C6 d.d. 31 maart 2023 van de VRGZ inzake Aanbieding Jaarstukken 2022 en Begroting 2024
Tekst van het document
De verwachting is dat deze activiteit in de eerste helft van 2023 wordt afgerond.
Ook het nagaan met de gemeenten welke risico’s uit het regionaal risicoprofiel in de gemeente spelen ten behoeve van advisering door de regio, is in 2022 weer opgepakt. Inhoudelijk is dit vormgegeven en ook deze activiteit zal een doorloop hebben naar de eerste helft van 2023. 1.3.3 Weerbare samenleving Het doel van deze activiteit is de weerbaarheid van de samenleving (inwoners, bedrijven, instellingen) in Gelderland-Zuid vergroten door kennisvermeerdering, vergroten zelfredzaamheid en burgerparticipatie. Onze activiteiten voor risicocommunicatie (zie § 3.3.4) en activiteiten binnen het programma Brandveilig Leven (zie § 3.2.2.) zijn gecontinueerd. Op het gebied van informeren van inwoners en inwonersonderzoek na incidenten is een eerste pilot gehouden voor het incidenttype Extreem weer. De inhoud voor een tweede activiteit voor het incidenttype Uitval vitale voorzieningen is opgezet en wordt in 2023 uitgevoerd. 1.3.4 Een toekomstbestendige Veiligheidsregio Duurzame inzetbaarheid In opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) is de Universiteit Maastricht in 2022 gestart met een grootschalig en meerjarig onderzoek met de vraag hoe medewerkers in de repressieve brandweerfunctie op een duurzame manier kunnen worden ingezet. Resultaten daarvan zijn in 2025 te verwachten.
Programma vrijwilligheid brandweer Als project is Operatie VLAM in 2022 geheel afgerond. Alle activiteiten en ontwikkelingen die uit dit project voortkwamen (gericht op werving en
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
10
behoud van vrijwilligers) zijn opgenomen in de bestaande organisatie en de lopende bedrijfsvoering. Werving bemensing crisisorganisatie In 2021 zijn met gemeenten nieuwe arrangementen ontwikkeld in het jaarplan Vakbekwaamheid om functionarissen te boeien en te binden. Hier is in 2022 uitvoering aan gegeven. In vacatures voor VRGZ wordt standaard vermeld dat er bereidheid moet zijn om een rol in de crisisorganisatie te vervullen, waarbij dit ook goed gefaciliteerd wordt.
1.4
Specifieke risico’s
In het regionaal beleidsplan (en de begroting 2022) werden ook specifieke risico’s benoemd met daarbij activiteiten: cyberrisico’s, energietransitie, extreem weer en gevolgen criminaliteit voor de fysieke leefomgeving. 1.4.1. Cyberrisico’s In 2022 is voortgebouwd op de activiteiten die in 2020 en 2021 zijn opgepakt met betrekking tot cyberrisico’s waarvan de oorzaak en/of de gevolgen in het digitale domein liggen en die impact hebben op de samenleving, de (fysieke) veiligheid en/of openbare orde in een veiligheidsregio. Als belangrijkste cyberrisico’s worden gezien: uitval van vitale voorzieningen (zoals drinkwater, energie, ICT en telecom), verstoring van de eigen crisisorganisatie of hulpverlening, verstoring van BRZO-bedrijven met veiligheids- en gezondheidsrisico’s als gevolg en hack/uitval datacentra (datalek). Onderzocht wordt of de organisatie voldoende is voorbereid op cyberincidenten (cyberweerbaarheid) en digitale risicovolle bedrijven in onze omgeving worden in beeld gebracht; dit is beheersing van cyberrisico’s (cyberwaakzaamheid). Dit laatste
gebeurt in samenwerking met cruciale partners, bedrijven en instellingen. In 2022 is dit belang nogmaals onderstreept door een ransomware-aanval op de gemeente Buren. Vanuit de VRGZ is ondersteuning geboden om de gevolgen van dit incident te beperken. Landelijk is in december 2022 een Crisisplan digitaal aangenomen. Bij de opstelling hiervan was ook de VRGZ betrokken. De activiteiten rondom het beperken van cyberrisico's zullen ook de komende jaren van belang blijven. 1.4.2. Gevolgen criminaliteit voor fysieke omgeving Het doel was samen met de gemeenten en politie te verkennen welke invloeden criminaliteit heeft op de fysieke leefomgeving en de veiligheid van onze inwoners. Te denken valt aan hennep, dumping van drugsafval, plofkraak, brandstichting en xtc-laboratoriums. Door de vluchtelingencrisis en de eerdere coronacrisis is dit onderwerp nog maar zeer beperkt opgepakt. In 2023 wordt verkend of en hoe hier alsnog invulling aan gegeven kan worden. 1.4.3. Energietransitie Om de CO2-uitstoot in Nederland terug te dringen vindt een transitie naar duurzame energiebronnen plaats. Toepassing van zonne-energie, windmolens, biomassa of aardwarmte zien we al om ons heen en worden verder uitgebreid. Deze grootschalige transitie brengt ook nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. In 2022 en 2023 is en wordt ingezet op publieksvoorlichting, gericht op een veilige energietransitie.
Dit gebeurt in samenwerking met de Oost5-
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
11
veiligheidsregio’s. Ook zijn contacten gelegd met de RES Rivierenland en Arnhem en Nijmegen. Repressieve medewerkers worden onder meer met virtual reality getraind op mogelijke incidenten als gevolg van de energietransitie. 1.4.4 Extreem weer De gevolgen van extreem weer (te droog, te warm en te nat en toename aantal stormen) zijn onderzocht. Verduidelijkt is welke rol en positie VRGZ in preventief en repressief opzicht moet vervullen op het gebied van veiligheid, samen met gemeenten en partners. In 2022 is intern het Advies extreem weer vastgesteld, met twintig aanbevelingen om als VRGZ voor te bereiden op de gevolgen van extreem weer: waar mogelijk het beperken van de gevolgen en het bestrijden ervan. De uitvoering daarvan is in 2022 gestart.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
12
2 Programma Crisis- en Rampenbestrijding
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
13
2 Programma Crisis- en Rampenbestrijding In dit tweede hoofdstuk wordt verslag gedaan van het programma Crisisen Rampenbestrijding dat wordt gevormd door de sector Crisisbeheersing en de sector Brandweer. In de sector Crisisbeheersing zijn ook de taken en verantwoordelijkheden van de GHOR ondergebracht. In de eerste twee paragrafen worden de beleidsmatige en operationele resultaten van de sector Brandweer beschreven, in de tweede paragraaf staat de sector Crisisbeheersing centraal.
2.1 Resultaten beleidsmatige ontwikkelingen Brandweer 2.1.1 Taakdifferentiatie In 2018 werd geconcludeerd dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers in strijd kan zijn met Europese en internationale wet- en regelgeving. Gedachte was om daarom onderscheid te maken tussen vrijwilliger en beroepskracht. Een denktank heeft daarvoor een denkrichting met vier bouwstenen geadviseerd. Daarvan is de bouwsteen Verplichtend karakter, die als gevolg heeft dat kazernering en consignatie voor vrijwilligers niet meer zijn toegestaan verder uitgewerkt. Het Veiligheidsberaad heeft op 19 december 2022 ingestemd met het implementatieplan voor deze bouwsteen. Expliciet is daarbij als randvoorwaarde aangegeven dat de financiële gevolgen gedekt zouden moeten worden door de rijksoverheid.
Binnen VRGZ kenden vier posten een vorm van consignatie. In het kader van gelijkheid en uniformiteit tussen de vrijwilligers, maar ook vooruitlopend op de hierboven genoemde landelijke ontwikkelingen, is deze consignatie per 1 april 2022 beëindigd. Ook deze vier posten hanteren nu net als de andere posten het model van vrije instroom. Hiervoor is met de betreffende vrijwilligers een afbouwregeling over drie jaar ingesteld. 2.1.2 Brandweerzorgplan De brandweer heeft de wettelijke opdracht om eens in de vier jaar de beoogde operationele prestaties te beschrijven in de vorm van een dekkingsplan. Het Algemeen Bestuur heeft het Brandweerzorgplan Basisbrandweerzorg in 2018 vastgesteld en het Brandweerzorgplan Specialismen in januari 2019. De brandweer is in 2022 gestart met het actualiseren van het huidige dekkingsplan, waarbij naast regionale ontwikkelingen ook de laatste landelijke ontwikkelingen van de systematiek worden meegenomen, met name de gebiedsgerichte opkomsttijden. Het geactualiseerde dekkingsplan gaat gelden voor de periode van 2024-2027, waarmee aangesloten wordt op het regionaal beleidsplan dat voor de periode 2024-2027 wordt opgesteld. De beleidscyclus en verantwoording daarover loopt daarmee synchroon vanaf 2024.
2.1.3 Aanpassing piket Hoofdofficier van Dienst (HOvD) De taak van Adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) maakte onderdeel uit van het piket Hoofdofficier van Dienst. Echter, de stapeling van functies in het HOvD-piket was kwetsbaar, niet toekomstbestendig en vanuit goed werkgeverschap ook niet langer wenselijk. Daarom is besloten deze taak uit het HOvD-pakket te halen en een afzonderlijk piket AGS in te stellen.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
14
De voorbereiding daarop gebeurde in 2022, zodat dit piket van start kon gaan op 2 januari 2023 met ingebruikname van het nieuwe AGS-voertuig. 2.1.4 Duiktaak Met het vaststellen van de Begroting 2023 in juni 2022 heeft het Algemeen Bestuur ook ingestemd met het beschikbaar stellen van een vergoeding voor de inzet van de duikteams van de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden (Arnhem) en Brabant-Noord (Den Bosch) in onze veiligheidsregio. Door de overeenkomst met deze regio’s is de duiktaak van VRGZ structureel geborgd. 2.1.5 Snelst bij de burger Dynamisch alarmeren Het dynamisch alarmeren van eenheden is op 27 juni 2022 daadwerkelijk van start gegaan. Bij dynamisch alarmeren worden de eenheden gealarmeerd op basis van de locatie van het incident en de actuele positie van de dichtstbijzijnde, snelst beschikbare, benodigde eenheid. Dynamisch alarmeren wordt toegepast voor de basisbrandweerzorg (tankautospuit, redvoertuig en hulpverleningsvoertuig). Het bestuurlijk vastgestelde uitgangspunt dat de burger recht heeft op de snelste en meest doeltreffende hulp wordt hiermee nog beter gefaciliteerd. Er zijn al meerdere regio’s die het dynamisch alarmeren hebben ingevoerd. Ook in de ontwikkelingen van het Nationaal Meldkamer Systeem wordt dynamisch alarmeren steeds meer gemeengoed.
Interregionale samenwerking Het Algemeen Bestuur heeft er eerder ook mee ingestemd om met de aangrenzende veiligheidsregio’s afspraken te maken over hun inzet in onze regio en omgekeerd, als daarmee sneller hulp geleverd kan worden. In 2022 zijn hiervoor afspraken gemaakt met de laatste regio’s, zodat er nu afspraken zijn met Gelderland-Midden, Limburg-Noord, BrabantNoord, Midden- en West-Brabant, Zuid-Holland-Zuid en Utrecht. 2.1.6 Waterwagens In 2022 is ook het laatste onderdeel gerealiseerd van het bluswaterbeleid dat het bestuur in 2020 heeft vastgesteld: de brandweer heeft nu ook twee waterwagens tot zijn beschikking die bij grote branden in de regio grote hoeveelheden bluswater kunnen leveren. Een waterwagen is geplaatst bij post Ubbergen, waar deze ook voor natuurbrandbestrijding ingezet kan worden, en de andere bij post Hedel. 2.1.7 Natuurbrandbeheersing Het veranderende klimaat zorgt voor grotere risico’s op natuurbrand, waardoor de voorbereiding erop een extra impuls heeft gekregen. In 2022 is de VRGZ gaan deelnemen aan het gezamenlijke project Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing van de provincie Gelderland en de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Noord- en Oost-Gelderland en Gelderland-Zuid. Doel van het project is onbeheersbare natuurbranden voorkomen en voorzien in een gebiedsgerichte aanpak.
Die aanpak bestaat uit twee sporen: het eerste is gericht op recreatie, zorg en wonen/werken en bestaat uit een lokale, objectgerichte aanpak onder regie van de gemeente met advisering vanuit de veiligheidsregio. Het tweede is gericht op beheerders en/of eigenaren van natuurgebieden en
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
15
infrastructuur. De provincie heeft de regie genomen om daarbij te komen tot een natuurbrandpreventieplan waarbij de veiligheidsregio’s optreden als adviseur.
2.2
Operationele prestaties brandweer
2.2.1 Incidentbestrijding In 2022 bedroeg het totaal aantal alarmeringen 4.717. Uit de specificatie van de incidenten valt af te leiden dat het hogere aantal buitenbranden, veroorzaakt wordt door het droge en zonnige weer dit jaar. Vooral de twee stormen aan het begin van het jaar zijn debet aan het hoge aantal hulpverleningen, dat de afgelopen jaren ook telkens toeneemt. Resultaten
2020
2021
2022
Aantal branden
1.507
1.410
1.587
Aantal hulpverleningen
2.140
2.311
2.522
Aantal loze meldingen
757
565
608
Tabel 2.1: aantal incidenten
Resultaten
2020
2021
2022
(Bij-)Gebouwen
317
360
342
Buitenbranden
770
631
854
Overig (kleine branden)
420
419
391
Ongevallen
586
611
632
Gezondheid
301
400
475
Leefmilieu
579
633
811
Overig
674
667
604
Branden
Hulpverleningen
Tabel 2.2: aantal incidenten uitgesplitst (zonder loze meldingen)
Zorgnorm De zorgnorm geeft aan hoe de brandweer op het vlak van opkomsttijden gepresteerd heeft volgens de bestuurlijke afspraken. Voor het bepalen van de zorgnorm wordt de systematiek gehanteerd uit het bestuurlijk vastgestelde Brandweerzorgplan (2018). Het bestuur mag gemotiveerd afwijken van de wettelijke opkomsttijden. In het Brandweerzorgplan is dat gebeurd door risico’s van een gebied of object te koppelen aan een aanvaardbare mate van overschrijding van de wettelijke opkomsttijden die voor die objecten gelden. Daarbij is aangegeven of al dan niet compenserende maatregelen genomen moeten worden om risico’s aan de voorkant te beperken of de incidentbestrijding te versterken.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
16
Die risicogerichte systematiek levert de volgende categorieën van opkomsttijden op: ▪ voldoet (binnen de wettelijke norm aanwezig); ▪ aanvaardbaar zonder compenserende maatregelen te nemen; ▪ aanvaardbaar, maar met compenserende maatregelen; ▪ niet aanvaardbaar (boven de wettelijke tijd van 18 minuten). Bij compenserende maatregelen is op het gebied van incidentbestrijding bijvoorbeeld gewerkt aan het verbeteren van opkomsttijden, optimaliseren van de bluswatervoorziening, versterken van de planvorming en borgen van kennis van het object, bijvoorbeeld door oriëntatieoefeningen voor de eerst aankomende brandweereenheden. Op het gebied van risicobeheersing is extra ingezet op voorlichting aan inwoners en onder meer zorginstellingen en op het verhogen van de frequentie van bezoeken aan objecten voor voorlichting, toezicht of de combinatie van beide. In 2022 zijn de activiteiten en inspanningen op het gebied van de compenserende maatregelen structurele activiteiten geworden in de reguliere bedrijfsvoering. Hieronder worden de prestaties volgens die systematiek gepresenteerd. Voor de zorgnorm gelden alleen de maatgevende incidenten (met prio-1-melding). Het gaat om woningbranden of gelijkwaardige gebouwbranden met in 2022 een totaal van 332 maatgevende incidenten. Daarmee zijn voor deze analyse alle andere meldingen waarvoor de brandweer is gealarmeerd buiten beschouwing gelaten.
Hierbij valt onder meer te denken aan voertuigbranden, meldingen van gaslekkages, incidenten op het water en alarmeringen met een dienstverlenend karakter.
De zorgnorm is de optelsom van de incidenten onder ‘voldoet’ en ‘aanvaardbaar zonder maatregelen’. Ook de categorie ‘aanvaardbaar met maatregelen’ zou daarbij meegerekend kunnen worden. De brandweer heeft echter niet voldoende inzicht of bij de betreffende incidenten (bijvoorbeeld woningbranden) specifiek bij die objecten maatregelen genomen zijn, waardoor deze niet worden meegeteld. De zorgnorm over 2022 is volgens deze berekening 73% en daarmee in lijn met de voorgaande jaren.
Zorgnorm
2021
2022
Aantal
Aandeel
Maatgevende incidenten
341
Voldoet Aanvaardbaar zonder maatregelen Aanvaardbaar met maatregelen Niet aanvaardbaar
Zorg norm
Aantal
Aandeel
100%
332
100%
133
39%
126
38%
112
33%
117
35%
95
28%
86
26%
1
0%
3
1%
72%
Zorg norm
73%
Tabel 2.3: zorgnorm
Drie incidenten vallen onder de noemer niet aanvaardbaar: in twee gevallen moest de volgende kazerne gealarmeerd worden als gevolg van onderbezetting bij de eerst gealarmeerde post, met als gevolg veel
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
17
tijdverlies; het andere geval werd veroorzaakt door een langere uitruktijd in combinatie met een moeilijk te vinden locatie van het incident. 2.2.2 Risicobeheersing Veilig Bouwen De advisering op bouwaanvragen is de laatste jaren toegenomen en ook in 2022 is het aantal adviesaanvragen onverminderd hoog met 1.898 adviezen (2021: 1.715). Toezicht en Handhaving Het aantal controles is na de jaren waarin corona de fysieke controles onmogelijk maakte of bemoeilijkte in 2022 weer op regulier niveau gebracht. In 2022 zijn 1.057 controles uitgevoerd (planning op jaarbasis is 900). In het afgelopen jaar is een significante groei in het aantal bestuurlijke handhavingszaken waarneembaar; het naleefgedrag neemt zelfs af tijdens de procedure van een bestuurlijke aanschrijving. Ook is te zien dat bestuurlijke handhavingsprocedures regelmatig en gedurende langere tijd bij dezelfde organisaties terugkeren. Dit zet het werk van de controleurs en adviseurs en de beschikbare capaciteit onder druk. Omgevingsveiligheid Het aantal aanvragen voor de advisering voor evenementen binnen de sector Brandweer is over het gehele jaar heen hoog geweest en oversteeg regelmatig de beschikbare capaciteit. In de zomermaanden werd pas eind augustus een (kleine) daling zichtbaar die zich in de daaropvolgende maanden doorzette tot een reguliere stroom aan aanvragen.
Door de gemeenten regelmatig op de hoogte te houden zijn deze toch voorzien van adviezen op de relevante aanvragen. Hierin is ook een bewuste keuze
gemaakt in overleg met die gemeenten om een aantal adviesverzoeken niet in behandeling te nemen of alleen specifiek op een kritisch punt in de aanvraag te adviseren. Door de vele personeelswisselingen bij de gemeenten op het gebied van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn door het jaar heen meer ondersteuningsverzoeken van de gemeenten ontvangen dan gebruikelijk. Hoewel dit niet tot ons takenpakket behoort is de nodige ondersteuning geboden richting de gemeenten om de startende APVvergunningverleners op weg te helpen. Bij advisering op het gebied van ruimtelijke veiligheid zet de trend van meer aanvragen dan regulier door. Het aantal aanvragen is in 2022 bijna verdubbeld ten opzichte van 2021. De aanvragen overstegen in de tweede helft van dit jaar dan ook de beschikbare capaciteit waardoor externe capaciteit is ingehuurd. Binnen het samenwerkingsverband Oost5 is op het gebied van het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) een onderbezetting ontstaan als gevolg van een vacature bij Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Volgens afspraak vangen de vijf regio’s dit gezamenlijk op. Hierdoor is de beschikbare capaciteit binnen Oost5 op het gebied van BRZO wel kritisch. Vanuit de VNOG was de onderbezetting tegen het einde van het jaar ingevuld, maar begin 2023 ontstaat opnieuw een onderbezetting door vertrek van een medewerker bij de VNOG.
Er wordt dan opnieuw bekeken wat de effecten van deze onderbezetting zijn en wat dit betekent voor de beschikbare vrije ruimte voor de reguliere advisering in het kader van milieu en industriële veiligheid binnen onze eigen regio.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
18
Brandveilig Leven Naast de digitale activiteiten konden in 2022, na corona, ook weer fysieke voorlichtingsactiviteiten opgepakt worden. ▪
In het kader van voorlichting na brand zijn vier bijeenkomsten gehouden waarbij 128 bezoekers aanwezig waren. Via Facebook werden 21.707 mensen bereikt.
▪
Bij 94 scholen werden 129 gastlessen verzorgd waarmee 3.031 leerlingen bereikt werden.
▪
Tijdens de brandpreventieweken werden via social media 28.589 mensen bereikt. Het webinar over de rookmelder werd ruim 1.200 keer bekeken.
▪
Naast de reguliere taken zijn verschillende projecten gestart of uitgevoerd. Dit betreft onder andere Studentenhuisvesting en Kinderdagverblijven; ’Samen Brandveilig’ waarin direct wordt samengewerkt met een 14-tal woningbouwcoöperaties en opvanglocaties ‘Maatschappelijke opvang’ vluchtelingen.
2.3
Crisisbeheersing
Omdat de crisisorganisatie voor corona en opvang met name wordt bemenst door medewerkers van de sector Crisisbeheersing heeft dit opnieuw grote impact gehad op de sector en haar prestaties. Sommige activiteiten zijn blijven liggen zoals het project Gevolgen criminaliteit voor fysieke leefomgeving. Veel projecten hebben vooral vertraging opgelopen. Zo zijn de ambities op ontwikkelingen zoals Informatiemanagement, ontwikkeling van onze netwerkorganisatie en het
strategisch communicatieplan bijgesteld. In onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan op de effecten per ontwikkeling. Daarnaast bestaat er een hoge werkdruk binnen de sector door de extra activiteiten rondom corona en opvang. Als oplossing is ingezet op tijdelijke uitbreiding van de formatie; dit heeft echter nog niet tot voldoende ruimte geleid. 2.3.1 Informatiedata gestuurde advisering In 2022 is het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) operationeel geworden. In het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) wordt actuele informatie over risico’s bijgehouden. In een weekstart worden de dienstdoende crisisfunctionarissen bijgepraat over concrete actuele risico’s en via een dasboard wordt een aantal risico’s geduid. Ruim tweehonderd crisisfunctionarissen hebben inmiddels toegang tot dit risicobeeld. De komende jaren wordt ingezet op versterking van onze informatiepositie en advisering op basis hiervan. 2.3.2 Flexibilisering van de crisisorganisatie In oktober is het project Flexibele crisisorganisatie afgerond. Hierin is ingezet op het omgaan met langdurige crises, beter inzetten van het ‘knoppenmodel’ (in- en uitschakelen van degene die voor de betreffende crisis nodig is) en waar nodig monodisciplinair opschalen. Hiermee kan nog beter worden ingespeeld op wat specifieke crises van ons vragen.
De komende jaren zullen de resultaten van dit traject worden meegenomen in onze crisisplannen en -oefeningen.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
19
2.3.3 GHOR De vluchtelingencrisis, eerst de komst van de Oekraïners en daarna de noodopvang van asielzoekers, vroeg vooral inzet van de GHOR op de afstemming binnen de zorgketen. Het samen met de zorgketen opstellen van een zorgrisicoprofiel is daardoor vertraagd. De eerste stappen hierin zijn gezet en afronding staat nu gepland in 2023. Na de introductie en implementatie van het netcentrisch 2werken binnen de geneeskundige zorg (LCMS-GZ) in 2021 is deze manier van informatiedeling verder ontwikkeld. In 2022 zijn de eerste ervaringen van het netcentrisch werken binnen de geneeskundige zorg (LCMS-GZ) geëvalueerd. De uitkomsten hiervan bieden input voor de activiteiten in 2023. Het actiepunt uit het regionaal beleidsplan om de zorginstellingen voor te bereiden op regionale risico’s is door de twee crises vertraagd. In het laatste kwartaal van 2022 is met de zorgpartners een plan van aanpak opgesteld en zijn de eerste stappen in de uitvoering gezet. Afronding van deze activiteit binnen de planperiode is het streven, maar dit blijft onzeker omdat dit afhankelijk is van de bijdragen van de zorgpartners. 2.3.4
de samenwerking met partners (gemeenten en andere veiligheidsregio's) een onderdeel van deze visie. In 2022 is de samenwerking met partners versterkt en zijn de mogelijkheden verkend om samen te werken met andere veiligheidsregio's op het gebied van contentdeling. Het doel hiervan is op een efficiënte en budgetvriendelijke manier een grotere doelgroep te bereiken en deze doeltreffend voor te lichten op verschillende risico's. In 2023 wordt dit verder uitgerold. Voor het actiepunt uit het RBP ‘Inwonersonderzoeken en informatie na een incident’ is de pilot voor het incidenttype Extreem weer afgerond. Met de lessen daaruit wordt in 2023 voor het incidenttype Uitval vitale voorzieningen de inhoud uitgewerkt.
Doorontwikkeling risicocommunicatie
Communicatie is een belangrijk middel om inwoners te helpen in te spelen op risico’s op het gebied van fysieke veiligheid en zich voor te bereiden op rampen en crises. In 2021 is gestart met een visie op risicocommunicatie. Elementen hierin zijn informeren via onze website, gebruik van nieuwe (sociale) media en doelgroepencommunicatie. Ook is
2 https://www.lcms.nl/netcentrisch-werken
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
20
2.3.5
Versterking van onze netwerkorganisatie
Als doel voor 2022 was gesteld de versterking van de samenwerking en afstemming met gemeenten. In 2022 is op basis van nieuwe risico’s de samenwerking met nieuwe partners gezocht. Dit is nog niet afgerond. Bovendien is een visie op de netwerkorganisatie opgesteld waarbij op basis van de belangrijkste risico’s in onze regio in afstemming met onze partners bepaald wordt welke rol en positie de veiligheidsregio inneemt per type risico. Soms wordt een leidende positie ingenomen (bijvoorbeeld bij branden), maar vaak is deze meer volgend (zoals bij cyberincidenten). Om goed samen te kunnen werken is het van belang hier een gedeeld beeld en gedeelde verwachtingen over te hebben. In de begroting werd aangegeven dat verkend werd of de functie Informatiemanager CoPI anders ingezet kon worden en kon worden omgezet naar hard piket. Deze omzetting is reeds in 2021 gerealiseerd en paste binnen de financiële kaders.
2.3.6 GRIP-incidenten In 2022 hebben zich de volgende GRIP-incidenten voorgedaan: Datum
Incident
Plaats
GRIP
1 januari
Rijswijk (Buren)
GRIP 1
Landelijke opgave
GRIP 0*
18 maart
Illegaal feest/openbare orde Inval Rusland in Oekraïne Lekkage gevaarlijke stof
GRIP 1
25 maart
Brand seniorencomplex
Asperen (West Betuwe) Nijmegen
23 april
Brand landbouwbedrijf
Erichem (Buren)
GRIP 1
26 april
Gaslekkage
Nijmegen
GRIP 1
2 mei
Brand industrie
GRIP 1
9 mei 26 juli
Woningbrand met twee dodelijke slachtoffers Brand industrie
Poederoijen (Zaltbommel) Geldermalsen (WestBetuwe) Hurwenen (Maasdriel)
28 juli
Brand industrie
Beesd (West-Betuwe)
GRIP 1
30 juli
Gaslucht
Tiel
GRIP 1
1 september
Gaslekkage
Heerewaarden GRIP 1 (Maasdriel) Tabel 2.4: GRIP-incidenten
24 februari
*wel inzet regionale crisisorganisatie
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
21
GRIP 1
GRIP 1 GRIP 1
3 Programma Regionale Ambulance Voorziening
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
22
3 Programma Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Het tweede programma bij de veiligheidsregio betreft de Regionale Ambulancevoorziening. In 2022 werd aandacht besteed aan de hieronder genoemde onderwerpen
3.1
Ambulancezorg Gelderland-Zuid
Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) is een erkende gezondheidszorginstelling en voert haar werkzaamheden uit op grond van de door het Ministerie van VWS verstrekte aanwijzing in het kader van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. De Wet ambulancezorgvoorzieningen is ingegaan per 1 januari 2021. Het Kwaliteitskader Ambulancezorg dat per 1 januari 2020 geïmplementeerd is in de sector, heeft een belangrijke plaats gekregen binnen de nieuwe Wet ambulancezorg. Daardoor is niet langer alleen de responstijd van de spoedurgentie maatgevend voor de geleverde kwaliteit van zorg. De ambulancesector ziet in korte tijd veel veranderingen op zich afkomen. Door het groeiend aantal zorgvragers, in combinatie met de politieke wens om de stijgende zorguitgave te drukken, zullen veranderingen in het (acute) zorgsysteem de komende jaren noodzakelijk zijn. Behalve de stijgende vraag worden de zorgvragen ook steeds complexer. De Nederlander wordt namelijk steeds ouder, maar niet per se gezonder. Hierdoor komt de acute zorgsector steeds verder onder druk te staan. Uiteindelijk zullen er landelijk besluiten genomen moeten worden om de
beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg ook in de toekomst te kunnen waarborgen. Deze veranderopgave zal continue aandacht vereisen, ook van AZGZ. Het omgaan met de gevolgen van de coronacrisis is voor AZGZ voor een deel routine geworden. Er is gedurende het jaar een duidelijke daling zichtbaar in het aantal Covid-19-patiënten dat vervoerd is ten opzichte van 2021. Het aantal medewerkers dat is uitgevallen met een positieve covid-test of thuisquarantaine door besmette familieleden heeft de roosters onder druk gezet. Dit was zeker het geval in het eerste kwartaal, maar ook nog in golven gedurende de rest van het jaar. Met de nieuwe kaders met betrekking tot de inzet van zorgpersoneel lijkt deze situatie zich te normaliseren ten opzichte van voor de corona maatregelen. Ook landelijk hebben ontwikkelingen vertraging opgelopen. Hierdoor zijn regionale ontwikkelingen die gepland waren voor 2022 doorgeschoven naar 2023. 3.1.1 Zorgcoördinatie en landelijke meldkamer organisatie Apeldoorn De pilot Zorgcoördinatie zou aanvankelijk eind 2021 afgerond worden, maar door de coronacrisis is dit verlengd tot eind 2022. Deze ontwikkeling sluit aan op de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) in Apeldoorn. AZGZ en Ambulancezorg Gelderland-Midden (AZGM) zitten nu in een proces om medio 2023 gezamenlijk een zorgcoördinatielocatie te openen.
Van hieruit zal in eerste instantie de (laag) -en middencomplexe ambulancezorg aangestuurd worden. Op grond van de beleidsontwikkelingen vanuit het ministerie van VWS voor zorgcoördinatie zal het aantal taken dat vanuit daar uitgevoerd wordt verder ontwikkeld en uitgebreid gaan worden.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
23
3.1.2 Urgentieklassen herindeling Voor de juiste inzet van de verschillende vormen van ambulancezorg op de steeds grotere diversiteit aan zorgvragen, en voor een betere afstemming met de huisartsensector, is de juiste urgentiebepaling van groot belang. De ambulancesector kent momenteel twee urgentieclassificaties voor spoedzorg (A1 en A2) en twee urgentieclassificaties voor geplande zorg (B1 en B2). De ontwikkeling van een landelijk eenduidige en optimale urgentieclassificatie is afgerond. Burgers met een zeer urgente zorgvraag zullen nog sneller en gerichter ambulancezorg ontvangen. Ambulancezorgprofessionals worden gericht ingezet om onnodig dure (vervolg)zorg te voorkomen. Landelijk wordt hiervoor door Ambulancezorg Nederland (AZN) het implementatieplan gemaakt. AZGZ zal in samenwerking met de samenwerkingspartners in Oost5 een doorvertaling maken voor de eigen organisatie en de voorbereidingen treffen voor invoering in Gelderland-Zuid. Hierover zal aan het bestuur worden gerapporteerd. 3.1.3 Toekomstbestendige ambulancezorg Gelderland-Zuid Zoals hierboven is opgesomd staan de ambulancesector en onze organisatie voor een groot aantal ontwikkelingen. De veranderende omgeving en andere eisen vragen om een andere organisatie die hier flexibel op in kan spelen.
In 2021 en 2022 is veel geïnvesteerd in de (interne) transitie om door te ontwikkelen naar een toekomstbestendige AZGZ. Dit betreft onder andere cultuuraspecten en invulling van rollen, zoals de invulling van de functie teamleider en de rol van het management. Gezien de grootscheepse veranderingen in de acute zorg verandert ook de manier van opleiden. De huidige opleidingen zijn te lang en sluiten niet meer aan bij de veranderende praktijk.
In 2023 wordt CZO Flex Level geïntroduceerd, een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitaire medische centra (NFU). Doelstelling van het programma is het ontwikkelen van een toekomstbestendig opleidingsstelsel met opleidingen die snel kunnen meebewegen met (arbeidsmarkt)ontwikkelingen, zoals het ontstaan van nieuwe specialismen of functievereisten. AZGZ bereidt zich hierop voor door de ontwikkelingen te volgen en hierop voor te selecteren. In 2022 is de organisatie hierop voorbereid. Dat bestond uit het aanpassen van het scholingsbeleid, de scholing van de medewerkers en het aanpassen van de ICT-inrichting. Digitale gegevensuitwisseling Om in het heden en in de toekomst de zorg zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten is er de afgelopen tijd veel energie gestopt in digitale gegevensuitwisseling tussen ketenpartners. Hierin wordt langzaam vooruitgang zichtbaar door verschillende (landelijke) pilots. Om de acute zorg goed te blijven waarborgen is deze digitale gegevensuitwisseling essentieel. Een voorbeeld hiervan is de digitale overdracht van triagegegevens vanuit de meldkamer ambulancezorg naar een huisartsenpost. Personeel AZGZ heeft net als de gehele gezondheidszorg in Nederland te maken met een toenemend krappe arbeidsmarkt.
Met de zorgverzekeraars zijn goede afspraken gemaakt om in de loop van 2022 de paraatheid verder uit te breiden en het stafbureau hierop aan te passen. De specifieke activiteiten rondom werving en selectie hebben hierbij goede resultaten opgeleverd
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
24
en AZGZ blijft zich volop inzetten om nieuwe medewerkers te werven, op te leiden en te binden om de beoogde groei gestalte te geven. Mede dankzij deze positieve resultaten is AZGZ in staat gebleken om aan het einde van 2022 zeven dagen per week een extra dagdienst te realiseren in het westelijk deel van de regio.
auditoren toetsen of de verbeteringen voldoende adequaat zijn ingebed in de organisatie. In oktober 2022 heeft de audit plaatsgevonden voor de NEN7510-norm (informatiebeveiliging). Deze audit heeft AZGZ zonder afwijkingen doorstaan.
3.1.4 Schaarste materiaal en materieel In 2022 is sprake geweest van schaarste in materiaal en materieel. Dit verstoorde de operatie nog niet, maar is wel een risico. Met name de vertraagde levering van bepaalde materialen kan tot problemen leiden. Voorbeelden hiervan zijn het opleveren van nieuwe voertuigen, de levering van medicatie en medische verbruiksartikelen en de levering van batterijen voor medische apparatuur. Daarnaast kan de dreigende schaarste van diesel ook tot problemen gaan zorgen. Periodiek wordt per onderwerp gemonitord zodat op tijd geëscaleerd kan worden naar landelijke overlegtafels. 3.1.5 Hercertificering kwaliteitscertificaten Begin februari 2022 heeft bij AZGZ een meerdaagse externe kwaliteitsaudit plaatsgevonden. Een onafhankelijke, externe certificerende instantie (Lloyds) heeft AZGZ helemaal doorgelicht en getoetst op de HKZ-norm waar de organisatie al vele jaren aan voldoet. De auditor heeft één minor tekortkoming (borging van verbetervoorstellen) geconstateerd. De organisatie heeft hiervoor inmiddels een verbeterplan geschreven dat gedurende de afgelopen maanden gerealiseerd is. Bij de volgende audit in februari 2023 zullen de
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
25
3.2
Prestaties
Wat
Norm
Gerealiseerd in 2022
Gerealiseerd in 2021
A1-ritten binnen 15 minuten A1-ritten gemiddelde meldtijd (min:sec) A1 ritten gemiddelde opstarttijd (min:sec) A1-ritten gemiddelde rijtijd (min:sec) A1-ritten gemiddelde responstijd (min:sec)
12.854
12.277
Posten / standplaatsen
8
8
95%
91,6%
90,1%
A-ambulances en B-ambulances
28
28
Max. 01:40
01:50
01:48
Mobiele Intensive Care Unit (MICU)
1
2
Rapid Responder voertuigen
3
3
00:57
01:00
06:30
07:25
07:35
08:55
10:13
10:23
A2-ritten ambulance
8.000
9.293
9.049
A2-ritten binnen 30 minuten
98%
97,3%
94,9%
10.000
9.377
10.034
-
9.805
9.465
Eerste hulp geen vervoer3
Aantal 31-12-2022
10.000
Max. 00:45
B-ritten ambulance
Aantal 1-1-2022
Eenheden
Operationele prestaties A1-ritten ambulance
Wat
Tabel 3.2: kerngegevens Ambulancezorg Gelderland-Zuid
De belangrijkste oorzaken van een rijtijdoverschrijding waren het aanrijden vanuit een voorwaardenscheppende locatie (de meldkamer schuift hierbij met ambulances om het gebied bij krapte zo goed mogelijk af te dekken) en de gelijktijdigheid van meldingen (meer acute zorgvraag dan beschikbare ambulancecapaciteit op hetzelfde moment).
Vakbekwaamheid Medewerkersbekwaamheids100% 100% 100% verklaring Tabel 3.1: prestatiecijfers Ambulancezorg Gelderland-Zuid
3 Ambulance verleent wel eerste hulp ter plaatse maar hulpverlening leidt niet tot vervoer
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
26
4 Paragrafen
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
27
4 4.1
Programma Crisis- en Rampenbestrijding
Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing
4.1.1 Beleid weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn als volgt gerubriceerd en gewaardeerd:
Omvang algemene reserve (Bedragen * € 1.000,-)
Realisatie 2022
Norm 5% van de baten programma C&R
2.978
Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding
2.978
Percentage eigen vermogen van de baten
▪
▪
▪ ▪
▪
In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risico-inventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf 4.1.2 Risico’s). Bij het uitbrengen van de financiële rapportages (begroting en de tussentijdse rapportages) werden nieuwe of verdwenen risico’s als mutatie gemeld in de paragraaf Risico’s. Vanaf de jaarrekening 2022 worden voortaan de tien grootste risico’s opgenomen in de rapportage. De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is. Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde. Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en 15% als streefwaarde.
De jaarrekening is met inachtneming van bovenstaand beleid opgesteld.
5%
Tabel 4.1: omvang algemene reserve
Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen. Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming van het resultaat 2022, zoals uiteengezet in paragraaf 5.4, door het Algemeen Bestuur worden overgenomen. In de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 zal een geactualiseerd meerjarig beeld van de algemene reserve worden geschetst. Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit (Bedragen * € 1.000,-)
Realisatie 2022
Benodigde weerstandscapaciteit
6.568
Beschikbare weerstandscapaciteit
2.978
Weerstandsvermogen
45%
Tabel 4.2: weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit C&R
De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s (zie paragraaf 4.1.2). De
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
28
beschikbare weerstandscapaciteit is gelijk aan de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Zoals uit tabel 4.2 blijkt, is het weerstandsvermogen ontoereikend om de risico’s af te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen zullen hiervoor extra bezuinigingsmaatregelen moeten worden getroffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger.
veroorzaakt door de negatieve resultaten van 2019 en 2021. Afgesproken is dit niet vanuit de gemeentelijke bijdragen aan te vullen, maar alleen vanuit het resultaat op het programma RAV.
Programma RAV De reserves van de AZGZ zien er als volgt uit:
Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit (Bedragen * € 1.000,-)
Omvang reserve aanvaardbare kosten RAV (Bedragen * € 1.000,-)
Realisatie 2022
Minimale norm is 10% van de baten
3.007
Streefwaarde is 15% van de baten
4.511
Reserve aanvaardbare kosten RAV
2.631
Percentage eigen vermogen van de baten
9%
In de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 zal een geactualiseerd meerjarig beeld van de reserve aanvaardbare kosten worden geschetst. Realisatie 2022
Benodigde weerstandscapaciteit
1.360
Beschikbare weerstandscapaciteit
2.631
Weerstandsvermogen
193%
Tabel 4.4: weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit RAV
De beschikbare weerstandscapaciteit is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken.
Tabel 4.3: reserve aanvaardbare kosten RAV
De AZGZ heeft over 2022 een positief resultaat behaald van € 1.010.000,-. Met het bestuur is afgesproken dat de minimale omvang van het eigen vermogen 10% van de baten is. Voor 2022 komt dat uit op een benodigde reserve van € 3.007.000,-. De reserve bedraagt per eind 2022 € 2.631.000,-. Het percentage eigen vermogen ten opzichte van de baten komt uit op 9% ten opzichte van de minimale bestuurlijke norm van 10%. Dat de AZGZ hiermee de minimale norm van 10% van de baten niet haalt wordt vooral
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
29
4.1.2 Risico’s In tabel 4.5 is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen x € 1.000,-
Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s Economische risico’s Bedrijfsvoering Totaal
Verwach tingswaarde afzonder lijke risico’s
Noodzake lijke risico capaciteit VRGZ
Noodzake lijke risico capaciteit AZGZ
Noodzake lijke risico capaciteit C&R
2.750
790
45
745
800
280
105
175
5.150 6.425 15.125
Ten opzichte van voorgaande rapportages over de risico’s zijn dit jaar een aantal aanpassingen gedaan. Ten eerste zijn alle risico’s waarvan de verwachtingswaarde 100% was, verwerkt in de begroting en niet langer opgenomen als een risico. Dit heeft er ook toe geleid dat de percentages voor de verwachtingswaarde zijn aangepast naar 10, 30, 50, 70 en 90%. Daarnaast zijn alle risico’s opnieuw beoordeeld en de waarde en de kans dat ze zich voordoen daarop aangepast. Hierdoor zijn risico’s verdwenen, bestaande risico’s samengevoegd of juist uitgesplitst en nieuwe risico’s toegevoegd. Er zijn geen risico’s verdwenen op grond van ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering, wet- en regelgeving, maatschappij of economie. Om een concreter beeld te geven van de risico’s die de VRGZ loopt, worden in de onderstaande tabel de tien grootste risico’s weergegeven.
3.570 508 3.062 3.288 702 2.586 7.928 1.360 6.568 Tabel 4.5: samenvatting risico’s
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
30
Nr
Risico en omschrijving
1
Cao wijzigingen Het betreft hier de verwachte stijgingen door een nieuwe CAO die boven de indexcijfers uitkomen die door de adviescommissie zijn meegegeven en zijn opgenomen in de begroting 2023 en 2024. Het risico is dat de gemeenten en deels ook de zorgverzekeraars onvoldoende compenseren om dit op te vangen.
2
3
Bedrag x kans
Verduurzaming vastgoed Om te voldoen aan de duurzaamheidseisen (o.a. klimaatakkoord, energiebesparing) zijn extra investeringen nodig in bestaande en nieuwe panden. Dit betreft een afweging tussen de ambities, planning en financiële middelen. Prijsstijgingen Het betreft hier de verwachte stijgingen van materieel (inkoop, onderhoud, bouw) die boven de indexcijfers uitkomen die door de adviescommissie zijn meegegeven en zijn opgenomen in de begroting 2023 en 2024. Het risico is dat de gemeenten en deels ook de zorgverzekeraars onvoldoende compenseren om dit op te vangen.
Risico bedrag
3.375 x 0,7 (C&R) en 175 x 0,5 (AZGZ)
2.450
1.950 x 0,7
1.365
1.600 x 0,7
Beheersmaatregelen ▪ ▪
1.120
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
Tijdig het gesprek voeren met gemeenten en zorgverzekeraars Bij vacatureruimte afwegen of invulling noodzakelijk is.
▪
Onderzoek en advies verduurzaming van 13 panden
▪
Ambities en planning laten aansluiten op financiële middelen.
▪ ▪
Tijdig bespreken met gemeenten en zorgverzekeraars Kwaliteitseisen verlagen
▪
Uitstellen of afzien van aanschaf materieel.
31
Nr
Risico en omschrijving
4
Arbeidsmarktproblematiek Er is sprake van vergrijzing en schaarste van personeel. Er moet meer worden geïnvesteerd in behouden en aantrekken van kwalitatief goede werknemers. Dat kan ook leiden tot tijdelijk inhuren, wat door de krapte op de arbeidsmarkt ook duurder kan uitpakken. Daarnaast speelt de samenvoeging van de meldkamers in Oost 5 een rol. De extra reistijd kan het werk minder aantrekkelijk maken, waardoor mensen vertrekken of moeilijker aan te trekken zijn. Het opleiden van nieuwe medewerkers kan ten koste gaan van het bemensen tafels met als gevolg langer wachten op triage of extra inhuur.
5
5
Bedrag x kans
Kapitaallasten vastgoed Bij de regionalisering zijn panden zonder- of met geringe boekwaarde overgegaan naar de VRGZ. Hiervoor zijn dus geen of weinig kapitaalslasten gebudgetteerd terwijl deze in de komende jaren aan vervanging toe zijn. Dit betekent een extreme stijging in de kapitaalslasten t.o.v. de huidige situatie. Het risico bestaat dat hiervoor niet/onvoldoende wordt gecompenseerd.
Omgevingswet De invoering omgevingswet kan leiden tot een veranderde vraag, waardoor er hoger/ander geschoold personeel nodig is, nieuwe software en een toename in (complexere) aanvragen.
Risico bedrag
Beheersmaatregelen
413
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zorgcoördinatie Oost 5 samenwerking Arbeidsvoorwaarden Wervingscampagnes Landelijk aandacht via brancheorganisatie Innovatieve Taakdifferentiatie Routeren Inzet wervingsbureaus Inhuren
500 x 0,7
350
▪ ▪
Uitstellen van vervanging Onderzoek naar vermindering kazernes en spreiding opnieuw beoordelen
900 x 0,3
270
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Trainingen/opleidingen personeel Projectorganisatie ingericht Actueel houden van de opgedane kennis Participatie in landelijke overleggen Volgen van de landelijke ontwikkelingen
750 x 0,3 375 x 0,5 (MK AZGZ)
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
32
Nr
Risico en omschrijving
7
WNRA Het is nog onduidelijk of de volledige werkgeverslasten moeten worden berekend voor de brandweervrijwilligers i.p.v. de 7% van nu. Ook is niet bekend wat dit betekent voor de animo voor vrijwilligers en de impact op 2de loopbaanbeleid 24-uursdienst.
8
9
10
Bedrag x kans
Klimaatverandering Gevolgen van klimaatverandering en energietransitie op Repressie brandweer. Dit kan leiden tot langere- en complexere uitrukken en toename in aantal uitrukken. Ook kan dit leiden tot anders- of meer opleiden en nieuwe vereisten materieel. Cybercriminaliteit/beveiligingsincident Beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie (en persoonsgegevens) in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Dit kan leiden tot boetes en imagoschade. Cybercriminaliteit kan een oorzaak en een gevolg daarvan zijn en brengt risico’s op bedrijfscontinuïteit, losgeldeisen, valse betalingsverzoeken, etc. met zich mee. Epidemie Kosten van uitval en andere inzet van personeel, waardoor taken tijdelijk niet worden uitgevoerd of extra moet worden ingehuurd. Totaal van de 10 grootste risico’s (noodzakelijke risicocapaciteit) Overige (noodzakelijke risicocapaciteit) Totale noodzakelijke risicocapaciteit
900 x 0,3
Risico bedrag 270
Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪
Landelijke ontwikkelingen volgen (onderzoek SEmFire UvM) Pilot fit voor het vak Geen kazernering/ consignatie (bouwsteen1) Afbouwregeling consignatievergoeding
375 x 0,7
262
▪ ▪
Volgen landelijke ontwikkelingen Project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing
750 x 0,3
225
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Uitvoeren van audits Verhogen bewustwording binnen de organisatie Aanwezigheid van CISO, FG en PO Tactisch- en strategisch plan om te voldoen aan wet- en regelgeving Back-ups Continuïteitsplan
▪
Continuïteitsplan eigen organisatie
375 x 0,5
187
6.912 1.016 7.928 Tabel 4.6: overzicht 10 grootste risico’s
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
33
Van bovenstaande risico’s worden de cao wijziging (1), prijsstijgingen (2) en de kapitaallasten (4) verwerkt in de begroting 2024 en/of in de begrotingswijziging 2023. De risico’s en de bedragen worden daarop aangepast in de volgende rapportages. Frauderisico analyse
In 2021 heeft de VRGZ beleid opgesteld over het voorkomen van fraude en is een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De analyse wordt periodiek geactualiseerd en is betrokken bij het risicomanagement. Ook komt dit onderdeel vanaf de jaarrekening 2023 terug bij de rechtmatigheidsverklaring via het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. 4.1.3 Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De kengetallen zijn berekend zoals aangegeven in de Ministeriele Regeling juli 2015. Realisatie 2022
Gewijzigde begroting 2022
Realisatie 2021
Netto schuldquote
51%
80%
63%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
51%
80%
63%
Solvabiliteitsratio
12%
6%
10%
Structurele exploitatieruimte
2%
-0,5%
2%
Kengetallen
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRGZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Deze is lager door dan begroot door het lagere investeringsvolume. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de VRGZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Hierdoor ontstaat inzicht in de structurele exploitatieruimte. Dit percentage is voor de VRGZ 2% wat nagenoeg volledig toe te schrijven is aan het programma Ambulancezorg.
Tabel 4.7: kengetallen
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
34
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Materiele vaste activa Activeren en afschrijven Conform het BBV wordt alle materiële vaste activa geïnvesteerd. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf 1 juli van het jaar van ingebruikname. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000,- per object. Investeringen in gebouwen De VRGZ heeft ultimo 2022 34 brandweerkazernes en 4 ambulanceposten in eigendom. De overige kazernes en ambulanceposten zijn in eigendom van de gemeenten en worden gehuurd door de VRGZ. Investeringen in gebouwen die eigendom van de gemeenten zijn komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRGZ worden bij de VRGZ geactiveerd. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting. Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRGZ een meerjarig investeringsplan dat periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten gebaseerd op de verwachte kapitaallasten van het betreffende begrotingsjaar. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Dit laatste staat onder druk vanwege de inflatie en additionele duurzaamheidseisen waardoor prijzen verder oplopen.
Onderhoud Ambitieniveau VRGZ is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten van het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Onderhoud gebouwen en installaties Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks het planmatig onderhoud uitgevoerd. Uitgangspunten beleid ▪ Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en een keer in de vijf jaar volledig herzien door een externe partij. De eerstvolgende herziening vindt plaats in 2023. ▪
De VRGZ middelt de lasten van het onderhoud over een periode van 10 jaar.
▪
Voor het meten en bewaken van de onderhoudsstaat hanteert de VRGZ de landelijke NEN‐norm 2767 (Nederlands Normalisatie‐ instituut) voor gebouwen.
Het onderhoud vertoont in absolute zin, als gevolg van werkelijk uit te voeren onderhoud, in de verschillende jaren fluctuaties. Via de voorziening groot onderhoud vertoont de feitelijke belasting van de begroting een stabiel beeld.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
35
De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. De VRGZ draagt bij in de servicelasten.
In 2022 zijn een drietal nieuwe leningen afgesloten met een stortingsdatum in de toekomst (2023, 2024 en 2025). Alle leningen zijn ter vervanging van aflopende leningen en nu reeds afgesloten met het oog op de stijgende rentepercentages.
Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd via het organisatieonderdeel Materieel Techniek (servicecentrum) of uitbesteed.
4.3
Financiering
4.3.1 Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille Risicobeheer Het is de VRGZ niet toegestaan om leningen te verstrekken en rente en aflossing van leningen te garanderen. Financieringsportefeuille De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De VRGZ voert een risicomijdend beleid en voldeed in 2022 aan wet- en regelgeving. Voor de VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
36
4.3.2 Rente en treasury Realisatie Begroting Realisatie 2022 2022 2021 a. De externe rentelasten over korte en lange financiering
987
1.049
986
b. De externe rentebaten
-55
-
-
932
1.049
986
-
-
-
Totaal door te rekenen externe rente c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Totaal c
-
-
-
-
-
-
Saldo door te rekenen externe rente (a+b+c)
932
1.049
986
d1. Rente over eigen vermogen
-
-
-
-
-
-
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente e. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury
Kasgeldlimiet Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen; de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Uit tabel 4.9 blijkt dat de VRGZ binnen de norm voor de kasgeldlimiet is gebleven. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000,-) Omvang begroting per 01-01-2022 (grondslag) In procenten van de grondslag
1.049
986
1.142
1.224
1.139
-210
-175
-153
80.585 8,20%
Toegestane kasgeldlimiet
6.608 1e kwartaal
2e 3e kwartaal kwartaal
4e kwartaal
Totaal netto vlottende schuld
-1.544
2.601
1.443
944
Toegestane kasgeldlimiet
6.608
6.608
6.608
6.608
5.064
9.209
8.051
7.552
Ruimte 931
2022
Tabel 4.9: kasgeldlimiet
Tabel 4.8: renteschema
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
37
Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat. In 2022 bleef de VRGZ binnen de norm van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido). Renterisiconorm (bedragen x € 1.000,-)
2022
1
Renteherziening op lening o/g
2
Betaalde aflossingen
6.896
3
Renterisico (1+2)
6.896
4
Begrotingstotaal 2021
80.585
Bij Min. Regeling vastgestelde %
5
Renterisiconorm
0
20% 16.117
Toets renterisiconorm (5-3)
6
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
9.221 Tabel 4.10: renterisiconorm
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
38
4.4
Organisatie en bedrijfsvoering
In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de taken waarvoor binnen de begroting geen afzonderlijke programma’s zijn opgenomen. Het gaat om de wijze waarop de bedrijfsvoering plaatsvindt en een korte beschrijving van de ontwikkelingen die daarop van invloed zijn. 4.4.1 Ambtelijke organisatie De VRGZ wordt geleid door een directie bestaande uit twee leden: een directeur Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering en een directeur Brandweeren Ambulancezorg. De GHOR (onderdeel van de sector Crisisbeheersing) wordt aangestuurd door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) die tevens directeur is van de GGD Gelderland-Zuid (GGD GZ).
Dit alles wordt uitgevoerd binnen de door het bestuur en directie vastgestelde (financiële) beleidskaders. De directie ziet erop toe dat de ambtelijke organisatie integer handelt en de bestuursbesluiten goed uitvoert. Ook bevordert de directie de onderlinge samenwerking en samenhang tussen de sectoren en afdelingen en de samenwerking met de externe partners ten behoeve van integrale advisering aan het bestuur en de operationele taakuitvoering. Binnen de vastgestelde kaders opereren de managers van de sectoren en afdelingen met een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, waarbij medewerkers de vrijheid hebben om als professionals te opereren. Leidinggevenden stimuleren en ondersteunen hen in de ontwikkeling van hun professionaliteit.
4.4.2 Besturing De manager van de sector Bedrijfsvoering opereert als integraal manager voor zowel VRGZ als GGD Gelderland-Zuid en is onder de eindverantwoordelijkheid van de directeur Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering integraal verantwoordelijk voor zo goed als alle PIOFACHtaken (personeel, informatievoorziening en ICT, organisatie, financiën, administratie, en huisvesting). Alleen communicatie is elders gepositioneerd, namelijk onder de manager Crisisbeheersing.
4.4.3 Bedrijfsvoering In 2022 zijn in de sector Bedrijfsvoering veel ontwikkelingen geweest, mede in het kader van de opdracht aan het in 2021 gestarte hoofd van de sector Bedrijfsvoering. Productiecapaciteit is meer afgestemd op klantvraag en het eigen realisatievermogen is omhooggegaan door insourcing en harmonisatie. Daarnaast zijn analyses op interne dienstverlening en externe dienstverlening (GGD GZ) opgeleverd.
De afdelingsmanagers van de onderliggende afdelingen, Financiën & Inkoop, HRM, Vastgoed- & Facility Management en Informatievoorziening, zijn integraal verantwoordelijk voor zowel de inhoud van hun beleidsterreinen en de onderlinge afstemming hierover, als voor de budgetbeheersing om hun taken uit te voeren voor zowel VRGZ als GGD GZ.
HRM De huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt maken dat nog meer ingezet moet worden op aantrekkelijk werkgeverschap en het binden en boeien van onze medewerkers. Het in 2022 uitgevoerde medewerkerstevredenheidonderzoek is een van de instrumenten die richtinggevend is voor verdere verbetering van de organisatie op dit
Jaarverslag Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2022
39
gebied. De verbeteracties zijn op teamniveau besproken en worden in 2023 opgepakt. Het beleid rondom thuiswerken (Werken in Balans) is geïmplementeerd. Met dit beleid wordt beoogd om plaats- en tijdonafhankelijk te werken en daarmee het zo effectief mogelijk werken te bevorderen en een goede werk- en privé balans mogelijk te maken. Om ervoor te zorgen dat ook rondom primaire arbeidsvoorwaarden in de pas blijft gelopen is een HR21-traject gestart. Rondom de dienstverlening vanuit HRM is ingezet op verbeteringen in de processen van werving- en selectie en verzuim. Afgelopen jaar is ingezet op de verbetering van de beheerprocessen en het sneller en beter doorvoeren van ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving. Naast genoemde ontwikkelthema’s en verbeteracties heeft HRM bijgedragen aan grote trajecten als de samenvoeging van de meldkamers van de brandweer- en de ambulancezorg tot Meldkamer Oost Nederland. Ook is binnen de ambulancezorg het traject op het gebied van functiewaardering (FWG) het afgelopen jaar zo goed als afgerond. Finance & Control Interne beheersing Op basis van de interne controles en de interim controle is vastgesteld dat de interne beheersing van de financiële processen op orde is. De aandachtspunten uit de rapportage van de accountant (managementletter 2022) zijn afgerond of onderhanden.
Uit de dieper gaande Verbijzonderde Interne Controle 2022 (VIC) komen een aantal aandachtpunten naar voren, met name op het gebied van inkoop (zie ook onderdeel Inkoop).
Daarnaast is gewerkt aan de voorbereiding op de wetswijziging ten aanzien van rechtmatigheid. De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van het gevoerde (financiële-) beleid ligt, nu en straks, bij het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur richt daarvoor (via de directie) de administratie en interne beheersing zodanig in dat zij verantwoording kan afleggen aan het Algemeen Bestuur. Inkoop In 2022 is een start gemaakt met het Verbeterplan Inkoop. Dit plan bevat een groot aantal aanbevelingen om de doorontwikkeling van de inkooporganisatie mogelijk te maken. Het plan richt zich op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de inkopen en het bijdragen aan de organisatiedoelstellingen. Naar verwachting neemt de uitvoering van het plan heel 2023 en 2024 in beslag. Inkopen en aanbesteden Alle aanbestedingstrajecten die de VRGZ heeft opgestart zijn binnen de Europese aanbestedingsregels afgerond en daarmee rechtmatig tot stand gekomen. Vastgoed- & Facility Management Het achterstallig onderhoud waarvoor het bestuur een incidentele bijdrage heeft goedgekeurd is nagenoeg afgerond, een aantal zaken zit op dit moment in de uitvoerende fase. Voor de Multipost in Nijmegen is een deel van het achterstallig onderhoud nog niet uitgevoerd aangezien er een onderzoek lopende is over de toekomstbestendigheid van de Multipost. In de eerste helft van 2023 zal hier meer duidelijkheid over zijn.