CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering bopa 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Besluitronde (raadsvergadering) 8 oktober 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd (79/2025)32.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.4.2.2 Economische visie Nijmegen 2020-2025 Het belangrijkste doel van de economische visie is om binnen 10 jaar 10.000 banen te creëren op alle niveaus. Hierbij is innovatie een absolute noodzaak voor ondernemingen, vanwege de grotere veranderingen rondom technologie en digitalisering. Nijmegen is knooppunt van innovatie en wil dat blijven. Kansrijke sectoren hierbij zijn health en hightech, logistiek, en MKB / zakelijke dienstverlening. De gemeente heeft hierbij zes ‘actielijnen’: • Innoveren: het stimuleren van vernieuwing door onder andere ondernemers en kennisinstellingen actief aan elkaar te koppelen. • Excelleren: het ondernemend Nijmegen trots uitdragen door meer te investeren in R&D-faciliteiten, marketing en acquisitie. • Circulair: het verbinden van duurzaamheid en ondernemerschap, door onder andere hergebruik van goederen te stimuleren. • Ondernemerschap: het stimuleren van nieuwe en bestaande bedrijvigheid met voldoende en kwalitatief goede werklocaties, en helpen met ondernemerschap met een OndernemersPunt voor starters, jongeren en andere doelgroepen. • Human capital: het aanpakken van krapte op de arbeidsmarkt door het versterken van de samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers en samen te investeren in acties voor het aantrekken, opleiden en vasthouden van talent.

• Ecosysteem: het realiseren van een goed ‘ecosysteem’: kwalitatief goede werklocaties, waar gelijkgestemden, ondernemers en talenten elkaar kunnen vinden en waar bedrijven graag vestigen

23 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

4.4.2.3 Uitvoeringskader BOSS (Bewegen, ontmoeten spelen en sporten) Het uitvoeringskader BOSS geeft kaders voor de mogelijkheden om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Het biedt handvatten voor de vormgeving van de openbare ruimte en levert een bijdrage aan het concreter maken van de omgevingsvisie, met name op het gebied van gezondheid. Binnen het BOSS-kader zijn er vier lagen: 1. Bovenwijkse beweegnetwerken; 2. Groene sociale knooppunten; 3. Buurtplekken; 4. Ruimte op straat. Op de voorliggende gebiedsontwikkeling zijn de beschrijvingen en uitgangspunten die BOSS geeft voor groene sociale knooppunten, buurtplekken en ruimte op straat van toepassing. Vanuit het BOSS-kader wil de gemeente ruimte maken voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten voor alle inwoners. Ook jongeren hebben recht op plekken in de openbare ruimte. Het realiseren van meer en kwalitatief betere faciliteiten zodat een groeiend aantal jongeren kan sporten en ontmoeten is een van de actiepunten van het uitvoeringsprogramma in het BOSSkader. Voor de Hoge Bongerd is dit actiepunt van toepassing. Groene sociale knooppunten Groene sociale knooppunten liggen centraal in de wijk. Het zijn aantrekkelijke groene ontmoetingsplekken voor jong en oud, waar je van alles kan doen. Spelen in het groen of op speeltoestellen, ontmoeten, picknicken, werken, sporten of bewegen.

Groene sociale knooppunten zijn altijd zo ingericht dat ook mensen met een beperking er gebruik van kunnen maken. Ruimte voor jongeren in Nijmegen-Noord Het aantal jongeren in Nijmegen-Noord neemt de aankomende tijd sterk toe. Het onderzoek ‘Ruimte voor jongeren Nijmegen-Noord’ laat zien dat er in de Hoge Bongerd behoefte is aan een ‘verwijsplek’. De komende tijd wordt verder onderzocht waar deze plek zou kunnen komen en aan welke voorwaarden deze plek moet voldoen. Ruimte op “straat” De straat en/of een groene plek kunnen ontmoetingsplekken voor en door omwonenden worden. Het is dé plek waar sociale cohesie en veiligheid in een buurt ontstaan en waar kinderen ook zonder speeltoestellen hun eigen spel kunnen spelen. Beoordeling Uitvoeringskader BOSS Een groen sociaal knooppunt heeft een oppervlakte van minimaal 5000 m² en kan gecombineerd worden met een koelteplek.

24 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

5. Projectbeschrijving 5.1

Beoogde ontwikkeling

In het projectgebied komen maximaal 250 woningen, een mix van (commerciële) voorzieningen van maximaal 2.825 m2 en een gemeenschappelijke huiskamer van maximaal 200 m2. De gemeenschappelijke huiskamer is een ruimte die de buurtbewoners kunnen gebruiken voor gezamenlijke activiteiten. Dit heeft als doel een sociale cohesie in de buurt te bevorderen. Deze ruimte is geen commerciële ruimte.

5.2

Ruimtelijke inpassing

Het gehele ontwikkelingsgebied Hoge Bongerd heeft een oppervlakte van ruim 7 hectare. De opgave voor dit gebied is het realiseren van maximaal 250 woningen met bijbehorende voorzieningen, waarvan minimaal 40 sociaal, en maximaal 2.825 m2 (commerciële) voorzieningen. Verder maakt het plan een doorgaand fietspad mogelijk.

5.2.1 Stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit Stedenbouwkundig raamwerk In de Hoge Bongerd ligt de nadruk op wonen. De gemeente Nijmegen streeft naar een divers woonprogramma dat aansluit bij de behoeften van verschillende doelgroepen en een aanvulling vormt op het bestaande aanbod in de omgeving. Deel 1 van het besluitgebied heeft een omvang van ruim 5 hectare. Langs de kade van de Lentse Warande is ruimte voor een meer stedelijk karakter met hogere dichtheid. Als toevoeging op het woon- en evenementenprogramma wordt er ruimte gemaakt voor een mix van (commerciële) voorzieningen in de plint. Het doel is het creëren van een levendige kade. Deel 2 van het besluitgebied moet goed aansluiten bij de bestaande bebouwing, waar het dorpse karakter behouden blijft. Het stedenbouwkundig raamwerk richt zich primair op de voetganger en fietser. Het gebied ligt aan belangrijke regionale fietsroutes over de Snelbinder en de Waalbrug. Naar de Waalbrug is al een goede verbinding aanwezig en naar de Snelbinder wordt binnen het plangebied ook een opgang gerealiseerd. Het landschap verbindt de verschillende overgangen en sferen van de Lentse Warande naar het dorp Lent. De auto wordt zo snel mogelijk afgevangen in een parkeergarage voor bewoners en bezoekers en een bezoekersparkeerplek in het groen langs de watersingel.

Dit creëert de condities voor een interessant woonlandschap met autoluw karakter: een plek waar de voetganger zich op zijn/haar gemak voelt en waar een prettige route ontstaat van de Lentse Warande naar station Lent en de voorzieningen van het hart van de Waalsprong. Deel 3 van het besluitgebied maakt een langzaamverkeersverbinding mogelijk richting het station. Samengevat zijn de volgende uitgangspunten vertaald naar de voorschriften en zo nodig naar de ruimtegebruikskaart: Aantal wooneenheden; Maximum oppervlakte commercieel Maximum oppervlakte paviljoen Maximum oppervlakte gemeenschappelijke huiskamer Bouwhoogtes; Aantal bouwlagen; Zoekgebied commerciële functies en parkeren; Locatie waardevolle bomen Zoekgebieden groen. Tevens is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, het Beeldkwaliteitsplan Hoge Bongerd. Dit plan gaat in op de verschillende woonsferen en bijbehorende beeldkwaliteitseisen. Het bevat de ruimtelijke kwaliteitsnormen, ter

25 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

vervanging van de welstandstoets, waaraan een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt getoetst. Bopa en ruimtegebruikskaart In de bopa wordt uitgegaan van een ruimtegebruikskaart. In een latere fase zal er een bopa voor het bouwdeel worden doorlopen. De ruimtegebruikskaart is op een globale en schematische wijze opgesteld. Het voordeel van een globale en schematische ruimtegebruikskaart is dat er gewerkt kan worden met uit te geven bouwvlekken. Op de ruimtegebruikskaart is het maximum aantal wooneenheden vastgelegd. Ook moet het plan voldoen aan de beleidsregels parkeren, de voorschriften voor het maximaal aantal vierkante meters aan commerciële voorzieningen en het voorschrift maximum aantal bouwlagen. Omdat de grondeigendom is van de gemeente, heeft de gemeente voldoende regie in handen om het plan in goede banen te leiden.

5.2.2 Inpassing in de omgeving Langs de kade van de Lentse Warande in deel 1 is ruimte voor een meer stedelijk karakter met hogere dichtheid en hogere bebouwing. Het middelste deel van de Hoge Bongerd (deel 2) moet goed aansluiten bij de bestaande woonwijk met een meer dorps karakter. Deel 3 voorziet in het mogelijk maken van een langzaamverkeersverbinding van en naar het station. De groene zone tussen bestaande bebouwing en nieuwbouw wordt ingericht als een biodiverse en ecologische zone, met een groen sociaal knooppunt waar ruimte is voor bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS) alsook collectieve voorzieningen zoals een buurtkas. Hierbij worden bestaande bomen ingepast die de plek al een bepaalde ziel meegeven. Het landschap begint vanaf de trappen bij de Spiegelwaal en kronkelt samen met een fiets- en voetgangersroute door Hoge Bongerd tot aan het station Lent. Daar gaat de route over in het stedelijk gebied, het hart van de Waalsprong met veel verschillende voorzieningen. Het nieuwe woongebied kent een drietal zones (Warande, Hoven en Tuinen) die ontleend zijn aan de kenmerken van het huidige gebied. De Hoven en de Tuinen vormen op deze manier een overgang vanaf de meer stedelijke bebouwing van de Lentse Warande naar de dorpse bebouwing van het huidige gebied, waarbij de hoogte van de gebouwen afneemt.

De bebouwing aan de Warande en Hoven kent een zekere alzijdigheid, waarbij het doorlopend landschap zorgt voor de verbinding met de omgeving en de randen van het gebied. Het gebied krijgt vorm met verschillende sferen en een eigen beeldkwaliteit. Het doel is een balans tussen eigenheid en samenhang. Naast baksteen in natuurlijke tinten is het streven naar houtbouw met aandacht voor circulariteit en duurzaamheid. De Lentse Warande is een esplanade die betekenis heeft voor de hele stad. Hier ervaar je vele vergezichten naar de Spiegelwaal, het oude Lent met z’n kerken maar ook de Waal, het eiland, de historische stad en de verschillende bruggen. Het maakt onderdeel uit van de oost-west dijkroute van Bemmel naar Oosterhout. De Lentse Warande heeft een ruime maat en legitimeert daarmee de keuze voor middelhoogbouw langs de waterkering in de vorm van met name appartementen die profiteren van de vergezichten en de zon. Deze bebouwing wordt een bijzondere plek als je over de spoorbrug of over de Waalbrug de Waalsprong binnenrijdt.

26 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

6. Toetsing aan omgevingsplan Het Omgevingsplan gemeente Nijmegen bevat (op termijn) alle regels over de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is te raadplegen via het Omgevingsloket (Regels op de Kaart). In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan het geldende omgevingsplan.

6.1

Huidige bouw- en (planologische) gebruiksmogelijkheden

In het besluitgebied zijn de bestemmingsplannen Buitengebied Dorp Lent-27 (Geluidscherm spoorlijn), Buitengebied Dorp Lent, Dorp Lent, Dorp Lent – 11 (Definitieve locatie Station Nijmegen Lent e.o) en Nijmegen Ruimte voor de Waal van kracht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bestaande watergang is opgenomen in het bestemmingsplan Nijmegen Ruimte voor de Waal. In het besluitgebied gold tot 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Facetbestemmingsplan Archeologie 2023’. Dit bestemmingsplan maakt dus eveneens onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het besluitgebied heeft hierin diverse dubbelbestemmingen. Daar waar een waarde is opgenomen, is een regime opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden. Verder geldt in het besluitgebied het ‘Facetbestemmingsplan kamerverhuur’ en het ‘Facetbestemmingsplan parkeren’. In het bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent -17 hebben de relevante gronden de bestemming Verkeer In het bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent hebben de gronden de relevante bestemming Agrarische doeleinden. In het bestemmingsplan Dorp Lent hebben de relevante gronden de bestemming Kwekerijdoeleinden In het bestemmingsplan Dorp Lent – 11 hebben de relevante gronden de bestemming Verkeer In het bestemmingsplan Ruimte voor de Waal hebben de relevante gronden de bestemming Verkeer

27 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Figuur 6: Kaart vigerende tijdelijke omgevingsplannen

6.2

Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan

De gewenste ruimtelijke ontwikkeling is in strijd met de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, “Buitengebied Dorp Lent-27 (Geluidscherm spoorlijn)”, “Buitengebied Dorp Lent, Dorp Lent”, “Dorp Lent – 11 (Definitieve locatie Station Nijmegen Lent e.o)” en “Nijmegen Ruimte voor de Waal”. Als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL) kan een afwijking van het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. De gemeente verleent dan een omgevingsvergunning voor een bopa. Bij deze omgevingsvergunning hoort een motivering waaruit blijkt dat er sprake is van een ETFAL. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Daarnaast gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en de provinciale verordening.

Met onderhavige bopa wordt het bouwen van maximaal 250 woningen, 200m2 gemeenschappelijke huiskamer en 2.825 m2 aan (commerciële) voorzieningen mogelijk gemaakt met bijhorende buitenruimte en infrastructuur. Deze activiteiten zijn in strijd met de toegestane activiteiten in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Er wordt o.a.

28 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

gebouwd op gronden waar nu niet gebouwd mag worden. Deze gronden hebben vooral een agrarische bestemming. Het voorgenomen initiatief is dus in strijd met de gebruiks- en bouwmogelijkheden van (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan.

29 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

7. Omgevingsaspecten 7.1

Planologische en ruimtelijke aspecten

7.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 7.1.1.1 Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g Bkl) bepaalt dat voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de toepassing van de ladder is vereist. Het doel van deze regel is het stimuleren van de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit gebeurt onder meer door: -

Een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden; Het bevorderen van vraaggerichte programmering van stedelijke ontwikkelingen; Het voorkomen van overprogrammering van stedelijke ontwikkelingen.

Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet de behoefte aan de betreffende ontwikkeling worden beschreven. Indien de ontwikkeling buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt verstaan is in het Bkl opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel-voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is, volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, voorziening voor detailhandel of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 bruto vloeroppervlak kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling.

7.1.1.2 Toetsing Voor het besluitgebied is een ladderonderzoek verricht. Binnen het besluitgebied worden maximaal 250 woningen, 200 m2 gemeenschappelijke huiskamer en maximaal 2.825 m² aan commerciële voorzieningen gerealiseerd. Het vereiste van minimaal 40 sociaal woningen is als voorschrift opgenomen. In bijlage 4 Ladderonderzoek en marktverkenning is nadrukkelijk gekeken naar functies die in het gebied passen en die de kwaliteit van de omgeving nog meer versterken. Daarbij is gekeken voor bijzondere functies zoals horeca, (sportieve) recreatie, maatschappelijke functies, cultuur en evenementen. Belangrijk is dat de toekomstige voorzieningen in het plangebied niet concurreren met de voorzieningen in het Hart van de Waalsprong en andere voorzieningen in de omgeving. Voor sommige functies, zoals detailhandel of kantoren, is heel beperkt ruimte gemaakt die veelal ondersteunend is aan de andere functies. De gebiedsontwikkeling is gericht op het levendig maken van de plint van de bebouwing aan de Lentse Warande en heeft een belangrijke ruimtelijk-functionele meerwaarde voor Nijmegen en de regio. Wonen In het vigerende woonbeleid (Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen en Nijmeegse Woonagenda 2024 -2029 is een programma van twee derde betaalbare woningbouw opgenomen.

Hierbij is opgenomen dat afspraken bij bestaande plannen, waaronder de gebiedsafspraken in de Waalsprong, worden gerespecteerd. De afspraken binnen voorliggende ontwikkelingen bestaan uit:

30 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

•

•

Het aanvaardde raadsinitiatiefvoorstel ‘Doe recht aan de uitkomsten van de Stadspeiling’ (Raadsbesluit van 28 september 2022), waaruit een woningbouwprogramma is ontstaan van maximaal 250 woningen, waarvan minimaal 40 sociale huurwoningen. Dit is door de Raad vastgesteld in de Voortgangsrapportage Grote Projecten 2023 en later in de Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2025 Dit aantal woningen correspondeert met het voorliggende woningbouwprogramma. In de Grex Waalsprong is vastgelegd dat minimaal 21% van het gehele woningbouwprogramma in de Waalsprong moet bestaan uit sociale huurwoningen. Hoge Bongerd maakt onderdeel uit van dit totale programma. In de huidige balans van gebouwde en te realiseren woningen in de Waalsprong wordt (inclusief de ontwikkeling Hoge Bongerd) ruim aan de voorwaarde van 21% sociale huur voldaan.

Overige voorzieningen Hieronder is weergeven welke commerciële functies met welke oppervlakten in het besluitgebied passend wordt geacht. De totale oppervlakte van deze commerciële functies in het besluitgebied ligt tussen de brandbreedte van 2.525-2.825 m². •

Detailhandel, 100 m² Er is ruimte voor kleinschalige en/of ondersteunende detailhandel aan het totale programma. Denk daarbij aan een onderscheidend concept dat inspeelt op de bezoekers (recreanten, wandelaars) in het gebied of een mengconcept met horeca, sport of werkfunctie.

•

Horeca (categorie 1a, 1b, exclusief buitenterras), 600 m² De Hoge Bongerd heeft als onderscheidende kwaliteit de gunstige zonligging (terrassen), reuring (Spiegelwaal, Lentse Warande) en loopafstand ten opzichte van Hof van Holland en de Nijmeegse binnenstad. Fastfood- en bezorghoreca acht de gemeente ongeschikt voor het plangebied, omdat het gebied niet is ingericht op (grote) verkeersstromen. Daarnaast kan fastfood- en bezorghoreca leiden tot overlast en past het niet bij de landschappelijke waarden van de Hoge Bongerd. Vanuit het ladderrapport is de verwachting dat het gebied een aantrekkingskracht op wandelaars en fietsers zal hebben. Binnen het plangebied zal dit zorgen voor een grotere vraag naar horecavoorzieningen. Er worden geen grote concurrentie-effecten voor overige horeca-aanbieders in Nijmegen-Noord verwacht. Voor horeca gevestigd in de Nijmeegse binnenstad wordt ook niet veel concurrentie verwacht. De binnenstad heeft een uniek profiel, sterke aantrekkingskracht en eigen verzorgingsgebied, waardoor concurrentie zeer beperkt is.

•

Maatschappelijke voorzieningen, 550-850 m² Uit het ladderrapport blijkt dat er vooral behoefte is aan ruimte voor tandartsen, fysiotherapeuten en huisartsen. Een geclusterd zorgconcept met een apotheek is het meest kansrijk. Het verschil in deze bandbreedte vormt een mogelijke potentie voor een kinderdagverblijf;

•

Sport & wellness, 725 m² De ruimtevraag ligt met nadruk op sport. Met een groeiend aantal inwoners zal ook de behoefte aan sportfaciliteiten groeien. Daarnaast zal er ook meer vraag komen naar de wellness-concepten yogastudio, meditatieruimte en/of zonnestudio.

•

Diensten, 250 m² Het gaat hierbij om diensten die lokaal toenemen wanneer het aantal inwoners groeit, zoals een kapper, schoonheidssalon/massage/nagelstudio en reparatie (kleding, elektronica). Dit wordt ondersteund door trends waarbij persoonlijke verzorging steeds belangrijker wordt. Ook zijn combinaties met horeca, detailhandel of een totaal gemengd concept mogelijk.

•

Lichte bedrijvigheid, 200 m² Er is veel vraag naar bedrijfsruimte voor allerhande reparateurs, ‘MAAKbedrijven’ en handelsbedrijven. In de basis is het plangebied qua locatiekwaliteiten (autobereikbaarheid, laden en lossen, ligging, zichtbaarheid) geen geschikte locatie voor lichte bedrijvigheid, ondanks de grote behoefte in dit segment. Wel zijn er diverse transities (circulaire economie, lokale productie en ambacht) die publieksgerichte lichte bedrijvigheid stimuleren. Het belang van repairshops neemt toe door de toenemende aandacht voor circulaire economie en de ‘Right to Repair’. Dit soort kleinschalige 31

Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

werkruimtes kunnen, mede vanwege het sociaal-maatschappelijke component, van toegevoegde waarde zijn voor het gebied. Vaak is een combinatie met horeca nodig voor een goede exploitatie. •

Kantoren, 100 m² Het bestaande beleid staat niet toe dat er een solitaire kantorenlocatie wordt ontwikkeld. Kwalitatief gezien is alleen een zeer kleinschalige ontwikkeling haalbaar in de Hoge Bongerd. Denk aan een kleinschalig geïntegreerd concept met flexibele werkplekken, bij een horecazaak, woon-werkunits en/of in combinatie met vergaderen/workshops op een unieke plek. Het gaat dan om een multifunctionele omgeving waar ruimtes kunnen worden gehuurd of workshops gegeven.

•

Overnachtingen Er is behoefte aan campings en andere verblijfsaccommodaties, maar vanuit landschappelijke kwaliteiten en verkeersaantrekkende beweging is er geen ruimte voor solitaire opzichzelfstaande ontwikkelingen voor verblijfsrecreatie in dit gebied.

•

Culturele voorzieningen Er is geen vaststaand verzorgingsgebied voor culturele voorzieningen. Dat hangt namelijk sterk af van het specifieke concept. Bij een grootschaliger of bijzonder uniek concept komen bezoekers niet vanuit een bepaalde straal rondom de locatie, maar vaak juist van verder. In Hoge Bongerd ziet de gemeente geen ruimte.

7.1.1.3 Conclusie Deze bopa is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect woningbouwcategorieën als voldaan wordt aan het volgende voorschrift: • Van het maximum aantal van 250 te realiseren woningen bedraagt minimaal 40 sociale huur; • het maximum brutovloeroppervlak van het totaal aan lichte bedrijvigheid niet meer bedraagt dan 200 m2 • het maximum brutovloeroppervlak van het totaal aan detailhandelsbedrijven niet meer bedraagt dan 100 m2 bvo; • het maximum brutovloeroppervlak van het aantal dienstverlenend bedrijven niet meer bedraagt dan 250 m2 bvo; • het maximum brutovloeroppervlak van het aantal horecabedrijven niet meer bedraagt dan 600 m2 bvo (inpandig); • het maximum brutovloeroppervlak van het aantal kantooractiviteiten niet meer bedraagt dan 100 m 2 bvo; • het maximum brutovloeroppervlak van het aantal maatschappelijke activiteiten niet meer bedraagt dan 550 m2 brutovloeroppervlak, danwel niet meer dan 850 m2 brutovloeroppervlak indien een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en/of peutercrèche hiervan onderdeel uitmaakt; • het maximum brutovloeroppervlak ten behoeve van sportactiviteiten en wellness niet meer bedraagt dan 725 m2. Met het programma wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Het is niet de verwachting dat als gevolg van dit programma onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden.

7.1.2 Mobiliteit en parkeren 7.1.2.1 Algemeen Mobiliteit In de Omgevingswet staan geen regels over mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geregeld in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom) en andere publicaties van het kennisplatform CROW.

32 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Wel is een veilige en gezonde fysieke leefomgeving een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Ow). Gemeenten nemen daarom ook verkeersveiligheid mee in de afweging bij het inrichten van de fysieke leefomgeving. Zo zal verkeersveiligheid, een goede afhandeling van verkeerstromen en het voorkomen van (voorzienbare) parkeerhinder een rol spelen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties door de gemeente (artikel 2.4 en 4.2 Ow). De inrichting en inpassing van infrastructuur in de omgeving heeft invloed op de verkeersveiligheid. Zo is voor een veilige indeling van een weg een bepaald ruimtebeslag noodzakelijk. Ook bebouwing of een bouwwerk naast een (water)weg kan effect hebben op de verkeersveiligheid. Het facetbestemmingsplan parkeren is van toepassing op het besluitgebied. Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het ambitiedocument ‘Nijmegen Goed op Weg’. In deze nota is verkeersveiligheid een van de aspecten van een aantrekkelijke stad. Wegen moeten voldoen aan de landelijke uitgangspunten van Duurzaam Veilig. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de principes van Duurzaam Veilige Weginrichting. Naast het geldende mobiliteitsbeleid is het aspect verkeer voor deze ontwikkeling onderzocht door adviesbureau Goudappel. Dit verkeersonderzoek is bijgevoegd als bijlage 14.

Parkeren Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving moet worden aangetoond dat voorzien wordt in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Het parkeerbeleid van de gemeente Nijmegen is opgenomen in de Parkeernota ‘Parkeren in Nijmegen 2020-2030’. Parkeren is een dynamisch thema. De nu gekozen oplossingen zijn van grote invloed op het leefklimaat, het toekomstig autogebruik, de toekomstbestendigheid en de verkoopbaarheid of verhuurbaarheid van woningen en voorzieningen. Omdat parkeren ruimte vraagt, gaat het onderdeel uit van de duurzame stedelijke ontwikkeling. Vooraf moet het aantal en de locatie parkeerplaatsen in beeld worden gebracht. Daarnaast zet Nijmegen meer in op duurzamere alternatieven bij nieuwe bouwprojecten (deelvervoer), fietsparkeren en P+R-locaties. Nijmegen kent beleidsregels die opgenomen zijn in het facetbestemmingsplan parkeren met daarin de verwijzing naar onderliggend parkeerbeleid (momenteel de Beleidsregels Parkeren 2025). Daarin is per functie vastgelegd hoeveel parkeerplaatsen er gerealiseerd moeten worden en op welke wijze de parkeernormen tot stand zijn gekomen. Op grond van deze beleidsregels is het verboden te bouwen of het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen als er niet wordt voldaan aan deze beleidsregels.

De aanvraag van een omgevingsplanactiviteit moet worden getoetst aan de dan geldende parkeernormen. Bij het beoordelen van een ontwikkeling kijkt de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal , locatie en maatvoering van de parkeerplaatsen. De parkeernormen gelden als randvoorwaarde voor de ontwikkeling. Naast het parkeren voor auto’s verdient ook het fietsparkeren de aandacht. Voor woningen geldt hoofdzakelijk dat de fietsparkeernorm is opgenomen in het besluit bouwwerken leefomgeving. Voor specifieke onderdelen en nietwonen functies geldt een fietsparkeernorm zoals vastgelegd in de beleidsregels parkeren. De parkeernormering is bepaald aan de hand van de stedelijkheidsgraad. Nijmegen is aangeduid als sterk stedelijk. Conform de gebiedsindeling valt het besluitgebied deel 1 en deel 2 in de zone “Centrumgebied” en besluitgebied deel 3 in de zone “1e schil”.

7.1.2.2 Toetsing mobiliteit Gemotoriseerd verkeer Het besluitgebied Hoge Bongerd wordt ten zuidoosten begrensd door de Sint Titussingel/Prins Mauritssingel. Deze singel is een belangrijke ontsluitingsweg voor de hele stad. Het gebied kan via de Parmasingel en Turennesingel vanaf deze hoofdontsluitingsroute goed worden bereikt. Voor autoverkeer vanuit het noorden richting Hoge Bongerd geldt dat deze route niet beschikbaar is. Dit verkeer kan via de Griftdijk Zuid het gebied Hoge Bongerd bereiken. Het uitgevoerde verkeersonderzoek (bijlage 14) heeft aangetoond dat deze ontsluitingsstructuur een veilige en goede aansluiting van de wijk op het hoofdwegennet vormt. Ook toont het onderzoek aan dat de verkeersgeneratie van Hoge Bongerd niet voor problemen zal zorgen op het omliggende wegennet.

33 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Verkeer dat de wijk uitgaat, kan zowel via Griftdijk-Zuid de wijk verlaten, als via de Parmasingel en Turennesingel. Zowel voor verkeer in noordelijke als in zuidelijke richting zijn beide routes mogelijk. Voor de inrichting van Hoge Bongerd wordt, zoals vastgelegd in het ambitiedocument, uitgegaan van de volgende principes: 1. De inrichting als verblijfsgebied van de Lentse Warande, gelegen tussen Spoorbrug en Verlengde Waalbrug, wordt autovrij, met uitzondering van de route Parmasingel-Lentloper; 2. Doorgang onder de spoorburg blijft voor autoverkeer mogelijk doordat autoverkeer van en naar Oosterhout over de Parallelweg en Parmasingel kan rijden; 3. Prioriteit voor fietsverkeer om autogebruik te verminderen. Binnen Hoge Bongerd worden de wegen ingericht als erftoegangsweg. De woonstraten in het gebied moeten conform landelijk Duurzaam Veilig-principes ingericht worden om de veiligheid van het verkeer te waarborgen. Verkeerstoename De verkeersgeneratie wordt berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. Dit is een uitwerking van de door de gemeenteraad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”. De gemeente Nijmegen heeft de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk” en het besluitgebied valt in de zones “Centrumgebied" en “1e schil”.

Op basis van het bouwprogramma voor Hoge Bongerd is er een rekenkundige toename van (afgerond) 1.400 motorvoertuigen per etmaal vanuit de woningen (74%) en 500 motorvoertuigen per etmaal vanuit de overige functies (26%) (Verkeersonderzoek Hoge Bongerd en Veur Lent, bijlage 14). De mogelijke ontwikkeling op het eiland Veur Lent maakt geen onderdeel van deze bopa en is daarom buiten beschouwing gelaten in deze motivering. De wegen binnen het besluitgebied worden ingericht als erftoegangswegen zoals bedoeld binnen Duurzaam Veilig. Als vuistregel geldt dat op een erftoegangsweg van 30 km/uur circa 6.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal kunnen plaatsvinden (bron ASVV 2004). Strikt genomen is er geen sprake meer van een intensiteitscriterium. Van belang zijn meer de stedenbouwkundige opzet, de uitstraling en de vormgeving van het gebied en de wegen. De wetgeving gaat uit van een zodanige inrichting en beeld van de weg en de omgeving dat de maximumsnelheid redelijkerwijze voortvloeit uit die inrichting (bron ASVV 2021). Op een gebiedsontsluitingsweg van 50 km/uur kunnen tot circa 20.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal plaatsvinden.

34 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Figuur 7a: Verkeerstellingen motorvoertuigen en fietsers (intensiteiten voor beide rijrichtingen samen op een gemiddelde werkdag, op basis van tellingen juni 2024). Bron: Verkeersonderzoek Hoge Bongerd en Veur Lent - 21 augustus 2024, Goudappel.

Bovenstaande afbeelding (figuur 7a) geeft de huidige situatie weer. Onderstaande afbeelding (figuur 7b) geeft de situatie na de ontwikkeling Hoge Bongerd weer. De afbeelding (figuur 7b) is een visuele weergave van variant 1a met bijbehorende toekomstige intensiteiten die uit het onderzoek naar voren komen, exclusief de mogelijke toekomstige intensiteiten door de mogelijke ontwikkelingen op Veur Lent, omdat dit gebied buiten deze bopa valt. Variant 1a is gekozen als ontsluitingsvariant.

35 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Figuur 7b: Gekozen ontsluitingsvariant 1a met intensiteiten vanwege ontwikkeling Hoge Bongerd (Afgeronde cijfers van alleen voorliggende ontwikkeling Hoge Bongerd, zonder mogelijke toekomstige ontwikkeling Veur Lent) . Weergave van cijfers uit het Verkeersonderzoek Hoge Bongerd en Veur Lent - 21 augustus 2024, Goudappel.

Uit het onderzoek blijkt dat gemotoriseerd verkeer op omringende wegen (afgerond) tussen de 0 en 1.300 motorvoertuigen toeneemt, zie figuur 7b. Hiermee blijft de intensiteit (ruim) binnen de normen. De grootste toename is op de Parmasingel, daar komt de totale intensiteit uit op 2.700 motorvoertuigen. Daarmee blijft de intensiteit ruim onder de norm van 6.000 motorvoertuigen per etmaal. De Griftdijk Zuid is onderdeel van de doorfietsroute RijnWaalpad en bestaat uit een fietsstraat. Hier neemt de intensiteit van motorvoertuigen toe tot 1.400 en 1.800 per etmaal. Zoals aangegeven in het verkeersonderzoek is dit passend bij een fietsstraat. Hieruit blijkt dat de bestaande infrastructuur toereikend is en dat het gemotoriseerd verkeer zonder problemen op het huidige netwerk kan worden afgewikkeld. Langzaam verkeer Het besluitgebied Hoge Bongerd wordt voor de voetganger en fietser omringd door de doorfietsroute RijnWaalpad, zie figuur 7c. Deze route loopt aan de westzijde over de hoger gelegen Snelbinder en is daardoor niet

36 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

direct met de Hoge Bongerd verbonden. Om het besluitgebied beter aan te laten sluiten op deze routes is het wenselijk dat in Hoge Bongerd een befietsbare aansluiting komt op de Snelbinder. Aan de oostzijde van Hoge Bongerd loopt de doorfietsroute Campus-Arnhem, ook onderdeel van het RijnWaalpad. Vanaf de Waalbrug is deze route direct verbonden met Hoge Bongerd. Tot slot is de route over de Oosterhoutsedijk een belangrijke recreatieve fietsroute die door de verschillende ontwikkelingen in de omgeving ook een meer functionele rol heeft gekregen. Zo kan deze route worden gebruikt voor de verbinding richting Hof van Holland. Om het gebied verder voor fietsers optimaal te ontsluiten is een fietsverbinding vanuit Hoge Bongerd naar Station Lent noodzakelijk. Besluitgebied deel 3 voorziet hierin. Deze fietsverbinding krijgt een informeel karakter; het wordt een onverplicht fietspad dat uitgevoerd wordt in een halverharding. Met de toevoeging van deze routes is het gebied optimaal ontsloten voor fietsers en kan het fietsgebruik van toekomstige bewoners wordt gestimuleerd. Het besluitgebied Hoge Bongerd is ook voorzien van voetpaden, daarbij wordt zoveel mogelijk de richtlijnen van het CROW voor voetpaden gevolgd.

Figuur 7c: Route RijnWaalpad (groene lijnene) nabij de ontwikkeling Hoge Bongerd. Bron: Netwerk van doorfietsroutes, Provincie Gelderland. Geraadpleegd op 10-07-2025, van https://atlas.gelderland.nl/doorfietsroutes

37 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Openbaar vervoer In de huidige situatie geldt dat de dichtstbijzijnde bushalte vanuit Hoge Bongerd de halte op de Waalbrug is (halte Lent, Veur Lent). Deze halte ligt op een loopafstand van 300 tot 650 meter en wordt bediend door meerdere lijnen, zoals 15, 33, 300, 331 en 822, zie figuur 7d. Aanvullend aan deze bushalte ligt ten noorden van Hoge Bongerd het Station Nijmegen Lent. Het is belangrijk dat er een goede fiets- en loopverbinding wordt gerealiseerd richting dit station, om zo de OV-verbindingen vanuit Hoge Bongerd goed te ontsluiten. Indien een directe fiets- en loopverbinding wordt gerealiseerd, dan ligt het station op een afstand van 300 meter tot 650 meter.

Figuur 7d: Buslijnen, haltes en station Nijmegen Lent nabij de Hoge Bongerd. Bron: Openstreetmap. Geraadpleegd op 10-07-2025 van openstreetmap.org

Expeditieverkeer Het expeditieverkeer ontsluit nagenoeg op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. Er geldt echter sinds 2016 een geslotenverklaring voor vrachtverkeer vanaf de Parmasingel naar de Griftdijk Zuid in noordelijke richting. Dat heeft te maken met het slechte zicht dat een vrachtwagenchauffeur heeft op het fietsverkeer komende vanaf de Waalbrug. Er blijven voldoende alternatieven voor het vrachtverkeer om de wijk te bereiken en te verlaten.

38 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Verkeersveiligheid Het besluitgebied wordt gekenmerkt door erftoegangswegen binnen bebouwde kom, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen worden Duurzaam veilig ingericht. Daarmee wordt een verkeersveilige weginrichting gerealiseerd.

7.1.2.3 Conclusie mobiliteit Voor het aspect mobiliteit is met onder andere de verkeerstudie van Goudappel de effecten van de ontwikkeling op verkeer in kaart gebracht. De aspecten parkeren, verkeersveiligheid, verkeersintensiteiten zijn onderzocht. Deze aspecten voldoen aan de normen en richtlijnen en dragen daarmee bij aan een goede leefomgeving. Het aspect mobiliteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor deze bopa.

7.1.2.4 Toetsing parkeren De omgevingsvergunning wordt getoetst aan de geldende parkeernormen conform het facetbestemmingsplan parkeren en de geldende beleidsregels Parkeren. Bij het beoordelen van een ontwikkeling kijkt de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Op deze manier wordt de invloed van het parkeren in de omgeving zoveel mogelijk beperkt. De parkeerplaatsen aan de Lentse Warande komen te vervallen, doordat de weg autovrij wordt. Deze parkeerplaatsen zijn nu niet aan een functie gekoppeld en kunnen dus opgeheven worden. Op basis van het huidige bouwprogramma lijkt een parkeerbehoefte van circa 370 parkeerplaatsen benodigd. Na het in kaart brengen van de parkeerbehoefte van het gebied moet de benodigde parkeerbehoefte fysiek inpasbaar zijn. Uit het schetsontwerp blijkt dat er voldoende ruimte is om de parkeerplaatsen in te passen. Dit schetsvoorstel wordt verder uitgewerkt in een integraal ontwerpvoorstel waarin de parkeerbehoefte ook onderdeel van is.

7.1.2.5 Conclusie parkeren Deze bopa is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect parkeren als voldaan wordt aan het volgende voorschrift: • Een opvolgende aanvraag omgevingsvergunning dient te voldoen aan het volgende: Ten aanzien van parkeren wordt getoetst aan het Tijdelijk Omgevingsplan, Facetbestemmingsplan Parkeren. Indien bij de vergunningaanvraag ten behoeve van de bouw van de voorgestane ontwikkeling de in het Tijdelijk Omgevingsplan, Facetbestemmingsplan Parkeren bedoelde beleidsregels zijn gewijzigd, gelden die gewijzigde beleidsregels alleen indien deze voor de voorgestane ontwikkeling een lagere parkeernorm bevat.

7.2

Milieuaspecten

7.2.1 Geluid 7.2.1.1 Algemeen Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(shinder) of worden eraan blootgesteld. Geluid is van invloed op de gezondheid. Daarom stellen we regels aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid afkomstig van bijvoorbeeld wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. Als de geluidbelastingen aanvaardbaar zijn conform art. 5.59 en art. 5.78 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het Bkl staan regels voor bepaling van de aanvaardbaarheid van spoorweglawaai, wegverkeerslawaai, industrielawaai, windturbines, schietbanen en “Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten”. In de Omgevingsregeling (Or) staan de rekenregels en toelichtingen. Deze regels gelden bij (planologisch mogelijk 39 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

gemaakte) gevels van geluidgevoelige gebouwen (art. 3.21 Bkl), randen van ligplaatsen voor woonschepen of staplaatsen voor woonwagens (art. 3.23 Bkl). De vereiste rekenhoogtes staan in art. 3.2 van de Omgevingsregeling. Het Bkl werkt met een stelsel van standaardwaarden en grenswaarden. Het geluidsniveau is altijd aanvaardbaar als er wordt voldaan aan de standaardwaarden (art. 5.64, art. 5.75, art.5.77 en art. 5.78 Bkl). Voor bepaalde soorten geluidbronnen (bronsoorten) mag de standaardwaarde worden overschreden, maar niet de grenswaarde. Voor enkele andere bronsoorten kunnen op lokaal niveau lagere of hogere standaardwaarden vastgesteld worden (art. 5.66, art. 5.74 & art. 5.76 Bkl). Overschrijding van een standaardwaarde of toepassing van een hogere standaardwaarde mag als: • de cumulatieve geluidbelasting met andere geluidsbronnen aanvaardbaar is; • er voldaan wordt aan de lokale beleidsregels. Overschrijding van een standaardwaarde of toepassing van een hogere standaardwaarde mag zonder zwaarwegende belangen nooit leiden tot een overschrijding van een grenswaarde (paragraaf 5.1.4.2a Bkl). Nijmegen heeft de “Beleidsregels omgevingsvergunning voor overschrijden van de standaardwaarde geluid 2024” vastgesteld. In dit beleid staan de voorwaarden waaronder overschrijding van de standaardwaarde door wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai aanvaardbaar is.

Geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen De geluidbelasting door (spoor)wegen en industrieterreinen wordt beoordeeld binnen geluidaandachtsgebieden (Bkl art. 3.20, Or bijlage IVc). Geluidaandachtsgebieden zijn gebieden langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Deze beoordeling vindt plaats bij: • de bepaling van de geluidsemissie door een spoorweg, weg, industrieterrein (Afdeling 3.5 Bkl); • een wijziging van een omgevingsplan of aanvraag van een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) Omgevingsplanactiviteit die leidt tot het toevoegen van geluidgevoelige gebouwen en locaties (paragraaf 5.1.4.2a Bkl); • een wijziging van een omgevingsplan of aanvraag van een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit die leidt tot wijziging van een weg, spoorweg of industrieterrein (paragraaf 5.1.4.2a Bkl); • een wijziging van een omgevingsplan of aanvraag van een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) Omgevingsplanactiviteit die leidt tot 1,5 dB grotere geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen en locaties door wegen buiten het plangebied (art. 5.78af Bkl). Er zijn geluidaandachtsgebieden voor bronnen met geluidproductieplafonds (GPP’s), zoals hoofdspoorwegen, rijkswegen, provinciale wegen en industrieterreinen.

Met een geluidproductieplafond wordt de maximaal toegelaten hoeveelheid geluid op een referentiepunt nabij een geluidbron bedoeld. Verder zijn er geluidaandachtsgebieden voor bronnen met een basisgeluidsemissie (gemeentelijke wegen). Vanuit de Aanvullingswet geluid Omgevingswet geldt een overgangsregeling voor provinciale wegen en industrieterreinen waarvoor nog geen GPP’s zijn vastgesteld. In dat geval geldt de Wet geluidhinder, met de daarbij behorende geluidzones, nog. Hoofdstuk 12 van het BKL geeft hierbij aanvullende instructies.

40 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Binnen de geluidaandachtsgebieden gelden op grond van art. 3.35 en 5.78t Bkl de volgende standaardwaarden en grenswaarden (tabel 1): Geluidbronsoorten

Rijks- en provinciale wegen Gemeente- en waterschapswegen Hoofd- en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde in Lden (dB)

Grenswaarde in Lden (dB) Aanleg of aanpassing bron

50

Nieuwe geluidgevoelige gebouwen 60

53

70

70

55

65

70

50

55

60

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

65

Tabel 1

Toepassing van een waarde hoger dan de standaardwaarde is voor een nieuw geluidgevoelig gebouw of terrein niet aanvaardbaar zolang er geluidbeperkende maatregelen kunnen worden toegepast (art. 5.78u lid 3 Bkl). Geluidbeperkende maatregelen bij de bron of in de overdracht worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (art. 3.28 Bkl). De financiële doelmatigheid wordt bepaald met behulp van art. 3.49 tot en met 3.54 Bkl en art. 3.51 bijlage Va Bkl. Deze toets geldt conform art 5.78s Bkl enkel in de geluidsaandachtsgebieden bepaald conform bijlage IVa van de Omgevingsregeling. De Nijmeegse “Beleidsregels omgevingsvergunning voor overschrijden van de standaardwaarde geluid 2024” geven aan in welke situaties, en onder welke voorwaarden, een overschrijding van de standaardwaarde aanvaardbaar wordt geacht. Artikel 3 van deze beleidsregels geeft aan op welke soort locaties in de stad en bij welke gebruiksfuncties een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde toelaatbaar is. In artikel 4 staan de voorwaarden waaraan nieuwe woningen moeten voldoen. Wordt voor één of meer van de bronsoorten de standaardwaarden overschreden, dan moet op basis van het art. 3.38 Bkl en de Omgevingsregeling art.

3.26 het gezamenlijke geluid berekend worden. De waarde van dit gezamenlijke geluid, minus de geluidwering van het bouwwerk, berekend op basis van art. 4.103 Bbl, dient 33 dB of lager te zijn. Deze 33 dB betreft het binnenniveau. Geluid door windturbines Nijmegen heeft twee windparken. Voor deze parken is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Bij de toelating van geluidgevoelige gebouwen, standplaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonschepen wordt gerekend met de ruimte die op basis van de vergunning voor het windpark beschikbaar is. De standaardwaarden en voorwaarden zijn opgenomen in het art. 5.74 en art. 5.75 Bkl. Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten Onder deze noemer vallen alle activiteiten die niet onder een van de voorgaande categorieën vallen. Bij verlening van een bopa houdt de gemeente rekening met de aanvaardbaarheid van dit geluid in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor beoordeling van het risico op een mogelijk niet aanvaardbare geluidbelasting wordt aansluiting gezocht op de milieuzonering nieuwe stijl van de VNG. Deze zonering rekent met een geluidruimte die een activiteit nodig heeft ten opzichte van gemengd gebied of een rustige woonwijk. Is de afstand kleiner dan de afstand van de activiteit tot de zonegrens, dan kan een plan leiden tot onwenselijke geluidbelastingen.

Een te korte afstand kan daarbij leiden tot een beperking van de mogelijkheden voor een activiteit. Het uitgangspunt van gemeente Nijmegen is het respecteren van bestaande “geluidsrechten” en hierbij toe te zien op geluidbelastingen in lijn met de adviezen van de VNG. Hogere geluidbelastingen dan de door de VNG geadviseerde geluidbelastingen zijn toelaatbaar mits deze aanvaardbaar zijn.

41 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Valt een (toekomstig) geluidgevoelig gebouw of terrein binnen een geluidzone van een (geprojecteerde) activiteit, dan wordt de geluidbelasting beoordeeld. Een geluidbelasting lager dan de standaardwaarde uit het art. 5.65 Bkl wordt aanvaardbaar geacht. Wordt de standaardwaarde uit het art. 5.65 Bkl overschreden, dan wordt het cumulatieve geluid met de andere activiteiten van deze categorie beoordeeld. Hoewel nog niet in beleidsregels vastgelegd, is het in het kader van de beoordeling of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties verdedigbaar om voor de beoordeling van het cumulatieve geluid op de gevel aan te sluiten bij de “Beleidsregels omgevingsvergunning voor overschrijden van de standaardwaarde geluid 2024”.

7.2.1.2 Toetsing geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen Het besluitgebied overlapt met het geluidaandachtsgebied van de spoorlijn Nijmegen-Arnhem en met het geluidaandachtsgebied voor wegverkeer van de Prins Mauritssingel en de Parmasingel. Er is geen geluidaandachtsgebied van een industrieterrein waarmee dit besluitgebied overlapt en tevens is de afstand tot de industrieterreinen dusdanig groot dat er ook geen sprake is van enige significante bijdrage in de cumulatieve geluidbelasting. De geluidbelasting door (spoor)wegen en industrieterreinen is onderzocht in het akoestische onderzoek met de titel “Akoestisch onderzoek t.b.v. de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Hoge Bongerd, kenmerk PRS204097, versie 2.0 (opgesteld door de gemeente Nijmegen)” (Bijlage 5 Akoestisch onderzoek). In het onderzoek is bepaald in welk deel van het besluitgebied de standaardwaarde voor wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai wordt overschreden. Deze bopa kent geen aanduiding met bouwvlakken en minimale bouwhoogtes waardoor gevelvlakken en open ruimtes op elke positie binnen de gebiedsaanduiding ‘Wonen’ mogelijk is. Er is daarom een grote bandbreedte waar en welk type bebouwing er komt. Daarnaast is er nog geen duidelijk beeld van de ontsluitingswegen in het plan en ontbreekt de exacte ligging hiervan.

Dit betekent dat de grens voor overschrijding van de standaardwaarde wordt berekend in een situatie zonder bebouwing, op basis van de maximale toelaatbare bouwhoogtes. De mogelijk afschermende werking van toekomstige bebouwing in het besluitgebied is niet bij voorbaat gegarandeerd en wordt daarom niet bij voorbaat meegenomen. Het vlak binnen de berekende grens is als gebiedsaanwijzing ‘Overschrijding standaardwaarde railverkeer’ op de ruimtegebruikskaart opgenomen. De wegen in het besluitgebied kunnen, indien de afstand tot de gevels gering is, zorgen voor een overschrijding standaardwaarde wegverkeer, maar omdat de ligging van deze wegen nog niet is vastgelegd is dit gebied niet opgenomen in de ruimtegebruikskaart, maar verwerkt in de voorschriften. Aan beide zijden van de toekomstige wegen in het besluitgebied zal een ruimte van 5 meter worden aangehouden als gebiedsaanwijzing ‘Overschrijding standaardwaarde geluid wegverkeer’. Er is een maatregelonderzoek uitgevoerd op basis van reële scenario’s binnen de kaders van het plan. Hieruit blijkt dat er ondanks het toepassen van doelmatige geluidbeperkende maatregelen spraken is van overschrijding van de standaardwaarde. Er is in een groot gebied een risico op overschrijding van de standaardwaarde voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai, afhankelijk van de oriëntatie en de ligging van de bebouwing.

Voor toetsing van de aanvaardbaarheid van de mogelijkheden binnen dit plan is er daarom getoetst of er géén sprake is van een overschrijding van de grenswaardes en wordt er getoetst of er sprake is van een aanvaardbare cumulatieve geluidbelasting op basis van Bkl art. 3.38. Is er op een positie sprake van een overschrijding van de standaardwaarde, maar niet van de grenswaarde dan wordt bepaald aan de hand van de “Beleidsregels omgevingsvergunning voor overschrijden van de standaardwaarde geluid 2024” of de cumulatieve geluidbelasting aanvaardbaar is. Voorschriften voor spoorweglawaai en wegverkeerslawaai Deze bopa maakt de realisatie van geluidgevoelige gebouwen in de geluidaandachtsgebieden (spoorweg en weg) mogelijk. Op de ruimtegebruikskaart is er een zone aangegeven met de aanduiding: ‘Overschrijding standaardwaarde railverkeer’ en in de voorschriften zijn er regels opgenomen voor de overschrijding standaardwaarde wegverkeer. In deze gebieden moet worden voldaan aan de standaardwaarde voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai of aan de voorschriften bij deze bopa. De voorschriften volgen rechtstreeks uit de gemeentelijke beleidsregels: “Beleidsregels omgevingsvergunning voor overschrijden van de standaardwaarde geluid 2024”. 42 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

Het is aan de initiatiefnemer om met een akoestische onderbouwing aan te tonen dat aan deze voorwaarden kan worden voldaan. Vormen woningen en/of bouwkundige elementen buiten het initiatief een essentieel onderdeel van deze onderbouwing, dan dient de initiatiefnemer aannemelijk te maken dat de bebouwing daadwerkelijk gerealiseerd wordt en in stand gehouden blijft. Vormen woningen en/of bouwkundige elementen uit het initiatief zelf onderdeel van deze onderbouwing, dan wordt dat deel als voorwaardelijke verplichting in de Omgevingsvergunning opgenomen. Bkl art. 5.78j en art. 3.43 garanderen de instandhouding van de reeds aanwezige geluidbeperkende maatregelen in de omgeving. Op grond hiervan is het niet toelaatbaar om zonder onderzoek naar de aanvaardbaarheid geluidbeperkende maatregelen in de omgeving te verwijderen. Een significante toename van geluid door verwijdering van een geluidbeperkende maatregel wordt zelden als aanvaardbaar geacht. Deze bopa is uitvoerbaar als er minischermen worden toegepast aan de oostzijde van het spoor. Hiervan kan worden afgeweken als de financiële doelmatigheid van een geluidbeperkende maatregel bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van die maatregel, het maakt dat een andere maatregel dan het minischerm hetzelfde effect teweegbrengt.

Het effect is het bieden van een geluidluwe gevel, geluidluwe slaapkamer, geluidluwe buitenruimte en het bieden van voldoende akoestische kwaliteit in de openbare ruimte. Deze kwaliteit wordt niet louter in dB's uitgedrukt. In het besluitgebied is een gebied onder voorbehoud van de stedenbouwkundige invulling waar mogelijk de standaardwaarde voor spoorweglawaai en wegverkeerslawaai wordt overschreden. Voor spoorweglawaai is dit gebied vastgelegd op de ruimtegebruikskaart en voor wegverkeerslawaai zijn voorschriften opgenomen. Een geluidbelasting voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai lager dan de standaardwaarde is aanvaardbaar evenals een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde maar lager dan de grenswaarde als de voorwaarden uit deze bopa in acht worden genomen. De aanvrager van de Omgevingsvergunning voor de realisatie of wijziging van het geluidgevoelige gebouw moet met een akoestische onderbouwing aantonen dat hieraan voldaan kan worden.

7.2.1.3 Conclusie (spoor)wegen en industrieterreinen Deze bopa is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect geluid door (spoor)wegen als voldaan wordt aan de volgende voorschriften: • Een opvolgende aanvraag omgevingsvergunning dient ter plaatse van de gebiedsaanwijzingen ‘Overschrijding standaardwaarde geluid wegverkeer’ en ‘Overschrijding standaardwaarde geluid railverkeer’ te voldoen aan het volgende: a. Bij de bouw van een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in art 3.21 Bkl dient voor spoorweglawaai en wegverkeerslawaai te worden voldaan aan de standaardwaarden uit art 5.78t Bkl, conform afdeling 3.5 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterrein Bkl. b. In afwijking van het bepaalde onder voorschrift a is een geluidbelasting op één of meer gevelvlakken van een geluidgevoelig gebouw hoger dan de in voorschrift a genoemde standaardwaarden aanvaardbaar, mits er aan alle voorwaarden wordt voldaan: 1. Deze woningen bieden afscherming aan een gelijk of groter aantal woningen; 2. Deze woningen hebben op één of meer gevels een geluidbelasting lager dan de standaardwaarden; 3. Deze woningen hebben de beschikking over een buitenruimte waar op de aangrenzende gevel van de woning de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarden; 4.

Indien het toepassen van verdere geluidbeperkende maatregelen op de private buitenruimte leidt tot een buitenruimte van lagere kwaliteit op het gebied van bezonning en natuurlijke ventilatie, mag van het bepaalde in lid 3 worden afgeweken, mits:

43 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

c.

i. er een collectieve buitenruimte wordt geboden die voldoet aan de in voorschrift a opgenomen standaardwaarden; en ii. aan de private buitenruimte minimaal 6 dB aan geluidbeperkende maatregelen wordt toegepast. 5. De woningen met geluidbelastingen hoger dan 58 dB voor wegverkeerslawaai, 58 dB voor spoorweglawaai en/of 50 dB voor industrielawaai hebben de beschikking over een slaapkamer waar op het te openen geveldeel geen standaardwaarde wordt overschreden; en 6. Voor alle geluidsgevoelige gebouwen met een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde, geldt vanuit het art. 4.103 Bbl en art. 3.2 Bkl de eis dat de geluidbelasting op een gevelvlak waar verblijfsruimtes mogelijk zijn er bij de berekende gezamenlijke geluidbelasting conform art. 3.26 Omgevingsregeling voldaan kan worden aan art. 4.103 Bbl. De aanvrager van de omgevingsvergunning voor de realisatie of wijziging van het geluidgevoelige gebouw toont het bepaalde in lid 1 en 2 aan met een akoestische onderbouwing. Daarbij is het volgende van belang: 1. Indien woningen of bouwkundige elementen buiten het initiatief een essentieel onderdeel vormen van deze onderbouwing, dan dient de initiatiefnemer aannemelijk te maken dat de bebouwing daadwerkelijk gerealiseerd wordt en in stand blijft. 2.

Indien woningen of bouwkundige elementen uit het initiatief zelf onderdeel van deze onderbouwing vormen, dan worden die woningen of bouwkundige elementen als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen.

7.2.1.4 Toetsing geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijfsmatige of maatschappelijke activiteiten aanwezig die tot onaanvaardbare geluidsbelasting in het besluitgebied kunnen leiden. Op de ruimtegebruikskaart zijn wel gebieden aangegeven waar een functiemenging mogelijk gemaakt wordt tussen wonen en commerciële functies en wonen en maatschappelijke functies. Er is nog een grote bandbreedte in de invulling waarbinnen die gebieden die commerciële en maatschappelijke functies geplaatst zouden kunnen gaan worden, wat deze commerciële en maatschappelijke functies zullen zijn en hoe deze eruit gaan zien. Dit betekent dat er in grote gebieden een reëel risico is op geluidbelastingen op geluidgevoelige gevels die mogelijk niet aanvaardbaar zijn. Geluidbelastingen zijn aanvaardbaar als er wordt voldaan aan de standaardwaarden uit het Bkl art. 5.65 op de positie waar geluidgevoelige gevels toelaatbaar zijn of als in afwijking hiervan op grond van Bkl artikel 5.66 wordt voldaan aan hogere of lagere standaardwaarden. Is dit niet het geval, dan moet er naar de cumulatieve geluidbelasting door commerciële en maatschappelijke functies worden gekeken. Belangrijke aandachtspunten zijn het installatiegeluid van klimaatinstallaties en in het geval horeca wordt toegestaan, stemen muziekgeluid.

Buiten de aanduiding commercieel is er feitelijk sprake van een beoogde leefkwaliteit passend bij een rustige woonwijk. Dit maakt dat op grond van artikel 5.66 van het Bkl de waarden uit artikel Bkl 5.65 met 5 dB verminderd moeten worden. Omdat er sprake is van een nieuwe situatie en dus een grote mate van controle, ziet Nijmegen geen noodzaak voor het loslaten van een norm voor piekgeluiden. Geluidbelasting vanuit commerciële functies in het besluitgebied De plannen zijn nog globaal. Daarom moeten er als er als gevolg van de bandbreedte een risico is op te hoge geluidbelastingen kaders geschapen worden ter begrenzing van de ervaren geluidniveaus. Geluidbelasting vanuit maatschappelijke functie in het besluitgebied De plannen zijn nog globaal. Daarom moeten er als er als gevolg van de bandbreedte een risico is op te hoge geluidbelastingen kaders geschapen worden ter begrenzing van de ervaren geluidniveaus.

44 Motivering bopa - 95-bopa-20241028 Hoge Bongerd

In het besluitgebied zijn locaties waar commerciële functies en maatschappelijke voorzieningen op korte afstand van woningen mogelijk zijn. Bij de maximale benutting van de planologische ruimte is er kans op te hoge geluidbelastingen bij geluidsgevoelige gebouwen. De planologische ruimte moet daarom beperkt worden. De planologische ruimte wordt ingekaderd op basis van de aard van het gebied. Gemeente Nijmegen hanteert de regel dat op locaties waar functiemenging mogelijk is, wordt uitgegaan van de normen voor gemengd gebied. Indien het eenvoudig haalbaar is om hogere niveaus te stellen, dan kan daarvoor worden gekozen. Daar waar geen functiemenging mogelijk is en ook niet aangrenzend is aan andere functies, dan worden de normen voor een rustige woonwijk gehanteerd.

7.2.1.5 Conclusie toetsing geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten Deze bopa is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten als voldaan wordt aan het volgende voorschrift: -

In de zones waar zowel de functie wonen als een van de twee functies commercieel of maatschappelijk mogelijk is gelden de volgende waarden: o Middels akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de waarden in Tabel 2. Bij deze waarden worden stemgeluid en indirecte hinder door verkeersstromen in een berekening op basis van algemeen geaccepteerde kengetallen bij toetsing meegenomen. o Een technische installatie van maatschappelijke of commerciële functie veroorzaakt op erfgrens van deze maatschappelijke functie en/of bij de gevels van woningen geen geluidbelasting boven de waarden uit Tabel 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3b8481b1-9d88-4100-bc0a-bf691af80573