CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen stadsbegroting 2025-2028

Besluitronde (raadsvergadering) 13 november 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Stadsbegroting 2025-2028 (91/2024)34.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

24

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: Wat willen we komend jaar

bereiken? | Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 87

Vraag: Hoeveel plekken zijn momenteel beschikbaar in de maatschappelijke opvang, hoeveel (tijdelijke) extra plekken wenst het college te realiseren en hoe verhouden deze getallen zich tot het totale aantal geschatte dak- en thuislozen in Nijmegen? Antwoord: Er zijn ongeveer 120 plekken in de maatschappelijke opvang in Nijmegen, dit zijn zowel eerste opvangplekken als maatwerkvoorzieningen. Deze plekken zijn vrijwel permanent bezet. Het college heeft nog geen uitgewerkte voornemens om het aantal plekken uit te breiden. Doel van het beleid op beschermd wonen en maatschappelijke opvang is vooralsnog om de maatschappelijke opvang niet uit te breiden maar in te zetten op herstel, (doorstroom) en preventie. Het aantal dak- en thuisloze mensen in Nijmegen is vele malen hoger dan het aantal plekken in de maatschappelijke opvang. Niet alle dak- en thuisloze mensen vallen onder de doelgroep die aanspraak maakt op een MO-indicatie. Er wordt door de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (belegd bij de GGD) bijvoorbeeld beoordeeld op psychische problematiek en (gebrek aan) zelfredzaamheid. Het primaire punt bij thuisloze mensen is dat ze geen eigen woning hebben, waardoor ze niet per definitie tot de MO doelgroep behoren.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: Wat willen we komend jaar

bereiken? | Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 87

Vraag: Hoeveel zou het kosten om evenveel plekken in de maatschappelijke opvang te realiseren als het aantal daken thuislozen in Nijmegen (zie vraag 1)? Antwoord: Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden omdat er geen eenheidstarief is voor maatschappelijke opvang. Dit is ook sterk afhankelijk van het soort huisvesting en het soort begeleiding dat mensen krijgen en nodig hebben. Denk aan intensieve begeleiding voor mensen met psychiatrische- en verslavingsproblematiek versus mensen die dit niet hebben. Het aantal dak- en thuisloze mensen in Nijmegen is vele malen hoger dan het aantal plekken in de maatschappelijke opvang. Niet alle dak- en thuisloze mensen vallen onder de doelgroep die aanspraak maakt op een MO-indicatie. Er wordt door de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (belegd bij de GGD) bijvoorbeeld beoordeeld op psychische problematiek en (gebrek aan) zelfredzaamheid. Het primaire punt bij thuisloze mensen is dat ze geen eigen woning hebben, waardoor ze niet per definitie tot de MO doelgroep behoren.

25

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: Wat willen we komend jaar

bereiken? | Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 87

Vraag: Waar worden de middelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid aan uitgegeven? Antwoord: : Voor de uitvoering van het actieplan dak- en thuisloosheid wordt jaarlijks € 1.490.026 beschikbaar gesteld aan de centrumgemeente Nijmegen via een decentralisatie-uitkering van het gemeentefonds. In de regiobegroting voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn middelen opgenomen voor het opstellen van het regionale plan van aanpak dak- en thuisloosheid. Deze middelen zijn ingezet voor de uitvoering van de ETHOS-Light telling, voor de aanstelling van een projectleider voor het Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid, voor het aannemen van een straathulpcoach (2025) en het resterende deel van de middelen wordt aangewend voor de continuering van maatschappelijke opvangvoorzieningen in Nijmegen.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 82

Vraag: In de tekst over bestedingsruimtes staat “Er is overigens wel een risico dat we deze doelstelling in 2025 nog niet realiseren in verband met het te lopen proces.” Welke doelstelling wordt hier specifiek bedoeld? Het behalen van de bezuiniging of het realiseren van de investeringen in het voorliggend aanbod? Antwoord: Met het instellen van bestedingsruimtes wordt beoogd een beweging op gang te brengen waardoor minder geïndiceerde zorg nodig is doordat hulpvragen in toenemende mate voorliggend kunnen worden opgepakt. Aan dit doel is in de stadsbegroting een financiële taakstelling gekoppeld. De bestedingsruimtes vormen een belangrijk onderdeel van de aanpak, maar deze zal bestaan uit meerdere, samenhangende en elkaar versterkende maatregelen. Deze maatregelen zullen verschillende startmomenten hebben, terwijl andere reeds in uitvoering zijn: de bestedingsruimtes begeleiding jeugd zijn al sinds vorig jaar in werking getreden. We zullen ons maximaal inspannen om de ingeboekte bezuiniging te realiseren door een zo spoedig mogelijke (en tegelijkertijd zorgvuldige) implementatie van de benodigde maatregelen. Op pagina 8 van onze brief aan uw raad (d.d.

17 september 2024) over de contouren van het implementatieplan taakstellende bestedingsruimtes ambulante jeugdhulp en ambulante Wmo-begeleiding hebben we de domeinen benoemd waarop maatregelen noodzakelijk zijn (van communicatie tot en met klantbejegening die redelijk en billijk is). Het opzetten en starten van het totaal aan maatregelen kost tijd, waardoor we op 1 januari 2025 met minder maatregelen kunnen sturen dan verderop in het jaar. Dit vormt een risico voor de realisatie van de taakstelling in 2025.

26

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 82

Vraag: Hoeveel groei van de caseload van jeugdteams buurt & gezin wordt er verwacht met het instellen van de bestedingsruimtes op jeugdhulp? Antwoord: De bestedingsruimtes jeugdhulp omvatten vier zorgvormen: dagbehandeling en dagbesteding, begeleiding, jeugd-GGZ en behandeling jeugd & opvoedhulp. De aanpak op begeleiding loopt nu ruim 1,5 jaar; de consequenties van de aanpak zijn daarmee goed voorspelbaar en worden verwerkt in de jaarlijkse inhoudelijke en financiële afspraken die we met Buurtteams Jeugd en Gezin (BJG) maken. De taakstellende bezuinigingen betreffen niet alleen bestedingsruimtes maar ook maatregelen om alternatieven voor geïndiceerde zorg te creëren voor de andere drie zorgvormen. Die alternatieven zullen deels door BJG uitgevoerd worden, maar wellicht juist meer door andere organisaties en initiatieven. Aangezien ons plan van aanpak nog niet gereed is, is nog niet exact aan te geven wat de gevolgen voor BJG zullen zijn. In Q1 2025 kunnen we hier meer duidelijkheid over geven. Met BJG spreken we in ieder geval af dat we bestaande afspraken aanpassen op het moment dat deze duidelijkheid er is of praktische ervaringen en inzichten dit noodzakelijk maken.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 82

Vraag: Als de bestedingsruimtes pas in de breedte medio 2025 kunnen worden geïmplementeerd, kan dan in 2025 al de volledige bezuiniging worden verwacht? Antwoord: De bestedingsruimtes vormen een belangrijk onderdeel van de aanpak, maar deze zal bestaan uit meerdere, samenhangende en elkaar versterkende maatregelen. Deze maatregelen zullen verschillende startmomenten hebben, terwijl andere reeds in uitvoering zijn: de bestedingsruimtes begeleiding jeugd zijn al sinds vorig jaar in werking getreden. We zullen ons maximaal inspannen om de ingeboekte bezuiniging te realiseren door een zo spoedig mogelijke (en tegelijkertijd zorgvuldige) implementatie van de benodigde maatregelen. Op pagina 8 van onze brief aan uw raad (d.d. 17 september 2024) over de contouren van het implementatieplan taakstellende bestedingsruimtes ambulante jeugdhulp en ambulante Wmo-begeleiding hebben we de domeinen benoemd waarop maatregelen noodzakelijk zijn (van communicatie tot en met klantbejegening die redelijk en billijk is).

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 92

Vraag: Bij de bezuiniging basisinfrastructuur sociale basis -welzijn en - gezondheid: Welke kosten worden er verwacht bij de benoemde afname van de preventieve werken van de collectieve interventies waarop wordt bezuinigd? Antwoord: Op dit moment kunnen we geen met cijfers onderbouwde inschatting geven over de toename van zorgkosten op de langere termijn als we op deze vorm van preventie bezuinigen. Er wordt echter wel aangenomen dat inzetten op preventie bijdraagt aan een lagere toename van zorgkosten op de langere termijn. We gaan de 27

komende periode onder leiding van het Instituut voor Publieke Waarden onderzoeken of we de maatschappelijke impact van de sociale basis kunnen kwantificeren en uitdrukken in financiële opbrengst. Dit vraagt om een meerjarige aanpak voordat resultaten zichtbaar worden. In algemene zin kunnen we nu wel stellen dat bezuinigen op collectieve interventies op termijn kan leiden tot hogere zorgkosten voor de inwoner van Nijmegen en invloed kan hebben op de kwaliteit van leven.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 93

Vraag: Welke bestaande ontmoetvoorzieningen vallen (mogelijk) onder voorgestelde bezuinigingen daarop? Antwoord: Het betreft een bezuiniging op het budget voor sociale ondernemingen, als onderdeel van sociale ontmoetvoorzieningen. In 2025 wordt er niet bezuinigd op de bestaande subsidies voor sociale ondernemingen. Door de bezuinigingen is het echter niet mogelijk om bestaande sociale ondernemingen (die vallen onder sociale ontmoetvoorzieningen) verder te ontwikkelen of uit te breiden in 2025.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: , https://lias-webpub-

nijmegen-bg2025.azurewebsites.net/p58833/ombuigingsopties Pdf:67

Vraag: De gemeenteraad is nog in afwachting van resultaten van de telling in onze stad van het aantal dak- en thuislozen. Welke meerwaarde heeft dit onderzoek, en hoe kunnen we daarna nog sturen op opvangcapaciteit, als nu al wordt ingezet op het beperken van de opvang? Antwoord: De ETHOS-Light telling laat vooral zien welke mensen we nog niet in beeld hadden, en is een nulmeting van de aantallen dak- en thuisloze mensen. De gemeente zet niet in op het beperken van de opvang. Wat betreft de winteropvang worden de openingstijden versmald (alleen nog ’s nachts open) en de winteropvang gaat een maand eerder dicht. Het aantal plekken in de MO wordt niet beperkt.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 80

Vraag: We kunnen niet tegemoetkomen aan alle initiatieven en zullen keuzes moeten maken welke bestaande ontmoetingsvoorzieningen en nieuwe (inwoners)initiatieven we nog kunnen ondersteunen. 1. Welke ontmoetingsvoorzieningen blijven we ondersteunen? 2. Op basis van welke criteria gaan we nieuwe inwonerscriteria ondersteunen? 3. Hoe wordt er geprioriteerd? Antwoord: 1. Het betreft een bezuiniging op het budget voor sociale ondernemingen, als onderdeel van sociale ontmoetvoorzieningen. In 2025 blijven we bestaande sociale ondernemingen (als onderdeel van sociale ontmoeting) ondersteunen. Dit zijn de volgende sociale ondernemingen: 28

- Heem/St. Vlier (nieuwe locatie van de Broederij op NDW21) - De Broederij - Wijkplaats Buur - De Wijkfabriek 2. De criteria zijn op dit moment nog niet bekend. In 2025 geven we verdere invulling aan de keuzes die we moeten maken als gevolg van de voorgestelde bezuinigingen. 3. De criteria, en hiermee prioritering zijn op dit moment nog niet bekend. In 2025 geven we hier verdere invulling aan. We hebben hierbij aandacht voor de mogelijkheden en behoeftes binnen de verschillende stadsdelen.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 93

Vraag: Lagere horecaomzet wijkcentra Door de sterk gestegen inkoopprijzen is de marge op horeca sterk gedaald. Daarnaast zien we een sterke terugloop in de afname van horeca. Vermoedelijk komt dit komt doordat bezoekers minder te besteden hebben. De verwachting is dat dit een structureel tekort is. 1. Hoeveel afname horeca is er t.o.v. bezoekersaantallen? 2. Waarop wordt gebaseerd dat het een structureel tekort is? Antwoord: 1. Er worden geen bezoekersaantallen bijgehouden. 2. De afgelopen twee jaar hebben we jaarlijks tussen de € 150.000 en € 200.000 minder omzet gemaakt dan waar de begroting vanuit gaat. De jaren ervoor zijn niet representatief vanwege de corona-jaren. De wijkcentra hebben ondersteunende horeca, wat betekent dat de horeca ten dienste staat van de activiteiten en het ontmoeten in de wijkcentra. Zoveel mogelijk verkoop is niet het doel. We verwachten dat het om een structureel tekort gaat, door de gestegen inkoopprijzen (de marge is daarmee gedaald) en een sterke terugloop in de afname van horeca. Verschillende bezoekers geven aan dat de horecaprijzen nu al te hoog voor hen zijn. Verhoging van de verkoopprijzen maakt dat het bezoeken van een wijkcentrum niet meer voor iedereen toegankelijk is.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 96

Vraag: Welzijnswerk Een bezuiniging vraagt meer beroep en oplossend vermogen van de sociale basis en (ongeorganiseerde) vrijwillige inzet. Als dit niet gerealiseerd wordt, zullen de bezuinigingen als gevolg hebben dat lichtere problematiek eerder verergert omdat het niet/minder goed opgepakt kan worden voordat een ondersteuningsvraag een zorgvraag wordt. 1. Wat kost het nu? En wat kost het op langere termijn? 2. Wat zijn positieve maatschappelijke effecten van inzet welzijnswerk? Is dit uit te drukken in geld? 3. Wat betekent dit voor het professionele veld? Antwoord: 1. He t is niet mogelijk om een volledig overzicht te geven van de inzet van de sociale basis en de vrijwillige

29

inzet. Een indicatie is dat er +/- € 10.000.000 beschikbaar is voor de basisinfrastructuur Welzijn binnen de sociale basis. Dit is een onderdeel van de gehele inzet. De organisaties binnen de sociale basis werken veelal met vrijwilligers. De kosten van deze vrijwillige inzet kunnen niet worden gespecificeerd. De kosten voor de ondersteuning van vrijwilligers door de Vrijwilligerscentrale is onderdeel van de basisinfrastructuur Welzijn. 2. Er zijn verschillende positieve effecten van de inzet van welzijnswerk, waaronder zelf- en samenredzaamheid, sociale cohesie, positieve effecten op (mentale) gezondheid. De maatschappelijke baten van preventieve maatregelen komen in eerste instantie terecht bij de inwoners van Nijmegen. Bijvoorbeeld in de vorm van lagere zorgkosten en meer kwaliteit van leven. Deze positieve effecten zijn op dit moment niet op gemeentelijk niveau uit te drukken in geld. We gaan de komende periode onder leiding van het Instituut voor Publieke Waarden onderzoeken of we de maatschappelijke impact van de sociale basis kunnen kwantificeren en uitdrukken in financiële opbrengst. Dit vraagt om een meerjarige aanpak voordat resultaten zichtbaar worden. 3.Als er minder beroep kan worden gedaan op vrijwillige inzet, dan betekent dit dat er minder activiteiten uitgevoerd kunnen worden en er minder onderlinge steun is.

Er ontstaat een grotere druk op het professionele veld. Daarnaast worden de activiteiten zelf ook duurder.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 63

Vraag: Hoe worden bedrijven en andere organisaties gestimuleerd om bij te dragen aan dierenwelzijn? Kunnen hier één of twee voorbeelden van worden genoemd? Antwoord: Het is een doel voor de toekomst om organisaties hierin te stimuleren en daarom is het opgenomen in de nieuwe doelenboom (die vanaf 2025 van toepassing is). Vanaf 2025 wordt verder uitgewerkt hoe we aan dit doel gaan werken.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 63

Vraag: Op welke manier worden kolonies van verwilderde katten ingeperkt en welke organisaties zijn daarmee gemoeid? Wat zijn de kosten hiervan geweest in het afgelopen jaar? En hoe worden deze kosten gedekt (dus welk ‘potje’)? Antwoord: We geven een jaarlijkse subsidie van €5.000 aan Stichting Poezensnuitjes, die wordt betaald uit de middelen dierenwelzijn (valt onder taakveld 7.1 Volksgezondheid). Zij voeren onder meer TNRC-projecten uit en socialiseren wilde kittens, waar dat mogelijk is, middels huiskameropvang (gastgezinnen), waarna definitieve plaatsing volgt.

30

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 70

Vraag: Heeft het vervallen van de spreidingswet gevolgen voor de opvang in de gemeente Nijmegen? Antwoord: De spreidingswet is vastgesteld en zolang deze niet wordt ingetrokken zijn er geen gevolgen voor de opvang in de gemeente Nijmegen. De verwachting van de minister van asiel en migratie is overigens ook dat het traject om de Spreidingswet in te trekken, áls dit lukt, een paar jaren gaat duren. Op dit moment blijven we dus op dezelfde manier omgaan met de opvangvraag.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 80

Vraag: Kan er worden toegelicht wat er wordt verstaan onder de ‘educatie voor onze inwoners’ als het gaat om het uitvoer geven aan de uitvoeringsagenda dierenwelzijn? Hoe gaat deze educatie eruit zien? Antwoord: Bij educatie denken we onder meer aan goede voorlichting over diervriendelijk handelen. Precieze invulling hiervan volgt in de nieuwe uitvoeringsagenda Dieren.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 88

Vraag: Voor geëscaleerde zorg 18- wordt 5,5 miljoen minder begroot in 2025 dan in 2024. Welke ontwikkelingen zorgen voor deze daling in de begrote ruimte? Antwoord: In de begroting binnen geëscaleerde zorg 18- zit een SPUK uitkering opgenomen van randvoorwaardelijke functies expertisenetwerken jeugdhulp. Dit is niet structureel en heeft een begin- en een eindtijd. De huidige beschikking loopt tot eind ’24. Dit is de reden dat in 2025 deze middelen niet zijn begroot.

Programma WWZ

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 92

Vraag: Er worden bezuinigingen doorgevoerd in de sociale basis. Deze bezuinigingen zien vooral op de preventieve kant. Bijvoorbeeld bij de ‘bezuiniging basisinfrastructuur sociale basis - welzijn’, ‘bezuiniging jeugd welzijnswerk’, maar zeker ook op de andere bezuinigingen binnen de sociale basis. Is er bekend wat de opbrengst van deze preventieve maatregelen is? Is er een schatting te geven van wat het schrappen van deze preventieve maatregelen voor gevolgen zal hebben voor de ‘niet preventieve’ zorg?

31

Antwoord: De maatschappelijke baten van preventieve maatregelen komen voornamelijk terecht bij de inwoners van Nijmegen. Bijvoorbeeld in de vorm van lagere zorgkosten en meer kwaliteit van leven. Momenteel hebben we geen zicht op wat de financiële opbrengst van deze preventieve maatregelen in de gemeente Nijmegen is. Op dit moment kunnen we geen met cijfers onderbouwde inschatting geven over wat het schrappen van deze preventieve maatregelen voor gevolgen zal hebben voor de ‘niet preventieve’ zorg in de gemeente Nijmegen. We gaan de komende periode onder leiding van het Instituut voor Publieke Waarden onderzoeken of we de maatschappelijke impact van de sociale basis kunnen kwantificeren en uitdrukken in financiële opbrengst. Dit vraagt om een meerjarige aanpak voordat resultaten zichtbaar worden. In algemene zin wordt wel aangenomen dat inzetten op preventieve maatregelen bijdraagt aan een het afschalen van ‘niet preventieve’ zorg. Daarnaast wordt aangenomen dat inzet op preventie en gezondheid ook bijdraagt aan de brede welvaart nu en voor toekomstige generaties.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 94

Vraag: Er wordt beschreven dat de winteropvang versoberd zal worden, en dat andere gemeenten zich mogelijk niet in deze versobering kunnen vinden. Wat betekent dat? En stel die gemeenten kunnen zich daar niet in vinden, wat kunnen daar de mogelijke gevolgen van zijn? Antwoord: Het voornemen van het college voor de versobering van de winteropvang is begin september met regiobestuurders besproken. De regiobegroting was op dat moment al vastgesteld, echter werd het voorstel ter kennisneming aangenomen. Bij de vaststelling van de regiobegroting in juli 2025 ligt deze vraag opnieuw voor.

Programma

Website

Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: https://nijmegen.begroting2025.nl/p59039/welzijn-wijkontwikkeling-enzorg

Vraag: In hoeverre hebben gecontracteerde jeugdzorgaanbieders nu de opdracht om te komen tot passende zorg (lees: een gedeelde verantwoordelijkheid om te zorgen dat er tijdig passend aanbod beschikbaar is voor jongeren die dat nodig hebben, ook als dat niet direct past binnen het reguliere jeugdzorgaanbod)? In hoeverre zijn deze afspraken ook contractueel vastgelegd? Graag hierbij onderscheid tussen de zeer specialistische jeugdzorg (die bovenregionaal is georganiseerd en waar een bovenregionaal expertiseteam aan de slag is) en de veelvoorkomende specialistische jeugdzorg (die dus complexer is dan de zorg die in buurtteams wordt geboden en minder complex is dan de weinig voorkomende specialistische jeugdzorg waar het bovenregionaal expertiseteam voor aan de lat staat)? Aan welke voorwaarden zou een zogenaamd ‘transferpunt’ voor gespecialiseerde jeugdzorgaanbieders moeten voldoen om van toegevoegde waarde te zijn in Nijmegen? Onder ‘transferpunt’ verstaan we één centrale plek waar verwijzers naar veelvoorkomende specialistische jeugdzorg (te complex voor buurtteam, te weinig complex voor bovenregionaal expertiseteam) naar kunnen verwijzen bij een zorgvraag vanuit een jeugdige en

32

waarbij vervolgens de gecontracteerde zorgaanbieders gezamenlijk bepalen bij welke zorgaanbieder de jeugdige terechtkan (en, zo nodig, gespecialiseerde zorgaanbieders, een aanbod op maat kunnen formuleren). Antwoord: De verantwoordelijkheid voor tijdige passende zorg is een gedeelde verantwoordelijkheid van verwijzers, aanbieders en de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor een dekkend landschap oftewel het contracteren van voldoende- en verschillende jeugdzorgaanbieders. In verschillende inkooptrajecten heeft de gemeente per 2025 gericht meer aanbod gecontracteerd voor bepaalde zorgvormen. Hiermee verwachten wij meer passende zorg te realiseren. Ook is de gemeente (samen met partijen zoals onderwijs) verantwoordelijk voor een sterke en inclusieve sociale- en pedagogische basis waarin zoveel mogelijk kinderen kunnen meedoen en waarin ‘normale steun’ voor handen is. Een sterkere basis draagt bij aan minder beroep op jeugdzorg. Met name rondom de GGZ is dit mindere beroep noodzaak, willen wij de wachtlijsten verminderen. In het regioprogramma jeugd zijn verschillende actielijnen opgenomen op dit te realiseren. Verwijzers bepalen (vaak) welk aanbod passend is voor de vraag van een jeugdige. Het is daarom belangrijk dat de kwaliteit van verwijzingen hoog is.

Dat er alleen wordt verwezen naar jeugdhulp als dat écht nodig is én dat er wordt verwezen naar een passende aanbieder. Ook is het belangrijk dat er tijdig wordt verwezen en dat verwijzers tijdig de juiste expertise betrekken om tot passende zorg te komen. Dit kan de expertise van een bepaalde aanbieder zijn om tot een goede beoordeling van de vraag te komen, maar ook de expertise van een expertteam (zoals RET of JBT) om tot ‘afwijkend’ aanbod te komen voor (weinig voorkomende) casuïstiek waarin het reguliere aanbod onvoldoende aansluit. Wij zijn continu in gesprek met de Buurtteams (en Gecertificeerde Instellingen) over de kwaliteit van verwijzingen en vragen andere verwijzers (bijv. middels het huisartsenconvenant) ook om samen te werken met de Buurtteams vóórdat er een verwijzing plaatsvindt. Het versterken van de kwaliteit van verwijzingen draagt bij aan tijdige passende zorg. Aan regionaal gecontracteerde aanbieders hebben wij verschillende eisen gesteld die bijdragen aan tijdige passende zorg. Enkele voorbeelden zijn: • Beschikbaar zijn voor consultatie en advies voor verwijzers en aanmeldingen van verwijzers goed screenen; • Acceptatieplicht, tenzij….

Een aanbieder kan een jeugdige alleen weigeren aan te nemen als deze motiveert, vanuit zorginhoud, waarom de aanbieder geen passend aanbod kan bieden voor die jeugdige; • Zorgplicht, ook als het moeilijk is… Als een aanbieder van residentiële zorg gedurende het verblijf constateert geen passende hulp meer te kunnen bieden, wordt verwacht dat deze aanbieder zich bij de verwijzer/expertteam meldt. De aanbieder blijft verantwoordelijk voor het bieden van zorg totdat in overleg met een experttafel en verwijzer anderszins wordt besloten; • Wachtlijstbeheer. Van aanbieders wordt verwacht dat zij contact onderhouden met jeugdigen op de wachtlijst en dat zij de urgentie van de vraag goed bewaken. Spoed/crisis moet altijd worden opgepakt. • Netwerksamenwerking De gemeente, aanbieders en verwijzers hebben elkaar nodig om tijdig, passende zorg te organiseren. De gemeente organiseert daarom op verschillende manieren en niveaus netwerksamenwerkingen tussen (o.a.) aanbieders en verwijzers. Zo wordt er bijvoorbeeld een regionaal netwerkoverleg georganiseerd met aanbieders die gericht zijn op uithuisgeplaatste kinderen en het voorkomen van uithuisplaatsingen, lokale teams en gecertificeerde instellingen. Dit netwerk komt periodiek bij elkaar om knelpunten (o.a. rondom beschikbaarheid hulp) te bespreken en verbeteracties af te spreken.

De bovenregionale inkoop van weinig voorkomende hoogspecialistische jeugdhulp (‘essentiële functies genoemd) wordt gezamenlijk ingekocht door de zeven Gelderse jeugdhulpregio’s (G7) bij een samenwerkingsverband van 15 jeugdhulporganisaties die zich de Gelderse jeugdalliantie noemen. Bij de essentiële functies kan al worden gesproken van een transferpuntachtige werkwijze. 33

De jeugdhulp binnen de essentiële functies is dusdanig complex dat er altijd meerdere disciplines/experts van verschillende jeugdhulporganisaties nodig zijn. Dit kunnen bieden en organiseren vraagt om een bepaald volume en is zodoende alleen bovenregionaal te realiseren. Door in Gelderland de essentiële functies bovenregionaal te organiseren en niet via afzonderlijke contracten voor de 7 regio’s of 56 afzonderlijke gemeenten, is deze zorg beter beschikbaar. Binnen de essentiële functies worden aanmeldingen van verwijzers gezamenlijk beoordeeld door de jeugdhulpaanbieders en wordt gezamenlijk bepaald hoe de zorg het beste kan worden georganiseerd. Wij zijn op de hoogte van de werking van het ‘transferpunt’ zoals dit functioneert in de gemeente Rotterdam (formele naam: Knooppunten Jeugdhulp) en zijn deze momenteel nader aan het verkennen. Deze Knooppunten vervullen een aantal functies: meer grip krijgen op de verwijzingen van huisartsen naar de jeugdGGZ, beter beoordelen en triageren van de hulpvraag aan de jeugd-GGZ door zorgaanbieders (Gaat het wel om een vraag die met GGZ moet worden beantwoord? Zo nee, dan wordt er gekeken naar voorliggende voorzieningen of een andere vorm van jeugdhulp) en het beoordelen bij welke jeugd-GGZ-aanbieder de vraag het beste past (vanuit het perspectief van capaciteit en zorginhoud).

Momenteel zijn we aan het beoordelen welke meerwaarde de Rotterdamse aanpak (in een al dan niet aangepaste vorm) kan hebben voor Nijmegen en de regio, waar we in het kader van het Regioprogramma overigens breder aan het bezien zijn hoe we de transformatie van de jeugd-GGZ kunnen versnellen. De jeugdGGZ is een van de zorgdisciplines waarop vanaf 2025 in Nijmegen taakstellende bestedingsruimtes zullen worden toegepast. Ook in het proces om te komen tot een plan van aanpak voor deze taakstelling wegen we af of de methode van de Rotterdamse Knooppunten onderdeel kan worden van het pakket aan maatregelen. Een van de afwegingen die daarbij gemaakt zal moeten worden is welke rol en bevoegdheden toebedeeld moeten worden aan zorgaanbieders en hoe deze in verhouding staan tot de rol en positie van de Buurtteams Jeugd en Gezin.

Programma

Website

WWZ

Papier/PDF

Pdf pag. 80

Vraag: Er staat dat het college de zorginstellingen wil prikkelen door een taakstelling te heffen op de bestedingsruimten en zo te zorgen voor meer doelrealisatie. Hoe ziet dat er concreet uit voor de zorginstellingen en waar wordt er gedifferentieerd en hoe? Antwoord: De bestedingsruimtes vormen het hart van een nog nader te bepalen pakket aan meerdere maatregelen om de taakstelling van € 6 miljoen op de ambulante jeugdhulp en van € 1,2 miljoen op Wmo begeleiding te realiseren. De bestedingsruimtes dienen gezien te worden als een gemaximeerd budget dat voor een specifieke zorgaanbieder (voor een specifieke periode) beschikbaar wordt gesteld om zorg te leveren. Bij het vaststellen van de bestedingsruimte wordt per aanbieder een proces doorlopen waarbij onder meer wordt gekeken naar factoren als de historische productie, de totale taakstelling, de alternatieven die er zijn voor de door de aanbieder geleverde zorg, etc.

Onze ervaring bij de reeds gehanteerde bestedingsruimtes begeleiding jeugd is dat het maximaal beschikbaar gestelde budget (de bestedingsruimte) zorgaanbieders stimuleert om kritisch te zijn bij de aanname van cliënten (is het voorliggend veld geen beter alternatief, gaat het wel om zorg?) en dat aanbieders zich inspannen om zo efficiënt mogelijk te werken aan de realisatie van zorgdoelen (niet onnodig intensieve zorg verlenen, niet onnodig lang doorgaan met zorg, vroegtijdig nadenken over mogelijke afschaling, etc.).

34

Programma

Website

WWZ

Papier/PDF

Pdf pag. 92/93

Vraag: Het college wil een keuze maken in welke bestaande ontmoetvoorzieningen en nieuwe inwonersinitiatieven moeten worden ondersteund. Hoe wordt die keuze gemaakt, wanneer en in gezamenlijkheid met welke partners en wat is de rol van de raad hierbij? Antwoord: Het betreft een bezuiniging op het budget voor sociale ondernemingen, als onderdeel van sociale ontmoetvoorzieningen. In 2025 wordt er niet bezuinigd op de bestaande subsidies voor sociale ondernemingen. Door de bezuinigingen is het echter niet mogelijk om bestaande sociale ondernemingen (die vallen onder sociale ontmoetvoorzieningen) verder te ontwikkelen of uit te breiden in 2025. In 2025 wordt verder uitgewerkt welke keuzes er gemaakt moeten/kunnen worden richting de toekomst. Een belangrijke stap hierbij is het uitwerken van het proces. Een onderdeel hiervan is hoe we de partners in de stad en de raad meenemen bij de keuzes richting de toekomst.

Programma

Website

WWZ

Papier/PDF

Pdf pag. 94

Vraag: Het college wil stoppen met de Huiskamer de Cirkel en de zorgaanpak sekswerkers. Dat levert een besparing op van 310k per jaar. Hoe is de precieze verdeling in kosten tussen de huiskamer en de zorgaanpak? Antwoord: De kosten voor huiskamer de Cirkel bedragen voor gemeente Nijmegen € 97.412 per jaar. Het bedrag voor de Zorgaanpak is € 209.311. De Zorgaanpak straatsekswerkers wordt uitgevoerd door zowel Iriszorg als het Leger de Heils. Iriszorg ontvangt hiervoor een bedrag van € 155.270. Het Leger des Heils ontvangt een bedrag van € 54.041. Het totale bedrag is naar boven afgerond.

Programma

Website

WWZ

Papier/PDF

Pdf pag. 94

Vraag: Versobering winteropvang. Wanneer is duidelijk hoe de regiogemeenten hiernaar kijken en is deze bezuiniging dan nog wel een reële optie? Antwoord: Het voornemen van het college voor de versobering van de winteropvang is begin september met regiobestuurders besproken. De regiobegroting was op dat moment al vastgesteld, echter werd het voorstel ter kennisneming aangenomen. Bij de vaststelling van de regiobegroting in juli 2025 ligt deze vraag opnieuw voor.

35

Programma Werk en Inkomen Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 112

Vraag: De lasten van 6.3 inkomensregelingen gaan vanaf 2025 naar 162/161, waar ze in 2023 179 waren en in 2024 op 169 begroot. Is dit energietoeslag of waar komt deze daling vandaan? Antwoord: Het bedrag van 2023 betreft de realisatie in 2023 en niet de begroting van 2023. De begroting voor 2023 was nagenoeg gelijk aan het begrotingsbedrag in 2024. De daling vanaf 2025 wordt met name verklaard door het wegvallen van de energietoeslag € 6,5 miljoen en de opgelegde taakstelling (ombuigingsopties) van € 0,8 miljoen in 2025 oplopend naar € 1,5 miljoen vanaf 2026. Daarnaast ontvangt het programma middelen vanuit de DU Armoede en Schulden. In 2025 € 267.000 oplopend naar € 600.000 vanaf 2026. Ook is de begroting voor 2025 en verder geïndexeerd.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 112

Vraag: Er wordt hier, en in het financiële deel, gesproken over een taakmutatie ‘ participatie IU’. Er staat alleen dat andere partijen verbonden zijn aan deze taakmutatie. Wat houdt deze taakmutatie in? Welke partijen zijn eraan verbonden? En wat zijn de inhoudelijke gevolgen voor beleid/inwoners? Antwoord: Met de mei- en septembercirculaires van het Rijk ontvangen we regelmatig bijstellingen van het Rijksbudget. Zo ook voor de integratieuitkering Participatie. Deze integratieuitkering (IU) bevat middelen voor de WSW en begeleiding beschut werk. Met de meicirculaire zijn de Rijksmiddelen verhoogd en worden aan het programma toegevoegd voor bestaand beleid (WSW en beschut werk). Deze middelen worden gebruikt voor de bekostiging van deze onderdelen die worden uitgevoerd door de MGR/WerkBedrijf (WSW en beschut werk). Er zijn geen inhoudelijke gevolgen voor het beleid/ inwoners.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 108

Vraag: We lezen: We onderzoeken hoe we stoppen met roken bespreekbaar kunnen maken in financiële dienstverlening. We experimenteren hoe we stoppen met roken kunnen bevorderen in financiële dienstverlening. De financieel experts in de wijk onderzoeken hoe ze in hun (advies)trajecten roken zonder oordeel bespreekbaar te maken om vraagverlegenheid te doorbreken. We organiseren een laagdrempelige pilot waarbij we verschillende methoden, zoals werken met beloning, toetsen. Vraag: wat zijn hiervan de kosten en de baten? Krijgen de FEW's hier trainingen voor om dit gesprek aan te gaan of gaan er specialisten mee? Antwoord: De training aan FEW’ers wordt georganiseerd door stichting Pharos en is gratis. De kosten voor het werken met 36

beloningen zijn nog niet concreet, omdat enerzijds onduidelijk is hoeveel inwoners die roken bij de FEW terecht komen. Anderzijds is het doel dat zorgverzekeraars CZ en VGZ ook bijdragen aan de kosten voor de beloningen. Hierover zijn we in gesprek.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 112/113

Vraag: 1. Er wordt aangegeven dat er ruimte is in de DU-aanpak armoede en schulden, met een bedrag van globaal 750k beschikbaar over de komende vier jaar. Kunt u toelichten waardoor deze ruimte is ontstaan en welke factoren hieraan hebben bijgedragen? 2. Op pagina 112 wordt gesproken over de aanpassing van inkomensregelingen in 2025, waarbij een bedrag totaal over 4 jaren van 5,3 miljoen verminderd wordt. In de vierde alinea op pagina 113 lezen we dat er een bezuiniging is doorgevoerd, maar de uitwerking van deze bezuiniging blijft onduidelijk, Kunt u verduidelijken hoe deze bezuiniging exact wordt ingevuld en welke maatregelen genomen worden om het genoemde bedragen over deze vier jaren te realiseren? En indien deze informatie nog niet beschikbaar is, wanneer kan de raad hierover verdere details verwachten? Antwoord: 1. We hebben de afgelopen jaren de projecten opgezet met a-structurele middelen en met de financiering hiervoor al rekening gehouden met de komende jaren. Die a-structurele middelen zijn over meerdere jaren verspreid. Sinds kort weten we dat deze a-structurele middelen vanuit de Decentrale Uitkering nu structureel gemaakt zijn door het Rijk. We hadden echter al rekening gehouden met financiering voor de komende jaren vanuit de a-structurele middelen en daardoor hebben we nu niet alle middelen vanuit de DU nodig. 2.

Het college besluit na de behandeling van de begroting door de gemeenteraad over de invulling hiervan. In de begroting zijn een aantal opties opgenomen. Deze staan opgenomen in de tabel op blz. 114 en toegelicht op blz. 115, 116 en 117. Op blz. 113 staan enkele voorbeelden genoemd; te denken valt aan o.a. een verlaging van de premiebijdrage aan de CAZ (collectieve aanvullende ziektekostenverzekering), een versobering van de meedoenregeling en een verhoging van de eigen bijdrage bij het busvoordeelabonnement.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: Doelenboom |

Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 106

Vraag: Er staat bij de doelen schuldhulp dat we werken aan verbetering van de kwaliteit van onze dienstverlening om aan de eisen van de basisdienstverlening te voldoen. Aan welke eisen wordt momenteel niet voldaan en waarom niet? Antwoord: We voldoen op dit moment aan de korte termijn eisen voor de basis dienstverlening van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). Dat betekent dat inwoners de basisdienstverlening krijgen. De NVVK vraagt echter ook een investering op de dienstverlening van gemeenten op de middellange en lange termijn. Het idee van het realiseren van de (korte, middellange en lange termijn) eisen op de basisdienstverlening is dat de verschillen tussen gemeenten uiteindelijk afnemen en de daarmee samenhangende verschillen in dienstverlening aan inwoners ook.

37

Op de lange termijn staan een aantal ontwikkelingen gepland waarin de gemeente Nijmegen samen wil optrekken met andere gemeenten. Denk aan de landelijke pauzeknop en de DDAS (Data Delen Armoede en Schulden). Daar staat tegenover dat we verder gaan met andere ontwikkelingen die positief zijn voor de Nijmegenaar. Denk aan aanbod per doelgroep, het verbeteren van de begeleiding en nazorg.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 113

Vraag: Op pagina 113 en 114 worden een aantal bezuinigingen/financiële voordelen genoemd bij o.a. busabonnement, caz, jongeren perspectieffonds. Deze kosten worden gebruikt om het tekort op de individuele studietoeslag(ist) te dekken. Als ik de bedragen optel (busabonnement €300.000, aframen CAZ €300.000, jongeren perspectieffonds €100.000, ontwikkeling meedoenpas €50.000 en ontwikkeling id banen €100.000) kom ik uit op €850.000. Het tekort op IST is €900.000. Waar wordt de overige €50.000 uit gedekt? Antwoord: De overige € 50.000 wordt gedekt uit de algemene middelen.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: Ombuigingsopties | Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting2025.nl) Pagina pdf: 114

Vraag: Hoeveel kosten zouden we besparen als we de lijst met activiteiten van de meedoenregeling beperken, bijvoorbeeld door geen alternatieve therapieën meer te vergoeden? Antwoord: Dit is op voorhand niet te zeggen. Vermoedelijk is de besparing minimaal. Beperking van het aanbod heeft geen effect op het aantal deelnemers aan de meedoenregeling. Als een inwoner voorheen gebruik maakte van alternatieve therapieën via de meedoenregeling, kan hij of zij bij beperkter aanbod van iets anders gebruik maken.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 108

Vraag: We stellen een aanpak op voor het verkleinen van gezondheidsverschillen in kwetsbare wijken en starten met de uitvoering hiervan. Wat voor soort interventies worden dit, en hoe verhoudt de impact hiervan zich tot de opties om te bezuinigen op de CAZ of het vergoeden van medische kosten? Antwoord: Vanuit de aanpak gezondheidsverschillen verkleinen gaan er middelen naar de ontbijtwinkel van de Vincentius Vereniging, de extra inzet van gezondheidsmakelaars in stadsdelen Dukenburg, Lindenholt en Nijmegen-Zuid, de inzet van een ervaringsdeskundige op het snijvlak van gezondheid en geldzorgen en gezonde lunches van 38

het Huis van Compassie. De middelen zijn incidenteel, voor 2024 (€ 200.000) en 2025 (€ 200.000). Deze aanpak draagt bij aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. De CAZ en de bijzondere bijstand medische kosten dragen ook bij aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Bezuinigen op de CAZ raakt inwoners met een laag inkomen maandelijks in hun portemonnee. Bezuinigen op het vergoeden van medische kosten raakt onze meest kwetsbare inwoners. We vergoeden nu noodzakelijke medische kosten die inwoners niet zelf kunnen betalen (en die niet of deels worden vergoed vanuit de CAZ). Bezuinigingen hierop kunnen leiden tot schulden en zorgmijding.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 113

Vraag: Inzet ruimte WSW- en participatiebudget Is deze ruimte enkel het gevolg van (verwachtte) uitstroom, of heeft het alsnog gevolgen voor SWmedewerkers? Antwoord: De ‘inzet ruimte WSW- en participatiebudget’ in het kader van de ombuigingsmaatregelen heeft geen gevolgen voor de SW-medewerkers. De financiële ruimte is gebaseerd op de begrote gemeentelijke programmamiddelen (SW en Participatie), afgezet tegenover de meerjarenbegroting van de MGR/WerkBedrijf op deze onderdelen. In de meerjarenbegroting van de MGR wordt rekening gehouden met het natuurlijk verloop (pensionering, arbeidsongeschiktheid, overlijden) van SW-medewerkers op basis van inzichten/inschattingen. De meerjarenbegroting van de MGR wijkt dus op dit onderdeel af van de beschikbare middelen in de gemeentelijke programmabegroting: wij hebben destijds zelf meer begroot dan de MGR/WerkBedrijf in de meest recente meerjarenbegroting, op basis van actuele inzichten. De financiële ruimte die dat oplevert, zetten we in als ombuigingsoptie.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 113

Vraag: De invulling van deze bezuiniging wordt de komende tijd nader uitgewerkt. Kan er een zeer ruwe schatting worden gemaakt van de inkomenseffecten voor een huishouden op 100% sociaal minimum als: de bezuiniging van 0,8 en later 1,5 miljoen wordt verspreid over verschillende regelingen, hogere eigen bijdragen en lagere vergoedingen allebei worden geteld als lagere inkomsten Antwoord: In de toelichting op de taakstelling inkomensregelingen staat het volgende genoemd: “Te denken valt bijvoorbeeld aan een verlaging van de premiebijdrage aan de CAZ, een versobering van de Meedoenregeling en een verhoging van de eigen bijdrage bij het busabonnement.” Als we deze onderdelen als ruwe schatting omzetten naar het verlies aan inkomsten op jaarbasis zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om: € 50 Meedoenregeling € 10 Busvoordeelabonnement € 84 premie CAZ (meest uitgebreide pakket)

39

Echter, het college besluit na de behandeling van de begroting door de gemeenteraad over de invulling van deze taakstelling. In de begroting zijn een aantal opties opgenomen. Deze staan opgenomen in de tabel op blz. 114 en toegelicht op blz. 115, 116 en 117.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Pdf pag. 113

Vraag: College wil bovenop de bezuinigen in sociaal domein een taakstelling op de inkomstenregelingen van 0,8 miljoen in 2025 en 1,5 miljoen daarna structureel. Maar hoe ziet dat eruit. Wat wil het college. Of moet de raad dat beslissen? Antwoord: Het college besluit na de behandeling van de begroting door de gemeenteraad over de invulling hiervan. In de begroting zijn een aantal opties opgenomen. Deze staan opgenomen in de tabel op blz. 114 en toegelicht op blz. 115, 116 en 117. Op blz. 113 staan enkele voorbeelden genoemd; te denken valt aan o.a. een verlaging van de premiebijdrage aan de CAZ (collectieve aanvullende ziektekostenverzekering), een versobering van de meedoenregeling en een verhoging van de eigen bijdrage bij het busvoordeelabonnement.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 113

Vraag: Aframen busabonnement Procesmatig; hoe wordt een eventuele tegenvaller hierop ingevuld als de tarieven hoger uitvallen, wordt er dan alsnog bezuinigd op de regeling? Antwoord: Alle budgetten worden jaarlijks in de Stadsbegroting geïndexeerd. Ervan uitgaande dat de tarieven niet harder stijgen dan de gemeentelijke indexatie kunnen we dit opvangen binnen het programma. Mochten de tarieven toch harder stijgen, dan moet opnieuw worden bekeken hoe we dit bekostigen.

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Pdf pag. 113

Vraag: Aframen busabonnement. Dit brengt een financieel risico met zich mee met het oog op de nieuwe concessie van het regionaal busvervoer. Het college heeft daar eerder voor gewaarschuwd dat de vooruitzichten slecht zijn en extra geld gaan kosten. Hoe verhoudt deze waarschuwing zich tot deze voorgenomen bezuiniging. Antwoord: Het college besluit na de behandeling van de begroting door de gemeenteraad over de invulling hiervan. In de begroting zijn een aantal opties opgenomen. Deze staan opgenomen in de tabel op blz. 114 en toegelicht op blz. 115, 116 en 117. Op blz. 113 staan enkele voorbeelden genoemd; te denken valt aan o.a. een verlaging van de premiebijdrage aan de CAZ (collectieve aanvullende ziektekostenverzekering), een versobering van de meedoenregeling en een verhoging van de eigen bijdrage bij het busvoordeelabonnement.

40

Programma

Website

Werk en Inkomen

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 118

Vraag: Het aantal Nijmegenaren dat gebruik maakt van één of meer inkomensondersteunende voorziening is meer dan verdubbeld in minder dan 10 jaar. Welke ondersteunende voorzieningen zijn dit allemaal?; Welke van deze voorzieningen zijn op koste van de gemeente?; In welke mate zijn de kosten voor deze voorzieningen voor de gemeente opgelopen in de afgelopen tien jaar? Antwoord: Voor een overzicht van het gebruik van de verschillende inkomensondersteunende voorzieningen in de afgelopen jaren verwijzen we naar de evaluatie van de Armoede Agenda 2020-2024 (hoofdstuk 2). Deze is op 26 maart 2024 vastgesteld door het college en op 5 juni 2024 in de besluitronde van uw raad. Vanuit het Rijk (Gemeentefonds) en de lokale heffingen wordt de gemeente gefinancierd. Vanuit deze middelen heeft de raad budgetten beschikbaar gesteld voor de collectieve aanvullende zorgverzekering, het busvoordeelabonnement, de meedoenregeling, de kindregelingen en de bijzondere bijstand. De kosten zijn opgelopen door een groter bereik onder inwoners, waar onder andere op verzoek van de raad op gestuurd is. Ten opzichte van tien jaar geleden zijn er ook verschillende regelingen bij gekomen, zoals de meedoenregeling en het busvoordeelabonnement. Het aantal gebruikers hiervan is bovendien flink gestegen de afgelopen jaren.

41

Programma Onderwijs Programma

Website

Onderwijs

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 130

Vraag: Bij Schrappen onderwijs onderbesteding staat dat het budget niet kan worden ingezet om afloop rijksmiddelen op te vangen. Waarom niet? Antwoord: De afloop van rijksmiddelen voor voortijdig schoolverlaten (“DU Jeugd”) en NPO (Nationaal Programma Onderwijs) is als een risico opgenomen in deze Stadsbegroting. In de eerste helft van 2025 komen we hierop terug. Bij de stadsbegroting is in het kader van de invulling van ‘bezuinigingen sociaal domein koersdocument’ de keuze gemaakt om de onderbesteding Onderwijs in te zetten voor deze bezuinigingsopdracht uit het koersdocument.

Programma

Website

Onderwijs

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 130

Vraag: Op pagina 130 wordt aangegeven dat subsidies voor het onderwijsachterstandenbeleid worden geschrapt. Kunt u verduidelijken welk effect dit heeft op de ondersteuning van kinderen met onderwijsachterstanden? Daarnaast wordt op pagina 120 gesproken over extra onderwijsinzet voor vve-peuters na hun overgang naar het basisonderwijs. Hoe verhoudt deze maatregel zich tot het schrappen van subsidies? Antwoord: Welk effect heeft bezuiniging onderwijsachterstandenbeleid (OAB) op ondersteuning kinderen? Dit betreft het budget ‘OAB Algemeen’. Hieruit worden een groot aantal, veelal kleinere, subsidies verstrekt. Veelal initiatieven gericht op het bevorderen van taal, van het volgen van vervolg-onderwijs, van kennisdelen onder partners en het stimuleren van vakgebieden (met name techniek). De impact van deze bezuiniging is dat initiatieven vanuit de stad gericht op kinderen en jongeren in achterstandssituaties minder of geen subsidie vanuit de gemeente krijgen. Voor de doelgroep betekent dit een lichte afname van het aantal activiteiten, voorlichtingen en campagnes. De concrete uitwerking van de bezuiniging vindt dit najaar plaats, in afstemming met maatschappelijke partners. Betreffende de relatie met extra onderwijs inzet vve-peuters: Het budget OAB Algemeen werd niet gebruikt om extra inzet voor vve-peuters mee te bekostigen. Middels de begroting (bovenaan p.

131) is de raad geïnformeerd over ombuigingen op Samenwerking voor- en vroegschool en Leesbevordering. Deze twee subsidies, gericht op scholen met veel vve-peuters, lopen eind 2024/2025 af. De middelen van deze interventies worden omgebogen om ruimte te maken voor investeringen in de vve. Doel hiervan is de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen, zodat kinderen met een hoger niveau het onderwijs instromen. We pogen daarmee de middelen effectiever te besteden voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Deze ombuiging is vereist omdat de beleidsvrije ruimte/onderbesteding door de bezuinigingen nihil is. Over het nieuwe vve-beleid komt nog een raadsvoorstel naar u kort na de jaarwisseling.

42

Programma

Website

Onderwijs

Papier/PDF

Webpagina 214, https://lias-webpub-nijmegen-bg-

2025.azurewebsites.net/p58986/bulkinvesteringenen-investeringen-met-eigen-dekking

Vraag: 1 Stijging aantal leerlingen de komende jaren. Hoeveel een aantal leerlingen per klas? 2 Wat heeft dit voor gevolgen voor ontmoeting en diversiteit in onze stad en voor onze inwoners? (ambities van college en daarbij horende doelen) Antwoord: De eerste plannen en bijbehorende investering voor basisschool Hidaya waren gebaseerd op 310 leerlingen. Door aanhoudende groei van de school laten de laatste prognoses van december 2022 een omvang zien van ruim 400 leerlingen. Gezien de sindsdien aanhoudende belangstelling is een omvang realistisch van 480 leerlingen (menselijke maat). Deze omvang is nu meegenomen in de financiële claim. De groei van basisschool Hidaya laat zien dat, ook in Nijmegen, er sterke behoefte is aan islamitisch basisonderwijs. Hidaya is in dat opzicht een vaste waarde voor de diversiteit qua onderwijsaanbod in Nijmegen. Het college onderschrijft het belang van deze diversiteit ook in het Convenant Prestatieafspraken, waarin met het onderwijsveld afspraken zijn vastgelegd over o.a. spreiding, bereikbaarheid en diversiteit.

Programma

Website

Onderwijs

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 130/131

Vraag: De gelden voor leesbevordering worden stopgezet. In de begroting wordt beschreven dat dit inhoudelijk gevolgen zal hebben voor schoolbesturen PO, Bibliotheek en voor kinderen. Over welke gevolgen gaat dit dan? Wordt lezen nog op andere manieren bevorderd door de gemeente? Is er iets bekend over de resultaten van de leesbevorderingsprogramma’s zoals deze tot dusver zijn ingezet? Antwoord: De subsidie voor leesbevordering (Nijmegen Leest) heeft een stimulerende werking op kennis over en vaardigheden op leesonderwijs (technisch lezen, leesmotivatie, ect). Scholen hebben met de subsidie onder andere bekostigd: coaching, cursussen en workshops voor leerkrachten, observaties in de klas, activiteiten van de bibliotheek (scoor een boek, voorlezen, boekpromotie), opstellen Taalleesplan, inzet externe expertise, implementatie methoden. Daarnaast zijn er stedelijk bijeenkomsten georganiseerd voor kennisbevordering. Ondanks dat de financiering voor deze stimulering stopt, blijft de aandacht voor lees- & taalbevordering in het Nijmeegse onderwijs-netwerk onverminderd aanwezig. Daar is de afgelopen jaren een basis voor gelegd en deze mag worden beschouwd als (deel)resultaat van de subsidie voor leesbevordering. Het huidige beleidskader voor onderwijsachterstanden loopt tot en met 2025. In 2025 starten we aan het ontwerp van de nieuwe periode.

Onderdeel hiervan is het behoud van de opgedane ervaring en aandacht voor lees- en taalbevordering. In 2025 wordt een eindmeting gedaan om de impact van de subsidie op leesvaardigheid en leesmotivatie vast te stellen, door vergelijk van de uitgevoerde 0-meting.

43

Programma

Website

Onderwijs

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 130

Vraag: In de begroting wordt beschreven dat er sprake is geweest van onderbesteding op het budget voor peuterwerk en daarmee op het kansengelijkheidsbeleid dat we voeren. Er wordt beschreven dat er al jaren sprake is van een onderschatting van het aantal peuters en een overschatting van de eigen bijdrage. Is dit afgelopen jaren steeds het geval geweest? Hoe is de ontwikkeling daarin? Antwoord: De onderschatting van het aantal peuters zegt niets over het bereik van de doelgroep, enkel dat in de subsidie bevoorschotting uitgaan van een groter aantal peuters dan de doelgroep daadwerkelijk telt. Dit heeft een technische oorzaak. We proberen simpelweg in de aankomende jaren het daadwerk aantal peuters beter te voorspellen. Het bereik van de doelgroep heeft zich na corona-periode hersteld en is, in landelijk perspectief, zeer hoog (2024: 95%, 2023: 92%, 2022: 93%). Onderdeel van de subsidie aan VE-aanbieders is het gedeelte van het tarief dat niet onder de eigen bijdrage valt. Om dit in te schatten wordt gebruikt gemaakt van een gemiddelde eigen bijdrage. In de praktijk dragen ouders meer bij dan wij inschatten, dit vergroot het verschil tussen bevoorschotting en vaststelling. De afgelopen jaren (2021-2023) is het (totale) verschil tussen bevoorschotting en vaststelling ca. €500.000 geweest. Voor 2024 is een vergelijkbaar bedrag te verwachten.

Door meer nauwkeurig te beschikken kunnen we het begrote bedrag verkleinen, zonder impact op de VE-peuteropvang.

Programma

Website

Onderwijs

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 130

Vraag: Is het mogelijk een overzicht te bieden van de subsidies die worden afgebouwd/geschrapt en per af te bouwen/te schrappen subsidie het volgende aan te geven: welke subsidie betreft het, wie is de ontvanger van de subsidie, hoogte van de subsidie (vorig jaar en volgend jaar) en doelgroep van de subsidie. Antwoord: De komende weken worden de keuzes die gemaakt worden over de te schrappen en af te bouwen subsidies verder uitgewerkt. Daarna wordt dit ook met de betreffende organisaties besproken. Daarom is het op dit moment nog niet mogelijk om een overzicht aan te leveren zoals gevraagd.

44

Programma Bereikbaarheid Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 143

Vraag: De kosten voor het beheer van de tijdelijke fietsenstalling bij West is ongeveer even duur als het beheer van de nieuwe fietsenstalling. Waar bestaan deze kosten uit? En waarom zijn ze voor deze tijdelijke stalling ongeveer gelijk aan een nieuwe maar permanente stalling? Antwoord: Kosten bestaan voor het grootste deel uit personeelskosten, circa 90%. Andere kosten betreffen de vaste lasten zoals stroomkosten, huur keten, camera-inzet en schoonmaak kosten. In de nieuwe situatie zijn bovengenoemde kosten inderdaad ongeveer gelijk aan de tijdelijke situatie. Dat komt omdat in de nieuwe situatie sprake is van een meer efficiënte en duurzame inrichting, waardoor bij gelijkblijvende kosten voor personele inzet bijna 3 keer zoveel fietsparkeerplaatsen kan worden gerealiseerd.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 143

Vraag: Hogere vergoeding zwerfaval. Er wordt aangegeven dat er een wijziging in vergoedingssystematiek is. Wat betekent dit? Wat zijn deze baten, en hoe is dat anders dan eerst? Antwoord: Rijkswaterstaat heeft in haar berichtgeving laten weten dat gemeenten een vergoeding gaan krijgen vanuit de producenten via RWS voor het opruimen en verwerken van wegwerpplastic in het zwerfafval. Het betreft de Regeling Single Use Plastic (SUP). Uit deze regeling ontvangt de gemeente een zogenaamde SUPbijdrage. Het is een structurele vergoeding, welke kan wijzigen door de samenstelling van zwerfafval en door het aantal inwoners. Er is een eerste proefberekening gemaakt, waarbij de vergoeding per inwoner € 3,49 zou worden. Op basis van deze eerste proefberekening, zou de gemeente Nijmegen een bedrag van zo’n € 635.000 uit hoofde van deze regeling ontvangen. De bestaande prullenbakvergoeding die de gemeente Nijmegen ontvangt vanuit Nedvang blijft bestaan. We verwachten hiervoor een bedrag van € 172.000 structureel te ontvangen. Dat zijn de grootste financiële geldstromen de komende jaren. Met de voorgestelde wijziging is hiermee de begroting aangepast en in lijn gebracht met deze wijziging. Voorheen was de zwerfafvalvergoeding via Stichting Afvalfonds verpakkingen zo’n € 200.000. Daarvoor in de plaats is de prullenbakvergoeding gekomen via Stichting afvalfonds verpakkingen.

Deze vergoeding bedraagt € 172.000. Vanaf 2023 krijgt de gemeente een SUP-vergoeding van zo’n € 3,49 per inwoner. Deze was nog niet in de begroting 2023 opgenomen. Bij e 1e Voortgangsmonitor 2024 cq de Stadsbegroting 2025 is deze voor het eerst in de begroting opgenomen. Daarnaast verwachten we voor 2024 nog een incidentele bijdrage van € 162.000 voor restafval vanuit het restbudget 2013-2022 vanuit het afvalfonds.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 184

Vraag: Extra boa’s levert die handhaven leveren ook meer inkomsten op aan parkeerboetes en dergelijke. Wat zijn de baten van de extra boa’s en dus handhavingscapaciteit? Is deze berekening beschikbaar en zo ja, kan deze worden gegeven?

45

Antwoord: De extra capaciteit die hier geclaimd wordt is om invulling te kunnen geven aan de doorontwikkeling van Toezicht en Handhaving. Hiermee volgen we het advies van het bureau AVH wat een benchmarkonderzoek heeft uitgevoerd en een advies heeft opgesteld. Eerder is de Raad over deze noodzakelijke doorontwikkeling geïnformeerd door middel van een raadsbrief d.d. 26 maart 2024. De hier geschetste capaciteitsuitbreiding is bedoeld om de ambitie te realiseren door te groeien van een basisniveau waarin we proactief handhaven naar een optimaal niveau waarin meer ruimte ontstaat om preventief te handhaven. Dit heeft in brede zin uitwerking op de inzet van Toezicht en Handhaving op de programma’s Openbare Ruimte, Mobiliteit en Veiligheid maar laat zich niet uitdrukken in extra baten. Dit laatste is afhankelijk van keuzes (prioriteiten) die in de toekomst worden gemaakt.

Programma

Website

Bereikbaarheid

Papier/PDF

Webpagina / bladzijde: 147 Indicatoren

Vraag: Het aantal verkeersongevallen met letsel per 100.000 inwoners ligt in Nijmegen beduidend lager (39) dan bij de benchmarksteden (136). Kunt u toelichten welke factoren en beleidsmaatregelen bijdragen aan deze significant lagere cijfers in Nijmegen, en welke lessen hieruit getrokken kunnen worden om dit niveau te behouden? Antwoord: Er is een aantal verschillende verklaringen te geven voor significant lagere cijfers in Nijmegen: Wijze van registratie De cijfers betreffen letselslachtoffers binnen de gemeentegrenzen van de (benchmark)steden. Ze zijn niet uitgesplitst naar wegbeheerders. Ten opzichte van de benchmarksteden liggen er weinig kilometers snelweg of provinciale weg binnen onze gemeentegrenzen. Juist op de snelwegen en provinciale wegen (hogere snelheden) is de kans op letsel bij een ongeval groot. Daar komt bij dat juist provinciale wegen veelal slechter scoren qua verkeersveiligheid door de combinatie van drukte, hogere snelheden en veel interactie met ander verkeer waaronder bijvoorbeeld overstekende voetgangers en fietsers. Weinig sluipverkeer door geografische ligging en goede ruimtelijke ordening Mede door de Waal en het Maas-Waal kanaal is er relatief weinig sluipverkeer in Nijmegen; de bruggen beperken immers het aantal verbindingen. Het verkeer wikkelt zich mede daardoor in hoofdzaak af op een beperkt aantal hoofdwegen.

De bedrijventerreinen bevinden zich in hoofdzaak dicht bij het landelijk hoofdwegennet, waardoor er weinig vrachtverkeer door de woonwijken wordt afgewikkeld. Veel grote wijken zijn ruimtelijk zo opgezet dat er geen reden is tot sluipverkeer. Zie bijvoorbeeld de bloemkool structuren in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost en Nijmegen Noord. Consequent verkeers- en mobiliteitsbeleid Al jaren voert Nijmegen consequent een beleid gericht op stimuleren van lopen en fietsen. Dit is gezonder en in basis ook veiliger. Nieuwe woonwijken en straten richten we consequent in volgens de richtlijnen van het kennisinstituut CROW. Zo is heel nieuw Nijmegen-Noord volgens de richtlijnen ingericht qua wegen en (fiets)paden. We zien daar ook vooral een (gevoel) van verkeersonveiligheid op wegen die nog niet nieuw zijn vormgeven, zoals de Griftdijk. Door vast te houden aan dat consequente beleid beperken we ook naar de toekomst toe het aantal letselslachtoffers. De netwerkvisie past daarin. Mede omdat we daarmee vele ‘grijze’ wegen eindelijk kunnen gaan inrichten volgens de richtlijnen van het CROW en waarbij we vooruitlopend op momenten van groot onderhoud consequent kiezen voor een veiligere, lagere snelheid van 30 km/uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c06ac063-51c9-451e-8c66-931710286f46