Bestemmingsplan Nijmegen NYMA, Toelichting
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
89
De maatregelen kunnen zowel gebouwgebonden maatregelen betreffen, als ook maatregelen in de buitenruimte. In dit plan van aanpak staat (ten minste) welke maatregelen, waar, wanneer gerealiseerd worden en wie daarvoor verantwoordelijk is. De Toolbox natuurinclusief NYMA bevat een grote variatie aan mogelijkheden om natuurinclusieve maatregelen te treffen. De Toolbox heeft niet alleen een ecologische doelstelling, maar tevens ook een klimaatadaptieve doelstelling, bijvoorbeeld door hittestress te voorkomen of te verminderen. De puntenverdeling is ook zodanig, dat een gevarieerde invulling aan natuurinclusieve maatregelen wordt bereikt. Zo kan dit in de vorm van groene daken, gevelgroen, bomenaanplant door pocketparks in te richten, etc.. De keuze is vrij en gevarieerd, en kwaliteit is hiermee verzekerd. Bovendien blijft gemeente Nijmegen eigenaar van de buitenruimte, dus daarmee is de inrichting volledig aan ons. We zijn ons bewust van het stenige karakter van een groot deel van het plangebied. Alle aandacht is er daarom op gericht om meer groen aan te brengen. Bovendien zullen bestaande bomen zo goed mogelijk ingepast worden, zodat een prettige omgeving in tijden van extreme warmte behouden blijft. Grote voordeel van bestaande bomen is dat dit direct een grote hoeveelheid schaduw bieden, in vergelijking met nieuwe bomen.
Bijgaand voordeel is dat de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is, behouden blijft. Het Transformatiekader NYMA biedt een goed beeld voor de toekomstige inrichting en geldt als ook als toetsingskader voor de buitenruimte. De genoemde natuurinclusieve maatregelen hebben een positief effect op de biodiversiteit. Hiermee wordt een prettige en toekomstbestendige leefomgeving gecreëerd.
4.11 Cultuurhistorie en archeologie 4.11.1 Uitgangsputen Omgevingsvisie We willen het cultureel erfgoed niet alleen beschermen en in stand houden, maar ook versterken, ontwikkelen en benutten. We vinden het belangrijk dat monumenten een duurzame, toekomstbestendige functie hebben.
90
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Op cultureel gebied willen we bij toekomstige ontwikkelingen van de stad aandacht besteden aan de 'geschiedenis van morgen'. Concreet betekent dit meer aandacht voor iconische ruimtelijke elementen van vandaag en morgen, die cultureel bepalend zijn voor Nijmegen.
4.11.2 Cultuurhistorie 4.11.2.1 Toetsingskader 4.11.2.1.1 Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. De uiterlijke verschijningsvorm van de stad weerspiegelt haar ontwikkelingsgeschiedenis en bepaalt mede de identiteit van een gebied. Archeologische vondsten en historische bebouwing vormen het fysieke archief van de stad. De grond, waarop we staan is laag voor laag opgebouwd, waarbij iedere laag iets vertelt over een bepaalde periode uit de geschiedenis van de stad. Om deze redenen heeft het Rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Erfgoedwet vormt de basis voor de monumentenzorg.
Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Rijksmonumenten komen in het NYMA-kwartier niet voor en ook niet in de nabije omgeving. Er lopen geen procedures om te komen tot aanwijzing van rijksmonumenten. Voor het Waalkwartier is geen procedure voor aanwijzing als rijksbeschermd stadsgezicht in voorbereiding. 4.11.2.1.2
Gemeentelijk beleid
Nota Cultureel Erfgoed Het gedachtengoed uit de beleidsbrief "Modernisering Monumentenzorg" en het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening zijn aanleiding geweest om ook het gemeentelijk erfgoedbeleid te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in de "Nota Cultureel Erfgoed", die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed wordt ingezet om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit van de locatie te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is een belangrijke factor die kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken.
De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
91
Uitsnede Cultuurhistorische beleidskaart, met plangebied aanduiding plangebied (groene cirkel) Gebiedstype 3 Het bestemmingsplangebied valt binnen gebiedstype 3 van de cultuurhistorische beleidskaart. In deze gebieden is sprake van een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Het gaat om zowel de grotere schaal, zoals het stedebouwkundige plan en/ of historische structuren, als om specifieke objecten en om de samenhang tussen de structuren, bebouwing en/of cultuurlandschap. Bij de bebouwing die geen beschermde status heeft gaat het niet zozeer om de architectuur en het beeld, maar om het silhouet, zoals de situering, de nok- en goothoogte en de nokrichting. Zowel de zichtbare als de niet-zichtbare geschiedenis van het gebied zal uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen. Voor het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen wordt een cultuurhistorische analyse van het gebied gemaakt. Aan waardevolle elementen worden planregels en passende functies gekoppeld, zodat de karakteristieken als uitgangspunt genomen kunnen worden bij nieuwe ontwikkelingen en veranderingen. Kenmerken van de bebouwing, zoals hoofdvorm en omvang, worden beschouwd als onderdeel van de identiteit van een plek.
In deze gebieden zijn cultuurhistorische waarden een middel om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kwaliteit te geven en de identiteit van een gebied herkenbaar en het verleden zichtbaar te houden en te versterken. Er is daarom veel aandacht voor cultuurhistorie bij ruimtelijke plannen in gebiedstype 3. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, maar worden afgestemd op het karakter van het gebied. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal voor het ontwerp- en ontwikkeltraject een cultuurhistorische rapportage gevraagd worden, waarin de kansen en beperkingen met betrekking tot cultuurhistorie zijn benoemd. Het rapport 'Nyma en Vasim, Winselingseweg 12 en 41 Nijmegen, Bouwhistorische opname met waardestelling' door Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) uit 2020 kan als uitgangspunt dienen voor de nieuwe ontwikkelingen bovengronds. De Monumentenverordening is de juridische basis om monumenten en gebieden te kunnen beschermen. De aanwijzing tot gemeentelijk monument wordt ingezet voor objecten en gebouwen die dusdanig belangrijk en karakteristiek zijn voor Nijmegen dat ongewenste wijzigingen en sloop op voorhand voorkomen moeten worden. Niet alle cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn beschermd. Daarom heeft de gemeente ter completering van het
92
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
monumentenbestand een aandachtspandenlijst opgesteld die in 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad. Op de aandachtspandenlijst staan alle gebouwen, objecten en terreinen die in aanmerking komen voor plaatsing op de gemeentelijk monumentenlijst als gemeentelijk of archeologisch monument of als identiteitsbepalend object. De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stadsbeeld wordt ingezet voor (delen van) buurten/ wijken met een bijzondere verkaveling, een vanuit cultuurhistorisch belangwekkend stratenplan of stedebouwkundige structuur. Onder de bescherming kunnen onder meer voor- en zijgevels vallen, erfafscheidingen, straatprofielen en straatmeubilair.
4.11.2.2 Planvoornemen NYMA kent één gemeentelijk monument, de NYMA-watertoren, maar geen gemeentelijk beschermde gebieden. Een deel van de voormalige NYMA-fabriek, de zogeheten Vasim-fabriek, staat op de aandachtspandenlijst. In de nabije omgeving liggen het beschermde stadsbeeld Waterkwartier en het voormalige PGEM-verdeelstation, dat op de aandachtspandenlijst staat. Voorts zijn er bij de sloop van het voorste deel van de fabriek ten behoeve van de aanleg van De Oversteek enkele gebouwgebonden kunstwerken in veiligheid gebracht. Op basis van een eerder uitgevoerd algemeen cultuurhistorisch onderzoek van het Waalfront, waar NYMA deel van uitmaakt, en een aantal specifieke onderzoeken, is vast komen te staan dat in het gebied aanzienlijke cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, vandaar dat het in de Erfgoednota waarde 3 heeft gekregen, direct onder waarde 4, die betrekking heeft op gemeentelijk- en rijksbeschermde gebieden. Uit het cultuurhistorisch onderzoek is gebleken dat het gebied drie dominante cultuurhistorische lagen kent: de Romeinse stad, de vestingwerken en de laag van de industriële ontwikkeling. De Romeinse stad ligt onder het maaiveld en zal in de paragraaf 4.11.3 Archeologie aan de orde komen. De vestingwerken reikten niet verder dan Fort Krayenhoff, waarvan de restanten zich ten oosten van het plangebied bevinden.
Landschap en historische verbindingswegen (Kavel 7) Het landschap aan de rivier is al ruim 2000 jaar aan verandering onderhevig als gevolg van menselijk handelen in de vorm van het aanleggen en verleggen van dijken, het bouwen van verdedigingswerken, het dempen van kolken en het ophogen van het drassige gebied om zich te beschermen tegen het water, tegen de vijand, om te bouwen of zich te ontdoen van afval. Vooral in de 20ste eeuw waren de veranderingen als gevolg van de industrialisatie van het gebied talrijk. De kolken werden gedempt, het gebied opgehoogd met huisvuil en oorlogspuin, dijken en wegen werden verlegd. Toch is nog een rudiment van de pre-industriële fase bewaard gebleven, zij het nagenoeg onherkenbaar. De bomenrij links op Kavel 7 is het restant van de Koningsstraat, de oude weg naar Weurt. De Koningsstraat was tot in de 19de eeuw de directe opvolger van een belangrijke Romeinse verbindingsweg. De Weurtseweg is weer de moderne opvolger van deze middeleeuwse weg. Door de aanleg van het Maas-Waalkanaal werd de Koningsstraat afgesneden. De weg naar Weurt werd zuidelijker geprojecteerd om aan te sluiten op de nieuw aangelegde brug over het kanaal. De weg was nog tot 1966 duidelijk zichtbaar, maar is nu gereduceerd tot een rij bomen. In dat jaar werd ook de noordelijker gelegen Hollandiaweg aangelegd.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
93
Impressie restant middeleeuwse Koningsstraat, groen omkaderd Industrieel Erfgoed De industriële laag is prominent in het Waalfront aanwezig en in feite nog de enige cultuurhistorische laag die goed zichtbaar is. Vanwege de vestingstatus was de industrialisatie in de negentiende eeuw grotendeels aan Nijmegen voorbij gegaan. Na de ontmanteling begon de stad aan een inhaalslag. Talloze industriële kleinbedrijven vestigden zich op de logistiek gunstig gesitueerde en niet dure terreinen ten westen van de oude stad: in de omgeving van het spoorwegemplacement en de nieuwe haven. Het centrum van de Nijmeegse bedrijvigheid verschoof van de Benedenstad, behalve naar de nieuwe wijk Bottendaal, vooral ook naar de omgeving van de Waalhaven. Tussen de Waal en de Weurtseweg werden rond 1900 fabrieken gebouwd. In het begin van de twintigste eeuw werden hier onder meer het slachthuis, de papierfabriek Gelderland, een ijzergieterij en een vlasfabriek gevestigd. Achter het slachthuis, aan de Waaloever, werd in 1906 met de bouw van een maisstijfselfabriek de grondslag gelegd voor wat later Honig zou worden. Verder westwaarts vestigde een groep van Twentse textielfabrikanten in 1928 de kunstzijdespinnerij NYMA. De fabriek werd gesitueerd tussen de Waalbandijk en de Waal.
De ligging aan de rivier was nuttig voor de aan- en de afvoer van grondstoffen en eindproducten en leverde tevens het proceswater op dat bij de fabricage van kunstzijde van belang is. In 1928 werd ten westen van de fabriek ook het Maas-Waalkanaal gegraven. Op het terrein tussen het kanaal en de NYMA verrees in dezelfde periode de Centrale Gelderland van de PGEM, die rond 1990 geheel is gesloopt en vervangen door nieuwbouw, nu Engie. De N.V. Kunstzijdespinnerij NYMA (voormalig CP Kelco en Vasim) De N.V. Kunstzijdespinnerij NYMA werd in 1928 opgericht door de Maastrichtse zakenman M.H.T. Bury en gefinancierd door een groep van Twentse textielfabrikanten als alternatief voor de Eerste Nederlandse Kunstzijdefabriek te Arnhem (ENKA). De naam NYMA is een combinatie van de eerste twee lett,ers van respectievelijk de vestigingsplaats van de fabriek en de geboorteplaats van de oprichter, Nijmegen en Maastricht. Men koos met het oog op de aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten voor een nog onbebouwde locatie aan de Waal. De rivier leverde tevens het water dat voor de vervaardiging van kunstzijde nodig was. Kunstzijde, ook wel rayon genoemd, werd gemaakt van cellulose, dat vooral uit naaldhout werd gewonnen. Het hout werd hiervoor gekookt, gebleekt, gemalen, geperst en gedroogd, zodat er cellulosevellen ontstonden.
Door middel van een chemisch proces kon uiteindelijk van de cellulosevellen garen gesponnen worden. Voor het spinnen moest het product in een chemisch bad, hoofdzakelijk bestaand uit zwavelzuur met toevoeging van enkele zouten, gelegd worden. Na het spinnen moesten de chemicaliën uit de garens gespoeld worden in de spoelerij, bij NYMA de spoelenbleek genoemd.
94
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Met de bouw van de fabriek werd in augustus 1928 begonnen. Het rechthoekige gebouw, ontworpen door ir. J. Buining, rust op een fundering van gewapend betonpalen en kreeg een 60 meter hoge schoorsteen en een kloeke watertoren. In 1929 fuseerde concurrent ENKA tot de Algemeene Kunstzijde Unie N.V. (AKU). De directeur van de AKU, dr. J.C. Hartogs, kocht vervolgens de grond rondom de NYMAfabriek op, om latere uitbreidingen tegen te kunnen houden en daarmee de concurrentiepositie van de AKU te versterken. Hierdoor kon de watertoren niet, zoals gebruikelijk, naast de fabriek staan, maar plaatste Buining de toren op de fabriek. De betonnen poten van de watertoren zijn opgenomen in de draagstructuur van het fabrieksgebouw. Mede door de positionering op de fabriek werd de toren een beeldmerk van NYMA: "Vergeet dus nooit het merk met den dikken stompen toren. Dat kenmerkt immers het product van de Kunstzijdespinnerij NYMA te Nijmegen".
De watertoren, een gemeentelijk monument, bestond oorspronkelijk uit een open betonnen skelet, waarin bovenin een ijzeren waterreservoir was geplaatst. Bovenop het reservoir stond een lantaarn. Het ijzeren waterreservoir is in 1960 gesloopt. De betonnen draagstructuur is toen ter plaatse van het reservoir opgevuld met metselwerk. De watertoren is goed vergelijkbaar met die bij de AaBe Wollenstoffen- en Wollendekensfabriek te Tilburg uit 1930 van de Franse architect Forest. Een ander bekend ontwerp van J. Buining is de grote watertoren van gewapend beton in Almelo. Tijdens de tweede Wereldoorlog vond vanaf het NYMA-terrein de zogenaamde 'Waalcrossing' plaats. Militairen van de 82nd Airborne divisie staken hier op 20 september 1944 in canvasboten de Waal over met als doel de verovering van de beide Waalbruggen. Achtenveertig Amerikanen sneuvelden hierbij. Vasim-gebouw In de wederopbouwperiode kreeg het op export gerichte bedrijf voorrang bij de toewijzing van schaarse grondstoffen en bouwmaterialen en werd men bovendien - in het kader van de Marshallhulp - licentiehouder van het in Amerika ontwikkelde continuspinprocédé. Met deze methode konden alle behandelingen ononderbroken op één en dezelfde machine worden uitgevoerd. Voor de nieuwe machines was een gebouw van flinke afmetingen noodzakelijk.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
95
Vanaf 1948 verrees tegenover het hoofdgebouw aan de zuidzijde van de Waalbandijk in een gedempt, binnendijks wiel (een diepe plas aan de dijk, ontstaan na een dijkdoorbraak) de nieuwe continuspinnerij in twee bouwfasen. De omtrek van het wiel is nog zichtbaar. Het ontwerp van de continuspinnerij werd gegund aan het Amsterdamse architectenbureau Zanstra, Giesen en Sijmons, dat bekend stond om zijn functionalistische architectuur. Door het tekort aan staal was meteen duidelijk dat de fabriekshal in gewapend beton zou worden uitgevoerd. Men koos daarbij voor de toepassing van tonschaaldaken met overspanningen van ruim 20 meter. Een snelle en efficiënte bouwtechniek. Omdat de vier tonschalen identieke afmetingen hadden, kon men gebruik maken van verplaatsbare bekistingen. Het nieuwe productieproces vereiste dat de fabriekshal voortdurend met lucht van gelijke vochtigheid en temperatuur werd ververst. Daarvoor moest een ingewikkeld en omvangrijk systeem van airconditioning zorgen. Lucht werd aangezogen en afgeblazen door twee "schoorstenen" die boven op het machinehuis prijkten. Met ventilatoren werd de lucht vervolgens door de pers- en afzuigkanalen getransporteerd die tussen de tonschaaldaken lagen. De functie van de verschillende onderdelen van het gebouw was op deze wijze gemakkelijk afleesbaar aan de architectuur.
96
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Nadat men in 1949 met de proefproductie was begonnen, werd de continuspinnerij in juni 1950 door Prins Bernhard officieel in gebruik gesteld. Op dat moment waren aan de zuidzijde van het gebouw al de fundamenten zichtbaar van de nieuwe uitbreiding. De NYMA startte namelijk met de productie van rayonbandengarens, die volgens hetzelfde continuprocédé gemaakt konden worden. Aan de spinnerij werden nog eens vier tonschaaldaken toegevoegd, waardoor het vloeroppervlak verdubbelde. Aan de zuidzijde werd de nieuwbouw afgesloten met een noodgevel om verdere uitbreiding in de toekomst mogelijk te maken. Aan de noordzijde was het gebouw door middel van een luchtbrug verbonden met de oude fabriek. Eind 1951 dreunden dag en nacht de huizenhoge machines, die garen sponnen bestemd voor de autobandenindustrie.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
97
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan legde het personeel geld bij elkaar voor een vlaggenmast. De sokkel van de mast bestond uit twee gebeeldhouwde reliëfs van de Amsterdamse beeldhouwer Jan Meefout. Op de kunstwerken is het gebruik en de fabricage van cellulose door de eeuwen heen te zien.
De N.V. kunstzijdespinnerij NYMA was gedurende enkele decennia de grootste werkgever van
98
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Nijmegen. Door het wegvallen van de arbeidsintensieve textielindustrie in Nederland verviel eind jaren '50 de vraag naar garens en verplaatste de productie zich naar Azië. In 1969 volgde de definitieve sluiting van NYMA. Een doorstart vond in 1970 plaats met de productie van carboxymethylcellulose (CMC), een toeslagmiddel voor onder andere zeep, verf en voedingsmiddelen, waarmee men al in 1948 was begonnen. De productie vond plaats onder de naam Noviant en later onder CP Kelco B.V. Na een grote brand in 2009 werd de fabriek buiten gebruik gesteld. In verband met de bouw van de stadsbrug 'De Oversteek' werd in 2011 het oostelijke deel van de fabriek gesloopt. Voorafgaand aan de sloop zijn de in de fabriek aanwezige kunstwerken veiliggesteld en opgeslagen door de gemeente Nijmegen. Het gaat om het grote glas-in-loodraam van de meisjeskantine en twee sculpturen van beeldhouwer Jan Meefout uit 1953 van de vlaggenmast die later de hoofdingang flankeerden. De watertoren is in 2012 aangewezen als gemeentelijk monument.
De leegstaande continuspinnerij had al in 1985 een nieuwe bestemming gekregen toen de sinterfabriek Vasim er onderdak vond. Het bedrijf, een dochteronderneming van de PGEM, verwerkte hier vliegas uit kolengestookte elektriciteitscentrales tot kunstgrind en lytag, een ingrediënt voor lichte betonsoorten. Geliefd is de Vasim onder de bewoners van Nijmegen West nooit geweest. De bergen afvalgruis rondom de fabriek veroorzaakten veel stofoverlast en na veel verzet tegen de milieuoverlast ging het bedrijf in 2000 dicht. Sindsdien herbergt het gebouw kunstenaarswerkplaatsen, een tentenverhuurbedrijf en opslagruimtes. Het gebouw is
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
99
door de gemeente Nijmegen aangekocht en zal een belangrijke rol spelen in de opwaardering van het gebied in het kader van de plannen voor het westelijk Waalfront.
4.11.2.3 Samenvatting en conclusie Het plangebied is een vlak rivierenlandschap met kolken, vanaf de middeleeuwen bekend als De Biezen. Door de menselijke invloed is gebied al 2.000 jaar onderhevig aan verandering in de vorm van het aanleggen en verleggen van dijken, het bouwen van verdedigingswerken, het dempen van kolken, het ophogen van het drassige gebied ter beschermen tegen het water, tegen de vijand, om te bouwen en zich te ontdoen van afval en oorlogspuin. De nabijheid van de rivier maakte de plek geschikt en aantrekkelijk als woon- en handelsplaats, als locatie voor verdedigingswerken en als vestigingsplaats voor industrie. Hierbij was de relatie met de stad steeds wisselend. In (een deel van) de Romeinse periode lag de stad in het huidige Waterkwartier aan de Waal, het contact met de legerkampen in het huidige Nijmegen-Oost waren vanzelfsprekend. In de middeleeuwen kwam men niet buiten de muren tenzij noodzakelijk, er was een grote tegenstelling tussen stad en omringende platteland, dat leeg was. Dit bleef zo tot aan de opheffing van de vestingstatus. Na 1874 werd deze barrière opgeheven, industrieën begonnen zich te vestigen in het lege land van oost naar west. In 1879 werd er een nieuwe fysieke barrière opgeworpen in de vorm van de spoordijk. In de 20ste eeuw breidde de industrie zich steeds verder uit tot een groot terra incognita.
De rivieroever was afgesneden van de achterliggende arbeiderswijken in Nijmegen-West en onbereikbaar geworden voor iedereen. Met de nieuwe ontwikkeling van het westelijk Waalfront wordt de relatie met de rivier hersteld en de tegenstelling tussen binnenstad en Nijmegen-West verzacht zowel fysiek als mentaal. Kernwaarden westelijk Waalfront (algemeen) en NYMA-Vasim (in het bijzonder) Ligging aan de rivier; Ligging in een door de mens gemaakt landschap met lange lijnen, in de vorm van steeds verlegde dijken; Cultuurhistorische gelaagdheid in de vorm van 3 dominante lagen: Romeinen, verdedigingswerken, industrie; De NYMA-fabriek herinnert aan het rijke industriële verleden van Nijmegen met NYMA als grootste industriële werkgever en is daarmee van lokaal belang. De kwaliteit van het NYMA/CP Kelco-complex is vooral gelegen in de watertoren als beeldmerk van de fabriek en de waardevolle toegepaste kunst, namelijk twee gebeeldhouwde reliëfs en een glas-in-loodraam. De watertoren met onderbouw heeft sinds 2012 de status van gemeentelijk monument en de kunstwerken zijn na de sloop van het oostelijke deel van de fabriek door de gemeente tijdelijk opgeslagen. De zuidelijke en de westelijke hoger opgetrokken gevels weerspiegelen de door de concurrentie opgelegde bouwbeperkingen en dragen bij aan het karakter van de Winselingseweg als fabrieksstraat.
De architectonische vormgeving en de gebruikte constructies vertegenwoordigen geen bijzondere architectuur- of bouwhistorische waarde, dit in tegenstelling tot die van het Vasimgebouw. Het Vasim-gebouw heeft vanwege zijn geschiedenis, productieproces, constructiewijze en landelijk bekende architect een bovenlokale betekenis. Het weerspiegelt het optimisme van de industriële wederopbouwarchitectuur. De ruimtelijke opbouw, voorgeschreven door de oorspronkelijke functie, is helder en duidelijk. De grote open interieurruimte van 40 x 80 meter, onderverdeeld door de schaaldaken en de luchtkanalen biedt enorme gebruiksmogelijkheden. Aanpassingen aan een toekomstig gebruik (akoestiek, klimaat, toegankelijkheid, etcetera) zijn daarbij onvermijdelijk, maar dienen te geschieden met respect voor de grote schaal en het industriële karakter van het gebouw.
100
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA