9. Bijlage bij de toelichting deel 1a
Tekst van het document
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 48 van 189
10 juli 2020
Tabel 4.4 Bijzondere locaties dijksectie 10, 11 en 12 #
Locatie
VKA verkenning
Uitgewerkt ontwerp planuitwerking DD192 - DD196+50: Constructie binnendijks met overslagdebiet 1 l/m/s
10.1
Tergouw
Alternatief constructie binnenzijde, met behoud huizen
11.2/ 11.1
Dijkstraat 2, Oosterhout
Maatwerk met behoud woonfunctie (evt. herbouw) in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging buitenwaarts
DD200 tot DD203 (inclusief Peperstraat 55): Constructie binnendijks met 1 l/m/s
12.1
Waaldijk 47
Geoptimaliseerde grondoplossing
12.2
Waaldijk 46
Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud woning (bij garage geoptimaliseerde grondoplossing) Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud woning
12.4/ 12.3
Waaldijk 4243
Herbouw van op eigen perceel
12.5
Waaldijk 41
Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud woonfunctie (eventueel herbouw) in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging binnenwaarts Alternatief constructie binnendijks met behoud huis
12.6/ 12.7
Waaldijk 36
Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud woning in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging binnenwaarts en buitenwaarts
DD216, Constructie binnendijks
Geoptimaliseerde grondoplossing
Korte constructie van circa 100 meter
Uitleg Een overslagdebiet van 1 l/m/s/ voorkomt dat er binnendijks erosiemaatregelen nodig zijn. Het buitendijks is geminimaliseerd. Er blijft ruimtebeslag in Natura 2000, maar hiermee worden circa 50 woningen binnendijks behouden. Door het maatwerk is er geen ruimtebeslag op bomen en blijft de leefbaarheid op orde. Dit is minder robuust dan een grondoplossing, maar technisch minder complex. Er is onvoldoende ruimte voor de benodigde overslagvoorzieningen, daarom is het debiet teruggebracht. De woningen van Waaldijk 46 en 47 zijn buiten het PVVR gebouwd en kunnen behouden blijven. De woningen van Waaldijk 46 en 47 zijn buiten het PVVR gebouwd en kunnen behouden blijven. Verlegging is niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000-gebied Het plaatsen van een constructie is niet duurzaam, omdat het niet voorkomt dat de woningen bij een latere dijkversterking niet alsnog geamoveerd moeten worden. Verlegging is niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000-gebied Hier wordt de bebouwing behouden, maar enig verlies aan parkeerplaatsen bij de Brasserie. Behoud woning, tuin/erf en strang door toepassing van constructie. Verlegging is niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000-gebied.
4.3.5 Dijksectie 13 Voorkeursalternatief verkenning Dijksectie 13 bevat open gebieden en de entree van Slijk-Ewijk. Het voorkeursalternatief in de verkenning bestond uit de oplossing in grond met pipingconstructie en bij enkele woningen een geoptimaliseerde grondoplossing (13.3, 13.4, 13.5), al dan niet in combinatie met een beperkte asverschuiving (13.6). Op drie locaties met (rijks)monumenten (13.1, 13.2, 13.7) was een complexe opgave voorzien. Ontwerp planuitwerking Uiteindelijk wordt in dijksectie 13 overwegend het basisprofiel toegepast, met hier en daar relatief korte constructies. Aan het begin van dijksectie 13 is bij Waaldijk 31, 30, 28 en 27 (3.1) in overeenstemming met de keuze aan het einde van de verkenning een maatwerkoplossing bedacht.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 49 van 189
10 juli 2020
Door binnendijks bij 30 en 31 met een constructie ruimte te maken en bij nummer 29 binnendijks in grond te versterken en een berm aan te leggen, kunnen buitendijks nummer 28 en 27 behouden blijven. Bij de entree van Slijk-Ewijk (13.2) liggen rijksmonumenten en monumentale bomen zeer dicht op de dijk. Het ontwerp gaat uit van een constructie in het binnendijkse talud en een asverschuiving buitenwaarts van ongeveer 7,5 meter. Door het kleinere overslagdebiet toe te passen, is er een dijkverhoging nodig. Daarmee zijn er bij Dorpsstraat 70 (kerkje) verdere maatregelen binnendijks voorkomen. Wel zijn deze beperkt nodig bij Waaldijk 25, bij het einde van de constructie, vooral vanwege aanpassingen aan de op- en afrit. Bij alle overige woningen (nr. 23, 18, en de strekking bij 17, 16, 15, en Loenensedwarstraat 2) langs de dijksectie wordt een constructie toegepast. Hierdoor zijn er beperkt grondaanvullingen nodig. Tussendoor is het basisprofiel toegepast. Ook hier is bij de hoofdvorm van de dijk de grondaanvulling beperkt. Afbeelding 4.7 en 4.8 geven de maximale grenzen van het ontwerp weer voor dijksectie 13, inclusief een korte uitleg. Tabel 4.5 geeft de overwegingen bij de bijzondere locaties aan.
Afbeelding 4.8 Ontwerp op een deel van dijksectie 13
Constructie met behoud huis en erf
Constructie met behoud huizen en ruimte voor op- en afritten
Constructie met behoud huis
Constructie, weinig overslag toestaan, behoud monumenten en monumentale bomen Constructie met behoud huis
Basisprofiel Basisprofiel
Basisprofiel
Basisprofiel
Basisprofiel
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 50 van 189
10 juli 2020
Tabel 4.5 Bijzondere locaties dijksectie 13 #
Locatie
VKA verkenning
13.1
Waaldijk 31, 30, 28 (gemeentelijk monument bakenmeesterwoning) , 27
Maatwerk (complexe opgave), met behoud monument op nr. 28 en overige woningen
13.2
Dorpsstraat 70 (rijksmonumenten kerk en kerktoren) en 68
Maatwerk (complexe opgave) met behoud monumenten en mogelijk maken meekoppelkansen
13.3/ 13.6
Waaldijk 23
13.4/ 13.6
Waaldijk 17
13.5/ 13.6
Waaldijk 16
13.7/ 13.8
Waaldijk 13, rijksmonument boerderij
Geoptimaliseerde grondoplossing, met behoud huis in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging buitenwaarts Geoptimaliseerde grondoplossing, met behoud huis, in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging buitenwaarts Geoptimaliseerde grondoplossing, met behoud huis, in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging buitenwaarts Maatwerk (complexe opgave), met behoud monument in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging binnenwaarts
Uitgewerkt ontwerp planuitwerking DD223 - DD225: Constructie in combinatie met een binnenwaartse verlegging (binnendijkse stabiliteitsberm bij nr 29, stabiliteitsconstructie bij nr 30 en 31, binnenwaartse as-verlegging bij nr 27 en 28) DD226 - DD230, Constructie binnendijks met een overslagdebiet van 1 l/m/s
Voor Waaldijk 18 en 23: Constructie binnendijks bij huizen met op open locaties basisprofiel
Constructie binnendijks zonder verlegging
Constructie binnendijks zonder verlegging
Uitleg Door binnendijks met een constructie ruimte te maken, kunnen de buitendijkse huizen behouden blijven. Geen risico’s bij woningen (monumenten), monumentale boom. Geen verstoring beschermde soorten. Bij de entree van Slijk-Ewijk liggen rijksmonumenten en monumentale bomen zeer dicht op de dijk. Een oplossing met constructie en een kleine asverschuiving maakt behoud mogelijk en is goedkoper dan een volledig zelfstandige kerende constructie te plaatsen of een grote verlegging toe te passen. Bovendien is er minder buitendijks ruimtebeslag (juridisch gecompliceerd). Behoud huizen en bestaande beplanting/vegetatie op erven. Verlegging is niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000-gebied Constructie tussen en bij nr 17 en 16 biedt beste inpassing van functies. Geen ruimtebeslag Natura 2000-gebied. Meer ruimte voor op- en afritten dan oplossing in grond. Verlegging is niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000gebied.
Constructie binnendijks met Behoud van huis en behoud huis en erf landschappelijk waardevolle fruitbomen, ensemblewaarde. Verlegging is niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000-gebied
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 51 van 189
10 juli 2020
4.3.6 Dijksectie 14 en 15 Voorkeursalternatief verkenning Dijksectie 14 en 15 liggen aan het rijksmonument landgoed Loenen en de Loenense Buitenpolder. Het voorkeursalternatief in de verkenning ging er vanuit dat alle bossen op het landgoed (14.1) en nabij het landgoed (15.2) behouden blijven door toepassen van constructies. Een woning (rijksmonument) lag hoog genoeg en hier werd een geoptimaliseerde grondoplossing voorzien (14.2). Bij Waaldijk 10 werd ook een grondoplossing voorzien, eventueel met herbouw van de woning (15.1). Daarnaast was er nog een geoptimaliseerde grondoplossing voorzien bij de snelweg (15.3). Ontwerp planuitwerking Dijksectie 14 en 15 worden uiteindelijk gekenmerkt door vrij lange constructies bij de bossen en het basisprofiel op de open delen. Alle bossen op het landgoed (14.1) en nabij het landgoed (15.2) blijven behouden door toepassen van constructies. Het jachtopzienershuis (14.2) ligt hoog genoeg, er is alleen nog een pipingoplossing nodig. Bij Waaldijk 10 (15.1) leek in de verkenning een geoptimaliseerde grondoplossing mogelijk, maar hier is toch een constructie nodig om het huis te behouden.
Afbeelding 4.9 Ontwerp dijksectie 14, 15 en deels 16
Constructie met behoud bos
Constructie met behoud bos
Constructie met behoud huis en erf
Constructie met Pipingoplossing, behoud huis behoud huis
Basisprofiel Basisprofiel (aantasting eikenrij)
Basisprofiel
Constructie met behoud bos
Constructies onder brug
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 52 van 189
10 juli 2020
Na Waaldijk 10 is er sprake van een open gebied waar het basisprofiel wordt toegepast. Tussen twee weilanden in ligt een bomenrij, die onderdeel is van het rijksbeschermde landgoed. Deze ligt ter hoogte van de boerderij op Grote Allee 1. Door het toepassen van de berm, wordt een deel van de bomenrij verwijderd voor het inpassen van de berm. Dit deel bevat geen eiken. De eiken zijn de reden voor opname in de bescherming van het rijksmonument. De bomenrij wordt op de berm weer aangevuld met nieuwe vergelijkbare bomen en struiken, waardoor de structuur op termijn weer hersteld is. De entree van het landgoed bij de Grote Allee blijft ongewijzigd. Bij de snelweg (15.3) blijft een grondoplossing mogelijk. Afbeelding 4. 8 en 4.9 geven het ontwerp weer voor dijksecties 14 en 15, inclusief een korte uitleg. Tabel 4.6 geeft kort de overwegingen bij de bijzondere locaties aan. Tabel 4.6 Bijzondere locaties dijksectie 14 en 15 #
Locatie
VKA verkenning
14.1
Landgoed Loenen, rijksmonument
Maatwerk (complexe opgave), met behoud bos en uitstraling landgoed
14.2
Waaldijk 11, rijksmonument jachtopzienerswoning/bos wachterswoning Waaldijk 10
Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud woning (vanwege hogere ligging) Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud woonfunctie (eventueel herbouw) Maatwerk (complexe opgave), met behoud bos en uitstraling landgoed
Toepassen pipingvoorziening
Bestaande situatie met bos dicht op de dijk blijft behouden. Vrijwel geen ruimtebeslag buitendijks. Vrijwel geen effecten (behalve aanleg)
Constructie met behoud woning
Vrijwel geen effecten (behalve aanleg)
Constructie binnendijks bij bos. Basisoplossing op open locaties.
Maatwerk met als basis grondoplossing, met inpassen landhoofd snelweg
Constructie binnendijks
Bestaande situatie met bos dicht op de dijk blijft behouden. Gebruik kan op landschapsbermen tot de dijk doorgezet worden. Aantasting bomenrij, een historisch onderdeel rijksmonument. Herplant van bomen en struiken op de berm. Vrijwel geen ruimtebeslag buitendijks. De oplossingen vanuit 15.2 en 16.1 zijn doorgetrokken onder de brug door. Weinig effecten.
15.1
15.2
Landgoed Loenen, rijksmonument
15.3
Landhoofd snelweg
Uitgewerkt ontwerp planuitwerking Constructie binnendijks bij bos.
Uitleg
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 53 van 189
10 juli 2020
4.3.7 Dijksectie 16 en 17 Voorkeursalternatief verkenning Dijksectie 16 en 17 bestaan uit open gebied met hier en daar een woning. De meeste woningen en sommige bijgebouwen zijn hetzij een gemeentelijk- of een rijksmonument. Voor het grootste deel was hier de grondoplossing met pipingconstructie voorzien in de verkenning. Bij vier woningen was sprake van een geoptimaliseerde grondoplossing (16.1, 17.2-17.4) al dan niet met onderzoek naar een verlegging (17.1, 17.5). Bij het gemeentelijke monument Waaldijk 6 (16.2) was vanwege de beperkte ruimte al een maatwerkoplossing met constructie voorzien. Ontwerp planuitwerking Het ontwerp in dijksectie 16 en 17 bestaat beperkt uit het basisprofiel. Wel is er in de open gebieden veelal sprake van een grondoplossing met bij huizen constructies. In de planuitwerking bleek dat de rabatten bij de Klipstraat door het basisprofiel aangetast zouden worden. Uiteindelijk is voor een kortere grondoplossing gekozen, waarbij veel bomen en reliëf behouden kunnen blijven. Bij de huizen (16.1, 16.2, 17.3, 17.4) worden constructies toegepast, met uitzondering van Waaldijk 3 (17.2). Bij Waaldijk 3 is vanwege de bijzondere ligging een kleine verlegging van de dijk mogelijk, die per saldo geen ruimtebeslag op Natura 2000-gebied veroorzaakt. De kenmerkende ‘kronkeligheid’ van het tracé blijft behouden.
Door deze verlegging kan over een langere afstand een grondoplossing worden toegepast, wat landschappelijk een continu beeld geeft. Afbeeldingen 4.9 en 4.10 geven het ontwerp weer voor dijksecties 16 en 17, inclusief een korte uitleg. Tabel 4.7 geeft kort de overwegingen bij de bijzondere locaties aan.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 54 van 189
10 juli 2020
Afbeelding 4.10 Ontwerp dijksectie 16 (deels) en 17
Geoptimaliseerde grondoplossing met meer behoud rabatten/bomen
Constructies bij huizen
Constructie met behoud huis, weinig overslag toestaan
Basisprofiel Basisprofiel
Grondoplossing met asverschuiving (lokaal weinig overslag toestaan)
Tabel 4.7 Bijzondere locaties dijksectie 16 en 17 #
Locatie
VKA verkenning
16.1
Waaldijk 7, gemeentelijke monumenten boerderij en bakhuisje
Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud monumenten
Uitgewerkt ontwerp planuitwerking DD264+50 DD265+50: Constructie met behoud binnendijks talud (10 l/s/m)
16.2/ 17.1
Waaldijk 6, gemeentelijke monumenten boerderij en vloedschuur
Maatwerk met als basis constructie binnenzijde, met behoud monumenten, rekening houdend met bestaande constructie
DD270 DD271+50: Constructie met behoud binnendijks talud (1 l/m/s)
17.2
Waaldijk 3, gemeentelijke monument tboerderij
Maatwerk met als basis grondoplossing, met behoud monument in combinatie met onderzoek naar beperkte verlegging
19, DD279 - DD 287: Versterking in grond met asverschuiving (lokaal 1 l/s/m)
Uitleg Ruimtebeslag Natura 2000 onvermijdelijk bij behoud monumenten, behoud erf, aansluiting op de onderdoorgang bij de brug A50, die door de zeer geringe hoogteopgave eenvoudiger te realiseren is. Ruimtebeslag Natura 2000 onvermijdelijk bij behoud monumenten. Door een lager overslagdebiet toe te staan, kan een lichtere constructie worden geplaatst, met minder overlast en behoud van het erf. Per saldo geen effect op Natura 2000. Mogelijk betere doorstroming rivier. Grondoplossing over langer tracé.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 55 van 189
10 juli 2020
#
17.3 en 17.4 / 17.5
Locatie
Waaldijk 1, Waalbandijk 131 (rijksmonument Vale Dries)
VKA verkenning binnenwaarts en buitenwaarts Maatwerklocatie met als basis grondoplossing, met behoud monument en woning. In maatwerk eventuele kleine verschuiving as buitenwaarts.
Uitgewerkt ontwerp planuitwerking
Uitleg
19, DD279 - DD 287: Versterking in grond met constructies bij en tussen huizen
Verlegging niet vergunbaar gezien aanwezigheid Natura 2000-gebied en voldoende andere oplosmogelijkheden.
4.4 Gebruik en beheer en onderhoud Bestaande gebruiksfuncties Uitgangspunt voor het ontwerp was dat bestaande functies zoals wonen, werken, wegen en op- en afritten terugkomen. Een uitzondering hierop is mogelijk als de te verbinden functie vervalt. Bij de dijkversterking heeft het waterschap besloten dat woningen in principe behouden kunnen blijven. Het kan voorkomen dat door de aanwezige faalmechanismen in combinatie met woningen dicht op de dijk dit niet altijd technisch mogelijk is. Op één locatie (Waaldijk 43/42) komen, in overleg met de bewoners, de bestaande woonfuncties iets verder van de dijk weer terug (zie paragraaf 4.3). Erfdienstbaarheid Het waterschap staat met deze dijkversterking een groter medegebruik van de waterkering toe. Zo kunnen delen van de dijk ook voor andere functies gebruikt worden. Doordoor hoeven ook niet alle gronden die nodig zijn voor de dijkversterking te worden aangekocht. Het hoogwaterveiligheidsbelang moet wel geborgd zijn. De grond kan in particulier eigendom blijven door zakelijk recht van het waterschap te accepteren. Dit heet ook wel erfdienstbaarheid: de eigenaar staat toe dat een deel van de waterkering op zijn eigendom wordt aangelegd met de bijkomende zaken als inspectie, beheer en onderhoud van de waterkering. De overige functies kan de eigenaar blijven uitvoeren, als dit de hoogwaterveiligheid niet belemmerd.
In het grondverwervingsproces zal een vergoeding voor de vestiging van het zakelijk recht worden overeengekomen. De kruin, binnentalud en buitentalud en de beheerstrook blijven in eigendom van het waterschap. Hierop is geen medegebruik mogelijk. Binnen- en buitenwaarts van de beheerstroken is medegebruik mogelijk. Soms is daarvoor het aanvullend aanbrengen van een leeflaag nodig. Dit is een laag teelaarde die dient ter bescherming van het onderliggende dijkprofiel. Beheer door derden Eigenaren of gebruikers van dijkpercelen binnen het waterstaatswerk moeten de dijktaluds en de bermen maaien. Het belangrijkste doel van het maaien is het behouden van een sterke grasmat op de dijken. Dit is nodig voor het hoofddijklichaam inclusief de beheerstroken. Die stevige grasmat draagt eraan bij dat de dijken goed bestand zijn tegen het rivierwater bij hogere waterstanden aan de buitenzijde en tegen het overslaand water aan de binnenzijde. Ook is het controleren van de dijken op schades beter mogelijk als het gras gemaaid is. Het waterschap komt twee keer per jaar kijken (‘schouwen’) of het maaien is uitgevoerd.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 56 van 189
10 juli 2020
Op sommige locaties op en langs de waterkering blijft beeldbepalende beplanting behouden. Het beheer en onderhoud hiervan ligt bij de eigenaar van de ondergrond. Drijfvuil dat aanspoelt, wordt verwijderd door de eigenaar of door contractanten. Het beheer van de weg ligt bij de gemeenten, dit is ook al zo in de huidige situatie. Maaien Het waterschap Rivierenland streeft ernaar om het beheer en onderhoud zo natuurvriendelijk en kostenefficiënt uit te kunnen voeren. De dijkversterking en het aankoopbeleid is daarom afgestemd op kostenefficiëntie en natuurvriendelijk dijkonderhoud. Vanuit beheer bestaat de wens om de taluds te verflauwen naar 1:3 of flauwer. En waar mogelijk een onderhoudspad aan te leggen. Hiermee kan het onderhoud uitgevoerd worden met standaard materiaal, waardoor uitvoer van de noodzakelijke beheeractiviteiten efficiënter en goedkoper wordt. Scherpe knikken of holle taluds bemoeilijken het beheer en onderhoud. Het streefbeeld voor de waterkering is een grondlichaam dat is opgebouwd met voldoende kleiafdekking met daarop een erosiebestendige, kruidenrijke grasmat. Het waterschap kiest in principe voor maaien en afvoeren van het maaisel. Het beleid van het waterschap gaat uit van het waar mogelijk rekening houden met de natuur. Het maaien vindt daarom ook zoveel mogelijk gefaseerd plaats (niet of beperkt in het broedseizoen).
Omdat er na de dijkversterking meer overslag kan plaatsvinden, stelt het waterschap hogere eisen aan de grasmat dan in de huidige situatie. In de eerste jaren ligt de prioriteit bij de ontwikkeling van een gesloten graszone. Dit kan betekenen dat er in de eerste jaren intensiever beheerd (maaien/afvoeren) gaat worden. Om de graszaadbank te behouden wordt maaisel nu niet altijd afgevoerd. De grasmat wordt extra gemonitord om de ontwikkeling te bewaken. In deze eerste fase worden ‘probleemkruiden’, bijvoorbeeld heermoes, geklepeld. Ook stimuleert het waterschap de kruidenontwikkeling door ontwikkelbeheer van de grasmat. Vanaf dan wordt het maaisel afgevoerd. Het waterschap zorgt ervoor dat gewenste kruiden hun zaad kunnen verspreiden. Daar waar de golf- of stromingsbelasting dit noodzakelijk maakt, wordt het talud beschermd met een harde stenen bekleding. Houtachtige gewassen op deze bekleding worden geregeld verwijderd en gras wordt jaarlijks gemaaid of geklepeld. Inspectie en handhaving Het waterschap inspecteert de waterkering geregeld, zowel in de dagelijkse situatie als bij hoogwater. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de beheerstroken. Het waterschap zorgt ervoor dat zij altijd recht heeft de inspectie of schouw uit te voeren op eigendommen van derden. Het waterschap controleert het hele jaar op illegale activiteiten rond de waterkering.
Wanneer iemand zonder vergunning een verboden activiteit bij de waterkering uitvoert, treden de handhavers op. Bijvoorbeeld bij illegale bouw. Schouw Het waterschap houdt begin oktober een winterschouw. Het waterschap controleert dan of de eigenaren van de aanliggende grond de waterstaatkundige objecten waarvoor zij verantwoordelijk zijn goed onderhouden en of de voorwaarden volgens de watervergunningen zijn gerespecteerd. Verder bekijkt ze of de dijk winterklaar is. De voorjaarsschouw gaat met name over de staat van de grasmat.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 57 van 189
10 juli 2020
Muskus- en beverratten Het waterschap heeft de wettelijke opdracht om alle waterstaatswerken tegen muskus- en beverratten te beschermen. Het waterschap past actieve bestrijding toe om het aantal dieren zo laag mogelijk te houden. Waar graverij in de teen van de dijk door bijvoorbeeld bevers, beverratten of muskusratten te verwachten is, worden bij de dijkversterking beschermende voorzieningen aangebracht. Calamiteitenplan Het waterschap heeft een Calamiteiten Zorg Systeem. Het omvat de hele veiligheidsketen van preventie tot nazorg. Een van de risico’s is hoogwater op de grote rivieren. Bij hoogwater treedt volgens ‘het calamiteitenbestrijdingsplan hoogwater op de rivier’ de calamiteitenorganisatie van het waterschap in werking. Als hier en daar de verwachte waterstanden zijn verhoogd, dan worden onder meer scheepvaart en activiteiten in buitendijkse gebieden beperkt. Dit komt meerdere keren per jaar voor. De dijkbeheerders voeren dan dagelijks een inspectie uit. Bij verdere dreiging van hoogwater binnen 24 uur neemt het waterschap verdere maatregelen en bereidt ook al grootschalige maatregelen voor. Onder andere richt het waterschap dijkposten op en vinden patrouilles plaats op de dijk. Dit komt gemiddeld eens in de vijf jaar voor. Bij ernstig en uitzonderlijk hoogwater (gevaar voor de nationale veiligheid) neemt het waterschap grootschalige noodmaatregelen.
Deze dreiging komt gemiddeld eens in de 20 tot 100 jaar voor.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 58 van 189
10 juli 2020
5 Aanleg Dit hoofdstuk gaat in op de aanlegfase.
5.1 Uitgangspunten Veilig en uitvoerbaar Het opgestelde ontwerp van de dijkversterking is op een veilige wijze uitvoerbaar. Een uitvoeringsdeskundige dacht mee bij het vormgeven en maken van keuzes in het basisprofiel van de versterking in grond, maar zeker ook bij de maatwerklocaties. Dit zijn veelal locaties met weinig werkruimte waar constructieve maatregelen zoals damwanden aangebracht moeten worden. Uitvoerbaarheid en invloed op de omgeving zijn aspecten waarop het ontwerp rond de maatwerklocaties integraal is beschouwd. Bij elke situatie heeft de uitvoeringsdeskundige de versterkingsopgave beschouwd en het ontwerp beoordeeld op veilige uitvoerbaarheid. Duurzaamheid WSRL als organisatie heeft ambities op de thema’s energie, omgaan met grondstoffen, vrijkomen en verwerken van afvalstoffen, beheer en onderhoud, en flexibiliteit in gebruik. Met de omgevingswijzer en het ambitieweb van de Aanpak Duurzaam GWW zijn de duurzaamheidsthema’s voor de dijkversterking opgesteld. Deze komen deels overeen de ambities van het waterschap. Voor het project zijn doelen voor energie- en materiaalgebruik opgesteld (De Betuwse Waard, 2020e).
5.2 Planning De werkzaamheden vinden plaats in 2021, 2022, 2023 en 2024. Rond kerst en oud en nieuw wordt twee weken niet gewerkt. Effectief wordt er 50 weken per jaar gewerkt. Naar verwachting is de hoogwaterveiligheid in het najaar 2023 op orde. In 2024 zijn dan alleen nog werkzaamheden nodig als het aanbrengen van asfalt, plaatsen van borden en dergelijke. Eind 2024 moeten de werkzaamheden zijn afgerond. Dit is een harde randvoorwaarde vanuit de subsidieverlening van het HWBP bij start van de planuitwerking. De huidige mate van hoogwaterveiligheid moet tijdens de werkzaamheden gegarandeerd zijn. In principe vinden tijdens het hoogwaterseizoen (15 oktober - 1 april) geen werkzaamheden aan het buitentalud plaats. Bij uitzondering zal vroeg of laat in het hoogwaterseizoen buitendijks gewerkt worden om recreatieve functies te ontlasten in de zomerseizoenen. Deze werkzaamheden kunnen alleen plaatsvinden als ze de dijk niet verzwakken of als de waterkering bij dreigend hoogwater binnen 48 uur weer aan het huidige veiligheidsniveau voldoet (dit geldt overigens ook in de zomer). Werkzaamheden binnendijks vinden gedurende het hele jaar plaats. Een aandachtspunt hierbij is dat de laad- en loslocaties en tijdelijke wegen over het algemeen buitendijks liggen. Bij hoogwater is er een kans dat de werkzaamheden vertragen.
De werkweek bestaat uit 5 dagen met werktijden tussen 06.00 uur tot maximaal 19.00 uur. Er wordt niet gewerkt tussen zonsondergang en zonsopgang om verstoring van de natuur te beperken.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 59 van 189
10 juli 2020
Een aandachtspunt in de planning is de Nijmeegse Vierdaagse die jaarlijkse in de 3e week van juli plaatsvindt. De route hiervan loopt door dijksecties 6 tot en met 10.
5.3 Fasering en werken in clusters De werkzaamheden worden per cluster uitgevoerd waarbij in alle dijkvakken binnen het cluster (zie afbeelding 5.1) tegelijk gewerkt wordt. Een uitvoering per cluster biedt meer mogelijkheden voor het opnieuw toepassen van vrijkomende grond in andere dijksecties. Dit bespaart inkoop, transport en tijdelijk opslag van grondstoffen. Daarnaast is de geclusterde uitvoering nodig voor een kortere uitvoeringsduur en flexibiliteit in de uitvoering. Ook zorgt de indeling in clusters voor minder hinder voor de omgeving. Zo zijn er meer mogelijkheden om de bereikbaarheid van de bewoners te borgen.
Afbeelding 5.1 Gehanteerde clusters in het uitvoeringsplan
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 60 van 189
10 juli 2020
Vanuit natuurwetgeving is een restrictie van de werkzaamheden opgelegd. Dit betekent: - fasering tussen dijksecties (clusters): er zijn eisen dat in sommige clusters niet gewerkt kan worden, als in andere clusters wel gewerkt wordt. De precieze eisen zijn per diersoort verschillend; - per cluster het werk binnen een broedseizoen (bij aanwezigheid broedvogels) of binnen een jaar uitvoeren. Een voorbeeld van fasering met clusters die voldoet aan alle regels, volgt in afbeelding 5.2. Dit is geen actuele planning. De daadwerkelijke planning is afhankelijk van de start van het project.
Afbeelding 5.2 Voorbeeld fasering in clusters
5.4 Werkzaamheden De werkzaamheden binnen Wolferen Sprok zijn grofweg op te delen in vier onderdelen: - versterking in grond: het aanbrengen van grond in de vorm van bijvoorbeeld steunbermen en om de dijk op te hogen; - constructies: het aanbrengen van een stalen damwand of het toepassen van een waterkerend scherm bestaande uit een kunststof damwand om piping te voorkomen; - wegwerkzaamheden: betreft het opbreken en opnieuw aanbrengen van de wegverharding. Versterking in grond De werkzaamheden bestaan uit: 1. afgraven van de leeflaag; 2. maken van trapsgewijze inkassingen in de huidige kleilaag. Trapsgewijs inkassen is een methode om de hechting van de nieuwe bovengrond beter te maken. Of de kleilaag wordt eerst weggegraven, waarna de zandige kern wordt opgehoogd en hier trapsgewijze inkassingen worden aangebracht; 3. laagsgewijs aanbrengen van klei met de juiste eigenschappen voor het dijklichaam; 4. verdichten van de klei; 5. aanbrengen van erosiebestendige leeflaag; 6. vervangen verhardingsconstructie; 7. afwerken/inrichten dijk (afrastering, bestratingen, bebording etc.). 2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 61 van 189
10 juli 2020
Om de verstevigde dijk zo spoedig mogelijk weer erosiebestendig te krijgen, wordt de huidige leeflaag afgezet, gefreesd en na de grondwerkzaamheden weer aangebracht op de dijk. De dijk wordt vervolgens zo spoedig mogelijk na het terugbrengen van de leeflaag ingezaaid met een dijkengrasmengsel, zodat dit gaat ontwikkelen tot een erosiebestendige grasmat. Eventueel wordt de huidige graszode bewaard en teruggezet om zaden niet verloren te laten gaan. Constructies Om de stalen damwand aan te brengen, zijn er verschillende uitvoeringsmethoden mogelijk, afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse en de aard van de constructie zelf. De aanbrengmethode bestaat uit: - trillen met of zonder voorboren en met of zonder fluïderen. Dit laatste is voorboren met het natmaken van de bodem, hierdoor glijdt de damwand makkelijker door de grond. Een heavescherm wordt vermoedelijk aangebracht met voorboren; - drukken of trillingsvrij drukken met ‘silent piler’. Een silent piler is een kleine machine die zich autonoom over de damwanden kan bewegen, waarbij vrijwel geen geluid en trillingen ontstaan. Bij constructies die binnen 15 m van een huis moeten worden aangebracht, wordt bij dit project altijd een silent piler toegepast; - trillen onder voorspanning. Hierbij ontstaan vrijwel geen trillingen.
Er is bij alle uitvoeringsmethodes een heiplateau nodig om een veilige, stabiele werkruimte te creëren voor de heistelling. De schotten waar de stelling op staat zijn ongeveer 8 m hoog. Als de grond rondom de damwand niet draagkrachtig genoeg is, wordt de damwand verankerd met groutankers. Hierbij wordt een stalen staaf door de damwanden en het dijklichaam geboord. De ankers worden met een soort cement (grout) vastgelegd in de grond en vastgezet aan de damwanden. De ankers worden altijd richting de dijk aangebracht en komen niet onder panden. Wegwerkzaamheden Op de dijk wordt de wegverharding vervangen. Deze werkzaamheden na het afronden van de dijkversterkingmaatregelen uitgevoerd, per cluster. Dit zorgt ervoor dat de weg niet onnodig opgebroken en afgesloten is door asfaltwerkzaamheden. Op deze manier wordt overlast voor de omgeving geminimaliseerd. Voor het vervangen van de weg wordt de huidige asfaltlaag opgebroken in asfaltschollen. Dit zijn grove stukken asfalt van maximaal één vierkante meter. Deze schollen worden of naar de laad/loslocatie getransporteerd en over het water afgevoerd naar een innamelocatie of per as afgevoerd naar een asfaltcentrale voor hergebruik.
5.5 Materieel Het in te zetten materieel binnen Wolferen-Sprok bestaat voornamelijk uit grondwerkmaterieel. De onderstaande tabel licht de meest voorkomende machines toe.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 62 van 189
10 juli 2020
Tabel 5.1 In te zetten materieel Materieel
Foto
Toelichting
hydraulische kraan
Een hydraulische kraan graaft en de huidige klei weg, vult het kernmateriaal van de dijk aan, dekt het af met een kleilaag en zet de graszode terug. Een hydraulische overslagkraan op de ponton van de laad-/loslocaties vult en lost de schepen die aanmeren voor de aan- en afvoer van materiaal.
lader (loader)
De lader is bruikbaar voor meerdere doeleinden. Zo kan deze over korte afstand zand/klei verplaatsen en reliëf aanbrengen. Ook kun je met dit voertuig een platenbaan aanleggen en onderhouden of kan deze machine kleinere materieelstukken verplaatsen.
grondverzetmachine (bulldozer)
De grondverzetmachine wordt ingezet om grote hoeveelheden grond te verplaatsen en te verdichten. Door gebruik te maken van satellieten kan deze machine ook nauwkeurig egaliseren. Met name in ruw terrein is deze daarvoor geschikt.
kiepwagen (dumper)
Kiepwagens verplaatsen de grond binnen het werk. Zij rijden over een platenbaan tussen de dijk en de overslaglocaties en transporteren klei, zand, puin, et cetera.
kippervrachtwagen (tipper truck)
Grote vrachtwagens met een kiepbak transporteren grondstoffen over een grotere afstand en met name over verhard terrein. Denk hierbij aan de afvoer van asfalt of de aanvoer van kleinere hoeveelheden grondstoffen die van buiten het project komen.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 63 van 189
10 juli 2020
Materieel
Foto
Toelichting
megarijplaten
Rijplaten van 12x3,5m vormen de tijdelijke bouwwegen.
heistelling
Een heistelling is nodig om damwanden te plaatsen.
asfaltspreidmachine met asfaltwagen
Deze machines zijn nodig om de weg op de dijk te asfalteren.
(banden)wals
De wals verdicht het door de asfaltspreidmachine neergelegde asfalt op de weg.
De Europese Unie heeft strikte normen opgesteld betreffende de uitstoot van (nieuwe) voertuigen De norm ‘Euro 5’ uit 2009 gaat uit van maximaal 2,0 g/kWh NOx (stikstofoxiden) en 0,02 g/kWh fijnstof (roet). Voor ‘Euro 6’ Is dat respectievelijk 0,4 g/kWh en 0,01 g/kWh. Voor dit project worden alleen vrachtwagens gebruikt die aan de norm Euro 5 of hoger voldoen. Voor niet-weggebonden voertuigen is de norm in ‘Stage’. Bij Stage 4 mag 0,4 g/kWh NOx worden uitgestoten. De maximale uitstoot van roet ligt bij Stage 4 op 0,02 g/kWh. Nieuwe machines moeten inmiddels voldoen aan Stage 5. De kranen die ingezet worden zijn allen Stage 4 of nieuwer.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 64 van 189
10 juli 2020
Voor de overige machines wordt ook zoveel mogelijk Stage IV toegepast. Een enkele machine valt in de categorie Stage III.
5.6 Laad- en loslocaties Voor de effectbeoordeling gaan we uit van maximaal zeven laad- en loslocaties. Hier wordt de grond die met schepen aangevoerd en afgevoerd wordt overgeslagen op dumpers of vrachtwagens. Door voor vervoer over water te kiezen, is er minder hinder voor de omgeving. Bovendien is dit een duurzamere vervoersmethode. Door meerdere laad-/loslocaties in te richten zijn er ook minder vervoersbewegingen op de weg nodig. Een locatie wordt in principe alleen gebruikt als er in het betreffende cluster werkzaamheden zijn. Er zijn maximaal vijf locaties tegelijkertijd in gebruik.
Tabel 5.2 Bijzonderheden laad-/loslocaties Laad-/ loslocatie A B C D E F G
Locatie Sprok Fort beneden Lent Camping de Altena De Witte Kerk Loenense Buitenpolder A50 Wolferen
ter hoogte van dijksectie 1 8 12 13 14 15 17
Bedoeld voor dijksectie 1-4 6-9 10-12a 12b-13b 14 15 16-17
De laad-/loslocaties zijn ongeveer 6000 m2 groot, zijn in de bestaande situatie al vlak en bestaan uit weinig hoge begroeiing. Ze zijn gekozen vanwege de goede toegankelijkheid vanaf de dijk. De locatie is ook zo gekozen, dat er minimale overlast is voor de huidige gebruikers (scheepvaart, omwonenden, campings en dergelijke) en natuur. Op loslocatie B na, bestaan de loslocaties uit een drijvende ponton met spudpalen (palen om het ponton vast te zetten). Het ponton ligt op enkele meters uit de oever (waterlijn). Het ponton is bereikbaar via een brug. Op het ponton staan een overslagkraan en een asfaltbak. De minimaal benodigde diepte voor de laad-/loslocatie en de schepen is 3,5 m. Hiervoor wordt plaatselijk tot maximaal 2,5 m waterbodem in de Waal tijdelijk verdiept. Bij het opruimen van de laad-/loslocatie wordt het eventueel verdiepte gedeelte van de Waal ook weer verondiept. Dit laatste is een mitigerende maatregel voor natuur. Voor de laad- en loslocaties is geen ontgronding op land nodig. Het lossen van de schepen gebeurt over het algemeen (uitzonderingen bij calamiteiten uitgesloten) overdag tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Vanuit natuurwetgeving is werken tussen zonsondergang en zonsopgang niet toegestaan. Verwachting is dat er per laad- loslocatie één schip per dag gelost wordt (circa 3.200 ton per schip).
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 65 van 189
10 juli 2020
Afbeelding 5.3 Voorbeeld drijvend ponton
Het asfalt is afkomstig van de asfaltcentrale op 5 kilometer van het werk, te bereiken per vrachtwagen. Uitgangspunt hierbij is dat transport plaatsvindt via de binnendijkse wegen naar de Prins Mauritssingel N325 en vervolgens de S100 en de Energieweg.
5.7 Depots en ketenpark Depots Binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking worden acht tijdelijke depots ingericht voor (tijdelijke) opslag van grond. Deze depots liggen over het algemeen nabij de laad- en loslocaties. Voorafgaande aan het inrichten van de depots wordt maximaal 0,5 m leeflaag ontgraven. Na het opruimen van de depots wordt de grond weer teruggebracht. Dit wordt gedaan om verdichting van de bovengrond te voorkomen.
Tabel 5.3 Bijzonderheden depotlocaties Depot # 1 2 3 4
Capaciteit 25.000 m3 5.000 m3 25.000 m3 5.000 m3
5 6
25.000 m3 25.000 m3
7 8
25.000 m3 25.000 m3
Locatie loslocatie A (Sprok) wijnfort / Fort boven Lent loslocatie B (Stadsbrug) loslocatie C (Camping de Altena) loslocatie D (De Witte kerk) loslocatie E (Loenense Buitenpolder) loslocatie F (A50) loslocatie G (Wolferen)
In dijksectie 2 3 8 12a 13 14 15 17
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 66 van 189
10 juli 2020
Ketenpark Voor de realisatie wordt binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking ook een tijdelijk ketenpark aangelegd. Het tijdelijke ketenpark bestaat uit tijdelijke bouwketen met buitenverlichting en verharde parkeervoorzieningen. De precieze locatie en inrichting wordt pas na de planuitwerking bekend. Mobiele schaftvoorziening Naast de locatie van de hoofdkeet, worden er per cluster twee locaties ingericht als mobiele schaftvoorziening. Deze schaftvoorziening zijn specifiek voor de uitvoerende werknemers. Onder andere zijn er bij de voorzieningen een dieselaggregaat en een lichtmast aanwezig.
5.8 Werkruimte, rijstroken en aanvoerroutes Werkruimte De werkruimte bestaat uit het ruimtebeslag van de nieuwe dijk, de huidige dijk, de overslaglocaties, depots, rijkstroken en overige werkruimte voor tijdelijke opslag (bijvoorbeeld voor graszoden of materieelstukken). Rij- en werkstroken Over vrijwel het hele dijktracé ligt binnen- en buitendijks vanaf de teen van de dijk een werkstrook van 5 m. Deze is nodig om het materieel te plaatsen voor de dijkversterking. Afbeelding 5.4 Inrichting werkstrook en rijstrook
Naast de werkstrook wordt ook een tijdelijke rijstrook van 5m breed aangelegd voor de aan- en afvoer van materiaal. Ze verbinden de laad- en loslocaties met de depots en de rijstroken langs de waterkering. Deze rijstroken zijn verhard met rijplaten. Voor de rijstroken is geen ontgraving nodig. Wel wordt het maaiveld geëgaliseerd om een vlakke en stabiele rijstrook te krijgen. Dit wordt gedaan met zand. Zodra een cluster is afgerond, wordt de tijdelijke rijplatenbaan rondom de dijk weggehaald en opgeruimd. Wanneer een laad- en loslocatie niet meer gebruikt wordt, wordt ook de rijstrook naar de laad-/loslocatie opgeruimd.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 67 van 189
10 juli 2020
De grondstoffen worden zowel via de Waal aangevoerd, als per vrachtwagen via de openbare weg. De aanvoerwijze is afhankelijk van het soort grondstof. Grondstoffen die over de weg aangevoerd worden zijn onder andere: granulaat, asfalt, beton en hout. Dit in verband met de verwerking (bijvoorbeeld temperatuur of vochtigheid) en/of beschikbaarheid van de grondstoffen. Bereikbaarheid Tijdens de werkzaamheden aan een dijksectie is het gehele cluster waarin de betreffende dijksectie ligt afgesloten voor openbaar verkeer. Dit is nodig om de wegconstructie te kunnen opbreken en de dijk te versterken. Het verkeer wordt dan omgeleid over de binnendijkse wegen. Zodra de werkzaamheden binnen een cluster zijn afgerond, wordt het in zijn geheel weer vrijgegeven voor het openbaar verkeer. Voor de bereikbaarheid van bestemmingsverkeer, lokale horeca en/of bedrijvigheden waaronder landbouwverkeer aan de dijk, wordt een tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen ingesteld in overleg met de omgeving. Wandelverkeer wordt ook omgeleid. Voor percelen die niet wekelijks gebruikt worden (maar wel in zaai- en oogstperiodes), kan contact opgenomen worden met het uitvoerende team, om de percelen te kunnen bereiken. Ter hoogte van Slijk-Ewijk, bevindt zich buitendijks een voetveer. Dit voetveer is in gebruik vanaf 1 mei tot en met 30 september.
In deze tijd zijn er ongeveer 13.000 gebruikers van dit voetveer (fietsers en voetgangers). Het verkeer van en naar het voetveer is tijdens de uitvoering gescheiden van het bouwverkeer. Hulpdiensten worden geïnformeerd over de omleidingen. In spoedgevallen waar de bestemming langs de dijk ligt, kan gebruik worden gemaakt van de transportroutes en mogelijk de dijk. Afstemming met de hulpdiensten vindt nog plaats.
5.9 Conditionerende werkzaamheden Tijdens de planuitwerking zijn nadere onderzoeken uitgevoerd die het ontwerp en de aanlegwijze mede bepalen. Dit worden conditionerende onderzoeken genoemd. Deze hangen deels ook samen met de milieueffectbeoordeling. Voor natuur, bodem en archeologie volgt meer informatie in hoofdstuk 4. Kabels en leidingen In het plangebied liggen meerdere kabels en leidingen. De dijkversterking leidt ertoe dat kabels en leidingen verwijderd of verlegd moeten worden. Er zijn in totaal 70 kruisingen die gebundeld worden tot 25 kruisingen. De werkzaamheden worden in voorbereidingsfase van de realisatie uitgevoerd, zodat de uitvoeringswerkzaamheden zo min mogelijk hinder ondervinden. Indien dit niet vooruitlopend op de realisatie kan, dan zal de verlegging met de dijkversterkingswerkzaamheden gecombineerd worden. De verlegging wordt uitgevoerd door de netbeheerders zelf in overleg met WSRL. De werkzaamheden zijn geen onderdeel van de dijkversterking en dit MER. Binnen het werk blijven een paar kabels en leidingen gehandhaafd. De kruisingen worden mogelijk gemaakt door een kleikist/kwelscherm rondom de betreffende kabel/leiding te leggen. Bij de gasleidingen mag het (werk)materieel geen invloed hebben op de gasleiding. Hiervoor wordt een veilige overbrugging over de gasleiding aangelegd waarover zware machines kunnen rijden.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 68 van 189
10 juli 2020
Niet gesprongen explosieven (NGE) Binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking liggen NGE-verdachte gebieden. Deze worden onderzocht door een WSCS-OCE gecertificeerd aannemer. Voorafgaande aan de realisatie worden de gebieden vrijgegeven door de WSCS-OCE gecertificeerde aannemer. Als tijdens de realisatie alsnog toevalsvondsten plaatsvinden, dan wordt deze aannemer ingeschakeld voor verdere ontgraving / afwerking van de toevalvondsten. Externe veiligheid In de uitvoering wordt rekening gehouden met risicobronnen voor externe veiligheid. Risicobronnen voor externe veiligheid zijn in twee groepen te verdelen. Het zijn transportassen, zoals wegen en spoorwegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Of inrichtingen waarin productie, gebruik, verstrekking en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op de nationale risicokaart (risicokaart.nl) is te zien dat binnen het plangebied zich weinig risicobronnen bevinden. Er bevinden zich twee opslagen in dijksectie 1 bij restaurant Sprok en het fort Boven-Lent. Dit zijn propaantanks met een risicoafstand van respectievelijk 10 of 25 m. De plaatsgebonden risicocontour of de risicocontour van het groepsrisico reikt beperkt tot in het plangebied. De Waal, de A50 en het spoor bij Nijmegen behoren tot het basisnet dat speciaal is toegerust voor het transport van gevaarlijke stoffen.
De Waal heeft een plaatsgebonden risicocontour. Deze risicocontour komt niet buiten de oevers en vormt geen belemmering. De A50 en het spoor bij Nijmegen behoren tot het basisnet dat speciaal is toegerust voor het transport van gevaarlijke stoffen. Ook die van de A50 is beperkt tot de weg. Bodem Uitgangspunt van de werkzaamheden in de realisatie is dat het vrijkomend materiaal zo veel mogelijk hergebruikt wordt. Dit is afhankelijk van de fysische en milieukundige eigenschappen. Ondanks dat vrijkomend materiaal wordt hergebruikt, zal er in ieder geval een tekort aan grondstoffen zijn binnen het werk. Deze grondstoffen zullen worden aangevoerd. Uit het land- en waterbodemonderzoek blijkt dat er op delen van de dijk sprake is van een verontreinigde boven- of ondergrond. Het materiaal mag alleen hergebruikt worden op dezelfde soort grond of moet worden afgevoerd. In de aanlegfase wordt hier rekening mee gehouden. Voorafgaand aan het werk is / wordt alle te roeren grond onderzocht op PFAS. Afhankelijk van de aanwezigheid van PFAS wordt bepaald of de grond hergebruikt kan worden voor het project. Als de grond teveel PFAS bevat waardoor deze niet voldoet aan het tijdelijk handelingskader conform Besluit bodemkwaliteit wordt de betreffende grond afgevoerd. Ook alle aan te voeren grond wordt voorafgaand aan het aanvoeren onderzocht op PFAS.
De PFASwaardes worden ook getoetst aan het tijdelijk handelingskader conform Besluit bodemkwaliteit. Grond wordt alleen aangevoerd en toegepast als de gehaltes voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit. Archeologie In het plangebied zijn archeologische (verwachtings)waarden aanwezig. Het doorlopen van de cyclus voor archeologische monumentenzorg (meer hierover in hoofdstuk 6) is een voorwaarde voor de latere omgevingsvergunning en uitgangspunt voor het nog uit te voeren archeologisch onderzoek.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 69 van 189
10 juli 2020
Naast de ingrepen die zijn voorzien voor de versterking van de dijk, zullen buitendijks enkele gronddepots, loslocaties en aan- en afvoerroutes worden gerealiseerd. Bij een gemiddelde verstoringsdiepte van 50 centimeter onder maaiveld zal het te verstoren oppervlak per locatie groter zijn dan 2.500 m2, waardoor archeologisch onderzoek verplicht wordt. Omdat op alle locaties sprake is van een lage archeologische verwachting wordt geadviseerd eventuele (grondroerende) werkzaamheden hier archeologisch te laten begeleiden. Over dit advies is nog niet besloten bij het bevoegde gezag. Omgang met schades derden Het waterschap streeft ernaar uitvoeringsschade zoveel mogelijk te voorkomen. Helaas is dat niet altijd mogelijk. Het is niet uit te sluiten dat de daadwerkelijke uitvoering van de dijkversterking leidt tot schade, zoals bijvoorbeeld trillingsschade, zettingsschade of scheurvorming aan panden. Om te kunnen vaststellen of de schade het gevolg is van de uitvoering van de dijkversterking, worden ruim voor de start van de werkzaamheden in de gevels van panden binnen de invloedssfeer van de dijkversterking (50 m van de teen) meetboutjes aangebracht. Deze boutjes worden elk half jaar ingemeten. Voor de dijkversterking worden bouwkundige vooropnames gedaan en de resultaten vastgelegd.
Bij risicovolle werkzaamheden nabij risicovolle objecten, worden deze panden eventueel extra gemonitord. Voor de monitoring van de objecten wordt er een monitoringsplan opgesteld. Na afronding van de realisatie worden eventuele schadegevallen gemeld aan de benodigde verzekeringen (o.a. CAR-verzekering) en wordt de schade in behandeling genomen en opgenomen. Schadeloket Voor het melden van schade wordt door of namens het waterschap een schadeloket ingesteld. Bij dit loket kunnen belanghebbenden terecht voor alle vragen en meldingen. Meer informatie over de afhandeling van de schade is te vinden op de website van het waterschap of in de schadebrochure. Deze brochure kan bij het waterschap worden opgevraagd. Tevens is er een speciaal schadeprotocol opgesteld. Nadeelcompensatie Voor schade die een gevolg is van (op zichzelf rechtmatige) besluiten of rechtmatig feitelijk handelen, kunnen belanghebbenden een verzoek tot schadevergoeding bij het waterschap doen op grond van het bepaalde in artikel 7.14 van de Waterwet. Een belanghebbende komt voor een vergoeding in aanmerking, voorzover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voorzover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins verzekerd is.
Voorbeelden van nadelen die voor (geheel of gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen zijn: waardevermindering van gronden en opstallen, inkomensschade en kosten van onder meer schadebeperkende maatregelen. Verzoeken of aanvragen voor nadeelcompensatie worden conform de Verordening schadevergoeding Waterschap Rivierenland afgehandeld. Deze regeling kan worden geraadpleegd op de website van het waterschap (www.waterschaprivierenland.nl >digitaal loket >regelgeving >schadevergoeding.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 70 van 189
10 juli 2020
6 Effecten en effectbeoordeling ontwerp en gebruik Dit hoofdstuk bevat de effecten en de beoordeling daarvan die optreden door het ontwerp en het gebruik van de dijk na realisatie.
6.1 Beoordelingskader ontwerp en gebruik De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD, Witteveen+Bos, 2018) geeft samen met de reactienota (Provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland, 2018) voor MER fase 1 en 2 aan welke (milieu- en omgevings)thema’s in beeld worden gebracht. Tabel 6.1 geeft het beoordelingskader voor de dijkversterking. Zinvolle effectbepaling Het beoordelingskader in tabel 6.1 diende meerdere doelen. Het was eerst gericht op de informatie die nodig is voor de besluitvorming over het voorkeursalternatief in de verkenningsfase van het HWBP (MER fase 1). Voor de planuitwerking en dit MER fase 2 is het gericht op het detailniveau van het projectplan Waterwet. De effectbepaling in MER fase 1 en MER fase 2 is telkens afgestemd op de te maken keuze: - zinvol effectonderzoek (reikwijdte): alleen de effecten uitwerken die relevant zijn. Dit zijn effecten voor die aspecten die naar verwachting significant en/of duidelijk onderscheidend zijn tussen de alternatieven; - effecten zinvol bepalen (detailniveau): niet meer detail dan nodig. Het detailniveau moet een keuze tussen de alternatieven mogelijk maken of aangeven waar mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Het is bijvoorbeeld niet altijd noodzakelijk om voor elk klein verschil modelberekeningen uit te voeren, omdat er ook onzekerheden in de modellen zitten.
Voor het MER fase 2 is er geen alternatievenafweging meer. Het gaat in deze fase om het optimaliseren van het ontwerp (ook in combinatie met omgeving/milieu), het beperken van milieueffecten en, als het beperken niet voldoende lukt, het compenseren van milieueffecten. Tijdens het ontwerpproces is er telkens een bijdrage geweest vanuit alle milieuthema’s. Dit hoofdstuk betreft de laatste toets vanuit relevante MER-thema’s op het ontwerp zoals dat in het projectplan Waterwet wordt opgenomen. Beoordelingskader Tabel 6.1 geeft de thema’s, de beoordelingscriteria en de methode van beoordelen voor ontwerp van de dijkversterking en gebruik van de dijk. Deze tabel wijkt iets af van eerder gebruikte beoordelingskaders: - tabel 6.1 betreft alleen de gebruiksfase, in de NRD (Waterschap Rivierenland, 2018) was deze gecombineerd met de aanlegfase (zie hiervoor hoofdstuk 7); - in de NRD zijn ook criteria opgenomen die toegespitst waren op de mogelijke dijkteruglegging. Dit betrof vegetatiebeheer bij rivierkunde, de businesscase bij kosten. Deze criteria komen niet terug; - op basis van een zienswijze op de NRD en de reactie in de reactienota (Provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland, 2018) is het criterium ‘verkeersfunctie dijk’ iets uitgebreid; - in de NRD was het thema kosten opgenomen. Dit thema was alleen bedoeld voor een alternatievenvergelijking zoals in de verkenning.
Dit criterium is wel uitgewerkt in MER fase 1, maar niet in MER fase 2;
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 71 van 189
10 juli 2020
- bij uitbreiding van de dijk in het winterbed van de rivier of bij dijkteruglegging, kan er sprake zijn van invloed op de waterkering bovenstrooms. De opstuwing of waterstandsdaling is ook inzichtelijk gemaakt bij het thema rivierkunde (paragraaf 6.3). Hieruit blijkt dat er weinig effecten zijn. Het criterium ‘bovengrondse effecten’ is daarom bij hoogwaterveiligheid niet verder uitgewerkt; - de geotechnische eigenschapen van de grond in het plangebied leiden tot een lage zettingsgevoeligheid. In aanvulling hierop is de dikte van de ophogingen voor de dijkversterking beperkt. Het criterium ‘zettingen’ is daarmee niet relevant; - doordat er geen watergangen worden gedempt of extra verharding toegevoegd, is er geen invloed op oppervlaktewater.
Tabel 6.1 Beoordelingskader MER Thema hoogwaterveiligheidsfunctie
Beoordelingscriteria, invloed op robuustheid / klimaatadaptatie waterkering beheerbaarheid waterkering
Methode waar mogelijk kwantitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens (recente richtlijnen en methodieken dijkontwerp)
rivierkunde
natuur
bodem
water
waterstandsdaling en opstuwing afvoerverdeling bij Pannerdensche kop inundatiefrequentie en stroombeeld uiterwaarden stroombeeld in vaarweg sedimentatie en erosie zomer- en winterbed Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen Wet natuurbescherming - habitattypen Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen Wet natuurbescherming - habitatsoorten Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen Wet natuurbescherming - vogelsoorten kernkwaliteiten Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone beschermde soorten Wet natuurbescherming bomen en houtopstanden Wet natuurbescherming Rode Lijstsoorten KRW bodemkwaliteit benodigd grondverzet
kwantitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens (Rivierkundig BeoordelingsKader) waar mogelijk kwantitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens en aanvullend veldonderzoek
waar mogelijk kwantitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens en
aanvullend veldonderzoek grondwater (peil, kwel, wegzijging) en afgeleide effecten op waar mogelijk kwantitatieve bebouwing en landbouw beoordeling op basis van KRW beschikbare gegevens en aanvullend veldonderzoek
erfgoed
historisch-geografische structuren, ensembles en elementen historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen archeologische (verwachtings)waarden aardkundige waarden
kwalitatieve beoordeling op te beschrijven relevante inhoudelijke, fysieke, beleefde en waar relevant, verwachte kwaliteiten op basis van bureaustudie
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 72 van 189
10 juli 2020
Thema belevingswaarde gebruikswaarde
Beoordelingscriteria, invloed op belevingswaarde dijk, rivier, binnen- en buitendijkse gebieden
Methode
waar mogelijk kwantitatieve
toekomstwaarde
woonfunctie (woningen, woonkwaliteit) economische functies (bedrijven, areaal, werkkwaliteit) verkeersfunctie (op dijk en verbindingswegen, verkeersveiligheid, bereikbaarheid voor hulpdiensten) recreatiefunctie (gebieden, routes, recreatieve kwaliteit, verkeersveiligheid) overige aspecten (externe veiligheid, kabels en leidingen, niet gesprongen explosieven) meekoppelkansen toekomstige adaptatie duurzaam materiaalgebruik en energiegebruik
kwalitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens beoordeling op basis van beschikbare gegevens kwalitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens en expert judgement kwalitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens en expert judgement
Maatlatten en beoordelingscores In de bijlagen van bijlage 5 (MER fase 1) zijn voor vrijwel alle criteria de relevante maatlatten voor de beoordeling te vinden. Deze volgen de lijn zoals aangegeven in tabel 6.2.
Tabel 6.2 Scoretabel Kwalitatieve score
Betekenis
--
zeer negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie (risico voor haalbaarheid van het plan)
-
negatieve effect ten opzichte van de referentiesituatie
0
geen effect ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief effect ten opzichte van de referentiesituatie
++
zeer positief effect ten opzichte van de referentiesituatie
Aandachtspunten uit MER fase 1 Uit het MER fase 1 de volgende aandachtspunten voor het ontwerp in de planuitwerking: - wateropstuwing op de rivieras; - effecten op natuurgebieden en beschermde soorten; - terug te brengen watergangen en eventuele maatregelen voor waterstromen bij het toepassen van diepere constructies; - ruimtelijke kwaliteit (met name belevingswaarde), ook als gevolg van het aantasten van enkele bovengrondse cultuurhistorische waarden, zoals bij de rijksbeschermde landgoederen, en voor de borging van de continuïteit van het Waaldijkprofiel; - archeologische (verwachtings)waarden; - inpassing tuinen en bereikbaarheid en compensatie gronden.
6.2 Beoordeling effecten ontwerp en gebruik Tabel 6.3 geeft een overzicht van de effectbeoordelingen voor de verschillende MER-thema’s voor de gebruiksfase. Hiernavolgend zijn de effectbeoordelingen kort toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is per thema te vinden in paragraaf 6.3-6.11.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 73 van 189
10 juli 2020
Tabel 6.3 Overzichtstabel effecten ontwerp en gebruik Thema hoogwaterveiligheidsfunctie rivierkunde
natuur
bodem water
erfgoed
belevingswaarde gebruikswaarde
toekomstwaarde
Beoordelingscriteria, invloed op robuustheid / klimaatadaptatie waterkering beheerbaarheid waterkering waterstandsdaling en opstuwing afvoerverdeling bij Pannerdensche kop inundatiefrequentie en stroombeeld uiterwaarden en stroombeeld vaarweg sedimentatie en erosie zomer- en winterbed Natura 2000 - habitattypen Natura 2000 - habitatsoorten Natura 2000 - vogelsoorten kernkwaliteiten Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone beschermde soorten Wet natuurbescherming bomen en houtopstanden Wet natuurbescherming Rode Lijstsoorten KRW bodemkwaliteit benodigd grondverzet grondwater (peil, kwel, wegzijging) en afgeleide effecten op bebouwing en landbouw KRW historisch-geografische structuren, ensembles en elementen historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen archeologische (verwachtings)waarden aardkundige waarden belevingswaarde dijk, rivier, binnen- en buitendijkse gebieden woonfunctie economische functies verkeersfunctie recreatiefunctie overige aspecten meekoppelkansen toekomstige adaptatie duurzaam materiaalgebruik en energiegebruik
Beoordeling 0 0 0 0 0 0 0 0 + 0 0 0 0 0 + + 0 + + -
Hoogwaterveiligheidsfunctie Het ontwerp houdt rekening met robuustheid en klimaatadaptatie van de waterkering. In de regel is een profiel in grond - bij voldoende ruimte - uit te breiden door meer grond aan te brengen. In geval van te weinig ruimte kan dan in de toekomst alsnog een constructie aangebracht worden. Een constructie is niet of moeilijk aan te passen. Het basisprofiel bestaat daarom zoveel mogelijk uit een grondoplossing. Om omgevingswaarden en -functies te sparen is er ook op een groot deel van het traject sprake van een constructie in het dijklichaam. Ten opzichte van de referentiesituatie is er daarom sprake van een verslechtering, omdat ook stabiliteitsconstructies zijn toegepast (-). Bij de constructies is een langere ontwerphorizon aangehouden, zodat de constructies langer blijven voldoen. Daarmee is zoveel mogelijk robuustheid en uitbreidbaarheid in het ontwerp toegepast. In het ontwerp is rekening gehouden met het Beheer- en onderhoudsplan 2017-2021 van waterschap Rivierenland. Daarmee is geborgd dat de dijk na versterking goed te beheren is. Hiermee blijft de beheerbaarheid in stand (0). De beoordeling voor hoogwaterveiligheid is nader toegelicht in paragraaf 6.3.
2 Dijkversterking Wolferen-Sprok
pagina 74 van 189
10 juli 2020
Rivierkunde De rivierkundige effecten zijn beperkt. De effecten van de buitenwaartse ingrepen aan de dijk zijn klein vergeleken met het effect van de lokale verlegging bij Wolferen. Deze verlegging zorgt voor een benedenstroomse opstuwingspiek van 3,1 mm, maar deze wordt netto gecompenseerd met een waterstandsverlaging. Omdat het netto effect klein is, is de beoordeling van waterstandsdaling en opstuwing neutraal: geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie (0). Er zijn geen effecten zijn op de afvoerverdeling bij de Pannerdensche Kop (0). Er is geen verandering in de inundatiefrequentie en stroombeeld in de uiterwaarden (0). De opstuwing en stroomsnelheidsverschillen zijn alleen merkbaar direct tegen de dijk, buiten de vaargeul en zorgen daardoor niet voor hinder of schade door hydraulische (stroombeeld vaarweg, 0) of morfologische effecten (sedimentatie en erosie zomer- en winterbed, 0). De dijkversterking heeft daarom vrijwel geen rivierkundige effecten. Het ontwerp voldoet aan het rivierkundig beoordelingskader. Paragraaf 6.4 gaat verder op de effecten voor rivierkunde in. Natuur De dijkversterking heeft ruimte nodig in Natura 2000-gebied Rijntakken (Natura 2000). Desondanks is er geen negatief effect op habitattypen (0).