Actualisatie omgevingsvisie Nijmegen: De Nabije Stad Opbrengst stap 2 contourennotitie
Tekst van het document
Actualisatie omgevingsvisie Nijmegen: De Nabije Stad Opbrengst Stap 2 – Contourennotitie 12 maart 2024
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
▪ ▪
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Waarom – Nijmegen in ontwikkeling 3. Waarheen – nabije stad, visie 2050 Bijlage 1. Hoe - Sociale en gezonde stad Bijlage 2. Hoe – Economisch veerkrachtige stad Bijlage 3. Hoe – Aantrekkelijke stad Bijlage 4. Hoe – Duurzame stad Bijlage 5. Hoe - Mobiliteitstransitie
2 7 15 24 33 36 41 50
1
1. Inleiding Nijmegen staat voor verschillende grote uitdagingen. Zo werken we aan onze woonopgave, willen we onze stad gezonder maken en verduurzamen, bestand zijn tegen extreem weer, een goed vestigingsklimaat voor bedrijven bieden en nog veel meer. Hoe we op lange termijn omgaan met deze opgaven, staat in de Nijmeegse omgevingsvisie1.
Omgevingsvisie: Iedere gemeente in Nederland stelt een omgevingsvisie op. Dat is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. Een omgevingsvisie is een wettelijke verplichting uit de Omgevingswet en wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Op 1 januari 2027 moeten we een omgevingsvisie hebben die aan de wet voldoet.
Fysieke leefomgeving: dit bepaalt tot waar de Omgevingswet geldt. Wanneer er geen sprake is van fysieke leefomgeving, dan is de Omgevingswet niet van toepassing. Een afgebakende definitie van de fysieke leefomgeving is er niet. De wet bevat wel een opsomming van onderwerpen die in ieder geval onder de fysieke leefomgeving vallen, namelijk: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed.
1.1.
Bijwerken omgevingsvisie
We werken de Nijmeegse omgevingsvisie bij. Dat noemen we actualiseren. We actualiseren de omgevingsvisie, omdat we de visie concreter willen maken. Dat moeten we doen om een goed omgevingsplan te kunnen maken, maar ook om belangenafwegingen te maken. De ruimte van Nijmegen is namelijk beperkt. We zien ook dat met de komst van de Omgevingswet gezondheid een prominentere plek krijgt in ruimtelijke ontwikkeling. Daarom hebben we met deze contourennotitie het thema gezondheid verder uitgewerkt.
1.2.
Startnotitie
Hoe we de omgevingsvisie actualiseren staat in een startnotitie. Deze notitie is 28 februari 2023 vastgesteld door het college2. Op 24 mei 2023 is de startnotitie besproken door de gemeenteraad.
1.3.
Actualisatie in stappen
We actualiseren de omgevingsvisie door verschillende stappen te doorlopen. Zo geven we het actualisatieproces een logische volgorde en opbouw. Dat geeft het college grip en maakt het proces controleerbaar voor de gemeenteraad. We laten wel ruimte voor maatwerk, als dat nodig is.
Zie hiervoor agendapunt 8: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/23b06f28-ad2b-40cbbc8e-5a73387673d8 2 Zie hiervoor: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/590d35f4-8b5a-4cdf-81ffde40eb562e7c?documentId=f8c12a3f-7575-4e85-bd8a-e59dcb428945&agendaItemId=b7841750-e814-4d0ba0e2-9fd6706c5e53 1
2
Welke stappen doorlopen we en waar staan we nu? Stap 0 Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5
• Startnotitie (28 feb 2023) • Inzicht in de opgaven (31 okt 2023) • Opstellen contouren (maart 2024) • Afwegen en keuzes maken (gebiedsuitwerking) (juli 2024) • Ontwerpomgevingsvisie (sept 2024) • Besluitvorming raad (dec 2024)
Figuur 1: overzicht van stappen die we zetten om de omgevingsvisie bij te werken
1.3.1.
Wat hebben we gedaan in stap 2?
We geven antwoord op de vraag: ‘waarom is een omgevingsvisie nodig?’ We maken daarbij onder andere gebruik van gegevens uit het document ‘Stad in Beeld’ en de laatste ‘Stads- en Wijkmonitor’.
Het college maakt de vier opgaven uit de huidige omgevingsvisie duidelijker. We passen ze aan naar een visiebeeld voor 2050 (het waarheen). Zo is duidelijker wat het lange termijnperspectief is. Hoe ziet Nijmegen eruit in 2050? Wat willen we bereikt hebben en welke kwaliteiten van de stad willen we behouden?
De huidige omgevingsvisie bestaat uit 8 ruimtelijke keuzes. Deze ruimtelijke keuzes veranderen we in de hoofdlijnen van het beleid en strategisch ruimtelijke keuzes. Zo maken we concreter hoe we het visiebeeld willen bereiken. De acht ruimtelijk keuzes werken nu verwarrend, omdat ze een menging zijn van inhoudelijke thema’s en gebiedsontwikkelingen.
1.3.2.
In gesprek met de stad
Tijdens deze actualisatie is het college op verschillende manieren in gesprek met de stad3. We organiseren stadsgesprekken en stellen vragen aan het stadspanel. Zo hebben we gesproken over wonen, mobiliteit, binnenstedelijk bouwen, naoorlogs erfgoed en de circulaire economie. We gaan nog in gesprek over wonen en zorg en de energie- en warmtetransitie. We hebben deze gesprekken met een diverse groep inwoners en andere belanghebbenden.
Zie het participatieplan: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/346e74a0-6d4447db-949d-752b8a6910d6?documentId=8bfcdfb1-cd6f-4dd9-9e0f-6a076f2257fc&agendaItemId=2145a06fac80-43e5-b746-72237ba631c5 3
3
Het stadspanel hebben we vragen gesteld over gezondheid en over binnenstedelijk bouwen. De uitkomsten van het stadspanel gebruiken we onder andere voor de stadsgesprekken. Van alle stadsgesprekken worden verslagen gemaakt.
De opbrengst hebben we meegenomen in de totstandkoming van deze contourennotitie. We gebruiken de opbrengst ook in het thematisch beleid. Zo is het stadsgesprek over wonen gebruikt voor het bijgewerkte woonbeleid.
We willen de stadsdelen in. Daarvoor organiseren we stadsdeelgesprekken. De exacte vorm hiervan moeten we nog bepalen en hangt ook af van onze uitvoeringscapaciteit. De gesprekken zullen plaatsvinden in het tweede kwartaal van dit jaar.
Na de zomer gaan we in gesprek over de conceptomgevingsvisie met belanghebbenden. We maken daarvoor ook een korte film over de stadsgesprekken.
1.4.
Doel van dit document
Waarmee moeten we rekening houden tijdens de actualisatie en de gebiedsuitwerking? Dat is de centrale vraag die we met dit document beantwoorden. Waarom is dat belangrijk?
1.4.1.
Op tijd bijsturen en met elkaar in gesprek
Het actualiseren van de omgevingsvisie is een uitgebreid en lastig proces. Het college heeft zicht op onze uitdagingen, maar weet niet alles. Daarom willen we tijdens de actualisatie regelmatig stilstaan. Dat zijn momenten waarbij we kijken of we op de goede weg zitten. Zo kan op tijd bijgestuurd worden door de gemeenteraad, mocht dat nodig zijn.
1.4.2.
Rond proces
Op basis van deze contourennotitie wordt de gebiedsuitwerking van de omgevingsvisie gemaakt. In de startnotitie hebben we dit het afwegingskader genoemd. We vinden contourennotitie een meer passende naam.
De gebiedsuitwerking levert naar verwachting bestuurlijke vraagstukken en dilemma’s op. De uitkomst hiervan wordt weer verwerkt in de conceptomgevingsvisie. Het werkt ook andersom. Bestuurlijke vraagstukken en dilemma’s die nu al ontstaan op basis van deze contourennotitie, worden gebruikt in de gebiedsuitwerking.
4
Contourennotitie
Bestuurlijke vraagstukken en dilemma's
Gebiedsuitwerking
Figuur 2: schematische weergave proces
1.4.3.
Toezegging aan gemeenteraad
Bij de bespreking van de startnotitie is door het college een toezegging gedaan. Deze toezegging luidt: ‘de gemeenteraad wordt betrokken bij de dilemma’s voorafgaand aan het vaststellen van de visie, daarvoor worden sessies georganiseerd4. Met dit document geven we invulling aan deze toezegging. Aan de hand van gemaakte keuzes, bestuurlijke vraagstukken en dilemma’s, geeft dit document de gemeenteraad namelijk de mogelijkheid om op de inhoud te spreken over de omgevingsvisie.
1.4.4.
Opbouw bijlage 1 tot en met 5
In de bijlage komen als opbouw vergelijkbare hoofdstukken terug, namelijk: opgave, gemaakte keuzes en bestuurlijke vraagstukken. We leggen uit wat we met deze begrippen bedoelen.
Toezegging 1688 d.d. 24 mei 2023 https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/3944b90e-e72545b6-a93b-3be8b57aa6ce 4
5
Opgave • Dit beschrijft waar Nijmegen mee aan de slag gaat en het beleid op richt.
Gemaakte keuzes • Dit beschrijft welk beleid het college toepast in de gebiedsuitwerking van de omgevingsvisie en in de conceptomgevingsvisie. In paragraaf 1.4.2. is beschreven dat dit beleid nog kan veranderen op basis van de gebiedsuitwerking en participatiebijeenkomsten. Het beleid is een menging van beleid afkomstig uit ‘bouwstenen’, bestaand beleid en de huidige omgevingsvisie. Voor het thema gezondheid is een apart traject doorlopen.
Bestuurlijke vraagstukken • Dit beschrijft zo veel als mogelijk aan de hand van probleemstellingen en mogelijke oplossingsrichtingen welke keuzes nog meer gemaakt kunnen worden. Het college betrekt de gemeenteraad zo bij vraagstukken en dilemma’s. Ze zijn afkomstig uit literatuuronderzoek, stadsgesprekken en algemene kennis over de stad. De vraagstukken kunnen als onderzoeksvraag worden opgenomen in de geactualiseerde omgevingsvisie. Ze kunnen dan meegenomen worden in een volgende actualisatie, of nu al worden verwerkt. Als dat het geval is, moet het verder uitgezocht worden en in samenhang met de rest van beleid worden ingepast. • • De bestuurlijke vraagstukken laten zien dat het beleid voor de fysieke leefomgeving nooit af is. Er zullen altijd nieuwe maatschappelijke vraagstukken ontstaan waar we antwoord op moeten geven.
1.5.
Kanttekening bij dit document
In dit document staan verschillende doelstellingen en beleidsuitgangspunten voor zover ze relevant zijn voor de omgevingsvisie. Het is niet zo dat deze definitief zijn. Dit document is een tussenproduct. Op basis van dit document wordt nog een gebiedsuitwerking gemaakt en volgen nog verschillende participatiebijeenkomsten. De kennis die we de komende tijd opdoen, gebruiken we om de hoofddoelstellingen en beleidsuitgangspunten bij te werken. De gemeenteraad stelt uiteindelijk de bijgewerkte omgevingsvisie vast. Dan is het beleid definitief.
1.6.
Wat staat nog meer in dit document?
Hoofdstuk 2: bevat het ‘waarom’ van een omgevingsvisie. We gaan in op trends en ontwikkelingen die het noodzakelijk maken om beleid voor de lange termijn te maken.
Hoofdstuk 3: in dit hoofdstuk staat de centrale ambitie. Met de centrale ambitie maken we duidelijk hoe we willen dat Nijmegen zich richting 2050 ontwikkelt. In dit hoofdstuk staan ook de hoofddoelstellingen, thematische doelstellingen en randvoorwaarden.
Bijlage 1 tot en met 5: in deze bijlagen is het beleid geïnventariseerd waarmee we de doelstellingen kunnen bereiken. We hebben dit in de bijlage gezet, omdat het beleid nog een opsomming is van bestaand beleid en bouwstenen.
6
2. Waarom – Nijmegen in ontwikkeling Nijmegen is een aantrekkelijke stad en dat willen we ook in de toekomst blijven. Dat gaat niet zomaar, want onze ruimtelijke opgaven zijn groot en de ruimte is beperkt. Er is ruimte nodig voor wonen, werken, groen en voorzieningen. Dit betekent dat de ruimtelijke opgaven met elkaar gaan schuren, zoals meer (betaalbare) woningbouw versus ruimtelijke kwaliteit en bescherming van erfgoed, ruimte voor de circulaire economie versus de impact op de lokale leefomgeving en groei van de stad én meer ruimte voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en spelen.
2.1. Geeft richting op hoofdlijnen De omgevingsvisie geeft een beeld van de ruimtelijke ontwikkeling van Nijmegen tot 2050. Op die manier geven we op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De Nijmeegse omgevingsvisie gaat over: •
De belangrijkste kwaliteiten van de fysieke leefomgeving in Nijmegen en de stadsdelen;
•
De ruimtelijke opgaven tot 2050 en de doelen die Nijmegen in die periode wil behalen bij ontwikkeling, gebruik, beheer en bescherming van haar grondgebied;
•
De hoofdpunten van het relevante beleid voor de fysieke leefomgeving: hoe we de doelen willen behalen;
•
Een samenhangend beeld van de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad. We maken keuzes en stellen prioriteiten.
2.2. Een kader voor initiatieven en een wenkend perspectief In de omgevingsvisie maken we keuzes over hoe en waarvoor we de beperkte ruimte in Nijmegen willen gebruiken. We weten dat niet alles kan, de omgevingsvisie dient daarom als afwegingskader voor initiatieven. De omgevingsvisie werkt ook als een wenkend perspectief om gezamenlijk met inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden te werken aan een toekomstbestendig Nijmegen.
2.3. Een omgevingsvisie is verplicht Onder de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht om een omgevingsvisie te hebben. De omgevingsvisie hangt nauw samen met het omgevingsplan, een ander belangrijk instrument onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie is de basis met de voornaamste doelen en hoofdlijnen van beleid. Het omgevingsplan is de juridische vertaling van de visie naar concrete regels. Een omgevingsvisie is zelfbindend, dat betekent dat de inhoud alleen verplichtingen schept voor diegene (in dit geval de gemeente Nijmegen) die het document heeft vastgesteld.
7
2.4. Dit is Nijmegen: kernkwaliteiten ‘Old city, young vibe’ dat is Nijmegen kernachtig samengevat. Nijmegen als oudste stad van Nederland met veel historie, aantrekkelijke woonwijken en een waardevol landschap. Maar ook een bruisende stad met een jonge bevolking, met bijzondere evenementen en een divers aanbod aan onderwijs, cultuur en horeca. Een rijke historie, levendigheid en een gevarieerd landschap zijn belangrijke kernkwaliteiten van Nijmegen.
2.4.1. Een rijke historie Nijmegen is een historische stad, de oudste stad van Nederland. Die historie is bepalend voor Nijmegen. Het geeft de stad kwaliteit en is belangrijk bij de profilering van de stad. Bij die profilering van Nijmegen zijn de Romeinen, middeleeuwen, Tweede Wereldoorlog en wederopbouw bepalende perioden. Door de rijke historie beschikt de stad zowel boven- als ondergronds over waardevol erfgoed, waaronder erfgoed van nationaal en internationaal belang. Een aantal daarvan behoren tot de iconen van de stad, zoals de Sint Stevenskerk en het Valkhofpark.
2.4.2. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en verblijven. De stad voorziet in een goede balans tussen rust en reuring, heeft een jonge bevolking, goede voorzieningen en is prachtig gelegen. We zijn een sociale stad waar de inwoner centraal staat en iedereen mee kan doen. Nijmegen is ook een wendbare stad die zich weet aan te passen wanneer dat nodig is, zoals we hebben gezien bij de wederopbouw, de sprong over de Waal, de realisatie van de Spiegelwaal en het omarmen van het kanaal. Ons stadscentrum is een waardevol gebied en bepalend voor de aantrekkingskracht van Nijmegen. Het is een belangrijke toeristische bestemming en functioneert als centrum voor de omliggende regio. Daarnaast is Nijmegen de thuisstad van bekende (sport)evenementen en culturele voorzieningen zoals de 4Daagse(feesten), Zevenheuvelenloop, Music Meeting, Doornroosje, Nyma/Vasim, Stadsschouwburg, de Vereeniging en LUX. Met onder andere de Radboud Universiteit, Radboudumc, Hogeschool van Arnhem Nijmegen en ROC huisvest Nijmegen belangrijke regionale- en landelijke onderwijsinstellingen. De aanwezigheid van onderwijs- en onderzoeksinstellingen en bedrijven vertaalt zich o.a. in een aantrekkelijk ecosysteem voor kennisinstellingen en de Health & High Tech sectoren op onze campussen.
Verder is Nijmegen strategisch gelegen aan belangrijke (inter)nationale transportassen zoals de Waal, MaasWaalkanaal, A50/A15 en de Betuwelijn.
2.4.3. Een gevarieerd landschap Nijmegen biedt een unieke combinatie van stedelijkheid met natuur, water en landschap. In Nijmegen komen drie landschappen samen: de stuwwal, rivierterrassen en het rivierengebied. Hierdoor heeft Nijmegen een divers en aantrekkelijk glooiend landschap, met voor Nederland aanzienlijke hoogteverschillen. Het natuurlijk systeem van
8
deze drie landschappen heeft tot 1900 in belangrijke mate de ontwikkeling van de stad bepaald. De ligging aan de Waal is bepalend voor de ontwikkeling en de identiteit van de stad; Nijmegen is Waalstad. Nijmegen heeft door de hele stad een uitgebreide groenstructuur met bijzondere stadsparken zoals het Valkhofpark, Kronenburgerpark, Rivierpark en Goffertpark. Maar ook met landgoederen zoals Brakkenstein en natuurgebieden in de uiterwaarden en op de stuwwallen. Vanuit de Grote Markt in de binnenstad is het slechts 700 meter lopen naar de Ooijpolder, onderdeel van nationaal landschap Gelderse Poort.
2.5.
Grote veranderingen
De wereld om ons heen is voortdurend in beweging en er komen steeds nieuwe vraagstukken op ons af. Nijmegen heeft te maken met grote en lastige transities op het gebied van klimaat, energie, mobiliteit, milieu, demografie en circulaire economie. Transities die worden bepaald en gestuurd door landelijke, Europese en mondiale ontwikkelingen, maar met een grote impact op de Nijmeegse leefomgeving. Daarmee staan we als stad voor de keuze hoe met deze grote veranderingen om te gaan.
2.5.1.
Meer inwoners
Nijmegen is een groeistad. De stad heeft ongeveer 187.000 inwoners (peildatum 1 januari 2024). Nijmegen heeft begin 2022 97.400 huishoudens. De groei van de stad past in een landelijke trend van groei die zich concentreert in steden. Nijmegen heeft nu 18% meer inwoners dan in 2000 en kent een bovengemiddelde groei ten opzichte van vergelijkbare kennissteden en het landelijke cijfer. De verschillen tussen wijken zijn groot, de stad is een lappendeken van wijken die groeien en krimpen. Ook de komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle bestaande prognoses (op basis van de demografische verkenningen uit 2022) het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario’s, van 187.000 tot 202.000 inwoners in 2035. De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser.
2.5.2.
Toenemend aantal jongeren en ouderen
Als studentenstad heeft Nijmegen een bevolkingsopbouw met veel jongeren. Het aantal jongeren blijft ook toenemen. Die opbouw en trend wijkt af van de regio en provincie, waar het aantal jongeren de komende decennia zal afnemen. Net als de rest van Nederland krijgt Nijmegen te maken met een stevige dubbele vergrijzing, dat wil zeggen fors meer ouderen en binnen die groep meer 80-plussers. In alle Nijmeegse wijken komen er meer ouderen te wonen. In Dukenburg en Lindenholt zal die trend als eerste zichtbaar zijn. De (dubbele) vergrijzing zal een grote impact hebben op de woonbehoefte, zorgvraag en (zorg)voorzieningen in de wijken.
2.5.3.
Veel opgaven maar weinig ruimte
Alle Nijmegenaren hebben een plek nodig om te wonen, werken en recreëren. De druk op de ruimte neemt toe in een groeiende stad. Het ontbreekt Nijmegen aan uitbreidingsruimte en dus moet de bestaande ruimte efficiënt worden benut. Net als veel andere steden zet Nijmegen daarom in op functiemenging en meervoudig
9
ruimtegebruik, waarbij opgaven zoals groen, water, energie en gebiedsontwikkeling worden gecombineerd en we zo de stad ook leefbaar en gezond houden. In het verlengde hiervan is er een landelijke trend van meer regionale samenwerking, want overheden hebben elkaar nodig hebben om de grote ruimtelijke opgaven en transities goed in te kunnen vullen.
2.5.4.
Woonopgave
De behoefte aan woningen is groot en loopt op termijn door. Van 2024 tot 2040 gaat het om ruim 16.000 woningen5. Op korte termijn is er een grote opgave: Nijmegen staat in de landelijke top 3 van regio’s met het hoogste woningtekort. Van 2024 tot en met 2030 heeft Nijmegen de opgave om 10.000 (afspraak Woondeal) tot 12.000 (woonbehoefte) woningen toe te voegen, een aanzienlijke toevoeging ten opzichte van de huidige woningvoorraad van ongeveer 86.000 woningen. De Nijmeegse woonvoorraad neemt toe door nieuwbouw en door toevoegingen in de bestaande voorraad zoals transformatie, woningsplitsing en optopping. Doel daarbij is om twee derde deel van de nieuwbouw in het betaalbare segment te realiseren: in de sociale huur, middeldure huur, goedkope of betaalbare koop. Deze betaalbare woonruimte is van belang voor huishoudens met lage en middeninkomens en daarbinnen diverse doelgroepen: van starters, tot gezinnen, tot mensen die uitstromen uit een zorginstelling, tot ouderen. De nadruk ligt daarbij op kleinere huishoudens. Verder kent Nijmegen als studentenstad een grote opgave als het gaat om studentenhuisvesting. Ook zal door vergrijzing de vraag naar levensloopgeschikte woningen, (zelfstandige) woonzorgconcepten en verpleeghuiszorg toenemen.
Gezien de landelijke lijn om het aantal verpleeghuisplekken niet te verhogen, betekent dit dat meer kwetsbare ouderen in de wijken wonen en zorg zullen moeten ontvangen.
2.5.5.
Groeiende werkgelegenheid
De afgelopen jaren is het aantal banen in de stad sterk gegroeid naar 110.490 banen in 2022 (+7.430 t.o.v. 2020). Nijmegen heeft een regiofunctie als werkstad. Bijna 60% van de Nijmeegse banen wordt ingevuld door inwoners van andere gemeenten en ruim de helft van de werkende Nijmegenaren doet dat buiten de eigen stad. Dat resulteert in veel in- en uitgaande pendel. De werkloosheid in de stad daalt al sinds 2013. De werkloosheid is al jaren stabiel en komt overeen met vergelijkbare kennissteden. De werkloosheid is echter ongelijk verdeeld onder praktisch opgeleiden (10%, 2022) en theoretisch opgeleiden (2%).
De Woondeal 2.0 en het woonbehoeftenonderzoek gaan over de periode 2022 tot en met 2030. In de Woondeal 2.0 staan voor Nijmegen 13.000 woningen in deze periode. Het woonbehoefteonderzoek geeft een behoefte van 12.265 woningen en 2.250 studentenwoningen in deze periode. En van 2022 tot 2040 19.000 woningen. In 2022 en 2023 zijn ongeveer 2.800 woningen (netto) toegevoegd. De uitbreidingsbehoefte komt daarmee in de periode 2024 tot en met 2030 op 12.000 woningen. Voor de periode 2024 tot 2040 gaat het om ongeveer 16.250 woningen. 5
10
Nijmegen heeft in 2022 de meeste banen in de maatschappelijke sectoren zorg & welzijn (30%) en onderwijs (15%), gevolgd door zakelijke dienstverlening (12%) en detail-/autohandel (9%). Dit is zichtbaar in de concentratie van werknemers in de stad, namelijk rond het centrum, de Campus Heyendaal en bij Winkelsteeg/CWZ. In absolute zin heeft Nijmegen veel banen in de industrie (na Apeldoorn het meeste in Gelderland), maar relatief is het met 6% van het aantal banen een kleine sector.
2.5.6.
Een veranderende beroepsbevolking
Door vergrijzing zal in een groot deel van Nederland de potentiële beroepsbevolking (15-75 jaar) afnemen. Nijmegen wijkt af van die trend. Naar verwachting blijft de beroepsbevolking hier stabiel tot 2050, hoewel ook dat een trendbreuk is. Krimp van de potentiële beroepsbevolking is een nieuw fenomeen waar de economie zich op aan zal moeten passen. Nu al kampen veel sectoren met een tekort aan arbeidskrachten, met als gevolg dat de groei van bedrijven, publieke diensten en grote opgaven zoals woningbouw en verduurzaming onder druk staan.
2.5.7.
Vraag naar bedrijfsruimte
De vraag naar bedrijfsruimten neemt toe, maar het aanbod in de stad is beperkt. Ruimte voor werken staat onder druk door het accent op woningbouw. Door krapte in het aanbod van werklocaties, bedrijfsruimte en kantoren stokt de doorstroming en kunnen bedrijven niet of moeilijk doorgroeien in Nijmegen. Op de Nijmeegse kantorenmarkt is sprake van een kwalitatieve mismatch. De toekomst ligt in ontmoetingskantoren in gemengde milieus. De Grift is de laatste nieuwe werklocatie die in Nijmegen gepland staat. Intensivering en herstructurering biedt kansen om ruimte vrij te spelen op bestaande werklocaties.
2.5.8.
Kansenongelijkheid
In Nederland is een toenemende kansenongelijkheid tussen bevolkingsgroepen, zoals op de woningmarkt, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt maar ook op het gebied van koopkracht en gezondheid. Onderwijsniveau is daarbij een belangrijk kenmerk. Er is een groeiende scheidslijn tussen praktisch en theoretisch opgeleiden. In Nijmegen wonen veel theoretisch opgeleiden en veel praktisch opgeleiden, en juist relatief weinig mensen in middenberoepen. Dit maakt de groeiende scheidslijn tussen praktisch en theoretisch opgeleiden extra relevant voor Nijmegen. Kansenongelijkheid is ook ruimtelijk terug te zien, er loopt een scheidslijn door de stad (globaal Oost/noord/Midden versus de rest) als het gaat om inkomen, onderwijsniveau, gezondheid, en opkomst verkiezingen.
2.6.
Duurzaamheidstransities
Wereldwijd is afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen in te perken om zo verdere klimaatverandering tegen te gaan. Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn en om die doelstelling te halen zijn grote transities nodig. Deze duurzaamheidstransities raken bijna alles wat we doen. Hoe we wonen, werken, onszelf verplaatsen, maar ook wat we produceren, hoe we recreëren en consumeren. Nederland richt haar beleid op de verduurzaming van vijf sectoren: energie, mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving en landbouw.
11
2.6.1.
Naar een duurzame energievoorziening
Om de CO2-uitstoot omlaag te brengen gaan we in Nederland over op duurzame energiebronnen voor het opwekken van elektriciteit en het verwarmen van onze huizen en gebouwen. Energie opwek en warmteproductie zal daarbij steeds meer lokaal of regionaal plaatsvinden, waaronder met zonnestroom bij bedrijven en particulieren. Ten opzichte van vergelijkbare steden blijft Nijmegen in de cijfers van 2022 enigszins achter in het aandeel lokaal opgewekte energie (4,9%). Bijna 10% van de woningen is dankzij het warmtenet in Waalsprong en Waalfront aangesloten op een warmtenet. Door de beperkte ruimte in de stad is Nijmegen voor duurzame opwek in sterke mate afhankelijk van de regio. Ook energiebesparing is noodzakelijk om de landelijke doelstellingen te halen. Er ligt een grote opgave bij het isoleren en verduurzamen van bestaande (oudere) bebouwing en van bedrijfsprocessen. In de periode 2008 tot 2022 komt de totale energiebesparing in Nijmegen op bijna 20%, vooral door verminderd zakelijk verbruik.
2.6.2.
Netcongestie
Het Nederlandse elektriciteitsnetwerk kan de snelheid van de energietransitie momenteel niet aan. Het aanbod (zon, wind) en de vraag (warmtepompen, elektrisch vervoer, nieuwbouw) groeit harder dan het elektriciteitsnetwerk zelf, met netcongestie tot gevolg. Een nieuw fenomeen voor Nederland. Maatregelen om de congestie aan te pakken zijn uitbreiding van het stroomnet, slimmer benutten van het net en met energiehubs vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Voor deze maatregelen is ruimte nodig. De situatie in Gelderland is nijpend, met als gevolg dat tot 2030 geen nieuwe zware bedrijfsaansluitingen mogelijk zijn. Maar ook de aansluiting van nieuwe woningen, voorzieningen en verduurzamingsprojecten zijn niet langer te garanderen.
2.6.3.
Naar een klimaatadaptieve leefomgeving
Ons klimaat verandert en de gevolgen daarvan zijn steeds duidelijker merkbaar. Door klimaatverandering zal het in Nederland in alle seizoenen warmer zijn, met meer tropische dagen en minder vorstdagen. De winters worden natter en de zomers droger, ook ontstaan er zwaardere buien. Nederland is bovendien kwetsbaar voor een stijging van de zeespiegel. Om de nadelige effecten van klimaatverandering voor inwoners en omgeving te beperken moet onze leefomgeving anders, meer klimaatadaptief, worden ingericht. Het Rijk heeft daarom water en bodem aangewezen als sturend principe in de ruimtelijke ordening. Klimaatadaptatie vraagt van gemeenten o.a. om water langer vast te houden, wateroverlast te beperken, maatregelen tegen hittestress te nemen, klimaatbestendig te bouwen en klimaatbestendig groen aan te leggen.
2.6.4.
Naar een circulaire economie
Nederland, de regio en gemeente Nijmegen zetten in op de transitie naar een circulaire economie. In een circulaire economie wordt de levenscyclus van producten en grondstoffen verlengd door o.a. hergebruik, delen, herstel en recycling. Op die manier is er nauwelijks afval en verspilling.
12
Hoe de circulaire economie er precies uit komt te zien, is echter onduidelijk, bijvoorbeeld op welke schaal de kringlopen gesloten worden. Die onduidelijkheid leidt tot onzekerheid over de ruimtelijke effecten van de transitie naar een circulaire economie. Het zou kunnen dat de circulaire economie veel ruimte nodig heeft. Voor het inzamelen, repareren en recyclen van materialen is veel ruimte nodig, zowel fysiek als in milieuruimte. Bovendien is in de overgangsfase ruimte nodig voor de lineaire- én de circulaire economie.
2.6.5.
De duurzaam bereikbare stad
Lange tijd is ruimte voor de auto leidend geweest bij stedelijke ontwikkeling. Dat is niet langer houdbaar en ook niet goed voor de gezondheid van mensen. Met de groei van de stad neemt ook het aantal verplaatsingen toe, meer ruimte voor infrastructuur is er echter niet. Zonder verandering in de aanpak van mobiliteit lopen steden en regio’s vast. Veel steden, waaronder Nijmegen, maken daarom een transitie door op het gebied van mobiliteit. Het gaat om een transitie naar mobiliteit die minder ruimte vraagt en meer samenhangt met andere maatschappelijke doelen zoals gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Van steeds meer ruimte voor infrastructuur gaan we naar het beter benutten van het bestaande netwerk. De mobiliteitstransitie geeft ruimte aan voetgangers, fietsers en OV. De mens krijgt (weer) een prominente plek in de openbare ruimte en alternatieven voor autogebruik en -bezit worden aantrekkelijker gemaakt. Deelvervoer, elektrisch vervoer, meer data en smart mobility veranderen de impact van mobiliteit op de leefomgeving, hoe we ons kunnen verplaatsen en hoe we mobiliteit(stromen) kunnen sturen. Innovaties bieden zo steeds nieuwe kansen voor het stedelijke mobiliteitssysteem. Tegelijkertijd zorgt nieuwe technologie voor de uitdaging om overlast of onveilige situaties die ermee gepaard kunnen gaan te beperken.
2.7. 2.7.1.
Groene en gezonde leefomgeving Een groene leefomgeving
In de stad, en bij stedelijke ontwikkeling, is het behouden en vergroten van groen en biodiversiteit een steeds nadrukkelijker thema, o.a. als gevolg van klimaatverandering. Maar ook door toenemende aandacht voor de intrinsieke waarde en het belang van natuur en water voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Niet langer wordt uitgegaan van een harde grens tussen stad en land, maar van het verbinden van groene en blauwe structuren in de stad en het omliggende landschap. Het Nijmeegse en regionaal ruimtelijk beleid past in die trend met natuurinclusief bouwen, versterken van groen-blauwe structuren en inzet op de klimaatadaptieve stad.
De impact van landbouw, bedrijvigheid en mobiliteit op de kwaliteit natuur en water in Nederland staat door de stikstofcrisis hoog op de maatschappelijke en politieke agenda. Gerechtelijke uitspraken en (nieuwe) Europese regelgeving dwingen tot een strikter nationaal beleid om natuurwaarden en waterkwaliteit te beschermen. De landbouwtransitie hangt hier sterk mee samen en is een grote ontwikkeling in landelijke gebieden.
13
2.7.2.
De gezonde stad
Gezondheid heeft met de invoering van de Omgevingswet een sterkere positie in de ruimtelijke ordening gekregen. De Omgevingswet richt zich o.a. op het bereiken en in standhouden van een gezonde en veilige leefomgeving. Dit is veel breder dan de ‘goede ruimtelijke ordening’ in de voorgaande wet. De Omgevingswet biedt ook ruimte voor lokaal maatwerk. Dat sluit aan bij de trend om actiever in te zetten op preventie, gezonde leefomgeving en gezonde keuzes. Gemiddeld is de gezondheid goed in Nijmegen, tegelijkertijd er zijn grote verschillen tussen inwoners en deze zijn groter geworden. In Nijmegen hebben we gekozen om te groeien binnen de grenzen van de stad. Meer woningen en meer inwoners binnen de stadsgrenzen biedt mogelijkheden om voorzieningen op peil te houden en actieve mobiliteit te vergroten. De verdichting van de stad brengt ook uitdagingen met zich mee op luchtkwaliteit, geluid en het behouden en creëren van voldoende (groene) openbare ruimte voor ontspanning, rust en biodiversiteit. Dit vraagt dus ook om extra aandacht voor het creëren en behouden van een gezonde leefomgeving en de rechtvaardige verdeling tussen lusten en lasten over de stad en over inwonersgroepen.
2.8.
Conclusie
Uit de vorige paragrafen blijkt dat Nijmegen een eigen identiteit heeft en voor veel verschillende opgaven en transities staat. Maar wat betekent dit voor de omgevingsvisie?
De belangrijkste kwaliteiten van de fysieke leefomgeving zijn beschreven in paragraaf 2.4. Nijmegen is aantrekkelijke groeiende stad met een rijke historie in een gevarieerd landschap.
De belangrijkste opgave waar Nijmegen voor staat, is gezond en toekomstbestendig te blijven groeien in inwoners en bedrijven binnen grote transities. Deze transities zijn: energietransitie en de verandering naar een circulaire economie.
14
3. Waarheen – nabije stad, visie 2050
H 2. Waarom
Wat maakt een verandering van Nijmegen noodzakelijk? Wat willen we behouden en versterken richting 2050? 3.5. Thematische doelstellingen
3.1. Centrale ambitie
3.2. Hoofddoelstellingen
3.6. Structurerende thema's
Bijlage: beleidsthema's
3.4. strategisch ruimtelijke keuzes 3.3. Gebiedsgericht: nabije stad
Uitgangspunten
Stap 3. Gebiedsuitwerking in stadsdelen
3.7. Vertrekpunten
Figuur 3: Schematische weergave contourennotitie
3.1. Centrale ambitie richting 2050 ‘Nijmegen heeft de ambitie om in 2050 een gezonde, duurzame en nabije stad te zijn waarin de brede welvaart, gebruikers, huidige en wenselijke toekomstige kernwaarden en ruimtelijke kwaliteit centraal staan. In Nijmegen is ruimte voor voldoende woningen en banen die hierbinnen passen. Nijmegen wil namelijk dat huidige en toekomstige generaties goed en gezond kunnen wonen, werken en verblijven in Nijmegen.’
In de contourennotitie heeft het college bovenstaande eerste centrale ambitie richting 2050 geformuleerd. Deze centrale ambitie formuleert een vergezicht, uitgedrukt als fundamenteel maatschappelijk doel dat we nastreven. Ontwikkelingen in de stad moeten bijdragen aan deze centrale ambitie.
3.2. Hoofddoelen en ambities- stad in ontwikkeling De doelen zijn een concretisering van de ambitie. Ze beschrijven de verandering die we in ieder geval willen bereiken. Met de hoofddoelen geven we dus prioriteit in ons beleid voor de fysieke leefomgeving. De hoofddoelen stonden al in een andere vorm in de omgevingsvisie van 2020. Ze zijn bijgewerkt. Zo zijn de doelstellingen voor de woonopgave aangepast aan het nieuwste woonbehoefteonderzoek . De doelstellingen vanuit duurzaamheid zijn ook geactualiseerd. Het doel voor een klimaatbestendige stad komt uit de Klimaatadaptatiestrategie . De doelen over gezondheid zijn nieuw.
•
Richting 2050 werken we met verschillende groeiscenario’s. We hebben de ambitie een stad te zijn waar vraag en aanbod van woningen in balans is. Met een woningtekort van 2% is dit het geval. Het doel is om in 2030 een woningtekort van 2% te hebben. We spreken de ambitie uit van 2024 om tot 2040 ruim 16.000 woningen toe te voegen. Nijmegen heeft in 2050 een stedelijker karakter dan nu het geval is.
15
•
In 2030 hebben we het doel van 55% CO2 reductie behaald. Nijmegen is in 2050 klimaatneutraal en circulair.
•
Nijmegen werkt continu aan een gezonde fysieke leefomgeving. Dat drukken we daarom niet in de tijd uit. Wel zijn we in 2030 een beweegvriendelijke stad.
•
Voor klimaatadaptatie is het streven dat voor 2035 alle prioritaire gebieden klimaatbestendig zijn. Volgens de regionale adaptatie strategie, waar op aansluiten, is de regio (en dus Nijmegen) bij voorkeur in 2035, maar uiterlijk in 2050 klimaatbestendig.
2030 - 55% Co2 reductie - woningtekort 2% - Beweegvriendelijke stad
2035 - Prioritaire gebieden zijn klimaatbestendig
2040
2050
- Woonopgave met 16.000 woningen ingelopen
- Nijmegen is klimaatneutraal - Nijmegen circulair - Nijmegen is klimaatbestendig (uiterlijk 2050)
Figuur 4: Schematische weergave hoofddoelen omgevingsvisie
3.3. Ruimtelijk concept van een Nabije Stad Om onze ambitie voor 2050 waar te maken en daarbij de groei van de stad op een duurzame en gezonde manier vorm te geven, kiest Nijmegen voor het ruimtelijk concept van een nabije stad. Alleen op die manier verwacht Nijmegen op een toekomstbestendige manier aan de vraag naar woningen en economische activiteiten te kunnen voldoen. We bouwen hiermee voort op de in 2020 gemaakte keuze om te groeien binnen de grenzen van een compacte stad.
Dat betekent dat Nijmegen blijft streven naar een compacte stad en toekomstige ontwikkelingen hierbinnen moeten passen. Hiermee houden we het groene landschap om Nijmegen open. We versterken ook de stedelijke hoofdgroenstructuur binnen de stad.
Een compacte stad betekent ook dat reisafstanden kort zijn. Inwoners kiezen vaker om te lopen en te fietsen. We zetten daarom de mobiliteitstransitie in om slim om te gaan met onze infrastructuur en voorzieningen.
Een nabije stad betekent ook een inclusieve stad. Een stad waarin inwoners elkaar, of nieuwe mensen kunnen ontmoeten en bedrijven ideeën kunnen uitwisselen. Dit zorgt voor culturele diversiteit en economische vernieuwing.
3.4.
Strategisch ruimtelijke keuzes – ruimtelijke ontwikkeling
Het ruimtelijke concept van een nabije stad heeft het college uitgewerkt in 5 strategisch ruimtelijke keuzes. Deze ruimtelijke keuzes geven richting aan de gebiedsuitwerking van de omgevingsvisie in de stadsdelen.
16
3.4.1.
Groeien binnen de grenzen van de stad
Nijmegen kiest ervoor te blijven groeien. We werken aan onze woonopgave en willen een economisch veerkrachtige stad blijven. Deze groei vindt binnen de grenzen van de stad plaats en draagt bij aan de centrale ambitie.
Nijmegen kiest ervoor om bepaalde gebieden te transformeren en binnenstedelijk te bouwen met respect voor de identiteit en kwaliteiten van de wijken. We nemen de identiteit, zoals erfgoed en (gewenste) ruimtelijke kwaliteiten van gebieden en locaties als uitgangspunt voor de ontwikkeling van Nijmegen. Dat betekent dat de ontwikkeling van wijken per wijk verschilt. En op basis van bestaande en gewenste kwaliteiten een ander startpunt kent. Om de groei binnen de grenzen van de stad mogelijk te maken, zet Nijmegen in op vergroening.
Bouwen binnen de grenzen van de stad maakt het aantrekkelijk om over korte afstanden te verplaatsen. Om dit mogelijk te maken zetten we ook zo veel mogelijk in op functiemenging. In sommige delen van Nijmegen is functiemenging niet mogelijk.
Niet alle opgaven kunnen we binnen de grenzen van Nijmegen oplossen. Daarom zien we tegelijkertijd het belang van regionale samenwerking, bijvoorbeeld voor onze werk-, mobiliteits- en energieopgave.
3.4.2.
Hoogstedelijke milieus rondom ov-knooppunten en sterke campussen
In het centrumgebied (binnenstad, stationsgebied, Waalfront en Hof van Holland), Campus Heyendaal, Station Dukenburg en Winkelsteeg kiest Nijmegen voor een hoogstedelijk karakter met functiemenging en hoge dichtheden. Dat kan omdat deze gebieden in de buurt van een ov-knoop liggen en ontsloten worden met snelfietsroutes.
3.4.3.
Groter centrumgebied
Door verschillende projecten aan de oevers van de Waal ontstaat een divers nieuw gemengde milieus. Binnen dit gebied worden verschillen hotspots met elkaar verbonden. De komende jaren worden de gebieden Hoge Bongerd, Waalfront (inclusief NYMA) en Hof van Holland (verder) ontwikkeld. Het zijn unieke stedelijke milieus, die zorgen voor diverse voorzieningen, werkgelegenheid en duurzame energie.
Binnen ‘Nijmegen omarmt de Waal’ krijgen de rivieroevers een belangrijke functie als openbare ruimte. Zo wordt de Waal meer zichtbaar en beleefbaar. Daarbij streven we naar variatie in de verschillende deelgebieden, zodat elk deelgebied aantrekkelijk is voor specifieke groepen.
17
3.4.4.
We omarmen het kanaal
Hierbij zetten we in op intensivering en transformatie van de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en het werkgebied Winkelsteeg. We volgen de gebiedsvisie TPN-West6. TPN-West is een industriegebied waar de focus ligt op duurzame economische ontwikkeling en leefbaarheid, zowel binnen het gebied als in de omringende woonwijken. We hanteren het uitgangspunt dat de economische ontwikkeling op TPN-West in balans is met leefbaarheid in de omgeving. Op die manier blijft TPN-West in de nabije toekomst een belangrijk regionaal industriegebied en is er in de omliggende woongebieden sprake van een goede leefomgeving.
Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen, werken we aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. Door de leefomgeving aantrekkelijker te maken met gevarieerdere wijken die rijker aan voorzieningen worden, dragen we bij aan het verbeteren van de brede welvaart en gezondheid van de inwoners. De bestaande kwaliteiten en identiteiten van de gebieden benutten we voor de transformatieopgave.
3.4.5.
Samen met de regio: meer landschap en meer stad
Nijmegen maakt onderdeel uit van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. We hebben elkaar nodig en werken daarom samen bij ruimtelijke opgaven als verstedelijking, natuur en water, en landbouw. Regionaal is afgesproken dat verdichting plaatsvindt in bestaande steden en dorpen. Zo behouden we als regio een open landschap. We zetten in de regio sterk in op de fiets en alternatieven voor de auto.
3.5.
Hoofdlijnen van het beleid – thematische doelstellingen
De hoofddoelen die Nijmegen nastreeft om onze ambitie voor 2050 te bereiken, heeft het college concreter gemaakt en aangevuld met andere thematische doelstellingen. Om een overzichtelijk beeld te houden heeft het college ook de hoofddoelstellingen opgenomen in het overzicht.
Het college heeft de thema’s uit de omgevingsvisie van 2020 gehandhaafd. Deze thema’s waren: •
Sociale en gezonde stad
•
Economisch veerkrachtige stad
•
Aantrekkelijke stad
•
Duurzame stad
Deze thema’s bestaan uit verschillende doelen. Aan deze doelen werkt Nijmegen. Alhoewel de geactualiseerde omgevingsvisie van Nijmegen loopt tot en met 2050, heeft niet elk doel 2050 als eindjaar. Sommige doelen wil Nijmegen eerder dan 2050 behalen. Andere doelen zijn weer niet verbonden aan een jaartal. Voor die doelen geldt
De gebiedsvisie TPN-West is te raadplegen via: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/23b06f28-ad2b-40cb-bc8e5a73387673d8?documentId=0306cf6a-33eb-42fd-a017-b5145e12a8ae&agendaItemId=c4a8de2d-5a48-41f08ce1-4c1f09cdbb45 6
18
dat het noemen van een jaartal niet mogelijk is. Hieronder volgt een overzicht van de doelen per onderwerp. Hoe we deze doelen willen behalen (het beleid) volgt later in deze notitie.
Onderstaande doelstellingen zijn belangrijke doelstellingen. Omdat de wens bestaat om scherpere keuzes te maken, krijgen de hoofddoelstellingen (uit 3.2.) bij een echt onoplosbaar conflict prioriteit. In de praktijk kunnen veel doelen gecombineerd worden en zullen we proberen zo veel als mogelijk bijdragen aan verschillende doelen. Dat past binnen de Omgevingswet, waarin de omgevingsvisie gebruikt wordt om mogelijk strijdige of juist meekoppelende ontwikkelingen met elkaar in verband te brengen.
3.5.1. •
Sociale en gezonde stad
Het beschermen en bevorderen van gezondheid door het creëren en behouden van een gezonde leefomgeving (hoofddoelstelling).
•
Het bevorderen van een inclusieve en veerkrachtige stad met een sterke sociale basis.
3.5.2. •
Economisch veerkrachtige stad
Het bevorderen van een toekomstbestendige economie en brede welvaart door het faciliteren (en stimuleren) van innovatieve en duurzame concepten/oplossingen.
•
Het behouden en bevorderen van een passend aanbod van banen voor de beroepsbevolking van de stad en regio, waarmee Nijmegen aantrekkelijk blijft voor werkgevers en werknemers.
•
Het bereiken van een duurzame economie in 2050, met een focus op het bevorderen van circulariteit, een goede bereikbaarheid, vergroening en het faciliteren van de energietransitie.
•
Het versterken van een krachtig (inter-)nationaal economisch profiel.
3.5.3.
Aantrekkelijke stad
•
Het verkleinen van de woonopgave (hoofddoelstelling)
•
Het bevorderen van voldoende en betaalbaar en kwalitatief goed aanbod van woningen.
•
Het behouden van de leefbaarheid en identiteit van wijken
•
Het beschermen en benutten van cultureel erfgoed en het beleefbaar maken van de rijke geschiedenis
•
Het bereikbaar houden van de stad en meer ruimte maken voor schone, actieve mobiliteit en ander ruimtegebruik
•
Het schoner maken van de mobiliteit.
•
Het beschermen van de landschappelijke kwaliteiten rond de stad.
•
De identiteiten van de stad inzetten als inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen
•
Het behouden en verder versterken van de detailhandelsstructuur en het bevorderen van een leefbare stad met goede voorzieningen.
•
Het zijn van een aantrekkelijke stad met een bruisende binnenstad en vrijetijdseconomie.
19
3.5.4. •
Duurzame stad
Het bereiken van een klimaatneutrale stad in 2050 en het bereiken van 55% CO2-reductie in 2030 (hoofddoelstelling).
•
Het bevorderen van circulariteit om bij te dragen aan een landelijke circulaire economie in 2050 (hoofddoelstelling).
•
Uiterlijk in 2050, maar bij voorkeur in 2035 is Nijmegen een klimaatbestendige stad die goed voorbereid is op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast, door het bevorderen van klimaatadaptatie, waarbij voor 2035 de prioritaire gebieden uit de klimaatadaptatiestrategie zijn aangepakt (hoofddoelstelling).
•
Het bevorderen van een groene en gezonde stad voor mensen, flora en fauna door het behouden, versterken en uitbreiden van het areaal en de kwaliteit van groen en de biodiversiteit.
•
Het verbeteren van de werking van het natuurlijk systeem (bodem, water en groen) door het bevorderen van vitale gezonde veerkrachtige bodems met een gezond bodemecosysteem.
•
Het beschermen en waar mogelijk/nodig verbeteren van de kwaliteit van grond en grondwater.
•
In de omgevingsvisie wordt rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en dat de vervuiler betaalt.
3.6.
Uitgangspunten – structurerende factoren
Groeien binnen de grenzen van de stad kan alleen als transities en opgaven leidend zijn in de vormgeving van de stad. Zo zijn water en bodem en de fysieke gezonde leefomgeving sturend en het energiesysteem en de circulaire economie leidend om de stad toekomstbestendig te houden. Dat betekent dat water, bodem, de gezonde fysieke leefomgeving doorslaggevend zijn bij de inrichting van Nijmegen. Maar ook dat het energiesysteem en de circulaire economie als beperkende factoren richting geven aan de ruimtelijke keuzes die we maken.
3.7.
Vertrekpunt - brede welvaart en gebruikers van de stad
In Nijmegen zetten we de gebruikers van de stad en de brede welvaart centraal in de ruimtelijke keuzes die we maken. Daarom kijken we verder dan economische groei en materiële welvaart.
Brede welvaart gaat over de kwaliteit van het leven rekening houdend met de invloed die dit heeft op de kwaliteit van leven van toekomstige generaties hier en elders in de wereld. Hierin zijn alle welvaart– en welzijnsaspecten van belang, zoals gezondheid, werk en vrije tijd, zorg, wonen, inclusiviteit, gelijke kansen, veiligheid, onderwijs, kwaliteit van de natuur en leefomgeving en de waardering van het eigen leven.
Nijmegen is kritisch op ontwikkelingen die niet bijdragen aan deze brede welvaart. Ontwikkelingen moeten zo veel mogelijk passen binnen en bijdragen aan de brede welvaart. Gebruikers centraal betekent dat we nadrukkelijker rekening houden met de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen op de gebruikers van onze stad.
20
3.8. 3.8.1.
Bestuurlijke vraagstukken Overkoepelend afwegingskader
Probleemstelling: De huidige omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkeling van de stad, maar er ontbreekt een overkoepeld afwegingskader. Het hebben van een overkoepelend afwegingskader is belangrijk. Hiermee kunnen we beter uitleggen waarom Nijmegen bepaalde keuzes maakt.
Oplossingsrichting: Met dit document stellen we voor om de gezonde leefomgeving en duurzaamheid als leidende principes te kiezen. Deels doen we dit omdat we hiermee aansluiten op de bedoeling van de Omgevingswet. Hierin staat dat we een veilige en gezonde leefomgeving moeten bevorderen. We doen dit ook omdat alleen een leefbare stad uiteindelijk een toekomstbestendige stad is.
In de praktijk betekent dit dat we kritischer zijn op ontwikkelingen in de stad. Alleen die ontwikkelingen die positief bijdragen aan de gezonde leefomgeving en duurzaamheid zijn wenselijk. Ook zullen de bodem, het watersysteem, duurzaamheid en circulariteit structurerend zijn.
Dit betekent niet dat het niet meer mogelijk is woningbouw en bedrijvigheid toe te voegen. Dit is en blijft mogelijk. Maar wel met goede randvoorwaarden (contramal, vergroening, verduurzaming en mobiliteitstransitie). Stedelijke ontwikkeling zal hiermee wel kostbaarder worden. Immers, negatieve effecten worden zo veel als mogelijk met andere maatregelen opgelost en niet afgewenteld.
Nog meer richting kan worden gegeven door te kiezen voor brede welvaart7, of de Sustainable Development Goals (SDG’s)8, of een combinatie van de twee. Brede welvaart gaat over alles wat van invloed is op het welzijn van mensen, in brede zin (vergelijkbaar met het Engelse wellbeing) (Weterings et al. 2022)9. De SDG’s zijn internationaal overeengekomen doelen voor welzijn en duurzame ontwikkeling en ligt de focus voor beleid bij het bevorderen van synergie. Nijmegen is al een Global Goals gemeente. De VNG beschikt over een handreiking om de SDG’s toe te passen10. Om dit toe te passen is verder onderzoek nodig.
Monitor brede welvaart: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/regionale-monitor-brede-welvaart/bredewelvaart-trend 8 Monitor SDG’s: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/sustainable-development-goalsrapport/inleiding 9 Rapport: Sociaal-economisch beleid vanuit een brede welvaartsperspectief. P. 4: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2023-sociaal-economisch-beleid-vanuit-eenbredewelvaartsperspectief-5146.pdf 10 Zie hiervoor: https://vng.nl/sites/default/files/2020-04/handreiking-global-goals-in-het-gemeentelijkbeleid-2020.pdf 7
21
Figuur 5: Mogelijke rollen voor brede welvaart en/of de SDG’s in beleid. Bron: PBL
In deze contourennotitie heeft het college ervoor gekozen om de brede welvaart op te nemen. Dat hebben we gedaan omdat we met het concept brede welvaart goed kunnen uitdrukken dat we in het ruimtelijk beleid goed willen kijken naar het welzijn van mensen.
Alhoewel het belangrijke thema’s zijn vindt het college de SDG’s te specifiek voor in de omgevingsvisie. Zo gaan de SDG’s bijvoorbeeld ook over kwaliteitsonderwijs, gendergelijkheid en vrede, justitie en sterke publieke diensten. Thema’s die niet gaan over de fysieke leefomgeving.
3.8.2.
Ontwikkelperspectief richting 2050
Probleemstelling: De huidige omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkeling van Nijmegen qua woningbouw en bedrijvigheid tot en met 2035. Richting geven ná 2035 is ook wenselijk. Hiermee kunnen we beter laten zien hoe Nijmegen zich op de lange termijn ontwikkelt. We moeten inwoners perspectief bieden en meenemen in toekomstige ontwikkelingen. Zeker omdat uit een enquête voor het stadspanel blijkt dat veel inwoners een verdere verdichting van hun wijk niet wenselijk vinden.
We weten ook uit ervaring dat de woonbehoefte blijft toenemen. Op basis van het huidige woonbehoefteonderzoek hebben we een beeld van de woonbehoefte tot 2040.Het is waarschijnlijk dat de woonbehoefte op basis van toekomstige onderzoeken hoger uitvalt.
Oplossingsrichting:
22
Het college vindt het wenselijk om richting te gegeven aan de hand van al gemaakte afspraken. Dat betekent dat we zoekgebieden kunnen verkennen die passen bij de richting uit de huidige omgevingsvisie. Binnen de centrale ambitie moeten zoekgebieden bijdragen bij aan een nabije, gezonde en duurzame stad.
Voornamelijk de keuze om het kanaal te omarmen geeft aanleiding om onderzoek te doen. In de huidige omgevingsvisie is opgenomen dat we de wijken rondom het kanaal versterken met woningbouw en meer functiemenging (Neerbosch-Oost, Lindenholt, Dukenburg, Hatert). Aan het kanaal ligt ook TPN-West. Met een motie is opgeroepen pas ná 2040 voor het gebied TPN-West onderzoek te doen naar transformatie11.
De gebiedsuitwerking van de omgevingsvisie kan een eerste verkennende stap zijn naar zoekgebieden. Kanttekening hierbij is dat altijd extra stedenbouwkundigonderzoek gedaan moet worden. Daarnaast vraagt dit om een gesprek over wenselijkheid hiervan in relatie tot leefbaarheid en milieucontouren.
Motie d.d. 28 oktober 2020: Ook de Oostkanaalhavens hoort bij de omgevingsvisie. Te raadplegen via: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/409da634-ddee-4868-903f-e7146b649719 11
23
Bijlage 1. Hoe - Sociale en gezonde stad 1.1.
Opgave - doelen
Nijmegen wil een gezonde stad zijn waar mensen gezond kunnen leven. Een gezonde leefomgeving beschermt, bevordert en faciliteert de gezondheid van inwoners en stimuleert de biodiversiteit. Het is een omgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag zoals bewegen, sporten en gezond eten. Dat betekent ook een nabije stad met ruimte voor ontmoeten. En dat negatieve omgevingsfactoren zo min mogelijk invloed hebben op de gezondheid.
Het Nijmeegse gezondheidsbeleid is vastgelegd in de Gezondheidsagenda12. Maar het bevorderen en beschermen van gezondheid is ook een basis voor ander beleid zoals Klimaatadaptatiestrategie, Sportbeleid, Mobiliteitsbeleid en Uitvoeringsprogramma ‘Op weg naar gezonde luchtkwaliteit’. Een gezonde leefomgeving kent veel verschillende aspecten die ook terugkomen in de andere hoofddoelen. Om gezondheid onderdeel te maken van ruimtelijke ontwikkelingen zijn we op basis van interne bijeenkomsten, interviews met partners en een stadspeiling bij inwoners, gekomen tot acht onderwerpen die richting geven aan een gezonde leefomgeving, namelijk: 1.
Beweegvriendelijke omgeving
2.
Gezond milieu
3.
Groene en klimaatbestendige omgeving
4.
Ruimte voor ontmoeten en verbinden
5.
Gezond en sociaal wonen voor iedereen
6.
Functiemenging waar mogelijk
7.
Gezonde en duurzame voedselomgeving
8.
Schoon en veilig
Deze gebruiken we bij de plannen voor gebiedsontwikkeling en worden verder verbeterd op basis van ervaring en nieuwe inzichten. Beschermen, bevorderen en faciliteren zijn drie perspectieven op een gezonde leefomgeving die terugkomen in de uitwerking van de gezonde leefomgeving in Nijmegen.
Bij de inrichting van de fysieke leefomgeving is het belangrijk om aan te sluiten bij de behoeftes, belangen en specifieke omstandigheden van de inwoners (menselijke maat). Het actief betrekken van inwoners bij het inrichten van de directe fysieke leefomgeving en creëren van medeverantwoordelijkheid voor deze omgeving, is belangrijk voor de gezondheid van het individu, sociale cohesie en ‘gezondheid’ van een wijk.
De voortgangsrapportage van de Gezondheidsagenda is te raadplegen via: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/a6c6a021-46a5-49da-ab89aa33aa5b89e4?documentId=5bc9cfcd-938c-43b9-9bb6-285bb38fa589&agendaItemId=e7af7d2f-6d57-4b5eab4c-1d6378598a60 12
24
Nijmegen kent verschillende type gebieden met elk hun eigen kenmerken als het gaat om inrichting, maar ook bevolkingssamenstelling. Dit vraagt naast stadsbrede acties ook om maatwerk en differentiatie als het gaat om het realiseren van een gezondere leefomgeving. Zo zal de focus in het stadscentrum anders liggen dan in Lindenholt. We kiezen er bewust voor om meer aandacht te hebben voor stadsdelen en wijken waar de gezondheidsachterstanden van inwoners het grootst zijn, zodat we met ingrepen in de fysieke leefomgeving een bijdrage kunnen leveren aan een betere gezondheid voor inwoners. De differentiatie per stadsdeel sluit aan bij de gebiedsuitwerking die we opnemen in de omgevingsvisie.
1.1.1.
Beweegvriendelijke omgeving
Nijmegen wil een stad zijn die mensen stimuleert, faciliteert en uitdaagt om actief te bewegen. Daarom willen we hier ruimte aan geven in de stad. Bij de infrastructuur in de stad hebben we oog voor de menselijk maat door uit te gaan van het STOMP-principe. Dit sluit aan bij de mobiliteitstransitie en dit betekent dat we bij de (her)inrichting van de stad eerst kijken naar voetgangers (stappers), fietsers (trappers) en goed openbaar vervoer, gevolgd door deelmobiliteit en personenauto. De infrastructuur biedt voetgangers en fietsers een veilige, comfortabele route die actief vervoer de aantrekkelijkste keuze maakt. We vinden het ook belangrijk dat inwoners van alle leeftijden op buurt-, wijk- en stadsniveau gezond en actief kunnen leven. Daarbij hoort een omgeving die mogelijkheden en voorzieningen biedt om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Maatwerk is essentieel om de plekken aantrekkelijk te maken voor de diverse gebruikers.
1.1.2.
Gezond milieu
In Nijmegen moet iedereen veilig en gezond kunnen leven. Nu én in de toekomst. Lucht, bodem, oppervlaktewater en grondwater zijn zo schoon mogelijk. We hebben hierbij aandacht voor schone lucht en het beperken van de vervuiling/overlast van houtstook en werken aan een rookvrije generatie. We streven naar schoon en emissieloos bouwen en nemen maatregelen voor schone mobiliteit. Bij ontwikkelingen houden we voldoende afstand tussen schadelijke bronnen en gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen en kinderopvang. Ook milieuaspecten zoals lichthinder, geur en geluid zijn van belang om gezond te kunnen leven. Stille plekken zijn belangrijk om de drukte te ontlopen of te ‘ontstressen’. Rust in eigen huis is nodig, maar ook een rustige plek niet te ver van huis. We brengen de helft van onze tijd binnenshuis door. Een gezond binnenmilieu vinden we daarom in Nijmegen essentieel.
1.1.3.
Groene en klimaatbestendige omgeving
We willen ons beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dit doen we onder meer door groen toe te voegen. Aanwezigheid van groen in de stad heeft een positieve invloed op gezondheid. Groen verbetert het milieu, zorgt voor een rijke biodiversiteit, zorgt voor betere waterberging, dempt geluidhinder en verkoelt in warme periodes. Een natuurlijke omgeving biedt ook mogelijkheden om te bewegen, te ontspannen en rust te vinden. Verder draagt buurtgroen, zoals parkjes, plantsoenen en buurt- en volkstuinen, bij aan sociale cohesie. Vergroenen helpt bij een gezonde leefstijl én zijn van belang voor klimaatadaptatie en biodiversiteit en is daarom verder uitgewerkt in het hoofdstuk over duurzaamheid.
25
1.1.4.
Ruimte voor ontmoeten en verbinden
In Nijmegen leven we samen in de stad. Je verbonden voelen met anderen is belangrijk voor de eigen gezondheid, maar ook voor de sociale cohesie in de wijk. Elkaar tegenkomen op straat, op aantrekkelijke plekken in de buurt of bij wijkcentra of in het centrum draagt bij aan mentaal welbevinden en verbondenheid in de wijk en in de stad. Wat aantrekkelijk is, is afhankelijk van de gebruikers en vereist maatwerk. Door de plekken voldoende dichtbij en voor iedereen, veilig en gemakkelijk toegankelijk te maken kunnen zij goed gebruikt worden. Ruimte voor ontmoeten, creëren we in een aantrekkelijke binnenstad, maar ook door goede voorzieningen in iedere wijk. We stimuleren een leefomgeving waarbij ruimte is voor kunst, cultuur en creativiteit en ruimte voor lokaal eigenaarschap.
1.1.5.
Gezond en sociaal wonen voor iedereen
In Nijmegen streven we naar voldoende betaalbare en energiezuinige woningen voor alle inwoners. We zijn een inclusieve stad waar iedereen een plek kan vinden om te wonen en te leven. We vinden toekomstbestendige en een gemengde wijken belangrijk voor de leefbaarheid. Er is sprake van een gevarieerd woningaanbod voor verschillende type huishoudens en mogelijkheden voor gemeenschappelijke woonvormen. Daarbij zetten we in op gemengde wijken en buurten, waar mensen zich thuis voelen en waar ze mensen met verschillende leefstijlen en omstandigheden tegenkomen. Op deze manier proberen we sociale draagkracht en draaglast meer met elkaar in evenwicht te brengen. Dit draagt bij aan de oplossing van diverse maatschappelijke vraagstukken. Verder streven we naar voldoende voorzieningen in deze wijken en ruimte voor bedrijvigheid.
1.1.6.
Functiemenging waar mogelijk
In Nijmegen willen we dat mensen goed kunnen wonen in een fijne wijk en omgeving. Een goede menging van functies draagt hieraan bij. In een buurt waar wonen, werken en een gevarieerd aanbod van voorzieningen (op het gebied van zorg, winkelen, ontspanning, ontwikkeling) goed gemengd zijn, bewegen inwoners meer omdat voorzieningen lopend of met de fiets bereikbaar zijn. Dit zorgt ervoor dat meer mensen de auto laten staan (en dus minder luchtverontreiniging, geluidsoverlast en verkeersproblemen). Goede functiemenging draagt ook bij aan levendigheid en het ontmoeten van buurtgenoten. We hebben hierbij aandacht voor een goede mix van rust en dynamiek. Functiemenging in hoge dichtheid maakt een gebied toekomstbestendiger. Doordat een plek of ruimte voor meer doelen geschikt is, kan het zich makkelijker aanpassen aan nieuwe omstandigheden en is het minder kwetsbaar.