Neptun Heijmen Nijmegen B.V., Havenweg 18 is het enige bedrijf van betekenis. Deze valt onder categorie 4.1, "Groothandel olieproducten en vloeibare gasvormige brandstoffen". De richtafstand voor dit station is 200 meter op grond van gevaar en 50 meter voor geluid en geur. Er wordt vanuit het station olie, diesel, propaan en butaan (in flessen) verkocht aan schepen. De hoeveelheden verhandelde gevaarlijke stoffen blijft echter onder de drempel van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit. Aan de veiligheidsafstanden van dit besluit wordt ruimschoots voldaan (20 meter). Deze afstanden reiken ook niet tot aan het plangebied. Ook de richtafstanden voor geur en geluid vallen niet over het bouwvlak van het onderhavige bestemmingsplan. De Waalhaven zelf is aangewezen als haven voor woonschepen en voor de overnachting van binnenvaartschepen. De haven is niet aangewezen voor overnachting van schepen die grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen vervoeren. De eventuele hinder van de haven op Ulpia en Fabrica zal dan ook beperkt zijn. Zelfs indien de vergelijking wordt gemaakt met een jachthaven kan gesteld worden dat er voldoende afstand is van Ulpia en Fabrica tot de haven. Een jachthaven valt in categorie 3.1 en heeft een richtafstand van 30 meter tot aan gemengd gebied.
Aan de zuidkant van Ulpia en Fabrica is op grond van het bestemmingsplan "Waalfront" alleen categorie 1-bedrijvigheid toegestaan of zijn inmiddels woonwijken gerealiseerd. Ook hier kan geen hinder van verwacht worden op het plangebied. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan bestemmingsplan "Nijmegen Waalfront - 2 (Brugkwartier)" met direct aansluitend een park van 130 meter breed. Enige hinder hiervan of van het gemende gebied (max. cat 1 en 2) aan de westzijde daarvan is niet te verwachten. Dit geldt ook voor het bestemmingsplanvlak tussen de Winselingsesingel en de Weurtseweg. Hier ligt het distributiestation van Liandon. Om (laagfrequent) geluid tegen te gaan naar de naastgelegen woonwijk Batavia is in het bestemmingsplan "Nijmegen Waalfront - 2 (Brugkwartier)" de bouw van een muur in de regels vastgelegd. Deze is ook daadwerkelijk gerealiseerd. Ook Ulpia en Fabrica zal hier dus geen hinder van ondervinden. Verder naar het westen ligt de voormalige kolencentrale van Engie op het industrieterrein Kanaalhavens. De kolencentrale is inmiddels gesloten, maar de bestemming biedt nog wel de mogelijkheid voor een kolencentrale. Deze valt onder categorie 5.2 van de VNG-brochure met een richtafstand van 700 meter voor geluid en stof. De werkelijke afstand tot het plangebied is
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
45
ongeveer 600 meter. Engie maakt echter deel uit van een geluidgezoneerd industrieterrein. De geluidzone valt niet over Ulpia en Fabrica. Ook met de geluidhinder van een kolencentrale zou de geluidhinder dan nog acceptabel zijn. Voor stofhinder heeft een kolencentrale een richtafstand van 700 meter in de VNG-brochure. Dit aspect gaat over visuele hinder van stof van puntbronnen en diffuse emissies van op- en overslag. Beide bronnen van stof zijn inmiddels verwijderd aangezien de kolencentrale is gesloten. Dit sluit echter nieuwe bronnen van stofemissies niet uit. De afstand van ongeveer 600 meter tot aan een potentiële bron van stofhinder is echter acceptabel aangezien er inmiddels in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling diverse regels zijn opgenomen om stofhinder te voorkomen. Die regels hebben betrekking op zowel puntbronemissies (zoals een puinbreker) als emissies door de open overslag van goederen in de buitenlucht. Voor die laatste geldt bijvoorbeeld dat wordt voorkomen dat stofverspreiding optreedt die op een afstand van meer dan 2 meter van de bron met het blote oog waarneembaar is; verontreiniging van de omgeving wordt zoveel mogelijk beperkt (artikel 3.32 lid 1 onder a Activiteitenbesluit).
De kolencentrale wordt momenteel gesloopt en het terrein krijgt een andere invulling. Alleen van de twee te realiseren windmolens is mogelijk hinder te verwachten als gevolg van slagschaduw. Uitgebreid onderzoek (zie Bijlage 4 Oplegnotitie geluid en slagschaduw) heeft aangetoond dat de windmolens echter kunnen voldoen aan de norm voor slagschaduw zoals die is vastgesteld in de Activiteitenregeling. Hierbij zijn meetpunten meegenomen die representatief zijn voor Ulpia en Fabrica.
4.5.2.2
Uitstralen van hinder
Mogelijk kan de bedrijvigheid die in het plangebied wordt toegestaan, een effect hebben op de (woon)omgeving buiten het plangebied. Binnen het plangebied is uitsluitend bedrijvigheid in milieucategorie A en B uit Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid, kolom functiemenging, toegestaan, alsmede een podiumcafé of zalenverhuur t.b.v. het houden van feesten en partijen. Het woonblok direct ten zuiden van de Laan van Oost-Indië is aan te merken als een gemengd gebied, vanwege de functie als gebiedsontsluitingsweg van de Laan van Oost-Indië. De woonboten in de haven liggen eveneens in gemengd gebied, aangezien in de haven ook bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden. In een rustige woonomgeving gelden de reguliere richtafstanden uit de VNG-lijst (Model Nijmegen), in een gemengd gebied kan de richtafstand met één afstandsstap verkleind worden. Voor de bedrijfsactiviteiten in het gebied met functiemenging, dus de activiteiten (in dit geval) in functiemengingscategorie A en B, zijn tevens richtafstanden opgenomen voor de omgeving buiten het functiemengingsgebied. De richtafstand voor een gemengd gebied is op basis van de toegestane functiemengingscategorie A en B en de genoemde andere functies maximaal 30 m, behorend bij 3.1 in een gemengd gebied. Er wordt voldaan aan deze richtafstand.
4.6
Geluid
4.6.1
Toetsingskader
4.6.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte).
46
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.6.1.2
Wettelijk kader
Geluidgevoelige objecten worden beschermd door de Wet geluidhinder. Dit betreffen woningen, maar ook scholen en ziekenhuizen. Deze Wet geluidhinder regelt het aspect (weg)verkeerslawaai en industrielawaai.
4.6.2
Planvoornemen
4.6.2.1
Verkeerslawaai
Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Laan van Oost-Indië en de spoorlijn Nijmegen-Arnhem. In het plangebied worden nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder moet er akoestisch onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting door het verkeer op deze weg. Er is nog geen uitgewerkt stedenbouwkundig plan daarom is het onderzoek globaal van opzet en leggen we de maximale geluidsbelasting vast op de randen van de bouwblokken. De straatjes in het gebied worden autoluw en worden ingericht als 30 km-zone. Uit geluidberekeningen blijkt dat de voorkeurswaarden voor wegverkeer op Laan van OostIndië en het spoor worden overschreden. De hoogste berekende geluidsbelastingen zijn 58 dB wegverkeerslawaai en 61 dB railverkeerslawaai. Geluidgevoelige bestemmingen kunnen alleen worden gebouwd als er een hogere waarde is vastgesteld. Deze hogere waarden worden vastgelegd in een afzonderlijk besluit. Aan dit besluit zijn voorwaarden verbonden. Er is op dit moment nog geen uitgewerkt bouwplan daarom is toetsing aan het gemeentelijke geluidbeleid nog niet mogelijk. Binnen het plangebied kan er cumulatie van zowel weg- als railverkeerslawaai optreden. Het geluid van het verkeer op 30 km wegen hoeft niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder.
Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan moet rekening worden gehouden met de geluidsbelasting door het verkeer op de Laan van Oost-Indië. Woningen met een geluidsbelasting van 49 dB of hoger moeten voldoen aan de eisen die zijn verbonden aan het hogere waardenbesluit. Deze eisen hebben betrekking op de ligging van de buitenruimten en slaapkamers ten opzichte van de weg. Bij de omgevingsvergunning zal met een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de geluidwering van de gevel voldoende is om het vereiste binnenniveau te halen.
4.6.2.2
Geluid van bedrijven
In het plangebied wordt straks gewoond en gewerkt. Geluid van bedrijvigheid in en rond het plangebied is onvermijdelijk. Bij de inrichting van het plangebied zal rekening worden gehouden met de geluidruimte die bedrijven nodig hebben om te kunnen werken. De bedrijven moeten voldoen aan de geluidseisen die de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit stellen. De toegestane bedrijvigheid is afgestemd op de omgeving in het kader van bedrijven en milieuzonering. Zie hiervoor paragraaf 4.5.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
47
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Luchtkwaliteit
4.7.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.7.1.2
Wettelijk kader
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
4.7.1.3
Toetsingskader veroorzaker
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet milieubeheer (Wm) ten aanzien van luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10 Tabel: luchtkwaliteit
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling,
48
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5.
4.7.1.4
Planvoornemen als veroorzaker
In het onderhavige plan bestaat het voornemen om op de locatie een mix van functies toe te staan. Daarbij moet gedacht worden aan woningen in een omgeving met creatieve bedrijvigheid, kunst, sport, horeca en evenementen, zoals beschreven in 2.3. In het vigerende bestemmingsplan is dat gedeeltelijk al mogelijk. Daarvoor geldt voor dit toekomstige plan dat er enkele wijzigingen gaan plaatsvinden. De verwachting is dat de netto toename geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer zal veroorzaken. Als dat wel het geval is, is de kans klein dat daarmee de wettelijke grenswaarden overschreden worden. De verkeersaantrekkende werking zal naar verwachting vallen binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen. Daarnaast geldt als positieve ontwikkeling dat het gebruik in de toekomstige situatie gasloos wordt. Hierdoor ontstaat lokaal nog een verbetering van de luchtkwaliteit.
4.7.1.5
Toetsingskader bescherming
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het "Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en vormt het derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien.
4.7.1.6
Planvoornemen bescherming
Het voorliggende plan voorziet mogelijk in de realisatie van een kinderopvang. Dit is een voor luchtkwaliteit gevoelige bestemming. In de recente landelijke "GGD-Richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en gezondheid" adviseert de GGD ten aanzien van het bouwen van gevoelige bestemmingen langs drukke gemeentelijke wegen (meer dan 10.000 mvt/etm): geen afstandscriterium; niet bouwen direct langs een drukke weg (dus niet in 1e lijnsbebouwing);
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
49
GGD heeft het advies “niet in 1e lijnsbebouwing” aangevuld met dat dit minimaal moet gelden binnen 50 meter van de rand van de drukke gemeentelijke weg. Voor wegen in het plan met meer dan 10.000 mvt/etmaal wordt geadviseerd een afstand van minimaal 50 meter aan te houden en het liefst zo ver mogelijk van de weg af. De Laan van Oost-Indië ligt onder deze grens van 10.000 mvt/etmaal; de Oversteek komt hier wel boven. De Oversteek ligt echter op een afstand van ruim 300 m. Luchtkwaliteit zorgt daarmee niet voor een beperking in de vestigingsmogelijkheden voor een kinderopvang. Ter hoogte van het plan overschrijden de concentraties stikstofdioxide de grenswaarden niet (tot 30 ìg/m3 stikstofdioxide). Er gelden geen beperkingen voor de realisatie van de voorziene bestemmingen. Zie onderstaande figuur met de concentraties stikstofdioxide in 2018.
Concentraties stikstofdioxide in 2018
4.8
Geur
4.8.1
Toetsingskader
De Wet geurhinder en veehouderij stelt regels ter bescherming van voor geur gevoelige objecten. Een geurgevoelig object is, kortgezegd, een gebouw waarin mensen gedurende de dag verblijven. In de wet is een meer gedetailleerde begripsbepaling opgenomen.
4.8.2
Planvoornemen
Het plangebied is in het stedelijk gebied gelegen. Binnen een straal van 1 km zijn geen veehouderijen gelegen. Geurproblematiek of beperking van bedrijven in hun bedrijfsvoering is hier niet aan de orde.
50
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Toetsingskader
4.9.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.9.1.2
Wettelijk kader
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens wordt het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden in het invloedsgebied van de betreffende risicobronnen. Alleen de volgende risicobronnen hebben invloed op het plangebied. De Waal Het Maas-Waalkanaal Het spoor van Nijmegen naar Arnhem
4.9.2
Planvoornemen
Plaatsgebonden risico Geen enkele bovengenoemde bron heeft een PR 10-6 contour over het plangebied liggen. Het kanaal en het spoor liggen op grote afstand waardoor alleen een onwaarschijnlijk toxisch scenario het plangebied kan bereiken. Volgens de beleidsvisie externe veiligheid (februari 2014) kan hier worden volstaan met een standaard verantwoording zoals weergegeven op pagina 34 van de beleidsvisie. Het plangebied ligt daarnaast tegen de Waal aan. Over de Waal worden grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het 'Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' en de 'Regeling basisnet, bijlage III' geeft aan hoeveel schepen beladen met gevaarlijke stoffen per jaar over de Waal varen. Ondanks de grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen die wordt vervoerd is het vervoer over water relatief veilig. Dat komt mede door de breedte van de Waal waardoor de kans op slachtoffers in het geval van een calamiteit kleiner is. Groepsrisico Volgens het Bevt, artikel 8 kan een groepsrisicoverantwoording achterwege blijven indien het groepsrisico onder de 10% van de oriëntatiewaarde blijft. Dit geldt ook indien het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft maar niet met meer dan met 10% van de oriëntatiewaarde toeneemt. De Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, januari 2017) geeft aan hoe om te gaan met de groepsrisicoverantwoording.
In de bijlage van het HART staat de vuistregel dat 10% van het groepsrisico van de Waal alleen wordt overschreden indien de dichtheid in de
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
51
eerste 200 meter meer dan 500 personen/ha is en meer dan 1000 schepen met LT2 plus GT3 stoffen per jaar over de Waal varen. Aan de laatste voorwaarde wordt voldaan maar ook met het nieuwe plan is geen dichtheid van 500 personen per ha te verwachten in de eerste 200 meter vanaf de Waal. Het plangebied betreft immers ongeveer 8 ha. Pas vanaf 4000 personen in het plangebied is dus een groepsrisico te verwachten boven de 10% van de oriëntatiewaarde. Dit is niet waarschijnlijk gezien het feit dat er 1000 woningen zijn voorzien met enkele voorzieningen. Een berekening van het groepsrisico kan dus achterwege worden gelaten omdat zeker is dat deze onder de 10% van de oriëntatiewaarde blijft. Plasbrandscenario Op grond van artikel 10 Bevt is wel nog een verantwoording van het plasbrandscenario noodzakelijk. Indien de brandende plas naar de oever/kade drijft ontstaat er een intense hittestraling waardoor er slachtoffers kunnen vallen op de oever. Tot op een afstand van 70-80 meter van de oever kunnen bij mensen dodelijke derdegraads brandwonden ontstaan. De belangrijkste handelingsperspectieven van deze mensen is vluchten en schuilen. In de beleidsvisie van Nijmegen is dan ook aangegeven dat in de eerste 25 meter vanaf de vaarweg (de oeverlijn) geen zeer kwetsbare objecten zijn toegestaan en kwetsbare object (bijvoorbeeld woningen) zwaar verantwoord dienen te worden.
In de zone van 25 tot 90 meter vanaf de oeverlijn geldt een zware verantwoording voor de zeer kwetsbare objecten. In de regels van dit plan zijn dan ook zeer kwetsbare objecten uitgesloten in deze zones. Woningen en andere kwetsbare objecten worden met nadruk wel toegelaten in het hele plangebied. Reden hiervoor is dat de gebruikers van deze objecten over het algemeen zelfredzaam zijn en dat er in het plangebied voldoende mogelijkheden zijn om te schuilen en te vluchten in geval van een calamiteit. Ook is duidelijk dat de kans op een ongeval zeer klein is. De kans op een ongeval met een enkelwandige binnenvaarttanker waarbij benzine uitstroomt wordt geschat op 1 tot 4 maal per 10 miljoen jaar per voertuigkilometer (scenarioboek externe veiligheid). De kans dat de vloeistof ontsteekt en precies bij het plangebied tot een forse hittestraling leidt is nog vele malen kleiner. Dit komt mede door het feit dat de jaargemiddelde waterstand natuurlijk veel lager ligt van de kademuur waardoor deze muur in alle gevallen extra bescherming biedt tegen dit scenario. Om deze reden wordt het niet zinvol geacht om aanvullende bouwkundige maatregelen te eisen voor extra bescherming van de kwetsbare objecten. Voor scenario's met het vrijkomen van giftige stoffen vanaf de schepen op de Waal is schuilen het belangrijkste handelingsperspectief.
De huidige bouweisen zijn voldoende om mensen binnen voldoende bescherming te bieden tegen een giftige gaswolk.
Advies Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Het voorliggende bestemmingsplan is ter toetsing voorgelegd aan de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Hierop is advies met een uitgebreide toelichting gegeven, zie Bijlage 6 Externe veiligheid: Advies VRGZ. Onderstaand zijn de adviezen opgenomen: Gezondheid: In verband met luchtkwaliteit indien gewenst advies bij GGD opvragen. Externe veiligheid: 1. Vanwege een mogelijke ontsnapping van toxische stoffen uit binnenvaartschepen panden uitrusten met centraal afschakelbare ventilatie. 2. Vluchtwegen en routes haaks op de rivier realiseren. 3. Eventueel: bouwkundige voorzieningen treffen om effecten van plasbranden en explosies te verminderen.
52
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
Bereikbaarheid: Probeer doodlopende wegen zoveel mogelijk te vermijden (dit hoeft uiteraard niet te betekenen dat regulier verkeer meer toegelaten moet worden; men kan gebruik maken van wegneembare paaltjes) en probeer zoveel mogelijk woningen tweezijdig te ontsluiten.
Bluswater: Zie opmerkingen m.b.t. bluswater in het advies. Voor verdere uitwerking kan contact opgenomen worden met de brandweer.
Hoogwater: Bij aanleg van belangrijke nutsvoorzieningen is het raadzaam rekening te houden met hoogwater (evt. verhoogd plaatsen). Verkeer: Houd rekening met de verkeersdruk die het voormalige Honigcomplex (b.v. kleinere evenementen) kan opleveren in relatie tot de woonwijk Sociale veiligheid: Houd rekening met zichtlijnen in binnenterreinen, zeker indien die openbaar worden.
4.9.3
Conclusie
Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor de planontwikkeling.
4.10 Bodem 4.10.1 Toetsingskader 4.10.1.1 Uitgangspunten Omgevingsvisie We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.10.1.2 Wettelijk kader Het bestaande bestemmingsplan wordt gewijzigd van (gedeeltelijk) industrie naar gemengd, waaronder woningen, zijnde een gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Awb). Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom beoordelen wij de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
53
4.10.2 Planvoornemen 4.10.2.1 Bodemkwaliteit Er zijn binnen de grenzen van het plangebied al meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Ook is er door gedeputeerde staten in 1997 een beschikking genomen op ernst en urgentie: Havenweg 2, kenmerk MW96.7844-6022029, d.d. 11 april 1996. Hierin staat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering niet urgent is. Het besluit omvat een groot gebied, waarvan het gehele Ulpia en Fabrica onderdeel is. Het besluit heeft alleen betrekking op verontreiniging die gerelateerd is aan de aanwezige ophooglaag bestaand uit zowel oorlogs- als vooroorlogs puin. Op 18 september 2019 is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen een nieuw besluit genomen: Besluit ernst verontreiniging en spoedeisendheid sanering, locatie Waalfront te Nijmegen, locatiecode NM026801949, kenmerk D190520588. Met dit besluit is de begrenzing van het geval Havenweg 2, als in 1996 door Gedeputeerde Staten vastgelegd, gewijzigd. Een deel van het terrein binnen Ulpia en Fabrica bleek namelijk minder sterk verontreinigd dan eerder werd aangenomen. Hierdoor maakt o.a. het noordelijk deel van het voormalige slachthuisterrein niet langer deel uit van het geval van ernstige bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapporten (in chronologische volgorde): 1. 2. 3.
Verkennend bodemonderzoek productiecentrum Honig te Nijmegen, Grontmij, juni 1993, Verkennend bodemonderzoek Waalbandijk 22, Iwaco, kenmerk 332.7620, 27 juli 1993, Verkennend bodemonderzoek Slachthuis Nijmegen, Inpijn-Blokpoel, kenmerk MB-0421, 26 oktober 1993, 4. Nulsituatieonderzoek Slachthuis Havenweg 2, Inpijn-Blokpoel, kenmerk MB-0412-A, 8 november 1994, 5. Rapportage bodemonderzoek op de Waalbandijk, gemeente Nijmegen sectie Bodemzaken, kenmerk 6-95/NS, 1 juni 1995, 6. Historisch onderzoek slachthuisterrein, gemeente Nijmegen, afdeling bodemzaken. 22 december 1995, 7. Nader onderzoek, saneringsonderzoek en saneringsplan t.b.v. uitbreiding slachthuis. Krachtwerktuigen, kenmerk 2296.00/95.2361-B/HBE/pg, februari 1996, 8. Verkennend milieukundig bodemonderzoek ter plaatse van de Havenweg te Nijmegen, Fugro, kenmerk D-6120/110, 18 juni 1996, 9. Bodemonderzoek bedrijfsterrein Latenstein, Iwaco, kenmerk 3350520, 2 juli 1996, 10. Historisch- en bodemonderzoek dijkverbeteringsplan, Haskoning, kenmerk D2430.A0/R021/MAVH/NR, juli 1997, 11. Aanvullend onderzoek Waalbandijk, DHV, kenmerk P2199-27-001, 27 oktober 1998, 12. Raamsaneringsplan Waalbandijk te Nijmegen, DHV, kenmerk P2199-27-001, 20 november 1998, 13. Evaluatie deelsanering dijkverbetering Industrieterrein Nijmegen, Haskoning, kenmerk D2430.D0/R006/CHE/MJAE, 26 maart 2001, 14.
Nulsituatie bodemonderzoek Heinz, Tauw, kenmerk 4359930, 8 juni 2005, 15. Actualiserend bodemonderzoek Waalbandijk 22, Aveco de Bondt, kenmerk 06.1837, 2 november 2006, 16. Verkennend bodemonderzoek Waalbandijk 20/24 en Weurtseweg 232/238/238a/240/242 in Nijmegen. Lankelma, kenmerk 75211, 8 maart 2010, 17. Nulsituatie bodemonderzoek Havenweg 2 te Nijmegen, NIPA milieutechniek B.V., kenmerk 12624, 19 oktober 2011,
54
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
18. Verkennend bodemonderzoek Slachthuis, MWH, kenmerk M15B0132.r01, 1 mei 2015, 19. Melding BUS-TU Waalbandijk 20, Envita, kenmerk 208016-10/R01, 21 november 2017, 20. Verkennend bodem- en asbestonderzoek slachthuis, Sweco, kenmerk SWNL0229958, 20 juli 2018, 21. Vooronderzoek (NEN 5725) Waalkwartier in Nijmegen, terrein slachthuis en Honig-complex, Ortageo, kenmerk 209721-10/R01, 14 maart 2019. 22. Studie gevalsdefinitie ophooglaag Waalfront in Nijmegen, Ortageo Zuidoost B.V., kenmerk 210057/R03, 8 juli 2019, 23. Aanvullend verkennend bodemonderzoek Havenweg 2 in Nijmegen, kenmerk 211064/R01, Ortageo Zuidoost BV, 25 oktober 2019, 24. Technische werkomschrijving bodemsanering Sloop fundaties Havenweg 2 in Nijmegen, kenmerk 211654/R01, Ortageo Zuidoost B.V., 28 oktober 2019.
Uit deze bodemonderzoeken blijkt het volgende: Over het gehele terrein is de bodem licht tot sterk puinhoudend. Ten zuiden van de voormalige dijk is de bodem beduidend meer puinhoudend dan op het noordelijk deel, waar alleen lichte bijmengingen met puin zijn geconstateerd, Binnen het hele plangebied is sprake van opgebrachte grond. Ten noorden van de voormalige dijk gaat het om een dikte van 2,0 tot 4,0 meter. Ten zuiden van deze dijk is de laag waarschijnlijk nog dikker, mogelijk maximaal 6 meter, Het zuidelijk deel is onder andere opgehoogd met oorlogspuin. Het oorlogspuin verklaart ook de hoge mate van puin op dit deel. Op het noordelijk deel is vermoedelijk sprake van Romeinse en middeleeuwse ophogingen en is het terrein later verder opgehoogd met zand en baggerspecie afkomstig uit de naastgelegen Waalhaven, Qua kwaliteit van de bodem is er eveneens een duidelijk onderscheid te maken tussen het deel ten noorden van de voormalige dijk en het deel ten zuiden van de voormalige dijk. Ten noorden van de dijk is de bodem overwegend ten hoogste licht verontreinigd. Ten zuiden van de dijk is de bodem meer matig tot sterk verontreinigd. Het zuidelijk deel ter plaatse van Latenstein lijkt naar verhouding wel weer lichter verontreinigd, De aangetroffen verontreinigingen zijn in hoofdzaak zware metalen (vooral koper, lood en zink) en PAK.
Incidenteel zijn andere stoffen (minerale olie) sterk verhoogd gemeten. De gehalten zijn niet reproduceerbaar of samenhangend gebleken, In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aanwezig. Eenmaal is in 2015 een matig verhoogd gehalte koper gemeten, Een aantal verdachte locaties is nog niet onderzocht. Ook de bebouwde delen zijn veelal nog niet onderzocht. Op de plaatsen die wel zijn onderzocht hebben de verdachte activiteiten niet geleid tot noemenswaardige verontreinigingen, Vanwege de aanwezigheid van puin is het gehele terrein verdacht op asbest. Lokaal is er al asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij is overwegend geen asbest aangetroffen. Eenmaal is een licht verhoogde gehalte gemeten (36 mg/kg), De uitgevoerde bodemonderzoeken zijn vaak gedateerd (ouder dan 5 jaar) en er is veelal geen onderzoek gedaan naar asbest.
Samengevat komt uit de bodemonderzoeken een vrij compleet beeld van de te verwachten bodemkwaliteit naar voren. De bodemonderzoeken zijn wel voor een groot deel gedateerd, dat wil zeggen ouder dan 5 jaar. In de meeste onderzoeken is geen aandacht besteed aan asbest, of er is geen gericht onderzoek naar gedaan conform de huidige richtlijnen c.q. NEN5707. Doordat een groot deel van Ulpia en Fabrica al geruime tijd bebouwd is, is een deel van de bodemkwaliteit nog niet onderzocht. Door de bebouwing kon er ook in de meer recente onderzoek niet altijd goed op asbest worden onderzocht.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)
55
Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure hebben we voor de bodemsituatie in een eerder stadium een aanvullingsverzoek opgesteld (Memo: D190178763, 9 oktober 2018, zie Bijlage 7 Bodem: Memo aanvullingsverzoek). Conclusie van het aanvullingsverzoek was dat de bodemkwaliteit onvoldoende in beeld is gebracht. Op basis van het aanvullingsverzoek is door Ortageo in opdracht van OBW in maart 2019 een vooronderzoek uitgevoerd. In dit vooronderzoek is alle beschikbare bodeminformatie geïnventariseerd en is een onderzoeksopzet gemaakt om de bodemkwaliteit volledig in kaart te brengen. In 2019 is gestart met de sloop van de bovengrondse bebouwing op het voormalige slachthuisterrein. Daarna is hier, omstreeks oktober 2019, een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Ook is ingestemd met een plan (technische werkomschrijving oktober 2019) om de nog aanwezige funderingen en andere ondergrondse structuren van het slachthuis te verwijderen. Als dit werk is afgerond, zal nadien nog een volledig actualiserend verkennend onderzoek uitgevoerd worden. Bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming Er staat vast dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming.
Hierop is door gedeputeerde staten in 1996 een besluit genomen op ernst en urgentie (kenmerk MW96.7844-6022029) en is in 2019 een besluit genomen op ernst en spoedeisendheid (kenmerk D190520588) door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen. Een belangrijk gegeven is dat op basis van de bestaande bodemonderzoeken een groot deel van Ulpia en Fabrica minder sterk verontreinigd lijkt dan andere delen van het Waalfront. De bovengenoemde besluiten staan toe dat verontreinigde grond overal binnen de grenzen van het geval herschikt mag worden. In dit kader moet ook eerst een duidelijk en compleet overzicht van de bodemkwaliteit voorhanden zijn. Hiermee wordt voorkomen dat sterk verontreinigde grond wordt herschikt op plaatsen waar de bodem minder verontreinigd is. Dat is in strijd met het stand-still principe. De bodem moet worden gesaneerd om deze geschikt te maken voor de woonbestemming. Naast het nog uit te voeren bodemonderzoek moet de initiatiefnemer daarom een saneringsplan indienen waarin de kwaliteit van de grond en de sanerende maatregelen (onder andere saneringswijze verontreinigde grond en herstel/leeflaag) worden beschreven. Ook de nieuwe waterkering moet worden opgebouwd uit geschikt bodemmateriaal.
Er zijn verschillende saneringsmogelijkheden om de functies die in het plangebied worden mogelijk gemaakt te realiseren (de verontreiniging geheel ontgraven, aanbrengen van een leeflaag, het gehele gebied voorzien van een verharding/bebouwing, of combinaties hiervan). De saneringsaanpak heeft wellicht gevolgen voor andere aspecten. Daarom moet duidelijk zijn voor welke saneringsaanpak wordt gekozen en wat dat betekent voor de andere aspecten waarop wordt getoetst. Wat zijn de gevolgen van een saneringsaanpak waarbij wordt gekozen voor verharding en bebouwing voor bijvoorbeeld opvang van hemelwater op eigen perceel, de mogelijkheden voor groen, klimaatadaptatie, etc.. Risico's, belemmeringen en maatregelen De aangetoonde lichte tot sterke verontreinigingen vormen geen risico bij de huidige gebruiksvorm (industrie/braakliggend). Voor de toekomstige woonbestemming is het uitvoeren van een bodemsanering echter noodzakelijk om mogelijke blootstellingsrisico's te voorkomen. Op de locatie zal nieuwbouw gaan plaatsvinden. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen, is aanvullend of actualiserend bodemonderzoek noodzakelijk.
56
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica)