CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen bij de toelichting PlanMER deel 2 milieuonderzoeken

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens -7 (Waal Energie) (128/2023)43.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

pagina 16 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

opschalen van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh. Meer dan de helft hiervan zal van wind op zee moeten komen (49 TWh), de rest uit hernieuwbare energie op land (35 TWh). De doelstelling van hernieuwbare energie op land zal voornamelijk uit wind- en zonne-energie moeten komen. Het is de rol van decentrale overheden om een plan met maatschappelijke acceptatie op te stellen. Voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie hebben ENGIE en gemeente Nijmegen gedeelde ambities. Deze staan in de gebiedsvisie beschreven. Binnen het plangebied Waal Energie is ruimte voorzien voor een energiehart, ontwikkelings-/innovatie-bedrijven en watergebonden bedrijvigheid/industrie. Plaatsen in het Nederlandse elektriciteitsnet waar in de toekomst nog ruimte bestaat voor grootschalige opwek zijn schaars. Het plangebied Waal Energie kan hierin (op termijn) een substantiële bijdrage aan de opgave voor de regio leveren. De energietransitie valt weliswaar moeilijk te voorspellen qua verloop, maar één ding is duidelijk, leveringszekerheid en betaalbaarheid van elektriciteit zullen altijd prioriteit houden. En dit staat op gespannen voet met een snel toenemend aandeel van duurzame bronnen als wind en zon.

ENGIE en de partnerpartijen willen daarom de mogelijkheid waarborgen in Waal Energie voor realisatie van grote opwekcapaciteit, zoals ook opgenomen in het Barro, zie paragraaf 2.2.2. Als bijdrage aan de energietransitie kan daarnaast onder meer gedacht worden aan opwek en opslag van duurzame energie, middels bijvoorbeeld batterijen en waterstof, aan vergroening van het transport over weg en water en aan het verduurzamen van de binnenstedelijke logistiek.

2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de Structuurvisie Infrastructuur (SVIR) en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen omschreven waarvoor het Rijk zelf verantwoordelijkheid draagt. Een goede doorwerking van deze nationale belangen wordt juridisch geborgd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De nationale belangen betreffen onder meer onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond Rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Het plangebied Waal Energie is en blijft aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking, zoals opgenomen in artikel 2.8.2 lid d Barro. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een dergelijke vestigingsplaats dient grootschalige elektriciteitsopwekking van ten minste 500 MW ter plaatse toe te staan, en dient daartoe voldoende fysieke ruimte beschikbaar te stellen en dient te voorkomen dat het bestemmingsplan hoogtebeperkingen bevat voor installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking.

In de vorige paragraaf is onderbouwd dat er vanwege het waarborgen van leveringszekerheid, wordt gekozen voor grootschalige opwekcapaciteit op deze locatie onder het energieakkoord.

2.2.3 Hoofdlijnen Programma Energiehoofdstructuur (PEH) Door de minister van Klimaat en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zijn de hoofdlijnen voor het Programma Energie Hoofdstructuur op 23 december 2022 aan de tweede kamer verstuurd 3. In de notie wordt ingegaan op hoe een klimaat neutrale energievoorziening in Nederland eruit dient te zien en wat daarvoor nodig is omdat er meer ruimte nodig is dan een fossiel energiesysteem. De minister schrijft “Zeker in ons dichtbevolkte land, waar de druk op schaarse ruimte groot is, is regie op de ruimte voor de energievoorziening nodig. Het kabinet meent dat de energietransitie in het huidige tijdsgewricht en de veranderende omgeving een nieuwe manier van werken vereist. De Rijksoverheid neemt daarom het voortouw in het opstellen van een programma onder de Omgevingswet. Dit programma ligt in het verlengde van de Nationale Omgevingsvisie en is gericht op de ruimtelijke planning van nationale energie-infrastructuur (op het gebied van transport, conversie en opslag) op land met als

3

Brief betreffende Hoofdlijnen programma Energiehoofdstructuur, kenmerk DGKE/22526383, van 23 december 2022, aan de Tweede Kamer, van de Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten mede namens Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening H.M. de Jonge.

03-04-2023

pagina 17 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

tijdshorizon 2050, in goede afweging met de andere opgaven in het ruimtelijk domein. Dit is het Programma Energiehoofdstructuur (PEH).” Het PEH herijkt de ruimtelijke reserveringen die nu in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro; zal met de invoering van de Omgevingswet worden vervangen door het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)) staan, waaronder vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitsopwekking en buisleidingenstroken. Het Barro bevat de regels die bij het vaststellen van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen, zoals de verplichting om in het bestemmingsplan buisleidingen of grootschalige elektriciteitsopwekking toe te laten en in de fysieke ruimte daartoe te voorzien. In de brief van de minister is in artikel 4.4 opgenomen dat bestaande locaties voor grootschalige energieopwekking behouden dienen te blijven omdat ze goed zijn aangesloten op het hoogspanningsnet en vaak ook op het buisleidingennetwerk. De snelheid van het verduurzamen van het Nederlandse energiesysteem hangt sterk af van de stappen die het Rijk hierin neemt. In een brief aan de Tweede Kamer 4 van 10 juni 2022, heeft de Minister voor Klimaat Energie R.A.A. Jetten, de contouren van het de Nationaal plan energiesysteem nader uiteengezet.

Op grond van bovenstaande kan dan ook worden aangenomen dat binnen het plangebied Waal Energie de reservering voor grootschalige energieopwekking aanwezig blijft en dat bij de ontwikkeling van de beoogde energiecentrale niet zelfstandig gekozen kan worden of en wanneer welke brandstof gebruikt gaat worden.

2.2.4 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SvIR) vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteit Aanpak, de structuurvisie voor de Snelwegomgeving en de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Daarmee is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte de 'kapstok' voor uitwerkingen van beleid met ruimtelijke consequenties. Met de SvIR stelt het Rijk heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk zet het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Nationaal belang 2 is van toepassing op dit plan en luidt als volgt: “ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie”. Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening.

2.2.5 Nationale omgevingsvisie Ten slotte heeft de Nationale Omgevingsvisie (NOVi) invloed op de keuzes die worden gemaakt in de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie bestaande uit het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland. Deze visie geeft op hoofdlijnen weer hoe de langetermijnvisie van de fysieke leefomgeving in Nederland eruitziet en het geeft richtinggevende uitspraken over hoe Nederland duurzaam ingericht kan worden. Duurzame energieopwekking is één van de belangrijkste opgaven in de NOVi. De beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie sluit hier goed bij aan. De NOVi richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. • • • • 4

Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-261ff8e866899ea8f91905061cad63f68a5705b0/pdf

03-04-2023

pagina 18 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

In feite zijn er vanuit de geschetste sectorale opgaven, vier strategische, integrerende, opgaven voor het omgevingsbeleid gedestilleerd: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaat neutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. De voorgenomen ontwikkeling heeft in zekere mate een bijdrage aan alle vier de opgaven, maar draagt vooral bij aan opgave 2: een klimaatbestendige en klimaat neutrale samenleving. Het vervangen van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale voor duurzame energieopwekking draagt bij aan de gestelde klimaat- en energiedoelstellingen, vanuit bijvoorbeeld het Klimaatakkoord. De beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie draagt daarmee bij aan de vier strategische opgaven uit de NOVi.

2.3 Provinciaal beleid 2.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In de "Omgevingsvisie Gaaf Gelderland" staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid en de ambities voor thema's zoals ruimte, energie, klimaat, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De doelstelling van de "Omgevingsvisie Gaaf Gelderland" is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hierbij ligt de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie. De Omgevingsvisie omschrijft de doelstelling als volgt: • Gezond: een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, en de bescherming van onze flora en fauna. • Veilig: voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En aandacht voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. • Schoon: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. • Welvarend: een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. “Gelderland heeft het streven in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn.

Het begin van verandering is er, maar het tempo en de kracht waarmee moeten flink omhoog, willen we Gelderland in de toekomst schoon en gezond houden. We hebben geen tijd te verliezen.” In 2030 wil de provincie - als tussenstap - dan ook verder zijn dan landelijk is afgesproken. In de visie zijn locaties opgenomen voor windenergie die door de provincie zijn toegewezen. Aan de ontwikkeling van deze locaties wordt in nauw overleg met de betrokken gemeenten gewerkt. Naast de locaties voor windturbines heeft de provincie ook gebieden vastgesteld waar windenergie mogelijk is, waar windenergie onder voorwaarden mogelijk is en waar windenergie niet mogelijk is. Het plangebied Waal Energie wordt daarin zowel aangemerkt als mogelijkheid voor grote zonneparken, als windenergie aandachtsgebied en als windenergie locaties. Relevant voor de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie is dat men in 2050 alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht wil hebben qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Het provinciaal belang ligt in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De natuur- en landschappelijke kwaliteiten dienen in de toekomst behouden te blijven. Dit doet men onder andere door te bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied.

03-04-2023

pagina 19 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

2.3.2 Regionale Energiestrategie Arnhem-Nijmegen Alle regio’s zijn gestart met de Regionale Energiestrategie. Hierin wordt per regio in beeld gebracht wat de ruimtelijke mogelijkheden en ambities zijn ten aanzien van warmtenetten en het opwekken van duurzame energie. De RES 1.0 had als doel om zoekgebieden in beeld te brengen waar toekomstige opwekking van duurzame energie mogelijk is. De RES heeft een integrale aanpak en hierdoor worden kansen vanuit verschillende hoeken met elkaar gecombineerd. De beoogde ontwikkeling van Waal Energie komt niet specifiek terug in de RES 1.0. Omdat de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie in het teken staat van de energietransitie en duurzame energieopwekking, sluit het wel aan bij de ambities van het RES.

2.3.3 Gelders Energieakkoord en Gelders Klimaatplan 2021-2030 Uit het nationale Energieakkoord is de ambitie naar voren gekomen om vijf Nederlandse kolencentrales uit de jaren tachtig te sluiten. De kolen en biomassa gestookte energiecentrale “Centrale Gelderland” is één van deze vijf energiecentrales. Met de sluiting, in lijn met de doelstellingen vanuit het Klimaat- en Energieakkoord, besloten voor een duurzame herontwikkeling van het terrein van Centrale Gelderland. Het terrein van Centrale Gelderland en het terrein van de containerterminal vormen samen het plangebied Waal Energie. Dit betekent dat de reservering voor grootschalige energieopwekking binnen plangebied Waal Energie mogelijk blijft en een bijdrage kan leveren aan een duurzaam energiesysteem. Door toe te werken naar een duurzame manier opwekken. In het Gelders Energieakkoord is vastgelegd dat de provincie in 2050 klimaatneutraal is. Hiermee worden de afspraken uit het Energieakkoord in een Gelderse context geplaatst. Dit akkoord is tot stand gekomen in overleg met onder andere 35 gemeenten, 3 waterschappen en diverse branche-, huurders- en bedrijvenverenigingen. De provincie stelt zichzelf het doel dat lokaal opgewekte duurzame energie in 2020 minstens 100.000 Gelderse huishoudens voorziet.

Uit de omgevingsvisie Gaaf Gelderland komt ook naar voren dat de provincie in 2030 55% minder broeikasgassen moet uitstoten vergeleken met 1990. In het Gelders Klimaatplan wordt uitvoering gegeven aan dit idee. Per domein, zoals opgesteld in het Klimaatakkoord (gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik, en m.u.v. elektriciteit), is bepaald hoeveel de maximale emissie in 2030 mag zijn, zodat de doelstelling van 2030 behaald kan worden. De beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie draagt bij aan de doelstellingen die voortkomen uit het Gelders Energieakkoord en het Gelders Klimaatplan 2021-2030.

2.3.4 Omgevingsvisie en – verordening Gelderland (2018) In de geconsolideerde omgevingsvisie van Gelderland uit 2018 is de doelstelling van 230,5 MW in 2020 en energieneutraal in 2050 overgenomen. Hiervoor is een omslag nodig: • Van gebruik van fossiele energie naar gebruik van hernieuwbare energie; • Met een zuinig gebruik van energie en grondstoffen; de kringloop sluiten; • Vastleggen van gebieden voor winturbines en grote zonneparken. In de visie zijn locaties opgenomen voor windenergie die door de provincie zijn toegewezen. Aan de ontwikkeling van deze locaties wordt in nauw overleg met de betrokken gemeenten gewerkt. Naast de locaties voor windturbines heeft de provincie ook gebieden vastgesteld waar windenergie mogelijk is, waar windenergie onder voorwaarden mogelijk is en waar windenergie niet mogelijk is. Het plangebied Waal Energie behoort tot ‘windenergie mogelijk’ en ‘windenergie aandachtsgebied’. Op basis hiervan zijn er twee windturbines in het gebied gerealiseerd.

2.3.5 Regionaal Programma Werklocaties 2021 – 2024 Het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) is op 2 december 2020 vastgesteld en geeft een blik op de periode 2021-2024. Uitgangspunt van het RPW is de regionale visie Arnhem-Nijmegen, ofwel de Groene metropoolregio, waarin wordt gestreefd naar een gebalanceerde economische ontwikkeling, met daarin ruimte voor landschap, duurzaamheid en een ontspannen leef kwaliteit. Meer specifiek gaat het RPW in op hoe de gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen de vraag en het aanbod naar bedrijventerreinen, kantoorlocaties en detailhandelsgebieden in balans brengen. 03-04-2023

pagina 20 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Ook de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie is, onder de naam “herontwikkeling ENGIE terrein”, opgenomen in het RPW. Het plangebied Waal Energie is het in het RPW van 2017 aangewezen als bijzondere werklocatie. Dit heeft als gevolg dat: • Deze locaties losstaan van de vraagraming die ten grondslag ligt aan het RPW en als bijzondere werklocaties worden meegenomen in de vraag-aanbodconfrontatie; • Uitgifte op deze terreinen een connectie moet hebben met de specifieke thematische profilering. Dit kan worden afgedwongen op het moment dat regionale afstemming vereist is; • Ondanks dat deze terreinen zijn uitgezonderd van de vraag-aanbodconfrontatie, moet ook voor uitbreiding van de bijzondere werklocaties een integrale ruimtelijk afweging gemaakt worden en is regionale afstemming vereist onder dezelfde voorwaarde als reguliere regionale bedrijventerreinen.

2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Omgevingsvisie Nijmegen Eén van de thema’s die centraal staat in de Nijmeegse omgevingsvisie is de duurzame stad. De gemeente heeft de ambitie om te transformeren naar een duurzame stad, waarin energie duurzaam wordt opgewekt en waarin duurzaam met energie wordt omgegaan. Ook is de ambitie om meer aandacht te besteden aan circulariteit. De gemeente wil in 2050 volledig circulair zijn, waardoor dus geen grondstoffen meer verloren gaan. Het plangebied Waal Energie komt onder de naam ‘ENGIE terrein’ ook specifiek terug in de Nijmeegse omgevingsvisie. Het doel dat in de toekomstvisie is opgenomen is de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Dit moet uiteindelijk positieve milieueffecten hebben en moet zorgen voor een versterking van de economische positie van de kanaalhavens.

2.4.2 Gebiedsvisie Waal Energie In de aanloop naar de Gebiedsvisie Waal Energie heeft de gemeente Nijmegen in samenspraak met de provincie en ENGIE zes uitgangspunten geformuleerd die met de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie worden beoogd: 1. Het plangebied Waal Energie draagt bij aan de energietransitie, zowel in concrete opwekking als ook door innovatie, educatie en voorbeeldfuncties op het terrein. 2. Het plangebied Waal Energie blijft onderdeel van het geluidgezoneerde industrieterrein “TPN-West”. Hier is industriële bedrijvigheid mogelijk tot maximaal cat. 5.2 met inachtneming van de bestaande kaders zoals de huidige geluidszone en het externe veiligheidsbeleid. 3. Gelet op de unieke ligging van het plangebied Waal Energie aan het water en de aanwezigheid van de containerterminal is de watergebonden bedrijvigheid een passende functie voor het terrein. 4. De ambitie is om het plangebied Waal Energie meer te openen zodat er een connectie ontstaat met Weurt, Nijmegen en de directe omgeving. 5. Het plangebied Waal Energie ontwikkelt zich als vitaal werkgebied. Daarmee kan invulling worden gegeven aan de regionale ambitie om de 4e economische regio van Nederland te worden. 6. Het plangebied Waal Energie wordt in nauwe en continue afstemming met de omgeving ontwikkeld.

03-04-2023

pagina 21 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

3

Beoordeling

3.1 Onderzoeken in het MER Het MER behandelt verschillende onderzoeken naar milieuaspecten. In deze onderzoeken worden voor de beoogde ontwikkeling de effecten op de omgeving inzichtelijk gemaakt. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen varianten zijn opgenomen. De effecten van de beoogde ontwikkeling worden vergeleken met de referentiesituatie en de situatie 2015. Ondanks het feit dat de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten los van elkaar worden behandeld, hebben deze onderling wel raakvlak. Daar wordt in de uiteindelijke beschouwing van de varianten op in gegaan. Onderstaand overzicht geeft de essentie van de verschillende onderzoeken weer. Tabel 3.1: essentie van verschillende onderzoeken Verkeer Voor verkeer worden verkeersberekeningen en –analyses gemaakt op wegvakken en kruispunten rondom het studiegebied). De resultaten hiervan worden vertaald naar de effectbeoordelingen in het MER. Om deze toets uit te voeren wordt gebruik gemaakt van berekeningen in het Verkeersmodel Regio Arnhem-Nijmegen. Daarnaast wordt op basis van deskundige beoordeling de situatie met betrekking tot verkeersveiligheid beschouwd Geluid Voor het MER wordt met akoestische modellen de geluidruimte bepaald en worden de effecten vanuit de beoogde ontwikkeling en van de ontsluitingsstructuur (en de cumulatie) bepaald en getoetst aan de wettelijke kaders.

Relevant is in ieder geval de geluidbelastingen op woningen en op natuurgebieden. In het onderzoek wordt rekening gehouden met piekgeluiden van de containerterminal, verkeersgeluid en de windturbines en eventueel mitigerende maatregelen. Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit worden de concentraties NO2 en PM10 berekend en de woningen/overschrijdingssituaties bepaald. Op basis van deze uitkomsten en de resultaten bij het onderwerp geluid wordt eveneens de relatie met gezondheid toegelicht op basis van WHO advieswaarden. Natuur Voor natuur wordt de voorgenomen activiteit getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Het onderzoek brengt de directe gevolgen voor leefgebieden van beschermde soorten door verstoring door geluid in beeld, het effect van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland en de mogelijke effecten van koelwaterlozing. In het onderzoek wordt bepaald of de voorgenomen activiteit haalbaar en vergunbaar is binnen beleid en wet- en regelgeving. De stikstofdepositie op gevoelige gebieden wordt berekend met Aerius. Het is niet meer mogelijk een bestemmingsplan vast te stellen met een verwijzing naar het PAS en/of naar de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt. De concentraties stikstofdepositie op natuurgebieden dienen in dit MER onderzocht te worden.

Externe veiligheid

Geur Bodem en water Landschap, cultuurhistorie en archeologie Gezondheid

03-04-2023

Omdat significante effecten op Natura 2000-gebied niet op voorhand zijn uit te sluiten wordt voor de voorkeur variant van de beoogde ontwikkeling een passende beoordeling uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de beschrijvingen in het m.e.r in beeld worden gebracht op basis van informatie van reeds uitgevoerde inventarisaties, verspreidingsatlassen, door de initiatiefnemer, de provincie en gemeente eventueel aan te leveren gegevens, habitatgeschiktheidsonderzoek op basis van expert judgement. Voor externe veiligheid zijn de effecten van de eventuele situering van risicovolle bedrijven of kwetsbare objecten (te bepalen in de scenario’s) op het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) uitgewerkt. Hierbij is de relatie met bestaande risicobronnen (in ieder geval de Waal i.v.m. vervoer gevaarlijke stoffen en de windturbines) relevant. Uitgangspunt is dat de veiligheidsrisico’s van deze bestaande risicobronnen bekend/berekend zijn. De beoordeling van de effecten van de beoogde ontwikkeling op het PR en GR wordt uitgevoerd. Voor Externe Veiligheid is daarnaast een aanvullend onderzoek uitgewerkt over de aanpak en borging van dit thema in het bestemmingsplan. Er is daarbij gekozen voor het vaststellen van een veiligheidscontour, waarbinnen deelinitiatieven in het plangebied op een systematische manier kunnen worden ingepast.

Het geuronderzoek betreft een beschouwing van de effecten van de beoogde ontwikkeling op geur en geuroverlast op de omgeving, op basis van het geurbeleid van de provincie Gelderland. Het beschouwt een methode om de effecten van geur vast te leggen vanuit de aanpak Milieuzonering nieuwe stijl. Een kwalitatieve bodemscan bepaalt wat de mogelijke effecten zijn van de beoogde ontwikkelingen op bodem- en (grond)waterkwaliteit en oppervlaktewaterkwantiteit. Daarnaast beschouwt het de milieukundige bodemkwaliteit (verontreinigingen) en de mogelijke effecten van onontplofte oorlogsresten (niet gesprongen explosieven). De effecten van de beoogde ontwikkeling op de landschappelijke kwaliteit worden beoordeeld op basis van de invloed (aantasting of versterking) op kenmerkende landschappelijke elementen en structuren met archeologische verwachtingswaarde. Cultuurhistorische elementen in het projectgebied worden in beeld gebracht. En er wordt ingegaan op de effecten van de beoogde ontwikkeling op de skyline van Nijmegen. Dit onderdeel beschouwt de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de gezondheidseffecten van de omgeving. Daarbij wordt ingegaan op een aantal deelaspecten die van invloed zijn op de leefbaarheid en gezondheid. Het gaat om onder andere: luchtkwaliteit, hittestress, geluid, lichthinder, veiligheidsbeleving en groen in de omgeving.

pagina 22 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid Duurzaamheid, circulariteit en klimaat

Circulariteit is relevant in milieueffectrapporten voor onder andere woningbouw- en stedelijke transformatieprojecten, omgevingsvisies en -plannen, industrie en landbouw. Circulariteit richt zich op efficiëntere omgang met grondstoffen, materialen, producten en afval. Hierdoor zijn er mogelijk minder negatieve effecten op onze natuur, milieu en leefomgeving. Klimaat wordt hierin ook betrokken, omdat er in het duurzaamheid, circulariteit en klimaat nauw aan elkaar verbonden zijn. Kwalitatief wordt aangegeven in hoeverre door de beoogde ontwikkeling een bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke doelen ten aanzien van duurzaamheid, circulariteit en klimaat.

3.2 Type Beoordelingscriteria In onderstaande tabel zijn alle milieuaspecten en beoordelingscriteria die in dit m.e.r zijn gehanteerd weergegeven. Per criterium worden de effecten vertaald naar een kwalitatieve score. Tabel 3.2: duiding type criteria voor milieuaspecten

Milieuaspect-criteria Verkeer Verkeersafwikkeling Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid Bouwverkeer Geluid Geluidsbelasting op omgeving (cumulatief) Luchtkwaliteit Concentraties NO2 Concentraties PM10 Natuur Natura 2000 Beschermde soorten Natuurnetwerk Nederland (NNN) Externe veiligheid Plaatsgebonden risico Groepsrisico Geur Geurhinder in de omgeving Bodem en water Bodemopbouw Bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Grondwater/drinkwater (kwaliteit) Afwatering (oppervlaktewaterkwaliteit) Landschap, cultuurhistorie en archeologie Archeologische waarden en cultuurhistorische elementen Kenmerkende landschappelijke elementen/skyline Recreatief medegebruik Gezondheid Luchtkwaliteit Geluid Lichthinder Veiligheidsbeleving Aandeel groen Leefbaarheid Duurzaamheid, circulariteit en klimaat Bijdrage aan energietransitie Bijdrage aan circulaire stad Veiligheid voor overstromingen

03-04-2023

pagina 23 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

3.3 Methodiek beoordeling effecten De effecten van de verschillende varianten worden zo veel mogelijk beschreven als veranderingen ten opzichte van de referentiesituatie en de situatie 2015. Voor het beschrijven van de effecten is de volgende werkwijze gehanteerd: • De milieueffecten zijn zoveel mogelijk kwantitatief (cijfermatig) beschreven; • Voor die criteria waarbij het niet mogelijk of minder relevant is om de effecten kwantitatief te bepalen, zijn deze kwalitatief beschreven; • Bij de beschrijving van effecten is, daar waar dit aan de orde is, onderscheid gemaakt tussen tijdelijk optredende effecten (in de bouw- en aanlegfase) en permanente effecten (in de eindfase). In de bouw- en aanlegfase ontstaat een tijdelijke situatie waarin de omgeving te maken krijgt met de effecten van de realisatie van de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie. Dat betekent dat de bereikbaarheid, lucht- en geluidskwaliteit voor een bepaalde periode aan mogelijke verandering onderhevig zijn. Hiervoor wordt in de beoordeling van de varianten en het eindrapport een onderdeel opgenomen. Om de milieueffecten op een overzichtelijke manier in beeld te kunnen brengen en vergelijkbaar te maken voor de te onderzoeken situaties en varianten, worden deze per criterium vertaald naar een kwalitatieve score. Hierbij wordt de onderstaande beoordelingsschaal aangehouden.

Voor elk milieuaspect wordt deze beoordeling uitgewerkt tot een beoordelingskader.

3.4 Effectvergelijking milieuonderzoeken De partijen die samenwerken aan het MER Waal Energie, hanteren als gezamenlijke doelstelling om het plangebied Waal Energie uiteindelijk te kunnen ontwikkelen tot een gebied dat bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven aangaande energie, klimaat en werkgelegenheid, waar de omgeving van profiteert. In het beoordelingskader zijn hiervoor criteria en uitgangspunten opgenomen In het Hoofdrapport MER (Deel1) wordt besproken in hoeverre doelstellingen kunnen worden gehaald aan de hand van de beoordeling van de onderzochte varianten. Onderstaand zijn de resultaten van de onderzochte milieuaspecten per criteria weergegeven. Tabel 3.3: beoordeling effecten voor milieuaspecten Milieuaspect-Criteria Verkeer Verkeersafwikkeling Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid Bouwverkeer Geluid Geluidsbelasting op omgeving (cumulatief) Luchtkwaliteit Concentraties NO2 Concentraties PM10 Natuur Natura 2000 Beschermde soorten Natuurnetwerk Nederland (NNN) Externe veiligheid Plaatsgebonden risico Groepsrisico Geur Geurhinder in de omgeving Bodem en water Bodemopbouw Bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Grondwater/drinkwater (kwaliteit) Afwatering (oppervlaktewaterkwaliteit) 03-04-2023

Beoogde ontwikkeling Laagimpact Locatie variant variant A

Situatie 2015

Referentie situatie

0 0 n.v.t.

0 0 n.v.t.

0 0/+ 0

0 0/+ 0

0 0/+ 0

0 0/+ 0

0

0

0

0

0

--

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-0 --

0 0 0

-0 --

-0 --

---

---

0

0 0

-

-

-

-

0

0

0

0

0

0

0/0/0 0/0

0 0 0 0 0

0/0/+ 0/0/+ 0

0/0/+ 0/0/+ 0

0/0/+ 0/0/+ 0

0/0/+ 0/0/+ 0

Voorkeurs variant

Locatie variant B

pagina 24 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Milieuaspect-Criteria Landschap, cultuurhistorie en archeologie Archeologische waarden en cultuurhistorische elementen Kenmerkende landschappelijke elementen/skyline Recreatief medegebruik Gezondheid Luchtkwaliteit Geluid Lichthinder Veiligheidsbeleving Aandeel groen Leefbaarheid Duurzaamheid, circulariteit en klimaat Bijdrage aan energietransitie Bijdrage aan circulaire stad Veiligheid voor overstromingen

03-04-2023

Beoogde ontwikkeling Laagimpact Locatie variant variant A

Situatie 2015

Referentie situatie

-

0

-

-

-

-

-0

0 0

++

++

++

++

0/-0 -0

0 0 0 0 0 0

0/0/0 + +

0/0/0 + +

0/0/0 + +

0/0/0 + +

--0

0 0 0

++ ++ 0

++ ++ 0

++ ++ 0

++ ++ 0

Voorkeurs variant

Locatie variant B

pagina 25 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

4

Verkeer

In dit hoofdstuk worden de effecten op het thema verkeer beschreven. Na een beschrijving van de beoordelingsmethodiek wordt per beoordelingscriterium ingegaan op de effecten van het plan . Tabel 4.1: duiding type criteria en type beoordeling voor milieuaspect verkeer Milieuaspect-criteria Verkeer Verkeersafwikkeling Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid Bouwverkeer

4.1 Wetgeving en Beleid Stadsroute S100 Het plangebied Waal Energie dat bestaat uit het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland, wordt via de Hollandiaweg en de Winselingseweg primair ontsloten via Nymaweg en de Energieweg (S100). Vanuit het ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 van de gemeente Nijmegen is de S100 aangewezen als route waarop autoverkeer kan doorstromen. De wegen binnen de S100, waaronder de Nymaweg richting Nijmegen Centrum zijn aangewezen voor bestemmingsverkeer. Om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden kiest de gemeente Nijmegen er voor om ruimtelijk geen verdere groei van het autoverkeer te faciliteren. Actieve en duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd binnen de gemeente. Snelfietsroute Nijmegen-Beuningen Langs het plangebied Waal Energie loopt de snelfietsroute Nijmegen-Beuningen. De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de fiets in de gemeente Nijmegen. Er zijn verschillende regionale en lokale (snelle)fietsroutes aangelegd en het aantal stallingen in de binnenstad is uitgebreid. Het fietsgebruik binnen de gemeente Nijmegen is mede door het ingezette beleid toegenomen. De gemeente Nijmegen wil deze lijn behouden en uitbreiden. Deze ambitie is regionaal vastgelegd in het ambitiedocument Samenwerkingsagenda Fiets van de Regio Arnhem Nijmegen (2018).

Verkeersveiligheid De gemeente Nijmegen streeft naar zo min mogelijk verkeersslachtoffers. Hierbij wordt aangesloten op het regionale verkeersveiligheidsbeleid. Basis voor dit beleid is het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030, dat door het Rijk is opgesteld om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen. Het regionale beleid richt zich op negen thema’s. Deze worden binnen de gemeente Nijmegen vertaald naar lokaal beleid. Onderdelen hiervan zijn onder andere veilige infrastructuur, kwetsbare verkeersdeelnemers en gedrag. Een van de uitgangspunten is dat wegen voldoen aan de landelijke uitgangspunten van Duurzaam Veilig, dus bij voorkeur zoveel mogelijk vrij liggende fietspaden langs 50 km/h-wegen, ruimere fietspaden en meer opstelruimte voor fietsers bij verkeerslichten. Binnen 30 km/h-wegen wordt uitgegaan van menging van het verkeer, een beperkte breedte van het wegprofiel en de aanwezigheid van snelheidsremmers. Om de verkeersveiligheid te vergroten worden wegen, waar mogelijk en wenselijk, ingericht als 30 km/h-wegen; belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Daarnaast blijft er aandacht voor educatie voor de onervaren verkeersdeelnemers en wordt er ingezet op een regionaal programma met gedragscampagnes.

03-04-2023

pagina 26 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

4.2 Methode Het beoordelingskader voor verkeer is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4.2: onderzoeksaspecten verkeersonderzoek MER Waal Energie Aspecten Beoordelingscriteria Verkeersafwikkeling Afwikkelingskwaliteit en oversteekbaarheid Verkeersveiligheid Toets aan Duurzaam Veilig Bouw- en aanlegfase Bereikbaarheid tijdens bouw- en aanleg

Beoordeling Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief

Intensiteiten worden bepaald met behulp van het Verkeersmodel Regio Arnhem-Nijmegen (versie 71): daarbij is het basisjaar 2018 en het toekomstjaar 2032. Voor de containerterminal is daarbij uitgegaan van het maximum aantal vervoersbewegingen dat in de vergunning van het bedrijf is opgenomen. Op die manier wordt in het MER rekening gehouden met eventuele veranderingen binnen de logistiek van het bedrijf. De verkeersgeneratie van het plan voor het plangebied Waal Energie wordt bepaald aan de hand van het aantal te ontwikkelen hectares en CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. Hierbij is voor de beoogde ontwikkeling gebruik gemaakt van aantallen uitgegaan van milieucategorie 3 - 4 bedrijven en niet van de milieucategorie bedrijven 5 die in de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie zijn voorzien. De berekening is opgenomen in bijlage 4.1. Vanuit het plangebied Waal Energie komt het verkeer via de Hollandiaweg en de Latensteinweg uit op de Nymaweg om zich vervolgens via de Nymaweg over het Nijmeegse wegennet te verspreiden.

Om te beoordelen of het noodzakelijk is om maatregelen te nemen op de aansluiting van Latensteinweg op de Nymaweg, de kruising van de Nymaweg met de Weurtseweg en de aansluiting van de Nymaweg op de rotonde van de S100, verlengde Energieweg (Nymaplein), wordt bij het kruispunt met een verkeersregelinstallatie gebruik gemaakt van zogenaamde Coconberekeningen en voor de rotondes van de rotondeverkenner. Met deze methodes kan op basis van de geprognosticeerde verkeersintensiteiten worden beoordeeld of een voldoende vlotte verkeersafwikkeling op deze punten wordt gegarandeerd. Op dit moment is bij de aansluiting van de Latensteinweg met de Nymaweg sprake van een T-aansluiting, maar de gemeente heeft het voornemen dit punt op korte termijn om te vormen tot een rotonde: daarom is er in de referentiesituatie al gerekend met die rotonde als gegeven. Verder wordt de Latensteinweg in de toekomst onderbroken en verloopt de ontsluiting naar het plangebied Waal Energie voor zowel het terrein van de containerterminal als het terrein van Centrale Gelderland via de Hollandiaweg en het eerste gedeelte van de Latensteinweg op de Nymaweg om zich via dit punt verder over het Nijmeegse wegennet te verspreiden. Op bijgaand kaartje zijn de betreffende kruispunten weergegeven.

03-04-2023

pagina 27 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Figuur 4.1: ligging ontsluiting waarop effecten van verkeer gegenereerd door de beoogde ontwikkeling

Op basis van expert judgement wordt beschouwd of - en hoe - de situatie met betrekking tot verkeersveiligheid en de bouw- en aanlegfase zich ontwikkelt. Het studiegebied met betrekking tot verkeer betreft alle wegen binnen het plangebied Waal Energie en de omliggende wegen waar zich afwikkelings- en verkeersveiligheidsproblemen kunnen voordoen. Het studiegebied is weergegeven in de volgende figuur.

Figuur 4.2: overzicht van het plangebied Waal Energie

03-04-2023

pagina 28 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Zoals al eerder benoemd, zijn bij de beoordeling van het aspect verkeer de criteria verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en de verkeerssituatie tijdens de aanleg van de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie beoordeeld. Hierbij wordt een zevenpuntschaal gehanteerd, waarbij het aspect verkeersafwikkeling kwantitatief wordt beoordeeld op basis van de verkeersafwikkeling (intensiteit versus capaciteit van kruispunten en wegvakken) en de aspecten verkeersveiligheid en de verkeerssituatie tijdens de bouwfase kwalitatief worden beoordeeld. Tabel 4.3: duiding beoordeling effecten voor verkeer criterium verkeersafwikkeling Beoordeling Classificatie Verkeersafwikkeling ++ Zeer positief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een sterke verbetering van de verkeersafwikkeling + Positief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een verbetering van de verkeersafwikkeling 0/+ Licht positief effect n.v.t. 0 Geen effect/neutraal Ten opzichte van de referentiesituatie is er nauwelijks of geen verandering in de verkeersafwikkeling 0/Licht negatief effect n.v.t.

Negatief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een verslechtering van de verkeersafwikkeling -Zeer negatief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een grote verslechtering van de verkeersafwikkeling Tabel 4.4: duiding beoordeling effecten voor verkeer criterium verkeersveiligheid en bereikbaarheid Beoordeling Classificatie Verkeersveiligheid en bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie is er een grote verbetering in de verkeersveiligheid en ++ Zeer positief effect bereikbaarheid + Positief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een verbetering in de verkeersveiligheid en bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie is er een lichte verbetering in de verkeersveiligheid en 0/+ Licht positief effect bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie is er nauwelijks of geen verandering in de verkeersveiligheid en 0 Geen effect/neutraal bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie is er een lichte verslechtering in de verkeersveiligheid en 0/Licht negatief effect bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie is er een verslechtering in de verkeersveiligheid en Negatief effect bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie is er een grote verslechtering in de verkeersveiligheid en -Zeer negatief effect bereikbaarheid Tabel 4.5: duiding beoordeling effecten voor verkeer criterium bouw- en

aanlegfase Beoordeling Classificatie Bouw- en aanlegfase ++ Zeer positief effect n.v.t. + Positief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een verbetering in de bereikbaarheid 0/+ Licht positief effect n.v.t. 0 Geen effect/neutraal Ten opzichte van de referentiesituatie is er nauwelijks of geen verandering in de bereikbaarheid 0/Licht negatief effect n.v.t. Negatief effect Ten opzichte van de referentiesituatie is er een verslechtering van de bereikbaarheid -Zeer negatief effect n.v.t.

4.3 Effectbeoordeling 4.3.1 Referentiesituatie De referentiesituatie is gelijk aan de autonome ontwikkeling waarbij de activiteiten die aanwezig zijn in 2021 zijn vertaald naar een toekomstige situatie waarbij de activiteiten conform de huidige wetgeving operationeel zijn, maar zonder de realisatie van de beoogde ontwikkeling. Situatie 2021 Voor de situatie van het plangebied Waal Energie in 2021 wordt uitgegaan van de aanwezigheid van een zonnepark, een containerterminal en de bouw van twee windturbines. De kolen en biomassa gestookte energiecentrale is uit bedrijf genomen en wordt geamoveerd.

03-04-2023

pagina 29 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Autonome ontwikkeling De doorvertaling van de uitgangspunten voor de autonome ontwikkeling op basis van de situatie in 2021 is dat binnen het voor het publiek afgesloten plangebied Waal Energie de kolen en biomassa gestookte energiecentrale volledig is geamoveerd en de aanwezigheid van een zonnepark, een containerterminal en twee windturbines. Tevens blijft de bestaande reservering voor grootschalige energieopwekking die ziet op gehele plangebied Waal Energie behouden en zijn andere ontwikkelingen in het plangebied Waal Energie uitgesloten. Hierna wordt voor milieuaspect verkeer besproken wat het effect in de referentiesituatie is. Verkeersgeneratie referentiesituatie Bij de berekening van het verkeer op het wegennet is uitgegaan van de prognoses uit het verkeersmodel Arnhem Nijmegen. In onderstaande figuur zijn de ontsluitende wegen weergegeven, die gebruikt worden door verkeer van en naar plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van de containerterminal en het terrein van Centrale Gelderland.

Figuur 4.3: overzicht ontsluiting plangebied Waal Energie – referentiesituatie

In de referentiesituatie van het plangebied Waal Energie bestaat de verkeersgeneratie uit 2.200 verkeersbewegingen per etmaal: circa 2.100 pae/dag verlopen van en naar het terrein van de containerterminal (CT) via de Latensteinweg en Winselingseweg. En de transportbewegingen van 100 pae/dag van en naar het terrein van Centrale Gelderland (CG) hebben plaats via de Latensteinweg en Hollandiaweg. Tabel 4.6: verkeer van en naar plangebied Waal Energie - referentiesituatie Route van naar plangebied Waal Energie (terrein) Wegverkeer (CT) Wegverkeer (CG)

03-04-2023

Type wegverkeer Licht Middelzwaar Zwaar Licht Middelzwaar Zwaar

Aantal verkeersbewegingen [#/jaar] [pae/dag] 10.000 2.100 372.300 18.250 100 3.650

pagina 30 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Voor de referentiesituatie zijn verkeersgegevens gehanteerd, zoals deze zijn berekend in het verkeersprognosemodel Arnhem – Nijmegen voor 2032 zonder dat de beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd. Het model is door de gemeente Nijmegen voor deze plan MER ten behoeve van de beoogde ontwikkeling beschikbaar gesteld. Het verkeersmodel levert de volgende intensiteiten per werkdagetmaal:

Figuur 4.4: personenauto-equivalenten - referentiesituatie

Het verkeer kan goed op de wegen worden afgewikkeld. Er doen zich geen problemen voor. Verkeersveiligheid In de referentiesituatie doen zich geen specifieke verkeersveiligheidsproblemen op het wegennet rond het plangebied Waal Energie voor. Bouw en Aanlegfase In de referentiesituatie vinden er geen de bouw en aanleg werkzaamheden plaats en wordt dan ook niet nader uitgewerkt. Op basis van de bovenbeschreven situatie is sprake van de volgende beoordeling van de referentiesituatie. Tabel 4.7: beoordeling effecten voor milieuaspect verkeer - referentiesituatie Milieuaspect-Criteria Referentiesituatie Verkeer Verkeersafwikkeling 0 Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid 0 Bouwverkeer n.v.t.

03-04-2023

pagina 31 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

4.3.2 Situatie 2015 Voor de situatie van het voor publiek afgesloten plangebied Waal Energie in 2015 wordt uitgegaan van de aanwezigheid van een kolen en biomassa gestookte energiecentrale, een zonnepark en een containerterminal. En de planologische reservering voor grootschalige energieopwekking die ziet op het gehele plangebied Waal Energie. Hierna wordt voor milieuaspect verkeer besproken wat het effect in de situatie 2015 was. Over de verkeerssituatie in 2015 zijn geen gedetailleerde gegevens beschikbaar. Er zijn geen meldingen bekend van problemen met de verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid of bereikbaarheid. Om die reden wordt aangenomen dat er geen relevante effecten op dit onderdeel zijn te benoemen. Voorgaande leidt dan ook tot een beoordeling die gelijk is aan de referentiesituatie. Tabel 4.8: beoordeling effecten voor milieuaspect verkeer – situatie 2015 Milieuaspect-Criteria Situatie 2015 Verkeer Verkeersafwikkeling 0 Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid 0 Bouwverkeer n.v.t.

4.3.3 Beoogde ontwikkeling - Varianten De beoogde ontwikkeling betreft een gebiedsontwikkeling voor het gehele terrein van Waal Energie, bestaande uit het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland. Binnen het plangebied Waal Energie wordt voortgebouwd op de geschiedenis van het terrein door het een nieuwe flexibele bestemming te geven die het mogelijk maakt om het energielandschap te vernieuwen. Het plangebied Waal Energie ligt strategisch met ideale aansluitingen op water- en energie infrastructuur, aan de kop van een groot binnenstedelijk industriegebied en te midden van een dichtbevolkte regio. Dit biedt goede kansen voor ‘harde’ installatie gebonden functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag en energiedistributie, maar ook ‘zachte’ mens gebonden functies als ontwikkeling en levering van energiediensten, energieonderzoek & –innovatie en educatie. Voorwaarde voor de beoogde ontwikkeling is dat binnen het plangebied Waal Energie op grond van het Barro de strategische reservering voor grootschalige energieopwekking van minimaal 500 MW beschikbaar moet blijven . Door het verkleinen van het oppervlakte voor de reservering voor grootschalige energieopwekking, biedt het plangebied Waal Energie ruimte voor de beoogde ontwikkeling. Het plangebied Waal Energie is decennialang afgesloten geweest voor de omwonenden.

De beoogde ontwikkeling biedt de mogelijkheid om het plangebied Waal Energie deels openbaar toegankelijk te maken met een groene, parkachtige uitstraling waar ook iedereen van kan genieten, zodat het gebied geen barrière meer vormt tussen Nijmegen-West en Weurt, maar juist een verbindende schakel wordt (ENGIE gebiedsvisie, 2019). In de beoogde ontwikkeling is het verbranden van kolen en/of verbranden en/of bijmengen van biomassa voor energie opwekking niet toegestaan. Eveneens is de activiteit vergisting binnen plangebied Waal Energie niet toegestaan. Hierna wordt voor aspect verkeer besproken wat het effect in de beoogde ontwikkeling wordt. Ten aanzien van de verkeersaspecten is geen sprake van verschillen tussen de twee locatievarianten voor de ontsluiting van het plangebied Waal Energie, omdat de ontsluiting van het plangebied Waal Energie voor beide locatievarianten enkel via de Hollandiaweg en Latensteinweg naar de Nymaweg kan plaatsvinden. In de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie komt de Winselingseweg als ontsluitingsweg te vervallen. Aangezien dat uit oogpunt van het milieuaspect verkeer niet tot verschillen leidt, wordt niet verder op de locatievarianten ingegaan.

03-04-2023

pagina 32 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Verkeersaanbod Nadat de referentiesituatie in beeld is gebracht, is vervolgens de verkeersgeneratie berekend op basis van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381 Kencijfers Verkeer en Parkeren uit 2018. De overige verkeersbewegingen bedragen zo’n 2.100 verplaatsingen per dag in verband met de containerterminal (WE-CT). De berekening voor de verkeersgeneratie voor de beoogde ontwikkeling die ziet op terrein van Centrale Gelderland (WE-CG) resulteert in een verkeersgeneratie van ruim 5.100 personenauto-equivalenten 5 per dag. De berekening is als bijlage 4.1 bij dit rapport opgenomen. In totaal komt een en ander neer op de volgende aantallen vervoerbewegingen. Tabel 4.9: verkeer van en naar plangebied Waal Energie - beoogde ontwikkeling Route van naar plangebied Waal Energie (terrein) Wegverkeer (WE-CT) Wegverkeer industrie/logistiek Noord (WE-CG) Wegverkeer industrie/logistiek Zuid (WE-CG) Wegverkeer campus/logistiek Noord (WE-CG) Wegverkeer campus/logistiek Zuid (WE-CG) Wegverkeer energie (WE-CG)

Type wegverkeer Licht Middelzwaar Zwaar Licht Middelzwaar Zwaar Licht Middelzwaar Zwaar Licht Middelzwaar Zwaar Licht Middelzwaar Zwaar Licht Middelzwaar Zwaar

Aantal vervoersbewegingen [#/jaar] [pae/dag] 10.000 2.100 372.300 330.964 34.984 50.353 417.303 44.110 63.476 86.339 9.126 5.100 13.133 64.754 6.845 9.850 33.164 3.328 5.666

Dit resulteert in de volgende verkeersintensiteiten bij de beoogde ontwikkeling. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de ontsluiting van de containerterminal in de beoogde ontwikkeling niet meer via de Winselingseweg en de Latensteinweg verloopt, maar via de Hollandiaweg en de Latensteinweg.

5

Hierbij zijn onder meer vrachtauto’s omgerekend naar het aantal personenauto’s waarmee een vrachtauto te vergelijken is: een vrachtauto telt dan voor 1,7 tot 2 personenauto-equivalenten

03-04-2023

pagina 33 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Figuur 4.5: personenauto-equivalenten – beoogde ontwikkeling

Er is dus sprake van een behoorlijke toename van het verkeersaanbod op de onderhavige wegen en kruispunten direct buiten het plangebied Waal Energie. Daarom wordt nu verder ingegaan op de betreffende kruispunten. Voor alle duidelijkheid herhalen wij hier nogmaals het beeld van de locatie van de drie te beschouwen ontsluitingspunten.

Figuur 4.6: ligging ontsluiting waarop effecten van verkeer gegenereerd door de beoogde ontwikkeling zijn beschouwd

03-04-2023

pagina 34 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Om nu na te gaan of de weginfrastructuur de geprognosticeerde verkeersintensiteiten kan verwerken, zijn berekeningen uitgevoerd voor de ontsluitingspunten van: • De Latensteinweg met de Nymaweg • De Nymaweg met de Weurtseweg • De Nymaweg met de S100, de Verlengde Energieweg (Nymaplein). Bij de berekeningen is vastgesteld dat het piekuur in de avondspits maatgevend is. Verder is daarbij van belang dat er voor het plangebied Waal Energie vanuit wordt gegaan dat er sprake is van ploegendienst: er zal gewerkt worden in shifts van 08:00 tot 16:00 h, van 16:00 tot 24:00 h en van 24:00 tot 08:00 h. Uiteraard geldt dit niet voor kantoorpersoneel. Op basis van expert judgement is vastgesteld dat zo’n 8% van de werkdag etmaal intensiteit zal optreden in de avondspits. De dan resulterende verkeersintensiteiten zijn gehanteerd bij de capaciteitsberekeningen van de drie genoemde ontsluitingspunten. In het volgende onderdeel worden de berekeningen van de afzonderlijke ontsluitingspunten toegelicht. Ontsluitingspunt Latensteinweg met de Nymaweg De gemeente heeft het voornemen dit kruispunt om te bouwen tot rotonde. Bij de capaciteitsberekeningen is daar dan ook vanuit gegaan. De rotonde is geen onderdeel van de beoogde ontwikkeling van Waal Energie. Dit punt is op bijgaand kaartje met rood omcirkeld.

Uit de berekeningen blijkt dat bij realisatie van een enkelstrooksrotonde sprake is van een verzadigingsgraad van 0,5 . Er is dus sprake van een goede verkeersafwikkeling bij een enkelstrooksrotonde, gelet op de geprognosticeerde intensiteiten.

Figuur 4.7: ligging ontsluiting Latensteinweg - Nymaweg

Figuur 4.8: berekeningen rotonde Latensteinweg - Nymaweg

Ontsluitingspunt: Nymaweg met de Weurtseweg Op dit kruispunt is sprake van een verkeerslichtenregeling. Daarom is voor dit kruispunt een berekening uitgevoerd met het in de verkeerskunde veelal gehanteerde programma Cocon om na te gaan of het kruispunt goed kan functioneren. Op onderstaand kaartje is de locatie van dit punt aangegeven. Bij de berekeningen voor de beoogde ontwikkeling is de volgende configuratie conform de huidige situatie gehanteerd.

03-04-2023

pagina 35 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Figuur 4.9: ligging kruising Nymaweg - Weurtseweg

Figuur 4.10: configuratie kruispunt Nymaweg – Weurtseweg in verband met Coconberekeningen

De berekeningen leren dat in de avondspits bij een starre regeling volgens Cocon sprake zal zijn van een cyclustijd van 95 seconden, terwijl de conflictbelasting berekend is op 0,414. Het maatgevende conflict is ‘03-32-11-05-08’. Ook hier kan het in de beoogde ontwikkeling geprognosticeerde verkeer zonder problemen worden afgewikkeld. Een starre regeling houdt in dat alle richtingen (linksaf, rechtdoor, rechtsaf op alle takken van het kruispunt) íedere keer achtereenvolgens groen krijgen. De conflictbelasting wordt bepaald door die richtingen die onderling een conflict hebben, dat wil zeggen dat zij, wanneer zij een kruispunt oprijden, geconfronteerd worden met verkeer dat de vrije doorgang blokkeert, dus een conflict vormt. Ontsluitingspunt: Nymaweg met de S100, de Verlengde Energieweg (Nymaplein) Op onderstaand kaartje is de ligging van dit punt aangegeven. Op dit kruispunt is sprake van een turborotonde. Voor dit kruispunt is dan ook gerekend met de meerstrooksrotondeverkenner. De berekeningen leveren het volgende resultaat.

03-04-2023

pagina 36 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Figuur 4.11: ligging ontsluiting Nymaweg – S100, de verlengde Energieweg (Nymaplein)

Figuur 4.12: berekeningen rotonde Nymaweg – S100, de verlengde Energieweg (Nymaplein)

De berekeningsresultaten laten zien dat bij de beoogde ontwikkeling de turborotonde een verzadigingsgraad van 0,73 heeft in de avondspits in 2032. Het kruispunt kan de verwachte hoeveelheid verkeer dus vlot verwerken. De conclusie is dan ook dat bij de berekende verkeersintensiteiten in de prognosesituatie sprake is een vlotte verkeersafwikkeling. Verkeersveiligheid Door de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie neemt de verkeersintensiteit zowel op de Hollandiaweg als op het gedeelte van de Latensteinweg tussen Nymaweg en Hollandiaweg toe ten opzichte van de referentiesituatie. De intensiteit op de Hollandiaweg en de Latensteinweg neemt toe van circa 50 respectievelijk 2.100 pae/dag in de referentiesituatie naar rond 7.200 pae/dag in de beoogde ontwikkelingen, waarvan circa 30% zwaar verkeer. Fietsers bereiken het terrein van het plangebied Waal Energie ook via deze weg en delen de rijbaan met het overige verkeer. De route wordt met deze intensiteiten relatief druk voor fietsers; kanttekening daarbij is wel dat het verkeersaanbod meer gespreid optreedt. Verder is scheiding van fietsers en vrachtverkeer het uitgangspunt in de beoogde ontwikkeling. In de ontwikkeling is een langzaam-verkeersverbinding voorzien vanuit het Waalfront richting het plangebied Waal Energie via de Winselingseweg.

Deze verbinding biedt een goed alternatief voor fietsers vanuit westelijke richting. Vanuit het zuiden blijft de kruising van de Nymaweg richting de Latensteinweg de meest logische ontsluitingsroute: door de komst van de rotonde wordt dit punt voor fietsers veiliger en comfortabeler te kruisen ten opzichte van de huidige situatie met een T-aansluiting en met voorrang voor de Nymaweg. In het stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat bij de inrichting van het plangebied Waal Energie fietsers en gemotoriseerd verkeer ook op deze locatie zoveel als mogelijk worden gescheiden, daarmee verbetert de verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie en de situatie in 2015. De twee locatievarianten voor de reservering voor grootschalige energieopwekkingen binnen het plangebied Waal Energie zijn hierbij niet onderscheidend.

03-04-2023

pagina 37 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

In onderstaande figuur is de ontsluiting voor fietsverkeer indicatief aangegeven.

Figuur 4.13: Indicatieve ontsluiting Waal Energie - beoogde ontwikkeling

Voor de overige wegen waar een verkeerstoename plaatsvindt, zijn geen directe aanpassingen ten behoeve van de verkeersveiligheid noodzakelijk. De vormgeving en verkeersintensiteiten op de Nymaweg, Laan van Oost-Indië en de Verlengde Energieweg passen bij de functie als gebiedsontsluitingsweg. Door de komst van een rotonde op het kruispunt Latensteinweg - Nymaweg met vrij liggende fietspaden wordt het voor fietsers gemakkelijker en veiliger om dit punt te kruisen. Bouw en Aanlegfase Een belangrijk aspect is de aandacht voor de omgeving in relatie tot de bouw- en aanlegfase bij de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie. Tijdens de bouw- en aanlegfase ontstaat een tijdelijke situatie waarin de omgeving te maken krijgt met de effecten van de realisatie van de beoogde ontwikkeling. Dat betekent dat de bereikbaarheid aan mogelijke verandering onderhevig is. Om hinder voor de omgeving te minimaliseren is het onwenselijk bouwverkeer via het Waalfront en de Laan van OostIndië naar het plangebied Waal Energie te laten rijden. De enige geschikte ontsluitingsroute is de route via de S100, de Nymaweg en de Latensteinweg-Hollandiaweg. Op deze route zijn geen ongeregelde ontmoetingen met langzaam verkeer. Afhankelijk van de fasering kan een afsluiting van de Latensteinweg voor fietsverkeer noodzakelijk zijn.

Fietsers dienen een alternatieve route te worden aangeboden, bijvoorbeeld via de Winselingseweg en de beoogde vrij liggende route. Fietsverkeer Direct langs het plangebied Waal Energie loopt de snelfietsroute via de Industrieweg - Weurtseweg - Nymaweg - Laan van Oost-Indië. Daardoor is het plangebied Waal Energie uitstekend, vlot en veilig te bereiken voor fietsverkeer. Binnen het plangebied Waal Energie zijn de verkeersintensiteiten zodanig dat fietsers gebruik kunnen maken van de rijbaan voor het autoverkeer. Daarnaast is een extra ontsluiting voor fietsers voorzien, zoals In de eerder getoonde figuur 4.13 indicatief is aangegeven. Uit oogpunt van comfort wordt aanbevolen om overdekte stallingen te realiseren voor alle typen fietsen (e-bike, bakfiets, snorfiets, inclusief oplaadvoorziening).

03-04-2023

pagina 38 van 223

MER Waal Energie Deel 2 - milieuonderzoeken, wetgeving en beleid

Duurzame mobiliteit (over weg en water) Binnen de beoogde ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan duurzame mobiliteit in de vorm van emissieloze energiestations voor de scheepvaart en wegverkeer. In de volksmond vaak laadpleinen genoemd. In hoofdstuk 13 wordt hierover meer informatie gegeven Calamiteitenroute Gezien de ligging van het plangebied Waal Energie met slechts een beperkt aantal ontsluitingsmogelijkheden voor autoverkeer en het gegeven dat relatief veel vrachtverkeer in het plangebied Waal Energie zal voorkomen, is het wenselijk dat er een calamiteitenroute/ -uitgang in het gebied aanwezig is. Er kan zich immers altijd een zodanig ongeval voordoen, dat met name de Hollandiaweg geblokkeerd wordt. Daarom is inmiddels een in-/uitgang gerealiseerd, die in noodgevallen als zodanig kan dienst doen: deze is in eerste instantie bedoeld voor hulpdiensten. Deze calamiteitenroute loopt langs het Maas-Waalkanaal en sluit aan op de Industrieweg in de buurt van de brug over het kanaal. De locatie is op onderstaand kaartje aangegeven. Ook op de voorgestelde rotonde op het kruispunt Latensteinweg met de Nymaweg, is het voornemen om een aansluiting voor calamiteitenvoertuigen te realiseren.

Figuur 4.14: ligging calamiteitenroute en ontsluiting plangebied Waal Energie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ebf41f7f-4c81-4d0c-a738-d88163f9d94d