Bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Tekst van het document
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
33
kaart: globaal tracé Dorpensingel (rode stippellijn) Het gedeelte van de Dorpensingel tussen de Prins Mauritssingel (Keizer Augustusplein) en de Zwarteweg is in een eerdere fase al gerealiseerd in het kader van de bouw van de bioscoop bij de Lentseplas en het P+R-terrein. In de nieuwe situatie loopt de Dorpensingel vervolgens door het gebied ten noorden van de Zandse Plas richting de Woerdsestraat en buigt na de kruising met de Woerdsestraat af naar de Zandsestraat. De Dorpensingel verbindt niet alleen Bemmel met de A325/Prins Mauritssingel maar heeft ook een ontsluitende functie voor de aanliggende (plan)gebieden. Dit betreft de ontsluiting van de bioscoop en de te realiseren bouw-/en tuinmarkt (in combinatie met een tankstation en restaurant) bij de ovatonde en het plan Landschappelijk Wonen aan de Zandseplas. Gelet op de functie van de weg en de te verwachten verkeersintensiteit (6.100 motorvoertuigen per etmaal) zal de weg worden vormgegeven als een gebiedsontsluitingsweg. Met het oog op de ruimtelijke ontwikkelingen rondom de weg zal in Nijmegen de grens van de bebouwde kom worden verlegd en komt de Dorpensingel binnen de bebouwde kom te liggen. De weg wordt ontworpen als een stedelijke weg met een maximum snelheid van 50km/uur. De gemeente Lingewaard neemt hiervoor een verkeersbesluit.
De huidige aansluiting van de bioscoop zal gecombineerd worden met de nieuwe ontsluiting voor de te realiseren bouwmarkt ten noorden van de Dorpensingel en worden vormgegeven als een rotonde. Omdat rotondes de snelheid van het verkeer afremmen zijn ze over het algemeen verkeersveiliger dan kruispunten. Ook de nieuwe ontsluiting van het plan Landschappelijk Wonen (aan de Zandseplas) zal als rotonde worden vormgegeven. Hierdoor wordt het karakter van een weg binnen de bebouwde kom ondersteund.
34
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
4.1.3
Openbaar vervoer
Openbaar vervoer vormt een belangrijk onderdeel in het verkeerssysteem van de Waalsprong. Maatregelen op het gebied van (hoogwaardig) openbaar vervoer leveren een bijdrage aan de beperking van de groei van het autoverkeer. Openbaar vervoer bestaat uit trein, hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en uit stads-en streeklijnen. Het streven is een toename van het gebruik van het OV. De kracht van het OV ligt vooral bij zoveel mogelijk gebundelde vervoersstromen, dus wordt vooral de kwaliteit van de stromen met de meeste reizigers verbeterd. Een goed hoogwaardig openbaar vervoersysteem richt zich het aanbieden van snelle, frequente en comfortabele verbindingen met de belangrijkste bestemmingen en knooppunten. Daarnaast moeten ook degenen die niet over een geschikt, eigen vervoermiddel beschikken per openbaar vervoer naar de belangrijke (sociale) voorzieningen kunnen reizen (sociale functie).
kaart: HOV-netwerk van Nijmegen en omgeving
Bij het Keizer Augustusplein is P&R-locatie ontwikkeld. Op het Keizer Augustusplein halteert momenteel HOV-lijn 300 die voor een frequente en regelmatige OV-verbinding zorgt met Lent, Nijmegen, Bemmel, Huissen en Arnhem. Voorts is er op zaterdagen en zondagen in aanvulling op de bussen van lijn 300 een winkelpendel naar de binnenstad van Nijmegen. Omdat de verkeersintensiteiten op de Ovatonde toenemen zal op termijn de huidige bushalte op deze locatie verplaatst moeten worden. De nieuwe locatie is mogelijk ten oosten van de Ovatonde langs de Dorpensingel. Gelet op de functie van de weg kunnen er lijnbussen over de Dorpensingel rijden. Er zijn momenteel geen plannen om over de Dorpensingel ten oosten van de Zwarteweg een openbaar vervoerverbinding te traceren; er is daarom geen specifieke ruimte voor OV-voorzieningen in het plan opgenomen.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
35
4.1.4
Langzaam verkeer
In Nijmegen liggen veel bestemmingen op korte afstand van elkaar. De fiets is hier een goed alternatief voor de auto. Nijmegen heeft de ambitie uitgesproken om het fietsgebruik met 20% te laten groeien (in de periode 2017-2027). De gemeente gaat daarom de komende jaren door met het opwaarderen van het fietsroutenetwerk en het realiseren van snelle fietsroutes op de belangrijkste verbindingen. In regionaal verband is een fietsvisie opgesteld. In deze fietsvisie wordt aangegeven welke nieuwe netwerken wenselijk zijn. Snelle fietsroutes zijn zo direct mogelijk en bieden de fietser extra kwaliteit in de vorm van doorstroming (voorrang, minder oponthoud, groen bij verkeerslichten), vlakke verharding en aantrekkelijkheid (autoluw, schone lucht, sociale veiligheid, omgeving). Een toename van het fietsgebruik kan voorts bereikt worden door een fijnmazig fietsroutenetwerk te realiseren, dat de belangrijkste routes voor het fietsverkeer omvat en de voornaamste voorzieningen ontsluit.
kaart: overzicht snelle fietsroutes en Uitvoeringsplan Fietsinfrastructuur Waalsprong
De Waalsprong wordt ontsloten door een netwerk van doorgaande snelle fietsroutes. Snelle fietsroutes spelen een belangrijke rol in het stedelijk verkeerssysteem en de duurzaamheidsdoelen: mensen fietsen meer en autoritten worden meer en meer voorkomen. Belangrijkste fietsverbinding in dit deel van de Waalsprong is het RijnWaalpad, de snelle fietsroute van Nijmegen naar Arnhem die het tracé van de Dorpensingel bij de Zwarteweg kruist. De kruising van de Dorpensingel met het RijnWaalpad wordt vormgegeven als rotonde. Fietsers hebben op deze rotonde voorrang. Ook langs de Dorpensingel wordt een fietsvoorziening aangelegd. Deze verbinding is van belang omdat deze zowel de fietsverbinding verzorgt met het westelijk deel van de Waalsprong als de ontsluiting van de woon-/recreatie/retailgebieden langs de Dorpensingel. Op het grondgebied van de gemeente Nijmegen is er voorts de recreatieve fietsverbinding langs de Zandseplas die aansluit op de zojuist genoemde hoofdfietsstructuur. Direct ten oosten van het plangebied kruist de Woerdsestraat de Dorpensingel; voor fietsers is dit de verbinding tussen het oostelijk deel van Lent en de westelijke woonwijk van Bemmel (Klein Rome) en het RijnWaalpad richting Arnhem.
36
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
4.1.5
Verkeerseffecten Dorpensingel
Door Goudappel BV zijn de verkeerseffecten van de Dorpensingel inzichtelijk gemaakt. Door de Dorpensingel ontstaat een extra verbinding in het regionale verkeersnetwerk. Hierdoor gaat het verkeer andere routes rijden en ontstaan er nieuwe routes. Met behulp van het verkeersmodel is onderzocht welk effect de Dorpensingel heeft op de verkeersintensiteiten. Alle toe- en afnames van het verkeer zijn hiermee in beeld gebracht. Vervolgens is onderzocht wat de toe- en afnames van het verkeer betekent voor de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling (doorstroming van het verkeer). Zijn de toenames toelaatbaar of zijn er aanvullende maatregelen wenselijk? Kortom in welke mate draagt de Dorpensingel bij aan het oplossen van de problemen en wordt voorkomen dat er nieuwe problemen ontstaan (Bijlage 1: Verkeerseffecten Dorpensingel, Goudappel, 5 juli 2021).
Verandering in verkeersintensiteiten Met behulp van een verkeersmodel zijn de verkeersintensiteiten inzichtelijk gemaakt. Onderstaande tabel geeft de verkeersintensiteiten op de relevante wegen weer voor de verschillende situaties.
Tabel: Intensiteiten in motorvoertuigen per etmaal op doorsnede (beide richtingen samen) voor de 15 wegvakken
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
37
kaart: verschillen tussen autonoom en plan
Het verschil tussen de autonome situatie en de plansituatie is het effect van de Dorpensingel. Het gebruik van de Dorpensingel is 6.100 mvt/etmaal. De Dorpensingel heeft met name een toename van verkeer tot gevolg op de Teselaar en Zandsestraat. De Dorpensingel leidt tot een afname van verkeer op de wegen door Nijmegen - Lent en de Ressensestraat -Stationsstraat.
Met de komst van de Dorpensingel ontstaan er andere en nieuwe routes: Verkeer tussen Bemmel en Nijmegen-Oosterhout gaat via de Dorpensingel rijden. Verkeer tussen Nijmegen en Bemmel gaat deels via Dorpensingel (en dan Oversteek) rijden, maar blijft ook nog de bestaande route door Lent gebruiken. Verkeer van en naar het oostelijk deel van Lent (bv. woningbouw Vossenpels Noord) gaat Dorpensingel gebruiken. Met de Dorpensingel worden Nijmegen - Oosterhout, de voorzieningen bij de Ovatonde en de Oversteek naar Nijmegen beter bereikbaar vanuit Bemmel en worden de (nieuwe en bestaande) woningen in het oosten van Nijmegen-Lent bereikbaar zonder door heel Nijmegen-Lent te hoeven rijden. Echter een deel van het verkeer tussen Bemmel en de
38
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Waalbrug blijft via de Vossenpelsestraat -Laauwikstraat-Turennesingel rijden en gaat beperkt gebruik maken van de Dorpensingel.
Verkeersveiligheid Voor een aantal wegvakken is het effect van de Dorpensingel op de verkeersveiligheid nader onderzocht. Daarbij is in beeld gebracht of vormgeving, functie en gebruik in balans zijn. Het gaat om de Ressensestraat, Vossenhol, Teselaar, Zandsestraat, Vossenpelsestraat en Laauwikstraat. Voor de Ressensestaat geldt dat vanwege oversteekbaarheid verbetert, de komst van de Dorpensingel leidt tot een afname van de verkeersintensiteiten op deze weg. Ook op het Vossenhol verbetert de verkeersveiligheid. In het kader van het project Dorpensingel is een herinrichting van het Vossenhol voorzien waarbij verhoogde fietspaden worden aangelegd. Ten opzichte van de huidige situaties rijden fietsers dan niet langer op de rijbaan. Het wegprofiel op het noordelijk deel van de Vossenpelsestraat (Vossenpels) is niet duidelijk herkenbaar als binnen de bebouwde kom en daardoor is de kans groot dat er te hard gereden wordt. Onderdeel van het project Dorpensingel is om verkeersremmende maatregelen te treffen. Dit verbetert de verkeersveiligheid. Voor de Laauwikstaat tenslotte geldt dat de verkeersintensiteit aan de bovengrens ligt van wat op een dergelijke weg wenselijk is. Door de Dorpensingel wordt een verdere groei van de verkeersintensiteit voorkomen.
Verkeersafwikkeling Een verandering in de verkeersintensiteit door de Dorpensingel kan effect hebben op de verkeersafwikkeling op de kruispunten en de doorstroming van het verkeer op de wegvakken. Daarom zijn de relevante wegvakken en kruispunten onderzocht. Hieruit blijkt er door de Dorpensingel geen knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling of doorstroming ontstaan of toenemen.
4.2
Groen, natuur en landschap
4.2.1
Rijksbeleid (Wet Natuurbescherming)
De Wet Natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde bosopstanden.
Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
39
beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quickscan flora en fauna en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet Natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
Beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000-gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden.
4.2.2
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd.
Gelders Natuurnetwerk Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen
40
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt.
Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De Groene ontwikkelingszone bestaat met name uit agrarisch gebied dat tussen en rondom de grote natuurkernen is gelegen. Hier worden bijvoorbeeld natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren, maar ook agrarisch natuurbeheer of blauwe diensten kunnen bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen van de Groene ontwikkelingszone. Kleine natuurgebiedjes, denk aan stapstenen in een verbindingszone, zullen na aanleg ook deel gaan uitmaken van het Gelders natuurnetwerk. Daarnaast zijn in de verordening nog weidevogel- en ganzenrustgebieden aangewezen. Ook hier gaat het om agrarische gebieden maar in tegenstelling tot de Groene ontwikkelingszone streven we hier geen ontwikkeling van nieuwe natuur- en landschapswaarden na. Het gaat hier om het behoud van de betekenis als broedgebied voor weidevogels of als rustgebied voor overwinterende ganzen.
Plangebied De Dorpensingel doorkruist de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit betreft echter het gedeelte van de Dorpensingel gelegen in de gemeente Lingewaard en valt dus buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. De das, kamsalamander en steenuil zijn kensoorten voor de GO. Het studiegebied heeft geen functie voor das en kamsalamander. Voor de kensoort steenuil is wel geschikt leefgebied aanwezig en is permanente aantasting daarvan door de ingreep aannemelijk. Door te werken volgens het Soortenmanagementplan Nijmegen de Waalsprong (SMP-N) wordt gewaarborgd dat leefgebied voor de steenuil behouden blijft.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
41
kaart: uitsnede Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen) uit Omgevingsverordening Gelderland) met indicatief de Dorpensingel (zwart)
4.2.3
Gemeentelijk beleid
De Groene Draad Het groenbeleid is vastgelegd in "De Groene Draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma.
De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat behalve uit de genoemde vlakken, uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. Het plangebied ligt in de Landschapszone. In diverse uitgangspunten voor de Waalsprong is aangegeven dat het van belang is om het karakter van de Waalsprong te baseren op oude waarden en kenmerken van het gebied. Natuurwaarden zoals die nu in het Waalsprong gebied voorkomen zullen geïntegreerd worden in de ontwikkeling van de Landschapszone. Verbinding met andere landschappen in de directe omgeving is van belang vanuit ecologisch en recreatief oogpunt. De Landschapszone zal hierin een rol vervullen tussen de Oosterhoutse waarden en park de Woerdt dat onderdeel uitmaakt van Park Lingezegen.
Bomenplan Nijmegen
42
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Eén van de opgaven uit de omgevingsvisie 2020-2040 is een groene en gezonde stad. Aangezien bomen hier in sterke mate bijdragen, is als nadere uitwerking van de omgevingsvisie het Bomenplan Nijmegen opgesteld. De doelstellingen van het bomenplan zijn: gezonde bomen zo lang mogelijk behouden; bomenkap zoveel mogelijk vermijden; aanplant van bomen zoveel mogelijk stimuleren; de belangrijkste bomen in de stad vormen een groene beschermde verbindende structuur.
De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. De Dorpensingel behoort tot de beoogde hoofdbomenstructuur van de Waalsprong.
kaart: uitsnede bomenstructuur Waalsprong
Soortenmanagementplan Nijmegen de Waalsprong (SMP-N) In het ontwikkelgebied 'de Waalsprong' worden de komende jaren nog duizenden woningen met bijbehorende voorzieningen gebouwd. Gebleken is dat er op een effectievere en efficiëntere manier kan worden omgegaan met de onder de Wet natuurbescherming beschermde diersoorten die in de Waalsprong voorkomen. Onder andere daarom heeft de gemeente Nijmegen voor het ontwikkelgebied 'de Waalsprong' meegedaan aan een pilot Soortenmanagementplan (SMP-N) van de provincie Gelderland. Het SMP-N is op 12 maart 2019 door het college vastgesteld. Het SMP-N is een eigen plan van de gemeente waarin zij aangeeft hoe in de ontwikkelgebieden van de Waalsprong wordt omgegaan met de daar voorkomende soorten i.c. de steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, grote modderkruiper, rugstreeppad en poelkikker. Op basis van het SMP-N kan een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wet natuurbescherming (Wnb) verkregen worden. Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. Op 8 mei 2019 heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland besloten om de gevraagde ontheffing te verlenen. Op 28 oktober 2020 is door middel van een wijzigingsbesluit de bunzing, hermelijn en wezel aan de ontheffing toegevoegd.
Door uitvoering van het SMP-N wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt. In het SMP-N staat de volgende tekst over de Landschapszone: "De Landschapszone is een plassengebied (in ontwikkeling) en bedoeld als groen-blauwe zone en ecologische corridor. Het
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
43
verbindt de uiterwaarden, Landgoed Oosterhout en het agrarisch parkgebied De Woerdt van Park Lingezegen met elkaar. De plassen zijn het gevolg van zandwinning. Naast recreatieve elementen bevat deze zone ook natuurelementen zoals open water, rietoever, moeras, struweel, bos, solitaire bomen en weiden. Van oost naar west bestaat dit gebied uit de Zandse plas, de Lentse plas en de Oosterhoutse plas. De Zandse plas is de natuurplas; deze plas vormt de overgang naar het aanliggende agrarische buitengebied van Lingewaard en het Park Lingezegen. Recent is het gebied rond de plas ingericht met rietoever, kruidenrijk grasland, struweel en zijn er bomen aangeplant." Deze inrichting is in het SMP-N meegenomen als habitat voor de steenuil en kleine marterachtigen en wordt door de aanleg van de Dorpensingel doorsneden. Voor de landschappelijke inpassing van de Dorpensingel is een groenplan gemaakt met boomgaarden, houtsingels, boomgroepen en kruidenrijk grasland ter verbetering van het leefgebied vanuit het SMP-N voor de steenuil en kleine marterachtigen.
4.2.4
Natuurwaardenonderzoek
Door Bureau Waardenburg zijn diverse natuuronderzoeken uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze onderzoeken zijn samengevat in één natuurwaardenrapport (Bijlage 2: Natuurwaarden Dorpensingel en Vossenhol Nijmegen 2021, bureau Waardenburg, januari 2022).
4.2.4.1
Resultaten Dorpensingel
Conclusie Wet natuurbescherming soortenbescherming In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de functie van het gehele plangebied (gemeenten Nijmegen en Lingewaard) en eventuele effecten op beschermde soorten bij de aanleg van de Dorpensingel. Voor overige beschermde soorten heeft het plangebied geen essentiële functie en zijn negatieve effecten uitgesloten of geldt een provinciale vrijstelling van verbodsbepalingen.
44
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Tabel: Overzicht van de functie van het plangebied en eventuele effecten op beschermde soorten van de Dorpensingel (LW= gemeente Lingewaard) *Het plangebied op grondgebied Nijmegen is geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen. De functie van dit deel van het plangebied voor kleine marterachtigen is niet onderzocht omdat de gemeente een generieke ontheffing heeft voor deze groep, wanneer de maatregelen uit het SMP-N worden nageleefd. Deze maatregelen worden ook in het deel Lingewaard uitgevoerd.
Conclusie Wet natuurbescherming Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt hemelsbreed op ongeveer 700 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De ingreep veroorzaakt geen aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden. Een voortoets is dan ook niet nodig. Voor de bepaling van mogelijke stikstofdepositie en beoordeling van mogelijke effecten daarvan zie paragraaf 4.2.5.
Conclusie Wet natuurbescherming Houtopstanden Het plangebied Dorpensingel bevindt zich buiten de bebouwde kom. De meeste bomen in het plangebied staan op erven of het zijn fruitbomen en windschermen om boomgaarden. In de bocht van de Zandsestraat worden 7 bomen gekapt. Deze maken geen onderdeel uit van een bomenrijen met minimaal 21 bomen of bos(je) groter dan 10 are. De regels ten aanzien van houtopstanden (Hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn voor debetreffende bomen daarom niet van toepassing.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
45
Conclusie Wet natuurbescherming De Wnb staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. De landschappelijke inpassing met mitigerende maatregelen is geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels van dit bestemmingsplan.
4.2.4.2
Vereiste maatregelen
Vissen Er zijn geen compenserende maatregelen nodig voor grote modderkruiper; de soort komt momenteel niet binnen het plangebied voor. Bij werkzaamheden aan watergangen dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht of wel het treffen van mitigerende maatregelen. Dit houdt in: Werkzaamheden aan watergangen zoveel mogelijk buiten de kwetsbare periode van vissen. Dat wil zeggen buiten de voortplantingsperiode en periode met strenge vorst. Werkzaamheden uitvoeren in één richting, richting te behouden watergang, zodat dieren de kans hebben zelfstandig te vluchten.
Amfibieën Voor wat betreft de rugstreeppad volstaat het - ook op het grondgebied van de gemeente Lingewaard - om te werken volgens het ecologische werkprotocol van het SMP-N om overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen (mitigatie). Dit houdt in: Werken buiten de kwetsbare periode (augustus tot en met maart). De rugstreeppad koloniseert snel tijdelijke wateren die bijvoorbeeld ontstaan door stagnatie van regenwater op aangereden bodem en in sporen van voertuigen. Voorkom het ontstaan van wateren om kolonisatie van het plangebied te voorkomen. De maatregelen uit het SMP (aanleggen twee poelen voor instandhouding soort in het Spiegelbos) zijn binnen het plangebied niet van toepassing. Schuilplaatsen van (algemeen voorkomende) amfibieën buiten de overwinteringsperiode verwijderen en dieren verplaatsen. Hierbij werken in één richting zodat dieren zelfstandig de kans hebben te vluchten.
Grondgebonden zoogdieren Voor behoud van de populatie hermelijnen op lange termijn (en andere marterachtigen waaronder ook steenmarter) is het belangrijk dat verschillende leefgebieden verbonden blijven en dat verkeersslachtoffers onder deze dieren voorkomen worden. Er zijn maatregelen nodig om negatieve effecten op de hermelijn en overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Het is hierbij belangrijk om faunapassages integraal op te nemen in het ontwerp van de weg en te zorgen voor een goede robuuste geleiding naar de passages. Hierbij wordt aangesloten op kruisingen van bestaande en nieuwe landschapselementen met de nieuwe Dorpensingel, zoals watergangen, greppels en bosschages. Door de duikers te voorzien van loopstroken wordt een semi-natte verbinding gerealiseerd. Ter plaatse van droge verbindingen dient een tunnel gerealiseerd te worden. Bij het passeren van een kruisende watergang heeft een doorgetrokken oever de voorkeur omdat dit het beste aansluit op het aangrenzende gebied. Als alternatief hierop kunnen loopstroken worden aangebracht; dit kan zowel als vast element in het kunstwerk of losse
46
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
strook. Faunavoorzieningen worden voorzien van faunakerende rasters aan weerszijden van de weg, waarmee wordt voorkomen dat dieren alsnog de weg op kunnen geraken. Door de toekomstige groene zones en omgeving van de weg in te richten met een jaarrond aanbod aan ruigten waar diverse soorten zoogdieren en vogels leefgebied vinden, blijft het plangebied geschikt voor de betreffende marterachtigen.
Vleermuizen Er zijn maatregelen mogelijk om de inpassing van de weg in het landschap zo vorm te geven dat vleermuizen en andere fauna er zo min mogelijk hinder van ondervinden. Vleermuizen gebruiken hoge begroeiing, watergangen en oevers als vliegroute en foerageergebied. Zorg dat vleermuizen de weg veilig kunnen passeren via donkere of hoge passages. Dit kan door duikers onder de weg voldoende hoog te maken (zie boven bij grondgebonden zoogdieren) of hop overs te creëren met bomen of schermen (zie onder bij roofvogels en uilen).
Roofvogels en uilen Het bosje in de gemeente Lingewaard is essentieel leefgebied voor buizerd en is geschikt als nestplaats voor deze soort. Er zijn maatregelen nodig om negatieve effecten op de buizerd en uilen en overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen: Dit is gedaan door vanuit het SMP-N nestplaatsen voor uilen te plaatsen in Nijmegen, inclusief de omgeving van de Dorpensingel. Deze worden tweejaarlijks gemonitord. Ook in het Lingewaardse deel zijn kasten geplaatst en vindt monitoring plaats. Er dient buiten het broedseizoen gewerkt te worden. Het aantasten en verstoren van bezette nesten is een overtreding van verbodsbepalingen en moet worden voorkomen. Mogelijk is er in het projectgebied ruimte om boomgroepjes te plaatsen die als nestplaatsen voor roofvogels kunnen fungeren. Er worden maatregelen getroffen die zorgen dat het risico op verkeersslachtoffers onder roofvogels (steenuil, ransuil, kerkuil en buizerd) zo klein mogelijk wordt. De meest logische verbindingen voor vogels zijn gebaseerd op de aanwezige nestplaatsen en/of foerageergebied van roofvogels en uilen om de Dorpensingel over te steken. Hier wordt hoog struweel/bomen (hop overs) aangebracht. De straatverlichting wordt zo gepositioneerd dat de hop overs ook geschikt zijn als overstreeklocatie voor vleermuizen. Dat wil zeggen dat de beplanting ter plaatse van de hop over niet wordt verlicht.
Tevens wordt er geen foerageeropties gecreëerd langs de berm om aanrijschade te voorkomen. Dit geldt voor de hele weg en kan gedaan worden door geen uitkijkposten (paaltjes) nabij weg te plaatsen of deze te voorzien van rollers, en geschikte uitkijkposten (voor roofvogels en uilen; 3 meter hoog) op minimaal 5 meter van rand asfalt te plaatsen.
Openbare verlichting In zijn algemeenheid wordt de hoeveelheid openbare verlichting zoveel mogelijk beperkt en het gebied zo donker mogelijk gelaten. Met de juiste situering en hoogte van de lichtmasten, alsmede type lichtmast en bestralingsoppervlak, wordt hier al veel mee bereikt. Belangrijk hierbij is dat alleen datgene wordt verlicht wat vanuit veiligheid noodzakelijk is, en niet de aanpalende berm of het achterland. Uitstraling door koplampen van auto's wordt zoveel mogelijk beperkt. Dit is onder meer gedaan door een haag om te nemen in de bocht van de Woerdestraat - Zandsestraat, om daarmee inschijnen in de hoogstamboomgaard te voorkomen.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
47
Compensatie Het SMP-N waarborgt dat leefgebied voor steenuil, kerkuil, ransuil en buizerd in de gemeente Nijmegen behouden blijft, wanneer de maatregelen uit dit plan worden nageleefd. Dit is uitgewerkt in het Inpassingsplan en omvat hoogstamboomgaarden, extensief ruig grasland, heggen en hagen .
4.2.5
Stikstofbeoordeling
Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarbij is gebruik gemaakt van de meest recente versie van het rekenprogramma Aerius (versie 2021.0.2). Volgens de stikstofstukken zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg (Bijlage 3: Stikstofrapport bestemmingsplan Dorpensingel, gemeente Nijmegen, 16 februari 2022).
4.3
Water
4.3.1
Beleid
Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd conform de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. In het Besluit ruimtelijke ordening is de watertoets verankerd.
4.3.2
Algemeen
De Dorpensingel wordt gerealiseerd tussen het Keizer Augustusplein, dat de kruising met de Prins Mauritssingel vormt, en de aansluiting op de Zandsestraat. Het plangebied van het Nijmeegse gedeelte van de Dorpensingel loopt van de rotonde ter hoogte van de wegen naar het bestaande bioscoopcomplex en de toekomstige bouwmarkt tot de gemeentegrens. Het plangebied van het Lingewaardse gaat vanaf de gemeentegrens tot en met de aansluiting op de Zandsestraat. Deze deelbijdrage beschrijft de voor water relevante aspecten voor het Nijmeegse gedeelte. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Lentse en Zandse plas en loopt tot de gemeentegrens van de gemeente Nijmegen met de gemeente Lingewaard nabij de Woerdsestraat. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer (2013) relevant. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het "Waterbeheerprogramma 2022-2027; Versterken. Verbinden. Vergroenen". Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden
48
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
4.3.3
Oppervlaktewater
Het tracé van de aan te leggen Dorpensingel kruist meerdere watergangen. In het westelijke gedeelte op het grondgebied van de gemeente Nijmegen grenst de weg aan de A-watergang met nummer A 107616. Na de aanleg van de Zandse plas heeft deze watergang zijn functie grotendeels verloren. Het gedeelte ten noorden van de Dorpensingel blijft een A-watergang, de overige delen worden afgewaardeerd naar een B-status.
kaart: uitsnede legger wateren Waterschap Rivierenland
4.3.4
Grondwater
Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door maatregelen zoals ophogen, een goede structuur van het watersysteem of het voorkomen van verdichting van de bodemstructuur. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
4.3.5
Riolering/hemelwater
In het gebied waar de Dorpensingel als nieuwe weg aangelegd wordt, ligt geen vrijvervalriolering. Wel liggen langs het plangebied persleidingen die afkomstig zijn van de rioolgemalen in Lent en Visveld. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. Het plangebied is mogelijk niet kansrijk voor infiltratie van hemelwater in de bodem. Voor infiltratie in combinatie met vertraagde afvoer naar oppervlaktewater is het plangebied zeker wel geschikt. Uitgangspunt is dus de trits vasthouden, bergen en afvoeren. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
49
bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als 'Het groene akkoord'. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet ook een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Waar nieuwe verharde oppervlakken worden gerealiseerd, kan het hemelwater niet langer in de bodem infiltreren. Daardoor treedt een versnelde afvoer van het hemelwater op. Die moet gecompenseerd worden. Dat gebeurt meestal door het graven van nieuwe wateren of het verbreden van bestaande wateren. Deze wateren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het doel van de compensatiemaatregelen is het beperken van de afvoer van water vanuit het plangebied tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. In het plangebied geldt een landelijke afvoer van 1,5 l/s per hectare. Voor het lozen van hemelwater van nieuw verhard oppervlak is een watervergunning nodig.
Door het nieuwe tracé van de Dorpensingel neemt het verhard oppervlak toe met 13.770 m2. Dit betreft zowel het Nijmeegse als het Lingewaards deel. De toename van verhard oppervlak van het nieuwe verkeerskundig ontwerp in Vossenhol (Lingewaard) is 1.663 m2. Bij (droogvallende) watergangen hanteert het waterschap een vuistregel van 664 m3 berging per hectare toename van verhard oppervlak. Op basis van de vuistregel bedraagt de compenserende waterberging 915 m3 (Dorpensingel) + 110 m3 (Vossenhol) = 1.025 m3. De Dorpensingel valt in de nieuwe situatie onder het watersysteem van de Waalsprong afwatert af op de Waalsprong (via de 'oude/gedempte' A-water). De nieuwe greppels functioneren als "wadi''. Alles loost via een wadifunctie waardoor ook de kwaliteit van het water wordt geborgen. De compensatie voor het verhard oppervlak valt onder de Waalsprong. Hier zit momenteel nog voldoende berging in. De afwatering vindt plaats via (droogvallende) greppels parallel aan het tracé Dorpensingel. Het tracé Vossenhol staat in verbinding door middel van (landelijke) watergangen. De afwatering wordt gerealiseerd door middel van greppels met wadifunctie met een bodembreedte van 0,50 m. Op enkele locaties wordt de bodembreedte vergroot voor een betere landschappelijke inpassing. Vanwege archeologische beperkingen worden de greppels maximaal 0,30 m diep ten opzichte van huidig maaiveld.
De weg zelf wordt in een verhoging gerealiseerd. De afwatering vindt plaats naar de Zandse plas (onderdeel van de Waalsprong). Op de watergangen die onderdeel uitmaken van de afwatering richting de Zandse plas mogen geen nieuwe verharde oppervlaktes worden aangesloten. De Dorpensingel wordt gerealiseerd op een scheiding van peilgebieden. Deze peilscheiding dient gehandhaafd te blijven. In de nieuwe situatie wordt deze, in overleg met waterschap Rivierenland, verlegd in noordelijke richting. Ter plaatse van kruisende bestaande watergangen dient de huidige afwatering geborgd te blijven, al dan niet met overlaat- en/of duikerconstructies. Als het waterhuishoudkundige systeem op deze wijze wordt gerealiseerd, heeft het plan geen negatieve effecten op het oppervlaktewatersysteem. Voor de werkzaamheden is een watervergunning nodig. Een nadere uitwerking vindt plaats in een waterhuishoudkundig plan.
50
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
4.4
Archeologie
4.4.1
Beleid
Archeologische uitgangsprincipes Archeologie is binnen de planologie een conserverende waarde. Immers, archeologie is een niet aanvulbare waarde, wat wil zeggen wat eenmaal vernietigd is, nooit meer hersteld kan worden. Vandaar dat de omgang met archeologie zo op behoud is gericht. Behoud, bij voorkeur in situ, staat voorop, en dit principe zien we op elk niveau van archeologiebeleid terug. De wens om archeologie in situ te behouden heeft verschillende achtergronden. Ten eerste het uitgangspunt dat de natuurlijke conservering de beste is en ten tweede dat archeologie in zijn context begrepen moet worden. Een archeologische vondst, of het nu een voorwerp of een structuur is, is een drager van informatie, in relatie tot zijn omgeving. Het zal altijd iets kunnen zeggen over de lokale geschiedenis, vaak over de regionale geschiedenis en soms ook over de nationale geschiedenis of zelfs internationale geschiedenis. Archeologie zonder context heeft duidelijk aan waarde verloren. Een derde uitgangspunt is de aanname dat toekomstige generaties mogelijk betere vormen van archeologisch onderzoek zullen hebben. Typerend voor gravend archeologisch onderzoek is dat het onderzoek het onderzoeksobject vernietigt: je kunt het maar eenmaal onderzoeken.
Dit verklaart de nadruk op het goed documenteren van wat er tijdens het onderzoek aangetroffen wordt, zowel in het veld als nadien bij de uitwerking. Vandaar de hoop dat door nieuwe technieken dit mogelijk zal veranderen. Zouden we nu alles opgraven dan kan men later nooit meer onderzoek doen. Een vierde en niet onbelangrijk punt is de economische kant van archeologisch onderzoek. Dit kan erg duur zijn, waardoor bijvoorbeeld de economische haalbaarheid van een plan in het geding kan komen. Maatregelen om de bodem niet of maar beperkt te verstoren zijn dan ook economisch zinvol. Archeologie geeft inzicht in de (lokale) geschiedenis, en kan een belangrijke identiteitsdrager zijn. Het streven is om cultuurhistorische waarden, waaronder archeologie, mee te nemen bij inrichtingsplannen. Gebieden met een grote cultuurhistorische waarde hebben naast een grote leefbaarheid vaak ook een hogere economische waarde.
Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek dient te dragen. De uitgangspunten van het Verdrag zijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 via de wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007).
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
51
Provinciaal beleid De provincie heeft van het Rijk een rol gekregen bij het juridisch beschermen van erfgoederen met een uitzonderlijk nationaal belang. Dit is geregeld via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Van belang voor dit plangebied is daarbij de Romeinse Limes. De ambitie van de provincie is de Romeinse Limes te beschermen tegen ongewenste ingrepen, en om deze verder te ontwikkelen en beleefbaar te maken. Dit betekent dat een bestemmingsplan voor een plangebied waar de Limes doorheen loopt geen activiteiten mogelijk maakt die de kernkwaliteiten van de Limes aantasten. Dit is verwerkt in de provinciale Omgevingsverordening Gelderland, waarin de Limes aan bod komt. Er loopt een aanvraag bij Unesco om de Romeinse Limes aangewezen te krijgen als werelderfgoed. In de provinciale Omgevingsverordening is de begrenzing van het gebied van de Romeinse Limes weergegeven op een kaart. In de huidige versie van de kaart (31 maart 2021) ligt een groot deel van het Dorpensingel binnen de zone van de Romeinse Limes. Binnen het plangebied zijn echter geen fysieke kernkwaliteiten van de Limes aanwezig.
kaart: begrenzing Romeinse Limes (roze)
Gemeentelijk beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Monumentenwet 1988, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 werd nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit gelegd en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen.
52
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden worden overgenomen in (nieuwe) bestemmingsplannen. Nieuwe inzichten worden in de beleidskaart verwerkt en waar nodig zullen deze overgenomen worden in nieuwe bestemmingsplannen. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden, of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.
4.4.2
Archeologische waarden
Het plangebied ligt in een gebied met meerdere archeologische waarden. Het gaat daarbij om de waarde 1, 2 en 3. Waarde 1 gebieden betreffen gebieden waarbij de verwachting op het aantreffen van archeologische waarden laag of middelhoog is, of waar door het ontbreken van (voldoende) onderzoek geen uitspraak gedaan kon worden over een verwachting. Waarde 2 en 3 gebieden hebben respectievelijk een hoge en een zeer hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden, die door middel van al uitgevoerd historisch en archeologisch onderzoek in de omgeving gemotiveerd is. Aan de waarden is zijn ondergrenzen gekoppeld voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Bij een waarde 1 gebied gaat het daarbij om bodemverstorende ingrepen die dieper gaan dan 30 cm onder maaiveld, bij een oppervlakte dat groter is dan 2.500 m2. Bij waarde 2 gebieden zijn de ondergrenzen bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm en een totaal oppervlak van de ingrepen groter dan 100 m2. In waarde 3 gebieden geldt voor bodemingrepen een ondergrens van 30 cm beneden maaiveld en een oppervlakte groter dan 50 m2.
kaart: archeologische beleidskaart (met in lichtgroen een indicatie van het plangebied) Zoals wordt weergegeven op de
archeologische beleidskaart worden delen van het
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
53
bestemmingsplangebied ingenomen door terreinen met een (zeer) hoge archeologische waarde. Het betreft de terreinen N-24 De Woerdt, N-25 Woerdsestraat en N-39 Zwarteweg-oost. De terreinen zijn beschreven in de catalogus die bij de beleidskaart hoort. Het relatief hoog gelegen terrein N-24 De Woerdt is een geliefde vestigingsplaats geweest. Bij archeologisch onderzoek zijn overblijfselen uit verschillende perioden aangetroffen die erop wijzen dat hier zowel in de midden-ijzertijd als in de Romeinse periode sprake was een omvangrijke en belangrijke nederzetting. Er zijn onder andere sporen van gebouwen, afvalkuilen en waterputten aangetroffen. Er moet rekening mee gehouden worden dat zich in de nabijheid van deze nederzettingen grafvelden hebben bevonden. Vondsten uit de vroege en late middeleeuwen doen bovendien vermoeden dat er op dit terrein ook sporen van bewoning uit latere perioden verwacht kunnen worden. Vanwege de vondst van een aantal vuurstenen artefacten tijdens de aanleg van een gasleiding wordt bovendien vermoed dat op grotere diepte overblijfselen uit de steentijd kunnen worden verwacht. Op het terrein N-25 Woerdsestraat zijn bij het vooronderzoek in het kader van de inrichting van de Waalsprong aan het oppervlak verscheidene tientallen scherven gevonden. Ze dateren uit de ijzertijd, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen en de late middeleeuwen.
Onder de bouwvoor werd bij boringen niet meer dan een enkel aardewerkfragment aangetroffen. De samenstelling van de vondsten doet sterk denken aan het spectrum van het nabijgelegen terrein N-24, dat nederzettingssporen uit verschillende perioden herbergt. Ze zouden dan ook van daaraf verplaatst kunnen zijn. Het is echter niet onmogelijk dat ze te maken hebben met toenmalige activiteiten buiten de nederzetting, die ook grondsporen in de bodem kunnen hebben achtergelaten. Het is niet uitgesloten dat zich op dit terrein zelf een nederzetting bevindt. Het terrein N-39 Zwarteweg-Oost dankt zijn archeologische status vooral aan de aanwezigheid van bijzondere vindplaatsen op de direct ten oosten hiervan gelegen terreinen N-23 en N-16 die de status van Rijksmonument hebben. Daar zijn overblijfselen uit het mesolithicum en het neolithicum (midden- en jonge steentijd) aangetroffen. Het is vrijwel zeker dat de vindplaatsen van terrein N-23 doorlopen op terrein N-39. Op basis van onderzoek op terrein N-21 geldt in het gebied bovendien een hoge verwachting voor resten uit de periode bronstijd-Romeinse tijd. De terreinen die binnen het tracé van de toekomstige Dorpensingel vallen zijn nog niet archeologisch onderzocht.
Regeling bestemmingsplan In dit bestemmingsplan worden op basis van de hierboven genoemde archeologische waarden een aantal dubbelbestemmingen opgenomen. Omdat gemeenten Nijmegen en Lingewaard de archeologische waarden verschillend genummerd hebben, wordt in dit bestemmingsplan niet gewerkt met een nummering maar met een omschrijving van de archeologische waarden. Voor de delen met een zeer hoge archeologische verwachting gaat de dubbelbestemming Waarde zeer hoge archeologische verwachtingswaarde (Waarde 3) gelden, voor de delen met een hoge verwachting de dubbelbestemming Waarde - hoge archeologische verwachtingswaarde (Waarde 2). Voor de overige delen van het plangebied de wetgevingszone Waarde - lage archeologische verwachtingswaarde (Waarde 1).
54
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
4.5
Cultuurhistorie
4.5.1
Beleid
Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Erfgoedwet vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een omgevingsvergunning nodig.
Gemeentelijk beleid Het cultuurhistoriebeleid is opgenomen in de Nota Cultureel Erfgoed, die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit van de locatie te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De beleidskaart is onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie (2020).
De aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten en gemeentelijke beschermde stads- en dorpsgezichten geschiedt op basis van de gemeentelijke Erfgoedverordening Nijmegen 2021. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Het bestemmingsplangebied valt geheel binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Bij dit gebiedstype gaat het om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. Bij ruimtelijke plannen wordt daarom alleen
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
55
gestreefd naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren.
Kaart: uitsnede van de Cultuurhistorische Beleidskaart (met rood omlijnd de globale ligging van het plangebied)
4.5.2
Cultuurhistorische waarden
Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (opgesteld door RAAP 2021). De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen (zie onderstaande afbeelding).
kaart: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (rode lijn = de historische Zwarteweg (voor 1832) bestaand (getrokken lijn) en verschoven (stippellijn); zwarte stippellijn = historische bestuursgrens valt samen met de historische Woerdsestraat (voor 1832); blauwe, bruine en roze stippellijnen markeren inmiddels verdwenen paden langs nog bestaande historische perceelsgrenzen; grijze arcering = kruinig perceel)
In het gebied waarin de Dorpensingel wordt aangelegd is het historische kavelpatroon alleen op hoofdlijnen nog aanwezig. Ook de huidige verkaveling wordt echter nog altijd gekenmerkt door relatief grote blokvormige kavels en min of meer haaks op elkaar staande structuren met op diverse plaatsen kavelgrensbeplanting. Door het gebied lopen enkele historische wegen: Zwarteweg, Woerdsestraat en Zandsestraat, waarvan het huidige beloop dateert van voor
56
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
1830. Binnen het plangebied bevinden zich geen (delen van) beschermde stads- of dorpsgezichten dan wel stadsbeelden en ook geen rijks- of gemeentelijke monumenten of panden die op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed van de gemeente Nijmegen staan. Het gebied heeft afgezien van de daarin gelegen boomgaarden en kavelgrensbeplanting vanouds een relatief open karakter.
Gevolgen aanleg Dorpensingel Het tracé volgt verder zoveel mogelijk de (richting van de) bestaande kavelgrenzen en sluit daarmee aan op de blokvormige structuur en hoofdrichting van de verkaveling van het gebied. Het tracé doorsnijdt twee historische wegen in het gebied: de Zwarteweg en de Woerdsestraat, waarvan het beloop niet wordt gewijzigd. Wanneer bij het ontwerp van het tracé van de Dorpensingel bij de kruisingen met de Zwarteweg en Woerdsestraat en bij de aansluiting op de Zandsestraat het doorgaande karakter van deze drie oude wegen wordt gerespecteerd en bij de verdere inpassing van het tracé rekening wordt gehouden met de relatieve openheid van het landschap is er vanuit cultuurhistorisch oogpunt geen bezwaar tegen de aanleg van de Dorpensingel.
4.6
Kabels, leidingen en explosieven
Kabels en leidingen Door en langs het plangebied lopen hoogspanningsleidingen (ondergronds) en -verbindingen (bovengronds), hogedruk aardgastransportleidingen en een rioolpersleiding. De Dorpensingel kruist ook de hoogspanningsverbinding (bovengronds) en de hogedruk aardgastransportleiding. Deze leidingen zullen door het opnemen van een dubbelbestemming beschermd worden.
kaart: kabels en leidingen in en nabij het plangebied (plangebied is met rode lijn aangegeven)
Opsporing conventionele oorlogsresten Het plangebied is verdacht voor geschutsmunitie (gehele plangebied) en dumpmunitie (in verband met geschutsopstellingen en munitiedepots in het plangebied). Voor zowel geschutsmunitie als dumpmunitie hanteren we een diepte van 2,5 meter beneden maaiveld. Dit betekent dat bij werkzaamheden tot een diepte van 2,5 meter beneden maaiveld de bodem
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
57
onderzocht moet worden op ontplofbare oorlogsresten.
kaart: verdachte locaties op dumpmunitie
Een substantieel deel van het plangebied is al onderzocht op ontplofbare oorlogsresten en vrijgeven tot op verschillende dieptes. Op basis van deze gegevens wordt geadviseerd om de werkzaamheden in het gedeelte van het plangebied dat nog niet onderzocht is voorafgaand te laten onderzoeken op ontplofbare oorlogsresten. Mede afhankelijk van de diepte van bodemverstoringen door de komende werkzaamheden kan het ook betekenen dat in reeds eerder onderzochte delen er vervolgonderzoek op ontplofbare oorlogsresten moet gebeuren.
kaart: reeds afgezochte gebieden
Het feit dat er gedeeltelijk in onderzochte en vrijgegeven gebied gaat worden gewerkt wil overigens niet zeggen dat het risico op ontplofbare oorlogsresten daar nul is. Daarbij geldt dan dat tijdens een toolbox meeting voorafgaand aan de werkzaamheden ter plekke het protocol toevalsvondsten besproken dient te worden. Wordt er tijdens werkzaamheden een verdacht object aangetroffen, leg dan de werkzaamheden stil, evacueer de aanwezigen en bel dan de politie. Zij bepalen vervolgens (eventueel in overleg met de EODD) eventuele vervolgstappen. Het is de verantwoording van de initiatiefnemer/opdrachtgever (in het kader van Arbowetgeving) om aan bovenstaande adviezen gevolg te geven.
58
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu
Bedrijven
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Het project Dorpensingel leidt niet tot een andere verhouding tussen aanwezige bedrijven en de aanwezige woningen in de directe omgeving van het plangebied. Er worden immers geen nieuwe bedrijven of woningen toegestaan met het plan. Er zijn geen belemmeringen voor de planontwikkeling.