CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisatie omgevingsvisie Nijmegen: De Nabije Stad Opbrengst stap 2 contourennotitie

Besluitronde (raadsvergadering) 24 april 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brief Contouren omgevingsvisie18.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Functiemenging is niet overal mogelijk. Dat kan gaan over monumentale parken en industriegebieden waarvan het om gezondheidsredenen niet wenselijk is dat mensen er wonen.

1.1.7.

Gezonde en duurzame voedselomgeving

In Nijmegen stimuleren we een gezonde voedselomgeving waarbij kiezen voor gezonde voeding zo makkelijker mogelijk wordt gemaakt. Dat betekent een gezond voedselaanbod in publieke voorzieningen en een openbare ruimte die gezond gedrag stimuleert. Denk aan gezond voedsel in school- en sportkantines, maar ook watertappunten, schoolmoestuinen, eetbaar groen en moestuinen in de wijk.

26

1.1.8.

Schoon en veilig

In Nijmegen hechten we veel waarde aan een schone en veilige leefomgeving. Een schone en veilige leefomgeving is goed onderhouden en is vrij van (zwerf)afval. Dit nodigt uit tot bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en bevordert daarmee de gezondheid van inwoners. Inwoners van jong tot oud moeten veilig gebruik kunnen maken van de leefomgeving en zich ook veilig voelen. Een aantrekkelijke en toegankelijke omgeving met voldoende verlichting draagt hieraan bij.

1.2.

Gemaakte keuzes

1.2.1. •

Beweegvriendelijke omgeving We zorgen ervoor dat de omgeving actief bewegen (wandelen, fietsen, spelen, sporten) stimuleert en faciliteert.

•

We kiezen in de woongebieden voor duurzame en schone mobiliteit, aanzet tot bewegen en zo min mogelijk (openbare) ruimte gebruikt, zodat die beschikbaar is voor spelen, ontmoeten, groen en andere gewenste functies.

•

We willen een stad met plekken waar kinderen kunnen spelen. We zetten ons in om de samenspeelkansen van alle kinderen te bevorderen door de Samenspeelbelofte, die ondertekend is door de gemeente, verder uit te werken.

•

Op stedelijk en wijkniveau ontwikkelen we een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes voor iedereen. Daarvoor maken we een fijnmazig netwerk van routes en ommetjes voor wandelen, fietsen en bewegen.

•

Bewegen, Ontmoeten, Spelen, Sport (BOSS)13: werken aan een netwerk van 4 lagen (bovenwijkse beweegnetwerken, Groene sociale knooppunten, buurtplekken, ruimte op straat) in de stad die zorgt voor een omgeving die bewegen, ontmoeten, spelen en sport stimuleert van inwoners van alle leeftijden.

•

We realiseren meer schone, veilige en obstakelvrije stoepen en hebben meer aandacht voor de beleving.

•

We zorgen voor een faciliterende fysieke (sport) infrastructuur die voor iedereen toegankelijk is.

•

We maken werk van de grote vernieuwingsgolf die eraan komt, voor de openbare ruimte, wegen, bruggen e.d. We kiezen bij onderhoud en vervanging voor een toegankelijke openbare ruimte met meer groen, die veilig is en ruimte biedt voor klimaatadaptatie, ontmoeting, sport, spel en beweging.

Zie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/2e654ecf-9664-4b3c-89dd908ae0540340?documentId=18568566-af9d-40fc-9b93-b82f847dced4&agendaItemId=224e5045-8d64-465486f8-0945f0dbc663 13

27

•

De basis voor het beleid over toegankelijkheid is vastgelegd in het ‘Handboek Nijmegen toegankelijk’14 dat de gemeente sinds 2017 gebruikt. Dit handboek ook gekoppeld aan het ‘Actieprogramma Inclusie 2021-2024’15.

1.2.2. •

Gezond Milieu We werken aan het Uitvoeringsprogramma 'Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit' 2020-2030’16 en nemen actief deel aan het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA). Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven we naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Een andere afspraak uit het Schone Lucht Akkoord is dat we met partijen toewerken naar de WHOadvieswaarden in 2030. De advieswaarden uit 2005 zijn daarbij uitgangspunt.

•

In de “Gebiedsvisie TPN-West” geven we aan dat TPN-West een industriegebied is waar de focus ligt op duurzame economische ontwikkeling en leefbaarheid, zowel binnen het gebied als in de omringende woonwijken. Deze kernwaarden zijn met elkaar in balans. Daarbij wordt gestreefd naar vermindering van de milieudruk op de leefomgeving en gaat TPN-West voor duurzaam transport en mobiliteit over weg en water. Vermindering van milieudruk betreft zowel het terugdringen van de uitstoot van schadelijke stoffen (zoals NOx en Zeer Zorgwekkende Stoffen) naar lucht, water en bodem als hinder van geur, geluid en trillingen.

•

We streven naar schoon en emissieloos bouwen, ook met het oog op circulariteit, de energietransitie en luchtkwaliteit.

•

We streven we naar een Rookvrije Generatie in 2040.

•

De Wet bodembescherming is opgenomen in de Omgevingswet. Als bodemgevoelige locaties wijzen wij in het omgevingsplan, naast de plaatsen waar een gebouw voor verblijf van mensen wordt gebouwd, ook volkstuinen, kinderspeelplaatsen en voedselbossen aan. Op deze locaties zijn de normen voor lood in de bodem lager.

•

We beheersen, voorkomen en verminderen bodemverontreiniging in overeenstemming met vastgestelde normen en zorgen voor een ondergrondse ordening die ontwikkelingen mogelijk maakt.

•

De ontwikkelingen in de gemeente Nijmegen bieden kans om bodemverontreiniging en aanwezige explosieven uit de Tweede Wereldoorlog op te ruimen, waarmee we stad en omgeving gezonder en veiliger maken.

•

De Wet geluidhinder is een belangrijke basis in de ruimtelijke afweging voor het aspect geluid. Deze wet biedt geluidgevoelige functies (zoals woningen), op basis van zonering, bescherming tegen

Zie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/c73da81b-6961-4cda-881cde95619e560d?documentId=de58103a-f596-41e8-9683-467d4beb6b9c&agendaItemId=715e6062-6c33-4ed1b7a8-040cc48674f4 15 Zie voor de voortgangsmonitor: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/92633d7d5086-4dca-bdd8-7650deef4ac0?documentId=6c318855-719d-402e-892e3eee9de9caae&agendaItemId=47e63c47-6f2b-4a47-bacc-d8f244ed3a14 16 Zie hiervoor: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/c39e8606-a170-4df2-aac5583cabe759e2?documentId=cf35a3c9-5388-41a1-bc8b-5414e0a58248&agendaItemId=b979185a-544f-48b19157-16354fc5dca5 14

28

geluidsoverlast van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. De Wet geluidhinder is een wettelijk beoordelingskader bij vooral het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van Omgevingsvergunningen "Afwijken bestemmingsplan". •

We hebben in februari 2024 het Nijmeegse geurbeleid bestendigd, waarin wordt bevestigd dat het beoordelingskader voor het Gelders geurbeleid ook wordt gebruikt voor vergunningsverlening Nijmeegse bedrijven en de beoordeling van ruimtelijke plannen. De geuronderzoeken die op dit moment worden uitgevoerd op bedrijventerrein Nijmegen-West en Weurt leveren een actueel beeld op van de huidige geursituatie. Mogelijk leidt dit tot een voorstel voor een nieuw, dan wel gewijzigd geurbeleid.

•

We bestendigen het huidige beleid uit de bestaande Omgevingsvisie over het bouwen van gevoelige bestemmingen langs drukke wegen: “Bij ontwikkelingen houden we voldoende afstand tussen schadelijke bronnen en gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen en kinderopvang in overeenstemming met de landelijke GGD-richtlijn.

1.2.3. •

Ruimte voor ontmoeten en verbinden In 2030 willen we een verblijfsvriendelijke binnenstad hebben waar geparkeerde auto’s geen deel meer uitmaken van het straatbeeld, met uitzondering van mindervalide plaatsen en deelauto’s.

•

We verkennen of het mogelijk is om leefstraten te realiseren in Nijmegen.

•

Het beschermen en benutten van cultureel erfgoed en het beleefbaar maken van de rijke geschiedenis.

•

Een activerend wijkaccommodatiebeleid dat sociale cohesie en maatschappelijke participatie stimuleert en faciliteert, dat initiatieven van inwoners en zelforganisaties stimuleert en ondersteunt.

•

Het inrichten van sociale groene knooppunten in stadsdelen.

•

We werken verder aan de toegankelijkheid van gemeentelijke gebouwen zoals wijkcentra, sportzalen en culturele voorzieningen met een meerjarenprogramma.

•

Bij herbestemming van religieus erfgoed zetten we in op functies die een rol kunnen spelen in de wijk en (mede) als ontmoetingsplek kunnen dienen.

1.2.4. •

Gezond en sociaal wonen voor iedereen Als Nijmegen willen we de impact van de groei van de stad op de omgeving zo klein mogelijk houden. De groei van de stad benutten we om de kwaliteit van de stad te verbeteren. Daarbij denken we aan strategieën als intensiveren, combineren, functiemenging en transformatie van bestaande gebieden.

•

Het bevorderen van voldoende passend en betaalbaar aanbod van woningen, met aandacht voor toegankelijkheid en binnenklimaat.

•

We werken aan gevarieerde wijken in de verschillende stadsdelen zodat er meer menging is tussen verschillende groepen inwoners wat weer bijdraagt aan een inclusievere samenleving.

•

Er worden woningen gereserveerd voor bijzondere doelgroepen die uitstromen uit intramurale woonvormen en instellingen waaronder mensen met een psychische kwetsbaarheid.

•

Sterke gemengde wijken met een eigen identiteit en kwaliteit en voor iedereen passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen.

29

•

We richten ons op sterke wijken met voor iedereen passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen.

•

Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan leefwereld, welbevinden en gezondheid van inwoners centraal. Om verbeteringen te realiseren werken we met placemaking en ondersteunen we tijdelijke functies en initiatieven.

1.2.5. •

Functies zijn goed gemengd Compacte en leefbare stad; Nijmegen blijft een compacte stad met een duidelijke identiteit, waar het door functiemenging en slimme combinaties aantrekkelijk is om te wonen en te verblijven.

•

In de periode tot 2040 willen we de mogelijkheden van verdichting en functiemenging vooral in de stedelijke knooppunten stimuleren.

•

We versterken de wijken rondom het kanaal met woningbouw en meer functiemenging (Neerbosch-Oost, Lindenholt, Dukenburg, Hatert). We maken deze toekomstbestendig en lossen vraagstukken op het terrein van welzijn, zorg, inkomen, werk, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid op.

•

Onze woonopgave willen we nadrukkelijk combineren met andere opgaven, zoals werken, voorzieningen en mobiliteit. Hierbij willen we sterk inzetten op de bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer. Door te verdichten en functies te mengen, komen reisdoelen dichter bij elkaar te liggen.

1.2.6. •

Gezonde en duurzame voedselomgeving De oriënterende notie stadslandbouw en voedsel ‘Nijmegen – stadslandbouw van de grond’17 geeft een aanzet voor vervolgstappen voor een duurzame en innovatieve stadslandbouw, en voor een korte voedselketen tussen producent en consument.

•

Onderdeel in het actieprogramma economische visie is de Economische foodagenda. De inzet van lokale MKB-ondernemers in de voedselproductie, -verwerking en -verkoop en experts te bundelen en te stroomlijnen met als doel te komen tot een voedselactieplan dat de regio dient.

•

We stimuleren het realiseren van schoolmoestuinen.

1.3.

Bestuurlijke vraagstukken

1.3.1.

Beweegvriendelijke omgeving

Probleemstelling en oplossingsrichtingen Met de verstedelijking van de stad dient de openbare ruimte goed op orde te zijn. Dit vraagt extra aandacht voor bestaande plekken in de stad met achterstallig onderhoud. Vanuit gebiedsgerichte aanpak zouden ook financiële middelen moeten doorstromen naar openbare ruimte die op dit moment achterstallig is.

Zie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/e973c54d-b10d-475a-ac674d15459c4bf3?documentId=f3a97eda-d832-4e1f-b5b6-e0ce4188ec57&agendaItemId=0ae409bc-1fc5-41d89557-33329eda75cc 17

30

We willen primaire voorzieningen actief inrichten op voetganger en fietsers om de druk op auto’s te verminderen. Dit zorgt voor een veilige en overzichtelijke omgeving, waarbij de auto soms op afstand staat.

1.3.2.

Gezond milieu

Oplossingsrichtingen •

We halen de omgevingswaarden voor de luchtkwaliteit zoals deze zijn vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Vervolgens werken we aan een nog schonere lucht. Dit doen we door de maatregelen zoals beschreven in het Uitvoeringsprogramma 2020-2030 “Op weg naar gezonde luchtkwaliteit Nijmegen 2020-2030” uit te voeren, de ontwikkelingen te monitoren en waar mogelijk maatregelen bij te stellen. Ook de aankomende nieuwe EU-grenswaarden worden op termijn in het Bkl opgenomen en zijn vanaf dan bindend, ook in toetsing van ruimtelijke plannen. Deze nieuwe EU-grenswaarden zijn mede gebaseerd op de recente WHO-advieswaarden van 2021.

•

Bij zowel vergunningverlening als bij de ontwikkeling van ruimtelijke projecten, streven we ernaar dat er geen geurgevoelige bestemmingen boven de in ons beleid vastgestelde richtwaarde komen te liggen. Hierdoor zorgen we voor het terugdringen van ervaren overlast en bevorderen we een gezonde leefomgeving. We wijzen geurgevoelige functies aan in het omgevingsplan. Voeren actief toezicht uit op de emissies van geur en zorgen ervoor dat we beschikken over een actueel inzicht van de geuremissies door bedrijven. (Toelichting: dit kan in een aantal situaties discussie opleveren met projecten en projectorganisaties. Als voorbeelden zijn te noemen: Kinderdorp Neerbosch; Winkelsteeg/Plaza Foods. Aandachtspunt is ook geplande hoogbouw waarbij geurbelasting anders kan zijn dan op maaiveld.)

•

We beschermen omwonenden tegen industriële emissies door vergunningen van bedrijven tijdig te actualiseren en zo scherp mogelijk te vergunnen. We communiceren daarbij actief naar omwonenden en betrekken hen hierbij. We stimuleren bedrijven om invulling te geven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. We voeren actief toezicht uit op de emissies van schadelijke stoffen door bedrijven en zorgen ervoor dat we een actueel inzicht hebben van de emissies door bedrijven.

•

We zetten in op het ontmoedigen van houtstook door middel van voorlichting, communicatie en financiële prikkels om te stoppen met het stoken van hout. Houtstook veroorzaakt namelijk overlast en gezondheidsschade. De uitvoeringsrealiteit bemoeilijkt een stads breed (gedeeltelijk) verbod op houtstook. Daarom zetten we in op een meldplicht en een stookverbod bij nieuwbouw.

•

We stellen vast of continueren Nijmeegse normen (omgevingswaarden) in ons omgevingsplan op het gebied van lucht, geluid en bodem. Hierbij kan differentiatie ontstaan tussen locaties om evenwichtige toedeling van functies mogelijk te maken. Dit gebeurt zoveel mogelijk in overeenstemming met bijvoorbeeld GGD-advieswaarden voor lucht, geluid, bodem. Bestaande voorbeelden zijn strengere geluidsnormen in woonwijken dan in het centrum die soms strenger zijn dan wettelijke normen of op afstand plaatsen van gevoelige bestemmingen en woningen ten opzichte van drukke doorgaande wegen.

1.3.3.

Groen klimaat bestendige omgeving

Probleemstelling en oplossingsrichting

31

Door verdichting en de grote opgave in de openbare ruimte staat deze onder druk. Daarom moet er expliciet aandacht zijn voor verschillende vormen van gebruik in de openbare ruimte die soms niet met elkaar samen kunnen gaan. Het mengen van functies is een doel, maar niet altijd mogelijk.

1.3.4.

Ruimte voor ontmoeten en verbinden

Probleemstelling en oplossingsrichting Initiatieven van bewoners zijn van hoge waarde voor identiteit van de buurt. Daarom willen we extra aandacht voor plekken van het onverwachte.

1.3.5.

Gezond en sociaal wonen voor iedereen

Probleemstelling en oplossingsrichting Voor sociale nieuwbouw geldt dat deze op eenzelfde manier als andere woningtypes afgewogen worden tegen locaties keuzes. Sociale woningbouw kan niet het sluitstuk zijn tussen locaties met een slechte gezondheidsbelasting.

1.3.6.

Functie menging waar mogelijk

Oplossingsrichting We leggen vast in een gebiedsgerichte uitwerking wat we verstaan onder functiemenging per stadsdeel. Functiemenging beschrijven we als het mengen van woonfuncties met andere functies zoals dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, horeca, detailhandel, scholen, (kleinschalige) bedrijven, etc.

1.3.7.

Gezonde en duurzame voedselomgeving

Probleemstelling en oplossingsrichting Om gezond op te groeien is een gezonde voedselomgeving essentieel. We streven naar een gezonde voedselomgeving, maar willen we verder gaan dan de landelijke standaard? Experts zeggen sluit nieuwe functies uit met ongezond voedingsaanbod met een bepaalde afstand rond een school en onderzoek verder juridische mogelijkheden voor het weren van fastfood en gemaksvoedsel.

1.3.8.

Schoon en veilig

Oplossingsrichting We laten ons inspireren trends op meervoudig gebruik van meubilair en inrichting van de openbare ruimte. Op basis van bevinden van algemene richtlijnen, scherpen wij ons beleid aan.

32

Bijlage 2. Hoe – Economisch veerkrachtige stad 2.1.

Opgave - doelen

2.1.1.

Toekomstbestendige economie, verduurzaming en versterken (inter-) nationaal profiel

Nederland streeft naar een toekomstbestendige economie die klimaatneutraal, circulair en beter bestand is tegen schokken. Landelijk zal meer dan voorheen brede welvaart het doel zijn. In Nijmegen sluiten we ons hierop aan.

Nijmegen wil in 2050 een stad wil zijn met aantrekkelijke banen. Daarvoor is een evenwichtige economische ontwikkeling noodzakelijk met arbeidsplaatsen voor zowel praktisch geschoolden als voor theoretisch opgeleiden. Door het bieden van voldoende én toekomstbestendige werklocaties kunnen kansen worden vergroot om (jong) talent aan de stad te binden en een goede balans te behouden tussen de samenstelling van de beroepsbevolking in Nijmegen én de regio en het aantal en typen banen. Het bieden van voldoende en geschikte ruimte voor de economische activiteiten is tegelijkertijd een goede basis om het voorzieningenniveau verder te versterken.

2.1.2.

Versterken detailhandelsstructuur

We zijn een leefbare stad met een goede voorzieningen, deels op stads-, wijk- en buurtniveau. We hebben een fijnmazig net aan buurt en wijkwinkelcentra in de directe nabijheid van onze inwoners. Dat willen we behouden en versterken.

2.2.

Gemaakte keuzes

2.2.1.

Toekomstbestendige economie verduurzaming en versterken (inter-) nationaal profiel

•

We zijn woon- én werkstad. Een evenwichtige groei van de stad betekent ook ruimte voor economie. We bieden ruimte aan bedrijven die passen bij de woon- en werkstad die we willen zijn. We stimuleren de start en groei van bedrijven in een sterk economisch ecosysteem, met name in de kansrijke Nijmeegse sectoren. We bieden daarom ruimte aan bedrijven die aansluiten bij ons economisch profiel. We letten daarbij op een evenwichtige ontwikkeling van vraag- en aanbod op de arbeidsmarkt.

•

Nijmegen heeft een goede basis aan werklocaties met veel variëteit. De Nijmeegse werklocaties zijn complementair aan elkaar en belangrijke plekken als het gaat om aantal banen. We zetten in op het versterken en toekomstbestendig maken van onze werklocaties. Onze grootste werklocaties naast de campussen zijn: Trade Port Nijmegen-west, Bijsterhuizen, De Grift en Rietgraaf, Winkelsteeg en Brabantse Poort.

33

•

Martkontwikkelingen en signalen vanuit de markt laten zien dat er behoefte is aan (nieuwe) kantoorruimte in Nijmegen18. De afgelopen jaren hebben vooral in het teken gestaan van het terugdringen van het overaanbod aan kantoormeters; veel kantoorpanden zijn getransformeerd. De huidige kantorenmarkt vraagt om een andere focus: het behouden van voldoende kwalitatieve kantoormeters op aantrekkelijke, toekomstbestendige kantoorlocaties. Dit vraagt om een duidelijke keuze maken voor voldoende kwalitatieve kantoormeters op de meest toekomstbestendige locaties: Centraal Station, Centrum, de beide Campussen en Brabantse Poort/Kerkenbos;

•

Uit een recent werklocatieonderzoek komen 5 strategische aanbevelingen voor evenwichtige ontwikkeling, namelijk: ▪

Strategische ruimte voor de circulaire economie en energietransitie

▪

Versterken van kwaliteit (boven)regionale logistieke knooppuntfunctie

▪

Efficiënter en duurzamer gebruiken van (delen van) bestaande bedrijventerreinen

▪

Doorontwikkelen van de innovatie-omgevingen

▪

Inpassen van kleinschalige bedrijfsruimte bij functiemenging in woon-werkgebieden. We willen de wijkeconomie stimuleren, voor zover dit aansluit bij een betere leefbaarheid in de wijk.

•

De vraag naar ruimte op werklocaties neemt ook de komende jaren volgens de prognoses toe. Tegelijkertijd is er in Nijmegen en in de regio sprake van een toenemende druk op de beschikbare ruimte. Voor de komende 10 jaar is de verwachte vraag naar bedrijventerreinen groter dan het aanbod. Het aanbieden van voldoende ruimte wordt steeds meer een vraagstuk dat niet alleen in onze stad, maar in de regio moet worden opgepakt.

•

We actualiseren in 2024 de Economische Visie19. De accountmanagers en het Ondernemerspunt hebben een belangrijk rol als het gaat om het opvangen van signalen uit de markt. We gaan door met het Uitvoeringsprogramma in de Economische Visie. Jaarlijks worden meer dan 50 projecten uitgevoerd om economische ontwikkeling te stimuleren. Deze projecten hebben ook hun impact op het verder versterken van ecosysteem (campussen en werklocaties) in Nijmegen.

•

We zetten in op sterke campussen en profileren hierbij de unieke kracht van health & high tech. Voor campus Heyendaal werken we/ hebben we samen met de campuspartners het beleid verder uit/ uitgewerkt in de gebiedsvisie voor Heyendaal.

•

We profileren Nijmegen als oudste stad van Nederland met een jong en bruisend karakter. Hiervoor zetten we onze citymarketing gericht op ‘old city, young vibe’ in.

Zie hiervoor het Kantorenmarktonderzoek: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/b902bf2d-25da-407a-9857618b122b15fa?documentId=bc6b24ea-a870-4587-9334-dad72df242ae&agendaItemId=82d05652-17aa-4dbfb0e3-87be136d2a70 19 Zie brief over traject Economische Visie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/5ce8cfee-a9bb-48c0-8469aa32665735f3?documentId=6a12bafd-3426-41f6-920d-af42459a2103&agendaItemId=aba0095e-4e90-4f2c-bfa671dd3bec53de 18

34

•

We versterken ons evenementenklimaat en stimuleren evenementen die bijdragen aan het profiel van onze stad.

2.2.2.

Detailhandelsstructuur en het bevorderen van een leefbare stad met goede voorzieningen

Dit netwerk willen we behouden en verder versterken. Tegelijkertijd willen we ruimte bieden aan kleinschalige nieuwe initiatieven rond horeca en retail in de directe nabijheid van bewoners, als deze initiatieven bijdragen aan een meer leefbare wijk.

2.2.3.

Gastvrije binnenstad

Het beleid voor de binnenstad is opgenomen en verder uitgewerkt in de gebiedsvisie Koers voor de binnenstad20. De filosofie van deze gebiedsvisie is dat de binnenstad de huiskamer van Nijmegen is. We zijn voor bewoners en bezoekers een aantrekkelijke stad met een bruisende vrijetijdseconomie (binnenstad, horeca, evenementen, cultuur, sport en omgeving).

Zie voor de Koers voor de Binnenstad: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/5ce8cfee-a9bb-48c0-8469aa32665735f3?documentId=d7c84c8c-0b1f-482c-adc8-d87db2d67788&agendaItemId=2a1c4bd3-7caf-414c9df5-8b81af96c62e 20

35

Bijlage 3. Hoe – Aantrekkelijke stad 3.1. Opgave - doelen 3.1.1. Voldoende aanbod van betaalbare woningen Veel mensen wonen al prettig in Nijmegen. Dat willen we behouden. Tegelijkertijd zijn veel mensen opzoek naar een betaalbare woning.

Er is krapte op de woningmarkt waardoor veel mensen geen (geschikte) woning kunnen vinden. De woningbehoefte in de regio Arnhem-Nijmegen is aanzienlijk met 54.000 woningen in de periode 2022-2040, waarvan 41.000 tot en met 2030. De Nijmeegse opgave is zo’n 13.000 nieuwe woningen tot 2030. Er is behoefte aan betaalbare koop- en huurwoningen en studentenhuisvesting, tegelijkertijd is de realisatie daarvan financieel gezien moeilijk (onrendabele top). Door de vergrijzing neemt de vraag naar (zelfstandige) woonzorgconcepten en verpleeghuiszorg toe. Gezien de landelijke lijn om het aantal verpleeghuisplekken niet te verhogen, betekent dit dat meer kwetsbare ouderen in de wijken wonen en zorg zullen moeten ontvangen.

Nijmegen heeft voldoende woningen in de planning staan om te voorzien in de woningbehoefte. De woningvoorraad neemt niet alleen toe door nieuwbouw, ook via transformatie, woningsplitsing en optopping zijn nieuwe woningen in de bestaande stad te realiseren. Kanttekening hierbij is de krapte op het stroomnet vanwege netcongestie tot 2030.

3.1.2. Leefbaarheid en identiteit van wijken We willen inwoners een prettige leefomgeving blijven bieden. De identiteit van de wijken is uitgangspunt voor binnenstedelijke bouwopgaven. Nijmegen is in verschillende periodes gebouwd. Hierdoor heeft de stad verschillende type bebouwing en structuren. Deze hebben een eigen kwaliteit. Met stedelijke transformatie worden ook andere kwaliteiten toegevoegd.

Tegelijkertijd kan het ook een impuls geven aan de leefbaarheid, doordat er meer draagvlak is voor voorzieningen en binnenstedelijke ontwikkelingen als vliegwiel kunnen fungeren voor het klimaatbestendig maken van onze leefomgeving.

3.1.3. Cultureel erfgoed Ons erfgoed is bepalend voor de identiteit, kwaliteit en profilering van de stad. Nijmegen kent een lange geschiedenis, waarin de stad is gegroeid en zich ontwikkeld heeft. Van al deze perioden is erfgoed bewaard gebleven. Zichtbaar en niet-zichtbaar onder de grond.

De afgelopen decennia is er veel aandacht geweest voor ons erfgoed. We hebben gebieden beschermd en werken gestaag aan de uitbreiding van de monumentenlijst. Ook is er veel archeologisch onderzoek gedaan, waarmee het archeologisch bodemarchief bewaard is gebleven. De Romeinse Limes locaties zijn Unesco-werelderfgoed

36

geworden. En er is nieuw erfgoed bij gekomen. Toch zijn er nog opgaven voor de toekomst. Nog niet al ons waardevol erfgoed is voldoende beschermd om ongewenste sloop of opgraving te kunnen voorkomen. Er zijn plekken in onze stad met een bijzonder verleden, maar waar dit onvoldoende zichtbaar is. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen van erfgoed niet altijd benut of staat behoud van het erfgoed onder druk door andere opgaven die we als stad hebben. Om de identiteiten en kwaliteiten van onze stad te kunnen bewaren en benutten is het van belang om ons erfgoed goed te beschermen en in stand te houden.

3.1.4. Erfgoed beschermen en in standhouden We zorgen goed voor ons erfgoed, zodat het erfgoed kan blijven bijdragen aan de identiteit, kwaliteit en profilering van de stad. Hiervoor beschermen we monumenten, zorgen we voor passende regels en maken we monumenten toekomstbestendig. Daarnaast zorgen we voor goede inpassing van ons erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen.

3.1.5. Beleefbaar maken van de rijke geschiedenis Het rijke verleden en de verhalen en het erfgoed die zijn overgeleverd zijn van groot belang voor de profilering van onze stad en voor de aantrekkingskracht op inwoners en bezoekers. Door de geschiedenis nog beter beleefbaar te maken kunnen we de identiteit van onze stad versterken, evenals de aantrekkelijkheid.

3.1.6. Erfgoed als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen Erfgoed is een factor die ook kwaliteit geeft aan de omgeving. Daarnaast draagt het bij aan de identiteit van een gebied en biedt het verleden aanknopingspunten en een inspiratiebron voor ontwikkelingen. Gebieden met identiteit zorgen voor een toekomstbestendige stad, waar mensen graag willen wonen, werken, verblijven en recreëren.

3.1.7. Omliggend landschap behouden Nijmegen is een compacte stad omringd door een prachtig landschap. Dit is een belangrijke kernkwaliteit van de stad. We willen deze kwaliteit verder versterken door de groei binnen de stadgrenzen te faciliteren. Daarmee houden we de stad vitaal en dynamisch en sparen we het landschap.

3.2.

Gemaakte keuzes

3.2.1. Voldoende en betaalbaar aanbod van woningen. Het woonbeleid is opgenomen en verder uitgewerkt in het woonbeleid. Hierin is opgenomen dat we voldoende en betaalbaar aanbod van woningen willen creëren door: •

Nieuwbouw binnen de bestaande stad;

•

Het beter benutten van de bestaande voorraad (mogelijkheden bieden voor woningsplitsing, voorkomen van leegstand, transformatie van gebouwen en verkamering);

•

Inzet van de juiste instrumenten (o.a. omgevingsplan).

37

We zetten in op voldoende woningen, wonen en zorg, betaalbare woningen, duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid in gemengde wijken.

3.2.2. Het behouden van de leefbaarheid en identiteit van wijken Het belang van ruimtelijke kwaliteit is onderdeel van de transformatie van gebieden en locaties. Dit gaat over de synergie tussen gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van gebieden en locaties. Gebruikswaarde gaat over effectief, efficiënt en meervoudig ruimtegebruik. Toekomstwaarde draait om duurzaam, aanpasbaar en robuust ingerichte ruimte. Belevingswaarde stelt vormgeving, karakter en onderscheidende kwaliteit centraal. Door ook de herkomstwaarde mee te nemen komen de ontstaansgeschiedenis en identiteit van een plek in beeld.

We zetten in op 10 leidende principes bij binnenstedelijke ontwikkelingen. Deze principes zijn voor de hele stad inzetbaar, maar geven ook richting aan concrete ontwikkelingen in Nijmegen. De principes doen recht aan de verschillen tussen gebieden. Ze zullen daar per locatie zorgen voor een andere afweging. Op basis hiervan laten we zien hoe een ontwikkeling kan bijdragen aan de omgevingsvisie. De komende jaren zal Nijmegen dit nog verder ontwikkelen. Onderstaand principes komen ook terug bij de onderwerpen Sociale en Gezonde stad en Duurzame Stad. De principes zijn: •

Mixen en verdichten

•

Voortbouwen op lokale identiteit

•

Verdichten en vergroenen

•

Contramal als drager voor verdichting

•

Betekenisvolle plekken

•

Aantrekkelijk verblijfsklimaat

•

Natuurinclusief en klimaatadaptief

•

Netwerk voor mensen

•

Gezond metabolisme

•

Doe het samen

3.2.3. Het beschermen van cultureel erfgoed •

We wijzen nieuwe monumenten aan.

•

We maken passende regelgeving voor bescherming en instandhouding van ons waardevol erfgoed.

•

We behouden de kwaliteiten van onze beschermde gebieden en nemen het als uitgangspunt voor ruimtelijke opgaven in deze gebieden.

•

We stimuleren toekomstbestendige monumenten, door middel van verduurzaming en passende functies.

•

We creëren draagvlak voor het behoud van ons erfgoed.

38

3.2.4. Beleefbaar maken van de rijke geschiedenis •

We maken de geschiedenis van de stad beter zichtbaar en beleefbaar in de fysieke leefomgeving. We richten ons hierbij op de perioden Romeinen21, Middeleeuwen, Tweede Wereldoorlog & Wederopbouw en op het thema Strategische ligging. We maken hiervoor een kansenkaart, waarop kansrijke locaties voor visualisaties in de openbare ruimte en bij ontwikkelingslocaties zijn weergegeven.

•

We onderzoeken hoe we onze topmonumenten in gemeentelijk eigendom een publieksfunctie geven.

•

Het Valkhofkwartier ontwikkelen we tot dé plek waar 2000 jaar geschiedenis te beleven is.

•

Onze Unesco wereld-erfgoedlocaties van de Romeinse Limes maken we beter zichtbaar en beleefbaar.

3.2.5. Erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen •

Waardevol cultureel erfgoed behouden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

•

De geschiedenis van de plek en het aanwezige erfgoed inzetten als onderlegger en inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen.

•

De kansen van erfgoed benutten voor de identiteit en kwaliteiten van gebieden.

•

De kernkwaliteiten van het Nijmeegse erfgoed inzetten om de identiteit van gebieden te beschermen, versterken bij ruimtelijke opgaven. Het gaat hierbij om de volgende kernkwaliteiten: landschap, strategische ligging, religieus erfgoed, groen erfgoed, gebieden van nationaal belang.

3.2.6. Het beschermen van de landschappelijke kwaliteiten rond de stad •

We bouwen binnen de grenzen van de stad.

•

Regionale verstedelijkingsstrategie Meer landschap, meer stad. Met o.a. binnenstedelijk bouwen en vervlechting van landschap in stad en ommeland.

3.3.

Bestuurlijke vraagstukken

3.3.1. Functiemenging Probleemstelling Functiemenging is goed om minder reisbewegingen en levendige wijken te creëren. Maar te veel functiemenging kan ook negatieve gevolgen hebben. Kunnen we alleen functiemenging toestaan op plekken waar dat mogelijk is?

Horen bedrijven in principe alleen thuis op bedrijventerreinen of industrieterreinen? Of zijn er ook bedrijven die goed in wijken thuishoren en zich goed laten combineren met woningbouw (ambachtelijke bedrijven, kantoren, dienstverlenende bedrijven en maatschappelijke voorzieningen)?

Iconische plekken zijn: Waalsprong (Masker, Oosterhout, Grote Boel met name), Valkhofkwartier (burcht, castellum terrein (lindenberg), Kelfkensbos, Hunnerpark, Keizer Trajanusplein), Nijmegen-West (Ulpia, met name kansen voor Maasplein en entree Waalfront en verbinding tussen Waalfront en Waterkwartier, 4. Depotgebied, 5. Kops Plateau 21

39

Uit een enquête voor het stadspanel blijkt dat veel inwoners beperkt voorstander zijn van functiemenging met kleinschalige bedrijvigheid. Industrie is, begrijpelijkerwijs, alleen wenselijk op bedrijventerreinen.

Oplossingsrichting Het is mogelijk om in de omgevingsvisie gebieden op te nemen waar functiemenging mogelijk is. Daarnaast is het mogelijk om juist rustige woongebieden aan te wijzen waar functiemenging niet gewenst is, of gebieden waar dit wel gewenst is. Hierdoor leggen we een basis voor het stellen van normen in het omgevingsplan.

3.3.2. Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Probleemstelling Is het toevoegen van woningen belangrijker dan behoud van waardevol erfgoed? Willen we hoogbouw toestaan in onze beschermde gebieden, zodat we hiermee sneller aan de woningbehoefte kunnen voldoen, ook als dit ten koste gaat van de beschermde kwaliteiten van het gebied? Gaat het toevoegen van woningen vóór het behoud van de kwaliteiten van het gebied? Willen we meer woningruimte of willen we rekening houden met de kwaliteiten en gevelopbouw van het straatbeeld en daardoor mogelijk minder woonruimte?

Is er een grens aan verdichten van de 19e-eeuwse schil, onder andere door onbeperkt toevoegen van woningen in kelders en souterrains en het opdelen van eengezinswoningen in studio’s? De afgelopen jaren zijn er veel souterrains in gebruik genomen voor bewoning. Ook zijn veel kelders uitgediept voor een extra woonlaag. In plaats van optopping is er in dit gebied sprake van verdichting door middel van ondergronds bouwen. Dit geeft een enorme druk op het gebied die de kwaliteit en leefbaarheid niet ten goede komt. Er komen meer mensen in het gebied te wonen, waardoor de druk op de openbare ruimte toeneemt. Ook worden voortuinen in gebruik genomen door fietsenstallingen en containers, omdat de souterrains niet meer gebruikt kunnen worden voor opslag omdat er woonruimte in is gekomen. Dit veroorzaakt een verrommeling van de voortuinen. Ook worden er steeds meer keldertoegangen in de voortuinen gemaakt. Hiermee raken voortuinen steeds meer versteend.

Hoe gaan we om met bescherming van het UNESCO-werelderfgoed in relatie tot vergroening van de stad? In situ behoud van het romeinse erfgoed in relatie tot de wens voor vergroening, of kosten maken voor archeologisch onderzoek voor vergroening (bomen planten).

Oplossingsrichting Om het erfgoedbeleid verder uit te voeren kan een omgevingsprogramma helpen. Hierin staat hoe het college werkt aan de uitvoering van de doelen uit de omgevingsvisie.

40

Bijlage 4. Hoe – Duurzame stad 4.1. 4.1.1.

Opgave - doelen Nijmegen circulair in 2050

Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050. De circulaire economie is onderdeel van een aantal grote transities. Zo verminderen we met een circulair Nijmegen ook de CO2-stoot om verdere opwarming van het klimaat te voorkomen.

4.1.2.

55% CO2-reductie in 2030 – klimaatneutraal in 2050

Wereldwijd is afgesproken om uitstoot van broeikasgassen in te perken om klimaatverandering tegen te gaan. Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn en om die doelstelling te halen zijn grote transities nodig. Wij stellen in 2024 een Lokale Energie Strategie (LES) op waarin we de landelijke CO2-doelen vertalen naar lokale (tussen)doelen: in 2030 is het doel 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990 en minimaal in 2050 is Nijmegen klimaatneutraal. Een groot deel van de verduurzaming van de energie en mobiliteit zal plaats vinden door middel van schone elektrificatie, die een grootschalige verbouwing van het energiesysteem met zich meebrengt: meer onderstations, meer trafostations, meer kabels, meer energyhubs (lokale opwek en opslag) en batterijen.

4.1.3.

Nijmegen klimaatbestendig in 2035

Het centrale doel in de Klimaatadaptatiestrategie is dat we de prioritaire gebieden voor 2035 klimaatadaptief hebben ingericht en in de rest van de stad nieuwbouw en herinrichting van de openbare ruimte klimaatadaptief willen realiseren. We willen zo goed voorbereid zijn op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast.

4.1.4.

Behoud, versterking en uitbreiding biodiversiteit

We willen een groene en gezonde stad voor zowel mensen, flora en fauna. We streven naar behoud, versterking en uitbreiding van areaal en kwaliteit van het groen en de biodiversiteit22. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn en nodigt uit tot bewegen. Het draagt bij aan een klimaatbestendige omgeving en zorgt voor een betere luchtkwaliteit. Daarnaast zorgt groen voor een aantrekkelijkere woon- en werkomgeving.

4.1.5.

Water en bodem

We beschermen het natuurlijk systeem (bodem, water, groen) en verbeteren de werking ervan. We zetten in op vitale gezonde veerkrachtige bodems met een gezond bodemecosysteem. Daarbij realiseren we een optimum tussen benutten en beschermen van dat systeem.

Zie voor de biodiversiteitsagenda: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/0c24082b-bf97-4ce3-99124e9ab1ec165a?documentId=2832f37a-a74e-42a9-b825-ab6b1c0ef129&agendaItemId=e2c1a45e-3801-4f699b75-a92e997a94f4 22

41

De bodem is de basis waarop we leven. Elk stukje bodem is in gebruik; we bouwen erop, onze flora en fauna leeft erop en erin, het levert voedsel, grondstoffen, drinkwater, bergt regenwater, bevat archeologische schatten enz. We zijn er ons niet altijd van bewust omdat we het niet kunnen zien, maar ook onder de grond is het een drukte van jewelste met kabels en leidingen, boomwortels, kelders, containers etc. Met alle opgaven die we hebben, lopen we tegen de grenzen van het natuurlijk systeem aan. We moeten dus zuinig zijn op de bodem. De regering heeft dit eind 2022 benadrukt met een kamerbrief. Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we ook in de toekomst blijven leven, wonen en werken en wentelen we problemen niet af op toekomstige generaties.

Wij geven zodanig invulling aan de gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater, grondwater inclusief gemeentelijke oppervlaktewateren) dat dit bijdraagt aan een waterrobuust systeem en aan een gezonde leefomgeving. Wij benutten de wettelijke gemeentelijke watertaken om maximale invulling te geven aan het opvangen en transporteren van afvalwater, het opvangen en verwerken van hemelwater en het oplossen van structurele grondwateroverlast in de openbare ruimte. Ook dragen wij bij aan voldoende en schoon oppervlaktewateren (Kader Richtlijn Water (KRW)). Dit doen wij zodat onze inwoners kunnen blijven wonen, werken en recreëren in de stad met het oog op de gezondheid van onze inwoners en het bevorderen van een groene leefomgeving.

4.2. 4.2.1. •

Gemaakte keuzes Circulaire economie en circulair bouwen We zetten in op conceptueel en circulair bouwen. Met de Woondeal 2.0 hebben we afgesproken dat we ons als regio inspannen om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% van het aantal woningen industrieel te laten bouwen. En om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% minder primaire grondstoffen in projecten te gebruiken. De circulaire impactladder biedt praktische handvatten voor de implementatie van circulariteit in elke fase van het bouwproces.

•

Voor circulair bouwen is de Milieuprestatie voor gebouwen (MPG) als onderdeel van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (voorheen Bouwbesluit) de belangrijkste norm. De MPG is een maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe groter de circulariteit van het materiaalgebruik. De eisen van de MPG worden stapsgewijs aangescherpt tot halvering van de norm in 2030. Het voornemen van het Rijk is om deze aanscherping te vervroegen naar 2025.

•

We zorgen voor gescheiden inzameling van afval van huishoudens. Hiervoor zijn permanente voorzieningen nodig in de fysieke ruimte, zoals onder- en bovengrondse en inpandige verzamelcontainers voor glas, textiel, luiers, gft en restafval. Ook op het perceel van woningen dient voldoende ruimte dient te zijn voor afvalcontainers.

42

•

Vanaf 1 januari 2024 treedt een stadsbreed containerverbod in werking voor bedrijfsafvalcontainers. Dat betekent dat bedrijven hun afval inpandig dan wel op eigen terrein moeten houden. Bij het ontwerp van (nieuwe) bedrijfspanden en de inrichting van de openbare ruimte dient daar rekening mee te worden gehouden.)

•

TPN-west en andere werklocaties zo inrichten dat circulaire bedrijfsvoering mogelijk wordt.

4.2.2.

Energietransitie

We realiseren samen met bewoners en organisaties een energie- en warmtetransitie in de wijken: •

Alle Nijmeegse wijken en bedrijventerreinen zijn in 2045 aardgasvrij.

•

In 2030 zijn er in Nijmegen geen woningen meer met een E-F-G-energielabel.

•

In 2045 hebben alle woningen minimaal energielabel B.

•

In de geactualiseerde Warmtevisie (2024) staat welke alternatieve warmtebronnen (warmtenet, warmtepompen, pvt, aquathermie, geothermie) wanneer het meest geschikt zijn in de verschillende delen van de stad.

•

Voor de nieuwe Warmtevisie wordt de Concept-Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) als uitgangspunt genomen. We stellen de Warmtevisie op als warmteprogramma gekoppeld aan de Omgevingswet en omgevingsvisie.

•

Volgens de Wet Voortgang Energietransitie (wet VET) is sinds 1 juli 2018 de aansluitplicht voor aardgas vervallen: in principe wordt nieuwbouw niet meer aangesloten op aardgas.

•

In overeenstemming met de concessie met Vattenfall wordt het warmtenet bij nieuwbouw in de Waalsprong en het Waalfront uitgebreid.

•

Aanvullend op de wet VET zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zogenaamde BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) gesteld aan energiegebruik bij nieuwbouw: o

Maximaal energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;

o

Maximaal primair fossiel energiegebruik, in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;

o

Minimale aandeel hernieuwbare energie (%);

o

TO juli: dit is een maatstaf voor het voorkomen van hittestress.

We realiseren samen met ondernemers en organisaties een energie- en warmtetransitie en verduurzaming bij bedrijven: •

We handhaven de energiebesparingsplicht bij bedrijven die is opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

•

We stimuleren bedrijven om energie te besparen en duurzame energie op te wekken (m.n. zon op dak).

•

We werken samen met Regio Arnhem Nijmegen aan de realisatie, update en monitoring van grootschalige schone opwek (wind en zon) in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES).

•

Op het grondgebied van Nijmegen betreft het concreet het wind- en zonnepark Nijmegen-Betuwe tussen de Grift en de A15, het wind- en zonnepark op het ENGIE-terrein en het zonnepark langs de A73.

•

Met uitzondering van de ambitie om 0,78 TWh zon op dak op te wekken in Nijmegen, is hiermee het grootste deel van de Nijmeegse bijdrage aan het RES-bod aan het rijk geleverd.

43

•

We faciliteren voorzieningen voor waterstof, met name in het havengebied voor scheepvaart en mobiliteit. We benutten mogelijkheden voor groene waterstof als deze zich voordoen en ondersteunen initiatieven voor waterstoftankstations op de Griftdijk, Bijsterhuizen en het Engie-terrein.

•

Samen met de netbeheerders kiezen we voor een actieve aanpak van de netcongestie en we stellen in 2024 een Masterplan netcongestie op.

•

We faciliteren de verzwaring van het elektriciteitsnet (leidingen, middenspanningsruimten en onderstations) optimaal om het net te ontlasten.

•

We creëren ruimte op het net door middel van slimme energiesystemen, waaronder (grootschalige) opslag, batterijen en smart energy hubs (SEH). Op TPN-West en Bijsterhuizen lopen SEH-pilots.

4.2.3.

Klimaatadaptatie

Langdurige droogte leidt tot structurele schade aan bebouwing, fundering, wegen, groen, grond- en oppervlaktewater en vitale en kwetsbare functies: •

We verharden alleen daar waar het moet, we vergroenen waar het kan

•

We zorgen voor een gezonde, watervasthoudende bodem

•

We kiezen voor klimaatbestendige beplanting, die past bij de bodem en de grondwaterstand

•

We besparen en benutten

•

We houden regenwater vast en infiltreren het

•

We houden bodem en water zo schoon mogelijk

•

Bij nieuwbouw verwerken we 40 tot 70 millimeter hemelwater

•

10% minder verharding bij renovaties in de openbare ruimte

Een gezonde groene fysieke leefomgeving, met voldoende koelte plekken. Vitale en kwetsbare functies, groengebieden en ecologische verbindingen zijn bestand tegen hitte: •

We zorgen voor koelte en groen binnen bereik van iedereen

•

We streven naar voldoende schaduw op loop- en fietsroutes en verblijfsplaatsen

•

We willen voldoende groen in de buurten

•

We gebruiken de volgende voorkeursvolgorde voor verkoeling o

Koele groene omgeving

o

Warmte weren

o

Passief koelen

o

Actief koelen

•

We richten ons bij de oplossingen op gebied, gebouw en gebruiker.

•

We kiezen voor een evenwichtige spreiding van groen door de stad

•

We onderzoeken de wenselijkheid van windcorridors voor verkoeling

•

We benutten de kansen voor het versterken van de biodiversiteit

•

We zorgen voor 40 tot 50% warmtewerende oppervlakten bij nieuwbouw

•

We zorgen voor kleinere groene schaduwplekken

44

Hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies blijven beschikbaar: •

We bergen het water zoveel mogelijk waar het valt

•

Alleen als het echt niet anders kan, voeren we het hemelwater af

•

Bij nieuwbouw zodanig bouwen, dat er geen schade optreedt bij een bui van 70 millimeter per uur

We zorgen voor gevolgbeperking van overstromingen bij overstroombare gebieden langs de Waal en buitendijkse gebieden.

Het streven naar een klimaatbestendige stad doen we ook voor het bevorderen van een gezonde leefomgeving nu en in de toekomst en passen we toe als inrichtingsprincipe.

4.2.4. •

Groen en biodiversiteit In de stedelijke Hoofdgroenstructuur (kerngebieden en ecologische verbindingen) worden in principe alleen ontwikkelingen toegestaan met een positief netto-effect op de biodiversiteit. Afwijken hiervan is mogelijk als er sprake is van groot maatschappelijk belang, na een raadsbesluit en met een goedgekeurd compensatieplan.

•

Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de hoofdgroenstructuur, wordt behoud en uitbreiding van de biodiversiteit vanaf de fase van de visieontwikkeling meegenomen.

•

We integreren de natuur in en om de bebouwde omgeving, we passen hier onder andere de toolbox natuurinclusief bouwen23 toe.

•

Aanhouden van de basiskwaliteit natuur geldt als minimum voor de gehele stad, waarbij wij niet alleen focussen op beschermde soorten maar ook op algemene soorten.

•

We passen bestaande bomen zoveel mogelijk duurzaam in en maken voldoende ruimte voor nieuwe bomen zowel boven- als ondergronds.

•

We versterken, verbinden en breiden de hoofdboom- en groenstructuur uit.

•

We zorgen voor een bestendig, gezond en divers bomen- en groenareaal.

•

We vergroenen de stenige wijken en zorgen voor meer bomen en groen op de plekken waar dat het hardste nodig is.

•

We vergroten het aantal bomen dat we beschermen omdat ze monumentaal zijn of waardevol voor de omgeving.

•

We ontwikkelen een fijnmazig netwerk van bomen en groen op wijkniveau om te bewegen, te wandelen en te fietsen in de wijk. Daarnaast vormt het ecologische verbindingen.

Zie voor de Toolbox Natuurinclusief bouwen: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/aa465d62-c995-4b3b-b59934e1a943a7a4?documentId=14b237fa-7710-4102-94e3-b27a568f5f2d&agendaItemId=5e25b675-2f30-45e0963e-5e9684ae9e08 23

45

•

4.2.5.

We stimuleren natuur-inclusieve stadslandbouw door het ondersteunen van initiatieven.

Bodem- en watersturend

Gezond bodemecosysteem:

•

Het natuurlijk water en bodemsysteem vormt het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen. We bouwen bij voorkeur niet, of zonder nadelig effect op de natuurlijke waterhuishouding, op locaties waar dit vanuit waterhuishoudkundig oogpunt niet gewenst is, zoals in de droogdalen en gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden.

•

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een toename van grondwateroverlast en kwel ten opzichte van de bestaande situatie. De ontwikkelingen mogen de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen.

•

In gebieden met een hoge grondwaterstand of kwel wordt ingezet op bouwkundige maatregelen om overlast te voorkomen. Het uitgangspunt hiervoor is niet graven, maar ophogen of bouwen zonder kruipruimte.

•

We brengen de bodem, en alles wat zich daarin bevindt, in beeld

•

We voeren regie op de inrichting en ordening van de bodem

•

We beschermen de kwaliteiten van de bodem (grond en grondwater) zo goed mogelijk en waar mogelijk en nodig verbeteren we die. Daarmee dragen we bij aan de gezonde stad.

•

We beschermen de biodiversiteit van de bodem zo goed mogelijk en waar mogelijk en nodig verbeteren we die. Dit bevordert ook het vergroten van de bovengrondse biodiversiteit.

•

We zetten in op zoveel mogelijk hergebruik van grond en zo min mogelijk vergraving. Dit draagt ook bij aan een circulaire economie.

•

We reguleren de aanleg van bodemenergiesystemen (WKO) om efficiënter gebruik te kunnen maken van de ruimte, maar ook om de grondwaterkwaliteit te beschermen. Dit ondersteunt de energietransitie.

• •

We zorgen ervoor dat zo min mogelijk bodem wordt afgedekt met verharding. Dit leidt tot minder hittestress, meer infiltratie en meer bodembiodiversiteit. Er kan voldoende water in de bodem infiltreren om een waterrobuust systeem te realiseren; om het grondwater aan te vullen, de begroeiing van water te voorzien en zettingen ten gevolge van verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. Dit past binnen de doelen van klimaatadaptatie.

•

Wij stellen periodiek een water- en rioleringsprogramma op voor de duur van vier jaar met de volgende

uitgangspunten: •

Een duurzaam gescheiden stelsel: afvalwater en hemelwater worden afzonderlijk van elkaar ingezameld, getransporteerd en verwerkt.

•

Wij dragen bij aan een waterrobuust systeem

•

Het volledig proces van inzamelen en transporteren en zuiveren van afvalwater en hemelwater is in 2050 CO2-neutraal en levert minimale vervuiling op in de leefomgeving.

•

Bij het gebruik en de inrichting van de openbare en private ruimte wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. Hoewel hinder en overlast in de toekomst wellicht vaker moeten worden geaccepteerd, zijn schade en letsel geminimaliseerd.

46

•

Het oppervlaktewatersysteem is van goede kwaliteit en minder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Wij dragen hieraan bij.

•

Wij dragen bij aan het beschermen van grondwaterbeschermingsgebieden.

•

Een aantal uitgangspunten staan onder klimaatadaptatie vallen ook onder water- en bodemsturende principes.

4.3.

Bestuurlijke vraagstukken

4.3.1.

Ruimtebeslag transities

Probleemstelling Transities, zoals het klimaat-adaptief maken van de stad, introductie van een circulaire economie en de energietransitie, vragen boven- en ondergronds om ruimte voor infrastructuur, voor groene maatregelen en voor de opslag en productie van circulaire materialen. In traditioneel opgezette plannen ontbreekt deze ruimte of is deze niet voldoende duidelijk benoemd. Juist bij verdichtingsopgaven kan dit knellen.

Oplossingsrichting Nog nadrukkelijker kan een belangenafweging worden gemaakt. Hoe verdelen we de ruimte goed, stimuleren we meervoudig grondgebruik en voorkomen we dat we problemen afwentelen op andere gebieden, of naar de toekomst? Dit kan als onderzoeksvraag worden opgenomen in de geactualiseerde omgevingsvisie.

4.3.2.

Bindende regels en bovenwettelijke afspraken

Probleemstelling Voor welke duurzaamheidsaspecten is het wenselijk om bindende beleidsregels op te stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van klimaatadaptatie (verplichte opvang en infiltratie regenwater op eigen terrein)? Willen we hierbij onderscheid maken tussen basisregels voor de hele stad en aanvullend maatwerk per gebied? Ook omdat de komende jaren veel gebouwd gaat worden en het een verloren kans is als we nu niet optimaal duurzaam bouwen.

Gaan we gebruik maken van de mogelijkheden die het wetsvoorstel voor de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw ) gaat bieden aan gemeenten om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum afgesloten worden van het gas? Als we dat doen, kunnen inwoners kiezen voor deelname aan de collectieve alternatieve warmtebron of overgaan op een individueel alternatief voor aardgas.

Het Wijzigingsvoorstel Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geeft gemeenten de bevoegdheid om bij maatwerkvoorschrift (bestaande bouw) of maatwerkregel (nieuwbouw) te bepalen dat het dak van een bedrijfsgebouw verplicht gebruikt wordt voor de opwek van hernieuwbare energie (zon) of maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. De eis gaat gelden voor gebouwen met een gebruiksoppervlakte van ten minste 250 m². Gaan we hier gebruik van maken op de korte of lange termijn (vanaf 2030 als er geen sprake meer is van netcongestie)?

47

4.3.3.

Rol en invloed van de gemeente bij een circulaire economie

Probleemstelling In welke situaties en onder welke voorwaarden willen we bovenwettelijke afspraken maken over duurzaamheid via bijvoorbeeld grondverkoopovereenkomsten? Andere vormgeving van de grondexploitatie - vanuit het principe circulair i.p.v. lineair, afval beschouwen als grondstof - leidt tot andere berekeningen. In een circulaire economie draait het niet alleen om (initiële) investeringen, maar om waarde-creatie en waarde-behoud. Hoe vertalen we onze doelen in ons grondbeleid en in grondexploitaties door bijvoorbeeld het concretiseren van de baten van circulair bouwen in de beheer- en onderhoudsfase?

4.3.4.

Ruimtevraag voor circulaire economie

Probleemstelling De bedrijventerreinen in Nijmegen zijn dé vestigingslocatie voor industrie, bouw, handel en logistiek en daarmee tegelijkertijd de nieuwe brandpunten voor circulaire economie. De transitie naar een circulaire economie gaat grotendeels plaatsvinden op bedrijventerreinen. De logistieke activiteiten en de bewerking van materialen (recycling) vragen om milieuruimte die alleen op bedrijventerreinen te vinden is. (Bron werklocatieonderzoek).

Het is nog niet bekend hoeveel ruimte de circulaire economie vraagt en welke impact deze heeft. Hoe kiest Nijmegen voor een gewenste ontwikkeling als veel ontwikkelingen nog onduidelijk zijn?

Oplossingsrichting Houd rekening met een toename van de ruimtevraag door transitie naar circulaire economie. De omvang van de ruimtevraag van een circulaire economie ligt in de toekomstbeelden tussen het huidige ruimtegebruik van economische activiteiten en 40 procent extra. Daarnaast is er een extra vraag naar ruimte in een overgangsfase van een lineaire naar een volledig circulaire economie24.

Het is belangrijk om strategische locaties die van cruciaal belang zijn voor de circulaire economie daarvoor planologisch te reserveren. Zo kan worden voorkomen dat onomkeerbare keuzes worden gemaakt die de transitie naar de circulaire economie in de weg kunnen staan. Het wordt een regionaal vraagstuk. Tegelijkertijd kan Nijmegen niet alle vereiste ruimte voor circulaire opgaven wegzetten in de regio.

4.3.5.

Netcongestie

Probleemstelling De capaciteit op het net is beperkt. Tot en met 2029 is in de regio ruimte voor 8.200 woningen. In 2024 wordt in afstemming met de Groene Metropool Regio en de provincie een Masterplan netcongestie en Lokale Energie

PBL (2023) Ruimte voor circulaire economie: https://www.pbl.nl/publicaties/ruimte-voor-circulaireeconomie 24

48

Strategie opgesteld. Beide trajecten kunnen gevolgen hebben voor de omgevingsvisie en de planning van (woningbouw)projecten.

4.3.6.

Beeldkwaliteit

Probleemstelling Een aantal schone toepassingen (zonnepanelen, warmtepompen, trafostations, circulaire hubs, etc.) kunnen gevolgen hebben voor de beeldkwaliteit, in het bijzonder in beschermde gebieden. We hebben al regels gesteld voor het verduurzamen van monumenten en bereiden afspraken met Liander voor over de ‘aankleding’ van trafostations in wijken. Zijn (aanvullende) voorwaarden nodig om de gevolgen van de energie- en circulaire transitie op de beeldkwaliteit van de stad te beperken?

49

Bijlage 5. Hoe - Mobiliteitstransitie 5.1. 5.1.1.

Opgave - doelen Bereikbare stad en duurzame mobiliteit

We streven naar het bereikbaar houden van onze stad en willen meer ruimte maken voor schone, actieve mobiliteit en ander ruimtegebruik. Nijmegen blijft groeien in aantal inwoners, bedrijven en bezoekers. We willen de stad op een verantwoorde wijze bereikbaar houden, met oog voor gezondheid en duurzaamheid. Uit een enquête voor het stadspanel blijkt dat veel inwoners voorstander zijn van de mobiliteitstransitie.

5.1.2.

Het schoner maken van de mobiliteit.

Schone mobiliteit draagt bij aan schone lucht, een gezonde leefomgeving en aan het behalen van de klimaatdoelen. Het bevorderen van een fysieke gezonde leefomgeving is een van de hoofddoelstellingen van de Omgevingswet. Wegverkeer is een grote bron voor de uitstoot van CO2, fijnstof, stikstofdioxide en roet. Met de mobiliteitstransitie brengen we die uitstoot omlaag.

5.2. 5.2.1.

Gemaakte keuzes Bereikbare stad en ruimte voor duurzame mobiliteit

Het mobiliteitsbeleid is opgenomen en verder uitgewerkt in het Ambitiedocument Mobiliteit25 en de Agenda versnelling Mobiliteitstransitie26. Hierin is opgenomen dat we streven naar: •

Een bereikbare stad voor alle modaliteiten: o

De s100 is de rondweg van Nijmegen. Deze weg moet goed blijven doorstromen. Deze weg blijft de belangrijkste route voor ons autoverkeer. Het gebruik van de s100 blijft gelijk. Wegen die binnen de s100 liggen, willen we afschalen.

o

We willen meer ruimte voor fiets, ov en voetgangers en verbeteren ook de netwerken voor deze gebruikers. We brengen in kaart waar de “voetgangersknelpunten” in de stad zitten en stellen een “loopagenda” op. We zetten in op zoveel mogelijke toegankelijke routes voor alle voetgangers.

Zie voor het Ambitiedocument: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/d638b9bbc89a-487f-93fb-2dbeb92044eb?documentId=a0eab179-f211-4471-a21ba82994e07e51&agendaItemId=78f17c24-34eb-4635-8a78-3418b6b246a8 25

Zie voor de Agenda voor de Mobiliteitstransitie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/c433ecda-5c25-4037-a15d2f0f40c23acc?documentId=9e3d8c15-ab42-4541-aaff-b60e84ddb431&agendaItemId=1ed0f5fc-19ae-4173-a43dcdf0592e7767 26

50

o

We legden al verschillende regionale en lokale (snelle)fietsroutes aan en breidden het aantal stallingen in de binnenstad uit. Vanaf 2020: We richten ons niet alleen op uitbreiding van het fietsnetwerk, maar ook op kwaliteitsverbetering van de huidige fietsroutes.

•

Meer ruimte voor actieve mobiliteit en andere ruimtelijk opgaven: o

30 km/uur wordt in steeds meer steden de norm binnen de bebouwde kom. Een lagere snelheid zorgt voor meer veiligheid, minder verkeersslachtoffers, minder geluid, meer woongenot en biedt daarnaast de ruimte om infrastructuur ook aantrekkelijker in te richten met meer ruimte voor verblijfsfuncties. Daarnaast maakt een lagere snelheid voor de auto andere vervoeralternatieven aantrekkelijker. Hier zetten we dus ook als Nijmegen op in.

o

Bij gebiedsontwikkelingen en de inrichting van de openbare ruimte houden we nadrukkelijk rekening met voetgangers en fietsers. Actieve mobiliteit stimuleren we ook doordat belangrijke voorzieningen op toegankelijke loopafstand zijn van woningen. Dit helpt ook ouderen om langer thuis te kunnen wonen.

o

Het stimuleren van actieve mobiliteit dient ook de gezonde stad, verbetering van de luchtkwaliteit, efficiënt ruimtegebruik en klimaat(adaptatie). De auto krijgt nadrukkelijk minder ruimte in ons straatbeeld. Het nieuwe parkeerbeleid helpt ons hierbij.

•

Meer en betere alternatieven voor de eigen auto: o

We zetten ons in om de verkeersongelijkheid tegen te gaan. Zo kan iedereen meedoen.

o

(H)ov: We kiezen ervoor om het hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk (HOV) scherper te onderscheiden van het meer fijnmazige stadsnetwerk. We realiseren een netwerk van hoogwaardige stadrandhubs in alle windrichtingen van de stad. Zo stimuleren we gebruikers de auto aan de rand van de stad te parkeren en met het OV of met deelmobiliteit de rest van hun reis te vervolgen. Met de provincie Gelderland gaan we in overleg om de transferia goed te ontsluiten met ov.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=98f3b26c-dbd9-416c-af15-b51ee044b120