18. Bijlage bij de toelichting deel 5a-2
Tekst van het document
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
43
Principeprofiel dijk tot de jaren '70
Principeprofiel versterking jaren '80
Principeprofiel versterking jaren '90
Principes toekomstige dijkverbetering
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
44
RUIMTELIJKE VISIE IN 8 PUNTEN In dit deel wordt de visie op de ontwerpopgave van de dijkverbetering toegelicht aan de hand van 8 uitgangspunten. Deze volgen in logische stappen op elkaar, waarbij de aandacht geleidelijk verschuift van de hoofdkeuzes naar details, van eenheid naar verschil en van algemene naar specifieke uitgangspunten. Op basis van deze uitgangspunten is het VKA doorontworpen tot een basisprofiel en inrichtingsprincipes voor veelvoorkomende situaties.
De 8 uitgangspunten zijn: 1. Het huidige dijktracé vormt de basis 2. De dijk is groen 3. De ‘hoofdvorm’ van de dijk oogt compact (dwarsprofiel) en continu (lengteprofiel) 4. Het landschap van de dijkzone is afwisselend en ‘raakt de dijk’ 5. Behoud en versterking van beplanting, begroeiing en natuur 6. Voortbouwen op cultuurhistorie 7. Maatwerk en meekoppeling lokale ambities 8. Kansen na de dijkverbetering
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
45
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
46
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
• De dijkverbetering vindt plaats aan, of in directe omgeving van de bestaande dijk. • Voor dijkverbetering benodigde extra ruimte wordt in eerste instantie aan binnendijkse zijde gezocht. • Wanneer er binnendijks onvoldoende ruimte kan er lokaal rivierwaartse versterking plaatsvinden met een zo beperkt mogelijk ruimtebeslag.
Trace Wolferen-Sprok
• De noodzakelijke kleine verschuivingen in het dijktracé kennen een geleidelijk verloop en/of zijn gebaseerd op duidelijke landschappelijke aanleidingen. • Het huidige lengteprofiel inclusief karakteristieke bochten wordt hierdoor behouden en waar mogelijk versterkt. • Behoud van de continuïteit van het verloop van de weg op de dijk krijgt extra aandacht, met name bij bebouwing.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
1 HET HUIDIGE DIJKTRACÉ VORMT DE BASIS De dijk in zijn huidige vorm is het resultaat van een eeuwenlang proces. Vanaf de Middeleeuwen is deze aangelegd als gesloten structuur op de natuurlijke hoge gronden, de stroomruggen, waarop al langer bewoning aanwezig was. Doorbraken werden telkens weer hersteld en de dijk werd talloze keren verhoogd en versterkt. Grote doorbraken bij Loenen en Oosterhout resulteerden in dijkteruglegging, met als resultaat bij Oosterhout een karakteristieke dijk uit 1820 met veel rechtstanden. De aankomende dijkverbetering bouwt voort op de heldere situatie van één dijk als landschappelijke en cultuurhistorische structuur én waterkering. Er worden geen parallelwegen aangelegd: de huidige toeritten naar de woningen blijven behouden.
De beslissing over een eventuele dijkteruglegging bij Oosterhout is uitgesteld. Voor de eventuele dijkteruglegging is een gebiedsreservering aangehouden. De dijkverbetering zal dus de huidige dijk als basis nemen. In een deel van het traject gaat het uitsluitend om versterking, in het overige gebied om versterking in combinatie met dijkverhoging. De aanleg van een piping- en/ of stabiliteitsberm is vrijwel overal aan de orde: een maatregel die ten opzichte van de huidige dijk relatief veel extra ruimte kost. Aan buitendijkse zijde wordt de ruimte voor de rivier gekoesterd. Waterstandsverhogende effecten als gevolg van verkleining van het winterbed zijn hier niet gewenst. In eerste instantie wordt de benodigde ruimte voor dijkverbetering daarom aan binnendijkse zijde gezocht. Vanuit dit vertrekpunt is lokaal optimalisatie mogelijk, bijvoorbeeld om bebouwing te kunnen sparen. De asverschuivingen in de weg op de dijk zullen dus beperkt zijn. Toch kan een kleine
asverschuiving een groot effect hebben op de beleving van de dijk. Behoud van de dijklijn met zijn door de eeuwen gevormde karakteristieken staat dan voorop: een combinatie van rechtstanden en karakteristieke bochten (flauw of juist scherp, bijvoorbeeld rond oude doorbraken). Asverschuivingen worden ontworpen vanuit het karakteristieke verloop van de dijk. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van landschappelijke aanleidingen, bijvoorbeeld door versterking van een bestaande bocht. Als gevolg van dijkverbetering in het (recente) verleden heeft het verloop van de dijk hier en daar aan helderheid ingeboet. Waar mogelijk wordt deze situatie verbeterd of hersteld. Binnen het plangebied zullen delen van de dijk niet verhoogd worden. In deze ‘tussenliggende vakken’ is de dijk reeds hoog genoeg. De visie heeft als basis dat de wel en niet te versterken delen (met weer alle verschillen daarbinnen) samen één vanzelfsprekend geheel gaan vormen.
47
48
Het belevingswaardenonderzoek too kronkelende lengteprofiel van de dijk van het landschap, de rivier en de vaa cultuurhistorisch onderzoek laat zien door de dynamiek van de rivier (dijkd structuren (redoutes, forten, kazemat de flora in de bermen van de dijk van vogels). Kortom, de dijk kenmerkt zic het landschap, waar vrijwel overal spr H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E taluds en mogelijk groene bermen. • Dijkverbetering vindt zoveel
afweging van de versterkingsopties. Dit doen we voor de dijkversterking (5.1) en de mogelijke rivierverruiming (5.2). VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
Herkenbaar en uniform Waaldijkprofiel
plaats door middel van grond. • Onvermijdbare constructies worden Ook andere dijktrajecten langs de Wa zoveel mogelijk onzichtbaar weggewerkt - Waardenburg) laten zien dat er spra onder een gronddek. • Het overgrotevormgeving deel van de dijktaluds van de dijk. Er kan dan o krijgt een kruidenrijke grasbekleding die Waaldijkprofiel dat over grotere delen de sterkte ten goede komt en het gebied fungeertbiedt. als identiteitsdrager van dit ecologische meerwaarde De aan te brengen toplaag (schralere gebiedseigen grond) en het toekomstige Waaldijkprofiel maaibeheer zijn hierop geoptimaliseerd. Om maaideze kenmerkende identiteit van • Lokaal is aangepast of extensief begrazingsbeheer mogelijk. waar mogelijk te versterken, zou bij h • Vergroening van buitendijkse afritten dit “Waaldijkprofiel” (basisprofiel) rich door gebruik van grasbetonstenen waar vormgeving en inpassing van dit profi mogelijk. • Steenbekleding welke niet langer nodig is wordt waar mogelijk verwijderd.
64 | 123
Witteveen+Bos | TL269-1/17-003.078 | Definitief 2.0
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
2 DE DIJK IS GROEN De dijk is onderdeel van het landschap van het rivierengebied. Dit rivierengebied, en de oeverwalzone waarin de dijk zich bevindt, heeft een overwegend luw, landelijk en groen karakter. De dorpen en kleine steden liggen als compacte kernen in het landschap en zijn sterk verbonden met de dijk en de rivier. Voor dit deel van de Waaldijk zijn de landgoederen Oosterhout en Loenen, en het contrast tussen de stedelijke omgeving van Nijmegen/Sprok en het luwe traject vanaf Oosterhout typerend. De dijk is door zijn lengte een landschappelijke structuur van formaat die bijdraagt aan de eenheid en samenhang van het gebied. De dijk maakt het mogelijk de omgeving vanuit een hoog standpunt te beleven: dit is een grote kwaliteit van het rivierengebied. De dijk is in essentie een lineair grondlichaam, integraal onderdeel van het rivierenlandschap. Met de toekomstige dijkverbetering wordt hierop voortgebouwd. Dijkverbetering door middel van grond ligt voor de hand: het is een logische volgende stap die voortbouwt op versterkingen in het verleden. Bovendien zal een groene, met grasbeklede en uit
grond opgebouwde dijk na afronding van de werkzaamheden weer snel zijn plek in het landschap innemen. Versterking door middel van grond is duurzaam, flexibel en kosteneffectief. Dijkverbetering in grond kost echter ook ruimte. Ter hoogte van bebouwing is deze ruimte echter vaak beperkt, en verschuiven van het dijktracé is meestal niet gewenst. In deze gevallen wordt gekozen voor een lokale constructie in de dijk: bijvoorbeeld een damwand die een berm in grond overbodig maakt. Deze constructies worden onzichtbaar weggewerkt onder het groene dijktalud. Hetzelfde geldt voor taludversterkingen bij handhaving van steile taluds (zeer incidenteel toegepast). Zichtbare artificiële toevoegingen zoals damwanden en muren passen niet bij het landschappelijke karakter van de dijk, en doen afbreuk aan de omgeving van de woningen. Het principe ‘de dijk is groen’ blijft daarom overeind. De waterkerende functie van de dijk vraagt om een zorgvuldig beheer van de grastaluds van de dijk. Hier gaan de belangen van veiligheid, beheer, natuur en landschap goed samen.
Een extensief maaibeheer als soortenrijk hooiland of kamgrasweide, waarbij het maaisel enige tijd blijft liggen voordat dit wordt afgevoerd, levert een stevige en goed doorwortelde grasmat op. Er ontstaat tevens een langgerekt lint van natuurlijk grasland dat volop mogelijkheden biedt voor insecten. Dit beheer heeft de voorkeur. Bij dijkverbetering worden de taluds daarom waar mogelijk voorzien van een schrale toplaag. Lokaal kan worden gekozen voor aangepast maaibeheer (waarbij maaisel direct wordt afgevoerd) of voor extensieve beweiding (overeenkomst met gebruiker). De verschillend beheerde delen vormen met elkaar één groen landschappelijk lint. Na aanleg is het van belang om snel weer een grasmat te hebben die aan de eisen voldoet. Waar mogelijk wordt tijdelijke overhoogte tbv zetting benut om (binnendijks) reeds bij aanleg een kruidenrijke vegetatie te kunnen faciliteren. Waar mogelijk streven we naar 'vergroening' van de dijk door gebruik van grasbetonstenen (in plaats van betonstraatstenen of asfalt) op met name buitendijkse afritten te stimuleren.
49
50
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
• De hoofdvorm van de dijk is visueel en functioneel zo compact mogelijk (binnen technische mogelijkheden): de dijk is ‘lijn’ en ‘scherpe grens’. • De huidige wegbreedte is het uitgangspunt. Er vindt geen wegverbreding plaats. Versmalling is mogelijk wanneer de wegbeheerder (gemeente) dat wenst. • Taluds zijn niet flauwer dan vanuit beheer of techniek nodig. Incidenteel wordt gekozen voor behoud van een steil talud om erf en bebouwing te sparen. • Beheerstroken liggen aan de teen van de dijk (meestal op de berm) en zijn: - integraal beheerd als onderdeel van de ‘hoofd- vorm’ van de dijk - scherp begrensd ten opzichte van hun omgeving (binnendijks meestal met een raster, buitendijks meestal door het hoogteverschil) • De ‘hoofdvorm’ van de dijk (kruin, steile taluds, beheersstroken) heeft een autonoom en continu karakter. • De inrichting van de weg op de kruin is terughoudend voor wat betreft bebording, materiaalgebruik en verkeersremmende maatregelen met het oog op de ‘ongestoorde landschapsbeleving’. • Versterkingsmaatregelen buiten de hoofdvorm zijn geïntegreerd in het landschap van de dijkzone.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
3 DE ‘HOOFDVORM’ VAN DE D I J K O O G T C O M PA C T E N CONTINU Eén van de kwaliteiten van de dijk is dat deze een smalle lijn in het landschap vormt. Zeker waar de weg op de kruin relatief smal is, en ook nog steile taluds aanwezig zijn, geeft de dijk vanaf de kruin echt het gevoel ‘boven het landschap te zweven’. Het aangrenzende landschap is dichtbij: boomgaarden, weiden en bebouwing lopen tot aan de dijkvoet door. In dit deel van het Waaldijk traject vormt de dijk een scherpe grens tussen land en water. De 'scherpe grens' houdt in dat het landschapsbeeld binnendijks sterk verschilt van het landschap buitendijks. Onder invloed van de versterkingsmaatregelen zal de dijk breder en logger worden. De ruimtelijke kwaliteiten als ‘lijn’ of ‘scherpe grens’ in het landschap zijn niet langer vanzelfsprekend. Het is belangrijk hierop te sturen door een zorgvuldig ontwerp. De dijkverbetering vindt daarom plaats vanuit het principe dat de zichtbare hoofdvorm van de dijk visueel
en functioneel zo compact mogelijk is. De dijkverbetering wordt niet aangegrepen om de weg op de kruin te verbreden. Versmalling zou de beleving als lijn in het landschap ten goede komen, maar is gezien het huidige gebruik van de wegen niet mogelijk. De huidige verhardingsbreedtes vormen daarom in eerste instantie uitgangspunt voor de situatie na versterking. De dijktaluds zijn zo steil als mogelijk is vanuit waterveiligheid. Een dijktalud van 1:3 is goed te beheren met regulier maaimaterieel. Aan de teen van de dijk (in de meeste gevallen op de berm) worden waar mogelijk de beheerstroken aangebracht. Deze volgen exact het verloop van de lijn van de kruin en worden integraal beheerd als onderdeel van de ‘hoofdvorm’ van de dijk. De beheersstroken zijn scherp begrensd ten opzichte van de dijkomgeving: binnendijks meestal door een raster, buitendijks vaak door een scherp hoogteverschil. De ‘hoofdvorm’ van de dijk (kruin, steile taluds, beheerstroken) heeft een enigszins autonoom
en zoveel mogelijk continu karakter en biedt uitzicht op het afwisselende landschap in de omgeving. De betekenis voor de beleving van het landschap is groot, voor bewoners, passanten en recreanten. Een zekere mate van eenheid en terughoudendheid ten aanzien van de inrichting van de weg is van belang, met het oog op een ‘ongestoorde landschapsbeleving’. Dorpsentrees vormen mogelijk een aantal accenten. Versterkingsmaatregelen buiten de ‘hoofdvorm’ van de dijk zijn geïntegreerd in het landschap van de dijkzone. Dit draagt bij aan de beleving van de ‘hoofdvorm’ als ‘lijn en scherpe grens’ in het landschap.
51
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
52
H E T R E S U LT A A T
43
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
Afb. 2.51. Binnenberm met 1:10 talud en leeflaag. Berm is integraal onderdeel van aangrenzen-
Afb. 2.53. Leeflaag berm meegedaan in stabiliteitsberekening.
de kavel. Locatie: Beusichemsedijk 24-Lekdijk West Beusichem
Locatie foto: Achterweg-Beusichemsedijk 17 Culemborg
Afb. 2.52. Binnenberm met 1:10 talud en leeflaag. Berm is integraal onderdeel van aangrenzen-
Afb. 2.54. Fruitboomgaard wordt ontzien door verkorting berm.
de kavel. Locatie foto: Marsdijk 27–31 Lienden
Locatie foto: Beusichemsedijk 7 Culemborg
Bij de dijkverbetering Hagesteijn-Opheusden is ervaring opgedaan met de binnendijkse landschappelijke inpassing. Bovenstaande fotos komen uit de verantwoordingsrapportage (H+N+S, juni 2017) en tonen de behaalde kwaliteit.
• Nabijheid en diversiteit van het landschap van de dijkzone is een kernkwaliteit. • Bebouwing en ensembles van de erven worden gerespecteerd: - zo min mogelijk sloop woningen - erfgrenzen worden zo veel mogelijk gerespecteerd en benut in het ontwerp. • • Overgangen in het lengteprofiel (constructie – berm – verschil tussen bermen) vallen bij voorkeur samen met landschappelijke aanleidingen (bv. toeritten, perceelsgrenzen). • Beplanting/begroeiing in de dijkzone (o.a. kavelgrenzen, erven, ruigtes) wordt binnen de principes voor de grondvorm van de dijk zoveel mogelijk behouden.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
4 HET LANDSCHAP VAN DE DIJKZONE IS AFWISSELEND EN RAAKT DE DIJK Het landschap van de dijkzone krijgt bij deze dijkverbetering bijzondere aandacht. Allereerst omdat de dijkzone vele eigenaren, gebruikers en bewoners kent, wiens belangen zo goed mogelijk worden meegewogen in deze visie. Bovendien draagt de afwisseling in het gebruik (kleinschaligheid) en nabijheid van het aangrenzende landschap bij aan een kwalitatief hoogwaardige beleving van de dijk als ‘lijn’ en ‘scherpe grens’. Een belangrijke keuze is dat de aanwezige bebouwing bij deze dijkverbetering gerespecteerd wordt. Een oplossing in grond heeft de voorkeur. Waar onvoldoende ruimte is voor een volledig in grond uitgevoerde dijkverbetering, wordt lokaal gekozen voor technische voorzieningen (constructies, versterking van steile taluds). In een beperkt aantal gevallen is sloop niet te voorkomen. Bij uitwerking van de dijkverbeteringsmaatregelen wordt niet alleen gekeken naar de bebouwing zelf, maar naar het landschap-
pelijk ensemble van een erf als geheel. De overgang tussen een eventueel noodzakelijke constructie (ter hoogte van het erf is geen berm aanwezig) en een berm in grond wordt daarom meestal bij een logische (kavel)grens gepositioneerd. De eenheid van (de kern van) een erf inclusief erfbeplanting wordt hierdoor waar mogelijk gerespecteerd. Aan binnendijkse zijde worden over een groot deel van het gebied grondbermen tegen de dijk aangebracht. Deze maken in functioneel opzicht deel uit van de waterkering. Het landgebruik vanuit de aangrenzende percelen op de bermen loopt bij voorkeur door tot aan de beheerstrook. De grondbermen worden hierdoor visueel geïntegreerd in het landschap en de eigenaren en gebruikers houden ten opzichte van een klassieke ‘technische’ dijkverbetering extra gebruiksruimte over. Een geleidelijke aansluiting (1:10 talud) op het achterland versterkt dit principe. Ten behoeve van het particuliere gebruik wordt waar nodig 0,5 meter overhoogte op of in de berm aangebracht (de leeflaag).
53
54
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
• Aantasting van natuur- en landschapswaarden wordt zoveel mogelijk voorkomen • Voor zover (verplichte) natuurmitigatie en -compensatie aan de orde is, wordt ingezet op het versterken van bestaande kwaliteiten en kenmerken van het landschap en de dijkzone. • Het dijkontwerp houdt rekening met bestaande waardevolle beplanting door: - keuze voor logische (perceels)grenzen voor de verschillende maatregelen - optimalisatie van de aansluiting van bermen op het achterliggende landschap • Behoud van beplanting mag niet ten koste gaan van de keuzes voor een heldere grondvorm van dijk en bermen. Binnen dit principe is verdere optimalisatie mogelijk. • In overleg met eigenaren en gebruikers worden beplantingsplannen opgesteld. Erfbeplanting waar nodig/gewenst aanpassen en verbeteren. • Ten aanzien van beplanting op de nieuwe bermen geldt een aantal beperkingen.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
5 BEHOUD EN VERSTER KING VAN BEPLANTING, B E G R O E I I N G E N N AT U U R Het landschap van de dijkzone is rijk aan boomgaarden en beplanting op erven en erfgrenzen. Binnen deze beplantingsstructuur zijn in dit dijktraject oa de landgoederen, strangen met beplanting en een aantal monumentale bomen, bijv. bij het kerkje Slijk-Ewijk van bijzonder belang. Bij het dijkontwerp wordt rekening gehouden met erf- en perceelsgrenzen, wat onnodig verwijderen van waardevolle beplanting zoveel mogelijk voorkomt. Ook wordt er lokaal geoptimaliseerd bij de aansluiting van bermen op het achterland. Ook bij de uitvoering wordt maximaal rekening gehouden met waardevolle beplanting (sparen van bomen in de werkstroken). Behoud van beplanting gaat echter niet ten koste van alles. Het maken van een mooie, heldere nieuwe dijk staat voorop. Behoud van beplanting mag niet ten koste gaan van de keuzes ten aanzien
van de heldere grondvorm van de dijk en zijn bermen. Deze grondvorm ligt er voor lange tijd, terwijl de meeste beplanting een kortere levensduur kent. De aanwezigheid van de beplanting mag daarnaast het doelmatig beheer en onderhoud op en nabij de waterkering niet belemmeren. Bij maatwerk locaties wordt er samen met de beheerder een integrale afweging gemaakt. Ter versterking van het groene en kleinschalige karakter van de dijkzone wordt voorgesteld in overleg met eigenaren en gebruikers een beplantingsplan voor de particuliere gronden op te stellen en dit ook uit te voeren. Hierin wordt minimaal de bij dijkverbetering te verwijderen beplanting vervangen (evt. andere plaats en soorten), en liefst een extra impuls gegeven. Het rivierengebied kent hoge natuurwaarden, met name in het buitendijkse gebied. Aan de buitendijkse voet van de dijk liggen veel bosjes en ruigtes. Een negatieve impact op het buitendijkse gebied wordt bij de dijkverbetering
zoveel mogelijk voorkomen. Als de bosjes en ruigtes niet ontzien kunnen worden, kunnen zij zich na afronding van de werkzaamheden weer ter plaatse herstellen. Zeer lokaal wordt natuurmitigatie en -compensatie uitgevoerd. Deze natuurmitigatie sluit aan bij de bestaande kwaliteiten en kenmerken van het landschap van de dijkzone en wordt ingezet om deze te versterken. Behoud van natuurwaarden vormt een belangrijk aandachtspunt tijdens de uitvoering.
55
56
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
• Cultuurhistorie wordt integraal meegenomen in de keuzes ten aanzien van het dijkprofiel en de inrichting van de dijkzone. • De dijkverbetering houdt rekening met cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals: - monumenten - landgoederen en lanen - rabatten - wielen en kolken - aansluiting oude en nieuwe dijken - dorpsentrees
• De dijkverbetering wordt waar mogelijk benut om de uitstraling en herkenbaarheid van een aantal verdedigingswerken te vergroten: - Fort Boven Lent - Fort Beneden Lent • Extra aandacht voor een goede aanhechting van de dijk op de bebouwingslinten/ dorpsentrees en landgoederen
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
6 VOORTBOUWEN EN AANS L U I T E N O P C U LT U U R H I S TORIE De dijk en omgeving kennen een lange geschiedenis van menselijke bewoning en gebruik. De toekomstige dijkverbetering houdt hiermee zoveel mogelijk rekening én voegt een volgende stap toe aan in de vele dijkverbeteringen die in de afgelopen eeuwen hebben plaatsgevonden. De dijk in zijn nieuwe vorm is, uiteraard, de expressie van de nieuwste inzichten over de technische werking als waterkering. Deze inzichten worden geconfronteerd met de kwaliteiten van het cultuur(historisch)landschap. De oude dijk houdt zijn betekenis als waterkering, wordt hierop aangepast en zal in zijn vernieuwde vorm voortbestaan. Behoud van bebouwing, waaronder historische panden, en de relatie bebouwing-erf-dijk is het uitgangspunt en in de meeste gevallen ook mogelijk. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over het behoud van monumentale panden en de bijbehorende erfinrichting.
Naast deze ‘geïntegreerde opname’ van cultuurhistorie binnen de plannen als geheel is er een aantal vanuit cultuurhistorisch opzicht bijzondere locaties dat expliciet aandacht verdient. Bij cultuurhistorisch waardevolle plekken waar de dijkverbetering rekening mee moet houden gaat het bijvoorbeeld om een aantal wielen en de twee grote doorbraken en dijkterugleggingen bij Landgoed Loenen en Oosterhout, rabatten (grondwallen), oude boomgaarden, schaardijken, dorpsentrees en het oudhoevig land. Er is extra aandacht voor een goede aanhechting van de dijk op de bebouwingslinten/ dorpsentrees en landgoederen. Daarnaast springen de historische verdedigingswerken (de forten Boven en Beneden Lent en enkele kazematten bij Nijmegen) springen ook in het oog: het Rivierengebied is van grote strategische betekenis geweest. Het bijzondere aan deze verdedigingswerken is dat zij niet op zichzelf staan, maar onderdeel vormen van een groter systeem.
57
58
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
• Waar de situatie zo complex, uniek of waardevol is dat de algemene uitgangspunten voor dijkverbetering uit deze visie niet voldoen, biedt een aanvullende specifieke uitwerking uitkomst. • extra aandacht naar een goede aanhechting van de dijk op de bebouwingslinten/ dorpsentrees en landgoederen.
• Grijp de dijkverbetering waar mogelijk aan om tot (aanvullende) verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van specifieke locaties te komen. Koppel hiertoe de belangen van Waterschap Rivierenland aan de belangen van de andere overheden en particulieren.
In het VKA zijn diverse locaties aangeduid als te onderzoeken maatwerklocaties. Uitwerking vind plaats binnen de genummerde cases.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
7 M A AT W E R K E N MEEKOPPELING LOKALE AMBITIES In deze visie is een groot aantal algemene uitgangspunten beschreven voor behoud, versterking en vernieuwing van de ruimtelijke kwaliteit van de dijk en omgeving. Voor het grootste gedeelte van het traject zijn deze uitgangspunten een goede basis voor zorgvuldig ontwerp en uitvoering. Met algemene uitgangspunten en de in het volgende hoofdstuk uitgewerkte principes wordt maatwerk uitgevoerd per locaties. In het ontwerpproces is voor de uitwerking van specifieke locaties aandacht via de cases. Hierbij gaat extra aandacht naar een goede aanhechting van de dijk op de bebouwingslinten/dorpsentrees en landgoederen. Op en rond de dijk spelen wensen of ontwikkelingen vanuit de omgeving die niet direct voortkomen uit de technische versterkingsopgave, maar wel verbetering van de ruimtelijke kwaliteit kunnen betekenen. Deze kansen worden verkend en waar mogelijk benut, en uitgewerkt in het landschapsplan..
59
60
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
H O O F D P U N T E N VA N D E V I S I E
• Bij toekomstige ontwikkeling wordt voortgebouwd op de ruimtelijke uitgangspunten en principes uit deze visie, bijvoorbeeld bij: - Bij een volgende dijkverbetering - Bij vernieuwing van wegvakken door de wegbeheerders (gemeentes) • Voor de toekomst bevelen wij aan om afwaardering van de weg met het oog op de recreatieve betekenis van de dijk te blijven onderzoeken (geen scope van dit project).
Beperking toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer bij Sprok
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
8 KANSEN NA DEZE DIJKVERBETERING Over een aantal jaar is deze dijkverbetering uitgevoerd. In het voorjaar zal de dijkvegetatie weer bloeien, de erven zullen weer beplant zijn en de bewoners gaan wennen aan hun nieuwe woonomgeving. Het landschap groeit en zal de nieuwe dijk weer opnemen. Deze dijkverbetering is echter niet de laatste ontwikkeling die zich in dit gebied voltrekt. Hoe verder? Deze dijkverbetering lijkt op het eerste gezicht een goede gelegenheid voor het scheppen van meer eenheid en rust in de inrichting van de dijkkruin. Versterking betekent echter niet automatisch ook dijkverhoging; op veel plaatsen blijft de huidige kruin (en dus ook de weg op de kruin) liggen. In plaats van meer eenheid, zou hierdoor zelfs een grotere diversiteit aan materialen en inrichtingselementen kunnen ontstaan. Dit is niet gewenst.
De principes van Gastvrije Waaldijk geven richting aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van weg en kruin. Bij deze dijkverbetering worden de wegen in hun huidige functie en verhardingsbreedte gerespecteerd. De recreatieve betekenis van de dijk is echter groot en wordt nog steeds groter. Fietsers en gemotoriseerd verkeer zitten elkaar zeker op drukke dagen in de weg. Hoezeer met deze dijkverbetering ook vooruit wordt gekeken, het zal niet de laatste zijn. Het ligt voor de hand om deze visie als uitgangspunt te nemen en te actualiseren voor de dan geldende opgave.
61
62
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
DOORONTWERP VKA NAAR BASIS PROFIELEN
63
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
64
BASISPROFIEL Richtlijnen voor het Waaldijkprofiel - hanteer een heldere hoofdvorm met een compact dwarsprofiel (smalle kruin, steile taluds van 1 op 3); - behoud de groene uitstraling (bloemrijke grasbekleding); - behoud en versterk het vloeiende en continue lengteprofiel (eenduidige bekleding en taludhelling); - landgebruik raakt, ook na versterkingsmaatregelen, aan de teen van de dijk; - eventuele aanbermingen lopen daarom vloeiend af naar maaiveld (1:15) en sluiten passend aan op particulier grondgebruik.
Wenselijk Continue lengteprofiel met groene berm en taluds van 1:3
Niet wenselijk Continuiteit lengteprofiel onderbroken door verschil in taludverhoudingen en materialisatie
Wenselijk Herkenbaar en compact dwarsprofiel, steunberm gaat vloeiend over in maaiveld (1:15)
Niet wenselijk Optisch breed dwarsprofiel door te hoog aantakkende steunberm
Wenselijk Landgebruik raakt aan de teen van de dijk
Niet wenselijk Na dijkversterking is de relatie tussen dijk en ‘landschap’ verzwakt
65 | 123
Witteveen+Bos | TL269-1/17-003.078 | Definitief 2.0
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
65
DOORONTWERPEN VKA In het huidige VKA ontwerp zijn de principes uit het RKK nog niet nader uitgewerkt. Dit is een opgave voor de planuitwerking, die we met het definiëren van het Basisprofiel in deze notitie ‘Visie en Uitgangspunten Ruimtelijke Kwaliteit’ invulling geven.
R K K 2 0 1 7 E N H E T W A A L D I J KPROFIEL De visie in het vorige hoofdstuk is in lijn met het Ruimtelijk Kwaliteitskader Wolferen Sprok uit 2017 waarin 3 concrete uitspraken t.a.v. het waaldijkprofiel zijn opgenomen: - Continu lengteprofiel en taluds 1:3 - Compacte dijk en steunbermen die vloeiend overgaan in het landschap - Landgebruik raakt aan de teen.
zetten hangt samen met de ambitie om een compacte dijk met steunbermen die vloeiend overgaan in het landschap te realiseren. Een verhoogde berm met 1:3 talud beperkt het gebruiksperspectief van de ‘bermstrook’. Een vloeiende aansluiting maakt het mogelijk om het gebruik door te laten lopen tot aan het beheerpad aan de dijkteen, en voorkomt een brede logge dijk die afbreuk doet aan de leesbaarheid van de hoofdvorm. Dit maakt het mogelijk bestaande gebruikskwaliteiten te handhaven voor omgeving. - Het ontwerp van op en afritten / beheertoegangen bij een getrapt profiel met hoge bermen is bovendien complex en levert ingewikkelde, rommelige situaties op.
Samenvatting ontwerpopgave ruimtelijke inpassing van het VKA: - Vrijwel overal komen zowel aan binnen als aan buitendijkse zijde steunbermen. De taluds vanaf de berm naar aangrenzend maaiveld zijn vrijwel even lang zijn als het talud van berm naar kruin. - De bermen worden dus zeer bepalend in het beeld van de dijk. In plaats van een heldere, continue, compacte hoofdvorm (ruimtelijk kwaliteitskader) ontstaat een soort terrassendijk. Een radicale breuk met de huidige situatie en niet passend bij het landschap en de uitgangspunten van het RKK. - De ambitie om het landgebruik tot de teen (hier wordt bedoeld de aansluiting berm-dijktalud) van de dijk door te
Ook het Visie document Panorama Waal (Waterschap Rivierenland en Provincie Gelderland, 2019 -in concept toegezonden), en de ontwerpuitgangspunten van andere Waaldijk projecten zijn in lijn met deze principes (zie oa de handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Gorinchem – Waardenburg (Waterschap Rivierenland en H+N+S, 2015 en de verantwoordingsrapportage Hagesteijn Opheusden, H+N+S 2017).
8.11
10.00
7.83
6.00
NB: Zoals genoteerd in visie paragraaf 2.4 kan er bij een markante landschappelijke grens wel een steiler talud gehanteerd worden dat samenvalt met bijvoorbeeld een houtwal of sloot. Belangrijk uitgangspunt daarbij is het voorkomen van ongedefinieerde tussenzones. Het is belangrijk dat er in dit geval 1 bermkavel tot aan de grens ontstaat met gebruiksperspectief. Ook in dat geval zou de berm op plekken verlengd moeten worden tot aan de landschappelijke grens.
8.13
BUITENDIJKS
35.00
6.91 BINNENDIJKS
HOOFDVORM DIJK (TE)
+10.90
+12.65
+12.25
4.00
1:20.0
1:20.0
(TE) HOGE KNIKPUNTEN
1:3.0
1:3.0
+8.60
+9.55
1:3.0
1:3.0
+12.75
Waterstand bij norm (2075) +14.76m NAP
4.00
SLECHT LEESBAAR
1.25
4.00
+15.36
+15.36
4.00
+9.00
( T E ) V E E L VA R I AT I E +6.00
(TE) HOGE
(TE) HOGE BUITENBERM
55,00
56,00
57,00
58,00
59,00
,60
,63
,59
,64
,60
51,00 ,62
54,00
50,00 ,61
,57
49,00 ,62
53,00
48,00
52,00
47,00
,66
,61
46,00
,67
,60
45,00
,71
8,60
10,90 44,00 ,77
,74
43,00
41,00
42,00 ,81
,78
,82
38,00
39,00
37,00
,04
40,00
36,00
,06
,86
35,00
,11
,96
34,00 ,13
33,00
,14
31,00
32,00
,15
30,00
,19
29,00
,22
28,00
27,00
,23
26,00
,37
,29
25,00
,42
,24
24,00 ,53
,49
19,00
,85
21,00
18,00
20,00
,17
,95
23,00
17,00 ,23
22,00
16,00 ,52
,71
15,00 ,77
,58
14,00 ,08
,68
13,00 ,33
12,65 11,00
12,00 ,60
8,00 ,92
,88
7,00 ,24
9,00
6,00 ,61
10,00
5,00
,29
15,36 4,00 ,36
,96
,57
15,36
3,00 ,76
15,36 0,00 ,97
1,00
-1,00 ,96
2,00
-2,00 ,94
,90
15,36
-3,00 ,84
,95
15,36 -5,00
-6,00
-4,00 ,69
-7,00
,24
,51
-8,00
-9,00
,61
,95
,23
12,75 -11,00
-10,00 ,87
-12,00
-13,00
,14
,79
,48
-15,00
-16,00
-14,00 ,40
-17,00
,75
,05
-18,00
,00
,10
-21,00
-20,00
,93
,48
-22,00 ,88
,24
12,25 -23,00 ,85
-19,00
-25,00
-26,00
-24,00
,72
,81
-27,00 ,69
,76
-28,00 ,60
9,55 -29,00
-31,00
-30,00 ,41
,54
-32,00
-33,00
,11
,99
,29
-35,00
-34,00
-36,00
,71
-37,00
,96
,36
-38,00 ,20
-39,00 ,24
,43
-41,00
-40,00 ,24
-42,00
-43,00
,24
-45,00
-44,00
-46,00
-47,00
-48,00
-51,00
-50,00
-49,00
-52,00
-53,00
-54,00
ACHTERBERM
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
66
BASISPROFIEL Het ruimtelijk kwaliteitskader is door vertaald naar basisprofielen op basis van de 8 punten uit de visie. Met de basisprofielen als uitgangspunt wordt gereageerd op de lokale omstandigheden: de specifieke kwaliteiten van het dijklandschap en de specifieke versterkingsopgave. Voor het grootste deel van het traject volstaat het modelleren van het basisprofiel naar deze specifieke omstandigheden, met oog voor de samenhang van het geheel. Lokaal, vooral ter plaatse van bebouwing, worden uitzonderingen gemaakt. Dit zijn de maatwerklocaties. Dit laatste onderdeel van de visie presenteert het basisprofiel op geïntegreerde wijze. In het volgende hoofdstuk worden de verschillende onderdelen van het basisprofiel ontleed, en inrichtingsprincipes voor veelvoorkomende situaties besproken.
BASISPROFIEL WOLFEREN-SPROK Het basisprofiel bestaat uit: • De ‘hoofdvorm van de dijk’: de dijkkruin, in principe 7m met aan weerszijden taluds met een helling 1:3 die ononderbroken doorlopen tot aan de teen. Lokaal kan het 1:3 talud worden verflauwd tot maximaal 1:3,5, als dit nodig is gebeurt dit bij voorkeur met een getaileerd concaaf talud. • Aan binnendijkse zijde een vrijwel vlak gelegen (1:20) beheerstrook van 5 meter breed aan de binnendijkse teen van de dijk die exact de lijn van de dijk(kruin) volgt. De beheerstrook ligt bij een oplossing in grond op de berm. • Alleen waar nodig een markering van de beheerstrook ten opzichte van de omgeving met een raster afscheiding. • (particulier) landgebruik dat ononderbroken doorloopt vanuit de aangrenzende percelen tot aan de beheerstrook.
• Op de bermen wordt waar nodig een leeflaag van 0,5 meter boven op het technische profiel aangebracht om het particuliere gebruik mogelijk te maken. Het waterschap vestigt zakelijk recht op de bermen die in particulier eigendom zijn. • Bermen aan de binnendijkse zijde zijn: - Waar mogelijk laag en flauw aflopend, in gebruik als integraal onderdeel van de aangrenzende kavel en daardoor niet nadrukkelijk herkenbaar als onderdeel van de waterkering - Waar dit niet kan: kort en zo laag mogelijk: bermkavels in beheer als onderdeel van de dijk (bij beperkte ruimte tussen dijk en een landschappelijke grens.. • Hiernaast is het basisprofiel bij open gebied weergegeven met een aantal (indicatieve) maten.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
67
DROOG - AGRARISCH
B A S I S P R O F I E L ( I N O P E N G E B I E D ): Aankoopgrens
noodzakelijke ophoging tot max +0.50m, gemiddeld +0.15m
bij voorkeur geen buitenberm
PvVR? 4m
7m min. 4m x 3,5 liever 4,5m of meer tot ma en
1:3,
lauw
erf evt v
vaste hoogte tov de kruin
max 1,5m: 25% van 6m buitenberm alleen waar nodig evt flauw talud toepassen, bv 1:7
0.6 0.5
4.2
1:3, 0.2 0.5
huidige wegbreedte aanhouden
Zakelijk recht
Eigendom derden
Landgebruik loopt door: mogelijk medegebruik (hooiland, schapenweide) in overleg met beheerder en omgeving.
overslagbestendigheid: 10 l/s
beheerstrook op de evt berm max 5m
Aankoopgrens
Eigendom en beheer waterschap
beheerstrook op de berm 5m evt v
erfla
uwe
n tot
max
grond in de dijkzone uitgeven, niet verkopen PvVR?
min. 3m liever 3,5m of meer
3,5
+ Leeflaag 1:20
6m erosiebestendig kleidek
Naadloze aansluiting of: Landschappelijke beëindiging in aansluiting op landschappelijke elementen (sloot, kavelgrens, houtwal etc)
50cm alleen
nodig bij tuin
en / beplan
1:10, min. 1:
8
ting
hoogte achterberm max 1,5m
KBL en piping maatregel altijd onder de grond weggewerkt, zonder lokale maaiveld afwijkingen
voorbeeld open gebied traject Wolferen-Sprok
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
68
ZOEKRICHTING OPTIMALISEREN Bij de uitwerking is het zoeken naar de balans tussen optimaliseerruimte van specifieke locaties, en een eenduidige oplossing over (delen van) het dijktraject. De bandbreedte in optimalisatie van het basisprofiel verschilt per locatie en is onder andere afhankelijk van de lokale grond- en gebiedseigenschappen. Voor het basisprofiel is uitgegaan van #3 uit onderstaande tabel: -3,5m bermhoogte tov kruinhoogte en taluds 1:3,5. Bij de nadere uitwerking het landschapsplan wordt hierin verder geoptimaliseerd volgens onderstaande tabel en hiernaast opgenomen principes:
bermhoogte tov kruin min. -3,5m
bermtalud open gebied (of bij markante grenzen) min. 1:10 (of 1:1,5)
-3,5m
min. 1:10 (of 1:1,5)
beperkte talud verflauwing onderin getaileerd concaaf talud
Getaileerd 1:3 en 1:4 (of evt 1 talud 1:3,5)
-3,5m
min. 1:10 (of 1:1,5)
maximale talud verflauwing onderin getaileerd concaaf talud
7m
1:3,5
-3m (4 m beheerstrook) -3,5m (restant berm)
min. 1:10 (of 1:1,5)
beheerstrook als 'voetje' aan binnenberm en buitenberm
nieuw principe nodig
7m
1:3,5
-3,5m -> -3m
min. 1:10 (of 1:1,5)
nieuw principe nodig
7m
Voorkeur
berm
buitentalud
kruin
binnentalud
1
geen
1:3
7m
2
geen
Getaileerd 1:3 en 1:3,5 (of evt 1 talud 1:3,2)
7m
1:3 Getaileerd 1:3 en 1:3,5 (of evt 1 talud 1:3,2)
3
geen
Getaileerd 1:3 en 1:4 (of evt 1 talud 1:3,5)
7m
4
verhoogde beheerstrook: max. 5m breed, 1,50m hoog
1:3,5
5 6
nieuw principe nodig
min. 1:10 (of 1:1,5)
Strategie
hogere binnenberm buitenberm: nieuw principe nodig binnenberm: nieuw principe nodig
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
69
VOORKEUR T INTEGRAAL 1:3,2 minimaal 3,5m
1:3
1:3
1:20
T INTEGRAAL 1:3,5
:3,2 ot 1 3 1:
nt uwe
erfla
aal v
r nteg evt i 5 1:3,
3,5m
1:3,2
1:3
1:10
1:3,5
1:20
1:10
K ALS VOETJE AAN DE DIJK evt i
al tegra
evt in
en to
uw
verfla
t ma
1:3
nteg
raal
1:3
verfl
auw
3,5m
en to
t ma
1:20
evt v
erfla
1:3,5
uwen
1:3
:3,5
1:4
0,5m
1:20
evt v
erfla
1:3
uwe
n tot
1:3,5
1:10
berm verhogen tot max -3m tov kruinhoogte
1:4
1:20
T E R U G VA L O P T I E S
1:10
beheerstrook op -3m tov kruinhoogte
tot 1
1,50m
? nieuw principe nodig
x 3,5 1:5
1:4
KRUINHOOGTE verhoogde beheerstrook: max 5m. breed en 1,50m hoog tov maaiveld (vaste hoogte)
,5 x 1:3
1:10
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
70
UITGANGSPUNTEN GRONDBEL E I D E N I N PA S S I N G O V E R S L A G BESTENDIGHEID 10L/S BASISPRINCIPE OVERSLAGBESTENDIGHEID:
6m breed erosiebestendig kleidek aanbrengen in de taludteen om erosiekuil te voorkomen als gevolg van overslagdebiet 10L/s. Deze strook past echter niet overal (zomaar, zonder inbreuk op binnendijkse waarden). Redeneerlijn ten behoeve van uitwerking ontwerp: A) Past de 6m overslagbestendige strook? • Zo ja -> 6m strook maken
Integrale afweging maken: Antwoord: x m erosiestrook. -> Is deze situatie acceptabel (te maken)? check erosie, check beheer. Past de taludverflauwing?
C) 10L/s met 1:3 talud, zwaardere damwand (rekenen met erosiekuil) en maatwerk met beheerder indien geen (volledige)beheerstrook
• B) zo ja -> 10L/s met 1:3,5 talud
D) Is 1L/s acceptabel (te maken) en leidt dit tot een betere oplossing? Het 1:3 talud dat mogelijk wordt heeft over het algemeen minder ruimtebeslag. check afritten, check overgangen kruin en taluds, etc. check erosie, check beheer,
• zo nee -> onderzoek terugvalopties: - C) zwaardere damwand en 1:3 talud - D) ophoging 1L/s - E) ‘special met vesterkt talud’
• Zo nee, wat past wel?
E) versterkt talud (innovatieve maatregel om taludversteiling mogelijk te maken) F) Verwijdering obstakels (verwerving + heraanleg tuinen)
B A S I S GRONDBERM P R I N C I P E : G R O10L/S N D B E R M 10 L / S M E T E R O S I E B E S T E N D I G E S T R O O K : A)ABASIS Eigendomgrens
Eigendom en beheer waterschap
Eigendomgrens
(Handhaven evt bestaand eigendom) Zakelijk recht
10 l/s
beheerstrook
beheerstrook op de berm 5m
4m behoud huidige weg- en kruinbreedte
1:3
max
1:3,5
1:20
(onderzoeken taludversteiling 1:3) 6m erosiebestendig kleidek
piping voorziening
KBL buiten PVVR 1:10
xm hoeveel meter?
Eigendom derden
B) 10L/S - SCONSTRUCTIE B) CON T R U C T I E 10 L / S- -BEHEERSTROOK 1: 3, 5 TA L U D E N BAANWEZIG EHEER- EN EROSIESTROOK AANWEZIG Eigendomgrens
71
Eigendom en beheer waterschap
Eigendomgrens
Eigendom derden
handhaven bestaande beplanting?
10 l/s
beheerstrook
(handhaven evt bestaand eigendom)
4m
wortelzone beheerstrook nieuwe beplanting zonder berm op afstand
behoud huidige weg- en kruinbreedte
vierkant of binnenwaarts versterken?
max
1:3
4m
KBL bij voorkeur achterlangs (bij grote problemen terugvaloptie in beheerstrook)
1m
1:3,5
(onderzoeken taludversteiling 1:3) uitvoering?
nieuwe beheerstrook 4m erosiebestendig maken
C) 10L/S - CONSTRUCTIE - BEHEERSTROOK NIET AANWEZIG
terugvaloptie
xm hoeveel meter?
en beheer waterschap bestaand eigendom) C ) C O N S T R U C T I E 10 L / S - 1: 3, 5 OEigendomgrens F 1: 3 TA L U D M E T Z W A A R D EEigendom RE DA M W A N D, B E H E E R - E N E R O S I EEigendomgrens S T R O O (handhaven K N I E Tevt A A N W E Z I G , R E Eigendom K E N Ederden N MET EROSIEKUIL beheer maatwerk met de beheerder
10 l/s
beheerstrook
handhaven bestaande beplanting
4m behoud huidige weg- en kruinbreedte
vierkant of binnenwaarts versterken?
max
1:3
KBL bij voorkeur achterlangs (bij grote problemen terugvaloptie in beheerstrook)
1:3,5
(onderzoeken taludversteiling 1:3) zwaardere KBL hier damwand nog ergens een optie? is erosiebestendig
D) 1L/S - CONSTRUCTIE - TERUGVALOPTIE 1 ALS TALUDVERFLAUWING NIET PAST D ) T E R U G VA L O P T I E 1: 1 L / S M E T Eigendomgrens E E N S T E I L E R TA L U D ( 1: 3)
Eigendom en beheer waterschap
Eigendomgrens
xm hoeveel meter?
(handhaven evt bestaand eigendom)
Eigendom derden
als beheerstrook niet (zomaar) past: maatwerk met de beheerder verwerven nodig ja/nee
1 l/s
beheerstrook
terugvaloptie
4m
beheerstrook zonder berm:
behoud huidige weg- en kruinbreedte
vierkant of binnenwaarts versterken?
max
1:3
4m
KBL bij voorkeur achterlangs (bij grote problemen terugvaloptie in beheerstrook)
1:3
(uitsluitsel taludversteiling 1:3 nodig)
terugvaloptie
xm
uitvoering?
E) TERUGVALOPTIE 2: 10L/S MET SPECIAL
hoeveel meter?
Eigendom en beheer waterschap eigendom) E ) T E R U G VA L O P T I E 2: 10 L / S M E TEigendomgrens ‘ V E R S T E R K T TA L U D ’ : I N N O VAT I E V E M A AT R E G E L I N E E NEigendomgrens N O G S T E I L E(handhaven R TA LevtUbestaand D
10 l/s
beheerstrook 4m
behoud huidige weg- en kruinbreedte
vierkant of binnenwaarts versterken?
1:3
innovatieve maatregel om taludversteiling mogelijk te maken
han be dhav aan staan en do le ste g nie f il ta uw lud
Eigendom derden
als beheerstrook niet (zomaar) past: maatwerk met de beheerder verwerven nodig ja/nee beheerstrook zonder berm: 4m
zwaardere damwand is erosiebestendig
KBL bij voorkeur achterlangs (bij grote problemen terugvaloptie in beheerstrook) KBL hier nog ergens een optie?
terugvaloptie
xm hoeveel meter?
72
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
UITGANGSPUNTEN PER ONDERDEEL
73
74
VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
UITGANGSPUNTEN PER ONDERDEEL INHOUD • Lengteprofiel: eenheid en vanzelfsprekende overgangen • Eenduidige hoofdvorm van de dijk • ingetogen kruininrichting • Buitentalud • Binnenberm: landgebuik loopt door • Leeflaag en medegebruik • Behoud en versterken beplanting • Maatwerk bij inpassing erven en bebouwing • Op- en afritten ondergeschikt aan hoofdvorm van de dijk • Beheer en rasters • Beheertoegangen ondergeschikt aan hoofdvorm van de dijk • Ontwikkellocaties • Bijzondere (recreatieve) voorzieningen & inrichtingselementen
75
2.2 Lengteprofiel VISIE EN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT
76
2.2.1 Continuiteit in het lengteprofiel Gezocht is naar een standaard lengteprofiel waarmee rust en eenheid over grote lengte van de dijk bereikt kan worden. Het profiel bestaat uit de hoofdvorm van de dijk met een binnen- en buitentalud 1:3 en aan weerszijde een beheerstrook. In het traject Hagestein Fort Everdingen wordt het huidige buitentalud van 1:2,5 gehandhaafd. Dit profiel sluit goed aan bij bestaande delen van de dijk die niet versterkt hoeven te worden. Tevens laat het ruimte om het gevarieerde landgebruik buiten de beheerstroken tot dicht op de dijk te laten komen.
LENGTEPROFIEL: EENHEID EN VANZELFSPREKENDE OVERGANGEN Essentie: • Continuïteit van de hoofdvorm van de dijk met basis Waaldijkprofiel is uitgangspunt: • verhulde overgangen (berm/constructie) bij landschappelijke aanleidingen, • vloeiende overgangen waar deze ontbreken of waar dat vanuit de lokale situatie een betere oplossing oplevert. • op-afritten secundair tov trajecten • wel en niet te versterken delen van de dijk vormen samen één vanzelfsprekend geheel
CONTINU LENGTEPROFIEL MET VA N Z E L F S P R E K E N D E O V E R G A N G E N
•
Er wordt ingezet op een herkenbaar en continu dijkprofiel met een standaard hoofdvorm (kruin van stand aardp 7m, taluds van 1:3/1:3,5) en aan weerszijden een rofiel = con tinu landg beheerstrook van 5m. Daarbuiten kan het profiel en ebruik = vari abel landgebruik variëren. Binnendijks zal het gebruik zich Richtlijnen voor het Waaldijkprofiel voornamelijk haaks op de dijk oriënteren. Buitendijks 68 Hoofdvorm van de dijk is continu. Verschillen in taludhelling worden zoveel - hanteer een heldere hoofdvorm met een compact dwarsprofiel (smalle kruin, steile talud eerder parallel aan de dijk. mogelijk voorkomen zijn klein. Zichtbaregrasbekleding); verschillen in kruin en taluds zijn - behoud de groene en uitstraling (bloemrijke • Bij verandering in dwarsprofiel in de dijkzone wordt behoud en versterk het vloeiende en continue lengteprofiel (eenduidige bekleding en tal niet gewenst. gezocht naar landschappelijke aanleidingen om deze - landgebruik raakt, ook na versterkingsmaatregelen, aan de teen van de dijk; - eventuele aanbermingen lopen daarom vloeiend af naar maaiveld (1:15) en sluiten pass overgangen op te vangen. Bijvoorbeeld op- en afritten en perceelsgrenzen.
Dit kan betekenen dat er overmaat wordt aangebracht om een profiel tot aan Richtlijnen voor het Waaldijkprofiel deze landschappelijke grenzen door te zetten, ook - hanteer een heldere hoofdvorm met een compact dwarsprofiel (smalle kruin, steile taluds van 1 op 3); al ligt er hier geen dijkverbeteringsopgave. Hiermee - behoud de groene uitstraling (bloemrijke grasbekleding); wordt voorkomen dat erenonduidelijke tussenvormen - behoud en versterk het vloeiende continue lengteprofiel (eenduidige bekleding en taludhelling); Wenselijk N - landgebruik raakt, ook na versterkingsmaatregelen, aan de teen van de dijk; in het profiel ontstaan en blijft een zo rustig mogelijk Continue groene berm en taluds van 1:3 C - eventuele aanbermingen lopen daarom vloeiend af naar maaiveld (1:15) en sluiten passend aan lengteprofiel op particuliermet grondgebruik. m beeld behouden. 2012
VOORTBOUWEN OP HE T HUIDIGE TRACE
De huidige as is de basis voor de versterking: • Behoud en/of versterken markante momenten in de dijk Wenselijk Continue lengteprofiel groene berm en taluds van 1:3 • behoud en/ofmet benadrukken karakteristieke bochten, niet zomaar de dijk rechttrekken • Maatwerk: as verschuivingen bouwen voort op huidige beweging in de dijk.
Wenselijk Niet wenselijk Herkenbaar lengteprofiel en compact dwarsprofiel, gaat over in maaiveld (1:15) Continuiteit onderbrokensteunberm door verschil in vloeiend taludverhoudingen en materialisatie
Voorkomen groot aantal verschillende oplossingen op korte afstand. Zoekrichting: 1 oplossing in het lengteprofiel over minimaal 5x de bermbreedte bij tussenstukken (afbeelding RKK 2017)
Wenselijk Herkenbaar en compact dwarsprofiel, steunberm gaat vloeiend over in maaiveld (1:15)
N O
Wenselijk Niet wenselijk raakt aan de teen van de dijk Landgebruik Optisch breed dwarsprofiel door te hoog aantakkende steunberm
N N
brHevAkNjiD ita D BeO En KibRm UoIC Me Td E n La I v J KI V EMKEWeADL I T E I T D I J K V E R B E T E R I N G H A G E S T E I N RnU eh po gnilluvnaa sla tiD .nevreCed avC I A A L O N D E R D E E L 3
-
O P H E U S D E N
R O P P A R S G N I D R OVOAWNTZNEALRFESV P R E K E N D E O V E R G A N G E N T U S S 4E4N
DIJKPROFIELEN :epicnirpprewtnO ekreh sla gnigidniëebsrawD
om deze overgangen op te vangen. Bijvoorbeeld door een profiel met iets overmaat gerealiseerd 1:100) vanwege een afrit (zie foto afb.2.26 en door te zetten tot een oprit, perceelsgrens (i.p.v. of andere landschappelijke aanleiding. Hiermee overizchtskaart p.23). Hier is de hoogte overgang erg merkbaar en wordt voorkomen dat er onduidelijke tussenvormen van de berm ontstaan en blijft een niet meer vloeiend. rustig beeld behouden.
DIJKVERSTERKING WOLFEREN - SPROK
2.2.2 Overgangen tussen e s s e nti e 9 LEEDREDNO LAAICURC dwarsprofielen De wel niet EteS T versterken van de dijk vormen samen één TsAkDaar Ievanuit J EERB I.1-NSGen NE - OKPEdelen HRE P US jiG legEowaar m voIK zG tV lgeotechnische avIEd rBlieE eE veranGDleN DnRaN ItsËTneisen RHAAWG D E EDIN S DFELNE Z N A V uederingen in( nee fino het fre ndwarsprofiel ee nav dnaoptreden r .vvanzelfsprekend jib( wordt geheel
77
OV EG R AGAALNFG NMHM ET VA EE E LN TI E R ELBAENSDKSJC I DHNAEPN N I BN D E
... O F K E N N E N E E N V L O E I E N D V E R L O O P :
fiingezocht gis ruenaar kroolandschappelijke v jib si dnarlietsaanleidingen neE .2
E V E N T U E L EEssentie: AwelSenV R S Cdelen H van U deI V N Gsamen EN BOUWEN De nietE te versterken dijkIvormen één vanzelfsprekend Essentie:
geheel - p. 23te versterken delen van de dijk vormen samen één vanzelfsprekend De wel en niet geheel - p. 23
D I J K Z O N E VA L L E N B I J V O O R K E U R S A M E N
V O O R T O P D1.ELengteprofi H Uel:I kleine D Iverschuivingen G E B inEhetW E Gzijn Igeleidelijk N Gen/ofVA N DE DIJK: dijktracé gebaseerd
deze etom krep eb novergangen ee nebbehopnetednvangen. arlietSBijvoor.3
Bij overgangen in het lengteprofiel zijn kleine verschuivingen beeld door een profiel met iets-overmaat
rliets njiz )gninow tiunav nenjilthciz (zie afb.2.26 en sidoor gateazetten lfeeltotteen egerealiseerd moprit, mperceelsgrens reb eskj(i.p.v. idnenni1:100) b ed nvanwege av gnigideen niëebafrit -sraw d efoto D of
edandere neznlandschappelijke ergnaa overizchtskaart tehaanleiding. nav leHiermee edrednop.23). tmrov n eHet nevis egde eoorspronkelijke gm rov dneovergang kerpsflezlengteprofiel naerg v merkbaar Hier hoogte en aanleidingen. incl. wordt voorkomen dat er onduidelijke tussenvormen van de berm ontstaan en blijft een .pahcsdnen al evt. versterkt. niet meer vloeiend. karakteristieke bochten is hierdoor behouden rustig beeld behouden. vnigsnsiaspsnaipendi e.td.b..tm .b.nmetnneutpnsugpnsag ugteiukjeilkejtim leitumr iluartnlaatussen tananaeenetaevdwarsprofielen teabvePbOPHOgHnigrentie rebtreebvrkejvallen viD kjieDitaenitiabzoveel nmibom CoeCd en davnaI VvM I VEMeEDsamen eD -gntaiOvergangen mogelijk jO izDOnDalnsaplashpcashdcnsadLnateLhtenhavnaleveldereeddrneodnsolAs.ltAie.ttiileatw ila KweKkjeilkejtim leitumRiukReokbedonbadH natH ehtepho pgonigllnuivllnuavanasalastliaDti.D ne.vnreevered endavnav
eveavg ag pp op op rerw ew tntO nOekeekfieificiecp ep SS
Overgangen tussen dwarsprofielen vallen zoveel mogelijk samen met landschappelijke aanleidingen zoals toeritten en perceelsgrenzen Handboek Ruimtelijke Overgangen tussen(afbeelding dwarsprofiuit elen vallen zoveel mogelijkKwaliteit) samen met landschappelijke aanleidingen zoals toeritten en perceelsgrenzen (afbeelding uit Handboek Ruimtelijke Kwaliteit)
Afb. 2.20. Principe: profielovergang valt samen met landschappelijke aanleiding (uit het
g n i(afb. k r e w2.20), r o o d zo nodig is het met landschappelijke aanleidingen
Handboek ruimtelijke kwaliteit)
co c nt on in tin ue u d ie d jk ijk
1 op 100 1 op 100
Daar waar landschappelijke aanleidingen aanwezig waren zijn deze
n twanluu eD .nevre nav etgooh ret nemreb eskjidnennib cnse adln w aflupansfleg Enn eEa .1g.t1iu erz uurtucuutrctsuretskjielekpjilpeaphpcashdcnsadlneahl ceshic gsoilgnoel eneteemtenmem neam s aksjilekgjiloem golm eelveoezvo tlaz vtladvnadrnliaertlsientseEneE.1 .1 om vanzelfsprekend overgangen tussen dijkprofielen ea,m scsp hic gesoig lgte oelio ntetintdrow dngebruikt uu)rt,ucn uutre ctsuvsrtr gsn pe)e ebw )euw eoiunke( r inno e( eo nefv oe fn froee fnrteee eno eneam vnadvnadrn.avjrib.v(jib( tssaha awmad nee raa)rw esigtntnaaitlnpdaelbn m
eaphpcashdcnsadlnnael EneE.2 .2 te realiseren )2 p )2o p1o.v1jib.v(jid bu(zie ( ldautklajid tkfoto jtiedhtenhadnafb. aredlireetlsie2.23). ttnsatcnfiaic nfiginsBij griuserkurde eokorvoojdoorwerking ibv jsibi dsni adrnliaertlsientseEneEvan .2 .2 het efl k rne o 5fojpi5ole p1og:t1 u:tpd nupneE .nemen gaalfeel tem mrebnuets ed tiu ’pah‘ nee .m .v.m .i(.vn.ie( gnneignnoiw nonwavnadviedhis ijeibheen ajinbaendaanvullend endi .niM.n.M etg.eotoghooehprincipe tkeretkpreebpenbeenegeformuleerd neebnbeebhbenhednneadrnliaertlSievoor tS.3 .3daar landschapsplan tussen dwarsprofielen vallen zoveel mogelijk samen met landschappelijke aanleidingen zoals toeritten en uld aut lw atutw arfluoano fleEn .3 mr.e e d tesEr.3evOvergangen b n u e t s e d n a v g n i g i d n i ë e b s r a w d e t p u r b a ttussen sn.tesw n(afbeelding edwarsprofi w gneogn)m o 8)m ,elen 18a,Handboek 1cvallen > ac( > et(gzoveel eotRuimtelijke oghogomogelijk ohogonoevnKwaliteit) oesamen bvonbednnemet adrnliaelandschappelijke rtlsientsjizn)jg izn)ignnoiw noaanleidingen tw iuntiauvnanvennjeilzoals tnhjc iltihztoeritten ciz perceelsgrenzen Overgangen en waar geenuit landschappelijke aanleiding aanwezig is. Daar worden drederseie laseilraeegreegit eit perceelsgrenzen uit Handboek Ruimtelijke Kwaliteit) eidëdneibn oraad t(afbeelding feeh re mennaa eD .kjid ed nav tietïunitnoc ësee rbag swrlado wev dd eedd m Afb. 2.20.
Principe: profielovergang valt samen met landschappelijke aanleiding (uit het overgangen tussen dijkprofielen vloeiend opgelost (zie afb. 2.21). w obueobbenbavna.vv.o.v.t.o.t :neduohegnaa sepicnirpprewtno
Bijruimtelijke hoogte overgangen Handboek kwaliteit) op de kruin is gestreefd naar een talud 1 op
69 tussen Cruciaal onderdeel 3 - Vanzelfsprekende overgangen
C3
dijkprofionderdeel elen Cruciaal 3 - Vanzelfsprekende overgangen tussen Specifieke Ontwerpopgave C3 dijkprofielen Specifieke Ontwerpopgave
IVME ed taveb tietilawprofiel k ekjiin letovermaat miur keoenkele bdnaHtientallen teh po dmeters nelluvndoorgezet. aA n( eicp retw nO tnO ee iic pknijciirnlpeiprtprm epw rieu tw nrO tnlO atnaa nee POH gniretebrevkjiD eitanibmoC ed:ep:n anivcirnpiprprepw dndanrlaierltisetesra eb ranbenkere kh reshlaslg angignidgnidiëneiëbesbrasw raD wD idgnidiëneiëbesbrasw raD wD Do nav gnigidniëebsraw d oerw d nearvk igng nissapni ed .t.b.m netnupsgnagtiu
69 2012
2012
Essentie: Essentie: De wel en niet te versterken delen van de dijk vormen samen één vanzelfsprekend geheel - p. 23te versterken delen van de dijk vormen samen één vanzelfsprekend De wel en niet geheel - p. 23
1. Lengteprofi 1 op 30el: kleine verschuivingen in het dijktracé zijn geleidelijk en/of gebaseerd op1 landschappelijke aanleidingen. Het huidige lengteprofi el incl. karakteristieke op 30el: kleine verschuivingen 1. Lengteprofi in het dijktracé zijn geleidelijk en/of gebaseerd wordt hierdoor behouden enhuidige evt. versterkt. - p.22/28 opbochten landschappelijke aanleidingen. Het lengteprofi el incl. karakteristieke wordttussen hierdoor behouden envallen evt. versterkt. - p.22/28 2. bochten Overgangen dwarsprofi elen zoveel mogelijk samen met landschappelijke aanleidingen (bv toeritten, perceelsgrenzen), zonodig wordt profiel in 2. Overgangen tussen dwarsprofielen vallen zoveel mogelijk samen methet landschapovermaat enkele tientallen meters doorgezet. - p. 69 pelijke aanleidingen (bv toeritten, perceelsgrenzen), zonodig wordt het profiel in tientallen meters doorgezet. - p.aanwezig 69 3. overmaat Wanneerenkele er geen landschappelijke aanleiding is, dan wordt een overgang tussen verschillende dijkprofielen vloeiend opgelost. Bijis,hoogteovergangen op de Afb. 2.21. Principe wanneer er geen3.landschappelijke aanleiding aanwezig is: overgangen Wanneer er geen landschappelijke aanleiding aanwezig dan wordt een overgang kruin wordt gestreefd naar een talud 1 opopgelost.
100, bij dijkprofi hoogteverschillen op deop berm tussen verschillende elen vloeiend Bij hoogteovergangen de Wanneer er geen sprake is van een landschappelijke aanleiding, dan wordt eendijkprofi overgang tussen verschillende elen vloeiend wordt gestreefd naar een talud 1berm op 30. Overgangen in elen wegbreedtes kennen tussen verschillende dijkprofielen vloeiend opgelost Landschapsplan DO)vloeiend kruin wordt gestreefd naar talud 1 op 100, bij30. hoogteverschillen op de bermeen opgelost. hoogteovergangen op de kruin wordtworden gestreefd naar talud 1 op 100,een op(uit de naar 1 op Wanneer er Bij geen sprake is van een landschappelijke aanleiding, daneen wordt een overgang tussen verschillende dijkprofi verloop vantalud minimaal 1 op 20. wordt naar talud op 30. Overgangen in wegbreedtes kennen een opgelost. Bij hoogteovergangen op de kruin wordt gestreefd naargestreefd een 1 opeen 100, op de1berm naar 1 op 30. verloop van minimaal minimaal 1 op 20 1 op 20.
minimaal 1 op 20
co c nt on in tin ue u d ie d jk ijk
Specifieke Ontwerpopgave Specifieke Ontwerpopgave
ee fo fre nee nav dnar .vjib( ruutcurts
minimaal11op op100 20.
snesrngefrg efp reo pgonigtnnaitlnpaelbp)eebw)e uw eiune( in(
ut lw atuw afluafl
op 30 Op een aantal plekken zijn 1 er profielovergangen gerealiseerd 1 op 30
waarbij de berm geleidelijk ‘uitvloeit’ naar het achterland (zie foto
minimaal 1 op 20 minimaal 1 op 20
afb. 2.24 en 2.25). In de praktijk bleek dat het realiseren van een 1:100 kruinverloop Afb. 2.21. Principeniet wanneer er geen is: overgangen meestal lukte. Op landschappelijke één locatie is aanleiding een 1:20aanwezig kruinovergang
Wanneer er geen sprake is van een landschappelijke aanleiding, dan wordt een overgang in wegbreedte vloeiend opgelost met een Afb. 2.22. Overgangen in inwegbreedtes kennen een verloop minimaal 1 op verloop van 1 opPrincipe 20 of flis auwer. De landschappelijke belijning loopt principe rechtdoor en brengt eenheid rust invan het vloeiend wegprofi el Wanneer er geen sprake van een aanleiding, dan wordt een overgang inen wegbreedte opgelost met een verloop van 1 op 20 of flauwer. De belijning loopt in principe rechtdoor en brengt eenheid en rust in het wegprofiel
20 (uit Landschapsplan DO)
Wanneer er geen sprake is van een landschappelijke aanleiding, dan wordt een overgang tussen verschillende dijkprofielen vloeiend tussen verschillende dijkprofielen vloeiend opgelost Landschapsplan DO)vloeiend opgelost. hoogteovergangen op de kruin wordtworden gestreefd naar talud 1 op 100, op(uit de berm naar 1 op 30. Wanneer er Bij geen sprake is van een landschappelijke aanleiding, daneen wordt een overgang tussen verschillende dijkprofielen -itr-aitprappo pnoew ne uw afluopgelost. raeflvrev Bij hoogteovergangen op de kruin wordt gestreefd naar een talud 1 op 100, op de berm naar 1 op 30.
minimaal 1 op 20 minimaal 1 op 20
nednneodrngoe rgreeilrueciluc
aaglaoazl onzednneadrnliaertlSietS
alaw ‘ eitm phicternohiroP in rvo.on6ve5gn.2 eg.bfA inmD im e ,adw na mwam d andegnneeglnrevlrev
Dijkverbetering Hagestein - Opheusden | Landschapsplan DO fase B - augustus 2016 Dijkverbetering Hagestein - Opheusden | Landschapsplan DO fase B - augustus 2016
neam golm ekjeilkejpilpeaphpcashdcnsadlneahl ceshicgsoilgnoel eneteemtenmem s aksjilkejgiloem eelveoezvotlzavtladvnadrnliaertlsieetsleeultenuetvneevneeEneE .’dn)aruru)lrituecutustrctse rabnekreh slaug nigidniëebsrreeaenwenD ‘ epicnirP.v(j5irbu5(u.r2 .bfA usrtgsnsigtnnaitlnpaelbpe)ebw)e w eavnadvnadrn.avrjib eiune( ine( enefoe froefn tucuutrctsurts
t kjileppahcsdnal wualf
)ewuein fo ednaatseb( nee tem nemas kjilegom leevoz tlav dnarlietS
tutw a uatfllavnemas hcsigol eflm liaertlsieetsgaelgal
)OD nalpspahcsdnaL tiu( .ruutcurts ekjileppahcsdnal minimaal 1 op 20
minimaal vallen 1 op 20 zoveel mogelijk samen Overgangen tussen dwarsprofielen
Principe wanneer er geen landschappelijke aanleiding aanwezig is:
Wanneer er geen sprake is van een landschappelijke aanleiding, dan wordt een overgang in wegbreedte vloeiend opgelost met een Afb. 2.22. Overgangen in inwegbreedtes kennen een verloop minimaal 1 op verloop van 1 opPrincipe 20 of flis auwer. De landschappelijke belijning loopt principe rechtdoor en brengt eenheid rust invan het vloeiend wegprofi el Wanneer er geen sprake van een aanleiding, dan wordt een overgang inen wegbreedte opgelost met een verloop van 1 op 20 of flauwer. De belijning loopt in principe rechtdoor en brengt eenheid en rust in het wegprofiel
met landschappelijke aanleidingen (bv toeritten, perceelsgren-
verschuivingen en overgangen tussen verschillende dijkprofielen worden
zen), zonodig wordt het profiel in overmaat enkele tientallen
gelijkmatig opgelost, verloop in:
20 (uit Landschapsplan DO)