Bestemmingsplan Nijmegen NYMA, Toelichting
Tekst van het document
Vanwege de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de panden is het wel van belang om adaptief naar deze gebouwen te kijken, waarbij rekening gehouden wordt met een toekomstige verhoging van de toegangsweg op de primaire waterkering - en daarbij behorende verbreding van het dijklichaam. De Winselingseweg ligt nu op een niveau van NAP +15,50 meter en zou dus 1,20 meter verhoogd moeten kunnen worden. Er zijn vier scenario's op hoofdlijnen verkend ten aanzien van de toekomstige hoogte-eisen van de waterkering: verhogen van de waterkering op de huidige positie, verleggen van de waterkering naar het zuiden, integreren van de waterkering in de gevel en verleggen van de waterkering naar de rivierzijde. De eerste twee scenario's hebben de meeste aanknopingspunten om nader onderzocht te worden. Bij de ontwikkeling van dit plan wordt rekening gehouden met een toekomstige dijkverhoging.
68
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Scenario's waterkering (bron: Ontwikkelstrategie 1.0) Verder wordt in het Waalfront langs de Waal een waterlijnpad gepland. Bovenaan de kade wordt een boulevard gerealiseerd. Beide kunnen tot in het voorliggende plangebied doorgetrokken worden.
4.8.3
Grondwater
4.8.3.1
Toetsingskader
Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem en voorkomen van verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Ondergronds bouwen is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
69
grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn, ter voorkoming van grondwateroverlast, maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
4.8.3.2
Planvoornemen
Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.
zich
niet
in
een
grondwaterwingebied
of
De grondwaterstand wordt in grote mate door de Waal beïnvloed. De grondwaterstand varieert doorgaans tussen NAP +5,00 meter en NAP +12,50 meter. Bij een hoogwatergolf in de Waal reageert de grondwaterstand binnen nul tot vier dagen op de stijging van de waterstand in de rivier en stijgt of daalt vervolgens. Het verschil tussen de hoogste en laagste waterstand wordt de dynamiek genoemd. Op basis van metingen en het oordeel van deskundigen wordt geschat dat de dynamiek bij een T=25 situatie zoals die zich voordeed in 1993 en 1995 varieert tussen circa NAP +8,10 meter achter de kering en ongeveer NAP +6,20 meter aan de Weurtseweg. Door de aanleg van de stadsbrug de Oversteek zijn de laagst gelegen gedeeltes van het plangebied opgehoogd. Dat geldt niet voor het Vasim-terrein. De grondwaterstanden bij waterstanden van NAP +12,00 meter leiden niet tot een overschrijding van de ontwateringsnorm van 0,70 meter. Bij extreem hoge waterstanden in de Waal kan deze norm incidenteel wel worden overschreden. Bij hoge waterstanden in de Waal is regelmatig wateroverlast in de kelders van het Vasim-gebouw. Dit wordt veroorzaakt doordat de kelders op veel plekken niet intact zijn. In de kolk bij De Vasim zorgt de bestaande verharding ervoor dat er geen wateroverlast is, vanwege de hoge grondwaterstand. Bij het verwijderen van de verharding dient er aandacht te zijn voor deze situatie.
4.8.4
Riolering/ hemelwater
4.8.4.1
Toetsingskader
Op grond van het "Bouwbesluit" geldt bij (vervangende) nieuwbouw de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater van daken en andere verharding moet in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota "Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer". De norm voor hoeveelheid waterberging uit deze nota is echter achterhaald en vervangen door 60 mm i.p.v. 10 mm zie artikel 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting waterberging van de regels van dit bestemmingsplan. Bij de infiltratie van hemelwater moet waar mogelijk conform het convenant "Duurzaam bouwen in
70
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
het KAN" (2000) gebruikt worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota "Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer" geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe of indirecte lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Een groot deel van het plangebied is zo goed als volledig verhard. Alleen enkele bermen en Kavel 7 niet. Kavel 7 kan nu wel voor maximaal 80% verhard worden in het plangebied. Dit betekent een toename van bijna 16.300 m² verharding. Op basis van de vuistregel bedraagt de bergingsopgave bijna 2.370m². In het plangebied bij de Vasim verdwijnt 1.000 m² aan verharding waar het hemelwater kan infiltreren wat daar valt. Bovendien is op Kavel 7 ruimte voor 500 - 750 m² waterberging. Zie tekening.
Ruimte voor waterberging op kavel 7
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
71
Daarnaast is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zie artikel 3.2.4, dat bij nieuwe bebouwing 60mm (60 l per ha) moet worden geborgen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van groene kruidendaken. Een waterhuishoudkundig plan dient te worden ingediend bij het waterschap waar uitgewerkt is hoe de extra waterbergingseis wordt vormgegeven. Naast de reguliere waterberging op basis van de keur en beleidsregels adviseert het waterschap om rekening te houden met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Dat stelt dat Nederland in 2050 klimaatbestendig ingericht moet zijn. Voor deze ontwikkeling adviseert het waterschap om te beschouwen of piekbuien welke als klimaatverandering steeds vaker worden verwacht lokaal tot overlast kunnen leiden en welke maatregelen bij de NYMA-ontwikkeling getroffen kunnen worden om schade te voorkomen binnen en rondom het plangebied. Hiervoor is in de regels van het bestemmingsplan de voorwaardelijke verplichting waterberging opgenomen, zie artikel 3.2.4. De waterbergingseis is hiermee verhoogd om piekbuien in de toekomst beter op te kunnen vangen. In het waterhuishoudkundig plan moet hier verder invulling aan worden gegeven in overeenstemming met het waterschap.
Het is niet uitgesloten dat bij (vervangende) nieuwbouw aan de buitendijkse zijde van de waterkering een waterhuishoudkundig plan bij de waterkwantiteitsbeheerder van het buitendijkse gebied (Rijkswaterstaat) ingediend moet worden. De omvang van het plangebied en het belang van de primaire waterkering maken dat een goede afstemming met het waterschap gedurende het gehele plan- en realisatieproces van belang is. Voor de ontwikkeling is een watervergunning nodig zowel vanwege de impact op de waterveiligheid als vanwege de waterhuishouding.
4.8.4.2
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Door klimaatverandering neemt de kans op stortbuien en langdurige neerslag toe. Neerslag (hemelwater) stroomt vanaf het dakoppervlak van gebouwen en bestrating via een regenpijp of bovengronds naar de openbare riolering. De openbare riolering moet het afstromende hemelwater van veel gebouwen verwerken. De capaciteit van het riool is bij zo'n forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. De gemeente wil dit soort situaties zo veel mogelijk voorkomen. Daarom is in artikel 3.2.4 een zogenaamde voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanleggen van een waterberging als er wordt gebouwd. Bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen toetst het bevoegd gezag of de juiste maatregelen worden genomen. Via de voorwaardelijke bouwregel om bij nieuw bebouwd oppervlak een minimale waterbergingscapaciteit van 60 liter per vierkante meter bebouwd oppervlak aan te leggen, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering geleidelijk aan teruggebracht. Een capaciteit van 60 l per m2 betekent dat voor een perceel met een totaal bebouwd oppervlak van 100 m2 moet worden voorzien in een vorm van waterberging met een totale capaciteit van 6000 liter.
Om het stedelijk watersysteem effectief te ontlasten moet de berging geleidelijk worden afgevoerd. Voor het beperken van wateroverlast is het essentieel dat het hemelwater vertraagd wordt afgevoerd en dat de hemelwaterberging binnen afzienbare tijd na een bui weer beschikbaar is voor het opvangen van de volgende bui. Daarom is in het eerste lid ook bepaald dat de hemelwaterberging pas na 12 uur het overtollige hemelwater vertraagd afvoert en binnen 48 uur 75% van de berging weer beschikbaar is om een tweede bui op te vangen. Dit kan bijvoorbeeld door de hemelwaterberging als infiltratievoorziening in te richten, zodat het
72
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
opgevangen water langzaam in de bodem zakt of door het toepassen van een groen kruidendak. Tevens dient aannemelijk gemaakt te worden dat de berging op privaat terrein op langere termijn even goed blijft functioneren. Door de klimaatverandering komen niet alleen meer piekbuien en langdurige neerslag voor maar ook langere perioden van hitte en droogte. De stad is extra gevoelig voor hitte. Door steen, beton en hoge gebouwen wordt warmte langer vastgehouden. Daarnaast loopt de biodiversiteit terug. De gemeente heeft haar visie op klimaatadaptatie voor de komende jaren opgenomen in de omgevingsvisie 'Nijmegen stad in beweging'. Uitgangspunten uit de omgevingsvisie zijn: Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. Bij het ontwikkelen van de stad zien we daarom klimaatadaptatie als randvoorwaarde en uitgangspunt. Daarnaast nemen we de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen' en willen we de biodiversiteit in de stad behouden. Daarom gaat de voorkeur uit naar het naar het realiseren van de benodigde waterberging door het toepassen van kruidendaken.
Groene kruidendaken zorgen ervoor dat het riool minder afstromend hemelwater snel hoeft te verwerken en een groen kruidendak werkt vertragend met het afvoeren van het overtollig regenwater dat het dak niet kan opnemen. En daarnaast zorgen groene kruidendaken voor beperking van hittestress, doordat dergelijke daken niet opwarmen en door de verdamping van het vastgehouden water de lucht erboven koelen. Daarnaast vangt een groen kruidendak (fijn)stof op en verbetert het zo de luchtkwaliteit. Een groen kruidendak heeft tevens duidelijk meerwaarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid in de stad. Andere voorbeelden zijn de aanleg van een bergingsvoorziening met een hemelwatergebruiksysteem, het ingraven van infiltratiekratten of een grindbed, het aanleggen van een verdiept gedeelte in de tuin. Een combinatie van waterbergende voorzieningen is ook mogelijk. Bij het berekenen van het bergende volume van een grindbed moet rekening worden gehouden met het volume dat het grind zelf inneemt; het waterbergend volume van een grindbed is ca. 25% van het totale volume van het grindbed.
Rioolstelsel Voor Kavel 7 ligt aansluiting op het verbeterd gescheiden stelsel in het gebied Haven- en Industrieterrein voor de hand. Vuilwater en regenwater worden apart ingezameld en afgevoerd. Het rioolgemaal De Biezen pompt het water naar de zuivering. Wel zijn er eisen ten aanzien van compenserende waterberging conform keur van Wtaerschap Rivierenland of eisen aan waterberging volgend uit de bergingsopgave die er is voor het systeem Energieweg Neerbosch-Oost Op de voormalige bedrijfsterreinen ligt gescheiden riolering. Twee rioolgemalen op de terreinen van de voormalige bedrijven pompen het afvalwater naar de riolering van de nieuwe wijk Waalfront. De groene bollen op navolgende afbeelding betreffen de twee rioolgemalen. Één van de rioolgemalen staat in de noordoostelijke hoek van het terrein van de NYMA-fabriek. Het andere rioolgemaal bevindt zich op het Vasim-terrein. De ligging van de riolering op dat terrein zelf is onduidelijk. De riooltechnische ontsluiting bevindt zich aan de Winselingseweg. De riolering in deze straat is onderdeel van de riolering van de nieuwe wijk Waalfront.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
73
Overzicht riolering Het regenwater van het buitendijks gelegen deel van het plangebied wordt via regenwaterriolering rechtstreeks naar de Waal afgevoerd. Het hemelwater dat afstroomt van het Vasim-terrein stroomt bovengronds via een betonnen goot naar een oude kolk. Uit die kolk wordt het regenwater naar de Waal gepompt. Het hemelwater dat afstroomt van het terrein van de NYMA-fabriek wordt ingezameld via regenwaterriolen en onder vrij verval naar de Waal afgevoerd. De toegevoegde kavel ligt braak. Op Kavel 7 wordt nu geen afvalwater ingezameld en afgevoerd. Hemelwater zakt in de bodem. Het kavel ligt in een gebied dat afwatert via een verbeterd gescheiden stelsel. In 2013 is de stadsbrug de Oversteek gereed gekomen. Deze kruist het plangebied. Het hemelwater dat afstroomt van de stadsbrug wordt ingezameld en afgevoerd naar een infiltratievoorziening onder de brug. Bij hevige neerslag kan water overstorten naar de waterberging van het Westerpark. De berging van de stadsbrug is volledig gecompenseerd in het Westerpark.
4.8.4.3
Planvoornemen hemelwater
Voor dit plan is sprake van de afwijking van het verplicht opvangen van hemelwater op eigen terrein voor het buitendijks gelegen gebied. Hemelwater van daken en andere verhardingen (bij nieuwbouw) in het buitendijks gelegen gebied kan via het huidige rioleringsstelsel afwateren met rechtstreekse lozing op de Waal. Hemelwater van daken (bij nieuwbouw) in het binnendijks gelegen gebied moet wel op eigen terrein verwerkt worden. Infiltratie is niet de meest voor de hand liggende optie. Andere methodes zoals de benutting van hemelwater beter bij plannen op deze plek.
74
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.8.4.4
Planvoornemen afvalwater
Het huishoudelijke afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Indien nieuwe aansluitingen gewenst zijn, moet voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering. Op grond van de "Verordening éénmalig rioolaansluitrecht" worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. In de Nymaweg ligt alleen regenwaterriolering die onderdeel is van het verbeterd gescheiden stelsel van het bedrijventerrein. Het is niet uitgesloten dat de aanleg van openbare riolering noodzakelijk is om de plannen mogelijk te maken. De aanleg van die openbare riolering komt uiteraard ten laste van de ontwikkeling.
4.8.5
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor de NYMA-ontwikkeling. Daarnaast is relevant om te vermelden dat een deel van het plangebied buitendijks ligt, waardoor bij hoog water kans op overstroming bestaat en wateroverlast in bestaande kelders. Het plangebied biedt kansen bijvoorbeeld door het water naar een waterkelder of de watertoren te pompen of het te hergebruiken. In het binnendijks gelegen gedeelte van het gebied is de oude kolk op het Vasim-terrein van belang. Uit die kolk wordt het regenwater naar de Waal gepompt.
4.9
Natuur en groen
4.9.1
Wet natuurbescherming
4.9.1.1
Toetsingskader
De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. 4.9.1.1.1 Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000-netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000-gebieden 'Rijntakken' (betreft de uiterwaarden van de waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Wet natuurbescherming wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
75
2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000-gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden.
Natura 2000-gebied (groene arcering) ten opzichte van het plangebied (rode omkadering) 4.9.1.1.2 Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd, in de vorm van een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming-ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
76
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.9.1.2
Planvoornemen
4.9.1.2.1 Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De uiterwaarden aan de overzijde van de Waal behoren wel tot het Natura 2000-gebied Rijntakken. De afstand tot dit gebied is minder dan 1 kilometer. Effecten van het amoveren en herbestemmen van onderhavige ontwikkeling op de habitattypen, de habitatsoorten en de vogelsoorten in het Natura 2000-gebied zijn naar verwachting minimaal. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr, zie bijlage Bijlage 7. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
4.9.1.2.2 Quickscan terrein NYMA-fabriek en Vasim-terrein Op 18 juni 2018 heeft Bureau Waardenburg een quick-scan beschermde soorten uitgevoerd op het terrein bij de NYMA-fabriek en Vasim-terrein (notitie Quickscan Wet natuurbescherming terrein NYMA-fabriek en Vasim-terrein met kenmerk 18-0418/18.04569/AnKar, zie Bijlage 8). Uit de quick-scan blijkt dat op basis van de beschikbare informatie geen uitsluitsel kan worden gegeven over de betekenis van het plangebied als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is nader onderzoek nodig. Het bevoegd gezag van de Wnb eist dat een vleermuisonderzoek volgens het Vleermuisprotocol 2017 wordt uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat voor een plangebied als het onderhavige, uit vijf veldbezoeken in de periode mei t/m september. Indien het plangebied van betekenis is voor vleermuizen, kan naar het oordeel van het bevoegd gezag voor de ingreep een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn. Het plangebied heeft betekenis voor algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffing voor grondgebonden zoogdieren is niet nodig.
Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op vogels -en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb -te voorkomen. Door te werken buiten het broedseizoen wordt overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vogels voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
77
4.9.1.2.3 Aanvullend vleermuisonderzoek Uit het aanvullend onderzoek (Vleermuisonderzoek terrein NYMA-fabriek en Vasim-terrein Nijmegen, Bureau Waardenburg, 9 september 2019, zie Bijlage 9) blijkt dat zowel De Vasim, als het NYMA-gebouw een functie hebben als paarverblijf voor de gewone dwergvleermuis. Het terrein heeft daarnaast een foerageerfunctie en vleermuizen gebruiken een vliegroute op het terrein. Aantasting van deze functies betekent een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, zie 4.9.1.2.5. Bij de uitvoering van werkzaamheden aan gebouwen en het rooien van vegetatie moet tevens rekening worden gehouden met het broedseizoen. Er zijn kansen om de functie van het plangebied voor vleermuizen en gierzwaluwen (verblijf- en nestplaatsen) te versterken. Aanbevolen wordt om bij de herinrichting en het gebruik van het plangebied rekening te houden met een foerageerfunctie en vliegroute van gewone dwergvleermuis. Met een vleermuisdeskundige kunnen concrete maatregelen worden ontworpen die zorgen voor behoud van deze functies. 4.9.1.2.4 Quickscan Kavel 7 Aanvullend op de quick-scan uit 2018 is een quickscan uitgevoerd voor Kavel 7 (Quickscan Wet natuurbescherming NYMA, Kavel 7, Bureau Waardenburg, 16 april 2020, zie Bijlage 10).
Uit deze quick-scan blijkt dat de bomen in dit deel van het plangebied mogelijk voor vleermuizen een functie als vaste rust- en verblijfplaats hebben. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is aanvullend veldonderzoek nodig. De bomen met holten en spleten zijn in november 2020 geïnspecteerd (Bomeninspectie NYMA kavel 7 te Nijmegen, Bureau Waardenburg, 23 november 2020, zie Bijlage 11). Daaruit blijkt dat deze holten geen toegang bieden tot holle ruimtes in de bomen en ongeschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen gevonden. Kavel 7 heeft geen essentiële functie voor vleermuizen. Naast vleermuizen komen ter plaatse van Kavel 7 waarschijnlijk diverse soorten muizen voor. Voor de betreffende soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen als werkzaamheden plaatsvinden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Ook moet bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels, om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.
4.9.1.2.5 Effecten herontwikkeling NYMA- en Vasim-terrein op beschermde soorten De quick-scan uit 2018 is geactualiseerd (Effecten herontwikkeling NYMA- en Vasim-terrein op beschermde soorten. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Bureau Waardenburg, 4 december 2020, zie Bijlage 12). In de rapportage is op basis van diverse onderzoeksrapporten en een veldinspectie beoordeeld welke maatregelen nodig zijn voor beschermde flora en fauna en of voor het project een ontheffing van de Wnb moet worden aangevraagd. Uit de rapportage blijkt dat de bebouwing in het plangebied een functie heeft als paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis. De renovatie van de gebouwen zorgt voor verlies van deze functie. Maatregelen zijn nodig om het aanbod aan verblijfplaatsen te behouden. De provincie beschouwt het aantasten van paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis als overtreding van verbodsbepaling Wnb artikel 3.5 lid lid 2 en 4. Er is een ontheffing nodig voor de ingreep. Daarnaast zijn maatregelen nodig om een foerageerfunctie en een vliegroute van de gewone dwergvleermuis te behouden (zie H5). Voor wat betreft de
78
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
planning van de werkzaamheden is het van belang dat de nieuwe verblijfplaatsen minimaal 6 maanden voor ongeschikt maken van de huidige verblijfplaatsen beschikbaar zijn voor de vleermuizen. Er is zicht op het verlenen van een ontheffing door de provincie Gelderland omdat het verlies aan twee paarverblijfplaatsen, foerageergebied en een vliegroute niet zorgt dat de lokale, regionale en landelijke staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis verder verslechtert. De soort komt landelijk gezien algemeen voor en de omvang van het effect is hiervoor te klein. Voor andere beschermde soorten, waaronder marterarchtigen, heeft het plangebied geen essentiële functie. In het broedseizoen gebruiken diverse algemene soorten vogels het plangebied als broedgebied. Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door de werkzaamheden buiten de maanden maart t/m augustus uit te voeren.
4.9.2
Omgevingsvisie Gelderland
4.9.2.1
Toetsingskader
In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. 4.9.2.1.1 Gelders natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. 4.9.2.1.2 Groene ontwikkelingszone De Groene ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.
De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.
4.9.2.2
Planvoornemen
Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO). De Omgevingsverordening vormt op dit punt geen belemmering.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
79
Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland, kaart Natuur, plangebied binnen rode omkadering
4.9.3
Gemeentelijk beleid
4.9.3.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
Nijmegen loopt voorop op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. In 2018 waren we zelfs 'European Green Capital'. Met het thema Duurzame Stad bouwen we door op de waardevolle kennis en relaties met bedrijven, instellingen en inwoners die toen zijn opgebouwd. Duurzaamheid zit in het DNA van Nijmegen, ook bij onze ondernemers. Nijmegen is in 2050 een volledig circulaire stad, waarin geen grondstoffen verloren gaan. We willen daarin een voorbeeld voor Nederland zijn. Met circulaire verstedelijking bedoelen naast circulariteit op zichzelf ook klimaatadaptatie en energietransitie. Met een samenhangende aanpak willen we de stad van de toekomst creëren. Zo willen we alleen op slimme plekken bouwen, waarbij we ov- en fietsgebruik sterk kunnen stimuleren. We willen circulair bouwen. In de planvorming willen we circulair/modulair bestemmen. Ook streven we naar circulaire landschapsontwikkeling en kringlooplandbouw. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatneutrale stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw, moestuinen en lokale voedsel initiatieven in de wijken zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie.
Daarnaast maakt groen de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken. We kiezen in de woongebieden voor mobiliteit die duurzame energie gebruikt, aanzet tot bewegen en zo min mogelijk (openbare) ruimte gebruikt, zodat die beschikbaar is voor spelen, ontmoeten, groen en andere gewenste functies.
80
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.9.3.2
Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit
Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is een prioriteit. Door woonstraten groen en duurzaam in te richten en parkjes en groenvoorzieningen toe te voegen aan de stad. Bij de inrichting is oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. Inwoners en organisaties wordt de ruimte geboden om de eigen leefomgeving vorm te geven.
4.9.3.3
Topindicator groen (2010)
4.9.3.3.1 Toetsingskader In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator "binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen" vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. De topindicator wordt toegepast bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota "Samen gezond verder, Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016" wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een tekort is aan groen. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied moet eveneens voldoende openbaar toegankelijk groen bevatten, met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. 4.9.3.3.2 Planvoornemen In voorliggend plan worden geen woningen mogelijk gemaakt.
Wel is er bij de ontwikkeling aandacht om het plangebied sterk te vergroenen en zo te zorgen voor een prettig verblijfsklimaat.
4.9.3.4
Groenplan De groene draad (2007)
4.9.3.4.1 Toetsingkader Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
81
monumentale bomen en boomgroepen). Het streven is om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het om de bestemmingen 'Groen', 'Natuur' en 'Bos'. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. 4.9.3.4.2 Planvoornemen Binnen het plangebied is geen groen uit de hoofdstructuur aanwezig. Wellicht dat er kansen liggen om groen op hoofdstedelijk niveau toe te voegen. Met name het verwijderen van de grote hoeveelheid verharding biedt hier kansen. De groene maatregelen dragen bij aan stedelijke opgaven zoals verkoeling en waterberging en ze geven aanleiding voor educatie en spel.
4.9.3.5
Handboek stadsbomen (2009)
Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan "De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen". Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de bescherming, de aanplant, het beheer en de kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. De volgende uitgangspunten staan daarbij centraal: Optimale inzet van middelen; Waarborgen van een vitaal bomenbestand; Zorgen voor draagvlak; zorgvuldig afwegen, bewust besluiten en tijdig communiceren; Meer bomen en meer kronen. Inzet op kwantiteit en kwaliteit. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdbomenstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen.
De hoofdbomenstructuur wordt niet vastgelegd in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee een rol in bestemmingsplannen. Binnen het plangebied zijn bomen uit de hoofdbomenstructuur aanwezig. Het betreft de bomenrij aan de zuidzijde van het plangebied. De structuur vormt een historische lijn. Wellicht dat er kansen liggen om hoofdstructuren toe te voegen langs nieuwe ontsluitingswegen. Verder kan bekeken worden of het mogelijk is om bestaande bomen te verplaatsen mochten deze binnen de bouwvlakken gaan vallen. Bijzondere bomen Monumentale bomen weerspiegelen net als monumentale gebouwen de geschiedenis van de stad. Om de cultuurhistorische betekenis van het groen in de stad te waarborgen, zijn de monumentale bomen geïnventariseerd. Van de gemeentelijke bomen zijn alle monumentale, bijzondere en waardevolle bomen opgenomen. Monumentale en waardevolle bomen zijn minstens 50 jaar oud, hebben een cultuurhistorische betekenis en hebben een goede levensverwachting. De waardebepaling van monumentale bomen ligt hoger dan bij de waardevolle bomen. Binnen het plangebied zijn geen bijzondere bomen aanwezig.
82
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.9.3.6
Ecologie van de stad
4.9.3.6.1 Toetsingskader De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig zijn. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. De ecologische structuren, hotspots en waardevolle wijkspots zijn in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten. Hier beheer wordt afgestemd op de natuurwaarden en wordt bij het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd. Tevens wordt bij deze hotspots gewaakt voor versnippering, aantasting en doorsnijding. De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.
Ecologische structuur, met aanduiding plangebied (oranje cirkel)
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
83
4.9.3.6.2 Planvoornemen Het plangebied grenst direct aan een natte ecologische verbinding. Direct daarnaast zijn relatief hoge natuurwaarden te verwachten. Bij een juiste inrichting biedt deze zone mogelijkheden voor beschermde flora en fauna. Het is daarom van belang de zone direct grenzend aan de Waal ecologisch in te richten, waardoor deze waarden benut kunnen gaan worden. Bij de inrichting van dit gebied zal hier dan ook aandacht voor zijn.
4.9.3.7
Natuurinclusief bouwen
4.9.3.7.1 Toetsingskader Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. In deze motie staat expliciet genoemd dat in transformatiegebieden zoals het Waalfront en NYMA plannen zodanig kunnen worden ontwikkeld of aangepast dat ze natuurinclusief zijn. Inmiddels is deze motie vertaald in de Omgevingsvisie. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied, ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Het bewust aanbrengen van schuil- en nestgelegenheden aan nieuwe gebouwen is een kans die veelal eenvoudig benut kan worden. Ook groene (binnen)tuinen en groene daken dragen hieraan bij. Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. In de stad moet duurzaam met oppervlaktewater worden omgegaan en moet een prettig leefklimaat zijn. Groen in het algemeen is goed voor het welzijn van bewoners. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Ook hebben de maatregelen effect als anti-stress en geven belevingswaarden. 4.9.3.7.2 Planvoornemen In voorliggend bestemmingsplan is, als één van de eerste bestemmingsplannen in Nijmegen, het natuurinclusief bouwen juridisch verankerd.
Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt, door middel van een voorwaardelijke verplichting, getoetst of aan de Toolbox natuurinclusief NYMA is voldaan. Zie voor de inhoud van deze Toolbox natuurinclusief NYMA Bijlage 5 van de regels. Het is ook mogelijk door middel van samenwerking/ bundeling van omgevingsvergunningaanvragen de benodigde punten te scoren, door de natuurinclusieve maatregelen middels een “Plan van Aanpak natuurinclusieve maatregelen” in beeld te brengen. De maatregelen kunnen zowel gebouwgebonden maatregelen betreffen, als ook maatregelen in de buitenruimte. In dit plan van aanpak staat (ten minste) welke maatregelen, waar, wanneer gerealiseerd worden en wie daarvoor verantwoordelijk is. Zie ook paragraaf 4.10 Duurzaamheid en klimaat.
4.9.3.8
Groen en gezondheid
Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Het Transformatiekader NYMA biedt een goed beeld voor de toekomstige inrichting en geldt als ook als toetsingskader voor de buitenruimte.
84
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.9.3.9
Groen en klimaat
Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast en de temperatuurstijging veroorzaakt hitte-eilanden in overmatig stenige omgevingen. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Zie ook paragraaf 4.10 Duurzaamheid en klimaat. Het Transformatiekader NYMA biedt een goed beeld voor de toekomstige inrichting en geldt als ook als toetsingskader voor de buitenruimte.
4.9.3.10 Ambities voor groen in relatie tot water Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. Het streven is een goed evenwicht tussen beide functies, zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling. Het Transformatiekader NYMA biedt een goed beeld voor de toekomstige inrichting en geldt als ook als toetsingskader voor de buitenruimte.
4.10 Duurzaamheid en klimaat 4.10.1 Toetsingskader 4.10.1.1 Uitgangspunten omgevingsvisie Nijmegen loopt voorop op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. In 2018 was Nijmegen zelfs 'European Green Capital'. Met het thema Duurzame Stad wordt doorgebouwd op de waardevolle kennis en relaties met bedrijven, instellingen en inwoners die toen zijn opgebouwd. Duurzaamheid zit in het DNA van Nijmegen, ook bij onze ondernemers. De ambitie is dat Nijmegen in 2050 een volledig circulaire stad is, waarin geen grondstoffen verloren gaan. Daarin wil Nijmegen het voorbeeld zijn voor Nederland. Met circulaire verstedelijking wordt naast circulariteit op zichzelf ook klimaatadaptatie en energietransitie bedoeld. Met een samenhangende aanpak wordt de stad van de toekomst gecreëerd. Door bijvoorbeeld alleen op slimme plekken te bouwen, waarbij ov- en fietsgebruik sterk gestimuleerd kunnen worden. Het is de bedoeling om circulair te bouwen en in de planvorming circulair/modulair te bestemmen. Ook wordt gestreefd naar circulaire landschapsontwikkeling en kringlooplandbouw. Dit wordt op de volgende manier uitgewerkt: Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatneutrale stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. De negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress worden zoveel mogelijk geminimaliseerd.
Bij het ontwikkelen van de stad wordt klimaatadaptatie daarom als randvoorwaarde gezien. Gezamenlijk de groenkwaliteiten versterken. Groen draagt bij aan gezondheid en welzijn,
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
85
het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw, moestuinen en lokale voedselinitiatieven in de wijken zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Daarnaast maakt groen de huizen meer waard en het zorgt voor een betere werkomgeving. De natuur mee nemen in plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Biodiversiteit in de stad behouden en versterken. Maximaal inzetten om duurzame energie in het stedelijk gebied op te wekken, om te voorkomen dat direct voor de gemakkelijke weg wordt gekozen, van zonnepanelen en windmolens buiten de stad. Inzetten op de transitie naar duurzame mobiliteit, met gebruik van schone brandstoffen en schone vervoersmiddelen. De mobiliteitsinfrastructuur zo efficiënt mogelijk benutten en efficiënte en schone stadslogistiek stimuleren. In woongebieden kiezen voor mobiliteit die duurzame energie gebruikt, aanzet tot bewegen en zo min mogelijk (openbare) ruimte gebruikt, zodat die beschikbaar is voor spelen, ontmoeten, groen en andere gewenste functies. 4.10.1.2 Duurzaamheid Duurzaam ruimtegebruik Nijmegen is een dichtbebouwde stad waarin ruimte schaars is. Daarom moet zorgvuldig met de beschikbare ruimte worden omgaan.
In het ruimtegebruik wordt daarom op een aantal principes gelet: Uitgaan van het natuurlijk systeem: bij ontwikkelingen wordt gelet op de grondslag en gebiedskarakteristieken van de locatie en wordt zo goed mogelijk aan gesloten bij de mogelijkheden en beperkingen die deze heeft. Uitgaan van het natuurlijk systeem helpt zowel de klimaatadaptatie als het bevorderen van biodiversiteit. Duurzaam en meervoudig ruimtegebruik: het plannen van geschikte functies op de juiste plaatsen in het stedelijk netwerk, zodat ontwikkelingen elkaar en de stad kunnen versterken Intensief ruimtegebruik: streven naar dubbel grondgebruik en stapeling van functies, zodat er op het maaiveld ruimte overblijft voor groen, recreatie en waterberging. Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota "Duurzaamheid in Uitvoering". De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan ontwikkelaars in dit gebied.
De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie. Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen. Sinds 1 januari 2021 is bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. De gemeente adviseert gebouwen op deze
86
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er steeds meer opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. Circulair en biobased bouwen De bouw heeft een aanzienlijke impact op het milieu, onder andere door de uitstoot van CO2 en het gebruik van grondstoffen. Door duurzaam te bouwen kan deze impact worden verlaagd. Denk bijvoorbeeld aan hergebruik van gebouwen, circulair slopen en aan het gebruik van hergebruikte materialen. Daarnaast kan het gebouw zodanig ontworpen worden dat hergebruik van materialen in de toekomst mogelijk is. Ook het gebruik van een materialenpaspoort kan hierbij helpen. Biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, zijn een goed alternatief voor conventionele bouwmaterialen.
Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid. Ook in de buitenruimte kan gebruik worden gemaakt van circulaire en biobased materialen, bijvoorbeeld voor stoeptegels, erfafscheidingen, etc. Duurzame mobiliteit Het autogebruik neemt in Nederland nog altijd toe. Dit leidt tot opstopping van de wegen en uitstoot van broeikasgassen en luchtvervuilende stoffen. Om alternatief vervoer aantrekkelijk te maken, moet in de ontwikkeling rekening worden gehouden met: Goede voorzieningen voor fietser en voetganger Toegankelijkheid van openbaar vervoer Voorzieningen voor (elektrische) deelmobiliteit, zoals (bak)fiets, scooter en auto Daarnaast komen er naar verwachting steeds meer elektrische auto's in het straatbeeld. De gemeente adviseert om hierop in te spelen, door te zorgen voor voldoende capaciteit van het elektriciteitsnet en laadvoorzieningen.
4.10.1.3 Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. De afgelopen zomers zijn er verschillende hitterecords gebroken en komt hevige regenval steeds frequenter voor. Dat levert risico's op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Anticiperend op het veranderende klimaat heeft de rijksoverheid het "Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie" in het leven geroepen. Hierdoor hebben gemeenten, waterschappen en provincie de verplichting de opgave voor ruimtelijke adaptatie in beeld te krijgen en te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Met de regio is vervolgens vanaf 2017 aan de slag gegaan om middels stresstesten en risicodialogen een strategie op te stellen. De regio is gevoelig tot zeer gevoelig voor hitte, droogte en wateroverlast. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap: https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1dac8e8da5a94e3
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
87
De regio's Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal hebben met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en met regionale stakeholders de "Regionale Adaptatie Strategie" (RAS) opgesteld. In de RAS zijn zes actiethema's benoemd om de uitdagingen aan te pakken. De ambitie is om het liefst in 2035 en uiterlijk 2050 een klimaat bestendige regio te zijn. De gemeente Nijmegen is gestart met het vertalen van de RAS naar een "Lokale Adaptatie Strategie" met lokale ambities en opgaven. In 2021 moet duidelijk zijn welke maatregelen genomen moeten worden om de negatieve effecten van de klimaatverandering beter op te kunnen vangen in de stad. Daarnaast worden nieuwe normen ontwikkeld op het gebied van klimaatadaptatie en worden prioriteitsgebieden vastgesteld als uitwerking van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie is klimaatadaptatie een randvoorwaarde. Negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress moeten zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatneutrale stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. In het "GRP 2017-2023" ligt het accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050.
Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Op 14 november 2018 heeft de raad de motie "Natuurinclusief bouwen" aangenomen. Dit uitgangspunt is inmiddels in de Omgevingsvisie opgenomen. In deze motie staat expliciet genoemd dat in de transformatiegebieden zoals het Waalfront plannen zodanig kunnen worden ontwikkeld aangepast dat ze natuurinclusief zijn. Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen, als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Voor de Waalsprong is al een toolbox hiervoor ontwikkeld en deze zal binnenkort ook gelden voor heel Nijmegen. De toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland.
De toolbox bevat naast nestvoorzieningen in gebouwen, groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige bewoners vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie. In de omgevingsvisie is natuurinclusief bouwen voor de hele stad al opgenomen. Nijmegen heeft de basisrichtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte ondergebracht in het "Handboek Inrichting Openbare Ruimte" (HIOR). Deze is te vinden onder https://nijmegen.hior.nl/ Een voorbeeld van een richtlijn is: Pas alleen verharding toe waar nodig (Operatie Steenbreek).
4.10.2 Planvoornemen De thema's 'Groenblauwe stad' en 'Klaar voor de hitte' van de RAS zijn van toepassing op dit gebied. Voor de volledige tekst van deze thema's wordt verwezen naar pagina 13 en 15 van het RAS rapport. Door klimaatverandering komen er extra risico's in de toekomst. Meer piekbuien en langere perioden van hitte en droogte. De stad is extra gevoelig voor hitte. Door steen, beton en hoge gebouwen wordt warmte langer vastgehouden. Ook zijn er plekken in de stad waar regenwater zich ophoopt, waardoor wateroverlast kan ontstaan. Daarnaast worden door droogte de groenvoorzieningen in de stad aangetast. Hieronder per effect wat in het plangebied specifiek van toepassing is.
88
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Duurzaamheid In het NYMA OntwikkelPlan is circulariteit als één van de pijlers voor deze ontwikkeling genoemd. Dit NYMA OntwikkelPlan geldt als intern toetsingskader voor het ingestelde Ontwikkel Team NYMA bij de toelating van initiatieven. Duurzaamheid heeft tevens invulling gekregen in het bestemmingsplan. Niets is makkelijker dan gebouwen te slopen en nieuwbouw neer te zetten. Dat doen we hier niet. Sterker nog, we hebben oud industrieel erfgoed de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie gegeven, om deze gebouwen te behouden en op een gave manier te transformeren naar een aantrekkelijke nieuwe publiekstrekker. Bij Vasim was dit al het geval, bij het deelgebied NYMA is dat een belangrijke verandering. Met de transformatie van de gebouwen wordt natuurlijk ook gerenoveerd en geïsoleerd. Daarmee verduurzamen de gebouwen enorm. Bovendien ligt het dak van de Vasim vol met zonnepanelen. Ook wordt de Vasim ontsloten op het warmtenet, waardoor er dus geen aardgas en olie meer zal worden gestookt. Streven is om dit ook voor het deelgebied NYMA te bereiken. In het NYMA OntwikkelPlan is circulariteit als één van de pijlers voor deze ontwikkeling genoemd. Dit NYMA OntwikkelPlan geldt als intern toetsingskader voor het ingestelde Ontwikkel Team NYMA bij de toelating van initiatieven.
Doelstelling is om bedrijven niet uitsluitend voor zichzelf te laten werken, maar dat er een samenhang, en met name een samenwerking, ontstaat tussen de bedrijven. Dat de afvalstof van de één, weer een grondstof voor de ander kan opleveren. Een mooi voorbeeld daarvan is dat de 'koffiedrab' van een koffiebrander, weer de grondstof vormt voor de te vestigen stadslandbouw op het dak van NYMA. NYMA is ook een makersplaats. Dat betekent dat er veel werkruimte, machines en ondersteunende voorzieningen nodig zijn. Dat is eveneens niet 'ieder voor zich', maar 'share' en zal daarom als gemeenschappelijke faciliteit worden aangeboden. Hiermee ben je zuinig in ruimtegebruik, maar belangrijker nog, zuinig in aanschaf (geen verspilling van grondstoffen). De Smeltkroes (nu nog in de Honig), is initiatiefnemer van deze aanpak. Park&Bike De NYMA-ontwikkeling omvat ook het realiseren van een Park&Bike op Kavel 7. Dit is een transferium voor overstapmogelijkheid van auto naar fiets of OV, om hiermee het aantal autokilometers te verminderen, en zal plaats bieden voor circa 200 auto's. Wateroverlast Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt, zorgt voor minder wateroverlast, omdat het dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken.
Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. In plangebied wordt het overtollige hemelwater via een infiltratieriool rechtstreeks naar de Waal afgewaterd. Vandaar dat geen wateroverlast wordt verwacht. Wel kan er bij extreem hoog water van de Waal en flinke piekbuien waterlast ontstaan. Zie paragraaf 4.8 Water. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen Er worden stappen gezet om in navolging van de Waalsprong ook in de bestaande stad het natuurinclusief bouwen als uitgangspunt te nemen. NYMA is daarmee één van de eerste die deze mooie stap heeft gezet. Door middel van een voorwaardelijke verplichting wordt bij de omgevingsvergunningaanvraag getoetst of er voldoende punten zijn gescoord uit de Toolbox natuurinclusief NYMA. Het is ook mogelijk door middel van samenwerking/ bundeling van omgevingsvergunningaanvragen de benodigde punten te scoren, door de natuurinclusieve maatregelen middels een “Plan van Aanpak natuurinclusieve maatregelen” in beeld te brengen.