CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Bijlage bij de toelichting deel 3

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling paraplubestemmingsplan Nijmegen Dijkversterking Wolferen - Sprok (27/2021) (STEMSTUK)26.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

overtreding van artikel 3.5 lid 1 van de Wnb. Om het doden van kamsalamander tijdens deze perioden te voorkomen zijn mitigerende maatregelen nodig rondom het depot.

Mitigatie en herbeoordeling Om doden en verstoring van individuen te voorkomen zijn de volgende mitigerende maatregelen opgesteld: - tijdens actieve periodes (februari-begin mei en half juli-oktober) vanaf de schemering in de avond tot en met de schemering in de ochtend erna schermen plaatsen zodat er geen licht buiten het werkgebied schijnt en optische verstoring van kamsalamanders in de poelen voorkomen wordt. Het gaat om binnen- en buitendijkse schermen bij de poelen in dijksectie 16 en binnendijkse schermen in dijksectie 17; - tijdens de voortplantingsperiode langs dijksectie 17 schermen van stevig plastic plaatsen aan de binnendijkse zijde van de dijk. Deze schermen dienen minstens 50 cm hoog te zijn en minimaal 10 centimeter ingegraven te zijn. De schermen dienen ééns per maand door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) gecontroleerd te worden op kieren en overhangende vegetatie. Deze schermen voorkomen dat dieren vanuit de binnendijkse poelen de dijk oversteken naar de uiterwaard op zoek naar winterhabitat; - tijdens actieve periode (februari-begin mei en half juli-oktober) langs dijksectie 16 schermen van stevig plastic plaatsen langs het projectgebied aan de binnen- en buitendijkse zijde van de dijk. Deze schermen dienen minstens 50 cm hoog te zijn en minimaal 10 centimeter ingegraven te zijn.

De schermen dienen ééns per maand door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) gecontroleerd te worden op kieren en overhangende vegetatie. Aan de buitenzijde van de schermen worden aan beide zijden van de dijk emmers ingegraven om de dieren op te vangen. Tijdens de voor- en najaarstrek worden de schermen en emmers dagelijks, ‘s ochtends gecontroleerd op aanwezige kamsalamanders. Van februari tot en met september dienen individuen gevangen te worden en uitgezet te worden in geschikt voorplantingshabitat buitendijks. Tussen november en februari dienen individuen gevangen te worden en uitgezet te worden in geschikt winterhabitat binnendijks; - tijdens de actieve periode (februari-begin mei en half juli-oktober) schermen van stevig plastic plaatsen aan beide zijden langs de buitendijkse transportroute en rond het depot. Deze schermen dienen minstens 50 cm hoog te zijn en minimaal 10 centimeter ingegraven te zijn. De schermen dienen ééns per maand door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) gecontroleerd te worden op kieren en overhangende vegetatie; - onder de transportroute, ter hoogte van de leefgebieden van kamsalamander (d.w.z. in de nabijheid van de poel en de strang), wordt een buis aangebracht waardoor kamsalamander zich tussen verschillende delen van het leefgebied kan bewegen.

Deze buis moet zo kort mogelijk zijn en bij normale waterstanden droog liggen. Een buis met een doorsnede van 60cm is het meest geschikt. Deze buis wordt gevuld met een laag grond/zand zodat het loopoppervlak groter wordt. De plastic schermen moeten goed aansluiten op de buis om te voorkomen dat dieren alsnog de weg oversteken. Er dient ervoor gezorgd te worden dat het niet kan inregenen in de buis; - verlichting op specifieke locaties enkel richten op de werkzaamheden en niet op de habitats van kamsalamander tot op 200 meter van de vindplaatsen af (afbeelding 5.109); - het intrillen van damwanden gebeurt tijdens de winterperiodes niet binnen 50 meter van het leefgebied van kamsalamander, deze werkzaamheden worden tussen maart en november uitgevoerd, wanneer kamsalamanders in de poelen zitten; - bomen/bosjes bij de rabatten is leefgebied van kamsalamander en wordt niet tijdens de winterperiode verwijderd.

Natuurtoets pagina 195 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.109 Mitigerende maatregelen voor licht (boven) en trilling (onder) voorkamsalamander in dijksecties 16 en 17

Natuurtoets pagina 196 van 456

Definitief 10 juli 2020

Conclusie Met inachtname van de beschreven mitigerende maatregelen worden overtredingen van verbodsbepalingen op kamsalamander voorkomen en is een ontheffing niet nodig. 5.5.6.2 Rivierrombout Huidige situatie De rivierrombout komt voor langs rivieren met grofkorrelige zand- of grindstranden, maar ook langs gelijkaardige kleinere rivieren en grote beken. De rivierrombout legt eieren in open water waar deze in juni-juli uitkomen. De larven leven in of op de zandbodem waar ze zich voeden met ongewervelden en komen voornamelijk voor in traag stromende tot bijna stilstaande delen van de rivier, in de luwe hoekjes van kribben en nabij zandbanken en in zijgeulen. De ontwikkeling van de larve tot imago kan 2-4 jaar duren. In de periode eind mei - augustus sluipen de larven op zandstrandjes vervolgens uit als adult. De afstand tussen het water en de plaats van uitkruipen bedraagt meestal niet meer dan één meter, maar kan soms oplopen tot vijf meter [lit. 8, paragraaf 5.7]. Rivierrombout is een habitatrichtlijnsoort en is beschermd onder artikel 3.5 van de Wnb. Tijdens het nader soortgericht onderzoek zijn drie larvenhuidjes aangetroffen op de strandjes langs de Waal, tevens is één adult gevonden (afbeelding 5.110).

Omdat de ontwikkeling van de larven zo lang duurt (2-4 jaar), is het uitgangspunt dat waar larvenhuidjes gevonden zijn de soort ook daadwerkelijk aanwezig is in de bodem, en op andere plekken niet.

Natuurtoets pagina 197 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.110 Locatie rivierrombout in dijksecties 3, 15 en 16

Permanente effecten De strandjes van de Waal met leefgebied voor rivierrombout worden niet aangetast door de dijkversterking. Binnen het ruimtebeslag van de dijk bevindt zich geen leefgebied voor rivierrombout. Er vindt derhalve door oppervlakteverlies geen overtreding van artikel 3.5 lid 4 Wnb plaats. Een ontheffing, mitigatie en compensatie is niet noodzakelijk. Tijdelijke effecten Over de gevoeligheid van rivierrombout voor geluid, licht en optische verstoring is niets bekend. Het projectgebied van de dijkversterking ligt minstens 150 meter van de strandjes aan de Waal af. Dit betekent dat er dus minstens 150 meter tussen de werkzaamheden en het leefgebied van rivierrombout zit. Naar alle waarschijnlijkheid zijn effecten van verstoring over deze afstand uit te sluiten. Er vindt derhalve geen overtreding van artikel 3.5 lid 2 Wnb plaats. Een ontheffing, mitigatie en compensatie is niet noodzakelijk. Tijdelijke voorzieningen Op een aantal locaties waar larvenhuidjes en een adult exemplaar van rivierrombout aangetroffen zijn worden loslocaties gebouwd voor aanvoer van bouwmaterialen. Aangezien larven van rivierrombout jaren aanwezig zijn in de bodem nabij het strand kan het doden en verstoren van individuen niet uitgesloten worden wanneer de bodem geroerd of verdicht wordt.

Voor de werkwegen, depots/opslag en loslocaties/overslagplaats wordt gebruik gemaakt van rijplaten, voor de loslocaties wordt aanvullend gebruik gemaakt van een brug om transport over de strandjes mogelijk te maken. Bij de loslocaties is ook sprake van scheepsverkeer.

Natuurtoets pagina 198 van 456

Definitief 10 juli 2020

Deze factoren kunnen verstoring van rivierrombout tot gevolg hebben. De rijplaten kunnen de bodem verdichten waardoor larven geplet worden en het oppervlak afsluiten waardoor larven niet meer kunnen uitkruipen. Effecten van een brug zijn echter uitgesloten, omdat die slechts op een heel klein oppervlak de bodem roeren, namelijk alleen bij de steunpalen. Het brugdek hangt boven het strand, waardoor het uitkruipen niet bemoeilijkt wordt. Ook effecten van de vaarbewegingen zijn uitgesloten. Zelfs gebruik van een boegschroef maakt niet zodanige golfslag op het strand dat dit het biotoop aantast. Deze golfslag is kleiner dan die van het doorgaand scheepsverkeer op de Waal. De werkwegen, depots en een deel van de loslocaties liggen niet in biotoop van de rivierrombout en hiervan zijn effecten uitgesloten. Loslocaties A, E en F liggen in kribvakken waar de rivierrombout aanwezig is. Loslocatie A bevindt zich echter op een plek waar het strand minimaal aanwezig is. Het biotoop van de rivierrombout is zandig substraat in luwtehoeken van kribvakken, waar de stroming nog minimaal is. Op de plaats waar de loslocatie is gepland, is dit biotoop niet aanwezig. Ter plaatse van de loslocatie is de oever namelijk steil en stenig. Loslocatie A heeft derhalve geen negatief effect op rivierrombout.

Op loslocaties E en F zijn wel effecten op rivierrombout mogelijk; deze loslocaties bevinden zich juist op het zandige deel van de strandjes die ook het biotoop van rivierrombout vormen. Bij gebruik van rijplaten op het strand kunnen larven van rivierrombout geplet worden in de bodem en worden belemmerd in het uitkruipen. Dit zijn respectievelijk overtredingen van artikel 3.5 lid 1 en 3.5 lid 2 van de Wnb. Hoewel er mogelijk andere locaties zijn voor loslocaties/overslagplaatsen waar geen leefgebied voor rivierrombout aanwezig is, voorkomen de mitigerende maatregelen een overtreding van verbodsbepalingen. Mitigatie en herbeoordeling Overtreding van artikel 3.5 lid 1 en 2 Wnb bij loslocaties E en F kan voorkomen worden door mitigerende maatregelen te treffen. De effecten van doden en verstoring en daarmee de overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb zijn te voorkomen door gebruik te maken van bruggen die over het gehele biotoop van rivierrombout heen spannen. Dit biotoop betreft de zandstrandjes vanaf de waterlijn tot 5 meter het strand op. Met deze mitigerende maatregelen is een overtreding van artikel 3.5 lid 1 en 2 van de Wnb uitgesloten. Conclusie Met de voorgestelde mitigerende maatregelen worden negatieve effecten op rivierrombout volledig gemitigeerd. Hiermee wordt een overtreding van de verbodsbepalingen voor rivierrombout voorkomen.

Het bouwen van loslocaties zorgt niet voor een aantasting van het biotoop van de rivierrombout.

5.5.6.3 Poelkikker Poelkikkers zijn typische waterkikkers welke zowel ’s nachts als overdag actief zijn. De soort leeft voornamelijk in gebieden met zwak zure, oligotrofe, schone, stilstaande wateren in landschapstypen bos, heide en hoogveen. Poelkikker wordt zelden aangetroffen bij grote vijvers, meren of rivieren, maar kan wel aanwezig zijn in de uiterwaarden. De poelkikker kent twee soorten verblijfplaatsen: voorplantingsplaatsen en winterverblijfplaatsen. De voortplantingsplaats is het water waarin de kooractiviteit plaatsvindt. Het water is hiervoor in gebruik van half april tot half september. De winterverblijfplaatsen bevinden op land op 100-200 meter van de voortplantingspoelen af. De meeste poelkikkers graven zich in de grond in muizenholletjes, onder stronken, in dammetjes waar

Natuurtoets pagina 199 van 456

Definitief 10 juli 2020

puin aanwezig is of iets soortgelijks. Ze verblijven hier vanaf half oktober tot en met half april. Poelkikker is een Habitatrichtlijnsoort en is beschermd onder artikel 3.5 van de Wnb. Huidige situatie In dijksecties 13, 16 en 17 zijn poelkikkers waargenomen in poelen. Alle poelen bevinden zich buiten het ruimtebeslag (afbeelding 5.111 en 5.112).

Afbeelding 5.111 Locatie poelkikker in dijksectie 13

Natuurtoets pagina 200 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.112 Locatie poelkikker in dijksecties 16 en 17

Permanente effecten Alle waarnemingen en poelen bevinden zich buiten het ruimtebeslag van de dijkversterking waardoor permanente negatieve effecten van vernietiging uitgesloten zijn. Aantasting of vernietiging van vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 3.5 lid 4 van de Wnb) is derhalve niet aan de orde. Tijdens de werkzaamheden kan niet uitgesloten worden dat individuen gedood worden. De poelen in dijksecties 13 en 16 bevinden zich namelijk buitendijks. De winterverblijfplaatsen liggen binnendijks, aangezien de uiterwaarden overstromen en er dan geen geschikt winterrusthabitat buitendijks aanwezig is. Wanneer de poelkikkers in de poelen aan de buitenzijde van de dijk zich richting de winterverblijfplaatsen verplaatsen steken ze de dijk over. Daarnaast kunnen in de dijk muizenholletjes of andere geschikte winterverblijfplaatsen aanwezig zijn. Door het verwijderen van de toplaag van de dijk, kunnen deze verblijfplaatsen vernietigd worden. Hierdoor kan het doden van individuen niet uitgesloten worden. Het doden van individuen is een overtreding van artikel 3.5 lid 1 van de Wnb. Om dit te voorkomen worden mitigerende maatregelen genomen. In dijksectie 16 wordt een damwand ingetrild nabij een buitendijkse poel direct aan de teen en een strang iets verder weg gelegen. De poel is leefgebied van poelkikker.

In de zomer bevatten de poel en de strang nog wel water, maar veel minder dan in de rest van het jaar. Uit modellering blijkt dat de aanwezigheid van damwanden in de zomer tot een waterstandsdaling van 7 cm kan leiden op 5 meter uit de teen van de dijk. Hierdoor kan de strang droogvallen, maar de poel blijft nat aangezien deze dieper is dan de strang. Hierdoor is er geen negatief effect op het leefgebied van poelkikker, er daarmee is er geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling.

Natuurtoets pagina 201 van 456

Definitief 10 juli 2020

In dijksectie 17 bevindt zich binnendijks een poel welke onder het leefgebied van poelkikker valt. Uit modellering blijkt dat deze poelen als gevolg van de damwanden iets minder snel zullen vollopen. Dit is echter een zeer klein verschil wat nauwelijks merkbaar zal zijn. Onder veel poelen en strangen is ook nog een sliblaag aanwezig, waardoor de netto verlaging nog kleiner wordt. De poel blijft het gehele jaar nat, waardoor er geen negatief effect op het leefgebied van poelkikker optreedt en ook geen verbodsbepaling overtreden wordt.

Tijdelijke effecten De poelen zelf functioneren als voortplantingsplaats. De werkzaamheden aan de dijk bevinden zich op korte afstand van de poelen, waardoor ten tijde van de voorplantingsperiode, wanneer kooractiviteit plaatsvindt, deze kooractiviteit verstoord wordt. Daarnaast kan het intrillen van damwanden binnen 50m van de voortplantingspoelen ook zorgen voor verstoring. Andere soorten verstoring tijdens de periode waarin kooractiviteit plaatsvindt zijn verstoring door licht, of optische verstoring. Verstoring is een overtreding van artikel 3.5 lid 2 van de Wnb. Er worden mitigerende maatregelen genomen. Winterverblijfplaatsen van poelkikker bevinden zich aan de binnenzijde van de dijk, maar kunnen ook aanwezig zijn op de dijk, in de vorm van muizenholletjes. Aangezien de toplaag van de dijk voorafgaand aan de winterrust ongeschikt gemaakt wordt, is verstoring van dit leefgebied uitgesloten. Aangezien poelkikkers tijdens winterrust verblijven in muizenholletjes onder de grond, of onder puin, zal geluid van grondverzet, of extra licht voor de werkzaamheden niet zorgen voor extra verstoring. De winterverblijfplaatsen kunnen echter wel verstoord worden door trillingen die veroorzaakt worden door het intrillen van damwanden. Verstoring is een overtreding van artikel 3.5 lid 2 van de Wnb. Er worden mitigerende maatregelen genomen.

Tijdelijke voorzieningen Alle waarnemingen en poelen bevinden zich buiten het ruimtebeslag van de werkgrens. Aantasting of vernietiging van vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 3.5 lid 4 van de Wnb) is derhalve niet aan de orde. Tijdens de werkzaamheden kan niet uitgesloten worden dat individuen gedood worden. De poelen in dijksecties 13 en 16 bevinden zich namelijk buitendijks en winterverblijfplaatsen liggen binnendijks. Wanneer de poelkikkers in de poelen aan de buitenzijde van de dijk zich richting de winterverblijfplaatsen verplaatsen ze zich door de stroken die voor de tijdelijke voorzieningen zijn aangewezen. Daarnaast kunnen in de werkstroken muizenholletjes of andere geschikte winterverblijfplaatsen aanwezig zijn. Door het verwijderen van de toplaag ter plaatse van de werkstroken, kunnen deze verblijfplaatsen vernietigd worden. Hierdoor kan het doden van individuen niet uitgesloten worden. Het doden van individuen is een overtreding van artikel 3.5 lid 1 van de Wnb. Om dit te voorkomen worden mitigerende maatregelen genomen. Voor de werkweg vanaf de loslocatie en het depot naar de dijk in dijksectie 16 geldt dat deze in leefgebied van de poelkikker ligt. De werkweg volgt hier een bestaande weg die iets wordt verbreed.

Net als bij de kamsalamander (zelfde werkweg, zelfde leefgebied) betreft het geen essentieel leefgebied waardoor er geen sprake is van overtreding van een verbodsbepaling. Ook hier trekt poelkikker binnen het leefgebied tijdens de periode dat poelkikker zich op land beweegt (voor- en najaarstrek) tijdens de actieve periode (schemering en nacht). Hierdoor kan het doden van individuen niet uitgesloten worden. Het doden van individuen is een overtreding van artikel 3.5 lid 1 van de Wnb. Om dit te voorkomen worden mitigerende maatregelen genomen.

Natuurtoets pagina 202 van 456

Definitief 10 juli 2020

Het depot is mogelijk aantrekkelijk als overwinteringslocatie voor poelkikker. Overwinterende poelkikkers kunnen bij gebruik van het depot gedood worden. Dit is een overtreding van artikel 3.5 lid 1 van de Wnb. Om het doden van poelkikker tijdens deze perioden te voorkomen zijn mitigerende maatregelen nodig rondom het depot.

Mitigatie en herbeoordeling De mitigerende maatregelen zijn te verdelen in algemene mitigerende maatregelen, maar ook maatregelen die verschillen afhankelijk van de periode waar de werkzaamheden in plaatsvinden. Deze periodes zijn te onderscheiden in de periode waarin kooractiviteit plaatsvindt, de periode waarin winterrust plaatsvindt en de periode van wintertrek en voorplantingstrek. Algemene mitigatie - de toplaag van de dijk binnen 200 meter van de vindplaatsen van poelkikker wordt verwijderd tijdens de voortplantingsperiode (april-augustus) wanneer de poelkikkers in de voortplantingspoelen zijn. Mitigatie tijdens kooractiviteit (mei-juni) - verlichting op specifieke locaties enkel richten op de werkzaamheden en niet op de habitats van poelkikker tot op 50 meter van de vindplaatsen af (afbeeldingen 5.113 en 5.114) [lit. 24, 25]; - het intrillen van damwanden gebeurt tijdens deze periode niet binnen 50 meter van het leefgebied van poelkikker; - tijdens deze periode dienen werkzaamheden op de locaties van de waarnemingen niet te zorgen voor verstoring boven de huidige achtergrondgeluidsbelasting (51 dB(A) in dijksectie 13, 50dB(A) in dijksectie 16, <50dB(A)) in dijksectie 17. Dit kan door het plaatsen van geluidsschermen. Wanneer dit niet mogelijk is wordt er niet gewerkt op onderstaande locaties in de maanden mei en juni.

Natuurtoets pagina 203 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.113 Mitigatie poelkikker in dijksectie 13 tijdens kooractiviteit (mei-juni)

Natuurtoets pagina 204 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.114 Mitigatie poelkikker in dijksecties 16 en 17 tijdens kooractiviteit (mei-juni)

Mitigatie tijdens winterrust (half oktober tot half april) - het intrillen van damwanden gebeurt tijdens deze periode niet binnen 50 meter van het leefgebied van poelkikker.

Natuurtoets pagina 205 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.115 Mitigatie poelkikker in dijksectie 13 tijdens winterrust

Afbeelding 5.116 Mitigatie poelkikker in dijksecties 16 en 17 tijdens winterrust

Natuurtoets pagina 206 van 456

Definitief 10 juli 2020

Mitigatie tijdens voortplantings- en wintertrek (maart-april, en half september-oktober) - om doden van poelkikkers die naar hun overwinteringsplaats gaan, of van de overwinteringsplaats naar de voortplantingspoel gaan te voorkomen wordt het projectgebied ontoegankelijk gemaakt voor poelkikkers door het plaatsen van amfibieën schermen binnen 200 meter van de voortplantingspoelen. De schermen dienen minstens 50 cm hoog en 10 cm ingegraven te zijn. De schermen dienen maandelijks gecontroleerd te worden door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) op kieren en overhangende vegetatie. In dijksecties 13 en 16 worden emmers ingegraven om de dieren op te vangen. Tijdens de voor- en najaarstrek worden de schermen en emmers dagelijks ’s ochtends gecontroleerd op aanwezige poelkikkers. Tussen maart en april dienen poelkikkers naar hun voortplantingswateren in de poelen gebracht te worden, tussen half september en half oktober dienen poelkikkers naar hun overwinteringsplaats binnendijks gebracht te worden. De poel in dijksectie 17 ligt binnendijks, waardoor aan de binnenzijde van de dijk leefgebied voor voortplanting en winterrust aanwezig is.

Het afvangen van poelkikkers hoeft hier niet plaats te vinden; - tijdens de actieve periode (maart-april, en half september-oktober) worden schermen van stevig plastic geplaatst aan beide zijden langs de buitendijkse transportroute en rond het depot. Deze schermen dienen minstens 50 cm hoog te zijn en minimaal 10 centimeter ingegraven te zijn. De schermen dienen ééns per maand door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) gecontroleerd te worden op kieren en overhangende vegetatie; - onder de transportroute, ter hoogte van het leefgebied van poelkikker (d.w.z. tussen de poel en de strang), wordt een buis aangebracht waardoor poelkikker zich tussen verschillende delen van het leefgebied kan bewegen. Deze buis moet bij normale waterstanden droog liggen. Een buis met een doorsnede van 60cm is het meest geschikt. Deze buis moet dan gevuld worden met een laag grond/zand zodat het loopoppervlak groter wordt. Daarnaast moeten de plastic schermen goed aansluiten op de buis om te voorkomen dat dieren alsnog de weg oversteken. Er dient ervoor gezorgd te worden dat het niet kan inregenen in de buis.

Conclusie Met de voorgestelde mitigerende maatregelen worden negatieve effecten op poelkikker volledig gemitigeerd. Hiermee wordt een overtreding van de verbodsbepalingen voor poelkikker voorkomen en hoeft een ontheffing niet te worden aangevraagd.

5.5.7 Vissen In 2019 is er door middel van eDNA onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van vissen in het projectgebied. Aanwezigheid van andere vissoorten is onderzocht tijdens de schepnetbemonsteringen in het kader van amfibieën-onderzoek. Er is na analyse van de eDNA monsters geen eDNA van grote modderkruiper aangetroffen. Daarnaast zijn er ook geen beschermde vissoorten aangetroffen, waardoor aanwezigheid van beschermde vissen binnen het projectgebied uitgesloten is. Derhalve zijn effecten van het voornemen op beschermde vissoorten uitgesloten.

Natuurtoets pagina 207 van 456

Definitief 10 juli 2020

5.5.8 Rode Lijst soorten Tabel 5.5 laat de waargenomen Rode Lijst soorten zien die de afgelopen zeven jaar in het projectgebied zijn waargenomen. Deze soorten kunnen negatieve effecten van het voornemen ondervinden door o.a. verstoring of vernietiging door ruimtebeslag. Rode Lijst soorten zijn echter niet beschermd onder de Wnb. Wel is te allen tijde de zorgplicht van kracht. Effecten op Rode Lijst soorten die tevens beschermd zijn onder de Wnb en aanwezig zijn in het projectgebied zijn reeds in de effectbeoordeling beoordeeld. Dit betreft vooral de grondgebonden zoogdieren en de vogelsoorten. Wanneer deze soorten negatieve effecten door het voornemen ondervinden, worden deze voorkomen door mitigerende maatregelen, of wordt een ontheffing aangevraagd en worden compenserende maatregelen getroffen. Voor de soorten die niet onder de Wnb beschermd zijn maar wel negatieve effecten door het voornemen ondervinden zijn geen wettelijke maatregelen noodzakelijk. De mitigerende en compenserende maatregelen zijn dan ook niet gericht op deze soorten. Het is echter wel mogelijk dat ze profiteren van de maatregelen die genomen zullen worden in het kader van de Wnb. Hierdoor zullen zij minder of niet verstoord worden tijdens de aanlegfase.

Tabel 5.5 Rode Lijst soorten die in de afgelopen zeven jaar in het projectgebied zijn waargenomen Soort Vaatplanten bevertjes distelbremraap donkergroene basterd engelse alant gewone agrimonie gladde ereprijs graskers heelbeen kamgras kattendoorn klein steentijm langstekelige distel moeraskruiskruid moeslook riempjes rode ogentroost spiesleeuwenbek tripmadam veldsalie welriekende agrimonie zacht vetkruid reptielen n.v.t. amfibieën n.v.t. blad- en levermossen eirond knikkertjesmos

Beschermingsniveau

Rode lijst

Dijksectie(s)

-

kwetsbaar gevoelig kwetsbaar kwetsbaar gevoelig kwetsbaar gevoelig bedreigd gevoelig gevoelig bedreigd gevoelig kwetsbaar kwetsbaar bedreigd gevoelig kwetsbaar kwetsbaar kwetsbaar kwetsbaar kwetsbaar

2 7 6 1, 4, 10 2, 4, 6 13, 15 4 10 13 2 1, 6, 14 13 1, 2 6 6 4 7 t/m 9 13 t/m 15 3, 4, 6 2, 4 1, 6 t/m 10, 12, 14, 16, 17

-

gevoelig

Natuurtoets pagina 208 van 456

13

Definitief 10 juli 2020

Soort groot leermos kalkeendagsmos klein riviervedermos grondgebonden zoogdieren bever wezel konijn haas weekdieren, land- en zoetwatermollusken kleine karthuizerslak Amfibieën Vissen alver serpeling sneep dagvlinders bruin blauwtje gele luzernevlinder insecten ephemera glaucops vogels blauwe kiekendief boerenzwaluw bontbekplevier boomvalk

Beschermingsniveau

Rode lijst kwetsbaar gevoelig gevoelig

Habitatrichtlijn andere soorten andere soorten andere soorten

thans niet bedreigd gevoelig gevoelig gevoelig

Dijksectie(s) 7 10, 11, 13 t/m 16 14

6, 11 13 1 t/m 4, 12 1 t/m 4, 6 /m 10, 12 t/m 15

bedreigd

1

-

kwetsbaar kwetsbaar kwetsbaar

1 1 1

-

gevoelig bedreigd

4, 6 t/m 9, 14 9

ernstig bedreigd vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

gevoelig gevoelig kwetsbaar kwetsbaar

brilduiker

vogelrichtlijn

gevoelig

dwergmeeuw engelse kwikstaart gele kwikstaart graspieper

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

ernstig bedreigd gevoelig gevoelig gevoelig

grauwe kiekendief grauwe vliegenvanger grote lijster

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

ernstig bedreigd gevoelig kwetsbaar

grote mantelmeeuw

vogelrichtlijn

gevoelig

grutto huismus

vogelrichtlijn vogelrichtlijn

gevoelig gevoelig

huiszwaluw

vogelrichtlijn

gevoelig

keep kemphaan

vogelrichtlijn vogelrichtlijn

gevoelig ernstig bedreigd

Natuurtoets pagina 209 van 456

6 6, 9, 15 1 t/m 4, 6, 8 t/m 17 4, 6, 12 2, 3, 4, 6, 7, 8, 12, 13, 14, 16, 17 1, 2, 6, 8 t/m 13, 15, 17 12 6 1, 4, 6, 7, 9, 12 t/m 17 1 t/m 4, 6 t/m 9, 11 t/m 14, 16, 17 10 6, 7, 8, 14, 15 1 t/m 4, 6, 8, 9, 10, 12 t/m 15 1, 2, 4, 6, 7, 9, 12 t/m 15, 17 4, 11, 12, 15 1 t/m 4, 6, 9 t/m 13, 17 2, 3, 4, 6, 7, 10 t/m 14, 16 1, 6, 10, 12 t/m 15 12

Definitief 10 juli 2020

Soort kneu

Beschermingsniveau vogelrichtlijn

Rode lijst gevoelig

koekoek kraanvogel kramsvogel matkop nachtegaal oeverloper

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

kwetsbaar gevoelig gevoelig gevoelig kwetsbaar gevoelig

paapje patrijs pijlstaart raaf ransuil ringmus

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

bedreigd kwetsbaar bedreigd gevoelig kwetsbaar gevoelig

slobeend

vogelrichtlijn

kwetsbaar

smient spotvogel steenuil tapuit torenvalk tureluur veldleeuwerik visdief

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

gevoelig gevoelig kwetsbaar bedreigd kwetsbaar gevoelig gevoelig gevoelig

watersnip wielewaal wintertaling

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

bedreigd kwetsbaar kwetsbaar

wulp zeearend zomertaling zomertortel zwarte mees zwarte stern

vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn vogelrichtlijn

kwetsbaar gevoelig bedreigd kwetsbaar gevoelig bedreigd

Dijksectie(s) 1 t/m 4, 6 t/m 14, 16, 17 1, 2, 3, 13, 14 1, 8, 10, 11, 13 1, 2, 4, 6 t/m 16 1, 6, 8 1, 2, 6 4, 6, 7, 8, 10, 12 t/m 15, 17 4, 6 t/m 10, 13 1 t/m 4, 6, 7, 9, 12, 17 10, 12, 15 1, 4, 8, 9 7, 8, 10, 16 1 t/m 4, 6 t/m 9, 13, 15, 17 1, 2, 4, 7 t/m 10, 12, 14, 15 1, 2, 4, 7 t/m 17 6, 13, 15, 16 1, 6, 7, 10, 12, 17 6, 9, 11, 12, 13, 16 1 t/m 4, 6 t/m 17 4, 6, 11 t/m 15, 17 1, 2, 4, 6, 9, 12, 13 1, 2, 4, 6 t/m 9, 12 t/m 17 4, 6, 9, 12 14 4, 6, 9, 10, 11, 13, 14, 15 1 t/m 4, 6 t/m 17 13 2, 4, 11, 12, 13 12 12, 15 6, 12

5.6 Mitigatie, compensatie en conclusie 5.6.1 Samenvatting effectbeoordeling In tabel 5.6 is de effectbeoordeling voor de dijkversterking Wolferen-Sprok samengevat voor die soorten waar een kans op overtreding van Wnb is. Soorten waarvoor geen kans op overtreding van de Wnb is, zijn niet opgenomen in de tabel.

Natuurtoets pagina 210 van 456

Definitief 10 juli 2020

Tabel 5.6 Samenvatting effectbeoordeling beschermde soorten Beschermingsregime

Soort

Kans op overtreding Wnb?

Overtreding volledig te voorkomen door mitigatie?

Compensatie noodzakelijk?

Ontheffing aanvragen?

habitatrichtlijn

bever

ja

nee

nee

ja, artikel 3.5 lid 4

wezel

ja

ja

nee

nee

vleermuizen

ja

nee

ja

ja, artikel 3.5 lid 4

kamsalamander

ja

ja

nee

nee

rivierrombout

ja

ja

nee

nee

poelkikker

ja

ja

nee

nee

buizerd*

ja

ja

nee

nee

huismus*

ja

ja

nee

nee

ooievaar*

ja

ja

nee

nee

steenuil*

ja

ja

nee

nee

ransuil

ja

ja

nee

nee

slechtvalk

ja

ja

nee

nee

overige broedvogels**

ja

ja

nee

nee

vogelrichtlijn

* **

Broedvogels met een jaarrond beschermd nest. aalscholver, appelvink, bergeend, blauwborst, blauwe reiger, boerenzwaluw, boomklever, boomkruiper, boompieper, bosrietzanger, braamsluiper, brandgans, Cetti’s zanger, dodaars, ekster, fazant, fitis, frater, fuut, gaai, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, grasmus, graspieper, grauwe gans, grauwe vliegenvanger, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote Canadese gans, grote lijster, grutto, heggenmus, holenduif, houtduif, huiszwaluw, ijsvogel, kauw, kievit, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine mantelmeeuw, kleine plevier, kluut, kneu, knobbelzwaan, koekoek, kokmeeuw, kolgans, koolmees, krakeend, kuifeend, kwartel, lepelaar, matkop, meerkoet, merel, nachtegaal, oeverloper, oeverzwaluw, paapje, patrijs, pimpelmees, putter, rietgors, rietzanger, ringmus, roodborst, roodborsttapuit, scholekster, slobeend, sperwer, spotvogel, spreeuw, sprinkhaanzanger, staartmees, stormmeeuw, tjiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, tureluur, Turkse tortel, veldleeuwerik, vink, visdief, waterhoen, watersnip, waterspreeuw, wielewaal, wilde eend, winterkoning, wintertaling, witte kwikstaart, wulp, zanglijster, zilvermeeuw, zomertaling, zomertortel, zwarte kraai, zwarte roodstaart en zwartkop.

5.6.2 Algemene zorgplicht In de Wnb is een zorgplicht opgenomen (Wnb artikel 1.11). Dit houdt in dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover dat in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is. In de praktijk betekent de zorgplicht dat in eerste instantie de vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard moeten blijven. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden in ieder geval plaats buiten de kwetsbare perioden voor de aanwezige soorten of vinden de werkzaamheden plaats buiten de verstoringafstand van de betreffende soorten, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.

Natuurtoets pagina 211 van 456

Definitief 10 juli 2020

Bij lokale werkzaamheden wordt voor zover mogelijk in één richting gewerkt en wel in de richting van de uitwijkmogelijkheden, zodat aanwezige mobiele soorten kunnen uitwijken. Deze maatregel wordt in de uitvoeringsspecificatie van de aannemer opgenomen. Maatregelen die getroffen kunnen worden om de negatieve effecten op individuele exemplaren zo klein mogelijk te houden, zijn in het algemeen: - er wordt gewerkt buiten de kwetsbare periode van de voortplanting en overwintering. Per soort is de gemiddelde periode van voortplanting en overwintering aan te geven. Echter, deze periode kan zowel eerder als later beginnen of eindigen afhankelijk van de meteorologische omstandigheden voorafgaand aan de werkzaamheden. Een deskundige dient de exacte periode van voortplanting aan te geven; - activiteiten en werkzaamheden dienen zoveel mogelijk gefaseerd in tijd en ruimte uitgevoerd te worden, zodat over een groot gebied voldoende habitat aanwezig blijft voor desbetreffende diersoort(en). Daarbij dienen er altijd voldoende ontsnappingsmogelijkheden opengehouden te worden, zodat de desbetreffende diersoort(en) de mogelijkheid hebben om op eigen gelegenheid zich te verplaatsen naar ander gebied buiten invloedsfeer van de werkzaamheden.

Deel hiervan is om in één richting te werken; - de machines waar mee gewerkt wordt, dienen zodanig gekozen zijn dat de hoeveelheid slachtoffers zo beperkt mogelijk is; - voordat bomen worden gekapt dient een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) de bomen te controleren op de aanwezigheid van vogelnesten of nieuwe vleermuisverblijven; - er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin alle ten behoeve van de desbetreffende diersoort te nemen maatregelen worden vastgelegd. Dit ecologisch werkprotocol dient op de locatie aanwezig zijn en onder alle betrokken partijen bekend zijn. Werkzaamheden dienen aantoonbaar conform dit protocol te worden uitgevoerd. In het ecologische werkprotocol moet tenminste zijn opgenomen:  in welke periode gewerkt moet worden;  welke activiteiten op welke locatie(s) en op welk moment plaatsvinden;  welke maatregelen worden genomen en wat daarmee wordt gerealiseerd;  wanneer begeleiding door een deskundige noodzakelijk is;  wie die deskundige is en wat de deskundige exact gaat doen; - de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige.

Het ministerie van LNV verstaat onder een deskundige iemand die voldoet aan één of meer van de volgende punten:  hij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie;  hij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de Wnb, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten;  hij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus;  hij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied;  hij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming.

Natuurtoets pagina 212 van 456

Definitief 10 juli 2020

5.6.3 Overzicht mitigerende maatregelen Naast de algemeen geldende maatregelen die getroffen worden in het kader van de zorgplicht, zijn in paragraaf 5.5 voor beschermde soorten soort specifieke maatregelen voorgeschreven om een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb zoveel mogelijk te voorkomen. Deze maatregelen zijn samengevat in tabel 5.7 en hebben betrekking op de wijze van uitvoering en zijn van invloed op de planning. De maatregelen zijn geborgd via het uitvoeringsplan.

Tabel 5.7 Samenvattende tabel mitigerende maatregelen voor dijkversterking Wolferen-Sprok Beschermde soort

Mitigerende maatregelen

Van toepassing in dijksecties:

Ter voorkoming van:

alle soorten

zorgplicht (zie paragraaf 5.6.2)

alle

tijdens de kwetsbare periode (mei t/m augustus en in perioden met ijs of laagwater) tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopgang wordt geluidsbelasting bij verblijfplaatsen <60dB(A) gehouden

10

aantasting functionaliteit verblijfplaatsen/ verstoring. artikel 3.5 lid 2 en 4 Wnb

tijdens actieve periode bevers (tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopgang) geen werkzaamheden op de dijk ter plaatse van de wissels, geen licht en geluid en ruime doorgangen bij hekken of andere versperringen zodat bever de dijk kan oversteken/het leefgebied kan blijven gebruiken

alle dijksecties bij verblijfplaatsen (2-3, 6) en bij tijdelijke werkwegen

verstoring individuen en doden individuen artikel 3.5 lid 1 en 2 Wnb

voor het hol wordt vernietigd inspecteert

dijksectie 6

doden individuen artikel 3.5 lid 1

werkzaamheden starten vóór april

dijksectie 16

opzettelijk doden van individuen artikel 3.10 lid 1 Wnb

werken in één richting

dijksectie 16

opzettelijk doden van individuen artikel 3.10 lid 1 Wnb

in de periode maart tot november (met inachtname van de mogelijkheid dat vleermuizen eerder ontwaken uit hun winterslaap, of later naar het winterverblijf gaan afhankelijk van het weer), tussen een uur voor zonsondergang en een uur na zonsopkomst (dit is de actieve periode van vleermuizen), vinden geen werkzaamheden plaats die ervoor zorgen dat de geluidsbelasting boven de 60 of 80 dB(A) uitkomt in de nabijheid van verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Specifieke periode hangt af van functie van verblijfplaats

vliegroutes: 13, 14, 15 foerageergebieden: 8, 13, 14, 15 verblijfplaatsen: 1, 3, 4, 8, 10, 12, 13, 14, 16, 17

geluidverstoring individuen in essentieel foerageergebied, op een essentiële vliegroute en/of in verblijfplaatsen

Habitatrichtlijnsoorten bever

een terzake deskundige of bever afwezig is wezel

gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, franjestaart, Myotis spec., rosse vleermuis

in de periode maart tot november (met inachtname van de mogelijkheid dat

Natuurtoets pagina 213 van 456

verstoring van vleermuizen in verblijfplaats

Definitief 10 juli 2020

Beschermde soort

Mitigerende maatregelen

Van toepassing in dijksecties:

Ter voorkoming van:

vliegroutes: 13, 14, 15

lichtverstoring individuen in foerageergebied en op essentiële vliegroute

vleermuizen eerder ontwaken uit hun winterslaap, of later naar het winterverblijf gaan afhankelijk van het weer) wordt er binnen 50 meter van een verblijfplaats niet getrild. Specifieke periode hangt af van functie van verblijfplaats in de periode maart tot november (met inachtname van de mogelijkheid dat vleermuizen eerder ontwaken uit hun winterslaap, of later naar het winterverblijf gaan afhankelijk van het weer), tussen een uur voor zonsondergang en een uur na zonsopgang (dit is de actieve periode van vleermuizen), wordt verlichting op het gehele dijktraject niet gericht op verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes of essentiële foerageergebieden. Dit kan gedaan worden door het gebruik van gerichte armaturen en/of lichtschermen. Een alternatief is het gebruik van vleermuisvriendelijke verlichting gewone dwergvleermuis

ongeschikt maken verblijfplaats (verder uitgewerkt onder de tabel)

doden individuen

kamsalamander

tijdens actieve periode (februari - begin mei en half juli - oktober) niet werken vanaf de schemering in de avond tot schemering in de ochtend erna, of:

16 en 17

verstoring en doden van individuen, artikel 3.5 lid 1 en 2 Wnb

tijdens actieve periode (februari - begin mei en half juli - oktober) schermen van stevig plastic of worteldoek plaatsen langs het projectgebied, de werkweg en het depot. In dijksectie 16 staan de schermen aan beide zijden van de dijk, in dijksectie 17 alleen aan de binnendijkse zijde. De schermen in dijksectie 17 worden tijdens het zomerseizoen geplaatst. Deze schermen dienen minstens 50 cm hoog te zijn en minimaal 10 centimeter ingegraven te zijn. De schermen dienen elke maand gecontroleerd te worden door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) op kieren en overhangende vegetatie. Langs de schermen langs de dijk in dijksectie 16 worden emmers ingegraven om de dieren op te vangen. Tijdens de voor- en najaarstrek worden de schermen en emmers dagelijks ’s ochtends gecontroleerd op aanwezige kamsalamanders. Van februari tot en met september dienen individuen gevangen te worden en uitgezet te worden in geschikt voorplantingshabitat buitendijks. Tussen november en februari dienen individuen gevangen te worden en uitgezet te worden in geschikt winterhabitat binnendijks. Langs de schermen langs de werkweg in dijksectie 16 worden geen emmers ingegraven, maar wordt een buis onder de werkweg gelegd. Deze buis is zo kort mogelijk, 60cm breed en gevuld met een laag zand. De plastic schermen sluiten goed aan op deze buis.

16, 17

verstoring en doden van individuen, artikel 3.5 lid 1 en 2 Wnb

Natuurtoets pagina 214 van 456

Definitief 10 juli 2020

Beschermde soort

Mitigerende maatregelen

Van toepassing in dijksecties:

Ter voorkoming van:

verlichting op specifieke locaties enkel richten op de werkzaamheden en niet op de habitats van kamsalamander tot op 200 meter van de vindplaatsen af

16 en 17

verstoring van individuen, artikel 3.5 lid 1 Wnb

het intrillen van damwanden gebeurt tijdens de winterperiodes niet binnen 50 meter van het leefgebied van kamsalamander, deze werkzaamheden worden tussen maart en november uitgevoerd, wanneer kamsalamanders in de poelen zitten

16 en 17

verstoring van individuen, artikel 3.5 lid 1 Wnb

bomen/bosjes bij de rabatten is leefgebied van kamsalamander en wordt niet tijdens de winterperiode verwijderd

16

doden van individuen, artikel 3.5 lid Wnb

rivierrombout

op loslocaties E en F gebruikmaken van bruggen die het gehele biotoop van rivierrombout overspannen.

alle loslocaties

doden en verstoren van individuen, artikel 3.5 lid 1 en 2 Wnb

poelkikker

verlichting op specifieke locaties enkel richten op de werkzaamheden en niet op de habitats van poelkikker tot op 200 meter van de vindplaatsen af.

16, 17

verstoring van individuen, artikel 3.5 lid 2 Wnb

16, 17

verstoring van individuen, artikel 3.5 lid 2 Wnb

16, 17

doden van individuen, artikel 3.5 lid 1 Wnb

tijdens de periode waarin kooractiviteit plaatsvindt (mei tot en met juni) en in de periode van winterrust (half oktober tot en met half april) dienen werkzaamheden op de locaties van de waarnemingen niet te zorgen voor verstoring boven de huidige achtergrondgeluidsbelasting. Dit kan door het plaatsen van geluidsschermen. Wanneer dit niet mogelijk is wordt er niet gewerkt op specifieke locaties in de maanden mei en juni het intrillen van damwanden gebeurt tijdens de periode waarin kooractiviteit plaatsvindt (mei tot en met juni) en in de periode van winterrust (half oktober tot en met half april) niet binnen 50 meter van het leefgebied van poelkikker om doden van poelkikkers die naar hun overwinteringsplaats gaan, of van overwinteringsplaats naar de voortplantingspoel gaan te voorkomen wordt het projectgebied (inclusief werkwegen en depotlocatie) ontoegankelijk gemaakt voor poelkikkers door het plaatsen van amfibieschermen die minstens 50 cm hoog zijn en 10 cm ingegraven zijn. De schermen dienen elke maand gecontroleerd te worden door een terzake deskundige (of ecologisch begeleider) op kieren en overhangende vegetatie. Tijdens de voor- en najaarstrek dienen de schermen dagelijks ’s ochtends gecontroleerd te worden op aanwezige poelkikkers. Langs de schermen langs beide zijden van de dijk in dijksectie 16 worden emmers ingegraven.

Tussen maart en april dienen poelkikkers naar hun voortplantingswateren in de poelen gebracht

Natuurtoets pagina 215 van 456

Definitief 10 juli 2020

Beschermde soort

Mitigerende maatregelen

Van toepassing in dijksecties:

Ter voorkoming van:

geluidbelasting ter plaatse van een nest dat in gebruik is blijft beneden de huidige achtergrondbelasting door bepaalde werkzaamheden plaats te laten vinden buiten het broedseizoen of gebruik te maken van geluidreducerende maatregelen (induwen i.p.v. intrillen)

6, 10 en 13

verstoring en aantasting verblijfplaats, artikel 3.1 lid 1 en 4 Wnb

tijdens het broedseizoen in gebruik zijnde nesten niet betreden met mens en materieel binnen 75 meter, dit geldt voor alle nesten. Wanneer de weg op de dijk binnen deze 75 meter ligt, kan deze wel gebruikt worden aangezien deze in de huidige situatie ook gebruikt wordt

6, 10, 13

verstoring, artikel 3.1 lid 4 Wnb

huismus

geluidsbelasting van de werkzaamheden wordt tijdens het broedseizoen ter plaatse van de nesten/territoria onder de 65 dB(A) gehouden. Dit kan door geluidreducerende maatregelen of door te werken buiten deze periode.

1, 3, 6, 11, 12, 13, 16, 17

verstoring, aantasting verblijfplaats. Artikel 3.1 lid 2 en 4

ooievaar

geluidbelasting ter plaatse van een nest dat in gebruik is blijft beneden de huidige achtergrondbelasting door bepaalde werkzaamheden plaats te laten vinden buiten het broedseizoen of gebruik te maken van geluidreducerende maatregelen (induwen i.p.v. intrillen)

1, 13

verstoring en aantasting verblijfplaats, artikel 3.1 lid 2 en 4 Wnb

steenuil

geluidsbelasting ter plaatse van een nest gedurende het broedseizoen niet meer dan 58dB(A). Dit kan door het treffen van geluidreducerende maatregelen, of door te werken buiten het broedseizoen. De broedperiode loopt globaal van februari tot en met juli.

1, 13, 17

verstoring en aantasting verblijfplaats, artikel 3.1 lid 2 en 4 Wnb

ransuil

geluidsbelasting ter plaatse van een nest gedurende het broedseizoen niet meer dan 55dB(A). Dit kan door het treffen van geluidreducerende maatregelen, of door te werken buiten het broedseizoen. De broedperiode loopt globaal van februari tot en met juli.

10

verstoring en aantasting verblijfplaats, artikel 3.1 lid 2 en 4 Wnb

slechtvalk

geluidsbelasting ter plaatse van een nest gedurende het broedseizoen niet meer dan 55dB(A). Dit kan door het treffen van geluidreducerende maatregelen, of door te werken buiten het broedseizoen. De broedperiode loopt globaal van februari tot en met juli.

7

verstoring en aantasting verblijfplaats, artikel 3.1 lid 2 en 4 Wnb

te worden, tussen half september en half oktober dienen poelkikkers naar hun overwinteringsplaats binnendijks gebracht te worden. Langs de schermen langs de werkweg in dijksectie 16 zijn geen emmers nodig, daar wordt volstaan met een buis (zie ook bij kamsalamander). Vogelrichtlijnsoorten (soorten met een jaarrond beschermd nest) buizerd

Natuurtoets pagina 216 van 456

Definitief 10 juli 2020

Beschermde soort

Mitigerende maatregelen

Van toepassing in dijksecties:

Ter voorkoming van:

alle

verstoring broedende vogels, artikel 3.1 lid 4

Vogelrichtlijnsoorten (overige broedvogels) overige broedvogels

buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli) werken, dit met risico dat sommige vogels tot in september kunnen broeden; voor de start van de werkzaamheden bepalen tot waar de werkzaamheden gevorderd zullen zijn als het broedseizoen start. Potentiële broedplekken zoals struiken, bomen, bosschages, etc. in het plangebied, dienen voor het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor broedende vogels door de vegetatie kort te maaien of op andere wijze ongeschikt te maken voor broedvogels, en bijvoorbeeld vogelwerende objecten te plaatsen om broedgevallen te ontmoedigen (roofvogel op stok, man met de hond); de werkzaamheden vlak voor het broedseizoen inzetten en dan continue doorwerken (werkzaamheden niet langer dan enkele dagen stilleggen), zodat vogels niet gaan broeden in het gebied waar gewerkt wordt

Mitigerende maatregelen vleermuizen De woning op het perceel van Waaldijk 42/43 wordt gesloopt. In deze woning bevindt zich een verblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Door het slopen van de woning kan het doden van individuen niet uitgesloten worden. Om dit te voorkomen wordt de verblijfplaats voorafgaand aan het slopen ongeschikt gemaakt. Ongeschikt maken oorspronkelijke verblijfplaats [de volgende paragraaf is opgesteld conform het kennisdocument gewone dwergvleermuis, lit. 1] Voorafgaand aan het slopen van het huis en de verblijfplaats, wordt de verblijfplaats ongeschikt gemaakt, om te voorkomen dat de verblijfplaats bewoond is ten tijde van de werkzaamheden.

De basis van het ongeschikt maken van de verblijfplaats is het verstoren van het microklimaat door het creëren van tocht; dit kan gedaan worden op een aantal verschillende manieren: - in alle gevallen moet een vleermuisdeskundige worden ingeschakeld om de best passende methode en het beste moment te bepalen, uit te voeren en te controleren; - het ongeschikt maken van de verblijfplaats moet plaatsvinden in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis en buiten de kwetsbare perioden (half mei-half juni en half augustus-half september); - het ongeschikt maken van de verblijfplaats begint minimaal 6 maanden nadat de vervangende verblijfplaatsen gerealiseerd zijn (gewenningsperiode), echter kan in de laatste maand van de gewenningsperiode aangevangen worden met het langzamerhand ongeschikt maken van de oorspronkelijke verblijfplaats; - als in gebouwen die gesloopt gaan worden gewone dwergvleermuizen aanwezig zijn, is de beste manier om een spouw ongeschikt te maken het eerst over de volledige hoogte van de muur of verdieping verwijderen van de hoeken van een gebouw, waardoor er in de spouw een flinke tocht ontstaat en licht diep in de spouw kan doordringen.

Het in een muur creëren van openingen van bijvoorbeeld 30x30 of 50x50 centimeter als middel om een gebouw ongeschikt te maken voor aanwezige vleermuizen, is vaak onvoldoende omdat hierdoor vaak geen tocht door de spouw ontstaat. Het slopen mag plaatsvinden als

Natuurtoets pagina 217 van 456

Definitief 10 juli 2020

-

-

alle gewone dwergvleermuizen de verblijfplaatsen in het gebouw verlaten hebben. Onder minder gunstige weersomstandigheden (bijvoorbeeld avonden met lage temperaturen, neerslag of veel wind) duurt het langer voordat de dieren de verblijfplaats succesvol kunnen verlaten. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden kan hier rekening mee gehouden worden. Ook in het geval van verblijfplaatsen met meer dan 10 exemplaren kan rekening worden gehouden met een langere periode voordat met de sloop begonnen kan worden; bij verblijfplaatsen in of bij het dak kunnen daklijsten of een aantal dakpannen worden verwijderd of er kunnen openingen worden gecreëerd in de gevelbetimmering; invliegopeningen kunnen overdadig aangelicht of beschenen worden met bijvoorbeeld bouwlampen. Deze verlichting kan pas aangezet worden als er zekerheid is dat de aanwezige vleermuizen vertrokken zijn en de dieren mogen nog niet teruggekeerd zijn. De na-nacht, zo rond twee uur voor zonsopkomst is dan waarschijnlijk het meest veilige moment om de verlichting aan te zetten. Vleermuizen zullen onder minder gunstige weersomstandigheden en in het najaar eerder naar hun verblijfplaats terugkeren; er kunnen zogenaamde ‘exclusion flaps’ gebruikt worden waardoor de gewone dwergvleermuizen wel kunnen uitvliegen maar niet in staat zijn om opnieuw in te vliegen. De exclusion flap moet de opening hermetisch afsluiten.

Controle op functioneren is nodig gedurende de periode dat de flap aanwezig is; werkzaamheden kunnen het best zo snel mogelijk na het verlaten van de verblijfplaatsen worden uitgevoerd. Als tijdens de uiteindelijke werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen moeten de werkzaamheden onmiddellijk stopgezet worden en moet direct de vleermuisdeskundige ingeschakeld worden. Gewacht moet worden tot dat de vleermuizen uit zichzelf zijn vertrokken. In geen geval mogen ze worden gevangen en verplaatst.

Natuurtoets pagina 218 van 456

Definitief 10 juli 2020

5.6.4 Compenserende maatregelen Voor de aanleg van de dijkversterking Wolferen-Sprok geldt dat een paarverblijfplaats van vleermuis verdwijnen. In paragraaf 5.5 van de natuurtoets zijn in het kader van Wnb compenserende maatregelen voor deze soorten benoemd. Deze maatregelen hebben tot doel het verlies aan voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen en geschikt leefgebied te compenseren en zorgen ervoor dat de gunstige staat van instandhouding voor deze soorten niet in het geding komt. In tabel 5.8 zijn deze maatregelen samengevat.

Tabel 5.8 Samenvattende tabel compenserende maatregelen voor dijkversterking Wolferen-Sprok Beschermde soort

Compenserende maatregelen

Ter compensatie van:

vleermuis

realiseren verblijfplaats

verlies van paarverblijfplaats

De woning op het perceel van Waaldijk 42/43 wordt gesloopt, waardoor een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vernietigd wordt. Het vernietigen van een verblijfplaats van gewone dwergvleermuis is een overtreding van artikel 3.5 lid 4 van de Wnb. Vernietiging is niet te mitigeren, waardoor de vernietigde verblijfplaats gecompenseerd wordt.

Realiseren vervangende verblijfplaatsen [de volgende paragraaf is opgesteld conform het kennisdocument gewone dwergvleermuis, lit. 1] De verblijfplaats in de woning van Waaldijk 42/43 is een paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis. Tijdens de onderzoeken is hier één individu waargenomen. Het vernietigen van de verblijfplaats zorgt mogelijk voor het verbreken van het netwerk aan verblijfplaatsen. Om dit te voorkomen worden vier vervangende verblijfplaatsen gerealiseerd (voorwaarde kennisdocument gewone dwergvleermuis BIJ12, 2017). De vervangende verblijfplaatsen worden bij voorkeur zo dicht mogelijk, maar altijd binnen 100 à 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats geplaatst, en altijd binnen het leefgebied van de soort. De alternatieve verblijfplaatsen worden voor minimaal eenzelfde aantal gewone dwergvleermuizen dezelfde functie kunnen vervullen als de oorspronkelijke verblijfplaats die verdwijnt. In dit geval dus één dwergvleermuis. Het realiseren van de alternatieve verblijfplaatsen en de verblijfplaatsen zelf voldoet aan een aantal punten: - de alternatieve verblijfplaats is bij voorkeur een kleine kast (50 centimeter hoog, 20-30 centimeter breed, 1-2 compartimenten) (geschikte kasten staan in het kennisdocument); - een gewenningsperiode van minimaal 6 maanden voorafgaand aan de start van het paarseizoen kennen.

Dit betekent dat vervangende paarverblijfplaatsen uiterlijk half februari aanwezig moeten zijn; - de alternatieve verblijfplaatsen worden buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden gerealiseerd te worden, dit betekent op minimaal 50 meter van de te plaatsen damwand af, zodat er geen effecten van trilling op de in- en uitvliegende vleermuizen zijn; - de vervangende verblijfplaatsen worden op minimaal 4 en maximaal 6 meter hoogte opgehangen, met voldoende veilige ruimte voor en onder de kast, er dienen geentakken of bladeren vlak bij de in- en uitvliegopening te hangen. Daarnaast dienen er onder de kast geen takken aanwezig te zijn waarop predatoren kunnen gaan zitten wacht op in- en uitvliegende vleermuizen; - de vervangende verblijfplaatsen dienen niet direct aan de boom opgehangen te worden, maar met behulp van een tussenliggende ophanglat; - de ophanglocatie is zo donker mogelijk om verstoring door licht te voorkomen; - de vervangende verblijfplaatsen dienen op verschillende kompasrichtingen aangeboden te worden om de bezettingsgraad te verhogen.

Natuurtoets pagina 219 van 456

Definitief 10 juli 2020

Om aan deze punten te voldoen is gezocht naar een geschikt gebied waarin de alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd kunnen worden. In afbeelding 5.117 is een buffer van 50 meter om de damwand aangegeven waar de verblijfplaatsen niet geplaatst worden om effecten van trilling door het plaatsen van deze damwand te voorkomen. Vervolgens dienen de verblijfplaatsen binnen 100 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats gerealiseerd te worden. Binnen de blauwe lijn zijn bomen aanwezig waaraan de vervangende verblijfplaatsen opgehangen kunnen worden, zonder dat deze effecten ondervinden van de werkzaamheden. De verblijfplaatsen worden hier permanent opgehangen. De kasten worden opgehangen aan bomen op een particulier perceel, maar deze mogen niet zomaar verwijderd worden.

Afbeelding 5.117 Zoekgebied voor compensatie verblijfplaatsen vleermuis incl de buffers van trilling door de damwand en de 100 m buffer vanaf de oorspronkelijke verblijfplaats waarbinnen compensatie plaatvindt

Op het perceel van Waaldijk 42 en 43 zijn bomen aanwezig welke geschikt zijn voor het ophangen van tijdelijke vleermuiskasten (afbeelding 5.118). Deze bomen vallen binnen het zoekgebied, maar buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Alternatieve verblijfplaatsen die op deze locatie opgehangen kunnen worden zijn kleine of meervoudig platte kasten. Voorbeelden van deze kasten zijn Schwegler 1FF, Vivara Oekraïne, Boshamer of vergelijkbare kasten met de volgende specificaties: 50 centimeter hoog, 20-30 centimeter breed met 2-3 compartimenten (afbeelding 5.118).

Natuurtoets pagina 220 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.118 Verblijfkasten voor vleermuizen. Schwegler 1FF (links) en Boshamer (rechts)

Natuurtoets pagina 221 van 456

Definitief 10 juli 2020

Afbeelding 5.119 Geschikte bomen voor het ophangen van tijdelijke vleermuiskasten op de percelen van Waaldijk 42 en 43

Natuurtoets pagina 222 van 456

Definitief 10 juli 2020

Wanneer een nieuw huis op dit perceel gebouwd wordt, wordt in het koopcontract opgenomen dat er in het huis vier permanente paarverblijven ingebouwd worden. Dit wordt gedaan door middel van inbouwstenen als afgebeeld op afbeelding 5.120. Bij het inbouwen van vier stenen wordt voldaan aan de volgende punten: - de inbouwstenen zijn minimaal 6 maanden aanwezig te zijn voordat de vleermuiskasten verwijderd worden; - de inbouwstenen worden op een rustige plek met weinig verstoring opgehangen, waar geen licht direct op de ingang schijnt; - de kast hangt met de voorzijde naar het zonlicht, richting het zuiden of zuidwesten; - de kast wordt opgehangen in de luwte op minimaal 3 meter hoogte met voldoende veilige ruimte voor en onder de ingang, er dienen geen takken of bladeren vlak bij de in- en uitvliegopening te hangen. Daarnaast dienen er onder de kast geen takken aanwezig te zijn waarop predatoren kunnen gaan zitten wachtend op in- en uitvliegende vleermuizen. Afbeelding 5.120 Inbouwsteen Vivara Pro IB VL01

5.7 Onderbouwing voorwaarden ontheffingsaanvraag Van verschillende beschermde soorten vindt een aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen plaats, als gevolg van vernietiging of verstoring van het leefgebied tijdens de aanlegfase. Dit kan niet in alle gevallen voorkomen worden door het treffen van mitigerende maatregelen. Er wordt daarom een ontheffing aangevraagd voor het overtreden van deze verbodsbepalingen.

Natuurtoets pagina 223 van 456

Definitief 10 juli 2020

De soorten en verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing moet worden aangevraagd, zijn weergegeven in tabel 5.9. De beoordeling die ten grondslag ligt aan deze aanvragen, is opgenomen in paragraaf 5.5. In onderliggend hoofdstuk worden de voorwaarden die nodig zijn voor het verkrijgen van een ontheffing onderbouwd.

Tabel 5.9 Soorten waarvoor een ontheffing is vereist op grond van de Wnb Beschermde soort

Beschermingsregime Wnb

Ontheffing van verbodsbepaling

bever

Habitatrichtlijn

artikel 3.5 lid 2/4

gewone dwergvleermuis

Habitatrichtlijn

artikel 3.5 lid 4

Op basis van artikel 3.8 van de Wnb kan een ontheffing verleend worden, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1 er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; 2 er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 3 de ingreep wordt uitgevoerd ten behoeve van een bij de wet genoemd belang

5.7.1 Onderbouwing waarborging van de staat van instandhouding Als onderdeel van de effectbeoordeling is onderbouwd of de staat van instandhouding van een soort in het geding kan komen, indien er sprake is van negatieve effecten. Zo nodig worden mitigerende of compenserende maatregelen beschreven om te garanderen dat het project geen afbreuk doet aan de lokale gunstige staat van instandhouding van de soort. Voor deze onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 5.5.

5.7.2 Onderbouwing geen andere bevredigende oplossing Bij de alternatieventoets gaat het om de vraag of er redelijkerwijs alternatieve oplossingen voorhanden zijn, die dezelfde doelen bereiken en minder effecten hebben op de specifieke locaties waarvoor een compensatieopgave geldt voor Natura 2000 en soorten. In dit hoofdstuk worden verschillende alternatieven voor de dijkversterking (systeemniveau), voor het ontwerp van de dijkversterking (ontwerpniveau) en voor de aanleg beschouwd, gelet op de effecten op Natura 2000 of Soorten en de bijdragen aan projectdoelstellingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=45b65750-9b0d-44a2-b870-fdc04d08d17b