CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

C10 d.d. 13 april 2022 van de ODRN inzake Begrotingswijziging ODRN 2022 en begroting 2023

Besluitronde (raadsvergadering) 11 mei 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven nog in behandeling20.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dat is 4% van onze begrote salarissen. We zullen ons bestuur periodiek informeren over de besteding van deze middelen.

2

Niet alle beschikkingen hoeven openbaar gemaakt worden. Uitzonderingen gelden voor o.a. geweigerde vergunningen (weigeringen) en bestuurlijke boetes.

18

3.6. Programmabegroting In onderstaande tabel ziet u de programmabegroting 2023 met vergelijkende cijfers over 2022 (begroot)3 en 2021 (realisatie): Omschrijving in € * 1000

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

5.373

5.434

5.472

3.681

3.650

3.952

7.4 Milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten

Totaal

3.945 13.000

55%

4.486 13.570

57%

4.136

56%

13.560

8.3 Bouwen & Wonen Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten

Totaal

5.469

5.155

5.244

3.547

4.271

4.115

1.531 10.547

45%

Vrijval voorziening harmonisatie toelage

53

0%

Onttrekkingen aan reserves

36

0%

Totaal baten

23.635

100%

998 10.424

23.993

43%

100%

1.268

44%

10.626

24.186

100%

De in 2023 begrote baten hebben voor 56% betrekking op Milieubeheer en voor 44% op Bouwen & Wonen. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2022 (begroot) en 2021 (jaarrekening).

3 Bij de vergelijkende begrotingscijfers 2022 gaan we uit van de geactualiseerde begrotingscijfers die we ons

Algemeen Bestuur op 7 juli 2022 zullen voorleggen. 19

4. Financiële begroting 2023 meerjarenraming 2024 - 2026

20

4.1. Uitgangspunten De begroting 2023 is gebaseerd op de advieslijsten die we begin 2022 met onze opdrachtgevers hebben afgestemd. We zijn bij het opstellen van de begroting 2023 uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. De begroting 2023 is opgesteld op basis van de uitgangspunten vereenvoudigde bedrijfsvoering 2023. 2. De begroting 2023 is inclusief een structurele aanvullende bijdrage van jaarlijks € 3 ton voor ontwikkeling en opleiding vanaf 2023. Het totale budget voor ontwikkeling en opleiding bedraagt hiermee jaarlijks € 6 ton. Dat is 4% van de loonsom. 3. De begroting 2023 is inclusief de volgende effecten van de Omgevingswet: a.

Overheveling taken Wet bodembescherming

b.

Taken geluid

c.

Minder werk als gevolg van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen;

4. De begroting 2023 is inclusief een indexering van 3,75% van onze baten in 2023. 5. De meerjarenbegroting vanaf 2024 is zonder effect van taakstellingen. 6. We gaan uit van een inhuurbudget van 20% van onze begrote salarissen plus inhuur. 7. De meerjarenbegroting gaat uit van een indexering 2023 van onze lasten volgens de CEP maart 2022,4 loon en inhuur 3,3% en materieel 3%. 8. De meerjarenraming is inclusief jaarschijf 2026. Deze is conform jaarschijf 2025. 9. De meerjarenbegroting 2023 - 2026 is op prijspeil 2023. 10. We gaan uit van een productiviteit van 72%, wat neerkomt op afgerond 1350 uur productief. 11. Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1). 12. De begroting is zonder kostprijsverhogend btw-effect. We factureren de opdrachtgevers inclusief btw. We lichten de punten 1 tot en met 5 voor u toe. De overige uitgangspunten hebben geen verdere toelichting nodig.

1. Uitgangspunten vereenvoudigde bedrijfsvoering 2023 De advieslijsten 2023 en dus ook de begroting 2023 zijn op basis van uitgangspunten waarover het Algemeen Bestuur op 16 december 2021 besloten heeft: uniforme

4. Het centraal economisch plan (CEP), maart 2022, bijlage Middelen en Bestedingen 2023:  de ‘beloning werknemers overheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel  het ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ als indexering voor de materiële lasten

21

uurtarieven en een vereenvoudigde producten- en dienstencatalogus. 5 Het Algemeen Bestuur heeft ook besloten over de toerekening van de indirect primaire inzet. Op dit punt zijn we iets van het besluit afgeweken en leggen we het bestuur een gewijzigd besluit voor. Het besluit was om deze uren toe te rekenen op basis van de door de deelnemer afgenomen productaantallen (50%) en direct productieve uren (50%). Voortschrijdend inzicht laat zien dat een 100% toerekening op basis van de door de opdrachtgever afgenomen direct productieve uren minder herverdeeleffecten geeft en eenvoudiger is.

2. Structurele aanvullende bijdrage van jaarlijks € 3 ton voor ontwikkeling en opleiding vanaf 2023 De toelichting op deze structurele aanvullende bijdrage leest u in paragraaf 3.5.

3a en b. Omgevingswet - Overheveling taken Wet bodembescherming en taken geluid Onder de Omgevingswet vinden een aantal wijzigingen plaats voor bodem- en geluidtaken. Waar de bevoegdheid voor bodemsaneringstaken nu meestal bij de provincie ligt, komt deze onder de Omgevingswet bij de gemeente te liggen. Deze bodemsaneringstaken zijn dan aangewezen als basistaak. Dit geldt zowel voor vergunningverlening als voor toezicht & handhaving. Basistaken moeten worden uitgevoerd door een omgevingsdienst. Er komen nieuwe geluidtaken bij die betrekking hebben op de volgende onderwerpen: basisgeluidemissie gemeentelijke wegen, geluidproductieplafonds voor industrieterreinen en provinciale wegen en geluidaandachtsgebieden.

3c. Wkb Adviesbureau ANG heeft in het rapport ‘Doorrekening Wkb-effect deelnemers ODRN’ de effecten van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen becijferd. ANG komt per saldo uit op een besparing van jaarlijks € 4,2 ton. We hebben de bevindingen van ANG in onze begroting overgenomen, maar wijzen wel op een aantal risico’s en onzekerheden. Omgevingsvergunningen bouw gaan uit twee delen bestaan. Dat betekent twee keer inboeken, dossier aanmaken, verzenden, publiceren, enzovoorts. ANG houdt daarmee mogelijk onvoldoende rekening. Verder wijzen we u op de juridische risico’s. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) benoemt in een impactanalyse aanzienlijke juridische risico’s rondom bouwmeldingen. Er zijn scenario’s denkbaar waarbij de bouwmelding niet direct kan worden afgehandeld en dat kan leiden tot discussie, handhaving of bezwaren. Bouwmeldingen kunnen meerdere keren ingediend worden voor ze akkoord zijn. Bij wijzigingen tijdens het bouwproces kan het ook nodig zijn gewijzigde meldingen in te dienen

5. Met uniforme tarieven bedoelen we een uniform tarief voor deelnemende gemeenten en een tarief met een differentiatie voor overige opdrachtgevers (inclusief de provincie Gelderland). Daarmee doen we recht aan het verschil in inschaling.

22

4. Indexering baten 2023 We gaan uit van een indexering van 3,75%.6 Dit is berekend conform de spelregels die ons Algemeen Bestuur op 30 september 2021 heeft vastgesteld.7 In de Begrotingsrichtlijnen (BRN) 2023 is het advies om voor de ODRN uit te gaan van een index van 2,64%. Het verschil komt voornamelijk doordat de BRN bij de nacalculatie van de loonsomindex over 2021 geen rekening houdt met de cao SGO 2021 - 2022 (+ 1,5% vanaf december 2021). Ten tijde van het opstellen van de BRN was er nog geen definitief akkoord over deze cao; het definitieve akkoord is in januari 2022 gesloten. We adviseren daarom de effecten uit deze cao mee te nemen. Verder is er een klein verschil door een bijstelling van het percentage werkhervattingskas. De nacalculatie hiervan valt iets lager uit.

5. Taakstellingen Onze deelnemers hebben ons afgelopen jaren diverse taakstellingen opgelegd: 

korting BRN 2021: 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023

een bezuiniging op ons uurtarief

Beide taakstellingen zijn niet de begroting verwerkt. In de BRN staat dat in het portefeuillehoudersoverleg van 29 november 2021 is besloten dat de generieke korting van 3% voor 2023 geen deel meer uitmaakt van de BRN 2023. We hanteren vanaf begrotingsjaar 2023 uniforme uurtarieven. Deze zijn berekend op basis van onze begroting en zijn in lijn met de benchmark die TwynstraGudde in het voorjaar 2021 heeft uitgevoerd en dus marktconform. Een korting hierop achten we niet haalbaar.

6. Zie bijlage 6.4. 7. Spelregels nota ‘Indexering vanaf 2023’: 

Verhouding index personeel/index materieel conform de begroting 2023: 84/16.

Index materiële kosten => de CEP ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen’.

Index personele kosten => de CEP ‘Beloning werknemers overheidssector’.

Nacalculatie over de personele kosten over begrotingsjaar t -2 zoals die volgt uit de cao SGO, de ABP-pensioenpremies en sociale premies.

23

4.2. Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2023 - 2026 Het Algemeen Bestuur heeft op 1 juli 2021 de begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023 - 2026 vastgesteld: de primitieve begroting. De mutaties op deze begroting en de actuele stand ziet u in bijlage 6.1. De wijzigingen die nu voorliggen vatten we in onderstaande tabel samen:

in € * 1.000 Baten

2022

2023

2024

2025

Bijdragen opdrachtgevers

857

2.192

2.884

2.884

Subsidie en overige bijdragen

-101

-108

-132

-132

Ontwikkelbijdrage

591

-209

-

-

1.347

1.875

2.752

2.752

Salariskosten

-56

589

570

570

Kapitaallasten

-75

12

12

12

Inhuur

829

1.126

1.818

1.818

Ontwikkeluitgaven

666

-209 300

300

300

Totaal baten Lasten

Ontwikkeluitgaven Opleidingen

6

17

16

16

PIOFAH

67

154

154

154

-

11

11

11

Bovenregionaal Materiële lasten Totaal lasten

-91

-124

-127

-127

1.347

1.875

2.752

2.752

De wijzigingen tellen op tot een bijstelling van baten en lasten van afgerond € 1,87 miljoen in 2023 en oplopend naar € 2,75 miljoen vanaf 2024. Een belangrijke mutatie op de baten is het bijstellen van bijdragen van opdrachtgevers op basis van de advieslijsten 2023. Dit geeft een aanvulling van € 2,19 miljoen in 2023 en € 2,88 Miljoen vanaf 2024. Dit gaat om de indexering over 2023, maar ook om voorzienbare effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Verder verlagen we de subsidies en overige bijdragen met € 1 ton in 2023 en met € 1,3 ton vanaf 2024. Tot slot stellen we voor om € 2 ton Ontwikkelbijdrage van 2023 naar 2022 over te hevelen. Dit stellen we voor in verband met meerkosten voor de invoering van de Omgevingswet. De lasten hebben we de geïndexeerd over 2023. We hebben onze budgetten voor salariskosten en inhuur in overeenstemming gebracht met onze ambitie: we sturen op een inhuur van 20% van het budget salariskosten plus inhuur. We hebben het Ontwikkelbudget in overeenstemming gebracht met de Ontwikkelbijdrage en we hebben

24

een structureel nieuw budget van € 3 ton opgenomen voor ontwikkelopgaven vanaf 2023. Tot slot zijn een aantal overige posten geactualiseerd.

Jaarschijf 2026 We stellen voor jaarschijf 2026 aan de meerjarenbegroting toe te voegen. We gaan voor 2026 uit van dezelfde begrotingscijfers als over 2025.

In bijlage 6.2 ziet u een nadere uiteenzetting van de mutaties. Deze bijstellingen leiden tot de aangepaste begroting in paragraaf 4.3. In paragraaf 4.4 lichten we de begrotingsposten en de mutaties hierop toe.

25

4.3. Financiële meerjarenbegroting 2023 - 2026 in € Lasten Nr.

Omschrijving

Jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

20228

2023

2024

2025

2026

12.708.040

14.594.071

15.187.829

15.112.674

15.112.674

15.112.674

196.989

291.881

303.154

301.280

301.280

301.280

3 Inhuur

4.292.444

3.721.488

3.873.215

3.853.322

3.853.322

3.853.322

4 PIOFAH

2.783.663

2.747.869

2.833.015

2.831.602

2.831.602

2.831.602

5 Kapitaallasten

376.838

325.000

412.000

412.000

412.000

412.000

6 Overige materiële kosten

999.633

844.325

809.778

805.034

805.034

805.034

366.470

366.470

366.470

0

0

1 Salariskosten 2 Opleidingskosten

7 Bijdrage regionaal stelsel

253.630

355.796

366.470

Ontwikkelprogramma

1.424.843

1.113.052

101.000

8

(2020 - 2023)

9 Ontwikkel- en opleidingsbudget Totaal lasten

23.036.081

300.000

300.000

300.000

300.000

23.993.483 24.186.459

23.982.383

23.982.383

23.982.383

Baten Nr.

Omschrijving

Jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

10 Bijdragen deelnemers

20.392.131

20.345.609

21.541.059

21.541.059

21.541.059

21.541.059

11 Bovenregionale bijdragen

1.710.202

2.097.804

2.105.597

2.105.597

2.105.597

2.105.597

429.359

512.018

438.804

335.728

335.728

335.728

1.014.843

1.038.052

101.000

23.982.383

23.982.383

23.982.383

0

0

0

12 Subsidies en diverse opdrachten 13 Bijdrage Ontwikkelprogramma 14 Vrijval voorziening

52.505

harmonisatietoelage 15 Onttrekking

36.407

bestemmingsreserve Totaal baten

Rekening-/begrotingssaldo

23.635.447

599.366

23.993.483 24.186.459

0

0

8 Dit betreft de begroting 2022 inclusief wijziging I. Deze leggen we op 7 juli 2022 gelijktijdig met de begroting

2023 aan het Algemeen Bestuur voor. 26

4.4 Toelichting op de begrotingsposten

1. Salariskosten In onderstaande tabel ziet u de mutaties op de begrote salariskosten: in € * 1.000 Initieel begroot

2022

2023

2024

2025

14.650

14.599

14.543

14.543

Medewerker Bedrijfsvoering

53

53

53

53

Medewerker Communicatie

-

60

60

60

Actualisatie

-109

-14

-31

-31

Index 2023

-

490

487

487

-56

589

570

570

14.594

15.188

15.113

15.113

Totale mutatie Bijgestelde begroting

De grootste mutatie is de indexering 2023. Daarnaast hevelen we het budget voor een medewerker Bedrijfsvoering en een medewerker Communicatie over van respectievelijk ons PIOFAH- en materiële budget (zie ook punt 4 en 6). Deze medewerkers nemen we in vaste dienst. Verder actualiseren we ons budget voor salariskosten. We vragen ons bestuur om in te stemmen met de ambitie te willen sturen op 20% inhuur. 9 Met de verlaging van de salariskosten, zoals u kunt zien in de actualisatie, vertalen we deze ambitie in onze begroting. De daling van dit budget vanaf 2024 komt door pensionering van één van onze medewerkers die we bij de provincie Gelderland detacheren.

2. Opleidingskosten Evenals in de vorige begrotingen is in de begroting 2023 voor opleidingen 2% van de loonsom geraamd.

3. Inhuur In de volgende tabel ziet u de mutaties op het inhuurbudget: in € * 1.000

2022

2023

2024

2025

Initieel begroot

2.893

2.748

2.036

2.036

Actualisatie

829

1.000

1.693

1.693

Index 2023

-

125

125

125

1.126

1.818

1.818

3.873

3.853

3.853

Totale mutatie Bijgestelde begroting

829 3.721

9. Een percentage van het budget inhuur plus het budget voor salarissen.

27

Behalve voor de indexering 2023 stellen we stellen het inhuurbudget in 2023 met € 1,0 miljoen en vanaf 2024 met jaarlijks € 1,69 miljoen bij. Hiermee passen we dit budget aan op de advieslijsten en we vertalen hiermee de ambitie van 20% inhuur naar onze begroting. Dat ziet u in onderstaande tabel: in € * 1.000 Salarissen Opleidingen Inhuur Totaal budget Aandeel inhuur 20%

2022

2023

2024

2025

14.594

15.188

15.113

15.113

292

303

301

301

3.721

3.873

3.853

3.853

18.607

19.364

19.267

19.267

3.721

3.873

3.853

3.853

4. Kosten via gastheerovereenkomst (PIOFAH-taken) We nemen van de gemeente Nijmegen verschillende diensten af op het vlak van personeel, ICT en huisvesting: de zogenaamde PIOFAH-taken. Dit ligt vast in de gastheerovereenkomst die we in 2020 hebben herzien. Een medewerker Bedrijfsvoering die onderdeel was van het PIOFAH-contract is met pensioen gegaan. We hebben voor de betreffende taken een medewerker in dienst genomen. Het budget hiervoor hebben we aan ons budget voor salariskosten toegevoegd. Dit geeft een verlaging van het PIOFAH-budget met € 53.000. De ICT-contracten betaalden we voorheen zelf. Deze hebben we nu bij de gemeente Nijmegen ondergebracht. We hevelen hiervoor € 91.000 materieel budget over naar het budget voor PIOFAH-taken. In totaal is er voor € 30.000 aan overige bijstellingen. Die houden onder andere verband met aanpassingen van de dienstverlening aan ons groeiende personeelsbestand. En tot slot hebben we het budget vanaf 2023 geïndexeerd. Per saldo begroten we een toename van deze kosten van jaarlijks € 1,5 ton. De mutaties ziet u in de volgende tabel: in € * 1.000

2022

2023

2024

2025

Initieel begroot

2.680

2.679

2.678

2.678

Aanvulling ICT PIOFAH

91

91

91

91

Medewerker Bedrijfsvoering

-53

-53

-53

-53

Overige aanpassingen

30

30

30

30

87

86

86

67

154

154

154

2.748

2.833

2.832

2.832

Index 2023 Totale mutatie Bijgestelde begroting

28

5. Kapitaallasten We doen investeringen in huisvesting en ICT. Het rentepercentage hebben we op 0% gezet; we ramen dus alleen afschrijvingslasten. Dit is in lijn met de voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die voorschrijven dat alleen met werkelijke rente mag worden gerekend. We hebben de kapitaalasten geïndexeerd, wat een ophoging geeft van € 400.00 naar € 412.000. Onze begrote activa en afschrijvingen ziet u in de volgende tabel: Begrote

Jaarlijkse

aanschaf-

afschrijvings-

waarde

lasten

Inrichting (meubilair, vloerbedekking etc.)

1.133

113

10 jaar

ICT: Applicaties en servers

1.391

278

5 jaar

62

21

3 jaar

2.585

412

Investering in € * 1.000

ICT: Pc’s, laptops, tablets, printers Totaal

Afschrijvingstermijn

De begrote aanschafwaarde van € 2,58 miljoen is hoger dan de huidige aanschafwaarde van € 1,1 miljoen (jaarrekening 2021). We houden bij de begrote aanschafwaarde en bijbehorende afschrijvingslasten rekening met een investering voor de vervanging van ons zaaksysteem WRS. De aanbesteding hiervan moet nog plaatsvinden. Ook houden we rekening met uitgaven voor het inrichten van thuiswerkplekken.

6. Overige materiële kosten Dit gaat om materiële kosten die we niet via de gastheer afnemen, zoals kosten voor woon-werkverkeer, dienstreizen, abonnementen, porto, drukwerk, representatie en advertenties voor de werving van personeel. De mutaties op deze post ziet u in de onderstaande tabel:

in € * 1.000

2022

2023

2024

2025

Initieel begroot

935

934

932

932

Aanvulling ICT PIOFAH

-91

-91

-91

-91

-60

-60

-60

Overheveling budget Communicatie Index 2023

27

23

23

Totale mutatie

-91

-124

-127

-127

Totaal

844

810

805

805

We hebben meer ICT-contracten bij de gemeente Nijmegen belegd en in onze PIOFAHovereenkomst opgenomen. We verlagen hiervoor het budget materiële kosten en verhogen ons PIOFAH budget, zie hiervoor ook punt 4. Verder hevelen we € 60.000 van ons communicatiebudget over naar het budget voor vast personeel, omdat we voor deze middelen een communicatiemedewerker willen aanstellen.

29

7. Bijdrage regionaal stelsel In het Gelders Stelsel van omgevingsdiensten hebben we diverse programmatische bovenregionale taken belegd. De ODRN deelt mee in de kosten. We hebben deze kosten geïndexeerd. De mutaties op deze post ziet u in de volgende tabel: in € * 1.000 Initieel begroot

2022

2023

2024

2025

356

356

356

356

11

11

11

367

367

367

Index 2023 Bijgestelde begroting

356

In de volgende tabel ziet u de begrote inzet van deze middelen: in €* 1.000

2023

Ketentoezicht

85

Portaal en kenniscentrum

84

Innovatiegelden

38

ODNL

31

Coördinatie en kwaliteit en functionaris gegevensbescherming i.h.k.v. de AVG

30

Beheerkosten I-GO

18

Inspectieview milieu

25

P&O

19

Bestuurlijke strafbeschikking milieu (Bsb-m)

11

Overig < € 10.000

27

Totaal

367

8. Ontwikkelprogramma ODRN 2020 - 2023 We verwachten in 2022 in totaal € 6,8 ton extra kosten voor de Omgevingswet. Dat komt door het uitstel van de wet, niet-voorziene kosten en tegenvallers. We geven in de actualisatie van de begroting 2022 een nadere onderbouwing van dit bedrag en overleggen u daar een dekkingsvoorstel. Een onderdeel van dit voorstel is om de in 2023 begrote ontwikkelkosten van € 3,1 ton voor afgerond 2,1 ton aan de begroting 2022 toe te voegen. In 2022 dekken we hiermee een deel van de meerkosten voor de Omgevingswet. Ook dekken we hiermee de kosten van een projectleider voor de vervanging van ons zaaksysteem. We houden na deze wijzigingen in 2023 nog € 1 ton over. Dit budget is bestemd voor een deel van de vervangingskosten van het zaaksysteem. We zullen u in de loop van 2022 of in 2023 rapporteren over de kosten en dekking hiervan.

30

U ziet in de volgende tabel de meerjarige mutaties op de (begrote) ontwikkeluitgaven: Realisatie 2020

Begroting 2021

Oorspronkelijk begroot

1.500

1.017

2517

AB 20-12-2019

Onderbesteding 2020

-800

800

0

AB 4-11-2020

Onderbesteding 2020

-98

98

0

AB 1-7-2021

310

310

AB 1-7-2021

in €* 1.000

Inzet besparingen en meevallers Overheveling naar 2022/2023

0

Realisatie 2021

Begroting 2022

-757

Begroting 2023

Totaal

Besluit

447

310

0

AB 1-7-2021

Overheveling van 2023 naar 2022

209

-209

0

AB 7-7-2022

Aanvullende bijdrage

339

339

AB 7-7-2022

43

0

AB 7-7-2022

75

75

AB 7-7-2022

Onderbesteding 2021

-43

Meevaller afschrijvingslasten (Verwachte) inzet

602

1.468

-43

1.113

101

3.241

9. Ontwikkel- en innovatiebudget vanaf 2023 We willen vanaf de begroting 2023 voor structurele ontwikkel- en opleidingsopgaven een bedrag van jaarlijks € 3 ton aan de begroting toevoegen. Hiermee verdubbelen we ons opleidingsbudget van 2% naar 4% van de loonsom. Deze bijdrage is verwerkt als toeslag op het uurtarief voor direct primaire inzet en wordt door al onze opdrachtgevers betaald.

10. Deelnemersbijdragen De vanaf 2023 begrote bedragen zijn gebaseerd op de advieslijsten voor 2023 die in maart 2022 met de opdrachtgevers zijn afgestemd. U ziet het bedrag per deelnemer in de volgende tabel:

in € * 1.000

2022

2023

2024

2025

Provincie Gelderland

6.611

6.755

6.755

6.755

Gemeente Berg en Dal

2.137

2.246

2.246

2.246

Gemeente Beuningen

1.499

1.615

1.615

1.615

Gemeente Druten

534

573

573

573

Gemeente Heumen

848

870

870

870

Gemeente Nijmegen

7.754

8.527

8.527

8.527

Gemeente Wijchen

965

955

955

955

20.346

21.541

21.541

21.541

Totaal

31

11. Bovenregionale bijdragen In de volgende tabel ziet u een uitsplitsing van de begrote bovenregionale bijdragen. Dit gaat om baten voor het uitvoeren van complexe vergunningverlening voor de omgevingsdiensten binnen het Gelders Stelsel en de uitvoering van de Brzo-taken voor de provincie Overijssel. Ook deze bijdragen zijn gebaseerd op de advieslijsten 2023.

in € * 1.000

2022

2023

2024

2025

Omgevingsdienst Achterhoek

257

273

273

273

Omgevingsdienst Rivierenland

79

54

54

54

Omgevingsdienst Regio Arnhem

548

549

549

549

Omgevingsdienst Veluwe IJssel

77

83

83

83

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

136

140

145

145

Omgevingsdienst de Vallei

146

146

141

141

Provincie Overijssel

855

861

861

861

2.098

2.106

2.106

2.106

Totaal

Verklaring toename begroting/advieslijsten 2023 t.o.v. begroting/ werkplannen 2022 De advieslijsten 2023 nemen ten opzichte van de geactualiseerde begroting/werkplannen 2022 toe met € 1,2 miljoen. Dit wordt voor € 8,5 ton verklaard door de indexering 2023. Verder hebben we de effecten van de Omgevingswet voor bodem- en geluidtaken meegenomen (+ € 4 ton) en we hebben rekening gehouden met minder werk als gevolg van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (- € 4,2 ton). Tot slot zijn er overige afspraken die optellen tot een bedrag van € 3,7 ton. Het belangrijkste onderdeel is meerwerk van € 4 ton voor de gemeente Nijmegen. Met deze extra bijdrage van de gemeente zijn we in staat om het VTH-beleid uit te voeren. In de volgende tabel ziet u de mutaties: Werkplan

Advieslijst

2022

2023

Toename

Verklaring toename

Bodem- en in € * 1.000 Deelnemersbijdragen

20.346

21.541

1.195

Bovenregionale bijdragen

2.098

2.106

8

22.443

23.647

1.203

Totaal

32

geluidtaken

Indexering

Wkb

Overig

395

779

-416

438

76

-4

-64

855

-420

374

395

We hebben voor de wijzigingen van bodem- en geluidtaken ambtelijke afspraken uitgewerkt met onze deelnemers. De indexering van 3,75% is berekend volgens de spelregels die ons Algemeen Bestuur op 30 september 2021 heeft vastgesteld.10 In de Begrotingsrichtlijnen (BRN) 2023 staat het advies om voor de ODRN uit te gaan van een index van 2,64%. Dit 1,11% is lager dan de 3,75%. Het verschil komt voornamelijk doordat de BRN bij de nacalculatie van de loonsomindex over 2021 geen rekening houdt met cao 2021 - 2022, zoals u ook in paragraaf 4.1 onder punt 4, ‘Indexering baten 2023’, heeft kunnen lezen. Verder is er een klein verschil door een bijstelling van het percentage werkhervattingskas. De nacalculatie hiervan valt iets lager uit. In bijlage 6.5 is de berekening van de indexering 2023 opgenomen. Adviesbureau ANG heeft in het rapport ‘Doorrekening Wkb-effect deelnemers ODRN’ de effecten van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen becijferd en komt per saldo uit op een besparing van jaarlijks € 4,2 ton. De kolom overig betreft specifieke bijstellingen van individuele opdrachtgevers en het doorberekening van de uitbreiding van ons ontwikkeling en opleidingsbudget

12. Subsidies en overige baten De uitsplitsing van begrote subsidies en overige baten ziet u in de volgende tabel:

in € * 1000

2022

2023

2024

2025

Subsidies Communicatie 6 Brzo-OD’s

58

58

58

58

Meerjarenafspraak (MJA) 6 Brzo OD's Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV) Cluster 1 Brzo

118

118

118

118

60

60

60

60

Inkomsten uit detachering

176

103

Overige baten

100

100

100

100

Totaal

512

439

336

336

Voor de begroting voor 2023 en verder houden we hetzelfde subsidiebudget aan als in 2022 is begroot. Op basis van diverse landelijke onderzoeken en rapporten over het functioneren van het landelijke VTH-stelsel verwachten we dat de landelijke subsidies de komende jaren hoger worden. Op verzoek van het Ministerie van I&W hebben ODNL en Brzo/Brzo+ een eerste opzet gemaakt voor een Impulsprogramma VTH-stelsel 2030, inclusief financiële raming. Het programma is opgebouwd uit de onderdelen kennis, expertise & opleidingen,

10. Zie paragraaf 4.1 onder punt 4, ‘Indexering baten 2023’.

33

verbetering kwaliteit VTH, data- informatie- en ICT, strafrechtelijke aanpak en programmaondersteuning. De geraamde bedragen zijn eenmalig € 5,6 miljoen en structureel € 4 miljoen per jaar. Het is te verwachten maar op dit moment nog niet in te schatten of en zo ja hoeveel van deze bijdragen ten bate komen van de ODRN. We verwachten hierover eind 2022 meer te kunnen zeggen en nemen een eventuele bijstelling van de begroting begin 2023 mee bij de actualisatie van de begroting 2023. De inkomsten uit detachering gaan om de verwachte baten vanwege detacheringsovereenkomsten met de provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen. Deze overeenkomsten lopen respectievelijk eind 2022/medio 2023 af. Verder hebben we een stelpost van € 100.000 opgenomen voor overige diverse inkomsten. Een aantal incidentele inkomsten bij overige opdrachtgevers is niet in de advieslijsten opgenomen en nemen we aanvullend in de begroting op.

4.4. Overhead In de volgende tabel ziet u de ontwikkeling van de overhead. We geven ook aan hoe onze overhead zich verhoudt tot de totale lasten: in € * 1.000

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

197

292

303

Opleidingskosten PIOFAH-taken gastheer Kapitaallasten software, pc’s e.d. Overige materiële kosten Bijdrage kwaliteitsstelsel

2.784

2.748

2.833

377

325

412

727

744

706

254

356

366

Loonkosten indirect personeel

2.146

2.354

2.491

Totaal overhead

6.485

6.819

7.112

23.036

23.993

24.186

28%

28%

29%

Totaal lasten Overhead als % van de lasten

De opleidingskosten nemen vanaf de begroting 2022 toe. Dat komt doordat we in 2020 en 2021 jaarlijks € 1 ton van ons opleidingsbudget hebben ingezet voor de ontwikkelopgave. Er zijn verschuivingen tussen de PIOFAH-taken en de loonkosten indirect personeel doordat we een adviseur P&O en een medewerker Bedrijfsvoering vanaf medio 2021/2022 niet meer in het PIOFAH-contract hebben ondergebracht. We hebben deze medewerkers in dienst genomen. Het aandeel overhead als percentage van de totale lasten schommelt rond de 28/29% en is daarmee marktconform.

34

4.5. Lasten en baten per taakveld In het volgende overzicht ziet u de begrote baten en lasten naar taakveld: Omschrijving

Lasten

Baten

in € * 1.000

2023

2023

7.4 Milieubeheer Vergunning behandelen

5.472

Toezicht en handhaven

3.952

Advies en projecten Totaal

4.136 9.573

13.560

8.3 Bouwen & Wonen Vergunning behandelen

5.244

Toezicht en handhaven

4.115

Advies en projecten Totaal

1.268 7.502

10.626

Algemene dekkingsmiddelen Overhead

7.112

Toevoegingen/onttrekkingen aan de reserves Totaal Resultaat

35

24.186

24.186 -

4.6. Geprognosticeerde meerjarenbalans ultimo 2021 tot en met ultimo 2023 In het volgende overzicht ziet u de geprognosticeerde meerjarenbalans: Activa

Jaarrekening

in € * 1.000

2021

Prognose ultimo 2022

Prognose ultimo 2023

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

1.087

1.400

2.600

-

-

-

2.614

500

500

975

1.692

440

400

400

100

100

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Onderhandenwerk Uitzettingen met een rente-typische looptijd <1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist - Overige vorderingen Liquide middelen

376

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen

77

TOTAAL

5.128

4.092

4.040

Passiva

ultimo

ultimo

ultimo

2021

2022

2023

458

1.057

1.057

246

210

31

15

1.849

2.000

2.000

385

400

400

in € * 1.000

VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten

599

Voorzieningen Voorziening harmonisatietoelage Voorziening verlofstuwmeren

293 47

VLOTTENDE PASSIVA - Schulden aan openbare lichamen - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen

1.497

358

358

TOTAAL

5.128

4.092

4.040

We verwachten uit dat we het resultaat over 2021 van € 5,9 ton aan onze algemene reserve mogen toevoegen, zodat deze op € 1,1 miljoen uitkomt. Over 2022 en 2023 ramen we een sluitende begroting, wat maakt dat we van structureel gezonde balansverhoudingen uitgaan.

36

5. Paragrafen

37

De regelgeving kent zeven verplichte paragrafen voor provincies, gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen. Dit is vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Drie van de verplichte paragrafen gaan over heffingen, grondbeleid en deelname in verbonden partijen. Deze zijn voor ons niet van toepassing. Op de andere paragrafen gaan we in dit hoofdstuk in.

5.1. Weerstandscapaciteit en risicobeheersing De jaarstukken en de begroting verschijnen vrijwel gelijktijdig. Daarom verwijzen we voor een overzicht van risico’s zoals die begin 2022 aan de orde waren voor de ODRN naar de jaarstukken 2021. In deze stukken hebben we een totaal aan risico’s gekwantificeerd van € 1.222.500. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen, passen we een dempingsfactor toe van 0,6.11 Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 733.500. We hebben ook aangegeven dat de weerstandsratio ultimo 2021 ((€ 1.057.070 / € 733.500) 1,4 bedraagt.12 Dit is ruim voldoende. Onze deelnemers hoeven bij de bepaling van hun weerstandsvermogen geen rekening te houden met het verschil tussen ons benodigd en feitelijk weerstandsvermogen. We hebben een aantal effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in onze begroting vertaald. Dat maakt echter niet dat de risico’s verkleind zijn. Er zijn nog veel onzekerheden, zoals: 

De omzetting van bestemmingsplan naar omgevingsplan zal tot 2029 geleidelijk zijn beslag krijgen. Als een gemeente een bestemmingsplan om te zetten naar een omgevingsplan, wordt waarschijnlijk extra beleidsadvisering van ons gevraagd.

De Omgevingswet kent een nieuw instrument: de informatieplicht. Bij sommige milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten verplicht het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) tot het sturen van informatie aan het bevoegd gezag. Vooraf is niet in te schatten hoe vaak informatie zal moeten worden aangeleverd (voor bodem en andere thema’s). Bovendien hebben gemeenten beleidsruimte om hiermee om te gaan. Daarom hebben we eventueel meerwerk hiervoor niet vertaald in de advieslijsten en begroting 2023.

We hebben het effect van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen verwerkt in de advieslijsten 2023. Hiervoor hebben we de rapportage van adviesbureau ANG ‘Doorrekening Wkb-effect deelnemers ODRN’ gebruikt. Er kunnen meerkosten zijn die in het rapport niet voorzien zijn. Hierop zijn we nader ingegaan in paragraaf 4.1 bij punt 3c, ‘Wkb’.

11. Deze factor is conform 2019 en wordt landelijk gehanteerd. 12. De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

38

5.2. Financiering Volgens de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De paragraaf moet in ieder geval de beleidsvoornemens bevatten ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Het doel van de kasgeldlimiet is om het risico van rentefluctuaties voor kort lenen te beperken. Volgens de Wet Fido bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de begroting. Voor de begroting 2023 komt dat uit op een bedrag van € 2.055.849. We hebben een treasurystatuut voor de omgang met liquide middelen en financiering. Ook hebben we een overeenkomst met de huisbankier, BNG Bank. Het gebruik van derivaten wordt niet toegestaan. We lenen alleen voor kapitaaluitgaven die de reguliere bedrijfsvoering betreffen. We hebben voor de inrichting van de ICT-omgeving en de huisvesting sinds 2013 kredieten beschikbaar voor in totaal € 2,1 miljoen. Tot op heden is het niet nodig geweest om voor investeringen middelen met een looptijd langer dan één jaar aan te trekken. Als dit in de toekomst wel nodig is, dan nemen we een hiervoor een voorstel in de bestuursrapportage op. In 2014 is het zogenaamde Schatkistbankieren verplicht geworden. We hebben hiervoor een speciale rekening geopend bij BNG Bank en bij het Rijk. We moeten alle bedragen boven € 1.000.000 (gemiddeld over een maand) overmaken naar deze speciale rekening. Het Rijk heeft toegang tot deze rekening en gebruikt deze gelden voor zijn eigen financiering.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft een verplichte set van kengetallen voor die in de begroting opgenomen moeten worden. Deze kengetallen zijn de volgende: Netto schuldquote Dit geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is gelijk aan de netto schuldquote.

39

De schuldquote van de ODRN in het begrotingsjaar 2023 is 5,5% en is daarmee ruim voldoende. 13 De VNG adviseert om bij een schuldquote > 130% de schulden af te bouwen. Solvabiliteitsratio Hierbij gaat het om het eigen vermogen als bedoeld in artikel 42 van het BBV, gedeeld door het totaal van de passiva.14 De solvabiliteitsratio in het begrotingsjaar 2023 is 35% (€ 1.057.070/€ 2.982.613). Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. 15 Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten en kapitaallasten en bijdragen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Een voorbeeld van een incidentele uitgave zijn bijvoorbeeld de implementatiekosten voor de Omgevingswet. Wij gaan ervan uit dat de structurele baten en lasten met elkaar in evenwicht zijn en daarmee ramen we dit percentage op 0%.

13. De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves)) 14. Artikel 42 van de BBV: Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. 15. De structurele exploitatieruimte = ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten

40

5.3. Bedrijfsvoering Het bestuur De ODRN kent drie bestuursorganen: Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en voorzitter. We lichten deze organen kort toe. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit acht leden. Dit zijn leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en een vertegenwoordiger namens het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Daarnaast is hetzelfde aantal plaatsvervangende leden aangewezen. De bevoegdheden van het Algemeen Bestuur zijn vergelijkbaar met de bevoegdheden van de gemeenteraad en van de provinciale staten. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur telt vier leden, inclusief de voorzitter. Het heeft de bevoegdheid die vergelijkbaar is met het college van burgemeester en wethouders heeft en het college van Gedeputeerde Staten. In 2022 is een nieuw Dagelijks Bestuurslid benoemd. Voorzitter De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De voorzitter leidt de vergaderingen van zowel het Dagelijks als Algemeen Bestuur. Hij vertegenwoordigt de ODRN in en buiten rechte. De heer Jan van der Meer vertegenwoordigt de provincie Gelderland en is de voorzitter van de ODRN.

De ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie kenmerkt zich door een platte organisatie. We hebben zes afdelingen, met aan het hoofd de algemeen directeur en de directeur Bedrijfsvoering. De afdelingshoofden geven ieder leiding aan een afdeling met ongeveer 30 medewerkers. Bij grotere afdelingen zijn teammanagers benoemd.

Personeel In 2023 blijven we inzetten op kwalitatief goed personeel. We streven ernaar om het opleidingsniveau op peil te houden. Niet alleen om te voldoen aan de wettelijke eisen, maar ook om de ODRN als kennisorganisatie verder te ontwikkelen. We voeren regelmatig gesprekken met onze medewerkers om ervoor te zorgen dat ze hun talenten optimaal kunnen inzetten. In 2022 hebben we onze gesprekscyclus geactualiseerd. Vanaf 2023 gaan we hiermee werken. Ook zullen we meer inzetten op risicospreiding bij kwetsbare functies. We proberen onze formatie stabiel te houden. Dit is grotendeels afhankelijk van de afspraken uit de werkplannen. We werken met een flexibele schil van 20%.

41

Ziekteverzuim en productiviteit Ziekteverzuim heeft onze aandacht. We willen namelijk een goede werkgever zijn en streven naar een gezonde bedrijfsvoering. We voeren acties uit om het verzuimpercentage omlaag te krijgen en doen aan verzuimbegeleiding.16 We monitoren ons verzuim maandelijks, waarbij we het verzuimpercentage baseren op Youforce. Het werkelijk verzuim in 2021 was 6,1%. Het percentage lag in 2020 op 4,5 %. De norm voor het ziekteverzuim is 5%. Voor het komend jaar moeten we verder inzetten op verzuimpreventie. Dat kan onder meer door te zorgen voor werkdrukvermindering. In 2021 realiseerden we een productiviteit van 72% voor vast personeel. We willen onze kennis op peil houden en blijven investeren in interne ontwikkelingen. Daarom houden we voor 2022 en 2023 vast aan de norm van 72%, wat neerkomt op afgerond 1.350 productieve uren op fulltime basis. Voor ingehuurde personeel geldt een productiviteitsnorm van 95%.

ICT Wij werken met ICT-systemen die specifiek voor en soms zelfs door ons zijn gemaakt . Het voordeel is dat we maatwerk kunnen leveren en veel data voorhanden hebben. Het grootste nadeel is dat we kwetsbaar zijn. Mede om deze reden is besloten om een nieuw zaaksysteem te zoeken en die een half jaar na de invoering van de Omgevingswet te implementeren. De Omgevingswet is inmiddels al meerdere malen uitgesteld. Daarom hebben we besloten om in elk geval in 2023 ons zaaksysteem te vervangen. Het project voor de vervanging loopt reeds. De kosten van het project worden gefinancierd uit de middelen voor de Ontwikkelagenda die in 2022 is afgerond. Bij de bepaling van de begrote afschrijvingen houden we ook rekening met een indicatief bedrag voor de vervangingsinvestering van het zaaksysteem. Met het vervangen van het zaaksysteem zullen we mogelijk ook andere aan het systeem gekoppelde systemen moeten vervangen, zoals Sagitta, het systeem waarmee onze medewerkers tijd schrijven. Komende jaren willen meer digitaal gaan werken met reeds bestaande middelen. Daarbij kunt u denken aan Office 365, Power BI en iBabs. In 2023 willen we meer datagestuurd gaan werken. Dit doen we in samenwerking met het Gelders Stelsel. Ook lopen we mee in de digitale ontwikkelingen van onze gastheer, de gemeente Nijmegen. Zij gaat bijvoorbeeld op termijn haar financieel systeem vervangen.

16. Het verzuimpercentage is het totaal aantal verzuimde kalenderdagen ten opzichte van het totale aantal beschikbare kalenderdagen van alle werknemers. Als een medewerker gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, wordt dat naar rato meegenomen in het totaalaantal verzuimde kalenderdagen. Het verzuimpercentage wordt berekend op basis van een week van 7 dagen en een jaar van 365 dagen. Zwangerschap telt er niet in mee.

42

De IRVN, de regionale samenwerkingspartner op ICT-gebied voor de gemeenten in de regio Nijmegen, levert onze ICT-apparatuur. De afgelopen jaren hebben we last van ICTissues gehad, waardoor onze productiviteit onder druk kwam te staan. In 2023 verwachten we vanuit de IRvN goede dienstverlening. Het dreigingslandschap van de (lokale) overheid is afgelopen jaren sterk veranderd in omvang en volwassenheid. Kwaadwillenden werken georganiseerd, internationaal en op hoog technisch niveau. Door afpersing en het versleuteling van gegevens “op slot” houden van de omgeving proberen aanvallers overheden te dwingen tot betaling. IRvN verkent een aantal scenario’s om weerbaarder te zijn tegen moderne ransomwareaanvallen en het stelen van data door kwaadwillenden. De jaarlijkse meerkosten van het midden scenario zullen voor de ODRN uiteindelijk zo’n € 36.000 bedragen. Besluitvorming hierover heeft nog niet plaatsgevonden. We komen begin 2023 op de dekking van deze kosten terug bij de actualisatie van de begroting 2023 en de begroting 2024.

Dienstverlening Voor de kwaliteit van onze dienstverlening hebben we normen vastgesteld. Die norm is dat van alle ingevulde klanttevredenheidsonderzoeken de categorieën ‘tevreden’ en ‘zeer tevreden’ gezamenlijk minstens 80% van het totaal vormen. De afgelopen jaren hebben we deze norm ruim gehaald. In 2021 was 87% van onze klanten tevreden. Wij streven er vanzelfsprekend naar om deze norm ook de komende jaren te blijven behalen.

Financiën We streven naar een eenvoudige en transparante financieringsmethodiek. In 2023 ligt de focus op het werken volgens de nieuwe financieringssystematiek die we op 1 januari 2023 invoeren. Daarmee willen we tijdig kunnen bijsturen bij afwijking tussen begroting en realisatie. Er zijn voor de ODRN enkele kaderstellende nota’s opgesteld: een Treasurystatuut, de Financiële verordening, de Controleverordening en een Notitie weerstandsvermogen en risico-inventarisatie. In het Treasurystatuut staan de afspraken over de omgang met liquide middelen en benodigde financiering voor investeringen. In de Financiële verordening zijn onder meer de afspraken vastgelegd over de aanbieding van rapportages. In de Controleverordening staan de afspraken over de accountantscontrole. Over de Notitie weerstandsvermogen en risico-inventarisatie leest u meer in paragraaf 5.2. Volgend op deze verordeningen hebben we al diverse activiteiten ondernomen. Daarbij kunt u denken aan een intern controleplan, een normenkader rechtmatigheid, regels voor inkoop en de aanbesteding van de accountant. In 2023 zullen we veel aandacht besteden aan het verder ontwikkelen van de administratieve organisatie en de interne controle daarop.

Huisvesting De ODRN huurt van de gemeente Nijmegen kantoorruimte aan de Mariënburg 75. De huisvesting voldoet aan het uitgangspunt van het Nieuwe Werken na de coronapandemie en is op onderdelen aangepast dit concept. Het gebouw heeft nu meer de functie gekregen van verzamelgebouw en biedt daarbij diverse soorten werkplekken. In 2023

43

ligt, net als in 2021 en 2022, de nadruk op flexibel werken: thuis en op kantoor. Door deze keuze zijn we er in 2021 erin geslaagd het aantal m2 huisvesting met een kwart te verminderen. De gemeente Nijmegen voorziet vanuit de gastheerovereenkomst ook in zaken als het gebruik van vergaderzalen, sanitaire voorzieningen, catering, telefooncentrale, beveiliging en receptie.

Communicatie We hebben het doel om transparanter en toegankelijker te zijn. Daarom is het team Communicatie in 2022 versterkt. We gaan het team in 2023 onder meer inzetten om de missie van de ODRN uit te dragen. Om extra te verduidelijken waar wij van zijn en wat de inwoners van ons kunnen verwachten. Het team zal daarnaast vooral ingezet worden om snel te reageren op actuele zaken.

5.4. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf heeft tot doel om te laten zien hoe we als ODRN de instandhouding van de kapitaalgoederenvoorraad, onze investeringen, waarborgen. We hebben geen panden in eigendom. We leasen drie dienstauto’s. We investeren alleen in de werkplekken en ICT-voorzieningen. Deze schrijven we tegen een reële termijn jaarlijks af. Zo is er na het einde van de levensduur een vrijval van kapitaallasten die gelijk is aan de jaarlast. Op die manier hoeven we alleen voor prijsontwikkelingen te indexeren om de instandhouding van de investeringen te waarborgen. We houden bij de begrote kapitaallasten rekening met investeringen als gevolg van de vervanging van ons zaaksysteem.

44

6. Bijlagen

45

6.1. Primitieve begroting 2023, mutaties en actuele begroting 2023 In onderstaande tabel geven we u inzicht in de primitieve begroting 2023 zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 1 juli 2021, de daarop doorgevoerde mutaties en de actuele begroting die het vertrekpunt is voor de wijzigingen die we in dit voorstel voorleggen. Ons Dagelijks Bestuur heeft in mei 2021 besloten een budget van € 1,08 ton over te hevelen van het budget voor PIOFAH-taken naar het budget voor personele lasten. Deze overheveling hield verband met de taken van P&O die we in eigen huis belegd hebben. Behalve deze wijziging zijn er geen aanpassingen geweest op de primitieve begroting.

in € * 1.000

2022

2023

2024

2025

14.542

14.491

14.435

14.435

286

286

286

286

Primitieve begroting

Personele lasten

Primitieve begroting

Opleidingen

Primitieve begroting

Inhuur

2.893

2.748

2.036

2.036

Primitieve begroting

PIOFAH

2.788

2.787

2.786

2.786

Primitieve begroting

Kapitaallasten

400

400

400

400

Primitieve begroting

935

934

932

932

Primitieve begroting

Materiële lasten Bijdrage regionaal stelsel

356

356

356

356

Primitieve begroting

Ontwikkeluitgaven

447

310

-

-

Primitieve begroting

Baten

-22.647

-22.311

-21.230

-21.230

-

-

-

-

108 108

108

108

108

-108

-108

-108

-

-

-

-

14.650

14.599

14.543

14.543

286

286

286

286

Totaal Mutaties BW DB 28-5-2021 MJR 21-25

Personele lasten

BW DB 28-5-2021 MJR 21-25

PIOFAH

Totaal

Actuele begroting

Personele lasten

Actuele begroting

Opleidingen

Actuele begroting

Inhuur

2.893

2.748

2.036

2.036

Actuele begroting

PIOFAH

2.680

2.679

2.678

2.678

Actuele begroting

Kapitaallasten

400

400

400

400

Actuele begroting

Materiële lasten

935

934

932

932

Actuele begroting

356

356

356

356

Actuele begroting

Bovenregionaal Bijdrage regionaal stelsel

447

310

-

-

Actuele begroting

Baten

-22.647

-22.311

-21.230

-21.230

-

-

-

-

Totaal

46

6.2.

Aanpassingen begroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2025 Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Subsidies en overige

Actualisatie subsidie en overige bijdragen

-101

-108

-132

-132

Ontwikkelprogramma (OWP)

Bijstelling OWP

591

-209

-51

-43

26

26

-51

-43

26

26

908

2.235

2.858

2.858

908

2.235

2.858

2.858

1.347

1.875

2.752

2.752

-56

589

570

570

-109

-14

-31

-31

53

53

53

53

Indexering 2023

490

487

487

Overheveling budget Communicatie

60

60

60

12

12

12

Categorie in € * 1.000

Bovenregionale baten Actualisatie o.b.v. werkplan 2022/advieslijst 2023 Deelnemersbijdragen Actualisatie o.b.v. werkplan 2022/advieslijst 2023 Totaal baten Salariskosten Actualisatie o.b.v. werkplan 2022/advieslijst 2023 Bijstelling PIOFAH

Kapitaallasten

-75 Bijstelling OWP 2022

-75

Indexering 2023

12

12

12

829

1.126

1.818

1.818

Actualisatie o.b.v. werkplan 2022/advieslijst 2023

859

1.030

1.723

1.723

Bijstelling PIOFAH

-30

-30

-30

-30

125

125

125

300

300

300

6

17

16

16

6

8

6

6

Inhuur

Indexering 2023 Ontwikkelprogramma 2020 – 2023 666 Ontwikkel- en opleidingsbudget vanaf 2023 Opleidingen Actualisatie o.b.v. werkplan 2022/advieslijst 2023 Indexering 2023

-

10

10

10

67

154

154

154

67

67

67

67

87

86

86

-91

-124

-127

-127

-91

-91

-91

-91

Indexering 2023

27

23

23

Overheveling budget Communicatie

-60

-60

-60

11

11

11

11

11

11

1.865

2.742

2.742

PIOFAH Bijstelling PIOFAH Indexering 2023 Materiële lasten Bijstelling PIOFAH

Bovenregionaal Indexering 2023 Totaal lasten

1.347

47

-209

6.3. Advieslijsten 2023 In onderstaande tabel ziet u een samenvatting op productniveau van onze advieslijsten 2023.17 BRIKS

Exploitatie begroting

Aantal producten

Uren

Vergunningverlening

9686

56508

Informatieplicht BRIKS

104

257

24

Omgevingsoverleg BRIKS

1800

6913

641

Melding BRIKS

3810

8447

780

Omgevingsvergunning BRIKS

3473

38476

3.575

APV Besluit

183

682

63

Vergunning Leegstandswet

64

238

22

Vergunning Huisvestingswet

22

317

29

Advies Monumenten

80

992

91

Advies Beleidsontwikkeling BRIKS

150

186

18

Toezicht en Handhaving

3753

33197

3.083

Behandeling klachten BRIKS

695

3446

317

Piket Bouwen

284

352

32

Controle uitvoeren

1206

15680

1.463

Toezicht bestaande bouw BRIKS

388

4930

458

Toezicht sloop/asbest

931

5737

531

Toezicht overige illegaliteit

88

879

81

Toezicht APV Besluit + Evenementen

0

0

-

Toezicht Huisvestingswet

38

186

17

in € * 1.000 5.244

Controle inrichtingseisen - Drank en Horeca

4

32

3

Strafrechtelijke handhaving (boa) BRIKS

96

1690

156

Advies Evenementen

24

264

24 1.032

Juridisch

939

11162

Verzoek tot handhaving BRIKS

49

608

56

Bestuurlijke handhaving BRIKS

408

5956

551

Rechtsbescherming BRIKS

323

4193

387

Juridisch advies BRIKS

160

406

37

Overige

7487

9284

858

Informatieverzoeken BRIKS

7487

9284

Projecten excl. Ontwikkelbijdrage Totaal advieslijst BRIKS

10.576

17. Aansluiting op totale baten (in € * 1.000) Advieslijst BRIKS

10.576

Advieslijst Milieu

13.071

Subsidies en diverse opdrachten

438

Bijdrage Ontwikkelprogramma

101

Total begrote baten 2023

48

858 359

24.186

Milieu Vergunningverlening

Aantal producten

Uren

7659

56636

Exploitatie begroting in € * 1.000 5.472

Informatieplicht Milieu

86

216

21

Omgevingsoverleg Milieu

5301

7056

693

Melding Milieu

773

9251

857

Omgevingsvergunning Milieu

339

27749

2.718

Instemming Flora & fauna

0

0

-

Actualisatietoets Vergunningen

66

1610

154

Milieueffectrapportage

47

2274

221

Besluit Laden en Lossen Gevaarlijke Stoffen

0

0

-

Ontheffing Besluit Stortplaatsen

23

434

43

Goedkeuringsbesluit

22

362

36

Advies Afval

23

384

37

Advies Bodem

209

2158

201

Advies Circulaire economie

4

50

5

Advies Fysieke leefomgeving

55

1151

107

Advies Geluid en trillingen

80

1076

101

Advies Lucht & Geur

98

1050

103

Advies Omgevingsveiligheid

52

1089

105

Advies Water

0

0

-

Advies HUP

6

139

13

474

589

58

Toezicht en Handhaving

2286

35028

3.298

Behandeling klachten Milieu

312

2496

231

8

310

30

Advies Beleidsontwikkeling Milieu

Behandeling Ongewoon voorval Piket Milieu

63

141

13

Milieucontrole

887

14639

1.362

Hercontrole Milieu

598

5612

520

Seveso inspectie

28

6312

625

Toezicht integraal Horeca Actie Team (HAT)

70

521

48

Toezicht Energie

0

0

-

Toezicht Bodem

224

2619

242

Toezicht Natuur – Seveso

4

62

6

Toezicht Festiviteitenregeling

0

0

-

Strafrechtelijke handhaving (boa) Milieu

78

1767

167

Beoordeling (verplichte) rapportages Juridisch

16

551

54

450

6899

654

Verzoek tot handhaving Milieu

11

208

19

Bestuurlijke handhaving Milieu

295

3302

308

Rechtsbescherming Milieu

57

2627

253

Juridisch advies Milieu

88

763

73

Overige

2688

4471

426

Informatieverzoeken Milieu

2688

4471

Projecten excl. Ontwikkelbijdrage Totaal advieslijst Milieu

49

426 3.220 13.071

6.4. Indexering 2023 We hebben de begrote baten van 2023 met 3,75% geïndexeerd. De berekening is gebaseerd op uitgangpunten die ons Algemeen Bestuur in de nota ‘indexering vanaf 2023’ bij de kadernota 2023 op 30 september 2021 heeft vastgesteld. U ziet de uitwerking van de indexering in het volgende overzicht: Wegingsfactoren Loon

0,84

Materieel

0,16

Totaal

1,00

Voorcalculatie 2023

Factor

Loonindex CEP 2021

2,00%

0,84

Materiële index CEP 2021

1,90%

0,16

Totaal voorcalculatie 2023

0,30% 1,98%

Nacalculatie loonindex 2021

Factor

Werkelijke loonindex Opgenomen in begroting (BRN 2022)

1,68%

2,70% 0,6%

0,84

2,27%

0,84

-0,50%

Totaal nacalculatie 2021

1,77%

Index begroting 2023

3,75%

Datum

Salariscomponent

% wijziging

% effect loonsom

Cumulatief

Voor 2021 01-01-21

Pensioenpremies + 1,00%

0,70%

0,70%

0,70%

01-01-21

Premie Gedifferentieerd Whk

-0,08%

-0,08%

0,62%

01-01-21

Premie WAO/WIA

0,26%

0,26%

0,88%

01-01-21

Premie werkgever Zvw

0,30%

0,30%

1,18%

01-12-21

Loonindex (cao 2021)

1,50%

1,50%

2,70%

50

6.5. Verklarende woordenlijst Afkorting

Voluit

AB

Algemeen Bestuur

AVG

Algemene verordening gegevensbescherming

BAC

Bestuurlijke adviescommissie

Bal

Besluit activiteiten leefomgeving

BBV

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten

Bob

Bestuurlijk Omgevingsberaad

BRIKS

Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop

BRN

Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen

Bsb-m

Bestuurlijke strafbeschikking milieu

Brzo

Besluit risico’s zware ongevallen

BW

Begrotingswijziging

CEP

Centraal Economisch Plan

CVV

Complexe vergunningverlening

DB

Dagelijks Bestuur

Fido

Wet Financiering decentrale overheden

HUP

Handhavingsuitvoeringsprogramma

ICT

Informatie- en Communicatietechnologie

I-GO

Informatievoorziening gezamenlijke omgevingsdiensten

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

IPO

Interprovinciaal overleg

I&W

Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat

KPI

Kritische prestatie-indicator

MJA

Meerjarenagenda

MJR

Meerjarenrapportage

MOV

Modernisering Omgevingsveiligheid

MTH

Milieu, Toezicht en Handhaving

OD’s

Omgevingsdiensten

ODRA

Omgevingsdienst Regio Arnhem

ODRN

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Ohw

Onderhandenwerk

OM

Openbaar Ministerie

OWP

Ontwikkelprogramma

P&O

Personeel en Organisatie

PDC

Producten- en dienstencatalogus

PIOFAH

Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratie en Huisvesting

Rie

Richtlijn Industriële Emissies

RWS

Rijkswaterstaat

SZW

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VTH

Vergunningen, Toezicht en Handhaving

VVHH

Vergunningverlening en Handhaving

WAO

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wabo

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wep

Wet elektronische publicaties

Whk

Werkhervattingskas

WIA

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Wkb

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Wnb

Wet natuurbescherming

Wob

Wet openbaarheid van bestuur

Woo

Wet open overheid

WRS

Wabo Registratiesysteem

Zvw

Zorgverzekeringswet

51

Samenvatting zienswijze, moties en amendementen gemeente Nijmegen De invloed van de Omgevingswet en de WKB op de rol en uitvoering van taken van de ODRN zijn in volle voorbereiding. Hierin zijn diverse scenario’s mogelijk die nader verkend dienen te worden. We vragen de ODRN de consequenties van de uitvoering van de WKB en de Omgevingswet transparant in de gewijzigde begroting2022 of de begroting 2023 op te nemen. Daarbij verwachten wij dat de ODRN meer scenario’s voorlegt dan alleen een beleidsneutraal uitvoeringsscenario. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat de bevoegdheid voor de Wet bodembescherming (Wbb) over van provincies naar gemeenten. Het is nog niet duidelijk in hoeverre gemeenten hiervoor in het gemeentefonds gecompenseerd worden en of de overheveling budgettair neutraal zal zijn. Ook dit zal verwerkt moeten worden in de (gewijzigde) begroting. Reactie ODRN: we baseren de begroting 2023 op de advieslijsten 2023. Hierbij hebben we de effecten van de omgevingswet en de WKB zo goed mogelijk vertaald. Effecten waarover nog veel onzekerheid bestaat hebben we benoemd. Een vervolg op het ontwikkelprogramma vindt wat ons betreft plaats na een rapportage over de behaalde resultaten binnen het huidige programma en een helder beeld over de nog te behalen doelstellingen in een eventueel nieuw programma.

Reactie ODRN: we hebben de huidige Ontwikkelagenda af in het Algemeen Bestuur van 28 maart afgerond en gaan aan de slag met het aangeven van de kaders voor de doorontwikkeling die door het nieuwe bestuur én de nieuwe directie zullen worden bepaald. Een verantwoording wordt nog opgesteld. We nemen in de begroting 2023 jaarlijks € 3 ton extra ontwikkel- en opleidingsbudget op. In onze regio hebben naast Nijmegen de gemeenten Berg en Dal, Beuningen en Heumen de zogenaamde BRIKS-taken ingebracht bij de ODRN. De WKB, die gaat voorschijven dat de inhoudelijke toetsing van een groot deel van de aanvragen door de markt moet worden uitgevoerd, noopt tot een heroverweging hoe deze aanvragen in de toekomst af te handelen. Dit kan betekenen dat de voornoemde gemeenten hun eigen rol gaan heroverwegen. Voor Nijmegen betekent dit dat wij gaan onderzoeken hoe wij ons hierin positioneren. Reactie ODRN: de gevolgen van een eventuele heroverweging van Nijmegen op de BRIKS-taken zijn niet in de begroting 2023 verwerkt. We wachten besluitvorming hierover af. We constateren dat er relevante ontwikkelingen zijn die consequenties kunnen hebben voor de ODRN, zoals de gesprekken over het Gelders Stelsel en het dossier luchtkwaliteit. In de brief en in de Kadernota komt de ODRN hier niet op terug. Wij gaan er vanuit dat uitkomsten van deze ontwikkelingen meegenomen worden in de stappen die de ODRN zet.

Reactie ODRN: de ontwikkeling van het Gelders stelsel is een overkoepelend vraagstuk. De in dat kader benodigde stappen kunnen wij niet op eigen houtje zetten. Het vervolg is afhankelijk van wat de landelijke, provinciale, regionale en lokale doorwerking wordt van het advies van de Cie Van Aartsen. Reactie ODRN: we hebben voor het dossier luchtkwaliteit een voorstel ingediend voor een aanvullende opdracht via de projectleider van de gemeente Nijmegen. We zijn in afwachting van besluitvorming door de gemeente Nijmegen. Deze opdracht staat los van het aangepaste VTH-proof werkprogramma 2022. Motie de vervuiler betaalt:

Vanaf de invoering van de omgevingswet beschikkingen krachtens de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming kostendekkend door te berekenen aan de aanvrager Reactie ODRN: onze medewerkers zijn met deelnemers en adviesbureau Involon in overleg over de voorbereidingen om deze motie uit te kunnen voeren. Amendement: Energiebesparing hoort ook bij handhaving ODRN Wij vragen u om een hogere ambitie uit te werken ten aanzien van de handhaving bij bedrijven en instellingen inzake de verplichting om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Er is namelijk een vastgestelde noodzaak om onze CO, uitstoot vóór 2030 drastisch te verminderen. Daarnaast bieden de (tijdelijke) prijsstijgingen van energie kansen. Wij vinden het daarom zinnig om het ambitieniveau ten aanzien van het aantal te controleren bedrijven, als ook ten aanzien van vervolgstappen bij bedrijven die niet voldoen aan deze wettelijke verplichting, flink te verhogen. Reactie ODRN: per gemeente zijn afspraken gemaakt over het uitvoeren van controles bij energiebesparingsplichtige bedrijven in de periode 2018 – 2024. Het controlepercentage verschilt per gemeente (minimaal 50%, maar soms hoger zoals bij Nijmegen het geval is (71%)). De omgevingsdiensten hebben helaas geen volledig beeld van het aantal energiebesparingsplichtige inrichtingen.

Gegevens over het energiegebruik zijn afgeschermd (dit zijn vertrouwelijke gegevens volgens de Elektriciteitswet). De netbeheerder mag die dus niet zomaar aan de omgevingsdiensten verstrekken. Hiervoor is eerst een wetswijziging nodig. Het ambitieniveau is gebaseerd op verouderde gegevens en inschattingen. De omgevingsdiensten verzamelen steeds meer gegevens over het energiegebruik van inrichtingen. Hieruit blijkt dat het aantal energiebesparingsplichtige inrichtingen (1.187 in Nijmegen) vermoedelijk te hoog is ingeschat. Op basis van dit aantal is de uitvoering van 844 energiecontroles gepland (71% van 1.187). In maart 2022 vindt overleg plaats tussen Gelderse omgevingsdiensten en de provincie Gelderland over een mogelijke neerwaartse bijstelling van het aantal energiebesparingsplichtige inrichtingen. Dit op basis van een lijst met inrichtingen die zeker energiebesparingsplichtig zijn en inrichtingen die potentieel energiebesparingsplichtig zijn. Deze laatste categorie wordt momenteel stuk voor stuk onderzocht, waarbij gegevens over het energiegebruik worden opgevraagd. Voor Nijmegen zijn op dit moment 819 inrichtingen in de lijst opgenomen (dus minder dan waarmee eerder is gerekend). Dit aantal zal naar verwachting nog verder afnemen.

Medio 2023 zal de lijst met potentieel energiebesparingsplichtige inrichtingen volledig nagelopen zijn en is bekend hoeveel inrichtingen energiebesparingsplichtig zijn. Bij voortzetting van de lopende opdracht (844 energiecontroles in de periode 2018 t/m 2024) kan naar verwachting 100% van de energiebesparingsplichtige inrichtingen worden gecontroleerd, omdat het aantal te controleren inrichtingen lager zal uitvallen dan de 844 waarmee tot nu toe is gerekend. Naar verwachting zal het project dan ook eerder kunnen worden afgerond. Als in 2022 meer energiecontroles moeten worden verricht dan nu gepland, gaat dit ten koste van de efficiency. Het opvragen en verwerken van energiegegevens kost veel tijd. Ook is het in de huidige arbeids- en detacheringsmarkt lastig om hiervoor voldoende deskundig personeel te vinden. De huidige energieprijzen zullen energiebesparing door bedrijven stimuleren, maar zijn verder niet van invloed op het aantal energiebesparingsplichtige bedrijven en het aantal energiebesparings-plichtige maatregelen dat toegepast kan worden. De huidige regelgeving gaat uit van zgn. Erkende Maatregelenlijsten (EML), die zijn gebaseerd op de energieprijzen van enkele jaren geleden en de op basis daarvan berekende terugverdientijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=11b33c16-9f28-42e6-ace2-dcde89996eb1