Bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Tekst van het document
5.2
Bodem
Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan. Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom beoordelen wij de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan. Het tracé van de Dorpensingel kent een agrarisch gebruik. De terreinen zijn wisselend in gebruik geweest als bouwland, weiland en/of boomgaarden. In de directe nabijheid zijn enkele kassen aanwezig. Uit historisch onderzoek blijkt dat het tracé van de Dorpensingel niet verdacht wordt van bodemverontreiniging. Verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen in boomgaarden vormt veelal geen belemmering voor het gewenste gebruik. De voormalige stortplaats Zwartewater aan de Zwarteweg is in februari 2017 onderzocht waarbij is geconcludeerd dat de stortplaats afdoende is gesaneerd en heeft daarmee geen invloed op de beoogde aanleg van de Dorpensingel. Verder bevinden zich in het plangebied geen bodemverontreinigingen waarvoor een saneringsnoodzaak bestaat op grond van de wet bodembescherming. Zodra voldoende duidelijkheid bestaat over de definitieve tracékeuze wordt de bodem milieukundig onderzocht volgens de NEN 5740 en NEN 5707. De toplaag van de voormalige boomgaarden zal specifiek onderzocht worden op bestrijdingsmiddelen.
Ter plaatse van gedempte sloten en deels verharde landbouwpaden zal onderzocht worden op asbest. In de planexploitatie is rekening gehouden met de kosten voor eventuele bodemsanering.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
59
5.3
Geluid
Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van de Dorpensingel op Nijmeegs grondgebied mogelijk. Ten zuiden van deze weg is woningbouwgebied mogelijk gemaakt met bestemmingsplan Bestemmingsplan Landschapszone - 11 (Landschappelijk wonen). Dit gebied en de woningen Woerdsestraat 9, 11 en 15 liggen binnen de geluidzone van de nieuw aan te leggen weg. Daarom is akoestisch uitgevoerd en zijn de resultaten getoetst aan de wettelijke normen. Uit dit onderzoek blijkt dat de maximale geluidsbelasting op dit woongebied en de woningen aan de Woerdsestraat onder de wettelijke grenswaarde van 48 dB verkeerslawaai ligt. Bij deze berekeningen is er van uitgegaan dat de maximum snelheid op de Dorpensingel 50 km/uur bedraagt en dat er SMA NL5 asfalt wordt aangelegd. Op de kruisingsvlakken en rotondes kan asfalt zonder geluidreducerende eigenschappen worden toegepast (Bijlage 4: Dorpensingel N325-Bemmel; akoestisch onderzoek wegverkeer voor de verbindingsweg vanaf de N325 naar Bemmel, DGMR, 17 december 2021).
5.4
Luchtkwaliteit
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Getalsmatig kan de normering voor NO2 en PM10 als volgt weergegeven worden: Jaargemiddelde grenswaarde NO2 Jaargemiddelde grenswaarde PM10 Daggemiddelde grenswaarde PM10
norm 40 ug/m3 40 ug/m3 max. 35 dagen/jaar >50 ug/m3
ingangsdatum 1-1-2015 1-6-2011 1-6-2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel
60
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. De gemeenten Nijmegen en Lingewaard hebben voor het plan een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat de komst van Dorpensingel ruim inpasbaar is binnen de wettelijke normen van het Besluit Luchtkwaliteit 2005 en geen overschrijdingen van de richtwaarden van het WHO in 2034 overschrijdt. In 2024 is nog sprake van een kleine overschrijding van deze advieswaarde voor PM2,5 in zowel de autonome als beoogde situatie.
De Dorpensingel zelf is daarop zeer beperkt van invloed (Bijlage 5: Onderzoek Luchtkwaliteit bestemmingsplan Dorpensingel, gemeente Nijmegen, 15 juli 2021). Daarnaast zal de luchtkwaliteit in gemeente Nijmegen verder worden verbeterd door de maatregelen die zijn afgesproken in het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit heeft ook een positieve invloed op de gemeente Lingewaard. Hiermee kan beargumenteerd worden dat de gevolgen voor de leefomgeving acceptabel zijn.
Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Langs het nieuwe deel van het traject en het bestaande deel van de route zijn woningen gelegen. Woningen zijn volgens de bovenstaande redenering geen gevoelige objecten maar verdienen uiteraard wel bescherming. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek is zoals bovenstaand is beschreven gebleken dat de realisatie van de Dorpensingel de leefkwaliteit langs de route nauwelijks aantast en de verdergaande verlaging van de luchtkwaliteitsconcentraties niet in de weg staat.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
61
Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een soort vervolg op het eerdere Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: 1.
2.
3.
4.
5.5
Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof in 2030. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord en voor het bereiken van het doel.
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens wordt het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Met het plangebied worden geen nieuwe kwetsbare objecten geïntroduceerd en ook geen nieuwe risicobronnen. Er is dus geen enkel effect op de risico's in de omgeving. Uiteraard dient bij het aanleggen van de weg ten noorden van de plassen in Nijmegen rekening te worden gehouden met de daar aanwezige twee hogedruk aardgastransportleidingen. Op geen enkele wijze mag het project leiden tot de aantasting van de integriteit van beide buisleidingen. Werkzaamheden in de omgeving van de leiding dienen in overleg met de Gasunie plaats te vinden.
5.6
M.e.r.-beoordeling
In de aanmeldnotitie in het kader van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is beoordeeld of ten opzichte van de autonome situatie confrom het MER Waalsprong (significante) negatieve milieueffecten zijn te verwachten als gevolg van de aanleg en het gebruik van de Dorpensingel (Bijlage 6: Herziening MER-beoordeling Dorpensingel, Nijmegen, HaskoningDHV, 8 maart 2022). In de autonome situatie is als gevolg van al voorziene ruimtelijke ontwikkelingen sprake van
62
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
een flinke verkeerstoename. De aanleg en het gebruik van de Dorpensingel leidt tot verschuiving in de verkeerstoename op relvante en onderzochte wegen maar dit effect is per saldo als neutraal beoordeeld. Ook op het gebied van luchtkwaliteit, stikstofdepositie en geur, geluid, water en ecologie zijn er ten opzichte van de autonome situatie in het MER Waalsprong geen significante negatieve miliieueffecten. Ten aanzien van luchtkwaliteit, stikstofdepositie en geur geldt dit omdat reeds was voorzien in de verkeerstoename en het milieueffect als gevolg daarvan. Ten aanzien van water en ecologie geldt dit met inachtneming van het waterhuishoudkundig plan respectievelijk de mitigerende maatregelen. Onder verwijzing naar het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en de gelet op de deelconclusies in de aanmeldnotitie, kan worden geconcludeerd dat de milieueffecten als gevolg van de aanleg en het gebruiik van de Dorpensingel binnen de gehanteerde bandbreedte in het MER Waalsprong blijven, waardoor dat MER nog steeds ten grondslag kan liggen aan beide bestemmingsplannen die die aanleg en dat gebruik mogelijk maken.
5.7
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maken. De gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Omgevingsvisie Nijmegen Stad in Beweging 2020-2040. Dit beleid krijgt in dit project invulling door toepassing van de ambities duurzaam GWW, de landschappelijke inpassing en de waterhuishouding.
Ambities duurzaam GWW Gemeente Nijmegen is één van de 62 partijen die de landelijke Green Deal Duurzaam GWW 2.0 (Grond- weg- en waterbouw) heeft ondertekend. Met deze Green Deal willen partijen bijdragen aan het behalen van de nationale beleidsdoelen op het vlak van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI), Circulaire Economie, Klimaatadaptatie en Klimaat en Energie. De nationale beleidsambitie is dat de Nederlandse economie in 2050 circulair is. Het kabinet heeft daarbij de ambitie om in 2030 50% minder gebruik te maken van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Voor klimaat en energie is de ambitie voor 2020 een reductie van de CO2-emissies van 20% ten opzichte van 1990 en in 2030 een 40% reductie ten opzichte van 1990. Voor klimaatadaptatie heeft Nederland zich ten doel gesteld per 2020 klimaatbestendig en waterrobuust te handelen. Zestien gemeenten in de regio Arnhem Nijmegen hebben de uitgangspunten van de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 onderschreven en hebben aangegeven gezamenlijk op te willen trekken om de ambities te realiseren. Gemeente Nijmegen heeft in het 'Moederbestek' voorschriften opgenomen voor circulariteit en Milieu Kosten Indicator-waarde (MKI-waarde) in GWW. Voor betonproducten geldt een minimum van 15% circulair materiaal. Afhankelijk van het asfaltmengsel wordt ten minste 30% of 40% circulair materiaal voorgeschreven.
De MKI-waarde voor duurzaam asfalt dient berekend te worden volgens de SBK en moet afhankelijk van de samenstelling lager zijn dan €8,25 of €5,50 per ton asfalt. Voor beton geldt
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
63
een maximale MKI-waarde van €25 per m3. Daarnaast kunnen nog meer maatregelen worden genomen die bijdragen aan een circulaire economie, vermindering van CO2-uitstoot en klimaatadaptatie. Denk bijvoorbeeld aan: het leveren van een lagere MKI voor de te leveren producten (zoals asfalt en beton) dan wat we nu minimaal hebben voorgeschreven in ons 'Moederbestek'; meer circulariteit voor de te leveren producten (zoals beton en asfalt); minder verharding en meer groen. Dit is goed voor het klimaat en afkoppelen van regenwater; regenwaterfiltratie in de berm (en niet in het riool); duurzaam groen met voldoende ondergrondse ruimte voor bomen, dus bomen planten in open grond ipv in verhardingen; hergebruiken van materialen van binnen en buiten de gemeente; gesloten grondbalans; gebruik maken van het ambitieweb, zie https://www.duurzaamgww.nl/ambitieweb; vervoer, transport en verwerken met minder CO2 uitstoot (zoals elektrisch uitvoeren).
64
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Hoofdstuk 6 Plansystematiek en juridische vormgeving 6.1
Algemeen
Opzet bestemmingsplan Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is uitgegaan van de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aan bestemmingsplannen stellen. De Wro en Bro leggen onder meer verplichtingen op ten aanzien van de opzet en presentatie van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit onder andere voort dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar moeten zijn. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) is op het voorliggende plan toegepast om aan genoemde wettelijke verplichting te voldoen. Ook een aantal algemene bepalingen, welke in hoofdstuk 3 en 4 van de regels is opgenomen (bijvoorbeeld de overgangsregels), is voorgeschreven in het Bro. Het (juridische deel van het) bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de (plan)regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding visualiseert de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van de aanwezige en/of op te richten bouwwerken.
De toelichting heeft geen bindende werking: de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemmingen en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en wordt ingegaan op het plangebied en de gewenste ontwikkelingen.
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen Voor het opstellen van bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan is zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang.
6.2
Regels
De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit inleidende regels (waar wordt ingegaan op de begrippen en wijze van meten), de bestemmingsregels (waar de bestemmingen en dubbelbestemmingen worden beschreven), de algemene regels (waar de algemeen geldende regels staan) en de overgangs- en slotregels (met het overgangsrecht). In de SVBP 2012 is de indeling van de regels van het bestemmingsplan en de wijze waarop de planregels zijn opgebouwd aangegeven.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
65
Inleidende regels Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen en de wijze van meten.
Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende enkelbestemming voor: Verkeer: voor de Dorpensingel inclusief de landschappelijke inpassing; Water: voor het gedeelte van de A-watergang langs de Zwarteweg/Koeweidepad tot aan de Dorpensingel.
Daarnaast komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding-Gas: de Dorpensingel kruist hogedruk aardgastransportleidingen; Leiding-Hoogspanning: ten zuiden van het plangebied ligt een ondergrondse hoogspanningsleiding. Een klein hoekje, grenzend aan het Koeweidepad, valt in het plangebied; Leiding-Hoogspanningsverbinding: de Dorpensingel kruist de bovengrondse 50 kV-hoogspanningsverbinding; Waarde- hoge archeologische verwachtingswaarde: voor een strookje ten zuiden van de Dorpensingel; Waarde- zeer hoge archeologische verwachtingswaarde: voor het oostelijk deel van de Dorpensingel in Nijmegen; Waterstaat-Waterlopen: voor het gedeelte van de A-watergang langs de Zwarteweg/Koeweidepad tot aan de Dorpensingel.
Algemene regels De algemene regels in dit bestemmingsplan bestaan uit: een anti-dubbeltelregel; algemene bouwregels: bouwwerken ten algemenen nutte; algemene afwijkingsregels; algemene aanduidingsregels: wetgevingszone-lage archeologische verwachtingswaarde voor een het westelijke deel van de Dorpensingel in Nijmegen.
Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel staat de officiële naam van dit bestemmingsplan.
Bijlagen bij de regels In de bijlage bij de regels is het Inrichting- en beheerplan Dorpensingel opgenomen. Binnen de
66
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
bestemming Verkeer is als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat binnen 5 jaar na aanleg van de Dorpensingel het Inrichtings- en beheerplan Dorpensingel dient te zijn gerealiseerd en duurzaam in stand te worden gehouden.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
67
68
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat hier om een project dat deels op grondgebied van de gemeente Lingewaard en deels op grondgebied van de gemeente Nijmegen zal worden gerealiseerd. De gemeenten hoeven daarom geen exploitatieplan vast te stellen conform artikel 6.12, lid 1 Wro. Beide gemeente hebben voor de investeringen een voorziening in hun begroting opgenomen. Daarnaast is er bij de provincie Gelderland een subsidie aangevraagd en toegekend. Tezamen vormt dit de dekking voor de investeringen. Daarom kan gesteld worden dat dit bestemmingsplan financieel-economisch uitvoerbaar is.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het concept bestemmingsplan is aan diverse instanties voorgelegd. De resultaten van dit vooroverleg en de reactie van de gemeente zijn in deze paragraaf opgenomen.
7.2.1
Provincie Gelderland
Overlegreactie De overlegreactie is opgenomen in Bijlage 7.
Beoordeling De provincie heeft aangegeven dat in het Nijmeegse deel van de Dorpensingel geen provinciale belangen spelen. Deze reactie hoeft dan ook niet van een verdere beoordeling te worden voorzien.
7.2.2
Waterschap Rivierenland
Overlegreactie De waterparagraaf is afgestemd met het Waterschap. Het Waterschap is akkoord met deze waterparagraaf.
Beoordeling De waterparagraaf is opgenomen in paragraaf 4.3 van de toelichting van het bestemmingsplan.
7.2.3
GGD Gelderland-Midden en Zuid
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
69
Overlegreactie Omdat het totale plangebied GGD-regio overschrijdend is, hebben de GGD’en Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid (teams Gezondheid en Milieu) een gezamenlijke reactie ingediend. De overlegreactie is opgenomen in Bijlage 8.
Beoordeling
Luchtverontreiniging De beoogde situatie levert in de 2024 bij de ingebruikname van het nieuwe traject van de Dorpensingel een toename op van de NO2 concentraties. Deze toename ontstaat door het feit dat dit het nieuw aan te leggen deel van het traject is waar in de huidige situatie geen weg aanwezig is maar landbouwgrond. Er bevinden zich langs dit deel van de route geen huizen. In de toekomstige situatie worden nabij deze weg geen woningen en hoogbouw gerealiseerd. In 2034 is ter plaatse van het nieuwe deel sprake van een lagere toename. Deze toename zorgt niet voor een overschrijding van de wettelijke grenswaarden waardoor het plan Niet In Betekenende Mate (NIBM) is. Deze toename vindt dus ook niet plaats ter hoogte van bestaande woningen maar in open (agrarisch gebied) zonder woningen. Aanvullend blijkt ook uit het luchtkwaliteitsonderzoek dat ter hoogte van (bestaande) woningen de toe- en afname voor PM2,5 en roet (indicator stoffen) hetzelfde zijn. In 2024 voldoen de concentraties PM10 in zowel de autonome als beoogde situatie aan de richtwaarde van de WHO. In 2024 voldoen de concentraties PM2,5 in zowel de autonome als de beoogde situatie bijna aan de advieswaarde. In 2034 wordt overal wel voldaan aan de richtwaarde van de WHO. Ook langs het nieuwe deel van de Dorpensingel zelf.
Daarnaast is het zo dat door de verkeersremmende maatregelen op de Vossenpelsestraat een afname van de concentraties zal ontstaan waar veel (bestaande en nieuwe) woningen baat bij zullen hebben. Al met al kan dan betoogd worden dat de negatieve effecten van de aanleg van de Dorpensingel ter plaatse van de bestaande woningen langs de route niet tot een significante verslechtering van de gezondheid zal leiden.
Geluid We zijn het met de GGD eens dat een lage geluidsbelasting altijd beter is voor mens en dier. Maar diezelfde mensen willen ook zichzelf en goederen verplaatsen. Dat zorgt voor vervoersbewegingen met de daarbij behorende negatieve effecten op ons welzijn. Hoe korter de afstand tot de weg des te groter dit effect. Het Vossenhol, de Zandsestraat en de nieuw aan te leggen Dorpensingel zijn belangrijke ontsluitingswegen en het streven naar een geluidsbelasting van maximaal 50 dB bij bebouwing langs (hoofd)ontsluitingswegen is loffelijk maar onrealistisch. Als maximaal 50 dB wegverkeerslawaai de norm zou zijn dan blijft er maar één optie over: woningen slopen. Geluidschermen bieden hier geen uitkomst omdat een groot deel van de woningen direct ontsloten is op de doorgaande weg en aaneengesloten schermen dus niet mogelijk zijn. Stiller wegdek wordt toegepast op de nieuwe en de te vernieuwen wegvakken, maar dit heeft een beperkt effect op de geluidsbelasting. In het geluidrapport wordt inderdaad gesproken over een goed woon- en leefklimaat terwijl er
70
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
sprake is van hoge tot zeer hoge geluidsbelastingen. Wij zijn het met de GGD eens dat deze formulering niet juist is. De geluidsbelastingen zijn hooguit wettelijk acceptabel. De tekst in het akoestisch onderzoek is hierop aangepast. Bij de aanleg van nieuwe wegen en de herinrichting van bestaande wegen volgen we in eerste instantie de wettelijk eisen. Daarnaast hebben we ook gekeken naar het effect van verschillende maatregelen bij de wegvakken die wel in hetzelfde tracé liggen maar waar geen fysieke wijzigingen zijn gepland. Op het deel van de Zandsestraat tussen de rotonde en het Vossenhol zou een stiller wegdek de geluidsbelasting kunnen verlagen. Langs dit wegvak liggen 8 woningen met geluidsbelastingen van 49 tot 66 dB. Met stiller wegdek kan 1 à 2 dB geluid worden gereduceerd als ca. 700 strekkende meter asfalt worden vervangen. De kosten die hiermee gemoeid zijn staan niet in verhouding tot de geluidwinst, zeker omdat het huidige asfalt technisch gezien nog niet aan vervanging toe is. Het is veel logischer om stiller asfalt te combineren met groot onderhoud. Op termijn zal de geluidsbelasting bij deze 8 woningen dus wel afnemen, maar wanneer dat zal zijn is nu nog niet te zeggen. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe woningen mogelijk, het heeft dus geen zin om op te nemen dat nieuwe woningen een geluidluwe zijde moeten hebben en dat buitenruimten daaraan moeten liggen.
7.2.4
Gasunie
Overlegreactie In het bestemmingsplan-Landschapszone 12 (Dorpensingel Nijmegen) wordt een weg mogelijk gemaakt die 2 hoofdtransportleidingen van de Gasunie zal kruisen. Er worden geen kwetsbare objecten gebouwd binnen het plangebied. Er is contact geweest tussen de gemeente en onze afdeling Tracébeheer. In het bestemmingsplan is gewaarborgd dat er voorafgaande aan de constructie van de weg, contact opgenomen zal worden met de Gasunie. Geadviseerd wordt om dit ruim van te voren in gang te zetten zodat er voldoende tijd is om de technische maatregelen te nemen.
Beoordeling De Dorpensingel kruist een tweetal hogedruk aardgastransportleidingen. In de paragraaf 5.5 externe veiligheid is op deze aardgastransportleidingen ingegaan. Waar de Dorpensingel deze aardgastransportleidingen kruist is de dubbelbestemming Leiding-Gas met een belemmeringenzone van 5 meter aan weerszijden van de leidingen opgenomen. Deze leidingen zijn daarmee voldoende beschermd. Wanneer werken of werkzaamheden binnen de belemmeringenzone van de aardgastransportleidingen plaatsvinden, zal vooraf afstemming met de Gasunie plaatsvinden.
7.2.5
Liander (Qirion)
Overlegreactie Volgens het inrichtingsplan is via de weg of het fietspad dit opstijgpunt eenvoudig te benaderen, wat veiligheidsissues met zich mee brengt. Ook wordt gevraagd of de bomen ingetekend op het inrichtingsplan geen problemen geven met de reeds aanwezige bovengrondse 50kV-verbinding, welke vanaf het opstijgpunt richting transformatorstation Bemmel loopt. Gevraagd wordt om
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
71
overleg om te kunnen beoordelen of de plannen ook (technisch) uitvoerbaar zijn zonder dat dit afbreuk doet aan het veilig en ongestoord functioneren van de 50kV-hoogspanningsverbinding.
Beoordeling Inmiddels heeft afstemming met Liander (Qirion) plaatsgevonden. Liander heeft aangegeven dat de 50 kV-leiding op termijn (waarschijnlijk in 2025) buiten gebruik zal worden gesteld. In het inrichtingsplan is aangegeven dat de bomen onder de huidige 50 kV-leiding pas worden aangeplant tegen de tijd dat deze bovengrondse leiding wordt opgeheven. Langs het opstijgpunt ligt een bestaand voetpad. Deze situatie verandert niet. De palen van het opstijgpunt zijn met een hekje zijn afgeschermd. Langs de Dorpensingel wordt een fietspad aangelegd. Tussen het fietspad en het opstijgpunt wordt een sloot aangelegd waardoor het opstijgpunt vanuit deze kant niet eenvoudig te benaderen zal zijn. Het opstijgpunt valt buiten het plangebied zodat hiervoor in dit bestemmingsplan geen bestemming kan worden opgenomen. Voor de bovengrondse 50 kV-leiding zal de dubbelbestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding worden opgenomen met een belemmeringenstrook van 17,5 meter aan weerszijden van de leiding. Voor de ondergrondse 50 kV-hoogspanningsleiding zal de dubbelbestemming Leiding-Hoogspanning worden opgenomen. Doordat de ondergrondse 50 kV-leiding en de 150 kV-leiding over hetzelfde tracé lopen, zal een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding worden opgenomen.
7.2.6
Tennet
Overlegreactie Binnen de grenzen van de bestemmingsplannen voor de Dorpensingel bevindt zich de gedeeltelijk bovengronds/ondergronds bevindende 150 kV-hoogspanningsverbinding Nijmegen-Zevenaar, welke bij mast 13 ondergronds gaat. Dit is een zogenaamd opstijgpunt, waarvoor in principe bij nieuwbouw van een hoogspanningsverbinding een enkelbestemming gevraagd wordt zodat op deze locatie geen andere ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt. Is de gemeente bereid om hiervoor een enkelbestemming op te nemen? De aanwezigheid van deze hoogspanningsverbinding kan beperkingen met zich meebrengen voor het gebruik van de gronden. Hierbij zijn onder meer aspecten aan de orde waaronder de veiligheid van personen en goederen, de aan te houden veiligheidsafstanden, de bereikbaarheid van de hoogspanningsverbindingen, de leveringszekerheid en de benodigde ruimte voor het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Met betrekking tot de gewenste ontwikkeling van de Dorpensingel en daarmee het Inrichtingsplan van zowel Lingewaard als Nijmegen voorziet Tennet mogelijk knelpunten die Tennet graag met de gemeente wil bespreken. Dit om te kunnen beoordelen of de plannen ook (technisch) uitvoerbaar zijn zonder dat dit afbreuk doet aan het veilig en ongestoord functioneren van onze hoogspanningsverbinding.
Tevens wordt een aanpassing van de regels van dubbelbestemmingen Leiding-Hoogspanningsverbinding en Leiding-Hoogspanning voorgesteld. Plannen die zich geheel of gedeeltelijk binnen de belemmerde strook van de bovengrondse hoogspanningverbinding bevinden dienen door Tennet te worden getoetst aan de Europese norm NEN-EN 50341 (bovengrondse hoogspanningslijnen). Ook plannen die zich nabijheid van onze ondergrondse assets bevinden dienen doorTennet getoetst te worden in het kader van veiligheid en leveringszekerheid. Voor wat betreft de bovengrondse hoogspanningsverbinding gaat het om onze 150kV-hoogspanningsverbinding Nijmegen-Zevenaar. De belemmerde strook heeft op deze locatie een breedte van 22,50 meter aan weerszijden vanuit de hartlijn van de
72
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
hoogspanningsverbinding. (totale breedte 45,00 meter). Voor wat betreft onze ondergrondse kabelverbinding gaat het om de 150kV-hoogspanningsverbinding Nijmegen-Zevenaar. De belemmerde strook is afhankelijk van het aantal kabels en de onderlinge afstand tussen de kabels. Als minimale breedte geldt bij een open ontgraving 3,00 meter aan weerszijden uit de rand van het kabeltracé en bij een boring kan een grens worden aangehouden van 5,00 meter gerekend vanuit de buitenste hoogspanningskabels (rand van het kabeltracé).
Beoordeling Inmiddels heeft afstemming met Tennet plaatsgevonden. Het opstijgpunt valt buiten het plangebied zodat hiervoor in dit bestemmingsplan geen enkel bestemming kan worden opgenomen. De regels van de dubbelbestemmingen Leiding-Hoogspanningsverbinding en Leiding-Hoogspanning zullen met betrekking tot de omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden worden aangepast. Voor de ondergrondse kabelverbinding is een belemmeringstrook van 5 meter aan weerszijden van het kabeltracé aangehouden. De bovengrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding valt niet in het plangebied. Wanneer werken of werkzaamheden binnen de belemmeringenzone van de bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsverbinding plaatsvinden, zal vooraf afstemming met Tennet en/of Liander plaatsvinden.
7.2.7
Veiligheidsregio Gelderland Zuid (VRGZ)
Overlegreactie De Veiligheidsregio Gelderland Zuid heeft geen aanvullingen ten aanzien van het plan. Het plan is beoordeeld op externe veiligheid, de bereikbaarheid voor hulpdiensten en bluswatervoorziening. Wel wordt de opmerking gemaakt dat het wellicht verstandig is om met het oog op de ontwikkeling van het totale gebied aan de noordzijde van de Lentse plas een opstelplaats voor een groot watertransport te maken die ontsluit aan de Dorpensingel. Deze locatie kan dan als bluswaterwinpunt dienen bij grotere calamiteiten waarbij veel bluswater noodzakelijk is.
Beoordeling Er is al een te water laatpunt /waterpomppunt aan de noordzijde van de Zandse plas ingepast. Langs dit punt loopt het fiets-/wandelpad dat ook toegankelijk is voor nooddiensten. Vanaf de Dorpensingel en het woongebied landschappelijk wonen is dit punt makkelijk bereikbaar.
7.2.8
Natuur en Milieufederatie Gelderland
Overlegreactie De overlegreactie is opgenomen in Bijlage 9.
Beoordeling
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
73
In paragraaf 4.1 is ingegaan op het mobiliteitsbeleid van de gemeente NIjmegen. De verwachting is dat het aantal inwoners van Nijmegen fors blijft groeien. Ook het aantal banen zal meegroeien, naar verwachting met 10.000 extra banen de komende 10 jaar. Om de groei van de stad te faciliteren wordt ingezet op de meest duurzame en ruimte-efficiënte vervoermiddelen: lopen, fiets en OV. Dit betekent niet dat er niet geïnvesteerd wordt in het wegennet; de auto blijft een rol spelen in het Nijmeegse verkeerssysteem. De inrichting rondom de plas direct ten zuiden van de Dorpensingel gericht is op natuur en ecologie. Door het gebied ligt een bestaand fiets-/voetpad. Vanuit het Soortenmanagement plan Nijmegen (SMP-N) wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van specifieke natuurdoeltypen aan de noordzijde van de Zandse plas. De eerste 1,5 meter langs de rijbanen zal worden ingezaaid met grasmengsel. De maaifrequentie komt voort uit verkeersveiligheid en is afhankelijk van de groeisterkte van het gewas. Er wordt zo min mogelijk gemaaid, de stroken direct langs de rijbaan naar verwachting max 3x per jaar. In het inrichtings- en beheerplan is aangegeven dat het beheer van de landschappelijke inpassing door de gemeente Nijmegen op Nijmeegs grondgebied wordt gedaan en de inrichting op Lingewaards grondgebied wordt beheerd door de gemeente Lingewaard.
Een deel van het beheer zal naar verwachting worden ondergebracht bij gespecialiseerde derden. Het betreft hier in ieder geval de onderdelen met de hoogstamfruitbomen op Lingewaards grondgebied. Het bestaande perceel met hoogstamfruit aan de Nijmeegse kant, langs de plas, valt buiten het plangebied. De bestemming Agrarisch wordt met dit bestemmingsplan niet aangepast.
74
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Regels
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
75
76
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP24012-ON01 van de gemeente Nijmegen.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
archeologisch deskundige
de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
1.6
archeologische waarden
Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.
1.7
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
1.8
archeologisch onderzoek
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een certificaat conform de Erfgoedwet.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
77
1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.10 a.
b.
bestaand
bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.13
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.15
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.16
extensieve dagrecreatie
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, kanoën, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.
1.17
gebieden met een hoge archeologische verwachting
deze gebieden onderscheiden zich vanwege een hoge tot zeer hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten.
1.18
gebieden van zeer grote archeologische waarde
voor deze gebieden staat het vast dat zich archeologische resten in de bodem bevinden.
78
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
1.19
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.20
hoogwaardig openbaar vervoer
een vorm van openbaar vervoer die gepositioneerd kan worden tussen de traditionele bus en trein, waarbij de nadruk ligt op het snel en betrouwbaar en comfortabel vervoeren van passagiers over vrijliggende HOV-infrastructuur.
1.21
nutsvoorziening
voorziening ten behoeve van productie, distributie, winning, opslag of zuivering van gas, water of elektriciteit.
1.22
omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.23
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.24
verblijfsgebied
binnen de bestemming Verkeer gelegen gronden vooral bedoeld voor voetgangers en niet voor doorgaand verkeer.
1.25
wadi
voorziening voor de infiltratie van regenwater. Een wadi is een laagte waarin het regenwater zich kan verzamelen en in de bodem kan infiltreren.
1.26
werk
een werk, geen bouwwerk zijnde.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
79
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, (brand)trappen, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies en antennes.
2.2
peil
de plaats van waar in het kader van dit bestemmingsplan de hoogte wordt gemeten wordt als volgt bepaald: a.
b.
c. d. e.
voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een (al dan niet openbare) weg grenst: de plaats op de verbeelding aangeduid met "meetpunt peil" of in andere gevallen de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang niet onmiddellijk aan de hiervoor bedoelde weg grenst: de plaats op de verbeelding aangeduid met "meetpunt peil" of in andere gevallen de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; voor bouwwerken onder het maaiveld, het peil van het bijbehorende bovengrondse hoofdgebouw; voor drijvende bouwwerken: de waterlijn; in de andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
Bij het bepalen van de hoogte van het aansluitend afgewerkte maaiveld blijven plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing.
80
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c. d. e.
wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, verkeerswegen (waaronder busbanen, fiets- en voetpaden), openbaar vervoer (waaronder hoogwaardig openbaar vervoer), kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen en taluds; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; faunavoorzieningen, zoals: zitpalen, rasters, faunatunnels, ecoduikers, loopstroken en uitstapplaatsen bij kanalen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
3.2.2
Specifieke bouwregels
De in artikel 3.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. b. c.
de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; de bouwhoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 10 meter bedragen. Reclamemasten zijn niet toegestaan; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
voorwaardelijke verplichting
a.
b.
Binnen 5 jaar na aanleg van de Dorpensingel dient het Inrichtings- en beheerplan Dorpensingel zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels te zijn gerealiseerd en duurzaam in stand te worden gehouden. De aanleg van de Dorpensingel is alleen toegestaan indien de weg in zijn geheel wordt aangelegd (zowel gedeelte op grondgebied van de gemeente Nijmegen als gedeelte op grondgebied van de gemeente Lingewaard).
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
81
Artikel 4 4.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 11.1 (Bouw)werken ten algemenen nutte ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
4.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 4.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
4.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad en het niet gaat om een kwetsbaar object.
4.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
82
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 4.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen, het planten of kappen van bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van rioleringen, leidingen of kabels anders dan ten behoeve van de bestemming; het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).
4.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten.
4.5.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
4.5.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
83
Artikel 5 5.1
Leiding - Hoogspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hoogspanningsleiding.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 11.1 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
5.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 5.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
5.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
5.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
84
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 5.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
e. f. g. h. i.
het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting en bomen, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanleggen van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen en/of slopen van ondergrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 5.1 omschreven bestemming; het aanleggen van zonneparken.
5.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten.
5.4.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
5.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
85
Artikel 6 6.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een bovengrondse hoogspanningsverbinding.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 11.1 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
6.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat hoogspanningsmasten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijkingbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 6.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
6.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
6.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
86
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 6.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g.
het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; het wijzigen van maaiveld of weghoogte door ontgrondingswerkzaamheden of ophoging; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 6.1 omschreven bestemming; het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden; het aanleggen van zonneparken.
6.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten.
6.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
6.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
87
Artikel 7 7.1
Waarde - hoge archeologische verwachtingswaarde
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - hoge archeologische verwachtingswaarde aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden (gebieden met een hoge archeologische verwachting).
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - hoge archeologische verwachtingswaarde uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
7.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. er op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; 3. het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; 4. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; 5. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het bouwperceel maximaal 100 m2 bedraagt; 6. het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
88
ontwerp bestemmingsplan Landschapszone - 12 (Dorpensingel Nijmegen)
7.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
7.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.