CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Masterplan Romeins Verleden

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D7 d.d. 11 juni 2024 over Masterplan Romeins Verleden32.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29

kennis van de Romeinse geschiedenis als het bereiken van jongeren beschikken.

2.5 De pilaren: gebiedsgerichte ontwikkelingen Deel II van het masterplan omvat vier uitgewerkte richtingen voor een gebiedsgerichte aanpak (de zogenaamde pilaren uit het tempel-model). Op deze vier richtingen moet de regio de komende acht jaar volop inzetten. Dat betekent dat het plan de gangbare overheidstermijn overstijgt. De actiepunten uit de overkoepelende treden worden in deze vier themagebieden toegepast, aangevuld met het verzilveren van locatiespecifieke kansen. Zo bouwen we aan een goede structuur en een aantrekkelijke regio. In de pilaren zetten we in op ontwikkeling van verschillende clusters (deelgebieden Nijmegen, UNESCO-clusters en regionale clusters). Deze clusters worden elk ontwikkeld als (potentieel) icoongebied. Wat is een icoongebied? Icoongebieden zijn gebieden met een ‘landmark’, in een aantrekkelijk landschap en een concentratie van recreatieve voorzieningen en wandelen fietspaden. Deze gebieden hebben een hoge gebruiks-, belevings- en attractiewaarde. Het zijn gebieden met een sterke aantrekkingskracht en die profiteren van een bekende (merk)naam. In de ontwikkeling van de regio Arnhem-Nijmegen zien we verschillende typen landschappen en een sterk verschillende mate van stedelijkheid. Arnhem en Nijmegen zijn de grootste steden van de regio, waar de bevolkingsdichtheid en de dichtheid van faciliteiten relatief hoog zijn.

De landschappelijke verschillen zijn een kwaliteit van de regio. Naast hoogstedelijk gebied zijn er dorpen en kleine steden met een gemiddelde of

lage mate van stedelijkheid. De regio kenmerkt zich ook door de weidsheid van polders en uiterwaarden. I. Nijmegen hoofdstad van de Romeinen Met Nijmegen heeft de Romeinse regio al een echte trekker in huis. Nijmegen is de oudste stad van Nederland, heeft als eerste stad stadsrechten gekregen én was de eerste vestigingsplaats van de Romeinen, met een commandopost en een legerkamp. Nijmegen heeft verder al een sterke toeristische infrastructuur, gecombineerd met verschillende clusters waarin het Romeins verleden reeds een plek heeft gekregen of gaat krijgen (Valkhofkwartier, UNESCOlocaties, het depot, resten etc.). Ook heeft Nijmegen, vooruitlopend op de UNESCO-aanwijzing, het Romeinse verleden al als speerpunt in gebiedsontwikkeling en stadsmarketing meegenomen. Daarnaast is de claim van Nijmegen als oudste stad van Nederland al breed bekend en kent de stad met het Valkhof Museum ook een potentiële grootschalige Limes/Romeinen-bezoekerslocatie. Het komende jaar wordt in Nijmegen het grootste archeologische depot van Nederland ontwikkeld en heeft de gemeente samen met de Radboud Universiteit aandacht voor onderzoek en het verstevigen van de archeologische opleidingen in Nederland. II. UNESCO-locaties in de etalage De tweede set clusters wordt ontwikkeld rondom de UNESCO Werelderfgoed-locaties. Het gaat hier om Arnhem, Berg & Dal (gedeeld met Nijmegen), Elst en Zevenaar.

We ontwikkelen de locaties met UNESCO-status tot volwaardige bestemmingen voor educatie en entertainment, waarbij behoud en beheer goed georganiseerd zijn en ontwikkelingen op elkaar zijn afgestemd. Elke locatie behoudt het eigen unieke karakter, maar heeft ook een duidelijke link met de rest van het Romeins Verleden in de regio. We ontwikkelen de locaties daarom breder

30

dan alleen UNESCO-locatie, maar als een recreatief cluster met aanbod en randprogrammering zodat bezoekers gemakkelijk van bestemming naar bestemming kunnen reizen en overal toeristisch-recreatieve voorzieningen treffen (bijvoorbeeld een fietsenstalling, parkeerplaats, horecagelegenheden, bankjes, routes en verblijfsrecreatie in de buurt). De thema’s verschillen per cluster. Zo zijn Elst en Herwen plaatsen waar heiligdommen zijn gevonden en zijn andere locaties van groot militair belang geweest. III. Regionaal Romeins verleden ontwikkeld Naast Nijmegen en de UNESCO-sites liggen in de regio nog veel meer kansen om het Romeins Verleden een gezicht te geven. Het boekje ‘Het Verhaal van de Romeinen in Gelderland op 10 plekken’ is een goede basis voor het uitwerken van vindplaatsen en het ontwikkelen van clusters zodat meerdere vindplaatsen en bijzondere Romeinse locaties samen kunnen zorgen voor synergie. Regio Tiel/Betuwe is een voorbeeld van dergelijk cluster met potentie voor recreatieve ontwikkeling omdat hier vondsten zijn gedaan waarbij de locatie ontwikkeld kan worden tot bezoekersplek óf waarvan de vondsten op een andere manier getoond kunnen worden aan het publiek, bijvoorbeeld in musea. IV. Romeinen als studieobject Gelderland, met name Nijmegen, wordt de bakermat van de archeologische kennis over de Romeinen in Nederland.

Hier worden de Limes en het bredere grensgebied en de Romeinen continu bestudeerd. Door de hoeveelheid vondsten en mogelijke opgravingen heeft de wetenschap wel hulp (én financiering) nodig van het publiek, scholen, overheden en faculteiten. De archeologische keten van opslag-onderzoektentoonstelling heeft fysieke locaties in de regio en een (online)

kenniscentrum zorgt voor bredere verbinding en kennisdeling ongeacht plaats.

2.6 Het dak: voor wie doen we dit dan allemaal? Erfgoed verbindt en is van ons allemaal. Overheden zijn verplicht om erfgoed in passende vorm toegankelijk te maken voor publiek. Hoe bijzonder is het dat op de plek waar wij nu wonen, tweeduizend jaar geleden een geheel legioen gestationeerd was? Veel resten zijn in Nederland door de natte bodem goed bewaard gebleven. Hier zijn geen enorme tempelcomplexen zichtbaar, zoals in de zuidelijke gebieden van het Romeinse Rijk (bijvoorbeeld het huidige Mediterrane gebied en delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika). Wél hebben we in Nederland veel unieke vondsten, die ons heel veel vertellen over het leven ten tijde van de Romeinen. De geografie, de letterlijke plaats, maakt een belangrijk onderdeel uit van het begrijpen van ons erfgoed. Juist daarom is de ligging langs de Rijn, het noordelijke grensgebied van het Romeinse Rijk, zo interessant. De sense of place of plaatsgevoel geeft de verbondenheid van mensen of gemeenschappen met hun leefomgeving weer. Bestaande en nieuwe bewoners een binding laten opbouwen met dit gebied en de historie is waar ook op ingezet wordt. Zodat ze zich niet alleen geworteld voelen maar door die binding zich ook verantwoordelijk gaan voelen voor het erfgoed en er graag betrokken bij willen zijn.

Bewoners Dus zijn we verplicht om de huidige en toekomstige inwoners kennis te laten maken met het erfgoed onder de grond, in musea en depots en door kennis en verhalen. De primaire doelgroep van het Masterplan Romeins Verleden is dan ook de inwoner van Gelderland. Alleen dé

31

inwoner van Gelderland bestaat natuurlijk niet. We richten ons op educatie over de Romeinen in het basis- en voortgezet onderwijs, het zichtbaar maken van erfgoed voor iedereen, informatievoorziening in het landschap, het ontwikkelen aanbod voor avontuurzoekers, plezierzoekers en inzichtzoekers en het stimuleren van deelname aan het Romeinse verhaal in alle facetten. Dat kan iets kleins als een kleurplaat zijn, maar ook theatervoorstellingen en het reconstrueren van imposante Romeinse bouwwerken. Bezoekers Het betrekken van alle inwoners van een regio is een ander verhaal dan het aantrekken van bezoekers. De toewijzing van UNESCO Werelderfgoed en de rijke geschiedenis van de regio biedt bij uitstek kansen voor het aantrekken van geïnteresseerde bezoekers. De ontwikkeling van de regio draagt bij aan het vergroten van het aantal bezoekers, maar op dit moment is het aanbod vrijwel alleen aantrekkelijk voor bezoekers die gericht zoeken naar Romeins erfgoed en/of andersoortig erfgoed. Hoewel de Romeinen in grote getalen aanwezig waren op veel locaties in de regio, zetten we niet in op massatoerisme. Tijden zijn veranderd en we hebben in Nederland te maken met veel ruimtelijke opgaven op een beperkt aantal vierkante meters. Natuur staat onder stuk en steden gaan aan hun eigen (marketing)succes en onder (voorbeeld: overlast bewoners Zaanse Schans, iamsterdam-campagne).

Het merendeel van de betrokken partijen bij de totstandkoming van het Masterplan Romeins Verleden geven ook aan dat Disneyficatie niet past bij de regio. Oftewel: niet teveel mimicry (namaak puur gericht op vermaak en soms zelfs tot het ridicule toe) en geen plaats voor grote aantallen touringcars. Maar toerisme heeft ook positieve effecten op de regionale economie, stimuleert behoud en ontwikkeling van voorzieningen aan en dat is nodig om de regio van de gewenste nationale aantrekkingskracht te voorzien. Met andere woorden:

duurzame vormen van toerisme zijn nodig om de toekomstige ontwikkelingen te financieren en te waarborgen (zie kader).

Duurzaam toerisme: ook een sociale component Onder duurzaam toerisme verstaan we niet alleen reizen met beperkte ecologische voetafdruk, maar ook de sociale weerbaarheid speelt een rol. Sterker nog, in zowel stedelijk gebied als in natuurgebieden is de balans tussen recreatiedruk en draagkracht van de bestemming inmiddels een heet hangijzer. We hebben te maken met verstedelijking, recreatiebehoefte, bevolkingsgroei, vergrijzing, woningcrisis, natuurregelgeving, de energietransitie etc. die elk ruimte in ons kleine postzegelland vragen. In de praktijk betekent dit dat het steeds drukker wordt op de plaatsen waar we onze vrije tijd besteden. En die plaatsen zijn vaak multifunctioneel. In een stad kun je naar een museum, feest vieren, wandelen, winkelen, maar er wonen en werken ook mensen en in en rondom de stad is eveneens vaak natuur (flora en fauna) te vinden. Wat betekent de wens voor meer bezoekers in de regio voor de leefomgeving van mens, dier en natuur? De ambitie van de regio is geen massatoerisme, maar passend toerisme. Daarom zetten we in op een aantal hoofddoelgroepen (zie ‘Vrijetijdsbehoeften’) waarvoor op strategische plaatsen aanbod en decor wordt ontwikkeld. Speerpunten vanuit duurzaam toerisme die bij het ontwikkelen van het Masterplan Romeins Verleden zijn meegenomen: 1. Druk- en draagkracht in kaart brengen van hotspots; 2. Geleidelijke ontwikkeling; 3.

Gespecificeerde doelgroepen en marketingmix; 4. Spreiding in attracties (zonering intensief/extensief); 5. Groene regionale verbindingen; 6. Bewonersparticipatie bij ontwikkelingen; 7. Gewenste exploitatie moet rendabel zijn voor 32 kleine/lokale ondernemers.

Vrijetijdsbehoeften Een eenduidig profiel van ‘de inwoner’ en ‘de bezoeker’ bestaat niet. Het kan gaan om buurtbewoners, scholieren, buitenrecreanten, mensen met interesse voor cultuur of mensen die juist helemaal niet van cultuur houden, mensen die er graag alleen op uit trekken of in een groep. Segmentatie is nodig voor het aansluiten van aanbod op vrijetijdsbehoeften. De Leefstijlvinder geeft inzicht in de vrijetijdsbehoeften van 7 verschillende doelgroepen, die op basis van motivatie en gedrag gegroepeerd zijn. In een eerder stadium heeft de provincie Gelderland samen met de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen een analyse uit laten voeren naar deze doelgroepen in relatie tot beleving van Romeins erfgoed5. Uit de analyse bleek dat voor de onderzochte locaties drie doelgroepen op basis van motivatie voor vrijetijdsbesteding het meest interessant zijn voor het Romeinse verhaal. 

5

Avontuurzoeker: zoekt uniek aanbod, avontuur en ontdekking, relatief vaak jonge stedeling, heeft interesse in cultuur en maatschappelijke verbinding. Inzichtzoeker: heeft een diepgaande interesse in cultuur en geschiedenis, relatief kleine doelgroep, gaat gericht op pad om erfgoed te bezoeken. Heeft niet veel voorzieningen nodig en houdt niet van drukte. Plezierzoeker: entertainment, gezelligheid, geen intrinsieke motivatie voor (Romeinse) geschiedenis, wel een relatief grote groep. Heeft breed aanbod en randprogrammering nodig. Moet verleid worden

met andere functies dan erfgoed, bijvoorbeeld horeca of entertainment. Hoewel het begrijpelijk is dat er wordt ingezet op deze drie doelgroepen (namelijk relatief grote aanwezigheid in de regio en/of interesse in cultuur en activiteiten) moet hierbij een nuance worden aangebracht. Als de regio in de nabije toekomst inderdaad dé regio van het Romeins verleden moet worden, dan is het belangrijk om breder te kijken dan puur de bediening van deze drie doelgroepen. Als we het moeten hebben van puur de intrinsieke motivatie van mensen om Romeinse resten te bezoeken, komen we naar verwachting bij een kleine groep uit. En dat terwijl we het erfgoed voor een breder publiek (namelijk de inwoners van Gelderland) toegankelijk en interessant willen maken, ook voor de mensen die in eerste opzicht eigenlijk niet zoveel met de Romeinen hebben. Zij moeten eigenlijk toevalligerwijs in aanraking komen met de Romeinen, waarbij wat er te doen is eigenlijk belangrijker is dan het erfgoed zelf. Op basis van de verschillende type ontwikkelingen en activiteiten zetten we in op doelgroepen wiens vrijetijdsbesteding past bij de activiteit. Als voorbeeld van genuanceerde toepassing:  Pilaar 1 – Nijmegen: richt relatief veel op bezoekers, per ontwikkelcluster echter een andere nuance. Valkhofkwartier voor bezoekers, Depotkwartier voor bewoners, Kops Plateau een mix van bewoners en bezoekers.

 Pilaar 2 - UNESCO: voor bezoekers richten op inzichtzoeker en avontuurzoeker, maar voor inwoners op alle leefstijlen, daarom randprogrammering nodig, toeristische infra stabiel en goed geregeld.

Beleefbaar maken Romeins Erfgoed, 2023

33

Pilaar 3 – Regionale ontwikkeling: vooral kansen voor inzichtzoeker als bezoeker (eventueel ook avontuurzoekers), inwoners belangrijke doelgroep met relatief korte reistijd, toeristische infra minder belangrijk dan bij pilaar 1 en 2. Pilaar 4 – Romeinen als studieobject: academici, studenten, vrijwilligers, scholen. Omdat het hier minder om vrijetijdsbesteding gaat, zijn de leefstijlen wat minder relevant, voor publieksdeelname is de inzichtzoeker en de avontuurzoeker interessant.

34

3 Huidige situatie Voorafgaand aan het schrijven van het Masterplan Romeins Verleden is er onderzoek gedaan naar de huidige situatie. Op basis van interviews, werksessies, documentstudies en geografische studies kunnen we een grove schets maken van de kansen en knelpunten die relevant zijn voor de Romeinse ambitie.

3.1 Sterke punten en kansen 

  

UNESCO Werelderfgoed: zeven locaties aangewezen in de regio. UNESCO-toewijzing biedt kansen voor toerisme en voor gezamenlijke aanpak behoud, beheer en ontwikkeling. Veel bijzondere vondsten gedaan in Gelderland in de afgelopen jaren, die aanleiding geven tot bewonersbetrokkenheid, trots, nieuwsgierigheid en het ontwikkelen van nieuwe bestemmingen Momentum voor de Romeinen: podcasts, UNESCO-aanwijzing, Verhaal van Nederland, Ridders van Gelre (en zelfs op TikTok). Energie en enthousiasme bij een grote groep vrijwilligers. Bestuurlijk draagvlak voor ambities Romeins Verleden, al moet worden aangetekend dat niet alle gemeenten in Gelderland prioriteit geven aan de Romeinen. Aanwezigheid toeristisch-recreatieve basis: zoals een bestaand wandelnetwerk, recreatieve voorzieningen, horeca, fietsverhuur, parkeerplaatsen, toeristische overstappunten (TOP) en een divers verblijfsrecreatief aanbod. Twee natuurlijke ‘toegangspoorten’ tot de regio: met Arnhem en Nijmegen heeft de regio al twee grote trekkers van (internationale) bezoekers in huis waar op voortgebouwd kan worden. Veel kennis beschikbaar: naast de verschillende musea (o.a. Museum Kam, Valkhof Museum, De Bastei, Liemers Museum, Tempel|Kerk

 

Museum Elst), zijn er kennisinstituten (Radboud Universiteit, HAN, ARTEZ en samenwerkingen met Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden), Romeinennetwerk/vrijwilligers en andere kundige organisaties voor verbinding van de Romeinen aan andere (maatschappelijke) onderwerpen. Actuele uitvindingen: veel uitvindingen uit de Romeinse tijd kleuren nog steeds onze dagelijkse systemen en producten zoals een muntensysteem, watermanagement, circulair bouwen, bouwstijlen etc. Lopende (gebied)processen: er zijn al veel initiatieven en gebiedsprocessen rondom het Romeins verleden waar op aangehaakt kan worden, zoals de ontwikkeling van het nieuwe “Archeologisch Depot Nijmegen en Gelderland” en ontwikkelplannen in Elst en Herwen. Naamsbekendheid en imago Nijmegen: als oudste stad kans voor het aantrekken van doelgroepen. Samenwerking met Duitse grensregio: dit biedt kansen voor financiering, bijvoorbeeld via Interreg NL-DU en biedt kansen op een sterk regionaal verhaal. De contacten met de Duitse partners zijn goed. Constructing the Limes: biedt kansen voor Interreg i.c.m. grenstoerisme en heeft draaiboeken voor citizen science projecten in stedelijke context (succesvol project Heel Heerlen Graaft).

Momenteel is er veel maatschappelijke aandacht voor de minder rooskleurige kant van de geschiedenis; uitgelezen kans om ook de donkere kant van de Romeinen te laten zien en het complete verhaal te vertellen.

35

3.2 Ontwikkelpunten 

De Romeinse vindplaatsen en het overige aanbod is over het algemeen niet goed beleefbaar. Het ontbreekt op veel plaatsen minimaal aan twee van de vier elementen van een ‘ultieme beleving’. o De attractieve/entertainende kant: is er iets leuks te doen? Uit locatiebezoeken en het onderzoek Beleefbaar maken Romeins Erfgoed (2023) blijkt dat er op Romeinse locaties niet veel te doen is behalve bordjes lezen. o De onderdompeling: het erfgoed vraagt om een zeer groot verbeeldingsvermogen. Op sommige plekken is er letterlijk niets te zien, zoals op het Kops Plateau in Nijmegen. Er moet een flinke slag geslagen worden op vrijwel alle erfgoedlocaties, op enkele musea na. Tegemoetkomen in verbeelding, zeker bij doelgroepen zonder intrinsieke motivatie voor Romeinen, erfgoed of geschiedenis in brede zin is belangrijk. o De esthetische kant: is er iets indrukwekkends of moois te zien? o De educatieve kant van de beleving: valt er iets te leren of te ontdekken? Dit element zien we het vaakst terug, maar wel op de meeste plekken in de statische (en, we noemen het beestje bij de naam, vaak saaie) vorm van informatieborden.

Geen duidelijke regionale profilering van op welke verhaallijnen wordt ingezet: o Veel verschillende (thematische) routes; o Weinig zichtbare markeringen van de routes; o Informatiepanelen statisch en met veel tekst. Onduidelijk welk type erfgoed je ziet (datering, stroming, verhaallijn zijn versnipperd); o Borden bij erfgoed onduidelijk en vallen niet op; o Aanbod eenzijdig en verspreid over de regio, niet complementair aan elkaar.

Versnipperd veld en binnen het netwerk is de archeologische "stem" nog dominant.

Overkoepelende organisatie met mandaat en budget ontbreekt.

Romeinse erfgoed nog niet voldoende bekend bij inwoners: o Onder meer niet zichtbaar in het straatbeeld.

Nederlandse archeologische wetenschap onderbezet, er is geen hoogleraar provinciaal-Romeinse archeologie meer in Nederland. Ook de stapels onuitgewerkte en niet gepubliceerde opgravingen vormen een belemmering voor adequate visualisaties en mooie verhalen.

Aanbod sluit niet aan bij vrijetijdsbehoeften en verwachtingen van de hedendaagse bezoeker: o Aanbod inzichtzoeker is verouderd; o Aanbod plezierzoeker en avontuurzoeker i.r.t. Romeinen ontbreekt.

36

Deel II: Gebiedsgerichte, Deel II opgaven thematische

Gebiedsgerichte en thematische opgaven Uitwerking van de 4 pilaren 37

4 Ontwikkelvisie Nijmegen als hoofdstad van de Romeinen Nijmegen wordt de hoofdstad van de Romeinen in Nederland als het aan dit plan ligt. Nijmegen heeft internationale aantrekkingskracht, toeristische en culturele basisinfrastructuur en verschillende onderzoeksmogelijkheden. In dit hoofdstuk wordt toegelicht welke acties er nodig zijn om van Nijmegen de hoofdstad van het Romeinse Verleden in ons land te maken. Het Masterplan Romeins Verleden begon met een droombeeld en een inspirerende kaart van de Romeinse regio. We grijpen hier eenmalig terug op deze droom. Want stelt u zich eens voor… “Op het Valkhofplein worden we rondgeleid door Julius. Julius is trouwens een echte Nijmegenaar, gek op zijn stad. We beginnen bij De Bastei. Hij laat ons de verschillende lagen van de geschiedenis zien. Die zijn als een soort tijdreisgids namelijk nog steeds in de grond terug te vinden. Hij neemt ons mee naar het Valkhofpark en we eindigen de rondleiding op het dak van het Valkhof Museum dat in de zomermaanden toegankelijk is voor iedereen. We kijken uit over de Waal, de stad ligt aan onze voeten. Vondsten steken uit de grond, holografische Romeinse gebouwen vormen de skyline en symbolen op de kaart verwijzen naar te bezoeken locaties in

de regio waar de objecten uit het museum gevonden zijn. Kunst en landschapsgeschiedenis komen hier samen. Hij raadt ons aan om zeker een kijkje te nemen op het Kops Plateau en vertelt honderduit over hoe het gebied is opgeknapt van park naar Romeins park. We stappen op de fiets en verwonderen ons tijdens de route wat er allemaal te zien is. Eenmaal aangekomen besluiten we eerst naar het uitkijkpunt te lopen. Wederom een fantastisch uitzicht! We openen de app en zien hoe de Romeinen de rivier en het Kops Plateau gebruikten. We wandelen verder door het park en komen onderweg een schoolklas tegen die in de schaduw een gastles krijgt van een hoogleraar Romeinse Geschiedenis. Vaste prik voor groep 6! De bankjes in het park zijn gemaakt in Romeinse stijl en gedoneerd aan de stad door een grote bank. Zo helpt de grote bank de stad aan kleine bankjes. In de bankjes zijn verschillende Romeinse munten verwerkt en op een plaatje wordt uitgelegd hoe ons huidige monetair systeem is afgeleid van de Romeinen. Bij de Kops-kiosk halen we een kopje koffie en een Romeins ijsje.”

4.1 Doel Nijmegen ontwikkelen als hoofdstad van de Romeinse geschiedenis in Nederland aan de hand van gebiedsontwikkeling, merkontwikkeling en aanbodontwikkeling.

4.2 Toelichting De Romeinen bevonden zich in het hele gebied en overal in het huidige Nijmegen zijn sporen gevonden van de Romeinen. Maar stap je in Nijmegen uit de auto of de trein, dan merk je daar als bezoeker weinig tot niets van. De gemeente beschrijft zelf al in de Erfgoedstrategie (2020) dat de veelheid aan verhalen leidt tot versnippering en onzichtbaarheid. Ook weten inwoners vaak niet dat zij dichtbij – en soms zelfs ín – UNESCO Werelderfgoed wonen en welke Romeinse taferelen zich in hun wijk

38

hebben afgespeeld. En dat terwijl het ontzettend inspirerend is om te ontdekken wie er eeuwen geleden naar dezelfde rivier keken, precies zoals bewoners dat nu doen tijdens een korte wandeling. Nijmegen versus ‘de rest (van Nederland)’? Nee, Nijmegen is net zoals de andere gemeenten een UNESCO-locatie en onderdeel van de grotere Romeinse regio. Echter, Nijmegen is vanuit toeristisch-recreatief oogpunt wél de meest voor de hand liggende toegangspoort tot het Romeins Verleden in de regio voor bezoekers van buiten de regio. Waar Arnhem een logisch startpunt is voor bezoekers om de locaties in het deel ten noorden van de Rijn én langs de Rijn (nota bene de route van de Limes) te ontdekken, is Nijmegen thematisch gezien de meest logische plek met aanwezigheid van het provinciaal en gemeentelijk archeologisch depot, vier UNESCO Werelderfgoed locaties, Radboud Universiteit en het Valkhof Museum als (toekomstig) vlaggenschip van de Romeinse presentatie. De ontwikkeling van Nijmegen als oudste stad van Nederland is ook een ambitie waar door de gemeente al veel in wordt geïnvesteerd (zie o.a. Erfgoedstrategie Nijmegen, 2020). Daarnaast kan de stad bogen op veel bestaand aanbod voor andere doelgroepen die misschien nog geen intrinsieke motivatie hebben om erfgoed te bezoeken.

Bijvoorbeeld: Romeinse representatie in een grote bioscoop laat plezierzoekers een minder ‘saaie’ kant van de Romeinen zien en leert hen op een laagdrempelige en leuke manier meer over de geschiedenis van de stad. Zo komt een aanzienlijk aantal bewoners en bezoekers op een (voor hen) aantrekkelijke manier in aanmerking met het Romeinse verleden.

een taak voor de verschillende instellingen en musea om actief te verwijzen naar andere locaties in de regio. Nijmegen heeft daarnaast al enkele concepten uitgewerkt die de basis kunnen vormen voor de overkoepelende Romeinse merkbeleving. Waar mogelijk hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden, maar kan er worden voortgebouwd op de Romeinse branding die al voor handen is. Van belang is de strategische ligging van Nijmegen en de stad als bakermat van de steden zoals we die nu in Nederland kennen. Nijmegen ligt niet direct aan de Neder-Germaanse Limes, maar maakt ook nu nog onderdeel uit van de grensregio en was strategisch van groot belang.

4.3 Gebiedsontwikkeling in zes clusters Wanneer we Nijmegen willen positioneren als ‘hoofdstad van de Romeinen’ en alle Gelderlanders laagdrempelig kennis laten maken met de Romeinen, dan moeten we ook aan de slag met gebiedsontwikkeling en aanbodontwikkeling. We kiezen ervoor om door middel van gefaseerde gebiedsontwikkeling zes clusters te ontwikkelen die een belangrijke link hebben met het Romeinse verleden. Natuurlijk willen we Romeinen door de hele stad terugzien: in routes, in winkels, tentoonstellingen, theatervoorstellingen, schoolprojecten en nog veel meer, maar zonder toegankelijk erfgoed heeft dat weinig zin. Deze zes clusters gelden als startschot voor de ontwikkeling van de gehele stad als Romeinse bestemming. Hierin moeten er ontwikkelingen plaatsvinden in de fysieke omgeving en moet het toeristisch-recreatieve aanbod verder ontwikkeld worden (waaronder entreepoorten, een bezoekerscluster en een landmark).

De stad heeft wel een belangrijke taak in het gidsen van bewoners en bezoekers naar andere interessante bezoekerslocatie in de regio. Er ligt

39

De ontwikkelingen in Nijmegen staan niet los van de verplichtingen en ontwikkelkaders uit de Individuele Management Plannen van de verschillende UNESCO-locaties (dat zijn er vier in Nijmegen/Berg en Dal). Voor ontwikkeling van UNESCO-gebied is afstemming met de provincie als siteholder en met de NLS belangrijk voor de monitoring van de ontwikkelingen in de kern- en bufferzones van het Werelderfgoed. Deze pilaar staat ook in nauwe verbinding met ‘De Romeinen als studieobject’ vanwege de potentie van Nijmegen als kennishoofdstad voor de Romeinse geschiedenis. In deze pilaar wordt de nadruk gelegd op fysieke ontwikkeling en aanbodontwikkeling. De adviezen over een kenniscentrum komen aan bod in pilaar IV: ‘De Romeinen als studieobject’. 4.3.1 Waalsprong De Waalsprong ligt aan de Lentse kant van de Waal, aan de voet van de bekende spoorbrug, tegenover het centrum van Nijmegen. Dit gebied is al duizenden jaren bewoond en daarmee een van de oudste bewoonde gebieden van Nederland. Tijdens opgravingen zijn er allerlei bronzen en aardewerken vondsten gedaan: Romeinse munten, grafvelden en resten van een Bataafs dorp. Er zijn zelfs onverbrande skeletten gevonden, waarvan er één ‘de Man van Lent’ wordt genoemd. Naast vondsten ligt er ook nog veel onder de grond, vermoedelijk uit de jagers/verzamelaarstijd, nog ver voor de Romeinen.

Ook meer recente geschiedenis, zoals de Tweede Wereldoorlog, heeft sporen achtergelaten in het gebied. Onmiskenbaar verbonden met de Waalsprong is natuurlijk ‘het Masker’: een toonaangevend metershoog kunstwerk van een Romeins masker (tevens voorblad van dit document). In de ontwikkeling van de Waalsprong is al veel gedaan aan het terugbrengen van erfgoed in het

straatbeeld. In de buurt ‘De Elten’ in Oosterhout, zijn 22 straten vernoemd naar elementen uit het Romeinse en Bataafse verleden. Wie is de gebruiker? De ontwikkelingen in De Waalsprong zijn vooral gericht op woningbouw met oog voor het verleden. Bij de verdere ontwikkeling van het gebied ligt de focus meer op publiekseducatie en toegankelijkheid dan op bezoekersmanagement of het aanleggen van een grote attractie. Doelgroepen zijn doorgaande inzichtzoekers en avontuurzoekers (attractie, beleving en educatie) en de eigen inwoner (beleving en educatie). Elementen uit het Masterplan die passen bij verdere ontwikkeling van de Waalsprong zijn:  Aansluiting op thematische Romeinen fietsroute Berg & DalNijmegen-Elst-Arnhem-Zevenaar-Herwen;  Vondsten terugbrengen in het straatbeeld en tentoonstellen, ook als dat slechts een onderdeel is;  Publiekseducatie bewoners bij ontwikkeling/ingebruikname nieuwe wijken, een Romeinse kick-off bijvoorbeeld bij oplevering of eerste steen;  Plaats maken voor natuurspelen voor jonge Romeinen (bijvoorbeeld waterpompen als speelattribuut) in nieuw aan te leggen groene wijken, naar voorbeeld van de Utrechtse wijk Rijnvliet. 4.3.2 Valkhofkwartier Waar de Waalsprong al voor een groot deel ontwikkeld is, daar moeten de plannen voor hervorming van het Valkhofkwartier nog verder ontwikkeld en vastgesteld worden.

De vergroening van het Kelfkensbos en de renovatie van het Valkhof Museum bieden een fantastisch momentum voor het ontwikkelen van een Romeins kwartier gericht op

40

bewoner én bezoeker. Het gebied heeft de potentie om het bezoekerscentrum van de Romeinse regio te worden. Alles is er: toonaangevend museum met Romeinse programmering, landschapsmuseum met Romeinse resten, vondsten op locatie, het tot de verbeelding sprekende verhaal van de Bataafse opstand, een voormalig castellum, hoogteverschillen en strategische ligging en de (weliswaar geen Romeinse, maar toch kenmerkende) voetgangersbrug die het Kelfkensbos en het park verbindt. De ontwikkeling van het Valkhofkwartier staat al op de agenda van de gemeente Nijmegen en draagt bij aan het doel uit de Omgevingsvisie om van het centrum een ‘place to meet’ te maken in plaats van een functionele ‘place to buy’. Wie is de (toekomstige) gebruiker? Nadruk op de functie van bezoekerscentrum vraagt om ontwikkelingen voor de doelgroepen avontuurzoeker, plezierzoeker en inzichtzoeker. Toegankelijk erfgoed voor inwoners van alle leefstijlgroepen vraagt minimaal om een diverse randprogrammering en een aantrekkelijke openbare omgeving. Openbare ruimte In de schetsen voor de vergroening en het klimaatadaptief maken van het Kelfkensbos, zijn plannen opgenomen voor de ontwikkeling van drie kunstwerken.

Om de aanwijzing van het Valkhof (als onderdeel van de Neder-Germaanse Limes) tot UNESCO Werelderfgoed te vieren, is kunstenaar Fernando Sánchez Castillo gevraagd om een kunstwerk te maken dat de Romeinse aanwezigheid in Nijmegen verbindt met het hier en nu. De kunstwerken lijken op het eerste oog classicistisch, maar door te spelen met vorm en context geeft de kunstenaar de boodschap mee dat geschiedenis steeds opnieuw kan worden verteld vanuit een ander gezichtspunt. De kunstwerken vormen de verbinding tussen binnen en

buiten: de collectie van het Valkhof Museum sluit naadloos aan op het verhaal dat de kunstwerken vertellen. De kunstwerken passen niet bij de huidige godenpijler, die op dit moment nog als herkenningspunt op het plein staat. De godenpijler is een replica met artistieke inslag en zou verplaatst kunnen worden naar een andere locatie binnen het Valkhofkwartier of plaats kunnen krijgen in één van de andere ontwikkelgebieden. De hoogteverschillen een de strategische ligging aan de rivier maken deze plek ook landschappelijk interessant. Het terugbrengen van grachten om het oude castellum zou een flinke aantasting van het woon- en centrumgebied betekenen, maar geeft wel aanleiding tot materiaalkeuze en landschappelijk ontwerp van het Kelfkensbos. Hoewel de vergroening voornamelijk gericht is op het (stenen) Kelfkensbos, is het aan te raden om een completer ontwerp te maken waarin ook de Hunerberg en de burcht een plaats krijgen, zodat alle losse elementen één Romeinse bezoekersplek vormen (waar overigens ruimte blijft bestaan voor de verschillende lagen van de geschiedenis, net zoals die terugkomen in het Valkhof, De Bastei en de fysieke omgeving). Dit geldt ook voor de Romeinse resten in het Holland Casino, vrijwel de enige plaats waar originele resten zichtbaar zijn.

In samenwerking met het casino kunnen de restanten tweeledig worden uitgelicht: bezoekers van het casino komen toevallig in aanraking met het Romeinse verleden op een verrassende plek en vanaf de openbare ruimte kan worden gewerkt met andere beleving. Wellicht is in een gesprek met het casino meer mogelijk. Adviezen:  Zoek resterende financiële dekking voor buitenkunst Kelfkensbos  Ontwikkeling Kelfkensbos doortrekken naar omliggend plangebied

41

Figuur 2: Kunstwerk van Fernando Sánchez Castillo van Julius Civilis die lijkt weg te zakken met zijn paard

Valkhof Museum Gelegen aan het Kelfkensbos en de Valkhofburcht, midden in het stadscentrum van Nijmegen, heeft het Valkhof Museum de potentie om de Romeinen hotspot van de regio te worden. Waar de kunstwerken van Fernando Sánchez Castillo in de openbare ruimte heden en verleden verbindt, is het museum eigenlijk een ‘indoor’ verlengstuk van deze visie. Het Valkhof Museum wordt op dit moment gerenoveerd en werkt aan een nieuwe programmering. Het museum pakt uit met een zeer bijzondere Romeinse collectie op de begane grond en gebruikt het thema ‘grensgebied’ als rode draad in de gehele collectie. De grens, de Limes, de noordelijke frontier, is het vertelperspectief voor de archeologie en de tijdvakken daarna. Naast de Romeinen krijgen ook de late Middeleeuwen een plaats in het museum en wordt de term ‘grens’ opgerekt naar actuele thema’s als macht-onmacht, arm-rijk et cetera.

De locatie van het museum en het gebouw bieden kansen om écht uit te pakken door het gebouw meer bij de openbare ruimte te betrekken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met een (semi-) openbare dakbeleving. Niet alleen heeft een eyecatcher vanuit esthetisch oogpunt een aantrekkende werking - zoals het bijzondere ovalen kunstwerk op het dak van Museum De Fundatie in Zwolle - maar het zet ook aan tot gesprek. Het ontwikkelen van het dak tot openbare ontmoetingsplek voor kunst en cultuur versterkt verschillende ambities en invalshoeken van zowel het museum als de gemeente. Het dak van het NEMO Science Museum in Amsterdam zit bijvoorbeeld avond na avond vol met bewoners en bezoekers genietend van het uitzicht over de stad. Het dak is daarmee een verlengstuk van de openbare ruimte, waar cultureel geprogrammeerd wordt (openluchtvoorstellingen, verhuurbare horeca etc.). Dakbeleving is in museumwereld niet nieuw, maar werkt ontzettend goed. Het Metropolitan Museum of Art in New York heeft de afgelopen tien jaar van het dak een openluchtmuseum gemaakt, waarbij elk jaar een hedendaagse kunstenaar is gevraagd om het dak thematisch vorm te geven. In Seoul heeft het dak van het Buk-Seoul Museum of Art een aantrekkelijke park-functie gekregen met begaanbare trappen en groenstroken. Hier ligt een kans om het dak van het museum te gebruiken als verlengstuk van de ‘indoor’ collectie van het museum.

Met randprogrammering voor bewoners (kinderen, studenten, thematisch, af en toe Engelstalig etc.) komen mensen op speelse wijze in aanraking met de Romeinen. Bijvoorbeeld in de vorm van kunst en vondsten, maar ook biedt het dak een uitgelezen kans om via creatieve, technisch hoogstaande invulling de gehele Romeinse regio tot leven te wekken en de strategische ligging van de plek voor de Romeinen te benadrukken.

42

Voor de gemeente Nijmegen kan dit een enorme publiekstrekker worden en drempelverlagend werken voor doelgroepen die niet snel een museum zullen bezoeken of geen intrinsieke motivatie hebben om iets te leren over de geschiedenis van de stad. Zie pagina 45 voor inspiratie over dakbeleving op musea wereldwijd. Aanvullend adviseren we de samenwerking tussen De Bastei en het Valkhof Museum te intensiveren door gezamenlijk het verhaal van de omgeving te ontwikkelen, waarin beide musea een verlengstuk zijn van het verhaal op ieders vakgebied. De restanten van de muur bij het casino en andere plekken in de openbare ruimte (duiding kunstwerken, aanwijzing oude grachten etc.) laten het gebied pas echt tot leven komen en verrijken een bezoek aan het museum én aan de stad. Adviezen:  Onderzoek de mogelijkheden (en financiering) voor dakbeleving openbaar gebruik Valkhof Museum en verklein de barrière tussen binnen (betaald) en buiten (openbaar).  Ontwikkel combi-tickets tussen De Bastei en het Valkhof Museum, het liefst inclusief wandeling door het landschap rondom de burcht (begeleid of met audiotour). Limes-hub Tijdens het bid voor UNESCO Werelderfgoed is gesproken over een ‘Limes-hub’ voor bezoekers in elke provincie. In Utrecht is zo’n hub geland in het Castellum Hoge Woerd en de Zuid-Hollandse Limes-hub is gesitueerd in het Archeon.

In Gelderland ontbreekt zo’n Limes-hub nog, terwijl dat juist een goede manier is om herkenbaarheid tussen provincies uit te stralen en als gidspunt voor bezoekers te dienen. Een Gelderse Limes-hub kan niet ontbreken in de plannen om dé Romeinse regio van

Nederland te zijn. De Gelderse locatie was voorheen voorzien in het nieuwe Valkhof Museum, maar omdat het ontwerp van de herinrichting op dat moment nog niet rond is, was nog niet duidelijk of het ontwerp van de andere Limes-hubs (uitgezet door de Nederlandse Limes Samenwerking) zou passen bij het museum (dit gaat met name over het toepassen van een filmscenario dat door de NLS is ontwikkeld voor de Limes-hubs). Wie is de (beoogde) gebruiker? Doelgroepen: bezoekers en bewoners. Leefstijlen: inzichtzoeker, avontuurzoeker en plezierzoeker. Advies:  Blaas de ontwikkeling van een Gelderse Limes-hub nieuw leven in, bij voorkeur in het Valkhofkwartier. Ga in gesprek met de NLS, gemeente Nijmegen, Valkhof Museum en De Bastei over welke vorm en locatie de hub kan krijgen.

4.3.3 Nijmegen-West (Ulpia Noviomagus) Ulpia Noviomagus kreeg stadsrechten van keizer Trajanus en is daarmee de oudste (en de grootste) Romeinse stad van Nederland. De resten van deze stad liggen onder het huidige Nijmegen-West (Waterkwartier). In Ulpia Noviomagus woonden naar schatting zo’n 5.000-7.000 mensen. Allerlei bevolkingsgroepen, rassen en volkeren woonden hier door elkaar: de multiculturele samenleving. Nog maar een klein deel hiervan is onderzocht. En hier ligt een kans om daadwerkelijke resten te laten zien aan het publiek: onder de huidige huizen, winkels en straten liggen nog resten van grote openbare gebouwen zoals een forum, een bijzonder tempelcomplex en een openbaar badhuis.

43

Inspiratieplaat dakbeleving musea Brooklyn Children’s Museum, New York Het Brooklyns Children’s Museum heeft een installatie op het dak gemaakt door lokale ontwerpers. ‘The NEST’ is een interactieve installatie waar gespeeld, geklommen en ontdekt kan worden en zet aan tot creatief spel. Het dakpark is open tijdens openingsuren.

↖

Buk-Seoul Museum of Art, Seoul ↑ Het Buk-Seoul Museum of Art maakt onderdeel uit van de lokale community. Het museum heft een open structuur en de ingang is verbonden aan een park. Naast tentoonstellingen in de open lucht, liggen er ook doolhofachtige galerijen, een kunstbibliotheek, een café en een multifunctionele ruimte, waar vooral geprogrammeerd wordt voor families met kinderen.

MET (Metropolitan Museum of Art, New York) ↑↗ Tienjarig project waarbij elk voorjaar een nieuwe installatie of collectie op het dak van het museum ontwikkeld wordt door verschillende kunstenaars. In 2023 is er, ter viering van het tiende en laatste jaar, een enorm project ontwikkeld rondom de Egyptische oudheid, gemengd met hedendaagse elementen. NEMO Science Museum, Amsterdam Openbaar toegankelijk dak, programmering voor bewoners en bezoekers, horeca, ook te bezoeken zonder kaartje, prachtig uitzicht over de stad.

↖

Studio Ghibli museum, Tokyo → Voorbeeld van museum dat volledig geïntegreerd is in het landschap en qua vorm en uitwerking de speelse kenmerken van Studio Ghibli behoudt.

44

Op dit moment zijn er al enkele visualisaties in de openbare ruimte te zien, maar vanwege bebouwing is dat niet meer dan plaquettes en de contouren van het wegdek. Toch biedt deze locatie veel kansen om thematisch verder uit te werken, onder andere door bestaande fundamenten zichtbaar te maken. In de komende jaren heeft de stad, net als veel andere plaatsen in Nederland, te maken met grote opgaven zoals inbreiding, klimaatadaptatie en duurzame energievoorziening. NijmegenWest is een van de plaatsen in de stad waar de komende jaren stadsvernieuwing plaatsvindt. Dit is een mooie kans om het Romeinse erfgoed centraal te zetten en gedeeltelijk terug te brengen in het straatbeeld. Een weetje: het Masker van Nijmegen is in de haven in Nijmegen-West gevonden. De huidige locatie van het Masker was bedoeld als tijdelijke locatie, maar is permanent gemaakt. Eigenlijk hoort het Masker dus thuis in Nijmegen-West! Wie is de (beoogde) gebruiker? Doelgroepen: primair bewoners, onderzoekers, studenten en vrijwilligers, secundair bezoekers. Leefstijlen: inzichtzoeker, avontuurzoeker.

Adviezen:  Bestaande fundamenten en muurwerk zichtbaar maken (bijvoorbeeld op het Maasplein) en onderzoek naar mogelijke locaties en manieren om de resten zichtbaar te maken;  Vernieuwen of vervangen bestaande visualisaties, alleen verwijzingen in het wegdek doet geen recht aan de grootse stad die onder de huidige bebouwing ligt;  Stel erfgoed centraal bij nieuwe gebiedsontwikkelingsprojecten (bijvoorbeeld verdichtingsopgaven of stadsvernieuwing);

 

Onderzoeken welke nieuwe opgravingen nog mogelijk zijn; Aanhaken bij lopend onderzoek en vondsten en inzichten gebruiken als leidraad bij gebiedsontwikkeling.

4.3.4 Depotgebied In juli 2024 wordt het nieuwe archeologische depot van de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland opgeleverd. Het nieuwe depot komt in de wijk Winkelsteeg te liggen. In de huidige ontwikkelplannen voor het omliggende gebied zien we vooralsnog geen concrete verwijzingen naar het depot of het Romeinse Verleden. In de behuizing van het nieuwe depot wordt er gewerkt met vitrines en panelen waarin vondsten tentoon worden gesteld. Mensen die langslopen komen zo laagdrempelig in contact met de vondsten uit het verleden. Voor publieksbereik (en een stukje verwondering) liggen er kansen om vondsten uit het depot niet alleen in de vitrines in de behuizing van het depot te laten zien, maar ook terug te laten komen op andere plaatsen in het “depotgebied”. Mogelijk liggen er zelfs kansen om dit gebied om te dopen tot depotkwartier, mits het thema zichtbaar en beleefbaar gemaakt wordt en er goede gebiedsmarketing wordt toegepast. Wie is de (beoogde) gebruiker? Doelgroepen: primair bewoners, onderzoekers, studenten en vrijwilligers, secundair bezoekers. Leefstijlen: inzichtzoeker, avontuurzoeker. Advies:  Kansen om in de omgeving van het depot de zichtbaarheid van archeologie op verschillende manieren te vergroten, bijvoorbeeld door kunst in de openbare ruimte. Dit zal ingebracht moeten worden in de ruimtelijke processen en biedt ook kansen voor bewonersparticipatie.

45

4.3.5 Kops Plateau Het Kops Plateau is gelegen op een stuwwal van de Waal en kent een rijke Romeinse geschiedenis. Het gebied ligt in Nijmegen en voor een gedeelte in Berg & Dal. Rond het jaar 12 voor Christus legden de Romeinen een fort aan. Archeologen vermoeden dat zich hier een centrale commandopost van het Romeinse leger bevond. Enkele tientallen jaren later werd het fort gebruikt als standplaats voor (mogelijk) Bataafse ruiters en zo werd het fort ook onderdeel van de Limes. Ongeveer twee-derde van het gebied is opgegraven. Vondsten zijn onder andere te vinden in het Valkhof Museum. Maar er ligt ook nog steeds veel in de grond. Omdat het een Rijksmonument betreft en UNESCO-status heeft, is zomaar graven niet mogelijk.

beter, maar gelet op de ligging en betekenis voor de buurt, is het belangrijk om de parkfunctie in ieder geval in stand te houden. Recreatiegebieden staan onder druk door bevolkingsgroei en niet iedereen heeft een grote tuin om in te recreëren, dus dit gebied moet groen en open blijven. Het geheel is meer dan de som der delen: ontwikkel een ensemble van verschillende Romeinse elementen die voor de verschillende gebruikers van belang zijn: spelelementen met een Romeinse grondslag, verhoging op het uitzichtpunt over het water en polderlandschap verwijzend naar de strategische ligging. 

Participatie: ontwikkel het concept in samenspraak met de gebruikers; buurtbewoners, archeologen, scholen et cetera. De mensen die het park op dagelijkse basis gebruiken moeten hun favoriete plek blijven herkennen en zich er prettig voelen. Een participatietraject waarin gebruikers kunnen meedenken over de toekomst helpt niet alleen voor het creëren van eigenaarschap, maar indirect komen ze ook al in aanraking met het Romeinse verleden.

Afgraven waar mogelijk: onderzoek welke mogelijkheden er zijn om een heel klein gedeelte van het Kops Plateau af te graven, waarbij de lagen in de tijd zichtbaar worden en hoogstwaarschijnlijk Romeinse resten gevonden worden. Als er goedkeuring wordt gegeven is dat een uitgelezen kans om het publiek te betrekken bij de opgraving en/of verdere studie naar de vondsten.

Financiering door lokale partijen: onderzoek welke mogelijkheden er zijn om delen van de ontwikkeling van het park te laten financieren door lokale partijen, waardoor eigenaarschap gecreëerd wordt en

Op het Kops Plateau refereert op dit moment weinig aan het bijzondere verleden van de plek. Ook de UNESCO-status is nauwelijks merkbaar. Het plateau kenmerkt zich nu als een park in een woonwijk waar bijvoorbeeld honden worden uitgelaten of waar gespeeld wordt. Vanaf het Kops Plateau kun je prachtig uitkijken over de Ooijpolder. Niet voor niets kozen de Romeinen deze strategische plek. Het heuvelachtige landschap is bijna on-Nederlands en herbergt een schat aan bodemvondsten. Wie is de (beoogde) gebruiker? Doelgroepen: primair bewoners, secundair bezoekers. Leefstijlen: inzichtzoeker, avontuurzoeker en plezierzoeker. Adviezen:  Conceptontwikkeling Kops Plateau: ontwikkel het huidige gebied als Romeins landschapspark. Onderzoek hierbij of verbreding van functies haalbaar is (attractie, horeca), maar bewaak de huidige parkfunctie. De landschappelijke structuur van het park kan mogelijk

46

dekking kan worden gezocht voor uitwerking van het concept. Lobby door het programmateam, een ambassadeur en/of bestuurders is hiervoor belangrijk. 

Romeins aquaduct: breng ook het voormalige Romeinse aquaduct in Berg & Dal tot leven en koppel deze ontwikkeling aan het Kops Plateau, ook als dat niet kan op de originele locatie van het aquaduct. Waterleiding en constructie is een belangrijk thema voor de Romeinen én voor onze huidige samenleving. Klimaatverandering geeft meer dan ooit reden om innovatief met ons water om te gaan. Speelelementen met water voor jonge kinderen zijn een goede mogelijkheid om hen van jongs af aan met watermanagement in contact te laten komen en het aquaduct is de perfecte aanleiding hiervoor. Niet alleen is het van hoge educatieve waarde en stimuleert het fantasie, spel en constructiekennis, maar ook met het oog op hittestress en de noodzaak voor koele speelplekken in de nabije toekomst.

Wie is de gebruiker? Bezoekers. Doel/kenmerk: entreepoort, informatievoorziening, inspiratie, gidsfunctie. Adviezen voor toekomstige ontwikkeling:  Creëer een aantrekkelijke entreepoort naar de Romeinse regio;  Zorg voor goede informatievoorziening;  De route naar het Valkhofkwartier moet duidelijk en thematisch terugkomen in het straatbeeld, met authentieke belevingselementen;  Betrek ondernemers op de route door ook in bijvoorbeeld etalages of voorwerpen het Romeinse verleden terug te laten komen. Tot slot In deze clusters kunnen ook gebieden of terreinen liggen die deels of geheel niet in eigendom zijn bij de gemeente. Bij ontwikkelingen zal met de terreineigenaren in gesprek moeten worden gegaan.

4.3.6 Stationsgebied als toegangspoort Het stationsgebied van Nijmegen wordt de komende jaren herontwikkeld. Hoewel het gebied zelf geen directe link met het Romeins verleden heeft, is het stationsgebied wel de plek waar bezoekers van buiten de regio als eerste in aanraking kunnen komen met de Romeinen. Op dit moment refereert er echter nog niets aan het rijke verleden van de stad. Een entreepoort met duidelijke informatievoorziening over de Romeinen en de trots op de status van Unesco Werelderfgoed in de regio, met inspirerende kunst dat meteen in het oog springt kan het een logisch begin worden van de thematische looproute richting het Valkhofkwartier of Kops Plateau.

47

5 Neder-Germaanse Limes in de etalage 5.1 Doel In de tweede pilaar draait het om de UNESCO Werelderfgoed-locaties. Omdat de Werelderfgoederen in Nijmegen al in Pilaar 1 zijn behandeld, gaat het hier om de clusters Arnhem, Berg en Dal, Elst en ZevenaarHerwen. De locaties met UNESCO-status worden tot volwaardige erfgoedbestemmingen met educatie en entertainment ontwikkeld, waarbij behoud en beheer goed georganiseerd is en ontwikkelingen op elkaar zijn afgestemd. Elke locatie behoudt het eigen unieke karakter (bijvoorbeeld heiligdom of militaire macht) maar kent ook een duidelijke link met de rest van het Romeinse verleden in de regio.

stand te houden en moet elke zes jaar aan UNESCO rapporteren over de staat van onderhoud van het erfgoed en wat het land heeft gedaan om de waarde van het erfgoed te behouden. Een monument dat slecht onderhouden is en waar geen verbetering optreedt kan worden geschrapt van de Werelderfgoedlijst. Ook heeft een lidstaat de verplichting om het erfgoed te delen met de eigen inwoners, in de best passende (en nietschadelijke) vorm. Jaarlijks rapporteren de individuele sites aan de NLS en elke zes jaar rapporteert de NLS aan UNESCO. Hierbij mogen de ‘Outstanding Universal Value’, waarop het predicaat is toegekend, niet aangetast zijn.

5.4 Beheer en organisatie UNESCO De vijf Gelderse gemeenten met Werelderfgoed hebben per ‘site’ een managementplan opgesteld waarin gekozen is voor dezelfde opzet. De taakverdeling tussen provincie, gemeenten en rijk is als volgt:

5.2 Toelichting De UNESCO Werelderfgoed status is een internationaal teken van waardering voor een toegewezen monument. De unieke waarde van een dergelijk monument gaat over grenzen heen en is voor huidige en toekomstige generaties van algemeen gemeenschappelijk belang. In Nederland zijn 13 monumenten dusdanig van belang dat zij het UNESCO Werelderfgoed-predicaat hebben gekregen. De Neder-Germaanse Limes is één van de 13 Nederlandse Werelderfgoed locaties en samen met een deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie het enige Werelderfgoed in Zuidoost Nederland. Kortom: iets waar we trots op kunnen zijn.

5.3 Verplichtingen De Werelderfgoed status brengt ook de verplichting mee om goed voor het erfgoed te zorgen. Nederland is verplicht om het Werelderfgoed in

Gemeente: verantwoordelijk voor behoud en bescherming (wettelijke taak) en eerste aanspreekpunt. Provincie: coördineert en faciliteert de organisatie rondom het Werelderfgoed, RO, cultuur, beleefbaarheid en publieksbereik in het provinciaal Limes Cluster overleg.

Rijk: behoud en bescherming archeologische rijksmonumenten (kernzones van de Limes), RCE moet bindend advies uitbrengen (Omgevingswet) over ontwikkelingen in die zones.

Nederlandse Limes Samenwerking: sitemanager namens de drie provincies (Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland) en zorgt voor Limes-

48

brede kennisdeling, monitoring en aanjagen van behoud en ontwikkeling. Verzorgt ook de 6-jaarlijkse rapportage aan UNESCO en is aanspreekpunt op nationaal niveau en zorgt voor nationale en transnationale afstemming. Regelt de landelijke Limescommunicatiestrategie (publiekswebsite, PR-materiaal), en landelijke educatiestrategie (Limes in curriculum, lesmateriaal), draagt zorg voor kwaliteit van het publieksbereik (Interpretatiekader, Kwaliteitsteam) en doet aan capacity- en community-building (studiedagen, jaarlijkse landelijke Limesdag). De rol van ‘site manager’ voor het Nederlandse deel van de NederGermaanse Limes is ondergebracht in de Nederlandse Limes Samenwerking namens de drie provincies (Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland). Als adviserende leden zijn ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en drie gemeenten - waaronder Nijmegen - lid van de Stuurgroep NLS. Alle individuele UNESCO-locaties hebben een Individueel Management Plan opgesteld, naar eenzelfde format. In deze plannen staan afspraken over ontwikkelingen en over het beheer van de locatie. De Nederlandse Limes Samenwerking voert jaarlijkse gesprekken met de betrokken gemeenten om te controleren of de voorgenomen ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en of het beheer goed wordt uitgevoerd. In de praktijk gebeurt afstemming echter nog niet voldoende.

Het programmateam is aan zet om ervoor te zorgen dat deze gesprekken ook daadwerkelijk jaarlijks plaatsvinden en voert de regie over de ontwikkelingen op locatie. Het programmateam rapporteert vervolgens aan de provincie als clusterhouder.

5.5 Kwaliteitsbewaking bij ontwikkeling De kwaliteit van ontwikkelingen op UNESCO-locaties wordt als eerste door de siteholders gecontroleerd en ligt vast in beleid. Het Sitebureau van de Nederlandse Limes Samenwerking kan op basis van afspraken uit de Individuele Management Plannen het kwaliteitsteam inzetten om te adviseren en inspireren bij initiatieven of het aanjagen daarvan. Het bewaken van de kwaliteit hangt samen met het bevorderen van de samenhang met de andere twee provincies. We streven gezamenlijk naar aanvullend aanbod rondom de Limes en de Romeinen en niet naar concurrerend aanbod. De NLS is hierbij een belangrijke partij. Periodieke overlegmomenten tussen het programmateam en de NLS kunnen ervoor zorgen dat ontwikkelingen op de radar blijven en dat beoordelingen van initiatieven niet verzanden in een stroperig proces.

5.6 Ontwikkellocaties Zoals eerder beschreven wordt geadviseerd om het UNESCO Werelderfgoed in te bedden in bredere gebiedsontwikkeling waar mogelijk en in deze gebieden verschillende functies te clusteren. Voor deze clusters houden we de kenmerken van icoongebieden aan: gebieden met een ‘landmark’, in een aantrekkelijk landschap (vaak met bos, water én open landschap), een concentratie van recreatieve voorzieningen en wandel- en fietspaden, één of meerdere beeldbepalende voorzieningen en beleefbaar (toegankelijk) erfgoed. Deze combinatie en concentratie zorgen voor een hoge recreatieve gebruiks- belevings- en attractiewaarde. Het zijn gebieden met een sterke aantrekkingskracht en profiteren van een bekende (merk)naam. De UNESCO-aanwijzing is een uitstekend haakje om het gebied rondom het erfgoed breder te ontwikkelen, waarbij we rekening houden met de aspecten uit de 4 overkoepelende treden: fysieke ontwikkelingen, aanbodontwikkeling, participatie en publieksbereik.

49

De UNESCO-locaties buiten Nijmegen zijn:  Castellum Meinerswijk, gemeente Arnhem  Akker bij de De Bijland, gemeente Zevenaar  Gallo-Romeinse tempel, gemeente Elst  De Holdeurn, gemeente Berg en Dal  Aquaduct tracé, gemeente Berg en Dal en gemeente Nijmegen 5.6.1 Cluster Arnhem Arnhem is qua landoppervlak en inwonersaantal (CBS, 2023) de twaalfde stad van Nederland met een toeristische infrastructuur die bij een grootstedelijk gebied hoort. In Arnhem krijgt het Romeins Verleden hier en daar een gezicht, bijvoorbeeld in het Nederlands Openlucht Museum. Dat maakt Arnhem een goede uitvalsbasis voor het ontdekken van de noordoostkant van de regio (Zevenaar, Duiven, Carvium en toekomstig Herwen-Hemeling), de grensweg langs de Rijn (de Limes als verdedigingszone en handelscorridor) en in het zuiden richting Nijmegen (bijvoorbeeld Elst). De Romeinen zagen in Arnhem een plek van groot strategisch belang. Ze bouwden een fort langs de Rijn bij Meinerswijk. De contouren van het fort zijn teruggebracht middels korven gevuld met twee soorten beton/gesteende om verwoesting door de Bataven te insinueren. Er staan twee informatiepanelen, maar verder zijn er geen belevingselementen. Hoewel dit de plek is waar de Romeinen ‘hun tanden lieten zien’ is er op moment eigenlijk juist helemaal niet veel te doen. Zowel in het Individueel Managementplan (nr.

12 Arnhem Meinerswijk, 2022-2023) als het rapport ‘Beleefbaar maken Romeins erfgoed’ (2023) staat beschreven dat de beleefbaarheid pover is. De meeste forten langs de Limes tussen

Herwen-De Bijland en Bunnik-Vechten zijn door de Rijn volledig verwoest, maar van Castellum Meinerswijk zijn resten gevonden waardoor het een belangrijke plek is voor het duiden van de militaire structuur. Het castellum ligt in een uiterwaardengebied en heeft hoge natuurwaarden. Daarnaast ligt het dichtbij een woonkern, ook voor een ommetje vanuit de woonwijken is het gebied geschikt. De gemeente Arnhem onderzoekt de mogelijkheden tot reconstructie van het poortgebouw van Castellum Meinerswijk (op de inspiratiekaart op pagina 4 staan twee funderingen weergegeven in de vorm van een ‘D’). Een eerste suggestie hiervoor is gedaan in het Werkboek Castellum Meinerswijk. Zo’n replica kan een enorme boost geven aan de beleefbaarheid van het gebied: naast dat er iets te zien is, zet het immense gebouw ook aan tot nadenken en fantaseren over hoeveel indruk zo’n groot gebouw moet hebben gemaakt. Het formaat geeft de impact weer die het plots verschijnen van duizenden soldaten moet hebben gehad op de lokale bevolking. Een dergelijke replica is een vorm van ontsnapping of onderdompeling. Een AR-toepassing kan de rest van het fort, dat vanwege beperkingen niet kan worden herbouwd, virtueel laten zien en tot leven brengen. Naast het voormalige castellum ligt de Romeinse Tuin.

De eigenaren van de tuin hebben bij de gemeente Arnhem aangegeven de vraag naar rondleidingen niet altijd aan te kunnen. Naast het castellum heeft Arnhem ook het erfgoedcentrum Rozet, dat op dit moment onderdeel uitmaakt van de bibliotheek. Dit is nu een Archeo Hotspot met voornamelijk boeken, informatie en een uitgebreide tentoonstelling over het Arnhemse verleden met aandacht voor de Romeinse geschiedenis. Arnhem heeft, net als Nijmegen, de potentie om

50

als toegangspoort of startpunt voor het ontdekken van de rest van de regio te fungeren. Er is immers al een sterke toeristisch-recreatieve basis, er is aanbod voor verschillende doelgroepen en zowel met de auto als met het openbaar vervoer is Arnhem een natuurlijk knooppunt in de regio.

Keywords verhaalplek: Bataafse samenleving, verdronken forten en wachttorens.

aanzet is gedaan door de gemeente Zevenaar. Zij zijn al enkele jaren samen met culturele instellingen en het publiek bezig om het Romeins Verleden een gezicht te geven. Dat is letterlijk gebeurd met de plaatsing van het kunstwerk ‘de Romeinse Baadster’ bij de Bijland en informatiepanelen bij het ‘Drususpad’, maar ook in het culturele centrum van Zevenaar zie je de Romeinen af en toe terug. Er is een Drususdoeboek ontwikkeld en verschillende stripfiguren, een Romeinen-tafel in de bibliotheek en er wordt gewerkt aan een permanente Romeinse expositie in het Liemers Museum. Bij voormalig Castellum Loowaard (in Duiven) is een uitkijktoren ontwikkeld die uitstekend gecombineerd kan worden met een bezoek aan de Bijland en overige Romeinse vindplaatsen in de regio.

Adviezen:  Onderzoek naar ontwikkeling replica poortgebouw Castellum Meinerswijk;  Onderzoek ondersteuning Romeinse tuin;  Toevoegen (digitale) belevingselementen Meinerswijk;  Romeinse herkenning stationsgebied;  Archeo Hotspot verder ontwikkelen tot beleefcentrum;  Toegangspoort/startpunt voor Meinerswijk, Duiven/Zevenaar en Elst;  Thematische routeverbetering één Romeins rondje ZevenaarArnhem-Elst-Nijmegen, waarbij etappes gefietst kunnen worden en een autoroute ook mogelijk is.

Op de specifieke vindplaatsen is echter (nog) weinig te zien. Eén van de UNESCO-locaties van de Neder-Germaanse Limes is op dit moment een akker dat in bezit is van een agrariër. Hier refereert niets aan het rijke verleden. Dit soort locaties moeten met creativiteit (waaronder digitale technieken) ontsloten worden (zie kader ‘Inspiratie’ op pagina 24). Op dit moment is het fietspad bij de Bijland vernoemd naar Drusus: het Drususpad. Het pad is op Google Maps echter nog niet te vinden. Ook zijn er diverse informatiepanelen geplaatst, maar van een echte attractie is nog geen sprake. De verschillende elementen in te regio geven wel aanleiding om het gebied als één cluster (bestemming) te ontwikkelen, vanaf stad Zevenaar tot aan de Rijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=253025e9-3c59-42ac-ad2d-e9afce318e41