CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen stadsbegroting 2025-2028

Besluitronde (raadsvergadering) 13 november 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Stadsbegroting 2025-2028 (91/2024)34.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

46

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 134

Vraag: We completeren en versterken het fietsnetwerk, door meer fietsstraten en snelfietsroutes te realiseren en onveilige knelpunten op te lossen. 1. Welke knelpunten zijn onveilig? Graag een opsomming. 2. Welke fietsroutes in Dukenburg en Lindenholt worden versterkt? Antwoord: 1. Binnen de huidige fietsprogrammering werken we aan het oplossen van knelpunten. Daarom investeren we diverse straten in als fietsroutes. Veelal knappen we de routes op en realiseren we fietsstraten. We werken binnen huidige fietsprogrammering aan de volgende fietsroutes: Weurtseweg Thijmstraat Koninginnenlaan Groesbeekseweg Ubbergseweg Het college wil dit jaar aan de slag met een doorkijk voor nieuwe fietsprojecten. Daarvoor voeren we een onderzoek uit naar knelpunten in het fietsnetwerk. Eventuele nieuwe projecten worden integraal meegenomen in de aanpak versnelling mobiliteitstransitie. Vanuit de versnelling van de mobiliteitstransitie werken we overigens ook aan fietsprojecten. De focus ligt hier op het realiseren van ontbrekende schakels in het netwerk (fietsopgaven op bruggen) en het verbeteren van routes, zoals de snelfietsroute VeluweWaalpad (Nijmegen Noord). Komende jaren zijn we ook voornemens de Oostkanaaldijk anders in te richten, zodat je hier prettiger en veilig kan fietsen.

2.In Dukenburg en Lindenholt worden de bestaande wegen via het reguliere programma van beheer en onderhoud onderhouden. In Dukenburg zijn al bijna alle fietspaden geasfalteerd en zijn diverse wegen de afgelopen 15 jaar onderhouden. In Lindenholt zijn de afgelopen 15 jaar in het kader van beheer en onderhoud diverse wegen opgeknapt, bijvoorbeeld: Wijchenseweg, Sint Agnetenweg, Nieuwstadweg, Broekstraat (deels) en alle bochten van de Weijbroekweg, Broekstraat en Ackerbroekweg. In het kader van de ontwikkeling van Winkelsteeg wordt de fietsroute Oostkanaaldijk verbeterd.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 136

Vraag: We zetten ons in voor een hoogwaardig OV netwerk in onze stad, waarbij HOV onze bijzondere aandacht krijgt. Welke reguliere buslijnen blijven over? Antwoord: In 2025 maken we een visie op OV in Nijmegen. Dan gaan we het ook hebben over het lijnennetwerk van, naar en door onze stad. Het schrappen van buslijnen is op dit moment niet aan de orde.

47

Programma

Website

Bereikbaarheid Webpagina / bladzijde: 137

Papier/PDF

Vraag: Kapotte weg- en stoepdelen repareren we. Als verharding van een weg geheel versleten is, wordt deze vervangen. Hoeveel meldingen zijn er geweest over kapotte, niet onderhouden weg- en stoepdelen? Antwoord: In 2023 zijn er 198 Meld&herstelmeldingen binnengekomen in de categorie ‘Wegen, paden & pleinen’. In 2024 zijn dat er t/m september 306 meldingen. Het aantal meldingen neemt dus flink toe.

Programma

Website

Bereikbaarheid Webpagina / bladzijde: 137

Papier/PDF

Vraag: We beheren en onderhouden de infrastructuur op basis van meerjarige programma's. We geven hiervoor ook opdrachten aan derden: aannemers, Dar, etc. 1. Onderhoud fietspaden, voetpaden. Graag een overzicht van het onderhoud en het financiële plaatje. 2. Wanneer staat onderhoud LIndenholt en Dukenburg gepland? Antwoord: Voor 2024 zijn dit de bedragen die besteed worden aan integraal beheer (ibor) en herstraten na werkzaamheden aan kabels en leidingen (k+l), per stadsdeel: Stadsdeel

ibor

k+l

totaal

centrum

125.000

25.000

150.000

oost

425.000

25.000

450.000

midden

225.000

25.000

250.000

zuid

150.000

100.000

250.000

oud-west

100.000

100.000

200.000

nieuw-west

100.000

100.000

200.000

lindenholt

175.000

25.000

200.000

dukenburg

200.000

200.000

400.000

noord

200.000

200.000

1.700.000 600.000 2.300.000 Onderhoud aan fiets- en voetpaden in Lindenholt en Dukenburg staan doorlopend ingepland, net als in de andere stadsdelen.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 146

Vraag: Vanuit de reguliere middelen voor het onderhoud van de openbare ruimte, zijn er wijkbudgetten beschikbaar gesteld voor de participatie van bewoners. Deze middelen worden gebruikt voor bewonersinitiatieven waarmee speeltuinen, moestuinen en vaak ook groene plekken worden toegevoegd aan de stad. Dit zijn de extra’s voor de openbare ruimte waarmee een mogelijkheid bestaat om deze te stoppen. 1. Wat betekent het korten wijkbudgetten voor het werk van de wijkregisseurs fysiek? 2. Vervalt daarmee de mandatering voor inzet van deze gelden? Wat betekent dit voor participatie van bewoners? Kunnen zij dan geen enkele wens meer (laten) invullen?

48

Antwoord: 1.Het werk van de wijkregisseurs zal maar beperkt beïnvloed worden, het werk van de projectmedewerkers die zich juist voor een groot deel van hun tijd met deze werkzaamheden bezighouden zal wel sterk beïnvloed worden. Mogelijk valt 50% van het werk van de projectmedewerkers hiermee weg. 2.Indien het budget geheel vervalt verdwijnt de mandatering, als de budgetten deels blijven bestaan blijft de mandatering intact. Het vervallen of deels verdwijnen van de wijkbudgetten betekent dat er minder tot geen mogelijkheden zijn tot participatie van bewoners als Stadsbeheer geen alternatieve financieringsbronnen vindt.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 146

Vraag: Lagere beeldkwaliteit met betrekking tot onkruid op verharding Er wordt een inschatting gemaakt van 10% jaarlijkse kostenbesparing. Korte termijn. Hoeveel meer gaat dat kosten op de langere termijn? (Het gaat ten koste van de technische levensduur plus vaker groot onderhoud plegen) Antwoord: De exacte kosten voor de lange termijn zijn thans niet bekend. Het is van belang om een uitgebreide kostenbatenanalyse te maken die rekening houdt met de verwachte lange termijn kosten versus de korte termijn besparingen. Studies naar infrastructureel beheer laten namelijk zien dat uitgestelde of verwaarloosde preventieve maatregelen uiteindelijk leiden tot hogere kosten op lange termijn. Geschat wordt dat verwaarlozing van regulier onderhoud op de lange termijn leidt tot een stijging van de totale kosten met 2030%. Dit komt doordat schade aan bijvoorbeeld wegen en verhardingen exponentieel toeneemt zodra het beginstadium van verslechtering is bereikt. Voorbeelden van nadelen en kosten die kunnen optreden op de langere termijn: 1. Snellere verslechtering van en structurele schade aan verhardingen, die de technische levensduur kunnen verkorten. Groot onderhoud of zelfs volledige vervanging zal eerder nodig zijn. 2.

Verhoogde onderhoudsfrequentie: Slechte beheersing van onkruid kan ertoe leiden dat het probleem steeds erger wordt, waardoor er vaker ingrijpend onderhoud nodig zal zijn om de schade te herstellen. 3. Verminderde veiligheid en toegankelijkheid: Onkruid op verhardingen kan gladheid veroorzaken en zorgen voor obstakels op trottoirs en fietspaden. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties voor voetgangers en fietsers. Slechte toegankelijkheid kan ook juridische en financiële aansprakelijkheid met zich meebrengen. 4. Esthetische verslechtering van de openbare ruimte: Deze impact kan het woongenot en de aantrekkelijkheid van de stad verminderen voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Mogelijke waardervermindering van onroerend goed.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 147

Vraag: De meest gebruikte vorm van deelvervoer is de OV-fiets (12,6%). Op de tweede, derde en vierde plaats staan deelauto’s (4,5%), deelscooters (3,8%) en elektrische deelfietsen (3,5%). 1. Rechtvaardigen deze cijfers het verder uitbreiden van deelmobiliteit? Wat is het streefcijfer van college? 2. Wat is het effect op aanbod en betaalbaarheid van deelvervoer als de gemeente niet inzet op uitbreiding?

49

Antwoord: 1. Het gebruik van deelmobiliteit verschilt sterk per doelgroep. De bron voor deze indicator is de tweejaarlijkse Burgerpeiling. Najaar 2023 hebben we de vragen over deelvervoer voor het eerst in de Burgerpeiling opgenomen. Eind 2023 hebben we ook vragen uitgezet via ons Stadspanel. Daarin gaf aan dat 27% gebruik maakt van de OV-fiets. In totaal maakt 42% van het Stadspanel wel eens gebruik van deelvervoer. Dit laat zeker zien dat deelmobiliteit een grotere groep aan kan spreken en het is bovendien een belangrijk onderdeel in de mobiliteitstransitie. In de Aanpak Deelmobiliteit 2024-2028 wordt ook een doel gesteld dat 50% van de inwoners van Nijmegen in de toekomst af en toe gebruik maakt van deelvervoer. 2. Als de gemeente geen middelen beschikbaar stelt voor het aanbod van deelvervoer, betekent dat dat de markt op hun voorwaarden opereert. Dus alleen aanbod bieden op plekken waar er veel gebruik van wordt gemaakt, tegen een prijs waarmee de business case rond kan worden gemaakt. Daarnaast betekent het dat bewoners en bedrijven niet ondersteund worden in eigen initiatieven op het gebied van vervoer delen. Kortom, er zal er niet voor elke Nijmegenaar een passende mogelijkheid zijn om in de buurt en betaalbaar gebruik te kunnen maken van deelvervoer.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 138

Vraag: De zin over transitie is te lezen als; de transitie naar scheepvaart stimuleren wij. Ik vermoed dat hiermee stimulering van zero-emissie scheepvaart wordt bedoeld. Zo ja, wat zijn de mogelijkheden dit te stimuleren als gemeente? Zo nee, waarom willen we scheepvaart stimuleren als dit vervuiling oplevert? Antwoord: Gemeente Nijmegen stimuleert zowel de modal shift (van weg naar water) als de transitie naar een zero-emissie binnenvaart. In ons uitvoeringsprogramma op weg naar een gezonde luchtkwaliteit zijn 8 maatregelen opgenomen die deze transitie naar een schone binnenvaart stimuleren. Een voorbeeld van deze maatregelen zijn het mogelijk maken van een batterijcontainer en een waterstofcontainer tankstation op het Engie-terrein. Hier kunnen schepen in de toekomst van energiebron wisselen waarmee zero-emissie gevaren kan worden. Een ander voorbeeld is dat we momenteel al korting geven op de haven- en overslaggelden voor schepen in bezit van een Greenaward.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 138

Vraag: Hier staat bestrijden vóór voorkomen bij het beleid op overlast gevende dieren. Reflecteert dit de in de richtlijnen vastgelegde gewenste volgorde? Antwoord: Nee, wij volgen in dezen de geldende regelgeving, die de voorkeur geeft aan preventie boven bestrijding. Onze aanpak is er dan ook op gericht om plagen primair te voorkomen in plaats van te bestrijden en bestrijding wordt alleen worden ingezet wanneer preventieve maatregelen onvoldoende effectief blijken te zijn.

50

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 140

Vraag: Er wordt hier gerept over het stimuleren van water gerelateerde bedrijvigheid. Zijn hier ook richtlijnen bij opgesteld met betrekking tot milieu-impact en duurzaamheid van de aangetrokken bedrijven? Zo ja, welke? Antwoord: Te vestigen bedrijven dienen zich uiteraard te houden aan bestaande richtlijnen, milieunormen en bestemmingsplan vereisten. Echter als wij als gemeente geen eigenaar zijn van de betreffende gronden kunnen er geen dwingende aanvullende eisen worden gesteld. In geval wij als gemeente eigenaar zijn van de gronden, is en worden er wel aanvullende eisen gesteld wat betreft milieu impact en het nemen van duurzame maatregelen. Recent heeft een selectie plaatsgevonden voor een nieuwe erfpachter van een watergebonden kavel. Er moest onder meer worden aangegeven: • mate waarin uitwerking is gegeven aan de energietransitie in zowel het bedrijfsproces als de fysieke bedrijfsomgeving, op basis van de volgende onderdelen: o Toepassen van niet-fossiele brandstoffen in kader van energietransitie o Het benutten van daken voor zonnepanelen o Gasloos bouwen (tenzij noodzakelijk voor het productieproces) o Uitwisseling van restwarmte en elektriciteit binnen het terrein en directe omgeving Het reserveren van ruimte voor bijvoorbeeld (elektrische) oplaadpunten, waterstoftanken, batterij/voorzieningen t.b.v. opslaan elektriciteit.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 142

Vraag: Waaruit bestaan de lasten voor parkeren onder punt 2.2 in de getoonde tabel? Kunt u een uitsplitsing geven van deze lasten? Antwoord: De lasten onder 2.2 parkeren bestaan uit: • Electriciteit • Huur Marienburg, Molepoortdak, fietsenkelder Molenstraat, AFAC locatie houthof • Inhuur kosten bezetting VMC, Parkeergarages en fiestenstallingen • Vastgoed beheerkosten • Fietsafhandelcentrale AFAC • Onderhoud en beheer alle parkeervoorzieningen en parkeerapparatuur • Inhuur kosten Parkeerhandhaving • Onderhoud en beheer alle ICT voorzieningen tbv de dienstverlening en netwerken • Onderhoud en beheer Park en Ride • Onderhoud en beheer binnenstadsafsluiting • Onderhoud en beheer alle fietsenstallingen en tijdelijke fietsenstallingen Kapitaallasten investeringen parkeerapparatuur , binnenstadsafsluiting, fietsenrekken, gebouwen parkeergarages en fietsenstallingen .

51

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 146

Vraag: Er wordt hier een bezuinigingsmaatregel genoemd mbt onkruidbestrijding. Er wordt een schatting gemaakt van het te verwachten voordeel, maar niet van het te verwachten nadeel, te weten hogere kosten op de lange termijn, kunt u van deze kosten ook een schatting van geven? Antwoord: De exacte kosten voor de lange termijn zijn thans niet bekend. Het is van belang om een uitgebreide kostenbatenanalyse te maken die rekening houdt met de verwachte lange termijn kosten versus de korte termijn besparingen. Studies naar infrastructureel beheer laten namelijk zien dat uitgestelde of verwaarloosde preventieve maatregelen uiteindelijk leiden tot hogere kosten op lange termijn. Geschat wordt dat verwaarlozing van regulier onderhoud op de lange termijn leidt tot een stijging van de totale kosten met 2030%. Dit komt doordat schade aan bijvoorbeeld wegen en verhardingen exponentieel toeneemt zodra het beginstadium van verslechtering is bereikt. Voorbeelden van nadelen en kosten die kunnen optreden op de langere termijn: 1. Snellere verslechtering van en structurele schade aan verhardingen, die de technische levensduur kunnen verkorten. Groot onderhoud of zelfs volledige vervanging zal eerder nodig zijn. 2.

Verhoogde onderhoudsfrequentie: Slechte beheersing van onkruid kan ertoe leiden dat het probleem steeds erger wordt, waardoor er vaker ingrijpend onderhoud nodig zal zijn om de schade te herstellen. 3. Verminderde veiligheid en toegankelijkheid: Onkruid op verhardingen kan gladheid veroorzaken en zorgen voor obstakels op trottoirs en fietspaden. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties voor voetgangers en fietsers. Slechte toegankelijkheid kan ook juridische en financiële aansprakelijkheid met zich meebrengen. 4. Esthetische verslechtering van de openbare ruimte: Deze impact kan het woongenot en de aantrekkelijkheid van de stad verminderen voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Mogelijke waardervermindering van onroerend goed. 5. Milieukosten: Op de lange termijn kan verwaarloosd onderhoud leiden tot noodzakelijk gebruik van agressieve, chemische methoden, met negatieve gevolgen voor het milieu en de biodiversiteit.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 147

Vraag: Er wordt gesteld dat de auto’s op naam van bedrijven niet worden meegeteld. Betekent dit ook dat auto’s van particulieren die wonen in Nijmegen en gebruik maken van een leaseauto niet zijn meegenomen in het bovenstaande aantal? Zo ja, is er een inschatting te maken van de vertekening die dit geeft voor het aantal auto’s dat in Nijmegen rijdt? Antwoord: Het klopt dat leasevoertuigen in het bezit van particulieren die wonen in Nijmegen elders ingeschreven kunnen staan. Hierdoor is het onmogelijk om deze mee te nemen in de scan van het geregistreerd wagenpark. Momenteel zijn we bezig om een schatting te maken van hoe groot dit aandeel zou kunnen zijn. Echter is er weinig data beschikbaar waardoor we enkel een grove schatting kunnen maken. Deze schatting is wél belangrijk omdat, naast een groter wagenpark in absoluut aantal, leasevoertuigen bovengemiddeld vaak elektrisch zijn.

52

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Pdf pag. 144

Vraag: Het college kiest er voor om de opbrengsten kortparkeren te verhogen. Wat levert het op om de jaarlijkse parkeervergunningen met de helft te verhogen. Antwoord: Dit levert ca 300k - 350k op. Je gaat namelijk in een groot deel van de betaald parkeren gebieden van 1 euro naar 1,50 per maand en in het centrum van 4 euro naar 6 euro per maand.

53

Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 162

Vraag: Welke risico’s zijn er verbonden aan de Efficiency dienstverlening ODRN? Antwoord: Het gaat hier om het verbeteren van de efficiency van de dienstverlening bij het uitvoeren van de BRIKS-taken die vanaf 2025 door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Op voorhand een bezuiniging doorvoeren in de verwachting dat er efficiënter gewerkt kan worden levert risico's op voor de kwaliteit van de dienstverlening. Er wordt momenteel een nieuwe organisatie ingericht om de BRIKS-taken vanaf 2025 als gemeente zelf te gaan uitvoeren. De eerste jaren ligt daarbij de focus op het op orde brengen van de basis, het verbeteren van de dienstverlening en het helder krijgen van de gevolgen van de Omgevingswet. Daarna kan gekeken worden naar de mogelijkheden om, bijvoorbeeld via procesoptimalisaties de efficiency verder te verbeteren. Dat zal waarschijnlijk pas vanaf 2027/28 aan de orde zijn.

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 158

Vraag: We zetten erop in dat ouderen die verhuizen naar een kleinere woning geen hogere huur gaan betalen. Woningcorporaties dienen dit zelf te financieren en wij zetten hiervoor in deze SB geen financiële middelen in. Zijn er afspraken gemaakt met woningcorporaties en/of zijn zij voornemens dit ook daadwerkelijk te gaan doen? Antwoord: De corporaties kennen de regeling Van Groot naar Beter. Via deze regeling krijgen senioren voorrang op een meer passende woning. Voor meer informatie over deze regeling verwijzen u onder andere naar https://www.portaal.nl/over-ons/actueel/nieuws/voorrangslabel-van-groot-naar-beter-voor-huurders-inarnhem-en-nijmegen/ en https://www.talis.nl/ik-ben-huurder/over-huren/doorstromen/ De corporaties vragen voor de woning waarnaar de senior verhuist de huur die hoort bij de woning, welke is gebaseerd op het WWS-puntensysteem. Dit zou dus ook een hogere huur kunnen zijn ten opzichte van de woning die de senior achterlaat. Het is dan vaak zo dat de kale huur (d.w.z. de huur sec voor de woning) van de nieuwe woning hoger is, maar dat door lagere energielasten en door toeslagen de maandelijkse lasten uiteindelijk vergelijkbaar zijn. Vanuit de provincie wordt vooralsnog een verhuisvergoeding gegeven, maar dit zal nog maar voor een korte termijn aan de orde zijn. De Van Groot naar Beter- regeling is gekoppeld aan een verhuiscoach.

Deze verhuiscoach wordt vooralsnog gefinancierd door provincie, corporaties en gemeente. De provincie draagt dit jaar nog bij, maar vanaf volgend jaar niet meer. Voor 2025 en verder zijn er met de corporaties nog geen afspraken gemaakt over de verhuiscoach; de bijdrage / inzet vanuit de gemeente hangt af van het uiteindelijke besluit op de stadsbegroting.

54

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 160

Vraag: Laatste alinea over ‘Voorbereidingskosten grondbeleid'. Er wordt 200k geraamd voor deze voorbereidingskosten. Zijn dat structurele lasten toe te wijzen aan het kiezen voor opgavegericht grondbeleid in de Nota Grondbeleid 2024? Antwoord: Deze kosten zijn niet nieuw. Het gaat hier om kosten voor Plannen in Ontwikkeling (zogenaamde PIO’s) die uiteindelijk niet tot een grondexploitatie leiden en waarvoor daarmee geen dekking is. Door aanscherping van de BBV-regelgeving is de huidige dekkingswijze via de grondexploitaties niet langer passend en ligt het voor de hand om dit via de begroting te doen. De keuze voor opgavegericht grondbeleid heeft geen invloed op de hoogte van het bedrag. Als de gemeente meer PIO’s gaat opstarten om haar ambities te realiseren, kan dit mogelijk wel tot meer kosten leiden.

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 234

Vraag: Bij Nieuwe investeringen - Centrumzijde Centraal Station (7 mio). Hier staat: “De provincie weigert zelf nog iets extra's te doen". Wat is de motivatie voor deze weigering? Het risicoprofiel wordt geactiveerd: dat betekent dat bij de volgende MPG het risicoprofiel voor deze concrete ontwikkeling lager zal uitvallen? Antwoord: De provincie is niet bereid de indexatie op haar bijdrage van 35 mln. op zich te nemen omdat ze daarvoor geen ruimte ziet in haar begroting. Dit is bij de start (bo-mirt november 2020) al door hen gecommuniceerd. Het risicoprofiel wordt integraal herzien bij de actualisatie van het MPG. Zekerheid omtrent indexatie heeft een voordelig effect op het risicoprofiel en daarmee is de verwachting dat het risicoprofiel op dit onderdeel inderdaad lager uitvalt.

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 234

Vraag: Dukenburg winkelcentrum en gebiedsaanpak: In de Stadsbegroting 2024 is de investering ontwikkelagenda Dukenburg met 5,2 miljoen euro terug gebracht naar 2 miljoen euro. De raad heeft opgeroepen per motie ‘Dukenburg blijft op de agenda staan’ opgeroepen om bij de Stadsbegroting 2025 de investering in gebiedsontwikkeling rond winkelcentrum Dukenburg weer mee te nemen in de integrale afweging. Moeten wij de Gebiedsaanpak Dukenburg zoals hier beschreven als dusdanig beschouwen? Zo nee, hoe staan de ontwikkelagenda Dukenburg en gebiedsaanpak Dukenburg dan tot elkaar in relatie? Antwoord: In de begroting 2024 was opgenomen dat de middelen ingezet zouden worden voor de ontwikkelingen uit de ontwikkelagenda Dukenburg die binnen de visie voor Kanaalzone Zuid liggen. Specifiek gaat het in de gebiedsaanpak Dukenburg over de cofinanciering van de maatregelen in de openbare ruimten in de directe omgeving van winkelcentrum Dukenburg en een ontsluiting voor Zwanenpark, waarvoor subsidies zijn verleend door het Rijk vanuit het mobiliteitsfonds en vanuit de WBI 6e tranche. Dit sluit aan bij de oproep die de raad bij motie heeft gedaan.

55

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 153

Vraag: Kan de ambitie 30 % sociale huur uitgesplitst worden in de volgende subcategorieën: ● t/m € 650,43 ● € 650,44 t/m € 879,66 Tevens ontvangen wij graag dezelfde uitsplitsing voor het aantal gerealiseerde sociale huurwoningen van de afgelopen 10 jaar. Antwoord: De raad heeft de ambities t.a.v. de prijssegmenten van te realiseren woningen opgenomen in de Nijmeegse Woonagenda. Dit beleid heeft de raad vastgesteld op 2 juli 2024. Daarin is deze uitsplitsing niet gemaakt. Dit is een aanvullende vraag ten opzichte van de Samenwerkingsagenda Wonen 2021 t/m 2025. In samenwerking met de corporaties levert het college via de jaarlijkse monitoringsbrief aan de raad wel al de ontwikkeling van het aantal sociale huurwoningen met daarbij een uitsplitsing van de prijssegmenten binnen de totale voorraad van de sociale huur. In de meest recente monitoringsbrief, die terugkijkt op 2023, blijkt dat de zelfstandige woningen binnen de totale sociale huurvoorraad voor ruim 83% bestaat uit woningen tot aan de 1e aftoppingsgrens. In de monitoringsbrief die terugkijkt op het jaar 2020, is deze verhouding bijna 78%.

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 158

Vraag: Wat is gedurende 2014 – heden (staatje indicatoren) het aantal sociale huurwoningen per 1000 inwoners? Antwoord:

Programma

Website

Wonen en stedelijke ontwikkeling

Papier/PDF

Webpagina 127, https://lias-webpub-nijmegen-bg-

2025.azurewebsites.net/p58966/wat-willen-wekomend-jaar-bereiken

Vraag: 1. Is 30% sociale huur bij nieuwbouw inclusief of exclusief sociale zorgwoningen? Geldt dit ook voor de 25% in de waalsprong? 2. Wordt de minus 5% sociale huurwoningen nieuwbouw in de Waalsprong gecompenseerd elders in de stad om de doelstelling voor nieuwbouw van 30% te halen? Antwoord: 1.

2.

Inclusief, als het gaat om zelfstandige sociale zorgwoningen. Het aantal onzelfstandige sociale zorgwoningen wordt ook gemonitord. In de stadsbegroting is geen norm van 25% sociaal in de Waalsprong opgenomen. Ja, de doelstelling is om op stedelijk niveau minimaal 30% sociale huur bij nieuwbouw te realiseren.

56

Programma Openbare Ruimte Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 183 &185

Vraag: Bij veranderingen in de begroting staan voor de invoering van een brommerverbod voor 2026 –200k, voor 2027 –300k en voor 2028 –400 aanvullende budgetten geraamd. Komt dit dan bovenop al eerder geraamde budgetten en wat is de totale raming van investeringskosten, budgetten en exploitatie van het brommerverbod? Antwoord: Er is een raadsbesluit genomen op 21 december 2022 voor invoering van de zero emissiezone voor brom- en snorfietsen per 1 januari 2028 in de bebouwde kom van Nijmegen en Lent. Exploitatiebudgetten zijn nodig voor realisatie en beheer, waaronder de communicatie en juridische voorbereiding (verkeersbesluiten, onderzoeken, etc.). De benodigde budgetten zijn: € 200.000 (2026), € 300.000 (2027), € 400.000 (2028), € 300.000 (2029), € 200.000 (2030), € 175.000 (2031) en € 175.000 (structureel vanaf 2032). Dit komt bovenop de reeds beschikbare budgetten voor het uitvoeringsprogramma ‘Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit in 2030’. Het benodigde investeringsbudget is al opgenomen in de stadsbegroting (€250.000 uit oorspronkelijk krediet van €1.400.000 plus aanvullend krediet van €560.000).

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 304

Vraag: Wat is de verklaring voor de grote afwijking in de benchmark voor post 7.3 en 7.4 (Afval en Milieubeheer) t.o.v. onze benchmarksteden? Respectievelijk -45 t.o.v. +38, en -93 t.o.v. -44. Antwoord: Het is niet bekend welke kosten- en inkomstenposten het CBS in haar analyse meeneemt die leiden tot de gepresenteerde benchmarkgegevens. De verschillen in 7.3. afval zijn echter te verklaren doordat Nijmegen geen’ vast’ tarief afvalstoffenheffing heeft. De inkomsten uit ‘variabele’ afvalstoffenheffing (i.e. de verkoop van groene en rode restafvalzakken) dekken ca. 23% van de totale afvalbeheerkosten. De overige kosten van het afvalbeheer worden in Nijmegen gedekt uit de algemene middelen, waar dit in andere gemeenten wordt gedekt uit het ‘vast’ tarief afvalstoffenheffing. Voor de post milieubeheer was het niet mogelijk om op deze korte termijn precies uit te zoeken waarin dit verschil zit. Waarschijnlijk hangt het ermee samen dat Nijmegen een stad is met groene ambities en daardoor veel nadruk legt op de milieutaken.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 186

Vraag: Bij de ombuigingsoptie staat onder besparingsprogramma (isolatie woningen alleen met rijksmiddelen uitvoeren: Hierdoor komt ook de aanpak van energiearmoede in het gedrang.

57

a.

Zijn deze rijksmiddelen geoormerkt voor specifieke ingrepen, of kunnen deze vrij besteed worden aan duurzaamheidsingrepen naar het inzicht van de gemeente? In het geval dat dit geld wel geoormerkt is voor specifieke ingrepen, is een deel van dit geld specifiek bedoelt voor woningen met een laag energielabel of voor de aanpak van energiearmoede? Of is die prioritering tot stand gekomen middels het geld wat de gemeente zelf bij legde?

Antwoord: Voor het programma ‘Energie Besparen Woningen Nijmegen’ ontvangt de gemeente vanuit het rijk 2 ‘specifieke uitkeringen’; de SpUk LAI (Lokale aanpak isolatie) en de SpUk energiearmoede. Daarnaast is in de begroting van dit programma uitgegaan van de inzet van gemeentelijke middelen. Mindering van deze gemeentelijke middelen heeft gevolgen voor de aanpak van energiearmoede. Beide uitkeringen van het rijk worden onder voorwaarden verstrekt en zijn daarmee geoormerkt voor specifieke ingrepen. De SpUk LAI middelen worden verstrekt voor de aanpak van slecht geïsoleerde woningen (Label D of lager, of minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen) van huishoudens in energiearmoede of die hier een risico op lopen. Hierbij heeft minimaal 80% van de woningen waarvoor de SpUk LAI middelen worden aangevraagd een WOZ waarde van maximaal € 429.300,- en wordt in alle woningen minimaal 1 isolatie maatregel aangebracht. Deze uitkering kan alleen ingezet worden voor isolatiemaatregelen (vloer, muur, dak, raam) en ventilatiemaatregelen.

Voor de besteding van de SpUk energiearmoede middelen geldt de voorwaarde: ‘… dat deze middelen worden besteed aan ondersteuning van huishoudens (huurders en eigenaar bewoners) met een laag besteedbaar inkomen die te maken hebben met hoge energielasten als gevolg van gestegen energieprijzen in combinatie met de lagere energetische kwaliteit van de woningen.’ Hierbij geldt dat: ‘… elke maatregel die kan helpen de energierekening te verlagen of het energiegebruik in de woning te verminderen kan daarbij worden ingezet.’ Expliciet wordt aangegeven dat het niet is toegestaan om deze middelen als financiële compensatie aan bewoners uit te keren. De SpUk energiearmoede middelen zijn te besteden tot 01-01-2026.Vooralsnog moet vanaf 2026 een extra ondersteuning van huishoudens met energiearmoede uit eigen middelen komen.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 170

Vraag: We onderzoeken nieuwe inzamelmethoden met pilots als de schillenboer en zetten in op inpandige inzameling om de afvalscheiding bij hoogbouw te verbeteren. ● We volgen nieuwe verwerkingstechnieken voor deelstromen, bijvoorbeeld het nascheiden van plastic afval. ● We maken de gescheiden inzameling van afval op basisscholen mogelijk en onderzoeken een uitrol naar middelbare scholen en maatschappelijke organisaties. ● We monitoren de kwaliteit van ingezamelde herbruikbare afvalstromen en zetten acties wijkgericht in ter verbetering van de kwaliteit van gft en plastic+ afval. Wat leveren de nieuwe inzamelmethodes op? Wat is de besparing? Idem voor de andere opsommingspunten. Antwoord: De genoemde activiteiten moeten voor het merendeel nog nader worden uitgewerkt en zullen vervolgens een plek krijgen in het nieuwe afvalbeleidsplan. Dat plan wordt momenteel ontwikkeld en wordt in 2025 aan de 58

raad ter vaststelling aangeboden. De pilot schillenboer loopt wel al langere tijd. Daarbij wordt bij een tweetal galerijflats het GFT met een hoog serviceniveau ingezameld. Het inzamelresultaat van GFT in deze flats is hierdoor ongeveer met een factor 3 toegenomen. In het kader van het nieuwe afvalbeleidsplan willen we in samenwerking met de woningbouwcorporaties onderzoeken of deze inzamelmethode ook op bredere schaal tegen acceptabele kosten ingezet zou kunnen worden. De uitkomsten hiervan landen in het nieuwe afvalbeleidsplan.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde:176

Vraag: We kijken steeds verder vooruit om kostenstijgingen als gevolg van het ouder wordende areaal aan te zien komen. Welk areaal is (sterk) verouderd en zal als eerste aangepakt gaan worden? Antwoord: Het areaal dat het sterkste verouderd is zijn de openbare verlichting en de wegen. Binnen de nota kapitaalgoederen komen we in Q1 van 2025 met een overzicht van de staat van alle kapitaalgoederen.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 180

Vraag: Activiteiten ● We leveren het nieuwe afvalbeleid op en starten met de uitvoering hiervan. Welke acties zijn opgepakt m.b.t. afvalbeleid? Antwoord: Het nieuwe is in ontwikkeling en wordt in 2025 aan de raad ter vaststelling aangeboden. In dit plan zal een scala aan activiteiten en maatregelen worden voorgesteld waar we na vaststelling van het beleidsplan vervolgens uitvoering aan zullen geven.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 184

Vraag: Als we met de drie programma’s hier serieus werk van willen maken, is extra structurele capaciteit nodig. We voorzien in de periode van 2026-2030 hiervoor ongeveer 7 fte nodig te hebben. Wat gaat dit financieel opleveren? Antwoord: De extra capaciteit die hier geclaimd wordt is om invulling te kunnen geven aan de doorontwikkeling van Toezicht en Handhaving. Hiermee volgen we het advies van het bureau AVH wat een benchmarkonderzoek heeft uitgevoerd en een advies heeft opgesteld. Eerder is de Raad over deze noodzakelijke doorontwikkeling geïnformeerd door middel van een raadsbrief d.d. 26 maart 2024. De hier geschetste capaciteitsuitbreiding is bedoeld om de ambitie te realiseren door te groeien van een basisniveau waarin we proactief handhaven naar een optimaal niveau waarin meer ruimte ontstaat om preventief te handhaven. Dit heeft in brede zin uitwerking op de inzet van Toezicht en Handhaving op de programma’s Openbare Ruimte, Mobiliteit en Veiligheid maar laat zich niet uitdrukken in extra baten. Dit 59

laatste is afhankelijk van keuzes (prioriteiten) die in de toekomst worden gemaakt.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 184

Vraag: 1. Hoe vaak worden er nieuwe prijsafspraken (vergoedingen) gemaakt m.b.t. verpakkingsafval? Zijn er tussentijdse wijzigingen mogelijk, of uitzonderingen? 2. Gaan de verhogingen op afvalzakken het tekort inlopen? Antwoord: Ad. 1 De hoogte van de inzamelvergoeding wordt jaarlijks bepaald door stichting Verpact en de VNG. Ad. 2 Met de tariefsverhoging van de diverse afvalzakken wordt het tekort van € 625.000 inderdaad gedekt.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 184

Vraag: We hebben onvoldoende budget om het noodzakelijke onderhoud van de ondergronden van speeltoestellen in de stad uit te kunnen voeren. 1. Was dit al bekend bij het opstellen van BOSS? Voor hoeveel speeltoestellen en dus ondergronden is er geld begroot? 2. Wat kost onderhoud van de ondergronden gemiddeld? Antwoord: 1. Ja, bij het opstellen van het BOSS-kader wisten we dat de aankomende 10 jaar het grootste deel van de speeltoestellen en ondergronden aan het einde van hun levensduur is. Hierdoor ontstond een natuurlijk moment om het bestaande speellandschap in de wijk aan te passen, dat aansluit bij het BOSS-kader. We geven in het BOSS-kader aan dat we, afhankelijk van de beschikbare middelen, van circa 60 speelplekken groen sociale knooppunten (GSK) willen maken, 175 buurtplekken behouden en 25 % van de huidige (391 in 2023) speelplekjes afbouwen naar groene (ontmoetings)plekken zonder speeltoestellen. 2. Jaarlijks hebben we €150.000 beschikbaar. De kosten voor onderhoud van de ondergronden betreffen jaarlijks €300.000, waarvan €150.000 gedekt is door exploitatiekosten. We komen jaarlijks €150.000 te kort. Vanaf de begroting 2025 is structureel €100.000 toevoegd aan het onderhoudsbudget van spelen. Dat betekent dat we nog steeds jaarlijks €50.000 te kort komen.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 186

Vraag: Bij zowel schrappen 1e gratis ophaalbeurt grof restafval, stoppen met assistent wijkvegers, stoppen met subsidiëren Stichting Dagloon; Hoe verhouden de besparingen bij al deze opties zich tot de toename van dumpingen en het verslechteren van de leefbaarheid? Antwoord: Het schrappen van deze activiteiten kan inderdaad leiden tot een toename van (grof) afval in de openbare 60

ruimte en een verslechtering van de leefbaarheid. Dat is in de begrotingstekst ook al benoemd. Of deze effecten zich daadwerkelijk zullen voordoen en in welke omvang, is niet op voorhand aan te geven.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 164

Vraag: In de begroting staat 'We monitoren diverse soortgroepen om goed onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de biodiversiteit van Nijmegen in relatie tot ons beheer en beleid.' Welke soorten worden hiermee bedoeld?; Antwoord: In het monitoringsplan dat op 23 april 2024 aan de gemeenteraad is gestuurd worden de soorten en soortgroepen benoemd in de tabel op pagina 16. Het gaat hier om de prioritering van soortgroepen waar we op in willen zetten.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 173

Vraag: In de begroting staat 'we vinden dat bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen om energie te besparen.' Is er bekend welk aandeel (kleine) bedrijven uit zichzelf de transitie heeft gemaakt naar energieneutraliteit of energiebesparing? Zo ja, hoe veel bedrijven zijn dit?; Is er bekend welke bedrijven van plan is de transitie wil maken in Nijmegen? Zo ja, hoe veel bedrijven zijn dit?; Hoe ver zijn de grote bedrijven, die zich verplicht aan de normen moeten houden, al in de transitie?; Heeft de gemeente al eens een boete moeten opleggen voor overschrijdingen van de normen die wettelijk opgelegd zijn aan grote bedrijven? Zo ja, hoe vaak is dit voorgekomen?; Ligt er een mogelijkheid voor de gemeente om de verantwoordelijkheid van de energietransitie meer de bij de gemeente te leggen middels belastingen, sancties of andere maatregelen? Antwoord: Wij hebben zicht op het totale energieverbruik van bedrijven, zoals te zien is in de jaarlijkse energiemonitor Document Nijmegen - Energiemonitoring 2008-2022, Analyse energieverbruik 2022 en periode 2008-2022 van de gebouwde omgeving - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl). Wat betreft individuele bedrijven, hebben wij zicht op bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen en op kantoorpanden die onder de energielabel C-plicht vallen.

De ODRN rapporteert jaarlijks aan gemeente Nijmegen hoe het staat met de handhaving van beide verplichtingen. Bedrijven met een verbruik groter dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas vallen onder de energiebesparingsplicht. In Nijmegen zijn circa 675 bedrijven die onder deze wetgeving vallen. Meer dan 90% van deze bedrijven zijn inmiddels grondig gecontroleerd inclusief herstelcontroles. Nijmegen heeft 871 panden met een kantoorfunctie. Het grootste deel hiervan heeft de energielabel C-verplichting, die geldt voor kantoren die groter zijn dan 100 m2. Ook hier houdt de ODRN in opdracht van de gemeente Nijmegen toezicht op. In de Lokale Energie Strategie, die wij in november aan uw raad willen aanbieden, gaan wij nader in op de instrumenten die wij als gemeente kunnen inzetten om de energietransitie bij bedrijven te versnellen. Hierbij zal de nadruk liggen op een faciliterende en stimulerende rol. Uit de CO2-prognoses die we hebben laten maken voor Nijmegen ten behoeve van de LES blijkt namelijk dat het overgrote deel van de CO2-reductie bij bedrijven voortkomt uit aan landelijk beleid (wetgeving, financiële prikkels).

61

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 173

Vraag: In de begroting staat 'zelf geven we het goede voorbeeld door onze CO2-footprint te verkleinen.' Op welke manier(en) wordt de voetafdruk door de gemeente verkleind?; Staan de plannen hiervoor in één overzichtelijk document? Zo ja, welke? Antwoord: Op Plan minder CO2 - Gemeente Nijmegen staat een overzicht van de wijze waarop gemeente Nijmegen met behulp van de CO2-prestatieladder de CO2-footprint verkleint.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Webpagina Link webpagina:

https://nijmegen.begroting2025.nl/p59521/bijlage-investeringen-perprogramma PDF bladzijde: 178

Vraag: In de ambities openbare ruimte staat dat we jaarlijks 1000 bomen extra willen bijplanten. In de investeringsagenda (K000347) staat dat we in 2025 en 2026 nog investeren in nieuwe bomen, maar vanaf 2027 niet meer. Hoe valt de ambitie en afspraken in het coalitieakkoord te rijmen met deze investeringsagenda? Hoeveel investeringsruimte is er nodig voor 1000 bomen per jaar? Antwoord: In de Uitvoeringsagenda 2022-2026, behorende bij het Bomenplan Nijmegen, is in eerste instantie ingezet op 625 nieuwe bomen in de stad. Hiervoor is voor de periode 2022-2026 €1 miljoen per jaar ter beschikking gesteld. In het coalitieakkoord is deze ambitie opgeplust naar 1000 bomen per jaar, hiervoor is €1 miljoen extra budget beschikbaar gesteld (tot en met 2025). Na 2026 zijn er nog geen budgetten beschikbaar gesteld. Er zal een nieuwe uitvoeringsagenda opgesteld moeten worden voor de periode 2027-2031. Daarin kunnen we vervolg ambities omschrijven als het gaat om nieuwe bomen in de stad. Het jaarlijks bijplanten van nieuwe bomen is op relatief makkelijke plantplaatsen uitgevoerd (uitgezonderd in de stadsdelen Centrum Oost). Op bestaande grasvelden of beplantingsvakken waar geen kabels en leidingen aanwezig waren en geen verdere onderzoeken nodig waren (archeologie en ooo). Na afronding van deze uitvoeringsagenda zijn deze ‘eenvoudige’ plantlocaties op.

We zouden het liefst bomen willen planten op plekken waar dit het meest nodig is. Versteende straten zonder bomen of met heel weinig bomen. Maar dat vergt veel onderzoek en de ingrepen zijn veelal prijziger. Als voorbeeld noemen we het uitvoeren van parkeeronderzoeken om parkeerplekken op te offeren voor bomen. Ook zijn kabels en leidingen een uitdaging, het verleggen van kabels is prijzig (en kan ook niet altijd). We schatten in dat we 300 nieuwe bomen in de bestaande stad kunnen realiseren waarbij de investering dan rond de €1,5-2 miljoen per jaar ligt. Ook kunnen we binnen dit budget, zoals ook in deze uitvoeringsagenda, blijven investeren in groeiplaatsen van bomen.

Programma

Website

Openbare ruimte

Papier/PDF

Pdf pag. 184

Vraag: Het college wil de prijzen van de afvalzakken verhogen. Met hoeveel precies per type zak Antwoord: Het voorstel is om tarieven als volgt aan te passen: 62

Groene restafvalzak: van € 1,09 naar € 1,20 Rode restafvalzak: van € 0,69 naar € 0,75 Plastic+-zak: van € 0,05 naar € 0,15

Programma Openbare ruimte / Sport Programma

Website

Openbare ruimte / Sport Webpagina / bladzijde:

Papier/PDF

Vraag: In de begroting is duidelijk terug te vinden hoeveel we aan georganiseerde sport (faciliteiten en programmering) uitgeven, maar ik zou dat willen afzetten tegen wat we uitgeven aan bewegen in de openbare ruimte (beweegroutes, speeltuinen, skateparken, calisthenics …). Deze uitgaven lijken “verstopt” te zitten in Ambitie 20 (Groen, gezond en vitale omgeving) en komt terug op verschillende niveaus (programma begroting, onderhoud kapitaal goederen en investeringen). Hoeveel geven we uit aan spelen en bewegen (in de openbare ruimte) en hoeveel daarvan wordt besteed aan onderhoud/vervanging en aanleg van nieuwe plekken? Antwoord: De wijkspeeltuinen (6 stuks) kosten bij elkaar ca. € 300.000. Hiervan gaat € 42.000 naar het onderhoud van de gebouwen en hekwerken, € 29.000 naar de toestellen en terreininrichting, € 15.000 naar de terreinhuur Genestetlaan en € 16.000 aan belastingen. In de exploitatie zijn voor spelen en bewegen in de openbare Ruimte (vanuit de afdeling Stadsbeheer) de volgende budgetten opgenomen: Exploitatie (onderhoud en Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot kapitaallasten) 2024 2025 2026 2027 2028 Werkbudget

541.352

644.064

644.064

644.064

644.064

Kapitaallasten

256.656

443.545

580.475

637.885

681.964

798.008

1.087.609

1.224.539

1.281.949

1.326.028

In de begroting zijn ten aanzien van Spelen en bewegen de onderstaande investeringsbudgetten opgenomen:

Investeringen

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Vervanging speelvoorzieningen

875.000

150.000

275.000

250.000

Beweegvriendelijke omgeving Realisatie van sport/ontmoetingsruimte voor jongeren/jeugd in NijmegenNoord Opknappen / upgraden huidige skateplekken

786.000

400.000

400.000

400.000

550.000

675.000

650.000

Begroot 2028

250.000 400.000 2.311.000

0 63

Programma Cultuur en Cultureel erfgoed Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde:

Vraag: Over het aanvullend krediet Schouwburg zoals benoemd in de stadsbegroting. Het bestaande krediet bedraagt €24,7 mln. Volgens de laatste berekeningen moet daar €15,5 mln bij. Ik begrijp dat er inschattingen gemaakt worden die met meer inzichten bijgesteld moeten worden. Maar ruim 60% ernaast zitten klinkt erg hoog. 1. Wat heeft er voor gezorgd dat deze toename zodanig hoog is? 2. Is er te laag ingeschat aan het begin? Zoja, wat is de oorzaak hiervan? 3. Welke maatregelen zijn mogelijk om het krediet te verlagen?

Antwoord: 1. In renovatieprojecten van Rijksmonumenten zoals de Stadsschouwburg kennen ramingen in de voorfase nog een grote mate van onzekerheid, omdat de daadwerkelijke situatie pas bekend wordt als tot diep in installaties en constructie kan worden gekeken. De raming uit maart 2021 waarop het bestaande krediet van € 27.215.000,- is geënt, is gebaseerd op de toekomstvisie: het Masterplan Plek in de stad waarin de kerndoelen voor de verbouwing zijn beschreven. In de Stadsbegroting 2023 zijn door uw raad middelen beschikbaar gesteld voor de renovatie van de Stadsschouwburg volgens het Masterplan Plek in de stad. We zijn anno nu drie jaar verder en hebben specifieker inzicht in het gebouw. In de tussenliggende fase zijn de kerndoelen uit de visie vertaald in een programma van eisen waaruit het structuurontwerp met ontwerpoplossingen is ontstaan. Het aanvullend krediet is gebaseerd op een planconcept, het structuurontwerp. In het programma van eisen is het vigerende beleid (zowel landelijk als gemeentelijk) opgenomen. Er zijn geen nieuwe richtingen uitgewerkt. Wel zijn de hoofddoelstellingen uit het Masterplan verder onderzocht en beschreven door o.a. adviezen van externe partijen en gesprekken met stakeholders. Bij nadere inspectie bleken de installaties bijvoorbeeld compleet vervangen te moeten worden.

Hierdoor zijn ook meer constructieve maatregelen nodig, omdat dit aanpassing van o.a. leidingen, kanalen en plafondconstructie nodig maakt. Daarnaast hebben we net als in alle bouwprojecten te maken met kostenstijgingen (veroorzaakt door de enorme prijsstijgingen van de afgelopen jaren op o.a. materiaal, energie, personeel en adviseurs waaronder de architect, constructeur en installatieadviseur). In de budgetraming uit 2021 is een beperkte indexering opgenomen van 2% per jaar. Volgens de CBS Statline index voor bouwkosten komt indexering in de periode 2021-2023 op 31,48%, wat heel veel hoger is dan verwacht kon worden tijdens de budgetraming. Ook hebben we te maken met een prijsstijging van de bijkomende kosten, waaronder honoraria architect, constructeur, installatieadviseur etc. Het gaat hierbij om een prijsstijging van 8,8% in periode 2021-2023 op basis van de Statline index commerciële dienstverlening. Ook zijn de duurzaamheidseisen en toegankelijkheidseisen aangescherpt (zowel landelijk als gemeentelijk). Een en ander is ook toegelicht in de raadsinformatiebrief van 16 april 2024 ( Brief aan de raad Invullingsvoorstel krediet fase 2 renovatie Stadsschouwburg )en tijdens het werkbezoek van 15 mei 2024.

64

2.

Bij de eerste raming in 2021 is gebruik gemaakt van algemene kengetallen gebaseerd op zaken die op dat moment bekend waren. Inmiddels hebben we specifieker inzicht in het gebouw, waaronder de installaties en constructie. De situatie van de installaties is minder gunstig dan was ingeschat. Daarnaast houden we in deze fase rekening met een post onvoorzien van 10%. Dat is gebruikelijk bij start uitvoering in soortgelijke renovatieprojecten. Echter, we zijn nog niet bij de uitvoering. In deze fase is een post onvoorzien van 10% aan de scherpe kant. 3.

De verbouwing van de Stadsschouwburg is een integrale opgave waarbij de grootschalige vervanging en renovatiewerkzaamheden nauw met elkaar samenhangen. Dit betekent dat het maken van keuzes om kosten te besparen, bijvoorbeeld het enkel vervangen van de installaties, niet mogelijk is. De installaties zijn op en moeten vervangen worden. Voor de nieuwe installaties én om te voldoen aan de duurzaamheidseisen, moet het gebouw ook geïsoleerd en gerenoveerd worden. Ook raken de ontwerpoplossingen verschillende doelen uit het Masterplan. In het structuurontwerp zit bijvoorbeeld een nieuwe artiesteningang aan de achterzijde van het gebouw. Deze uitbreiding raakt meerdere kerndoelen uit het masterplan, te weten het verbeteren van alle artiestenvoorzieningen, de gebouwlogistiek en de Arbo omstandigheden en het vergroten van de toegankelijkheid. 65

Een continu proces is het zoeken naar optimalisaties in het plan. We verkennen momenteel of het noodzakelijk is alle theaterzaalstoelen te vervangen en zo niet wat dit kan betekenen voor de kosten. Ook denken we na over fasering, bijvoorbeeld het voegwerk van de toneeltoren. Daarnaast zetten we in op het aantrekken van externe financiering in de vorm van subsidies en fondsen. Het alternatief is stoppen of ernstig versoberen. In beide gevallen betekent het dat de schouwburg vanaf september 2025 het pand uit moet, zonder zicht op een nieuwe exploitatie. Daarnaast kost stoppen of ernstige versobering ook geld van het bestaande krediet, dat dan niet naar een verbeterd gebouw gaat, maar naar buitengebruikstellingen, mogelijke schadevergoedingen en in geval van versobering een aanpassing van het Masterplan en programma van eisen, het opnieuw aanbesteden of openbreken van contracten, een nieuw ontwerptraject en daarmee dus vertraging. En aangezien de installaties hoe dan ook vervangen moeten worden is het dan niet zeker of het mogelijk is het pand geschikt te maken voor gebruik door de schouwburg. De volgende zaken spelen daarbij een rol: De schouwburg is ruim 60 jaar oud en huist in een iconisch rijksmonument waaraan de gebreken steeds meer toenemen. Om het gebouw aan een volgende generatie mee te kunnen geven moet het up to date zijn en in gebruik blijven.

Het maken van keuzes om kosten te besparen is slechts zeer beperkt mogelijk, omdat de installaties vervangen moeten worden en daar veel constructieve ingrepen mee samenhangen. Voor de nieuwe installaties én om te voldoen aan duurzaamheids- en subsidie eisen moet het gebouw ook geïsoleerd en gerenoveerd worden.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 194

Vraag: In de Stadsbegroting valt te lezen: Eén van onze partners is de stichting Nachtburgemeester Nijmegen die wij ondersteunen voor het jaar 2025. In de Stadsbegroting staat vermeld dat de stichting Nachtburgemeester Nijmegen ondersteuning ontvangt voor het jaar 2025. Kunt u toelichten of er specifiek budget is gereserveerd voor de uitvoering van de taken van de Nachtburgemeester en het behalen van de doelen van de nachtvisie? En zo ja, welk bedrag is hiervoor begroot? Antwoord: Er is een subsidie verleend voor 2024 en 2025 (€ 22.296 in 2024 en €16.704 in 2025). Hier is niet specifiek een bedrag voor begroot, maar het wordt betaald uit het budget Infrastructuur en Overige.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 200

Vraag: In de 2e alinea ‘afstoten locaties bibliotheek’ staat globaal het volgende. De bibliotheek heeft 2 filialen Muntweg en Hatert . Deze kunnen verkocht worden en elders nieuwe gevestigd. Ook kan ervoor gekozen helemaal geen nieuwe vestiging te realiseren (en dan wel in te zetten op een nieuwe vestiging in Noord en Dukenburg). Dit zou nog steeds een aanvaardbare spreiding van bibliotheekfuncties geven. Daarover de volgende vragen: Hoezo is sluiting van deze 2 genoemde filialen en hervestiging elders kostenbesparend? Ligt daar een concept plan en haalbaarheidsanalyse aan ten grondslag? 66

-

Volgens welke maatstaven is het aanvaardbaar om deze 2 filialen te sluiten en nog steeds een aanvaardbare spreiding van bibliotheekfuncties te hebben? Over welke bibliotheekfuncties, van educatief tot maatschappelijk, hebben het dan?

Antwoord: Dit zijn mogelijke ombuigingen die momenteel niet aan de orde zijn. Het zijn denkrichtingen waarlangs je kan bezuinigen. We hebben dit niet verder uitgewerkt. Het sluiten van 2 vestigingen levert kostenvermindering op, omdat dan de huisvestingslasten wegvallen en ook minder personele inzet nodig is.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 201

Vraag: Voor de bibliotheek is slechts 1 indicator opgenomen: het aantal leden. Terwijl de bibliotheek duidelijk een bredere functie heeft dan haar eigen leden bedienen. Over welke andere kwantitatieve indicatoren beschikt de gemeente om te toetsen hoe de bibliotheek zich ontwikkelt? Antwoord: Met de bibliotheek hebben we een hele set aan indicatoren afgesproken waarop zij verantwoorden. Deze indicatoren maken onderdeel uit van de prestatieafspraken die wij gemaakt hebben met de bibliotheek. Het gaat naast aantallen leden ook over aanbod van andere activiteiten. Op de website van OBGZ zijn deze kengetallen te vinden. nijmegen_algemeen.pdf (obgz.nl)

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 232

Vraag: De hogere investering voor Schouwburg is hier onderbouwd en telt op tot 17 miljoen. Het aanvullend krediet is 15,5 miljoen. Betekent dit dat er een raming voor 1,5 miljoen aan aanvullende subsidies ligt? Met andere woorden: kan dit verschil verklaard worden? Antwoord: De raming als onderlegger voor het aanvullend krediet is gebaseerd op een planconcept, het structuurontwerp, en telt op tot 17 miljoen. In deze fase achten wij een aanvullend krediet van 15,5 miljoen noodzakelijk om de volgende redenen: We weten dat er mogelijkheden zijn om de investering in de renovatie deels door subsidies gedekt te krijgen. Voor de meeste subsidies geldt dat we daarvoor verder in het proces moeten zijn met zicht op realisatie (fase omgevingsvergunning). Het goede nieuws is dat de DUMAVA-subsidie inmiddels is toegekend. De Stadsschouwburg maakt onderdeel uit van het Stationsdistrict en is strategisch gelegen aan het Keizer Karelplein, de Nassausingel en Van Scheack Mathonsingel. De gebiedsvisie voor het stationsdisctrict ligt ter besluitvorming voor. De ruimte om de Stadsschouwburg heen, is openbaar toegankelijk. Het is van belang voor het Stationsdistrict dat het ontwerp van de buitenruimte goed wordt ingepast en integraal wordt uitgewerkt. Dit betekent o.a. een scopewijziging.

Om deze redenen verkennen we het onderbrengen van het ontwerpen en (gefaseerd) uitvoeren van de buitenruimte in de grondexploitatie van het Stationsdistrict.

67

-

-

Een continu proces is het zoeken naar optimalisaties in het plan. We verkennen momenteel of het noodzakelijk is alle stoelen te vervangen en zo niet wat dit kan betekenen voor de kosten. Ook denken we na over fasering, bijvoorbeeld het voegwerk van de toneeltoren. Na het structuurontwerp volgen de fasen van het voorlopig ontwerp, het definitief ontwerp en het technisch ontwerp alvorens de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het plan wordt gedurende de fases gedetailleerder uitgewerkt en de nadruk op ontwerpen verschuift naar het technisch uitwerken van het plan. Bij elke fase hoort een raming welke steeds concreter wordt. Ook worden gedurende de fases de risico’s bijgesteld. Dit heeft invloed op de ramingen in de verschillende fases.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina 214, https://lias-webpub-nijmegen-bg-

2025.azurewebsites.net/p59095/nieuweinvesteringen

Vraag: Betreffende extra bedrag voor de stadsschouwburg. 1. Zijn er onvoorziene noodzakelijke kosten en wat zijn de redenen van niet voorzien? 2. Is er een onderzoek gedaan en zo ja, welke, naar bezuinigingen binnen het gereserveerde budget voor verbouwing en schrappen en/of aanpassen van plannen? 3. Wat zijn aanwijsbare gevolgen van deze extra investering voor toewijzing gelden voor overige culturele organisaties en nieuwe initiatieven in de stad? Antwoord: 1. Ja. Niet voorzien was dat de installaties volledig vervangen moeten worden. In 2021 is deels uitgegaan van groot onderhoud en hergebruik. Bij nadere inspectie bleken de installaties bijvoorbeeld compleet vervangen te moeten worden. Hierdoor zijn ook meer constructieve maatregelen nodig, omdat dit aanpassing van o.a. leidingen, kanalen en plafondconstructie nodig maakt. Ook was niet voorzien in de enorme kostenstijgingen. In de raming van 2021 is een indexering van 2% per jaar opgenomen. Volgens de CBS statline index ligt deze op 31,48% tussen 2021 en 2023, wat veel hoger is dan tijdens de raming in 2021 te verwachten viel. Voor de adviseurs gaat het om een prijsstijging van 8,8% in periode 2021-2023 op basis van de Statline index commerciële dienstverlening. 2.

Er is onderzoek gedaan naar mogelijke bezuinigingen, maar onder andere doordat het gebouw 60 jaar oud is en waaraan de gebreken steeds meer toenemen, er sprake is van achterstallig onderhoud, de installaties moeten worden vervangen en daar veel constructieve ingrepen mee samenhangen, de toegankelijkheid drastisch moet worden verbeterd en voor de nieuwe installaties én om te voldoen aan de duurzaamheidsen subsidie eisen het gebouw geïsoleerd en gerenoveerd moet worden, zijn er nauwelijks mogelijkheden om ingrepen uit te stellen of niet te doen. Het structuurontwerp zoals dat er nu ligt is de ontwerpvertaling van de kerndoelen uit het Masterplan, waarvoor door uw raad in de Stadsbegroting 2023 middelen beschikbaar zijn gesteld. De verbouwing van de Stadsschouwburg is een integrale opgave waarbij de grootschalige vervanging en renovatiewerkzaamheden nauw met elkaar samenhangen. Hiermee wordt bedoeld dat bijna elke ontwerpoplossing in het structuurontwerp meerdere kerndoelen uit het Masterplan raakt. Het gevolg hiervan is dat het maken van keuzes om kosten te besparen, bijvoorbeeld het enkel vervangen van de installaties, niet mogelijk is. Een continu proces is en blijft het zoeken naar optimalisaties in het plan. We verkennen momenteel of het noodzakelijk is alle stoelen te vervangen en zo niet wat dit kan betekenen voor de kosten.

Ook denken we na over fasering, bijvoorbeeld het voegwerk van de toneeltoren.

68

3.

Het krediet past binnen de investeringsruimte die er is binnen de gemeente Nijmegen. Er liggen vanuit andere culturele organisaties geen concrete bouwplannen klaar. Dit heeft geen gevolgen voor de overige culturele organisaties en nieuwe initiatieven in de stad.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina 214, https://lias-webpub-nijmegen-bg-

2025.azurewebsites.net/p59095/nieuweinvesteringen

Vraag: 1. Bezuinigingen op bibliotheken, filialen zoals locatie Muntweg en op scholen. Is de inzet om voor centralisatie van voorzieningen te zorgen in plaats van spreiding over de wijken? 2. Wat zijn de meerkosten als deze verspreide kleinschalige voorziening behouden blijft naast de grote bibliotheken in Noord/zuid/centrum? Antwoord: Dit zijn mogelijke ombuigingen die momenteel niet aan de orde zijn. Het zijn denkrichtingen waarlangs je kan bezuinigen. We hebben dit niet verder uitgewerkt. Het sluiten van een locatie verlaagt de kosten van huisvesting en personeel en daarmee wordt ook de subsidiebehoefte lager.

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 201

Vraag: Er worden bezoekersaantallen van de Bastei en het Valkhof museum gegeven voor 2023, kunnen wij ook een uitsplitsing krijgen voor de vijf jaar daarvoor? Antwoord:

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 178

Vraag: Hier wordt genoemd dat er samenwerking wordt gezocht met de Bastei, terwijl we verderop kunnen lezen dat er een korting op de subsidie voor deze instelling is opgenomen in de begroting. Wordt de Bastei financieel gecompenseerd voor deze beoogde samenwerking? Zo ja, waar vind ik dit terug in de begroting? Antwoord: Er is geen sprake van een korting op de subsidie. We hebben de subsidie aan De Bastei vanaf 2023 structureel verhoogd met € 400.000. In eerste instantie hebben we dit enkel voor 2023 en 2024 verwerkt in de begroting. Hierdoor staat het subsidiebudget Bastei vanaf 2025 nog niet goed weergegeven. De subsidieverlening voor 2025 en verder moet nog plaatsvinden. De subsidie aan De Bastei blijft de komende jaren op het niveau van 2024. We verwerken dit zo snel als mogelijk in de begroting.

69

Programma

Website

Cultuur en cultureel erfgoed

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 226

Vraag: Op deze pagina wordt twee keer de renovatie van het valkhofkwartier genoemd. Is er van deze investeringen een deel bestemd voor het Valkhof museum? Zo ja kunt u inzicht geven in de bedragen die hiervoor zijn gereserveerd? Antwoord: Nee er zijn geen bedragen gereserveerd voor het Valkhof Museum. Het gaat alleen over aanpassingen in het Valkhofkwartier, zoals het plein, park etc., niet zijnde het museumgebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c06ac063-51c9-451e-8c66-931710286f46