CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Masterplan Romeins Verleden

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D7 d.d. 11 juni 2024 over Masterplan Romeins Verleden32.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Masterplan Romeins Verleden De ontwikkeling van regio Arnhem-Nijmegen tot dé Romeinse regio van Nederland

1

Masterplan Romeins Verleden Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Aangeboden aan: Provincie Gelderland, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Gemeente Nijmegen

Auteur(s): Adriana Stam Desiree van der Heide Saskia Roos

15 december 2023/10 april 2024

Projectnummer 1833

2

Startpunt: toekomstbeeld Het Masterplan Romeins Verleden geeft richting aan ontwikkeling van dé Romeinse regio van Nederland in de regio Arnhem-Nijmegen. Samen ontwikkelen we de komende jaren vanuit één droombeeld een rijke Romeinse bestemming. Fantaseert u mee? Stelt u zich eens voor… Het is mei 2030 en we stappen in de ‘Romeinen hoofdstad’ Nijmegen uit de trein. Eenmaal buiten wordt ons meteen duidelijk: we zijn hier op een bijzondere plaats. “Welkom in de oudste stad van Nederland!” staat er op een welkomstbord met UNESCO-logo. We lezen dat er maar liefst 7 locaties van de Neder-Germaanse Limes te bezoeken zijn in de Gelderse regio en daarnaast talloze andere historische plaatsen met een link naar de Romeinen. We lopen richting een oude stadspoort, hersteld in Romeinse stijl, en we maken kennis met de Romeinse standbeelden die aan weerszijden van het plein staan. De figuren wijzen elk een andere richting uit waar UNESCO Werelderfgoed en andere ‘Romeinse’ locaties te vinden zijn. Ze dragen allemaal een thema. Een priester wijst bijvoorbeeld naar het fietspad in noordoostelijke richting en verwijst ons naar de plaats Elst. Daar, op nog geen half uur met de elektrische deelfiets, ligt een oude Romeinse tempel onder een prachtige kerk. Op een plaats die door de eeuwen heen voor veel verschillende volkeren en religies als heilig werd beschouwd.

Nu wordt deze heilige geschiedenis gevierd en geëerd met een complete Romeinse ervaring, verspreid over verschillende locaties in de regio.

Een ander figuur, een handelaar zo lijkt het, wijst naar het zuiden en aan zijn voeten start een spoor van marmeren keien. We besluiten de routes van de verschillende Romeinse figuren op het plein met een QR-code te downloaden en op te slaan voor later en volgen nu eerst de keien op de grond richting het centrum. We lopen onder de poort door en zien oude muurtekeningen die het leven uit de Romeinse tijd laten zien. Nooit geweten dat er zoveel historie onder onze voeten lag. Wat zouden we hier allemaal kunnen doen? We zien een automaat en daar halen we ons gratis Romeinenpaspoort op. In het paspoort treffen we een papieren kaart met verwijzingen naar alle bijzondere plekken die we kunnen bezoeken en waar we stempels kunnen verzamelen. Een ontdekkingstocht door de hele regio. Is ons paspoortboekje vol? Dan ruilen we het in voor een Romeinse onderscheiding, verkrijgbaar op één van de aangesloten locaties. Leuk voor kinderen! We lopen richting het stadscentrum. Onderweg letten we goed op de marmeren stenen met de QR-codes om de AR-app te gebruiken. Het is gek, want de moderne gebouwen en de technieken verraden dat we gewoon in 2030 zijn gebleven, maar via onze smartphone of iPad stappen we in het ‘Noviomagus’ uit de Romeinse tijd. Via augmented reality ontdekken we de roerige tijden van het Romeinse verleden.

Veel van onze gebruiken zijn immers gestaafd op Romeinse uitvindingen, maar de Romeinen hadden ook een donkere kant waar we van kunnen leren. U krijgt hiermee een al een idee van wat er mogelijk is, maar hoe ziet dat er dan uit? Op de volgende pagina staat een visuele weergave van de regio met een greep uit het Romeinse erfgoed dat de regio draagt. Verderop in het Masterplan grijpen we af en toe nog eens terug naar dit droombeeld en gaan we op pad met lokale bewoners die ons vertellen wat er in 2030 allemaal is veranderd.

3

4

Voorwoord ‘Adde parvum parvo magnus acervus erit’: Voeg een beetje bij een beetje en de stapel zal groot zijn. (Ovidius)

Duizenden archeologische vondsten maken de periode van zo’n vier eeuwen dat onze provincie deel uitmaakte van het Romeinse rijk tastbaar in de opeenstapeling van de bijbehorende verhalen. De enorme hoeveelheden zijn ondergebracht in het grootste archeologische depot van Nederland dat binnenkort in Nijmegen wordt geopend. Met trots presenteren wij nu het voorliggend Masterplan Romeins Verleden van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, de provincie Gelderland en de Gemeente Nijmegen om het levende thema van de Romeinen, een unieke ervaring uit de Nederlandse geschiedenis, en bekroond met een inschrijving op de UNESCO Werelderfgoedlijst in 2021, te verzilveren met meeslepende verhalen, kleine en grote plannen en een toegankelijk programmateam voor recreatieve kansen. Zo blijft het Romeinse verleden in onze provincie niet beperkt tot de diverse mooie musea, maar wordt ook zichtbaar en direct te beleven op de plekken van de vondsten zelf. UNESCO Werelderfgoed De Neder-Germaanse Limes is niet voor niets in 2021 op de UNESCO Werelderfgoedlijst gekomen. Dit is een bron van trots voor onze regio. Net zoals de Limes destijds conflicten en kansen bracht, biedt het nu een unieke mogelijkheid, maar ook een taak, om ons Romeins verleden te omarmen en te delen met de wereld.

Samenwerking Het Masterplan Romeins Verleden slaat een brug tussen het Romeinse verleden van de regio en de uitdagende mogelijkheden van de toekomst.

Net zoals de soldaten van het Romeinse leger zoeken ook wij met partijen in de regio de samenwerking op. We danken iedereen die hieraan al een bouwsteen of idee heeft bijgedragen. Daarbij nodigen we ook de rest van Gelderland uit zich aan te sluiten bij de Romeinse ervaring. Want ook voor het gedisciplineerde Romeinse leger moet samenwerking essentieel zijn geweest. De onschatbare waarde van het Romeinse erfgoed in onze regio en ver daarbuiten maakt een gedurfde visie voor ontwikkelingen met het Masterplan mogelijk. Inspiratie, educatie en toerisme Het is van essentieel belang dat we het Romeinse verleden van ArnhemNijmegen in ere houden en laten herleven. Niet alleen om de geschiedenis te bewaren en te koesteren, maar ook om het te laten dienen als bron van inspiratie, educatie en toerisme. Als u dit leest, dan bent u waarschijnlijk in de positie om actief bij te dragen aan de uitwerking van de doelstellingen. We hopen dan ook dat u met deze blik naar het Masterplan kijkt, de uitnodiging tot samenwerking aanneemt en bijdraagt aan het tot leven brengen van het verhaal van de Romeinen in dé Romeinse provincie van Nederland.

STUURGROEP MASTERPLAN ROMEINS VERLEDEN : Peter Drenth, gedeputeerde provincie Gelderland Agnes Schaap, burgemeester gemeente Renkum en voorzitter Ontspannen regio van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Arthur Boone, Wethouder gemeente Zevenaar Tobias van Elferen, wethouder gemeente Nijmegen en voorzitter Stuurgroep

5

4

Inhoudsopgave

Ontwikkelvisie Nijmegen als hoofdstad van de Romeinen

38

4.1 Doel 4.2 Toelichting 4.3 Gebiedsontwikkeling in zes clusters 4.3.1 Waalsprong

38 38 39 40

4.3.2 Valkhofkwartier

40

Startpunt: toekomstbeeld

3

Voorwoord

5

Inhoudsopgave

6

4.3.3 Nijmegen-West (Ulpia Noviomagus)

43

Samenvatting

8

4.3.4 Depotgebied

45

4.3.5 Kops Plateau

46

Deel I: context, visie en strategie

10

4.3.6 Stationsgebied als toegangspoort

47

1

Inleiding

11

5

48

1.1 1.2 1.3 1.4

Doel Achtergrond Neder-Germaanse Limes Context en huidige situatie Hoofdlijnen Masterplan

11 11 12 13

2

Strategie

14

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Strategische keuzes en uitgangspunten Ontwikkeling volgens het ‘tempel-model’ Het fundament: de ‘Romeinse Wegen’ De treden: overkoepelende taken De pilaren: gebiedsgerichte ontwikkelingen Het dak: voor wie doen we dit dan allemaal?

14 15 17 19 30 31

3

Huidige situatie

3.1 3.2

Sterke punten en kansen Ontwikkelpunten

Deel II: Gebiedsgerichte, thematische opgaven

Neder-Germaanse Limes in de etalage

5.1 Doel 5.2 Toelichting 5.3 Verplichtingen 5.4 Beheer en organisatie UNESCO 5.5 Kwaliteitsbewaking bij ontwikkeling 5.6 Ontwikkellocaties 5.6.1 Cluster Arnhem

48 48 48 48 49 49 50

5.6.2 Cluster Zevenaar/Liemers

51

5.6.3 Cluster Elst

54

5.6.4 Cluster Berg en Dal

56

35

6

58

35 36

6.1 Doel 6.2 Ontwikkellocaties 6.2.1 Dreumel

Regionale ontwikkeling Romeins verleden

58 58 58

37

6

6.2.2 Betuwe/Tiel

58

9.3.3 Overige mogelijkheden

73

6.2.3 Wijchen

59

6.2.4 Omgeving Druten

59

Colofon

75

6.2.5 Het leven boven de Limes

60

Bijlage I: projectfiches treden

76

6.2.6 Groen-blauwe dooradering gebruiken

60

Bijlage II: projectfiches pilaren

84

7

61

De Romeinen als studieobject

7.1 Kenniscluster Romeins Verleden 7.2 Versterking archeologische keten 7.2.1 Versterken positie Radboud Universiteit en arbeidsmarkt archeologie

61 63

7.2.2 Structureel hoogleraarschap provinciaal-Romeins erfgoed

64

7.2.3 Valkhof Museum

64

7.3 7.4 7.5

Aansluiting Radboud bij Constructing the Limes Onderzoeksagenda Neder-Germaanse Limes Intersectorale verbreding Romeinen als studieobject

64 65 65

8

Indicatief uitvoeringsprogramma

67

9

Indicatieve begroting

70

9.1 Toelichting kosteninschatting 9.1.1 Gemeenschappelijke lasten

70 70

9.1.2 Locatie-gebonden investeringen

70

9.2 Indicatieve begroting gemeenschappelijke kosten 9.3 Aanvullende vormen van financiering 9.3.1 Regionale en nationale mogelijkheden

71 72 72

9.3.2 EU-fondsen

73

63

7

Samenvatting Voor u ligt het Masterplan Romeins Verleden aangeboden aan Provincie Gelderland, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Gemeente Nijmegen en opgesteld door Bureau BUITEN. Dit Masterplan bestaat uit twee delen. Deel I omvat een omschrijving van de context, de visie en de strategie van het Masterplan. Het omschrijft in hoofdlijnen de kansen voor de ontwikkeling van een toegankelijk en beleefbaar Romeins Verleden, kansen voor het positioneren van het Romeins Verleden als publiekstrekker en voor de verbinding van het Romeins Verleden als maatschappelijk element. Deel II omschrijft de gebiedsgerichte, thematische opgaven en bevat ook een bijhorend uitvoeringsprogramma en begroting. Deel I De regio Arnhem-Nijmegen kent een rijke Romeinse geschiedenis en er zijn vele archeologische vondsten gedaan zoals recent het Romeinse heiligdom Herwen-Hemeling en in de stad Nijmegen is alleen al zo’n 100 vierkante meter aan UNESCO Werelderfgoed terrein. Ondanks het rijke archeologisch erfgoed in de regio, zijn veel mensen zich niet bewust van de aanwezigheid ervan. Ondernemers, organisaties, vrijwilligers hebben interesse om de kansen rondom het Romeinse Verleden te verzilveren, maar weten niet hoe zij dit moeten aanpakken. Op bestuurlijk en uitvoerend vlak zijn er vele initiatieven maar ontbreekt een wenkend toekomstbeeld en een gezamenlijke en strategische aanpak.

Het doel van dit Masterplan is om het Romeins Verleden van de regio Arnhem-Nijmegen beleefbaar en toegankelijk te maken, via een gedeelde visie en regionale en gebiedsgerichte strategieën. De toekenning van het werelderfgoed predicaat aan de Neder-Germaanse Limes, de kennis van het Romeinse verleden in de regio en de recente ontdekkingen en opgravingen bieden zoveel kansen om tot de Romeinse Randstad uit te groeien. Daarvoor moeten we gezamenlijk aan de slag met de acties uit het Masterplan en samenwerken met organisaties binnen en buiten de regio. Om de ambities te kunnen verwezenlijken, zijn er strategische keuzes en uitgangspunten opgesteld. Zo is gekozen voor een duurzame ontwikkeling (voortbouwen op wat er al is, draagkracht, meeprofiteren bewoners en bezoekers), ontwikkelen van een overkoepelend merk, kwaliteit en authenticiteit staat voorop en ontwikkelingen passen in het landschap. Erfgoed staat centraal en regionale, provinciale, landelijke en ook internationale samenwerking is een uitgangspunt waarbij gedeelde belangen de katalysator zijn. Aansturing en coördinatie voor tenminste acht jaar moet zorgen voor een duurzame inbedding van het Masterplan. Een volledig overzicht van de strategische keuzes en uitgangpunten staat in hoofdstuk 2.

Tijdens de uitvoering zal er worden gewerkt volgens het ‘tempel-model’, waarbij samenwerking en gezamenlijke constructie centraal staan. Het fundament is het netwerk en de treden zijn de randvoorwaarden zoals aansturing, gebiedsontwikkeling, aanbod- en merkontwikkeling. De pilaren vormen de uitvoeringslijnen toegespitst op de diverse gebieden: Nijmegen, de UNESCO-sites, de Romeinse vondsten, het recreatief aanbod en de wetenschappelijke tak van de Romeinse archeologie. Het

8

publiek vormt het dak en profiteert van een aantrekkelijk gebied rijk aan elementen die verwijzen naar het Romeinse verleden. Het voorbereidend onderzoek wees uit dat er veel aanknopingspunten en kansen liggen om het Romeinse verleden tot leven te wekken. Naast de UNESCO-toewijzing, de aanwezige kennis in de regio en de vondsten is er momentum door de aandacht voor de Romeinen. Er is bestuurlijk draagvlak, samenwerking op diverse niveaus en er is een toeristisch recreatieve basis. Het beleefbaar maken van het archeologisch erfgoed, de regionale profilering met onder meer verhaallijnen en aanbod dat aansluit bij de verwachting van de hedendaagse bezoeker zijn aandachtspunten waarbij ook de bewoners meegenomen kunnen worden. Deel II In dit deel zijn de vier pilaren uitgebreid uitgewerkt om de gebiedsgerichte en thematische opgaven uit te voeren. Want er spelen opgaven die per gebied verschillen. 1. Nijmegen als icoonstad 2. Ontwikkelen van de UNESCO Werelderfgoed-locaties 3. Regionale ontwikkeling Romeins Verleden 4. Romeinen als studieobject Tot slot bevat dit document een bijbehorend uitvoeringsprogramma en een begroting. In het uitvoeringsprogramma zijn de acties van de vier pilaren uitgewerkt met criteria voor investeringsgrootte, termijn en belang voor het doel. Het uitvoeringsprogramma maakt onderscheid tussen de basistaken en gebiedsgerichte acties.

9

Deel I: context, visie en strategie

Deel I Context, visie en strategie 10

1 Inleiding

Het Romeinse Verleden leeft in Gelderland. Met meerdere UNESCO Werelderfgoed-locaties, Romeinse vindplaatsen en aantrekkelijke dorpen, steden en landschappen heeft de regio goud in handen. Naast het Werelderfgoed zijn er nog veel meer Romeinse locaties te vinden in het Gelderse landschap. De in 2021 toegewezen UNESCO-status van de NederGermaanse biedt kansen om het Romeinse erfgoed bekend, bereikbaar en beleefbaar te maken bij het publiek; zowel voor de eigen inwoner als voor geïnteresseerde bezoekers.

1.2 Achtergrond Neder-Germaanse Limes

1.1 Doel Het doel van het Masterplan Romeins Verleden is het beleefbaar en toegankelijk maken van het Romeinse verleden van de regio ArnhemNijmegen. We ontwikkelen de regio zo dat het gebied dé Romeinse regio van Nederland wordt. Het Romeinse verleden van Gelderland in 2030:  …is zichtbaar in het landschap in de hele regio;  ...is bekend bij onze inwoners van jong tot oud;  …is bekend bij bezoekers van buiten de regio;  …trekt doelgroepen aan met interesse in cultureel erfgoed;  …bedient overige doelgroepen met randprogrammering;  …wordt in de regio uitvoerig bestudeerd door professionals én vrijwilligers;  …is geen statisch verhaal en wordt verbonden met het hier en nu;

…wordt op UNESCO-locaties en daarbuiten in samenhang beheerd, behouden en verder ontwikkeld.

De Neder-Germaanse Limes is in 2021 aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. De Neder-Germaanse Limes strekt zich in Nederland uit over drie provincies: Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland en loopt door in Duitsland. De betrokken overheden hebben primair de taak voor het beheer van de erfgoedsites vanuit haar wettelijke taken voor archeologische monumentenzorg. Vanuit diverse uitvoeringsorganisaties zoals het Romeinen Netwerk en samenwerkingsverbanden zoals de Nederlandse Limes Samenwerking wordt er op verschillende niveaus ingezet op de Romeinen. De aanwijzing als UNESCO Werelderfgoed heeft ervoor gezorgd dat alleen al in de stad Nijmegen zo’n 100 vierkante meter aan werelderfgoed-terrein ligt. Dit is echter nog onvoldoende zichtbaar in het landschap en nauwelijks beleefbaar. Ook buiten Nijmegen liggen UNESCO-locaties; in Arnhem, Elst, Berg & Dal en Zevenaar. De Neder-Germaanse Limes loopt ongeveer 400 kilometer langs het laatste deel van het stroomgebied van de Rijn, van het Rijnlandse Massief in Duitsland tot de Noordzeekust in Nederland. Een enorm gebied maar juist de lokale vondsten en verhalen maken de Romeinse geschiedenis zo rijk. Naast de toekenning van het UNESCO predicaat vinden er allerlei ontwikkelingen plaats.

Zo komen het provinciale Archeologisch Depot Gelderland en het archeologisch depot van de gemeente Nijmegen samen in een gebouw in Nijmegen, waardoor het grootste archeologische depot van Nederland ontstaat. Hier worden vondsten opgeslagen, waaronder ontelbare resten die nog wachten op bestudering. Naast de resten in het depot liggen er ook op andere vindplaatsen nog veel resten van vondsten opgeslagen, bijvoorbeeld in de regio Betuwe/Tiel. De meest

11

indrukwekkende recente ontdekking is de vondst van ruim 80.000 vondsten bij het Romeinse heiligdom Herwen-Hemeling. Het tentoonstellen van deze vondsten vindt plaats in de verschillende musea in de regio, met het Valkhof Museum als grootste instituut. Het Valkhof Museum wordt de komende jaren gerenoveerd waarna het Romeins verleden een prominente plaats krijgt in de vaste tentoonstelling. Ook in Arnhem, Elst en Zevenaar werkt men aan toekomstplannen om het Romeins Verleden beleefbaar(der) te maken voor de eigen inwoner en bezoekers. En buiten de UNESCO-gemeenten zijn er initiatieven om de Romeinen zichtbaar te maken, bijvoorbeeld “Luxe achter de Limes”. Kortom: door de toekenning van het Werelderfgoed predicaat gebeurt er (internationaal) veel en zijn partijen en locaties volop betrokken. In provincie Gelderland ligt het gebied waar de Romeinen zoveel sporen hebben achtergelaten die bij gezamenlijk aanpak een waardevolle factor voor de hele regio zijn. Daarom is er gewerkt aan het opstellen van één gezamenlijk Masterplan waarin ontwikkeling, positionering en regie samenkomen.

1.3 Context en huidige situatie De context, omvang van de regio en de veelheid aan initiatieven, vondsten en andere bouwstenen maken van de ambitie om dé Romeinse regio van Nederland te worden een complex verhaal. Het Romeinse verleden leeft bij bepaalde partijen enorm, maar aan de andere kant weten veel mensen niet eens dat ze hun hond uitlaten op Werelderfgoed terrein. Ook zien we dat vele initiatieven van ondernemers of vrijwilligers stranden omdat ze wel ‘iets met de

Romeinen willen doen’, maar niet precies weten hoe ze dat kunnen doen. De versnippering enerzijds en onbekendheid anderzijds maakt het ingewikkeld om een gezamenlijke stip op de horizon te plaatsen. Vanuit overheden zien we interesse in de Romeinen, maar die interesse wordt niet altijd gevolgd door bestuurlijke (en financiële) daadkracht. Het bid om van de Neder-Germaanse Limes Werelderfgoed te maken is een enorm project geweest, met grootse inzet van overheden, terreineigenaren en vrijwilligers. Nu is het moment aangebroken om daadwerkelijk aan de slag te gaan met de ontwikkelingen zoals benoemd in de individuele managementplannen (IMP’s) van de UNESCO-sites. Want op dit moment zijn de Werelderfgoed locaties niet zichtbaar en/of toegankelijk en beleefbaar. Dit is een groot afbreukrisico voor de status, die daarmee uiteindelijk juist verloren kan gaan. De Gelderse IMP’s zijn allen in eenzelfde format opgebouwd, maar verbinding in de uitwerking is op dit moment nog niet sterk. Ook is soms onduidelijk welke partijen voor welke bepaalde taken verantwoordelijk zijn. Het lastige van het Romeinse verleden in Nederland is, dat de resten die bewaard zijn gebleven vrijwel niet zichtbaar zijn in de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan het huidige Italië of het huidige Midden-Oosten, waar de Romeinse slagkracht in de vorm van imposante tempels in de verte al opdoemt aan de horizon.

Waar men zich afvraagt hoe dit ooit gebouwd kon worden zonder moderne technieken en al rondlopend leert over bouwkunst, religie en de kracht van samenwerking. Dat is anders in Nederland. In Nederland – en in dit geval in Gelderland – zijn er van de Romeinen heel veel kleine onderdelen gevonden en zijn bouwwerken verloren gegaan. Er is simpelweg meer verbeeldingskracht nodig om het verleden tot leven te kunnen wekken. Dat betekent dat er bij ontwikkelingen goed nagedacht moet worden hoe het erfgoed en het

12

verhaal bewoner en bezoeker kan bereiken. Juist het uitdragen van de verhalen van erfgoed dat Unesco op de Werelderfgoedlijst plaatst, draagt bij aan de doelstellingen van deze wereldwijde organisatie gericht op ‘het waarborgen van de intellectuele en morele solidariteit van de mensheid’. In het hoofdstuk over doelgroepen wordt verder toegelicht hoe dat gefaciliteerd en gestimuleerd kan worden aan de hand van het Romeins verleden van Gelderland.

o

Versterkers (financiële versterkers zijn bedrijven, overheden en organisaties die bijdragen aan behoud en bereik. Conceptuele versterkers zijn bedrijven en organisaties die meehelpen aan de ontwikkeling van het erfgoed).

1.4 Hoofdlijnen Masterplan In dit masterplan komen de volgende onderwerpen aan bod:  (Kansen voor) het ontwikkelen van een toegankelijk en beleefbaar Romeins Verleden door: o Basisinfrastructuur verder ontwikkelen (cultuurhistorie toegankelijk maken via musea en sites); o Duurzame ruimtelijke inpassing (gebiedsontwikkeling); o Zichtbaarheid in landschap.  (Kansen voor) het positioneren van het Romeins verleden als publiekstrekker: o Nijmegen als hoofdstad; o UNESCO-status inzetten; o Toekomstige ontwikkelingen in de regio; o Romeins Verleden als object van studie.  (Kansen voor) het Romeins verleden als maatschappelijk element (verbinden).  Advies coördinatie en regie (op de talrijke initiatieven + efficiënte organisatie voor beheer en behoud UNESCO-locaties): o Aansturing en kaderstellend (provincie en gemeenten, stuurgroep, werkgroep); o Uitvoering (programmateam: coördinatie, regie, aanjagen, wegenkaart, lobby, kwaliteit waarborgen);

13

2 Strategie

Duurzaam ontwikkelen: naar draagkracht van de omgeving.

Hoe gaan we van ambitie en doelstelling zoals genoemd in de inleiding naar concrete uitvoering? Structuur in aanpak en denkwijze is belangrijk om eensgezind stappen te zetten richting dé Romeinse regio van Nederland.

Ontwikkelingen passen in het landschap, bij het karakter van de plaats en bij de behoeften van de verschillende doelgroepen.

We vinden het belangrijk dat onderzoek naar het Romeinse verleden een vaste, prominente plaats krijgt in de wetenschap én de regio.

2.1 Strategische keuzes en uitgangspunten

Aansturing en coördinatie voor tenminste acht jaar moet zorgen voor een duurzame inbedding van het Masterplan en een natuurlijke overgang naar de periode na uitvoering. Overheden kunnen zich financieel niet langer dan vier jaar vastleggen. De ambitie overstijgt echter de uitvoeringstijd van acht jaar, waardoor doorlopende regie voor acht jaar wenselijk is. Voor duurzame inbedding is een convenant of intentieverklaring nodig om ook voorbij collegeperiodes commitment uit te spreken.

In samenwerking vinden we kracht: zowel regionaal, als tussen de drie Limes-provincies en zelfs met internationale partners ontwikkelen wij niet vanuit een concurrentiepositie, maar met het doel het Romeins Verleden te versterken en lokaal te verankeren. Partijen werken samen, hebben vertrouwen in elkaar en denken in het belang van de regio.

Behoud, beleving en toegankelijkheid van erfgoed staan voorop.

Lokaal doen waar het lokaal kan.

We denken integraal en in gedeeld belang, niet sectoraal.

Strategische keuzes die aan het Masterplan ten grondslag liggen gelden als kader voor toekomstige ontwikkeling. 

We kiezen ervoor om voort te bouwen op wat er al is: de infrastructuur staat voor een groot deel al, met musea, expositieplaatsen, locaties, vrijwilligers etc. Maar op dit moment ontbreken er schakels in de keten of moeten schakels opgepoetst worden.

Het publiek profiteert: we ontwikkelen voor inwoner en bezoeker. We houden hierbij rekening met toegankelijkheid van locaties en begrijpelijke informatievoorziening voor iedereen.

We kiezen ervoor om een overkoepelend merk te ontwikkelen voor de regio, met in de uitwerking en toepassing van de merkelementen voldoende ruimte voor lokale interpretatie en huisstijlen.

We vinden het belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen getoetst worden op kwaliteit: historisch correct, effectief in publieksbereik en publiekseducatie.

14

Waarheid en authenticiteit waar nodig, interpretatie waar mogelijk.

De groten helpen de kleinen – en andersom.

Lange adem: sterkte start, doseren richting de stip op de horizon. Dit betekent dat de basis vanuit het Masterplan gemeenschappelijk geregeld wordt en de uitwerking op projectmatige basis afhankelijk is van de ambities en financiële mogelijkheden van de diverse gemeenten.

Deze uitgangspunten gelden voor de uitwerking van alle taken en projecten uit het Masterplan.

2.2 Ontwikkeling volgens het ‘tempel-model’ De uitgangspunten uit de vorige paragraaf en de doelstelling van het Masterplan geven weliswaar richting aan de uitvoering, maar nog geen concrete opgaven. Om in de sfeer van de Romeinen te blijven, werken we in de uitvoering met een ‘tempel-model’. De Romeinse tempel is een metafoor voor de gezamenlijke constructie: samen ‘bouwen’ we immers aan de Romeinse regio. Het model geeft richting aan alle ontwikkelingen die al spelen of gaan starten na goedkeuring van het Masterplan en bevat een fundament, treden, pilaren en een dak. In een schema ziet het tempel-model er als volgt uit:

15

De Romeinse regio van Nederland

Treden

Pilaren

Dak: Publiek (bewoners en bezoekers)

Nijmegen als hoofdstad van de Romeinen

UNESCOWerelderfgoed in de etalage

Regionale ontwikkeling Romeins aanbod

Publiekstrekker, icoongebied en belangrijkste Romeinse knooppunt

Beheer, behoud en ontwikkeling van UNESCOkern- en bufferzones in icoongebieden

Aanjagen ontwikkeling van Romeinse vindplaatsen en verhalenplekken

De Romeinen als studieobject Concentratie wetenschap en onderzoek in Gelderland

Trede 3: Merkontwikkeling en bekendheid vergroten Trede 2: Aanbodontwikkeling stimuleren en programmeren Trede 1: Fysieke locaties ontwikkelen Trede 0: Programmateam: Coördinatie, regie en aanjagen

B O T T O M U P A A N P A K

Fundament: ‘Romeinse Wegennetwerk’ (o.a. locaties, partners, ondernemers, overheden, vrijwilligers)

16

1

Het fundament: ‘De Romeinse Wegen’ oftewel het netwerk van partners, overheden, vrijwilligers en ondernemers, op wiens ideeën en initiatieven het Masterplan kan voortbouwen. Niet voor niets zijn deze partijen het fundament: zonder het netwerk van welwillende overheden, partners, vrijwilligers en ondernemers komt de ambitie niet van de grond. De treden: De treden zijn vervolgens de opmars naar ontwikkeling. Het gaat om 4 overkoepelende taken die van groot belang zijn op elk vlak in de uitvoering. Zonder deze treden geen Masterplan: o Aansturing, regie en ambassadeurschap door een programmateam; o Gebiedsontwikkeling rondom erfgoedlocaties; o Aanbodontwikkeling en (rand)programmering; o Merkontwikkeling en strategie publieksbereik. De pilaren: De pilaren zijn eigenlijk de concrete en gebiedsgerichte uitvoering van de treden, toegespitst op specifieke gebieden met elk een eigen invalshoek en kenmerk: o Nijmegen als toegangspoort naar het Romeins Verleden voor de rest van Nederland. Dat was Nijmegen toen en wordt het nu weer; o De Gelderse UNESCO-locaties worden beheerd, behouden en op passende wijze (verder) ontwikkeld tot aantrekkelijke erfgoedlocaties; o Romeinse vondsten en recreatief aanbod in de gehele regio worden verder ontwikkeld en ontsloten;

o

De wetenschappelijke tak van de Romeinse archeologie is geconcentreerd in Gelderland door oprichting van een kenniscentrum, online platform en netwerk van archeologen, wetenschappers, studenten, vrijwilligers.

Het dak: Het publiek (zowel bewoners als bezoekers) profiteert van een aantrekkelijk gebied rijk aan elementen die verwijzen naar het Romeinse verleden. Verderop in het document worden deze doelgroepen nader toegelicht.

2.3 Het fundament: de ‘Romeinse Wegen’ Het fundament van het Masterplan is zoals gezegd het bestaande netwerk van overheden, partners, instituten, musea, ondernemers en vrijwilligers die zich met de Romeinen bezighouden. In het model fungeert dit netwerk als de solide basis waarop verdere ontwikkeling kan voortborduren. In 2024 wordt gestart met het bijeenbrengen van de verschillende actoren en verschillende soorten Romeins aanbod in een zogenaamd platform ‘Romeinse Wegenkaart’, die op dit moment nog in uitvoering moet worden gebracht. Wegenkaart is bewust gekozen als woord omdat de Romeinen van grote invloed geweest zijn op de basis van onze huidige infrastructuur. Momenteel zijn er diverse partijen betrokken bij het Romeinse verleden. Een overzicht van de partijen die betrokken zijn bij het Romeinse verleden in Gelderland1:

Deze lijst geeft een indicatie en is niet uitputtend.

17

 

  

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE): uitvoerder verplichtingen Verdrag van Faro (erfgoedparticipatie), bevoegd gezag rijksmonumenten, inhoudelijke kennis. Provincie Gelderland: wettelijke taak bodemvondsten, financiering, ondersteuning/coördinatie, opstellen thema’s recreatie & toerisme, bevoegd gezag natuur in landelijk gebied, bevoegd gezag ontgrondingsvergunningen, consulterende rol bij ingrepen in archeologische Rijksmonumenten. Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen: samenwerkingsverband van 18 gemeenten in regio Arnhem-Nijmegen. Gemeenten met UNESCO Limes Werelderfgoed: UNESCO beheer en behoud erfgoed, ruimtelijke ontwikkelingen, recreatie/toerisme, verantwoordelijk voor vergunningverlening en individuele managementplannen UNESCO. Overige gemeenten GMR: Beheer en behoud erfgoed, ruimtelijke ontwikkelingen, toerisme/recreatie, verantwoordelijk voor vergunningverlening. AWN: Vrijwillige archeologen: meewerken aan archeologische onderzoeken, ambassadeurs archeologie, AWN archeologiefonds. Cultuurhistorische verenigingen. Romeinen.nu: veel kennis van de Romeinen, publicaties, onderwijsprojecten, educatieve producten en evenementen. Romeinse initiatieven, collecties, evenementen en onderwijsprojecten van anderen te promoten en te ondersteunen. Samenwerking erfgoedhuizen.

Erfgoed Gelderland: ondersteuningsbureau voor de hele Gelderse erfgoedsector gefinancierd door Provincie Gelderland, kennis ontwikkelen, zichtbaarheid vergroten, verbindingen versterken. Vormen samen met erfgoedhuizen van andere provincies Romeinse Limes Nederland (RLN).

 

 

  

Radboud Universiteit: kennisinstituut met bijzonder hoogleraarschap Romeinse archeologie (wetenschap, onderzoek). Nederlandse Limes Samenwerking (NLS): Samenwerkingsverband tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Is als publiekrechtelijke samenwerking van overheden de siteholder van het UNESCO Werelderfgoed en voert taken uit op het gebied van bescherming, publieksbereik, kwaliteitsbewaking en kennisontwikkeling. Archeologische bedrijven: archeologisch onderzoek, publieksbereik, educatie. Valkhof Museum: voert wettelijke taak van de provincie uit ten aanzien van beheer en behoud van archeologische vondsten in het Archeologisch Depot Gelderland, ontsluit de archeologische collectie van de provincie Gelderland en laat de topvondsten aan het publiek zien.Onderdeel van driehoek Archeologisch depot (opslag) – Museum KAM (onderzoek) – Valkhof Museum (publieksfunctie). Publiekseducatie, onderzoek en collectie. Overige musea: onder andere De Bastei, Liemers Museum, Tempel|Kerk Museum Elst, Kasteel Wijchen, Nederlands Openluchtmuseum Arnhem, Rozet Arnhem/Erfgoedcentrum. Romeinse Limes Nederland (RLN): samenwerkende erfgoedhuizen met taken op het gebied van educatie en netwerkvorming. Stichting Liniebreed Ondernemen: taken op het gebied van landelijke marketing en communicatie van de Neder-Germaanse Limes.

TVAN: destinatie management organisatie voor de regio VeluweArnhem-Nijmegen.

Overige betrokken partijen zijn onder andere: Duitse partners NederGermaanse Limes, UNESCO/Icomos, Stichting Werelderfgoed Nederland,

18

Archeologisch depot, lokale en regionale marketingorganisaties, inwoners en ondernemers. Internationale samenwerking De Romeinen kenden geen formele grenzen zoals wij die in de twintigste eeuw hebben geformaliseerd én weer hebben losgelaten. De noordgrens van het Romeinse Rijk bestreek ook een groot deel van Duitsland. De steden Xanten en Kleve zijn interessante samenwerkingspartners vanwege het Romeinse verleden dat daar zichtbaar gemaakt is. Uiteindelijk is de GMR slechts een deel van de gehele Neder-Germaanse Limes en profiteren we allemaal van de ontwikkeling van de Limes als geheel. Zeker op gebied van routevorming, marketing, arrangementvorming, productontwikkeling en kennisdeling is een samenwerking met de Duitse partners wenselijk. En niet in de laatste plaats is samenwerking over de grens kansrijk voor Europese subsidies. Interregionale samenwerking Ook andere samenwerkingsgebieden, zoals Utrecht, Zuid-Holland en Noordoost Brabant bieden kansen om het verhaal breder uit te werken. Daarnaast kunnen samenwerkingen met andere ‘Romeinse gemeenten’, zoals Cuijk en Ermelo, voor verbinding en ontwikkelkansen zorgen. Het snelfietspad Cuijk-Nijmegen sluit bijvoorbeeld aan op de Via Valentiana, een Romeinse toeristische route. Door dit soort (thematische) verbindingen sluit het Romeins Verleden van Gelderland makkelijk aan op Romeins aanbod in andere provincies.

De Nederlandse Limes Samenwerking als verbindende partij kan een rol spelen bij de samenwerking binnen Nederland en daarbuiten.

Uitbereiding buiten regio Alle grootste plannen beginnen klein. Door compact binnen de regio te beginnen kan de lijn verder uitgezet worden, om zo gedoseerd verder uit te bouwen; buiten de regio, provincie en uiteindelijk buiten de landgrenzen.

2.4 De treden: overkoepelende taken Om van de regio dé plek te maken waar je het Romeins Verleden kunt beleven, zijn er enkele randvoorwaardelijke taken nodig om het Masterplan van de grond te krijgen en succesvol uit te voeren. Deze taken dragen de pilaren: voordat er gekeken kan worden naar uitwerking van lokale projecten, moet de organisatie (bijvoorbeeld het programmateam) en bepaalde overkoepelende taken (zoals merkontwikkeling) uitgevoerd zijn of op z’n minst opgestart worden. De taken zijn horizontaal en de basis voor de vier verschillende pilaren. In samenhang dragen ze effectief bij aan de doelstellingen. Trede 02: programmateam oprichten Het Masterplan schetst een mooie toekomst voor de regio en om dat te bereiken is structuur nodig. Met duidelijke en lange termijn afspraken over de inzet van overheden en hun partners voor het gezamenlijk belang met bijvoorbeeld capaciteit en financiën, afstemming en communicatie, kwaliteit en ontwikkeling kan de bal gaan rollen. Voor het realiseren van de doelen van het Masterplan is ook toegewijde en professionele coördinatie nodig die de uitvoering van de acties in de treden en pilaren aanjaagt, faciliteert en uitvoert. De governance is de wijze waarop het beleid uitgevoerd wordt, de controle op die uitvoering en de rol en

2

Het programmateam is randvoorwaardelijk voor de uitrol van de andere treden en pilaren, daarom wordt deze taak met ‘0’ aangeduid.

19

taakverdeling inclusief kaders en randvoorwaarden is bepalend voor het commitment, enthousiasme en succes van het Romeins Verleden. De aanbevelingen hiervoor zijn in een aparte oplegger beschreven en het is de taak van de opdrachtgevers om hier bestuurlijke besluiten over te nemen. Wil het Masterplan een duurzaam succes worden, dan is er volgens alle betrokken partijen een coördinerend orgaan nodig dat de regie houdt op de uitvoering van de taken uit het Masterplan, relevante ontwikkelingen in het netwerk en daarbuiten (toeristisch-recreatief, erfgoed, archeologie, maatschappelijk), de projecten aanjaagt waar nodig, lobbyt voor het Romeinse verhaal bij externe partijen met oog op financiering en draagvlak, en partijen aan elkaar verbindt. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een programmateam. Zo’n team bewaakt de kwaliteit van de voorgenomen ontwikkelingen op erfgoedlocaties (in samenwerking met het Kwaliteitsteam van de NLS), monitoren en stimuleren van de voortgang en ziet toe op het bereiken van de korte en lange termijn doelen. Het orgaan is het aanspreekpunt voor alle Gelderse partijen die iets met het Romeins Verleden te maken (willen) hebben. De acties uit het Masterplan vragen om coördinatie, ondersteuning, monitoring, bijsturing en vooral: eenduidigheid.

Er is veel draagvlak voor de inzet van een overkoepelende coördinatie die ervoor zorgt dat de lange termijn doelen worden behaald en dat de samenwerking steeds meer zijn vruchten afwerpt. Deze coördinerende rol is de verbinding tussen de driehoek ruimtelijk/ambtelijk – wetenschap - publieksbereik. De opdrachtgevers van het Masterplan werken gezamenlijk aan de juiste vorm van deze taak. Belangrijk is om de rol, de taak en het mandaat

helder te hebben en financiële dekking voor minimaal acht jaar te organiseren. Overheden kunnen doorgaans geen financiering vastleggen voor langer dan vier jaar. Voor duurzame inbedding is het van belang een vorm te vinden voor langdurig commitment. Het programmateam kan optimaal ingezet worden en stroperige processen, het stranden van initiatieven, dubbelwerk et cetera voorkomen. Taken De taak van het programmateam toegepast op het tempel-model is ervoor zorgen dat de overkoepelende taken landen in de gebiedsgerichte opgaven en deze op de juiste manier worden uitgevoerd.    

   

Jaarprogramma opstellen inclusief begroting met resultaatverplichting (hierbinnen ligt het mandaat); Aanjagen/coördineren/faciliteren uitvoering/acties van de vier pilaren; Toekennen/beheren Romeins fonds (criteria opstellen met werkgroep en kwaliteitsteam, zie einde van deze paragraaf); Communicatie, participatie en (laten uitvoeren) destinatieontwikkeling, inclusief toezicht op juiste toepassing van gezamenlijke merkstrategie; Bewaken kwaliteit en planning uitvoering Masterplan; Lobbyen, netwerk beheren en politiek sensitief handelen (sociale kracht); Verantwoording afleggen aan een stuurgroep (zie volgende pagina); Betrekken van eigenaren locaties en aanbod.

20

Daarnaast is het programmateam zelf trekker van de volgende projecten:  Oprichten en fondsenwerving Romeinen-fonds (zie toelichting trede 2);  Opdracht geven tot merkontwikkeling en marketingstrategie;  Ontwikkelen Romeinse onderscheiding;  In kaart brengen wat er tot nu toe is op gebied van leerlijnen rondom de Romeinen en opdrachtgeven tot samenbrengen, verder ontwikkelen en breed verspreiden van leerlijn basis- en voortgezet onderwijs, en maatschappelijke organisaties;  Coördineren van de uitvoering van de adviezen en acties uit het Masterplan.

uitvoering en coördinatie van de diverse acties uit de treden en pilaren. Het programmateam moet een duidelijke link hebben met uitvoeringsorganisaties en bij voorkeur ook worden ondergebracht in een (bestaande) organisatie.

Voorbeeld profiel programmateam3 Het programmateam heeft idealiter het mandaat om opdrachten uit te zetten en te financieren, bijvoorbeeld aangestuurd door een stuurgroep waaraan bestuurders deelnemen uit Romeinse gemeenten, Provincie Gelderland én partijen buiten de overheid zoals een afvaardiging van de museumwereld. Zo’n stuurgroep wordt geadviseerd door een adviescommissie waarin de beleidsadviseurs van de bestuurders plaatsnemen.

Provincie Gelderland, de GMR en gemeente Nijmegen pakken bij voorkeur een leidende rol in het opbouwen van bestuurlijk draagkracht en overheidsfinanciering. Voor het programmateam ligt er een uitvoerende taak om de verbinding tussen regio’s te bewaken en waar nodig te versterken. Een duurzaam netwerk onderhouden kost veel tijd en inzet. Op deze rol van het programmateam moet niet bespaard worden.

Het programmateam bestaat uit minimaal 2 fte ingevuld door bij voorkeur een aansturende manager-achtige rol en ervaren projectleiders, die allen affiniteit hebben met de Romeinen, de vrijetijdseconomie, ruimtelijke kwaliteit en (marketing)communicatie. Bij voorkeur bekend zijn in en met de regio. De manager legt verantwoording af en voert regie, maar is ook de ambassadeur voor de buitenwereld. De projectleiders zorgen voor de

Het programmateam wordt ondersteund door de coördinator ‘Kennis en behoud’ van de NLS voor specifieke kennis over de Limes en de Romeinen, de coördinator ‘Publieksbereik en participatie’ (NLS) voor de binding met de gemeenten, bedrijfsleven en publieksbereik en de destinatiemarketingorganisaties (DMO) voor de kennis op gebied van destinatieontwikkeling en -management.

Advies:  De begeleidingsgroep van het Masterplan Romeins Verleden (representanten Provincie Gelderland, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Gemeente Nijmegen) werken de exacte vorm van het coördinerend orgaan/team op basis van het advies verder uit in afstemming met bestuurders.

3

De governance van het programmateam staat beschreven in een aparte notitie voor de drie betrokken overheden

21

doordat de steden als losse kralen voldoende te bieden hebben als toeristisch-recreatieve bestemming. We adviseren daarom om de belangrijkste erfgoedlocaties te clusteren en daar op in te zetten. Deze clusters gelden als unieke bestemming op zich én als startpunt naar erfgoed dat mogelijk minder goed bereikbaar is. Naast de positionering is het belangrijk dat de ontwikkeling van de verschillende clusters wel op elkaar aansluit.

Trede 1: Fysieke locaties ontwikkelen Een belangrijk onderdeel van de erfgoedbeleving voor bewoner en bezoeker is het ontsluiten en opbouwen van de fysieke omgeving rondom het Romeinse erfgoed. In sommige gevallen gebeurt dat al (Valkhof Museum, De Bastei, Tempel|Kerk Museum in Elst, Liemers Museum, De Baadster, het Masker, het aquaduct en meer plaatsen). Maar het te bezoeken erfgoed is tot nu toe redelijk beperkt tot sporadische locaties in de regio zonder verdere aansluiting op toeristisch-recreatieve netwerken. Op veel plaatsen liggen kansen voor Romeins erfgoed, maar er is in veel gevallen bredere gebiedsontwikkeling nodig dan alleen het erfgoed toegankelijk maken. Deze overkoepelende taak richt zich op het ontwikkelen van clusters met toeristisch-recreatief potentieel, waarbij toegankelijk en beleefbaar erfgoed centraal staat. Ingrepen in de fysieke omgeving, het ‘decor’, zijn van belang voor zichtbaarheid van het erfgoed. Het belang van deze trede is regio-overkoepelend, de uitvoering (en hiermee ook een groot deel van de financiering) gebeurt lokaal. Investeringen van fysieke ingrepen zullen voor een groot deel door de betreffende gemeente en andere lokale partijen gefinancierd moeten worden. Adviezen (toegepast in de 4 pilaren):  Geclusterde ontwikkeling icoongebieden. De regio is groot en het erfgoed ligt zeer verspreid in het landschap.

Het is best lastig om een grote regio als één bestemming te positioneren als je elk klein detail wil uitlichten. In gebiedsmarketing werkt het beter om aanbod thematisch of geografisch te structureren. Een goed voorbeeld hiervan is de positionering van de Hanzesteden. Verspreid over meerdere provincies (en zelfs over meerdere landen) en tóch herkenbaar als zodanig. Naast het herkenbare decor komt dat ook

We schreven eerder al dat onzichtbaar erfgoed veel verbeeldingskracht én intrinsieke motivatie vraagt. Er is maar een kleine doelgroep die actief op zoek gaat naar onzichtbare verhalen over het verleden. De andere doelgroepen hebben behoefte aan meer voorzieningen en attracties. Clustering helpt ook om verschillende soorten recreatief aanbod bij elkaar te brengen zodat de locatie voor meerdere doelgroepen aansluit bij hun vrijetijdsbehoeften. Denk bijvoorbeeld aan divers horeca-aanbod. De clusters hebben minimaal deze elementen nodig: o Herkenbaar Romeins decor; o Open en breed toegankelijk erfgoed; o Startpunt/gidspunt; o Recreatief aanbod (zie ook trede 2); o Randprogrammering (zie ook trede 2). 

Buitenpoorten of ‘grijze lopers’: het erfgoed is in sommige gevallen alleen met de auto of de fiets bereikbaar. Maar het erfgoed moet breed toegankelijk en bereikbaar zijn. Ook met oog op duurzame mobiliteit worden de stations een steeds belangrijkere uitvalsbasis en eigenlijk begint de Romeinse ervaring al hier.

22

Denk bijvoorbeeld aan de NS Buitenpoorten als toegangspoorten tot natuurgebieden. Daar hangt vaak een ‘groene loper’ aan vast: een groene route die het natuurgebied eigenlijk al bij het station laat beginnen. In sommige gevallen is dat voor erfgoed ook mogelijk en zelfs wenselijk en kan dit eventueel ook goed gecombineerd worden met groengebieden. In de pilaren spreken we verderop in het masterplan over verschillende clusters, bijvoorbeeld gebieden in Nijmegen, Arnhem, Elst, Zevenaar en andere plekken. Elk cluster moet idealiter een thematische toegangspoort naar de Romeinen zijn, elk met herkenbare buitenkunst, een duidelijke routekaart, voldoende (deel)fietsverhuuropties en het liefst aangesloten op verdere gebiedsontwikkeling rondom stationsgebieden. 

Vondsten terugbrengen in straatbeeld: fysieke (re)presentatie in de openbare ruimte werkt beter dan bijvoorbeeld patronen in een straatbeeld. Zeker op drukbezochte pleinen valt het laatste nauwelijks op. Als je andere doelgroepen dan de geschiedenisliefhebber wil aanspreken, is het belangrijk om de locatie te verbinden aan een verhaal en een element. Een goed voorbeeld is het metrostation Rokin in Amsterdam, waar bij het graven van de metrotunnel onder de oude binnenstad meer dan 700.000 archeologische vondsten zijn gedaan. De vondsten zijn in het ontwerp van het metrostation opgenomen. Bij het afdalen via de steile roltrap gaan reizigers letterlijk de grond in en zweven ze langs alle vondsten, die samen een indrukwekkend geheel vormen (zie foto op pagina 25). Rondje Romeinen: ontwikkel de bestaande Limes fietsroute (met meerdere etappes) zodanig verder dat alle clusters aan elkaar verbinden zijn door zichtbare, thematische route-elementen. Voor de

route geldt dat deze zowel fysiek als digitaal ontwikkeld moet worden en minimaal moet worden voorzien van: o praktische voorzieningen (fietsoplaadpunten, stallingen, goede fietspaden, zitjes, aantrekkelijke kleinschalige horeca); o landschappelijke elementen (strategische locaties, uitkijkpunten); o belevingselementen (thematisch en landschappelijk, attracties/bestemmingen, fysiek en digitaal, toestellen, buitenkunst en creatieve toepassingen etc.); o thematische informatievoorziening (op de weg, duidelijke bewegwijzering, bebording ter plaatse, logische aftakkingen heeft naar andere attracties, wandel- of fietsroutes etc.); o Toegankelijkheid voor een brede doelgroep. Ontwikkelkader/leidraad voor gemeenten: een kader van wat wel en niet wenselijk is op gebied van gebiedsontwikkeling en aanbodontwikkeling zorgt ervoor dat gemeenten inkomende initiatieven van ondernemers, inwoners en instituten transparant kunnen toetsen aan het Romeinse verhaal. Het heeft meerwaarde voor de ontwikkeling van het Romeins Verleden als compleet product als gemeenten afspraken maken over wat zij wel en niet (ruimtelijk) toestaan op gemeentegrond. De gezamenlijke afspraken kunnen vertaald worden naar lokaal beleid. Door het ontwikkelen van concrete leidraden voor recreatie, toerisme en erfgoed zijn de richtlijnen voor ontwikkelen helder en stapsgewijs na te lopen.

Hierbij moet wel voldoende vrijheid en ontwikkelruimte voor de ondernemer in acht genomen worden. Maar een toetsingskader helpt gemeenten en coördinerend programmateam om besluiten te nemen en om inkomende initiatieven gemakkelijk naast het Masterplan te leggen. Per gemeente moet worden afgestemd of dit wenselijk is.

23

Figuur 1: verbeelding landschapshistorie op het Masiusplein in Zevenaar

24

Foto: Metrostation Noord-Zuidlijn Rokin, Amsterdam (bron: NOS)

25

Trede 2: Aanbodontwikkeling en publieksdeelname stimuleren De verschillende taken en opgaven uit het Masterplan bestaan niet naast elkaar, ze vloeien in elkaar over. Aanbodontwikkeling en programmering zijn belangrijk om de fysieke omgeving te voorzien van duiding, educatie en entertainment. Volgens het model van Pine & Gilmore (1999) is de zogenaamde sweet spot van een beleving een samenspel van vier elementen:  Educatie  Entertainment  Ontsnapping  Esthetiek

overleg met betrokken partijen een Romeins poortgebouw terug te bouwen. Hoewel dat een fysieke ingreep is, maakt zo’n enorm poortgebouw het veel gemakkelijker voor het publiek om zich te verplaatsen in de Romeinen (ontsnapping) en daarnaast valt er écht wat te zien (esthetiek). 

Nieuw aanbod ontwikkelen: nieuw aanbod ontwikkelen kan op veel verschillende manieren. De fysieke ontwikkeling van een gebied kan al reden zijn om een gebied te bezoeken, maar voor een dagje uit is iets meer nodig. Gebieden die uitnodigen om langer te verblijven genereren meer inkomsten en zijn aantrekkelijker voor herhaalbezoek. Denk aan combinatie van verschillende musea, attracties, horecagelegenheden, arrangementen en combi-tickets, retail (streekproducten) en evenementen. De mate waarin nieuw aanbod ontwikkeld wordt, is afhankelijk van het gebied. In de clusters, zoals genoemd in de vorige paragraaf, is een hogere concentratie faciliteiten logisch. Hierbij moet aangetekend worden dat geclusterd aanbod niet betekent dat er busladingen met toeristen worden aangetrokken: het totale aanbod moet passen bij de draagkracht van de locatie.

Aansluiting behoeften doelgroep(en): zie paragraaf 2.6 voor een beschrijving van de verschillende doelgroepen.

Onderzoek mogelijkheden AR/VR: we hebben te maken met een heleboel vindplaatsen waar op dit moment niets te zien is, maar die wel een belangrijke betekenis hadden in het verleden. Voor het completeren van het verhaal is het aan te raden om te onderzoeken welke digitale technieken kunnen worden gebruikt om het leven van

Oftewel: je moet er iets kunnen leren, het moet leuk zijn om te doen, je moet je erin kunnen onderdompelen en het moet prettig zijn om waar te nemen. Het draait niet alleen om schoonheid, maar ook om bijvoorbeeld akoestiek en sfeer. Veel locaties met Romeins erfgoed van de vondsten hebben op dit moment geen van deze elementen en enkelen hebben bijvoorbeeld alleen nog een educatief element. Er is op veel plekken niet veel te doen (soms niet eens iets te zien) en het vraagt vaak veel verbeeldingskracht om je in de Romeinen te kunnen verplaatsen. 

Bestaand aanbod verbeteren: in de doelgroepenanalyse van Bureau voor Ruimte en Vrijetijd (2023) is onderzoek gedaan naar de mate van beleefbaarheid voor bestaand aanbod. Hieruit bleek dat bijna al het bestaande aanbod niet voldoende beleefbaar is en voor slechts een heel klein groepje mensen interessant is. Dat kan verbeterd worden aan de hand van het Pine & Gilmore model. Aan bestaand aanbod, dat nog geen volwaardige ‘bestemming’ is, kunnen nieuwe elementen worden toegevoegd. Dat gebeurt ook al; Arnhem onderzoekt bijvoorbeeld de mogelijkheden bij UNESCO-locatie Meinerswijk om in

26

de Romeinen zichtbaar te maken. Dat kan met licht, maar ook met augmented en virtual reality (AR/VR) bijvoorbeeld, zie kader.

(semi)professionals over het Romeinse Verleden, maar ook aan permanent te ontwikkelen aanbod. Door te faciliteren, budget beschikbaar te stellen, inspiratie/input/feiten te delen worden initiatieven vanuit de markt en/of samenleving op het gebied van het Romeinse verleden gestimuleerd. Belangrijk aandachtspunt is ook de verdeling van stimuleringsgelden over de hele regio. Een dergelijk fonds kan in het verlengde liggen van de huidige provinciale regeling Thematische Verhaallijnen (opengesteld tot eind 2023), maar belangrijk is dat niet alleen organisaties zich kunnen aanmelden. Er moet onderzocht worden hoe het fonds breder beschikbaar kan worden gesteld.

Inspiratie: Voorbeelden outdoor AR/VR experience in Rome ‘Do as the Romans do’ is nog altijd van toepassing op de huidige ‘Romeinse’ samenleving. Rome is één groot openlucht museum, maar toch zijn ook locaties waar weinig concrete resten zijn overgebleven uit de Romeinse tijd. Op Circus Maximus is bijvoorbeeld weinig anders te zien dan een landschappelijke afdruk van wat ooit een imposante renbaan moet zijn geweest. Daarom is de ‘Circo Maximo Experience’ ontwikkeld: bezoekers betalen € 12,00 voor een tour door het gebied met een VR-bril.

Romeinse onderscheiding: het ontwikkelen van een Romeinse onderscheiding zoals de Lauwerkrans. In plaats van een Koninklijke onderscheiding krijgen bewoners van GMR een lauwerkrans als zij zich ingezet hebben om het Romeins Verleden tot leven te brengen, zichtbaar te maken of te behouden. Bijvoorbeeld uitgereikt door de burgemeester. De onderscheiding is dan gebaseerd op rangen in Romeinse leger en uitvoering kan bijvoorbeeld zijn in de vorm van het diploma in het Tempel|Kerk Museum te Elst (waar een Bataafse soldaat zijn soldatendiploma kreeg waarin zijn inzet voor de Romeinen was vastgelegd).

Interprovinciale en internationale samenwerking op gebied van aanbodontwikkeling: de uitgestrektheid van de Limes is een uitstekende aanleiding om samen te werken met de andere Limesprovincies en Duitse partners. Onderzoek of een intensievere samenwerking mogelijk is, bijvoorbeeld door de Duitse markt beter te bedienen, maar ook om gezamenlijk aan complementaire aanbodontwikkeling te doen. Bijvoorbeeld het uitbreiden van de

Andere voorbeelden zijn: het ‘inkleuren’ van standbeelden via VR als visuele optie bij een audiotour in museum Ara Pacis en voor reconstructies van delen van het Colosseum via tablet of smartphone.

De motivatie voor het gebruik van VR-modules of een AR-app zal per doelgroep verschillend zijn. Voor Inzichtzoekers is de interesse in cultuur in geschiedenis en de nieuwsgierigheid naar het leven van de Romeinen. Voor plezierzoekers is het entertainende gedeelte van een app (spelen met video) waarschijnlijk de belangrijkste motivatie en de avontuurzoeker zal het willen proberen indien hij of zij dit zelf kan toepassen op de eigen smartphone. 

Regionaal Romeinen fonds oprichten: een fonds (vanuit budget/beleid cultuur en recreatie & toerisme) gericht op stimuleren van programmering en/of Romeins aanbod. Denk aan voorstellingen, tentoonstellingen, uitvoeringen, workshops, enz. door amateurs en

27

thematische fiets- en autoroute naar Duitse steden met Romeins erfgoed zoals Kleve, Xanten en Emmerich en het monitoren van ontwikkelingen in de andere provincies.

Als voorbeeld: de gemeente Nijmegen heeft al enkele ‘belevingsconcepten’ ontwikkeld rondom het Romeinse Verleden4. Het document waarin deze concepten zijn uitwerkt kan een mooie basis zijn voor de regionale merkontwikkeling. De branding van “de Romeinse regio” moet hier op aansluiten. Bij het ontwikkelen van middelen en toepassen van stijlelementen moet er daarnaast voldoende ruimte zijn voor eigen interpretatie en aansluiting bij de huisstijl van organisaties en ondernemers zelf. Ook moet er aansluiting zijn met de andere Limes provincies, al wordt dat ook al geborgd door de NLS.

Trede 3: Merk ontwikkelen en publieksbereik vergroten Om de beoogde doelgroepen (avontuurzoeker, plezierzoeker en inzichtzoeker) daadwerkelijk te bereiken zijn er naast fysieke ontwikkelingen, aanbod en programmering ook een herkenbaar merk en een goede communicatiestrategie nodig. Publieksbereik heeft niet alleen te maken met het aantrekken van nieuw publiek. De inwoners van de regio zijn de belangrijkste gebruikers van het gebied. Zij wonen hier immers! 

4

Marketingstrategie: er zijn diverse organisaties in de regio actief op het gebied van marketing en promotie. Die zijn allemaal nodig om informatie te verstrekken zodat de regio vindbaar en boekbaar is met beleefbaar aanbod voor bezoekers. Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen is het regionaal bureau voor toerisme dat de bestemmingsmanagement, -ontwikkeling en -marketing uitvoert. Ze zijn georganiseerd in twee onderdelen: Visit Veluwe en Visit Arnhem Nijmegen. Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen is online en offline aanspreekpunt voor bezoekers en via het Convention Bureau positioneren ze de beide regio’s ook als een zakelijke bestemming. Zij hebben de kennis en kanalen om op basis van de (nog vast te stellen) kernwaarden van het merk een uniforme huisstijl te (laten) ontwikkelen die in lijn is met UNESCO Commissie Nederland en het merkdocument en huisstijlhandboek van de NLS.

Publieksbereik en -educatie: publiekseducatie is een vak apart. We willen de inwoners meenemen in het verhaal van de Romeinen.

Merk ontwikkeling en branding: positionering van een regio vraagt om het ontwikkelen van een sterk merk. In het participatietraject om tot het Masterplan te komen, kwam de behoefte aan een overkoepelend merk (vanuit meerdere partijen) meermaals ter sprake. De branding is vervolgens de vertaling van het merk naar zichtbare uitingen waarbij emoties worden opgeroepen bij de verschillende doelgroepen. In deze regio hebben te we maken met UNESCO-locaties en met ander Romeins aanbod. Het merk “UNESCO” is natuurlijk al sterk, maar omvat niet de gehele regio. Daarom wordt geadviseerd om een nieuw merk te ontwikkelen voor de gehele regio. Hierbij moet wel ruimte overblijven voor haakjes naar de UNESCO/NLS-huisstijl en de huisstijl van lopende ondernemingen.

Belevingsconcepten Romeins Erfgoed, BrandSense voor gemeente Nijmegen

28

Sommige mensen wonen op een steenworp afstand van Werelderfgoed, maar hebben hier geen weet van. Een gedeelte van publieksbereik- en educatie landt uiteraard in de verschillende stappen die in het Masterplan genomen worden (zie Deel II voor uitwerking van de pilaren). Het reconstrueren van een wachttoren is bijvoorbeeld meteen zichtbaar in het landschap en wekt bijna automatisch de nieuwsgierigheid. Maar het doel is om alle Gelderse inwoners kennis te laten maken met het Romeinse verleden. Hoe doe je dat? Naast gebiedsmarketing is publiekseducatie ook een belangrijk aspect. In publiekscampagnes (“Ken jij Julius/Maius/Drusus al?”) is het belangrijk om het educatieve element (ook) te laten uitwerken door personen die gespecialiseerd zijn in publiekseducatie. In de regio zijn verschillende grote en kleine musea aanwezig die de kunst begrijpen van het presenteren van een collectie in combinatie met een educatief element. De educatiemedewerkers van de verschillende musea kunnen hier een soort denktank voor oprichten, waardoor buiten de museale collecties wordt meegedacht over een strategie om het Romeins erfgoed ook buiten de musea bij de inwoners te laten landen. Dit om versnippering in het overkoepelende verhaal te voorkomen én om bewoners bewust te maken van binnen (collectie) en buiten (erfgoedlocaties).

Aan het programmateam de taak om dit te coördineren en uitvoeringsorganisaties in te huren waar nodig. Werk hierbij samen met de NLS, Erfgoed Gelderland en Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen, organisaties die hier een rol in spelen. 

Themajaar of jaarlijkse themaweek Romeins Verleden: evenementen, en terugkerende themaweken helpen bij publieksbereik en maatschappelijke verbinding. Romeinendagen of het regio-breed uitrollen van het Romeinenfestival maakt het

verleden zichtbaar, herkenbaar en kan bijdragen aan bewonerstrots. Dit is onderdeel van de marketingstrategie. 

Maak aanbod op verschillende niveaus zichtbaar en beleefbaar: aanbod wordt zichtbaar gemaakt op verschillende niveaus zoals o Op de fysieke locatie (b.v. monumenten, vondsten, routes); o In een lokaal museum (b.v. vondsten, verhalen en gebruiken); o In een nationaal museum (b.v. vondsten van groot belang, interactieve presentatie); o Limes-hub Gelderland (startpunt, praktische informatie, verwijzing naar Limes-locaties en plek voor publiekseducatie).

Leerlijnen basis en voortgezet onderwijs: de publiekseducatie begint eigenlijk al in de kleuterklas. Van kleins af aan worden kinderen betrokken bij het Romeinse Verleden door grote en kleine projecten. Ontwikkel daarom verschillende lespakketten voor het gehele basisonderwijs en voor het voortgezet onderwijs over de Romeinse geschiedenis en de betekenis van de Romeinen in de hedendaagse maatschappij. Er bestaan al lespakketten, dus nieuwe informatie is aanvullend aan bestaande lijnen. Hierbij moeten ook de docenten betrokken worden. Hoe krijgen we de informatie bij de docenten en vooral: wat hebben zij nodig? Ook andere maatschappelijke verenigingen kunnen hiervan profiteren, zoals scoutingclubs en sportverenigingen. Themadagen, sportevenementen of schoolreisjes zijn bij uitstek activiteiten waar het Romeins Verleden een goede invulling aan kan geven zodat het verhaal steeds breder bekend wordt, vanuit verschillende invalshoeken. Eventueel kunnen deze activiteiten bekostigd worden uit het Romeinen fonds (trede 2). Belangrijk hierbij is om samen te werken met partijen die over zowel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=253025e9-3c59-42ac-ad2d-e9afce318e41