CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b bij Uitvoeringsprogramma Evaluatieonderzoek Inburgering 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 29 januari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidskader Asiel & Integratie en Uitvoeringsprogramma Asiel & Integratie (108/2024)23.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

Inleiding & methodologie

6

Kwantitatief onderzoek

12

Inburgeringsprogramma Algemene evaluaties van het inburgeringsprogramma Ondersteuning van de klantregisseur Evaluatie van de lessen Inburgeringsfactoren Werk Sociale Participatie Mentale gezondheid

13 17 20 26 29 34

Kwalitatief onderzoek

38

Ondersteuning vanuit de gemeente Ondersteuning vanuit partners in de stad Wachttijden Taal Werk en dualiteit Mentale gezondheid en stabiliteit Sociale verbondenheid Tenslotte…

39 44 47 49 52 55 57 59

Onderzoek onder professionals

60

Conclusie en aanbevelingen

64

Bijlagen

69 Auteurs Younes Younes | De SpiegelOnderzoek Carlijn van Alphen | De SpiegelOnderzoek Fatih Aktas | OpenEmbassy Soraya Shawki | OpenEmbassy Pepijn Tielens | OpenEmbassy Renée Frissen | OpenEmbassy Afdeling Onderzoek & Statistiek | Gemeente Nijmegen Vormgeving Femke Brand | OpenEmbassy

2

Managementsamenvatting Sinds 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering 2021 van kracht. Deze wet legt de verantwoordelijkheid voor de inburgering weer bij de gemeenten. Twee jaar na de invoering van de wet heeft Gemeente Nijmegen onderzoek laten uitvoeren naar de eerste ervaringen met de implementatie en uitvoering in Nijmegen. In opdracht van gemeente Nijmegen hebben OpenEmbassy en De Spiegelonderzoek ervaringen opgehaald bij statushouders en gezinsmigranten die inburgeringsplichtig zijn (hierna: inburgeraars). Gemeente Nijmegen heeft zelf onderzoek uitgevoerd onder betrokken professionals: klantregisseurs van de gemeente en medewerkers van partnerorganisaties Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van het gemeentelijke inburgeringsaanbod en de begeleiding die inburgeraars ontvangen. Daarnaast werd er gekeken naar mogelijkheden om het beleid te verbeteren en werd een basis gelegd voor een meer structurele dialoog met inburgeraars.

Onderzoeksopzet Het onderzoek volgde een mixed methods benadering. De Spiegelonderzoek en OpenEmbassy hebben onderzoek uitgevoerd onder inburgeraars, waarbij het kwantitatieve deel werd verzorgd door De Spiegelonderzoek en het kwalitatieve deel door OpenEmbassy. Het kwantitatieve deel is een vragenlijstonderzoek met 149 bruikbare responsen. Dit werd opgevolgd door kwalitatieve focusgroepen uitgevoerd volgens de expertpoolmethodiek, waarbij 19 inburgeraars hun ervaringen en die van hun gemeenschap deelden. Deze participatieve methode bood inzicht in de belangrijkste obstakels en successen in het inburgeringsproces. Daarbij werd het 'Indicators of Integration'-model (IoI) gebruikt om dimensies zoals werk, sociale relaties en toegang tot gezondheidszorg te analyseren. Gemeente Nijmegen heeft met een enquête en groepsgesprekken inzichten opgehaald bij professionals die betrokken zijn bij de uitvoering van inburgering.

Algemeen Inburgeraars en professionals waarderen het inburgeringsprogramma over het algemeen neutraal tot positief. Asielstatushouders, die intensievere begeleiding van de gemeente ontvangen, zijn vaak positiever dan gezinsmigranten. Echter, externe factoren zoals wachttijden voor opvang, huisvesting en gezinshereniging hebben een groot effect op het welzijn van mensen tijdens de inburgering.

Klantregisseur De rol van klantregisseurs blijkt cruciaal voor het succes van de inburgering. Positieve ervaringen worden gekenmerkt door duidelijke communicatie, een proactieve houding en beschikbaarheid. Tegelijkertijd signaleren inburgeraars een gebrek aan consistentie in de begeleiding, met beperkte beschikbaarheid van regisseurs en ontoereikende informatievoorziening.

3

Brede Intake & PIP De Brede Intake en het Persoonlijk Inburgerings Plan (PIP) worden over het algemeen positief ontvangen, al blijkt wel dat het vaak voorafgaand onduidelijk is wat dit proces inhoudt en inburgeraars niet altijd het gevoel hebben gehoord te worden in dit proces. Vervolgcontact en begeleiding tijdens het traject zijn punten die verbetering behoeven.

Werk De arbeidsparticipatie onder asielstatushouders is relatief laag, terwijl gezinsmigranten, vooral vrouwen, vaker participeren. De onzekerheid rondom tijdelijke en nulurencontracten en het gebrek aan aansluiting met eerdere kwalificaties zijn uitdagingen die door inburgeraars worden genoemd. Er is behoefte aan werk dat aansluit bij de achtergrond en ambities van inburgeraars en perspectief biedt. Daar is met name het ontsluiten van netwerk en geven van de juiste informatie van belang.

Taal Taalverwerving is een belangrijk middel voor o.a. werk, sociale contacten en participatie. Hoewel de taallessen goed worden ontvangen op basis van het kwantitatieve onderzoek, hebben wachttijden tussen taalcursussen, kwaliteit van docenten, lage betrokkenheid van docenten, ongeadresseerde emotionele problemen en de samenstelling van klassen effect op taalwerving. Intensieve taallessen zijn gewenst door sommigen, terwijl anderen de huidige werkdruk te hoog vinden. Er is veel behoefte aan praktijkgerichte taaloefeningen en informele taalmogelijkheden, zoals taalbuddies, terwijl dit nog niet voor iedereen mogelijk is.

Sociale contacten en initiatieven Inburgeraars voelen zich gemiddeld tot comfortabel in hun omgang met de lokale bevolking, maar er is een duidelijke behoefte aan meer contact met Nederlanders. Sociale initiatieven zijn niet altijd bekend of toegankelijk voor inburgeraars, vooral vanwege taalbarrières. Dit beperkt de sociale participatie en kan bijdragen aan gevoelens van isolatie en eenzaamheid, terwijl sociale participatie juist een positief effect heeft op mentaal welzijn.

Mentaal welzijn Hoewel inburgeraars hun mentale gezondheid gemiddeld tot goed beoordelen, beïnvloeden factoren zoals niet goed aansluitend werk, wachten op procedures en gezinshereniging en het balanceren van meerdere verantwoordelijkheden (werk, gezin, inburgering) hun welzijn negatief. Lange wachttijden en onzekerheid in azc’s werken door tot in de inburgering.

Aanbevelingen De aanbevelingen aan het einde van het rapport en door inburgeraars zelf gedaan in het kwalitatieve onderzoek richten zich onder andere op het versterken van de vertrouwensband tussen inburgeraars en de gemeente, met een vroege start van duidelijke informatie en

4

begeleiding door klantregisseurs. Dit omvat het minimaliseren van effecten door wisselingen tussen regisseurs door het aanbieden van voldoende begeleiding en contactmomenten en het bieden van een back-up aanspreekpunt voor inburgeraars. Daarnaast wordt voorgesteld om inburgeringsactiviteiten, zoals taallessen en werk, eerder te starten, wachttijden te verkorten en een flexibel en informeel taalaanbod aan te bieden. Het creëren van een ondersteunende omgeving voor taalverwerving op gewenst niveau en het ontsluiten van netwerk en informatie is daarnaast essentieel voor sociale participatie en werk.

5

Inleiding & methodologie Sinds 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering 2021 van kracht. Met deze wet is de regie over de inburgering weer bij de gemeente komen te liggen. De gemeente wil ervaringen bij inburgeraars en betrokken professionals ophalen om antwoord te kunnen geven op de vraag: Zijn we als gemeente Nijmegen in staat een passend aanbod voor inburgering & integratie te bieden en statushouders en gezinsmigranten hier succesvol bij te begeleiden? Mixed methods onderzoek Het perspectief van de inburgeraars wordt vormgegeven door een tweedelig (mixed methods) onderzoek waarbij De Spiegelonderzoek de verantwoordelijkheid draagt over het kwantitatieve deel en OpenEmbassy over het kwalitatieve deel. De ervaringen van professionals zijn opgehaald met een enquête en groepsgesprekken. Het onderzoek richt zich op de ervaringen met en de evaluaties van het inburgeringsprogramma van de gemeente Nijmegen. Centraal staat de input van ervaringsdeskundigen, namelijk de statushouders en gezinsmigranten, aangevuld met ervaringen van professionals. Het doel van het onderzoek is tweeledig: 1) Inzichten (succesfactoren, knelpunten) ophalen ten aanzien van de inburgering en de bredere vraag of inburgeraars vlot en waardig een leven kunnen opbouwen in Nijmegen, en het ophalen van concrete mogelijkheden om beleid te verbeteren..

2) Een opmaat naar een meer structurele dialoog met de doelgroep inburgeraars en inrichting van werkwijze hiervoor.

Kwantitatief onderzoek onder inburgeraars De vragenlijststudie omvat de evaluatie van het programma door inburgeraars, inclusief de ervaringen met de klantregisseur en (taal)lessen. Daarnaast onderzoeken we de uitkomsten van inburgeraars op drie onderwerpen, namelijk: werk, sociale participatie en mentale gezondheid. Deze drie onderwerpen worden gezien als belangrijke factoren die bijdragen aan het integratiesucces. Naast de totale respons, bekijken we ook de resultaten voor subgroepen op basis van type inburgeraar (asielstatushouder en gezinsmigrant) en gender (vrouw en man). Bovendien onderzoeken we significante verschillen tussen groepen, alsook verbanden tussen onderdelen van het inburgeringsprogramma en de inburgeringsfactoren. Tot slot brengen we de achtergrondgegevens en bepaalde kenmerken (bijv. arbeidsparticipatie en inburgeringsroute) van inburgeraars in kaart. De online vragenlijst is afgenomen onder inburgeraars uit de database van gemeente Nijmegen, met keuze uit drie verschillende talen (Engels, Nederlands en Arabisch). Alle inburgeraars uit de

6

database zijn benaderd. Waar een e-mailadres voorhanden was, is een digitale vragenlijst verzonden. Waar dat niet het geval was, zijn de inburgeraars benaderd via een brief met link naar de digitale vragenlijst. De uiteindelijke respons omvat 178 inburgeraars die zijn begonnen aan de vragenlijst, waaronder 149 bruikbare responsen. Het aantal respondenten fluctueert per vraag omdat niet alle respondenten alle onderdelen van het inburgeringsprogramma al hebben doorlopen en/of werk hebben. Daarnaast is er een groep respondenten die de vragenlijst niet helemaal heeft afgemaakt (n = 29), en een groep respondenten die bepaalde vragen hebben overgeslagen (n = 26). Het responspercentage is goed, namelijk 29%. Zie bijlage A (tabel A.1 en A.2) voor een gedetailleerde uiteenzetting van de respons. 45 respondenten zijn vrouw (30%) en 70 respondenten zijn man (47%). Het gender van de overige 23% is onbekend omdat zij deze vraag niet hebben beantwoord. 75 respondenten zijn asielstatushouders (50%) en 66 respondenten zijn gezinsmigranten (44%). De meeste respondenten (54%) hebben een leeftijd tussen de 20 en 49 jaar. De leeftijd van 37% is onbekend omdat zij deze vraag niet hebben beantwoord. Respondenten komen uit (minimaal) 30 verschillende landen, met Syrië als het meest voorkomende land van herkomst (31%).

De helft van de respondenten (50%) volgt het B1traject, 8% volgt de zelfredzaamheidsroute, en 4% volgt de onderwijsroute. Voor de resterende respondenten staat de inburgeringsroute nog niet vast (5%) of is deze onbekend omdat zij de vraag niet hebben beantwoord (33%). Tot slot is 77% van de respondenten momenteel bezig met inburgeren, terwijl 15% nog niet is gestart en 5% het traject al heeft afgerond. De respondenten lijken over het algemeen een goede weergave te zijn van de populatie. We zien dat vrouwen wat ondervertegenwoordigd zijn en dat gezinsmigranten juist wat oververtegenwoordigd zijn onder de respondenten ten opzichte van de populatie. Omdat deze verschillen relatief klein zijn, verwachten we niet dat dit de resultaten aanzienlijk beïnvloedt. Daarnaast kijken we in deze rapportage ook specifiek naar de subgroep antwoorden voor deze twee variabelen (gender en type inburgeraar). Zie bijlage A (tabel A.1 en A.2) voor een gedetailleerde uiteenzetting van de respons. Voor de vragenlijststudie rapporteren we gemiddelden, standaarddeviaties en percentages. Scores werden meestal gegeven op een schaal van 1-5, en soms op een schaal van 1-10. In beide gevallen geldt voor de gemiddelden: hoe hoger de score, hoe beter het item wordt gewaardeerd of herkend.

De standaarddeviatie is een maat van variabiliteit en hiervoor geldt: hoe hoger de waarde, hoe meer spreiding er is in de antwoorden. We hebben gekeken naar verschillen tussen groepen door middel van t-testen en ANOVA's, en verbanden tussen verschillende variabelen onderzocht met behulp van regressieanalyses. We spreken van een significant verschil of verband wanneer de p-waarde kleiner is dan .05. Dit betekent dat we met 95% zekerheid kunnen zeggen dat het effect dat we vinden onder respondenten er echt is, in plaats van toevallig ontdekt, en generaliseerbaar is naar de populatie waarin we geïnteresseerd zijn. Zie bijlage A voor meer informatie over de onderzoeksopzet van de vragenlijststudie.

Kwalitatief onderzoek onder inburgeraars In dit onderzoek is ook gebruikgemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethoden om de ervaringen van inburgeraars onder de Wet inburgering 2021 (Wi2021) te analyseren: het ‘Indicators of

7

Integration Framework’ (IoI) als analytisch kader, en de expertpoolmethodiek om ervaringen en behoeften op te halen bij inburgeraars zelf.

Expertpoolmethodiek De kwalitatieve focusgroepen zijn uitgevoerd volgens onze expertpoolmethodiek. Deze participatieve methode maakt gebruik van verschilsensitieve werkvormen, waarbij mensen met ervaring in een bepaald thema (de experts) op een narratieve, inhoudelijke en veilige manier hun eigen ervaringen en die van hun gemeenschap kunnen delen. In het geval van Nijmegen waren dit nieuwkomers die aan het inburgeren zijn in de stad. Deelnemers deelden tijdens de bijeenkomsten hun eigen ervaringen en vertegenwoordigen ook de bredere doelgroep waarmee zij, tussen de expertpools door, mee in gesprek zijn geweest. Het doel van de expertpool was om enerzijds de belangrijkste obstakels die mensen momenteel ervaren in kaart te brengen, maar anderzijds ook om te kijken wat er momenteel goed werkt in de gemeente Nijmegen. De ervaringskennis die hier is opgehaald stelt de gemeente in staat om vanuit het perspectief van de inburgeraar meer aandacht te besteden aan wat belangrijk is om te monitoren in het inburgeringsproces. Zo voeden de uitkomsten het beleidskader zodat beleid in Nijmegen kan aansluiten bij de ervaringen van de inburgeraars. In het kader van het onderzoek is er een groep samengesteld met inburgeraars uit de drie verschillende inburgeringsroutes (onderwijsroute, B1-route, Z-route).

De inburgeraars deelden hun ervaringen en reflecteren op integratie, waarbij aandacht werd besteed aan dimensies als taalgebruik, sociale relaties en culturele participatie. De onderzoeksgroep bestond uit 19 inburgeraars die inburgeren onder Wi2021, verdeeld over verschillende routes. Ondanks de diversiteit van de groep is de representativiteit beperkt door de omvang. Tussen de eerste en tweede sessie interviewden de inburgeraars 44 andere mensen uit hun netwerk om bredere ervaringen te verzamelen, wat aanvullende inzichten opleverde. De kenmerken van beide groepen zijn te vinden in de bijlage.

Kernthema's expertpool Tijdens de expertpool lag de nadruk op de volgende thema’s: ● Ondersteuning vanuit de gemeente ● Ondersteuning vanuit partners in de stad ● Wachttijden ● Taal ● Werk en dualiteit ● (Mentale) gezondheid ● Sociale verbondenheid Daarnaast bood het expertpoolprogramma ruimte voor input van de inburgeraars zelf, zodat zij hun eigen thema’s en prioriteiten konden aangeven die voor hen belangrijk zijn in de inburgering.

8

Voor de analyse en het duiden van de data gebruikt OpenEmbassy het Indicators of Integration framework.

Opzet Er is binnen deze expertpool gekozen om breed gezien de eerste ervaringen met de inburgering in Nijmegen op te halen, hierdoor kan het zijn dat er eventuele vervolgvragen onderzoeksvragen opkomen bij het lezen van de resultaten. Deze vervolgvragen zouden geadresseerd kunnen worden door de gemeente Nijmegen als er structureel gemonitord wordt in de inburgering. In dit verslag worden de resultaten van de expertpool gepresenteerd aan de hand van kerninzichten per thema, die daarna worden verdiept en toegelicht. Tot slot bevat de conclusie aanbevelingen voor de verdere aanpak.

Indicators of Integration (lol-model)

Het Indicators of Integration (IoI)-model biedt een kader voor het meten van de integratie van nieuwkomers binnen een samenleving. Het model hanteert een multidimensionale benadering, waarbij aspecten zoals werkgelegenheid, onderwijs, sociale netwerken, en toegang tot

9

gezondheidszorg worden geëvalueerd.1 Daarnaast richt het zich op factoren als digitale vaardigheden en sociale cohesie. Dit raamwerk helpt beleidsmakers en organisaties om de voortgang van integratieprocessen te beoordelen, en stelt hen in staat om interventies beter af te stemmen op de behoeften van migranten en vluchtelingen. Alle gegevens werden systematisch geanalyseerd volgens kwalitatieve analysemethoden, waarbij het IoI-model als leidraad diende. Dit maakte het mogelijk om thema’s zoals economische integratie, sociale verbondenheid en culturele identiteit te identificeren. Deze resultaten bieden waardevolle inzichten in de integratieprocessen, maar zijn niet volledig generaliseerbaar. Door het IoI-model toe te passen, hebben we inzicht verkregen in de diverse dimensies van integratie, waarbij de focus lag op zowel gemeentelijke doelstellingen als de persoonlijke ervaringen van nieuwkomers. Deze aanpak helpt bij het identificeren van succesfactoren voor effectieve arbeidstoeleiding en integratie.

Vragenlijstonderzoek onder professionals Voor een volledig beeld van succesfactoren en knelpunten in de Nijmeegse aanpak van inburgering, is ook aan professionals om hun input gevraagd. Dit is gedaan in de vorm van een vragenlijst. De volgende onderwerpen kwamen hierin aan bod: ● ● ●

Doelbereik; in hoeverre worden de beoogde doelen van inburgering bereikt; Hoe verloopt de samenwerking tussen verschillende betrokken organisaties; Welke aandachtspunten zijn er voor verschillende groepen, waaronder inburgeraars ‘oude stijl’, ‘nieuwe stijl’, gezinsmigranten en asielmigranten

Indicatoren in het model corresponderen met de thema’s in het beleidskader van de Gemeente Nijmegen: Vrije tijd (‘Meedoen’), Zorg & Welzijn (‘Gezondheid & Welzijn’), Onderwijs (‘Onderwijs en Ontwikkeling’) 1

10

Aan de enquête hebben 48 professionals deelgenomen. Zij waren verdeeld over 9 organisaties. De verdeling is te zien in de tabel hieronder. Organisatie Buddy to buddy Bureau Wijland COA Klantregisseurs gemeente Ondersteunende partijen; Bindkracht10, ProPersona, Pharos, Iriszorg Nidos/Join Lindenhout Taalscholen Vluchtelingenwerk WerkBedrijf

Respondenten 2 3 1 7 10 2 8 1 14

Op basis van de bevindingen van het vragenlijstonderzoek zijn een aantal groepsgesprekken gevoerd: ● ●

Met klantregisseurs van de gemeente over begeleiding van inburgeraars. Met partnerorganisaties over het inburgeringsaanbod en de integratie van inburgeraars.

Leeswijzer Het rapport behandelt eerst het kwantitatieve gedeelte onder inburgeraars, vervolgens het kwalitatieve gedeelte onder inburgeraars en tot slot het vragenlijstonderzoek onder professionals. Het rapport wordt afgesloten met gezamenlijke aanbevelingen ter verbetering van de inburgering.

11

12

Inburgeringsprogramma

Dit hoofdstuk geeft een beeld van de evaluatie van het inburgeringsprogramma door inburgeraars in de gemeente Nijmegen. Het bespreekt de bevindingen omtrent de algemene evaluatie van het programma, de ondersteuning door de klantregisseur en de evaluatie van de lessen. We geven weer hoe deze onderdelen worden ervaren door inburgeraars en onderzoeken of er verschillen zijn tussen groepen (o.a. op basis van gender, leeftijd, en type inburgeraar). Kerninzichten ● ●

● ●

Over het algemeen waren inburgeraars neutraal tot enigszins positief over de informatievoorziening en ondersteuning vanuit gemeente Nijmegen tijdens de inburgering Er was veel variabiliteit onder inburgeraars: asielstatushouders waren gemiddeld positiever dan gezinsmigranten over de ervaren ondersteuning; mannen waren gemiddeld positiever dan vrouwen over de brede intake en verschafte informatie; en nietwerkenden waren gemiddeld positiever dan werkenden over de mate waarin hun behoeftes werden begrepen. Over het algemeen beoordeelden inburgeraars de taallessen als enigszins nuttig. Vooral de docenten werden positief gewaardeerd. Wel is meer maatwerk wenselijk door uiteenlopende behoeftes qua intensiteit van de lessen en lesroosters. Inburgeraars gaven aan meer te willen oefenen met conversatie in het Nederlands door meer contact met Nederlanders of toegewezen plekken waar zij de taal kunnen oefenen.

Algemene evaluaties van het inburgeringsprogramma

Voor de algemene evaluaties van het inburgeringsprogramma kijken we naar de mate waarin de inhoud van het programma aansluit bij de informatiebehoefte van statushouders, de vraag of inburgeraars voldoende ondersteuning ontvangen vanuit de gemeente, en in hoeverre de gemeente de behoeften van inburgeraars begrijpt. Inburgeraars (n = 149) bevonden zich in verschillende fasen van het inburgeringsprogramma (zie figuur 1). Het merendeel van de inburgeraars (n = 83) was bezig met het volgen van lessen. Hoe ver inburgeraars waren in het programma, bepaalde welke vragen zij kregen voorgelegd. De vragen over de algemene evaluatie van het inburgeringsprogramma en de klantregisseur, alsook de vraag over de voortgangsgesprekken, zijn voorgelegd aan inburgeraars die op dat moment lessen volgden, bezig waren met hun examen of de inburgering al hadden afgerond. Voor de vragen over de brede intake en PIP zijn ook de inburgeraars meegenomen die bezig waren met hun brede intake of die wachtten op het starten van lessen.

13

Figuur 1 Antwoorden op de vraag: ‘Waar bent u in het inburgeringstraject?’ (n = 149)

In het algemeen waren inburgeraars neutraal tot enigszins positief over de mate waarin de inhoud van het inburgeringsprogramma aansloot bij hun informatiebehoeften. Figuur 2 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Meer dan de helft (56%) van de inburgeraars was het er (enigszins of volledig) mee eens dat de inhoud van het inburgeringsprogramma, zoals de programma-opzet en het materiaal dat tijdens het programma werd aangeboden, aansloot bij hun informatiebehoeften, tegenover 17% die het hier (enigszins of helemaal) mee oneens was. Tabel 1 laat de gemiddelden en standaarddeviaties zien van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender. De gemiddelde score van het totaal (n = 91) voor de aansluiting van de inhoud bij de informatiebehoeften was een 3,54 (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviatie was 1,16, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,16 punt af van het gemiddelde cijfer 3,54. We vonden een significant verschil (p < 0,05) op basis van gender, wanneer er gecontroleerd werd voor type inburgeraar. Vrouwen (n = 28) waren aanzienlijk minder positief over de aansluiting van de inhoud van het programma bij hun informatiebehoeften met een gemiddelde van 3,18 dan mannen (n = 53) met een gemiddelde van 3,70.

Er waren verder geen significante verschillen in antwoorden tussen subgroepen op basis van type inburgeraar, leeftijd of arbeidsstatus. In de open vragen gaven een aantal inburgeraars aan dat zij meer informatie wensen over de volgende thema’s: het (volledige) integratieproces, woonruimte, werk vinden, scholen voor kinderen, inburgering voor gezinsmigranten, taalonderwijs, en een opleiding volgen. Figuur 2 Antwoorden op de vraag: ‘De inhoud van het inburgeringsprogramma (zoals de programmaopzet en het materiaal dat tijdens het programma werd aangeboden) sloot aan bij mijn informatiebehoefte’ (n = 91)

14

In het algemeen waren inburgeraars neutraal tot enigszins positief over de vraag of de gemeente hun voldoende heeft ondersteund. Figuur 3 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Meer dan de helft van de respondenten (54%) was het er enigszins of helemaal mee eens dat ze voldoende ondersteuning hebben ontvangen, tegenover een kwart (25%) die het hier enigszins of helemaal mee oneens was. Zie tabel 1 voor de beschrijvende statistieken van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 91) beoordeelden de mate waarin zij voldoende ondersteuning hebben ervaren met een gemiddelde van 3,45 (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviatie was 1,35, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,35 punt af van het gemiddelde cijfer 3,45. Asielstatushouders (n = 51) beoordeelden de ervaren ondersteuning gemiddeld met een 3,71 en gezinsmigranten (n = 38) met 3,03. Dit verschil is significant (p > 0,05). We vonden ook een significant verschil (p < 0,05) tussen de scores van mannen (M = 3,60; n = 53) en vrouwen (M = 2,89; n = 28). Aanvullende analyses tonen echter aan dat het genderverschil wegvalt wanneer er gecontroleerd wordt op type inburgeraar. We vonden verder geen significante verschillen in ervaren ondersteuning op basis van leeftijd of arbeidsstatus.

In de open vragen uitten diverse inburgeraars hun dank en positieve ervaringen met de steun van gemeente Nijmegen tijdens hun inburgering: “Ik ben zeer tevreden met de gemeente Nijmegen. Ze zijn erg behulpzaam geweest om mij te begeleiden gedurende mijn inburgeringstraject.” Desalniettemin werd ook de noodzaak genoemd om vanuit de gemeente soms af te kunnen wijken van de norm en flexibel in te spelen op specifieke situaties, “rekening houdend met de studie, de leeftijd en de reactie van de persoon op de integratie.” Daarnaast noemden meerdere inburgeraars het belang van betere opvolging hoe de persoon reageert op de inburgering, of het inderdaad de gewenste resultaten heeft en om blijvende ondersteuning te bieden in de toekomst: "Biedt doorlopende ondersteuning aan statushouders na het afronden van het taalprogramma, en schetst duidelijk de toekomstmogelijkheden zodat nieuwe statushouders de diensten en hulpmiddelen die beschikbaar zijn vanuit de gemeente volledig begrijpen.” Figuur 3 Antwoorden op de vraag: ‘Ik heb voldoende ondersteuning (zoals counseling en begeleiding) ontvangen vanuit de gemeente gedurende mijn inburgering’ (n = 91)

Tot slot waren inburgeraars in het algemeen neutraal tot enigszins positief over de mate waarin de gemeente hun behoeftes begrijpt. Zie tabel 1 voor de beschrijvende statistieken van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 94) gaven gemiddeld een cijfer van 6,09 voor hoe goed de gemeente hun behoeftes begrijpt (schaal 0 = helemaal niet; 10 = helemaal, zie tabel 1). De standaarddeviatie was 2,55, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 2,55 punt af van het gemiddelde cijfer 6,09. We vonden geen significante verschillen op basis van type inburgeraar, gender of leeftijd, maar wel op basis van arbeidsstatus (p < 0,05). Werkenden (n = 24) gaven met een gemiddelde van 5,17 een significant lagere score dan niet-werkenden (n = 68) met een gemiddelde van 6,37. Over het algemeen voelde de groep werkenden zich dus minder begrepen in hun behoeftes door de gemeente dan de groep niet-werkenden. Zie tabel 2 voor een overzicht van de significante verschillen tussen groepen met betrekking tot het inburgeringsprogramma.

15

Tabel 1 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) van het totaal en de subgroepen voor de vragen die gingen over de algemene evaluatie van het inburgeringsprogramma Type inburgeraar

Totaal

Asielstatushouder

Gezinsmigrant

Vrouwen

Mannen

M

3,54

3,55

3,58

3,18

3,70

SD

1,16

1,05

1,27

1,39

0,95

n

91

51

38

28

53

M

3,45

3,71

3,03

2,89

3,60

SD

1,35

1,12

1,53

1,66

1,08

n

91

51

38

28

53

M

6,091

6,251

5,821

5,431

6,731

SD

2,55

2,41

2,74

2,77

2,46

n

94

52

39

28

54

Vraag in vragenlijst Q18 De inhoud van het inburgeringsprogramma (zoals de programma-opzet en het materiaal dat tijdens het programma werd aangeboden) sloot aan bij mijn informatiebehoefte

Q19 Ik heb voldoende ondersteuning (zoals counseling en begeleiding) ontvangen vanuit de gemeente gedurende mijn inburgering

Q20 Hoe goed denkt u dat de gemeente Nijmegen uw behoeften begrijpt, op een schaal van 0 (helemaal niet) tot 10 (helemaal)

Gender

a M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten b 1 Afwijkende schaal: laag-0 tot hoog-10 Tabel 2 Overzicht van de significante verschillen tussen groepen voor de variabelen over de algemene evaluaties van het inburgeringsprogramma Variabele

Type inburgeraar

Begrijpen van behoeftes

Leeftijd

Arbeidsstatus

Mannen > vrouwen2

Verschafte informatie Algemene ondersteuning

Gender

Statushouders > gezinsmigranten

Mannen > vrouwen1 Niet-werkenden > werkenden

a De verschillen tussen subgroepen zijn weergegeven. Een hogere score betekent een positievere beoordeling. Alleen significante verschillen (p < 0,05) zijn weergegeven. b 1 Effect verdwijnt wanneer er gecontroleerd wordt op type inburgeraar 2 Effect is alleen zichtbaar wanneer er gecontroleerd wordt op type inburgeraar

16

Ondersteuning van de klantregisseur

Voor de evaluatie van de ondersteuning van de klantregisseur geven we inzicht in de behulpzaamheid van de Brede Intake, de mate waarin de PIP als helder werd gezien, de behulpzaamheid van de voortgangsgesprekken met de klantregisseur, en de algemene tevredenheid met de ondersteuning van de klantregisseur. In het algemeen waren inburgeraars neutraal tot tevreden over de ondersteuning van de klantregisseur. Figuur 4 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Meer dan de helft van de inburgeraars (55%) was (erg) tevreden met de ondersteuning van de klantregisseur, tegenover 15% die (erg) ontevreden was. Tabel 3 laat de gemiddelde scores en standaarddeviaties zien van de totale respons en van de subgroepen gebaseerd op type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 94) beoordeelden de ondersteuning van de klantregisseur met een gemiddelde score van 3,48 (schaal: 1 = erg ontevreden tot 5 = erg tevreden). De standaarddeviatie was 1,19, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,19 punt af van het gemiddelde cijfer 3,48. Asielstatushouders (n = 53) beoordeelden de ondersteuning van de klantregisseur gemiddeld met een 3,77 en gezinsmigranten (n = 39) met 3,03. Dit verschil is significant (p < 0,01). Asielstatushouders waren dus in het algemeen positiever over de ondersteuning van de klantregisseur dan gezinsmigranten.

We vonden ook significante verschillen op basis van gender (p < 0,05). Mannen (n = 53) waren gemiddeld positiever (M = 3,66) over de ondersteuning van de klantregisseur dan vrouwen (M = 3,04; n = 28). Aanvullende analyses tonen echter aan dat dit genderverschil wegvalt wanneer er gecontroleerd wordt op type inburgeraar. We vonden verder geen significante verschillen in ervaren ondersteuning op basis van leeftijd of arbeidsstatus. In de open vragen waren er meerdere inburgeraars die aangaven dat hun klantregisseur lastig te bereiken is: “PIP begeleider is onbekend en moeilijk bereikbaar. Er wordt niet nagevraagd hoe mijn ontwikkeling is en waar ik moeite mee heb. Erg frustrerend”. Inburgeraars gaven tevens aan geen alternatief te hebben waar zij naartoe kunnen met hun vragen als de klantregisseur onvoldoende beschikbaar is: “Het lijkt erop dat je gewoon vastloopt wanneer jouw contactpersoon niet voldoende informatie geeft. Wanneer ik de gemeente Nijmegen op bel, krijg ik geen hulp wat betreft mijn vraag over het PVT programma, dat ik tot nu toe nog niet heb gedaan, erg vervelend.” Figuur 4 Antwoorden op de vraag: ‘Hoe tevreden bent u in het algemeen met de geboden ondersteuning van de klantregisseur gedurende uw inburgering?’ (n = 94)

In het algemeen werden de brede intake en het persoonlijke inburgerings-en participatieplan (PIP) enigszins positief beoordeeld door inburgeraars. Figuur 5 laat de antwoorden op de vraag over de brede intake zien in procenten. Ongeveer twee derde van de inburgeraars (65%) was het er enigszins of helemaal mee eens (50% was het er zelfs helemaal mee eens) dat de brede intake behulpzaam was voor het starten van hun inburgeringstraject, tegenover 15% die het hier enigszins of helemaal mee oneens was. Figuur 6 laat de antwoorden op de vraag over het PIP zien in procenten. 63% van de inburgeraars het er enigszins of helemaal mee eens dat het PIP 17

helder was, tegenover 19% die het hier enigszins of helemaal mee oneens was. Zie tabel 3 voor de beschrijvende statistieken van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender voor deze vragen. Inburgeraars (n = 113 en n = 114) gaven een gemiddelde score van 3,90 voor de behulpzaamheid van de brede intake en van 3,72 voor de helderheid van het PIP (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviaties waren 1,36 en 1,30, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,36 punt af van het gemiddelde cijfer 3,90 voor de brede intake en 1,30 van het gemiddelde cijfer 3,72 voor het PIP. De verschillen tussen asielstatushouders en gezinsmigranten voor de brede intake en het PIP waren niet significant. We vonden wel een significant verschil in beoordelingen van de brede intake op basis van gender (p < 0,05). Vrouwen (n = 33) zijn gemiddeld minder positief (M = 3,48) over de behulpzaamheid van de brede intake dan mannen (M = 4,17; n = 58). Dit effect blijft bestaan wanneer er gecontroleerd wordt voor type inburgeraar. We vonden verder geen significante verschillen in de beoordeling van de brede intake op basis van leeftijd of arbeidsstatus. Ook vonden we geen significante verschillen tussen groepen voor de ervaren helderheid van het PIP.

Figuur 5 Antwoorden op de vraag: ‘De brede intake, die ik heb gehad met de klantregisseur van de gemeente Nijmegen, heeft mij geholpen om mijn inburgeringstraject te starten’ (n = 113)

Figuur 6 Antwoorden op de vraag: ‘Het persoonlijke inburgerings- en participatieplan (PIP) dat de gemeente voor mij heeft opgesteld is helder* *Ik weet wat ik tijdens de inburgering kan verwachten en wat er van mij verwacht wordt’ (n = 114)

De behulpzaamheid van de voortgangsgesprekken werd in het algemeen neutraal tot enigszins positief beoordeeld door inburgeraars. Figuur 7 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Bijna de helft (47%) van de inburgeraars was het er enigszins of helemaal mee eens dat de voortgangsgesprekken met de klantregisseur hen geholpen hebben voortgang te boeken in hun inburgeringtraject, tegenover 22% die het hier (enigszins of helemaal) mee oneens was. Zie tabel 3 voor de beschrijvende statistieken van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 92) gaven een gemiddelde score van 3,40 voor de behulpzaamheid van de voortgangsgesprekken (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviatie was 1,33, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,33 punt af van het gemiddelde cijfer 3,40.

18

Asielstatushouders (n = 52) beoordeelden de behulpzaamheid van de voortgangsgesprekken gemiddeld met een 3,62 en gezinsmigranten (n = 38) met 3,13. Dit verschil was net niet significant. We vonden wel een significant effect op basis van gender (p < 0,01). Mannen (n = 53) waren positiever over de voortgangsgesprekken met een gemiddelde van 3,68, dan vrouwen (n = 27) met een gemiddelde van 2,8 Echter zien we dat wanneer er gecontroleerd wordt op type inburgeraar, dit genderverschil ook net niet meer significant is. Er waren verder geen significante verschillen op basis van leeftijd of arbeidsstatus. Zie tabel 4 voor een overzicht van de significante verschillen tussen groepen voor de variabelen met betrekking tot ondersteuning van de klantregisseur. Tabel 3 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) van het totaal en de subgroepen voor de vragen die gingen over de ondersteuning van de klantregisseur Type inburgeraar Totaa l

Asielstatus houder

Gezinsmigrant

Vrouwen

Mannen

M

3,90

4,11

3,66

3,48

4,17

SD

1,36

1,26

1,40

1,52

1,19

n

113

64

47

33

58

M

3,72

3,80

3,60

3,70

3,90

SD

1,30

1,25

1,37

1,33

1,14

n

114

65

48

33

59

M

3,40

3,62

3,13

2,81

3,68

SD

1,33

1,16

1,47

1,57

1,11

n

92

52

38

27

53

M

3,48

3,77

3,03

3,04

3,66

SD

1,19

0,89

1,40

1,50

0,96

n

94

53

39

28

53

Vraag in vragenlijst Q3 De brede intake, die ik heb gehad met de klantregisseur van de gemeente Nijmegen, heeft mij geholpen om mijn inburgeringstraject te starten

Q4 Het persoonlijke inburgerings- en participatieplan (PIP) dat de gemeente voor mij heeft opgesteld is helder* *Ik weet wat ik tijdens de inburgering kan verwachten en wat er van mij verwacht wordt

Q16 De voortgangsgesprekken met de klantregisseur hebben mij geholpen om voortgang te boeken in mijn inburgeringstraject

Q17 Hoe tevreden bent u in het algemeen met de geboden ondersteuning van de klantregisseur gedurende uw inburgering?

Gender

M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten

19

Tabel 4 Overzicht van de significante verschillen tussen groepen voor variabelen over de ondersteuning van de klantregisseur

Variabele

Type inburgeraar

Gender

Leeftijd

Arbeidsstatus

Mannen > vrouwen

Brede intake PIP Ondersteuning klantregisseur

Statushouders > gezinsmigranten

Voortgangsgesprekken

Mannen > vrouwen1 Mannen > vrouwen1

a De verschillen tussen subgroepen zijn weergegeven. Een hogere score betekent een positievere beoordeling. Alleen significante verschillen (p < 0,05) zijn weergegeven. b 1 Effect verdwijnt wanneer er gecontroleerd wordt op type inburgeraar Figuur 7 Antwoorden op de vraag: ‘De voortgangsgesprekken met de klantregisseur hebben mij geholpen om voortgang te boeken in mijn inburgeringstraject’ (n = 92)

Evaluatie van de lessen

De evaluatie van de lessen omvat Nederlandse taallessen, het Participatieverklaringstraject (PVT), en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Voor de evaluatie van de lessen kijken we naar de behulpzaamheid van de programma’s op gewenste uitkomsten. Daarnaast maken we een inventarisatie van goede punten en verbeterpunten. Een kanttekening bij de resultaten is dat slechts een klein percentage van de respondenten deelnam aan de PVT en MAP, omdat deze onderdelen aan het einde van de inburgeringsperiode zitten. Gezien het kleine aantal respondenten dat de vragen over deze modules heeft beantwoord (respectievelijk, n = 15 en n = 10), is het daarom raadzaam deze resultaten met enige voorzichtigheid te interpreteren. Om dezelfde reden voeren we voor de vragen over het PVT en de MAP ook geen analyses uit voor verschillen tussen subgroepen. In het algemeen werden de Nederlandse taallessen door deelnemers beschouwd als enigszins behulpzaam voor het verbeteren van Nederlandse taalvaardigheid. Figuur 8 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Ongeveer twee derde van inburgeraars die deelnamen aan de lessen (67%) was het er enigszins tot helemaal mee eens dat de taallessen hun Nederlandse

20

taalvaardigheid hadden verbeterd, tegenover 15% die het hier enigszins of helemaal mee oneens was. Tabel 5 laat de gemiddelde scores en standaarddeviaties zien van de totale respons en van de subgroepen gebaseerd op type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 88) beoordeelden de behulpzaamheid van de Nederlandse taallessen gemiddeld met een 3,82 (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviatie was 1,21, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,21 punt af van het gemiddelde cijfer 3,8 We zien geen verschillen in antwoorden op basis van type inburgeraar, gender, of arbeidsstatus, maar wel op basis van leeftijd (p < 0,05). Jongeren en jongvolwassenen tussen de 18 en 29 jaar (n = 22) zijn positiever over de behulpzaamheid van de taallessen (M = 4,32) dan volwassenen vanaf 30 jaar (M = 3,66, n = 41). Figuren 11 en 12 tonen een overzicht van wat inburgeraars goed vonden aan de taallessen en wat er juist zou kunnen worden verbeterd. Inburgeraars waren voornamelijk te spreken over de duidelijke instructies van de docent (56%), de toegankelijkheid van de lessen en lesmaterialen (36%) en het tempo van het leren (34%). Een inburgeraar benoemde specifiek de “vriendelijkheid en charisma van de docenten” als positief punt van de taallessen.

Een punt van verbetering dat vaak genoemd werd, was meer individuele begeleiding (35%). Een belangrijke bevinding uit de open vragen was dat meerdere inburgeraars aangaven dat er behoefte was aan meer contact met Nederlanders of toegewezen plaatsen/evenementen waar men kan oefenen met het spreken van de Nederlandse taal. Een respondent noemde bijvoorbeeld het gebrek aan interactie met Nederlanders als een barrière om zijn/haar gespreksvaardigheden te verbeteren: “Ik voelde me nog steeds zwak in het gesprek omdat ik geen contact had met de Nederlanders”. Een ander iemand raadde de gemeente aan om meer plaatsen en mogelijkheden te creëren om de taal te oefenen: “Wijs plaatsen toe om de taal te oefenen, en aanwezigheid is verplicht voor elke nieuwkomer die inburgert”. Daarnaast werd ook het aanbieden van laptops genoemd om online thuisstudie te stimuleren: “Ik studeer de taal, maar ik heb geen laptop. Ik studeer alleen via mijn telefoon, waardoor ik het thuis studeren verwaarloos. Ik hoop dat de gemeente net als andere gemeenten laptops gaat leveren.” Figuur 8 Antwoorden op de vraag: ‘Mijn Nederlandse taalvaardigheid is verbeterd door het volgen van Nederlandse taallessen’ (n = 88)

Het Participatieverklaringstraject (PVT) werd door deelnemers gemiddeld als neutraal tot enigszins behulpzaam gezien voor het leren kennen van de Nederlandse cultuur en waarden. Figuur 9 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Iets meer dan de helft van de inburgeraars (53%) was het er enigszins of helemaal mee eens dat het PVT hun heeft geholpen om de Nederlandse cultuur en waarden te leren kennen, tegenover 20% die het hier enigszins of helemaal mee oneens was. Zie tabel 5 voor de beschrijvende statistieken voor deze vraag. Deelnemers (n = 15) gaven een gemiddelde score van 3,52 voor de behulpzaamheid van het PVT (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviatie was 1,41, wat een zeer grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,41 punt af van het gemiddelde cijfer 3,5 Figuren 11 en 12 tonen een overzicht van wat inburgeraars goed vonden aan het PVT en wat er juist zou kunnen worden verbeterd. Inburgeraars waren

21

voornamelijk te spreken over de duidelijke instructies van de docent (50%). Een inburgeraar prees in het bijzonder de “comfortabele omgeving gecreëerd door de docent”. Ook de toegankelijkheid van de lessen en lesmaterialen werd vaak als positief punt genoemd (50%), maar ook juist als verbeterpunt: lessen/leermaterialen in verschillende talen (53%) en lessen/leermaterialen die gemakkelijker te begrijpen zijn (47%) zouden kunnen helpen het PVT programma te verbeteren. Figuur 9 Antwoorden op de vraag: ‘Het Participatieverklaringstraject heeft mij geholpen om de Nederlandse cultuur en waarden te leren kennen’ (n = 15)

De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) werd door deelnemers in het algemeen als enigszins behulpzaam gezien voor het wegwijs worden op de Nederlandse arbeidsmarkt met Figuur 10 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. 60% van de inburgeraars was het er enigszins of helemaal mee eens dat de MAP hun heeft geholpen om de weg te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt, tegenover 10% die het hier helemaal mee oneens was. Zie tabel 5 voor de beschrijvende statistieken voor deze vraag. Deelnemers (n = 10) gaven een gemiddelde score van 3,80 voor de behulpzaamheid van de MAP (schaal: 1 = helemaal mee oneens tot 5 = helemaal mee eens). De standaarddeviatie was 1,32, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,32 punt af van het gemiddelde cijfer 3,80. Figuren 11 en 12 tonen een overzicht van wat inburgeraars goed vonden aan de MAP en wat er juist zou kunnen worden verbeterd. Inburgeraars waren voornamelijk te spreken over de duidelijke instructies van de docent (50%) en het tempo van het leren (50%). Meer individuele begeleiding werd het vaakst genoemd als verbeterpunt (40%). Figuur 10 Antwoorden op de vraag: ‘De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) heeft mij geholpen mijn weg te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt’ (n = 10)

Tot slot viel op in de open vragen dat de behoefte aan lessen en de intensiteit hiervan sterk varieert onder inburgeraars. Sommige inburgeraars gaven aan behoefte te hebben aan een hogere intensiteit van lessen om zo meer en sneller te kunnen leren: “Als vluchteling ben ik van mening dat we meer intensieve taallessen nodig hebben en mogelijkheden voor passend vrijwilligerswerk om in het weekend Nederlands te oefenen met ‘native speakers’.” Anderen gaven

22

juist aan dat de huidige druk van de lessen te hoog was en/of lastig te combineren met andere verantwoordelijkheden, zoals werk en de zorg voor kinderen: “Het huidige programma is goed, maar het zou effectiever zijn als er afspraken waren met scholen om klassen aan te bieden van 9 tot 12 uur. Op het ROC is er bijvoorbeeld geen volledig ochtendprogramma – sommige dagen starten de lessen in de ochtend, terwijl op andere dagen de lessen van 13 tot 16 zijn, wat extra stress creëert voor gezinnen.” En: “Het is cruciaal om een op maat gemaakt taalonderwijsplan te hebben dat duidelijk met ons gecommuniceerd wordt en gecoördineerd met de taalscholen. Ik sta, als moeder, onder enorme druk om drie niveaus Nederlands af te ronden in een jaar, wat aanzienlijke stress heeft gecreëerd voor mij en mijn gezin.” Ook was er onder enkele inburgeraars de wens om -indien nodig- een cursus te kunnen herhalen: “Ik denk dat het nuttig zou zijn om het trainingstraject te versoepelen en indien nodig de cursusduur te herhalen, afhankelijk van het niveau.” Tabel 5 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) van de totale respons en subgroepen voor de vragen die gingen over de lessen Type inburgeraar

Totaal

Asielstatushouder

Gezinsmigrant

Vrouwen

Mannen

M

3,82

3,63

4,14

3,50

3,98

SD

1,21

1,30

0,97

1,45

1,05

n

88

52

35

26

47

M

3,53

3,15

3,86

3,6

3,5

SD

1,41

1,46

1,46

1,67

1,51

n

15

7

7

5

8

M

3,80

4,17

3,25

2,00

4,14

SD

1,32

0,98

1,71

1,41

0,90

n

10

6

4

2

7

Vraag in vragenlijst Q7 Mijn Nederlandse taalvaardigheid is verbeterd door het volgen van Nederlandse taallessen

Q10 Het Participatieverklaringstraject heeft mij geholpen om de Nederlandse cultuur en waarden te leren kennen

Q13 De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) heeft mij geholpen mijn weg te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt

Gender

a M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten b Het is raadzaam de scores voor het PVT en de MAP met enige voorzichtigheid te interpreteren gezien het kleine aantal respondenten

23

Figuur 11 Antwoorden op de vraag: ‘Wat vond u goed aan de Nederlandse taallessen/het Participatieverklaringstraject/de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)?’ (n = 88/14/10)

Figuur 12 Antwoorden op de vraag: ‘Wat kan er volgens u verbeterd worden aan de Nederlandse taallessen/het Participatieverklaringstraject/de Module Arbeidsmarkt en Participatie?’ (n = 85/15/10)

24

Inburgeringsfactoren

Dit hoofdstuk geeft een beeld van drie belangrijke factoren in inburgering: werk, sociale participatie en mentale gezondheid. We geven weer hoe inburgeraars in de gemeente Nijmegen scoren op deze variabelen. Daarnaast onderzoeken we verbanden tussen het inburgeringsprogramma en deze drie factoren, om inzicht te krijgen waar er mogelijk op ingespeeld kan worden om de uitkomsten van het inburgeringsprogramma te verbeteren. Kerninzichten Werk ● 25% van de inburgeraars hadden een baan, 62% hadden geen baan (13% onbekend). Gezinsmigranten hadden vaker een baan (49%) dan asielstatushouders (9%). ● Er waren veel inburgeraars met tijdelijke contracten (63%) en vaak was er geen match tussen de huidige baan en eerdere opleiding/werkervaring (60%). Desalniettemin was ongeveer de helft van de inburgeraars (52%) (zeer) tevreden met de inhoud van hun huidige baan en wilde 61% doorgroeien in de huidige carrière. ● Er was een positieve samenhang tussen deelname aan diensten voor begeleiding naar werk en het hebben van een baan. Dit impliceert een meerwaarde van dergelijke diensten voor het vinden van werk.

Sociale participatie ● Over het algemeen scoorden inburgeraars gemiddeld tot goed op sociale uitkomsten: zij waren neutraal tot tevreden met hun sociale leven, ervaarden gemiddelde ondersteuning vanuit hun sociale netwerk en voelden zich (erg) comfortabel in de omgang met de lokale bevolking. ● Er was veel variabiliteit onder inburgeraars: sommige inburgeraars voelden zich uitgesloten en geen onderdeel van de Nederlandse samenleving. We vonden geen verschillen tussen subgroepen. ● Er was een positieve samenhang tussen de evaluaties van het inburgeringsprogramma en sociale uitkomsten. Dit impliceert een meerwaarde van een positieve inburgeringservaring op het sociaal welbevinden van inburgeraars. ● Deelname in en kennis over sociale initiatieven was redelijk laag. Buddy to buddy was het meest bekend onder inburgeraars (bekend bij 40% van de inburgeraars). Taalproblemen werden het vaakst genoemd als barrière voor deelname aan sociale initiatieven (benoemd door 73% van de inburgeraars). Mentale gezondheid ● Over het algemeen beoordeelden inburgeraars hun mentale gezondheid als gemiddeld tot goed en ervaarden zij het inburgeringsprogramma als gemiddeld stressvol. ● Er was veel variabiliteit onder inburgeraars: sommige inburgeraars beoordeelden hun mentale gezondheid als zeer slecht en ervaarden veel inburgeringsstress. We vonden geen verschillen tussen subgroepen.

25

●

●

Er was een positieve samenhang tussen de evaluaties van het inburgeringsprogramma en de ervaren mentale gezondheid en een negatieve samenhang tussen de evaluaties van het inburgeringsprogramma en de ervaren inburgeringsstress. Dit impliceert een meerwaarde van een positieve inburgeringservaring op het mentaal welbevinden van inburgeraars. Activiteiten die bijdragen aan sociale verbinding werd het vaakst genoemd als ondersteunende maatregel die kan helpen de mentale gezondheid en welzijn van inburgeraars te verbeteren (benoemd door 54% van de inburgeraars).

Werk

Het vinden van passend werk is een belangrijke uitkomst van inburgeren. Daarnaast draagt het hebben van werk ook bij aan de integratie. We geven inzicht in de werksituatie van inburgeraars door de volgende variabelen: het wel/niet hebben van een baan, het type arbeidscontract, en de match tussen iemands baan en vooropleiding/kwalificaties. Tevens kijken we naar de ervaringen van inburgeraars in het vinden van werk, alsook de mogelijke meerwaarde van diensten voor begeleiding naar werk. Gezien het relatief kleine aantal werkende respondenten (n = 35) voeren we voor de vragen die gaan over werk geen analyse uit voor (verschillen tussen) subgroepen. 25% van de inburgeraars hadden een baan, terwijl 62% geen baan hadden (van 13% is de werkstatus onbekend). Inburgeraars die in Nederland zijn op basis van familiehereniging hadden vaker een baan (49%) dan asielstatushouders (9%). De meerderheid van werkende inburgeraars had een tijdelijk contract (63%), waarvan de meesten een part-time of 0-uren contract. 37% had een vast contract, waarvan ongeveer de helft full-time en de helft part-time. 9% werkte als zelfstandige. Zie figuur 13 voor een overzicht van de arbeidscontracten van werkende inburgeraars. Voor 26% van de werkende inburgeraars was er een match tussen hun huidige baan en hun opleiding en kwalificaties. Voor 14% was er een gedeeltelijke match en voor 60% was er geen match.

Figuur 13 Antwoorden op de vraag: ‘Wat voor soort dienstverband heeft u?’ (n = 35)

In het algemeen vonden de werkende inburgeraars het neutraal (niet makkelijk en niet moeilijk) om hun huidige baan te vinden. Figuur 14 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. 32% van de groep werkende inburgeraars vond het (zeer) gemakkelijk hun huidige baan te vinden, tegenover 28% die het (zeer) moeilijk vond. Tabel 6 toont de beschrijvende statistieken voor deze vraag. Werkenden (n = 35) beoordeelden de gemakkelijkheid/moeilijkheid voor het vinden van hun baan met een gemiddelde van 3,03 (schaal: 1 = zeer moeilijk tot 5 = zeer gemakkelijk). De standaarddeviatie was 1,07, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft:

26

gemiddeld weken inburgeraars 1,07 punt af van het gemiddelde cijfer 3,03. 14% van alle inburgeraars (n = 112) heeft gebruik gemaakt van diensten voor begeleiding naar werk, tegenover 71% die hier geen gebruik van heeft gemaakt (15% onbekend). We zien bovendien een positieve samenhang tussen het gebruik maken van deze diensten en het hebben van een baan (zie tabel 7). Figuur 14 Antwoorden op de vraag: ‘Hoe gemakkelijk of moeilijk was het voor u om uw huidige baan te vinden?’ (n = 35)

Tabel 6 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) voor de vraag die ging over het vinden van passend werk

Vraag in vragenlijst

Totaal

Q26 Hoe gemakkelijk of moeilijk was het voor u om uw huidige baan te vinden?

M

3,03

SD

1,07

n

35

a M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten b Er is voor deze vraag geen uitsplitsing gemaakt op basis van de subgroepen gezien het relatief kleine aantal respondenten (n) Tabel 7 Significante uitkomsten van de regressieanalyses die de relatie onderzochten tussen het inburgeringsprogramma en werkuitkomsten

Variabele Diensten begeleiding naar werk

Arbeidsstatus

Job match

β

n

β

0,33**

112

n

Werktevredenhei d β

n

Moeilijkheid om baan te vinden β

n

a De coëfficiënten (β) geven de samenhang weer tussen (onderdelen van) het inburgeringsprogramma en werk, gecontroleerd voor gender en type inburgeraar. Alleen de significante verbanden (p < 0,05) zijn weergegeven. De N staat voor het aantal respondenten. b Hoe groter de coëfficiënt hoe sterker het verband: een β tussen 0,10 en 0,29 wijst op een klein effect, een β tussen 0,30 en 0,49 wijst op een gemiddeld effect en een β van 0,50 of groter wijst op een groot effect c De asterisken geven informatie over de statistische significantie van het resultaat: *p < 0,05, **p < 0,01, ***p < 0,001

27

Naast objectieve indicatoren van passend werk, hebben we gekeken naar de subjectieve maatstaf van werktevredenheid. Voor de uitkomst van de werktevredenheid kijken we naar de tevredenheid met de inhoud van de huidige baan. Daarnaast geven we inzicht in de ambities die inburgeraars hebben voor toekomstig werk. In het algemeen waren werkende inburgeraars neutraal tot tevreden over de inhoud van hun huidige baan. Figuur 15 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. 52% van de werkende inburgeraars geeft aan (zeer) tevreden te zijn met de inhoud van hun huidige baan, terwijl 22% (zeer) ontevreden is. Zie tabel 8 voor de beschrijvende statistieken voor deze vraag. Werkenden (n = 35) beoordeelden hun werktevredenheid met een gemiddelde waarde van 3,37 (schaal: 1 = zeer ontevreden tot 5 = zeer tevreden). De standaarddeviatie was 1,26, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,26 punt af van het gemiddelde cijfer 3,37. Wat betreft ambities voor toekomstig werk, wil 61% van de werkende inburgeraars doorgroeien in hun huidige carrière, tegenover 38% die een carrièreswitch wil maken. 21% wil als zelfstandige gaan werken. Bovendien wil de helft van de inburgeraars (50%) aanvullende kwalificaties verkrijgen, terwijl bijna niemand (3%) wil stoppen met werken.

Zie figuur 16 voor een overzicht van de ambities van toekomstig werk van werkende inburgeraars. In de open vragen werd de begeleiding van inburgeraars in hun ambities en mogelijkheden voor de toekomst meerdere malen genoemd als iets wat nog beter kan: “Voor statushouders met een universitair diploma, die de ambitie hebben om hun studie in Nederland voort te zetten, zou het bevorderlijk zijn als de gemeente hun kon motiveren en het vertrouwen tussen hun en officiële instellingen kon versterken.” Figuur 15 Antwoorden op de vraag: ‘Hoe tevreden bent u met de inhoud* van uw huidige baan? *met inhoud bedoelen we de taken en activiteiten die u in uw baan moet uitvoeren’ (n = 35)

Tabel 8 Beschrijvende statistieken (gemiddelde, standaarddeviatie en aantal respondenten) voor de vraag die ging over werktevredenheid

Vraag in vragenlijst Q25 Hoe tevreden bent u met de inhoud* van uw huidige baan? *met inhoud bedoelen we de taken en activiteiten die u in uw baan moet uitvoeren

Totaal M

3,37

SD

1,26

n

35

a M = gemiddelde (schaal: laag -1 tot hoog-5), SD = standaarddeviatie (variabiliteit), n = aantal respondenten b Er is voor deze vraag geen uitsplitsing gemaakt op basis van de subgroepen gezien het relatief kleine aantal respondenten (n)

28

Figuur 16 Antwoorden op de vraag: ‘Wat zijn uw ambities voor toekomstig werk?’ (n = 34)

Sociale Participatie

Sociale contacten spelen een belangrijke rol tijdens het inburgeren. We geven inzicht in de tevredenheid van inburgeraars met hun sociale leven, de mate waarin zij een ondersteunend sociaal netwerk hebben en in hoeverre men zich comfortabel voelt in de omgang met de lokale bevolking. Daarnaast kijken we naar de frequentie van de sociale contacten die inburgeraars hebben met mensen afkomstig uit hetzelfde of een ander land. In het algemeen waren inburgeraars neutraal tot tevreden met hun sociale leven. Figuur 17 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Bijna de helft (45%) van de inburgeraars was (zeer) tevreden met hun sociale leven, terwijl 16% (zeer) ontevreden was. Tabel 9 laat de gemiddelde scores en standaarddeviaties zien van de totale respons en van de subgroepen gebaseerd op type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 114) beoordeelden hun sociale leven met een gemiddelde van 3,31 (schaal: 1 = zeer ontevreden tot 5 = zeer tevreden). De standaarddeviatie was 1,00, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,00 punt af van het gemiddelde cijfer 3,31. Er waren geen significante verschillen in antwoorden op basis van type inburgeraar, gender, leeftijd of arbeidsstatus.

Wel vonden we een verband (p < 0,05) tussen evaluaties van het inburgeringsprogramma en de mate waarin inburgeraars tevreden zijn met hun sociale leven: er was een positieve samenhang tussen de mate waarin inburgeraars aangaven dat de gemeente hun behoeften begrijpt en de tevredenheid met hun sociale leven (zie tabel 9). Hoe beter inburgeraars zich dus begrepen voelden door de gemeente, hoe tevredener zij waren over hun sociale leven. Figuur 17 Antwoorden op de vraag: ‘Hoe tevreden bent u met uw sociale leven in het algemeen?’ (n = 114)

29

In het algemeen ervaren inburgeraars hun sociale netwerk in hun wijk of stad als gemiddeld ondersteunend. Zie tabel 9 voor de beschrijvende statistieken van deze vraag. Inburgeraars (n = 119) gaven een gemiddelde score van 5,03 voor hun sociale netwerk in hun wijk of stad (schaal: 0 = helemaal niet ondersteunend tot 10 = veel ondersteuning). De standaarddeviatie was 2,71, wat een zeer grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 2,71 punt af van het gemiddelde cijfer 5,03. Er waren geen significante verschillen in antwoorden op basis van type inburgeraar, gender, leeftijd of arbeidsstatus. Wel zien we ook hier een verband tussen evaluaties van het inburgeringsprogramma en de ondersteuning van het sociale netwerk (zie tabel 10). We vonden een positieve samenhang tussen evaluaties van meerdere onderdelen van het inburgeringsprogramma (namelijk: de verschafte informatie, de ervaren algemene ondersteuning en de ondersteuning door de klantregisseur, de mate waarin de gemeente behoeften begrijpt, en de behulpzaamheid van de brede intake en de voortgangsgesprekken) en de mate van ondersteuning die inburgeraars ervaren vanuit het sociale netwerk. Hoe positiever inburgeraars dus waren over de begeleiding en steun vanuit de gemeente, hoe meer sociale steun zij ook ervaren vanuit hun omgeving.

Tot slot voelden inburgeraars zich over het algemeen gemiddeld tot erg comfortabel in de omgang met de lokale bevolking in hun buurt. Figuur 18 laat de antwoorden op de vraag zien in procenten. Slechts 7% van de inburgeraars voelde zich helemaal niet comfortabel in de omgang met de lokale bevolking. Zie tabel 9 voor de beschrijvende statistieken van de totale respons en van de subgroepen op basis van type inburgeraar en gender. Inburgeraars (n = 114) beoordeelden hun comfort in interactie met de lokale bevolking met een gemiddelde van 3,42 (schaal: 1 = helemaal niet comfortabel tot 5 = extreem comfortabel). De standaarddeviatie was 1,05, wat een grote spreiding in antwoorden aangeeft: gemiddeld weken inburgeraars 1,05 punt af van het gemiddelde cijfer 3,4 Er waren geen significante verschillen in antwoorden op basis van type inburgeraar, gender, leeftijd of arbeidsstatus. Wel zien we een positief verband tussen meerdere onderdelen van het inburgeringsprogramma (namelijk: de verschafte informatie, de mate waarin de gemeente behoeften begrijpt, de behulpzaamheid van de brede intake en de voortgangsgesprekken, en de ervaren ondersteuning door de klantregisseur) en de mate waarin men zich comfortabel voelde in de omgang met de lokale bevolking (zie tabel 10).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0bba1318-cff6-4a73-a964-9a9e50dc31ef