Beantwoording technische vragen stadsrekening
Tekst van het document
•
Dukenburg/algemeen: Eerste ervaringen: minder bereidheid om deel te nemen door ‘enquêtevermoeidheid’ en beperkte terugkoppeling bij eerdere/andere onderzoeken. We gaan de opbrengsten van eerdere onderzoeken/enquêtes daarom betrekken bij het vervolg.
Programma:
WWZ
Politieke partij: PvdA Papier/pdf / bladzijde: 48-51
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 3 Vraag: Op het gebied van welzijn lijkt bovengemiddeld veel ingezet te worden op Nijmegen-Noord, bijvoorbeeld bij Jeugd en bij gebiedssturing op de sociale basis. Wat is de redenatie achter deze keuze? Zijn er achterliggende problematieken die bovengemiddeld in dit stadsdeel voorkomen? Antwoord: De budgetten voor de inzet op het welzijn van inwoners groeien niet mee met de groei van de stad. Daarom is er vanuit incidentele middelen extra ingezet op welzijnsinzet in Nijmegen-Noord, waardoor deze inzet expliciet terug te zien is in de stadsrekening. Het aantal inwoners in Nijmegen-Noord is de afgelopen jaren flink gegroeid en gaat de komende jaren nog doorgroeien. Voor Noord als geheel wordt in 2030 een inwonersaantal van ongeveer 33.000 verwacht, ten opzichte van 23.000 in 2023. Van de 29.817 kinderen/jongeren van 0-18 jaar, die per 1-1-2026 in Nijmegen wonen, wonen er 7735 in Nijmegen-Noord. Dat is ruim een kwart (26%) van het totaal aan kinderen in Nijmegen. Dit leidt tot een aantal uitdagingen: De sociale cohesie moet nog groeien: vraagstukken rond samenleven, participeren en gemeenschapsvorming De snelle groei leidt tot een druk op de (sociale basis)voorzieningen Bovenstaande cijfers en uitdagingen leiden ertoe dat we extra inzet hebben in Nijmegen-Noord. Daarnaast werken we in Nijmegen aan de meerjarige transformatie van de sturing op de sociale basis.
In het licht van bovenstaande cijfers en uitdagingen, is Noord één van de drie innovatiegebieden waarbij we leren en experimenteren met een nieuwe vorm van sturing: investeren in impact voor inwoners. We onderzoeken hierbij de rol en betekenis van inwoners – in Noord m.n. ouders en kinderen – en de (in)formele sociale basis in het zelf, en samen, oppakken van (collectieve) oplossingen als alternatief voor individuele zorg. Dit onderzoek biedt inzichten in de maatschappelijke en financiële baten van investeringen in de sociale basis. Deze inzichten zijn nodig om op lange termijn de beweging te kunnen maken naar ongelijk investeren in de stad. Het is nog de vraag of, en wat dit gaat betekenen voor de inzet in Noord.
28
Programma:
WWZ
Politieke partij: PvdA Papier/pdf / bladzijde: 56
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 4 Vraag: Er staat ‘We hebben met de DAR gewerkt aan het terugdringen van peukenafval. Dit is gedaan aan de hand van de campagne ‘Maak ‘m uit, gooi ‘m in’. Deze campagne stimuleert mensen hun sigaret uit te drukken en daarna in de afvalbak te gooien.’ Is er al iets bekend van de resultaten? Heeft de campagne zichtbaar effect gehad? Antwoord: Er zijn verschillende acties ingezet; Er is een landingspagina op de website van de Dar gemaakt: Peuk in de bak, zo simpel is het! - Dar Gedurende twee weken is in de zomer via gerichte social media targeting in de binnenstad aandacht besteed aan de campagne met advertenties. Deze campagne had een goed bereik en de website werd in de periode bijna 5 keer zo vaak bezocht als in de twee weken voorafgaand aan de campagne. Er zijn artikelen geplaatst in de wijkbladen, zie bijvoorbeeld: Samen peukenoverlast aanpakken: peuk in de bak, zo simpel is het! Op afvalbakken in de Marikenstraat zijn in het voorjaar uitdrukplaten op bestaande afvalbakken geplaatst met hierop de campagneslogan ‘Maak ‘m uit, gooi ‘m in.’ Op die manier voegen we geen losse rookvoorzieningen toe (want deze normaliseren en faciliteren roken want niet aansluit bij het toewerken naar een Rookvrije Generatie), maar maken we het netjes weggooien van peukenafval wel net iets makkelijker.
Op de Waalkade worden binnenkort de afvalbakken vervangen door nieuwe met uitdrukplaat en gronduiting met de campagneslogan om mensen naar de afvalbak te leiden. We kunnen niet iets zeggen over zichtbaar effect van vermindering van peukenafval in de binnenstad. Dit vergt een lange adem en langdurige aandacht voor het probleem. In samenwerking met de Dar kijken we naar vervolgacties.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 64
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 5 Vraag: Kunnen de GALA-middelen die niet besteed zijn aan mantelzorg alsnog geoormerkt worden hiervoor in plaats van terug te stromen in de algemene GALA-pot? Antwoord: In principe kan dit. In 2025 ging het om € 45.000 aan niet uitgegeven GALA mantelzorgmiddelen. De doorgeschoven middelen moeten aan de GALA doelstellingen besteed breed worden, dus dat kan zeker ook mantelzorg zijn. Overigens zijn in 2026 de GALA middelen op het onderdeel mantelzorg eenmalig (en eenjarig) met €178.000 verhoogd vanuit het rijk. Deze middelen worden ingezet voor een impuls aan de uitvoering van de Uitvoeringsagenda Mantelzorgondersteuning.
29
Programma:
WWZ
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 64
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 6 Vraag: Waarom is er € 100.000 aan middelen niet besteed aan het VN-verdrag Handicap? Blijft dat geld behouden voor die doelstelling in de volgende begroting? Antwoord: Er is € 100.000 niet besteed het VN-verdrag vanwege onder meer: het vinden van alternatieve dekking binnen programmabegrotingen en het later op gang komen van de aanvragen voor de subsidieregeling Toegankelijkheid. De niet bestede € 100.000 hebben het jaarrekeningresultaat 2025 gunstig beïnvloed/ zijn dus vrijgevallen in de jaarrekening. Momenteel wordt de nieuwe uitvoeringsagenda VN Verdrag 2026-2030 voorbereid, met concrete en haalbare maatregelen. We verwachten voor 2026 opnieuw een overschot, dat we willen gebruiken voor het voortzetten van de subsidieregeling Toegankelijkheid voor de jaren 2027-2029. Om dit mogelijk te maken, gaan we bij de 2e Voortgangsmonitor 2026 aan de Raad een voorstel doen voor een budgetoverheveling vanuit 2026 naar de jaren 2027-2029.
Programma:
WWZ
Politieke partij: PvdA Papier/pdf / bladzijde: 70
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 7 Vraag: Kunt u een uitsplitsing geven van de verschillende jeugdzorg zwaartes inclusief de hoeveelheid cliënten in de hoeveelheid jeugdzorg zwaartes? Kunt u hierbij ook zetten hoeveel er wordt bezuinigd per jeugdzorgzwaarte? En hoeveel geld er wordt ingezet per jeugdzorgzwaarte? Antwoord: Hieronder staat per jeugdzorgcategorie beschreven hoeveel cliënten in 2025 hiervan gebruik hebben gemaakt en wat de kosten daarvan zijn geweest. De categorieën waar ‘landelijk’ bijstaat zijn jeugdzorgvormen die vanwege het uitzonderlijke en hoogcomplexe karakter landelijk worden ingekocht. ‘Jeugdzorgzwaarte’ is geen formele term die als ordeningsprincipe wordt gehanteerd in de begroting of inkoop. Binnen onderstaande categorieën kan het karakter, de intensiteit en complexiteit van de zorg verschillen. Taakveld
Cliëntenaantal
Realisatie
3.654
€ 42.180.170
Jeugdhulp ambulant landelijk
61
€ 1.417.773
Jeugdhulp met verblijf regionaal
387
€ 24.643.007
Jeugdhulp met verblijf landelijk
7
€ 1.126.790
Jeugdreclassering
85
€ 670.348
Jeugdbescherming
339
€ 3.927.132
Jeugdhulp ambulant
30
De taakstelling op de ambulante jeugdhulp in het kader van de Uitvoeringsagenda duurzame jeugdhulp en Wmo-begeleiding € 6 miljoen heeft een specifieke scope en betreft alleen de zorgvormen begeleiding, voorschoolse dagbehandeling, orthopedagogische behandeling en jeugd-GGZ. Deze vallen onder de bovenstaande categorie ‘jeugdhulp ambulant’.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 70
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 8 Vraag: Waardoor is het aantal gezinnen dat binnen 14 dagen een gesprek met buurtteams heeft zo sterk afgenomen? Zijn er verklaringen voor? Waar liggen de knelpunten? Antwoord: De daling van het percentage gezinnen dat binnen 14 dagen een eerste gesprek heeft, kent meerdere oorzaken. De belangrijkste verklaringen zijn de verdere groei van basishulp (ten koste van begeleiding), de toename van complexe problematiek (bijv. door ontwikkeling toekomstscenario) en wachttijden bij zorgaanbieders. Er worden dus meer gezinnen geholpen en deze gezinnen ontvangen ook meer basishulp. Ook spelen factoren als ziekteverzuim en verloop een belangrijke rol in de tijdigheid. Vooral in kleinere teams en in piekperioden heeft dit direct invloed op de norm van 14 dagen. Alle teams werken hard aan het tijdig bieden van hulp, onder andere door trajecten af te ronden zodra doelen zijn behaald en bij aanmelding direct te kijken naar passende oplossingen in het gewone leven of voorliggende voorzieningen. Uit feedback van gezinnen blijkt dat gezinnen een wachttijd meestal acceptabel vinden. Gezinnen vinden het vooral belangrijk dat snel duidelijkheid is over de start van de hulp en de betrokken gezinswerker. Deze duidelijkheid wordt veelal binnen een week geboden door de Buurtteams. Daarbij wordt ook regelmatig afgewogen hoe de capaciteit het beste verdeeld kan worden over de teams.
Verder is de norm van 14 dagen in de praktijk geen haalbare en passende graadmeter gebleken voor tijdigheid. Gezinnen kiezen er regelmatig zelf voor om het eerste gesprek later te plannen, omdat dit aansluit bij hun agenda of situatie. Om een realistischer en betekenisvoller beeld te geven over de tijdigheid, worden vanaf 2026 aangepaste normen gebruikt, namelijk: • Beschikbaarheid: eerste mogelijkheid tot gesprek binnen maximaal 3 weken • Ervaring van gezinnen: 75% vindt dat hulp snel genoeg start
Programma:
WWZ
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 287
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 9 Vraag: Er wordt vermeld dat de vraag achter blijft op de verwachting omtrent Wmo hulp bij het huishouden. Is er extra ingezet op voorlichting om de vraag te vergroten? Zo ja, wordt dit opgeschaald?
31
Antwoord: Het VNG-voorspelmodel voorspelde voor Wmo hulp bij het huishouden een stijging van 10% in Wmo gebruikers tussen 2024 en 2025. Deze stijging zien wij niet terug in onze cijfers. We zien namelijk een stijging van 2% in 2025 t.o.v. 2024. Het gaat hier niet om een voorspelde stijging door het beter promoten van de voorziening, maar door een stijging vanwege toenemende vergrijzing. Afwijkende cijfers t.o.v. de prognose initiëren dat de prognose afwijkend is voor gemeente Nijmegen. Er wordt daarom niet extra ingezet op voorlichting om de vraag te vergroten, zoals bij een commercieel product.
Programma:
WWZ
Politieke partij
SP
Webpagina / bladzijde: 1. 11 2. 49 3. 67 4. 70
Volgnummer 10 Vraag: 1. Waardoor komt de daling van het aantal cliënten op geïndiceerde begeleiding? 2. Wat is de uitkomst van de toetsing op toegankelijkheid bij het mkb? Hoeveel ondernemingen voldeden aan het Keurmerk Toegankelijkheid? Wat zijn afgesproken vervolgacties m.b.t. ondernemingen die niet voldoen? 3. Wat is de reden dat de consumptiegroei WMO achterblijft op de voorspellingen? Is er minder behoefte, of bereiken we minder mensen? 4. Het percentage dat binnen 14 dagen na aanmelding een eerste gesprek heeft met de Buurtteams J&G is in 2023-2025 gedaald van 62% naar 43%. Wat is de verklaring voor deze daling? Antwoord: 1. De verwachting is dat steeds een groter gedeelte van de inwoners dat een begeleidingsvraag heeft, deze via basishulp zonder indicatie van Buurtteams Volwassenen kan beantwoorden. Via de uitvoeringsagenda Duurzame Jeugdhulp en Wmo-begeleiding sturen we actief op het versterken van deze beweging. 2. Ongehinderd heeft op twee manieren de toegankelijkheid van Nijmeegse ondernemingen beoordeeld. a. Verkenners beoordeelden 820 publieke toegangen. Daarvan was 20% goed toegankelijk, 61% deels toegankelijk en 19% niet toegankelijk. b. Project MKB toegankelijke route: 271 ondernemers die zich hebben aangesloten het project zijn volledig getoetst op toegankelijkheid. 65 hebben een keurmerk ontvangen; 49 een bronzen, 15 een zilveren en 1 een gouden keurmerk.
Met enkele eenvoudige aanpassingen is dit omhoog te brengen naar 109 keurmerken (73 brons, 18 zilver en 18 goud). Daarom gaan ambassadeurs van Ongehinderd in het voorjaar van 2026 nogmaals bij deelnemers langs om de ontvangen adviezen te bespreken, tips te geven en hen te wijzen op de mogelijkheden van de regeling Toegankelijkheid 2025-2026, die ondernemers tot een bedrag van 15.000,- ondersteunt bij het maken van verbeteringen in fysieke en digitale toegankelijkheid. 3. Deze vraag laat zich het beste beantwoorden door de ontwikkeling van het gebruik van Hulp bij het huishouden. Het VNG-voorspelmodel voorspelde voor Wmo hulp bij het huishouden een stijging van 10 procent in Wmo gebruikers tussen 2024 en 2025. Het gaat hier niet om een voorspelde stijging door het beter promoten van de voorziening, maar door een stijging vanwege toenemende vergrijzing. De voorspelde hoogte van de stijging zien wij niet terug in onze cijfers. We zien namelijk een stijging van 2% in 2025 t.o.v. 2024. Afwijkende cijfers t.o.v. de prognose initiëren dat de prognose afwijkend is
32
4.
geweest voor gemeente Nijmegen. Het bevestigt niet dat er sprake is van daling in behoefte of bereiken van minder inwoners. De daling van het percentage gezinnen dat binnen 14 dagen een eerste gesprek heeft, kent meerdere oorzaken. De belangrijkste verklaringen zijn de verdere groei van basishulp (ten koste van begeleiding), de toename van complexe problematiek (bijv. door ontwikkeling toekomstscenario) en wachttijden bij zorgaanbieders. Er worden dus meer gezinnen geholpen en deze gezinnen ontvangen ook meer basishulp. Ook spelen factoren als ziekteverzuim en verloop een belangrijke rol in de tijdigheid. Vooral in kleinere teams en in piekperioden heeft dit direct invloed op de norm van 14 dagen. Alle teams werken hard aan het tijdig bieden van hulp, onder andere door trajecten af te ronden zodra doelen zijn behaald en bij aanmelding direct te kijken naar passende oplossingen in het gewone leven of voorliggende voorzieningen. Uit feedback van gezinnen blijkt dat gezinnen een wachttijd meestal acceptabel vinden. Gezinnen vinden het vooral belangrijk dat snel duidelijkheid is over de start van de hulp en de betrokken gezinswerker. Deze duidelijkheid wordt veelal binnen een week geboden door de Buurtteams. Daarbij wordt ook regelmatig afgewogen hoe de capaciteit het beste verdeeld kan worden over de teams.
Verder is de norm van 14 dagen in de praktijk geen haalbare en passende graadmeter gebleken voor tijdigheid. Gezinnen kiezen er regelmatig zelf voor om het eerste gesprek later te plannen, omdat dit aansluit bij hun agenda of situatie. Om een realistischer en betekenisvoller beeld te geven over de tijdigheid, worden vanaf 2026 aangepaste normen gebruikt, namelijk: Beschikbaarheid: eerste mogelijkheid tot gesprek binnen maximaal 3 weken, en ervaring van gezinnen: 75% vindt dat hulp snel genoeg start.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
CDA
Papier/pdf / bladzijde: 9
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 11 Vraag: 7.d) 'Het restantkrediet voor Skaeve Huse van 391K te laten vrijvallen' Het college heeft de toezegging gedaan de raad te informeren over een nieuwe locatie voor Skaeve Huse. Waarom valt dit budget nu vrij als er een nieuwe locatie op het oog zou zijn? En waarom is niet verzocht dit budget over te hevelen naar 2026 of 2027? Antwoord: In het verleden heeft de raad middelen vrijgemaakt voor de realisatie van Skaeve Huse . De eerste locatie is gerealiseerd in de Weezenhof. Bij het coalitieakkoord 2014-2018 zijn middelen vrijgemaakt voor een tweede Skaeve Huse in Nijmegen noord. Dit vrij te vallen bedrag is een restant hiervan. Tijdens het jaarrekeningproces is aangegeven, dat de raad het onwenselijk vindt dat programma's investeringsmiddelen over jaarschijven doorzetten. Het meest zuivere is om dit bedrag vrij te laten vallen; Skaeve Huse Noord wordt immers niet gerealiseerd. Er blijven uiteraard ambities om Skaeve Huse te realiseren. Wanneer plannen voor Skaeve Huse op een nieuwe locatie uitgewerkt zijn, wordt een nieuw krediet aangevraagd.
33
Programma:
WWZ
Politieke partij:
D66
Papier/pdf / bladzijde: 64
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 12 Vraag: In de stadsrekening wordt bij het doel ‘Inwoners van Nijmegen kunnen (vrij) zichzelf zijn en worden hierin geaccepteerd’ een voordeel van €0,2 miljoen genoemd, onder meer doordat budget voor het VN-verdrag handicap en een deel van het subsidiebudget voor inclusie niet is gebruikt. Waarom zijn deze middelen in 2025 niet besteed en gaat het hierbij om eenmalige of structurele oorzaken? Antwoord: Diversiteit, acceptatie en inclusie kent verschillende subsidiebudgetten. Een aantal daarvan is met kleine bedragen onderschreden optellend tot een totaalbedrag van een kleine € 0,1 miljoen: lhbtiq+ (22K), infrastructuur migranten (26K), mensen met een migratieachtergrond (20K) etc. Het zijn geen structurele onderschrijdingen. Verder wordt € 0,1 miljoen veroorzaakt door het niet volledig uitgeven van het budget VN Verdrag (zie antwoord vraag volgnummer 6).
Programma:
WWZ
Politieke partij:
D66
Papier/pdf / bladzijde: 51
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 13 Vraag: Op pagina 51 wordt beschreven dat er is geïnvesteerd in het opzetten van collectief aanbod en het eerste groepsgerichte aanbod is gestart. Hoeveel mensen hebben er gebruik gemaakt van het collectieve aanbod? Is er iets te zeggen over de aantallen die vanuit het collectieve aanbod toch nog individuele hulp nodig hadden? Antwoord: In 2025 hebben ongeveer 180 kinderen en ouders gebruik gemaakt van het collectieve aanbod van de Buurtteams. De Buurtteams zetten de collectieve basishulp in voor gezinnen die zich hebben gemeld bij de Buurtteams. Zodoende loopt individuele- en collectieve basishulp vaak naast elkaar. Wij hebben op dit moment geen data over de samenloop met individuele basishulp. De inschatting van de Buurtteams is dat individuele trajecten korter en/of minder intensief zijn omdat ouders/kinderen veel leren binnen het collectieve traject.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
D66
Papier/pdf / bladzijde: 50
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 14 Vraag: Op pagina 50 wordt beschreven dat er een bezuiniging is voorbereid op jeugdwelzijnswerk. Is er in deze voorbereiding een inschatting van de impact van deze bezuinigingen gemaakt? Met een bijbehorende risicoanalyse van de bezuinigingen? En welke mitigerende maatregelen worden er genomen?
34
Antwoord: Wij hebben de bezuiniging van 150.000 euro laten landen door drie JGZ subsidies (Brede school ondersteuningsteam/jeugdarts, kijk op kleintjes/lichte hulp, attentiewijken) nu te bundelen en het totaalbedrag dus te verminderen. Hierdoor krijgt de GGD meer slagkracht en ruimte om voor de meest kwetsbare inwoners het goede te doen en voor andere inwoners andere keuzes te maken. JGZ mag schuiven in het besteden van het budget tussen de drie deelgebieden. (budget is nu totaal Euro 385.632) Dit past bij de lijn die door JGZ verder zelf ook wordt ingezet, differentiatie in het aanbod van JGZ. Niet voor iedereen hetzelfde aanbieden en uitvoeren. Ook is JGZ zelf al bezig om ander activiteiten zoals vaccinaties van volwassenen en jeugd te bundelen, waardoor meer efficiëntie bereikt wordt. Hierdoor heeft JGZ uiteindelijk minder budget nodig. Daardoor is het effect van de oorspronkelijke bezuiniging ook niet per definitie negatief voor inwoners. Er worden alleen scherpere keuzes gemaakt. Dit past bij de visie om verschillend te investeren voor gelijke kansen.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
D66
Papier/pdf / bladzijde: 70
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 15 Vraag: Op pagina 70 is zichtbaar dat het aantal huishoudens dat gebruik maakt van 5 of meer gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein afgelopen jaren gestegen is. Is er een verklaring voor deze toename? Is er een analyse van de betreffende regelingen? En zitten hier veel voorkomende combinaties in? En is er wel één aanspreekpunt voor de huishoudens? Antwoord: De verklaring voor deze toename is niet bekend, wel is aannemelijk dat ook de forse groei van Nijmegen hier een rol in speelt. Er is nog geen analyse van de combinaties van deze regelingen bekend. Afhankelijk van welke regelingen er gebruik wordt gemaakt, is er wel of geen sprake van één aanspreekpunt. Wanneer het Buurtteam of het Regieteam betrokken is, is er wel één aanspreekpunt geregeld. Wanneer een huishouden bijvoorbeeld gebruik maakt van 5 of meer regelingen binnen alleen de Participatiewet is er niet altijd sprake van één aanspreekpunt (hier wordt wel aan gewerkt). Binnen de Doorbraakaanpak wordt momenteel uitvoering gegeven aan het amendement ‘Door(breekaan)pakken!’ Hierin probeert het doorbraakteam deze grotere groep, die gebruik maakt van 5 of meer gemeentelijke regelingen over de domeinen heen, outreachend te bereiken.
Met als doel deze Nijmeegse huishoudens proactief te helpen en ondersteunen buiten de standaard regels en werkwijze en dus op een manier die beter past bij de unieke situatie van deze huishoudens. De aanname is dat het bij een deel van deze doelgroep efficiënter, met meer regie en met lagere kosten kan. Deze aanpak heeft mede als doel om meer beeld van deze doelgroep te krijgen om zo uiteindelijk wel tot een analyse te kunnen komen van vooral de veelvoorkomende combinaties van regelingen. Dit is zeer waardevolle informatie om deze huishoudens sneller en efficiënter te kunnen helpen. In de uitvoering van het amendement staat ook het leren centraal. Echter merken we nu in de uitvoering van het amendement dat we hierin nog (te) beperkt zijn; omdat we deze huishoudens op adresniveau in kaart moeten brengen (om deze huishoudens outreachend via de meest betrokken professional te kunnen benaderen) er juridisch gezien maar één grondslag is om dit als gemeente te mogen doen. 35
Uitleg: In dit deel van de Doorbraakaanpak wordt gewerkt vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat betekent dat de gegevens van mensen met schulden eerst worden uitgewisseld met de andere regelingen, zodat de inwoners met meerdere regelingen, waarvan er sowieso één regeling uit schuldhulpverlening komt, naar boven komen. De grondslag om dit te doen is gelegen is artikel 8d van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit specifieke wetsartikel biedt de mogelijkheid om, met schuldhulpverlening als uitgangspunt, casuïstiek zo integraal mogelijk op te pakken. Andere wetten zoals de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet kennen niet van zulke bepalingen. Dit betekent in de praktijk dat er een groot deel van de doelgroep die gebruik maakt van 5 of meer regelingen buiten beeld blijft, er zijn immers huishoudens die wel gebruik maken van 5 of meer regelingen maar waarbij geen regeling uit de schuldhulpverlening komt. Om deze huishoudens ook in beeld te krijgen zou naast de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ook de Participatiewet als uitganspunt genomen moeten worden. Hier liggen nog uitdagingen en kansen voor ons als gemeente.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
VVD
Papier/pdf / bladzijde: 11-12
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 16 Vraag: Bij Wmo begeleiding en dagbesteding ontstaat een nadeel van € 4,1 miljoen, terwijl in de begroting rekening werd gehouden met een daling van het aantal cliënten. Kan het college aangeven waarom de verwachte daling in 2025 nog niet zichtbaar is geworden? Antwoord: In 2025 liep de pilot Ontwikkelingsgerichte dagbesteding als beschikkingsvrije voorziening nog. Er zijn in dat jaar nabetalingen geweest over de subsidie van de pilot voor jaar 2024. De reden is een toename in cliënten/dagdelen wat heeft gezorgd voor een overschrijding van de initiële subsidie voor 2024. Hierdoor is op dagbesteding in 2025 een nadeel van 0,6 miljoen gerealiseerd. Het percentage inwoners dat hulp krijgt van Buurtteams Volwassenen – in plaats van geindiceerde begeleiding was begroot op 70%. Dit percentage is de afgelopen flink gestegen, maar bleef in 2025 bij een realisatie van 66%. Met de uitvoeringsagenda duurzame Jeugdhulp en Wmo-begeleiding zetten in op het verder vergroten van het aandeel van Buurtteams Volwassenen.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
VVD
Papier/pdf / bladzijde: p. 11-12
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 17 Vraag: Wanneer verwacht het college dat de uitvoeringsagenda duurzame jeugdhulp en Wmo begeleiding financieel effect heeft? Welk structureel risico resteert voor 2026 en verder? Antwoord: In de Uitvoeringsagenda Duurzame Jeugdhulp en Wmo-begeleiding is aangegeven dat in 2026 een besparing van € 3 tot 5 miljoen wordt verwacht op ambulante jeugdhulp (taakstelling is € 6 miljoen) en € 3 tot 6 ton op Wmobegeleiding (taakstelling bedraagt € 1,2 miljoen). Er blijven echter risico’s bestaan, met name door complexe 36
casuïstiek, die moeilijk is te prognosticeren en vaak intensieve zorginzet vergt, en mogelijke aanvullende investeringen in onder andere de sociale basis en de doorontwikkeling van de Buurtteams. Dit kan het nettoresultaat van de taakstelling negatief beïnvloeden. Een uitgebreide analyse van de voortgang van de uitvoering van de uitvoeringsagenda vindt separaat plaats via een halfjaarlijkse rapportage aan de gemeenteraad. De uitvoeringsagenda heeft in 2025 al financieel effect gehad. Op ambulante jeugdhulp is € 1,7 miljoen bespaard (hierbij is rekening gehouden met tariefstijgingen). Voor Wmo-begeleiding verwachten we dat vanaf 2026 financieel resultaat als gevolg van de agenda zichtbaar wordt.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
VVD
Papier/pdf / bladzijde: p. 12
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 18 Vraag: Wanneer verwacht het college dat de aanpak Wonen Eerst leidt tot een lagere druk op de maatschappelijke opvang? Welke indicatoren gebruikt het college om dat effect te meten? Antwoord: Het college gebruikt hiervoor de GGD monitor van Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang die inzicht geeft aantallen en duur van opvang, alsook gemeente van herkomst en naar welke type huisvesting of voorziening iemand uitstroomt. Verder wordt de data van de buitenslaperslijst uit de periode van winteropvang benut. Rondom 20230 willen we weer een ETHOS- telling organiseren. Of de toe-of afname een gevolg is van de aanpak Wonen Eerst wordt getoetst door monitoring van de effecten van de lokale uitvoeringsplannen dak- en thuisloosheid en het aantal gerealiseerde woonoplossingen zoals bijvoorbeeld Housing First en Wonen Eerst voor jong volwassenen. We nemen hier ook de resultaten van de door Groene Metropool Regio vastgestelde woonbehoefteonderzoek mee dat in de trend tot 2026 een groeiend percentage woningtekort constateert. Wanneer het effect van Wonen Eerst merkbaar is, is moeilijk voorspelbaar omdat we landelijk en dus ook in onze regio een toename van dak- en thuisloosheid zien als gevolg van landelijke (bijvoorbeeld wooncrisis) en mondiale ontwikkelingen (bijvoorbeeld vluchtelingen als gevolg van oorlogen).
Zonder de invloed van onvoorspelbare landelijke en mondiale factoren is er vanaf 2028 een afname van druk op de maatschappelijke opvang te verwachten.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
Partij van de Dieren
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 19 Vraag: Het college verstrekte subsidie aan stichting Hertenkamp de Goffert voor beheer en dierenwelzijn. Is deze subsidie structureel geborgd, en op welke normen voor dierenwelzijn werd de stichting gecontroleerd in 2025? Antwoord: De gemeente heeft een beheerovereenkomst met stichting Kinderboerderij/ Hertenkamp ‘de Goffert’. De stichting dient te voldoen aan eisen van dierenwelzijn conform de NVWA (Nederlandse Voedsel en Waren
37
Autoriteit). Zij controleren steekproefsgewijs. In de begroting is structureel een subsidie gereserveerd. De stichting vraagt jaarlijks een subsidie aan voor een bijdrage in de exploitatie van het beheer van de kinderboerderij. De gemeente beoordeelt deze aanvraag jaarlijks. Er vindt twee keer per jaar een overleg plaats en er dient een rapportage en een jaarrekening te worden overlegd. De volgelgriep die heeft plaatsgevonden is uitgebreid besproken en geëvalueerd met het bestuur van de stichting.
Programma:
WWZ
Politieke partij:
Partij van de Dieren
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 20 Vraag: De agenda noemt "aandacht voor dieren in kwetsbare huishoudens" als speerpunt. Hoeveel meldingen of casussen zijn er in 2025 geregistreerd? Antwoord: We houden geen cijfers of registers bij van (het aantal) meldingen of casussen.
Programma Werk en Inkomen Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 12
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 1 Vraag: “De uitstroom van SW-medewerkers door natuurlijk verloop heeft de afgelopen jaren versneld plaatsgevonden.” Er is een voordeel hierdoor ontstaan. Vraag: In hoeverre hebben we zicht op het aantal sw-medewerkers dat het komend jaar, of de komende jaren uit zal stromen? In hoeverre wordt er begroot op de vergrootte uitstroom? Antwoord: Een deel van de uitstroom uit de SW is voorspelbaar: situaties waarin bijv. pensionering (een zekere einddatum van het dienstverband) en zeer langdurige ziekte (naderen van twee jaar Ziektewet, waarna meestal arbeidsongeschiktheid volgt) aan de orde zijn. Uitstroomfactoren zoals overlijden en verhuizing zijn niet voorspelbaar. De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Rijk van Nijmegen voert de SW voor de 7 regiogemeenten uit. De MGR stelt jaarlijks de begroting voor het onderdeel SW bij op basis van de nieuwste realisatiecijfers en inzichten (verwachte uitstroom, te behalen omzet, kostprijs, ziekteverzuim etc.). In de begroting houdt de MGR dus ook rekening met de verwachte uitstroom van SW-medewerkers vanwege pensioneringen. Daarnaast 38
wordt een verwachte uitstroom ‘overig’ geraamd; daar zit een onzekerheid in. Wij volgen als gemeente de MGRbegroting en constateren dat er sinds 2023 geen aanvullende middelen vanuit de gemeenten nodig zijn om de SW-begroting sluitend te krijgen. Als gevolg van de versnelde uitstroom blijken de rijksbudgetten met de omzet die SW-medewerkers behalen voldoende te zijn om de kosten te compenseren.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 73
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 2 Vraag: Het rijk stelt impulsbudgetten beschikbaar aan gemeenten voor de versterking van de sociale infrastructuur. “Helaas zijn we er in 2025 nog niet in geslaagd om hierin grote stappen te zetten met werkbedrijf”. Vraag: welke stappen zijn wel gezet en waarom lukt het niet om stappen te zetten? Antwoord: In 2025 hebben de gemeenten met de MGR/WerkBedrijf bepaald op welke onderdelen van de dienstverlening (diagnosestelling, begeleiding, ontwikkeling) we een impuls wilden geven aan het verbeteren van de arbeidsmogelijkheden van de groep kandidaten met een meervoudige arbeidsbelemmering. Er zijn diverse versies van plannen besproken waar geen consensus over ontstond. In de tweede helft van 2025 bereikten we inhoudelijk overeenstemming, maar bleek de begroting niet sluitend. Bij de Kaderbrief 2027 van de MGR (eind 2025) is de inhoudelijke lijn bevestigd en hebben we de voorwaarde gesteld een sluitende begroting op de Impulsbudgetten te willen zien in de begroting van de MGR voor 2027-2023. Ook hebben we afspraken rond periodieke monitoring en een evaluatie in 2028 afgesproken met de MGR. In de begroting 2027-2030 en bijstelling begroting 2026 van de MGR (die in juni a.s. voorligt bij de raad) is het Plan Impuls Werkontwikkeling bijgevoegd en zijn de verwachte lasten en baten voor de Impulsgelden opgenomen.
Gemeenten wordt verzocht de Impulsgelden met terugwerkende kracht vanaf 2025 over te hevelen naar de MGR. Overigens ontvangt de centrumgemeente de Impulsbudgetten van het rijk voor de arbeidsmarktregio.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 76
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 3 Vraag: “door deze geldlessen weten deze jongeren beter hoe ze geldzorgen kunnen voorkomen, maar ook dat ze om hulp kunnen vragen als ze beginnende schulden hebben.” Welke concrete hulp kunnen jongeren krijgen als ze beginnende schulden hebben? Antwoord: Er zijn meerdere vormen van hulp die deze jongeren kunnen krijgen. 1. Ze krijgen hulp bij het maken van betalingsafspraken met schuldeisers en vastelastenpartners; 2. Ze kunnen hulp krijgen via een doorbraakbudget of een fonds om de schuld direct af te betalen; 3. Ze krijgen hulp bij het op orde brengen van de financiële administratie en het overzichtelijk maken van de inkomsten en uitgaven en op deze manier onnodige uitgaven stopzetten; 4. Ze kunnen een meerdaagse groepstraining krijgen over geld om verder te kunnen oefenen; 5. Ze kunnen hulp krijgen bij het aanvragen van toeslagen en gemeentelijke regelingen; 39
6.
Als de jongere in korte tijd niet in staat is om de eigen financiën te organiseren, kan de jongere onder budgetbeheer, budgetcoaching of bewind komen.
In Nijmegen zijn gespecialiseerde hulpverleners voor jongeren en geldzorgen actief die deze taken oppakken. Zij werken (grotendeels) alleen met jongeren en kennen de doelgroep en de uitdagingen goed.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 82
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 3 Vraag: Waardoor is er onderbesteding geweest op de aanpak jeugdwerkgelegenheid? Is er al beleid vastgesteld voor wat er na het project jeugdwerkgelegenheid gaat gebeuren? Kan de € 300.000 daarvoor worden overgeheveld? Antwoord: De aanpak jeugdwerkgelegenheid is onderdeel geworden van het nieuwe programma Jongeren van school naar duurzaam werk geworden. Hierdoor zijn afgelopen jaar geen nieuwe projecten van start gegaan en zijn projecten afgerond waardoor er minder uitgaven gedaan dan van tevoren begroot waren. De middelen Jeugdwerkgelegenheid zijn voor het eerst ontvangen naar aanleiding van de Coronacrisis en waren niet structureel van aard. Destijds hebben wij een meerjarenbegroting opgesteld en zijn de middelen meermaals overgeheveld. Omdat er nu een nieuwe structuur komt met het programma Jongeren van school naar werk met daarbij nieuwe middelen valt de 300.000 in 2025 vrij.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
PvdA
Papier/pdf / bladzijde: 82
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 4 Vraag: Wat is de aard van de nabetalingen van de studietoeslag? Waarom was dit niet al inbegroot? Antwoord: Dit is niet te begroten. We hebben al jaren een oplopend tekort door een hoger aantal aanvragen per jaar en de nabetalingen (wettelijk recht). Studietoeslag is onderdeel van de algemene Rijksuitkeringen. Wat in de begroting hiervoor is geraamd wordt enkel en alleen geïndexeerd met de SB. Oplossing van het tekort en dus ophoging van de begrote middelen kan als de Raad via de begroting extra middelen toegevoegd.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij
SP
/pdf /:
Webpagina / bladzijde: 12
Volgnummer 5 Vraag: Wat is de reden voor het toegenomen beroep op de studietoeslag?
40
Antwoord: Het gebruik van de studietoeslag is de afgelopen jaren toegenomen door een combinatie van beleidswijzigingen en verbeterde toegankelijkheid. Sinds 1 april 2022 gelden er landelijk vastgestelde minimum bedragen, waardoor de regeling financieel aantrekkelijker en eerlijker is geworden dan voorheen, toen gemeenten de hoogte zelf bepaalden. Dit heeft geleid tot meer aanvragen en toekenningen. Daarnaast is de studietoeslag bekender geworden onder studenten. Ook is de uitvoering vereenvoudigd door duidelijke landelijke regels en handreikingen, waardoor gemeenten de regeling actiever toepassen. Tot slot is er sprake van een groeiende en beter zichtbare doelgroep van studenten met een arbeidsbeperking, voor wie de studietoeslag een belangrijke ondersteuning vormt bij het volgen van onderwijs.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
Volt
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 82
Volgnummer 6 Vraag: “De uitgaven aan bijstandsuitkeringen (PW, IOAW/Z, BBZ levensonderhoud) en BBZ bedrijfskredieten zijn dit jaar toegenomen waardoor de bijstandsbudgetten (BUIG) - net als voorgaande jaren - zijn overschreden. Dit levert een nadelig resultaat op van totaal 6,9 miljoen euro. De toename van de uitgaven aan bijstandsuitkeringen heeft voornamelijk te maken met de stijging van het totale klantenbestand. Ten opzichte van eind 2024 is het klantenbestand toegenomen met 59 klanten (+ 0,84%). Het gemiddelde klantenbestand is in 2025 - ten opzichte van 2024 - toegenomen met 85 klanten (+ 1,22%).” Deze ambitie heeft een begroting van 165 miljoen. Hoe zorgt een toename van het klantenbestand met 1,22% dan tot een nadelig resultaat van 6,9 miljoen en niet meer in de buurt van 1,22% * 165 miljoen =~ 2 miljoen? Antwoord: De begrote lasten van deze ambitie bestaan niet alleen uit BUIG. Onder deze ambitie vallen ook de budgetten voor andere inkomensregelingen, zoals de regelingen voor armoedebestrijding (o.a. bijzondere bijstand), maar ook schuldhulpverlening en studietoeslag. Er is geen directie relatie tussen het begrote BUIG budget en de aantallen klanten met een bijstandsuitkering. De begrote lasten BUIG bestaan uit het Rijksbudget BUIG aangevuld met de extra middelen die de Raad in 2017/2018 aan het programma heeft toegevoegd om de tekorten op BUIG te dempen.
Het Rijksbudget BUIG heeft voor grote gemeenten (> 40.000 inwoners) geen directe relatie met de daadwerkelijke aantallen bijstandsklanten. Het budget wordt objectief bepaald aan de hand van maatstaven (voorbeelden: aantal huishoudens, huishoudsamenstelling, medicijngebruik, zorgkosten, studenten, etc). Maar ook de hoogte van de gerealiseerde uitgaven BUIG hebben niet een volledige 1 op 1-relatie met de aantallen klanten. Er is sprake van een mix van soorten uitkeringen (PW, IOAW/Z en BBZ) en hoogte van normuitkeringen, die afhankelijk is van de samenstelling van het huishouden (alleenstaand, alleenstaand met kinderen, jongeren, etc). Daarnaast vormt ook de loonkostensubsidie onderdeel van BUIG, die niet direct te relateren is aan het aantal klanten met een bijstandsuitkering. Nijmegen heeft sinds de introductie van BUIG in 2015 een tekort ten opzichte van het BUIG-budget. Alleen in het Corona-jaar 2021 was er sprake van een positief resultaat op BUIG, vanwege de extra middelen die het Rijk destijds heeft toegevoegd. Nijmegen is voor BUIG een zogenaamde nadeelgemeente. Nijmegen is één van de landelijke grote gemeenten die een te laag (objectief bepaald) BUIG-budget van het Rijk ontvangt. Het objectief bepaalde budget BUIG pakt voor de gemeente Nijmegen nadelig uit als het afgezet wordt tegen de uitgaven op BUIG.
41
Voor gemeenten met een tekort op BUIG geldt dat zij een beroep kunnen doen op de vangnetregeling Participatiewet. Als je aan de voorwaarden voldoet kan je hier een beroep op doen en wordt een deel van het gerealiseerde tekort -bij een positief besluit van de ‘commissie vangnet Participatiewet’- gecompenseerd. De vangnetuitkering wordt echter pas in het 2e jaar, ná de aanvraag voor het jaar waar de aanvraag betrekking op heeft, uitgekeerd.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
CDA Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 75
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 7 Vraag: Wat is nu de planning voor de huisartsentrainingen? Antwoord: Momenteel hebben we contact met NEO Huisartsenzorg om opnieuw een training voor het signaleren van geldzorgen aan huisartsen aan te bieden. Daarnaast breiden we de doelgroep uit met andere professionals uit de eerstelijnszorg, zoals fysiotherapeuten.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
D66
Papier/pdf / bladzijde: 82
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 8 Vraag: Constaterende dat het percentage werkloze jongeren toeneemt (p. 83). Wat is de reden voor de onderbenutting van 0,3 miljoen euro op het project Aanpak jeugdwerkgelegenheid? En wat zijn alternatieve regelingen waar deze jongeren wel gebruik van kunnen maken? Antwoord: De aanpak jeugdwerkgelegenheid is onderdeel van het nieuwe programma Jongeren van school naar duurzaam werk geworden. Hierdoor zijn afgelopen jaar geen nieuwe projecten van start gegaan en zijn projecten afgerond waardoor er minder uitgaven gedaan dan van tevoren begroot waren. Daarnaast zijn er nog de interventies vanuit Werkbedrijf die worden ingezet om jongeren aan het werk te helpen.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
VVD
Papier/pdf / bladzijde: 83
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 9 Vraag: Kan het college voor de jaren 2021 tot en met 2025 aangeven hoeveel Nijmegenaren een bijstandsuitkering ontvangen en welk deel daarvan langer dan 3 jaar en langer dan 5 jaar in de bijstand zit?
42
Antwoord: In de cijfers zie je het corona-effect goed terug. Op 1-1-2021 was het aantal mensen in de bijstand hoog, door relatief veel instroom in 2020. Daardoor is ook het aandeel “langer dan 5 jaar” lager. En zie je in 2021 (en ook nog een beetje in 2022) de uitstroom (naar werk) veel hoger dan in de latere jaren. De corona-instroom was immers relatief kansrijk en stroomde toen de situatie verbeterde weer uit naar werk. Hoge instroom in 2024 heeft (ook) te maken met een inhaalslag in het huisvesten van statushouders, die allemaal/vaak een bijstandsuitkering krijgen.
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
VVD
Papier/pdf / bladzijde: 83
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 10 Vraag: Kan het college voor de jaren 2021 tot en met 2025 aangeven hoe de jaarlijkse instroom en uitstroom in de bijstand zich ontwikkelt als percentage van het totale bestand? Kan daarbij ook worden uitgesplitst hoeveel uitstroom naar betaald werk plaatsvindt? Antwoord:
In de cijfers zie je het corona-effect goed terug. Op 1-1-2021 was het aantal mensen in de bijstand hoog, door relatief veel instroom in 2020. Daardoor is ook het aandeel “langer dan 5 jaar lager”. En zie je in 2021 (en ook nog een beetje in 2022) de uitstroom (naar werk) veel hoger dan in de latere jaren. De corona-instroom was immers relatief kansrijk en stroomde toen de situatie verbeterde weer uit naar werk. Hoge instroom in 2024 heeft (ook) te maken met een inhaalslag in het huisvesten van statushouders, die allemaal/vaak een bijstandsuitkering krijgen.
43
Programma:
Werk en inkomen
Politieke partij:
VVD
Papier/pdf / bladzijde: 12
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 11 Vraag: Kan het college de ontwikkeling van het bijstandsbestand en het BUIG resultaat in Nijmegen vergelijken met vergelijkbare gemeenten, bijvoorbeeld Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg? Antwoord: Vanwege afspraken met Divosa die de benchmark uitvoert is het niet mogelijk om de cijfers van afzonderlijke gemeenten te verwerken. In 2013 is door de Auditcommissie een set van benchmarksteden vastgesteld die in de Stads- en Wijkmonitor worden gebruikt ter vergelijking met Nijmegen. Deze steden zijn geselecteerd op basis van vergelijkbaarheid: kennisstad, bevolkingsomvang en nabijheid. In 2025 zien we in Nijmegen een sterkere stijging van het aantal bijstandsgerechtigden ten opzichte van de andere kennissteden. We zien dat het aantal bijstandsgerechtigden ten opzichte van januari 2022 met ongeveer 1,5% is gestegen. Nijmegen laat een sterkere stijging zien dan de andere kennissteden. De overige kennissteden dalen gemiddeld ten opzichte van begin 2022 met 3%. Sinds eind 2023 neemt het verschil tussen Nijmegen en de kennissteden toe, doordat Nijmegen een sterke stijging laat zien terwijl de andere steden op een lager en stabieler niveau blijven.
We hebben hier geen sluitende verklaring voor, behalve dat in Nijmegen vanuit historisch perspectief al tientallen jaren sprake is van een relatief hoog beroep op bijstandsuitkeringen in vergelijking met andere kennissteden. Kennissteden: Eindhoven, Groningen, Maastricht, Arnhem, Enschede, Leiden en Tilburg.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 73-84
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 12 Vraag: De Stadsrekening 2025 laat een nadeel zien van € 8,4 miljoen op Buig/Studietoeslag. Kan het college gespecificeerd aangeven welk deel van dit nadeel structureel is en welk deel incidenteel, en welke aannames hierbij zijn gehanteerd voor 2026 en verder? Antwoord: Zowel BUIG als studietoeslag betreft een structureel nadelig resultaat. Sinds de introductie in 2015 van BUIG is het Rijksbudget ontoereikend gebleken om de uitgaven te dekken. Enkel het jaar 2021 leverde een positief resultaat op. Dit had te maken met extra Rijksuitkeringen voor BUIG in het Coronajaar 2021. Nijmegen is een zogenoemde nadeelgemeente BUIG. Het objectief bepaalde rijksbudget blijkt ontoereikend te zijn om de uitgaven BUIG te dekken. Sinds de stelselwijziging van de studietoeslag zien we dat het oorspronkelijke Rijksbudget ontoereikend is om de oplopende uitgaven te dekken. Voor 2026 en verder verwachten we dat het tekort op BUIG en studietoeslag blijft bestaan en dat dit naar verwachting verder oploopt. De uitgebreide vangnetuitkering BUIG zal echter -bij honorering- een dempend
44
effect hebben op het tekort (t+2). De vangnetuitkering vindt plaats in het tweede jaar waar de aanvraag betrekking op heeft.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 73-84
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 13 Vraag: In de toelichting wordt aangegeven dat het bijstandsbestand is gegroeid. Kan het college aangeven welke factoren hier het meest aan hebben bijgedragen (bijv. economische omstandigheden, instroom jongeren, statushouders, alleenstaanden) en hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot eerdere ramingen? Antwoord: In 2025 is het aantal bijstandsgerechtigden in Nijmegen licht gestegen (+1%), volgens de landelijke trend, maar sterker dan in andere vergelijkbare kennissteden. Tegelijk is de instroom in de bijstand duidelijk afgenomen (– 11%), mede door een lagere instroom van statushouders, terwijl de uitstroom nagenoeg gelijk bleef aan vorig jaar en voor 41% uit werk of zelfstandig ondernemerschap bestaat. De samenstelling van de bijstandspopulatie verandert nauwelijks en kent relatief veel ouderen, alleenstaanden en langdurige uitkeringen. Positief is dat de duurzaamheid van de uitstroom naar werk is verbeterd: in 2025 blijft 93% van de uitgestroomde na 12 maanden uit de bijstand (voorlopige cijfers). Landelijke cijfers over uitstroom naar werk vanuit de bijstand onderbouwen wat we in Nijmegen (en de regio) zien in de uitstroom naar werk: de volledige uitstroom naar werk vanuit een bijstandsuitkering neemt af (landelijk van 11,5 % in 2021 naar 7,9% in 2024 en 2025[1]), het aantal parttime plaatsingen neemt toe.
Steeds vaker zien wij inwoners met complexe problematiek en een stapeling van problemen zoals een arbeidsbeperking, schulden, mantelzorgtaken, langdurige bestaansonzekerheid en gezondheidsproblemen. Voor deze mensen is een vacature alleen vaak niet genoeg. Voor hen zijn factoren als een stabiele leefsituatie en passende ondersteuning minstens zo belangrijk. We onderschrijven dat extra inzet op ondersteuning noodzakelijk is. Om die reden kijken we ook uit naar de uitvoering van het Plan Impuls op Werkontwikkeling van het regionaal WerkBedrijf, dat bedoeld is om kwetsbare groepen te ondersteunen op weg naar werk. Dit plan wordt de gemeenteraad apart aangeboden bij de Jaarstukken van de MGR.
Uit: Divosa Jaarrapportage Benchmark Werk en Inkomen 2025 Divosa Benchmark Werk & Inkomen Jaarrapportage 2025 · Divosa Benchmark [1]
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 73-84
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 14 Vraag: De uitstroom uit de bijstand naar werk is in 2025 lager dan in 2024. Kan het college aangeven welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen en welke maatregelen worden ingezet om de uitstroom in 2026 te verbeteren? Antwoord: De groep die nu nog aan de kant staat en begeleid moet worden naar werk, heeft vaak te maken met een multiproblem-situatie: een combinatie van belemmerende psychische, fysieke en/of en sociale/gedrags45
factoren. Die factoren samen maken bemiddeling naar werk lastig. Daarnaast kampen werkgevers in veel sectoren met personeelstekorten en hebben zij om die reden geen ruimte om mensen structureel te begeleiden op de (al dan niet beschutte) werkplek. Om kansen te bieden aan deze groep zetten we de rijksImpulsbudgetten vanaf 2025 in bij WerkBedrijf om meer te kunnen investeren in jobcoaches (op de werkplekken), een diagnosecentrum (om beter te kunnen beoordelen hoe mensen in de praktijk kunnen functioneren) en meer ontwikkelmogelijkheden/-instrumenten (o.a. beschut werk-plekken) voor deze kandidaten.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 73-84
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 15 Vraag: Er is sprake van een voordeel van € 2,7 miljoen bij WSW, arbeidsmatige dagbesteding en participatie. In hoeverre is dit voordeel het gevolg van structurele ontwikkelingen zoals uitstroom door natuurlijk verloop, en wat zijn de gevolgen hiervan voor de beschikbaarheid van beschut werk in Nijmegen? Antwoord: Het voordeel op de Wsw wordt voornamelijk veroorzaakt door de versnelde uitstroom (het natuurlijk verloop door o.a. pensionering) van SW-medewerkers (zie ook antwoord op vraag 1 PvdA over Programma Werk en Inkomen). Het voordelige resultaat op arbeidsmatige dagbesteding en participatie heeft geen relatie met deze SWuitstroom door natuurlijk verloop. Het Participatiebudget kent z’n eigen begrotings-en bekostigingssystematiek (gemeentelijke begroting versus afdracht aan de MGR gebaseerd op model Berenschot). Arbeidsmatige dagbesteding wordt bekostigd uit het Wmo-budget. Beschut werk wordt separaat bekostigd met rijksmiddelen die onderdeel uitmaken van de Integratie-uitkering Participatie (apart Rijksbudget voor Beschut werk). De SW staat dus in die zin los van beschut werk (‘beschut werk nieuw’) onder de Participatiewet.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 47-72
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 16 Vraag: Uit de Stadsrekening blijkt dat circa 28.900 Nijmegenaren gebruikmaken van gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning. Heeft het college inzicht in de omvang van het niet-gebruik van deze regelingen en welke acties zijn in 2025 ondernomen om dit niet-gebruik te verminderen? Antwoord: Het bereik van de regelingen wordt jaarlijks beschreven in de Stads en Wijkmonitor. Zie deze link voor een uitgebreidere toelichting. Het verschilt per regeling hoeveel zicht er is op niet-gebruik. Het bereik van het Kinderfonds (stichting Leergeld) is erg hoog: het aantal huishoudens dat daar gebruik van maakt is zelfs groter dan de doelgroep die het CBS voor deze regeling berekend. Het bereik van de Meedoenregeling is het laagst: ruim twee derde van de mensen die deze regeling zouden mogen gebruiken doen dat (in 2024) niet. Het bereik van het Busvoordeelabonnement 46
is de laatste jaren flink toegenomen. Het bereik van de IIT groeit ook, mede door ambtshalve toekenning. Inwoners worden bij bijvoorbeeld de Stips gewezen op andere regelingen die zij kunnen aanvragen. Dit zijn de regelingen waarvan we de afgelopen jaren hebben ingezet op het tegen gaan van niet-gebruik. Voor de bijzondere bijstand kan geen gewest bereik worden vastgesteld (bedoeld voor bijzondere situaties) en de CAZ is niet voor iedereen de meest logische keuze. Het verhogen van het bereik was één van de belangrijkste speerpunten van het oude beleidskader de Armoede Agenda. De afgelopen jaren is hierop ingezet door onder andere vereenvoudiging van de regelingen, communicatiecampagnes, onderzoek naar het bereiken van bijvoorbeeld werkende armen en ambtshalve verstrekken van de IIT.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 47-72
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 17 Vraag: De individuele inkomenstoeslag en de meedoenregeling worden door een groot aantal inwoners gebruikt. Kan het college aangeven hoe de effectiviteit van deze regelingen wordt gemonitord en in hoeverre zij bijdragen aan participatie en het verminderen van armoede? Antwoord: Het verhogen van het bereik was één van de belangrijkste speerpunten van het oude beleidskader de Armoede Agenda. Uit de Minima-effectrapportage bleek namelijk dat wanneer je gebruik maakt van alle regelingen je rond zou moeten kunnen komen. Voorwaarden die het Nibud hiervoor hanteert zijn wel dat er geen sprake is van schulden en je met geld kan omgaan. Er wordt geen onderzoek gedaan over wat de regelingen doen met een huishouden m.b.t. perspectief of participatie. Met de nieuwe visie Financiële bestaanszekerheid verandert dit. Centraal hierin staan meer ruimte voor maatwerk en het bieden van perspectief. De ontwikkeling richting een maatschappelijk meedoen budget draagt hieraan bij. Daarnaast gaan we zowel kwantitatief als
47
kwalitatieve gegevens monitoren. We richten ons op het bereik en gebruik van de regelingen, maar ook op ervaringen van inwoners; "tellen én vertellen". Daarnaast maken we gebruik van de bestaande monitoringsinstrumenten, zoals de Stads- en wijkmonitor, lokale dashboards, de Armoedescan van het CBS en rapportages uit de uitvoeringspraktijk. Tot slot, in hoeverre armoede in de stad verminderd of wordt vergroot is niet alleen afhankelijk van het gebruik van gemeentelijke regelingen, maar met name van economische ontwikkelingen en Rijksbeleid. Met de oude regelingen konden we vooral "pleisters plakken", het idee achter een maatschappelijk meedoen budget is dat je corrigeert voor een tekortschietend sociaal minimum en deze afstemt op de lokale en individuele situatie van inwoners.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 47-72
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 18 Vraag: Stichting Leergeld ondersteunt een groot aantal kinderen in Nijmegen. Zijn er signalen dat bepaalde groepen kinderen in armoede, zoals jongeren boven de 18 jaar of gezinnen met specifieke achtergronden, nog onvoldoende worden bereikt? Antwoord: Stichting Leergeld richt zich op kinderen en jongeren tot 18 jaar uit gezinnen met beperkte financiële ruimte. Daarmee worden veel kinderen in armoede bereikt. Jongeren vanaf 18 jaar vallen buiten deze ondersteuning. Voor deze groep hebben wij andere inkomensregelingen, zoals de Meedoenregeling en bijzondere bijstand. Voor jongeren met geldzorgen is er een aparte Financieel Expert in de Wijk voor korte trajecten en JUST voor trajecten van 5 maanden en langer. Als er problematische schulden zijn en de jongere heeft veel meegemaakt is er ook het JongerenPerspectiefFonds (JPF). Daarmee kopen we schulden van jongeren af zodat schuldeisers tevreden zijn en jongeren verder kunnen met een studie of (vrijwilligers)werk. Er zijn op dit moment geen concrete signalen dat Stichting Leergeld bepaalde groepen kinderen structureel onvoldoende bereikt. Wel blijven we hier alert op. Via de samenwerking met scholen en maatschappelijke partners als Stichting Leergeld en Bindkracht10 blijven we volgen of kinderen en jongeren uit verschillende wijken, gezinssituaties en achtergronden de ondersteuning weten te vinden.
Programma:
Werk en Inkomen
Politieke partij:
Stadspartij Nijmegen
Papier/pdf / bladzijde: 47-72
Webpagina / bladzijde:
Volgnummer 19 Vraag: In hoeverre leidt vroegsignalering van schulden (onder andere via de Belastingdienst en FEW) daadwerkelijk tot tijdige en duurzame schuldhulpverlening, en op welke wijze wordt het succes van deze aanpak gemeten? Antwoord: In 2025 hebben we 12.645 signalen van betalingsachterstanden ontvangen. Daarvan heeft een team van de Financieel Experts in de Wijk 2.179 opgepakt door middel van huisbezoeken en telefonisch contact, de overige signalen zijn opgepakt met een brief. Daarmee voldoet het college aan het afgesproken aantal opgepakte
48
signalen van 1.800. De contactpogingen vinden binnen een maand nadat het signaal is ontvangen plaats en is daarmee tijdig. Op 1.138 van de 2.179 signalen hebben we contact gekregen met inwoners. Daarvan is 31% in één gesprek geholpen (de zogeheten Quick Fix). Vormen van hulp zijn dan een betalingsregeling, informatie en advies en het maken van een financieel overzicht. 20% is geholpen met een traject wat verspreid is over meerdere gesprekken. Binnen de beantwoordingstermijn is het niet mogelijk een analyse te maken van de duurzame werking van deze aanpak. De pilot met signalen van de belastingdienst loopt nu ongeveer 8 maanden. Het doel is om deze pilot apart te evalueren.
Programma Onderwijs Programma:
Onderwijs
Politieke partij:
SP
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 89
Volgnummer 1 Vraag: Welke functie beoogt de gemeente voor de gebouwen van de Driemaster en het Mondial College? Antwoord: De beoogde functie voor het gebouw de Driemaster is nog niet bekend. Deze wordt nog onderzocht. De beoogde functie voor het Mondial College Leuvensbroek is de nieuwe VO-school ’t Kompas College.
Programma:
Onderwijs
Politieke partij:
Volt
Papier/pdf / bladzijde: Webpagina / bladzijde: pagina 86 Volgnummer 2 Vraag: Bij de uitvoering NPO wordt gesteld dat ‘Tot 1 juli 2025 is er extra geïnvesteerd in de inzet van de schooljongerenwerkers van Bindkracht10.’. Betreft dit de inzet van jongerenwerkers gedurende 4 uur per week op scholen, met een beperkte effectiviteit zoals beschreven in Het Nijmeegse schooljongerenwerk, Youthspot 2023? Indien dit een uitbreiding op deze uren was, welk meetbaar effect is hiervan waargenomen? Antwoord: De inzet van de NPO middelen is in 2022-2023 gebruikt om de inzet van schooljongerenwerk aan te jagen. Daarna is de inzet van schooljongerenwerk gefinancierd uit het plan gelijkwaardige kansen in het onderwijs. Op basis van de aanbevelingen van het rapport Youthspot om meer dan 4 uren in te zetten per school is tijdelijk extra geïnvesteerd van de NPO-middelen met als doel de samenwerkingsstructuur tussen onderwijsprofessionals en jongerenwerk te versterken. Sinds schooljaar 2025-2026 is de inzet van
49
schooljongerenwerk doorontwikkeld naar 12 uur per week op één school. Gevolg van deze doorontwikkkeling is dat op dit moment niet meer alle scholen een jongerenwerker hebben.
Programma:
Onderwijs
Politieke partij:
Volt
Papier/pdf / bladzijde: Webpagina / bladzijde: pagina 86 Volgnummer 3 Vraag: Er wordt gesteld dat er aanbevelingen uit het onderzoek naar discriminatie zijn opgepakt en dat er aan bewustwording wordt gewerkt. Bewustwording alleen zal waarschijnlijk weinig werk verzetten. Welke volgende stappen worden gepland om discriminatie binnen het onderwijs aan te pakken? Antwoord: Wij werken aan een uitvoeringsagenda tegen discriminatie. Op dit moment verwerken wij de reacties van de adviescommissies en na vaststelling van de uitvoeringsagenda wordt deze ook met uw Raad gedeeld. Onderwijs vormt één van de belangrijke onderdelen van deze uitvoeringsagenda. Naast bewustwording zetten wij in op concrete maatregelen, zoals het tegengaan van stagediscriminatie. Dit is ook één van de acties waar de community builder voor wordt ingezet.
Programma:
Onderwijs
Politieke partij:
Volt
Papier/pdf / bladzijde: Webpagina / bladzijde: pagina 88 Volgnummer 4 Vraag: Onder het doel ‘betere digitale geletterheid en basisvaardigheden van volwassenen’ wordt gesteld dat Nederlandse taallessen aan Oekraïnse ontheemden wordt uitgebreid en dat dit desgewenst uitgebreid kan worden naar arbeidsmigranten. Waarom zit er een verschil in het aanbod voor verschillende migrantengroepen? Kan dit breed aan alle migranten en asielzoekers worden aangeboden om de integratie van deze groepen te verbeteren? Antwoord: Dit verschil komt voort uit de herkomst van de middelen waarmee we dit aanbod organiseren en bekostigen. Oekraïense ontheemden zijn geen asielzoekers, niet inburgeringsplichtig en vallen daarom onder andere weten regelgeving. Formeel hebben zij er recht op om deel te nemen aan het reguliere aanbod aan volwasseneducatie dat wij organiseren op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en waarvoor we als arbeidsmarktregio middelen ontvangen vanuit het Rijk. Dat vinden wij niet wenselijk omdat ROC Nijmegen voor dit aanbod al een wachtlijst heeft. In 2025 heeft het Rijk eenmalig de WEB-middelen verhoogd met als doel Oekraïners taalonderwijs aan te bieden. Dat hebben wij gedaan in samenwerking met ROC Nijmegen.
We onderzoeken nu hoe we met resterende middelen uit 2025 in 2026 nog extra taallessen kunnen organiseren zodat per maart 2027, wanneer de huidige opvangregeling van Oekraïners overgaat in de tijdelijke verblijfsstatus, zoveel mogelijk ontheemden de kans hebben gekregen Nederlands te leren, ten einde instroom in de bijstand te voorkomen. De eisen die aan inburgeraars worden gesteld liggen vele malen hoger dan die aan andere (arbeids)migranten. Daarnaast is hebben de meeste Oekraïners in onze regio een baan. Daarom is een breed aanbod aan beide doelgroepen niet passend en niet mogelijk. 50