CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b bij Uitvoeringsprogramma Evaluatieonderzoek Inburgering 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 29 januari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidskader Asiel & Integratie en Uitvoeringsprogramma Asiel & Integratie (108/2024)23.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoe meer steun en begeleiding inburgeraars dus ervaren vanuit de gemeente, hoe comfortabeler zij zich voelden in de omgang met de lokale bevolking. Tot slot gaven enkele respondenten in open antwoorden aan dat discriminatie en een afwijzende houding van de autochtone Nederlanders hun sociale integratie belemmert: “Ze lachen me uit omdat ik klein ben en ze kijken naar me alsof ik een buitenaards wezen ben als ik koffie ga drinken of naar de sportschool ga, omdat ik uit een ander land kom. Niet allemaal, maar het komt vaak voor.” Figuur 18 Antwoorden op de vraag: ‘In het algemeen, hoe comfortabel voelt u zich in de omgang met de lokale bevolking in uw buurt of stad?’ (n = 114)

30

Tabel 9 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) van de totale respons en subgroepen voor de vragen die gingen over sociale contacten Type inburgeraar

Totaal

Asielstatus -houder

Gezinsmigrant

Vrouwen

Mannen

M

3,31

3,22

3,39

3,23

3,35

SD

1,00

1,13

0,83

0,77

1,12

n

114

59

54

44

69

M

5,031

4,731

5,351

5,321

4,841

SD

2,71

2,89

2,63

2,76

2,79

n

119

59

55

44

70

M

3,42

3,39

3,44

3,30

3,49

SD

1,05

1,11

0,98

0,93

1,12

n

114

59

54

44

69

Vraag in vragenlijst Q33 Hoe tevreden bent u met uw sociale leven in het algemeen?

Q31 In welke mate heeft u het gevoel dat u een sociaal netwerk heeft binnen uw buurt of stad, op een schaal van 0 (helemaal niet) tot 10 (veel ondersteuning)

Q32 In het algemeen, hoe comfortabel voelt u zich in de omgang met de lokale bevolking in uw buurt of stad?

Gender

a M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten b 1 Afwijkende schaal: laag-0 tot hoog-10 Tabel 10 Significante uitkomsten van de regressieanalyses die de relatie onderzochten tussen het inburgeringsprogramma en uitkomsten op sociale contacten Tevredenheid met sociale leven Variabele

n

β

n

Verschafte informatie

0,35**

80

0,31**

80

Algemene ondersteuning

0,34**

80

0,54***

81

0,39***

80

0,33**

90

0,30**

90

Voortgangsgesprekken

0,26*

79

0,31*

79

Ondersteuning klantregisseur

0,40***

80

0,32**

80

Brede intake

0,26*

n

Comfortabel in omgang met lokale bevolking

β

Begrijpen van behoeften

β

Ondersteuning vanuit sociaal netwerk

80

PIP

31

a De coëfficiënten (β) geven de samenhang weer tussen (onderdelen van) het inburgeringsprogramma en sociale contacten, gecontroleerd voor gender en type inburgeraar. Alleen de significante verbanden (p < 0,05) zijn weergegeven. De n staat voor het aantal respondenten. b Hoe groter de coëfficiënt hoe sterker het verband: een β tussen 0,10 en 0,29 wijst op een klein effect, een β tussen 0,30 en 0,49 wijst op een gemiddeld effect en een β van 0,50 of groter wijst op een groot effect c De asterisken geven informatie over de statistische significantie van het resultaat: *p < 0,05, **p < 0,01, ***p < 0,001

Wat betreft de frequentie van sociale contacten, zien we dat meer dan de helft van de inburgeraars (67%) ten minste een keer per week met iemand afspraken (90% ten minste een keer per maand). Over het algemeen lijken er geen grote verschillen te zijn in de frequentie waarmee inburgeraars afspraken met iemand uit hetzelfde vs. een ander land. 29% van de inburgeraars spreekt vaker of met mensen die oorspronkelijk uit hetzelfde land komen, 34% spreekt juist vaker af met mensen die uit een ander land komen, en voor 37% is dit ongeveer gelijk. Zie figuur 19 voor een overzicht van hoe vaak inburgeraars afspraken met mensen uit hetzelfde of een ander land dan zijzelf. We zien wel significante verschillen tussen groepen in de frequentie waarmee zij afspreken met iemand uit hetzelfde vs. een ander land. Een negatieve waarde betekent hier dat men vaker afspreekt met mensen uit een ander land, terwijl een positieve waarde betekent dat men vaker afspreekt met mensen uit hetzelfde land. We zien dat vrouwen gemiddeld lager scoren (M = -.61) dan mannen (M = .31) en dat werkenden (-.74) significant lager scoren dan niet-werkenden (M = .22). Deze effecten blijven zichtbaar wanneer we controleren voor type inburgeraar. Figuur 19 Antwoorden op de vraag: ‘Hoe vaak spreekt u met mensen af die afkomstig zijn uit hetzelfde land als u/een ander land dan u, inclusief autochtone Nederlanders?’ (n = 114)

Sociale initiatieven kunnen een belangrijke rol spelen in het bevorderen van sociale participatie. We hebben een inventarisatie gemaakt van de sociale initiatieven voor inburgeraars in de gemeente Nijmegen. We geven inzicht in de bekendheid van deze initiatieven, alsook de mate van deelname en de ervaringen. Daarnaast kijken we naar de belemmeringen die worden ervaren om deel te nemen aan sociale initiatieven en welke veranderingen sociale participatie volgens inburgeraars juist kan bevorderen.

32

De deelname aan sociale initiatieven onder inburgeraars (n = 118) was niet heel hoog en de bekendheid van initiatieven biedt ook ruimte tot verbetering. Buddy to buddy lijkt het meest populaire sociale initiatief te zijn onder inburgeraars. 40% kende buddy to buddy en 12% heeft deelgenomen aan dit initiatief. Het initiatief was beoordeeld als gemiddeld nuttig om mensen te ontmoeten in de wijk en/of stad, met een cijfer van een 6,07 (schaal: 0 = helemaal niet nuttig tot 10 = zeer nuttig). Het initiatief gezellig en activiteiten aan de hogeschool/universiteit (HAN of Radboud) waren daarna het meest bekend, met 26% en 23% van de inburgeraars die deze initiatieven kenden. Er waren echter maar weinig inburgeraars die in deze activiteiten hebben deelgenomen (5% en 4%, respectievelijk). Zie tabel 11 voor een overzicht van de bekendheid, deelname aan en waardering van zeven sociale initiatieven in Nijmegen onder inburgeraars. Tabel 11 Antwoorden op de vraag: ‘Welke van de volgende initiatieven kent u en/of heeft u aan deelgenomen?’ (n = 118)

% dat bekend is het met het initiatief

% dat heeft deelgenomen aan het initiatief

Gemiddeld cijfer* (schaal: laag-0 tot hoog10)

Buddy to buddy

40%

12%

6,07

Gezellig

26%

5%

5,33

Activiteiten aan de Hogeschool/Universiteit (HAN of Radboud)

23%

4%

4,80

Huis van Compassie

16%

5%

6,33

Bureau Wijland

14%

6%

6,14

Stichting Yalla

8%

3%

6,67

Klinker

8%

3%

NA

Initiatief

*Hoe nuttig vond u onderstaand(e) initiatief/initiatieven om in contact te komen met mensen uit uw buurt of stad? (0 = helemaal niet nuttig; 10 = zeer nuttig)

Taalbarrières werden genoemd als de belangrijkste belemmering (73%) door inburgeraars (n = 114) om aan sociale initiatieven deel te nemen. Overeenkomstig werden taalondersteuningsdiensten het vaakst genoemd (72%) door inburgeraars (n = 112) als wat er zou kunnen veranderen om sociale participatie te verbeteren. Zie figuur 20 voor een overzicht van de belemmeringen in deelname aan sociale of gemeenschapsevenementen, en figuur 21 voor mogelijke veranderingen die deelname kunnen bevorderen. In de open vragen werd tevens gesproken over het belang van sociale initiatieven: “Misschien mensen vragen wat voor soort activiteiten ze leuk zouden vinden […]. Ik ben geen religieus persoon, dus het is lastig om een community te vinden. De taalbarrière is een enorme barrière voor me. Ik doe mijn best om de taal te leren, maar ik deel geen gezamenlijke plekken met Nederlanders […]. Ik ben er echter van overtuigd dat er goede mensen om me heen zijn, we hebben slechts een plaats nodig om elkaar te vinden. Misschien gebaseerd op hobby’s en internationale culturele activiteiten.” Ook sportactiviteiten werden

33

gesuggereerd als sociaal initiatief door een inburgeraar, evenals een combinatie tussen lessen en sociale activiteiten: “Er zouden recreatieve activiteiten moeten zijn die nieuwkomers motiveren om naar school te komen en te leren.” Figuur 20 Antwoorden op de vraag: ‘Welke belemmeringen bent u tegengekomen in deelname aan sociale of gemeenschapsevenementen?’ (n = 114)

Figuur 21 Antwoorden op de vraag: ‘Wat zou er in de gemeenschap kunnen veranderen om uw sociale participatie te verbeteren?’ (n = 112)

Mentale Gezondheid

Het belang van mentale gezondheid wordt steeds vaker genoemd in relatie tot inburgeren. We geven inzicht in de algemene mentale gezondheid en inburgeringsstress door zelfbeoordeling. Daarnaast kijken we welke ondersteunende maatregelen de mentale gezondheid volgens inburgeraars zou kunnen verbeteren. In het algemeen beoordeelden inburgeraars hun mentale gezondheid als gemiddeld tot goed. Figuur 22 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. 61% van de inburgeraars beoordeelden hun mentale gezondheid als (heel) goed, tegenover 17% die hun mentale gezondheid als (zeer) slecht beoordeelden. Tabel 12 laat de gemiddelde scores en standaarddeviaties zien van de totale respons en van de subgroepen gebaseerd op type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 105) beoordeelden hun mentale gezondheid met een gemiddelde van 3,61 (schaal: 1 = zeer slecht tot 5 = heel goed). De standaarddeviatie was 1,13, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,13 punt af van het gemiddelde cijfer 3,61. Er waren geen significante verschillen in antwoorden op basis van type inburgeraar, gender, leeftijd of arbeidsstatus. Wel zien we een positieve samenhang tussen evaluaties van meerdere onderdelen van het inburgeringsprogramma (namelijk: de verschafte 34

informatie, de mate waarin de gemeente behoeften begrijpt, de behulpzaamheid van de voortgangsgesprekken, en de ervaren ondersteuning in het algemeen en door de klantregisseur) en de algemene mentale gezondheid van inburgeraars (zie tabel 12). Hoe positiever inburgeraars dus waren over de steun en begeleiding vanuit de gemeente, hoe beter zij hun algemene mentale gezondheid beoordeelden. In de open vragen gaven een aantal inburgeraars aan dat zij zich eenzaam, uitgesloten of niet thuis voelen in Nederland. “Ik denk dat integratie betekent dat je deel uitmaakt van de samenleving en er thuishoort. Ik heb werk, ik betaal mijn Nederlandse belasting. Ik ben getrouwd met een Nederlander waar ik van hou. Maar ik maak geen deel uit van de samenleving. Ik ben heel eenzaam en de gemeente heeft me nergens mee geholpen. Dus voor mij is het inburgeringsprogramma een taal vereiste vanuit de gemeente.” Daarnaast benoemde een inburgeraar financiële problemen als een bron van stress: “Ik ben gelukkig in Nederland. [...] Ik wil de taal leren, ik probeer te integreren en te leren. Maar ik maak me continu zorgen omdat mijn middelen niet voldoende zijn om een fatsoenlijk leven te leiden. Werken is niet genoeg. Ik kan geen toegang krijgen tot de bestaande programma’s en ik betaal nauwelijks voor mijn ziektekostenverzekering, die de medische basisbehoeften niet dekt.

[…] Het is alsof ik wel de wil en de discipline heb, maar er is een obstakel en het is groot.” Figuur 22 Antwoorden op de vraag: ‘Hoe zou u nu uw mentale gezondheid in het algemeen beoordelen?’ (n = 105)

Activiteiten die bijdragen aan sociale verbinding werd het vaakst genoemd door inburgeraars (n = 93) als ondersteunende maatregel die zou helpen om de mentale gezondheid en welzijn te verbeteren (54% van de inburgeraars noemt deze maatregel). Dit is een hoger percentage dan het percentage inburgeraars dat betere toegang tot de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) noemt als ondersteunende maatregel (30%). Zie figuur 23 voor een overzicht van maatregelen die genoemd zijn door inburgeraars om hun mentale gezondheid en welzijn te verbeteren. Figuur 23 Antwoorden op de vraag: ‘Welke ondersteunende maatregelen zouden helpen om uw mentale gezondheid en welzijn te verbeteren?’ (n = 93)

35

Het inburgeringsprogramma zelf werd in het algemeen als gemiddeld stressvol ervaren door inburgeraars. Zie tabel 12 voor de beschrijvende statistieken van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 111) gaven een gemiddeld cijfer van 5,59 voor de hoeveelheid stress die zij ervaarden door het inburgeringsprogramma (schaal: 0 = helemaal geen stress tot 10 = veel stress). De standaarddeviatie was 2,69, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 2,69 punt af van het gemiddelde cijfer 5,59. Er waren geen significante verschillen in antwoorden op basis van type inburgeraar, gender, leeftijd of arbeidsstatus. Wel vonden we een negatieve samenhang tussen evaluaties van onderdelen van het inburgeringsprogramma (namelijk: de verschafte informatie en de behulpzaamheid van de voortgangsgesprekken) en de stress die door inburgeraars werd ervaren (zie tabel 13). Hoe meer inburgeraars dus adequate begeleiding ervaarden vanuit de gemeente -voornamelijk in de vorm van verschafte informatie en voortgangsgesprekken-, hoe minder stress zij ervaarden tijdens hun inburgeringsproces. Een bedreigende factor voor de mentale gezondheid van inburgeraars die uit de open antwoord vragen naar voren kwam was de hoge druk om binnen een bepaalde tijdsperiode aan de taaleisen te voldoen.

Een van de inburgeraars noemde de worstelingen om een baan te combineren met het inburgeringsprogramma: “Hou er rekening mee dat mensen niet hetzelfde inburgeringspad bewandelen. De eis voor mensen zoals ik is B1, maar we hebben een fulltime baan, een veeleisende baan, rijbewijs halen en dan, B1 taalniveau. Geen tijd voor een persoonlijk leven.” Ook een aantal andere inburgeraars geven aan dat de belasting te groot is om nog goed te kunnen leren en informatie op te kunnen blijven nemen: “Ik ben nu op B1 niveau en ik voel heel veel druk en absorbeer helaas niet langer met deze snelheid, zelfs mijn psychologische staat is heel moe, ik ben moeder van vier kinderen en dit is buiten mijn energie.” De combinatie van het inburgeringsprogramma en andere factoren zoals werk, gezondheid en gezinsleven kunnen leiden tot een te zware totale belasting voor inburgeraars. Tabel 12 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) van de totale respons en subgroepen voor de vragen die gingen over vraag over mentale gezondheid Type inburgeraar

Totaal

Asielstatushouder

Gezinsmigrant

Vrouwen

Mannen

M

3,61

3,69

3,54

3,50

3,68

SD

1,13

1,04

1,23

1,19

1,09

n

105

54

50

42

63

M

5,591

5,241

6,021

6,121

5,301

SD

2,69

2,83

2,63

2,60

2,79

n

111

54

52

41

66

Vraag in vragenlijst Q36 Hoe zou u nu uw mentale gezondheid in het algemeen beoordelen?

Q37 Hoeveel stress geeft het inburgeringsprogramma u, beoordeeld op een schaal van 0 (helemaal geen stress) tot 10 (veel stress)

Gender

a M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten b 1 Afwijkende schaal: laag-0 tot hoog-10

36

Tabel 13 Significante uitkomsten van de regressieanalyses die de relatie onderzochten tussen het inburgeringsprogramma en uitkomsten op mentale gezondheid Algemene mentale gezondheid Variabele

Stress door inburgeringsprogramma

β

n

β

n

Verschafte informatie

0,27*

73

-0,28*

76

Algemene ondersteuning

0,48***

73

Begrijpen van behoeften

0,34**

73

Voortgangsgesprekken

0,39**

72

-0,29*

75

Ondersteuning klantregisseur

0,34**

73

Brede intake PIP

a De coëfficiënten (β) geven de samenhang weer tussen (onderdelen van) het inburgeringsprogramma en mentale gezondheid, gecontroleerd voor gender en type inburgeraar. Alleen de significante verbanden (p < 0,05) zijn weergegeven. De n staat voor het aantal respondenten. b Hoe groter de coëfficiënt hoe sterker het verband: een β tussen 0,10 en 0,29 wijst op een klein effect, een β tussen 0,30 en 0,49 wijst op een gemiddeld effect en een β van 0,50 of groter wijst op een groot effect c De asterisken geven informatie over de statistische significantie van het resultaat: *p < 0,05, **p < 0,01, ***p < 0,001

37

38

Thema 1: Ondersteuning vanuit de gemeente De gemeente Nijmegen heeft een belangrijke regierol in de inburgering. Dit uit zich onder andere in de betrokkenheid van de klantregisseur als hét aanspreekpunt voor de gemeente. In de expertpool is besproken welke ondersteuning inburgeraars krijgen vanuit de gemeente en of dit aansluit bij hun behoefte. Kerninzichten ●

●

● ●

Inburgeraars uit Nijmegen benoemen dat de relatie met de klantregisseur erg belangrijk is voor informatievoorziening en toekomstperspectief. De ervaringen met betrekking tot de kwaliteit van het contact zijn wisselend. Factoren die een positieve invloed hebben op de relatie zijn onder andere: duidelijke informatievoorziening, proactieve en behulpzame houding van de klantregisseur, actief contact en onderling vertrouwen. Factoren die een goede relatie belemmeren zijn onder andere: beperkte beschikbaarheid van klantregisseurs, weinig begeleiding en ontoereikende informatievoorziening. Voor veel inburgeraars was het vooraf onduidelijk wat de Brede Intake en PIP inhielden waardoor ze zich onvoldoende betrokken voelden bij het proces.

Relatie met de klantregisseur Er komt duidelijk naar voren dat vanuit inburgeraars de rol van de klantregisseur belangrijk is voor het verloop van de inburgering. In het landelijke onderzoek naar inburgering voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid2 zien we ook terugkomen dat de rol van de contactpersoon bij de gemeente erg belangrijk is. Onder positieve ervaringen wordt onder andere genoemd dat het fijn is als de klantregisseur actief contact onderhoudt, duidelijke informatie verstrekt, en inzicht geeft in het verloop van de inburgering. Daarbij wordt aangegeven dat het extra prettig is wanneer een klantregisseur ook meedenkt en verder kan kijken dan de vragen die worden gesteld. Zo hebben enkele inburgeraars de ervaring dat hun klantregisseur hen op veel vlakken, ook buiten de inburgering om, heeft geholpen:

OpenEmbassy en Regioplan doen tot en met 2027 onderzoek naar de ervaringen van inburgeraars in de Wi2021. 2

39

“Contact met mijn contactpersoon verliep goed. Ze heeft mij geholpen met de aanvraag voor gezinshereniging. En met een laptop. En met het inschrijven bij huisarts.’’ (Man, B1-route)3 “Ik hoor uit de ervaringen een onderscheid tussen contactpersonen die proactief helpen en meekijken en contactpersonen die heel sec de vragen beantwoorden. Als je dan niet weet welke vragen je moet stellen, kom je dus niet verder in je inburgering.’’ (Man, onderwijsroute)

Negatieve ervaringen met klantregisseurs spelen juist wanneer contactpersonen niet goed of pas veel later te bereiken zijn, er behoefte is aan meer informatie, maar deze niet gegeven wordt, of wanneer iemand het gevoel heeft niet gezien te worden. "Oké, ik verwacht niet alles van de klantregisseur, maar het zou fijn zijn geweest als ze in ieder geval één keer 'welkom' hadden gezegd." (Vrouw, B1-route)

Zo kwam naar voren dat dergelijke kleine veranderingen in de houding van klantregisseurs al een verschil kunnen maken. In een enkel geval voelde het voor de inburgeraars juist dat de acties van de klantregisseur respectloos waren: “Mijn klantregisseur nam contact met mij op terwijl ik nog in het kamp was. In eerste instantie was ik hier erg blij mee, omdat ik dacht dat hij een attente en proactieve persoon was. Maar het bleek dat zijn bedoelingen anders waren. Hij wilde dat ik ging werken terwijl ik nog in het kamp zat en zette druk op mij. Hij maakte onbeleefde handgebaren, waarmee hij impliceerde dat ik een bedelaar was.’’ (Man, Z-route)

Het is van belang om aan het begin te werken aan een vertrouwensband. Uit de interviews die inburgeraars in hun omgeving hielden met inburgeraars kwam bijvoorbeeld naar voren dat het hielp voor het vertrouwen wanneer klantregisseurs en inburgeraars dezelfde taal spreken. “De klantregisseur van hem sprak Arabisch. Zijn moedertaal. Dat heeft het makkelijker gemaakt om contact te leggen. En hij beantwoordde altijd alle vragen. Hij was goed ondersteunend.’’ (Man, Z-route) “Fijne ervaring met contactpersoon. Want sprak Arabisch. Was goed voor de band versterken en makkelijker maken. Niets gemist van contactpersoon.’’ (Man, Z-route)

Er is begrip dat klantregisseurs niet altijd de tijd hebben om iedereen uitgebreid te woord te staan, en inburgeraars ervaren de drukte van klantregisseurs. Inburgeraars gaven echter aan dat er wellicht oplossingen zijn om de bereikbaarheid te verbeteren, bijvoorbeeld door in direct contact te komen via de mail of Whatsapp, en dat vragen op gezette tijden worden beantwoord, of door klanten in een groepsapp te zetten waar ze elkaar kunnen helpen en de klantregisseur van tijd tot tijd ook vragen kan beantwoorden.

Vanuit de ervaring van de inburgeraar verliep dit contact met de klantregisseur, al gaf de Gemeente Nijmegen aan dat deze taken bij de maatschappelijk begeleider horen. We weten uit eerder onderzoek dat het vanuit de beleving van inburgeraars soms niet duidelijk is wie wél en wie niet voor de Gemeente werken. Het kan dus zijn dat het in werkelijkheid wel om de maatschappelijk begeleider ging. 3

40

Al met al zien we dat er veel klantregisseurs worden verwacht. Dit is lijn met bevindingen uit andere expertpools over de Wi2021. Uit de Nijmeegse groep kwam naar voren dat die taakverdeling best evenwichtiger kan, of dat klantregisseurs beter ondersteund kunnen worden, zodat er voldoende ruimte is voor de juiste begeleiding. “Ik heb mijn contactpersoon slechts enkele keren ontmoet, omdat ze overbelast is. Hierdoor voel ik me beperkt in hoeveel ondersteuning ik kan vragen. Contactpersonen hebben te veel werk en te weinig tijd om iedereen te helpen en hun specifieke situaties te bekijken. Aangezien mijn zaak niet urgent is, voel ik me bezwaard om meer van mijn contactpersoon te vragen.’’ (Vrouw, B1-route)

Tenslotte was er een inburgeraar die nog geen klantregisseur toegewezen had gekregen. Andere inburgeraars hadden al vaker meegemaakt dat er veel wisselingen waren onder de klantregisseurs, wat het bemoeilijkt om een vertrouwensband op te bouwen. “Mijn contact met de gemeente: iedereen die nieuw in de stad komt, krijgt een contactpersoon. Ik heb dat niet. Degene die het hebben, is er maar voor 6 maanden. Ik heb meerdere medewerkers bij de gemeente gezien en heb geen individuele contactpersoon.’’ (Man, Z-route) “Er was wel veel wisseling van medewerkers en het kost dan veel tijd om elke keer nieuwe mensen te vertrouwen.’’ (vrouw, 49 jaar, Eritrea)

Informatievoorziening Veel van de informatie die inburgeraars krijgen loopt via de klantregisseur. De inburgeraars uit het kwalitatief onderzoek gaven aan dat klantregisseurs niet altijd de juiste informatie kunnen verstrekken en dat het dan moeilijk is om bijvoorbeeld een perspectief te kunnen vormen over het verloop van de inburgering. Specifiek voor gezinsmigranten komt daar ook nog de vraag bij aan de start van de inburgering welke cursus ze moeten volgen. “Mijn man beantwoordt al mijn vragen omdat hij hier is geboren. Ik kan niet zonder zijn hulp. Ik vraag me echter af of dit allemaal zijn verantwoordelijkheid is. Ik heb de taalcursus zelf gevonden. Sinds mijn aankomst heb ik mijn klantregisseur niet kunnen bereiken. Ik heb zelfs gehoord dat hij/zij inmiddels is gewisseld. Ik weet niet eens wie mijn nieuwe klantregisseur is. Wat zou de reden kunnen zijn voor dit gebrek aan interesse? Is er niemand die verantwoordelijk is voor en toezicht houdt op deze mensen? Waarom moet ik zelf uitzoeken wat mijn inburgeringsverplichtingen zijn? Dit is erg moeilijk voor iemand die de taal niet spreekt.’’ (Vrouw, B1-route)

41

De extra kansen om de Nederlandse cultuur te leren kennen, werkervaring op te doen, en vrijwilligerswerk te doen worden als positieve aspecten ervaren van de Wi2021. Tegelijkertijd wordt de Wi2021 door sommige inburgeraars als verwarrend en complex ervaren. De wet biedt geïndividualiseerde trajecten, maar het is dan onduidelijk waar iemand nou wel of geen aanspraak op kan maken en hoe de inburgering verloopt. Inburgeraars hebben vaak regelmatig contact met mensen uit hun eigen gemeenschap die zijn ingeburgerd onder de oude inburgeringswet, en het oude systeem komt volgens hen minder complex over. Uit andere onderzoeken blijkt ook dat naast de klantregisseur, andere inburgeraars ook een belangrijke bron zijn voor de informatievoorziening van inburgeraars.

Brede intake en PIP Veel inburgeraars gaven aan onvoldoende geïnformeerd te zijn van tevoren over de Brede Intake en het PIP. We hoorden veel ervaringen van mensen die niet wisten wat het PIP inhield voordat het proces begon, wat hun betrokkenheid belemmerde. Een voorafgaande informatiesessie zou hen beter kunnen voorbereiden en actief betrekken bij het integratieproces. “De PIP is voor mij niet bekend. Het eerst gesprek ging goed en ik heb toen alleen maar de leerbaarheid toets gedaan. Op basis van de uitslag van de toets ben ik naar mijn huidige school verwezen. Dus de PIP is voor mij niet zichtbaar.’’ (vrouw, Z-route)

Hoewel er tijdens de Brede Intake en het PIP contact is met de klantregisseur, ontbreekt het volgens sommige inburgeraars aan vervolgcontact en begeleiding. Nadat een op maat gemaakt plan is opgesteld, verliezen inburgeraars vaak het contact met hun klantregisseur, wat leidt tot frustratie en het gevoel dat ze aan hun lot worden overgelaten. ‘’De brede intake en PIP gingen super. ‘’Hij heeft een plan gemaakt gebaseerd op wat ik wilde. Daarna nooit meer gesproken. Hij beantwoordt mijn appjes niet en reageert niet meer.’’ (Man, Onderwijsroute)

Sommige inburgeraars deelden de ervaringen dat hun voorkeuren niet worden meegenomen bij het bepalen van hun route. Dit leidt tot spanningen en een gevoel van wantrouwen in het integratieproces. “Ik verwachtte dat de ambtenaren wat gevoeliger zouden zijn bij het bepalen van de route in PIP. Ik wilde de Z-route niet, maar ze hebben me erin gedwongen. Mijn mening werd niet in overweging genomen; eigenlijk werd het tegenovergestelde gedaan, kan ik zeggen. De vergadering verliep erg gespannen. Ze berispten me alsof ik een kind was." (Man, Z-route)

Het PIP biedt structuur aan het integratieproces, maar voor sommige theoretisch opgeleiden roept het B1-niveau vragen op. Inburgeraars geven aan dat zij de capaciteit hebben om sneller hogere taalvaardigheden te bereiken, wat hen zou kunnen helpen om beter te integreren in de samenleving. Een inburgeraar merkte op:

42

“Het plan dat is gemaakt, was goed te volgen voor een universitaire afgestudeerde. Ik begrijp niet waarom afgestudeerden beperkt worden tot B1. Ik bereikte dat niveau een jaar eerder dan gepland.” Dit suggereert dat het huidige beleid wellicht niet optimaal gebruikmaakt van de mogelijkheden van hoger opgeleiden." (Man, B1-route)

Aanbevelingen uit de expertpool ● ● ●

●

Beperk wisselingen tussen klantregisseurs zoveel mogelijk en verbind klantregisseurs en inburgeraars in een vroege fase. Investeer in de competentie van klantregisseurs om sensitief te werk te gaan en te werken aan een relatie op basis van vertrouwen tussen klantregisseurs en inburgeraars. Vergroot het aantal contactmomenten tussen inburgeraars en klantregisseurs, en indien de capaciteit het niet toelaat, kijk dan naar alternatieve manieren, zoals het gebruik van Whatsapp. Licht inburgeraars tijdig voor over de Brede Intake en het PIP en richt het proces zo in dat zij voldoende ruimte ervaren om hun perspectief te delen.

43

Thema 2: Ondersteuning vanuit partners in de stad De inburgeringsopgave van de gemeente komt niet tot stand zonder sociale partners in de stad. In de expertpool is onderzocht of inburgeraars hun weg naar deze partners weten te vinden en of ze weten wat deze te bieden hebben. Kerninzicht ● ●

●

Er is onduidelijkheid over hoe de verdeling van ondersteuning is geregeld tussen de gemeente en sociale partners. Veel inburgeraars maken gebruik van de dienstverlening van sociale partners in de stad voor o.a. taalontwikkeling, professionele ontwikkeling en het opbouwen van een netwerk. De ervaringen met de partners zijn over het algemeen positief. Effectieve aanpak onderscheidt zich door goed aan te sluiten op de behoeften van de doelgroep, bekwaam personeel en brede dienstverlening.

Partners & de gemeente Inburgeraars merkten een discrepantie tussen de verantwoordelijkheden van de gemeente en de taalscholen. Sommige inburgeraars merkten op dat taaldocenten meer betrokken waren bij het vinden van stages dan de klantregisseurs. Het was onduidelijk waar deze verantwoordelijkheid uiteindelijk was belegd. “De wet heeft alle verantwoordelijkheden voor integratie toegewezen aan de gemeente, maar ik heb de indruk dat de gemeente deze verantwoordelijkheid heeft doorgeschoven naar de taalschool. Ik zeg dit omdat mijn taaldocent meer betrokken was bij het vinden van een stage voor mij dan de ambtenaar van de gemeente, en uiteindelijk heeft mijn docent een stage voor mij gevonden.’’ (Man, Z-route)

Vanuit verschillende inburgeraars blijkt de behoefte aan meer afstemming tussen taalschool, sociale partners en klantregisseurs. Het gebrek aan communicatie met de klantregisseur laat inburgeraars in onzekerheid over bij wie ze terechtkunnen voor ondersteuning en begeleiding. “Ik heb kort geleden op school gehoord dat ik een contactpersoon bij de gemeente heb voor mijn inburgering. Het was voor mij niet duidelijk wie de contactpersonen bij de gemeente zijn en wat hun rol is in gesprekken met mij of mijn familie.’’ (Vrouw, Z-route)

Inburgeraars gaven aan zich vaak tot VluchtelingenWerk te wenden voor hulp en ondersteuning.

44

“Wat betreft regisseur gaat het slecht. Ik heb bijna nog niet gesproken. Als ik iets wil dan neem ik contact op met VluchtelingenWerk.’’ (Man, Onderwijsroute)

Sociale partners Uit de expertpool blijkt dat effectieve organisaties zich onderscheiden door hun zorgvuldige afstemming op de specifieke behoeften van de doelgroep. Echter, organisaties hebben niet altijd een groot bereik. Bij de inburgeraars was niet altijd duidelijk wat sociale partners voor aanbod hebben, terwijl er bijvoorbeeld wel de behoefte was om van dat aanbod gebruik te maken. Voor gezinsmigranten is de situatie uitdagend. Gezinsmigranten (voornamelijk vrouwen) in deze groep hebben beperkte contacten met relevante organisaties en zijn vaak afhankelijk van hun partner voor zowel sociale als professionele integratie. Dit maakt het opbouwen van een eigen netwerk moeilijk, en het benadrukt de noodzaak voor specifieke sociale en psychologische ondersteuning. Deze ondersteuning is cruciaal om gezinsmigranten in staat te stellen zich effectief te integreren en een zelfstandig leven op te bouwen in hun nieuwe omgeving. Veel aanbod vanuit sociale partners is echter niet beschikbaar voor gezinsmigranten. Uit de expertpool blijkt daarnaast dat ze minder aandacht krijgen vanuit de gemeente, en er ook minder de verbinding wordt gelegd met statushouders, die in een soortgelijk proces van inburgering zitten. ‘’Wat ik begreep is dat er verschillende organisaties zijn die mensen ondersteunen die asiel aanvragen, maar niet degenen die als gezinsmigrant komen.

Ik wist niet eens dat deze organisaties bestonden. Niemand heeft dat mij verteld. Misschien willen deze organisaties geen gecombineerde groepen met asiel- en gezinsmigranten?” ’(Vrouw, B1-route)

Feedback inburgeraars over sociale partners Aan de hand van de sociale kaart van Nijmegen hebben we met de inburgeraars de volgende feedback opgehaald over verschillende organisaties. Zowel over of inburgeraars de organisaties kenden, als wat ze van de organisaties vonden. De bevindingen staan beschreven in tabel 14. Tabel 14 Overzicht sociale kaart Nijmegen en ervaringen van inburgeraars met deze organisaties

Organisatie

Feedback

Buddy to Buddy

Verschillende inburgeraars geven aan een buddy te hebben gevonden via Buddy to Buddy, waarmee ze met regelmaat afspreken om de Nederlandse taal te leren. Er wordt positief over Buddy to Buddy gesproken. Het wordt gezien als een nuttige organisatie voor taalontwikkeling en het maken van nieuwe vrienden door het aanbod van verschillende sociale activiteiten.

Het Huis van Compassie

De inburgeraars die bekend zijn met het Huis van Compassie zijn er positief over. De sociale activiteiten die ze organiseren worden met plezier bezocht. De organisatie ondersteunt bij het opbouwen van een netwerk.

45

Voedselbank

De ervaringen met de voedselbank zijn wisselend. Enerzijds biedt de voedselbank ondersteuning bij financiële onzekerheid. De financiële druk wordt afgenomen door te voorzien in essentiële behoefte. Anderzijds wordt ondersteuning geweigerd wanneer het inkomensniveau te hoog is. Er komt ook naar voren dat de kwaliteit van het voedsel inconsistent is.

Vluchtelingenwerk

De ervaringen met Vluchtelingenwerk zijn zeer positief. Vluchtelingenwerk heeft voor de inburgeraars een grote rol gespeeld door informatievoorziening en ondersteuning op verschillende leefgebieden (zorg, transport, formele zaken) De communicatie is sterk, de huisbezoeken zijn prettig en ze zijn toegankelijk. Vluchtelingenwerk speelt een centrale rol bij de verbondenheid met Nederland.

Kledingbank

Over het algemeen zijn de ervaringen met de Kledingbank positief, er worden goede producten weggegeven en het team is goed. Het is echter alleen mogelijk om tweemaal per jaar in aanmerking te komen bij de Kledingbank terwijl er een grotere vraag is.

Stichting Sema

De stichting biedt brede ondersteuning: kennisdeling over Nederland, aanbod van vrijwilligerswerk en ad-hoc-ondersteuning. De stichting is voornamelijk gericht op Turkse nieuwkomers, dus niet voor iedereen even toegankelijk.

STEP Nijmegen

Alle inburgeraars waren zeer positief over de organisatie. De ervaringen met de taaltrainers waren positief en de dienstverlening was breed. Inburgeraars ontvangen hulp op verschillende vlakken zoals administratieve ondersteuning en volgen van cursussen.

HAN

Han wordt gezien als een fijne, toegankelijke plek waar men verschillende activiteiten kan doen zoals theater.

Nederlandse Baas

De ervaringen met de Nederlandse Baas zijn overwegend positief. Verschillende inburgeraars volgen taallessen en zijn positief over de kwaliteit van de lessen, de directeur en de leraren. De ervaringen m.b.t. werk zijn wisselend. Een inburgeraar benadrukt tevreden te zijn met de werkervaring terwijl een andere inburgeraar aangeeft dat de werkervaring niet bijdraagt aan de taalvaardigheid en hij het gevoel had te worden uitgebuit.

Werkbedrijf

Werkbedrijf is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie. inburgeraars geven aan dat er goede en aandachtige leraren zijn en dat ze nuttige vaardigheden leren zoals sollicitatievaardigheden. inburgeraars geven aan verschillende mensen te hebben leren kennen met verschillende achtergronden tijdens de MAP.

EchtNederlands

De ervaringen met EchtNederlands zijn positief. Het wordt gezien als een nuttige organisatie voor taalontwikkeling, sociale verbondenheid en het maken van vrienden.

Bibliotheek

De Bibliotheek wordt gezien als een onmisbare ontmoetingsplek waar je anderen kan leren kennen, je verbonden kan voelen en op een laagdrempelige manier kan werken, o.a. door de gratis internetverbinding.

Aanbevelingen uit de expertpool ● ●

Bespreek met sociale partners die enkel programma’s voor statushouders aanbieden of zij hun aanbod ook kunnen richten op gezinsmigranten. Breng inburgeraars op de hoogte van het aanbod van partners via de sociale kaart.

46

Thema 3: Wachttijden De periode voorafgaand aan de inburgering wordt voor asielmigranten gekenmerkt door een vaak lange periode in de opvang. In de expertpool is gevraagd naar welke momenten voor de inburgeraars werden gekenmerkt door wachten en wat het effect daarvan iss. Uit ervaring blijkt dat wachttijden een groot effect hebben op het verdere verloop van de inburgering en daarmee dus wel relevante inzichten oplevert voor de gemeente. Kerninzicht ● ●

Veel inburgeraars uit Nijmegen hebben te maken gehad met wachttijden voor een verblijfsvergunning, huisvesting en gezinshereniging. De onzekerheid over de toekomst die gepaard gaat met de wachttijden heeft negatieve gevolgen op het mentale welzijn van inburgeraars, hun gevoel van verbondenheid met Nederland, de bereidheid om de taal te leren en hun persoonlijke motivatie.

Wachten in de opvang Inburgeraars benadrukken dat de lange wachttijd voor een verblijfsvergunning en huisvesting een nadelig effect heeft op het leren van de taal, de persoonlijke motivatie, en hun mentale gezondheid. Het ontbreken van voorzieningen zoals toegang tot taalonderwijs doet af aan aanvankelijke vastberadenheid om Nederlands te leren. Tenslotte gaat wachttijd ook gepaard met onzekerheid over verblijfsrecht, wat ook een effect heeft op motivatie en welzijn. Deze tendens herkennen we ook uit andere onderzoeken, waaronder het landelijke onderzoek naar inburgering voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Ik heb heel lang gewacht. Mijn proces om een verblijfsvergunning te krijgen was erg lang en ingewikkeld. [...] Ik moest drie jaar lang in een geïsoleerde omgeving in een vluchtelingenkamp 4 wonen. Ik heb het gevoel dat die drie jaar verspild zijn, en dat maakt me erg verdrietig. Ik geloofde niet dat ik in dit land zou blijven, en dit zorgde ervoor dat ik me distantieerde van het leren van de taal en het zo snel mogelijk aanpassen aan dit land. [...] Ik heb psychologische en economische problemen ervaren door deze onnodige wachttijd.’’ (Man, 48, Turkije, statushouder, Z-route)

Meerdere inburgeraars gaven aan dat ze in de opvang waren aangewezen op zelfstudie van de Nederlandse taal om zo alsnog wel een start te kunnen maken, maar dat dit onvoldoende was om de taal echt goed te kunnen leren. Daarnaast gaven sommige inburgeraars aan dat ze het gevoel hadden dat er te weinig oog voor hen was in de periode dat ze lang moesten wachten in de opvang. Voor sommigen was er in de

Asielmigranten refereren vaak aan ‘the camp’ of ‘het vluchtelingenkamp’ wanneer ze over hun verblijf in het azc spreken. 4

47

opvang ook nog geen contact met klantregisseurs, terwijl er uit de expertpool wel naar boven kwam dat het fijn zou zijn om dan al in contact te zijn met hun klantregisseur. “Ik moest met mijn familie ook lange tijd wachten in de opvang. Dat gaf veel stress. Ik had in die tijd ook helemaal geen contact met mijn klantregisseur.’’ (Vrouw, Z-route)

Gezinshereniging Meerdere inburgeraars hebben ook een tijdlang moeten wachten op gezinshereniging. Dit gaf bijkomende stress en onzekerheid vanwege zorgen om familie die nog elders zijn. “Wachten op een afspraak, dan weer een maand wachten op een volgende afspraak. Ik heb zelf niet heel lang hoeven wachten. Mijn man wel. Hij heeft 3,5 jaar in een AZC gewacht. Dat zorgde voor veel zorgen. Het lange wachten maakt het lastig. Hij was ook bezorgd over mij en de kinderen, wij zaten nog in Syrië.’’ (Vrouw, Z-route)

Wachten op taalaanbod In het azc zijn over het algemeen onvoldoende mogelijkheden om de taal te kunnen leren buiten de voorinburgering om. Het duurt vervolgens vaak even voordat mensen, zodra ze in de gemeente wonen, kunnen starten met taalcursussen. Daarnaast ervaren inburgeraars ook wachttijden tussen taalcursussen door. Dit heeft een effect op het maken van een goede start in Nijmegen omdat het gebrek aan taalvaardigheid het lastig maakt om te communiceren met anderen of met instanties.

Effect van wachten Uit de gesprekken in de expertpool blijkt het effect van het lange wachten op de inburgering die daarna komt. Onzekerheid of je mag blijven en het wachten daarop heeft een effect op motivatie. Meerdere inburgeraars vroegen zich af waarom de inburgering niet eerder begint, zodat onnodige vertraging wordt voorkomen: “Het gaat niet om het makkelijker maken. Als je de eerste 10 maanden van mijn proces, toen ik nog geen vergunning had, uitsluit. Maar nu heb ik al 2 jaar een echte vergunning, het proces duurt te lang. De inburgering zou moeten beginnen in het AZC, niet pas wanneer ze in de woning verhuizen.’’ (Man, B-1 route)

De behoefte om wachttijden en de periode in het azc te verkorten en nuttig te besteden komt ook naar voren als een van de belangrijkste bevindingen in het rapport voor het ministerie van SZW. De onzekerheid en lange periode van wachten hebben hun weerslag op het verdere verloop van de inburgering. Tegelijkertijd ligt dit grotendeels buiten de macht van de gemeente.

Aanbevelingen uit de expertpool ● ●

Bied waar mogelijk zo veel mogelijk duidelijke informatie over termijnen en wachttijden, zodat inburgeraars weten waar ze aan toe zijn. Start waar mogelijk al met aanbod in het azc om de eerste stappen te kunnen zetten voor inburgering en integratie. 48

Thema 4: Taal Taal is een belangrijke katalysator voor het vlot en waardig opbouwen van een nieuw leven in Nijmegen. We hebben met de inburgeraars gesproken over het huidige taalaanbod en hun taal ambitie. Kerninzicht ● ● ●

Volgens inburgeraars ontbreekt er een doorlopende lijn in het taalaanbod waardoor de tijd tussen taalcursussen niet ongunstig uitpakt voor algehele taalverwerving. De kwaliteit van het taalaanbod is niet overal even hoog, onder andere door de verschillen in niveau en de kwaliteit van docenten. Gezinsmigranten zoeken betaalbare opties om de Nederlandse taal te leren.

Doorlopend aanbod Volgens de inburgeraars is er sprake van vertraging in het taalaanbod wanneer ze naar een volgende cursus gaan. De vertraging tussen de A2- en B1-taalcursussen, samen met de lange wachttijd om met taal te beginnen na de AZC-periode, creëert een gat in het taalaanbod, wat een negatieve invloed heeft op de taalverwerving. Er is vraag naar vloeiende en tijdige overgangen in de taalcursussen. “Ik was in het AZC, ik had A2 zelfstudie afgerond in november 2022, ik begon met B1 in 2024, een grote kloof, dit heeft mijn ontwikkeling echt geschaad. Tegen de tijd dat ik naar de eerste les van B1 ging, kon ik me niets meer van A2 herinneren. Die vertraging werd veroorzaakt door meerdere dingen – de inburgering begint pas wanneer je het AZC verlaat, maar ik was al op dag 1 klaar om te starten. Nadat je eruit bent, duurt het lang – het duurde 8 maanden voordat ik op een school terecht kon.” (man, B-1 route)

Vanuit de inburgeraars in de B1-route kwam meermaals de behoefte om ook een B2 cursus te kunnen volgen. De stap naar werk vanuit de B1-route hangt volgens hen af van doorlopend aanbod naar verdere taalcursussen zoals B2. Het is dan geen gegeven dat je mag doorstromen, maar vereist dat je de klantregisseur moet overtuigen. “Iedereen die de Staatsexamen 1-taaltoetsen kan halen, zou door moeten kunnen gaan naar Staatsexamen 2, of de B2-route. Ik had geluk en hoefde mijn klantregisseur niet te overtuigen om naar de B2-taalcursus te gaan. Echter, veel mensen om mij heen moeten hun klantregisseurs overtuigen om de B2-taalcursus te volgen, en dat begrijp ik niet!" (man, 42, Turkije, statushouder, B1-route)

Kwaliteit taalaanbod Positieve ervaringen met het taalaanbod in Nijmegen komen voornamelijk door ervaringen met goede kwaliteit van lessen en de waarde van taalvrijwilligers met wie in de praktijk geoefend kan worden. Uit de ervaringen van verschillende inburgeraars blijkt dat de kwaliteit van het

49

taalaanbod niet altijd voldoende is, en ook niet iedereen een taalbuddy heeft. Hoewel de taalcursussen worden gefinancierd door de gemeente, voelen veel inburgeraars dat ze onvoldoende ondersteuning krijgen. Onder andere wordt er veel verwacht om zelfstandig te werken, terwijl dit niet altijd is wat mensen gewend zijn. “De taalcursussen waar ze ons naartoe sturen, zijn niet voldoende omdat 75% van de last op de student rust. De docenten staan er meestal, maar bij en geven geen goed les. We leren wat we kunnen uit de boeken. Bovendien, toen we met de B2-cursus zouden beginnen, kon de cursus geen B2-boek leveren, dus moesten we twee maanden zonder boek de lessen volgen. Ik neem aan dat ze nog steeds cursusgeld van de gemeente ontvingen, wat ik oneerlijk vind." (man, 42, Turkije, statushouder, B1-route)

Veel inburgeraars ervaren bovendien dat de kwaliteit van docenten en klassenbeheer inconsistent is. Sommigen melden dat docenten weinig betrokkenheid tonen, niet ingrijpen wanneer er andere talen worden gesproken, of de lessen zonder geldige reden vroegtijdig beëindigen. Dit draagt bij aan een gevoel van stagnatie in hun taalontwikkeling en demotiveert om actief deel te nemen aan de lessen. Daarnaast spelen persoonlijke omstandigheden, zoals de stress rondom gezinshereniging, een belangrijke rol in de effectiviteit van taalverwerving. Ondanks de kwaliteit van het onderwijs, kan het leren van de taal sterk worden belemmerd door emotionele of psychologische uitdagingen, waardoor studenten minder goed presteren. Een taal leren in een diverse groep is volgens sommige inburgeraars een uitdaging, vooral als de samenstelling van de groep niet aansluit bij de individuele behoeften. Hoewel Nederlands wordt onderwezen in taalcursussen, beperkt de dominantie van sprekers van andere talen, zoals Arabisch, binnen de groep de mogelijkheden om Nederlands te oefenen. Ook de uiteenlopende doelen van de leerlingen in een taalklas, gecombineerd met het verschil tussen hun huidige taalniveaus en educatieve achtergronden, belemmert soms de voortgang. Soms is het niveau in de klas juist te hoog en voor anderen weer te laag.

Er is behoefte aan een aanpak om taalonderwijs beter af te stemmen op een passend niveau. “Voor mij is hun geschiedenis of afkomst niet belangrijk, maar meer hun doel en perspectief. De een wil studeren, de andere wil werken, de andere wil het alfabet leren, de andere wil alleen de uren maken. Er zijn te veel doelen in één klas.’’ (vrouw, 55, Syrië, statushouder, Z-route) Mijn ervaringen zijn negatief omdat ik een paar keer heb aangegeven dat ik niks meekrijg en met een lager niveau zou willen beginnen.’’ (man, 28, Jemen, statushouder, B1-route)

Een inburgeraar pleitte voor een alternatieve groeperingen systematiek op basis van mindset en betrokkenheidsniveau, in plaats van de huidige praktijk waarbij studenten worden gegroepeerd op leersnelheid volgens hun opleidingsachtergrond. Hij stelde dat de bestaande methode van

50

klassenindeling, die studenten generaliseert op basis van opleidingsniveau, geen rekening houdt met de diverse leerstijlen en voorkeuren van alle studenten.

Gezinsmigranten Voor gezinsmigranten is er behoefte aan meer toegankelijke en betaalbare taalverwervingsmogelijkheden binnen de inburgering. “Ik heb geen recht op een taalschool, ik moet het zelf betalen, ik heb geen middelen of weet niet waar ik naartoe moet, het is vrij duur, dus uiteindelijk heb ik besloten om dat [Nederlands leren] zelf te doen." (vrouw, 29, Rusland, gezinsmigrant)

Hoewel gezinsmigranten toegang hebben tot taalcursussen via DUO-leningen, zien sommigen het aangaan van schulden als een zware financiële last. Dit ontmoedigt hen om van deze mogelijkheden gebruik te maken, ondanks het belang van taalverwerving voor integratie. Alternatieve bronnen zoals taalcafés en bibliotheken bieden waardevolle kansen voor het leren van Nederlands. Echter, deze mogelijkheden zijn vaak moeilijk te combineren met werkverplichtingen, wat hun toegankelijkheid beperkt.

Aanbevelingen uit de expertpool ● ● ● ● ●

Focus in taalaanbod op de sociale integratie component en combineer taalverwerving met netwerkvorming, bijvoorbeeld door meer in te zetten op taalbuddy's. Biedt een doorlopend aanbod (kan ook via informeel aanbod) tussen cursussen, waardoor taalverwerving niet wordt afgeremd. Biedt standaard de mogelijkheid voor mensen om tot B2-niveau door te leren wanneer ze daar behoefte aan hebben en dit aansluit bij ambities op het vlak van werk. Stimuleer taalpartners om klassen in te richten op basis van leerdoelen. Breng betaalbaar taalaanbod voor gezinsmigranten in kaart

51

Thema 5: Werk en dualiteit ‘Iedereen doet mee, het liefst via betaald werk’ is een centraal uitgangspunt in de Wet inburgering 2021. Met inburgeraars hebben we gesproken over de stap naar werk of vrijwilligerswerk en de mate waarin dit te combineren valt met de inburgering. Kerninzicht ● ● ●

●

Werk wordt door inburgeraars gezien als een middel om sociale contacten op te bouwen, taal te oefenen en waardevolle werkervaring op te doen. Meerdere inburgeraars benoemen echter dat ze niet aan de slag kunnen bij een baan die past bij hun kennis, expertise en ambitie. Inburgeraars merken op dat er een grote verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente om hen te voorzien van de juiste informatie over de arbeidsmarkt en mogelijkheden om te werken, maar dat in veel gevallen de dienstverlening van de klantregisseur tekortschiet. De inzet van het persoonlijke netwerk om te werken blijkt een significante rol te spelen en velen noemen de moeilijkheid om werk te combineren met andere verantwoordelijkheden en inburgeringsverplichtingen.

Werk en perspectief Met name onder inburgeraars die hoogopgeleid zijn speelde de vraag, welk werk nu echt nuttig is voor hun integratie. Stages en vrijwilligerswerk dat wordt aangeboden sluit niet altijd aan bij wat mensen graag willen doen. Hierdoor zijn inburgeraars soms genoodzaakt om een baan te zoeken buiten hun eigen expertise, en mist het perspectief om te kunnen toewerken naar werk dat aansluit bij hun achtergrond. Ze ervaren dat ze door hun klantregisseur worden aangespoord richting praktisch en laaggeschoold werk. Ze geven aan dat ze het gevoel hebben dat er niet altijd oog is voor hun vaardigheden en ook geen ondersteuning kregen in het valideren van hun diploma’s. Daarnaast zijn er ook geen opties voor aanvullende cursussen om aan werk kwalificaties te kunnen voldoen. Ze zien in hun omgeving dat mensen die al eerder zijn ingeburgerd, nog steeds hetzelfde laaggeschoolde werk doen. Daarnaast vragen inburgeraars zich af wat dan de toegevoegde waarde is van sommige stageplekken voor hun taalontwikkeling. Enkelen geven aan dat ze het gevoel hebben dat de klantregisseur zich onvoldoende in hun situatie inleeft en niet altijd erkent wat hun specifieke vaardigheden zijn.

Ze vragen zich af of klantregisseurs toegang hebben tot de juiste kennis om hen te begeleiden: “Maar als je een afgestudeerde universiteitsstudent een afvalscheidingsbedrijf voorstelt als technische stageplek, zullen ze je niet echt serieus nemen. Ze lijken je misschien serieus te nemen uit bescheidenheid. Moet ik mijn Nederlands verbeteren door afval te sorteren? Ik begrijp echt de logica niet achter het werk dat mij wordt voorgesteld. Hij gaat ervan uit dat elke immigrant analfabeet is en de taal niet kan leren.

52

klantregisseurs begrijpen onze gevoelens niet, dus hoe kunnen ze effectief voor ons werken? Ze stellen altijd banen voor die geschikt zijn voor laaggeschoolden, omdat hun perspectief op ons is: "Hij is maar een vluchteling, kan niets. Denk je dat dit eerlijk is? Ik geloof dat klantregisseurs een gebrek aan empathie hebben.’’ (man, 42, Turkije, statushouder, B1-route)

Dit hangt natuurlijk ook sterk samen met de mogelijkheden aan werk die worden geboden vanuit werkgevers in Nijmegen, maar er spreekt duidelijk de behoefte uit om een perspectief te kunnen vormen. Wat draagt werkplek X bij aan de stappen die je kan zetten om uiteindelijk in Nederland op je niveau te kunnen werken.

Toegang tot werk en de rol van de gemeente Om ervoor te zorgen dat inburgeraars wél hun volledige (arbeids)potentieel kunnen vervullen is de toegang tot werk essentieel. Vanwege een gebrek aan een bestaand professioneel netwerk in Nederland, is volgens inburgeraars de klantregisseur een sleutelpersoon voor de toegang tot werk. Er is een verwachting dat de gemeente de benodigde informatie kan verschaffen en een rol kan spelen in de begeleiding naar werk. Het ontbreken van contact met de klantregisseur, frequente wisselingen van klantregisseurs, beperkte kennis van werkmogelijkheden bij klantregisseurs, en een tekort aan capaciteit binnen de gemeente, worden door inburgeraars benoemd als beperkende factoren voor de kans op werk en het bredere inburgeringsproces. Wanneer de gemeente wel ingrijpt bestaat er de kans dat er een mismatch is tussen de kwalificaties van de statushouder en het aangeboden werk wat kan leiden tot ontevredenheid: “Vanaf de dag dat ik aankwam, heb ik altijd de gedachte om te werken in mijn hoofd gehad. Echter, ik heb de informatie die ik nodig heb niet kunnen vinden. De plek die de gemeente voor een universitaire afgestudeerde zoals ik voorstelde, is een afvalsorteercentrum. Echt een geweldige match. Gewoon perfect voor mijn achtergrond.” (man, 42, Turkije, statushouder, B1-route)

De eerste werkervaring in Nederland wordt door velen gezien als een belangrijk middel om volledig te integreren in de samenleving. Gemeenten en ondersteunende organisaties zouden een verbindende rol kunnen spelen bij het vinden van werkgevers die aansluiten bij de vaardigheden en werkervaring van inburgeraars. De juiste informatievoorziening aan werkgevers is cruciaal voor wederzijdse verwachtingsmanagement, de behoefte aan flexibiliteit en algemeen begrip. “Ik wil graag verder studeren, maar tegelijkertijd moet ik werken. De meeste mensen zijn hier al langer, maar ik ben hier nieuw en ik weet niet hoe ik de balans moet vinden om tegelijkertijd te studeren en te werken.” (man, 29, Jemen, statushouder, onderwijsroute).

Behoefte aan informatie en netwerk De behoefte aan meer informatie over de Nederlandse arbeidsmarkt en ondersteuning bij het vinden van werk wordt door meerdere inburgeraars onderschreven. Uit de ervaringen van sommige inburgeraars blijkt dat een gebrek aan kennis over arbeidsmarkt terminologie, zoals de verschillen tussen functiebenamingen ("projectleider" versus "projectmanager"), hun zoektocht naar werk aanzienlijk bemoeilijkt. Zonder gerichte begeleiding om deze nuances te begrijpen en

53

de juiste zoekstrategieën te ontwikkelen, blijft het voor velen moeilijk om passend werk te vinden. Daarnaast missen veel inburgeraars de professionele netwerken die essentieel zijn om kansen te creëren, wat benadrukt dat gemeenten en maatschappelijke organisaties actiever zouden moeten helpen bij het verbinden van inburgeraars met werkgevers. Aan de andere kant geven inburgeraars aan ook behoefte te hebben dat er meer begrip is vanuit werkgevers over hun situatie. Werkgevers verwachten werkervaring in Nederland en vragen vaak naar de gaten in iemands CV, soms zelfs als het gaat om vrijwilligerswerk of een stage.

Participatie in Z-route Met inburgeraars is ook gesproken over de participatie-uren in de Z-route. Over het algemeen wordt aangegeven dat het fijn is dat er de mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld stage te kunnen lopen via de Z-route. Echter kwam ook naar voren dat de 800 uur die hiervoor staat wordt gezien als een lang en intensief traject. Dit vertaalt zich in lange dagen op werk, terwijl de inhoud van het werk niet altijd bevorderlijk is voor taalontwikkeling.

Aanbevelingen uit de expertpool ● ● ●

Zorg voor heldere en toegankelijke informatie over de arbeidsmarkt in Nederland. Biedt waar mogelijk werk- en stagemogelijkheden die inburgeraars in staat stellen een perspectief te kunnen vormen en aansluiten bij hun behoefte. Biedt werk en stagemogelijkheden aan met een duidelijke taalcomponent om zo ook buiten de les om de taal te kunnen ontwikkelen.

54

Thema 6: Mentale gezondheid & stabiliteit Mentaal en fysiek welzijn zijn een belangrijke randvoorwaarde om een leven op te kunnen bouwen in de gemeente Nijmegen. Uit de expertpool bleken enkele belangrijke inzichten als het gaat om mentaal welzijn en het ervaren van een bepaalde mate van stabiliteit en zekerheid en hoe dit een rol speelt in de inburgering. Kerninzicht ● ●

●

Een goede mentale gesteldheid is een randvoorwaarde bij succesvol zijn in het vinden van je weg in Nijmegen. Meerdere inburgeraars geven aan zich mentaal niet goed genoeg te voelen om de stap naar werk te maken of angstig te zijn over de verschillende obstakels in het behouden van werk. Wachttijden en een gebrek aan toekomstperspectief kunnen negatieve gevolgen hebben voor de mentale gezondheid.

Leefomstandigheden Adequate huisvesting wordt door meerdere inburgeraars beschouwd als cruciaal om een leven op te kunnen bouwen in Nijmegen. Het hebben van huisvesting, wat past bij de behoefte van de bewoners, kan bijdragen aan een toegenomen gevoel van stabiliteit. “Woonomstandigheden zijn nog niet goed, dus zodra ik daar stabiliteit heb dan kan ik verder met mijn proces. Dan wil ik vrijwilligerswerk doen zodat ik in contact kan komen met mensen en kan werken.’’ (man, 22)

Ook de mate van taalverwerving en het ervaren van een taalbarrière heeft effect op mentaal welzijn, bleek uit de gesprekken met sommige inburgeraars. Het leidt tot een gevoel van isolatie of een gebrek aan vertrouwen in eigen kunnen. Met name wanneer men pas net begonnen is met lessen of nog wacht op taalaanbod.

Mentaal welzijn en werk Werk verrichten wat niet goed aansluit op de behoefte van inburgeraars heeft voor velen negatieve gevolgen op het mentale welzijn. Om de stap naar werk te maken en te beginnen met solliciteren wordt een goede mentale gezondheid als voorwaarde gezien. Een inburgeraar geeft niet lekker in zijn vel te zitten door vertraging in gezinshereniging, waardoor hij mentaal niet in staat is om te werken. Andere inburgeraar maken zich zorgen over het behouden van werk: “Ik begreep van vrienden dat het behouden van werk best lastig is. Als je wordt ontslagen is het moeilijker om weer ondersteuning van de gemeente te krijgen. Dat maakt me zenuwachtig voor als ik ga werken.” (man, 42, Turkije, statushouder, B1-route)

55

“Het is in mijn eigen handen. Maar nu zit ik niet lekker in mijn vel, maar als ik wel lekker in mijn vel zit dan is het wel mogelijk om te werken.” (man, 50, Syrië, statushouder, B1-route,)

De angst voor administratieve en financiële complicaties bij het opnieuw aanvragen van sociale bijstand na verlies van een baan kan leiden tot terughoudendheid om werk te accepteren. Deze onzekerheid over de toekomst bemoeilijkt de stap naar de arbeidsmarkt, wat het integratieproces vertraagt en hun kansen op economische zelfstandigheid vermindert.

Wachttijden en mentaal welzijn In de gesprekken met de deelnemers van de expertpool kwam vaker naar voren dat de lange wachttijden en stress ook een effect hebben op de motivatie om iets op te bouwen in de maatschappij en het gevoel van verbondenheid. Als ze zichzelf zien als de enige bron van vooruitgang tijdens het integratieproces, ervaren ze een gevoel van isolatie, neerslachtigheid en frustratie. “Ik denk dat lange wachttijden een negatief effect hebben op het gevoel van ergens bij horen. Je wilt met grote motivatie het gevoel hebben dat je bij een ander land hoort, maar buitengewone vertragingen verhinderen dat je dat gevoel zo snel mogelijk ervaart. (...) Deze situatie zorgt ervoor dat je je voelt als een zielloos object, niet in staat om verdriet of emoties te voelen. Maar migranten zijn ook mensen, net als jij, en ze hebben ook gevoelens. Er is een gebrek aan bewustzijn op dit gebied. Ik ben iemand die gevangenschap heeft meegemaakt in mijn eigen land. Al deze vertragingen laten je dezelfde emoties opnieuw voelen: hulpeloosheid.”, (man, B1-route)

Het balanceren van verantwoordelijkheden Een veelgenoemde uitdaging door inburgeraars is de uitdaging om werk, inburgering en andere verantwoordelijkheden zoals de zorg voor een gezin te combineren. Met name mensen met kinderen ervaren dit. Zij geven aan dat ze behoefte hebben aan meer flexibiliteit, onder andere in de taalles, om zo te kunnen combineren met werk en de zorg voor een gezin.

Aanbevelingen uit de expertpool ● ●

Biedt laagdrempelige mogelijkheden voor psychosociale ondersteuning in kaart zodat inburgeraars hun mentale welzijn kunnen bevorderen. Bouw een bepaalde mate van flexibiliteit in de inburgering in, zodat er voldoende ruimte is voor mensen om te werken en voor hun gezin te zorgen.

56

Thema 7: sociale verbondenheid Naast taal, werk, huisvesting etc. is sociale verbondenheid een hele belangrijke indicator om iets op te kunnen bouwen in Nijmegen. Zowel de steun vanuit mensen die dicht bij je staan als de brug naar mensen die al langer in Nijmegen wonen. Kerninzicht ●

●

Inburgeraars hebben een sterke behoefte om in contact te zijn met mensen die al langer in Nijmegen wonen, ten behoeve van het opdoen van sociale contacten en taalverwerving. De drempel om dat contact te leggen is echter vaak nog hoog. Er is behoefte om netwerken binnen de eigen gemeenschap te versterken, om elkaar te steunen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van vertraagde gezinshereniging.

Bruggen Uit de expertpools blijkt de sterke behoefte aan contact met Nederlanders voor sociale verbindingen en taalverwerving. Hoewel veel inburgeraars al Nederlands spreken, gebeurt dit vaak binnen kringen van mensen uit hun eigen land, wat de ontwikkeling van taalvaardigheid en het begrip van culturele nuances belemmert, wanneer er weinig contact is met Nederlanders. De stap om contact te leggen is soms nog te groot. “Toen we een huis kregen was voor mij saai aangezien niet makkelijk was om met de buren te communiceren en de omgeving was te stil voor mij.’’ (vrouw, Z-route)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0bba1318-cff6-4a73-a964-9a9e50dc31ef