CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Bijlage bij de toelichting deel 3

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling paraplubestemmingsplan Nijmegen Dijkversterking Wolferen - Sprok (27/2021) (STEMSTUK)26.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.7.2.1 De nuloptie De nuloptie is opgevat als het niet uitvoeren van de dijkversterking en het eveneens niet uitvoeren van andere maatregelen, zoals een dijkverlegging. De nuloptie draagt niet bij aan het behalen van de wettelijk vastgelegde maximale toegestane faalkans van 1/10.000 per jaar. Op de korte termijn betekent dit dat de wettelijk verplichte veiligheid van de bewoners in het rivierengebied niet kan worden gegarandeerd. Daarnaast neemt het maatregelenpakket, dat nodig is om het gewenste veiligheidsniveau in de toekomst te garanderen, toe.

Natuurtoets pagina 224 van 456

Definitief 10 juli 2020

Het niet nemen van maatregelen op de korte termijn resulteert daarbij in het afwentelen van de toenemende (veiligheids-)risico’s op toekomstige generaties. De nuloptie is ongewenst, voldoet niet aan de wettelijke veiligheidseisen en is geen reëel alternatief.

5.7.2.2 Alternatief dijkteruglegging In de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB) beschreef het Rijk het beleid om uiterlijk in 2015 het vereiste veiligheidsniveau langs de Rijntakken en het benedenstroomse gedeelte van de Maas te realiseren. Hierbij is rekening gehouden met een maatgevend hoogwater van 16.000 m3/s op de Rijn bij Lobith (10.667 m3/s op de Waal) in het jaar 2015. Ook al in 2006 was er de verwachting dat de maatregelen niet afdoende zouden zijn voor de langere termijn. De verwachting is dat in 2050 bij Lobith al 17.000 m3/s binnenkomt en in 2100 18.000 m3/s. Er is in de PKB daarom ook ruimte opgenomen om bepaalde binnendijkse gebieden buitendijks te kunnen brengen na 2015. Deze gebieden, waar op lange termijn maatregelen nodig zijn, worden wettelijk ‘gevrijwaard van grootschalige en/of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van mogelijke toekomstige rivierverruimende maatregelen ernstig belemmeren’. Bij Oosterhout ligt een gebiedsreservering voor een relatief grootschalige dijkteruglegging voor de periode 2030-2050. Een dijkteruglegging op deze locatie leidt naar schatting tot een waterstandsdaling van circa 4-5 cm stroomopwaarts, van Oosterhout tot Doornenburg. De dijkteruglegging leidt daarmee tot een verkleining van de hoogteopgave van de Waaldijk ter hoogte van de dijkteruglegging en verder stroomopwaarts tot aan Doornenburg.

De hoogteopgave voor het dijktraject tussen Wolferen en Sprok bedraagt gemiddeld 16 cm en ter hoogte van Oosterhout gemiddeld 18 cm. De verwachtte waterstandsdaling verkleint weliswaar de hoogteopgave van de dijkversterking, maar is onvoldoende om de hoogteopgave in zijn geheel te voorkomen. Ook heeft de dijkteruglegging geen effect op de hoogteopgave van de Waaldijk benedenstrooms van Oosterhout. Daarnaast biedt de dijkteruglegging geen oplossing voor de stabiliteits- en pipingopgave van de dijk. De dijkteruglegging heeft daarom slechts een zeer beperkte bijdrage aan het behalen van de waterveiligheidsdoelstelling en neemt de noodzaak niet weg om de dijk op andere wijzen te versterken. Los van de waterveiligheid van de dijk, is een dijkteruglegging bij Oosterhout ook vanuit het ecologisch perspectief geen gunstig alternatief. Er staat er binnen de reserveringsruimte voor de dijkteruglegging Oosterhout een woning direct aan de dijk (Waaldijk 42/43) waar zich een paarverblijfplaats bevindt. Bij een dijkteruglegging in binnendijkse richting dient bebouwing minimaal tot 100 meter landinwaarts gesloopt te worden en daarmee is vernietiging van de paarverblijfplaats onvermijdelijk.

5.7.2.3 Alternatieven in ontwerp Op het perceel van Waaldijk 42/43 bevindt zich een paarverblijf voor vleermuizen in de woning. Deze woning ligt direct aan de binnendijkse kruin van de huidige dijk gelegen. De dijkversterking bestaat hier uit een vierkante grondoplossing met pipingmaatregel. Voor de plaatsing van het grondwerkprofiel dient de dijkwoning te worden geamoveerd, hetgeen resulteert in de vernietiging van het paarverblijf.

Natuurtoets pagina 225 van 456

Definitief 10 juli 2020

Alternatief binnendijkse constructie De toepassing van een binnendijkse constructie ter behoud van de woningen bij Waaldijk 42/43 is hier redelijkerwijs niet mogelijk vanwege de verminderde toekomstbestendigheid van de dijkversterking op deze locatie. Het plaatsen van een diepwand en het aansluiten op pipingmaatregelen is hier technisch complex, hetgeen het risicoprofiel aanzienlijk verhoogd. Daarnaast is de constructie in de kruin van de dijk bij een toekomstige dijkversterking niet uitbreidbaar door de aanwezigheid van de woningen. Hiermee voldoet dit alternatief niet aan de waterveiligheids- en robuustheidseisen van Waterschap Rivierenland. Bovendien dient de woning (en het paarverblijf) bij een toekomstige dijkversterking alsnog geamoveerd te worden om de constructie aan te passen op de toekomstige waterveiligheidsdoelstellingen.

5.7.2.4 Conclusie alternatieven Het uitvoeren van de dijkversterking tussen Wolferen-Sprok door middel van grondoplossing met verticale pipingmaatregel als basis kan, ondanks de negatieve effecten voor natuur, als het meest wenselijke alternatief worden gezien, vanwege de grote bijdrage aan de doelstellingen op hoogwaterveiligheid. Ook het uitvoeren van de dijkversterking met buitendijkse werkstroken en laadlos-locaties geldt als het meest wenselijke alternatief. In geen van de onderzochte alternatieven kunnen de projectdoelen behaald worden in combinatie met het achterwege blijven van negatieve effecten op Natura 2000-doelen en Soorten.

5.7.3 Dwingende reden van groot openbaar belang Doordat significante effecten voor soorten door de dijkversterking Wolferen-Sprok niet uitgesloten kunnen worden, dient de vraag beantwoord te worden of er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, zoals bedoeld in artikel 3.8, lid 5b sub 3 van de Wnb. Een plan kan doorgang vinden als het plan nodig is vanwege argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Voor deze dijkversterking geldt hoogwaterveiligheid als een dwingende redenen van openbaar belang (menselijke gezondheid en openbare veiligheid). Hoogwaterveiligheid De afgelopen jaren zijn de Nederlandse rivieren steeds meer ingeklemd tussen steeds hogere dijken. Achter de dijken is de bodem gedaald en zijn de bevolking en economische activiteiten toegenomen, waardoor de gevolgen van een overstroming groter zijn geworden. Daarnaast zijn de gevolgen van klimaatverandering nu en in toenemende mate in de toekomst aan de orde, waardoor rivieren meer smelt- en regenwater te verwerken krijgen als gevolg van toenemende weersextremen. Zonder het nemen van maatregelen is Nederland onvoldoende beschermd bij overstromingen. Achter de dijken van de Rijn, Waal en IJssel wonen en werken ruim vier miljoen mensen. Een dijkdoorbraak brengt deze mensen in gevaar.

Ook resulteert een overstromingen in miljarden euro’s aan schade. Ter bescherming van de openbare veiligheid heeft de Nederlandse overheid in de Waterwet opgenomen aan welke veiligheidsnormen de Nederlandse dijken moeten voldoen. Voor de Waal tussen Wolferen en Sprok is de maximaal toelaatbare faalkans bepaald op 1/10.000 per jaar. De Waal moet dus een waterstand kunnen keren die gemiddeld eens in de 10.000 jaar optreedt. De dijkversterking Wolferen-Sprok is noodzakelijk om aan de wettelijk voorgeschreven veiligheidsnorm te kunnen voldoen.

Natuurtoets pagina 226 van 456

Definitief 10 juli 2020

Dat hoogwaterveiligheid een relevant thema is in het Gelderse rivierengebied, bleek tijdens de periode van hoogwater in 1995. Eind januari/begin februari van dat jaar werden 250.000 mensen verplicht uit grote delen van het Gelderse rivierengebied geëvacueerd, vanwege de gevaarlijke hoge waterstand van de Maas, de Rijn, de Waal en de IJssel. Wanneer de dijken destijds daadwerkelijk waren gebroken, zou een groot deel van het projectgebied tot ongeveer 5 meter onder het water zijn komen te staan. Kortom, ter bescherming van de openbare veiligheid is het van groot belang dat er hoogwaterbeschermingsmaatregelen genomen worden langs de Waal. Hiermee wordt ook voldaan aan de wettelijk voorgeschreven veiligheidsnorm.

5.8 Bronnen 1 Nationale Databank Flora en Fauna, www.ndff.nl [geraadpleegd tussen augustus en september 2019]; 2 www.vogelbescherming.nl [geraadpleegd tussen augustus en september 2019]; 3 www.cyclomedia.com/nl; 4 Kennisdocument Bever castor castor, versie 1.0 juli 2017, BIJ12; 5 Notitie realisatiefase geluidsuitstraling aspect natuur, Witteveen+Bos; 6 www.waarneming.nl; 7 www.atlasleefomgeving.nl; 8 www.nederlandsesoorten.nl; 9 Effectenindicator Natura 2000-gebieden, https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicator.aspx; 10 Soorteneffectindicator, https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorsoorten2016.aspx; 11 https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bever; 12 www.stichtingkleinemarters.nl/wezel d.d. 15/1; 13 Kennisdocument Buizerd, buteo buteo, versie 1.0 2017, BIJ12; 14 Krijgsveld, K. L. (2004). Verstoringsgevoeligheid van vogels: literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie; 15 Kennisdocument huismus Passer domesticus, versie 1.0 juli 2017, BIJ12; 16 http://www.ooievaars.eu/0340ooievaars_faqtrek/default.html; 17 Kennisdocument steenuil Athene noctua, versie 1.0 2017, BIJ12; 18 Garniel A. & U. Mierwald 2010. Arbeitshilfe Vögel und Strassenverkehr. Bundesministerium für Verkehr, Bau und Stadtenwickelung, Abteling Strassenbau; 19 Krijgsveld, K.L., R.R. Smits & J. van der Winden 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels.

Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Rapport 08-173. Bureau Waardenburg, Culemborg; 20 Van Harxen R. & P. Stroeken 2011. Handleiding broedbiologisch onderzoek Steenuil. Uitgave STONE Steenuilenoverleg Nederland, Heiloo; 21 Van Harxen R. & P. Stroeken 2016. Handleiding broedbiologisch onderzoek steenuil. Uitgave STONE Steenuilenoverleg Nederland, Heiloo; 22 Schönn S., W. Scherzinger. K.M. Exo & R. Ille 1991. Der Steinkauz. Die Neue Brehm-Bücherei 606. A. Ziemsen Verlag, Wittenberg Lutherstadt; 23 Arntzen & Smit 2009. In: Nederlandse Fauna 9: 105-113; 24 De Molenaar, J. G. (2003). Lichtbelasting; overzicht van de effecten op mens en dier (No. 778). Alterra;

Natuurtoets pagina 227 van 456

Definitief 10 juli 2020

25 Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken (2014) Arcadis; 26 Kennisdocument kamsalamander Triturus cristatus, versie 1.0 juli 2017, BIJ12; 27 Analyse gevoeligheid HRL Bijlage II soorten voor verkeersgeluid, Sweco, 2016; 28 Meijer, R.G., Dwarshuis, J.P., Piening, K.R. Lutra 61 (2): 297-320; 29 Reimerink, J., Van Hooff, A., Lemmers. L. (2017) Vliegveld Twente: Vleermuizen en festivals. Tauw 30 Bronkhorst, A.J., Kroon, E., Slis, E., Van Everdinck, C., Pruiksma, J. (2016) Verhouding tussen trilling in de bodem en in een vliegtuigbom. TNO;

Natuurtoets pagina 228 van 456

Definitief 10 juli 2020

6 Houtopstanden

6.1 Inleiding Een inleiding van het project is beschreven in hoofdstuk 1.

6.2 planbeschrijving De planbeschrijving van het project is beschreven in hoofdstuk 2.

6.3 Wettelijk kader Het wettelijk kader van de houtopstandentoets is beschreven in paragraaf 3.3.

6.4 Methode Tijdens de bomeninventarisatie is de locatie, soort en diameter op borsthoogte bepaald van de bomen binnen het huidige ruimtebeslag. De leeftijd van de bomen is berekend aan de hand van de diameter [lit. 9, paragraaf 6.7]. Op basis van deze gegevens is bepaald of een boom binnen deze onderzoeksgrens beschermd is middels de APV van de betreffende gemeente of de Wnb. Bij individuele bomen zijn de gegevens individueel opgenomen. Bij een bomenrij is het aantal bomen in de rij geteld en is steekproefsgewijs de diameter bepaald wanneer aannemelijk was dat de bomen in de rij even oud zijn. Bij bosoppervlaktes is het oppervlakte in GIS bepaald op basis van luchtfoto’s. De aanwezige soort(en) en diameter zijn steekproefsgewijs bepaald. In de beoordeling Houtopstanden zijn de te kappen bomen en houtopstanden weergegeven. Als bomen behouden blijven zijn deze niet in de afbeeldingen of tabellen weergegeven. Dit is bijvoorbeeld het geval voor enkele monumentale bomen in de gemeenten Nijmegen en Overbetuwe. Voor de bomen bij de kerk Slijk Ewijk is een bomenonderzoek uitgevoerd, mede om te bepalen welke ontwerpoplossingen niet zouden leiden tot aantasting van de bomen. De resultaten uit dit onderzoek zijn gebruikt tijdens de integrale ontwerpsessies en hebben geleid tot het ontzien van de monumentale bomen aldaar.

Natuurtoets pagina 229 van 456

Definitief 10 juli 2020

6.5 Boordeling Houtopstanden 6.5.1 Lingewaard In het onderzoeksgebied in de gemeente Lingewaard (dijksectie 1, afbeelding 6.1) staan geen bomen waarvoor voor het kappen een vergunning nodig is op grond van de APV. Dit volgt uit de bomenlijst van de gemeente Lingewaard, zie ook paragraaf 2.2.1. Aan de Waaloever staat een houtopstand van wilg en populier dat beschermd is onder de Wnb houtopstanden (groen vlak met nummer 1). Deze houtopstand valt tevens binnen het GNN-gebied. De houtopstanden met nummer 3 en 4, en het deel van boomvlak nummer 2 binnen de grens van gemeente Lingewaard, vallen niet onder een beschermingsregime maar liggen wel binnen het GNN. Ook de bomen met nummer 1, 2 en 29 op afbeelding 6.1 vallen niet onder een beschermingsregime maar staan wel binnen het GNN. De overige bomen en houtopstanden (blauwe punten en blauwe vlakken in onderstaande afbeelding) staan op erven of in tuinen, waardoor daarop de verbodsbepalingen van de Wnb niet van toepassing zijn. Zie tabel 6.1 met de meldingsplichtige houtopstanden in de gemeente Lingewaard. Afbeelding 6.1 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Lingewaard met beschermingsregime (grotere afbeelding bijlage 12)

Tabel 6.1 Te kappen houtopstand in de gemeente LingewaardBoomvlakken dijk-sectie

nummer op de afbeelding

regime

soort(en)

melding/ vergunning vereist?

Natuurtoets pagina 230 van 456

omtrek (op 1.30m hoogte)

leeftijd in jaren

oppervlakte

Definitief 10 juli 2020

melding

-

0-30

411 m2 (in gemeente Lingewaard)

GNN

schietwilg (66%), populier spec. (33%) fruitbomen

geen

-

-

3 4

GNN

berk

geen

-

-

517 m2 (in gemeente Lingewaard) 390 m2

GNN

divers

geen

-

-

347 m2

nummer op de afbeelding

regime

soort(en)

oppervlakte

GNN

walnoot

omtrek (op 1.30m hoogte) 157

leeftijd in jaren

1 2 29

melding/ vergunning vereist? geen

-

50 m2

GNN

beuk

geen

-

*

50 m2

GNN

-

geen

-

-

50 m2

1

1

Wnb, GNN

1

2

1 1 Bomen dijk-sectie

1 1 1

6.5.2 Nijmegen In de gemeente Nijmegen zijn bomen en boomvlakken geïdentificeerd waarvoor een melding bij Gedeputeerde Staten en/of een kapvergunning aangevraagd dient te worden indien deze gekapt worden. Op afbeelding 6.2 t/m 6.5 en in tabel 6.2 staan deze bomen en boomvlakken weergegeven. Bomen of boomvlakken die beschermd zijn via de Wnb of APV zijn respectievelijk groen en rood. Bomen die niet beschermd zijn, zijn blauw aangegeven. Bomen die niet beschermd zijn onder een regime, maar wel binnen het GNN vallen zijn met oranje aangegeven. In de tabel is een locatieindicatie weergegeven, de soorten, oppervlakte of aantal en of er een melding en/of vergunning noodzakelijk is. Voor de bomen en boomvlakken die onder de Wnb beschermd zijn is de leeftijd gegeven. Voor bomen die onder een APV beschermd zijn is de diameter op borsthoogte gegeven.

Natuurtoets pagina 231 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.2 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Nijmegen met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 232 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.3 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Nijmegen met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 233 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.4 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Nijmegen met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 234 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.5 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Nijmegen met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 235 van 456

Definitief 10 juli 2020

Tabel 6.2 Te kappen houtopstanden en kapvergunningsplichtige bomen in de gemeente Nijmegen Boomvlakken dijknummer op sectie de afbeelding

regime

soort(en)

1

1

Wnb, GNN

2

2

GNN

schietwilg (66%), populier spec. (33%) fruitbomen

2 3 6

5 6 9

GNN GNN APV Nijmegen

wilg populier, kers diverse, waaronder linde

geen geen kapvergunning

<160

-

250 m2 (in gemeente Nijmegen) 1.279 m2 178 m2 218 m2

6

10

15-141

-

399 m2

33

diverse fruitbomen knotwilg (100%)

kapvergunning

7

kapvergunning

188-251

-

833 m2

8 9

14 15

APV Nijmegen APV Nijmegen Wnb, GNN Wnb, GNN

schietwilg knotwilg

melding melding

-

30-60 -

288 m2 260 m2

Bomen dijksectie

nummer op de afbeelding

regime

soort(en)

oppervlakte

GNN GNN GNN GNN

-

omtrek (op 1.30m hoogte) -

leeftijd in jaren

30 31 32 37

melding/ vergunning vereist? geen geen geen geen

-

50 m2 50 m2 50 m2 50 m2

melding/ vergunning vereist? melding

omtrek (op 1.30m hoogte) -

leeftijd in jaren

aantal/oppervlakte

0-30

754 m2 (in gemeente Nijmegen)

geen

Natuurtoets pagina 236 van 456

Definitief 10 juli 2020

6.5.3 Overbetuwe In de gemeente Overbetuwe zijn bomen en boomvlakken geïdentificeerd waarvoor een melding bij Gedeputeerde Staten en/of een kapvergunning aangevraagd dient te worden indien deze gekapt worden. Op afbeelding 6.6 t/m 6.13 en in tabel 6.3 staan deze bomen en boomvlakken weergegeven. Bomen of boomvlakken die beschermd zijn via de Wnb of APV zijn respectievelijk groen en rood. Bomen die niet beschermd zijn, zijn blauw aangegeven. Bomen die niet beschermd zijn onder een regime, maar wel binnen het GNN vallen zijn met oranje aangegeven. Sommige bomen en boomvlakken zijn beschermd onder de Wnb en vallen binnen het GNN. Deze bomen en boomvlakken zijn in paars weergegeven. In de tabel is een locatie-indicatie weergegeven, de soorten, oppervlakte of aantal en of er een melding en/of vergunning noodzakelijk is. Voor de bomen en boomvlakken die onder de Wnb beschermd zijn is de leeftijd gegeven. Voor bomen die onder een APV beschermd zijn is de diameter op borsthoogte gegeven. Afbeelding 6.6 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

3

Op basis van de zienswijze wordt een boom in boomvlak 40 waarschijnlijk gespaard in de praktijk. Voor deze beoordeling wordt, vanwege het voorzorgsprincipe, ervan uit gegaan dat de boom toch gekapt zal worden. 3

Natuurtoets pagina 237 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.7 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 238 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.8 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 239 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.9 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 240 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.10 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 241 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.11 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 242 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.12 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Natuurtoets pagina 243 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.13 Te kappen bomen en boomvlakken in de gemeente Overbetuwe en Neder-Betuwe met beschermingsregime (grotere afbeelding Bijlage 12)

Tabel 6.3 Te kappen houtopstanden en kapvergunningsplichtige bomen in de gemeente Overbetuwe Boomvlakken DijkNummer in sectie GIS 10

16

13 13 14

61 22 24

15

27

16

30

Regime

Soort(en)

Wnb, GNN Wnb Wnb Wnb, GNN Wnb, GNN

Wnb, GNN

Diameter (op 1.30m hoogte) -

Leeftijd in jaren

Aantal/oppervlakte

schietwilg

Melding/ vergunning vereist? melding

30-60

803 m2

gewone es met ondergroei eik schietwilg

melding melding melding

-

0-10 >100 30-60

265 m2 133 m2 603 m2

zomereik (35%), es (35%), diverse (30%) (vooral meidoorn) waarvan de essen en diverse ander bomen geveld worden (eiken blijven) schietwilg (100%)

melding

-

100

561 m2

60-100

1.912 m2

melding/ vergunning vereist? geen geen geen geen geen geen geen geen geen

leeftijd in jaren

oppervlakte

-

50 m2 50 m2 50 m2 50 m2 50 m2 50 m2 50 m2 50 m2 50 m2

Bomen dijknummer op sectie de afbeelding

regime

soort(en)

12 12 12 12 12 12 12 13 13

GNN GNN GNN GNN GNN GNN GNN GNN GNN

-

138 139 140 141 142 147 148 152 153

melding

Natuurtoets pagina 244 van 456

omtrek (op 1.30m hoogte) -

Definitief 10 juli 2020

15

228

15 15 15 16 16

162 163 164 170 231

16

232

16

233

16 16

230 229

Wnb, GNN GNN GNN GNN GNN Wnb, GNN Wnb, GNN Wnb, GNN GNN GNN

-

melding

-

-

50 m2

es es es -

geen geen geen geen melding

-

-

50 m2 50 m2 50 m2 50 m2 50 m2

-

melding

-

-

50 m2

-

melding

-

-

50 m2

-

geen geen

-

-

50 m2 50 m2

6.5.4 Neder-Betuwe In de gemeente Neder-Betuwe zijn geen bomen geïnventariseerd die onder het beschermingsregime van de gemeentelijke verordening, Wnb houtopstanden of GNN vallen (afbeelding 19). Voor het kappen van bomen binnen het onderzoeksgebied in de gemeente Neder-Betuwe is geen kapvergunning of melding bij Gedeputeerde Staten vereist.

6.5.5 Totaal Hierna wordt eerst per gemeente aangegeven hoeveel kap van houtopstanden plaats vindt per regime. Vervolgens wordt aangegeven hoeveel er gecompenseerd moet worden (indien nodig inclusief de toeslagfactor van 66% voor houtopstanden die in het GNN liggen). N.B. de oppervlaktes in dit totaal zijn niet optelbaar/vermenigvuldigbaar omdat er in veel gevallen overlap is tussen de verschillende beschermingsregimes. Uit de bomeninventarisatie en de landelijke en gemeentelijke regelgeving blijkt dat, in de gemeente Lingewaard, voor in totaal 411 m2 aan houtopstanden binnen het plangebied een meldingsplicht bij Gedupeerde Staten in het kader van de Wnb geldt in geval van kap. Dit is het oppervlakte aan bomen dat gekapt wordt en onder de Wnb houtopstanden-bescherming valt, zónder de GNNcompensatiefactor. In deze gemeente staan geen houtopstanden binnen het plangebied met een kapvergunningplicht. 1.815 m2 van de houtopstanden die gekapt zullen worden vallen binnen het GNN. Voor deze houtopstanden is sprake van een compensatietoeslag van 66%. Er moet in totaal 3.013 m2 aan houtopstanden gecompenseerd worden. In de gemeente Nijmegen is voor 1.302 m2 te kappen houtopstand binnen het plangebied een melding bij Gedupeerde Staten verplicht in het kader van de Wnb. Voor 1.450 m2 dient een kapvergunning aangevraagd te worden.

De kapvergunning kan alleen door de eigenaar aangevraagd worden. Voor gemeentebomen kan er geen kapvergunning worden aangevraagd. 3.209 m2 van de te kappen houtopstand valt binnen het GNN. Voor deze houtopstanden is sprake van een compensatietoeslag van 66%. In totaal moet er 6.777 m2 aan houtopstanden gecompenseerd worden. In de gemeente Overbetuwe moet een melding bij Gedeputeerde Staten in het kader van de Wnb worden gedaan voor 4.477 m2. Er zijn in de gemeente Overbetuwe binnen het plangebied geen houtopstanden of bomen waar een kapvergunning voor aangevraagd moet worden. Er wordt 4.829 m2 aan houtopstanden gekapt binnen GNN. Voor deze houtopstanden is sprake van een

Natuurtoets pagina 245 van 456

Definitief 10 juli 2020

compensatietoeslag van 66%. Er moet in totaal 8.414 m2 aan houtopstanden gecompenseerd worden. In de gemeente Neder-Betuwe is geen sprake van een Wnb meldingsplicht of APV-kapvergunningplicht. Ook bevinden zich er geen houtopstanden die vallen binnen het GNN. Bij elkaar genomen over het hele projectgebied wordt voor 7.640 m2 (0,76ha) aan melding of kapvergunningplichtige houtopstanden geveld. Daarnaast wordt er in totaal voor 9.853 m2 (0,99ha) bomen gekapt die via het GNN beschermd zijn. Na verwerking van een eventuele compensatie toeslag moet er 18.204 m2 (1,82 ha) aan houtopstand gecompenseerd worden. In tabellen 6.4 t/m 6.7 staat toegelicht om welke soort(samenstelling)en het gaat.

6.6 Herplant Houtopstanden In paragraaf 6.5 is beschreven welke houtopstanden en bomen gekapt moeten worden om de versterking van de Waaldijk tussen Wolferen en Sprok mogelijk te maken. Bij elkaar genomen geldt voor 18.203 m2 (1,82 ha) een herplantplicht. In tabellen 6.1 t/m 6.4 staat toegelicht om welke soort(samenstelling)en het gaat. Er is in het projectgebied naar (een) herplantlocatie(s) gezocht. Het is vanuit het oogpunt van dijkveiligheid niet mogelijk om de bomencompensatie van de boomvlakken en solitairen uit te voeren op de locaties waar de bomen verwijderd worden. Daarom moet voor 1,82 ha aan oppervlak worden uitgeweken naar andere compensatie locaties. Deze zijn in de nabijheid van het project zelf gezocht en worden hierna toegelicht.

6.6.1 Herplantlocatie bij het depot (Overbetuwe) Een van deze locaties is een perceel bij dijksecties 16 en 17. Het perceel is in eigendom van het Waterschap en wordt verhuurd aan de gemeente Overbetuwe. Op een deel van het perceel is een depot gelegen. In totaal is hier de aanplant van 0,5 ha houtopstanden mogelijk, enkele groepen van solitairen en een laanbeplanting, samen 0,8 ha. Dit vindt plaats in het herplantgebied (afbeelding 6.14). Op het perceel zijn al enkele houtopstanden aanwezig. Deze bestaan voornamelijk uit schietwilg, maar ook zwarte els en populier komen voor.

Natuurtoets pagina 246 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.14 Herplantlocatie bij het depot

Beplantingsplan In het nieuwe ontwerp voor deze aanplantlocatie worden tussen de bestaande beplanting nieuwe boomvlakken aangelegd op het perceel. De herplant op het perceel wordt qua soortensamenstelling afgestemd op de reeds aanwezige beplanting; wilg, zwarte els, veldesdoorn en populier. Hiermee is zeker gesteld dat de bodem- en omgevingscondities voor de ontwikkeling van deze soorten geschikt is. De bomen kunnen vanaf het najaar tot en met het voorjaar aangeplant worden. Hoe later de bomen geplant worden, hoe groter de kans op uitval is. Dit heeft te maken in de geringe neerslag in maart tot en met mei. Een schets van het beplantingsplan voor het perceel bij het depot is weergegeven in afbeelding 6.15. De herplantvlakken zijn uiteengezet in tabel 6.4.

Natuurtoets pagina 247 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.15 Beplantingsplan voor herplantlocatie bij het depot

Tabel 6.4 Uiteenzetting herplantvlakken depot num mer op kaart 1

te ontwikkelen

Latijnse benaming

Nederlandse benaming

Struiken op grondtaluds

100% Salix cinerea

grauwe wilg

2

Bosplantsoen - kern

10% Populus, 20% Acer pseudoplatanus, 25% Quercus robur, 20% Alnus glutinosa, 15% Fraxinus excelsior, 5% Malus sylvestris, 5% Ulmus glabra, 5% Betulus pendula

populier, gewone esdoorn, europese eik, zwarte els, es, wilde appel, ruwe iep, berk

3

kavelgrens

Salix alba

knotwilg

4

Bosplantsoen - mantel

10% Sambucus nigra, 10% Salix cinerea, 20% Rhamnus frangula, 10% Myrica gale, 5% Viburnum opulus, 5% Ilex aquifolium, 5% Prunus spinosa 5% Acer campestre, 20% Ligustrum ovalifolium, 10%

vlierbes, grauwe wilg, sporkehout, wilde gagel, gelderse roos, hulst, sleedoorn, veldesdoorn, liguster, kornoelje, zoete kers

Natuurtoets pagina 248 van 456

Plant maat bomen

stekken

Plant afstand

Oppervlak te totaal

Beheer/Opme rkingen

1,5m x 1,5m wildver band

3300 m2

1,5mx 1,5m wildver band

1800m2

Onbeheerd, locatie is evt. een tijdelijke locatie i.v.m. afgraven grondtaluds Bosplantsoen uitdunnen 1x in 7 jaar

5m 1,5m x 1,5m Wildver band

Aantal bomen ≥ 14/16

4 780m2

Knotten 1x in 2 jaar Bosplantsoen uitdunnen 1x in 7 jaar

Definitief 10 juli 2020

Bosplantsoen - kern

Bomen (solitaire in bosplantsoen)

5

zoom/onderbeplanting bestaande bomen

6

entreegebied bosplantsoen – mantel

entreegebied bosplantsoen – kern

Bomen (solitaire in bosplantsoen)

7

Bomenrij

Alge mee n

Ondergroei bosplantsoen - kern

Cornus mas, 5% Prunus avium 10% Populus, 20% Acer pseudoplatanus, 25% Quercus robur, 20% Alnus glutinosa, 15% Fraxinus excelsior, 5% Malus sylvestris, 5% Ulmus glabra, 5% Betulus pendula Quercus robur, Alnus glutinosa, Fraxinus excelsior, Ulmus glabra, Castanea sativa 10% Sambucus nigra, 10% Salix cinerea, 20% Rhamnus frangula, 10% Myrica gale, 5% Viburnum opulus, 5% Ilex aquifolium, 5% Prunus spinosa 5% Acer campestre, 20% Ligustrum ovalifolium, 10% Cornus mas, 5% Prunus avium 10% Sambucus nigra, 10% Salix cinerea, 20% Rhamnus frangula, 10% Myrica gale, 5% Viburnum opulus, 5% Ilex aquifolium, 5% Prunus spinosa 5% Acer campestre, 20% Ligustrum ovalifolium, 10% Cornus mas, 5% Prunus avium 10% Populus, 20% Acer pseudoplatanus, 25% Quercus robur, 20% Alnus glutinosa, 15% Fraxinus excelsior, 5% Malus sylvestris, 5% Ulmus glabra, 5% Betulus pendula Quercus robur, Alnus glutinosa, Fraxinus excelsior, Ulmus glabra, Castanea sativa

populier, gewone esdoorn, europese eik, zwarte els, es, wilde appel, ruwe iep, berk

1,5m x 1,5m Wildver band

14/16c m

Var. zie kaart

800m2

7

vlierbes, grauwe wilg, sporkehout, wilde gagel, gelderse roos, hulst, sleedoorn, veldesdoorn, liguster, kornoelje, zoete kers

1,5m x 1,5m Wildver band

450 m2

vlierbes, grauwe wilg, sporkehout, wilde gagel, gelderse roos, hulst, sleedoorn, veldesdoorn, liguster, kornoelje, zoete kers

1,5m x 1,5m Wildver band

440m2

populier, gewone esdoorn, europese eik, zwarte els, es, wilde appel, ruwe iep, berk

1,5m x 1,5m Wildver band

1600 m2

Quercus robur, Fraxinus excelsior, Acer speudoplatanus, Alnus glutinosa Inzaaien met Natuurzadenmengsel rode klaver, witte klaver, inkarnaatklaver, blauwe lupine

Ontwikkeling kruidenrijk grasland

14/16c m

Var. zie kaart

15

18/20c m

Var. zie kaart

17

Bosplantsoen uitdunnen 1x in 7 jaar

Beheer is verder af te stemmen met gemeente Overbetuwe 4200 m2

maaien en afvoeren, meemaaien met de rabatten

Natuurtoets pagina 249 van 456

Definitief 10 juli 2020

* In wildverband (afbeelding 6.6) ** Hier wordt ook een ondergroei van struiken aangeplant: Sambucus nigra (vlier), Salix cinerea (grauwe wilg) en Rhamnus frangula (sporkenhout).

Sommige van de aan te planten boomvlakken worden in wildverband aangepland, zie afbeelding 6.16. Door het toepassen van grotere/solitaire bomen in wildverband is uitdunning tijdens het onderhoud minder nodig en heeft de aanplant direct veel volume.

Natuurtoets pagina 250 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 6.16 Beplantingsplan wildverband

Onderhoudsplan In tabel 6.4 zijn in de laatste kolom reeds beheer aanwijzingen opgenomen. Na het inplanten (nummers 2,5, 6 en7 op afbeelding 6.15) is het nodig om de eerste jaren aan mechanische onkruidbestrijding te doen [lit. 6, paragraaf 6.7]. Dit om te voorkomen dat de aangeplante bomen overwoekerd worden door bijvoorbeeld bramenstruiken. Na enkele jaren raken de kronen van de jonge bomen elkaar en krijgt onkruid minder kans. Onkruidbestrijding is dan niet meer nodig. Als er veel bomen doodgaan is het nodig om deze te vervangen. Dit wordt inboeten genoemd. Wanneer het merendeel van de bomen op 2/5 van de verwachtte eindhoogte zitten moet de houtopstand voor zover nodig uitgedund worden. Hierbij worden onderdrukte bomen weggehaald, zodat de overgebleven bomen meer ruimte hebben om uit te groeien en een grote kroon op te bouwen. De eerste jaren moet er iedere twee jaar gesnoeid worden. Als de stam stevig is gegroeid is dit niet meer nodig, maar moet er minimaal elke vier jaar gesnoeid worden.

6.6.2 Herplantlocatie Overbetuwe De tweede herplantlocatie ligt in de gemeente Overbetuwe. De gemeente heeft meerdere percelen in bezit die in de toekomst een landschappelijke inrichting krijgen (zie afbeelding 6.17). Voor de landschappelijke inrichting van deze en andere percelen wordt nog een plan opgesteld door de gemeente. Deze percelen (de blauw gearceerde percelen in de afbeelding) vormen het zoekgebied voor de overgebleven houtopstanden compensatie opgave. De gemeente is akkoord dat binnen deze

Natuurtoets pagina 251 van 456

Definitief 10 juli 2020

percelen compensatie van het dijkversterkingsproject Wolferen en Sprok (1,02ha) wordt gerealiseerd. Er wordt nog een overeenkomst tussen het Waterschap en de gemeente opgesteld om dit te borgen. Ook wordt er nog een inrichtings- en beheerplan opgesteld voor de compensatie op deze percelen. Afbeelding 6.17 Zoekgebied houtopstandencompensatie Wolferen-Sprok binnen gronden in eigendom van gemeente Overbetuwe (blauw gearceerde delen: Aankoop gemeente Overbetuwe)

6.6.3 Conclusie De 1,82 ha aan houtopstand die in deze toets op een andere locatie dan waar geveld gecompenseerd wordt kan aangeplant worden in de twee aangewezen herplantlocaties.

6.7 Bronnen 1. https://geo.lingewaard.nl/waardevollebomen/, geraadpleegd op: 9-3-2020. 2. http://kaart.nijmegen.nl/groen/, geraadpleegd op: 9-3-2020. 3. http://qgiscloud.com/GemOverbetuwe/Qgis_MonumentaleBomen/, geraadpleegd op: 9-32020. 4. https://www.nijmegen.nl/diensten/vergunningen/kappen-of-rooien-van-bomen/, geraadpleegd op: 9-3-2020. 5. https://www.enschede.nl/sites/default/files/7.b-plantwijs-okt-2015.pdf. Plantwijs - Leidraad beplantingskeuze.

Natuurtoets pagina 252 van 456

Definitief 10 juli 2020

6. https://maken.wikiwijs.nl/bestanden/116093/Bossen%20Theorie%20OC-24050-2.pdf. Bossen theorie. 7. https://bronro.overbetuwe.nl/982C47A2-D96F-421C-BF120748929504FB/b_NL.IMRO.1734.0233BUITdanenberg-VOO1_tb1.pdf. - Landschapspark De Danenberg Voorlopig Ontwerp en Beeldkwaliteit. 8. http://hsl.eykel.nl/infobladen/Solitaire%20boom%20en%20laanbomen_flyer.pdf. Solitaire boom en Laanbomen. 9. http://bomenwerk.com/bomenonderzoek/boomleeftijdsbepaling.html. 10. https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-ennatuur/natuur-en-landschap/bomen/bos-en-bomen-kappen.

Natuurtoets pagina 253 van 456

Definitief 10 juli 2020

7 Kaderrichtlijn water

7.1 Inleiding Een inleiding van het project is beschreven in hoofdstuk 1.

7.2 planbeschrijving De planbeschrijving van het project is beschreven in hoofdstuk 2.

7.3 Wettelijk kader Het wettelijk kader van de houtopstandentoets is beschreven in paragraaf 3.4.

7.4 KRW Toetsing Maatregelen in of buiten een KRW-waterlichaam dienen getoetst te worden op negatieve effecten op de waterkwaliteit. Het dijkversterkingsproject mag niet leiden tot significante achteruitgang van de waterkwaliteit van het hele waterlichaam Bovenrijn, Waal en mag geen negatief effect hebben op de omvang van geplande of reeds uitgevoerde KRW-maatregelen. Bij significante achteruitgang van de waterkwaliteit dienen mitigerende en compenserende maatregelen genomen te worden. In dit hoofdstuk is het Toetsingskader Waterkwaliteit stap voor stap doorlopen, zover als nodig is om de effecten te beoordelen. Eerst volgt in de volgende sub paragraaf een beschrijving van de huidige waterkwaliteit van het KRW-waterlichaam Bovenrijn, Waal.

7.4.1 KRW-waterlichaam Bovenrijn, Waal Huidige toestand Waterlichaam Bovenrijn, Waal is door Rijkswaterstaat aangewezen als KRW-waterlichaam (afbeelding 7.1). De kenmerken van het waterlichaam, de doelen voor de goede chemische en ecologische toestand en de geplande KRW-maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit zijn vastgelegd in het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021 (BPRW 2016-2021), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijn 2016-2021 en de achterliggende factsheet [lit. 1, paragraaf 6.7]. De Bovenrijn, Waal is getypeerd als KRW-type R7: een langzaam stromende grote rivier met hoofden nevengeulen. In de uiterwaarden liggen aangetakte en geïsoleerde wateren. De rivierbodem bestaat uit grof zand en grind. Door onomkeerbare menselijke ingrepen, zoals de aanleg van stuwen, dammen, kanalisatie, normalisatie, oeverversterkingen, baggeren en vaarwegonderhoud heeft het waterlichaam de status gekregen van ‘sterk veranderd’.

Natuurtoets pagina 254 van 456

Definitief 10 juli 2020

Dat houdt in dat het niet meer mogelijk is om de natuurlijke, onbeïnvloede toestand van het waterlichaam terug te brengen zonder significante schade toe te brengen aan de huidige gebruiksfuncties. De ecologische doelen van het waterlichaam zijn hier dan ook op aangepast. Het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) is voor de biologische indicatoren bijvoorbeeld kleiner dan 0,6, het streefdoel voor sterk veranderde wateren.

Afbeelding 7.1 Ligging en enkele kenmerken van waterlichaam Bovenrijn, Waal. De dijkversterking vindt plaats 1 in de rode cirkel

De ecologische waterkwaliteit wordt beoordeeld op basis van een aantal biologische en fysischchemische indicatoren met bijbehorende doelen, de ecologische toestand (GEP). De mate waarin de indicatoren aan de doelen voldoen, is afgebeeld in afbeelding 7.2.

Natuurtoets pagina 255 van 456

Definitief 10 juli 2020

De huidige biologische toestand (2019) van macrofauna en vis voldoet nog niet aan de gestelde norm. De prognose is echter dat dit in 2027 wel het geval is, als gevolg van het nemen van KRW-maatregelen. Voor vis ontbreken stromingsminnende soorten en plantminnende soorten. Met name plantminnende soorten zijn afhankelijk van water- en oeverplanten. Stromingsminnende soorten zijn afhankelijk van stroming en bodems met kaal zand of grind. Door opslibbing van uiterwaarden en uiterwaardwateren, de verharding van oevers of het ontbreken van vegetatie (te veel golfslag, peildalingen in groeiseizoen) is dit habitat onvoldoende aanwezig. Naar verwachting hangt de score van macrofauna hier ook mee samen. Door normalisatie, bedijking, oeververdediging, verdieping, verminderde overstromingsdynamiek en kanalisatie is de diversiteit in habitatniches en het transport van sediment, organische materiaal en voedingsstoffen veranderd. Dit gaat ten koste van kenmerkende macrofaunasoorten die leven in of op de bodem, het sediment, hout of vegetatie (Watersysteemrapportage Rijntakken 1990-2015). Exoten zijn juist gebaat bij de nieuwe situatie. Deze verdringen op hun beurt de inheemse soorten. Dat geldt overigens niet alleen voor macrofauna. Van de fysisch-chemische parameters voldoet stikstof niet aan de norm.

De prognose is dat dit in 2027 wel het geval is, als gevolg van internationaal en nationaal beleid.

Afbeelding 7.2 Beoordeling biologische en fysisch-chemische indicatoren KRW-waterlichaam Bovenrijn, Waal (bron: factsheet waterkwaliteitsportaal, versie 11 februari 2020); zgm = zomergemiddelde

Natuurtoets pagina 256 van 456

Definitief 10 juli 2020

Herstelmaatregelen Er zijn door Rijkswaterstaat diverse KRW-maatregelen uitgevoerd en gepland om de waterkwaliteit te verbeteren. De geplande maatregelen voor de periode 2016-2021 betreffen onder meer aanleg van nevengeulen. Dit zal naar verwachting een positief effect hebben op de macrofauna, vissen en waterplanten. In de periode 2016 t/m 2021 worden de volgende KRW-maatregelen uitgevoerd [lit. 2, paragraaf 6.7]: - uiterwaardverlagingen; - aanpassen oevers en kribvakken; - aanbrengen rivierhout; - de herkomst van normoverschrijdende specifiek verontreinigende stoffen onderzoeken; - onderzoek waterbodems (onder andere PCB’s). In het directe projectgebied van de dijkversterking Wolferen-Sprok zijn en worden er KRW-maatregelen gerealiseerd [lit. 3, paragraaf 6.7] (zie afbeelding 7.4.3). Uitgevoerd: - nevengeul Spiegelwaal: nabij dijkversterkingscluster A en B; - rivierhout Spiegelwaal: enkele plekken in Nevengeul Spiegelwaal; - natuurvriendelijke oever bij km 893; nabij dijkversterkingscluster F; - strangen, moeras en rivierhout Loenense Buitenpolder; nabij dijkversterkingscluster E en D.

Natuurtoets pagina 257 van 456

Definitief 10 juli 2020

Gepland: - vasthouden water Oosterhoutse Waard (peilopzet); 3e tranche; nabij dijkversterkingscluster B en C.

Afbeelding 7.3 Locaties uitgevoerde en geplande KRW-maatregelen in nabijheid dijkversterking Wolferen-Sprok KRW-waterlichaam Bovenrijn, Waal [lit. 3]

Buiten het projectgebied, aan de overzijde van de Waal, zijn een tweetal KRW-maatregelen gerealiseerd: - strang Stadswaard: overzijde van de Waal nabij dijkversterkingscluster B; - strang Ewijkse Waard: overzijde van de Waal nabij dijkversterkingscluster F. Tot slot zijn er in de directe nabijheid ten behoeve van de waterveiligheid maatregelen uitgevoerd (bijvoorbeeld nevengeul Lent). Aangezien deze ingreep bovenstrooms van het projectgebied ligt wordt dit niet beïnvloed door de dijkversterking.

7.4.2 Deel 1 toetsingskader (algemeen) Het toetsingskader waterkwaliteit bestaat uit 3 onderdelen/stroomschema’s, namelijk: 1 algemeen deel: In dit gedeelte staan vragen die voor alle activiteiten van belang zijn. Dit stroomschema is gemaakt om te bepalen of het vervolg van het toetsingskader doorlopen moet worden; 2 effecten van lozingen: In dit gedeelte staan vragen die van belang zijn voor activiteiten waarbij er sprake is van lozingen;

Natuurtoets pagina 258 van 456

Definitief 10 juli 2020

3 effecten van fysieke ingrepen: In dit gedeelte wordt het effect van fysieke ingrepen op de ecologische kwaliteit bepaald. Stroomschema 2 over het effect van lozingen is niet van toepassing, omdat er geen sprake is van lozingen. In deze paragraaf is stroomschema 1 doorlopen, zover als nodig is om tot een effectbeoordeling te komen (zie afbeelding 7.4).

Afbeelding 7.4 Stroomschema deel 1. Algemeen

Vraag 1A: Vindt de ingreep plaats binnen de begrenzing van het waterlichaam of zijn er potentiële negatieve effecten tot in het waterlichaam? Waterlichaam Bovenrijn, Waal is geclassificeerd als KRW-watertype R7. De begrenzing van het waterlichaam loopt van dijk tot (huidige) dijk (zie afbeelding 7.5). De dijkversterking vindt met name buiten de begrenzing van het waterlichaam plaats aan de binnendijkse zijde. Lokaal wordt de dijk echter versterkt aan de buitendijkse zijde. Hierdoor gaat er een gering oppervlak uiterwaard (totaal 95 m2) op een drietal locaties verloren, dat bij hoge waterstanden deel uitmaakt van het natte gedeelte van de Bovenrijn, Waal en door Rijkswaterstaat is aangewezen als KRW relevant areaal (blauwe oppervlak afbeelding 7.5).

Natuurtoets pagina 259 van 456

Definitief 10 juli 2020

Daarnaast wordt ten behoeve van de uitvoering (tijdelijke) laad- en loslocaties en werk- en rijstroken aangelegd. Deze tijdelijke infrastructuur bevindt zich binnen de directe begrenzing van het waterlichaam. De laad- en loslocaties en de werk- en rijstroken worden na uitvoering (2024) zo goed mogelijk hersteld naar de oorspronkelijke staat. Voor de laad- en loslocaties betekent dit verondieping naar de oorspronkelijke staat. De werk- en rijstroken worden zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Doordat de werk- en rijstroken ten behoeve van een goede uitvoering geëgaliseerd worden is exact herstel naar de oorspronkelijke staat niet mogelijk. Wel wordt de ondergrond losgewoeld en daarna doorgezaaid zodat de grasmat zich herstelt. Het oppervlak KRW relevant areaal in de uiterwaard dat tijdelijk benut wordt betreft 521,21 m2. Daarnaast wordt er in de aanlegfase ten behoeve van de aanleg van de laad- en loslocaties in de rivier zelf nog ecologisch relevant areaal benut. In Bijlage 13 en 14 zijn de locaties en arealen weergegeven waar in de aanleg- en realisatie een afname van het KRW relevant areaal plaatsvindt. In de afbeeldingen is te zien dat het lokaal een smalle strook tegen de dijk aan betreft.

Vraag 1B: Heeft de activiteit een negatief effect op een concreet geplande of al uitgevoerde KRWmaatregel? In de directe nabijheid van het projectgebied zijn een viertal KRW-maatregelen gerealiseerd [lit. 3, paragraaf 6.7] (zie afbeelding 7.3; paragraaf 7.4.1). Onderstaand volgt per KRW-maatregel(en) een inschatting van de effecten: 1 nevengeul en rivierhout Spiegelwaal (2 maatregelen): de dijkversterking raakt niet aan de KRW-maatregel bij de Spiegelwaal. Daarnaast wordt geen wijziging van debieten of sedimentvracht als gevolg van de dijkversterking verwacht. Als gevolg verwachten we geen negatieve effecten als gevolg van de dijkversterking voor de KRW verwacht; 2 natuurvriendelijke oever bij km 893: de dijkversterking raakt niet aan de KRW-maatregel. Er worden hier dan ook geen negatieve effecten voor de KRW verwacht; 3 strangen, moeras en rivierhout Loenense Buitenpolder: de dijkversterking schampt (in theorie) aan de noordzijde in de realisatiefase (werk- en rijstroken) de Zwarte Kuil (meest noordelijke plas) (bijlage 13 en 14). Als uitgangspunt voor de uitvoering wordt genomen dat de werkstroken niet door of over water lopen en dat er geen bomen worden gekapt. Deze eis is bedoeld om Natura 2000-doelen niet te benadelen. Aan de noordzijde worden ten behoeve van de dijkveiligheid beverschermen aangelegd. De werkstroken zijn hiervoor bedoeld.

De verwachting is dan ook dat er geen significante effecten te verwachten zijn op de aquatische ecologie. In de Oosterhoutse Waard wordt er een KRW-maatregel voorbereid. Het betreft een peilopzet in de uiterwaard. Ook hier geldt dat de dijkversterking mogelijk in de realisatiefase aan de noordzijde de meest noordelijke plas schampt (bijlage 13 en 14). Ook hiervoor geldt dat het uitgangspunt is om de werkstroken niet door water te laten lopen. Voor de gebruiksfase geldt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. De dijkversterking vormt mogelijk wel een kans voor uitvoering van de KRW-maatregelen vanwege het verkleinen van het kwelrisico binnendijks (hydrologisch onderzoek: afname van 0 - 20% bij hoog water). Hierdoor is de peilopzet zonder negatieve effecten binnendijks makkelijker te realiseren. Hiermee vormt de dijkversterking mogelijk een meekoppelkans voor de realisatie van een KRW-maatregelen en hiermee de verbetering van de ecologische kwaliteit.

Natuurtoets pagina 260 van 456

Definitief 10 juli 2020

Vraag 1C Staat de ingreep op de lijst met ingrepen die in principe altijd toegestaan zijn? En vindt de dijkversterking plaats in een ecologisch niet kwetsbaar gebied? Nee, de maatregelen staan gezien de duur (maximaal een half jaar) en omvang niet in de lijst die in principe altijd zijn toegestaan [lit. 4, paragraaf 6.7]. In Bijlage 15 zijn de ingrepen die toegestaan zijn weergegeven. Daarnaast loopt de maatregel door ecologisch relevant en kwetsbaar gebied. In afbeelding 7.5 is het ecologisch relevant areaal weergegeven. De definitie conform het toetsingskader voor ‘ecologisch relevant of kwetsbaar gebied voor rivieren betreft: Wanneer de ingreep invloed heeft in het permanent of niet-permanente watervoerende gebied tussen de dijken, dat tenminste 50 dagen per jaar is geïnundeerd, ongeacht of het in verbinding staat met het zomerbed van de rivier’. Ter ondersteuning van de vuistregels heeft RWS Oost- Nederland een kaart gemaakt waarop het ecologisch relevant of kwetsbaar areaal is aangegeven, zie de blauwe gebieden in afbeelding 7.5. In deze kaarten zijn daarnaast bepaalde delen van het winterbed (de hoge delen van de rivier) buitenwege gelaten doordat ze geen doorslaggevende invloed hebben op de kwaliteit in het zomerbed (de gele gebieden in afbeelding 7.5).

Deze gebieden zijn daarom uitgezonderd van het ‘vereffenings’ principe waarbij elk negatief effect positief vereffend moet worden. In bijlage 14 is de afname van het ecologisch relevant areaal in de gebruiksfase en de realisatiefase met betrekking tot de dijkversterking Wolferen-Sprok gegeven [lit. 3, paragraaf 6.7]. Dit betreft 95m2 in de gebruiksfase en 521 m2 + het areaal van de laad- en loslocaties in de realisatiefase.

Afbeelding 7.5 Begrenzing KRW-waterlichaam relevant voor dijkversterkingsproject Wolferen-Sprok (geel: KRW-niet-relevant gebied, minder dan 50 dagen per jaar water; blauw: KRWrelevant gebied, (potentieel) meer dan 50 dagen per jaar water

Vraag 1D: Betreft de activiteit een fysieke ingreep of een lozing? De ingreep betreft een fysieke ingreep. Deel 3 van het toetsingskader moet doorlopen worden. Conclusie deel 1 van het toetsingskader Op basis van de antwoorden is de conclusie dat deel 3 van het toetsingskader doorlopen moet worden.

Natuurtoets pagina 261 van 456

Definitief 10 juli 2020

7.4.3 Deel 3 effecten van fysieke ingrepen In afbeelding 7.6 wordt het Stroomschema deel 3 weergegeven uit het vernieuwde toetsingskader.

Afbeelding 7.6 Stroomschema deel 3. Effecten van fysieke ingrepen

Vraag 3A: Vindt de ingreep plaats in een ‘ecologisch relevant of kwetsbaar’ gebied? Zoals aangegeven bij vraag 1D vindt de ingreep plaats in een ecologisch relevant of kwetsbaar gebied. De afname in oppervlak is zeer gering en betreft: - 95 m2 in de gebruiksfase; - minimaal 521 m2 in de realisatiefase (werk- en rijstroken en laad- en loslocaties).

Natuurtoets pagina 262 van 456

Definitief 10 juli 2020

De locaties van de afname in oppervlak in de gebruiksfase zijn direct gelegen aan de buitenzijde van de dijk, en betreffen grasland en oever van uiterwaardplassen. Zoals reeds vermeld betreft de afname van oever een omissie in het tekengebied van de dijk. Uitgangspunt is om geen werk- en rijstroken over water aan te leggen. In Bijlage 13 zijn de exacte locaties weergegeven.

Vraag 3B: Worden de kwaliteitselementen van dit watertype negatief beïnvloed door de ingreep? Of zijn er uitstralende effecten richting de kwaliteitselementen van dit watertype? De dijkversterking (ingreep) vindt plaats op de hoge uiterwaardgronden. Op een heel klein oppervlak verdwijnt het areaal diep rivierbegeleidend water (95 m2) dat is aangewezen als ecologisch relevant areaal. Deze locaties vallen onder het ecologisch relevant areaal doordat ze bij hoogwater worden geïnundeerd. In zijn algemeenheid dragen dergelijke zones bij aan ecologisch functioneren van rivier systemen. Doordat de afname van het oppervlak echter zeer gering is, slechts tijdelijk geïnundeerd wordt en de afname over een drietal zeer kleine locaties verspreid is, zijn er in de gebruiksfase formeel geen negatieve effecten op de kwaliteitselementen overige waterflora, macrofauna en vis te verwachten. Deze effecten treden pas op een veel groter schaalniveau. Ten behoeve van de realisatiefase (aanvoer en afvoer van materiaal) vindt aanleg van werk- en rijstroken en aanmeer faciliteiten plaats. Hiermee wordt in de uiterwaarden 521,21 m2 van het ecologisch relevant areaal tijdelijk benut. Daarnaast vindt een geringe afname van het ecologisch relevant areaal in de rivier zelf ten behoeve van de aanmeerfaciliteiten plaats.

De laad- en loslocaties en de werk- en rijstroken worden na uitvoering (2024) hersteld naar de oorspronkelijke staat. Voor de laad- en loslocaties betekent dit verondieping naar de oorspronkelijke staat. De werk- en rijstroken worden zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Dit wordt gedaan door bodemberoering en herstel van de vegetatie. Doordat de werk- en rijstroken ten behoeve van een goede uitvoering geëgaliseerd worden is compleet herstel naar de oorspronkelijke staat praktisch niet mogelijk. Hierdoor is er een geringe achteruitgang van de ecologie op het hoge winterbed mogelijk. Echter, omdat het rivierengebied een dynamisch geheel is, zal de ecologie op het hoge winterbed zich bij goede condities herstellen. De creatie van tijdelijke werk- en rijstroken zal hiermee geen significante negatieve effecten op de kwaliteitselementen overige waterflora, macrofauna en vis veroorzaken. Om voldoende diepgang te creëren bij de laad- en loslocaties worden deze plaatselijk verdiept. Hierdoor is er op de laad- en loslocaties tijdelijk een afname van ecologisch relevant areaal van waterplanten (en hiermee macrofauna en vis). Uit de laatste veldkartering blijkt echter dat de aanwezigheid van waterplanten zeer gering was. Het negatieve effect hierop valt hiermee weg.

Door na de ingreep de verdiepingen weer te verondiepen zal er geen blijvend negatief effect te verwachten zijn. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van significante negatieve effecten op de relevante kwaliteitselementen voor het waterlichaam Bovenrijn, Waal: - het ecologisch relevant areaal dat in de gebruiksfase afneemt is zeer gering en betreft uiterwaard dat slechts tijdelijk inundeert; - het ecologisch areaal dat in de aanlegfase afneemt is zeer gering en wordt na aanleg hersteld. Met de ingreep vindt dus geen achteruitgang op de biologische kwaliteitselementen (de KRW-scores) plaats.

Natuurtoets pagina 263 van 456

Definitief 10 juli 2020

Vraag 3C: Worden negatieve effecten van de ingreep voldoende vereffend? Zoals aangegeven bij vraag 3B zijn er geen significante negatieve effecten op de kwaliteitselementen van het waterlichaam Bovenrijn, Waal te verwachten. Echter, kleinschalige ecologische achteruitgang, en dan met name op de hoge uiterwaard is niet uitgesloten. Mogelijk vormt de realisatie van de KRW-maatregel Loenense Buitenpolder een meekoppelkans om deze effecten te compenseren.

Conclusie deel 3 van het toetsingskader De ingreep heeft netto geen significant effect op de biologische kwaliteitselementen. De maatregelen in het kader van de dijkversterking Wolferen-Sprok zijn toegestaan zonder het nemen van mitigerende of compenserende maatregelen in relatie tot de Kaderrichtlijn Water.

7.5 Bronnen 1. 2. 3. 4.

https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/, versie 11-02-2019. https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/, KRW-factsheet, versie 15 oktober 2018. https://geoservices.rijkswaterstaat.nl/ext/geoweb51/index.html?viewer=ON_KRW_Extern, geraadpleegd op 19-02-2020. Deze lijsten zijn opgenomen in kader 3 en 4 van het Toetsingskader Waterkwaliteit, onderdeel uitmakend van het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016 - 2021.

Natuurtoets pagina 264 van 456

Definitief 10 juli 2020

8 Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone

8.1 Inleiding Een inleiding van het project is beschreven in hoofdstuk 1

8.2 Planbeschrijving De planbeschrijving van het project is beschreven in hoofdstuk 2

8.3 Wettelijk kader Het wettelijk kader van de Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone-toets (GNN en GOtoets) is beschreven in paragraaf 3.5

8.4 Kernkwaliteiten Het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) beslaat de volledige uiterwaard aan de zuidkant van het plangebied, maar ook Landgoed Loenen, Landgoed Oosterhout en het gebied ten noorden van Sprok (onderdeel van Park Lingezegen) zijn aangewezen als waardevol natuurgebied. In afbeelding 8.1 is de ligging van GNN en GO binnen het onderzoeksgebied weergegeven. Buitendijks zijn alle gebieden tussen de als GNN aangewezen stukken aangewezen als GO. Binnendijks zijn delen bij Lent, Oosterhout en Wolferen aangewezen als GO. De dijk maakt deel uit van GNN en GO-gebieden, alle dijksecties liggen dus ook (grotendeels) in een GNN- of GO-gebied. De uiterwaarden bij Oosterhout zijn aangewezen als ganzenfoerageergebied, maar er liggen geen weidevogelleefgebieden binnen het plangebied.

Natuurtoets pagina 265 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 8.1 Ligging GNN en GO ten opzichte van de dijkversterking

De kernkwaliteiten van GNN- en GO-gebieden bestaan uit de algemene milieucondities en de gebied specifieke kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Voor het GNN zijn bovendien natuurtypen aangewezen. Deze natuurtypen zijn van belang in de toetsing of aantasting van de kernkwaliteiten plaatsvindt. De natuurtypen en de gebied specifieke kernkwaliteiten en ontwikkelopgaven worden in paragrafen 8.4.1.1 en 8.4.1.2 beschreven. Daarnaast is in de Omgevingsverordening Gelderland in hoofdstuk 2 het areaal, de samenhang en de kwaliteit van bestaande natuur-, bos- en landschapselementen beschermd. Hiermee worden onder andere heggen, houtwallen, bosjes, … en solitaire bomen bedoeld. Deze bescherming van houtopstanden valt weliswaar onder de GNN bescherming maar is verder uitgewerkt in het hoofdstuk Houtopstanden (hoofdstuk 6), vanwege de overlap met beschermde Houtopstanden van de Wet natuurbescherming en beschermde houtopstanden via de Algemene Plaatselijke Verordeningen. De algemene milieucondities als onderdeel van de kernkwaliteiten zijn in bijlage 5 van de Omgevingsverordening als volgt vastgelegd: ‘Tot de kernkwaliteiten behoren ook de milieucondities, die de voorwaarde vormen voor het voortbestaan van de natuur, de ecologische samenhang, de stilte, donkerte, de openheid en de rust.

Het benoemen van de milieucondities als kernkwaliteit betekent dat nieuwe plannen en projecten geen verslechtering van de milieucondities mogen veroorzaken.’

Natuurtoets pagina 266 van 456

Definitief 10 juli 2020

8.4.1 Natuurtypen (GNN) Kernkwaliteiten zijn voor GNN-gebieden ruimtelijk weergegeven door middel van natuurtypen en ambitienatuurtypen in het Natuurbeheerplan 2020. In afbeelding 8.4.2 wordt ingezoomd op de omgeving Lent, Oosterhout en Loenen, waar natuurtypen ter plaatse van het dijktraject aanwezig zijn. Ter plaatse van het dijktraject zijn vooral de natuurtypen N01.03 Rivier- en moeraslandschap en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland aanwezig. Daarnaast zijn er in mindere mate verschillende andere natuurtypen aanwezig in het plangebied.

Afbeelding 8.29 Natuurbeheertypen bij dijkversterking Wolferen-Sprok

Natuurtoets pagina 267 van 456

Definitief 10 juli 2020

Natuurtoets pagina 268 van 456

Definitief 10 juli 2020

8.4.2 Gebiedsspecifieke kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen GNN- en GO-gebieden onderscheiden zich door hun eigen kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Het plangebied heeft betrekking op GNN- en GO-gebieden ‘58 Overbetuwe’ (ten noorden van de dijk), ‘157 Noordoever Waal Lent - Echteld’ (ten zuiden van de dijk) en ‘146 Gelderse Poort Zuid’ (aan de oostzijde van het plangebied). Voor 184 deelgebieden binnen Gelderland zijn gebiedsspecifieke kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen geformuleerd. Deze zijn opgenomen in de Atlas Kernkwaliteiten Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone en in bijlage 5 van de Omgevingsverordening. De kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van deelgebieden 58 - Overbetuwe, 157 - Noordoever Waal Lent - Echteld en 146 - Gelderse Poort Zuid staan in de volgende alinea’s beschreven.

146 - Gelderse Poort Zuid Kernkwaliteiten: - dynamische rivier met geologische en geomorfologische dynamiek, water-, sediment- en diasporentransport; ecologisch kerngebied (Natura 2000-gebied) én verbinding tussen MiddenEuropa en de Noordzeekust; - onderdeel van Nationaal Landschap Gelderse Poort; - uiterwaarden Waal met vooral deels agarisch, grotendeels industrieel/recreatief landschap: kleien zandwinningen, recreatiegebied; - natuurcomplexen Millinger Waard, Klompenwaard, Gendtse Waard, Erlecomse Waard, Bemmelsche Gendtse en Ooijrijkse Polder, Oude Waal; - Parel Pannerdense Kop: zeer rijke flora op en om Fort Pannerden; - Parel Kekerdom-Millingen; Colenbrandersbos en Kekerdomse Waard: moeras, nat grasland, pioniersvegetaties, stroomdalgrasland, hardhoutooibos, zachthoutooibos, moerasvogels, libellen; grootschalig natuurlijk rivierenlandschap met actieve rivierduinen, grote vogelrijkdom; - A-locatie Colenbrandersbos: abelen-iepenbos (hardhoutooibos), geen natuurlijke samenstelling, maar rijk aan soorten; - Parel Oude Waal-Groenlanden: moeras, nat grasland, vochtig kleibos, moerasvogels; - waarden voor weidevogels, water- en moerasvogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en bevers; - leefgebied das; - leefgebied steenuil; - leefgebied kamsalamander;

Natuurtoets pagina 269 van 456

Definitief 10 juli 2020

- plaatselijk kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen en kleine ooibosjes; - cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen; - onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en steenfabrieken); - rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden; - abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem; - ecosysteemdiensten: recreatie, wateropvang en -afvoer; - alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied. Ontwikkelingsdoelen GNN en GO: - ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden; - ontwikkeling water- en oeverhabitats; - ontwikkeling hard- en zachthoutooibossen; - ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden; - ontwikkelen weidevogelpopulaties; - ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels; - ontwikkelen biotopen voor vlinders, reptielen, amfibieën, w.o. kamsalamander en vissen; - ontwikkeling populatie bevers (en otters); - vermindering barrièrewerking Hulhuizen en Erlecom-Ooij; - ontwikkeling coulisselandschap met strangen, knotwilgenrijen en meidoornhagen (evenwijdig aan de stroom) met lokaal doorzichten op de rivier, dorpen en steden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=45b65750-9b0d-44a2-b870-fdc04d08d17b