CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Interventieprognose Jeugd, Nijmegen 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D32 d.d. 2 juli 2024 over Interventieprognose adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF)25.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De platforms richten zich met name op het versterken van de samenwerking in de wijken, met als doel een eenduidige aanpak. Daarbij kent elk stadsdeel (en elke wijk) zijn eigen prioriteiten, waardoor de inzet overal verschillend is. Het preventieplatform Jeugd in Noord richt zich bijvoorbeeld op mentale gezondheid. We zien deze interventie voor dit onderzoek dan ook meer als een fundamentele randvoorwaarde die voorliggend is aan (een groot deel van) de andere interventies. In de toekomst kan het wel mogelijk zijn om deze interventie te kwantificeren.

2.2.14 Wonen De gemeente richt zich in haar woonbeleid op bijzondere doelgroepen. Dit zijn bijvoorbeeld jongeren die uitstromen uit jeugdzorginstellingen, of gezinnen met een laag inkomen. Hiervoor zijn prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties en de huisvestingsverordening. Daarnaast kent Nijmegen ook het Woonfonds en zet men in op flexibel woningaanbod en tijdelijke woningen. Deze specifieke inzet vraagt aan jeugdhulpaanbieders een goede voorbereiding van de jongere op de overgang naar volwassenheid. Hier wordt op gestuurd vanuit het contractmanagement. Ook wordt er zorgaanbod ingekocht dat specifiek gericht is op jongeren die nog niet direct de stap naar zelfstandig wonen kunnen maken. Dit wordt ook meegenomen bij de komende aanbesteding voor Beschermd Wonen. De inzet op dit thema moet leiden tot een afname van het aantal cliënten in jeugdzorg (door minder terugval), en het aantal dakloze jongeren / cliënten in de maatschappelijke opvang. Aan de andere kant leidt het waarschijnlijk wel tot een toename van het aantal cliënten beschermd wonen. Kwantificering Voor deze interventie was het niet mogelijk om een onderbouwde inschatting te maken van de kwantitatieve effecten. Hiervoor zijn een aantal redenen te noemen. De interventie kent een bepaalde overlap met interventie 10, en is hier eigenlijk onderliggend aan.

De belangrijkste reden om deze interventie niet te kwantificeren is echter de grote onzekerheid die hiermee gepaard gaat. In de huidige wooncrisis moeten er soms keuzes gemaakt worden in het woonbeleid tussen verschillende

23

doelgroepen. Daarnaast zijn er momenteel te weinig woningen beschikbaar om deze interventie optimaal in te kunnen zetten. Vanwege de onzekerheid enerzijds en de moeilijkheid bij de uitvoering anderzijds, is deze interventie voor dit onderzoek niet gekwantificeerd.

24

/ 3 Externe ontwikkelingen In dit hoofdstuk beschrijven we de externe ontwikkelingen waarvan we het financiële effect hebben gekwantificeerd. Daarnaast gaan we ook in op de taakstellingen die de gemeente kent vanuit de Hervormingsagenda, en op welke manier deze terug te vinden zijn in de beleidsinterventies die we in dit onderzoek in beeld hebben gebracht.

3.1

Omschrijving van ontwikkelingen In het vorige hoofdstuk zijn de beleidsinterventies beschreven. Deze interventies zijn zogeheten interne ontwikkelingen, waar de gemeente zelf invloed op heeft. Naast interne ontwikkelingen zijn er ook externe ontwikkelingen, waar de gemeente geen of weinig invloed op heeft. Om een goede voorspelling van de kostenontwikkeling te kunnen doen, is het van belang om ook deze externe ontwikkelingen in beeld te brengen en te kwantificeren. Onderstaand beschrijven we de drie externe ontwikkelingen die we voor dit onderzoek in beeld hebben gebracht.

3.1.1 Ontwikkeling van het aantal cliënten Ook als er niks verandert in het beleid van de gemeente, zal het aantal cliënten in jeugdzorg zich ontwikkelen. Voor sommige vormen van zorg neemt het aantal cliënten naar verwachting toe en voor anderen neemt dit aantal af. Voor de zorgvormen zonder verblijf heeft de gemeente Nijmegen een prognosemodel ontwikkeld. Dit model voorspelt het aantal cliënten per stadsdeel op basis van een aantal ontwikkelingen die (op basis van het verleden) een correlatie bleken te vertonen met het aantal cliënten.7 De uitkomsten van dit prognosemodel gebruiken we in dit onderzoek als de externe ontwikkelingen die de ontwikkeling van het aantal cliënten van zorg zonder verblijf beschrijft. Voor zorgvormen met verblijf is er momenteel nog geen vergelijkbaar prognosemodel. In de afgelopen jaren is het aantal cliënten in zorgvormen met verblijf wat gedaald. In overleg met betrokken medewerkers is echter besloten om voor de toekomst geen verdere daling in te schatten. Op het moment van dit onderzoek is het aantal cliënten in zorgvormen met verblijf voor de komende jaren dus gelijkgesteld aan het huidige aantal. Het doel van de gemeente Nijmegen is echter wel om ook een prognosemodel voor zorg met verblijf te ontwikkelen. Als dit model gerealiseerd is, kunnen de uitkomsten daarvan ook worden gebruikt als externe ontwikkelingen voor de interventieprognose.

3.1.2 Ontwikkeling van tarieven Een andere externe ontwikkeling die invloed heeft op de verwachte kosten voor jeugdzorg is de ontwikkeling van de tarieven van zorg. Enerzijds zijn er jaarlijks tariefontwikkelingen (vanwege indexatie). Daarnaast worden vrijwel alle zorgvormen voor 2025 opnieuw aanbesteed. Omdat het uitgangspunt altijd is om te werken met reële tarieven, is een nieuwe aanbesteding typisch een moment om deze tarieven te herijken. De verwachting is dat de tarieven omhoog gaan. Voor dit onderzoek is de tariefontwikkeling als volgt gekwantificeerd:

7

Het prognosemodel bevat dus geen voorspellingen van jongeren die buiten Nijmegen wonen, maar wel jeugdhulp gebruiken.

25

 Voor 2024 is de werkelijke verandering van tarieven per zorgvorm vanwege indexatie opgenomen als externe ontwikkeling.  In 2025 gelden voor het eerst de tarieven die voortkomen uit de nieuwe aanbesteding. De verwachting is dat gemiddeld over de gehele contractwaarde (dus over alle zorgvormen) leidt tot een stijging van ongeveer 10%. Naast deze 10%, is er ook sprake van een indexatie. De verwachting is dat deze indexatie ongeveer 4% bedraagt. Gezamenlijk gaat het in 2025 dus om een percentage van 14,4% kostenstijging ten opzichte van 2024. Dit percentage is opgenomen als de tariefontwikkeling voor 2025.  Voor 2026 zullen de tarieven wederom worden geïndexeerd. Met welk percentage er geïndexeerd wordt, is nog onbekend. Voor dit onderzoek nemen we daarom dezelfde indexatie aan als in 2025 het geval was, namelijk 4%. Dit percentage is opgenomen als tariefontwikkeling voor 2026 ten opzichte van 2025. Net zoals voor alle andere (interne en externe) ontwikkelingen is het bij het gebruik van het dashboard dat op basis van deze interventieprognose is ontwikkeld, mogelijk om de ontwikkeling van tarieven al dan niet zichtbaar te maken. Zo is het mogelijk om het effect van gevoerd beleid op de kosten voor jeugdzorg ook in isolatie van tariefontwikkelingen te bekijken.

3.1.3 Ontwikkeling van kleinschaligheid in jeugdhulp met verblijf Staatssecretaris Van Ooijen heeft in 2022 de opdracht gegeven de gesloten jeugdzorg voor 2030 af te bouwen en om te bouwen naar kleinschalige voorzieningen.8 Het Rijk heeft ook Specifieke Uitkeringen ter beschikking gesteld voor de eenmalige ombouw naar kleinschaligheid. Echter er zijn geen middelen ter beschikking gesteld voor de hogere structurele kosten. Aan kleinschalige zorgvormen zijn logischerwijs hogere tarieven verbonden omdat de kosten voor personeel en huisvesting over minder kinderen worden verdeeld. Bij eenzelfde aantal cliënten, zijn er ook meer professionals nodig. Omdat deze beweging volgt op een landelijk besluit, gaat het om een externe ontwikkeling met een grote impact op de uitgaven voor jeugdhulp met verblijf. Concreet betekent dit dat we voor de betreffende vormen van zorg het verschil tussen de huidige tarieven (voor grootschalige vormen) en de nieuwe tarieven (de kleinschalige tarieven) hanteren als een inschatting van de financiële impact van de kleinschaligheid in gesloten jeugdzorg en een deel van de 3leefmilieusvoorzieningen. Uiteraard streeft de gemeente Nijmegen naar minder kinderen in residentieel verblijf, maar daarmee kunnen deze tariefstijgingen niet volledig worden gecompenseerd.

Eerder is op regionaal niveau berekend dat dit zal gaan om een kostenstijging van ongeveer € 4,4 miljoen. Door aan te nemen dat ongeveer 60% hiervan voor rekening van de gemeente Nijmegen komt, zou dit een kostenstijging van € 2,5 miljoen in 2024 betekenen. In dit onderzoek houden we deze eerder berekende kostenstijging ook aan. Voor 2025 en 2026 is er nog geen inschatting gemaakt. In de resultaten van dit onderzoek houden we de kostenstijging ook voor deze jaren daarom op € 2,5 miljoen (ten opzichte van 2023).

3.2

Taakstellingen Hervormingsagenda In de Hervormingsagenda zijn een aantal maatregelen opgenomen die moeten leiden tot een landelijke besparing op de kosten voor jeugdzorg. Voor elk van deze maatregelen is de potentiële besparing beschreven voor de periode 2023 t/m 2028. Daarnaast is ook aangegeven welke structurele besparing hier daarmee wordt verwacht, van welk deel hiervan de haalbaarheid onzeker is en daarmee ook welke besparing daarmee haalbaar wordt geacht. De volledige tabel zoals deze is

8

Kamerbrief passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

26

opgenomen in de Hervormingsagenda is terug te vinden in bijlage C. Niet alle maatregelen kunnen (momenteel) door gemeenten worden genomen. Voor sommige maatregelen zijn gemeenten bijvoorbeeld afhankelijk van landelijke structuren of tariefafspraken. Daarnaast zijn er ook maatregelen die nog niet concreet genoeg zijn uitgewerkt. Voor een deel van de andere maatregelen is in een handreiking van de VNG opgenomen hoe deze door gemeenten ingevoerd kunnen worden. In onderstaand overzicht geven we van alle maatregelen uit de Hervormingsagenda aan of ze momenteel door gemeenten genomen kunnen worden. Een deel van deze maatregelen komen ook terug in de beleidsinterventies die zijn opgenomen in het regioprogramma of het lokaal plan. Waar de maatregelen uit de Hervormingsagenda (deels) overeenkomen met de interventies die we in dit onderzoek in beeld hebben gebracht, is dit in onderstaand overzicht ook aangegeven. Tabel 5. Overzicht van de huidige mogelijkheden voor het uitvoeren maatregelen uit het Hervormingsagenda en de connectie van deze maatregelen met de onderzochte beleidsinterventies.

Maatregel

Mogelijkheid voor gemeenten

Interventie

Invoeren doorbraakmethode (B15) Brede invoering jeugdconsulenten bij

Maatregel invoeren Maatregel invoeren

7 3

de huisarts (AEF rapport, bijlage E.1) Beperking verwijzingen naar

Maatregel invoeren

4

ongecontracteerd aanbod (B12) Standaardisatie uitvoering (B23)

Maatregel invoeren

Vertaald in

Voorkomen en verkorten residentiële

Maatregel invoeren

de inkoop 9

zorg (B17) Frictiekosten voorkomen en

Hoort bij bovenstaande maatregel

9

verkorten residentiële zorg (B17) Normaliseren voogdijondersteuning

Invoeren na handreiking die de VNG in 2024

n.v.t.

(B18) Selectie en contractering (B5)

zal uitbrengen Invoeren na verschijnen “Starterspakket

n.v.t.

(gecorrigeerd voor interferentie B6) Tariefdifferentiatie (B6)

toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet” Aansluiten bij landelijke productstructuur en

n.v.t.

Versterken normale leven/veerkracht

tariefafspraken Nog niet concreet uitgewerkt, maar

n.v.t.

jeugdigen en hun omgeving (B16)

onderdeel van de acties op o.a. reikwijdte uit het implementatieplan

Afbakening reikwijdte (B2) Regionalisering (B3)

Actie vanuit het Rijk nodig Invoering na inrichting landelijke inkoop

n.v.t. n.v.t.

Vereenvoudiging productcodes (BV)

Nog onduidelijk welke acties hieraan gekoppeld worden

n.v.t.

Momenteel is het dus alleen voor de eerste zes regels in deze tabel mogelijk om een analyse te maken. Aangezien de zesde regel hoort bij de maatregel op de vijfde regel, gaat het in totaal om vijf maatregelen die in kaart kunnen worden gebracht. De standaardisatie in de uitvoering (B23) wordt al toegepast in de inkoop. Deze inkoop maakt onderdeel uit van het regioprogramma, en daarin is ook deze standaardisatie opgenomen. Ook deze inzet is in het kader van dit onderzoek niet gekwantificeerd in één van de maatregelen. In hoofdstuk 4.4 beschrijven we welke resultaten er voor de overige maatregelen verwacht worden op basis van de interventieprognose. Ten slotte concluderen we in hoofdstuk 5.3 welke taakstelling hieraan verbonden kunnen worden, en hoe dit zich verhoudt tot de landelijke taakstellingen.

27

/ 4 Model interventieprognose In dit hoofdstuk beschrijven we de manier waarop het model voor de interventieprognose op is gezet en wat de mogelijkheden hiervan zijn. Daarnaast geven we ook de financiële resultaten van zowel de externe als de interne ontwikkelingen. Ten slotte gaan we ook in op de effecten die verwacht kunnen worden op de maatregelen die in de Hervormingsagenda zijn opgenomen.

4.1

De opzet van het model voor de interventieprognose Zoals eerder beschreven bestaat er de behoefte om zo betrouwbaar mogelijke inschattingen te kunnen maken over de ontwikkeling van de kosten voor jeugdzorg. Eén van de resultaten van dit onderzoek is een model dat de financiële impact van beleidsinterventies in kaart brengt. Op het moment van dit onderzoek zijn hier alleen de interne en externe ontwikkelingen voor opgenomen die in het overzicht in hoofdstuk 2.2 en 3.1 staan. Het is model is echter dynamisch en actualiseerbaar. Dit betekent dat de gemeente Nijmegen in de toekomst zelf nieuwe interventies kan toevoegen of bestaande interventies kan aanpassen. Al deze interne en externe ontwikkelingen worden als input gebruikt door een programma. Dit programma rekent vervolgens de financiële effecten uit van elke mogelijke combinatie van deze ontwikkelingen. Dit overzicht (de output van het programma) is ten slotte de bron voor een interactief dashboard. In dit dashboard is het mogelijk om het effect van elke combinatie van ontwikkelingen (intern en extern) op de kosten zichtbaar te maken. Concreet betekent dit dat bepaalde effecten ‘uit’ of ‘aan’ gezet kunnen worden om zo effecten in isolatie of samenhang te kunnen bekijken. Meer informatie over het interactieve dashboard is opgenomen in bijlage F. Elk model is een versimpeling van de werkelijkheid.

In het geval van deze interventieprognose betekent dit dat we uitgaan van vijf verschillende variabelen waar interne en externe ontwikkelingen invloed op kunnen hebben. Deze vijf variabelen zijn als volgt  Het aantal cliënten in een specifieke zorgvorm  Het volume per cliënt (de combinatie van duur en intensiteit) van een specifieke zorgvorm  De kosten per volume van een specifieke zorgvorm  Het effect op de buurtteams (een grotere of kleinere inzet in uren)  Het directe effect op de kosten In theorie zouden de eerste drie variabelen (cliënten, volume en kosten) voor elk van de zorgvormen die Nijmegen kent in kaart gebracht moeten worden. In de praktijk hebben de beleidsinterventies slechts invloed op een aantal hoofdgroepen van producten. Voor dit onderzoek werken we dan ook met deze hoofdgroepen. In bijlage D is terug te vinden welke groepen worden onderscheiden, en welke producten hiertoe behoren. De basis van het model bestaat uit een voortzetting van de kosten uit het meest recente, complete jaar. Ten tijde van dit onderzoek betreft dit het jaar 2023. Voor dit jaar wordt dus voor elke zorgvorm het aantal cliënten vermenigvuldigd met het gemiddelde volume per cliënt en de gemiddelde kosten per volume. Een aantal beleidsinterventies hebben effect op de inzet vanuit de buurtteams. Hiervoor zijn verschillende keuzes te maken.

Als een interventie meer uren inzet vraagt vanuit buurtteams, kan ervoor worden gekozen om bepaalde andere inzet niet meer te doen. Dit resulteert uiteindelijk in

28

hetzelfde aantal uren inzet vanuit de buurtteams, en dus niet in een kostenverhoging. Het is echter ook mogelijk om de buurtteams uit te breiden en het op die manier mogelijk te maken om meer inzet te plegen. Omdat dit een keuze is die aan de gemeente zelf is, wordt in de rest van dit hoofdstuk, en ook in het interactieve dashboard (zie bijlage F) afzonderlijk inzichtelijk gemaakt wat het effect is op de buurtteams. Alle financiële effecten die in dit rapport zijn opgenomen, zijn bepaald ten opzichte van 2023. Dit betekent bijvoorbeeld dat kosten die voor 2025 zijn opgenomen, ook ten opzichte van 2023 zijn. Als er dus voor 2024 en 2025 dezelfde kosten zijn opgenomen, betekent dit dat er géén verandering van kosten is van 2024 naar 2025. Om te zien wat de verwachte effecten in 2025 zouden zijn ten opzichte van 2024, moeten de financiële effecten van 2024 van de effecten van 2025 af worden getrokken.

4.2

Effecten beleidsinterventies en externe ontwikkelingen Van alle interne en externe ontwikkelingen die zijn gekwantificeerd, hebben we in kaart gebracht wat het effect is op de totale kosten voor jeugdzorg. In het dashboard is het mogelijk om de uitsplitsing hiervan in de verschillende posten te zien. In dit rapport nemen we voor de leesbaarheid alleen het totale effect op. In onderstaand overzicht staat het verwachte financiële effect van de drie externe ontwikkelingen die we in dit onderzoek hebben meegenomen. De kosten die per jaar staan vermeld, zijn de kosten ten opzichte van het uitgangsjaar (2023). Een negatief getal betekent daarbij een daling van de kosten en een positief getal een stijging van de kosten. Voor de duidelijkheid zijn negatieve getallen (welke voor de gemeente een positief effect beschrijven) groen weergegeven en positieve getallen rood. Tabel 6. De verwachte financiële effecten van externe ontwikkeling t.o.v. 2023.

Ontwikkeling Ontwikkeling van het aantal cliënten

2024 PM

2025 PM

2026 PM

Ontwikkeling van de tarieven Ontwikkeling van kleinschaligheid in jeugdhulp

+ € 5,7 mln + € 2,5 mln

+ € 15,4 mln + € 2,5 mln

+ € 18,4 mln + € 2,5 mln

met verblijf De ontwikkeling van het aantal cliënten is momenteel nog niet duidelijk, omdat het prognosemodel nog niet beschikt over dezelfde indeling in zorgcategorieën die we in dit onderzoek hanteren. In de toekomst zal dit wel het geval zijn, waarna het effect van de cliëntontwikkeling zal worden toegevoegd. Uit deze tabel is af te lezen dat de ontwikkeling van de tarieven en de transformatie naar kleinschaligheid in gesloten jeugdzorg zorgen voor een forse toename van de kosten. Voor 2024 komt de toename van kosten voor de ontwikkeling van tarieven door de indexatie van gecontracteerde zorgvormen. Door een nieuwe aanbesteding zullen de tarieven (naast de indexatie) naar verwachting verder toenemen, waardoor de kosten in 2025 toenemen. De toename van 2025 naar 2026 komt wederom door een indexatie van de tarieven. Deze ligt naar verwachting echter lager dan in 2024 het geval is.

29

Van alle beleidsinterventies die te kwantificeren waren is onderstaand opgenomen wat het verwachte financiële effect is. Ook hierbij zijn alle bedragen ten opzichte van 2023, en betekenen negatieve getallen een daling van de kosten en positieve getallen een stijging van de kosten. Het is belangrijk om hierbij te vermelden dat de beschreven effecten alleen gelden als de interventies geïsoleerd worden bezien. Sommige interventies interfereren met elkaar, waardoor de individuele financiële effecten niet per se opgeteld kunnen worden bij het combineren van interventies. Zoals eerder beschreven is ook het effect op buurtteams in beeld gebracht. Voor elk van de interventies zijn daarom verschillende regels onderscheiden:  De eerste regel betreft de financiële effecten, exclusief eventuele effecten op de buurtteams.  Op te tweede regel is het effect op de buurtteams in totaal aantal uren per jaar opgenomen.

Hierbij geven negatieve (groene) cijfers aan dat het benodigd aantal uren afneemt, en positieve (rode) cijfers aan dat het benodigde aantal uren toeneemt  Via een gemiddeld bedrag per uur (€ 79, op basis van beschikbare uren per fte, exclusief indirecte uren voor bijvoorbeeld opleidingen) kan hiervan een vertaling worden gemaakt naar een bedrag dat gerekend zou kunnen worden voor deze extra inzet (als men ervoor zou kiezen om extra medewerkers in dienst te nemen voor deze inzet). Dit is op de derde regel weergegeven.  Op de laatste regel is ten slotte de som van de eerste en derde regel opgenomen. Deze laatste regel betreft dus de totale kostenbesparing of verhoging die zou ontstaan als de buurtteams zouden worden uitgebreid met de benodigde extra uren. Voor interventies die een effect hebben op de buurtteams is het financiële effect dus afhankelijk van de wijze waarop de extra inzet vanuit buurtteams wordt vormgegeven. Als de huidige medewerkers deze extra inzet kunnen leveren (bijvoorbeeld omdat ze andere taken niet meer hoeven uit te voeren, of efficiënter kunnen uitvoeren), dan levert dit geen financieel effect. In dat geval kan gekeken worden naar de eerste regel in elke tabel. Als de extra inzet vanuit buurtteams betekent dat er extra medewerkers moeten worden aangenomen, dan zal dit wel een financieel effect hebben.

In dat geval dient er gekeken te worden naar de laatste regel uit elke tabel.

1. Versterken pedagogische basisvoorzieningen In onderstaand overzicht is weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zijn als de gemeente deze interventie invoert / verder uitbreidt. Tabel 7. De verwachte financiële effecten bij het (verder) uitvoeren van deze maatregel t.o.v. 2023.

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams)

2024 - € 0,7 mln

2025 - € 1,1 mln

2026 - € 1,1 mln

Urenontwikkeling buurtteams Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

- € 0,7 mln

- € 1,1 mln

- € 1,1 mln

Van de verwachte besparing van deze maatregel voor 2025 en 2026 is € 366.667 eigenlijk administratief. Dit betreft namelijk een incidentele subsidie die in 2023-2024 wel is verleend, maar in latere jaren niet meer wordt verleend. Hierdoor telt deze mee in de besparing ten opzichte van 2023. De overige besparing komt door een afname van cliënten en volume per cliënt van verschillende zorgvormen zonder verblijf. De zorgvormen waarbij dit tot de grootste besparing leidt zijn dagbehandeling (€ 260.000), behandeling J&O LVB (€ 190.000) en reguliere begeleiding (€ 130.000).

30

2. STORM-aanpak In onderstaand overzicht is weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zijn als de gemeente deze interventie invoert / verder uitbreidt. Tabel 8. De verwachte financiële effecten bij het (verder) uitvoeren van deze maatregel t.o.v. 2023.

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams)

2024 - € 0,0 mln

2025 - € 0,04 mln

2026 + € 0,03 mln

Urenontwikkeling buurtteams Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

- € 0,0 mln

- € 0,04 mln

+ € 0,03 mln

De STORM-aanpak leidt naar verwachting tot een kleine afname van cliënten in specialistische GGZ. Dit leidt tot een kleine besparing van € 4.000 in 2024 tot € 60.000 in 2026 (ten opzichte van 2023). Voor de jaren 2024 en 2025 blijven de kosten voor de aanpak gelijk aan 2023 (€ 80.000), waardoor er klein positief resultaat wordt verwacht. In 2026 gaan deze kosten omhoog met € 90.000, wat ertoe leidt dat de maatregel als totaal een klein negatief financieel effect heeft.

3. Meer gewone oplossingen In onderstaand overzicht is weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zijn als de gemeente deze interventie invoert / verder uitbreidt. Tabel 9. De verwachte financiële effecten bij het (verder) uitvoeren van deze maatregel t.o.v. 2023.

2024

2025

2026

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams) Urenontwikkeling buurtteams

- € 0,2 mln + 4.600 uur

- € 0,6 mln + 8.000 uur

- € 0,9 mln + 10.700 uur

Kostenontwikkeling buurtteams

+ € 0,4 mln

+ € 0,6 mln

+ € 0,8 mln

Totale kostenontwikkeling

+ € 0,2 mln

+ € 0,06 mln

- € 0,02 mln

De afname van kosten via deze maatregel komt voornamelijk door de afname van het aantal cliënten en het volume per cliënt in begeleiding. Bij een deel van deze cliënten wordt zorg volledig voorkomen, en bij een deel wordt de ondersteuning niet meer vanuit formele zorg ingestoken, maar geleverd door het buurtteam. Dit leidt tot een financiële besparing van € 340.000 voor reguliere begeleiding en € 300.000 voor specialistische begeleiding. Ook voor specialistische GGZ (€ 90.000) en basis GGZ (€ 14.000) wordt hierdoor een besparing verwacht. Hier staat tegenover dat de maatregel ook kosten met zich meebrengt. De toename in kosten voor jongerenwerk en kinderwerk ten opzichte van 2023 bedragen € 550.000. Dat zou samen nog net tot een positief resultaat voor 2024 en 2025 leiden. Echter betekent deze maatregel ook een extra inzet vanuit buurtteams van ongeveer 4.600 uur in 2024 tot 10.700 uur in 2026. Als we dit vertalen naar een bedrag, dan levert dit uiteindelijk voor 2024 en 2025 een licht negatief financieel resultaat. Vanaf 2026 draait dit echter om, en wegen de financiële baten op tegen de kosten van de maatregel.

4. Meer basishulp door buurtteams In onderstaand overzicht is weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zijn als de gemeente deze interventie invoert / verder uitbreidt.

31

Tabel 10. De verwachte financiële effecten bij het (verder) uitvoeren van deze maatregel t.o.v. 2023.

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams)

2024 - € 2,3 mln

2025 - € 3,6 mln

2026 - € 4,9 mln

Urenontwikkeling buurtteams Kostenontwikkeling buurtteams

+ 16.790 uur + € 1,3 mln

+ 30.111 uur + € 2,4 mln

+ 43.744 uur + € 3,5 mln

Totale kostenontwikkeling

- € 1,0 mln

- € 1,2 mln

- € 1,4 mln

De afname van kosten heeft twee belangrijke redenen. Ten eerste neemt het aantal cliënten in begeleiding af doordat buurtteams deze cliënten gaan ondersteunen. Daarnaast gaan voor (andere) cliënten in begeleiding en GGZ de kosten per volume gemiddeld omlaag, doordat er minder maatwerkovereenkomsten worden afgesloten, en meer zorg vanuit gecontracteerde partijen wordt geleverd. Deze twee effecten leveren in 2024 een verwachte besparing van ongeveer € 970.000 voor reguliere begeleiding, € 880.000 voor specialistische begeleiding, € 420.000 voor specialistische GGZ en € 70.000 voor basis GGZ. Hier staat tegenover dat de buurtteams een groot aantal extra uren nodig hebben om al deze cliënten te ondersteunen. Zelfs als deze uren worden omgezet in een financieel effect, dan blijft er uiteindelijk in 2024 nog steeds een verwachte besparing van ongeveer een miljoen over.

5. Regionaal Expertteam Deze interventie wordt momenteel al gedaan. De financiële effecten van deze interventie zijn dus ook al bereikt. In onderstaand overzicht is daarom weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zouden zijn als de gemeente zou stoppen met deze interventie. Ook hierbij geldt dat een negatief (groen) getal een kostendaling betekent, en een positief (rood) getal een kostenstijging. Tabel 11. De verwachte financiële effecten bij het stoppen met deze maatregel t.o.v. 2023.

2024

2025

2026

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams) Urenontwikkeling buurtteams

+ € 0,06 mln n.v.t.

+ € 0,06 mln n.v.t.

+ € 0,06 mln n.v.t.

Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

+ € 0,06 mln

+ € 0,06 mln

+ € 0,06 mln

De verwachting is dus dat het stoppen met deze interventie ervoor zou zorgen dat de kosten ligt omhoog gaan. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat voor deze interventie niet de volledige inzet van het RET is meegenomen, omdat niet alle werkzaamheden goed te kwantificeren waren. Het enige effect dat financieel bijdraagt in de berekening in dit onderzoek, is dat de zorg voor kinderen die zijn besproken aan de RET tafel anders (zonder inzet van deze interventie) 10% duurder was geweest. Omdat dit over slechts 16 kinderen gaat, blijft het financiële effect hiervan beperkt.

6. Sluitend zorglandschap Deze interventie wordt momenteel al gedaan. De financiële effecten van deze interventie zijn dus ook al bereikt. In onderstaand overzicht is daarom weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zouden zijn als de gemeente zou stoppen met deze interventie. Ook hierbij geldt dat een negatief (groen) getal een kostendaling betekent, en een positief (rood) getal een kostenstijging.

32

Tabel 12. De verwachte financiële effecten bij het stoppen met deze maatregel t.o.v. 2023.

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams)

2024 + € 1,6 mln

2025 + € 1,6 mln

2026 + € 1,6 mln

Urenontwikkeling buurtteams Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

+ € 1,6 mln

+ € 1,6 mln

+ € 1,6 mln

Als de gemeente zou stoppen met deze interventie, zou dat dus leiden tot een kostenstijging van naar verwachting € 1,6 miljoen. Dit betekent dat deze interventie momenteel dus een positief financieel effect heeft (wat al in de resultaten van afgelopen jaren is verwerkt). Dit positieve financiële effect komt voornamelijk doordat uithuisplaatsingen worden voorkomen. Een dergelijke ingreep kost jaarlijks gemiddeld € 40.000. Naar verwachting worden er door inzet van IVT, MST, ASH en IAG zo’n 70 uithuisplaatsingen voorkomen, wat leidt tot een positief effect van ongeveer € 2,8 miljoen. De resulterende € 1,6 miljoen ontstaat door hier de kosten voor IVT, MST, ASH en IAG vanaf te trekken.

7. Doorbraakaanpak In onderstaand overzicht is weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zijn als de gemeente deze interventie invoert / verder uitbreidt. Tabel 13. De verwachte financiële effecten bij het (verder) uitvoeren van deze maatregel t.o.v. 2023.

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams)

2024 - € 0,4 mln

2025 - € 0,7 mln

2026 - € 0,9 mln

Urenontwikkeling buurtteams Kostenontwikkeling buurtteams

+ 4.501 uur + € 0,4 mln

+ 4.494 uur + € 0,4 mln

+ 4.494 uur + € 0,4 mln

Totale kostenontwikkeling

- € 0,02 mln

- € 0,3 mln

- € 0,6 mln

Deze interventie wordt verder uitgebreid doordat ook buurtteammedewerkers en jeugdbeschermers getraind worden in de doorbraakaanpak. Hierdoor zullen er naar verwachting meer casussen zijn waarvoor maatwerkplannen worden gemaakt. Per casus met een maatwerkplan wordt gemiddeld ongeveer € 30.000 bespaard. Door het uitbreiden van het aantal medewerkers dat dit soort maatwerkplannen kan opstellen, stijgt naar verwachting ook het aantal maatwerkplannen, en dus de besparing. Hierbij dient wel vermeld te worden dat dit voor ongeveer 55% besparingen binnen de Jeugdwet zijn, en voor de overige 45% besparingen in andere wettelijke kaders. De bedragen die in de bovenstaande tabel zijn opgenomen, betreffen alléén de besparingen binnen de Jeugdwet. Deze interventie wordt momenteel al uitgevoerd. Naast de financiële effecten die op zouden treden bij het uitbreiden hiervan, hebben we daarom ook in kaart gebracht welke effecten het stopzetten van deze interventie zou hebben. Deze effecten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Ook hierbij geldt dat een negatief (groen) getal een kostendaling betekent, en een positief (rood) getal een kostenstijging. Tabel 14. De verwachte financiële effecten bij het stoppen met deze maatregel t.o.v. 2023.

2024

2025

2026

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams) Urenontwikkeling buurtteams

+ € 1,6 mln n.v.t.

+ € 1,6 mln n.v.t.

+ € 1,6 mln n.v.t.

Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

+ € 1,6 mln

+ € 1,6 mln

+ € 1,6 mln

33

Jaarlijks zijn er momenteel zo’n 60 casussen met een maatwerkplan, waarbij gemiddeld een besparing van € 30.000 per casus wordt gerealiseerd. Deze € 1,8 miljoen is deels (55%) besparing binnen de Jeugdwet, en deels (45%) besparing binnen andere wettelijke kaders. Als de gemeente zou stoppen met de doorbraakaanpak, valt deze besparing weg. Anderzijds zouden ook de kosten van ongeveer € 220.000 niet meer gemaakt worden. In totaal zou het stoppen met de doorbraakaanpak dus betekenen dat de kosten met ongeveer € 1,6 miljoen stijgen.

8. Ontlasten kwetsbare gezinnen Deze interventie wordt momenteel al gedaan. De financiële effecten van deze interventie zijn dus ook al bereikt. In onderstaand overzicht is daarom weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zouden zijn als de gemeente zou stoppen met deze interventie. Ook hierbij geldt dat een negatief (groen) getal een kostendaling betekent, en een positief (rood) getal een kostenstijging. Tabel 15. De verwachte financiële effecten bij het stoppen met deze maatregel t.o.v. 2023.

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams)

2024 + € 0,06 mln

2025 + € 0,06 mln

2026 + € 0,06 mln

Urenontwikkeling buurtteams Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

+ € 0,06 mln

+ € 0,06 mln

+ € 0,06 mln

Het effect van deze interventie is een afname van het aantal cliënten in begeleiding, pleegzorg, GGZ, ondertoezichtstelling en dagbesteding. Als men zou stoppen met deze interventie, zal het aantal cliënten in deze zorgvormen naar verwachting dus toenemen. Omdat het om relatief kleine aantallen gaat, zou dit naar verwachting tot ongeveer € 240.000 aan extra kosten leiden. Hier staat tegenover dat de kosten voor Buurtgezinnen en de Zorgoppas niet meer gemaakt hoeven te worden. Daarmee wordt zo’n € 180.000 bespaard. Stoppen met deze interventie zou dus netto ongeveer € 60.000 aan extra kosten betekenen.

9. Verstevigen gezinsvormen Deze interventie wordt momenteel al gedaan. De financiële effecten van deze interventie zijn dus ook al bereikt. In theorie is het mogelijk om de interventie verder uit te breiden. In de praktijk is dit echter (op korte termijn) niet te realiseren. De reden hiervoor is dat de krapte op de arbeidsmarkt het momenteel niet toelaat om de gezinshuiszorg uit te breiden. In onderstaand overzicht is daarom weergegeven wat de verwachte (financiële) effecten zouden zijn als de gemeente zou stoppen met deze interventie. Ook hierbij geldt dat een negatief (groen) getal een kostendaling betekent, en een positief (rood) getal een kostenstijging. Tabel 16. De verwachte financiële effecten bij het stoppen met deze maatregel t.o.v. 2023.

2024

2025

2026

Kostenontwikkeling (excl. buurtteams) Urenontwikkeling buurtteams

+ € 0,6 mln n.v.t.

+ € 1,2 mln n.v.t.

+ € 1,8 mln n.v.t.

Kostenontwikkeling buurtteams

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Totale kostenontwikkeling

+ € 0,6 mln

+ € 1,2 mln

+ € 1,8 mln

Voor de berekening zijn we ervan uitgegaan dat er bij het stoppen met de interventie (zoals deze nu al wordt uitgevoerd), een terugval zal zijn van pleegzorg en gezinszorg naar andere vormen van zorg met verblijf. Omdat deze andere vormen gemiddeld duurder zijn, zou dit een toename van de kosten

34

betekenen. Hierin is ook al verwerkt dat er in deze situatie geen kosten meer gemaakt worden voor bijvoorbeeld de werving van pleegouders.

4.3

Verwachte effecten maatregelen Hervormingsagenda In hoofdstuk 3.2 is opgenomen voor welke maatregelen uit de Hervormingsagenda het momenteel mogelijk is om een inschatting te maken van de mogelijke besparing door gemeente Nijmegen. Voor vier van de vijf maatregelen volgt deze mogelijke besparing uit (een deel van) een van de interventies. Voor elk van deze vier maatregelen geven we onderstaand weer welke besparing er op basis van de betreffende beleidsinterventie (nog) verwacht kan worden. Invoeren doorbraakmethode (B15) Deze maatregel uit de Hervormingsagenda komt volledig overeen met interventie 7 uit dit onderzoek. Momenteel werkt de gemeente Nijmegen al met de doorbraakaanpak. Interventie 7 is dan ook in twee delen gesplitst: het doorzetten en uitbreiden van deze interventie, en het volledig stoppen met deze interventie. Door deze opzet is het mogelijk om in kaart te brengen welke besparing de gemeente al heeft gerealiseerd, en afzonderlijk inzichtelijk te maken welke besparing nog mogelijk is. In onderstaande tabel zijn beiden opgenomen. Tabel 17. Al gerealiseerde en nog mogelijke besparing voor de maatregel "Invoeren doorbraakmethode" uit de Hervormingsagenda.

Al gerealiseerde besparing

2024 - € 1,6 mln

2025 - € 1,6 mln

2026 - € 1,6 mln

Nog mogelijke besparing

- € 0,02 mln

- € 0,3 mln

- € 0,6 mln

Totaal

- € 1,6 mln

- € 1,9 mln

- € 2,1 mln

Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts (AEF rapport, bijlage E.1) In de gemeente Nijmegen is momenteel al een POH werkzaam bij een groot deel van de huisartspraktijken. Aangezien er van deze maatregel uit de Hervormingsagenda een besparing wordt verwacht, kan dus worden gesteld dat met de huidige inzet van POH’s ook al een besparing is gerealiseerd. Het idee achter de besparing van deze maatregel, is dat een POH ervoor zorgt dat er minder verwijzingen naar Jeugd GGZ plaats zullen vinden. Om te bepalen welke besparing er al is gerealiseerd, hebben we gebruik gemaakt van een inventarisatie in 2019. Hierin is onderzocht welke verwijzing een POH heeft gedaan, en welke verwijzing een huisarts bij dezelfde cliënt zou hebben gedaan. Van de cliënten die door een POH werden gezien, zouden huisartsen in 27% van de gevallen naar basis GGZ, en in 53% van de gevallen naar specialistische GGZ hebben verwezen. In de overige 20% zouden ze naar andere opties (zoals begeleiding) hebben verwezen, of geen verwijzing hebben gedaan. De POH verwees voor deze cliënten in 8% van de gevallen naar basis GGZ en in 7% naar specialistische GGZ. In 70% van de gevallen verwezen ze niet door, en in 15% naar overige mogelijkheden. Voor 2023 werden minimaal 421 cliënten door de POH gezien. In deze cijfers ontbreken de aantallen uit Nijmegen Noord nog, dus het betreft hier een onderschatting.

Door te rekenen met de gemiddelde kosten per traject en de werkelijke kosten voor de POH’s, komen we uit op een gerealiseerde besparing van ongeveer € 600.000.

35

In principe zou gesteld kunnen worden dat de gemeente Nijmegen een verdere besparing kan realiseren door het aantal POH’s dat werkzaam is nog verder uit te breiden. Toch is het niet de verwachting dat er op deze manier nog een verdere besparing gerealiseerd kan worden. Ten eerste zijn er al veel POH’s werkzaam, waardoor er sowieso weinig uitbreiding mogelijk is. Ten tweede willen niet alle huisartspraktijken per definitie meewerken aan een POH in de praktijk. Hierdoor is het lastig om het aantal POH’s nog veel verder te verhogen. Ten slotte is het ook maar ernstig de vraag of meer POH’s zullen leiden tot een kostenbesparing. Momenteel zijn er namelijk wachtlijsten voor Jeugd GGZ. Zelfs met minder verwijzingen naar deze zorgvorm, zal het aantal cliënten dat in zorg is dus niet afnemen. Uiteraard is het verkleinen van wachtlijsten een positieve ontwikkeling, maar dit leidt niet (direct) tot een kostenbesparing. Ook voor de al gerealiseerde besparing van € 600.000 is het van belang om te vermelden dat deze besparing (vanwege de wachtlijsten) niet direct terug te zien is. Toch kan er voor deze maatregel gesteld worden dat de gemeente nog een kostenbesparing kan realiseren. Dit is gerelateerd aan een onderdeel van beleidsinterventie 3.

Eén van de effecten van deze interventie is namelijk een afname van het aantal cliënten in begeleiding (regulier en specialistisch) die daar met een verwijzing van de huisarts in terecht komen. Het doel is om deze cliënten in plaats daarvan door het buurtteam te laten ondersteunen. Effectief betekent dit dus dat er een kostenbesparing is door een daling in het aantal cliënten in begeleiding, maar dat de buurtteams meer uren nodig hebben om deze cliënten te ondersteunen. Omdat dit per cliënt een besparing betekent, leidt dit deel van de maatregel tot een besparing. We rekenen deze besparing toe aan deze maatregel uit de Hervormingsagenda, omdat dit alleen mogelijk is vanwege de samenwerking met huisartsen via de POH. In onderstaande tabel vatten we dit samen. Tabel 18. Al gerealiseerde en nog mogelijke besparing voor de maatregel "Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts" uit de Hervormingsagenda.

Al gerealiseerde besparing

2024 - € 0,6 mln

2025 - € 0,6 mln

2026 - € 0,6 mln

Nog mogelijke besparing

- € 0,1 mln

- € 0,3 mln

- € 0,3 mln

Totaal

- € 0,8 mln

- € 0,9 mln

- € 1,0 mln

Beperking verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod (B12) Als onderdeel van beleidsinterventie 4 wordt verwacht dat een deel van de jeugdzorg die nu via maatwerkovereenkomsten verloopt, in de toekomst via gecontracteerd aanbod verloopt. Dit geldt voor de zorgvormen ‘basis GGZ’, ‘specialistische GGZ’, ‘reguliere begeleiding’ en ‘specialistische begeleiding’. Omdat bij deze vormen gecontracteerd aanbod typisch goedkoper is dan maatwerk, levert dit een kostenbesparing op. Bij jeugdhulp met verblijf levert plaatsingen bij nietgecontracteerde partners geen financieel voordeel op. Om kosten te besparen, is er echter wel een hechtere samenwerking nodig tussen buurtteams enerzijds en GI’s en huisartsen anderzijds. Deze ureninvestering van de buurtteams hebben we in rekening gebracht bij het bepalen welke besparing er nog mogelijk is. Tabel 19. Al gerealiseerde en nog mogelijke besparing voor de maatregel "Beperking verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod" uit de Hervormingsagenda.

2024

2025

2026

Al gerealiseerde besparing Nog mogelijke besparing

€0 - € 0,9 mln

€0 - € 1,0 mln

€0 - € 1,2 mln

Totaal

- € 0,9 mln

- € 1,0 mln

- € 1,2 mln

36

Voorkomen en verkorten residentiële zorg, inclusief frictiekosten (B17) Deze maatregel uit de Hervormingsagenda komt overeen met beleidsinterventie 9. Met deze maatregel wordt het aantal cliënten in residentiële jeugdzorg naar verwachting kleiner doordat zij verplaatsen naar pleegzorg en gezinsgerichte vormen van zorg. Zoals bij deze maatregel ook is beschreven, is het momenteel echter niet mogelijk om hier verdere uitbreiding op te realiseren. De reden hiervoor is de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Momenteel geeft Nijmegen echter wel al invulling aan deze maatregel. We hebben dan ook berekend hoeveel de kosten zouden toenemen als de gemeente deze inzet zou staken. Dit kan dus worden gezien als de kostenbesparing die al is gerealiseerd. In onderstaande tabel vatten we dit samen. Tabel 20. Al gerealiseerde en nog mogelijke besparing voor de maatregel "Voorkomen en verkorten residentiële zorg, inclusief frictiekosten" uit de Hervormingsagenda.

2024

2025

2026

Al gerealiseerde besparing Nog mogelijke besparing

- € 1,8 mln €0

- € 1,8 mln €0

- € 1,8 mln €0

Totaal

- € 1,8 mln

- € 1,8 mln

- € 1,8 mln

37

/ 5 Conclusies en aanbevelingen In dit laatste hoofdstuk geven we een gecombineerd overzicht van de financiële effecten van de gekwantificeerde interventies en externe ontwikkelingen. Daarnaast geven we ook handvatten voor het gebruik en de actualisering van de interventieprognose. Ook geven we een beeld van beleidsinterventies uit andere regio’s en de wijze waarop deze zich verhouden tot de gemeente Nijmegen. Ten slotte trekken we conclusies over de besparingen op de maatregelen uit de Hervormingsagenda die al bereikt zijn, en de besparingen die nog verwacht kunnen worden van de gemeente Nijmegen.

5.1

Gecombineerd effect van de interventies In dit onderzoek hebben we negen beleidsinterventies gekwantificeerd. Voor vijf interventies is in beeld gebracht wat de verwachte financiële effecten zijn als deze worden ingevoerd, of verder uitgebreid. Daarnaast is ook voor vijf interventies die momenteel al worden uitgevoerd in beeld gebracht wat het financiële effect zou zijn als de gemeente Nijmegen zou stoppen met de interventie. Dit betekent dus dat er voor één interventie zowel in beeld is gebracht wat het effect van uitbreiden zou zijn, als wat het effect van stoppen zou zijn. Voor de vijf interventies waarvoor de financiële effecten bij uitbreiding of invoering zijn onderzocht, is in onderstaande figuur het gecombineerde effect op de kosten (groen) weergegeven. Ook voor de vijf interventies waarvoor het financiële effect bij stoppen is onderzocht, is het gecombineerde effect op de kosten (rood) in onderstaande figuur opgenomen.

Figuur 3. Het effect op de kosten ten opzichte van 2023 bij het invoeren / uitbreiden van alle interventies waarvoor dit is gekwantificeerd (groen) of het stoppen met alle interventies waarvoor dit is gekwantificeerd (rood).

In de figuur is te zien dat het invoeren of uitbreiden van alle gekwantificeerde interventies in 2024 zou leiden tot een daling van de kosten (ten opzichte van 2023) van ongeveer € 1,5 miljoen. Dit loopt

38

op tot een verwachte daling van de kosten van € 3,0 miljoen in 2026. Als de gemeente zou ophouden met de vijf interventies waarvoor het effect van stoppen is gekwantificeerd, zou dat een toename van de kosten van € 3,9 miljoen in 2024 (ten opzichte van 2023) betekenen. Deze toename loopt op tot ongeveer € 5,1 miljoen in 2026 (ten opzichte van 2023). Met andere woorden kan dus ook gesteld worden dat de inspanningen van de gemeente op deze interventies er toe hebben geleid dat deze genoemde kosten al zijn bespaard. Naast beleidsinterventies is er in het onderzoek ook gekeken naar een aantal externe ontwikkelingen. In onderstaande figuur is weergegeven wat het effect op de kosten is als deze externe ontwikkelingen worden meegenomen. Hierbij hebben we ook weergegeven wat het gecombineerde effect zou zijn van deze externe ontwikkelingen, en het invoeren of verder uitbreiden van de vijf maatregelen die samen tot een kostenbesparing leiden.

Figuur 4. Het verwachte effect op de kosten ten opzichte van 2023 van de externe ontwikkelingen (licht blauw) en het invoeren / uitbreiden van interventies (licht groen). Het gecombineerde effect op de kostenontwikkeling is donkerblauw weergegeven.

Uit deze grafiek valt af te lezen dat er, zelfs met de invoering of uitbreiding van de onderzochte interventies, in 2024 naar verwachting sprake blijft van een kostenstijging van bijna € 7 miljoen. Dit loopt in 2025 op naar € 15 miljoen en in 2026 naar € 18 miljoen, allemaal ten opzichte van 2023. Bij de externe ontwikkelingen in deze figuur is de ontwikkeling van het aantal cliënten nog niet meegenomen, zoals ook beschreven in sectie 4.2. In deze figuur is goed zichtbaar dat de grootste effecten op de kosten voor jeugdzorg, externe ontwikkelingen bedragen (licht blauw) en zich dus buiten de invloedsfeer van de gemeente bevinden.

5.2

De interventieprognose in de toekomst Om de verwachte ontwikkeling van de kosten voor jeugdzorg in beeld te brengen, kon de gemeente Nijmegen eerder al gebruik maken van drie instrumenten: de begroting van het komende jaar, de realisatie van afgelopen jaren, en het prognosemodel voor het aantal cliënten zonder verblijf. Dit onderzoek voegt daar nog een vierde instrument aan toe: de interventieprognose. Met behulp hiervan ontstaat er ook een beeld van het effect dat gevoerd beleid naar verwachting zal hebben op

39

de kosten. Hiermee beschikt de gemeente Nijmegen dus over een breed pakket aan methodes om te sturen op betaalbaarheid. Om de waarde van de interventieprognose ook in de toekomst te behouden, is het van belang om deze te blijven actualiseren. Daarbij zijn verschillende aspecten van belang.  De basis van de interventieprognose bestaat uit het aantal cliënten per zorgvorm, het gemiddelde volume per cliënt per zorgvorm, en de gemiddelde kosten per volume per zorgvorm. Momenteel worden hiervoor de aantallen uit 2023 (het meest recente, complete jaar) gebruikt. We adviseren de gemeente om deze drie variabelen jaarlijks te actualiseren met de meest recente aantallen.  Eén van de externe ontwikkelingen, is de ontwikkeling van het aantal cliënten. Dit wordt in rekening gebracht door het prognosemodel. Ons advies is om ook de resultaten uit dit prognosemodel jaarlijks te actualiseren.  De ontwikkelingen die momenteel in beeld zijn gebracht, zijn afhankelijk van verschillende aannames en gegevens. Het advies is om jaarlijks te bezien in hoeverre de financiële verwachtingen van interventies ook uitkomen. Als er een grote afwijking bestaat tussen voorspelling en realisatie, dan is het van belang om de onderliggende aannames en gegevens te heroverwegen.  De ontwikkelingen die zijn opgenomen in de interventieprognose behelzen een periode van drie jaar.

In de achterliggende berekeningen is in principe het effect voor een langere periode opgenomen. Het advies is het effect van elke ontwikkeling jaarlijks met een jaar uit te breiden. Hierbij dient er gekeken te worden naar de voorspelling van dat jaar. Als er andere verwachtingen zijn dan er momenteel is opgenomen, dan dient deze voorspelling aangepast te worden.  Niet alle beleidsinterventies die de gemeente uitvoert zijn momenteel opgenomen. Daarnaast zullen er in de toekomst ook weer andere interventies worden gestart door de gemeente, en zullen er nieuwe externe ontwikkelingen komen die effect hebben op de kosten. Als deze ontwikkelingen concreet genoeg zijn, is het aan te raden om deze toe te voegen aan de interventieprognose. Naast de actualisatie van de interventieprognose is het ook van belang om deze te blijven zien als hulpmiddel. De prognose is bedoeld als aanvulling op de andere instrumenten die de gemeente ter beschikking heeft. Met behulp van het dashboard dat uit deze interventieprognose volgt is het mogelijk om inzicht te krijgen in het verwachte effect van verschillende ontwikkelingen. Dit inzicht kan gebruikt worden om (bestuurlijke) keuzes te maken over het al dan niet voeren van bepaald beleid. Het is echter van belang om te benadrukken dat het altijd zal blijven gaan om een voorspelling, en geen zekerheid.

De prognose van de effecten van de interventies zijn gemaakt vanuit inschattingen. De werkelijkheid is echter geen laboratorium setting. De financiële effecten van het beleid zullen in de praktijk dus anders uitpakken dan vooraf (via deze prognoses) verwacht wordt. Dit betekent dus ook dat de financiële gevolgen kunnen (en zullen) afwijken van de inschattingen uit dit onderzoek. Nog belangrijker is het feit dat deze interventieprognose alleen financiële effecten in beeld brengt. Vrijwel alle interventies worden gedaan vanuit een inhoudelijk oogpunt. Hoewel zij een kostenbesparing als neveneffect kunnen hebben, is dat niet het hoofddoel. Daarnaast zullen er ook interventies zijn die tot hogere kosten leiden. Dat betekent zeker niet dat de gemeente met deze interventies zou moeten stoppen. Uiteindelijk is het doel om de juiste zorg te leveren aan inwoners die dat echt nodig hebben. Tot slot is het van belang om te benoemen dat we in dit onderzoek slechts een deel van de interventies hebben gekwantificeerd. Alle beleidsinterventies die niet zijn gekwantificeerd, hebben in werkelijkheid wel een financieel effect. Het is echter onmogelijk om in te schatten hoe groot dit effect is ten opzichte van de effecten van de interventies die wel zijn gekwantificeerd.

40

5.3

Beleidsinterventies uit andere regio’s Bij het ontwikkelen van de interventieprognose hebben we breed gekeken naar het beleid van de gemeente Nijmegen. Als we kijken naar het regioprogramma en lokaal plan, dan kunnen we stellen dat er sprake is van een brede set aan interventies. Op alle aspecten van de jeugdzorg wordt inzet gepleegd. Tijdens het onderzoek hebben we ook gekeken naar beleid uit andere gemeenten. Een directe vergelijking tussen gemeenten zal altijd lastig blijven. Ten eerste is er sprake van demografische verschillen. Dit betekent dit dat er een verschil in zorgvraag zal bestaan, maar ook een verschil van de verdeling van zorgvraag over de wijken of buurten. Daarnaast betekent een andere demografie ook dat sommige interventies beter of minder goed zullen aanslaan. Ten tweede is de regionale samenwerking van belang. Niet in elke regio wordt er op dezelfde manier samengewerkt. Dit betekent dat er ander beleid van de individuele gemeenten wordt gevraagd. Ten derde is het ook van belang op welke manier zorg wordt ingekocht, en hoe de sturing op aanbieders plaatsvindt. Een gemeente die met budgetplafonds werkt zal bijvoorbeeld andere beleidsinterventies nodig hebben dan een gemeente die daar niet mee werkt. Bij het vergelijken van de beleidsinterventies in Nijmegen met andere gemeenten hebben we geprobeerd om voorbij deze beperkingen te kijken.

Als dat wordt gedaan, blijken er geen overduidelijke interventies te missen in de gemeente Nijmegen. Interventies waarvan (landelijk) vrij duidelijk is dat ze een positief effect hebben (zoals de doorbraakaanpak) worden in Nijmegen al gedaan. Er zijn dan ook geen concrete interventies te benoemen die Nijmegen nog niet doet, maar waarvan wel met vrij grote zekerheid te zeggen is dat ze een positief effect zouden hebben. Op een abstracter niveau zijn er uiteraard wel punten waarnaar gekeken kan worden. Hierbij gaat het om de volgende gebieden.  Er is vrij veel verschil tussen gemeenten in de samenwerking tussen wijkteams en de sociale basis. Een goede verbinding tussen de twee, vooral tijdens indicatiestelling door wijkteams, kan ertoe leiden dat inwoners op een zo passend mogelijke manier ondersteund kunnen worden.  Veel gemeenten zijn momenteel bezig met het versterken van manieren waarop de empowerment van cliënten (tijdens de zorgverlening) verstevigd kan worden.  Eén van de onderdelen van jeugdzorg die bij de decentralisatie is afgeschaald, is de laagdrempelige ondersteuning van ouders met (jonge) kinderen vanuit de JGZ. Hoewel de gemeente Nijmegen aangeeft dit niet te hebben afgeschaald, kan het lonen om te onderzoeken of een uitbreiding van dit laagdrempelig meedenken met (en geruststellen van) ouders een effect kan hebben op het gebruik van formele jeugdzorg.

Het is niet per se gezegd dat er op deze gebieden ook echt interventies mogelijk zijn die het totale beleid op jeugdzorg verbeteren. Het advies richting de gemeente is alleen om deze gebieden verder te verkennen, om te zien of hierin mogelijkheden zijn die voor de gemeente Nijmegen een toegevoegde waarde kunnen hebben.

5.4

Taakstellingen uit de Hervormingsagenda In de Hervormingsagenda is per maatregel opgenomen welke besparing er landelijk wordt verwacht. De handreiking die de VNG heeft uitgebracht bevat een tabel met percentages per gemeente, zodat deze landelijk verwachte besparingen omgerekend kunnen worden naar een verwachte besparing per gemeente. Voor de gemeente Nijmegen betreft dit 1,33% van het landelijke totaal. Voor de vijf maatregelen die concreet genoeg zijn en waarmee gemeenten momenteel aan de slag kunnen (zie hoofdstuk 3.2) is in onderstaande tabel opgenomen welke besparing er op basis van deze

41

handreiking gerekend wordt voor de gemeente Nijmegen. Hierbij zijn alleen de jaren 2024 t/m 2026 opgenomen, omdat dat de jaren zijn waarover de interventieprognose uit dit onderzoek een voorspelling doet. Om tot deze bedragen te komen is niet alleen 1,33% van het landelijk totaal genomen. Voor sommige maatregelen (B15 en B17) is in de Hervormingsagenda opgenomen dat er slechts een deel van de structurele besparing als ‘haalbaar‘ wordt beschouwd. De rest van de besparing is benoemd als ‘onzeker’. Voor de bedragen in onderstaande tabel is alleen het deel dat als ‘haalbaar’ wordt beschouwd opgenomen. Voor B15 gaat het daarbij om 26% en voor B17 (het deel exclusief frictiekosten) om 50% Tabel 21. Per maatregel uit de Hervormingsagenda de totale besparing die aan de gemeente Nijmegen toegerekend kan worden.

Maatregel Hervormingsagenda Invoeren doorbraakmethode (B15)

2024 - € 0,3 mln

2025 - € 0,3 mln

2026 - € 0,3 mln

Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts (AEF rapport, bijlage E.1)

- € 1,0 mln

- € 1,0 mln

- € 1,2 mln

Beperking verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod (B12)

- € 0,7 mln

- € 0,7 mln

- € 0,7 mln

Standaardisatie uitvoering (B23) Voorkomen en verkorten residentiële

- € 1,5 mln + € 0,7 mln

- € 1,5 mln + € 0,9 mln

- € 3,0 mln + € 0,6 mln

- € 2,9 mln

- € 2,7 mln

€ - 4,9 mln

zorg, inclusief frictiekosten (B17) Totaal

Omdat de gemeente Nijmegen sommige van deze maatregelen al uitvoert, is het niet realistisch om de volledige kostenbesparing die op deze manier procentueel aan de gemeente toegerekend wordt, ook daadwerkelijk te verwachten. Om een realistische inschatting te maken is voor deze maatregelen het volgende gedaan.  Invoeren doorbraakmethode: de verwachte besparing van beleidsinterventie 7 is opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat er al wordt gewerkt met de doorbraakmethode, dus dat er al een bepaalde kostenbesparing is gerealiseerd. De verwachting van beleidsinterventie 7 komt bovenop deze al gerealiseerde besparing.  Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts: bij veel huisartsen wordt al met een POH gewerkt. Een groot deel van de besparing is dus al gerealiseerd. Voor de toekomst is alleen nog een besparing mogelijk door een effect uit beleidsinterventie 3, namelijk de verwachte substitutie van begeleiding door ondersteuning vanuit de buurtteams.  Beperking verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod: de mogelijke besparing op deze maatregel is in kaart gebracht in beleidsinterventie 4. Door het intensiever samenwerken met huisartsen en GI’s, is de verwachting dat er minder verwezen wordt naar ongecontracteerd aanbod.

Omdat het beperken van verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod bij verblijf financieel niets oplevert (en daar de grootste kosten zitten) is de vraag of deze aanname uit de Hervormingsagenda realistisch is. De verwachte besparing van dit deel van deze beleidsinterventie is opgenomen als verwachte besparing op deze maatregel uit de Hervormingsagenda.  Standaardisatie uitvoering: Deze maatregel is integraal opgenomen in de inkoop, en onder dat thema ook omschreven in het regioprogramma. Aangezien dit door de gemeente al wordt gedaan, wordt hier ook geen verdere besparing op verwacht.  Voorkomen en verkorten residentiële zorg: in principe is er een besparingspotentieel voor deze maatregel, welke ook in beeld is gebracht in beleidsinterventie 9. Echter is het onmogelijk om deze besparing nog meer te realiseren, onder meer vanwege de bestaande krapte op de arbeidsmarkt. We verwachten dan ook geen verdere besparing op deze maatregel.

42

In onderstaande tabel is opgenomen welke kostenbesparingen er voor deze maatregelen nog verwacht kunnen worden door de gemeente Nijmegen. Tabel 22. Kostenbesparingen per maatregel uit de Hervormingsagenda die de gemeente Nijmegen in de toekomst nog kan realiseren.

Maatregel Hervormingsagenda

2024

2025

2026

Invoeren doorbraakmethode (B15) Brede invoering jeugdconsulenten bij

- € 0,02 mln - € 0,1 mln

- € 0,3 mln - € 0,3 mln

- € 0,6 mln - € 0,3 mln

de huisarts (AEF rapport, bijlage E.1) Beperking verwijzingen naar

- € 0,9 mln

- € 1,0 mln

- € 1,2 mln

ongecontracteerd aanbod (B12) Standaardisatie uitvoering (B23)

€0

€0

€0

Voorkomen en verkorten residentiële zorg, inclusief frictiekosten (B17)

€0

€0

€0

Totaal

- € 1,1 mln

- € 1,6 mln

- € 2,1 mln

Vier van deze vijf maatregelen zijn door de gemeente Nijmegen al (deels) ingevoerd in het verleden. Dit betekent ook dat er in het verleden al een bepaalde besparing is gerealiseerd. Voor het invoeren van de doorbraakmethode (B15) en het voorkomen en verkorten van residentiële zorg (B17) is deze al gerealiseerde besparing te kwantificeren. Ook de brede invoering van jeugdconsulenten bij de huisarts is door Nijmegen al grotendeels gedaan. Voor deze maatregel is het echter niet mogelijk om hier een financieel resultaat aan te verbinden. Hetzelfde geldt voor de standaardisatie uitvoering (B23). In onderstaande tabel zijn de al eerder gerealiseerde besparingen opgenomen. Tabel 23. Kostenbesparingen per maatregel uit het Hervormingsagenda die de gemeente Nijmegen al heeft gerealiseerd.

Maatregel

Al gerealiseerd

Invoeren doorbraakmethode (B15) Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts (AEF rapport, bijlage E.1)

- € 1,6 mln - € 0,6 mln

Voorkomen en verkorten residentiële zorg (B17) Standaardisatie uitvoering (B23)

- € 1,8 mln Onbekend

Om een vergelijking te maken met de landelijk verwachte besparingen op deze maatregelen, tellen we de al gerealiseerde besparingen op bij de besparingen die nog verwacht kunnen worden. In onderstaande tabel staat het resultaat van deze totale besparing per maatregel die Nijmegen in de toekomst gerealiseerd kan hebben. Voor de standaardisatie uitvoering is onbekend welke besparing al is gerealiseerd. Omdat deze besparing onbekend is, zal de totale al gerealiseerde besparing hoger liggen dan de nu ingeschat kan worden. Dit betekent dat de totale besparing (op de laatste rij) een minimale besparing is, en dus een onderschatting van de werkelijke totale besparing. Tabel 24. De som van besparingen die de gemeente Nijmegen al heeft gerealiseerd en nog kan realiseren per maatregel uit de Hervormingsagenda.

Maatregel Hervormingsagenda

2024

2025

2026

Invoeren doorbraakmethode (B15) Brede invoering jeugdconsulenten bij

- € 1,6 mln - € 0,8 mln

- € 1,9 mln - € 0,9 mln

- € 2,1 mln - € 1,0 mln

de huisarts (AEF rapport, bijlage E.1) Beperking verwijzingen naar

- € 0,9 mln

- € 1,0 mln

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=85b39e2d-f7b9-4024-a0dc-89f2dc1583de