Bestemmingsplan Nijmegen NYMA, Toelichting
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
45
supermarkten. Om voldoende draagvlak te houden voor deze kleinere winkelcentra, is het van belang dat er voldoende draagvlak voor de supermarkten blijft. Het accent bij het winkelprogramma voor NYMA ligt daarom niet op het aanbod voor dagelijkse boodschappen. Bovendien wordt in het Waalkwartier al detailhandel voor dagelijkse artikelen, in de vorm van een mandjeswinkel, mogelijk gemaakt, om de verzorgingsstructuur op wijkniveau te bevorderen. Bij doelgericht winkelen gaat het om snel met de auto, gericht, veelal volumineuze artikelen, aan te schaffen. Denk aan artikelen die worden aangeboden bij bouwmarkten, tuincentra en meubelzaken. Voor dergelijke artikelen kunnen bewoners terecht op het naastgelegen bedrijventerrein Noordoostelijke Kanaalhavens en de Woonboulevard Novium. Voor het vestigen van deze grotere PDV-winkels zijn afspraken gemaakt in de regio. De toevoeging van grootschalige winkels binnen NYMA is niet passend binnen deze afspraken. Beleidsmatig wordt terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe detailhandel buiten de bestaande winkelgebieden. We willen op deze locatie toch detailhandel in beperkte en ondergeschikte vorm toestaan om meerwaarde te geven aan het bruisende, creatieve, innovatieve concept van de NYMA met bijzondere verbindingen tussen ambacht, cultuur, kunst, leisure en evenementen.
Gezien de ligging in de directe nabijheid van het stadscentrum en om voldoende draagvlak te houden voor de kleinere winkelcentra in de omgeving is de omvang van de detailhandel gemaximeerd.
4.1.2.2
Planvoornemen
Detailhandel komt terug als productiegebonden (ondergeschikte) detailhandel bij bedrijfsmatige- en leisureactiviteiten. Het gaat om ten hoogste 20% van het vloeroppervlak met een maximum van 100 m2. Het is ook mogelijk deze vorm van productiegebonden (ondergeschikte) detailhandel van meerdere bedrijfsjes te bundelen in een winkelunit van maximaal 200 m2 (per winkelunit). Naast producten die zelf geproduceerd worden, mogen ook beperkt daarmee samenhangende producten worden verkocht, zoals artikelen ten behoeve van onderhoud. Zelfstandige detailhandel in combinatie met de hoofdactiviteit (zoals verkoop van skatemateriaal bij Waalhalla) is in kleinschalige vorm toegestaan, met een maximum van 150m2 per winkelunit. Voor het gehele gebied is het totale maximum aan zelfstandige detailhandel in combinatie met verkoop van in het plangebied geproduceerde producten en zelfstandige detailhandel in combinatie met een hoofdactiviteit gemaximeerd op 500m2. Perifere detailhandel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel - perifeer'.
4.1.3
Horeca
4.1.3.1
Toetsingskader
In de "Horecanota Gastvrij Nijmegen" zijn beleidslijnen opgenomen voor het toestaan van nieuwe horeca. De volgende beleidslijnen zijn van toepassing: In de woonwijken heeft horeca in de eerste plaats een verzorgende functie. Horeca speelt een rol in de kwaliteit van de dagelijkse leefomgevingen in de wijken en buurten van de stad, soms als een risicofactor, maar veel vaker als een pluspunt. Horeca in woonwijken is voor veel bewoners een aantrekkelijk verrijking van hun wijk. Nieuwe horeca kan in de wijken worden toegestaan op voorwaarden dat deze kleinschalig van aard is en aanvullend op het reeds aanwezige aanbod. Er is slechts zeer beperkt horeca in Nijmegen-West. Nieuwe horeca is zodoende aanvullend op het bestaande aanbod.
46
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het mogelijke nieuwe horeca toe te staan. Nieuwe horeca in nog te ontwikkelen gebieden komt tegemoet aan de behoefte bij de nieuwe bewoners of richt zich op een nieuwe doelgroep (toeristen). In de horecanota is een beleidslijn opgenomen om horeca op unieke locaties mogelijk te maken. NYMA wordt beschouwd als een unieke locatie. 4.1.3.2
Planvoornemen
Door het unieke industriële karakter van het gebied, de beoogde functies en de ligging aan de rivier is de locatie bijzonder aantrekkelijk voor horeca. Wat betreft de doelgroep gaat het om een mix van toeristische bezoekers, bewoners in de direct nabijheid en inwoners van Nijmegen. Om gevoel te krijgen bij het aantal vierkante meters in het gebied, is dit als volgt indicatief doorgerekend. De werkelijke invulling is afhankelijk van de initiatieven. De planregels bevatten het toetsingskader. Bar / restaurant / b&b 312 m2 bvo Groot restaurant 450 m2 bvo Kleine lunchroom/ restaurant 200 m2 bvo categorie 1a/1b NYMA C (nu Waalhalla) Is al ingevuld, bestemd voor specifieke doelgroep, subcultuur Multifunctionele hal voor 500 m2 bvo feesten, en evenementen Ontvangstruimte met café/ 125 m2 bvo lichte horeca Tabel indicatief programma t.b.v. beeldvorming Watertoren NYMA D in bestaand gebouw NYMA C (nieuw)
De beoogde programmering voor horeca binnen NYMA bedraagt circa 2.000 m2 bvo. Daarnaast is een cultuurpodium van maximaal 3.000 m2 bvo mogelijk. Zo is er een mooie opbouw van een kleinschaliger podiumcafé bij Waalkwartier, naar een zelfstandige en wat groter cultuurpodium op NYMA. Ondersteunende horeca Naast reguliere horeca kent Nijmegen ook ondersteunende horeca. In een ondersteunende horecagelegenheid wordt een beperkt deel van het totale oppervlak gebruikt voor het plaatsen van tafels en stoeltjes, waar mensen betaald iets kunnen consumeren. Het gaat om een functie met (planologisch) een andere hoofdfunctie dan horeca. Voorbeelden zijn een boekenwinkel met een koffiecorner of een museum met een restaurant. Voor ondersteunende horeca gelden de volgende voorwaarden: Ondersteunende horeca in de wijk bij bestemming* food-detailhandel
non-food detailhandel maatschappelijke doeleinden en recreatieve doeleinden oppervlakte 20m2 / max. 25% vvo 50m2 / max 25% max. 10% (maatschappelijke doeleinden) max. 12% (sporthallen) sportveld** 150 m2 plus per extra veld, 75m2, met max. van 375 m2. per bouwblok max. 1 bedrijf max. 1 bedrijf nvt per max. 1 bedrijf nvt nvt straatzijde
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
47
* bron: Beleidsnotitie Ondersteunende horeca, najaar 2001 De gehanteerde oppervlaktematen betreffen de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, ten dienste van de ondersteunende horecafunctie, niet inbegrepen de daarbij behorende ruimten als opslag, keuken- en toiletruimten. Voor de binnenstad zijn inmiddels de voorwaarden voor ondersteunende horeca enigszins verruimd. Op basis van de ervaringen die hiermee zijn opgedaan worden de beleidslijnen voor de rest van de stad ook aangepast.
4.1.4
Hotel
4.1.4.1
Toetsingskader
Het gaat goed met de Nijmeegse hotelmarkt. Jaarlijks vinden er 200.000 overnachtingen plaats en de aantallen zijn stijgende. De verdeling tussen zakelijk en toeristisch hotelbezoek is nagenoeg gelijk. Uit recent hotelonderzoek (2018, zie Bijlage 2 Hotelonderzoek) blijkt dat in de afgelopen periode (2008-2018) het aantal hotelbedden aanzienlijk is toegenomen. Ondanks de gemaakte inhaalbeweging en duidelijke uitbreiding, is de Nijmeegse hotelsector nog steeds relatief klein ten opzichte van vergelijkbare steden. Vandaar dat een open beleidslijn voor hotels wordt gehanteerd, waarmee nieuwe hotelontwikkelingen mogelijk zijn, mits deze voldoen aan eisen zoals inpasbaarheid in de openbare ruimte, parkeren etc.
4.1.4.2
Planvoornemen
Een kleinschalig stadshotel (2.500 m2 bvo) is passend binnen de huidige opzet van NYMA. De locatie- en vastgoedkenmerken zijn zeer onderscheidend en deels gericht op nieuwe doelgroepen.
4.1.5
Kantoren, woon-werkpanden en commerciële dienstverlening
4.1.5.1
Toetsingskader
In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor het toestaan van grootschalige kantoorontwikkelingen (RPW). Conform deze afspraken zijn in Nijmegen alleen grote kantoorunits toegestaan in de directe omgeving van het Centraal Station en Station Lent.
4.1.5.2
Planvoornemen
NYMA komt niet in aanmerking voor grootschalige kantoorontwikkelingen. Het is de bedoeling om in het gebied ruimte te bieden aan commerciële dienstverlening, zoals een tekstschrijfbureau, een videoproductiebedrijf, een evenementenbureau, een architectenbureau, etc.
4.1.6
Kleinschalige bedrijvigheid
4.1.6.1
Toetsingskader
Door de vestiging van kleinschalige en ambachtelijke ondernemingen wordt de lokale economie gestimuleerd. Mogelijkheden hiertoe zijn: het realiseren van woon-werk panden. Dit betreft het uitoefenen van kleinschalige
48
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
bedrijfsactiviteiten vanuit de woning, waarbij geen hinder mag worden veroorzaakt voor de omgeving. ruimte bieden aan kleinschalige bedrijvigheid. Het kan hierbij gaan om kleinschalige bedrijven die nu in de Honig aanwezig zijn en verplaatst moeten worden, maar ook om het aantrekken van nieuwe kleinschalige bedrijvigheid. 4.1.6.2
Planvoornemen
Het realiseren van woon-werk panden is niet aan de orde, omdat NYMA geen woonprogramma heeft. Ruimte bieden aan kleinschalige bedrijvigheid gebeurt wel, naar voorbeeld van de Honig. in haar huidige vorm is de Honig, als kleinschalige economische ontwikkelzone, een aanvulling voor de wijk. De bedoeling is dat NYMA deze rol (deels) overneemt. Het realiseren van kleinschalige bedrijfsactiviteiten voorziet in de toenemende vraag naar flexibele bedrijfspanden en is passend bij de trend van clustervorming, waarbinnen de aanwezige bedrijven elkaar kunnen versterken. Binnen NYMA is de ruimte voor bedrijvigheid ruim 19.000 m2 bvo. Dit borduurt voort op de vigerende bedrijfsmogelijkheden, maar met een geheel andere uitstraling. NYMA richt zich op ambachtelijke en creatieve bedrijven. Het gaat om zowel nieuwe bedrijvigheid, als om de verplaatsing van zittende bedrijven uit de Honig.
Bij de invulling kan gedacht worden aan: Maakindustrie, bijvoorbeeld fietsenmaker, meubelmaker, lijstenmakerij Bedrijfsverzamelgebouw, voor bijvoorbeeld start-ups Ambachten, bijvoorbeeld koffiebranderij, bierbrouwerij, ijsmaker, kookstudio Media en ICT Cultuur Fietsgerelateerde bedrijven op Kavel 7 De ruimtelijke, economische en maatschappelijke meerwaarde bestaat behalve uit de versterking van de economische structuur, ook uit de invulling van bestaande leegstand, het behoud van cultureel erfgoed, de versterking van het cultuurklimaat, het plaats bieden aan subculturen (aanjagers van stedelijke vernieuwing), het aanbieden van onderscheidende vrijetijdsbestemmingen met bovenlokale aantrekkingskracht en placemaking.
4.1.7
Vrijetijdsactiviteiten/leisure
4.1.7.1
Toetsingskader
Onder vrije tijd wordt de tijd verstaan die overblijft naast verplichte activiteiten als werk en studie. Mensen willen hun vrije tijd veelal op een nuttige en vooral leuke manier opvullen. Leisure is een overkoepelende term voor alle vrijetijdsvoorzieningen op het terrein van ontspanning, cultuur, sport en evenementen. De vrijetijdsbesteding van mensen is met de toename van de welvaart steeds belangrijker geworden. Iedereen heeft eigen voorkeuren. Vandaar dat er voldoende ontwikkelruimte beschikbaar moet zijn, zeker voor ontwikkelingen met een meerwaarde voor de verzorgingsstructuur.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
49
4.1.7.2
Planvoornemen
De Vasim is nu al een plek waar bezoekers komen om hun vrije tijd te besteden. Ook bij de nieuwe opzet is NYMA, met De Vasim als onderdeel, een plek waar mensen naartoe gaan omdat er iets te beleven valt. Binnen NYMA is de ruimte voor vrijetijdsactiviteiten/leisure circa 10.000 m2 bvo en voor een evenementenhal 2.000 m2 bvo. Vigerend is al een evenementenhal toegestaan. Naast nieuwe faciliteiten gaat het ook om de verplaatsing van activiteiten uit de Honig. Uitgangspunt is een breed aanbod mogelijk maken voor zowel direct omwonenden, als voor inwoners uit de gehele stad. Bij de invulling kan gedacht worden aan: Skatehal Fitness Sauna/wellness Gaming Buitensport Evenementenhal
4.1.8
Evenementen
4.1.8.1
Toetsingskader
Locatiegebonden evenementenbeleid De gemeente Nijmegen heeft het "Locatiegebonden evenementenbeleid" opgesteld. Doel van dit beleid is om voor een aantal veelgebruikte evenementenlocaties tot locatieprofielen te komen, die recht doen aan de wensen van organisatoren van evenementen (bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheden en faciliteiten per locatie), maar ook een uitwerking zijn van een zorgvuldige afweging van belangen van en consequenties voor de omgeving. Daarnaast is in de "Beleidsregels Geluid bij evenementen in de openlucht 2018" voor een aantal evenementenlocaties een maximaal aantal geluidpunten per kalenderjaar vastgesteld. Beleidsregels geluid voor evenementen in de openlucht In de “Beleidsregels geluid voor evenementen in de openlucht 2018” zijn voor alle potentiële evenementenlocaties in de gemeente de voorwaarden opgenomen waaronder een Ontheffing van het verbod geluidhinder (APV 4.1.1 t/m APV 4.1.4.) mogelijk is. Deze voorwaarden hebben betrekking op het aantal; de tijdsduur; de begin- en eindtijd en de geluidemissie. Het beleid is bedoeld om de balans voor het toestaan en verdelen van evenementen met veel geluid over het gehele grondgebied van de gemeente te waarborgen.
4.1.8.2
Planvoornemen
Het plangebied is onderverdeeld in drie evenementenlocaties: 1) NYMA fabriek, buitenterrein (met tijdelijke regels en randvoorwaarden) 2) NYMA Vasim West, buitenterrein 3) NYMA Vasim Oost, 20 septemberplein en het gebied onder de Oversteek
50
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Evenementenlocaties NYMA (bron: Atlaz) Voor het NYMA-terrein is een locatieprofiel opgesteld, dat op 18 mei 2016 door het college is vastgesteld. Daarnaast zijn op 4 december 2018 tijdelijke regels en randvoorwaarden vastgesteld voor het gebruikmaken van het buitenterrein van de NYMA-fabriek. Vanwege de omvang, ligging en uitstraling is deze locatie geschikt voor een grote diversiteit aan evenementen. Op basis van de randvoorwaarden zijn verschillende evenementen passend. De voorkeur gaat uit naar evenementen die hun identiteit ontlenen aan de industriële omgeving en evenementen die aansluiten bij de functie van de cultuurspinnerij in De Vasim en bij Waalhalla in de NYMA-fabriek.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1
Toetsingskader
4.2.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte).
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
51
4.2.1.2
Toetsingskader
Bedrijvigheid in de zin van de Wet milieubeheer is die bedrijvigheid die onder het Activiteitenbesluit valt en/of een omgevingsvergunning nodig heeft. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de "Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen", welke is toegevoegd als bijlage bij de planregels. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten in Nijmegen al naargelang de te verwachten belasting voor het milieu zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Hierbij zijn alleen de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar, verkeer en visuele aspecten van belang. "De Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen" is een verbijzonderde afgeleide van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Naast de afstandseisen uit de VNG-brochure moet ook rekening worden gehouden met overige milieuhinder, die aan de orde kan zijn bij bepaalde bedrijfscategorieën, waaraan speciaal overheidsbeleid en hierop gerichte jurisprudentie nadere invulling geven. Vandaar dat in het Nijmeegse model ook vormen van hinder zijn opgenomen die buiten de kaders van de VNG-brochure vallen, zoals bijvoorbeeld de afstanden die moeten worden aangehouden bij percelen waar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden of geluidhinder als gevolg van menselijk stemgeluid etc.
Naast de hinder die toekomstige gebruikers kunnen ondervinden van omliggende bedrijvigheid is het van belang dat de ontwikkeling van het plangebied niet ten kosten gaat van de mogelijkheden van de omliggende bedrijven om zich te ontwikkelen.
4.2.2
Planvoornemen
Ten oosten van het plangebied ligt een gemengd gebied dat behoort tot het bestemmingsplan "Nijmegen Waalfront - 2 (Brugkwartier)". Hier zijn aan de Waalzijde alleen categorie 1 en 2 bedrijven toegestaan. Direct aangrenzend is in het voorliggende bestemmingsplan, gelijk aan het vigerende bestemmingsplan, een rustige overgangszone voorzien met de mogelijkheid voor kleinschalige bedrijvigheid, horeca, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en sport, eveneens in categorie 1 en 2. Ten zuiden van het plangebied ligt in het Brugkwartier, aan de Weurtseweg 400, een gebied dat is aangewezen als nutsvoorziening in categorie 3.1, vanwege de exploitatie van een onderstation voor de distributie van stroom (Liandon B.V.). Het maatgevende aspect is geluid. Dit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, omdat in het plangebied geen geluidgevoelige bestemingen mogelijk worden gemaakt, vanwege de ligging van het volledige plangebied binnen de geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein Nijmegen-west/Weurt. Bovendien zijn de transformatoren van de nutsvoorziening afgeschermd met een muur van 6 meter hoog, waardoor het plangebied wordt afgeschermd van het laagfrequent geluid. Behalve geluid, genereert de nutvoorziening ook elektromagnetische velden, maar het is onwaarschijnlijk dat de 0,4 micro Tesla-contour over het plangebied valt.
Bovendien zijn in het aangrenzende deel van het plangebied geen gevoelige bestemmingen gepland, waar langdurig en structureel kinderen verblijven. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan het bestemmingsplan "Nijmegen Mercuriuspark". Ten zuiden van de Nymaweg is categorie 1 t/m 3.2 toegestaan. Het nabijgelegen deel van het plangebied, het Vasimterrein, is in de huidige situatie ook bestemd voor categorie 3.2 bedrijven. Bevi-bedrijven zijn op de terreinen in alle gevallen uitgesloten, evenals geluidgevoelige objecten. Enige onderlinge hinder in de toekomst is daarom niet aan de orde. Hetzelfde is het geval voor de nabijgelegen terreinen ten westen van de Nymaweg. Deze terreinen zijn, net als het binnen het plangebied gelegen Kavel 7, in het geldende bestemmingsplan "Nijmegen Mercuriuspark" bestemd voor bedrijven t/m categorie 4.2, BEVI-bedrijven zijn toegestaan voor zover de plaatsgebonden risicocontour niet over andere bouwpercelen valt en geluidsgevoelige objecten
52
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
zijn uitgesloten. Ten westen van het plangebied ligt de voormalige kolencentrale van Engie op het industrieterrein Kanaalhavens. De kolencentrale is gesloten, maar de bestemming biedt nog wel de mogelijkheid voor een kolencentrale, in categorie 5.2, met een richtafstand van 700 meter. Het Engie-terrein maakt deel uit van het geluidgezoneerd industrieterrein. Vanwege de ligging van het plangebied tegen dit terrein aan en de ligging van de geluidzone over het plangebied, zijn geluidgevoelige objecten ter plaatse van het plangebied expliciet uitgesloten in dit bestemmingsplan. Behalve voor geluid, heeft een kolencentrale ook voor stofhinder een richtafstand van 700 meter. Dit aspect gaat over visuele hinder van stof van puntbronnen en diffuse emissies van op- en overslag. Beide bronnen van stof zijn verwijderd, omdat de kolencentrale is gesloten. Nieuwe bronnen van stofemissies zijn echter planologisch niet uitgesloten. De afstand tot een potentiële bron van stofhinder is echter acceptabel, aangezien in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling verschillende regels zijn opgenomen om stofhinder direct buiten de inrichting te voorkomen, ongeacht eventuele richtafstanden tot een woonomgeving of andere stofgevoelige bestemmingen. Deze regels hebben betrekking op zowel puntbronemissies (zoals een puinbreker) als emissies door de op- en overslag van goederen in de buitenlucht.
Voor diffuse emissies van op- en overslag geldt dat moet worden voorkomen dat stofverspreiding optreedt, die op een afstand van meer dan 2 meter van de bron, met het blote oog waarneembaar is, om verontreiniging van de omgeving zoveel mogelijk te beperken (artikel 3.32, lid 1, onder a, Activiteitenbesluit). Bovendien worden in het plangebied geen woningen of andere stofgevoelige bestemmingen gerealiseerd. Aan de Waalzijde grenst het plangebied aan hoogspanningslijnen van 150 Kv. Deze hoogspanningslijnen veroorzaken een magneetveldzone. Het voorzorgbeleid is erop gericht om zoveel als mogelijk gevoelige bestemmingen in het magneetveld >0,4 micro Tesla uit te sluiten. In voorliggend bestemmingplan worden geen gevoelige bestemmingen gerealiseerd, waarin structureel kinderen verblijven gedurende een groot deel van de dag. Vanuit de milieuzonering zijn er geen beperkingen voor de NYMA-ontwikkeling.
4.3
Geluid
4.3.1
Toetsingskader
4.3.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.3.1.2
Wettelijk kader
Geluidgevoelige objecten worden beschermd door de Wet geluidhinder. Dit betreffen woningen, maar ook scholen en ziekenhuizen. Deze Wet geluidhinder regelt het aspect (weg)verkeerslawaai en industrielawaai.
4.3.2
Planvoornemen
Met voorliggend plan worden geen geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Derhalve voldoet dit plan voor het aspect geluid.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
53
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Luchtkwaliteit
4.4.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.4.1.2
Wettelijk kader
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende twee aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
4.4.1.3
Toetsingskader veroorzaker
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet milieubeheer (Wm) ten aanzien van luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan, worden getoetst. Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Tabel: luchtkwaliteit Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor
54
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5.
4.4.1.4
Planvoornemen als veroorzaker
De NYMA-ontwikkeling leidt niet tot een netto toename die een verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer veroorzaakt. Daarmee valt de beoogde ontwikkeling binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen. Dit is gebaseerd op het gegeven dat De Vasim en de NYMA-fabriek gasloos worden en zodoende zorgen voor een lokale verbetering van de luchtkwaliteit. De functies bij de Vasim zijn reeds in het vigerende plan al mogelijk, voor de deelgebieden NYMA en Kavel 7 worden er beperkt functies toegevoegd ten opzichte van de al toegestane bedrijven.
4.4.1.5
Toetsingskader bescherming
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en vormt het derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien.
4.4.1.6
Planvoornemen bescherming
Het voorliggende plan voorziet niet in de realisatie van gevoelige bestemmingen. Bovendien liggen de concentraties fijn stof ter hoogte van het plangebied met een waarde van 11 ver onder de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof). Zie onderstaande uitsnede van de jaargemiddelde fijn stof concentraties in het plangebied in 2019.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
55
Uitsnede jaargemiddelde fijn stof concentraties in het plangebied in 2019 (bron: Atlas voor de Leefomgeving) Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert zowel in de veroorzakende kant als in de beschermende kant, geen beperking op voor de NYMA-ontwikkeling.
4.5
Geur
4.5.1
Toetsingskader
De Wet geurhinder en veehouderij stelt regels ter bescherming van geurgevoelige objecten. Een geurgevoelig object is kortgezegd een gebouw waarin mensen gedurende de dag verblijven. In de wet is een meer gedetailleerde begripsbepaling opgenomen.
4.5.2
Planvoornemen
Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Binnen een straal van 1 kilometer zijn geen veehouderijen gevestigd. Vandaar dat in het geval van de beoogde ontwikkeling geen sprake is van geurhinder door veehouderijen of van beperkingen van veehouderijen in hun bedrijfsvoering.
4.6
Externe veiligheid
4.6.1
Toetsingskader
4.6.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte).
56
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.6.1.2
Wettelijk kader
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens wordt het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) moet verantwoord worden in het invloedsgebied van de betreffende risicobronnen. De volgende risicobronnen hebben invloed op het plangebied. De Waal; Het Maas-Waalkanaal; Het spoor van Nijmegen - Arnhem; De windmolens op het Engie-terrein.
4.6.2
Planvoornemen
Plaatsgebonden risico Geen enkele bovengenoemde bron heeft een PR 10-6 contour over het plangebied liggen. Het kanaal en het spoor liggen op grote afstand waardoor alleen een onwaarschijnlijk toxisch scenario het plangebied kan bereiken. Volgens de "Beleidsvisie externe veiligheid" (februari 2014) kan hier worden volstaan met een standaard verantwoording, zoals weergegeven op pagina 34 van de beleidsvisie. Daarnaast ligt het plangebied tegen de Waal aan. Over de Waal worden grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het "Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen" en de "Regeling basisnet, bijlage III" geven aan hoeveel schepen beladen met gevaarlijke stoffen per jaar over de Waal varen. Ondanks de grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen die worden vervoerd is het vervoer over water relatief veilig. Mede vanwege de breedte van de Waal, waardoor de kans op slachtoffers in het geval van een calamiteit kleiner is. Groepsrisico Volgens het Bevt, artikel 8, kan een groepsrisicoverantwoording achterwege blijven indien het groepsrisico onder de 10% van de oriëntatiewaarde blijft. Dit geldt ook indien het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft maar niet met meer dan met 10% van de oriëntatiewaarde toeneemt. De "Handleiding Risicoanalyse Transport" (HART, januari 2017) geeft aan hoe om te gaan met de groepsrisicoverantwoording.
In de bijlage van het HART staat de vuistregel dat 10% van het groepsrisico van de Waal alleen wordt overschreden indien de dichtheid in de eerste 200 meter meer dan 500 personen/ha is én meer dan 1.000 schepen met LT2 plus GT3 stoffen per jaar over de Waal varen. Aan de laatste voorwaarde wordt voldaan, maar ook met het nieuwe plan is er geen dichtheid van 500 personen per hectare in de eerste 200 meter vanaf de Waal. Het plangebied betreft ongeveer 10 hectare. Vanaf 5.000 personen in het plangebied, is mogelijk een groepsrisico te verwachten van boven de 10% van de oriëntatiewaarde in de eerste 200 meter vanaf de oeverlijn. Dit is niet waarschijnlijk gezien het programma in het plangebied. Dit alles resulteert naar schatting in ongeveer 1.000 personen die maximaal aanwezig zijn. Met incidenteel meer aanwezigen vanwege een evenement. Structureel is geen sprake van een dichtheid van 500 mensen in de eerste 200 meter vanaf de oeverlijn. Een berekening van het groepsrisico kan dus achterwege blijven. Plasbrandscenario Op grond van artikel 10 Bevt is een verantwoording van het plasbrandscenario noodzakelijk.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
57
Indien de brandende plas naar de oever/kade drijft ontstaat er een intense hittestraling, waardoor op de oever slachtoffers kunnen vallen. Tot op een afstand van 70-80 meter van de oever kunnen bij mensen dodelijke derdegraads brandwonden ontstaan. De belangrijkste handelingsperspectieven van deze mensen is vluchten en schuilen. In de "Beleidsvisie externe veiligheid" is daarom aangegeven dat in de eerste 25 meter vanaf de vaarweg/oeverlijn geen zeer kwetsbare objecten zijn toegestaan en dat kwetsbare objecten, zoals woningen, zwaar verantwoord moet worden. In de zone van 25 tot 90 meter vanaf de oeverlijn geldt een zware verantwoording voor zeer kwetsbare objecten. Het voorliggende bestemmingsplan maakt het gebruik ten behoeve van zeer kwetsbare objecten niet mogelijk. Kwetsbare objecten en locaties worden wel toegelaten in het hele plangebied. Reden hiervoor is dat de gebruikers van deze objecten over het algemeen zelfredzaam zijn en dat er in het plangebied voldoende mogelijkheden zijn om te schuilen en te vluchten in geval van een calamiteit. Ook is duidelijk dat de kans op een ongeval zeer klein is. De kans op een ongeval, met een enkelwandige binnenvaarttanker waarbij benzine uitstroomt, wordt geschat op 1 tot 4 maal per 10 miljoen jaar per voertuigkilometer (scenarioboek externe veiligheid).
De kans dat de vloeistof ontsteekt en precies bij het plangebied tot een forse hittestraling leidt is nog vele malen kleiner. Dit komt mede door het feit dat de jaargemiddelde waterstand veel lager ligt dan de kademuur, waardoor deze muur extra bescherming biedt tegen dit scenario. Om deze reden wordt het niet zinvol geacht om aanvullende bouwkundige maatregelen te eisen voor extra bescherming van kwetsbare objecten. Voor scenario's met betrekking tot het vrijkomen van giftige stoffen vanaf schepen op de Waal, is schuilen het belangrijkste handelingsperspectief. De huidige bouweisen zijn voldoende om mensen binnen de bebouwing voldoende bescherming te bieden tegen een giftige gaswolk. Bestaande gebouwen/monumenten dienen te worden voorzien van een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem. Op het nabijgelegen terrein van Engie wordt de kolencentrale gesloopt en wordt zeer waarschijnlijk een tweetal windmolens geplaatst. De PR 10-6 contouren van deze windmolens vallen niet over het plangebied. Wel valt de werpafstand bij overtoeren over een klein deel van het plangebied. De moderne windmolens zijn echter meervoudig beschermd tegen het maken van overtoeren. De kans op een incident waarbij mensen in het plangebied getroffen worden is daarom verwaarloosbaar klein. Daarnaast is een groepsrisicoverantwoording niet aan de orde, omdat de windmolens onder het Activiteitenbesluit vallen.
4.6.3
Advies veiligheidsregio VRGZ
Het voorliggende bestemmingsplan is ter toetsing voorgelegd aan de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Hierop is advies met een uitgebreide toelichting gegeven, zie Bijlage 3 Externe veiligheid: Advies VRGZ. Onderstaand zijn de adviezen opgenomen: Ontvluchting en zelfredzaamheid: Realiseer een extra doorgang in het Nyma-gebouw richting Vasim om de ontvluchting van het evenemententerrein te verbeteren; idealiter wordt deze doorgang gerealiseerd met hoogte van 4,2 meter (en een breedte van 3,5 meter). Daarmee wordt het ook bruikbaar als doorgang voor hulpverleningsvoertuigen. Externe veiligheid: 1. Bij verbouwing van het Nyma gebouw: voer aanpassingen aan gevels aan de Waalzijde indien mogelijk zoveel mogelijk uit als 'blinde gevel' en zorg bij eventuele aanpassing van het ventilatiesysteem voor een centraal afschakelbare installatie. Bouwkundige
58
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
2.
4.6.4
aanpassing van het pand zou extra bescherming kunnen bieden tegen de zeer hoge hittestraling van plasbranden en de overdruk van explosies. Vraag is bij bestaande bebouwing in hoeverre de kosten opwegen tegen veiligheidswinst. Dit is een gemeentelijke afweging. Verbeter de ontvluchting van het terrein door een extra doorgang door het Nyma-gebouw (zie vorige punt).
Conclusie
Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor de NYMA-ontwikkeling. Wel vraagt de VRGZ aandacht voor het verbeteren van de ontvluchting, door een extra doorgang in het NYMA-gebouw te voorzien, wat ook in de planregels is verankerd (vluchtroute voor voetgangers, niet voor hulpdiensten), en bij verbouwing van het gebouw aanpassingen aan de gevels aan de Waalzijde zoveel mogelijk als blinde gevel te realiseren en een centraal afschakelbare ventilatiestysteem aan te brengen. Het mogelijk treffen van maatregelen aan het gebouw is een gemeentelijke afweging.
4.7
Bodem
4.7.1
Toetsingskader
4.7.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.7.1.2
Wettelijk kader
Het bestaande bestemmingsplan wordt gewijzigd van (gedeeltelijk) industrie naar gemengd. Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Awb). Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom beoordelen wij de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan.
4.7.2
Planvoornemen
Het plangebied is geografisch onder te verdelen in een noordelijk en zuidelijk deel. Beide delen worden gescheiden door een dijklichaam, met op de dijk de Winselingseweg. Het noordelijk deel betreft het NYMA-terrein, waar voorheen een kunstzijdespinnerij gevestigd was. Het zuidelijk deel betreft het Vasim-terrein. Ook dit terrein was onderdeel van de kunstzijdespinnerij NYMA. Ten zuidwesten van het Vasim-terrein ligt een perceel dat wordt aangeduid als 'Kavel 7'. Dit terrein is momenteel braakliggend. Op het oostelijk deel bevindt zich de stadsbrug de Oversteek. Het plangebied als geheel wordt aangeduid als NYMA. Binnen het plangebied is het voornemen om bij de ontwikkeling zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande bebouwing. Deze bebouwing wordt door herinrichting en renovatie geschikt gemaakt voor toekomstig gebruik. Daarnaast is op beperkte schaal nieuwbouw mogelijk. Hiervoor wordt in eerste instantie gedacht aan bebouwing onder de Oversteek, bebouwing op het noordelijk NYMA-terrein en bebouwing op Kavel 7. Het is de bedoeling dat
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
59
NYMA zich op een organische manier ontwikkelt. Er worden evenementen toegestaan en er is ruimte voor creatieve ondernemingen. Er komt geen woonbestemming of een andere functie die ervoor zorgt dat er sprake is van een gevoeligere bestemming. Bodemkwaliteit De bodemsituatie is voor het NYMA-kwartier in 2017 reeds beoordeeld en in beeld gebracht. Hiervan is een memo opgesteld (D170132919), met begeleidende tekeningen (D170132897), opgenomen in Bijlage 4 Bodem: overzicht onderzoeken. Voor een uitgebreide toelichting op de bodemsituatie wordt naar deze documenten verwezen. Voor nu wordt volstaan met een korte beschrijving van de beschikbare bodeminformatie en een actualisatie van gegevens naar aanleiding van recente ontwikkelingen. Het plangebied is geografisch onder te verdelen in een noordelijk (NYMA) en zuidelijk deel (Vasim). Beide delen worden gescheiden door een dijklichaam. Op grond van de bekende bodeminformatie blijkt dat ook qua bodemkwaliteit dit onderscheid gemaakt kan worden. Het noordelijk deel is namelijk meer verontreinigd dan het zuidelijk deel. De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapporten (in chronologische volgorde): A. Vasim/zuidelijk deel en Kavel 7/zuidwestelijk deel 1. Indicatief milieukundig bodemonderzoek Terrein Vasim, Fugro, kenmerk F-7777, 28 maart 1991; 2.
Verkennend bodemonderzoek bedrijfsterrein Winselingseweg 39 te Nijmegen, Oranjewoud, projectnummer 15009-71425, februari 1995; 3. Historisch onderzoek en bodemonderzoek (Dijkverbeteringsplan), Haskoning, kenmerk D2430.A0/R027/LR/NR, 4 juli 1997; 4. Aanvullend onderzoek Waalbandijk Nijmegen, DHV, kenmerk P2199-27-001, 27 oktober 1998; 5. Verkennend milieukundig bodemonderzoek Winselingseweg 41 te Nijmegen, Fugro, kenmerk D-9011/110, 25 februari 1999; 6. Verkennend en nader onderzoek Winselingseweg 41 te Nijmegen, DHV, kenmerk R3520-80-001, 11 mei 2001; 7. Verkennend onderzoek stortplaatsen Gelderland Winselingseweg 41 te Nijmegen VOSGE/330/017, De Straat milieuadviseurs, kenmerk B5211, 1 november 2001; 8. Verkennend bodemonderzoek Weurtseweg te Nijmegen, DHV, kenmerk T2288-81-001, 14 februari 2003; 9. Asbestonderzoek Weurtseweg te Nijmegen, locatie “Weurtse kolk”, DHV Milieu en Infrastructuur B.V., 22 april 2003, 10. Indicatief bodem- en asbestonderzoek tweede stadsbrug Nijmegen, Royal Haskoning, kenmerk 9T2403.B7, 28 augustus 2009; 11. Verkennend bodemonderzoek Kreekweg Nijmegen, Lankelma Geotechniek, kenmerk RHA/VN-75155, 12 oktober 2009; 12. Verkennend bodemonderzoek Winselingseweg 39 in Nijmegen, Envita, kenmerk RHA/VN-30261, 8 juni 2010; 13. Bodemonderzoek Winselingseweg 41 te Nijmegen, MWH, kenmerk M11B0116, 22 april 2011. B. NYMA/noordelijk deel 1.
Bodemonderzoek bedrijfsterrein NYMA B.V. Winselingseweg 12 te Nijmegen, Haskoning, kenmerk 12057.B1017.AO/R002/IS/GKK, oktober 1993; 2. Nader onderzoek op het bedrijfsterrein van NYMA B.V. aan de Winselingseweg 12 te Nijmegen, Haskoning, kenmerk 12057.B1730.AO/R002/IS/GR, maart 1994; 3. Evaluatie bodemsanering bouw loogtank Winselingseweg 12 te Nijmegen, Haskoning,
60
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
kenmerk F1741.AO/R001/CHE/CMLL, februari 1998; Nulsituatieonderzoek Nymplex te Nijmegen, Haskoning, kenmerk L0102.AO/B002/HAM/MJAE, 12 april 2001; 5. Verkennend bodemonderzoek Winselingseweg 16 te Nijmegen, Grontmij, kenmerk 12011900, 29 maart 2005; 6. Nulsituatieonderzoek Winselingseweg 12 te Nijmegen, Haskoning, kenmerk 9P3873.01, 27 februari 2007; 7. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Winselingseweg 12 te Nijmegen, Grontmij, kenmerk 99041167, 27 juni 2008; 8. Verkennend en nader bodemonderzoek nieuwbouw Winselingseweg 12 te Nijmegen, Royal Haskoning, 9T4654.01/R0002/Nijm, 26 april 2010; 9. Verkennend bodemonderzoek middendeel bedrijfsterrein Winselinseweg 12 te Nijmegen, Royal Haskoning, 9V7688.01, 19 juli 2010; 10. Gedetailleerd raamsaneringsplan bedrijfsterrein Winselingseweg 12 te Nijmegen, Haskoning, kenmerk 9V8109.01/R0002/407180/Nijm, 23 juli 2010; 11. Natronloogspot 2007 bedrijfslocatie Winselingseweg 12 te Nijmegen. Actualisatie-onderzoek en monitoringsvoorstel grondwater, Royal Haskoning, (V8109.01/L0003/JVGE/Nijm, 11 november 2010; 12. Resultaten aanvullend bodemonderzoek Winselingseweg 12-16 te Nijmegen, De Ruiter, kenmerk AZE/BB120070.3350022, 18 januari 2011; 13. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 en 5707) Winselingseweg 12 (ged.) en 16 in Nijmegen, Envita, kenmerk 201694-12/R01, 24 oktober 2011; 14.
Evaluatieverslag sanering Categorie immobiel locatie Winselingseweg 16 in Nijmegen, Envita, kenmerk 201694-11/R01, 19 december 2011; 15. Grondwateronderzoek Winselingseweg 12 te Nijmegen, MWH, kenmerk M12b0126.r02, 3 juli 2015; 16. Nijmegen, Winselingseweg 12 conceptueel model sulfaat, Tauw, kenmerk R001-1260764RGL-mwl-V02-NL, 4 oktober 2017; 17. Plan van aanpak deelsanering NYMA, Heijmans Infra, kenmerk Jala2.18.0111_versie 2, 18 juli 2018; 18. Milieuhygiënisch bodemonderzoek NYMA terrein Winselingseweg 12 te Nijmegen, Bioclear earth, kenmerk 20185402/11776, 1 oktober 2018; 19. Plan van aanpak egaliseren Winselingseweg 12 Nijmegen, Bioclear earth, kenmerk 20185402/11769, 1 oktober 2018; 20. Plan van aanpak kabelsleuven Winselingseweg 12 Nijmegen, Bioclear earth, kenmerk 20185402/11782, 4 oktober 2018; 21. Rapportage evaluatie bodemsanering NYMA-terrein (Winselingseweg) te Nijmegen, Econsultancy, kenmerk 7659.001, 5 oktober 2018. 4.
Uit deze bodemonderzoeken blijkt het volgende: A. Vasim/zuidelijk deel Over het gehele terrein is de bodem licht tot sterk puinhoudend. Bekend is dat er een gedempte kolk aanwezig is. Deze lijkt niet te zijn gedempt met afval, maar met puinhoudende grond. Er is in het veld geen duidelijk onderscheid in de bodemopbouw zichtbaar tussen de gedempte kolk en de bodem daarbuiten. De bodem is overwegend licht verontreinigd. Dit geldt met name voor de bovengrond (0,0-0,5 m-mv). Er is slechts één keer een matig verhoogd gehalte nikkelgemeten (2009). In de ondergrond (dieper dan 0,5 m-mv) zijn ten westen van de stadsbrug incidenteel matig tot sterk verhoogde gehalten metalen en Pak gemeten. Er is geen duidelijke onderlinge samenhang. Er is ten westen van de stadsbrug vermoedelijk geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
61
Ten oosten van de stadsbrug is in de zuidoostelijk hoek van het Vasim-terrein in de ondergrond (dieper dan 0,5 m-mv) een meer aaneengesloten matig tot sterke verontreiniging met metalen aanwezig. De verontreiniging is niet afgeperkt. Er is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 >I). Een besluit ernst en spoed is nog niet genomen. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties vluchtige aromaten, VOCl en metalen aanwezig. Vanwege de aanwezigheid van puin is het gehele terrein verdacht op asbest. Lokaal is er al asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij is geen asbest aangetroffen. De uitgevoerde bodemonderzoeken zijn allen gedateerd (ouder dan 5 jaar) en er is veelal geen onderzoek gedaan naar asbest. B. Kavel 7/zuidwestelijk deel Historisch gezien kan de locatie als verdacht worden aangemerkt, vanwege de aanwezigheid van de voormalige Weurtse Kolk. Van kolken is bekend dat deze in het verleden vaak werden gedempt met afval, bouwpuin of verontreinigde grond. In het meer recente verleden lagen op de locatie een tennisbaan en sportvelden. Deze activiteiten zijn in principe onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging. De verrichte boringen duiden niet op een demping met bouwpuin of afval. Plaatselijk is in enkele boringen in de ondergrond (vanaf 0,5 m-mv) wel sprake van bijmengingen met puin en/of sintels.
Net als op het VASIM terrein is geen duidelijk onderscheid in de bodemopbouw zichtbaar tussen de gedempte kolk en de bodem daarbuiten. Over het gehele terrein is de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) ten hoogste licht verontreinigd. Dat geldt ook voor het grondwater. Er is geen asbest aangetroffen/aangetoond. In de ondergrond (vanaf 0,5 m-mv) zijn plaatselijk matig tot sterk verhoogde gehalten gemeten. Dit duidt vooralsnog niet op een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar meer op niet aaneengesloten puntverontreinigingen die samenhangen met het incidenteel voorkomen van bodemvreemd materiaal. De verontreinigingen/bodemvreemde bijmengingen zijn aangetoond langs de noordwestelijke en noordoostelijke rand van het perceel. C. NYMA/noordelijk deel Het verontreinigingsbeeld is zeer heterogeen. Plaatselijk zijn sterk verhoogde gehalten metalen (kobalt, barium, koper, lood, zink, arseen), pak, natronloog(natrium) en PCB aangetoond in zowel boven- als ondergrond. Er zijn ook delen waar de bodem ten hoogste licht verontreinigd is. Ter plaatse van de voormalige stookolietank is een sterke verontreiniging met circa 60 m3 minerale olie in de grond aanwezig. Het grondwater is niet verontreinigd. Door het heterogene beeld en de diversiteit aan verontreiniging is niet altijd een eenduidige bron aan te wijzen. Waarschijnlijk zijn er verschillende oorzaken voor de verontreinigingen.
Van het natrium staat vast dat deze veroorzaakt is door het voormalige gebruik van natronloog op de locatie. De bodem bestaat globaal voor de bovenste 2 meter uit zand met af en toe wat puin er in. Daaronder bevindt zich een klei-leemlaag, globaal vanaf 3-4 meter-mv, over het algemeen licht tot matig verontreinigd, maar plaatselijk soms sterk met koper, lood en/of zink. Onder de kleilaag bevindt zich een nagenoeg niet verontreinigde zandlaag. In het grondwater zijn sterk verhoogde concentraties barium, sulfaat en natrium gemeten. Het barium lijkt van natuurlijke oorsprong. Van het sulfaat en natrium is bepaald dat deze bij de huidige gebruiksvorm geen risico's met zich meebrengen. De locatie maakt onderdeel uit van het aan een ophooglaag gerelateerde geval
62
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
'Havenweg 2 (besluit 1996)'. Uit de bodemonderzoeken komt echter naar voren dat hier geen sprake is van een typische ophooglaag zoals dit elders in het Waalfront is aangetroffen. De bodem op het NYMA-terrein is (veel) minder puinhoudend. Ook is hier geen sprake van een duidelijk te onderscheiden laag op basis van kleur en samenstelling. Vanwege de aanwezigheid van puin is het gehele terrein verdacht op asbest. Lokaal is er al asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij is geen asbest boven de interventiewaarde aangetroffen. Op het talud van de dijk is wel een verontreiniging met asbest aanwezig (circa 50 m3). Hoewel de locatie reeds langdurig geheel verhard is, bestaat er wel een kans op asbest in de bodem. Zo zijn er in 2018 kelders gesloopt, waarvan de binnenkant was voorzien van een asbesthoudende bitumenlaag. De kelders bevonden zich onder de aanwezige verharding. Bepaalde delen, zoals onder het looggebouw, zijn nog onvoldoende onderzocht. Er is nu geen directe noodzaak voor onderzoek. Bij ontwikkeling moet dit onderzoek wel worden uitgevoerd. Besluiten Bodem Op het Vasim-terrein en Kavel 7 rusten geen besluiten. Op het NYMA-terrein zijn meerdere besluiten van toepassing, waaronder ernst en urgentie (1996), ernst en spoed (2010), besluit raamsaneringsplan (2010) en enkele evaluatiebesluiten van uitgevoerde deelsaneringen (2011, 2012 en 2019).
In besluiten op ernst en urgentie (1996) en ernst en spoed (2010) is opgenomen dat een spoedige sanering niet nodig is, vanwege de afwezigheid van onaanvaardbare humane-, ecologische-, en verspreidingsrisico's bij het gebruik als bedrijventerrein. Een verandering in het gebruik kan aanleiding zijn voor het nemen van een nieuw besluit ernst en spoed. Een belangrijk gegeven bij de bepaling van risico's is dat contactrisico's nu niet bestaan door de aanwezige verharding. Zolang hierin niets verandert, lijkt een nieuwe risicobeoordeling en nieuw besluit daarom vooralsnog niet nodig. Deze stappen zullen wel worden gezet zodra de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Bodemsaneringen Op het noordelijk terreindeel is een raamsaneringsplan van kracht (besluit 2010). Uitgangspunt voor de saneringsaanpak is de handhaving van de industriële bedrijfsbestemming, waarbij na uitvoering van de sanering geen actieve beheers- en nazorgmaatregelen zijn vereist. De wijziging naar een niet industriële gemengde bestemming heeft niet direct gevolgen voor de werkingskracht van het raamsaneringsplan. Wel zullen bij bepaalde ontwikkelingen waarvoor een sanering nodig is, mogelijk aanvullende eisen gesteld worden aan het te behalen saneringsresultaat. In 2011 is een natronloogspot, veroorzaakt door een calamiteit in 2007, verwijderd.
In 2012 is in de zuidoostelijke hoek een deelsanering van minerale olie uitgevoerd. Hierbij is een onbekende hoeveelheid restverontreiniging achtergebleven. Deze bevindt zich onder de nog aanwezige bebouwing. In 2018 is op het noordelijk deel/NYMA-terrein een gefaseerde bodemsanering gestart. Deze is inmiddels afgerond. Doel van de sanering was om het terrein geschikt te maken voor evenementen en de hiervoor benodigde infrastructuur mogelijk te maken. Concreet betekent dit dat er een nieuwe verharding is gerealiseerd en dat er sleuven zijn aangelegd met schone grond. In deze sleuven kunnen kabels en leidingen worden gelegd zonder dat hiervoor dan opnieuw sanerende maatregelen nodig zijn. Ook is er in de zuidwestelijke hoek van het noordelijk deel een deelsanering uitgevoerd ten behoeve van een nieuw trafostation en waterput. Bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
63
Risico's, belemmeringen en maatregelen De aangetoonde lichte tot sterke verontreinigingen vormen geen risico bij het huidige en het beoogde gebruik in combinatie met de huidige terreininrichting. De afwezigheid van risico's berust voor een groot deel op de aanwezigheid van een aaneengesloten verharding (NYMA-terrein). Deze kan dus niet zondermeer worden verwijderd. Op de locatie zal mogelijk nieuwbouw gaan plaatsvinden. Het is mogelijk dat voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen, aanvullend of actualiserend bodemonderzoek nodig is. Ook is denkbaar dat bij herinrichting van het terrein, waarbij bijvoorbeeld verharding wordt verwijderd, er voorafgaand een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Dit geldt zeker op het noordelijk terreindeel. Op het noordelijk deel (NYMA-terrein) is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarbij een raamsaneringsplan van kracht is. Voordat hier grondroerende werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, moet in de regel vooraf een plan van aanpak (PVA) worden ingediend en goedgekeurd. Alleen wanneer kabels en leidingen in de al gesaneerde sleuven worden aangelegd kan dit zonder saneringsplan. Als basis voor een PVA dient steeds het raamsaneringsplan en de hierin geformuleerde uitgangspunten, saneringsaanpak, voorwaarden en saneringsdoelstelling.
In het besluit op het raamsaneringsplan zijn nog aanvullende voorwaarden gesteld. De aanwezige verharding vormt op het noordelijk deel een saneringsmaatregel. Als deze verharding verwijderd wordt, ten bate van bijvoorbeeld een groenvoorziening, bestaat de kans dat de bodem hier eerst aanvullend gesaneerd moet worden, omdat de oorspronkelijke saneringsmaatregel daardoor wordt opgeheven. Een aanvullende sanering kan bestaan uit het aanbrengen van een leeflaag of volledige verwijdering van de vervuilde grond. In geval van een bodemsanering hoeft niet de hele locatie gesaneerd te worden, maar volstaat een deelsanering. Hierbij hoeft doorgaans zowel verticaal als horizontaal over een beperkte oppervlakte gesaneerd te worden. Dit maakt de saneringskosten bij ontwikkeling beheersbaar en vrij goed voorspelbaar. Wel wordt hierbij opgemerkt dat het kan voorkomen dat in de bodem (onvoorziene) ondergrondse structuren aanwezig zijn die een sanering kunnen bemoeilijken. Voorbeeld hiervan zijn de onlangs aangetroffen kelders. De kosten kunnen als gevolg hiervan navenant toenemen. Conclusie Op basis van het voornoemde wordt bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging verwacht. Directe actieve saneringsmaatregelen zijn niet nodig. Bij graafwerkzaamheden volstaat een gerichte aanpak.
De bestaande bodemonderzoeken zijn toereikend voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. Het is mogelijk dat voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen, aanvullend of actualiserend bodemonderzoek nodig is. Waar de bodem sterk verontreinigd is moet bij grondroerende activiteiten vooraf een saneringsaanpak worden uitgewerkt en goedgekeurd. Wanneer plaatselijk het bodemgebruik meer kritisch wordt en bijvoorbeeld wijzigt van verhard naar groen, kunnen sanerende maatregelen eveneens nodig zijn.
64
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
4.8
Water
4.8.1
Toetsingskader algemeen
4.8.1.1
Uitgangspunten Omgevingsvisie
We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte). 4.8.1.2
Wettelijk kader
Voor ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Het plangebied maakt deel uit van de bestaande waterhuishoudkundige inrichting van het gebied Haven- en Industrieterrein. Voor dit gebied zijn het "Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023" en de nota "Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer" (2013) relevant. Kavel 7 ligt in het gebied waarvoor in het kader van de ontwikkeling van het Waalfront een apart waterhuishoudkundig plan is geschreven, het "Waterplan Waalfront 2014". Er vinden wijzigingen plaats als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het "Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten". Dit plan wordt iedere zes jaar geactualiseerd en omvat alle watertaken van het waterschap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, schoon en voldoende water. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de "Keur voor waterkeringen en wateren". Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen, watergangen.
De werkzaamheden in of nabij watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waterschap worden getoetst aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. Tevens heeft een digitale watertoets plaatsgevonden, zie Bijlage 5 Watertoets.
4.8.2
Oppervlaktewater en waterkering
4.8.2.1
Toetsingskader
Ter bescherming tegen hoogwater beheert en onderhoudt het waterschap de waterkeringen in het rivierengebied. Nieuwe plannen mogen de waterveiligheid niet in gevaar brengen. Bij waterkeringen wordt rekening gehouden met het behoud van de waterkerende functie en het kunnen uitvoeren van doelmatig beheer en onderhoud. Bij een aanvraag van een watervergunning wordt bovendien getoetst in hoeverre ruimte is gereserveerd voor toekomstige aanpassingen aan en/of versterkingen van de waterkering conform het profiel van vrije ruimte. In de "Keur voor waterkeringen en wateren" zijn de regels vastgelegd ter bescherming van de waterkering. De ruimte langs de waterkering kent het waterstaatswerk, de beschermingszone en de buitenbeschermingszone. Iedere zone kent beperkingen voor de activiteiten die in de zone mogen plaatsvinden. De beperkingen zijn groter naarmate de afstand tot de waterkering
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
65
kleiner is. Het waterschap ziet toe op de naleving van de keur. De "Beleidslijn grote rivieren" (2006) is het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed. Bij de concrete regulering van activiteiten via de Waterwet en de daarop gebaseerde wetgeving is de beleidslijn aan de orde. Onderdeel van de beleidslijn zijn de "Beleidsregels grote rivieren". De doelstellingen van de beleidslijn zijn het behouden van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed en het tegengaan van ontwikkelingen die de mogelijkheid voor verbreden en verlagen van de rivier nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken.
4.8.2.2
Planvoornemen
In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig anders dan de rivier de Waal.
Uitsnede uit de legger wateren van Waterschap Rivierenland, met globale aanduiding plangebied Door het plangebied ligt een primaire waterkering. Deze maakt deel uit van dijkring 41 Land van Maas en Waal. De waterkering bestaat deels uit een groene dijk en is deels niet zichtbaar, omdat ze deel uitmaakt van een hoog gelegen terrein. Sinds 2017 is de nieuwe waterwet van kracht en worden waterkeringen ten opzichte van de nieuwe normen beoordeeld. Die beoordeling is momenteel gaande en wordt voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
66
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
Uitsnede uit de legger waterkeringen van Waterschap Rivierenland, met globale aanduiding plangebied Een groot deel van het plangebied ligt binnen het waterstaatswerk of beschermingszone van de waterkering. In een waterkering mag in principe niet gebouwd worden. Dit geldt volledig voor het buitendijks gelegen terrein van de NYMA-fabriek. Het Vasim-terrein en Kavel 7 bevinden zich in de binnendijks gelegen buitenbeschermingszone. In een waterkering mag in principe niet gebouwd worden. Het is niet uitgesloten dat bouwen onder strikte voorwaarden met een watervergunning wel toegestaan kan worden. Het waterstaatswerk moet met de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' worden opgenomen, de beschermingszone met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' en de buitenbeschermingszone met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2'. Volgens de kaart uit de "Beleidslijn grote rivieren" ligt een deel van het plangebied in het stroomvoerend regime. Voor dit gebied is echter, in paragraaf 6, van hoofdstuk 6, van het Waterbesluit, bepaald dat de vergunningplicht bij Rijkswaterstaat niet geldt, zie Bijlage 6 Waterbesluit kaart. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' is hier daarom niet meer opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen NYMA
67
Uitsnede bijlage bij Waterbesluit, met in geel de gebieden die niet vallen onder de vergunningplicht bij Rijkswaterstaat (par. 6 van H6 Waterbesluit) en in rood globale aanduiding plangebied, zie Bijlage 6 Waterbesluit kaart Op het buitendijks gelegen terrein van de NYMA-fabriek staat Rijkswaterstaat waarschijnlijk nieuwbouw toe, die de omvang heeft van de voormalige gebouwen, plus 10%. Deze nieuwbouw kan op een andere plek op het terrein gerealiseerd worden, mits de afvoer van het water door de rivier niet afneemt. Mede vanwege de klimatologische veranderingen dient volgens de huidige modellen rekening gehouden te worden met een uitbreidbaarheid van de waterkering naar een niveau van NAP +16,70 meter, inclusief de daarbij behorende bermen (het zogenaamde profiel van vrije ruimte). Voor dit plan betekent dit dat de Winselingseweg (tussen de Latensteinweg en het Waalfront) op termijn aangepast zal worden. Het gaat om een beleidsmatige ruimtereservering voor toekomstige dijkversterkingen en wil niet zeggen dat een eerstkomende dijkversterking deze nieuwe hoogte zal krijgen. Eén en ander is afhankelijk van de lokale omstandigheden en zal te zijner tijd bij een dijkversterkingsproject nader bepaald worden.