Beleidsregels parkeren 2024-A met bijgehouden wijzigingen
Tekst van het document
In Tabel 1 zijn de acceptabele loopafstanden per functie weergegeven. Als een woning wordt verkocht c.q. de huur wordt opgezegd, dan geldt dat ook voor de bij de woning behorende parkeerplaats. Toepassing van dubbelgebruik kan nooit leiden tot een totale parkeerbehoefte die lager is dan de parkeerbehoefte van de functie met de hoogste parkeerbehoefte.
Onderstaande tabel geeft het percentage gebruikte parkeerplaatsen weer bij een bepaalde functie op
een bepaald moment; het zogenaamde ‘aanwezigheidspercentage’. De tabel moet als volgt worden
gelezen. Als er bij de functie ‘woningen bewoners’ normatief 100 parkeerplaatsen moeten worden aangelegd, zijn er op een werkdag overdag 50 in gebruik; op een werkdag avond 90 et cetera. Werkdag Werkdag Werkdag Werkdag Koop-
Woningen bewoners
60%
60%
90%
100%
80%
70%
70%
75%
80%
75%
Woningen bezoekers
40%
50%
75%
0%
70%
60%
100%
100%
100%
90%
Kantoor/bedrijf
100%
100%
5%
0%
5%
60%
0%
0%
0%
0%
100%
100%
5%
0%
75%
100%
5%
0% 2
0%
0%
30%
60%
10%
0%
75%
60%
60%
100%
0% 3
60
30%
60%
70%
0%
80%
60%
70%
100%
0% 3
0%4
Supermarkt
50%
60%
40%
0%
80%
80%
80%
100%
40%
60%
Sport binnen
50%
50%
100%
0%
100%
40%
100%
100%
100%
75%
Sport buiten
25%
25%
50%
0%
50%
25%
50%
100%
25%
100%
5%
40%
50%
0%
50%
40%
100%
40%
100%
40%
Sociaal medisch
100%
100%
10%
0%
10%
75%
0%
0%
0%
0%
Verpleeghuis
100%
100%
50%
25%
50%
100%
50%
100%
100%
100%
100%
100%
40%
5%
40%
100%
40%
40%
40%
40%
Ziekenhuismedewerker
100%
100%
40%
10
40%
100%
40%
20%
20%
20%
Restaurant5
30%
40%
80%
0
80%
60%
90%
70%
100%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
dienstverlening Detailhandel Grootschalige detailhandel
Bioscoop/theater/ podium
Ziekenhuis patiënt/ bezoeker
Tabel 2
nacht
avond
Vrijdag Zaterdag Zaterdag Zondag
middag
Commerciële
avond
Vrijdag
ochtend
1
middag avond
middag
avond
middag
Aanwezigheidspercentage per functie en deel van de week
23/56
(***) indien koopzondag 100% 1
In de binnenstad is het elke donderdagavond koopavond en kun je tot 21.00 uur winkelen.
2
Indien op zaterdag open moet uit worden gegaan van 100%.
3
Indien ’s avonds open moet uit worden gegaan van 70%.
4
Bij koopzondag moet uit worden gegaan van 100% (in de binnenstad is elke zondag koopzondag).
5
Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk
Bovenstaande percentages worden toegepast wanneer minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening op eigen terrein, of wanneer gebruik wordt gemaakt van openbare
parkeercapaciteit (zoals parkeerplaatsen op straat). Hierbij gaat het om de mate waarin een parkeervoorziening afwisselend door bewoners, werknemers of de bezoekers van kantoren, bedrijven,
winkels en andere commerciële voorzieningen kunnen worden gebruikt. Deze uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen zorgt ervoor dat de openbare ruimte efficiënt wordt benut. Voor functies die niet
vermeld staan in bovenstaande tabel dient een zo goed mogelijke inschatting te worden gemaakt van de aanwezigheid op basis van een vergelijkbare functie (horeca bijvoorbeeld op basis van bioscoop), of worden uitgegaan van door de initiatiefnemer aan te leveren) ervaringscijfers van een vergelijkbaar
project elders in het land. Bij de beoordeling van de parkeerbalans wordt dit door de gemeente gecontroleerd.
24/56
Artikel 5. Niet naburige parkeerplaatsen bij niet-woonfuncties Onder bepaalde voorwaarden is het, voor niet-woonfuncties, mogelijk om akkoord te gaan met het voorzien in de parkeerbehoefte op aangekochte parkeerplaatsen, die op loopafstand van de locatie van
het project liggen (zie Tabel 1). Het huren /pachten van parkeergelegenheid beschouwen we niet als een duurzame parkeeroplossing. Voordat overgegaan wordt tot deze uitzondering moet allereerst gekeken worden of er redenen zijn om niet af te wijken van de regels: Bijvoorbeeld in de volgende situaties: •
de te kopen parkeerplaats is (via een omgevingsvergunning) gekoppeld aan een ander bestaand gebouw/gebruik.
•
Het gebruik van de aan te kopen parkeerplaats levert strijdig gebruik volgens het omgevingsplan op.
•
de te kopen parkeerplaats ligt niet binnen een loopafstand zoals geschetst in Tabel 1van het perceel waarop het project plaatsvindt (bijv. het perceel waarop een gebouw gebouwd gaat worden).
Als geen sprake is van bovenstaande situaties, dan kan in afwijking van de regel dat er op eigen terrein
wordt geparkeerd, een vergunning worden verleend mits de hieronder genoemde eindsituatie maar wordt bereikt.
Koop en erfdienstbaarheid De eindsituatie moet als volgt zijn: 1.
De aanvrager van de omgevingsvergunning moet zakelijk gerechtigde zijn van zowel de gronden
2.
De gemeente moet een afschrift hebben gekregen van de akte van levering met betrekking tot
3.
Genoemde gronden moeten in eigendom zijn overgedragen (verkocht en geleverd) aan degene die
waarop het project wordt gerealiseerd als de gronden waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen. genoemde gronden.
de omgevingsvergunning heeft aangevraagd c.q. daarop is een exclusief beperkt zakelijk recht gevestigd t.b.v. het parkeren;
4.
In overleg met en na goedkeuring door de gemeente Nijmegen moet een perceel zijn aangewezen,
welk perceel in eigendom is van de gemeente Nijmegen, ten behoeve waarvan door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, een erfdienstbaarheid wordt verleend. Het perceel waarop het project wordt
gerealiseerd wordt samen met het perceel waarop de parkeerplaatsen zijn gelegen, aangemerkt als dienend erf. Het perceel van de gemeente Nijmegen wordt aangemerkt als het heersend erf. 5.
Er wordt door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, ten behoeve van het in overleg met de gemeente
Nijmegen aangewezen gemeentelijk perceel, een erfdienstbaarheid verleend, inhoudende om op,
boven of onder de aangewezen erven het gebruik voor parkeren te dulden dan wel zich te onthouden van gedragingen welke dit parkeren te niet doet; ten behoeve van de gebruikers van het project waarop de aanvraag van de omgevingsvergunning betrekking heeft. 6.
Wanneer het verlenen van een erfdienstbaarheid niet mogelijk is, maar het beoogde effect van de
verplichting door middel van het aangaan van een kwalitatieve verplichting of vestiging van een kettingbeding met boetebeding door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd, als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, ten behoeve van het in overleg met de gemeente Nijmegen aangewezen gemeentelijk perceel wordt getroffen inhoudende
de verplichting voor de eigenaar van het dienend erf om de parkeerplaatsen enkel en alleen te laten
25/56
gebruiken door de gebruikers van het project waarop de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft.
Op deze manier wordt bereikt dat het perceel waarop het project wordt gerealiseerd en de gronden
waarop de parkeerplaatsen zijn gelegen de facto enkel nog als één gezamenlijk geheel aan een derde kunnen worden overgedragen. Tevens wordt bereikt dat de eigenaar van de gronden waarop de
parkeerplaatsen zijn gelegen de parkeerplaatsen niet laat gebruiken (bijv. door verhuur) door anderen dan gebruikers van bijv. het gebouw ten behoeve waarvan de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn.
Het zal in de praktijk natuurlijk voorkomen dat de aanvrager van de omgevingsvergunning een voorlopig koopcontract afsluit waarin een ontbindende voorwaarde is opgenomen voor het geval de gevraagde omgevingsvergunning wordt geweigerd. In dat geval zal er ook gewacht moeten worden met de definitieve vestiging van een erfdienstbaarheid.
In dat geval kan van de regel dat op eigen terrein wordt geparkeerd worden afgeweken, als aan de volgende punten wordt voldaan: 1.
Er moet een voorlopige koopovereenkomst met betrekking tot de parkeerplaats(en) zijn afgesloten
2.
Een notaris moet een concept akte m.b.t. de vereiste erfdienstbaarheid hebben opgesteld en de
3.
en de gemeente moet hier een afschrift van hebben gekregen. gemeente moet hier een afschrift van hebben gekregen.
De verkoop en de levering van de gronden + de definitieve vestiging van de erfdienstbaarheid
moeten gegarandeerd worden door deze als voorwaarde te koppelen aan de verleende omgevingsvergunning.
26/56
Artikel 6. Bereikbaarheidsfonds auto voor niet-woonfuncties De aanvrager van de omgevingsvergunning moet ten alle tijden proberen om de parkeerplaatsen aan te
leggen of anderszins maatregelen hebben genomen om de bereikbaarheid te garanderen (aantoonbaar
mobiliteitsplan). Dit staat onder andere in hoofdstuk 1 en wordt ook in artikelen 2 en 3 nader uitgelegd. Als bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning niet (volledig) voldaan kan worden aan de parkeereis, dan dient voor het restant van de parkeeropgave een financiële bijdrage te worden geleverd
per niet gerealiseerde parkeerplaats. Dit is alleen mogelijk bij niet-woonfuncties., met uitzondering van autovrije complexen zoals beschreven onder “autovrije complexen” in artikel 2.
De gemeente hanteert verschillende compensatiebedragen per niet-aangelegde parkeerplaats. In onderstaande tabel zijn de bedragen per parkeerplaats opgenomen. De beoordeling of gebruik kan
worden gemaakt van de mogelijkheden van de compensatieregeling ligt altijd bij de gemeente. De zones komen overeen met de gebieden als opgenomen in artikel 1. Zone:
Bijdrage:
Binnenstad
€ 30.000, -
Centrum
€ 30.000, -
1e en 2de Schil
€ 20.000, -
Rest bebouwde kom:
€ 15.000, -
Buitengebied:
€ 5.000, -
Tabel 3
Compensatiebedragen per parkeerplaats
De instelling, voeding en gebruik van het bereikbaarheidsfonds wordt geregeld via de ‘Verordening
Bereikbaarheidsfonds gemeente Nijmegen’. De besteding van het fonds is in handen van het College van Burgemeester en Wethouders.
27/56
Artikel 7. De autoparkeernormen BELEIDSREGEL 6: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.
De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkeling). Er is een onderverdeling gemaakt in de volgende categorieën: 1.
Woningen
2.
Werken
3.
Winkelen en boodschappen
4.
Sport, cultuur en ontspanning
5.
Horeca en (verblijfs-)recreatie
6.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
7.
Onderwijsvoorzieningen
De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven gebiedstypen. Voor de binnenstad (zie artikel 1), geldt voor alle functies dat er niet voldaan hoeft te
worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.
In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de
betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de
parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de
aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is.
1.
Woningen
Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.
Voor de categorieën ‘Koop, 2-onder-een-kap’, ‘Koop, rij’, ‘Koop, appartement duur’ en ‘Koop, appartement gemiddeld’ is voor wat betreft de Schil 1e ring maatwerk toegepast. Hier is, vanwege de
ontwikkelingen in deze zones, gekozen voor een parkeernorm van 1,25 per woning, zodat iedere woning over een parkeerplaats beschikt.
In de binnenstad willen we de komende jaren aanzienlijk minder autoverkeer en minder parkeergelegenheid op straat. Dat maakt het verblijfsklimaat van de binnenstad prettiger. In de
binnenstad geldt daarom voor de meeste woningen een generieke parkeernorm van 0,70 parkeerplaats per woning (waarvan 0,50 voor bewoners). Dit is een bewuste keuze om te zorgen dat het autoverkeer
in de binnenstad de komende jaren niet verder groeit en het gebruik van duurzame mobiliteitsvormen te stimuleren.
28/56
Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel
bezoekers in onderstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein, al dan niet voorzien van een slagboom. De parkeercapaciteit
voor bezoekers kan echter niet in bijvoorbeeld een afgesloten parkeerkelder worden gerealiseerd die van buitenaf niet vrij toegankelijk voor bezoekers is.
In vrijwel de hele gemeente passen we een bezoekersnorm van 0,225 per woning toe. In de zone
binnenstad (zie artikel 1) geldt echter een bezoekersnorm van 0,00 per woning. Bezoeker kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterreinen en -garages) in en rondom de binnenstad.
Binnenstad
Centrum
Schil 1e
Schil 2e
ring
ring
Rest BBK
Buitengebied
Bezoek
Koop, vrijstaand
1,15
1,25
1,35
1,55
1,65
2,00
0,225
Koop, 2-onder-een-kap
1,05
1,25
1,25
1,45
1,55
1,75
0,225
Koop, rij
0,70
1,25
1,25
1,35
1,35
1,55
0,225
Koop, appartement duur
0,70
1,25
1,25
1,35
1,45
1,65
0,225
0,70
1,25
1,25
1,25
1,25
1,45
0,70
0,75
0,85
1,05
1,05
1,15
0,70
0,95
1,15
1,35
1,35
1,55
0,70
0,75
0,85
1,05
1,05
1,15
middelduur en sociale
0,50
0,55
0,65
0,85
0,85
1,00
Huur appartement, duur
0,70
0,85
1,05
1,25
1,25
1,50
0,225
Kamerverhuur (per kamer)
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,05
Studentenwoning
0,20
0,20
0,20
0,20
0,20
0,20
0,05
Kleine eenkamerwoning
0,50
0,50
0,50
0,50
0,60
0,60
0,2
0,70
0,70
0,70
0,70
0,70
n.v.t.
Koop, appartement betaalbaar
Koop, appartement goedkoop
Huur, eengezinswoning, middeldure huur
Huur, eengezinswoning, sociale huur
Huur, appartement, huur
Zorgwonen (per wooneenheid)
0,225
0,225
0,225
0,225
0,225
0,225 (incl personeel)
29/56
Tabel 4 Autoparkeernormen woningen (parkeernorm geldt per zelfstandige woning of waar vermeld per kamer)
Toelichting: •
De huurgrenzen voor sociale huur worden jaarlijks geactualiseerd op basis van landelijke huurregelgeving. De laatst geldende huurregelgeving is van toepassing op deze beleidsregels.
•
De overige prijscategorieën zoals die in Nijmegen gelden staan in de Nijmeegse Woonagenda 2024 - 2029, vastgesteld op 3 juli 2024 of een actualisatie.
•
In gebieden waar de Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen (link) van toepassing is, is
het niet mogelijk om een sociale koopwoning met een minimumprijs van 200.000 euro v.o.n. en een maximumprijs van 355.000 euro v.o.n. of een middeldure huurwoning als bedoeld in de Verordening te realiseren met een minimummetrages onder de 50m2. •
Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.
•
Beschut wonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte
aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd. Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de tabel. •
Geclusterd wonen: ruimtelijk geclusterde wooneenheden (minimaal vijf) waar (overwegend) ouderen zelfstandig wonen mét een fysieke, gezamenlijke ruimte voor ontmoeting. Voor de wooneenheden gelden
de
richtlijnen
voor
levensloopgeschikt,
zoals
beschreven
in
bijlage
2
van
huisvestingsverordening). Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de tabel. •
de
Onder categorie ‘zorgwonen’ vallen zorggeschikte woningen: (geclusterde) woningen, waar intensieve zorgverlening mogelijk is. De woningen zijn toegankelijk en hebben voorzieningen waardoor verpleegzorg geboden kan worden. Hiervoor gelden de richtlijnen voor rolstoelgeschikte woonruimte als omschreven in bijlage 2 van de huisvestingsverordening.
•
Bij beschermd wonen is 24-uur in de woning of het woongebouw zorg/begeleiding aanwezig. De
bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto. De parkeernorm hiervoor staat beschreven in de categorie “6. Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen”. •
Voor de functie kamerverhuur geldt in heel Nijmegen een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats per kamer. Deze parkeernorm geldt alleen voor (delen van) complexen bestaande uit niet-zelfstandige eenheden. Kamerverhuur is in de definitie van wonen namelijk altijd onzelfstandig.
•
Een studentenwoning is een woonruimte (maximaal 50 vierkante meter GO) voor studenten in een gebouw of deel van een gebouw, al dan niet met een eigen (door de het college toegekend) huisnummer, eigen toilet en douche en keuken (zie ook de vigerende Huisvestingsverordening). Bovenstaande
parkeernorm
geldt
voor
(delen
van)
complexen
bestaande
uit
kleinere
eenkamerwoningen die alleen aan studenten worden verhuurd. De verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig ingericht zijn op de verhuur aan studenten en het daarop
toezien. De bewijslast / onderbouwing hiervan ligt altijd bij de initiatiefnemer. Dit moet door de
ontwikkelaar -samen met de overige stukken- worden ingediend bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. •
Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige sociale huurwoning (dus geen vrije sector of koop) - (een studio of tiny house) met een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter GO.
30/56
•
In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend).
•
Het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste
gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend. Voor meerdere
parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat
geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans. Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare
parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.
2.
Werken Binnen
Centru
Schil 1e
Schil 2e
Rest
Buiten-
0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
2,3
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
/
1,1
1,1
1,5
1,6
1,9
2,1
/
0,4
0,4
0,5
0,6
0,7
0,8
0,8
0,8
1,1
1,2
1,3
1,7
-stad Kantoor
baliefunctie
zonder
Commerciële
dienstverlening Bedrijf
arbeidsintensief
bezoekersextensief Bedrijf
arbeidsextensief
bezoekersextensief
Bedrijfsverzamelgebo uw
Opslagbedrijf
Tabel 5
n.v.t.
m
0,07
ring
0,07
ring
0,07
BBK
0,07
gebied
0,07
Eenheid
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
unit
Bezoe k
5%
20%
5%
5%
5% 95%
(min 2 pp)
Autoparkeernormen Werken
Toelichting: •
Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.
31/56
•
Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie
•
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).
•
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).
•
Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te huisvesten.
Aan-huisgebonden beroepen In de omgevingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.
Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer: •
parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.
•
stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of
•
om een andere reden niet mogelijk is,
het
niet
zodanig
verkeersaantrekkende
activiteiten
mag
betreffen
dat
daardoor
extra
verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied.
De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).
3.
Winkelen en boodschappen Binnen-
Centrum Schil 1e Schil 2e
Centrumfuncties
3,1
Mandjessupermarkt
stad
Rest BBK
Buiten-
bezoek
ring
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
100 m2 99%
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
n.v.t.
100 m2 89%
Buurtsupermarkt
0,9
0,9
1,7
2,2
2,4
n.v.t.
100 m2 89%
Full-service
2,1
2,1
3,0
3,7
3,9
n.v.t.
100 m2 93%
supermarkt 4,9
4,9
5,8
6,3
6,7
n.v.t.
100 m2 84%
n.v.t.
4,9
4,9
4,9
n.v.t.
100 m2 80%
supermarkt Grote (XL)
Groothandel specialist
n.v.t.
gebied
Eenheid
ring
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
32/56
Groothandel
n.v.t.
n.v.t.
5,4
5,4
5,4
n.v.t.
100 m2 80%
Buurtcentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,1
2,6
2,7
n.v.t.
100 m2 72%
Wijkcentrum
n.v.t.
3,1
3,3
3,8
4,1
n.v.t.
100 m2 79%
Stadsdeelcentrum
n.v.t.
3,7
4,2
4,7
5,3
n.v.t.
100 m2 85%
kleinschalige
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
Weekmarkt
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
100 m2 85%
Kringloopwinkel
n.v.t.
n.v.t.
0,9
1,0
1,4
2,0
100 m2 89%
algemeen
(gemiddeld)
Solitaire
detailhandel
BVO
BVO
BVO
BVO
100m2 BVO
80%
BVO
BVO
Bruin-
en 2,9
2,9
4,8
5,2
6,6
8,5
100 m2 92%
Woonwarenhuis
/ 0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
1,7
100 m2 91%
witgoedzaak
woonwinkel
BVO
BVO
Woonwarenhuis
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,4
100 m2 95%
Meubelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
1,6
1,7
2,0
n.v.t.
100 m2 93%
Winkelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
3,2
3,3
3,7
n.v.t.
100 m2 94%
Outletcentrum
n.v.t.
n.v.t.
7,8
8,3
8,6
9,4
100 m2 94%
Bouwmarkt
n.v.t.
n.v.t.
1,5
1,6
2,0
2,2
100 m2 87%
Tuincentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2 89%
Groencentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2 89%
Showroom
n.v.t.
0,7
0,9
0,9
1,3
1,3
100 m2 35%
(zeer groot)
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
33/56
Tabel 6
Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen
Toelichting: •
Centrumfuncties: De autoparkeereis voor de binnenstad (zie artikel 1) wordt voor horeca en detailhandel / funshoppen) berekend middels een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO.
•
Er worden vier typen supermarkten onderscheiden: -
Mandjessupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft
waarbij het gebruik van winkelwagens is uitgesloten in de omgevingsvergunning. De winkel leent zich daarom niet voor het grootschalig inslaan van boodschappen. -
Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft.
-
Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De oppervlakte is tussen de 600 en 2.500 m2 WVO.
-
Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte groter
dan 2.500 m2 WVO. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. •
Groothandel specialist: een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
•
Groothandel algemeen: een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
•
Stadsdeel-,
wijk-
en
buurtcentrum:
ondersteunende
winkelgebieden
(voornamelijk
voor
doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied en waarbij collectieve parkeergarages worden gerealiseerd (dus niet iedere winkel zijn eigen parkeergarage). -
Een stadsdeelcentrum is altijd een aanvulling op een binnenstad of een hoofdwinkelcentrum (50+ winkels). Bovendien is hier het merendeel van het centrum planmatig ontwikkeld. Bijvoorbeeld Nijmegen Dukenburg.
-
Een wijkcentrum heeft een specifiek ondersteunende functie. Hieronder vallen onder andere winkelconcentraties met 5-10 winkels en 2 of meer supermarkten of winkelgebieden met 10+ winkels in de detailhandel. Bijvoorbeeld Hof van Holland.
-
Een buurtcentrum is een winkelconcentratie met minimaal 5 winkels en maximaal 9 winkels in de detailhandel. Daarnaast is er een of geen supermarkt in dit type winkelgebied aanwezig.
•
Solitaire kleinschalige detailhandel: detailhandel (exclusief supermarkt) gevestigd op een solitaire locatie, dus niet in een stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum. Een ontwikkeling is kleinschalig op het moment dat de parkeerbehoefte kleiner of gelijk is aan drie parkeerplaatsen.
•
Weekmarkt: bij een weekmarkt kunnen globale parkeerkencijfers worden gehanteerd - er moet een forse marge in acht worden genomen.
•
Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen (elektronica,
huishoudelijke apparaten) die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. •
Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben
voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij o.a. om meubels,
34/56
verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Woonwarenhuis (zeer groot): dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment
•
hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook
gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Winkelboulevard: een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grote
•
detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).
Outletcentrum: een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen (o.a. kleding, accessoires,
•
speelgoed, interieur) op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 WVO). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. Tuincentrum
•
(inclusief
buitenruimte):
het
betreft
de
middelgrote
en
grootschalige
detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 WVO). Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht,
zoals
dierartikelen,
seizoenartikelen
(zoals
kerstversiering),
accessoires
decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
en
Groencentrum (inclusief buitenruimte): het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 WVO). Er worden
•
in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties).
Er worden geen seizoenartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
4.
Sport, cultuur en ontspanning Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
Bibliotheek
0,2
0,2
0,5
0,6
0,8
1,1
Museum
0,3
0,3
0,5
0,6
0,9
n.v.t.
Bioscoop
2,2
2,2
6,9
7,4
10
12,7
Filmtheater/filmhuis
1,6
1,6
4,2
4,7
6,7
8,9
Theater/schouwburg
5,8
5,8
6,4
7,2
8,3
10,5
Musicaltheater
2,4
2,4
2,9
3,2
3,4
4,6
-stad
m
gebied
d
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
bezoek
97%
95%
94%
97%
87%
86%
35/56
Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
Casino
5,2
5,2
5,6
5,9
6,0
7,5
Bowlingcentrum
1,1
1,1
1,7
2,0
2,3
2,3
Biljart-/snookercentrum
0,6
0,6
0,8
0,9
1,1
1,5
Dansstudio
1
1
3,3
3,6
4,9
6,9
0,9
0,9
2,9
3,2
4,2
6
Fitnesscentrum
1,2
1,2
3,9
4,2
5,7
6,9
Welnesscentrum
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
8,8
9,8
Sauna, hammam
2
2
4,1
4,4
6,1
6,8
aantallen 1,2
1,2
1,8
1,9
2,4
3,2
Sportzaal
0,8
0,8
1,6
1,7
2,4
3,3
Tennishal
0,2
0,2
0,3
0,4
0,4
0,4
Tennisbaan / padelbaan
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
Squashhal
1,5
1,5
2,3
2,4
2,6
3,1
Zwembad overdekt
n.v.t.
9,7
9,7
10,2
10,5
12,3
Zwembad openlucht
n.v.t.
9,1
9,1
9,6
11,9
14,8
-stad
Fitnesstudio/sportschoo l
Sporthal (zie toelichting voor
grotere
bezoekers).
m
gebied
d
100 m2 BVO Per
baan Per
tafel 100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
baan 100 m2 BVO
100 m2 bassin
100 m2 bassin
bezoek
86%
89%
87%
93%
87%
90%
99%
99%
96%
94%
87% 95% 84%
97%
99%
36/56
Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
Sportveld
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
Stadion
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
Kunstijsbaan (<400m)
0,9
0,9
1,1
1,2
1,4
1,8
Kunstijsbaan (400m)
n.v.t.
n.v.t.
1,8
1,9
2,1
2,5
Ski- en snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
Jachthaven
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
-stad
m
gebied
Golfcentrum (P&P)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
49
54
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
85
108
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
1
1
1,8
2,3
2,8
3,6
2,2
2,2
3,1
3,6
4
4,9
Kinderboerderij
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
Manege
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,3
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (klein/gem)
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (groot)
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (zeer groot)
Dierenpark
4
4
4
4,0
4
4
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
4
d
Per
ha
netto
terrein Zitplaat s
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
Ligplaa ts
per
centru m
per 18 holes
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
bezoek
95%
99%
98%
98%
98%
-
93%
98%
97%
98%
98%
97%
per box 90% per ha netto
terrein per ha netto
terrein
99%
99%
37/56
Binnen
Centru
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten- Eenhei
n.v.t.
n.v.t.
1,1
1,2
1,2
1,3
n.v.t.
n.v.t.
5
6,3
8
11
2
2
2,0
2
2
2
2
2
2,0
2
2
Kartbaan
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
Klimhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2.1
n.v.t.
Bordeel
1
1
1
1,0
1
1
Overige sexinstelling
0,5
0,5
1
1,0
1
1
-stad Volkstuin Plantentuin tuin)
(botanische
Sociaal cultureel centrum 2 Wijk-
of
gebouw
Tabel 7
verenigings-
m
gebied
d
per 10 tuinen per
tuin 100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
Kamer 100 m2 BVO
bezoek
100%
99%
90%
95%
90%
90% 90% 90%
Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning
Toelichting: •
Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.
•
Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.
•
Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
•
Fitnessstudio/sportschool: met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.
•
Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel
trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. •
Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of
38/56
campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden.
Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter
•
kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld),
zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats).
Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan kan
•
er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green).
Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70
•
hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer. Indoorspeeltuin/kinderspeelhal:
•
indoorspeeltuinen
zijn
zelfstandig
functionerende
speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken
en
glijbanen.
De
gemiddelde
voorziening
heeft
overwegend
een
lokaal
verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn.
Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te beoefenen,
•
zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke.
Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse
•
zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats. Sportveld: de parkeernorm is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.
•
5.
Horeca en (verblijfs-)recreatie Binnen- Centru stad
m
Schil 1e Schil 2e ring
ring
Camping
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
n.v.t.
1,1
Bungalowpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
1,5
2
Hotel (1*, 2*, 3*)
0,16
0,16
0,28
0,30
0,42
0,63
Hotel (4*, 5*)
0,42
0,42
0,68
0,72
0,93
1,18
Rest
Buiteng ebied
Eenheid Standpl aats
Bungalo w
per
kamer per
kamer
bezoek
90%
91%
77%
65%
39/56
Café
/
bar
/
4
4
4
4,5
5
n.v.t.
8
8
8
8,5
12
n.v.t.
Fastfoodrestaurant 5
5
5
5,0
15
15
Pension, BB, hostel 0,15
0,15
0,25
0,3
0,4
0,4
Discotheek
4,1
4,1
10,3
11,3
16,4
18,8
3
3
4
4,8
5
n.v.t.
cafetaria
Restaurant
Evenementen-, beurs-,
congresgebouw
Tabel 8
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO per
kamer 100 m2 BVO
100 m2 BVO
90%
80%
90%
95%
99%
99%
Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie
Toelichting: •
Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het
stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen
alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte
horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 3 “Bijzondere gevallen”). •
Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand.
•
Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een
aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen” uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2
bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek. •
Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse
hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie. •
Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.
40/56
In de binnenstad (zie artikel 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers. Zij
•
kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat
zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn.
6.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor
mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners. Binnen- Centru stad
m
Schil 1e Schil 2e ring
ring
1,8
1,8
2,2
2,3
2,7
3
2
2
2,5
2,6
2,9
n.v.t.
1
1
1,2
1,3
1,5
1,7
1
1
1,3
1,4
1,6
1,9
1,2
1,2
1,5
1,6
1,8
2,1
1,3
1,3
1,7
1,8
2,1
2,4
Gezondheidscentrum
1,3
1,3
1,6
1,7
1,9
2,2
Ziekenhuis
1,3
1,3
1,5
1,6
1,6
1,9
Huisartsenpraktijk centrum)
(-
Apotheek Fysiotherapiepraktijk (centrum)
Consultatiebureau Consultatiebureau ouderen
Tandartsenpraktijk centrum)
(-
Beschermd wonen (24uurs zorg)
Rest
Buiteng ebied
Eenheid bezoek Behand
elkamer Apothe ek
Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer 100 m2 BVO
57%
45%
57%
50%
38%
47%
55%
29% 100%
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
n.v.t.
Hospice
0,6
0,6
1
1,2
1,4
1,4
Psycholoog
1,25
1,25
1,45
1,45
1,5
1,5
woonee (incl. nheid
Woonee nheid
behand
elkamer
personee l)
90%
57%
41/56
Gelijkti Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
25,1
25,1
ge
Plechtig
99%
heid
Gelijkti Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
26,6
26,6
ge
Plechtig
97%
heid Gevangenis
1,4
1,4
1,9
2,0
3
3,4
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Tabel 9
10
37%
cellen Gebeds -plaats
-
Autoparkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Toelichting: Verpleeghuis / beschermd wonen (24-uurs zorg): beschermd wonen valt in omgevingsplannen
•
onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto.
Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak
•
gevestigd
zijn.
consultatiebureau.
Vaak
zijn
dit
huisartsen,
fysiotherapeuten,
verloskundigen
en/of
een
Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke hulp en
•
zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale relatie
met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen
woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis.
7.
Onderwijsvoorzieningen Binnen- Centru stad
m
Schil 1e Schil 2e Rest ring
ring
BBK
Buiten-
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
peuterspeelzaal
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
basisonderwijs
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Kinderdagverblijf (crèche)
gebied
Eenheid bezoek 100 m2 BVO
100 m2 BVO
-
-
per
loslokaa l
42/56
Middelbare
school
(vmbo, havo; vwo)
2,3
2,3
3
3,2
3,3
3,9
ROC, MBO
3,2
3,2
3,8
4,0
4,2
4,9
Hogeschool
6,3
6,3
6,9
7,2
7,5
8,9
Universiteit
avondonderwijs
vrijetijdsonderwijs
Tabel 10
of
9,7
9,7
11,5
12,1
12,7
14,8
3
3
4
4,5
5
9,5
per 100 leerling en
per 100 leerling en
per 100 student en
per 100 student en
per
10
student en
11%
7%
72%
48%
95%
Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen)
Toelichting: In bovenstaande parkeernormen voor kinderdagverblijf en basisonderwijs is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het
aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel.
%
halen
en
brengen met de auto 30%
Groep 1 t/m 3
(30-60%) 5%
Groep 4 t/m 8
(5-40%)
Kinderdagverblijf / BSO
Gastouder opvang
Tabel 11
50% (50-80%) 50%
Reductiefactor parkeerduur
Reductiefactor
aantal kinderen per auto
Aantal kind
0,5
0,75
0,113
0,25
0,85
0,011
0,25
0,75
0,094
0,25
0,75
0,094
pp
per
Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen
43/56
Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn.
44/56
Artikel 8. Onderbouwing fietsparkeernormen BELEIDSREGEL 7: Bij het bepalen van de fietsparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals beschreven in artikel 1.
Met het stellen van fietsparkeernormen wil de gemeente Nijmegen het fietsgebruik faciliteren en stimuleren. Het voorzien in kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen draagt hieraan bij. De
reden om de fiets te nemen in plaats van de auto is namelijk mede afhankelijk van de kwaliteit, bruikbaarheid en functionaliteit van de fietsparkeervoorzieningen bij de plaats van bestemming.
Daarnaast wil de gemeente Nijmegen voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte afneemt door het niet kunnen stallen van de fiets. Daarom eisen we dat de fietsenstallingsvoorziening, net als bij
autoparkeren, altijd op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt zowel voor woningbouw en studentenhuisvesting (zie artikel 9) en voor niet-woonfuncties (zie artikel 10). Uitgezonderd bestaande situaties, waarbij geen uitbreiding of functiewijziging wordt toegepast. Middels
het
facetbestemmingsplan
parkeren
en
de
opgenomen
parkeerregels
in
nieuwe
omgevingsplannen worden deze regels van toepassing verklaard op het hele grondgebied van Nijmegen. Omwille van de eenduidigheid is bij het opstellen van de fietsparkeernormen zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek rond de parkeernormen voor de auto. Voor het bepalen van de hoogte van
de fietsparkeernormen zijn de Fietsparkeerkencijfers van het CROW (Leidraad Fietsparkeren 2023, 2411-2023) als basis gebruikt, waarbij is uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte fietsgebruik.
Voor de binnenstad zoals aangegeven in kaart 1 passen we geen fietsparkeernormen toe. Behalve wanneer het gaat om scholen, ziekenhuizen, supermarkten, kantoren en functies met een grote
bezoekersaantrekkende werking (in tabellen aangegeven met ‘grote aantallen’). Hiervoor zijn drie redenen: •
Allereerst kent de binnenstad al hoogwaardige fietsenstallingen. En wordt op basis van de nota
‘Meer ruimte voor voetganger, fietser en consument in de binnenstad’ gewerkt aan het verbeteren van de fietsbereikbaarheid. •
Hiernaast willen we graag de fietsenstallingen concentreren.
•
De binnenstad heeft tenslotte maar beperkte ruimte voor het toevoegen van fietsenstallingen in de openbare ruimte. Conform het binnenstadsbeleid ‘Binnenstad van de toekomst’ willen we ruimte bieden aan de transformatie van de binnenstad.
Het college van B&W heeft de discretionaire bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de regels omtrent fietsparkeernormering.
Gebiedsindeling De gebiedsindeling voor de toepassing van de fietsparkeernormen is conform de gebiedsindeling voor de normering voor de auto. Hierbij gaat het om de gebieden centrum (Binnenstad + Centrum,
schil/overloopgebied (schil 1e en 2e ring in kaart 1), rest bebouwde kom en buitengebied (zie artikel 1). Niet alle functies gaan uit van deze gebiedsindeling. Indien dit niet van toepassing is staat dit duidelijk in onderstaande tabellen aangegeven.
45/56
Artikel 9. Gemeenschappelijke inpandige fietsenberging bij een woongebouw BELEIDSREGEL 8: Bij appartementencomplexen (inclusief studentenwoningen en appartementen kleine dan 50 m2) wordt een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging als
gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving beschouwd, als wordt voldaan aan de eisen beschreven in artikel 9.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.171) verplicht bij nieuwbouwwoningen een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen.
In dit artikel wordt toegelicht hoe een gemeenschappelijke inpandige fietsenstalling -al dan niet in combinatie met een inpandige berging- zodanig kan worden ingericht dat dit door de gemeente
Nijmegen als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wordt beschouwd. Een aantal aspecten is hierbij van belang: het aantal fietsplekken per woning, de eisen aan de inpandige berging in de woning, de bereikbaarheid en het beheer van de
gemeenschappelijke fietsenberging. In de gemeentelijke Huisvestingsverordening en de Beleidsregels
Kamerverhuur zijn aanvullend eisen opgenomen ten aanzien van het beschikken over een inpandige
fietsparkeervoorziening als voorwaarde van het omzetten van woonruimte in niet-zelfstandige woonruimte of bewoning door drie of meer personen.
De fietsparkeernorm bij een gemeenschappelijke berging (= het verplicht aantal fietsplekken) Het aantal fietsplekken per woning moet voldoen aan het onderstaande schema. Het schema heeft alleen betrekking op de eigen plekken niet op de bezoekersplekken. Het is toegestaan om dubbellaags fietsenrekken toe te passen (=2 lagen, etagestalling met uitschuifgoot).
Er dienen echter wel altijd twee plekken per woning in een laag (= maaiveld) rek beschikbaar te zijn. De
enige uitzondering hierop betreft studentenwoningen en woningen kleiner dan <50m2 (waaronder de
kleine eenkamerwoningen); hier is een 1-op-1 verhouding tussen plekken in een laag en plekken in een hoog rek toegestaan.
Gebruiksoppervlakte woning (m2)
Aantal
< 50 m2
2
n.v.t.
>50 - 75 m2
3
2,7 m²
>75-100 m2
4
2,7 m²
>100 m2
5
2,7 m²
>125 m2
6
2,7 m²
Studentenwoning (per wooneenheid)
2
n.v.t.
Zorgwonen / beschut wonen (per wooneenheid)
0,5
n.v.t.
Tabel 12
plekken
in fietsenrek
benodigde interne berging
Aantal fietsplekken per woning bij toepassing gemeenschappelijke berging
46/56
Aangezien de toelichting van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt dat een fietsenberging ook
bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij woningen groter dan 50m2 een berging van 2,7 m² in de woning te worden gerealiseerd.
Deze tabel betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. Voor bezoek dient daarnaast rekening te worden 0,5 fietsparkeervoorzieningen per woning). Dit kan in een inpandige berging of op maaiveld worden gerealiseerd.
Voorbeeld enkel laags (maaiveld) en hoog-laag stallen (2 lagen)
Makkelijke bereikbaarheid inpandige fietsenberging Fietsenbergingen worden bij nieuwbouw doorgaans inpandig gerealiseerd, waarbij men lange gangen en meerdere deuren door moet om deze te bereiken. De slechte bereikbaarheid van deze bergingen is vaak
reden voor bewoners om hun fietsen buiten (op straat) te parkeren. De bereikbaarheid van de inpandige stalling is daarom een voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging. De
inrichting van de fietsenstalling moet bovendien overzichtelijke en sociaal- en verkeersveilig zijn. Dit moet door de initiatiefnemer worden aangetoond.
De bereikbaarheid is een samenspel van een aantal factoren. Bij een bouwplan waarbij men aanspraak
wil maken op deze gelijkwaardigheid dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning daarom een
onderbouwing te worden gevoegd ten aanzien van de bereikbaarheid. Onderstaande aspecten dienen hierbij in ieder geval aan de orde te komen: •
de ingang van de fietsenstalling ligt op een logische plek, die niet uitnodigt om de fiets toch op maaiveld neer te zetten,
• • •
de berging is bereikbaar via 1 deur,
er zitten elektronische sloten op de deuren naar de fietsenberging,
de berging is idealiter gelegen op maaiveld niveau als er toch hoogteverschil is, dan wordt dit
sowieso overbrugd door een hellingbaan. Een trap met goot volstaat niet. Op basis van het Besluit
bouwwerken leefomgeving (en voorheen het Bouwbesluit) is omwille van de bruikbaarheid een
maximaal stijgingspercentage van 1:20 vereist, waarbij de stijgende delen niet meer dan 1m tegelijk mogen overbruggen. Er moet worden voldaan aan artikel 4.30 en 4.31 van het BBL. •
de gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter
•
alle woningen moeten vanuit de fietsenstalling gemakkelijk en op een logische manier te bereiken zijn, met een loopafstand van maximaal 30 meter tot aan een toegang tot het wooncomplex.
47/56
Bij een gemeenschappelijke fietsenberging is een goed beheer van belang. De aanvrager moet aantonen dat: •
privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal plekken krijgt toegewezen conform bovenstaande tabel,
•
er afspraken over gebruik en beheer in het huishoudelijke reglement worden opgenomen.
Artikel 10. Toepassingskader Parkeernormen Fiets (niet-woonprogramma) BELEIDSREGEL 9: De fietsparkeereis voor niet-woonfuncties wordt bepaald door de parkeervraag van de oude functie af te trekken van de parkeervraag van de nieuwe functie (salderen).
BELEIDSREGEL 10: Bij een bouwontwikkeling of gebruikswijziging hoeft dus alleen te worden voorzien in de extra parkeerbehoefte. Het staat een initiatiefnemer of initiatiefnemer altijd vrij om méér fietsparkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren dan de parkeereis.
BELEIDSREGEL 11: Bij het bepalen van de fietsparkeereis van meerdere niet-woonfuncties wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in tabel 2. Bij dubbelgebruik kan de
fietsparkeereis naar beneden worden bijgesteld, mits de initiatiefnemer dit onderbouwt met een fietsparkeerbalans.
BELEIDSREGEL 12: Parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij wordt voldaan aan tenminste één van de afwijkingscriteria / vrijstellingen zoals beschreven in artikel 11.
Bepalen van de fietsparkeereis De fietsparkeernorm wordt gebruikt om het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen te berekenen bij nieuwe ontwikkelingen, de fietsparkeereis. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd
met de fietsparkeernorm. De uitkomst hiervan wordt naar boven afgerond. Bij de fietsparkeernormen is, in tegenstelling tot parkeernormen voor auto’s, geen apart deel voor bezoekers opgenomen.
Bij nieuwbouwplannen wordt enkel naar de behoefte van de nieuwe functie gekeken op basis van het programma en de ligging in stad. Bij verbouwplannen worden de nieuwe en oude fietsparkeerbehoefte
gesaldeerd. De fietsparkeerbehoefte van de oude functie wordt hierbij afgetrokken van de fietsparkeerbehoefte van de nieuwe functie.
De normen opgenomen in de tabellen gelden voor functies waarvan het te verwachten fietsgebruik groot
is en daarmee een duidelijke impact heeft op de openbare ruimte. Het is mogelijk dat voor een bepaalde functie
geen
specifieke
norm
is
vastgesteld.
Voor
deze
functies
gelden
dan
ook
geen
fietsparkeernormen. Dit laat onverlet dat een aanvrager wel zorg moet dragen voor het realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen.
Dubbelgebruik Net als bij de autoparkeernormen, mag rekening gehouden worden met dubbelgebruik van de fietsparkeerplaatsen als binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd onder de
voorwaarde dat de fietsparkeerplaatsen redelijkerwijs door alle gebruikers van het plan gebruikt kunnen
48/56
worden (qua openbaarheid en ligging). De dubbelgebruikpercentages voor de auto kunnen ook gebruikt worden voor de fiets.
Oplossen op eigen terrein De fietsparkeerplaatsen dienen op openbaar toegankelijk eigen terrein gerealiseerd te worden, met
uitzondering van fietsparkeerplaatsen voor personeel. Een fietsparkeervoorziening voor personeel wordt gerealiseerd op eigen terrein en is bij voorkeur alleen toegankelijk voor personeel (veilig en afgesloten). De fietsparkeerplaatsen dienen in ieder geval te voldoen aan de kwaliteitseisen van Fietsparkeur en de
vigerende CROW-richtlijnen. Verder geldt dat de fietsenstalling logisch en overzichtelijk moet zijn ingedeeld, er binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming een logische, snelle
en eenvoudige routing is (bij voorkeur binnendoor), voorzien van voldoende aanbindmogelijkheden en de sociaal veiligheid is gewaarborgd door een goede indeling en verlichting (bij voorkeur daglichttoetreding).
Daarnaast dienen fietsparkeervoorzieningen zichtbaar en herkenbaar te liggen aan de aanvoerroute en
zoveel mogelijk aan te sluiten bij het ‘natuurlijke’ gedrag van de fietser om de fiets zo dicht mogelijk bij de bestemming te kunnen stallen. Om los parkeren van fietsen op straat te voorkomen heeft een gelijkvloerse (centrale) fietsvoorziening de voorkeur boven een ongelijkvloerse fietsvoorziening.
Artikel 11. Vrijstelling van de fietsparkeereis In
de
binnenstad
is
voldoende
fietsparkeergelegenheid
voor
het
binnenstadsbezoek.
Voor
ontwikkelingen met uitzondering van:, scholen, ziekenhuizen en kantoren en functies met een grote
bezoekersaantrekkende werking (in tabellen aangegeven met ‘grote aantallen’) passen we geen fietsparkeernorm toe.
Ontwikkelingen buiten de binnenstad krijgen vrijstelling wanneer het een ontwikkeling betreft met een fietsparkeereis van maximaal 5 fietsparkeerplaatsen. Het gaat hierbij veelal om kleine ontwikkelingen
(uitbreidingen van bestaande situaties) met minimale impact op de openbare ruimte. Bijvoorbeeld een kleine uitbreiding van een supermarkt.
Het te realiseren aantal fietsparkeerplaatsen kan worden teruggebracht als er sprake is van een locatie
waar het feitelijk onmogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de fietsparkeereis te voldoen. Als door de ontwikkelaar wordt aangetoond dat de realisatie van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein
ruimtelijk, omgevingsplan-, bouw- of verkeerstechnisch of soortgelijks niet mogelijk is, dan is parkeren in de openbare ruimte mogelijk. De noodzaak en de mogelijke effecten worden door de gemeente zorgvuldig afgewogen.
Fietsparkeerplaatsen niet op eigen terrein: Het te realiseren aantal fietsparkeerplaatsen kan op een andere locatie worden gerealiseerd indien sprake is van een ontwikkellocatie waarbij de openbare ruimte wordt mee ontwikkeld en het ruimtelijk of
financieel onmogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de fietsparkeereis te voldoen. De fietsparkeervraag kan dan op acceptabele loopafstand van de ontwikkeling en in openbaar toegankelijk gebied alsnog worden gerealiseerd. Hierbij houden we rekening met de karakteristieken van de wijk. Bij afwijking van
het realiseren van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein wordt als eis gesteld dat geen hinder voor voetgangers en voertuigen wordt gecreëerd en dat de fietsparkeervoorzieningen logisch worden ingericht voor de gebruiker.
49/56
Elektrische fiets, buitenmaatse fietsen en brommers/scooters: Het gebruik van de elektrische fiets, buitenmaatse fietsen (waaronder de bakfiets) en (elektrische)
scooters en scootmobielen neemt toe. We stellen echter geen normen voor het percentage fietsklemmen dat bij een ontwikkeling moet voldoend aan elektrisch fietsgebruik, gebruik van buitenmaatse fietsen en scooters/brommers. Het is aan de ontwikkelende partij om een inschatting te maken van het aantal klemmen
dat
geschikt
moet
zijn
voor
elektrisch
fietsgebruik,
gebruik
van
bakfietsen
en
brommers/scooters. Hiermee behouden we flexibiliteit en kunnen we inspelen op de meest recente
wensen en eisen. Bij functies waarbij men voor de bedrijfsvoering afhankelijk is van scooters, brommers en andere vervoersmiddelen (zoals afhalen en bezorgen) dient op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig te zijn voor het stallen van de benodigde voertuigen.
Artikel 12. Fietsparkeernormen niet woonfuncties BELEIDSREGEL 13 Bij het bepalen van de fietsparkeereis van niet-woonfuncties wordt gebruik gemaakt van de fietsparkeernormen zoals opgenomen artikel 12. De fietsparkeernormen zijn bepalend voor het
minimaal aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen. Er mogen dus altijd meer fietsparkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm voorschrijft.
Kantoor (personeel)
Kantoor (bezoekers)
Tabel 13
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Centrum
2,4
100 m2 BVO
Schil
2,4
Bebouwde Kom
1,8
Buitengebied
0,9
NS-station
1,2
Alle gebieden
5,5
Balie
Minimaal 6
Aantal
Norm
Eenheid
Opmerking
<250
10,0
leslokaal
250-500
11,7
>500
14,4
Fietsparkeernorm Kantoren
leerlingen Basisschoolleerlingen
50/56
Basisschool medewerkers
0,5
10 leerlingen
Middelbare school leerlingen
Alle gebieden
11
100 m2 BVO
Middelbare
Centrum
0,8
100 m2 BVO
Schil
0,6
Bebouwde
0,5
school
medewerkers
Kom
ROC-leerlingen
12
100 m2 BVO
ROC-medewerkers
0,8
100 m2 BVO
Norm
Eenheid
de
2,75
100 m2 BVO
de
2,90
100 m2 BVO
de
0,25
100 m2 BVO
0,25
100 m2 BVO
Tabel 14
Op
lager
ov-locaties
Fietsparkeernorm Scholen
Locatie Winkelcentrum
Grote aantallen
Binnen
bebouwde
Opmerking
kom Supermarkt
Binnen
bebouwde kom
Bouwmarkt
Binnen
bebouwde kom
Tuincentrum
Vaak
ruimte
voldoende
fietsparkeer-
voor
plekken en evt. uitbreidingen
Tabel 15
Fietsparkeernorm Winkelen en boodschappen
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
51/56
Centrum
Fastfoodrestaurant
en
21,5
Rest bebouwde
6,5
Buitengebied
3,5
schil
kom
Restaurant (eenvoudig)
11,5
100 m2 BVO
Terras meetellen
100 m2 BVO
Bijvoorbeeld
pannenkoekenhuis Terras meetellen
Restaurant (luxe)
2,5
100 m2 BVO
Café
6,5
100m2 BVO
Norm
Eenheid
Opmerking
Apotheek (bezoekers)
7
Locatie
Kleine aantallen
Apotheek (medewerkers)
4,5
Locatie
Kleine aantallen
Begraafplaats / crematorium
6,5
Gelijktijdige
Kleine aantallen
Gezondheidscentrum,
2,0
100 m2
0,5
100 m2
Kerk / moskee
41
100
Ziekenhuis (bezoekers)
0,4
100 m2 BVO
Grote aantallen
Ziekenhuis (personeel)
0,6
100 m2 BVO
Grote aantallen
Zorgwonen
0,25 bezoek
Wooneenheid
Tabel 16
Fietsparkeernorm Horeca
Locatie
inclusief
huisarts,
tandarts e.d. (bezoek) Gezondheidscentrum, inclusief
huisarts,
tandarts e.d. (pers.)
/
fysio,
fysio,
beschermd
wonen (personeel)
plechtigheid
zitplaatsen
0,5 personeel
52/56
Tabel 17
Fietsparkeernorm Gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen
Locatie
Norm
Eenheid
3,5
100 m2 BVO
Centrum
8,0
100 m2 BVO
Schil
4,5
Rest bebouwde
1,5
Centrum
6,0
Schil
3,9
Rest bebouwde
2,0
Bibliotheek Bioscoop
Kom Fitness en dansstudio
Kom
Opmerking
Grote aantallen
100 m2 BVO
Museum
0,9
100 m2 BVO
Sporthal*
2,7
100 m2 BVO
Sportveld
58
Ha
Sportzaal
4,2
100 m2 BVO
Stadion
9,5
100
Grote aantallen
Stedelijke evenement
34
100 bezoekers
Grote aantallen
Centrum
25,5
100
Grote aantallen
Schil
22
Rest bebouwde
19
Theater
Kom
terrein
netto
zitplaatsen
zitplaatsen
Zwembad (openlucht)
29
100 m2 bassin
Grote aantallen
Zwembad (overdekt)
21,5
100 m2 bassin
Grote aantallen
Tabel 18
Fietsparkeernorm Sport, cultuur en ontspanning
* een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes.
53/56
Locatie Busstation
Carpoolplaats
Rand
bebouwde
Norm
Eenheid
Opmerking
42
Halterende
Grote aantallen
0,9
Auto-
kom
Tabel 19
buslijn
parkeerplaats
Fietsparkeernorm Overstappen
Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie, onder gelijktijdige intrekking van “Beleidsregels Parkeren 2024”
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Parkeren 2024-A.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van: 19 november 2024.
de gemeentesecretaris A.P.W. van de Klift
de burgemeester H.M.F. Bruls
54/56
Bijlage 1. Vereisten voor parkeeronderzoek Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning kan van de eis om de parkeereis op eigen terrein op te
vangen worden afgeweken. De aanvrager dient hiervoor voldoende onderzoek te doen. De gemeente Nijmegen stelt de volgende eisen bij een parkeeronderzoek:
Om voor een afwijking in aanmerking te komen, dient de aanvrager een parkeeronderzoek uit te laten voeren naar de vraag of er binnen een redelijke loopafstand voldoende ruimte op de openbare weg aanwezig is om de parkeerbehoefte van het project op te vangen. De redelijke loopafstanden zijn genoemd in Tabel 1. Hierbij moet de aanvrager het volgende in acht nemen: 1.
Het parkeeronderzoek moet door een verkeerskundig adviesbureau, met ervaring op het gebied
2.
Het onderzoeksgebied, het aantal tellingen en de momenten waarop er geteld zal worden (=de