Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
51
Figuur Uitsnede legger waterschap Rivierenland
Figuur Uitsnede legger Rijkswaterstaat
52
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Waterveiligheid Door middel van een stresstest van 70 mm in een uur is gekeken naar de kwetsbaarheid van het gebied voor wateroverlast. De test laat zien dat het noordwestelijke deel van de planlocatie kwetsbaar is (zie figuur Stresstest). Daarnaast blijft in de omliggende straat, het Zwanenveld, veel water op staat staan. Met de voorgenomen ontwikkelingen kan ingespeeld worden op de kwetsbaarheid van de locatie door plaatselijk het maaiveld te verhogen. Daarnaast dient in het toekomstige plan bij het bepalen van weg- en bouwpeilen rekening gehouden te worden met deze kwetsbaarheden.
Figuur Stresstest bui 70 mm/uur (bron: Gemeente Nijmegen) Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: - een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; - maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; - een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
53
In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan het Zwanenveld. De riolering is uitgevoerd als gescheiden stelsel (zie figuur Riolering rondom het plangebied). Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden.
Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
Figuur Riolering rondom het plangebied Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt en voor de aanvraag van een omgevingsvergunning, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend.
54
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Waterbergingsopgave Het regenwater wordt via het gescheiden stelsel van Dukenburg geloosd op het oppervlaktewater. Aan de lozing van water stelt het waterschap eisen. Als kwantitatief gezien sprake is van een toename van verhard oppervlak kleiner dan 500 m2 hoeft geen extra berging te worden gerealiseerd. Voor de sloop van het ROC-gebouw in 2009 was 23.500 m2 verhard oppervlak aanwezig. Een deel van de funderingen is blijven liggen, maar de sloop is te lang geleden om te kunnen compenseren in de waterbergingseis. In de nieuwe situatie wordt 15.000 m2 verhard oppervlak aangelegd. Het waterschap rekent met een waterbergingseis van 664 m 3/ha als de waterberging in alternatieve vormen zoals wadi's aangelegd wordt. Voor de ontwikkelingen in de plansituatie is een compenserende berging benodigd van 995 m3. Voor de werkzaamheden van de voorgenomen ontwikkelingen is een watervergunning nodig. Er is sprake van een toename van het verhard oppervlak. De eerste waterberging zal plaatsvinden in de wadi's binnen het plangebied. Vanuit de wadi's wordt het water vertraagd naar de watergang afgevoerd. Alleen bij noodsituaties kan er directe overstort via de slokops plaatsvinden. Bestemmingsplan en omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moeten een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten.
De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' en de regels vanuit de Keur van het waterschap Rivierenland geven de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Deze gegevens staan in de watertoets (Econsultancy, 03-04-2023) benoemd. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: - het type infiltratievoorziening/filtervoorziening - dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) - de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied - de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd.
Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 m. Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren. Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
55
Let op bij gescheiden stelsels dat foutieve aansluitingen voorkomen worden omdat deze de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden.
56
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
4.12 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (WNB) vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De WNB is 1 januari 2017 inwerking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld.
Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal).
Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
57
Op 20 april 2022 heeft Econsultancy een quick scan beschermde soorten uitgevoerd in Zwanenveld op de voormalige ROC locatie (notitie met kenmerk 18087.002). Op basis van de onderhavige quickscan Wet natuurbescherming dient voor uitvoering van de plannen middels nader onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van een beschermde functie ten aanzien van grote gele kwikstaart, das, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, vleermuizen (in eerste instantie enkel aanvullende inspectie) teunisbloempijlstaart, wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw. Op 18 april 2023 heeft Econsultancy het vervolg onderzoek afgerond in Zwanenveld op de locatie van het voormalig ROC (notitie met kenmerk 18087.006). De volgende conclusie volgt uit het onderzoek. Er is aanvullend onderzoek uitgevoerd voor de grote gele kwikstaart, vleermuizen (aanvullende inspectie), das, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, teunisbloempijlstaart, wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw. Op basis van de resultaten van het aanvullend ecologisch onderzoek is beoordeeld of er bij de uitvoering van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie sprake zal zijn van overtreding(en) van de Wet natuurbescherming ten aanzien van voorgenoemde beschermde soorten.
Tijdens het onderzoek zijn waarnemingen gedaan van een steenmarter ter plaatse van een droogstaande greppel overgroeid met braamstruweel direct ten noorden van de onderzoekslocatie. Van de overige onderzochte soorten zijn geen waarnemingen gedaan. Op basis van de waarnemingen bevindt zich direct ten noorden van de onderzoekslocatie een vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter. Deze vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter valt buiten het gebied waar werkzaamheden plaats zullen vinden en blijft daardoor behouden. Op basis van deze informatie kan gesteld worden dat bij de voorgenomen plannen geen sprake is van beschadiging of vernieling van een vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter, mits middels maatregelen rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de steenmarter in de omgeving. Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Bij maatregelen moet men denken aan: • Voorkomen van additionele (bouw)verlichting richting desbetreffende elementen. • Tijdens de werkzaamheden een buffer creëren tussen de plaats waar werkzaamheden plaatsvinden en de vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter. • Groen op de onderzoekslocatie in de minst kwetsbare periode (september-maart) verwijderen.
• Opslag van groen- en sloopafval op/naast de onderzoekslocatie voorkomen of in de minst kwetsbare periode (september-maart) verwijderen. Middels bovenstaande kan overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van steenmarter worden voorkomen. Daarnaast is de zorgplicht altijd van toepassing voor alle voorkomende soorten in het gebied. Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).
58
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Gelders Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN).
De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden. Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Uitgangspunten Omgevingsvisie - We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). - We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door met woningen in een hofje en gezamenlijke ontmoet- en speelplekken in de buurt. - Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hitte stress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving.
- We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. - We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
59
Dukenburg is herkenbaar door de oude aanwezige laanstructuren. Deze zijn in de omgevingsvisie opgenomen Daarnaast zijn de verkeersradialen, zowel wegverkeer, treinverkeer als vaarverkeer belangrijke dragers van de stedelijke structuren. Het plangebied wordt aan de noordzijde afgesloten met een belangrijke laanstructuur. Aan de oostzijde ligt een belangrijke looproute. Beide structuren worden door de ontwikkeling niet aangetast. Coalitieakkoord 2022-2026, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Er wordt bij de wijziging van het bestemmingsplan voldaan aan de gestelde norm.
60
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau.
Ook in de Groene draad zie je dezelfde groene vlakstructuren terugkomen. Hierbij is de noordelijke structuur als bos/ natuur aangewezen en aan de oostzijde als een structuur op stedelijk niveau. Ook hier geldt dat beide structuren niet door de ontwikkeling aangetast worden. Bomenplan Nijmegen 2021 Het Bomenplan vervangt het laatste boombeleid “Handboek Stadsbomen: het Groene Kapitaal van Nijmegen” uit 2009. Het Bomenplan Nijmegen (2021) vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De verschillende doelstellingen van dit bomenplan zijn: - Gezonde bomen die we zo lang mogelijk behouden; - Bomenkap zoveel mogelijk vermijden; - Aanplant van bomen zoveel mogelijk stimuleren en - Dat de belangrijkste bomen in de stad een groene beschermende verbindende structuur vormen.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
61
Het Bomenplan Nijmegen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. De bomen aan de zuidzijde van het plangebied aan Zwanenveld 41e en 43e straat vallen onder de ecologische hoofdboomstructuur.
Boom Effect Analyse Binnen het plangebied zijn een groot aantal bomen aanwezig. Voor het plangebied is een Boomeffectanalyse opgesteld door Ormel Boomverzorging (notitie kenmerk 2023.015, datum 14 juli 2023). Aan de hand van de Boomeffect analyse is inzichtelijk gemaakt welke bomen duurzaam behouden kunnen blijven en welke bomen gerooid moeten worden. Aan de hand van een zorgvuldige analyse zijn randvoorwaarden per ingreep opgesteld om specifieke bomen duurzaam te kunnen behouden. Deze randvoorwaarden zijn leidend bij de verdere uitwerking van de planvorming. Daarnaast is het noodzakelijk om bij een planwijziging de gevolgen voor de bestaande bomen opnieuw te laten beoordelen. Aan de hand van de uitkomst van het te aantal te rooien bomen dient een compensatieplan te worden opgesteld die noodzakelijk is bij de omgevingsvergunning. Voor de ontwikkeling verdwijnen er 41 van de 142 aanwezige bomen. In het aanwezige inrichtingsplan worden 80 nieuwe bomen van verschillende soorten voorgesteld om terug te planten. Een nadere uitwerking van welke soorten dit worden en waar de bomen exact worden neergezet volgt in de volgende uitwerkingsfase. Het zijn in ieder geval voldoende bomen om aan de compensatie te voldoen aangezien de bomen binnen de kaders van het bomenbeleid 2021 geen status hebben.
De biodiversiteit gaat er enorm op vooruit aangezien er nu een beperkt aantal soorten op het terrein aanwezig is. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor
62
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
algemene en zeldzame soorten. Hier stemmen we het beheer af op de natuurwaarden en wordt het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd wordt. Tevens waken we bij deze hotspots voor versnippering, aantasting en doorsnijding. De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.
Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het College op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd.
Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
63
daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht.
We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.
4.13 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. Deze wetgeving gaat opgenomen worden in de Omgevingswet. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
64
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Nota Cultureel Erfgoed en Erfgoedstrategie Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. In 2020 heeft de raad de Erfgoedstrategie vastgesteld waarin een aantal speerpunten voor het erfgoedbeleid zijn benoemd. Er is hiermee onder andere ingezet op een betere instandhouding en bescherming van het Nijmeegse erfgoed.
De erfgoedambities uit de betreffende beleidsdocumenten zijn verwoord in de Omgevingsvisie. Cultuurhistorische waarden Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (RAAP 2021). Met de Notitie Cultuurhistorische Waardenkaart Nijmegen is door de raad vastgesteld (datum raadsbesluit 8-3-2023) dat de kaart zal worden gebruikt voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen en dat de aanwezige cultuurhistorische waarden worden meegenomen in de belangenafweging bij ruimtelijke ontwikkelingen en er planregels ter bescherming van het aanwezige erfgoed kunnen worden opgesteld. Voor de deelgebieden die bij het opstellen van de cultuurhistorische waardenkaart niet zijn onderzocht geldt een onderzoeksplicht. In deze gebieden zal het aanwezige erfgoed nog geïnventariseerd en gewaardeerd moeten worden. Voor dit bestemmingsplan ziet de kaart er als volgt uit:
Uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart met in groen de indicatieve aanduiding van het bestemmingsplangebied. rode stippellijn = verdwenen historische weg voor 1832, in oranje verdwenen huisplaatsen
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
65
Cultuurhistorische waardevolle bebouwing en objecten Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en stadsbeeldobjecten zijn opgenomen in het Monumentenregister van de gemeente Nijmegen. Dit is o.a. te raadplegen via www.nijmegen.nl/monumenten. Binnen het plangebied bevinden zich de geen beschermde monumenten en/of panden die zijn opgenomen op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed. Cultuurhistorisch waardevolle structuren Het plangebied en omgeving is pas vrij laat ontgonnen. Op basis van beschikbare historische kaartmateriaal zien we dat het centraal-westelijke deel van het plangebied aan het begin van de 19e eeuw bebouwd was, waarschijnlijk met twee boerenerven (zie afbeelding hieronder). Deze erven maakten deel uit van lintbebouwing langs de Nieuwe Straat, die het plangebied van noordwest naar zuidoost doorsneed. Het overige deel van het plangebied bestond uit akkerland. Deze situatie wijzigde nauwelijks tot de stad Nijmegen groeide tot over het in 1927 voltooide Maas-Waalkanaal.
Militaire topografische kaart uit 1894, het plangebied is in blauw weergegeven In de jaren '70 van de 20e eeuw, met de aanleg van de woonwijk Zwanenveld, maken de boerenerven en het agrarisch land plaats voor een school. Het plangebied is daarbij compleet heringericht. Eventuele cultuurhistorische waarden zijn daarom niet meer aanwezig. De school is inmiddels gesloopt. Cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan Met de aanleg van de wijk Zwanenveld en de bouw van het toenmalige ROC-gebouw is het plangebied en de directe omgeving ervan geheel opnieuw ontworpen en ingericht. Eventuele cultuurhistorische waarden zijn daarom niet meer aanwezig. Cultuurhistorie heeft dan ook geen bezwaren tegen de bestemmingsplanwijziging die de bouw van een woonwijk mogelijk maakt op de plaats van de voormalige school.
66
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
4.14 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.
Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.
De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van het facetbestemmingsplan archeologie (2023). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
67
Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied ligt momenteel in een gebied met de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Een waarde 2 gebied heeft een (zeer) grote archeologische verwachtingswaarde, die door de dubbel- bestemming beschermd wordt. Aan een waarde 2 gebied zijn ondergrenzen verbonden, waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt. Deze grenzen bedragen voor de geplande ingreep een oppervlak van tenminste 50 m2 en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm gaat. Uitgevoerde onderzoeken (en aangepaste waarden archeologie in het plangebied) Een bestemmingsplan moet (ook financieel) haalbaar zijn.
De aan- of afwezigheid van archeologische waarden in de ondergrond kan van invloed zijn op de haalbaarheid, bijvoorbeeld omdat beschermende maatregelen noodzakelijk zijn of dat delen van het gebied opgegraven dienen te worden. Om de haalbaarheid van het nieuwe bestemmingsplan vast te stellen is in 2012 door Econsultancy een bureau- en een booronderzoek uitgevoerd. Van het genoemde onderzoek is het volgende rapport verschenen:
Ir. E.M. ten Broeke, Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 te Nijmegen in de gemeente Nijmegen, Doetinchem, 2012.
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de binnen het gehele plangebied uitgevoerde bodemingrepen het oorspronkelijke bodemprofiel volledig hebben verstoord. Resterende kenmerken van het oorspronkelijke bodemprofiel zijn nergens waargenomen. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer aanwezig zullen zijn. Op basis hiervan kan het plangebied worden afgewaardeerd en gaat voor het plangebied waarde 0 gelden. Bestemmingsplanregels Voor het plangebied gaat de waarde 0 gelden. De noodzaak om (mogelijke) archeologische waarden door middel van een vergunningenstelsel te beschermen vervalt. De wettelijke meldingsplicht voor de zogenaamde toevalsvondsten blijft echter gelden. Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet):
68
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.
4.15 Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Tijdens het gemeentebrede vooronderzoek naar Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: OO) uit 2016 is vastgesteld dat een gedeelte van het plangebied verdacht was op geschutsmunitie. Dit ten gevolge van de gevechten om de toenmalige spoorbrug die plaats hebben gevonden in mei 1940 en september 1944. Expload heeft in het kader van de ruimtelijke ontwikkelingen in Winkelsteeg een heranalyse van de historische gegevens gemaakt in combinatie met een analyse van de naoorlogse grondroeringen. Dit heeft geleid tot een afwaardering van verdachte gebieden en met name het verdachte gebied rondom de Graafseburg en spoorbrug (dat deels over deze locatie ligt). Grondroerende werkzaamheden binnen het plangebied Zwanenveld kunnen dus regulier worden uitgevoerd. Er dient echter wel gebruik gemaakt te worden van het protocol “toevalsvondst van een explosief”, dat vóór de aanvang van werkzaamheden met de aannemer(s) besproken dient te worden. Protocol is op aanvraag beschikbaar via de adviseur OOO van de gemeente Nijmegen.
4.16 Kabels en leidingen Kabels en leidingen vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.
4.17 Bereikbaarheid en Mobiliteit 1. Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer: Het plangebied wordt omsloten door het spoor Nijmegen-Wijchen, het Maas-Waalkanaal en Zwanenveld 43e straat. Het plangebied maakt onderdeel uit van de wijk Zwanenveld en ligt in het stadsdeel Dukenburg. Het plangebied wordt aan de noordzijde ontsloten via de Draaiom naar de Wijchenseweg. Aan de zuidwestzijde heeft men via de Zwanenveld 43e straat en de Zwanenveld 41e de keuze uit twee richtingen. Enerzijds kan men in zuidelijke richting verder rijden via Zwanenveld 40e, 36e en 11e straat naar de Zwanenveld 10e straat die aansluit op de Van Schuijlenburgweg. Anderzijds kan men in westelijke richting wegrijden via Zwanenveld 50e , 80e en 82e straat en het Spijkerhofplein naar de Van Schuijlenburgweg. Echter in de toekomst zal deze route door de “ontwikkeling winkelcentrum Dukenburg” niet meer
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
69
mogelijk zijn waardoor we uitgaan van alleen de zuidelijke richting. Bovenstaande wegen vallen onder de categorie erftoegangsweg, met uitzondering van de Wijchenseweg, Zwanenveld 10e en 11e straat en de Van Schuijlenburgweg dit zijn gebiedsontsluitingswegen. Langzaam verkeer: Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser via de Draaiom en de Zwanenveld 43e straat ontsloten naar de aansluitende wegen. Naast het Maas-Waalkanaal ligt het Westkanaalpad, een onverlicht fietspad, dat een verbinding vormt voor voetgangers en fietsers langs het kanaal. Openbaar vervoer: Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen 'Graafsebrug' aan de Wijchenseweg, deze bevinden zich respectievelijk op ca. 450m. loopafstand. Het treinstation Dukenburg bevindt zich op ca. 850m. loopafstand van het plangebied. 2. Expeditie Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. 3. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” het plangebied 'Zwanenveld ROC' valt in gebied "1e schil".
Op deze plaats wordt verder verwezen naar het rapport Parkeren ontwikkeling Zwanenveld van Goudappel BV (dd. 27 september 2023) in de bijlagen bij toelichting. 4. Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoord in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de gebiedsontsluitingswegen en industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. (uitgezonderd gedeelte van de Neerboscheweg). Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan erftoegangswegen, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. 5. Verkeergeneratie De verkeersgeneratie wordt berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”. Nijmegen is aangeduid als sterk stedelijk. Conform de gebiedsindeling valt de ontwikkeling van het plangebied 'Zwanenveld ROC' in gebied "1e schil ". Voor de verkeergeneratie zijn verschillende scenario's.
Een scenario gaat uit van een verdeling van het verkeer met de bestemming van het gebouw gelegen naast het spoor, deze gaat ontsluiten via de Draaiom aan de oostzijde en via de Zwanenveld 43e straat aan de westzijde. Het verkeer van de overige gebouwen van het plangebied gaat via de wegen aan de zuidwestzijde ontsluiten via de zuidelijke route. De toename van verkeer via de zuidelijke route kan verwerkt worden op deze wegen en leidt niet tot het aanpassen van de wegprofielen.
70
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
4.18 Duurzaamheid en Klimaatadaptatie Nijmegen als duurzame stad is één van de 4 hoofdopgaven van de Omgevingsvisie. We hebben de ambitie om voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. We gaan uit van duurzaam grondgebruik, waarbij ontwikkelingen waarde aan de stad toevoegen en een bijdrage leveren aan het oplossen van onze grote opgaven. Circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraal zijn hierbij centrale (samenhangende) thema's, die ook elders in de stad vorm krijgen. De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Circulaire stad De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Dit uit zich onder meer in de met het Rijk afgesloten woondeal waarin nadrukkelijk deze groene ontwikkeling aan de groeiopgave van de regio gekoppeld is. In de nieuwe woningbouwplannen wordt geadviseerd om minimaal 25% circulair te ontwikkelen. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. We streven daarom naar circulaire woningbouw, het liefst met gebruik van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, vlas, schapenwol etc.).
We gebruiken de GPR methodiek als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen. Onze ambitie is om van de bouw een drijvende kracht te maken voor de circulaire economie. Daarom hebben we ons ook aangesloten bij de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. We willen laten zien dat het grootschalig circulair en conceptueel bouwen van woningen niet ten koste gaat en mag gaan van snelheid en betaalbaarheid. Daarbij zijn er verschillende manieren om circulair bouwen in te vullen: 1. Biobased bouwen, waarbij de ambitie is om structureel meer biobased materiaal toe te gaan passen in woningbouwprojecten, en tevens beleidsmatig te verankeren en te stimuleren. 'Biobased materiaal' is hierbij materiaal dat CO2 opslaat en hernieuwbaar is. 2. Geïndustrialiseerd conceptueel bouwen, waarbij de ambitie is om zoveel mogelijk nieuwbouwwoningen: a. Geïndustrialiseerd te laten produceren, om de productie te versnellen, de kwaliteit van de woningen te optimaliseren en afval- en reststromen te minimaliseren tijdens de productie; b. Conceptueel te realiseren, waarmee variatie mogelijk is in woningtype, -vorm en -stijl. 3.
Waarderings- en financieringsmodellen, waarbij de ambitie is om circulair bouwen zo te gaan waarderen, dat de totale kosten en opbrengsten over de gehele levensduur – inclusief restwaarde en maatschappelijke kosten en baten – kunnen worden meegenomen in de financiering en waardering van vastgoed. In de Grond- weg en waterbouw onderschrijft Nijmegen de uitgangspunten van de Green Deal Duurzaam GWW 2.0; samen met onze ketenpartners willen we de verduurzaming in de sector structureel aanjagen. Voor het afwegen van duurzame keuzen maken we o.a. gebruik van het Ambitieweb en Dubocalq. We streven naar een gesloten grondbalans. Wij adviseren waar mogelijk te kiezen voor biobased materialen, bijvoorbeeld in de inrichting van de buitenruimte.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
71
Klimaatadaptatie Nijmegen ligt in een kwetsbaar landschap dat gevoelig is voor hitte, droogte en wateroverlast. Klimaatverandering heeft bijvoorbeeld effect op piekbuien. Plekken in de stad met dichte bebouwing zijn gevoelig voor hittestress. Samen met partners in de regio, zoals gemeenten, provincie en waterschapen en vele andere organisaties, werken we daarom aan een regionale adaptatie strategie om een klimaatbestendige regio te zijn. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. De regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. In de Nijmeegse omgevingsvisie is opgenomen dat aandacht voor klimaatadaptatie bij gebiedsontwikkelingen een uitgangspunt is. Het is de ambitie van de gemeente Nijmegen om hittestress, droogte en wateroverlast door hevige of langdurige regenbuien te voorkomen. Eind 2023 wordt de klimaatadaptatiestrategie: “naar een weerbaar Nijmegen” aangeboden aan de raad.
In deze klimaatadaptatiestrategie zijn de verschillende doelstellingen voor droogte, hitte en wateroverlast opgenomen. Hieronder staan de doelstellingen en maatregelen die voor dit plangebied van toepassing zijn. Droogte We willen de impact van langdurige droogte zoveel mogelijk minimaliseren. Dit doen we door: - We verharden alleen daar waar het moet, we vergroenen waar het kan. Dit betekent dat we in principe uitgaan van een groene inrichting en dat we verharding alleen daar toepassen waar dit echt noodzakelijk is en een functie heeft. - We kiezen voor klimaatbestendige beplanting die past bij de bodem en de grondwaterstand. - We besparen en benutten. Vooral in droge periodes moeten we bewuster omgaan met ons drinkwater. We willen het gebruik van drinkwater waar mogelijk vervangen door regenwater. - We houden regenwater vast en infiltreren. Hemelwater houden we zoveel mogelijk vast op de plaats waar het valt. Zie kopje wateroverlast. Hitte We streven ernaar dat Nijmegen tijdens hitte een gezonde groene leefomgeving biedt met voldoende koelteplekken. Ook willen we dat vitale en kwetsbare functies, groengebieden en ecologische verbindingen bestand zijn tegen hitte. Onze doelstellingen zijn: - Vanuit iedere woning moet binnen een loopafstand van 300 meter een aaneengesloten groengebied van 5000m² bereikbaar zijn.
En daarbinnen een schaduwrijke ontmoetingsplek van minimaal 1000m² aanwezig. Waar mogelijk creëren we ook kleinere groene schaduwplekken. - We willen voldoende schaduw op loop- en fietsroutes en verblijfplaatsen. Dit betekent voor dit plangebied 30% schaduw op loop- en fietsroutes op het heetst van de dag. Dit kan zowel schaduw van gebouwen als van groen zijn. En 40% schaduw op verblijf- en ontmoetingsplaatsen tenzij dit de gewenste gebruiksfunctie in de weg staat. - We streven naar voldoende groen in de buurten. Voor dit plangebied is dat 40% groen. Onder groen verstaan we al het groen dat vanuit de lucht waarneembaar is, zowel op openbaar als particulier terrein. Het gaat dan om het groen op maailveldniveau, groen op daken en boomkronen. - We benutten de kansen voor het versterken van de biodiversiteit. Bij de keuze van de groene oplossingen zorgen we ervoor dat we de biodiversiteit zoveel mogelijk versterken.
72
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)
- We bouwen hittebestendig. Voor nieuwbouw geldt dat het plangebied zo wordt ingericht dat een belangrijk deel van de horizontale en verticale oppervlakten (range 40-50%) warmtewerend zijn. Bij voorkeur gebeurt dit door het toepassen van groen op maaiveld, groene gevels, groene daken, maar kan ook op andere manieren worden gerealiseerd. Door rekening te houden met kleur en materiaalgebruik (biobased en nature based solutions), reflectie, oriëntatie, et cetera kan opwarming in de woning en de omgeving voorkomen worden. Gebouwen en eventuele binnen installaties zoals airco's mogen niet leiden tot extra opwarming van verblijfsplekken buiten de gebouwen. - We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor verkoeling: 1. Koele groene omgeving: het aanplanten en behoud van bomen met een brede boomkroon is de meest effectieve manier om de omgeving te verkoelen. 2. Warmte weren: Warmte kan geweerd worden door het aanbrengen van groene gevels en groene daken maar ook ander materiaalgebruik werkt verkoelend. Voor het weren van warmte via ramen is zonwering essentieel. 3. Passief koelen: het goed ventileren kan eveneens een grote bijdrage leveren aan het verkoelen. 4. Actief koelen: actieve koelinstallaties (airco's) verdienen vanwege de opwarming van de omgevingstemperatuur, het energieverbruik en de geluidsproductie niet de voorkeur.
Wateroverlast We streven ernaar dat de stad een bui kan verwerken van 70mm in een uur waarbij zo min mogelijk schade optreedt. Dit doen we door: - Het hemelwater zoveel mogelijk te bergen waar het valt. Hiermee voorkomen we dat het water afstroomt naar de lager gelegen gebieden en daar wateroverlast veroorzaakt. Voor nieuwbouw conformeren we ons aan de landelijke maatlat, waarin staat dat 40-70 mm hemelwater moet worden geborgd daar waar het valt: in voorzieningen op het privaat terrein of in daaraan gekoppelde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen. Hierbij geldt de voorkeursvolgorde benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren. Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp. Voor bergingsruimte kijken we naar de mogelijkheden die de gehele (openbare) ruime biedt. Dit kan in (verdiepte) groenvlakken, wadi's, maar ook in (semi) ondergrondse infiltratievoorzieningen. We kiezen voor grote robuuste voorzieningen die op centrale punten verbonden zijn met de rest van het groenblauwe netwerk. - Het water bij zeer heftige buien af te voeren en doen dit bij voorkeur bovengronds en onder natuurlijk verval zonder hierbij schade te veroorzaken.
Daarnaast zijn nog de volgende leidende principes van belang in dit plangebied: Het natuurlijk (water en bodem) systeem is uitgangspunt voor de inrichting Bij de keuzes van het ruimtegebruik nemen we het natuurlijk water en bodemsysteem als uitgangspunt en grijpen hier zo min mogelijk op in. We maken gebruik van de hoogteverschillen en van de natuurlijke structuren van bodem en water. Nieuwbouw dient zodanig plaats te vinden, dat deze geen nadelige invloed heeft op de natuurlijke waterhuishouding. Daarnaast dient te worden aangetoond hoe het ontwerp van het groen, bebouwing en infrastructuur is afgestemd op de verwachte stijgingen en/of dalingen van de grondwaterstand. We kiezen eerst voor natuurlijke oplossingen, daarna pas voor techniek We geven de voorkeur aan oplossingen die simpel zijn, aansluiten bij het natuurlijke systeem en die makkelijk aan te passen zijn aan toekomstige ontwikkelingen. Onze voorkeur gaat bijvoorbeeld uit naar het ophogen van het vloerpeil ten opzichte van drainage.
bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld)