13. Bijlage bij de toelichting deel 2c
Tekst van het document
2
REFERENTIESITUATIE
Dit hoofdstuk gaat in op de huidige waarden en functies in het plan- en studiegebied en eventuele relevante zekere ontwikkelingen in de toekomst. Deze beschrijving dient als referentiesituatie om de alternatieven tegen te beoordelen. De dijk doorkruist landelijk gebied met land- en glastuinbouw en diverse dorpskernen en lintbebouwing. Het gebruik is, op de intensivering van de glastuinbouw na, door de jaren heen beperkt veranderd. Wel ontwikkelt Nijmegen de (voormalige Vinexlocatie) Waalsprong bij Lent. Afbeelding 2.1 geeft het bodemgebruik rondom het plangebied. Hierin is de woningbouw nog niet aangegeven.
Afbeelding 2.1 Bodemgebruik (uitsnede Bestand Bodemgebruik 2012)
2 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
2.1.1
Woonfunctie
In het gebied nabij de dijk (in een zone van 100 m eromheen) bevinden zich meer dan 100 woningen, en meer dan 50 andere gebouwen (voornamelijk schuren, daarnaast ook industrie, logies en gebouwen met de functie bijeenkomstcentrum). De dijksecties met de grootste dichtheid aan woningen zijn dijksectie 10, 12 en 13 (80% van het totaal). Voor een overzicht van de aanwezige bebouwing zie afbeelding 2.2. De dorpskernen Oosterhout en Slijk-Ewijk en de stadskern van Nijmegen liggen dichtbij. De woningen bevinden zich binnendijks of op het dijklichaam. Door de aanwezigheid van de woningen zijn er ook veel tuinen in het projectgebied aanwezig. Nieuwbouw Tussen Lent en Oosterhout komt er een aantal nieuwe woonwijken bij, zoals De Stelt-Zuid, Vossenpels ZuidZuid, Woenderskamp en Hof van Holland. Deze projecten worden gezien als autonome ontwikkelingen en maken deel uit van de referentiesituatie. Een aantal van deze locaties ligt direct aan de dijk. Hier verandert het karakter van de landelijke dijk op termijn in een stedelijke dijk. Daarnaast zijn er ook woningbouwplannen voor de oude kern van Oosterhout: Hoge Wei en Hart van Oosterhout.
2.1.2
Werkfunctie
De aanwezigheid van meerdere landbouwbedrijven kenmerkt het projectgebied. Het merendeel van de landbouwbedrijven bevindt zich in dijksectie 12 t/m 17 en combineert de agrarische functie met een woonfunctie. Rondom Oosterhout, in dijksectie 12, bevindt zich een gebied voor de glastuinbouw. Andere werkfuncties die zich in het gebied bevinden zijn Brasserie de Altena, Restaurant Sprok, Wijnfort Lent, Restaurant Zijdewinde, Konstruktiebedrijf Engel en een pand in Oosterhout met een kantoorfunctie (Dorpstraat 3). Ook Residence Tergouw is een bedrijf. De beoordeling van de effecten op de aanwezige camping (de grote Altena) vindt plaats onder recreatie. Gebouwen met een werkfunctie zijn weergegeven in afbeelding 2.3. Afbeelding 2.4 gaat in op het agrarisch areaal.
3 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Afbeelding 2.2 Woonfuncties langs de dijk in een zone van 50 m
Afbeelding 2.3 Werkfuncties langs de dijk in een zone van 50 m
4 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Afbeelding 2.4 Landbouwareaal langs de dijk (BRP gewaspercelen)
2.1.3
Scheepsvaart
De Waal stroomt van de Rijn bij Pannerden via Nijmegen, Tiel en Zaltbommel naar de Merwede bij Woudrichem. De rivier wordt veel gebruikt door de scheepvaart. De vaargeul heeft een breedte van 150 m en een diepte van minimaal 2,80 m (RWS.nl, 2018). Ter hoogte van het studiegebied is de Waal relatief recht en bevinden zich geen lastige obstructies in het water.
2.1.4
Verkeersfunctie dijk
De Waaldijk heeft op lokaal niveau een belangrijke ontsluitende functie (Witteveen+Bos, 2017b). Het verkeer tussen Wolferen, Loenen, Slijk-Ewijk en Oosterhout heeft de Waaldijk als potentiële route. Bovendien worden een aantal erven en woningen vanaf de Waaldijk ontsloten. Verder wordt de dijk in de zomer ook recreatief gebruikt, met name door fietsers en voetgangers (Witteveen+Bos, 2017b). ’s Zomers is er in de weekenden in het deel van gemeente Nijmegen een afsluiting van de Oosterhoutse dijk voor auto’s. De dijk heeft ook een belangrijke functie voor hulpdiensten. De Waaldijk is in de huidige situatie circa 5 m breed en ingericht als erftoegangsweg. De Waaldijk is voorzien van enkele snelheidsremmende maatregelen. Het rustige karakter van de weg en de rechtstanden nodigen uit tot hardrijden. Met name in de rustigere perioden, zoals ’s nachts, is de kans hierop groter. Maar ook op drukke dagen wordt overlast ervaren van hardrijders (met name motoren). Hoge snelheden van het gemotoriseerde verkeer hebben een negatieve invloed op de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. Behalve de parkeervoorzieningen op eigen terrein zijn er op of direct langs de Waaldijk weinig parkeerplaatsen aanwezig in de huidige situatie.
5 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Afbeelding 2.5 Verkeerroutes
2.1.5
Recreatiefunctie
Op de dijk lopen meerdere recreatieve routes. Zo gaat het Grote Rivierenpad (Langeafstandswandeling LAW 6, wandelnet.nl) over de dijk, tussen de spoorbrug en de Waaiensteinkolk en tussen Oosterhout en Slijk-Ewijk. Ook kruist de dijk het Airbornepad. Het dijktracé tussen Lent en Oosterhout maakt deel uit van een van de routes van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen (Vierdaagse) van Nijmegen. Vrijwel de hele dijk is onderdeel van het fietsknooppuntennetwerk (Fietseropuit.nl, 2018). De wandel- en fietsroutes op de dijk worden over het algemeen gedeeld met gemotoriseerd verkeer. In de uiterwaarden zijn struinpaden en ommetjes aanwezig. Bij Slijk-Ewijk ligt er een fiets-/voetveer over de Waal naar Beuningen. Er zijn meerdere locaties met een recreatieve functie in het gebied. Hieronder vallen onder meer het strandje bij Sprok (dijksectie 1), Fort Boven-Lent (het wijnfort, dijksectie 3), de voor het publiek opgestelde historische buitenplaats Oosterhout (dijksectie 8), de camping en brasserie de Grote Altena (dijksectie 12), en de opgestelde Heerlijkheid Loenen (dijksectie 14). Verder bieden de uiterwaarden en de Waal een grote variëteit aan recreatiemogelijkheden. Recreatieve plekken zoals brasserie de Altena of Restaurant Sprok worden gezien als bedrijven en ook onder dat thema beoordeeld.
6 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Afbeelding 2.6 Recreatieve functies
2.1.6
Overige aspecten
Onder overige aspecten worden de externe veiligheid, kabels en leidingen en niet gesprongen explosieven (NGE) beoordeeld. Deze aspecten hangen samen met de gebruiksfuncties en worden daarom hierbij meegenomen. Externe veiligheid De risicokaart (risicokaart.nl) geeft een overzicht van risico's met gevaarlijke stoffen die kunnen leiden tot rampen en ongevallen. Hierop zijn voor het dijktraject met name risico’s geïdentificeerd die samenhangen met transport. Er is een risicovolle installatie langs de dijk op de Waaldijk 9 in Bemmel, gemeente Lingewaard (propaantank). Verder zijn er transportroutes voor gevaarlijke stoffen, zoals de Waal zelf (basisnet water), de brug van de A50 (basisnet weg), de spoorbrug (basisnet spoor), de A325 (incident regionale weg). Op de risicokaart worden naast risicobronnen, ook kwetsbare objecten weergegeven. De op de risicokaart getoonde kwetsbare objecten zijn woningen, gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden en gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn (zieken, bejaarden, kinderen). Het wijnfort Lent (Bemmelsedijk 4 in Lent) is aangeduid als kwetsbaar object. Kabels en leidingen Op twee locaties (tussen dijkpalen DD231 en DD240 en tussen DD217 en DD219 in dijksectie 13) kruist de dijk grote aardgasleidingen van Gasunie.
Daarnaast bevinden zich tussen dijkpaal DD178 en DD181 (in dijksecties 7 en 8) twee hoogspanningskruisingen, zowel boven- als ondergronds. Niet Gesprongen Explosieven (NGE) Nijmegen behoort tot de zwaarst geraakte gebieden in de Tweede Wereldoorlog. Er is een grote kans op het aantreffen van conventionele explosieven. Grote delen van de dijk zijn tijdens eerdere conventionele
7 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
explosieven onderzoeken vrijgegeven. De overige gebieden binnen het interessegebied gelden als uiterst verdacht, het gaat hierbij met name om het deeltraject nabij fort Lent (Witteveen+Bos, 2017c).
2.1.7
Autonome ontwikkelingen
Autonome ontwikkelingen zijn de activiteiten die met enige zekerheid zullen plaatsvinden, ook al gaat de voorgenomen dijkversterking niet door. Dit zijn alleen overheidsplannen en gebiedsactiviteiten waarover al een formeel besluit is genomen en die binnen een afzienbare tijd tot uitvoering kunnen worden gebracht. Relevante autonome ontwikkelingen voor de gebruiksfuncties zijn de woningbouwprojecten Vossenpels ZuidZuid, de Stelt-Zuid en plan Hogewei. Het landschapspark de Danenberg creëert eveneens kleinschalige woningbouw.
3
WETTELIJK- EN BELEIDSKADER
Onderstaande tabel geeft kort het wettelijk- en beleidskader voor het thema gebruikswaarde weer. Hierbij is, indien relevant, ingegaan op het nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Dit kader is relevant voor het beoordelingskader voor het MER en de beschrijving van de referentiesituatie.
Tabel 3.1 Wettelijk- en beleidskader gebruikswaarde Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
2012
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft ambities van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040 weer. Het Rijk geeft in dit beleidsstuk aan zich te richten op specifiek aangeduide ruimtelijke en infrastructurele belangen op landelijk niveau. Borging van deze nationale ruimtelijke belangen vindt onder andere plaats via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de regio Oost-Nederland zijn verschillende opgaven van nationaal belang aangewezen. Het projectgebied Wolferen-Sprok is onderdeel van de opgave om primaire waterkeringen te versterken (het hoogwaterbeschermingsprogramma), inclusief de dijkteruglegging te Oosterhout. Daarnaast raakt een gedeelte van het buitendijkse gebied aan de opgave om de EHS (tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland) tot stand te brengen en te beschermen.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
2011, aanvulling 2102
Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in onder meer provinciale omgevingsvisie en verordening, provinciale inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen. Relevant voor het project is de aanwijzing van het de Waal als ‘stroomvoerend deel van het rivierbed’ (artikel 2.4.4) en ‘rivierbed’ (artikel 2.4.3). Wijziging van het bestemmingsplan (indien noodzakelijk) is uitsluitend mogelijk wanneer er sprake is van één van de activiteiten die omschreven staan in artikel 2.4.4. Aangezien het project voorziet in de ‘aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken’ is dit volgens artikel 2.4.4 sub a mogelijk. Wel moeten daarbij de voorwaarden uit artikel 2.3.4 in acht worden genomen met betrekking tot het veilig en doelmatig gebruik van het waterlichaam, de afvoercapaciteit en het bergend vermogen van de rivier en de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam. Tevens relevant voor het project is de aanwijzing van gebiedsreserveringen voor de lange termijn ‘Rijntakken’ (artikel 2.4.6.). Deze reservering betekent dat er geen economische investeringen gedaan mogen worden in het gebied. Het betreft hier een gebied rondom Oosterhout. Gebiedspartijen langs de Rijntakken spraken op 7 april 2016 af de voorkeursstrategie rivieren te actualiseren om tot een realistisch en uitvoerbaar voorstel voor de combinatie
8 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie van dijkversterking en rivierverruiming te komen voor de lange termijn. Het Bestuurlijk Overleg Waal-Merwedes doet begin 2018 een voorstel voor drie redelijkerwijze te beschouwen alternatieven als input voor een planm.e.r. en verankering van het pakket in een structuurvisie. Het uiteindelijke voorstel moet helpen de financiering uit het Deltafonds, bij provincies en bij andere partijen te onderbouwen. De verwachting is dat rond 2019/2020 de resultaten planologisch-juridisch zijn verankerd.
Omgevingsvisie
Geconsolid eerd 2018
De omgevingsvisie bevat de strategie van de provincie Gelderland voor de fysieke leefomgeving. De strategie bevat twee hoofddoelen: een duurzame economische structuur en het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. De provincie gaat uit van een langjarige en duurzame aanpak om Gelderland blijvend te beschermen tegen overstromingen vanuit de (grote) rivieren en de Veluwerandmeren. Preventie is de primaire pijler van het beleid. De realisatie van de Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier en de Maaswerken wordt gezien als de eerste stap in een doorlopend traject naar een toekomstbestendig riviersysteem. Waar dat vanuit het oogpunt van waterveiligheid mogelijk is ziet de Provincie een opgave om de karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden te versterken en te ontwikkelen daarnaast stelt de provincie zich de opgave om de kwaliteiten voor de (vrijetijds) economie van het rivierenlandschap en de Randmeerkust te versterken. Relevant zijn ook de ontwikkelperspectieven die de omgevingsvisie heeft op het plangebied. Deze zijn hieronder naar thema samengevat. Het plangebied ten oosten van de A50 is bestempeld als stedelijke agglomeratie. Het benutten van agglomeratie-voordelen behoort tot de stedelijke ambities van de provincie.
Daarin legt zij accent op duurzame verstedelijking. De Waal zelf is aangemerkt als Europese Corridor en achterlandverbinding. De provincie streeft naar een betrouwbare, betaalbare en hernieuwbare energievoorziening en energieneutraliteit in 2050 hiervoor heeft zij aandachtsgebieden voor windparken en mogelijke locaties voor zonneparken aangewezen. Een impuls aan de werkgelegenheid binnen de vrijetijdseconomie door meer toeristische bezoekers aan te trekken is ook een ambitie. Hierin wil de provincie het bedrijfsleven ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit voor het toeristisch product. De provincie wil een economisch gezonde land- en tuinbouw bevorderen. De provincie wil stimuleren dat de sector een kleinere ecologische voetafdruk krijgt.
Omgevingsverordening
Geconsolid eerd 2017
De provinciale belangen uit de omgevingsvisie Gelderland zijn in een omgevingsverordening vastgelegd en hebben zo doorwerking op de ruimtelijke plannen van de provincie en gemeenten. Relevante informatie uit de omgevingsverordening is onder andere dat het plangebied niet in of nabij grondwaterbeschermingsgebieden (waterwingebieden/boringsvrije zones) of stiltegebieden ligt. Verder staat het beleid omtrent het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en het beschermingsregime groene Ontwikkelingszone (GO) in de verordening beschreven.
Keur van het Waterschap Rivierenland
2014
De keur van het waterschap beschermt de watergangen en waterkeringen tegen schadelijke handelingen. Ook staan in de keur de onderhoudsplichten voor derden . De beschermingszone en het profiel van vrije ruimte zijn ook onderdeel van de keur. Als er bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd in, of nabij, de dijk is een keurontheffing van het waterschap nodig. Als de gevolgen voor water en dijken acceptabel zijn wordt onder strikte voorwaarden een ontheffing afgegeven. De keur legt voorwaarden op voor gebruikers. Als de dijk wordt aangepast, kan dit betekenen dat nieuwe aanwonenden met de keur te maken krijgen.
De leggers waterkeringen van het Waterschap Rivierenland
9 | 33
2017
Op de leggers staan alle oppervlaktewateren en dijken aangegeven die in beheer zijn bij het waterschap en waarop de keur van toepassing is. In de legger worden de onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen aangewezen.
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Bij een eventuele dijkversterking is het aannemelijk dat de leggergrens verschuift, daar waar het ruimtebeslag van de dijk verandert. Dit kan betekenen dat nieuwe aanwonenden met de legger te maken krijgen. Toekomstvisie+, gemeente Overbetuwe
2009
De Toekomstvisie+ is voor de gemeente een kapstok om beleid over verschillende onderwerpen te ontwikkelen. Onder andere wil de gemeente meer en veiligere fietspaden aanleggen en recreatieve netwerken uitbreiden.
Bestemmingsplan ‘Herinrichting Bemmelse waard’, gemeente Lingewaard
2016
In het geheel oostelijke deel van het plangebied, aan de buitendijkse zijde, is het bestemmingsplan Herinrichting Bemmelse Waard van kracht. De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk 1' waarborgt dat gebied bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken, zoals duikers, keerwanden en merktekens. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied: water, natuur, verkeer en horeca (restaurant Sprok) en de dubbelbestemmingen waarde-archeologie, waterstaat-waterstaatkundige functie. De voorgenomen dijkversterking Wolferen-Sprok past binnen de bestemming.
Bestemmingsplan ‘park Lingezen’, gemeente Lingewaard
2012
Het bestemmingsplan faciliteert de ontwikkeling van het landschapspark Lingezegen, met 1.500 hectare het grootste park van Nederland. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied: verkeer; waardeArcheologische verwachting 2; waterstaat-Waterkering; agrarisch De Woerdt; waardeEcologische verbindingszone; natuur. De voorgenomen dijkversterking Wolferen-Sprok is niet strijdig met het bestemmingsplan, zo lang rekening wordt gehouden met de recreatieve en natuurlijke waarden van het gebied. Als de dijkversterking Wolferen-Sprok buiten de bestemming Waterstaat - waterstaatkundige functie en Waterstaat - Waterkering plaats vindt is dit strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Nijmegen Ooyse Schependom, gemeente Nijmegen
2012
Naast het gebied Ooyse Schependom omvat het bestemmingsplan een deel van de Lentse Waard, ten noorden van de Waal. Dit tweede deelgebied is relevant voor de dijkversterking Wolferen-Sprok. Het deelgebied Lentse Waard is buitendijks gebied dat in gebruik is als grasland. Een gedeelte van de Waal maakt ook deel uit van het bestemmingsplangebied. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied. natuur; waterstaat-waterstaatkundige functie; waterstaat-waterkering; verkeer; groen. De voorgenomen dijkversterking Wolferen-Sprok is niet strijdig met het bestemmingsplan, zo lang rekening wordt gehouden met de natuurlijke waarden van het gebied.
Bestemmingsplan ‘Vossenpels, herziening sportpark, gemeente Nijmegen
2010
Dit bestemmingsplan betreft het gebied te noorden van Fort Lent. Het maakt het sportveldencomplex in de Vossenpels planologisch mogelijk. Daarnaast omvat het plan enkele (nieuwe) woningbouwkavels. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: water; natuurgebied; waterkering; woondoeleinden. Als de dijkversterking buiten de bestemming Waterkering plaats vindt is deze mogelijk strijdig met het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Nijmegen de Stelt’, gemeente Nijmegen
10 | 33
2014
De Stelt maakt deel uit van de VINEX-locatie de Waalsprong. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van circa 400 tot 460 woningen mogelijk. De Stelt ligt ten zuiden van Lent en grenst aan de noordkant van de Waal. Het bestemmingsplan faciliteert ook
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie de bestemming ‘Sport-Watersport’ voor de eventuele vestiging van een roeivereniging in het plangebied. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: woongebied; waarde-Archeologie 3. Als de dijkversterking binnen dit bestemmingsplan plaatsvindt is deze mogelijk strijdig met het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Nijmegen Ruimte voor de Waal, gemeente Nijmegen
2012
Het bestemmingsplan is een reactie op het besluit van het kabinet om rivieren meer ruimte te geven en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied een impuls te geven. Met dit bestemmingsplan is de Dijkteruglegging Lent planologisch mogelijk gemaakt. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen- Sprok: verkeer; waterstaat – waterkering; waterstaat – waterstaatkundige functie; natuur-1. De voorgenomen dijkversterking Wolferen-Sprok is niet in strijd met de regels van het bestemmingsplan Nijmegen Ruimte voor de Waal.
Bestemmingsplan ‘Stadsbrug’, gemeente Nijmegen
2008
Het doel van bestemmingsplan Stadsburg is het faciliteren van de realisering van de Stadsburg, inclusief toeleidende wegen. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: verkeer; waterkering; verkeer-Brug. De voorgenomen ontwikkeling is niet strijdig met het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Graaf Alardsingel’, gemeente Nijmegen
2009
Bestemmingsplan Graaf Alardsingel is opgesteld in samenhang met bestemmingsplan Stadsbrug. De doelstelling van bestemmingsplan Graaf Alardsingel is om de aanleg van de Graaf Alardsingel te faciliteren. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: verkeer. Als in het dijkversterkingsproject Wolferen-Sprok de wegstructuur van de GraafAlardsingel behouden blijft, is het voornemen niet strijdig met dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Dorp Lent’, gemeente Nijmegen
2010
Het bestemmingsplan heeft betrekking op het agrarische gebied rondom Lent en faciliteert de agrarische functies in het gebied. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: agrarische doeleinden; waterkering (meervoudige bestemming). Als er een dijkversterking richting het binnendijkse gebied plaatsvindt, is het van belang dat binnen de bestemming Waterkering wordt gebleven. Wanneer dijkversterking buiten de bestemming Waterkering en binnen de bestemming Agrarische doeleinden plaatsvindt moet worden afgeweken van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Valburg’, gemeente Nijmegen
2010
Het plangebied ligt ten zuiden en ten noorden van de kern Oosterhout. Bestemmingsplan Buitengebied Valburg is een consoliderend plan dat niet voorziet in aanzienlijke ruimtelijke ontwikkelingen. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: agrarische doeleinden III (uiterwaardengebied); agrarische doeleinden II met bouwperceel; natuurgebied; secundaire weg; dijktalud.
11 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie Wanneer bij de dijkversterking de dijk wordt versterkt buiten de bestemming dijktalud moet worden afgeweken van het bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan, dan wel een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is dan noodzakelijk.
Bestemmingsplan ‘Landschapszone’, gemeente Nijmegen
2010
Waterberging staat centraal in het plan dat voorziet in de realisatie van 3 plassen, een park- en groengebied, natuur en recreatievoorzieningen. Daarnaast biedt het plan ruimte voor de realisatie van circa 300 woningen. De Landschapszone vormt een aaneengesloten recreatief natuurgebied in de Waalsprong. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok : groen; leiding-hoogspanning; gemengd-1; waardearcheologie. De voorgenomen dijkversterking Wolferen-Sprok is mogelijk strijdig met het bestemmingsplan Landschapszone.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Overbetuwe’, gemeente Overbetuwe
Het bestemmingsplan heeft een consoliderend karakter, waarin geldt dat voor veel functies de huidige situatie in stand blijft. De voornaamste doelstelling van bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe is dat agrarische activiteiten en landschapsen natuurontwikkeling behouden moeten worden. Daaronder verstaat de gemeente ook het op peil houden van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied. Verder hecht de gemeente veel belang aan het behouden en waar mogelijk versterken van waardevolle gebiedskenmerken. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: natuur; waarde-natuur; waterstaat-waterstaatskundige functie; waterstaat-waterkering; waarde-archeologische verwachting - 2; waarde archeologische verwachting - 4; agrarisch; agrarisch met waarden - Uiterwaarden; recreatie - verblijf uiterwaarden; leiding - gas. Wanneer de voorgenomen dijkversterking de agrarische en landschappelijke kwaliteiten niet aantast, dan is het werk in overeenstemming met het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Oosterhout, Park Tergouw’, gemeente Overbetuwe
2015
Het bestemmingsplan maakt permanente bewoning van het park, dat voorheen bestemd was als ‘Verblijfsrecreatie’, mogelijk. Het plan ziet op de binnendijkse zijde van de dijk. De dijk en de uiterwaarden vallen onder het bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: verkeer-verblijfsgebied; waterstaat-waterkering; waardearcheologische verwachting 2; groen; gebiedsaanduiding vrijwaringszone - dijk - 1. De gronden ter plaatse van de bestemming waterstaat - waterkering en de aanduiding dijk 1 zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het instandhouden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering.
Bestemmingsplan ‘Oosterhout’, gemeente Overbetuwe
2012
Het plan heeft betrekking op de bebouwde kom van Oosterhout. Het doel van het bestemmingsplan is het opstellen van een heldere beheerregeling voor het gebied, waarbinnen de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Het bestemmingsplan heeft een consoliderend karakter, waarin bestaande functies en bebouwing zoveel mogelijk als conform huidig gebruik bestemd worden. Het plan ziet op de binnendijkse zijde van de dijk. De dijk en de uiterwaarden vallen onder het bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: verkeer-verblijf; waterstaat-waterkering; waardearcheologie. In het vigerende bestemmingsplan is geen rekening gehouden met de dijkversterking Wolferen-Sprok. De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met het plan.
12 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Beheersverordening ‘Buitengebied beheersverordening de Danenberg’, gemeente Overbetuwe
2013
Voor de Danenberg geldt een beheersverordening in afwachting van een nieuw bestemmingsplan. De uitgangspunten van de beheersverordening zijn dat: er geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien; de gemeente kiest voor behoud van de fysieke en functionele structuur van het gebied; de vigerende regelgeving afdoende ruimte biedt voor kleinschalige ontwikkelingen op perceelsniveau. De voorgenomen dijkversterking Wolferen-Sprok is mogelijk in strijd met de beheersverordening.
Bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld
2013
Het bestemmingsplan geldt voor het gehele buitengebied en heeft als doel de bestemming te regelen van de gronden in het buitengebied van de voormalige gemeenten Dodewaard en Echteld. De volgende bestemmingen zijn van toepassing binnen het plangebied voor de dijkversterking Wolferen-Sprok: wonen; bouwvlak; waarde-archeologie 4; waterstaatwaterstaatkundige functie; water-waterkering; waarde-cultuurhistorisch waardevol gebied; agrarisch met waarden - 1; waarde-cultuurhistorie karakteristiek; gebiedsaanduiding vrijwaringszone -dijk. Wanneer de voorgenomen dijkversterking de agrarische en landschappelijke kwaliteiten niet aantast, dan is het werk in overeenstemming met het bestemmingsplan.
Tabel 3.2 Overige richtlijnen gebruikswaarde Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Beheer en onderhoudsplan waterkeringen, 20172021, Waterschap Rivierenland
2017
In het beheer en onderhoudsplan worden de uitgangspunten visie en managementzaken van het waterschap beschreven. Verder wordt het areaal waterkeringen met daarin per element de risico’s, beheervisie, maatregelpakketten en informatiebehoefte beschreven. Het hoofddoel voor de beheerder is te zorgen voor veilige dijken, waarbij dit plan bijdraagt aan het efficiënt en effectief uitvoeren van de beheertaken. In het beheer en onderhoudsplan staan de kaders van het waterschap waaraan de werkzaamheden betreffende primaire waterkeringen moeten voldoen. Als de voorgenomen werkzaamheden binnen de kaders van het beheer en onderhoudsplan worden uitgevoerd is het werk in overeenstemming met het beheer en onderhoudsplan.
4
METHODE
Dit hoofdstuk onderbouwt de methode voor de effectbeoordeling voor het thema gebruikswaarde en de daar onder liggende functies/beoordelingscriteria: wonen, economie, scheepvaart, verkeer, recreatie en de overige aspecten (veiligheid, niet gesprongen explosieven en kabels en leidingen). Tevens wordt per thema aangegeven of criteria niet zinvol zijn om te beoordelen in de verkenningsfase.
4.1
Beoordelingskader gebruikswaarde
In het milieueffectrapport (MER) wordt uitgegaan van tijdelijke en permanente effecten. Over het algemeen komen voor de gebruiksfuncties de tijdelijke effecten als gevolg van de aanleg. De inrichting en het gebruik zorgen voor permanente effecten.
13 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Tijdelijke effecten - aanlegfase De tijdelijke effecten treden op tijdens de aanlegfase als gevolg van de inzet van materieel en mensen, het aanleggen en gebruik van werkdepots en werkterreinen. De effecten kunnen aanzienlijk zijn, omdat de aanlegfase 2 jaar duurt. In deze fase (verkenning) verwachten we tussen de alternatieven geen zeer onderscheidende effecten in de aanlegfase verwacht. De ingrepen vinden allemaal in hetzelfde gebied plaats. Hoogstens in het onderscheid tussen dijkversterking en dijkteruglegging is er mogelijk meer hinder te verwachten in het zoekgebied voor de dijkteruglegging. Dit zal echter niet bepalend zijn in de keuze tussen alternatieven (gezien dat het ruimtebeslag ook al meer effect heeft), en daarom is het niet als zinvol om hier nu aanvullend op in te gaan. De effecten van de aanlegfase worden voor het voorkeursalternatief (VKA) wel in kaart gebracht, dit wordt beschreven in MER fase 2. In deze fase kan ook meer gezegd worden over zinvolle maatregelen om hinder te verminderen. Het gaat dan bijvoorbeeld over geluidhinder, bereikbaarheid, verkeersoverlast, beïnvloeding luchtkwaliteit en trillingen (door bijvoorbeeld heien) in de aanlegfase. Permanente effecten - inrichting- en gebruiksfase Naast tijdelijke effecten zijn er permanente effecten.
De permanente effecten treden als gevolg van de nieuwe inrichting en de gebruiksfase en kunnen veroorzaakt worden door de wijzigingen van de inrichting, de gebruiksmogelijkheden, het nieuwe profiel van de dijk en het ruimtebeslag van het project. De permanente effecten van de dijkversterking zijn beschreven in hoofdstuk 5 en van de dijkteruglegging in hoofdstuk 6. Tabel 4.1 geef aan op welke beoordelingscriteria de permanente effecten worden beoordeeld. De methode van beoordeling wordt in de volgende paragrafen beschreven.
Tabel 4.1 Beoordelingskader gebruikswaarde Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
Fase
Methode
gebruikswaarde (ruimtelijke kwaliteit)
-
woonfunctie (woningen, woonkwaliteit)
gebruik
-
werkfuncties (bedrijven, areaal, werkkwaliteit)
-
scheepsvaartfunctie
-
verkeersfunctie dijk
waar mogelijk kwantitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens
-
recreatiefunctie
-
overige aspecten (externe veiligheid, kabels en leidingen, niet gesprongen explosieven)
4.2
kwalitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens en expert judgement
Woonfunctie
Om de woonfunctie transparant en zo volledig mogelijk te kunnen beoordelen is het criterium opgesplitst in een beoordeling van de effecten op woningen (gedwongen verhuizingen) en op de woonkwaliteit.
4.2.1
Woningen
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium ingegaan op het directe (fysieke) ruimtebeslag van de alternatieven. De beoordeling is kwantitatief en wordt gedaan door het aantal woongebouwen te tellen dat in het ergste geval (‘worst case’) gesloopt moet worden om ruimte te maken voor de dijkversterking of dijkteruglegging. Voor de bepaling van de functie en de adressen is gebruik gemaakt van het online beschikbare Basisregistraties Adressen en Gebouwenbestand van de overheid. Nieuwbouwplannen. De beoordeling gaat in op alle geraakte gebouwen met een woonfunctie. Het komt voor dat er in één gebouw
14 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
meerdere woonfuncties (huishoudens) gevestigd zijn. Het aantal woonfuncties wordt meegenomen in de beoordeling, niet het aantal gebouwen. Zoals aangegeven in paragraaf 4.1, geldt dat de effecten van de aanlegfase tijdelijk (voor een periode van 2 jaar) en weinig onderscheidend zijn. Zij worden in de planuitwerkingsfase nader beschouwd. Studiegebied Het studiegebied betreft het plangebied met directe ingrepen. Uitgangspunt is dat voor de onderhoudszone van de dijk de mogelijke sloop van woningen niet overwogen wordt. Operationalisering beoordelingskader De maatlat voor de beoordeling van de invloed op wonen-woningen staat in tabel 4.2. De scheidslijn tussen negatieve effecten en zeer negatieve effecten is gebaseerd op ongeveer 10 procent van de totale hoeveelheid woningen binnen het studiegebied.
Tabel 4.2 Beoordeling criterium invloed op wonen - woningen Score
Maatlat
++
sterk positief, niet van toepassing
+
positief, het aantal woningen neemt toe
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, 1-10 woningen binnen het ruimtebeslag (te slopen)
--
sterk negatief, 11 of meer woningen binnen het ruimtebeslag (te slopen)
4.2.2
Woonkwaliteit
Methode De effectbeschrijving voor woonkwaliteit gaat in op het directe (fysieke) ruimtebeslag van de alternatieven en mogelijke functiewijzigingen. De woonkwaliteit is op basis van expert judgement kwalitatief beoordeeld. Daarnaast is woonkwaliteit kwantitatief benaderd, het ruimtebeslag van de dijk op tuinen, of het noodgedwongen verwijderen van schuurtjes is hierin kwantitatief gewogen. Voor de bepaling van de functie en de adressen is gebruik gemaakt van het online beschikbare Basisregistraties Adressen en Gebouwenbestand van de overheid. Uitgangspunt bij de effectbeoordeling van woonkwaliteit is dat wanneer woningen binnen het ruimtebeslag van de dijk zijn gesloopt, de overgebleven erven niet relevant zijn voor de woonkwaliteit. Als gedwongen verhuizing noodzakelijk is, is een effectbeoordeling op de woonkwaliteit niet meer zinvol. Studiegebied Het studiegebied betreft het plangebied met directe ingrepen en een kleine zone rondom, waar er sprake kan zijn van zichthinder of aantasting van de woonkwaliteit. Operationalisering beoordelingskader De maatlatten voor beoordeling voor de invloed op wonen-woonkwaliteit is hieronder aangegeven.
15 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Tabel 4.3 Beoordeling criterium invloed op wonen - woonkwaliteit Score
Maatlat
++
sterk positief, niet van toepassing
+
positief, de woonkwaliteit neemt toe in verband met een eventuele meekoppelkans of de kans op toename van het tuinareaal van woningen bij bijvoorbeeld een buitendijkse verlegging.
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, de dijk komt in minder dan 10 tuinen te liggen en/of tast 1-10 particuliere bijgebouwen/schuren aan van een erf waarvan de woning niet geraakt wordt door de dijkversterking.
--
sterk negatief, de dijk komt in meer dan 10 tuinen te liggen en/of tast meer dan 10 bijgebouwen/schuren aan van een erf waarvan de woning niet geraakt wordt door de dijkversterking.
Naast het aantal meters dat de dijk mogelijk extra inneemt in particuliere tuinen, heeft het opschuiven van de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte (gereserveerde ruimte voor de toekomstige verbetering van het waterstaatswerk) ook een effect op de woonkwaliteit; de eigenaar van de tuin krijgt beperkingen opgelegd als de tuin onderdeel uitmaakt van de beschermingszone. Het effect van het opschuiven van de beschermingszone is indirect meegenomen in bovenstaande maatlat. Het uitgangspunt daarbij is dat de beschermingszone evenredig opschuift met het ruimtebeslag van de dijk. Daarnaast is ‘afname van zicht’ ook een vaak genoemde graadmeter van de woonkwaliteit. In het ruimtebeslag dat de dijk in de aanwezige tuinen inneemt zit een impliciete relatie met de zichtlijnen. Als de dijk in de tuin komt te liggen, nemen we aan dat het zicht voor de desbetreffende bewoner verslechtert, de verhoogde dijk komt immers dichter bij zijn/haar raam. Deze meting van zichtverslechtering zit dus daarmee impliciet in bovenstaande maatlat verwerkt.
4.3
Werkfunctie
Om de werkfunctie transparant en zo volledig mogelijk te kunnen beoordelen is het criterium opgesplitst in een beoordeling van de effecten op bedrijven, areaal en werkkwaliteit.
4.3.1
Bedrijven
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium ingegaan op het directe (fysieke) ruimtebeslag van de alternatieven en mogelijke functiewijzigingen. De beoordeling is grotendeels kwantitatief, door het berekenen van het aantal bedrijfsgebouwen dat moet worden verplaatst voor de dijkversterking of dijkverlegging. Voor de bepaling van de functie en de adressen is gebruik gemaakt van het online beschikbare Basisregistraties Adressen en Gebouwenbestand (BAG) van de overheid. In het studiegebied zijn meerdere gebouwen die een dubbelfunctie hebben in het BAG. De gebouwen met de dubbelfunctie wonen en industrie worden twee keer meegenomen in de effectbeoordeling. Namelijk een keer onder het criterium wonen en een keer onder het criterium bedrijven. Het betreft hier in alle gevallen agrariërs die voor het uitvoeren van hun beroep afhankelijk zijn van het gebouw waarin ook hun woonfunctie gevestigd is. Voor andere aanwezige dubbelfuncties (woonfunctie - kantoorfunctie en industrie - kantoorfunctie) wordt alleen het effect op de eerstgenoemde functie meegewogen in de effectbeoordeling, daar de eerste en tweede functie minder duidelijk afhankelijk van elkaar zijn.
16 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Studiegebied Het studiegebied beperkt zich tot het plangebied met directe ingrepen en een kleine zone rondom waar er sprake kan zijn van functiebeperkingen. Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor de invloed op bedrijven is hieronder aangegeven.
Tabel 4.4 Beoordeling criterium invloed op bedrijven Score
Maatlat
++
sterk positief, niet van toepassing
+
positief, de vestiging van meer bedrijvigheid zonder dat dit ten nadele van oude bedrijvigheid gebeurt (toerisme, horeca etc.)
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, tussen 1-10 bedrijfsgebouwen worden aangetast.
--
sterk negatief, meer dan 10 bedrijfsgebouwen worden aangetast.
4.3.2
Areaal
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium ingegaan op het directe (fysieke) ruimtebeslag van de alternatieven en mogelijke functiewijzigingen. De beoordeling is grotendeels kwantitatief, door het berekenen van het landbouwareaal wat afneemt voor de dijkversterking of dijkverlegging. Hiervoor is de Basisregistratie gewaspercelen (BRP) gebruikt. Dit bestand bestaat uit de locatie van landbouwpercelen met daaraan gekoppeld het geteelde gewas. De meest voorkomende gewassen zijn blijvend grasland en natuurlijk grasland met hoofdfunctie landbouw. Er is een kleine afwijking in de uitkomsten omdat een deel van het areaal al op de huidige dijk is ingetekend. De effecten die in beeld zijn gebracht zijn daardoor lichtelijk overschat. Dit is echter niet onderscheidend tussen de alternatieven. Studiegebied Het studiegebied beperkt zich tot het plangebied met directe ingrepen en een kleine zone rondom waar er sprake kan zijn van functiebeperkingen (onderhoudszone). Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor de invloed op areaal is hieronder aangegeven. 30 ha is grofweg de helft van het ruimtebeslag langs 10 km dijk met nieuwe bermen van in totaal 60 m. Bovendien is was dit in 2015 ongeveer de gemiddelde oppervlakte van een agrarisch bedrijf1.
1
http://www.clo.nl/indicatoren/nl2122-bedrijfsgrootte-en-economische-omvang-landbouwbedrijven-
17 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Tabel 4.5 Beoordeling criterium invloed op areaal Score
Maatlat
++
sterk positief,
+
positief, de beschikbare hoeveelheid landbouwareaal neemt toe
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, de beschikbare hoeveelheid landbouwareaal neemt af met maximaal 30 ha
--
sterk negatief, de beschikbare hoeveelheid landbouwareaal neemt af met meer dan 30 ha
4.3.3
Werkkwaliteit
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium ingegaan op het directe (fysieke) ruimtebeslag van de alternatieven en mogelijke functiewijzigingen. Het effect op de werkkwaliteit, bij de bedrijven die niet geraakt worden door de dijkversterking of teruglegging, wordt op basis van expert judgement beoordeeld. Voor de bepaling van de functie en de adressen is gebruik gemaakt van het online beschikbare Basisregistraties Adressen en Gebouwenbestand (BAG) van de overheid. In het studiegebied zijn meerdere gebouwen die een dubbelfunctie hebben in het BAG. De gebouwen met de dubbelfunctie wonen en industrie worden twee keer meegenomen in de effectbeoordeling. Namelijk een keer onder het criterium wonen en een keer onder het criterium bedrijven. Het betreft hier in alle gevallen agrariërs die voor het uitvoeren van hun beroep afhankelijk zijn van het gebouw waarin ook hun woonfunctie gevestigd is. Voor andere aanwezige dubbelfuncties (woonfunctie - kantoorfunctie en industrie - kantoorfunctie) wordt alleen het effect op de eerstgenoemde functie meegewogen in de effectbeoordeling, daar de eerste en tweede functie minder duidelijk afhankelijk van elkaar zijn. Studiegebied Het studiegebied beperkt zich tot het plangebied met directe ingrepen en een kleine zone rondom waar er sprake kan zijn van functiebeperkingen.
Operationalisering beoordelingskader De effectbeoordeling van de werkkwaliteit wordt alleen gedaan als het bedrijf op het desbetreffende erf niet geraakt wordt door de dijkversterking. Als deze wel geraakt wordt en mogelijk moet verhuizen is een effectbeoordeling op de werkkwaliteit niet meer van toepassing/zinvol. Naast het aantal meters dat de dijk inneemt in bedrijventerrein, heeft het opschuiven van de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte (gereserveerde ruimte voor de toekomstige verbetering van het waterstaatswerk) ook een effect op de werkkwaliteit. Het effect van het opschuiven van de beschermingszone is indirect meegenomen in bovenstaande maatlat. Het uitgangspunt daarbij is dat de beschermingszone evenredig opschuift met het ruimtebeslag van de dijk.
18 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Tabel 4.6 Beoordeling criterium invloed op werkkwaliteit Score
Maatlat
++
sterk positief,
+
positief, de concurrentiepositie van het gebied verbetert (bereikbaarheid, aantrekkelijkheid toerisme etc.), of faciliteiten nemen toe (parkeerplaatsen, ..)
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, er is bij 1-10 bedrijven een afname van ruimte voor voorzieningen (parkeerplaatsen, routes etc.) voor bedrijven met gebouwen die niet geraakt worden door de dijkversterking.
--
sterk negatief, er is bij meer dan 10 bedrijven een afname van de aanwezige voorzieningen (parkeerplaatsen, routes etc.) voor bedrijven die niet geraakt worden door de dijkversterking.
4.3.4
Scheepsvaartfunctie
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium ingegaan op het ruimtebeslag van de dijkversterking of de dijkteruglegging en de gevolgen voor zichtlijnen en gebruiksmogelijkheden op en langs de Waal. De beoordeling is kwalitatief, de bruikbaarheid van de scheepvaartfunctie wordt op basis van expert judgement beoordeeld. De effecten van de alternatieven op rivierkunde (zijstroming etc.) worden beschreven in de effectbeoordeling rivierkunde. De mogelijke effecten van aan- en afvoer van grond en materialen gedurende de aanlegfase over water, worden nader beschreven in het MER fase 2. Studiegebied Het studiegebied beperkt zich tot het plangebied met directe ingrepen en de effecten in een beperkte zone daarbuiten in de buitendijkse gebieden en vaarwegen (Waal). Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor de invloed op scheepvaart is hieronder aangegeven.
Tabel 4.7 Beoordeling criterium invloed op scheepvaartfunctie Score
Maatlat
++
sterk positief, niet van toepassing
+
positief, meer ligplaatsen, verbetering zichtlijnen, verbreding vaargeul
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, relatief beperkte kans op stremming van scheepvaartverkeer, beperkte aantasting van de breedte van de vaargeul, de zichtlijnen voor scheepvaartverkeer of afmeermogelijkheden (in de havens)
--
sterk negatief, relatief grote kans op stremming van scheepvaartverkeer, ernstige aantasting van de breedte van de vaargeul, de zichtlijnen voor scheepvaartverkeer en de afmeermogelijkheden
19 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
4.3.5
Verkeersfunctie dijk
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium ingegaan op het directe (fysieke) ruimtebeslag van de alternatieven op de bestaande verkeersfunctie en de daarbij behorende bereikbaarheid en verkeersveiligheid. De beoordeling van de mate van aantasting van de bereikbaarheid vindt plaats op basis van expert judgement (kwalitatief) en door het tellen van het aantal panden en/of buitendijkse gebieden waarvan de bereikbaarheid afneemt (kwantitatief). Onder bereikbaarheid wordt ook de bereikbaarheid voor hulpdiensten verstaan. Daarnaast wordt de aantasting van de verkeersvoorzieningen (openbare parkeervoorziening, oversteekplaatsen) beoordeeld door het tellen van het aantal parkeervoorzieningen (kwantitatief). De verkeersveiligheid (verkeersintensiteit en verkeersconflicten/ongevallen) wordt beoordeeld op basis van expert judgement. Recreatieve routes (wandel- en fietspaden) worden beoordeeld bij het criterium recreatie. Studiegebied Het studiegebied beperkt zich tot het plangebied met directe ingrepen en een kleine zone rondom waar er sprake kan zijn van functiebeperkingen. Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor de invloed op verkeer is hieronder aangegeven.
Tabel 4.8 Beoordeling criterium invloed op de verkeersfunctie Score
Maatlat
++
n.v.t.
+
positief, de bereikbaarheid, het aantal parkeervoorzieningen, het aantal oversteekplaatsen en de verkeersveiligheid verbetert door herstel en verbeteringen in de infrastructuur.
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, de bereikbaarheid van een pand en/of een parkeervoorzieningen/oversteekplaats verslechtert en/of de verkeersveiligheid verslechtert beperkt.
--
sterk negatief, de bereikbaarheid van meer dan een pand en/of meerdere parkeervoorzieningen/oversteekplaats verslechtert en/of de verkeersveiligheid verslechtert ernstig.
4.3.6
Recreatiefunctie
Methode In de effectbeschrijving wordt voor dit criterium primair ingegaan op recreatieve gebieden (bijvoorbeeld camping de Grote Altena), fiets- of wandelroutes en recreatieve kwaliteit waarbij het ruimtelijk profiel van de verschillende oplossingen wordt beschouwd. Tevens wordt ingegaan op het ontstaan van restgebieden, alsmede de functionele beperking van gebieden als gevolg van de ingrepen van de dijkversterking of dijkteruglegging. De bevaarbaarheid van de Waal voor recreatievaart wordt meegenomen onder het criterium scheepvaart. Studiegebied Het studiegebied is beperkt tot het plangebied en een kleine zone rondom, waarbinnen sprake kan zijn van aantasting van recreatieve functies of routes. Daarnaast wordt beschouwd of nieuwe recreatieve fiets- of wandelroutes niet onmogelijk gemaakt worden.
20 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor de invloed op recreatie is hieronder aangegeven.
Tabel 4.9 Beoordeling criterium invloed op de recreatiefunctie Score
Maatlat
++
sterk positief, de ontwikkeling van een recreatief zeer onderscheidend gebied.
+
positief, de aanleg van meer recreatieve functies en/of routes die een verhoogde recreatieve kwaliteit ten gevolge hebben
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, enkele recreatieve functies of routes worden in beperkte mate aangetast. De recreatieve kwaliteit neemt af.
--
sterk negatief, recreatieve functies of routes worden ernstig aangetast. De recreatieve kwaliteit neemt erg af.
4.3.7
Overige aspecten (externe veiligheid, kabels en leidingen, niet gesprongen explosieven)
Methode In de effectbeschrijving van de overige aspecten wordt gekeken naar de externe veiligheid, kabels en leidingen en niet gesprongen explosieven (NGE). Voor alle drie de thema’s geldt dat de meeste effecten in deze fase geen onderscheidende beslisinformatie bieden, wel spelen de effecten een belangrijke rol in de aanlegfase (MER fase 2). Externe veiligheid De externe veiligheid is niet onderscheidend tussen de alternatieven, elk alternatief draagt immers bij aan het verlagen van het overstromingsrisico en geen enkel alternatief draagt specifieke externe veiligheidsrisico’s met zich mee. Gezien het beperkte aantal kwetsbare objecten, biedt het criterium op dit punt ook geen onderscheidende beslisinformatie. Wel wordt aanbevolen externe veiligheid in de planuitwerkingsfase nader te beschouwen. Kabels en leidingen Kabels en leidingen zijn randvoorwaardelijk voor het ontwerp. De drie dijkversterkingsalternatieven raken wel degelijk kabels en leidingen waar in het ontwerp een oplossing voor moet worden bedacht. De effecten hiervan zijn al grotendeels verwerkt in de kostenraming. In de kosten zijn namelijk de kosten voor het verleggen of anderszins beschermen van kabels en leidingen meegenomen. Andere effecten van de alternatieven op de kabels en leidingen zijn niet te verwachten.
Daarmee biedt ook het thema kabels en leidingen, los van de genoemde kosten, geen onderscheidende beslisinformatie voor de keuze tussen de alternatieven. Niet Gesprongen Explosieven De ligging van de NGE is niet onderscheidend tussen de alternatieven. In alle alternatieven moet, in de omgeving van Nijmegen, rekening gehouden worden met de aanwezigheid van explosieven. Een aanname hierbij kan zijn dat men bij een groter ruimtebeslag logischerwijs meer explosieven tegen zal komen. Echter is de locatie van explosieven in dit stadium niet met zekerheid vast te stellen, vandaar dat wordt aangeraden geen aannames te doen, maar in de planuitwerkingsfase nader onderzoek naar de aanwezigheid van NGE uit te voeren. Op deze wijze worden buitenproportionele onderzoekskosten vermeden.
21 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
5
EFFECTEN DIJKVERSTERKING
De effectbeoordeling voor het thema gebruikswaarde in de dijkversterking is hieronder voor de relevante beoordelingscriteria, de dijksecties en de meekoppelkansen beschreven en toegelicht. Het criterium ‘overige aspecten’ is, zoals toegelicht in 4.1, niet meegenomen.
5.1
Woonfunctie - woningen
5.1.1
Alternatieven
Dijksecties 2-3 en 8-9 hebben geen woningen met woonfuncties binnen het ruimtebeslag. De beoordeelde alternatieven zijn niet van toepassing op dijksecties 4-7. Het effectgebied beperkt zich daarom tot dijksecties 1 en 10-17. In het gebied rondom de dijk bevinden zich ruim 100 huizen met een woonfunctie. Tabel 5.1 geeft binnen een onderzekerheidsmarge aan hoeveel woningen binnen het ruimtebeslag van de dijkversterkingsalternatieven liggen. Alternatief 1 raakt aan circa 60 woningen (--), waar alternatief 2 en 3 rond de 10 woningen raken (-). Het voornaamste verschil tussen de alternatieven is te herleiden naar de hoge woningdichtheid van Park Tergouw in dijksectie 10. Binnen het ruimtebeslag van de binnendijkse berm van alternatief 1 liggen 26 tot 30 woningen. Bovendien liggen ook over de hele dijkstrekking gezien telkens net iets meer woningen binnen het ruimtebeslag van alternatief 1.
Tabel 5.1 Aantal woningfuncties binnen ruimtebeslag alternatieven (orde grootte) Dijksectie
1
2
3
1
1-5
1-5
1-5
10
26-30
0
0
11
1-5
0
0
12
6-10
1-5
1-5
13
6-10
1-5
1-5
14
1-5
1-5
1-5
15
1-5
0
0
16
1-5
1-5
1-5
17
1-5
0
0
circa 60
circa 10
circa 10
Totaal
5.1.2
Meekoppelkansen
Er zijn meerdere meekoppelkansen die van invloed zijn op de functie wonen: Hoge Wei en de herinrichting Hart van Oosterhout (dijksectie 11). Beide meekoppelkansen hebben een toename in het totale woningaanbod ten gevolg. Alternatief 1 (dijkversterking in grond), raakt geen woningen die in de plannen voor Hoge Wei staan (0), maar raakt aan de groenbestemming. De andere alternatieven hebben geen invloed op de woningbouwplannen.
22 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
5.2
Woonfunctie - woonkwaliteit
5.2.1
Alternatieven
Dijksecties 8 en 9 hebben geen woonfuncties. De beoordeelde alternatieven zijn niet van toepassing op dijksecties 4-7. Het effectgebied beperkt zich daarom tot dijksecties 1-3 en 10-17. Doordat in alternatief 1 (versterken in grond) in het ergste geval de meeste woningen zijn gesloopt, is het effect op de woonkwaliteit van de overgebleven woningen beperkt. De dijkversterking raakt hier minder dan vijf tuinen en tast tussen de een en vijf bijgebouwen van nog overgebleven woningen aan (-). Alternatief 2 (binnendijkse constructie) en alternatief 3 (constructies) treffen tussen de een en vijf bijgebouwen van woningen die zelf niet geraakt worden door de dijkversterking, tevens komt de dijk in minder dan vijf tuinen te liggen (-).
5.2.2
Meekoppelkansen
De meekoppelkansen hebben, voor zover bekend, geen aanvullende invloed op de kwaliteit van de woonfuncties (zoals ruimtebeslag op tuinen en dergelijke).
5.3
Werkfunctie - bedrijven
5.3.1
Alternatieven
Er zijn verschillende gebouwen met kantoor-, industrie-, en bijeenkomstfuncties (horeca). Het alternatief 1 (versterken in grond) zorgt in het ergste geval voor de sloop van 6-10 gebouwen met een bedrijfsfunctie (-). Bij alternatief 2 en 3 zorgt het ontbreken van een binnendijkse berm voor de sloop van minder dan vijf gebouwen (-). De horeca bij Sprok (dijksectie 1) en de Brasserie (en overige functies) bij Altena (dijksectie 12) liggen in alle gevallen binnen het ruimtebeslag.
5.3.2
Meekoppelkansen
De meekoppelkansen hebben, voor zover bekend, geen invloed op bedrijfsgebouwen.
5.4
Werkfunctie - areaal
5.4.1
Alternatieven
Volgens de GIS-analyse raakt alternatief 1 ongeveer 35-40 ha landbouwgrond (--), alternatief 20-25 ha (-) en alternatief 3 15-20 ha (-). Hierbij is sprake van een overschatting van ongeveer 10 ha, omdat in het bestand een deel van de dijk ook al in agrarisch in gebruik is. In alle alternatieven betreft het voor meer dan 95% grasland.
5.4.2
Meekoppelkansen
Eén geïdentificeerde meekoppelkans heeft effect op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De ruilverkaveling biedt mogelijkheden voor de bedrijvigheid maar kan ook tot gevolg
23 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
hebben dat bedrijven verdwijnen. In alle alternatieven voor de dijkversterking is voldoende ruimte voor mogelijke ruilverkaveling. Meekoppelkansen als parkeerplaatsen en fietspaden kunnen zorgen voor meer ruimtebeslag op het landbouwareaal. Deze vergroten de negatieve effecten van de dijkversterking.
5.5
Werkfunctie - werkkwaliteit
5.5.1
Alternatieven
Alternatief 1 (versterken in grond) heeft vanwege zijn grote ruimtebeslag het meeste impact op voorzieningen en/of tuin nabij de werkfuncties. Dit is echter maar bij enkele bedrijven het geval, en het ruimtebeslag bestrijkt maar een relatief klein deel van het terrein (-). Bij alternatieven 2 en 3 zijn de gevolgen minimaal (0).
5.5.2
Meekoppelkansen
De meekoppelkansen voor het plaatsen van parkeerplaatsen bij horecagelegenheden in de buurt is een kans voor de werkkwaliteit.
5.6
Scheepvaartfunctie
5.6.1
Alternatieven
In het studiegebied zijn geen ligplaatsen bekend. En de verwachte ingrepen hebben geen effect op de vaargeul, de zichtlijnen of de afmeermogelijkheden (0).
5.6.2
Meekoppelkansen
Er zijn geen meekoppelkansen benoemd die van toepassing zijn, of effect hebben op, de scheepvaartfunctie.
5.7
Verkeersfunctie dijk
5.7.1
Alternatieven
Bereikbaarheid Geen van de alternatieven heeft een permanente verandering van de bereikbaarheid van de aanwezige woningen ten gevolg, uitgaande van behoud van de functie van opritten en wegen. Er is eveneens geen wijziging in de bereikbaarheid van het gebied voor hulpdiensten. Het effect van de aanlegfase op de bereikbaarheid wordt verder beoordeeld in MER fase 2. Verkeersvoorzieningen Het aantal openbare parkeervoorzieningen (niet gerelateerd aan aanwezige horeca of andere functies) in het gebied is beperkt. Wel bevinden zich op de dijk enkele parkeerplaatsen (met name in het oosten van het studiegebied). Binnen alle alternatieven worden deze voorzieningen in het ergste geval aangetast en niet teruggebracht. Echter is uitgangspunt dat de in de referentiesituatie aanwezige parkeervoorzieningen na de planuitwerking worden teruggebracht
24 | 33
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde
Verkeersveiligheid Voor alle dijkversterkingsalternatieven geldt dat er in de gebruiksfase geen effecten zijn op de verkeersveiligheid. Daar het tracé van de dijk gelijk wordt gehouden aan de referentiesituatie en er geen wijzigingen zijn aan de wegindeling. Overzicht verkeersfunctie dijk De alternatieven hebben geen effect op de bereikbaarheid, verkeersvoorzieningen en verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie (0).
5.7.2
Meekoppelkansen
De voor het thema verkeersfunctie relevante meekoppelkansen worden hier toegelicht. De Gastvrije Waaldijk heeft als doel de weginrichting van de noordelijke Waaldijk tussen Gorinchem en Nijmegen te verbeteren en in dit gebied tevens nieuwe recreatieve knooppunten te ontwikkelen. Eén van de verwachte effecten is een vergrote verkeersveiligheid (fietsers en auto’s worden meer van elkaar gescheiden). Een aantal stakeholders heeft aangegeven het aantal parkeerplaatsen bij Sprok en de Grote Altena te willen vergroten, hiermee wordt meer parkeergelegenheid gecreëerd. De meekoppelkansen Landgoed Loenen en de herinrichting van de Loenensche buitenpolder dragen eveneens bij aan het vergroten van de parkeercapaciteit op de dijk. ARK natuurontwikkeling en Staatsbosbeheer zijn voornemens om grote grazers, die de natuurgebieden en uiterwaarden onderhouden, te kunnen laten passeren ter hoogte van Fort Lent. Het toevoegen van een oversteekplaats is in de maatlatten genoemd als een verkeersveiligheid verhogende factor. Het toevoegen van een oversteekplaats voor grote grazers is echter niet significant bevorderend voor een toename van de verkeersveiligheid. Het uitvoeren van de meekoppelkansen is niet onderscheidend tussen de alternatieven.
5.8
Recreatiefunctie
5.8.1
Alternatieven
De recreatiefuncties bevinden zich op de dijk (routes) en in dijksecties 8 en 12 (restaurant Sprok en het Wijnfort zijn al beschouwd bij bedrijfsfuncties). Er vindt bij geen van de drie alternatieven permanente aantasting plaats van de doorgaande recreatieve routes, omdat de functie van de wegen behouden blijft. De recreatieve kwaliteit van de uiterwaarden neemt niet af, omdat er geen wandelpaden verdwijnen. Eventuele effecten op de belevingswaarde zijn bij dat thema opgenomen. Het gaat dus bij de effecten op de recreatiefunctie om de effecten in dijksecties 8 en 12. Alternatief 1 heeft grote invloed op de wandelpaden en recreatieve kwaliteit op het landgoed Oosterhout (dijksectie 8). Een deel van het sterrenbos inclusief wandelpaden verdwijnt. Bij alternatief 2 en 3 is het ruimtebeslag veel minder. De alternatieven hebben geen ruimtebeslag op de aanwezige recreatiewoningen van camping de Grote Altena (dijksectie 12). Alternatief 1 heeft eveneens binnendijks invloed op het landgoed van Loenen, maar hierbij worden nauwelijks paden geraakt. Alleen de oprit van het landgoed. Het onderscheidende effect wordt dus bepaald door het ruimtebeslag in dijksectie 8. Alternatief 1 wordt negatief beoordeeld (-). De overige alternatieven hebben een veel kleiner effect (0).