CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan met Toelichting

Besluitronde (raadsvergadering) 20 december 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg -8 (Groenewoudseweg 275) (134/2023)22.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met de subregionale woonagenda is daarnaast afgesproken dat bij de onderbouwing (kwalitatief en kwantitatief) van nieuwe woningbouwplannen in ieder geval in een onderbouwing aangeven wordt hoe het plan zich verhoudt tot/bijdraagt aan: -

De in de woonagenda benoemde kwalitatieve uitgangspunten

-

De eigen gemeentelijke woonvisie

-

De meest recente provinciale Primos-prognose

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

29

-

De meest recente gezamenlijke regionale woningmarktanalyse

-

In het geval van CPO/zelfbouw projecten: aantonen directe vraag wanneer mogelijk

4.2.6 Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 ''Mix op Maat'' In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we ons in op alle doelgroepen, waarbij er extra aandacht is voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. De doelgroepen die extra hulp nodig hebben, zijn in de huidige markt de één- en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en midden inkomens en studenten. Nijmegen is een studentenstad met een jonge bevolking. De aanwezigheid van de RU, HAN en ROC/MBO vormen een belangrijke bijdrage aan de levendigheid en het karakter van de stad. Het geeft een belangrijke economische spin-off van hightech bedrijven en dito werkgelegenheid. Daarom vinden we goede en voldoende woonruimte voor studenten (en jongeren) belangrijk. Deze doelgroep woont overwegend op kamers (onzelfstandige markt) of in kleine, zelfstandige eenheden (bv. studio's). Kenmerkend voor dit marktsegment is dat de woonduur gemiddeld kort is en de dynamiek hoog. Kamerverhuur komt voor in de hele stad maar is voornamelijk geconcentreerd in het centrum en rondom de campus Heyendaal. De SSH& huisvest zo'n 30% van de studenten, de overige 70% huurt in de particuliere markt een woonruimte. Tot 2030 is er vraag naar zo'n 2.000 wooneenheden voor studenten.

In de woningvraag zit een duidelijke tendens naar meer kwaliteit: er is meer vraag naar zelfstandige eenheden. Als die niet beschikbaar zijn, vormen onzelfstandige eenheden een prima alternatief, vooral als de locatie gunstig is. Voorkeur gaat uit naar stedelijke dynamiek, functiemenging en nabijheid van centrum en campus. De planlocatie in de wijk Galgenveld voldoet aan deze wensen. 4.2.7 Coalitieakkoord 2022-2026 Tot 2030 zijn er 2.000 extra wooneenheden nodig voor studenten. Met de SSH& is afgesproken dat deze partij in ieder geval 1.000 wooneenheden gaat realiseren. Hiervoor zijn al locaties aangewezen. De overige 1.000 wooneenheden zullen gerealiseerd worden door de SSH&, particuliere verhuur of via een andere manier (bv. hospitaverhuur). Er wordt onderzocht of we goede verhuurders, waaronder de SSH&, bereid kunnen krijgen om 1.000 extra studentenkamers te realiseren voor 2028. Hier zijn locaties en middelen voor nodig. Het Woonfonds is inzetbaar voor studentenhuisvesting. Bij nieuwbouw maken we met ook particuliere verhuurders van studentenhuisvesting afspraken over de hoogte van de huur voor een aantal jaren en de kwaliteit van de woningen. Doordat we meer betaalbare zelfstandige woningen gaan bouwen, verbetert ook de doorstroom van kamerbewoning naar zelfstandig wonen. Hierdoor neemt de krapte op de woningmarkt af.

Ook draagt studentenhuisvesting bij aan gemengde en diverse wijken. 4.2.8 Notitie studentenhuisvesting Nijmegen 2021-2030 Op 23 februari 2021 heeft het college de “Notitie studentenhuisvesting Nijmegen 2021-2030” vastgesteld. Deze notitie beschrijft de toenemende vraag naar studentenhuisvesting. Ook deze nota beschrijft een vraag van zo'n 2000 wooneenheden in de periode tot 2030. Daarnaast bestaat binnen de woonvraag een tendens naar studentenwoningen met eigen voorzieningen (studio's). Om het aanbod te kunnen realiseren heeft de gemeente afspraken gemaakt met SSH&. In de notitie is een inventarisatie gemaakt van wenselijke en haalbare locaties voor

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

studentenhuisvesting. De GGD-locatie is een van de locaties die uit de inventarisatie naar voren is gekomen als een geschikte locatie. 4.2.9 Conclusie De ontwikkeling op deze locatie draagt bij aan de realisatie van het gemeentelijk beleid.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

De ontwikkeling die met dit plan mogelijk wordt gemaakt, moet voldoen aan een goed woon- en leefklimaat. Daarom moeten bedrijven en bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied worden getoetst aan ruimtelijk relevante milieuaspecten, waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en mogelijk andere hinderaspecten van belang. Uitgangspunt bij deze beoordeling is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Er wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening, waarbij enerzijds sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat en anderzijds bestaande rechten van bedrijven zoveel mogelijk in stand worden gehouden. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.. De volgende bedrijvigheid bevindt zich in de omgeving van het plangebied: Heyendaalseweg 90

Bowlingbaan Alround Bv

Heyendaalseweg 94

Tinq Nijmegen Tankstation zonder LPG

Heyendaalseweg 94

Car Wash Green&Clean

Heyendaalseweg 96

Profile Tyre Centre

Heyendaalseweg 98

Technovium ROC

Bovenstaande bedrijven zijn niet zwaarder dan categorie 2 volgens de VNG publicatie. Het plan maakt een woonbestemming mogelijk waar momenteel een maatschappelijke bestemming geldt. De planlocatie ligt aan een drukke straat. Daarnaast bevinden zich diverse bedrijven in de omgeving van de planlocatie. De planlocatie kan daarom worden geclassificeerd als onderdeel van een gemengd gebied. Volgens de VNG-brochure bedraagt de aan te houden richtafstand tussen de bedrijven en de planlocatie 10 meter. Hieraan wordt voldaan. Nader onderzoek van de invloed van deze bedrijven op het plangebied is dus niet noodzakelijk. Aan de Professor Bellefroidstraat 11 is de Brandweerpost Nijmegen gevestigd (categorie 3.1) met een richtafstand van 30 meter ten opzichte van een gemengd gebied. Nader onderzoek dient derhalve uit te wijzen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor de brandweerpost geldt dat geluid het kenmerkende hinder veroorzakende aspect is. Nijmegen heeft daarom akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is een bijlage bij deze toelichting. Volgens de VNG-systematiek geldt voor woningen in beginsel een grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) van 50 dB(A) in de dagperiode. Voor dit langtijdgemiddelde beoordelingsniveau kan geconcludeerd worden dat er geen overschrijding is van de norm van 50 dB(A) in de dagperiode.

In de avondperiode wordt er meer geluid geproduceerd dan gewenst. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen. Dit betekent dat er geluidwerende voorzieningen aan de woningen worden aangebracht.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

31

Conclusie Op grond van milieuzonering is er geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling mede door de geluidwerende voorzieningen aan de gevel van de woningen, die zijn voorzien ter bescherming tegen het geluid van de Brandweerpost.

4.4

Geluid

Toetsingskader In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen) en terreinen liggen ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting op de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. (Studenten)woningen zijn binnen de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidgevoelige objecten. Indien deze binnen de geluidzone van wettelijk gezoneerde (spoor)wegen liggen, is akoestisch onderzoek naar railverkeers- en wegverkeerslawaai noodzakelijk. Onderzoek en conclusie Er liggen een aantal gezoneerde wegen in de directe omgeving van het plangebied (Groenewoudseweg, de Heyendaalseweg ). Daarnaast ligt de spoorlijn Nijmegen - Venlo in de buurt van het plangebied.

Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit akoestisch onderzoek is een bijlage bij deze toelichting (zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek). Uit de berekeningen blijkt dat het wegverkeer op de gezoneerde wegen een geluidsbelasting op de gebouwen (ter plaatse van de gebouwen A en B) zal veroorzaken die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidsbelasting ligt lager dan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB.

32

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

Afbeelding: Plattegrond gebouwen Onderzoeksresultaten Uit de onderzoeksresultaten van het railverkeerslawaai blijkt dat, het railverkeer op de spoorlijn Nijmegen - Venlo, ter plaatse van de gebouwen A, B en C een geluidsbelasting zal veroorzaken die lager ligt dan de voorkeursgrenswaarde. Uit de berekeningen van de geluidbelasting door wegverkeer blijkt dat bij de studentenwoningen sprake zal zijn van de geluidbelasting van maximaal 60 dB. Hogere grenswaarden Maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied ter beperking van het geluid stuiten op bezwaren van verkeerskundige, stedenbouwkundige en financiële aard. In voorkomende gevallen kunnen burgemeester en wethouders overwegen de hogere waarden vast te stellen (inclusief correctie ex artikel 110g Wgh). In het hogere-waardenbeleid van de gemeente Nijmegen is geregeld dat burgemeester en wethouders alleen een hogere waarde dan 53 dB zullen vaststellen als de gevoelige bestemming (waaronder ook elke woonunit binnen groepswoningen wordt begrepen) tenminste 1 geluidsluwe zijde en geluidsluwe buitenruimte heeft. Indien de studentenwoningen over een gebruiksoppervlak beschikken kleiner dan 50 m², is het op grond van artikel 4.35 het 2e lid van het Bouwbesluit mogelijk om een gezamenlijke (geluidsluwe) buitenruimte te realiseren. Cumulatie Ter plaatse van alle gebouwen is sprake van geen of minimale cumulatie van wegverkeer.

De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt maximaal 61 dB. Effecten van cumulatie moeten worden meegenomen bij de bepaling van de geluidswering van de gevels bij de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Brandweer Met het bestemmingsplan worden geluidgevoelige bestemmingen naast de bestaande brandweerkazerne mogelijk gemaakt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet aandacht worden besteed aan geluid veroorzaakt door de aanwezigheid van de brandweerkazerne.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

33

Om te kunnen bepalen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, heeft de gemeente Nijmegen een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek is de geluidsbelasting vanwege de brandweerkazerne bepaald. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er sprake van een overschrijding van de normen voor avondperiode in incidentele bedrijfssituaties. Deze activiteiten in incidentele bedrijfssituaties vinden maximaal 12 keer per jaar plaats. Dit betekent niet dat ze zijn uitgesloten van de toetsing aan de normen uit het Activiteitenbesluit. De maximale geluidbelasting bedraagt 59 dB(A). De gemeente kan via een maatwerkbesluit een hoger geluidsniveau toestaan, onder de voorwaarde dat er wordt voldaan aan de binnenwaarde van 30 dB(A) in de avondperiode. Dat betekent dat er een minimale geluidswering van de gevel 29 dB(A) moet zijn. Dit is hoger dan de standaard eisen uit het Bouwbesluit. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen moet daar rekening mee worden gehouden. De berekende overschrijding wordt acceptabel geacht, omdat die wordt veroorzaakt door incidentele activiteiten. In de onderzochte situatie met uitruk met sirene komen op vrijwel alle onderzochte punten overschrijdingen voor.

Het voeren van een geluidssignaal is echter een verplichting die voortvloeit uit de "Regeling optische en geluidssignalen 2009" en hoeft niet getoetst te worden aan de waarden uit het Activiteitenbesluit. De situatie wordt daarmee, en gezien het maatschappelijk belang, acceptabel geacht.

4.5

Luchtkwaliteit

Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit

Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 µg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 µg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3

1 juni 2011

34

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen.

Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van ongeveer 198 studentenkamers. Dit plan veroorzaakt geen verkeersaantrekkende werking die een verslechtering van meer dan 3% veroorzaakt. Uit de onderstaande berekening van de NIBM-tool blijkt dit. Het plan is daarmee niet in betekende mate.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022: Jaar van planrealisatie Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer Maximale bijdrage extra NO2 in µg/m3 verkeer PM10 in µg/m3 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in µg/m3 Conclusie: De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

2023 255 1,0% 0,16 0,04 1,2

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

35

Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets. Daarom is er geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een woning is geen gevoelige bestemming. Ter plaatse van het plan worden de bestaande grenswaarden niet overschreden. De nieuwe richtwaarden van de WHO die eind december zijn aangekondigd worden nog wel overschreden. De gemeente Nijmegen heeft zich daarom gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een soort vervolg op het eerdere NSL waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. Luchtkwaliteit vormt geen beperking voor het plan.

4.6

Natuur - onderdeel Natura 2000 (Stikstof)

Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename van deze ontwikkeling in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie Bijlage 5 Stikstofrapport). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.

4.7

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. In de omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. er liggen den ook geen invloedsgebieden van bedrijven over het plangebied. Alleen het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor van Nijmegen naar Den Bosch zou in een zeer onwaarschijnlijk geval een effect kunnen hebben op de planlocatie. Over het spoor van Nijmegen naar Venlo worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) schrijft alleen een volledige verantwoording van het groepsrisico voor in een gebied binnen 200 meter van het spoor. Het plangebied ligt daar ruim

36

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

buiten. Het kleine restrisico binnen het plangebied is verantwoord in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen uit 2014 op pagina 33. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.8

Ruimtelijke veiligheid

Het plangebied ligt naast de Brandweerkazerne Nijmegen-centrum ('Multipost Centrum'; brandweerkazerne en ambulancestandplaats) van de Veiligheidsregio Gelderland-zuid (VRGZ). Dit is een operationele locatie waarvandaan brandweervoertuigen en ambulances uitrukken. Het betreft cruciale infrastructuur. De Professor Bellefroidstraat is daarmee een primaire uitvalsroute voor hulpverleningsvoertuigen. Eventuele bouwwerkzaamheden / laad- en loswerkzaamheden nabij de Professor Bellefroidstraat hebben directe gevolgen voor de operationele inzetbaarheid van deze post. De Multipost Centrum heeft op dit moment een alternatieve uitgang. Deze tweede uitgang loopt via de uitrit van het huidige GGD-gebouw. De poort van deze uitgang komt ook in de toekomstige situatie terug en staat op de plattegrond weergegeven. Daarmee moet de uitrit vanaf de poort naar de openbare weg te allen tijde gegarandeerd bereikbaar blijven. Voor het plangebied zijn bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening nader beoordeeld. Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten De bereikbaarheid van de drie gebouwen zullen moeten voldoen aan de uitgangspunten van het Bouwbesluit 2012 (artikelen 6.36/6.37/6.38). Daarnaast hanteert de VRGZ voor de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening de “handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland.

De afstand tussen een brandweeringang en een opstelplaats voor een brandweervoertuig mag maximaal 10 meter bedragen. Dit betekent dat niet alle gebouwen vanaf de openbare weg te benaderen zijn (zoals het aan de achterzijde geprojecteerde gebouw). Er zal een route in het plangebied aangelegd moeten worden, die geschikt is voor hulpverleningsdiensten. Deze route moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, artikel 6.37 en de handreiking 'bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019', paragraaf 4.1. Dit betekent onder andere dat er opstelplaatsen voor een tankautospuit nodig is met een minimale vrije ruimte van 4,5 bij 10 meter. Indien de afzonderlijke gebouwen met deze bouwhoogte slechts één ontvluchtingsmogelijkheid hebben, moeten er tevens opstelplaatsen voor redvoertuigen gerealiseerd worden. Deze opstelplaats moet voldoen aan de eisen uit de handreiking ‘bluswatervoorziening en bereikbaarheid', artikel 4.4.2. De bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten moet in een later stadium uitvoerig worden beoordeeld. Deze beoordeling moet plaatsvinden als onderdeel van de Omgevingsvergunning voor het aspect bouwen. Bluswatervoorziening Uitgangspunt is dat een brandkraan binnen 40 meter van een opstelplaats van een tankautospuit beschikbaar is. Dit moet volgens het Bouwbesluit 2012, artikel 6.30.

In de omgeving van het plangebied bevinden zich twee brandkranen (aan de Groenewoudseweg en

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

37

aan de Professor Bellefroidstraat). Het is afhankelijk van de plaats van de brandweeringangen in de gebouwen of dit voldoet. Ook voor de bluswatervoorziening geldt dat in een later stadium een uitvoerigere beoordeling plaatsvindt als onderdeel van de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen. Het is belangrijk dat er bij de verdere uitwerking van de bouwplannen en de terreininrichting aandacht is voor de bereikbaarheid en bluswatervoorziening.

4.9

Bodem

Op de locatie is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: Verkennend asbest- en bodemonderzoek Groenewoudseweg 275, kenmerk NL22-648800269-23387, d.d. 05-05-2022 door Sweco Nederland BV. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de er een verontreiniging met PFOS aanwezig is, waardoor circa 520 m3 grond geclassificeerd is als 'niet toepasbaar'. Indien deze verontreinigde grond verwijderd wordt, mag deze grond niet hergebruikt worden. Deze grond moet worden afgevoerd. Naast de verontreiniging met PFOS, zijn er maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond. Er is geen verontreiniging aanwezig met asbest. Er zijn geen ondergrondse tanks, voormalige bodembedreigende industriële activiteiten en of sterke bodemverontreinigingen bekend. Conclusie Op basis van het voornoemde wordt bij de realisatie van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging verwacht.

4.10 Water De watertoets Rijksbeleid Het Rijksbeleid voor Water is beschreven in het Nationaal Waterplan. Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. In het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Beleid Waterschap Het beleid van het Waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Algemeen Het plan behelst de realisatie van nieuwbouw voor studentenhuisvesting met 198

38

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

wooneenheden aan Groenewoudseweg 275. Het plangebied ligt in de wijk Galgenveld en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzigingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, zoals kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen.

Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Groenewoudseweg. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

39

Figuur: Overzicht riolering Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk, conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000), gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als "Het groene akkoord". Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltratie hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Omdat geen sprake is van directe lozing op oppervlaktewater hoeft in dit geval geen waterhuishoudkundig plan bij het waterschap ingediend te worden. In de huidige situatie bedraagt het verhard oppervlak 6.741 m2. In de toekomstige situatie wordt meer ruimte voor groen geboden en is het verhard oppervlak 5.273 m2.

Omdat geen sprake is van een toename van verhard oppervlak en omdat het plan in het droge gedeelte van de stad ligt, hoeft geen compenserende waterberging aangelegd te worden. De conclusie is dat het plan geen negatieve effecten heeft op het rioleringsstelsel of (indirect) het oppervlaktewatersysteem. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelsgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer

40

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Als sprake is van laag geplaatste lozingstoestellen bijvoorbeeld in de kelder van het gebouw dient het afvalwater naar de gemeentelijke riolering gepompt te worden.

4.11 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (WNB) vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De WNB is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitat- richtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura-2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld.

Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000-gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf Natuur - onderdeel Natura 2000 (Stikstof) wordt hier in detail op in gegaan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

41

Figuur: Natura 2000 (groene arcering) Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen.

De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan

42

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.

Op 5 september 2022 heeft Waardenburg Ecology een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op het GGD terrein Groenewoudseweg 275 (notitie met kenmerk 22-0534/22.05584/JanDaa, zie Bijlage 7 Quickscan Flora & Fauna). De bebouwing in het plangebied heeft voor vleermuizen en gierzwaluw mogelijk een functie als respectievelijk vaste verblijfplaats en jaarrond beschermde nestplaats. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is een (soortspecifiek) nader ecologisch onderzoek nodig. Het nader ecologisch onderzoek is in 2023 door Waardenburg ecology uitgevoerd (notitie met rapportnummer 23-382, zie Bijlage 8 Nader ecologisch onderzoek). Uit het nader ecologisch onderzoek blijkt dat de ontwikkeling geen effect heeft op de Gierzwaluw maar wel op de verblijfplaatsen van de verschillende soorten vleermuizen in het gebied (gewone dwergvleermuis en laatvlieger). Omdat de vleermuizen een vaste rust- of voortplantingsplaats in de bebouwing bezetten dient een ontheffing te worden aangevraagd voor de sloop van het gebouw. Om een ontheffing te kunnen krijgen, dient sprake te zijn van een wettelijk belang. Tevens dient dan gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode. In of rondom de vervangende nieuwbouw zullen dan duurzame, vervangende verblijfplaatsen aangebracht moeten worden. Er worden geen problemen verwacht bij het verkrijgen van de ontheffing.

Derhalve staat dit niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg.

Tabel: Overtreding van de verbodsbepalingen door project herontwikkeling GGD zonder en met mitigatie en gevolgen voor al dan niet noodzakelijk zijn ontheffingsaanvraag.

Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).

Gelders Natuurnetwerk

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

43

In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de Provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.

Figuur: Gelders Natuurnetwerk (groen) Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing. Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2022- 2026, 'Ons Nijmegen, Stad van Iedereen' Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven. Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is.

Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Het plangebied voldoet aan bovenstaande norm. Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken.

In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau.

Binnen het plangebied is geen hoofdgroenstructuur aanwezig. Bomenplan Nijmegen (2021) Het bomenplan vervangt het Handboek Stadsbomen: het Groene Kapitaal van Nijmegen uit 2009. Sindsdien is er veel veranderd. De stad is hard gegroeid en zal dat de komende decennia blijven doen. Door deze en andere ontwikkelingen in en rond de stad neemt de druk op het openbare groen en de bestaande bomen toe en wordt ruimte voor nieuwe bomen meer beperkt.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

45

Thema's als biodiversiteit, klimaatadaptatie, waterberging en een gezonde buitenruimte worden voor de stad en onze inwoners steeds belangrijker. We merken dit aan de feedback van bewoners, bedrijven en belangenverenigingen. We zien ook hoe het klimaat verandert en wat voor effect het heeft op de stad. Daarom zien we ook de noodzaak om bij te dragen aan het nationaal klimaatakkoord en aan klimaatadaptatie in de stad. Bomen zijn namelijk onmisbaar in het verbeteren van de leef- en omgevingskwaliteit van onze buitenruimte. De praktijk loopt tegen deze veranderingen en reeds veranderende inzichten aan. Het kappen van bomen is steeds minder vanzelfsprekend. Dat vraagt om een betere bescherming van bomen. Daarnaast is gebleken dat de regels rondom de kapvergunning complex waren en ze niet meer aan sloten bij de huidige vraagstukken en aandachtsgebieden. Het groen en de bomen in onze stad vragen daarom om nieuwe handvatten. Om nog zorgvuldiger te kunnen handelen en gebaseerd op de juiste waarden. De gemeenteraad heeft met het aannemen van het initiatiefvoorstel "Niet bomen, maar planten" opdracht gegeven om het handboek Stadsbomen te actualiseren met oog voor de huidige inzichten en omstandigheden. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur.

De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Binnen het plangebied is geen hoofdbomenstructuur aanwezig. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten. Hier stemmen we het beheer af op de natuurwaarden en wordt het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd wordt.

Tevens waken we bij deze hotspots voor versnippering, aantasting en doorsnijding. De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het College op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen, zoals dit plangebied, ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd.

Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meerwaarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

47

campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening, zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit, worden daarbij onder de aandacht gebracht. Daarom is het beter dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen direct wordt meeontworpen, zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.

Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen Groenewoudseweg 275 Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is voor de Waalsprong de "Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong" (verder benoemd als Toolbox Waalsprong) opgesteld. Deze Toolbox Waalsprong is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Voor de rest van de stad gaat een dergelijke Toolbox ook opgesteld worden. Deze is echter op dit moment nog niet beschikbaar. Bij dit bestemmingsplan hoort een oplegnotitie die is bedoeld om de Toolbox Waalsprong toepasbaar te maken voor het plangebied Groenewoudseweg 275. Met de oplegnotitie wordt de toolbox als gemeentelijk beleidsinstrument gekoppeld aan de regels van dit bestemmingsplan. Daarmee krijgt de toepassing van de toolbox een verplichtende werking bij de realisatie van het plan.

4.12 Cultuurhistorie en archeologie 4.12.1 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Diverse gebouwen en objecten in Nijmegen Zuid staan op de aandachtslijst.

Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De beleidskaart is onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie (2020).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

49

Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart met in blauw de indicatieve ligging van het bestemmingsplangebied Het plangebied valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Bij deze categorie is er hoofdzakelijk sprake van woonwijken die in de afgelopen 50 jaar tot stand zijn gekomen en moderne bedrijventerreinen en industriegebieden. In deze gebieden zijn cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig. Bij ruimtelijke plannen zal daarom alleen gestreefd worden naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Dit is voor deze gebieden voldoende om verwijzingen naar het verleden levend te houden. Voor het opstellen van bestemmingsplannen wordt een cultuurhistorische analyse van het gebied gemaakt, waarin de historische structuren geduid zijn. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen biedt de cultuurhistorische analyse voldoende aanknopingspunten. Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (opgesteld door RAAP 2021). De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Voor het bestemmingsplangebied ziet de kaart er als volgt uit:

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

Uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen. Het plangebied is in blauw indicatief weergegeven. Rode lijn = historische Groenewoudseweg met laanbeplanting (voor 1832), gele stippellijn = verdwenen pad (voor 1832), paars = historische weg voor 1940 Cultuurhistorische waarden in het plangebied Het bestemmingsplangebied ligt aan de Groenewoudseweg, een historische weg die dateert van voor 1832. Het overgrote deel van het plangebied wordt ingenomen door het GGD-gebouw dat in 1978 samen met het naastgelegen brandweergebouw is ontworpen door Ingenieurs- en Architectenbureau van Hasselt en de Koning, oftewel Haskoning. Voor het bouwwerk bevindt zich een landschapskunstwerk. Het pand heeft enige cultuurhistorische waarde maar geen beschermde status. Bestemmingsplanwijziging De beoogde bestemmingsplanwijziging maakt de bouw van afzonderlijke bouwblokken op de plaats van het huidige gebouw mogelijk. De in het bestemmingsplan vastgelegde positionering van de bouwmassa en de maximale hoogte sluiten aan bij de bestaande situatie. Wat betreft cultuurhistorie is er sprake van een goede inpassing en is er geen bezwaar tegen de voorgestelde bestemmingsplanwijziging.

4.12.2 Archeologie

Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 8 (Groenewoudseweg 275)

51

van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg. Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=28f69dc8-6c7e-4b1a-8abd-741f09064cd1