Bijlage 13 Deel 1 Atlas Indische buurt
Tekst van het document
daar verandering in moesten bewerkstelligen. Daarnaast roerden zich politici, intellectuelen en kunstenaars in het maatschappelijk debat met een pleidooi voor het versterken van culturele en sociale waarden. Eén van de nieuwe maatschappelijke thema’s was ’de stadsesthiek’, het pleidooi voor een stadsontwikkeling die
Woningbouwvereniging “Zonnewijk” bouwde naar ontwerp van
zich onderscheidt door een hoog esthetisch gehalte, zowel in de
architect A.H. van Wamelen in 1920 dertig eengezinswoningen voor
vormgeving van de stedelijke ruimte alsook in de architectuur.
de ‘middenstand’ ten noorden van de Archipelstraat aan de Java-
Woordvoerders van deze nieuwe stroming waren de architecten als
straat, Celebesstraat en Balistraat. De woningen van dit complex
De Bazel, Berlage en Cromhout. Met name Berlage was van grote
zijn in de jaren negentig aan de bewoners verkocht. Na een gron-
invloed door zijn vele publicaties over het thema stadsesthetiek en
dige renovatie verkeren de woningen in een goede bouwkundige
door zijn vernieuwende stedebouwplannen, zoals die voor Amster-
staat. Vooral de vernieuwing van het buitenmetselwerk is ingrijpend
dam-Zuid uit 1901 en 1914 en voor Den Haag uit 1907. Om de
geweest.
nieuwe opvatting een brede bekendheid te geven voorzag hij zijn plannen van een uitvoerige stadsesthetische toelichting, gelardeerd
In 1921-1922 bouwde Woningbouwvereniging “Nijmegen” 98 wo-
met terugblikken op historische hoogtepunten van stadsontwikke-
ningen (48 eengezinswoningen en 50 beneden- en bovenwoningen)
ling in Europese steden. Eén van de leidende thema’s in het stads-
voor “den zoogenaamden intellectueelen middenstand en de gepen-
esthetische debat was het “stedelijk totaalkunstwerk”. Hierbij zijn
sioneerden”* ten zuiden van de Archipelstraat aan de Javastraat,
alle fysieke stedelijke bestanddelen geconcipieerd als één samen-
Javaplein, Bankastraat, Lombokstraat en Oude Groenewoudseweg.
hangend esthetisch geheel, van stratenplan, stedelijke ruimte,
* Bron: Meijel L. van, De weelde van de soberheid, Nijmegen herrijst 19451965, Nijmegen, januari 2004
Galgenveld Nijmegen RG & P
33
Javastraat 140-152, architect M.E. Veugelers
combinatie van hout en baksteen in fronton; gemetselde ornamenten
panorama Javaplein vanuit Bankastraat;
articulatie op de hoek d.m.v. een torentje
Sumatraplein, gezien vanuit de Sumatrastraat
34
bouwblok Th. Arens, hoek Sumatrastraat - Sumatraplein
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
architectuur, straatmeubilair tot beplanting. De sociale component
met kap. De indeling van de woningplattegronden zorgt er voor dat
van deze gedachte is gelegen in de expliciete opvatting dat ook de
de woningen op de straat zijn gericht. In de straatwanden is gele-
huisvesting van de arbeidersklasse moet bijdragen aan het estheti-
ding en ritme aangebracht door een grote variëteit aan elementen:
sche gehalte van de stedelijke ruimte als geheel. De opvatting dat
voordeuren, portieken, ramen, erkers, balkons, topgevels, dakka-
de maatschappij zich per definitie als een collectief fenomeen zou
pellen en schoorstenen. Op enkele plekken zorgt een hoektorentje
moeten manifesteren, als gemeenschap, kwam tot uitdrukking in de
voor een stedelijk accent. De nadruk ligt op de stedelijke dimensie
manifeste betekenis van publieke gebouwen in de stedelijke ruimte.
van het bouwblok. Repeterende gevelonderdelen benadrukken de
Daarbij ging het met name om alle nieuwe sociaal-maatschappelijke
afzonderlijke woning binnen dit grotere geheel. Architectonische
publieksvoorzieningen.
verbijzonderingen in de vorm van een topgevel, afgeschuinde hoek,
2
vooruit springende gevel of hoektoren zijn vooral te vinden bij Eén van de planmatige kenmerken van de nieuwe stadsesthetiek is
woningen op hoeken en in het midden van een langere bouwstrook.
het streven naar autonomie, naar articulatie van bijzondere stede-
Vaak worden deze architectonische articulaties gebruikt ter accentu-
lijke plekken en naar een herkenbare ruimtelijke hiërarchie. Dit als
ering van een zichtas of de symmetrieas van een stedelijke ruimte.
reactie op de vaak monotone stratenplannen uit eind negentiende eeuw, met de lappendeken van zich repeterende huizenblokken,
Weve werkte deze nieuwe stadsesthetische visie in 1921 uit in
met lange doorgaande straten en de kakofonie van de perceelsge-
samenwerking met de architect M.E. Veugelers. Deze introdu-
wijze ontworpen architectuur. Het bewerkstelligen van die stadses-
ceerde een opmerkelijke versie van de rationalistisch-ambachtelijke
thetische samenhang werd beschouwd als een uitdrukkelijke taak
bouwstijl, doorspekt met traditionalistische elementen, zoals de
van de gemeentelijk overheid. De nog jonge woningbouwcorpora-
verschillende archetypen van kopgevels die in de pleinwanden zijn
ties schoten gemeenten daarbij echter vaak te hulp.
verwerkt. Nijmegen werd aldus verrijkt met een architectonische opvatting die eerder in de Amsterdamse uitbreidingsplannen was
In de herzieningsplannen van J.J. Weve voor Galgenveld is de
geïntroduceerd door architecten als Berlage, Van Epen en Gratema.
invloed van deze nieuwe stadsesthetische tendensen op twee niveaus aanwijsbaar: in het stratenplan en in de architectuur. In
Daarnaast introduceerde J.J. Weve nog een tweede, veel kleiner
veel opzichten hanteert Weve nog een traditionele opzet van het
plein, het Sumatraplein, dat beschouwd kan worden als een knoop-
stedebouwkundig plan, met straten en gesloten bouwblokken.
punt van straten dat gearticuleerd is, herkenbaar is gemaakt, door
Maar zijn opvatting over stadsesthetiek is radicaal anders dan in
een symmetrische ruimtevorm. Deze ingreep werd vervolgens ar-
de voorafgaande decennia. De meest opvallende wijziging in het
chitectonisch gearticuleerd door een bijzonder woningbouwproject,
stratenplan is de introductie van twee autonome pleinruimtes. Al-
ontworpen door architect Th. Arens in 1922. Doordat de andere
lereerst het Javaplein, dat werd ontworpen als een ruim en symme-
pleinwanden reeds eerder bebouwd waren speelt het karakter van
trisch entreeplein aan de zuidzijde, waarbij het effect van een plein
een “totaal kunstwerk” hier in mindere mate dan bij het Javaplein.
als entree van de wijk nog werd versterkt door de wanden van het plein om te vouwen langs de randweg van de wijk, de Oude Groe-
Naast deze nieuwe stedelijke ruimten is de stadsesthetische ver-
newoudseweg. Door de sterke samenhang van stedebouw, open-
nieuwing ook zichtbaar langs de straten die uit het eerdere stede-
bare ruimte en architectuur behoort het Javaplein tot de fraaiste
bouwkundige plan dateren. In de romantisch gekromde Timorstraat
voorbeelden van stedelijke totaalkunstwerken in Nijmegen.
werd door de architect M.M. Reijnaart een strak en als één geheel ontworpen symmetrisch blok gebouwd, in plaats van een lange aan-
De bebouwing uit deze episode bestaat voornamelijk uit aaneen-
eengeschakelde rij afzonderlijk ontworpen stadswoningen.
geschakelde eengezinswoningen en uit woningtypes met benedenbovenwoningen. De bouwhoogte is overwegend twee bouwlagen
Ook de bijzondere complexen middenstandswoningen van architect Galgenveld Nijmegen RG & P
35
Timorstraat 6-42, architect M.M. Reijnaart
Javastraat 48-66; 1920; architect: A. H. van Wamelen; hier is goed te zien hoe Van Wamelen het set-back principe heeft toegepast
36
hoekdetail bouwblok van M.E. Veugelers, Javastraat 110; Op enkele plekken zorgt een hoektorentje voor een stedelijk accent overeenkomstig het bebouwingsbeeld in de 19de-eeuwse schil.
vertcaal siermetselwerk, onderdeel van de achthoekige toren, architect Veugelers
deurensemble met erboven metselwerkornament; het siermetselwerk verbindt de verschillende bouwkundige elementen, architect Veugelers
uitbouw met balkon en geprofileerde en gemetselde originele borstwering, architect Veugelers
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
Van Wamelen kwamen tot stand in de eerder ontworpen delen van Galgenveld. De nieuwe stadsesthetische benadering is hier zichtbaar aan de behandeling van de lange bouwblokken aan de Javastraat. Om de eentonigheid van deze lange, typisch laat negentiende eeuwse straat te breken past Van Wamelen hier het middel toe van het autonoom maken van de straatruimte. Dat bereikt hij door gebruik te maken van het set-back principe, waarbij het bouwblok iets wordt teruggeplaatst ten opzichte van de rooilijn en de straatruimte op de koppen van het bouwblok weer wordt ingesnoerd middels vooruitspringende hoekpaviljoens.
openbare ruimte Bij het nieuwe fenomeen van het stedelijke “totaalkunstwerk” is de openbare ruimte een belangrijke component. Sterker dan in voor-
het Javaplein gezien vanuit de Oude Groenewoudseweg
afgaande periodes werd deze beschouwd als bestandsdeel van de integrale ontwerpopgave. Met name de pleinruimtes werden gezien als het podium van het collectieve stedelijke leven en als plaats van waaruit de zorgvuldig ontworpen samenhang tussen stedelijke ruimte en architectuur kan worden genoten. Het Javaplein is een goed voorbeeld van deze nieuwe opvatting. In de hedendaagse inrichting van het plantsoen is dat nog altijd goed afleesbaar. Opmerkelijk is de wijze waarop het groene middenveld is verzelf-
situatiekaart Stedelijk Ensemble aan het Javaplein
maakt onderdeel uit van het Stedelijk Ensemble maakt onderdeel uit van het Stedelijk Ensemble; architect: M.E. Veugelers het Javaplein, bindend element panorama naamloos plein Borneostraat, ontworpen in de 2e episode
Galgenveld Nijmegen RG & P
37
Javastraat 48-66, architect Van Wamelen, bijzonder daklandschap
houten erker tussen kopgevel en middenpartij
woningbouw “Frisia” Amersfoort, architect A.H. van Wamelen; 1920
Javastraat 42-67, archiect Van Wamelen, “Zonnewijk”
38
parobolische deurnis, architect Van Wamelen
markante schoorsteen, architect Van Wamelen
Afdeeling Gebouwen van den dienst der Publieke Werken Amsterdam; keet voor de bouw van een derde telefooncentrale te Amsterdam”*, architect A.H. van Wamelen
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
standigd ten opzichte van de omringende ruimte, door toepassing
overen, door een sterk accent te leggen op een nieuwe ornamentele
van brede blokhagen met bomen langs de beide lange zijden van
taal. Daarbij werd op inventieve wijze gebruik gemaakt van decora-
het plantsoen. Daardoor wordt het plantsoen als een eigen, intieme
tief metselwerk, deels ontleend aan de Hollandse baksteentraditie,
binnenwereld ervaren. Dat kan dankzij de ruime maatvoering van
deels geïnspireerd op stilistische invloeden van het Art Deco. Met
het binnengebied. Je ervaart het als “een plein in een plein”. Het
name bij de bebouwing van architect Veugelers aan het Javaplein
plantsoen maakt daardoor de hiërarchische ruimtelijke opbouw van
en omgeving is deze nieuwe en trotse architectonische opvatting
het stedebouwkundig plan, de getrapte reeks van klein naar groot,
goed zichtbaar.
2
voor de beschouwer goed leesbaar. Een ander kenmerkend aspect is het gebruik van het dakenland-
architectuur
schap. De ruimtelijke samenhang van de verschillende complexen
Het architectonisch beeld van de bebouwing uit deze vooroorlogse
ontstaat in belangrijke mate door de doorgaande en soms markant
episode wordt in belangrijke mate bepaald door verhoudingsgewijs
vormgegeven daken, met rode of gesmoorde, blauwantraciet kera-
grote bouwblokken met aaneengesloten gevelwanden van grote
mische pannen.*
lengte. De architectonische terminologie die hiervoor werd gebruikt is: Bouwblokarchitectuur. Architecten beschouwden het vormge-
Het architectonisch meest bijzondere complex van Galgenveld -
ven van grotere stedelijke ensembles en het benadrukken van het
Indische Buurt is ontworpen door architect A.H. van Wamelen. Dit
collectieve karakter van de stedelijke ruimte als een belangrijke
zijn de woningen van woningbouwvereniging “Zonnewijk”, gebouwd
nieuwe maatschappelijke opgave. Dit als reactie op het individua-
in 1920 in de Javastraat, de Balistraat en de Celebesstraat. In de
lisme en het pronken met stilistische modes uit de voorafgaande
architectuur van Van Wamelen manifesteren zich zowel invloeden
decennia.
van de flamboyante expressionistische Amsterdamse School, alsook van het kubistisch expressionisme van architect W.N. Dudok. Beide
De hoofdkenmerken van de architectuur in het vooroorlogse Gal-
stromingen in de moderne architectuur had Van Wamelen in de be-
genveld zijn: stedelijke monumentaliteit, ambachtelijkheid en rijke
gintijd van zijn vorming als architect van nabij leren kennen. Vóór
detaillering. De woningen hebben gemetselde gevels, hellende
1916 werkte hij enkele jaren bij de Afdeling Gebouwen van Publieke
daken met keramische pannen, in hout uitgevoerde deuren, ramen,
werken in Amsterdam, een belangrijke bakermat van de Amster-
kozijnen, vloer- en kapconstructies. De te onderscheiden woning-
damse School. Daarna werkte hij enkele jaren onder leiding van de
bouwprojecten zijn duidelijk als afzonderlijke en samenhangende
Hilversumse stadsarchitect W.N. Dudok op het Bouwkundig bureau
eenheden herkenbaar, als gevolg van subtiele verschillen in bouw-
van die gemeente*. Als zelfstandig architect ontwierp hij in 1920
stijl, ornamentiek, kleur- en materiaalgebruik.
in Amersfoort een uitermate expressief blok woningen voor woningbouwvereniging Frisia, dat bekendheid kreeg door de markante
Het stedelijke karakter van de bebouwing werd in deze episode, ook
bolronde rieten daken. Hier liet hij zich inspireren door het bekende
bij bebouwing van twee lagen met kap, met alle mogelijke middelen
kunstenaarskolonie Park Meerwijk in Bergen NH.
benadrukt. Middelen als het introduceren van kopgevels op belangrijke hoekpunten, of ter benadrukking van de symmetrie van de
Ook in zijn woningbouwproject in Nijmegen toont Van Wamelen zich
stedelijke ruimte. Middelen als brede gootoverstekken en zo hoog
een virtuoos in het expressieve gebruik van het dakenlandschap.
mogelijk opgetrokken kroonlijsten. En een hele reeks middelen die
Van Wamelen combineert daarbij twee contrasterende kapvormen.
de horizontaliteit en gestrektheid van gevelwanden versterkte, zoals
Enerzijds kiest hij voor verticale accenten, in de vorm van hoge
repeterende reeksen ramen en erkers in een liggend rechthoekig
symmetrische zadeldaken, verwant aan een nordieke Havezate, of
formaat. De architectuur stelde zich op deze wijze in dienst van de
herenboerderij. Anderzijds past hij lange massieve en gestrekte
stedelijke ruimte. Tegelijkertijd wist zij een nieuw domein te ver-
dakvlakken toe in een horizontale belijning. Met deze contraste-
* Bron: Bouwkundig Weekblad 1918, nummer 35, blz 199
Galgenveld Nijmegen RG & P
39
Javaplein 1-10, archiect Veugelers, “Nijmegen”
Sumatraplein 23-25, architect Th. Arens, originele deuren met luifel, trapje en glas-in-lood raam erboven
40
Sumatraplein 21, architect Th. Arens, detailfoto uitbouw
Sumatrastraat 11-13, architect Th. Arens, entrees en balkon gearcticuleerd in één herkenbare vorm
Piushove aan de Van Slichtenhorststraat, architect J.J. van Halteren van architectenbureau Van Aalst
Sumatraplein 23-25, architect Th. Arens, rond gevormde uitbouwen bij de entrees
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
rende dakvormen maakt Van Wamelen verschillende combinaties. Aan de Javastraat komen twee langgerekte bouwblokken voor, die beide worden beëindigd met vooruitspringende bouwvolumes. Bij één blok vormen deze hoekvolumes een verticaal accent, met een topgevel in de vorm van een hoog zadeldak, bij het andere blok hebben de hoekvolumes een horizontale, gestrekte werking, met een langgerekt zadeldak. Daarnaast past Van Wamelen het hoge zadeldak ook toe als vrijstaand volume, en wel op twee verschillende manieren: met een geknikt zadeldak aan het grote plein (Balistraat), waardoor een extra verbreding van de voorgevel ontstaat, en met een recht zadeldak aan de Celebesstraat. Naast het expressieve gebruik van het dakenlandschap past Van Wamelen een reeks expressieve architectonische middelen toe, vaak op de humoristische wijze die ook kenmerkend is voor de goede voorbeelden van de Amsterdamse School. Voorbeelden hiervan zijn de kwartronde erkers bij gevelsprongen, de parabolische voordeurnissen en de expressieve schoorstenen die iets hebben van
zijgevel van de Javastraat 41-67, architect A.H. Van Wamelen; expressieve schoorsteen die iets heeft van een keltische grafsteen
keltische grafstenen. De opmerkelijke opleving in het Nijmeegse architectuurklimaat na de Eerste Wereldoorlog is ook zichtbaar aan het woningbouwcomplex dat in 1922 werd gerealiseeerd aan het Sumatraplein door architect Th. Arens. Dit complex laat zich lezen als een studie naar het tegen gaan van eentonigheid bij lange straat- en pleinwanden. De architect articuleerde het langgerekte woningblok door het op te knippen en om te vormen tot een geschakelde reeks paviljoens, in een afwisselend plastisch ritme. De paviljoens hebben drie verschillende breedtematen: van smal, iets breder, tot breed. De architect speelt daar vervolgens een puur compositorisch spel mee. Slechts met een geoefend oog zijn de woningscheidende wanden tussen de afzonderlijke woningen in het gevelbeeld te ontdekken. Het effect van deze oefening is tweeërlei: enerzijds een verlevendiging van het straatbeeld, door articulatie en parcellering en anderzijds het sterker definiëren van de esthetische samenhang tussen Sumatrastraat en Sumatraplein en van de symmetrische compositie die de stadsontwerper Weve in 1918 aan het Sumatraplein meegaf.
markante dubbele middenstadswoning aan de Balistraat, ontworpen door de architect A.H. van Wamelen, bouwjaar 1920
Alhoewel in Galgenveld in hoofdzaak woningen werden gebouwd kwamen er in deze episode ook enkele grote publieke gebouwen Galgenveld Nijmegen RG & P
41
schoolgebouw aan de Timorstraat, gemeentelijk monument, markering entree aan achterzijde
schoolgebouw aan de Timorstraat, architect onbekend, Gemeentelijk monument, indrukwekkende poort aan de achterzijde. De lage muur is vermoedelijk later toegevoegd.
42
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
tot stand, het (voormalige) Piushove, een convict voor priesterstu-
dige staat. De architectuur is qua hoofdvorm en gevelindeling goed
denten. Dit werd in 1926 gebouwd door architect J.J. van Halteren,
bewaard gebleven. Vooral de vernieuwing van het buitenmetselwerk
werkzaam bij architectenbureau Van Aalst. Overeenkomstig de
heeft ingrijpende gevolgen gehad voor het bebouwingsbeeld.
ernst van de roeping van het gebouw heeft het een gestrenge, aan
Aan het woningbouwcomplex van “Nijmegen” is in de jaren tach-
het werk van De Bazel verwante architectuur: consequent sym-
tig van de 20ste eeuw groot onderhoud uitgevoerd. Nadien is een
metrisch, hoog verheven op een sokkel en met een weids gebaar
tiental woningen gerenoveerd teneinde de technische kwaliteit en
op manifeste wijze aanwezig in het kleinschalige straatbeeld van de
de functionele bruikbaarheid te verbeteren. Bij deze op onderdelen
Van Slichtenhorststraat.
ingrijpende werkzaamheden zijn vrijwel alle oorspronkelijke raamin-
2
delingen en details van balkons en dakkapellen verdwenen. BovenDaarnaast werd in 1931 de school aan Timorstraat gebouwd, een
dien zijn de dakbedekking en gedeelten van de gevels vernieuwd.
prachtig Nijmeegs voorbeeld van de nieuwe scholenarchitectuur
Overigens zijn de oorspronkelijke hoofdvorm, de gevelindeling,
die zich na de Eerste Wereldoorlog in veel steden ontwikkelde, met
de decoratieve metselwerkaccenten en de bewerkte voordeuren
als beroemdste voorbeelden de scholen van architect W.N. Dudok in Hilversum. Helaas is de naam van de architect van de school verloren gegaan. Bijzonder is de wijze waarop in de omvangrijke bouwmassa een geleding is aangebracht door verspringende bouwmassa’s en door een plastisch spel van verspringende dakvlakken en kopgevels.
huidige staat De woningen van complex “Zonnewijk” zijn in de jaren negentig van de 20ste eeuw aan de bewoners verkocht. Tijdens een grondige complexmatige uitgevoerde renovatie is achterstallig onderhoud weggewerkt en zijn woningen aangepast aan het hedendaags wooncomfort. Thans verkeren de woningen in een goede bouwkun-
schoolgebouw aan de Timorstraat, architect onbekend - Bureau Gemeentewerken Nijmegen, Gemeentelijk monument
* Bron: Meijel drs. L.M.P. van, Derks drs. G.J.M., Vooroorlogse woonbuurten in Nijmegen, Arnhem 2001
Galgenveld Nijmegen RG & P
43
Uitbreidingsplan Nijmegen van A. Siebers uit 1930-1934. (lit. 19)
44
aparte plankaart met het groenschema illustreert de waarde die werd gehecht aan de stedelijke groenstructuur en de relatie van de stad met het landschap; uitsnede Galgenveld (lit. 19)
uitsnede Galgenveld (lit. 19)
H. Petrus Canisiuskerk in de binnenstad van Nijmegen van A. Siebers uit 1958-1960. (lit. 9)
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
overwegend redelijk gaaf gebleven. De twee woningblokken aan de Lombokstraat zijn in de oorspronkelijke staat behouden.*
Siebers is, naast zijn vooroorlogse stedebouwkundige werkzaamheden en zijn bijdragen aan het wederopbouwplan van de verwoeste
2.6
derde episode Galgenveld Het Algemeen Uitbrei-
dingsplan 1934 van Alphons Siebers
binnenstad, van niet geringe betekenis geweest voor Nijmegen, door zijn ontwerp uit 1958 voor de nieuwe voorbouw van de H. Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat, die in het bombardement
Midden jaren dertig ondergaat Nijmegen op stedebouwkundig
van 22 februari 1944 gedeeltelijk werd verwoest. In de fraaie, hoge
gebied opnieuw een reveil, een vernieuwing van inzichten. Na de
colonnade, waar de nieuwe campanile door heen steekt, en waar-
voorafgaande episode, waarin de esthetiek van de stedelijke ruimte
achter fragmenten van de historische kerk te voorschijn komen
centraal stond, brak nu een tijdvak aan waarin men de stad als
toont Siebers niet alleen zijn architectonisch vakmanschap, maar
geheel, zowel esthetisch alsook in haar wijze van functioneren,
vooral een bijzondere, tijdloze mengvorm van moderniteit en tra-
centraal stelde. Ondanks alle goede bedoelingen van stadsarchi-
ditionalisme, dat ook kenmerkend was voor zijn stedebouwkundige
tect J.J. Weve had de snel groeiende stad toch te veel het karakter
opvattingen.
van een lappendeken van partiele stratenplannen gekregen. Met name de opkomst van het moderne wegverkeer en de industriali-
Siebers ontwierp voor Nijmegen een stadsuitleg die enerzijds
satie werden in hun ontwikkeling belemmerd door de gebrekkige
gebaseerd is op traditionalistische principes, inclusief de leidende
functionele structuur van de stad. Dit leidde op stadspolitiek niveau
rol van de R.K. kerk en parochie in de verzuilde samenleving van
tot een roep om een meer integrale aanpak van de stadsontwikke-
toen, maar anderzijds ook een stadsuitleg die was afgestemd op de
ling. Nijmegen kon daarbij gebruik maken van een verruiming van
behoeften van de moderne industriële maatschappij, zoals die zich
de gemeentelijke planologische bevoegdheden, die zijn beslag had
rond 1930 aan het ontwikkelen was.
gekregen in de wijziging van de Woningwet van 1931. Deze gaf de
De inrichting van de Nederlandse stad, het product van “het samen-
gemeenten voor het eerst de bevoegdheid om, naast gronden voor
leven van een gesloten volksgemeenschap”*, moest helpen om de
verkeersdoeleinden en voor bebouwing, nu ook gronden aan te
traditionele structuren te bestendigen. Siebers was van mening dat
wijzen voor stedelijke functies als stadsparken, openbaar groen en
de moderne tijd het leven niet innerlijk veranderd had. Opmerkelijk
speelgebieden. Voor Nijmegen was dit een belangrijke verworven-
is hoe hij zijn opvatting kracht bij zet, door kritiek te uiten op de
heid vanwege de toenemende kritiek op de wijze waarop het fraaie
‘godfather’ van de moderne stedebouw, Le Corbusier. Een stad die
landschap aan de stadsrand werd verkwanseld, als gevolg van de
uitsluitend op grond van rationele overwegingen is opgezet om ma-
ad hoc planning.
teriële functies te dienen kon volgens Siebers niet voldoen, omdat het leven hogere zaken inhoudt dan comfort en hygiëne alleen. Een
Als reactie op de snel uitdijende steden werd in deze episode door
dergelijk ontwerp zou, zoals in het geval van Le Corbusier, ineen-
veel stedebouwkundigen gezocht naar een harmonische en besten-
schrompelen tot: “zielloos aestheticisme; Het wekt onze sympathie
dige relatie tussen stad en omringend landschap. Het gevleugelde
dat hij (L.C.) ons ook beduidt, hoeveel waardiger zich zijn toekom-
begrip dat daarbij veelvuldig werd gehanteerd luidt: organisch. Men
stige stad zal voordoen dan de doolhofsteden van heden, maar wij
zocht naar een wijze van vervlechten van stad en landschap zoals
blijven steken in onzen geestdrift om hem te volgen als wij aan het
de vingers van twee handen ineengrijpen.
leven (allereerst het gezinsleven) denken, dat men in zijn stad zal leiden.”
De Nijmeegse vrucht van dit stedebouwkundig gedachtegoed is het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934, ontworpen door een externe
Het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1934 is, naar we moeten aanne-
adviseur van de gemeente, de architect, stedebouwkundige en pu-
men, helaas verloren gegaan. Gelukkig is het plan gepubliceerd**,
blicist Alphons Siebers (1893-1978).
voorzien van een uitgebreide bespreking door ir. Piet Verhagen.
*
Galgenveld Nijmegen
Bron: C.M. van Moorsel, De wederopbouw van door den oorlog verwoeste steden, R.K. Bouwblad 12, 1940-1941 ** Bron: Tijdschrift stedebouw en Volkshuisvesting, 1935, nummer 10
RG & P
45
aparte plankaart met het groenschema illustreert de waarde die werd gehecht aan de stedelijke groenstructuur en de relatie van de stad met het landschap. (lit. 19)
46
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
De afbeelding van dit plan is in zwart-wit. Door deze afbeelding echter in kleur te bewerken komt het stedebouwkundig concept
Deze thema’s zoals de ‘groene wig’, zoals de ‘parkway’ en zoals de
dat Siebers in Nijmegen introduceerde goed naar voren. In de wijk
‘recreatieve voorzieningen in en om de stad’, werden in Nederland
Hengstdal heeft Siebers zijn stempel op de stadsuitleg het meest
geïntroduceerd op vakcongressen vanaf 1924, waarbij ook bui-
duidelijk weten te drukken. *
tenlandse experts werden uitgenodigd, zoals stedebouwers uit de Metropolitaine regio New York en zoals de befaamde stedebouw-
samenhang tussen verkeersstructuur en groenstruc-
kundige van Hamburg en Keulen, Frits Schumacher. Het stadscon-
tuur
cept waar deze groene wiggen onderdeel van uitmaken worden op
Dit thema is een van de sleutel-elementen die door de pioniers van
verschillende wijzen aangeduid: Vingerstad of Organische stad.
de vernieuwing van de stedebouw werden ingezet als middel om de
Al snel daarna wordt dit element toegepast in Nederland, met name
steeds grotere schaal van de stedelijke gebieden, de uitgestrekte
in de stedebouwkundige plannen die vanaf 1924 in opdracht van
huizenzee van de expansief groeiende steden te kunnen hanteren.
de Rotterdamse ‘stadstimmerman’ ir. Witteveen, werden ontworpen
Deze groene wiggen bestaan uit smalle groenstroken die vanuit het
door ir. Piet Verhagen, een van de grote pioniers van stedebouw in
ommeland richting centrum lopen, in radiale richting dus. Ze vervul-
het interbellum.
len vier doelen: · ·
· ·
ze zorgen voor een geleding van de stad in buurten van over-
het duo ir. Alphons Siebers en ir. Piet Verhagen
zichtelijke omvang.
Vijf jaar later blijkt dezelfde stedebouwkundige, Verhagen, van
ze zorgen voor een korte afstand tussen de woonbebouwing en
grote invloed te zijn geweest op de introductie van dit nieuwe ste-
de groengebieden en de daarin opgenomen recreatieve voor-
debouwkundige gedachtegoed in Nijmegen. Verhagen trad namelijk
zieningen.
gedurende lange tijd op als persoonlijk adviseur op het gebied van
ze zorgen er voor dat het landschap van het ommeland diep
de stedebouwkunde voor ir. Alphons Siebers. Mogelijk kwam ook de
kan binnendringen in het stedelijk territorium.
benoeming van Siebers in Nijmegen op zijn voorspraak tot stand.
ze worden ingezet in combinatie met een nieuwe visie op verkeer en mobiliteit, als middel voor de geleiding van de stede-
Deze gang van zaken dient te worden beschouwd tegen de achter-
lijke mobiliteit.
grond van het gegeven dat stedebouwkunde in die tijd een relatief jong vakgebied was, met name in Nederland. De enorme vaktraditie
Met vooruitziende blik anticiperen de stedebouwkundige plannen
uit de Gouden Eeuw, die Nederlanders wijd en zijd hadden weten
uit de dertiger jaren op het toenemend gebruik van de auto. Daar-
te exporteren, was geheel in de vergetelheid geraakt in de episode
voor worden wegen geïntroduceerd die langs parkstroken de stad in
van grote oorlogen met Engeland. In de late negentiende eeuw had
lopen, de zogenaamde parkway’s. In dit uit Amerika overgenomen
zich een voorzichtige heropleving voorgedaan, toen de maatschap-
concept wordt er van uitgegaan dat met name het woon-werkver-
pij dol dreigde te draaien na drie decennia onverwachte economi-
keer op een aangename en oogstrelende wijze vanuit het landschap
sche opbloei. Maar pas na de Eerste Wereldoorlog werd stedebouw
de stad moet kunnen binnenrijden. Daarmee deed het motief van
in de grotere steden een echt issue. Het benodigde wettelijk kader
de fraai verzorgde, representatieve stadsentree, een motief dat in
en de ambtelijke infrastructuur bij overheden kwamen vanaf 1900
absolutistisch geregeerde staten ten tijde van de barok aanleiding
langzaam tot stand. Ook duurde het lang voordat er zo iets als een
was geweest voor de aanleg van de meest fraaie stadslandschap-
stedebouwkundige opleiding van de grond kwam. De eerste hoogle-
pen, zijn herintrede in de moderne stad. Naast stadsesthetische
raar in dat vakgebied werd pas benoemd na de Tweede Wereldoor-
motieven speelde hier uiteraard ook het oogmerk van een soepele
log.
verkeersdoorstroming dat het vrije parcours van een parkway biedt. Voordien werd het vak stedebouw hoofdzakelijk uitgeoefend door * zie voor meer informatie: - DE LIJN en Rein Geurtsen & Partners, Wikken en Wegen in waardevolle wijken; werkboek, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 2001; - Rein Geurtsen & Partners, Spoorbuurt Nijmegen, Beschermd stadsbeeld, juli 2005 - Rein Geurtsen & Partners, Bomenbuurt Nijmegen, Beschermd stadsbeeld, juli 2005
Galgenveld Nijmegen RG & P
47
architecten die ‘dat er zo’n beetje bij deden’. Vaak kozen ze hier bewust voor vanuit een maatschappelijke stellingname, bijvoorbeeld omdat zij zich inzetten voor de sociale woningbouw, of omdat zij zich beijverden voor meer publieke aandacht voor vraagstukken als stadsesthetiek of monumentenzorg. Slechts in uitzonderlijke gevallen kozen architecten er voor om zich grotendeels op de stedebouw te gaan toeleggen. Wellicht zagen die zich hiertoe genoodzaakt door hun snel groeiende orderportefeuille op stedebouwkundig gebied, maar het kan ook zijn dat ze daarvoor kozen vanwege de hoge mate van complexiteit en de snel voortschrijdende kennisontwikkeling op dat vakgebied. Een van de eersten die van stedebouw zijn specialisme maakte was de al eerder genoemde ir. Piet Verhagen. Al vanaf zijn diplomering werkte hij hoofdzakelijk als stedebouwkundige in de gemeenten Utrecht, Den Bosch en Rotterdam, en vanaf midden jaren twintig in een eigen bureau. Alphons Siebers was aanvankelijk vooral als architect en meubelontwerper werkzaam. Hij vestigde zijn praktijk in Fritz Schumacher, embleem van het concept van Die Organische Stadt, Hamburg, 1918
1919. Wel koesterde hij al vroeg belangstelling voor de stedebouw. Die ontwikkelde hij in 1926/1927 tijdens een studiereis door de Verenigde Staten, waar hij onder andere een bijdrage leverde aan The Regional Survey of New York and it’s Environs.* Vanaf 1928 was hij lid van de Stedebouwkundige Raad van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw. Daarnaast had hij in de twintiger jaren veel over stedebouw geschreven, in de periode dat hij penvoerder was voor de Vereniging voor Stadsverbetering Nieuw Rotterdam. In die tijd betoonde hij zich een warm voorstander van het Nieuwe Bouwen, een moderne, functionalistische benadering van stedebouw, volkshuisvesting en architectuur, maar korte tijd daarna werd hij een van de spraakmakende vertegenwoordigers van het Rooms Katholieke Reveil. Toen hij de opdracht kreeg voor het Algemeen Uitbreidingsplan van Nijmegen, meteen ook een ongekend grote stedebouwkundige opdracht, had hij echter geen stedebouwkundige praktijk. Vandaar dat het niet hoeft te verbazen dat Siebers zich liet bijstaan door een meer ervaren collega. Bekend is dat Siebers zich regelmatig liet adviseren en misschien ook wel bijscholen door ir. Piet Verhagen, die zich inmiddels tot een autoriteit op dit gebied had ontwikkeld.
Plan Zuid, ir P. Verhagen, 1921
48
* Report to the Laura Spelman Rockefeller Memorial, Archief Siebers (Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst, Amsterdam ** mededeling Marinke Steenhuis, architectuurhistoricus en promovendus op leven en werk van Verhagen
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
Siebers betaalde Verhagen voor diens adviezen zelfs een vast hono-
2
nog vruchten afwerpt bijv. voor de verkeersvraagstukken.”
rarium.** Toen Verhagen in 1935 zijn essay over het AUP Nijmegen 1934 in het Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw publi-
Als ‘zorgenkind van Nijmegen’ benoemde hij de wilde, verspreide
ceerde liet hij dan ook niet na om veel waardering voor het plan uit
of parasitaire bebouwing. De oorzaak hiervan wordt gevormd door
te spreken. Enkele citaten ter illustratie:
de eerdere aanleg van eenvoudige openbare wegen die de buitengebieden van Nijmegen in alle richtingen doorkruisen en waarlangs
“Plannen van een omvang en een ernst als dit van Nijmegen zijn er
een ‘wilde speculatie in kleine-huizenbouw’ heeft plaatsgevonden.
nog maar heel weinig, veel te weinig. Hier heeft een jonge en on-
Als hierin niet wordt ingegrepen ziet hij een explosieve groei van de
vermoeide kracht uit locale en wettelijke gegevens, uit de samen-
‘snipperbebouwing’’ ontstaan, in een omvang waarmee de bevolking
werking met het gemeentebestuur en uit zijn stedebouwkundige
van de stad zou kunnen worden verdubbeld. Daarmee zou de mo-
kennis, ervaring en aanleg, gehaald wat er uit te halen viel.”
gelijkheid om tot een moderne en samenhangende verkeersstructuur te komen worden geblokkeerd. Verwijzend naar een eerdere
Verhagen vroeg begrip voor de lastige opgave waarvoor Siebers
uitspraak van de directeur van Gemeentewerken, J.J. Weve, uit
zich gesteld zag. Daarbij onthield hij zich niet van kritiek op de
1918, dat een ideaal plan voor Nijmegen niet meer mogelijk was,
voorafgaande stedebouwpraktijk in Nijmegen: het onsamenhangen-
stelde hij zich op het standpunt dat niettemin de hoofdstructuur op
de beeld, dat de bebouwing buiten de oude stad gaf, veroorzaakt
vele punten kan worden hersteld en aangevuld.
doordat bebouwing vaak in het wilde weg werd gebouwd langs allerlei wegen, maakte het er niet makkelijker op een “geordend
In de ogen van Verhagen is Siebers daar twee jaar later in ge-
plan” zoals het Algemeen Uitbreidingsplan voor de stad te maken.
slaagd. Hij prijst het plan van Siebers, omdat hij er in geslaagd is dit Nijmeegse verkeersdilemma tot een oplossing te brengen en
“Het plan 1918, gewijzigd in 1923, klaagt al over deze misstan-
tegelijkertijd het verkeersvraagstuk heeft benaderd als onderdeel
den, maar bleek niet in staat de steeds toenemende kwaal tegen te
van integrale stedebouw. Met name bij de buitenste gordelweg ziet
gaan. Zolang nog ergens bebouwbare wegen waren, dacht men niet
Verhagen een belangrijk verband tussen de verkeersfunctie en wat
aan het aanleggen van woonstraten en blokken. De enige uitzonde-
hij aanduidt als het “groen-verband”.
ring op deze lintbebouwing vormden de gemeentelijke exploitaties en de wijken die de bouwverenigingen stichten.”
Hij vervolgt dan: “Het valt wat tegen dat de stad Nijmegen, met haar beroemde omstreken, zo weinig en zo weinig belangrijk groen
Verhagen prees het gemeentebestuur voor zijn nieuwe stedebouw-
in eigendom heeft in haar onmiddellijke omgeving. Des te nodiger
kundige koers:
zijn de groenstroken langs sommige straten in de woonwijken, die
“Het strekt het gemeentebestuur zeker tot eer, dat het den aan-
dan ook in ruime mate voorkomen.”
drang van den adviseur heeft gevolgd en, vrijwel met één slag, een eind heeft gemaakt aan de kwade gebruiken. Deze beleidswending
Daarmee wijst Verhagen onder meer op de wijzigingen die Siebers
verklaart echter ook tegelijk voor een groot deel dat er tegen het
heeft aangebracht in het al enkele decennia oude stedebouwkun-
plan bij de honderd bezwaarschriften zijn ingekomen.”
dige plan van Galgenveld.
Tussen de regels door adviseerde hij om standvastig te blijven, zich
Voorts zegt hij over de projectie van de voor Nijmegen zo belang-
te spiegelen aan de werken die hun voorgangers tot stand brach-
rijke gordelwegen:
ten ten tijden van de ontmanteling van de vestingwerken en zich te realiseren:
“Na wat ik over de verwildering der bebouwing langs de bestaan-
“Hoe deze uiting van burgerzin en burgertrots nu, na zoovele jaren, Galgenveld Nijmegen RG & P
49
derde episode Galgenveld, Indische buurt Uitbreidingsplan A. Siebers 1934
50
ontwerper: P.A.M. Siebers, eerste schetsen voor Galgenveld periode 1930-1934
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
de wegen vermeldde, is het wel duidelijk dat deze gordelwegen den ontwerper veel hoofdbrekens moeten hebben gekost. Overal brachten de bestaande bebouwingen de overzichtelijkheid van de tracés in gevaar, en de diep liggende spoorwegen vergrooten de moeilijkheden. Dit vooropstellende, mag men van een zeer gelukkige oplossing spreken; al heeft het totale tracé een eigenaardigen hoofdvorm gekregen, het doel de gordelwegen wordt toch nergens geheel losgelaten en zij vormen tezamen met de verdere groenstroken een behoorlijk samenhangend geheel in het bebouwingsorganisme.” Daarmee duidt hij op datgene wat in zijn visie op de moderne verstedelijking een van de meest essentiële aspecten was, het harmonische en organische samengaan van de stedelijke woongebieden, de verkeersstructuur en de hoofdgroenstructuur, die de stad aan het omringende landschap verankert. Met andere woorden het concept Vingerstad of de Organische Stad, met de integrale wijze waarop stedelijke gebieden zijn dooraderd door groene wiggen.
Verhagen eindigt zijn essay dan ook met de opbeurende woorden: “een blijde verrassing (..) te zien hoe van een zoo chaotisch gegeven nog een nieuwe organische eenheid is gemaakt, die den ouden roemruchten naam van Nijmegen op waardige wijze moge voortdragen.” Samenvattend kan worden gesteld dat met de komst van de externe adviseur Siebers ook diens adviseur op de achtergrond, Verhagen, invloed uit wist te oefenen op het Algemeen Uitbreidingsplan, zodat het gedachtegoed dat Verhagen in de voorafgaande decennia had ontwikkeld, het gedachtegoed van de ‘Organische Stad’, tot het leidende principe werd voor de nieuwe opzet voor de stadsuitbreiding.
ontwerper: P.A.M. Siebers, eerste schetsen voor Galgenveld periode 1930-1934
de nieuwe stedebouwkundige opzet van Galgenveld Alhoewel Galgenveld al voor een groot deel was gerealiseerd bracht Siebers in zijn Algemeen Uitbreidingsplan 1934 toch enkele belangwekkende wijzigingen aan in de stedebouwkundige opzet, die overigens in de naoorlogse episode weer grotendeels teniet zijn gedaan. Aan de gewijzigde plankaart van Siebers voor Galgenveld is te zien
Galgenveld Nijmegen RG & P
51
1934
1934
derde episode; detail van Galgenveld, Indische Buurt, Uitbreidingsplan A. Siebers 1934 donkerblauw: wel uitgevoerd, lichtblauw: niet uitgevoerd, lichtgroen: niet uitgevoerde groene pleinen
52
derde episode; detail van Galgenveld, Indische Buurt, Uitbreidingsplan A. Siebers 1934
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
dat hij probeerde om ook dit stuk stad aan te takken op het stelsel van groene wiggen en groene longen, waarmee hij de stad wilde dooraderen. Dit komt tot uiting in de wijziging die hij in de belangrijke oostwest-as, de Archipelstraat, wilde aanbrengen. Deze werd verbreed en voorzien van een parallelle groenzone, de uitloper van het stelsel van groene longen en wiggen dat vanuit het omringende landschap het stedelijk gebied binnendringt.
stedebouwkundig concept en ruimtelijke compositie De wijzigingen die Siebers aanbrengt in de eerdere stratenplannen van Galgenveld spitsen zich op twee aspecten toe. Ten eerste: rationalisatie van het stratenpatroon en ten tweede: groene dooradering van het stedelijk weefsel. De rationalisatie van het stratenplan spitst zich met name toe op de oostelijke kwadranten van Galgenveld, waar Siebers het romantisch-pittoreske patroon, oorspronkelijk bedoeld als chique villawijk, heeft willen vervangen door een rechthoekig stratenpatroon, dat zich ontwikkelt parallel aan het bestaande kruis van hoofdassen, Javastraat en Archipelstraat. Voordeel van een rationeel stratenpa-
compositorisch schema derde episode Galgenveld geel is eerste episode, oranje is tweede episode en paars is de derde episode, waarbij groen het groene stelsel van openbare ruimtes is
troon is dat het zich beter leent voor bebouwing met woningen in de lagere prijsklassen. Alleen de Molukenstraat, tussen Oude Groenewoudseweg en Borneostraat, én de Archipelstraat en de Delistraat zijn volgens dit plan aangelegd. En ook het rechthoekige pleintje op de kruising van Borneostraat en Molukkenstraat, dat nog de stadsesthetische kenmerken van de voorafgaande episode draagt. De groene dooradering van het stedelijk weefsel tekent zich op de plankaart van Siebers af in de vorm van een groot aantal groenstroken, eveneens in een rasterpatroon. Deze groenstroken zijn soms groene middenbermen van een brede laan, soms zijn het brede groene zijbermen, langgerekte plantsoenen die in de luwte van het straatverkeer liggen. Essentieel is dat deze groenstroken een doorgaand patroon vormen. Via een steeds breder naar buiten toe uitlopende groene wig langs de Prof. Cornelissenstraat staat dit groensysteem ‘op organische wijze’ in verbinding met het landschap buiten de stad.
dit schema toont aan dat een groot deel van het plan niet is uitgvoerd rood is wel uitgevoerd, zwart niet, de enige groene uitgevoerde plek is donkergroen
Galgenveld Nijmegen RG & P
53
architect L.D. Kuipers architect R.D. van Rodenburg architect Th. Arens architect A. van de Kloot
B
niet uitgevoerd
A
bebouwing Galgenveld noordelijke deel, naar ontwerp van de architecten B.J. Meerman en J. van der Pijll, Nijmegen, schaal 1: 2500, foto archief architect
architectenkaart
54
pijl A op plattegrond; perspectief van de Delistraat, bebouwing van het Galgenveld te Nijmegen, architect B.J. Meerman en J. van der Pijll, foto: archief architect In het midden de dwarsstraat Medanstraat. Bijzonder is de a-symmetrische wijze waarop deze dwarsstraat wordt aangeduid, met aan de linkerzijde een verhoogde dwarskap en aan de rechterzijde een verhoogde langskap. Eveneens bijzonder is de wijze waarop zeer gedetailleerd wordt aangegeven hoe het oplopende straatniveau moet worden opgevangen zonder dat de regelmatige hoogteopbouw van de straatwand wordt verstoord.
pijl B op plattegrond; bebouwing met winkels en bovenwoningen rondom het plein in de Borneostraat, architect B.J. Meerman en J. van der Pijll, foto: archief architect
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
Van dit veelbelovende, majestueuze bouwwerk is bar weinig terech-
van architect Charles Estourgie.
te gekomen. Alleen van de groenstrook langs de Archipelstraat is
Dit bureau ontwikkelde zich in het vooroorlogse Nijmegen tot een
nog slechts een klein, driehoekig gedeelte te herkennen, tussen de
baanbrekend architectenbureau, met name door hun ontwerp voor
Atjehstraat en de Delistraat. De overige groenelementen zijn nooit
het spectaculaire benzinestation aan de Graafseweg, gebouwd in
gerealiseerd. De iets verdraaide richting van de Prof. Cornelissen-
1937, een fraai voorbeeld van de Nieuw-Zakelijke architectuurstro-
straat verraadt nog iets van de wigvorm die Siebers hier voor ogen
ming.
stond.
Deze nieuw-zakelijke en functionalistische benadering van de ar-
2
chitectuur spreekt ook uit de studie die zij voor Galgenveld-Noord
beeldkwaliteitplan avant-la-lettre
verrichtten.
Ook in deze episode bleef de behoefte bestaan aan een samenhangende esthetisch uitwerking van het stedebouwkundig plan in de
De bedoeling achter hun opdracht formuleerden beide architecten in
architectuur van de bebouwing. Het ideaalbeeld van het “stedelijk
een publicatie uit 1942 als volgt:
totaalkunstwerk” had nog niet afgedaan, maar er werd wel een ander accent gelegd. In de voorafgaande periode gebruikten de
“Alvorens door de Gemeente Nijmegen werd overgegaan tot uitgifte
ontwerpers volop decoratieve middelen om de ruimtelijke intenties
van bouwterreinen werd op voorstel van de Schoonheidscommissie
van het stedebouwkundig plan leesbaar te maken, zoals de vooruit-
door het gemeentebestuur besloten van de toekomstige bebouwing
springende kopgevels op staathoeken. In deze periode, die samen-
vóóraf een bebouwingsontwerp te laten maken ter verkrijging van
viel met de grote internationale economische crisis, werd er daaren-
een harmonisch geheel. Dit is de eerste keer, dat in Nijmegen een
tegen meer rekening gehouden met de functionele vereisten van de
dergelijke methode wordt gevolgd in verband met treurige erva-
woningbouw en met economische haalbaarheid.
ringen bij andere stadswijken opgedaan waar hier en daar van een chaos kan worden gesproken.”*
Dit blijkt uit een voor die tijd bijzondere opdracht die, op voorstel van de Schoonheidscommissie, door de Gemeente werd verstrekt
In hun toelichting maakten Meerman en Van der Pijll duidelijk dat
aan de architecten B.J. Meerman en J. van der Pijll, twee leerlingen
het hier bepaald niet om een vrijblijvende studie ging:
benzinestation NV Auto Palace (1936) Muldersweg Nijmegen, architecten: B.J. Meerman en J. van der Pijll
* Bron: Bouwkundig Weekblad, 28 maart 1942, nummer 13
Galgenveld Nijmegen RG & P
55
straatprofiel Atjehstraat
panorama Delistraat 21-35
56
plein uit plan Siebers, gezien vanuit Borneostraat, richting Madoerastraat
straatprofiel Delistraat
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
2
werd dit gewijzigd in een traditioneel symmetrich straatprofiel, “Beoordeling van de door HH. Architecten in te dienen definitieve
met voortuinen die zo diep zijn dat ze ruimte bieden voor forse
bouwplannen zal door de Schoonheidscommissie geschieden aan de
stadsbomen. Daardoor heeft de straat toch nog een fraai groen
hand van de ontworpen schema’s.”*
karakter. -
de Atjehstraat. Deze werd in het plan van Siebers niet ver-
Het bijzondere van de verkavelingstudie van Meerman en Van der
breed. Omdat de westzijde van de straat nooit is bebouwd is
Pijll is dat deze voorzien is van een beeldkwaliteitplan ”avant-la-let-
niet meer waarneembaar welk profiel hier Siebers voor ogen
tre”. Met enkele fraaie geaquarelleerde schetsen schilderden beide
stond.
architecten hun visie op de totaliteit van het bebouwingsbeeld.
-
de Archipelstraat, het plantsoen. Dit is het enige restant van de
Opvallend daarbij is dat er niet of nauwelijks decoratieve middelen
grote groenzone in oostwest-richting die Siebers hier voor ogen
worden ingezet. De stedebouwkundig benodigde articulaties worden
had. De fraaie verzorgde inrichting die je daar nu nog aan-
bereikt door plaatselijk een hogere verdiepingshoogte te gebruiken
treft geeft een goed beeld van het effect dat Siebers met deze
door kleine rooilijnsprongen, of een dwarskap met kopgevel toe te
groenvoorziening had beoogd. Opmerkelijk is het vormcontrast
passen, zonder dat dit tot wijzigingen in de woningplattegrond leidt.
tussen enerzijds de besloten sfeer van het Javaplein, esthetisch hoogtepunt uit de voorafgaande episode, én anderzijds het
De wijze waarop de architecten te werk gingen blijkt uit de volgen-
open karakter, van de opvatting over openbare ruimte van Sie-
de fragmenten uit hun toelichting:
bers, opzettelijk niet begrensd en ingekaderd, met de nadruk
“Eén der moeilijkste opgaven bij een dergelijke dicht bij elkander geprojecteerde bouwblokken was zeer zeker de noodige afwisseling te brengen en niet in herhalingen te vervallen waardoor een eentonig en saai geheel zou ontstaan.” (...) “Bij het ontwerpen werd rekening gehouden, dat gevelaccenten werden verkregen als doorkijk eener straat welke hierop haaks was geprojecteerd. Hiermede werd dan tevens, in verband met het oploopen der straten, de oplossing gevonden voor het verspringen van het Peil.”* Meerman en Van de Pijll brachten enkele wijzigingen aan in het plan van Siebers, maar volgden toch in hoofdzaak zijn stedebouwkundige intenties. Met name de hoofdstructuur van de groene zones in de Archipelstraat en de Insulindelaan werd overgenomen. Daardoor is er een tekening voorhanden waarmee de stedebouwkundige gedachten van Siebers duidelijk naar voren komen.
openbare ruimte Omdat slechts een klein deel van het stratenplan van Alphons Siebers is uitgevoerd kunnen over het aspect openbare ruimte slechts drie punten worden genoemd: -
het enige uitgevoerde groene element uit plan Siebers: het plantsoen bij de Archipelstraat, gezien vanuit hoek met Delistraat
de Delistraat. Deze werd in het plan van Siebers verbreed met een brede groene zijberm. Toch werd dit op een andere wijze uitgevoerd. In het verkavelingsplan van architect Meerman c.s.
* Bron: Bouwkundig Weekblad, 28 maart 1942, nummer 13
Galgenveld Nijmegen RG & P
57
Madoerastraat 13 - 17, architect A van der Kloot
Stedelijk Ensemble, eveneens Architectonisch Ensemble maakt onderdeel uit van het Stedelijk Ensemble Stedelijk Ensemble, architect: A van der Kloot aan de Madoera- en Borneostraat
Fragment van de oostelijke straatgevel van de Delistraat door architect L.D.Kuipers, 1938. De door Meerman en Van der Pijll bekritiseerde betonnen lateien teken zich duidelijk af in het gevelbeeld.
58
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
op continuïteit en samenhang, op het dóórstromen van groen,
“Aangezien het niet de bedoeling is, dat straks de architecten
natuur, licht en lucht door de stedelijke ruimte.
angstvallig het ontworpene zullen moeten aanhouden doch met
2
inachtneming van de groote lijn alle vrijheid overblijft scheppend
architectuur
werk te verrichten zal dit aan het geheel zeer zeker ten goede ko-
De eerste bebouwing die binnen het plan Siebers van 1934 werd
men.”*
gerealiseerd is het complex middenstandswoningen in de Madoerastraat en een deel van de Borneostraat, opgebouwd uit vier min
Opmerkelijk is de gedetailleerde wijze waarop beide architecten de
of meer autonome bouwblokken. Autonoom in de zin van architec-
stedebouwkundige en stadsesthetische opgave onderzochten. Uit
tonisch verschillend. Dit complex werd, als één esthetisch geheel, in
hun toelichting blijkt dat ze voor alle mogelijke problemen zochten
1934 ontworpen door architect A. van der Kloot, die na de Tweede
naar een samenhangend repertoire van oplossingen:
Wereldoorlog bekend werd door zijn ontwerp voor de sterflat aan de St. Jacobslaan in de buurt Hatertse Hei, uit 1955-58.
“De voorgeschreven bebouwing van dit nieuwe stadsdeel was een
Het is een stedelijk ensemble, dat de geknikte, secundaire straat
gesloten bebouwing. In straten, welke sterk oploopen (in Nijmegen
Madoerastraat koppelt aan de Borneostraat. De compositie van
een karakteristiek verschijnsel) was de opgaven moeilijk, doch zijn
de vier bouwblokken speelt in op de geknikte straatvorm door de
geslaagde oplossingen, zooals uit de plannen blijkt, bereikt.”*
asymmetrische opzet van de straathoeken op kruising met Borneostraat. Op de westelijk hoek wordt de wand van de Borneo-
Waarschijnlijk als gevolg van de Duitse invasie in 1940 is slechts
straat doorgezet, op de oostelijke hoek die van de Madoerastraat.
een klein gedeelte van het plan van Siebers en Meerman-Van der
Dit compositorisch principe leidt tot een dynamische ruimtevorm,
Pijll in overeenkomst met hun esthetische intenties uitgevoerd:
waardoor ook het plein aan de Borneostraat als geheel een a-sym-
slechts de helft van de oostelijke straatwand van de Delistraat. Niet
metrisch karakter heeft gekregen, ondanks de symmetrische grond-
te min kan uit de architectuur van dit stuk straatwand, ontwor-
vorm. Architectuur en stedebouw spelen hier als het ware het spel
pen door architect L.D. Kuipers in 1938, worden afgeleid dat hun
van het contrapunt.
esthetische kaders vrij strikt werden nageleefd. Opmerkelijk is de wijze waarop met uiterst eenvoudige middelen een verruiming van
De architectuur van Van der Kloot wordt gekenmerkt door een sterk
het straatprofiel is gerealiseerd, in combinatie met een verhoging
samenhangende bouwblokarchitectuur. De individuele woning is
van de straatwand, als beëindiging van de dwarsstraat (Medan-
ondergeschikt aan de compositie van het blok als geheel. Dit effect
straat). Deze articulatie is vormgegeven met de rationele middelen
wordt bereikt door een sterke horizontale belijning, middels grote
die Meerman en Van der Pijll hadden aangereikt: een kleine rooi-
gootoverstekken en gekoppelde erkers en ingangspartijen, alsmede
lijnsprong, gecombineerd met het iets optrekken van de kroonlijst.
door het accentueren van de uiteinden van de bouwblokken middels
Dit motief van verruiming van het straatprofiel herhaalt zich in een
vooruitspringende volumes en dakvlakken.
regelmatig ritme in de langgerekte straatruimte en zorgt zo voor de beoogde afwisseling. Helaas is slechts een klein deel van de De-
De architectuur van de complexen die in deze episode tot stand
listraat op deze wijze uitgevoerd.
kwamen is sterk beïnvloed door de hiervoor beschreven studie die architecten Meerman en Van der Pijll maakten in opdracht van het
Toch waren Meerman en Van der Pijll bepaald niet erg tevreden
Gemeentebestuur. Hun rationalistische benadering van het streven
over het werk van hun collega Kuipers:
naar een “stedelijk totaalkunstwerk” bepaalde de kaders voor de architectonische uitwerking door anderen. Dit, ondanks de relative-
“Van het geheel is een deel van bouwblok No. 5 reeds uitgevoerd.
rende woorden van beide architecten:
Het is jammer, dat hierop kennelijk het stempel ‘eigenbouw’ drukt, hetgeen tot uiting komt in de detailleering die niet geheel is ver-
* Bron: Bouwkundig Weekblad, 28 maart 1942, nummer 13
Galgenveld Nijmegen RG & P
59
Molukkenstraat 150-196; 1954; architect: R.G. Rodenbrug arch. B.N.A.
Delistraat 37-59; 1948; architect: R.D. Rodenburg arch. B.N.A.
deelplattegrond bouwblok
60
zijgevel Bankastraat 1, aan de zuidzijde van de Bankastraat, 1 laag hoog
de historische episodes van Galgenveld en de Indische buurt
antwoord. Vooral de zware lateien die als vele hinderlijke ‘strepen’
voren te plaatsen, vrij in de ruimte, als een hoekpaviljoen. Deze
het gevelvlak vernielen. Ook de aanzetstukken zijn in vorm zonder
paviljoens versterken de a-symmetrie. Het zuidelijke paviljoen is
eenig gevoel gedetailleerd.”*
één laag hoog en staat haaks op de Molukkenstraat, het noordelijke
Beide architecten konden toen nog niet bevroeden, dat korte tijd
paviljoen is twee lagen hoog en staat evenwijdig aan de straat.
later, na de ravage van de laatste oorlogsjaren, de kwalitatieve
Het thema van de a-symmetrische ruimtevorm herhaalt zich op
ambities aanzienlijk zouden worden teruggeschroefd. In de eerste
grotere schaal in de Molukkenstraat, enerzijds door een verschil
jaren van de wederopbouw stonden bouweconomie en woningnood
in bouwhoogte tussen blokken van drie lagen en van vier lagen,
noodgedwongen boven aan de agenda. Dat blijkt uit de complexen
anderzijds door het toepassen van drie verschillende rooilijnposities,
die architect R.D. Rodenburg realiseerde in 1948 aan de Delistraat
waardoor zich in het midden van de straat een autonome, begrens-
en de Atjehstraat, in plaats van de door Meerman en Van der Pijll
de ruimte vormt.
2
geschetste bebouwing. Rodenburg realiseerde een complex portieketagewoningen van twee lagen met kap. Dit voor die tijd nieuwe
De beide lage paviljoens zijn architectonisch bijzonder door de com-
type werd architectonisch gearticuleerd door hoge en transparante
binatie van een gesloten baksteenarchitectuur met grote gevelope-
entreepuien toe te passen, waardoor de portieken zich lijken te
ningen in de vorm van robuuste betonnen portalen en ook door de
openen naar de openbare ruimte. De grote lengte van de bouw-
dakvormen.
blokken trachtte Rodenburg op te delen door een zaagtandsgewijze verspringing van de rooilijn, die tevens samenvalt met een
Voor het totale ensemble geldt dat zeker de ruimtelijke hoofdvorm
hoogtesprong. Daarnaast zijn de verspringingen gearticuleerd door
ter bescherming kan worden voorgedragen, zodat bij een eventuele
ter plaatse een bijzondere kopgevel toe te passen: een rechthoe-
vervangende nieuwbouw zeker de rooilijnposities, de bouwhoogten
kig gevelvlak, voorzien van een topgevel in de vorm van een klein
en de dakvorm zullen worden gerespecteerd. Daarnaast komen de
fronton.
beide paviljoens als geheel voor bescherming in aanmerking vanwege de samenhang tussen architectonische kwaliteiten en stede-
Enkele jaren later realiseerde Rodenburg in de Molukkenstraat en
bouwkundige kwaliteiten.
de Bankastraat complexen appartementen in de sociale woningbouw, van drie en vier verdiepingen met zadeldak, waarbij de principes van rationalisatie van plattegronden en functionalistische architectuur nog verder werden doorgevoerd. De traditionele beslotenheid van het beeld van de voorgevel werd bij deze complexen losgelaten, wat voor het eerst in Galgenveld resulteerde in een open en transparante architectuur, met balkons en grote puien aan de straatzijde. Bijzonder aan deze complexen is de gevarieerde massaopbouw, waarbij de gestapelde complexen van drie en vier verdiepingen worden gecombineerd met lagere volumes van één en twee lagen hoog op de straathoeken, ontworpen als buurtwinkels. Met deze ingrediënten van bouwmassa en bebouwingsrichting realiseerde architect Rodenburg een fraaie a-symmetrische compositie van bouwblokken. De kruising van Bankastraat en Molukkenstraat is gearticuleerd door de kopgevels van de blokken aan de Bankastraat terug te plaatsen ten opzichte van de rooilijn van de Molukkenstraat en vervolgens op beide straathoeken een lager volume naar
Molukkenstraat 148; 1954; architect: R.G. Rodenburg arch. B.N.A.; bijgebouw ten noorden van de Bankastraat, 2 lagen hoog
* Bron: Bouwkundig Weekblad, 28 maart 1942, nummer 13
Galgenveld Nijmegen RG & P
61
stadsbeeldobjecten
stadsbeeldobjecten 1e episode architectonisch bebouwing, deel uitmakend van een:
stadsbeeldobjecten 2e episode openbare ruimte (is geen stadsbeeldobject, geef slecht aan welke openbare ruimte uit welke episode stamt)
Stedelijk Ensemble
1e episode
3e episode
Stedelijk Ensemble, accent op contour en ruimtevorm
Stedelijk Ensemble 1e episode
Stedelijk Ensemble 3e episode
2e episode, Stedelijk Ensemble
62
Architectonisch Ensemble Enkelvoudig Object
de stedebouwkundige en architectonische waardering
3
De bescherming van Stadsbeelden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Monumentenverordening 2003. Het stadsbeeld wordt daarin als volgt gedefinieerd: “De waardevolle verschijningsvorm van een gebied, in zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang, zoals deze wordt gevormd door groepen van zaken, hieronder begrepen bomen, boomgroepen, tuinen, plantsoenen, parken, singels, wegen, straten, pleinen en bruggen, grachten, vaarten, sloten en andere wateren, die met één of meer tot de groep behorende monumenten een beeld vormen, dat van algemeen belang is wegens de schoonheid of het eigen karakter van het geheel.” De bescherming van het stadsbeeld wordt vastgelegd in een Atlas. De definitie daarvan luidt: “het boekwerk waarin een beschrijving en waardering van het stadsbeeld en alle kwetsbare monumentale en stadsbeeldbepalende elementen aan en bij de in een beschermd stadsbeeld gelegen panden zijn opgenomen.” Voor stadsbeeldobjecten wordt de volgende definitie gehanteerd: “bouwwerken die van beeldbepalend belang zijn voor het stadsbeeld en om die reden bescherming behoeven en waarvan de beeldbepalende elementen zijn opgenomen in de Atlas.” Uit de voorgaande ontrafeling van de rijke historische gelaagdstadsbeeldobjecten 3e episode
heid van Galgenveld en de analyses van de stedebouwkundige en architectonische ontwerpen wordt duidelijk dat de cultuurhistorische waardering op grond van meerdere invalshoeken moet plaatsvinden. Het bijzondere van dit stadsdeel is dat de verschillende stedebouwkundige plannen die voor dit gebied zijn gemaakt elkaar
Galgenveld Nijmegen RG & P