CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

D34 d.d. 12 oktober 2021 van de Rekenkamer Nijmegen inzake Rekenkamerrapport Afval of grondstof

Besluitronde (raadsvergadering) 24 november 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven van interne organen en adviescommissies ter kennisname (tenzij anders vermeld)33.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De verplichting voor Textiel en Gevaarlijke afvalstoffen geldt vanaf 2025. Niet verplicht.

Figuur 2.2: Samenvattend overzicht verplichtingen voor gescheiden inzameling van huishoudelijk afval (bron: Landelijk Afvalbeheersplan (LAP) 3, deel B 2017 – 2029, 2e wijziging).

Het staat de gemeente – binnen de wettelijke regels en het Rijksbeleid (Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)*) - grotendeels vrij hoe zij concreet invulling geeft aan haar verantwoordelijkheid voor het 3

Recycling is de term die gebruikt wordt voor het hergebruik van afval. Andere vormen van hergebruik zijn het hergebruik van producten of onderdelen van producten. In bijlage 6 is een toelichting gegeven op de verschillende vormen van hergebruik die worden onderscheiden.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 2

inzamelen en verantwoord laten verwerken van huishoudelijk afvalstoffen. Zo kan de gemeente bij de inzameling bijvoorbeeld kiezen voor bron- of nascheiding van stromen, stromen huis-aan-huis inzamelen (met minicontainers of zakken) of dat doen met verzamelcocons. In het gemeentelijke afvalbeheer is het gangbaar voor het invullen van de taken de zogenaamde afvaldriehoek te gebruiken (figuur 2.3). De afvaldriehoek geeft de ‘prestatiegebieden’ aan waarop gestuurd kan worden: milieu, service en kosten. De middelste driehoek staat voor de regie (soms ook aangeduid met sturing of beleid).

Figuur 2.3:

Afvaldriehoek.

De drie elementen milieu, service en kosten staan niet los van elkaar. Sturen op het ene element heeft gevolgen voor het andere elementen. Bijvoorbeeld: meer service voor inwoners (alle stromen gescheiden inzamelen aan huis), leidt tot meer gescheiden inzameling en schonere stromen, maar ook tot meer kosten. Het gaat erom de ‘ideale mix’ te vinden. In het Afvalbeleidsplan van de gemeente Nijmegen is deze afvaldriehoek ook opgenomen. Over de ‘ideale mix’ tussen milieu, service en kosten is het volgende aangegeven: ‘Binnen de afvaldriehoek is het doel de juiste balans te bewerkstelligen tussen: •

gewenst milieu effect: verbetering van het scheidingsgedrag van burgers;

•

service: dat bieden we graag, maar wel gericht op de scheidingsdoelstelling;

•

kosten: van afvalinzameling en verwerking zo doelmatig mogelijk inrichten.

We willen een zo maximaal mogelijk milieu-effect bereiken, met een adequaat serviceniveau en tegen “redelijke” kosten. We willen de burger daarvoor enerzijds verleiden tot het aanleveren van herbruikbaar afval door dit te faciliteren of zelfs te belonen. Anderzijds willen we juist het niet scheiden van recyclebaar afval voorkomen en het aanbieden van onnodig restafval tegenwerken: “pull” en “push”’. Het prestatieveld ‘regie’

is in het Afvalbeleidsplan niet specifiek benoemd. In het raadsvoorstel bij het Afvalbeleidsplan zijn wel als belangrijke thema’s voor het actualiseren van het afvalbeleid genoemd: •

het invoeren van verbeteringen in de huidige werkwijze;

•

het verbeteren van de sturing op afvalverwerking.

In het Afvalbeleidsplan zijn – geordend naar de prestatiegebieden milieu, service en kosten doelen en subdoelen opgenomen. In het Uitvoeringsplan bij het Afvalbeleidsplan zijn per (sub)doel Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 3

enkele maatregelen en activiteiten opgenomen. Een overzicht van de doelen, subdoelen, maatregelen en activiteiten is opgenomen in bijlage 3 (Afvalbeleid gemeente Nijmegen). In het vervolg van deze paragraaf gaan wij in op de belangrijkste sturingsinstrumenten die de gemeente tot haar beschikking staan en hoe zij daar gebruik van maakt: •

beleidsplan, uitvoeringsprogramma en monitoring;

•

afvalstoffenverordening;

•

afspraken en contracten met andere spelers in de keten.

Beleidsplan, uitvoeringsprogramma en monitoring Om een richtinggevend kader te hebben voor de uitvoering is een beleidsplan nodig. In dit beleidsplan legt de gemeente vast wat de (tussen)doelen zijn die de gemeente wil realiseren, hoe de gemeente die doelen gaat realiseren (instrumenten, activiteiten, samenwerkingspartners) en wat de uitvoering daarvan gaat kosten (personeel, financieel). Zo’n beleidsplan doet dienst als het meerjarig kader voor de uitvoering. Voor de (bij)sturing van de uitvoering zelf is zo’n beleidsplan te abstract. Om het beleid goed uit te kunnen voeren, vertaalt de gemeente dit in een meerjarig uitvoeringsprogramma. Vervolgens is het van belang in een zich steeds herhalende cyclus de uitvoering van dat programma te monitoren. Met de resultaten van monitoring kan inzicht worden verkregen in hoeverre doelstellingen worden gehaald en afspraken worden nageleefd, kunnen ontwikkelingen worden ingeschat, scenario’s worden op- of bijgesteld en aannames worden gevalideerd. Monitoring kan dus worden gebruikt voor zowel diagnose (kijken naar het verleden en het vaststellen van de stand van zaken) als prognose (kijken naar de toekomst en het inschatten van ontwikkelingen en de gevolgen daarvan).

Op basis van de informatie uit de monitoring én informatie uit ontwikkelingen in het veld, wordt dan de planning voor het eerstvolgende jaar uit het uitvoeringsprogramma geactualiseerd. Op dezelfde manier, maar met een lagere frequentie, wordt het beleidsplan geactualiseerd.

Figuur 2.4:

Schematische weergave van de beleidscyclus.

Op 30 januari 2013 heeft de gemeenteraad de Kadernota afvalbeleid 2013 – 2022 ‘Creatief met afval – minder afval, meer grondstoffen’ vastgesteld (verder: het Afvalbeleidsplan). Onderdeel van het Afvalbeleidsplan was een Uitvoeringsplan voor de jaren 2013 tot en met 2016. In het

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 4

raadsvoorstel bij het Afvalbeleidsplan was aangegeven: ‘Afvalbeleid wordt door Dar uitgevoerd en jaarlijks gevolgd en geëvalueerd in het DVO 4 proces tussen gemeente en Dar. Iedere DVO wordt met een collegebesluit vastgesteld. Het uitvoeringsplan wordt per 2017 geëvalueerd, vernieuwd en vastgesteld in het College’. Bij de uitvoering van het Afvalbeleidsplan is niet gewerkt met voortgangsrapportages of

jaarlijkse actualisaties van het Uitvoeringsplan. Het Uitvoeringsplan in 2016 niet geëvalueerd. Voor de periode vanaf 2017 is geen nieuw Uitvoeringsplan opgesteld. Op de inhoud van het Afvalbeleidsplan en Uitvoeringsplan en de uitvoering ervan is ingegaan in bijlage 3 (Afvalbeleid gemeente Nijmegen). In het college en de raad is (de uitvoering van) het Afvalbeleidsplan en de daarmee bereikte resultaten na 2013 niet zichtbaar aan de orde geweest. Wel zijn sindsdien periodiek terugkerende zaken (DVO, de Nijmeegse inbreng in de AvA 5 van de Dar en in de AB-vergadering van de GR MARN) en op enkele momenten specifieke zaken rond de inzameling of verwerking van afval aan de orde geweest in het college. In het volgende kader zijn deze momenten opgenomen.

DVO met de Dar in het college: In het raadsvoorstel bij het Afvalbeleidsplan was aangegeven dat jaarlijks een DVO door het college wordt vastgesteld. Dat is sindsdien gebeurd voor de DVO’s 2014, 2015 en 2016. Bij de vaststelling van de DVO’s 2014 en 2015 heeft de burgemeester gelijktijdig de portefeuillehouder gemachtigd de DVO te ondertekenen. Voor de DVO’s vanaf 2016 heeft de burgemeester zo’n besluit niet genomen. Uit de collegebesluitenlijsten en voorstellen is op te maken dat de DVO’s 2017 en 2018 zijn vastgesteld en ondertekend door de budgethouder. Voor die DVO’s besloot het college alleen over een begrotingswijziging waarmee de lasten in het betreffende programma in de begroting in overeenstemming werden gebracht met de bedragen in de DVO. De DVO’s 2019, 2020 en 2021 zijn niet in het college aan de orde geweest. Mondeling is ons aangegeven dat deze DVO’s zijn vastgesteld door de budgethouder en zijn ondertekend door de portefeuillehouder. Nijmeegse inbreng in AvA Dar in college: De Nijmeegse inbreng in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van de Dar stond sinds 2014 altijd op de agenda van het college.

Nijmeegse inbreng in AB-vergaderingen MARN in college: De Nijmeegse inbreng in de vergadering van het Algemeen Bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking (GR MARN) stond tot de zomer van 2018 niet op de agenda van het college; sindsdien is dat wel standaard het geval.

4

DVO: Dienstverleningsovereenkomst. In de DVO zijn de afspraken tussen de gemeente en de Dar over onder meer het inzamelen en laten verwerken van huishoudelijk afval door de Dar opgenomen. Verderop in deze bijlage wordt ingegaan op de inhoud van de DVO.

5

AvA: Algemene vergadering van Aandeelhouders.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 5

Specifieke zaken rond de inzameling of verwerking van afval in het college: Sinds de vaststelling van het Afvalbeleidsplan door de gemeenteraad op 30 januari 2013 waren de volgende specifieke zaken rond de inzameling of verwerking van afvalstoffen aan de orde in het college: •

Eenmalige ondersteuning Kledingbank 2013 (19 maart 2013)

•

Invoering afvalpas en nieuw acceptatiebeleid milieustraat (18 juni 2013)

•

Proef met minicontainers voor oud papier in Nijmegen Noord (23 september 2014)

•

Ledenraadpleging VNG plastic afval (9 september 2014)

•

Investering mini-containers voor inzameling oud papier en karton (10 februari 2015)

•

Afvalbeheerplan centrum Nijmegen (20 juni 2017)

•

Inzameling oud papier vanaf 2020 (3 december 2019)

•

Inzameling oud papier in het centrum van Nijmegen 2020 (7 januari 2020) 6

Afvalstoffenverordening Naast een beleidsplan en een bijbehorend uitvoeringsprogramma is de afvalstoffenverordening een belangrijk stuurinstrument voor de gemeente. De Wet milieubeheer (artikel 10.23) schrijft voor dat ‘de gemeenteraad in het belang van het beschermen van het milieu een afvalstoffenverordening opstelt’. Bij de

voorbereiding van het besluit over de afvalstoffenverordening, moet de gemeenteraad ingezetenen en belanghebbenden betrekken volgens de regels die hij daarvoor heeft vastgelegd in de ‘inspraakverordening’ 7. Omdat de afvalstoffenverordening een onderdeel is van het totale stelsel van de Wet milieubeheer moet de gemeente bij het bepalen van de regels ook rekening houden met het afvalbeheerplan van het Rijk. Artikel 10.24 uit de Wet milieubeheer schrijft voor welke regels ten minste in de gemeentelijke afvalstoffenverordening moeten worden opgenomen, en welke regels daarin verder kunnen worden opgenomen. Overtreding van de regels van de Wet milieubeheer – en dus de regels uit de afvalstoffenverordening – gelden als economisch delict. Ter ondersteuning van gemeenten heeft de VNG een modelverordening voor de afvalstoffenverordening opgesteld. Wanneer de gemeente deze modelverordening volgt, worden (onder andere) de spelregels omtrent het aanbieden van huishoudelijk afval expliciet gemaakt. Geregeld wordt dan: •

welke afvalstromen gescheiden worden ingezameld;

•

welke materialen en producten tot de afvalstroom behoren en welke niet;

•

wat de wijze van inzamelen is (bijvoorbeeld zak, minicontainer aan huis of verzamelcontainer);

•

welke partij de gemeente heeft aangewezen voor de inzameling van het huishoudelijk afval;

•

wat de frequentie en tijdstippen zijn waarop de verschillende afvalstromen worden ingezameld (deze kunnen ook worden vastgesteld in een uitvoeringsbesluit);

6

De brief van het college aan de raad hierover is door de raad voor kennisgeving aangenomen op 29 januari 2020.

7

Het gaat om de verordening op grond van artikel 150 van de Gemeentewet waarin de gemeenteraad bepaalt ‘op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken’.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 6

•

dat bepaalde zaken verboden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan: •

partijen die niet aangewezen zijn als inzamelaar mogen geen afval inzamelen;

•

het verbieden van het dumpen van huishoudelijk afval in de natuur of openbare ruimte;

•

het verbieden van het aanbieden van afvalstromen die niet tot de betreffende stroom behoren.

Door deze spelregels vast te leggen in de verordening kan de gemeente handhavend optreden bij overtredingen, bijvoorbeeld als inwoners op verkeerde tijdstippen hun afval aan de straat zetten of als zij afval aanbieden bij een stroom waar deze niet bij hoort en waardoor deze vervuild wordt. De gemeenteraad van Nijmegen heeft geen afvalstoffenverordening vastgesteld. In plaats daarvan zijn de spelregels rond de inzameling van huishoudelijk afval sinds 1994 opgenomen in de APV (Hoofdstuk 4, afdeling 2). De mate waarin daarin spelregels zijn opgenomen, verschilt per stroom. De stromen Restafval en GFT zijn in de APV gedefinieerd. Voor deze stromen is ook de wijze van inzameling en de inzamelfrequentie beschreven. De afvalstromen Textiel, OPK en Glas zijn niet gedefinieerd in de APV. Er is voor deze stromen wel beschreven wat de inzamelfrequentie is en dat het verboden is deze buiten de daartoe aangewezen plekken of bakken aan te bieden. Plastic+ komt niet voor in de APV; het ontbreekt aan een definiëring en ook aan een beschrijving van de wijze van inzamelen en de inzamelfrequentie. In de gevoerde gesprekken (najaar 2020) is aangegeven dat het de afgelopen jaren door (te) volle agenda’s van betrokken medewerkers niet gelukt is een afvalstoffenverordening op te stellen. Inmiddels wordt daar echter aan gewerkt.

Voor de volledigheid noemen wij hier verder dat het college op 13 juli 2021 een Uitvoeringsbesluit inzameldagen en aanbiedtijden vastgesteld. De regels in de afvalstoffenverordening of de APV zijn de basis voor toezicht en handhaving. In het Uitvoeringsplan 2013 tot en met 2016 was over toezicht en handhaving aangegeven: Hoofddoel:

Belevingswereld van de burger staat centraal 8

Subdoel:

Eerst motiveren … dan pas handhaven 9 Handhaving is een belangrijk element voor een succesvolle afvalinzameling. Wanneer we als gemeente onze intentie tot optimale inzameling serieus nemen, zullen we burgers die het niet zou nauw nemen aan moeten spreken op hun verantwoordelijkheid bij het foutief aanbieden of dumpen van afval.

8

In het Afvalbeleidsplan is het hoofddoel als volgt geformuleerd: Omdat we weten dat het gedrag van burgers cruciaal is zetten we burgers en bedrijven in de hoofdrol.

9

In het Afvalbeleidsplan is het subdoel als volgt geformuleerd: Onze handhaving is ‘educatief’ en waar nodig streng gericht op het bereiken van maximaal gedragseffect.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 7

Activiteit:

Handhaving is belangrijk voor succesvol afvalbeleid. De nadruk op de eigen verantwoordelijkheid vraagt om effectieve wegen om burgers expliciet op die eigen verantwoordelijkheid te wijzen, wanneer ze het niet zo nauw nemen met hun afval. Onze handhaving gaat uit van een protocol 10, waarbij expliciet pas met sancties corrigerend wordt opgetreden nadat ‘afval-overtreders’ met een ‘goed gesprek’ op hun verantwoordelijkheden gewezen zijn. Wanneer dit geen verbetering oplevert en waarschuwingen niets uitrichten wordt uiteindelijk wel gesanctioneerd.

Bij navraag naar de handhavingsprotocollen bleek dat die er niet zijn. Samenwerking met andere spelers in de afvalketen: afspraken en contracten Voor het invullen van de verplichting van de gemeenten huishoudelijk afval in te zamelen en op een verantwoorde manier te laten verwerken is samenwerking met andere spelers in de keten nodig. Het Afvalbeleidsplan noemt ‘regionale samenwerking cruciaal voor een effectieve afvalketen’. En meer concreet: •

In samenwerking met de regio zetten we in op projecten die de regionale afvalketen kunnen versterken;

•

Samen met Dar en ARN is het streven om product- en afvalketens zo veel mogelijk op regionaal circulair te sluiten;

•

ARN gaan we nog beter benutten als een belangrijke schakel in deze afvalketen’.

De belangrijkste spelers in de afvalketen voor de gemeente Nijmegen zijn: •

de Dar als opdrachtnemer voor het inzamelen en laten verwerken van huishoudelijk afval;

•

de Gemeenschappelijke Regeling (GR) MARN als aandeelhouder van en opdrachtgever aan de ARN;

•

de ARN als verwerker van GFT en Restafval en overslagstation voor Plastic+ en Glas;

•

Midwaste en RKN als contractpartners van de Dar en de gemeente, die ervoor zorgen dat het ingezamelde Plastic+, Textiel, OPK en Glas naar gespecialiseerde verwerkers gaat.

Hierna geven we een toelichting op deze spelers, hun rol in de afvalketen en de relatie met de gemeente Nijmegen. We sluiten deze bijlage af met een toelichting op enkele landelijke spelers die een belangrijke rol spelen in (het verbeteren van) de afvalketen: •

het Rijk;

•

de Vereniging Nederlandse Gemeenten;

•

de Nederlandse vereniging van gemeentelijke reinigingsdiensten;

•

de Vereniging Afvalbedrijven.

10

In de samenvatting met het overzicht van activiteiten dat is opgenomen in het Afvalbeleidsplan staat dat de handhavingsprotocollen vanaf 2013 verbeterd worden.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 8

SPELERS IN DE AFVALKETEN: DAR

De Dar draagt zorg voor de inzameling en het verantwoord laten verwerken van het huishoudelijk afval uit Nijmegen en de andere gemeenten in de regio. In het Afvalbeleidsplan geeft de gemeente aan dat zij de Dar ‘graag wil positioneren als dé regionale regisseur en adviseur voor de uitvoering van ons afvalbeleid’. Daarvoor biedt de gemeente ‘Dar de kans zich verder te ontwikkelen tot uitvoerder en dé adviseur voor het uitvoerende beleid van onze afvalinzameling en –verwerking’. De gemeente blijft echter

verantwoordelijk: ‘Het opdrachtgeverschap, de beleidsautonomie en dus de uiteindelijke keuzes voor onze inwoners blijven bij ons als gemeente’. In zijn strategisch plan 2020 – 2024 zegt de Dar hierover: ‘Als Dar stimuleren wij een regionaal afgestemde beleidsaanpak, met respect voor de autonomie van de gemeente. De gemeenten bepalen in dit beleidsterrein individueel het tempo. We zullen als Dar instrumenten aanreiken die de gemeenten kunnen inzetten. Dit uiteraard zoveel mogelijk binnen de bestaande afval- en grondstoffenstructuur en met een gezonde balans tussen kosten, service, milieu en werkgelegenheid’. In de

DVO 2020 staat over de wijze van samenwerken tussen de gemeente en de Dar onder meer: ‘de gemeente en Dar werken samen op basis van vertrouwen’. en ‘De gemeente stelt het beleid vast, waarbij Dar een adviserende rol heeft bij het opstellen van het beleid’.

Structuur Sinds 2012 zijn alle gemeenten in de regio zowel aandeelhouder (eigenaar) van als opdrachtgever aan de Dar. 11 De regionalisatie van de Dar heeft als eerste doel de efficiency te vergroten, het inzamelen van afval en de stadsreiniging zo marktconform mogelijk te organiseren en tot zo laag mogelijke tarieven voor de verwerking van de afvalstromen te komen. De gemeente Nijmegen bezit 80% van de aandelen. Namens de gemeente Nijmegen heeft de wethouder financiën zitting in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA). De AvA komt tenminste één keer per jaar bij elkaar voor het vaststellen van de jaarrekening, en verder zo vaak als de Directie, Raad van Commissarissen of (één van) de Aandeelhouders zelf dat nodig vinden.

11

Aandeelhouders en opdrachtgevers van de Dar zijn de gemeenten: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar (sinds 2017 opdrachtgever, sinds 2021 ook aandeelhouder), Nijmegen en Wijchen.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 9

Namens de gemeente Nijmegen heeft de wethouder openbare ruimte zitting in het Bestuurlijk Opdrachtgeversoverleg van de Dar (BO). Omdat elke gemeente (binnen de regels van de Wet milieubeheer en het landelijke afvalbeleid) autonoom is in het vorm geven en inrichten van het afvalbeheer, is het doel van dit overlegorgaan: inhoudelijke dossiers rond het afvalbeheer te delen en af te stemmen. Het doel is niet het nemen van meerderheidsbesluiten die vervolgens regionaal doorgevoerd worden. Het BO komt tenminste twee keer per jaar bij elkaar, en verder zo vaak als actuele ontwikkelingen daarom vragen. Naast dit BO is er ook een Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg (AO). De deelnemers aan dit overleg zijn ambtenaren van de opdrachtgevende gemeenten. Zij komen één keer per zes weken bij elkaar, en verder zo vaak als actuele ontwikkelingen daarom vragen. In de DVO is afgesproken dat het BO en AO wordt ‘georganiseerd en gefaciliteerd’ door medewerkers van de Dar, en dat in ‘deze overleggen kansen en bedreigingen voor de regionale doelstellingen worden besproken aan de hand van de visie en missie van de Dar en de politieke agenda’s van de regiogemeenten’. Bij het BO en AO zijn ook altijd één of meerdere

medewerkers van de Dar aanwezig. Vanuit de hoofdvraag van dit onderzoek is de rekenkamer aan de hand van de verslagen van de vergaderingen nagegaan of en hoe de kwaliteit van gescheiden ingezameld huishoudelijk afval sinds 2018 (de start van de huidige raadsperiode) aan de orde is geweest. Het beeld daaruit is dat diverse malen geconstateerd is dat de kwaliteit van met name GFT, Plastic+ en Textiel niet goed (genoeg) is en verder achteruitgaat. Tot 2020 worden niet of nauwelijks (zichtbare) acties gekoppeld aan de teruglopende kwaliteit. Soms worden wel suggesties voor acties gedaan. Meestal blijft het echter bij constateringen, waarvan een deel enige tijd later opnieuw wordt gedaan. Vanaf medio 2020 krijgt de kwaliteit systematisch aandacht. Er is in de overleggen toegewerkt naar een Plan van Aanpak voor de verbetering van de kwaliteit van GFT, Plastic+ en Textiel. Dit Plan van Aanpak is door de Dar per gemeente en in overleg met die gemeente vertaald in concrete acties voor 2021. We komen daar hierna op terug. In het volgende kader hebben wij ter illustratie enkele punten uit de verslagen van het BO en AO opgenomen. 12 In bijlage 4 (inzicht in afvalstromen: kwantiteit en kwaliteit) zijn wij ingegaan op cijfers over de kwaliteit van de ingezamelde stromen. BO en AO Dar over kwaliteit gescheiden ingezameld huishoudelijk afval •

Het verbeteren van de kwaliteit van afvalstromen is een prioriteit in het jaarprogramma 2019 (AO 16 december 2018).

•

De afkeur van Plastic+ bij ARN is toegenomen door strengere controle aan de poort. Er wordt nog gekeken welke herkomst de vrachten hebben. Daarna wordt gekeken welke acties ondernomen kunnen worden (AO 24 januari 2019).

•

12

Om de kwaliteit van Textiel te verhogen moeten we communicatie inzetten (AO 28 februari 2019).

Het gaat niet om letterlijke citaten, de besproken punten zijn door de rekenkamer samengevat.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 10

•

Vanuit de ARN is toegelicht dat de kwaliteit van afvalstromen afneemt (AO 21 maart 2019). Textiel en GFT zijn expliciet genoemd. Op de kwaliteit van GFT is meer specifiek ingegaan: •

Landelijk onderzoek op basis van cijfers 2017: voor het eerst sinds is begonnen met de gescheiden inzameling van GFT is de hoeveelheid compost uit een ton GFT gedaald en de hoeveelheid residu gestegen.

•

In 2018 kon ARN geen keurcompost maken, de vervuiling van GFT was te groot;

•

In februari 2019 was er een negatief record: 30 afgekeurde vrachten GFT uit de Dar-regio;

•

De coconroute (GFT uit hoogbouw) wordt niet toegelaten tot het composteringsproces, deze GFT gaat direct naar het Restafval 13

•

Voorgesteld is om het onderzoek over GFT 14 nog eens te bekijken en op basis hiervan acties te formuleren (AO 21 maart 2019).

•

Afgesproken is in een volgend overleg stil te staan bij de strategie die nodig is om de kwaliteit van GFT, Plastic+ en Textiel te verhogen (AO 13 juni 2019).

•

ARN heeft ten aanzien van GFT-afval de noodklok geluid. De kwaliteit gaat hard achteruit (Uit Notitie bij agendapunt Kwaliteitsverbetering afvalstromen, AO 2 september 2019).

•

De kwaliteit van Plastic+ daalt. Begin 2019 was er veel afkeur. Na gesprekken hierover ging het beter.

•

Gemeenten doen er goed aan bij het bepalen van de hoogte van de inzamelvergoeding voor Plastic+

Vanaf mei neemt de afkeur weer toe, met name de deelafkeur door stoorstoffen (AO 26 september 2019). rekening te houden met afkeur van 2 à 3% en voor de zekerheid met 4 à 5% (AO 26 mei 2020). 15 •

Vanuit de ARN is aangegeven dat er steeds meer Restafval in onder andere het GFT en Plastic+ wordt aangetroffen (AO 26 mei 2020).

•

Vervuild Textiel komt uit de verzamelcontainers (AO 9 juni 2020).

•

In de Dar-gemeenten zit bij Plastic+: • •

zo’n 18% tot 38% Restafval; zo’n 5% tot 12% niet-verpakkingen van kunststof (Uit Notitie Dar verbeteren kwaliteit grondstoffen, juni 2020 (BO 25 juni 2020)).

•

Naar aanleiding van een vraag van één van de wethouders is door de Dar aangeven dat de afkeur in Nijmegen procentueel hoger is dan in de andere gemeenten in de regio. Er wordt communicatie ingezet om dit percentage naar beneden te krijgen (BO 25 juni 2020).

13

Uit de analyse van de kwaliteit van GFT die de Dar in 2020 heeft uitgevoerd, blijkt dat GFT uit de hoogbouw vaker wordt afgekeurd dan GFT uit de laagbouw, maar ook dat niet alle GFT uit de hoogbouw wordt afgekeurd. In bijlage 4 gaan we hier uitgebreider op in.

14

Gedoeld wordt hier op ‘Onderzoeksrapport: het circulair maken van de GFT-keten – zoveel mogelijk en kwalitatief goed GFT-afval in de gemeente Nijmegen’ dd. 26 januari 2017.

15

Gemeenten krijgen een voorschot op de vergoeding voor het ingezamelde Plastic+. Wanneer bij de sortering blijkt dat er sprake is van vervuiling, wordt de uiteindelijke vergoeding lager en moeten gemeenten een deel van de reeds ontvangen vergoeding terug betalen. Om dit te voorkomen wordt geadviseerd vooraf al rekening te houden met vervuiling. Het gaat hier om vervuiling die blijkt nadat het Plastic+ al geaccepteerd is. Op het acceptatiepunt (in de regio Nijmegen bij de ARN) wordt het Plastic+ visueel geïnspecteerd. Wanneer sprake is van minder dan 15% vervuiling (en er geen sprake is van gevaarlijk afval in het Plastic+), wordt het Plastic+ geaccepteerd.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 11

BO en AO Dar over (behoefte aan) inzicht in de kwaliteit van gescheiden ingezameld HHA •

De MARN is akkoord met een hergebruikspercentage* van 70% voor Plastic+ tot 1 januari 2018. Met eigen resultaten uit sorteerproeven zal de discussie gevoerd worden over de hoogte van het hergebruikspercentage (AO 14 december 2017).

•

Bij de implementatie van het contract met Midwaste moet er aandacht zijn voor rapportage en onderzoek over de kwaliteit van Plastic+. De suggestie is gedaan afgekeurde vrachten bij de ARN na te sorteren (AO 8 november 2018).

•

Betrokkenen zijn enthousiast over de informatie over de hoeveelheden afval die ingezameld en verwerkt worden in de VANG-tool* en VANG-monitor* (actueel en transparant). Dar en Midwaste gaan afspraken maken om de datastroom op gang te brengen (AO 24 januari 2019).

•

Deelname aan de VANG-tool is uitgesteld in verband met de benodigde tijdsinzet (AO 21 maart 2019) 16.

•

Er is behoefte om te weten welke hoeveelheid Textiel naar Marokko gaat en wat daar precies mee gebeurt (AO 28 februari 2019).

•

Er is behoefte aan nadere onderbouwing en analyse van de problematiek: in welke wijken spelen problemen en hoe groot zijn die problemen eigenlijk? Naast de behoefte aan meer inzicht is ook de behoefte uitgesproken om ‘aan de slag te gaan’ (AO 30 oktober 2019).

•

De gemeente Wijchen heeft aangegeven dat ze voor Plastic+ (real time) inzicht mist in de hoeveelheden en de afkeur (AO 31 oktober 2019).

•

Desgevraagd geeft de Dar aan dat bij de uitvoering bekend is wat de ‘probleemwijken’ zijn (BO 4 november 2019).

•

De gemeenten Druten en Wijchen hebben aangegeven dat ze inzicht willen in de afkeur van Plastic+. Verzocht is dit in rapportages aan de gemeente terug te laten komen, zodat er misschien beter op gestuurd kan worden. Afgesproken is dat uitgezocht wordt of dit mogelijk is (AO 21 april 2020).

•

Vanaf 1 april 2020 zullen er 4 keer per jaar sorteeranalyses van Plastic+ per gemeente worden uitgevoerd (AO 21 april 2020) 17.

•

Door de nieuwe wijze van administreren en uitbetalen voor Plastic+ door Midwaste komen de formele kwartaalrapportages te vervallen. Midwaste voert wekelijks data in de VANG-tool in. Desgevraagd is toegelicht dat elke gemeente én Dar in de VANG-tool kan zien wat is ingezameld aan Plastic+ en ook de mate van afkeur (AO 26 mei 2020).

•

De kwaliteit van Plastic+ moet beter, ‘dat weten we met z’n allen’. Het nieuwe acceptatieprotocol zou kunnen leiden tot iets meer afkeur (AO 26 mei 2020).

•

De gemeente Heumen heeft aangegeven behoefte te hebben aan een analyse van de informatie en een verdiepingsslag (BO 25 juni 2020).

Naast het overleg in regionaal verband is er ook regelmatig overleg tussen de gemeente Nijmegen en medewerkers van de Dar over specifiek Nijmeegse zaken rond de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Strategisch plan Dar en regionaal jaarprogramma De Dar stelt elke vier jaar een strategisch plan en elk jaar een regionaal jaarprogramma op. Het strategisch plan wordt na advies door de Raad van Commissarissen vastgesteld door de AvA. In het strategisch plan staan een visie, doelen en activiteiten voor het gehele werkterrein van de Dar. 18 16

Op dit moment gebruiken de Dar en de gemeenten in de regio de VANG-tool niet.

17

Navraag naar de resultaten uit deze sorteeranalyses leverde op dat deze niet zijn uitgevoerd.

18

Naast de inzameling en verwerking van afvalstoffen gaat het om het reinigen van de openbare ruimte, gladheids- en ongediertebestrijding.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 12

Sinds de vaststelling van het Afvalbeleidsplan van de gemeente Nijmegen heeft de Dar twee strategische plannen vastgesteld. Hieronder hebben wij de ambitie, doelen en activiteiten uit die strategische plannen samengevat: •

Strategisch plan 2016 – 2020: •

Missie: Samen creatief naar een schone circulaire leefomgeving door duurzaam afval-, grondstof en (openbaar) ruimtebeheer in het Rijk van Nijmegen.

•

Doelen: • Met alle gemeenten minimaal de VANG doelstellingen realiseren: in 2020 maximaal 100 kilo Restafval per inwoner per jaar en 75% afvalscheiding; • Rol van betekenis hebben in een regionale grondstoffenrotonde door regionale ketens te sluiten.

•

Activiteiten 2016 – 2020: • Omgekeerd of anders inzamelen • Communicatie met inwoners • Beheersbaar netwerk van regionale partijen die deelstromen van inwoners inzamelen • Opzetten grondstoffenrotonde • Onderzoek naar gedragsbeïnvloeding en nieuwe inzamelmiddelen • Samenwerking met andere partijen gericht op meer hoogwaardig hergebruik en circulariteit

•

Strategisch plan 2020 – 2024: •

Stip op de horizon voor 2030: huishoudelijk afval wordt voor 99% een nieuwe grondstof. Diverse praktische hobbels, zoals afvalscheiding bij hoogbouw zijn weggenomen.

•

Doelen voor 2024: • Verhogen afvalscheiding naar 95% en 35 kilo Restafval/inwoner; • Sterke mate van circulariteit in twee ketens; • Actief zijn tot niveau refurbish (opknappen of moderniseren van oud product) (10-R model)*.

•

Activiteiten 2020 – 2024: • Optimalisatie van de inzameling per gebiedstype: (…). • Vergroten van de kwaliteit van in te zamelen grondstoffen: ‘Hiervoor zijn verschillende instrumenten beschikbaar en nodig: van communicatie tot en met handhaving. Deze willen we – na afstemming met de gemeenten - de komende jaren intensiever inzetten’. • Verduurzamen en optimalieren van (inzamel)middelen: (…). • Aanpassen aan en actief bijdragen aan versnelling van de regionale Circulaire Economie*, onder andere door inzicht te krijgen in de keten; • Actief samenwerken met partijen in de voor- en achterkant van de afvalketen.

Het regionaal jaarprogramma wordt door het BO vastgesteld. Meestal is de kern van dat jaarprogramma een tabel waarin de activiteiten in enkele steekwoorden zijn benoemd en voorzien van een beknopte toelichting en een deadline. In het regionaal jaarprogramma is niet benoemd wie de activiteit uitvoert en wat daarvan de kosten (of opbrengsten) zijn. In de regionale jaarprogramma’s zijn jaarlijks terugkerende en éénmalige activiteiten opgenomen. Voorbeelden van jaarlijks terugkerende activiteiten zijn de sorteerproeven van het Restafval en de afvalmonitor met daarin cijfers per gemeente en vergelijkingen met andere gemeenten. Aan het BO wordt niet systematisch teruggekoppeld over de uitvoering van de activiteiten uit het regionaal jaarprogramma of de voortgang van de realisatie van het strategisch plan.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 13

Dienstverleningsovereenkomst (DVO) In het raadsvoorstel bij het Afvalbeleidsplan is toegelicht dat het gemeentelijke Afvalbeleidsplan en bijbehorende Uitvoeringsplan bedoeld zijn voor het formuleren van de jaarlijkse opdracht aan de Dar: ‘De kadernota geeft de doelstellingen en koers van ons afvalbeleid. Het uitvoeringsprogramma 19 moet borgen dat het gemeentelijk beleid t.a.v. afval de komende jaren op een juiste manier in de DVO 20 met Dar wordt opgenomen (…). Afvalbeleid wordt door Dar uitgevoerd en jaarlijks gevolgd en geëvalueerd in het DVO proces tussen gemeente een Dar. Iedere DVO wordt met een collegebesluit vastgesteld’.

In de DVO maakt de gemeente afspraken met de Dar over de inzameling en verwerking van afvalstoffen. In de DVO is ook de wijze van samenwerking tussen de gemeente en de Dar vastgelegd. De jaarlijkse DVO is dus een belangrijk sturingsinstrument van de gemeente Nijmegen voor de uitvoering van het Afvalbeleidsplan en meer concreet het bijbehorende Uitvoeringsplan. Uit de bestudering van de stukken komt het volgende naar voren: •

Het Uitvoeringsplan bij het Afvalbeleidsplan had een looptijd van 2013 tot en met 2016. Op basis van een evaluatie van het Uitvoeringsplan, zou het Uitvoeringsplan voor 2017 en volgende jaren worden opgesteld. Het Uitvoeringsplan is in 2016 niet geëvalueerd. Het Uitvoeringsplan is tussentijds ook niet geactualiseerd (de volgens gesprekspartners ambitieuze planning is niet aangepast, nieuwe activiteiten zijn niet toegevoegd). Er is geen Uitvoeringsprogramma voor 2017 en volgende jaren opgesteld. Daarmee is (een deel van) de voeding van de DVO weg gevallen.

•

In de DVO’s zijn doelstellingen opgenomen voor de kwaliteit van de ingezamelde afvalstoffen. Deze doelstellingen zijn – met uitzondering van die voor Textiel – in algemene termen geformuleerd. De doelstellingen per stroom zoals genoemd in de DVO 2020 zijn opgenomen in het volgende kader. 21 Wat verstaan wordt onder ‘maximale hoeveelheid’ of ‘tot een minimum beperken’ is niet toegelicht of uitgewerkt in de DVO: 

De hoeveelheid én kwaliteit van ingezameld GFT verbeteren.

Een maximale hoeveelheid Plastic+ van goede kwaliteit inzamelen.

Het aandeel Restafval e.d. in de Plastic+-stroom tot een minimum beperken.

Het inzamelen van een maximale hoeveelheid Oud Papier en Karton van goede kwaliteit.

Een maximale hoeveelheid op kleur gescheiden Glas inzamelen van goede kwaliteit.

Een maximale hoeveelheid Textiel inzamelen van goede kwaliteit.

Minimaal 90% van het ingezamelde Textiel dient te worden hergebruikt als product dan wel als materiaal.

19

Het Uitvoeringsplan wordt in het Uitvoeringsplan zelf soms ook aangeduid met Uitvoeringsprogramma. De rekenkamer heeft – met uitzondering van citaten – steeds de term Uitvoeringsplan gebruikt.

20

DVO: Dienstverleningsovereenkomst. Sinds 2019 zijn de DVO’s voor het onderhoud van de openbare ruimte en die voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval ondergebracht in één DVO. Voorheen werden twee afzonderlijke DVO’s afgesloten.

21

Bij een aantal stromen is ook de inzamelwijze opgenomen in de doelstelling. Die hebben wij in dit overzicht weggelaten.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 14

•

In de DVO’s zijn voor het onderdeel afval vooral inspanningsverplichtingen* opgenomen en niet of nauwelijks (SMART 22 geformuleerde) resultaatverlichtingen*. Voor het onderdeel openbare ruimte zijn in de DVO behalve inspanningsverplichtingen ook (SMART geformuleerde) resultaatverplichtingen vastgelegd. Ter illustratie zijn in onderstaand kader enkele artikelen uit de DVO 2020 opgenomen: Inspanningsverplichtingen: •

Dar ruimt gemorste afvalstoffen tijdens het ledigingmoment op.

•

Dar ledigt (ondergrondse) containers zo frequent dat overloop wordt voorkomen. Bij zogenaamde clusterlocaties wordt gekeken naar het totaal beschikbare aanbiedvolume voor bewoners, zodat Dar niet één volle container moet ledigen als de andere container(s) nog voldoende capaciteit hebben.

• •

Inzamelcorrecties worden na melding binnen 2 werkdagen uitgevoerd. Bijplaatsingen die het gevolg zijn van een container die niet beschikbaar was (vol/defect), zullen bij lediging en/of reparatie worden opgeruimd.

•

Bijplaatsingen terwijl de containers beschikbaar waren, dienen te worden behandeld als illegaal gedumpt afval.

Voorbeelden van resultaatsverplichtingen: •

Voor openbare ruimte én afval: •

•

Een minimale burgertevredenheid van een 7,0.

Voor openbare ruimte: •

Minimaal te voldoen aan het Mariken kwaliteitsniveau 23, zijnde de technische eisen die in deze overeenkomst staan vermeld.

•

De gemeente en Dar richten de openbare ruimte in en beheren deze zodanig dat het CO2verbruik met 20% afneemt en er 10% meer circulaire grondstofstromen tot stand komen.

•

Aan het voornemen uit het Uitvoeringsplan bij het Afvalbeleidsplan te gaan werken met een jaarlijks communicatieplan dat onderdeel wordt van de DVO is geen (zichtbare) invulling gegeven. Ons is toegelicht dat het in 2014 door de Dar opgestelde communicatieplan nog steeds actueel is en gebruikt wordt als kader voor de communicatie 24. In de DVO zijn verder specifieke afspraken gemaakt over onder meer de taakverdeling tussen de gemeente en de Dar bij de communicatie. Deze zijn opgenomen in onderstaand kader. •

Dar verzorgt de communicatie met bewoners over afvalscheiding, -inzameling, reiniging van de openbare ruimte, plaagdierbestrijding en alle andere diensten van Dar in Nijmegen.

•

•

De publieksvoorlichting op deze terreinen bestaat uit: •

het informeren van de bewoners van Nijmegen over de dienstverlening;

•

voorlichting en stimuleren van het gewenste gedrag van de bewoners van Nijmegen.

Dar is verantwoordelijk voor de communicatiestrategie en uitvoering van de communicatie over haar taken.

•

Dar stelt jaarlijks, uiterlijk voor oktober, een jaarcommunicatieplan op voor het komende jaar.

22

SMART: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. In bijlage 6 is een toelichting op

23

Mariken kwaliteitsniveau: naam voor het basisniveau van de kwaliteit van de openbare ruimte in

SMART opgenomen. Nijmegen. 24

In ambtelijk hoor- en wederhoor is aangevuld dat: •

aan de hand van het kader en in overleg met de gemeentelijke communicatie-adviseurs een jaarlijks communicatieplan wordt opgesteld door Dar.

•

er een regionaal overleg is met alle gemeentelijke communicatie-adviseurs.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 15

•

Gedurende het lopende jaar maakt Dar communicatieplannen voor projecten en campagnes.

•

De communicatieplannen worden altijd voorgelegd ter goedkeuring aan de gemeente.

•

Tussentijds houdt Dar de gemeente op de hoogte van ontwikkelingen in de uitvoering van de communicatie.

•

De gemeente kijkt vooraf mee naar en geeft goedkeuring aan teksten en communicatiemiddelen die door Dar verstuurd worden waar het gaat om onderwerpen die een grote impact hebben op de inwoners.

•

De gemeente zorgt voor een contactpersoon van de afdeling communicatie voor afstemming met Dar die zorgdraagt voor de afstemming binnen de gemeente.

•

In de regionale jaarprogramma’s is aangegeven dat deze steeds onderdeel zijn van de DVO; dat is niet (zichtbaar) het geval. In de DVO is onder ‘Planning’ vastgelegd: De afdeling Advies en Relatiebeheer van Dar werkt volgens een jaarplan (…). Dit om de gemeente zekerheid te bieden over de beschikbare capaciteit voor projecten en reguliere werkzaamheden.

Het in de DVO genoemde jaarplan is een ander plan dan het regionale jaarprogramma. Het jaarplan betreft een gedetailleerd intern werkprogramma van de Dar. Zoals hiervoor aangegeven wordt het regionaal jaarprogramma door het BO vastgesteld en betreft het een overzicht op hoofdlijnen van jaarlijks terugkerende en éénmalige activiteiten. •

De afspraken in de DVO’s over informatie-uitwisseling, monitoring en evaluatie zijn algemeen van aard (zie onderstaand kader). Rapportages over de uitvoering van werkzaamheden en daarmee behaalde resultaten heeft de rekenkamer niet ontvangen. 

de gemeente en Dar: • •

informeren elkaar open en transparant, zowel gevraagd als ongevraagd; informeren elkaar actief bij gebreken of ondermaatse (beeld)kwaliteit in de openbare ruimte en treden waar mogelijk op. Rekenkamer: voor afvalinzameling is een dergelijke afspraak niet opgenomen in de DVO.

Voor een goede samenwerking is overleg nodig. Het doel van ieder overleg is het tijdig uitwisselen van informatie over de voortgang van de uitvoering om tijdig te kunnen bijsturen op het behalen van de (contract)doelstellingen.

Dar legt de uitvoering van werkzaamheden en de daarmee behaalde resultaten vast.

Dat doet Dar zodanig dat de gemeente, via rapportages, audits of antwoorden op vragen vanuit het ambtelijk apparaat, inzage heeft in de kwaliteit en/of frequentie van de uitgevoerde werkzaamheden.

Dar verzorgt rapportages voor het contractteam, zodat de voortgang van de uitvoering besproken kan worden.

De coördinatoren stellen op basis van de rapportage in het contractteam en de voortgang van de plateauplanning ieder kwartaal rapportages voor de MT’s 25 op.

Voor GFT is in de DVO een concrete afspraak gemaakt: Wanneer Dar een container niet ledigt, hangt Dar een containerhanger op met daarop de reden waarom een container niet is geleegd. Tevens melden zij het adres aan het klantencontactcentrum ter registratie in het systeem.

Navraag heeft opgeleverd dat de Dar op dit moment geen eenduidige registratie bijhoudt van de adressen waar een kaart aan de container is gehangen. Het is daardoor nog niet goed mogelijk te zien waar meer dan eens afval verkeerd wordt aangeboden.

25

MT: managementteam.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 16

•

In het raadsvoorstel bij het Afvalbeleidsplan stond in de paragraaf ‘Uitvoering en evaluatie’: ‘Afvalbeleid wordt door Dar uitgevoerd en jaarlijks gevolgd en geëvalueerd in het DVO proces tussen gemeente een Dar’. Navraag naar de rapportages naar aanleiding van deze evaluaties leverde op

dat die er niet zijn. In de gesprekken met de betrokken medewerkers en de portefeuillehouder is aangegeven dat de evaluatie van de DVO mondeling plaatst vindt. Aangegeven werd dat dit gebeurt in de gesprekken die gedurende het jaar gevoerd worden en dat twee keer per jaar (ambtelijk) expliciet gesproken wordt over de doelen, de voortgang in de uitvoering en de knelpunten daarbij. Adviesfunctie Dar Volgend uit de DVO, het jaarprogramma of de (regionale) ambtelijke of bestuurlijke overleggen doet de Dar voorstellen aan de gemeente voor het verbeteren van de afvalinzameling. De Dar baseert zich daarbij onder meer op eigen ervaringen, doet onderzoek of baseert zich op ervaringen of onderzoek van anderen. De afgelopen jaren deed de Dar bijvoorbeeld onderzoek naar: •

inzamelvarianten voor Textiel (2017);

•

het circulair maken van de GFT-keten (2017);

•

de aanbieding van GFT in Neerbosch Oost (2019) en Willemskwartier (2019);

•

de kwaliteit van GFT, Plastic+ en Textiel (2020).

Voorstellen voor aanpassingen in de afvalinzameling van de Dar aan de gemeente(n) in de afgelopen jaren hadden onder meer betrekking op: •

de spreiding van Glas en Textiel containers in de stad (2014)

•

de invoering van mini-containers voor OPK (2015)

•

de aanpassing van de inzameling van OPK door een tekort aan chauffeurs voor de avonduren (overdag in plaats van ’s avonds en daarmee door Dar en niet door verenigingen) (2018 / 2019))

•

ondergronds inzamelen in het centrum (2017)

•

de uitwerking van het raadsbesluit de zakken voor Plastic+ niet langer gratis beschikbaar te stellen (2019 / 2020).

Vanuit haar adviesfunctie heeft de Dar verder in de afgelopen jaren onder meer een communicatieplan opgesteld (2014) en dat uitgewerkt in jaarplannen. In de gevoerde gesprekken is aangegeven dat dit plan nog steeds de basis vormt voor de communicatie met inwoners over afval(inzameling). En in 2020 stelde de Dar vanuit haar adviesfunctie een Plan van Aanpak op voor het verbeteren van de kwaliteit van het gescheiden ingezameld huishoudelijk afval. In 2021 staat de verbetering van de kwaliteit van GFT centraal. De verbetering van de kwaliteit van Plastic+ en Textiel staat in respectievelijk 2022 en 2023 op de rol. Per stroom zal steeds worden ingezet op: basis op orde, communicatie, controle en handhaving. Vooraf worden per jaar, in overleg tussen de betreffende gemeente en de Dar, concrete doelen geformuleerd. Voor een overzicht van de doelen voor het verbeteren van de kwaliteit van GFT in Nijmegen verwijzen wij naar bijlage 3 (Afvalbeleid gemeente Nijmegen).

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 17

Contracten De gemeente heeft haar verantwoordelijkheid voor het verantwoord laten verwerken van het ingezamelde afval gedelegeerd aan de Dar. Ook de andere gemeenten uit de regio Nijmegen hebben dat gedaan. Daartoe heeft de Dar namens de gemeenten contracten afgesloten voor de sortering en verwerking van Plastic+, Glas, OPK en Textiel. Concreet gaat het om een contract met Midwaste voor Glas, OPK en Textiel en een contract voor Plastic+ met RKN. Op grond van afspraken die de VNG namens de gemeenten heeft gemaakt, is de gemeente contracthouder voor RKN. In de paragraaf Midwaste / RKN is een toelichting op deze contracten opgenomen.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 18

SPELERS IN DE AFVALKETEN: GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING MARN

De Gemeenschappelijke Regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen (GR MARN) is één van de aandeelhouders (eigenaar) van en opdrachtgever aan de ARN (de Afvalverbranding Regio Nijmegen). Op dit moment heeft de GR MARN 51% van de aandelen in handen 26, de overige 49% van de aandelen is in handen van een commerciële partij (Remondis). De ARN verbrandt het Restafval van de gemeenten uit de regio. Het GFT uit de regiogemeenten wordt door de ARN vergist en gecomposteerd. Verder is de ARN acceptatie- en overslagpunt voor Plastic+ en Glas uit de regiogemeenten. Structuur In de GR MARN participeren de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, West Maas en Waal 27 en Wijchen. De GR MARN behartigt de belangen van de regiogemeenten als aandeelhouder in afvalverbrander ARN BV. Via de GR MARN is de continuïteit van de verwerking van Restafval en GFT bij ARN BV gewaarborgd. Over de rol van de GR MARN staat in het Afvalbeleidsplan: ‘Omdat Dar een centrale positie gekregen heeft als adviseur op het gebied van afval, zijn adviserende taken en afvalprojecten van GR MARN naar Dar verschoven. Door deze ontwikkeling en het vormen van een RUD 28 voor andere milieutaken in onze regio, zijn veel taken van de GR MARN vervallen.

GR MARN blijft sterk afgeslankt bestaan om zorg te dragen voor de aandelenportefeuille van de gemeenten in ARN en als schakel om de gemeenten regionaal te verbinden met hun opdrachtgeverrol naar Dar en ARN’.

26

Omdat dit niet de focus van het onderzoek is, gaan we hier niet uitgebreid in op de wijzigingen in het aandeelhouderschap in de afgelopen jaren. Voor de volledigheid noemen wij hier dat tot medio 2019 ook de GR Regio Rivierenland en de GR Regio Vallei aandeelhouder van de ARN waren. De publieke partijen hebben samen altijd het meerderheidsbelang in de ARN gehad.

27

De gemeente West Maas en Waal heeft in 2020 aangegeven uit de GR MARN te willen treden.

28

RUD: Regionale UitvoeringsDienst. Het gaat hier om de ODRN, de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 19

De taken en bevoegdheden van de GR MARN zijn in de GR als volgt verwoord (artikel 5): 1.

Afvalverwerking: a.

Het deelnemen in het aandelenkapitaal van ARN B.V. of haar rechtsopvolger.

b.

Het in overleg met de gemeenten regelen van de aanvoer van de afvalstoffen, voor zover dit uit een oogpunt van doeltreffende bedrijfsvoering van de verwerkingsinrichting noodzakelijk is.

c.

Elk van de gemeenten verbindt zich om: i.

de door of vanwege die gemeente ingezamelde afvalstoffen aan de verwerkingsinrichting aan te bieden van welke verplichting door het Algemeen Bestuur ontheffing kan worden verleend;

ii.

de wijze van inzamelen af te stemmen op de wijze van verwerken van de verwerkingsinrichting;

iii.

voor veranderingen in het inzamelsysteem, tijdig vooraf toestemming te vragen aan het Dagelijks Bestuur waaraan de voorwaarde kan worden verbonden dat de uit die veranderingen voortvloeiende nadelige gevolgen aan het openbaar lichaam of aan de ARN B.V. worden vergoed.

d.

het openbaar lichaam sluit met de ARN B.V. een vuilverwerkingsovereenkomst, regelende de aanbiedingsplicht van de deelnemende gemeenten van de door of vanwege hen opgehaalde afvalstoffen, de acceptatieplicht van de aangeboden afvalstoffen door de verwerkingsinrichting en het in rekening brengen van de verwerkingskosten door ARN B.V. aan de deelnemende gemeenten.

2.

Beleid Het afstemmen en/of het opzetten van gezamenlijk beleid op afval en milieuterrein 29.

Namens de gemeente Nijmegen heeft sinds 2018 de portefeuillehouder duurzaamheid zitting in het AB en DB van de GR MARN; van beide gremia is zij voorzitter. Tot 2018 nam vanuit Nijmegen de portefeuillehouder ‘afval’ zitting in het AB. Ambtelijk overleg over MARN-aangelegenheden wordt wanneer nodig gekoppeld aan het maandelijkse ambtelijke opdrachtgeversoverleg (AO) van de Dar. Sinds 2018 is de directiesecretaris van de Dar via een detacheringsconstructie tevens secretaris van de MARN. Vanuit de hoofdvraag van dit onderzoek is de rekenkamer nagegaan of en hoe de kwaliteit van het GFT sinds 2018 (huidige raadsperiode) aan de orde was in het DB en AB van de MARN. Die kwaliteit is immers in hoge mate bepalend voor de mogelijkheden het GFT te vergisten en composteren. De kwaliteit van GFT blijkt niet (zichtbaar) onderwerp van overleg te zijn geweest. Er is wel een keer gesproken over de kwaliteit van Plastic+. En bij de start van de nieuwe raadsperiode zijn de VANG-doelstellingen en de kwaliteit van grondstoffen genoemd als bespreekpunt voor de komende periode 30.

29

In de praktijk is deze taak bij de Dar neergelegd (zie citaat uit Afvalbeleidsplan op de vorige bladzijde).

30

Het gaat in onderstaand kader niet om letterlijke citaten, de besproken punten zijn door de rekenkamer samengevat.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 20

Kwaliteit afvalstromen in AB MARN 31 •

De kwaliteit van Plastic+ is niet goed. De MARN is hierover in gesprek met de ARN. Voor de MARN is lastig te bepalen wat er aan de hand is en waar. Indien dat duidelijk is, kan gericht worden bijgestuurd (AB MARN 29 maart 2018).

•

De resultaten uit de sorteerproef Plastic+ stonden op de agenda van het AB MARN op 25 juni 2018. In het verslag is daarover alleen opgenomen dat is afgesproken dat deze openbaar gedeeld mogen worden.

•

Bij de verkenning van de onderwerpen die de komende jaren op de agenda van de MARN moeten staan, zijn VANG en grondstofstromen genoemd (DB MARN 27 augustus 2018).

Vuilverwerkersovereenkomst Behalve dat de GR MARN aandeelhouder is van de ARN, is zij ook opdrachtgever van de ARN. De GR MARN heeft in 1988 een Vuilverwerkersovereenkomst met de ARN afgesloten. In de Vuilverwerkersovereenkomst zijn afspraken gemaakt over: •

de aanbiedingsplicht van door de MARN-gemeenten ingezameld afval aan de ARN: •

Ter verwerking kunnen worden aangeboden, afvalstoffen die door of vanwege de aan leverancier (GR MARN) deelnemende gemeenten worden ingezameld, te weten huishoudelijke afvalstoffen, grof huisvuil, bedrijfsafvalstoffen, bouw- en sloopafval, rioolslib, niet verontreinigde grond, baggerslib, veegvuil, marktafval, plantsoenafval en daarmee gelijk te stellen categorieën afval.

•

Leverancier (GR MARN) staat er voor in dat alle door of vanwege de aan leverancier deelnemende gemeenten ingezamelde afvalstoffen (…) aan verwerker ter verwerking worden aangeboden.

•

de acceptatieplicht van de aangeboden afval door de ARN: •

Verwerker is verplicht die afvalstoffen te accepteren en op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze te verwerken, (…)

De ARN heeft de acceptatievoorwaarden nader uitgewerkt in afzonderlijke documenten. Een toelichting daarop is opgenomen in de paragraaf ARN in deze bijlage.

•

de kosten die de ARN voor het verwerken van het afval in rekening brengt bij de gemeenten: •

Jaarlijks voor 1 juli worden door verwerker, in overeenstemming met het Algemeen Bestuur van leverancier (GR MARN), de verwerkingstarieven vastgesteld die gelden in het daarop volgende kalenderjaar.

•

Jaarlijks voor 1 april deelt de verwerker aan leverancier en aan de besturen van de aan leverancier deelnemende gemeenten mee, welke tarieven hij voornemens is ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar vast te stellen. Het Algemeen Bestuur van leverancier en de besturen van de deelnemende gemeenten kunnen binnen 2 maanden hun gevoelens omtrent de voorgenomen tarieven kenbaar maken. Zo nodig vindt, alvorens tot definitieve vaststelling van de tarieven over te gaan, nader overleg plaats tussen verwerker en Algemeen Bestuur van de leverancier.

De overeenkomst had een looptijd tot en met 31 december 1995 en is sindsdien steeds met vijf jaar verlengd.

31

HHA: huishoudelijk afval.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 21

In de paragraaf verbonden partijen in de begroting van de gemeente Nijmegen komt de (verlenging van de) Vuilverwerkersovereenkomst een aantal keren aan de orde: •

Begroting 2017, 2018, 2019 en 2020 32: ‘Naast aandeelhouder is de MARN ook klant van ARN bv en heeft een afval-aanleveringsovereenkomst met ARN. In 2015 is door de MARN besloten deze overeenkomst met 5 jaar te verlengen, waarbij bedongen is dat de in 2010 bedongen korting van 25,71% op het verwerkingstarief wordt bestendigd én additioneel vanaf 2021 een aanvullende korting van 6% op het tarief zal worden toegepast. De geboden korting wordt dan ook beschouwd als een minimum en de discussie over het tarief zal gevoerd blijven worden. Aan de ARN is meegegeven dat meer transparantie wordt verwacht in o.a. de tariefopbouw.’

Begroting 2021: ‘Naast aandeelhouder is de MARN ook klant van ARN bv en heeft een afvalaanleveringsovereenkomst met ARN. In het licht van bovenstaande keuze is besloten deze overeenkomst onder dezelfde condities voort te zetten voor de periode 2021-2025. In 2025 komt het opzeggen of verlengen van de aanleveringskomst wederom aan de orde’.

In de begroting 2017 en 2018 staat in de ‘top 10’ van risico’s het risico dat de ARN onvoldoende aanvoer van afval heeft, waardoor een te lage omzet wordt gerealiseerd en verlies wordt geleden. In dat geval zou de ARN door de MARN afgegeven garanties aanspreken. Ingeschat werd dat de kans dat dit risico zich voordoet 50% is en daar dan maximaal € 500.000 mee gemoeid zou zijn. In 2020 is dit risico getackled. In de toen afgesloten Aandeelhoudersovereenkomst tussen de GR MARN, Remondis en ARN, is afgesproken dat Remondis eventuele tekorten in de aanvoer van afval aanvult. Hierna gaan we uitgebreider in op de Aandeelhoudersovereenkomst. Aandeelhoudersovereenkomst Na de herverdeling van aandelen van de ARN is in 2020 een Aandeelhoudersovereenkomst afgesloten tussen de GR MARN (eigenaar van 51% van de aandelen), Remondis (eigenaar van 49% van de aandelen) en de ARN. De Aandeelhoudersovereenkomst loopt tot 2040; in 2034 wordt overlegd over een verlenging na 2040. Het doel van de samenwerking is in de Aandeelhoudersovereenkomst als volgt benoemd: ‘(de verwerkingscapaciteit en de energieproductie en levering van) de Onderneming optimaal te benutten, deze waar nodig en gewenst verder uit te breiden onder andere in het kader van de aan MARN opgelegde opdracht in relatie tot de VANG-doelstellingen en energietransitiedoelstellingen’.

In de Aandeelhoudersovereenkomst zijn onder meer afspraken gemaakt over: •

de aanlevering van afvalstoffen De MARN heeft zich verplicht tot het leveren van al het gemeentelijk afval uit de deelnemende gemeenten (ca 80.000 ton in 2019). Hiervoor blijft de Vuilverwerkersovereenkomst gelden. Ook Remondis heeft zich verplicht tot het aanleveren van afval (tenminste 150.000 ton). In afstemming met Remondis zorgt ARN voor de aanvoer van de overige hoeveelheden benodigde afvalstromen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de GR MARN gemeenten de VANG-doelstellingen realiseren (30 kilo Restafval per inwoner in 2025) en steeds minder Restafval aanleveren.

32

Tekst uit paragraaf verbonden partijen begrotingen 2017 en volgende jaren. De teksten verschillen per jaar op enkele punten; omdat het niet om essentiële zaken gaat hebben wij die voor de leesbaarheid niet aangegeven.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 22

•

de levering van energie De verwerking van afvalstoffen levert verschillende vormen van energie: stoom, stroom, warmte en (bio)gas. Uitgezonderd al aangegane verplichtingen aan Nuon / Vattenfall en Waterschap Rivierenland, wordt deze energie bij voorrang geleverd aan de MARN-gemeenten. Levering aan derden is pas toegestaan na afstemming met de MARN.

•

innovatie De aandeelhouders spannen zich in om innovatieve activiteiten inzake recycling en het terugwinnen van grondstoffen uit afval door ARN te bevorderen en mogelijk te maken. Ook werken de aandeelhouders samen bij de uitwerking van initiatieven in het kader van de Circulaire Economie en de energietransitie in de Regio Nijmegen.

•

de verwerkingstarieven Afgesproken is dat de overeengekomen tarieven jaarlijks geëvalueerd worden en dat op basis daarvan wordt nagegaan of een tariefsverlaging mogelijk is. Uitgangspunt daarvoor is dat ARN in staat moet blijven noodzakelijke en gewenste investeringen te kunnen realiseren binnen de daarvoor geldende bedrijfseconomische en bedrijfsmatige randvoorwaarden. (Rekenkamer: voorbeelden van dergelijke investeringen zijn die ter verbetering van de kwaliteit van compost en de verwerking van luiers).

•

de informatie-uitwisseling Ten minste eenmaal per jaar houdt ARN een besloten informatiebijeenkomst voor (vertegenwoordigers van) MARN, de gemeenten deelnemend in MARN en REMONDIS over onderwerpen aangaande onder meer de ontwikkelingen bij ARN, de realisering van VANG-doelstellingen, de realisering van de Circulaire Economie en ontwikkelingen inzake de energietransitie.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

Bijlage 2, bladzijde 23

SPELERS IN DE KETEN: ARN

De ARN verbrandt onder meer het Restafval van de gemeenten uit de regio. Het GFT uit de regiogemeenten wordt door de ARN vergist en gecomposteerd. Verder is de ARN acceptatie- en overslagpunt voor Plastic+ en Glas uit de regiogemeenten. De basis voor de verwerking van Restafval en GFT ligt in de Vuilverwerkersovereenkomst en Aandeelhoudersovereenkomst die de ARN met (onder meer) de GR MARN heeft afgesloten. In de paragraaf GR MARN in deze bijlage is een toelichting op deze twee overeenkomsten opgenomen. Op de rol van de ARN wordt in het Afvalbeleidsplan niet expliciet ingegaan. Er wordt gesteld dat de gemeente ‘de ARN nog beter [gaat] benutten als een belangrijke schakel in de afvalketen’. Verder wordt toegelicht welke afvalstromen de ARN verwerkt en in de toekomst gaat verwerken. Acceptatievoorwaarden ARN Voordat het ingezamelde Restafval verbrand en het GFT vergist en gecomposteerd wordt, wordt het eerst geïnspecteerd. Eerst na inspectie wordt het afval al dan niet geaccepteerd door de ARN. De inspectie vindt (in eerste instantie visueel) plaats op basis van de acceptatievoorwaarden van de ARN. In de acceptatievoorwaarden is gedetailleerd beschreven hoe het proces van acceptatie (per afvalstroom) in zijn werk gaat, en wat (maximaal) aan stoorstoffen in de stroom aanwezig mag zijn om de betreffende stroom te accepteren.

Voor Restafval is in de acceptatievoorwaarden bijvoorbeeld vastgelegd dat het bepaalde gevaarlijke stoffen niet mag bevatten, en dat het technisch te verwerken moet zijn tot brandstof. Beide categorieën zijn nader uitgewerkt en voorzien van lijsten met (voorbeelden) van stoffen die niet geaccepteerd worden. Wanneer deze stoffen toch in het Restafval worden aangetroffen, wordt de afwijkende partij of componenten afgevoerd naar een daartoe erkende verwerker. De kosten hiervoor komen voor rekening van de oorspronkelijke ontdoener (de gemeente). Voor GFT is in de acceptatievoorwaarden vastgelegd welke stoffen tot GFT worden gerekend, welke stoffen niet in het GFT aanwezig mogen zijn en dat de maximale hoeveelheid niet toegestane stoffen 5% op gewichtsbasis is. Voor een aantal stoffen worden strengere normen gehanteerd. Voorbeelden daarvan zijn opgenomen in het volgende kader:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3901798d-e271-4bfc-aef8-6fe91383d158