CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Bijlage bij de toelichting deel 2c

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling paraplubestemmingsplan Nijmegen Dijkversterking Wolferen - Sprok (27/2021) (STEMSTUK)32.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

25 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

5.8.2

Meekoppelkansen

De Gastvrije Waaldijk heeft naast het vergroten van de verkeersveiligheid ook het verhogen van de recreatieve kwaliteiten van het gebied tot gevolg, bijvoorbeeld door middel van het plaatsen van meerdere rustplekken. Deze ontwikkeling wordt door alle alternatieven niet in de weg gestaan. Overigens zal voor de rustplekken een maatwerklocatie opgenomen moeten worden. Dit is echter niet onderscheidend tussen de alternatieven. De meekoppelkans buitenplaats Oosterhout, die (onder andere) het terugbrengen van de zichtlijn van het huis naar de Waaldijk als doel heeft, heeft positieve effecten op de recreatieve functie in het gebied. De alternatieven staan deze ontwikkeling niet in de weg. Andere meekoppelkansen die een meerwaarde hebben voor de recreatieve functie in het gebied zijn de herinrichting van Landschapsplan de Danenberg, de herinrichting van de Loenensche Buitenpolder, Landgoed Loenen en het landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Overbetuwe waarin meerdere ommetjes staan benoemd. Op dit moment staan de alternatieven deze ontwikkelingen niet in de weg.

5.8.3

Overzicht effecten gebruikswaarde

In de effectbeoordeling van de dijkversterking voor het thema gebruikswaarde zijn de effecten op de woonfunctie, werkfunctie, scheepvaartfunctie, verkeersfunctie en de recreatiefunctie beoordeeld. De grootste effecten concentreren zich binnendijks. Alternatief 1 (versterken in grond) heeft het grootste binnendijkse ruimtebeslag en daarmee het grootste effect op de gebruikswaarde (zie tabel 5.1). Omdat het ruimtebeslag van alternatief 2 en 3 zich grotendeels op het huidige dijklichaam of in buitendijks gebied bevindt, zijn hier minder effecten. De hoogste concentratie van effecten bevindt zich in dijksectie 8 (landgoed Oosterhout), 10 (park Tergouw), 11 en 12 (ter hoogte van Brasserie de Altena). In dit gebied zijn woonfuncties, recreatiefuncties en bedrijfsfuncties in hoge dichtheid aanwezig. Buiten deze secties spelen her en der woonfuncties, maar zijn de bermen over het algemeen vanuit gebruikswaarde wel mogelijk. De verkeersfunctie en scheepvaartfunctie worden in de gebruiksfase bij geen van de alternatieven aangetast (0).

Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

1

versterken in grond

binnendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie

Tabel 5.2 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking gebruikswaarde

gebruikswaarde

woonfunctie (woningen)

--

-

-

woonfunctie (woonkwaliteit)

-

-

-

werkfunctie (bedrijven)

-

-

-

werkfunctie (areaal)

--

-

-

werkfunctie (werkkwaliteit)

-

0

0

scheepsvaartfunctie

0

0

0

26 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

2

3

Thema

6

Beoordelingscriteria, invloed op

1

2

3

verkeersfunctie dijk

0

0

0

recreatiefunctie

-

0

0

EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING

De effectbeoordeling voor het thema gebruikswaarde in de dijkteruglegging is hieronder voor de relevante beoordelingscriteria, de dijksecties en de meekoppelkansen beschreven en toegelicht. Het criterium ‘overige aspecten’ is, zoals toegelicht in 4.1, niet meegenomen.

6.1

Woonfunctie - woningen

6.1.1

Alternatieven

Een groot gedeelte van de aanwezige huizen moet voor een dijkteruglegging worden gesloopt. Voor alternatief 2 (circa 11-15 woningen) is dit het grootste negatieve effect (--). Alternatief 1 raakt aan circa 6-10 woningen (-). In het alternatief 3 (recreatief rivierpark) worden de meeste woningen behouden (-, 6-10 woningen). De gevolgen van alternatieven 1 en 3 komen dan overeen met de gevolgen van dijkversterking. Bij dijkversterking is er wel meer mogelijk voor inpassing.

6.1.2

Meekoppelkansen

Er zijn geen geïdentificeerde meekoppelkansen van toepassing op de woonfuncties.

6.2

Woonfunctie - woonkwaliteit

6.2.1

Alternatieven

De woonkwaliteit wordt alleen beoordeeld voor die woningen die behouden blijven binnen een alternatief. Tevens wordt gekeken naar de verandering in woonkwaliteit voor woningen die buiten het zoekgebied vallen, bijvoorbeeld omdat hiervan wel de tuin of een bijgebouw wordt geraakt door de dijkverlegging. In alle alternatieven komt de dijk in niet meer dan vijf tuinen te liggen en tast minder dan vijf bijgebouwen/schuren aan (-).

6.2.2

Meekoppelkansen

Er zijn geen geïdentificeerde meekoppelkansen van toepassing op de woonfuncties.

27 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

6.3

Werkfunctie - bedrijven

6.3.1

Alternatieven

In het zoekgebied van de dijkteruglegging bevinden zich vijf bedrijfspanden. In alternatief 1 (beperkte verlegging) blijven vier bedrijven behouden (-). In het alternatief 2 (natuurverbinding) blijven geen bedrijven behouden (-). In alternatief 3 (recreatief rivierpark) blijft één bedrijf behouden (-).

6.3.2

Meekoppelkansen

Er is één geïdentificeerde meekoppelkans die effect heeft op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De mogelijke ruilverkaveling heeft in dit gebied effect op de drie aanwezige glastuinbouwbedrijven. De ruilverkaveling biedt voor deze bedrijven mogelijkheden maar ook beperkingen, afhankelijk van het standpunt van de eigenaar. De meekoppelkans is in alle alternatieven mogelijk, maar in alternatief 2 en 3 noodzakelijk in verband met het benodigde ruimtebeslag.

6.4

Werkfunctie - areaal

6.4.1

Alternatieven

In het zoekgebied van de dijkteruglegging bevindt zich in totaal 19 hectare grasland en 4 ha glas. Alternatief 1 (beperkte verlegging) behoudt binnendijks circa 6 hectare van het grasland en 4 ha glas (-). Bij de natuurverbinding (alternatief 2) en het recreatief rivierpark (alternatief 3) gaat het merendeel van het huidige areaal verloren (-).

6.4.2

Meekoppelkansen

Er is één geïdentificeerde meekoppelkans die effect heeft op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De mogelijke ruilverkaveling heeft in dit gebied effect op de drie aanwezige glastuinbouwbedrijven. De ruilverkaveling biedt voor deze bedrijven mogelijkheden maar ook beperkingen, afhankelijk van het standpunt van de eigenaar. De meekoppelkans is in alle alternatieven mogelijk, maar in alternatief 2 en 3 noodzakelijk in verband met het benodigde ruimtebeslag.

6.5

Werkfunctie - werkkwaliteit

6.5.1

Alternatieven

De werkkwaliteit voor de overgebleven functies verandert niet bij de beperkte verlegging (alternatief 1, 0). Er is geen invloed op de drie kastuinbouwbedrijven. Voor het bedrijf Bunt Tuinen is er ook geen verandering in de werkkwaliteit in de gebruiksfase. De brasserie is verdwenen, en heeft daarom geen invloed op de werkkwaliteit. Bij alternatief 2 (natuurverbinding) is er geen sprake meer van werkfuncties binnen het zoekgebied. Werkfuncties aan de rand van het zoekgebied worden niet beïnvloed. Daarom is een beoordeling van werkkwaliteit niet meer van toepassing (n.v.t.).

28 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

In het recreatief rivierpark (alternatief 3) is er een positief effect op de werkkwaliteit van het overgebleven bedrijf (brasserie de Grote Altena). Te verwachten is dat de aantrekkelijkheid van het gebied toeneemt en dat het aantal parkeerplaatsen in ieder geval gelijk blijft en-of toeneemt(+).

6.5.2

Meekoppelkansen

Er is één geïdentificeerde meekoppelkans die effect heeft op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De mogelijke ruilverkaveling heeft in dit gebied effect op de drie aanwezige glastuinbouwbedrijven. De ruilverkaveling biedt voor deze bedrijven mogelijkheden maar ook beperkingen, afhankelijk van het standpunt van de eigenaar. De meekoppelkans is in alle alternatieven mogelijk, maar in alternatief 2 en 3 noodzakelijk in verband met het benodigde ruimtebeslag.

6.5.3

Scheepsvaartfunctie

6.5.4

Alternatieven

Er zijn in het huidige zoekgebied geen bestaande ligplaatsen. De verwachte ingrepen hebben geen effect op de zichtlijnen en zorgen voor een mogelijke toename van de afmeermogelijkheden (in de nevengeul) (+). Het effect van de nevengeulen op de scheepvaart (bijvoorbeeld door dwarsstroming), wordt beschreven in de effectbeoordeling rivierkunde. Te verwachten is dat de aan- en afvoer van grond en materialen gedurende de aanlegfase gedeeltelijk op het water zal plaatsvinden. Daarmee heeft de aanlegfase eventuele impact op de scheepvaart, echter is niet te verwachten dat dit leidt tot opstoppingen. De aanlegfase wordt nader beschouwd in het MER fase 2. Effect op rivierkundige aspecten, zoals zijstroming wordt beschreven in de effectbeoordeling van rivierkunde.

6.5.5

Meekoppelkansen

De nevengeul biedt de mogelijkheid voor het ontwikkelen van eventuele ligplaatsen. Deze meekoppelkans is echter niet onderscheidend tussen de alternatieven en daarom in deze fase niet van belang.

6.5.6

Verkeersfunctie dijk

6.5.7

Alternatieven

In alle varianten voor de dijkteruglegging verandert het tracé van de weg mee met de dijk. De invloed op de bereikbaarheid, het aantal parkeervoorzieningen, oversteekplaatsen en de verkeersveiligheid is niet onderscheidend tussen de drie alternatieven (0). Er is eveneens geen wijziging in de bereikbaarheid van het gebied voor hulpdiensten (0). Het effect van de aanlegfase op de bereikbaarheid wordt beoordeeld in MER fase 2.

6.5.8

Meekoppelkansen

Door de dijkverlegging is het aanleggen van parkeerplaatsen bij de brasserie niet meer zinvol. De keuze voor dijkteruglegging maakt deze meekoppelkans daarmee niet meer mogelijk.

29 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

6.6

Recreatiefunctie

6.6.1

Alternatieven

De beoordeling van het thema recreatie is sterk afhankelijk van de verdere invulling van de drie alternatieven. Alle drie de alternatieven tasten de huidige recreatieve functies aan, maar hebben ook de mogelijkheid om het gebied opnieuw recreatief te ontwikkelen. De ontwikkelingsmogelijkheden zijn echter niet in detail in de alternatieven uitgewerkt. De huidige aanwezige recreatieve functies zijn de camping, de uiterwaarden en brasserie de Grote Altena (de laatste beoordeeld onder werkfuncties). In alle drie de alternatieven verdwijnt de camping met negen recreatiewoningen in de huidige vorm (--). In het alternatief recreatief park is de ontwikkeling van nieuwe recreatieve functies en het behoud van de functie verblijfsrecreatie opgenomen (+). Hierbij moet nog wel onderzocht of hiervoor vergunning verleend kan worden vanwege de locatie in het nieuwe winterbed van de rivier. In deze fase is hierover geen duidelijkheid te krijgen. Het terugplaatsen van een kampeerterrein is in alternatief 1 (beperkte verlegging) en alternatief 2 (natuurverbinding) enkel op de dijk of binnendijks mogelijk. Dit is nu niet opgenomen binnen de inrichting van deze alternatieven. Binnen de alternatieven 1 en 2 is er nog wel de mogelijkheid voor het ontwikkelen van nieuwe recreatieve routes, dit is echter maar een klein positief effect ten opzichte van de referentiesituatie (0).

6.6.2

Meekoppelkansen

Er zijn geen relevante meekoppelkansen voor de recreatiefunctie.

6.6.3

Overzicht effecten gebruikswaarde

In de effectbeoordeling van de dijkteruglegging voor het thema gebruikswaarde zijn de effecten op de woonfunctie, werkfunctie, scheepvaartfunctie, verkeersfunctie en de recreatiefunctie beoordeeld. Ui tabel 6.1 wordt duidelijk dat de beoordeling van de effecten van de dijkversterking op dijksectie 12 vaak vergelijkbaar is met de beoordeling van de dijkteruglegging. Vaak worden niet meer dan 10 functies geraakt per criterium. Dijkversterking heeft als voordeel dat het vrijwel geen ruimtebeslag op de logiesfuncties van de camping heeft. Een groot gedeelte van de aanwezige huizen moet voor een dijkteruglegging worden gesloopt. Voor alternatief 2 (circa 11-15 woningen) is dit het grootste negatieve effect (--). Alternatief 1 raakt aan circa 6-10 woningen (-). In het alternatief 3 (recreatief rivierpark) worden de meeste woningen behouden (-, 6-10 woningen). De gevolgen van alternatieven 1 en 3 komen dan overeen met de gevolgen van dijkversterking. Bij dijkversterking is er wel meer mogelijk voor inpassing. De impact van de alternatieven op de aanwezige bedrijven is bij de beperkte verlegging het kleinst, dit in verband met behoud van de glastuinbouw. Het alternatief recreatief park is het enige alternatief waarin het behoud van Brasserie de Altena mogelijk is. In alle drie alternatieven verdwijnt de camping in de huidige vorm.

In het alternatief 3 recreatief park is de mogelijkheid voor de ontwikkeling van nieuwe recreatieve functies en het terugbrengen van de bestemming voor kamperen een doel (+). Hierbij moet nog wel onderzocht of hiervoor vergunning verleend kan worden vanwege de locatie in het nieuwe winterbed van de rivier. In deze fase is hierover geen duidelijkheid te krijgen.

30 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

Het terugplaatsen van een kampeerterrein is in alternatief 1 (beperkte verlegging) en alternatief 2 (natuurverbinding) enkel op de dijk of binnendijks mogelijk. Dit is nu niet opgenomen binnen de inrichting van deze alternatieven. Binnen de alternatieven 1 en 3 blijft de functie van de uiterwaarden als wandelgebied gewaarborgd (dit is zeker niet uitgesloten bij een natuurfunctie) en is er de mogelijkheid voor het ontwikkelen van nieuwe recreatieve routes. Vanwege van het verdwijnen van de recreatieve functies uit de referentiesituatie is er een negatief effect op de recreatiefunctie.

Tabel 6.1 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging gebruikswaarde

1

2

gebruikswaarde

woonfunctie (woningen)

-

--

-

-

woonfunctie (woonkwaliteit)

-

-

-

-

werkfunctie (bedrijven)

-

-

-

-

werkfunctie (areaal)

-

-

-

-

werkfunctie (werkkwaliteit)

0

n.v.t.

+

0

scheepsvaartfunctie

0

0

0

0

verkeersfunctie dijk

0

0

0

0

recreatiefunctie (negatieve effecten)

--

--

--

-

recreatiefunctie (positieve effecten nieuwe situatie)

0

0

+

0

overige aspecten (externe veiligheid, kabels en leidingen, niet gesprongen explosieven)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1

Recreatief park

Beperkte verlegging

7

3

Dijkversterking dijksectie 12

Beoordelingscriteria, invloed op

Natuurverbinding

Thema

MOGELIJKE MAATREGELEN

In een m.e.r.-procedure is het gebruikelijk maatregelen aan te geven die het ontwerp verbeteren, die effecten voorkomen, mitigeren (verzachten) of waarden compenseren (buiten het plangebied).

Tabel 7.1 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkversterking Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

alle

alle

compensatie als verlies van gebruiksfuncties

financiële compensatie (uitkopen/nadeelcompensatie/planschade)

alle

alle

panden behouden

door bijvoorbeeld op korte strekkingen constructies toe te passen (alternatief 2/3 of maatwerk) kunnen panden behouden blijven. Dit

31 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

heft gevolgen voor de raming. Bovendien moet duidelijk zijn of sprake is van een duurzame oplossing. Moet het pand bij een volgende dijkversterking wel wijken? Is er voldoende sprake van woon/werkkwaliteit? Behoud van monumenten heeft eveneens een positief gevolg voor erfgoedwaarden. wonen

1, dijksectie 11

afstemming inrichting bij Hogewei

Alternatief 1 komt in het plangebied van woningbouwproject de hoge wei, de aansluiting van dit alternatief op de mogelijke nieuwbouw wordt afgestemd.

werkkwaliteit

voorzieningen

op- en afritten en parkeervoorzieningen terugbrengen bij (blijvende) bedrijven.

dit was uitgangspunt voor de beoordeling.

verkeer

tracé

uitgangspunt is dat alle aansluitingen zoals deze nu aanwezig zijn in het ontwerp van het VKA terugkomen.

dit was uitgangspunt voor de beoordeling.

verkeersveiligheid

gehele dijk

snelheidsremmende maatregelen op de weg.

de rechtstanden van de dijk nodigen uit tot hard rijden. Het actief laten slingeren van de weg of het aanleggen van snelheidsremmende maatregelen kan het aantal hardrijders doen afnemen en de verkeersveiligheid vergroten.

recreatie

gehele dijk

in de aanlegfase rekening houden met de recreatieseizoenen.

vermindert de hinder tijdens het recreatieseizoen bij (blijvende) recreatieve uitspanningen en zorg er voor dat omrijd/omlooproutes tijdig en duidelijk zijn aangegeven.

Tabel 7.2 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkteruglegging Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

alle

alle

compensatie als verlies van gebruiksfuncties

financiële compensatie (uitkopen/nadeelcompensatie/planschade)

alle

alle

inpassing blijvende functies

de blijvende en nieuwe functies moeten goed ontsloten zijn, met voldoende parkeergelegenheid

recreatie

alle

behoud recreatiewoningen

recreatiewoningen kunnen eventueel op een andere locatie worden geplaatst

alle

alle

opheffen Barro-reservering

de Barro-reservering verhindert investeringen in het dijkterugleggingsgebied. Een aanbeveling is om in het geval van een eventuele dijkteruglegging die niet het hele gebied van de barro-reservering betreft, de overgebleven barro-reservering op te heffen. Ook bij het niet doorgaan van de dijkteruglegging in het geval van onmogelijkheden of te weinig winst is het

32 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

een logisch vervolg om de reservering uit de Barro te halen

8

LEEMTEN IN KENNIS

8.1.1

Leemten in kennis en informatie

Voor de alternatievenafweging is voldoende informatie beschikbaard. In fase 2 voor het MER is een meer gedetailleerde uitwerking van de aanlegfase, de situatie rondom maatwerklocaties en rondom de indeling van de alternatieven van de dijkteruglegging noodzakelijk.

8.1.2

Mogelijke monitoringsvoorstellen

Er is op dit moment geen noodzaak voor monitoring.

8.1.3

Nog te onderzoeken mogelijke maatregelen

In hoofdstuk 6 zijn verschillende maatregelen benoemd, die ook nog steeds uitgevoerd kunnen worden als het desbetreffende alternatief tot voorkeursalternatief wordt benoemd. In de planuitwerking moet hier aandacht aan worden besteed.

9 -

REFERENTIELIJST Fietseropuit.nl, 2018. https://www.fietseropuit.nl/bestaande-routes. Kadaster, 2017. https://www.kadaster.nl/bgt. RWS.nl, 2018. https://www.rijkswaterstaat.nl/water/vaarwegenoverzicht/waal/index.aspx. Werkpartners.net (2018), http://www.werkpartners.net/index.php?page=ruimtelijkekwaliteit. Witteveen+Bos, 2017b. Dijkversterking Wolferen - Sprok, Vooronderzoek land- en waterbodem. Witteveen+Bos, 2017b. Dijkversterking Wolferen - Sprok, Mobiliteitstoets. Witteveen+Bos, 2018. Dijkversterking Wolferen - Sprok, Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

33 | 33

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.447 | Bijlage IX - Gebruikswaarde

X BIJLAGE: TOEKOMSTWAARDE

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode/inkoopnr. Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bijlage X - Toekomstwaarde Integrale verkenning Dijkversterking Wolferen-Sprok en Dijkteruglegging Oosterhout Waterschap Rivierenland 101592/5001375 (6407076) Definitief 21 september 2018 101592-13.40/18-014.455 N. van der Zijden MSc mw. dr.ir. W. Soepboer mw. dr.ir. W. Soepboer

Paraaf

Bijlage(n)

-

Deze bijlage gaat in op het thema toekomstwaarde. Hoofdstuk 1 verantwoordt waarom dit thema van belang is voor de afweging van de dijkversterkingsalternatieven en dijkterugleggingsalternatieven. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de referentiesituatie, de situatie ten opzichte waarvan de beoordeling van de alternatieven plaatsvindt. Hoofdstuk 3 geeft het kader voor toekomstwaarde vanuit beleid en wetgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de methode aan de hand waarvan in hoofdstuk 5 (dijkversterking) en hoofdstuk 6 (dijkteruglegging) de effecten zijn beschreven en beoordeeld. Hoofdstuk 7 geeft daarbij mogelijk maatregelen om het ontwerp te optimaliseren, effecten te verzachten of te compenseren. Hoofdstuk 8 gaat in op eventuele leemten in kennis. De referenties staan in hoofdstuk 9.

1

VERANTWOORDING THEMA

Deze rapportage gaat in op het thema toekomstwaarde als onderdeel van het m.e.r. Toekomstwaarde gaat over de duurzaamheid van het ontwerp en of het project de ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden kan opvangen. De toekomstwaarde van de verschillende alternatieven wordt getoetst door te kijken naar meekoppelkansen, toekomstige adaptatie en duurzaam materiaal- en energiegebruik. Het ruimtebeslag van dijkversterking en dijkteruglegging heeft onderscheidende invloed op of en hoe meekoppelkansen meegenomen kunnen worden. Toekomstige adapatie gaat over duurzaamheid, klimaatverandering en medegebruik op de dijk. Bij dijkversterking en dijkteruglegging geldt dat er diverse werkzaamheden zullen plaatsvinden zoals grondverzet, aanleggen van funderingen en constructies met de bijbehorende inzet van materieel. Deze hebben invloed op materiaal- en energiegebruik.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

2

REFERENTIESITUATIE

Dit hoofdstuk gaat in op de huidige waarden en functies in het plan- en studiegebied en eventuele relevante zekere ontwikkelingen in de toekomst. Deze beschrijving dient als referentiesituatie om de alternatieven tegen te beoordelen. Voor de criteria in dit rapport is de referentiesituatie niet anders dan bij gebruikswaarde (bijlage IX).

3

WETTELIJK- EN BELEIDSKADER

Het wettelijke- en beleidskader en de richtlijnen voor toekomstwaarde sluiten aan bij die van gebruikswaarde (bijlage IX).

4

METHODE

Dit hoofdstuk onderbouwt de methode voor de effectbeoordeling in dit MER voor het thema toekomstwaarde. De toekomstwaarde van een gebied wordt bepaald door de mate waarin het gebied duurzaam, aanpasbaar en beheerbaar is. Een gebied dat makkelijk aan te passen valt aan toekomstige ontwikkelingen, heeft een hogere ruimtelijke kwaliteit. Van belang zijn ook de meekoppelkansen in de omgeving, aangegeven wordt in hoeverre een alternatief ruimte biedt voor meekoppelkansen. Het MER gaat ook in op duurzaam materiaalen energiegebruik. Bij het thema hoogwaterveiligheid is al gekeken hoe de alternatieven robuust en klimaatadaptief zijn ontworpen, daarom is het criterium toekomstige adaptatie voor de verkenningsfase niet verder uitgewerkt. Voor MER fase 2 kan dit nog een aandachtspunt zijn voor de keuze voor het inzetten van innovatieve maatregelen die medegebruik op de dijk bevorderen, zoals de bebouwbare dijk.

Tabel 4.1 Beoordelingskader toekomstwaarde Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

Fase

Methode

toekomstwaarde

-

gebruik aanleg en gebruik

kwalitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens en expert judgement

4.1

meekoppelkansen duurzaam materiaalgebruik en energiegebruik

Meekoppelkansen

Methode Bijlage II-IX gaan in op de kansen en risico’s van meekoppelkansen op de effectbeoordeling. Deze kansen en risico’s zijn hier samengevat en beoordeeld per alternatief. Studiegebied Het studiegebied is het plangebied inclusief het plangebied voor de meekoppelkansen. Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor kansen en risico’s voor de meekoppelkansen is hieronder aangegeven.

2|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

Tabel 4.2 Beoordeling criterium meekoppelkansen

Score

Maatlat

++

sterk positief, het alternatief biedt ruimte om minimaal 10 meekoppelkansen mee te nemen in het ontwerp

+

positief, het alternatief biedt ruimte om 1-9 meekoppelkansen mee te nemen in het ontwerp

0

neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie, het alternatief behoudt ruimte voor uitvoer van de meekoppelkans in de toekomst

-

negatief, het alternatief biedt geen kans voor meekoppelkansen in het ontwerp

--

sterk negatief, het alternatief sluit toekomstige verwezenlijking van meekoppelkansen uit

4.2

Duurzaam materiaal- en energiegebruik

Methode Om een inschatting te maken van de CO2-emissie tijdens de aanlegfase is gekeken naar het materiaalgebruik en de benodigde brandstof voor alle draaiuren van het materieel dat noodzakelijk is tijdens de aanlegfase. Voor de berekening van de CO2-uitstoot van het materiaal is gekeken van de grondstoffenwinning tot aanbrenging op projectlocatie. De inschatting van de benodigde materialen en draaiuren van materieel is gebaseerd op de kostenraming. In eerste instantie zijn deze gegevens doorgerekend met DuboCalc, als daar niet voldoende gegevens in voor handen waren is SimaPro gebruikt. Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het plangebied met aanvoerroutes. Operationalisering beoordelingskader Het beoordelingskader voor de invloed op duurzaam materiaal- en energiegebruik is hieronder aangegeven. De Nederlandse industrie stootte in 2016 afgerond 100 miljoen ton CO2 uit. 0,5 % uitstoot van dit getal is genomen als een zeer negatief effect (500.000 ton CO2). 0,25 % is genomen als negatief effect (250.000 ton CO2). Dit zijn serieuze effecten. Deze uitstoot kan gecompenseerd worden door respectievelijk 2.500.000 en 1.250.000 bomen 10 jaar lang te laten groeien. Hiervoor is een oppervlakte van een bosgebied in de orde grootte van respectievelijk 600 tot 300 ha nodig (4.000 bomen per ha). Tabel 4.3 Beoordeling criterium duurzaam materiaal- en energiegebruik

Score

Maatlat

++

n.v.t.

+

n.v.t.

0

neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief, er komt 250.000 ton CO2 vrij

--

sterk negatief, er komt 500.000 ton CO2 vrij

3|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

5

EFFECTEN DIJKVERSTERKING

De effectbeoordeling voor het thema toekomstwaarde is hieronder voor de relevante beoordelingscriteria, de dijksecties en de meekoppelkansen beschreven en toegelicht.

5.1

Meekoppelkansen

Tabel 5.1 vat de meekoppelkansen aan zoals deze in verkenning geïdentificeerd zijn, en geeft daarbij de kansen en risico’s.

Tabel 5.1 Geïdentificeerde meekoppelkansen en bijzonderheden DV

DTO

Dijksectie

Bijzonderheden vanuit thema’s

Gastvrije Waaldijk

x

x

alle

Geeft een verbetering van recreatiewaarde. Meer kansen binnen het ruimtebeslag van de dijk bij alternatief 1 en 2. Aanvullende overdimensionering op bijvoorbeeld de knooppunten geeft meer robuustheid. Daarentegen ook meer ruimtebeslag met mogelijk negatieve omgevingseffecten (rivierkunde, bodem, water, natuur, erfgoed, landbouw).

Bloemrijke Dijken

x

x

alle

Dit blijft bij alle alternatieven mogelijk op delen van de dijk. Dit leidt mogelijk tot positieve natuureffecten.

Glasvezel aanleggen tijdens werkzaamheden

x

x

alle

Als dit binnen het ruimtebeslag van de alternatieven plaatsvindt is er geen aanvullend effect.

Parkeerplaatsen bij horeca Sprok

x

1-4

De horeca bij Strand Sprok liggen binnen het ruimtebeslag van alle alternatieven. De alternatieven maken de uitwerking van deze meekoppelkans daarmee deels overbodig. Parkeerplaatsen en op- en afritten kunnen leiden tot aanvullend ruimtebeslag met bijbehorende negatieve effecten. Mogelijke herbouw van de horeca wordt in het kader van de meekoppelkans onderzocht.

Dijkoversteek grote grazers Sprok

x

1-4

Vergelijkbaar met Gastvrije Waaldijk. Dit leidt aanvullend mogelijk tot positieve natuureffecten.

Woningbouw de Vossenpels Zuid-Zuid

x

4

Geen onderdeel van de alternatievenafweging.

Woningbouw De SteltZuid

x

5

Geen onderdeel van de alternatievenafweging.

Woningbouw Hof van Holland/Woenderskamp

x

6-7

Geen onderdeel van de alternatievenafweging.

Buitenplaats Oosterhout

x

8-9

Het terugbrengen van de zichtlijn is bij alle alternatieven mogelijk.

Woningbouw Hoge Wei

x

10-11

Geen aanvullende effecten op woningen. Reservering voor dijk is opgenomen. Parkeerplaatsen en op- en afritten kunnen leiden tot aanvullend ruimtebeslag met bijbehorende negatieve effecten.

Herinrichting Hart voor Oosterhout

x

10-11

Geen aanvullende effecten op woningen. Reservering voor dijk is opgenomen. Parkeerplaatsen en op- en afritten kunnen leiden tot aanvullend ruimtebeslag met bijbehorende negatieve effecten.

Landschapsplan de Danenberg

x

x

12-13

Het plan biedt voor de dijkversterking kansen voor maatregelen die nodig zijn vanuit negatieve effecten op oppervlakte- en grondwater. Het plan kan bijdragen aan een aantrekkelijkere binnendijkse inrichting bij elk van de dijkterugleggingsalternatieven

Parkeerplaatsen bij de Grote Altena

x

x

12

Dit geeft een (beperkt) positief effect op de economische functies. Dijkversterkingsalternatief 1 biedt hiervoor de meeste kansen. Bij de dijkterugleggingsalternatieven is dit niet meer mogelijk voor de huidige horeca. Parkeerplaatsen en op- en

4|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

DV

DTO

Dijksectie

Bijzonderheden vanuit thema’s afritten kunnen leiden tot aanvullend ruimtebeslag met bijbehorende negatieve effecten.

Herinrichting Loenense Buitenpolder

x

14

De dijkversterking staat de herinrichting niet in de weg. Het kleiingraven in de polder draagt bij aan de robuustheid van de dijk.

Landgoed Loenen

x

14

Alternatief 1 en 2 bieden kansen voor het ontwikkelen van parkeergelegenheid op de buitendijkse berm bij landgoed Loenen. Alternatief 1 kent grote risico’s voor deze meekoppelkans vanwege de beschreven aantasting van het landgoed. Alternatief 3 staat de ontwikkeling niet in de weg.

Landschapsontwikkelings plan

x

x

10-17

De dijkversterking staat dit plan deels in de weg door enkele kolken en strangen aan te tasten (met name alternatieven 1 en 2). De gewenste ommetjes kunnen de recreatiekwaliteit verbeteren. De alternatieven staan dit niet in de weg. Het landschapsontwikkelingsplan biedt mogelijk kansen om de wateropgave op te lossen en mogelijke positieve natuureffecten.

Erfbeplanting

x

x

10-17

De gemeente Overbetuwe wil de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied behouden en versterken en de natuurwaarden verhogen. Dit doen zij samen met inwoners van het buitengebied en verenigingen die actief zijn in het landschap. Een manier om dat te doen is het terugbrengen van erfbeplanting. De alternatieven staan dit niet in de weg.

Ruilverkaveling en glastuinbouw

x

x

12

In alle alternatieven voor de dijkversterking is voldoende ruimte voor mogelijke ruilverkaveling. Het kan leiden tot positieve effecten op natuur, bodemkwaliteit, kansen voor nieuwe watergangen (wateropgave) op oplossing voor grondwatereffecten van de dijkteruglegging, verbeterde belevingswaarde bij de dijkteruglegging, en mogelijk ook de landbouw zelf.

De meekoppelkansen worden zowel negatief als positief beïnvloed door de alternatieven. Er is niet duidelijk een alternatief dat tot grotere toekomstwaarde leidt omdat hier meer meekoppelkansen mogelijk zijn. De binnendijkse berm van alternatief 1 geeft meer ruimte voor inpassing (positief), maar zorgt ook voor meer ruimtebeslag op de waarden waar de meekoppelkansen op aansluiten (negatief, bijvoorbeeld landschapsontwikkelingsplan, landgoederen). Alle alternatieven gaan uit van sloop van de horeca van Sprok, zodat parkeerplaatsen onnodig zijn. In het kader van de meekoppelkans wordt herbouw ook onderzocht, waardoor deze meekopplkans kansrijk blijft. De gastvrije waaldijk is een mooie kans bij alle alternatieven.

5.2

Duurzaam materiaal- en energiegebruik

Voor de dijkversteviging zijn diverse werkzaamheden noodzakelijk zoals grondverzet, aanleggen van funderingen en constructies met de bijbehorende verplaatsingen van het materieel. Zowel de productie van het materiaal levert CO2-uitstoot, maar de grootste uitstoot komt vanuit brandstofverbruik van het materieel tijdens de aanlegfase.

5.2.1

Alternatieven

De effecten op duurzaam materiaal- en energiegebruik worden niet per dijksectie beoordeeld, maar juist in totaliteit. De verschillende alternatieven onderscheiden zich in de manier waarop versterkt wordt. Alternatief 1 (versterken in grond) vraagt het grootste ruimtebeslag, omdat er een zowel binnen- als buitendijks stabiliteitsbermen worden aangebracht. Hierbij komt in de orde grootte 33.712 ton CO 2 vrij voor het benodigde materiaal (worst case pipingconstructie). Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het

5|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

materieel komt circa 565.364 ton CO2 vrij, met name veroorzaakt door de grote benodigde hoeveelheid grondverzet. Alternatief 2 heeft naast versterking in grond een binnendijkse constructie. Hierdoor hoeft er minder in grond versterkt te worden aan de binnenzijde van de dijk en is minder ruimte nodig. Voor alternatief 2 komt circa 19.606 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal (constructies). Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 373.468 ton CO2 vrij. Alternatief 3 heeft een binnen- en buitendijkse constructie. Zo wordt het binnen- en buitendijkse ruimtebeslag geoptimaliseerd. In alternatief 3 komt circa 92.485 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 371.048 ton CO2 vrij.

5.2.2

Meekoppelkansen

Het meenemen van meekoppelkansen met aanvullend ruimtebeslag (bijvoorbeeld parkeerplaatsen) zal over het algemeen leiden tot een toename van CO2 op basis van het materiaalgebruik en grondverzet.

5.2.3

Overzicht effecten toekomstwaarde

De meekoppelkansen worden zowel negatief als positief beïnvloed door de alternatieven. Er is niet duidelijk een alternatief dat tot grotere toekomstwaarde leidt omdat hier meer meekoppelkansen mogelijk zijn. Alternatief 2 heeft het minste grondverzet en de minste CO2-productie voor de benodigde materialen (-). Alternatief 3 ligt hierbij in de buurt (-). Hierbij is niet het effect meegenomen van toekomstige dijkversterkingen en beheer- en onderhoud. Bij het criterium levensduurkosten blijkt immers dat om dit ontwerp te kunnen beheren, damwanden na 100 jaar vervangen moeten worden. Een grondlichaam kan blijven liggen. Zoals het criterium robuustheid/klimaatadaptatie ook aangeeft (hoogwaterveiligheid), is een grondoplossing zoals alternatief 1 wat dat betreft duurzamer.

3

binnen- en buitendijkse constructie

Beoordelingscriteria, invloed op

toekomstwaarde

meekoppelkansen (positieve effecten) meekoppelkansen (negatieve effecten)

-

-

-

duurzaam materiaal- en energiegebruik

--

-

-

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

2

binnendijkse constructie

Thema

6|9

1

versterken in grond

Tabel 5.2 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking toekomstwaarde

+

+

+

6

EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING

6.1

Meekoppelkansen

Tabel 5.1 gaat ook in op de meekoppelkansen voor de dijkteruglegging. Alle alternatieven voor de dijkteruglegging houden een meekoppelkans voor meer parkeerruimte bij de horeca tegen. Er zijn kansen voor optimalisatie van de alternatieven vanuit de ruilverkaveling, het landschapsontwikkelingsplan en het landschapsplan.

6.2

Duurzaam materiaal- en energiegebruik

6.2.1

Alternatieven

In dijksectie 12 is sprake van dijkteruglegging. Hier is aangegeven wat voor effect de dijkteruglegging heeft op CO2-uitstoot. In alternatief 1 vindt een beperkte teruglegging van de dijk plaats. Voor deze dijkteruglegging komt circa 11.358 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 181.155 ton CO2 vrij. Voor de dijkteruglegging in alternatief 2 komt circa 11.458 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 307.468 ton CO2 vrij. Bij het alternatief 3 voor dijkteruglegging komt circa 11.458 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 307.468 ton CO2 vrij. Dit is evenveel als in het tweede alternatief.

6.2.2

Meekoppelkansen

Het meenemen van meekoppelkansen met aanvullend ruimtebeslag zal over het algemeen leiden tot een toename van CO2 op basis van het materiaalgebruik en grondverzet.

6.2.3

Overzicht effecten toekomstwaarde

De meekoppelkansen worden zowel negatief als positief beïnvloed door de alternatieven. Er is niet duidelijk een alternatief dat tot grotere toekomstwaarde leidt omdat hier meer meekoppelkansen mogelijk zijn. Alternatief 1 heeft het minste grondverzet en de minste CO2-productie voor de benodigde materialen (-).

7|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

1

2

3

1

recreatief rivierpark

dijkversterking dijkvak 12

Beoordelingscriteria, invloed op

natuurverbinding

Thema

beperkte verlegging

Tabel 6.1 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging natuur

Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

1

2

3

1

natuur

meekoppelkansen (positieve effecten)

+

+

+

+

meekoppelkansen (negatieve effecten)

-

-

-

-

duurzaam materiaal- en energiegebruik

-

-

-

-

7

MOGELIJKE MAATREGELEN

In een m.e.r.-procedure is het gebruikelijk maatregelen aan te geven die het ontwerp verbeteren, die effecten voorkomen, mitigeren (verzachten) of waarden compenseren (buiten het plangebied).

Tabel 7.1 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkversterking Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

toekomstwaarde

alle

actief meekoppelkansen mogelijk maken

alle

CO2-uitstoot verminderen door aanpassen materiaal

Opmerkingen

Tabel 7.2 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkteruglegging Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

toekomstwaarde

alle

actief meekoppelkansen mogelijk maken

alle

CO2-uitstoot verminderen door aanpassen materiaal

8

LEEMTEN IN KENNIS

8.1

Leemten in kennis en informatie

Opmerkingen

Voor de alternatievenafweging is voldoende informatie beschikbaar.

8.2

Mogelijke monitoringsvoorstellen

Op dit moment is er geen monitoring nodig.

8.3

Nog te onderzoeken mogelijke maatregelen

In hoofdstuk 6 zijn verschillende maatregelen benoemd, die ook nog steeds uitgevoerd kunnen worden als het desbetreffende alternatief tot voorkeursalternatief wordt benoemd. In de planuitwerking moet hier aandacht aan worden besteed.

8|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

9 -

REFERENTIELIJST Witteveen+Bos, 2018. Notitie Reikwijdte en detailniveau.

9|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.455 | Bijlage X - Toekomstwaarde

XI BIJLAGE: TABEL ONDERSCHEIDENDE EFFECTEN PER DIJKSECTIE

Tabel XI.1 De onderscheidende effecten per dijksectie dijksectie 1 1

2

dijksectie 2 3

1

2

dijksectie 3 3

1

2

dijksectie 8 3

1

2

dijksectie 9 3

1

2

dijksectie 10 3

1

2

dijksectie 11 3

1

2

dijksectie 12 3

1

2

dijksectie 13 3

1

2

dijksectie 14 3

1

2

dijksectie 15 3

1

2

dijksectie 16 3

1

2

dijksectie 17 3

1

2

3

waterstandsdaling en opstuwing

--

--

0

Wet natuurbescherming houtopstanden en bomen

--

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

--

--

0

--

--

0

--

--

0

--

--

0

--

-

-

--

-

0

--

-

-

+

0

0

+

0

0

+

0

0

137

97

85

170

123

371

0

0

-

bodemkwaliteit benodigd grondverzet (1000m3)

16

16

8

29

20

15

7

3.5

3,5

105

70

56

50

35

31

80

56

50

60

50

44

oppervlaktewater (m2) grondwater

0

-

-

historisch-geografische structuren, ensembles en elementen

0

-

-

-

-

0

0

-

-

historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

0

-

-

-

-

0

--

0

0

0

--

-

0

-

-

0

-

0

310

211

178

2032

0

0

1246

0

0

161

106

84

2,6

2,1

1,7

recreatiefunctie (gebieden, routes, recreatieve kwaliteit)

-

0

0

--

-

-

--

4,9 7,9

2,1 - 2,7 - 2,9 3,5 4,3 4,7

-

--

-

-

--

-

0

-

-

-

0

0

113

89

62

65

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

0

-

-

-

-

0

-

0

0

-

0

0

-

0

0

-

-

0

-

-

0

-

0

0

-

0

0

--

0

0

-

0

0

-

0

0

-

0

0

--

0

0

-

0

0

-

0

0

0

werkfunctie (areaal (ha))

-

124

-

0

werkfunctie (bedrijven) werkfunctie (werkkwaliteit)

110

0

woonfunctie (woningen) woonfunctie (woonkwaliteit)

150

binnen- en buitendijkse constructie

-

binnendijkse constructie

0

versterken in grond

binnendijkse constructie

-

binnen- en buitendijkse constructie

versterken in grond

-

binnendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie

0

versterken in grond

binnendijkse constructie

-

binnen- en buitendijkse constructie

versterken in grond

-

binnendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie

0

versterken in grond

binnendijkse constructie

-

binnen- en buitendijkse constructie

versterken in grond

-

0

binnendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie

-

versterken in grond

binnendijkse constructie

-

0

binnen- en buitendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie versterken in grond

-

binnendijkse constructie

binnendijkse constructie

-

0

versterken in grond

binnen- en buitendijkse constructie versterken in grond

-

binnen- en buitendijkse constructie

binnendijkse constructie

-

binnendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie versterken in grond

0

versterken in grond

binnendijkse constructie

robuustheid / klimaatadaptatie waterkering

binnen- en buitendijkse constructie

versterken in grond

Beoordelingscriteria, invloed op

duurzaam materiaal- en energiegebruik (CO2)

--

-

investeringskosten inclusief vastgoed (m€)

1,8 - 1,7 - 1,9 - 1,5 - 1,7 - 1,7 - 1,8 - 2,2 - 2,1 - 4,8 2,9 2,8 3,1 2,5 2,7 2,8 2,9 3,5 3,5 7,8

4,5 7,3

levenscycluskosten, 100 jaar (m€)

2,8 - 2,9 - 3,3 - 2,9 - 3,3 - 3,6 - 2,2 - 2,6 - 2,6 - 9,7 4,5 4,8 5,4 4,8 5,3 5,8 3,6 4,3 4,3 15,8

10,1 - 11,8 - 5,1 - 6 16,4 19,1 8,3 9,8

levenscycluskosten, 50 jaar (m€)

2,3 - 2,1 - 2,2 - 2,1 - 2,2 - 2,2 - 2 3,8 3,5 3,5 3,4 3,5 3,5 3,3

6,5 10,5

2,2 - 2,2 - 7,5 3,6 3,6 12,2

6,6 10,8

-

-

6,9 11,2

3,8 - 3,8 - 4 6,1 6,3 6,5

-

0

0

1,7

1,4

0,9

5,5

3,3

2,8

9

5,5

3,9

2,5

1,4

1

3,6

2,1

1,5

6,2

4,5

3,7

4,4

2,8

2,3

--

-

-

--

-

-

--

-

-

--

-

-

--

-

-

4,6 7,6

5,2 8,5

4,8 7,8

5,6 9,1

6,4 10,5

5,8 9,4

8,3 13,5

9,2 15

4,9 7,9

3,6 5,9

4,1 6,6

--

-

-

--

-

-

--

-

-

9,7 15,8

9,5 15,5

9,7 15,7

3,5 5,8

2,9 4,7

3,2 5,2

8,8 14,3

7,6 12,4

10,4 - 17,4 16,8 28,3

14,1 - 14,2 - 15 22,9 23,1 24,3

7,1 11,5

711,3

7,9 12,8

17,4 28,3

18,3 - 24,9 - 35 29,7 40,4 57

36,7 - 43,8 - 11,9 - 12,7 - 14,4 - 12,4 - 14,4 - 17,2 59,6 71,1 19,3 20,6 23,4 20,2 23,4 - 28

17 27,7

21,5 - 24,8 - 9,6 34,9 40,3 15,6

8,9 14,5

10,3 16,8

12,1 - 11,3 - 11,2 - 5,5 19,7 18,3 18,2 8,9

4,3 7

4,4 7,2

13,5 22

11 17,8

23,4 - 24,8 - 8,5 38 40,2 13,8

11,9 - 12,7 - 13,1 - 7,5 19,4 20,7 21,3 12,2

5,4 8,8

5,7 9,3

13,3 - 27,1 21,6 44

16,5 - 18,7 - 4,3 26,8 30,5 6,9

7,4 12

7,5 12,1

914,7

NB: in deze tabel ontbreken effecten als ze niet onderscheidend zijn beoordeeld, er kan dus wel sprake zijn van zeer negatieve effecten bij alle alternatieven en een voorkeur binnen een criterium dat hier niet uit blijkt

8,6 13,9

914,6

XII BIJLAGE: WOONLOCATIES NIJMEGEN

Woningbouwlocaties Nijmegen

XII.1

Voorgeschiedenis

In 1992 heeft provincie Gelderland onderzocht welke locatie rond Nijmegen wenselijk was voor de door Nijmegen gewenste uitbreiding voor woningbouw en bedrijventerrein. De noordoever van de Waal kwam daaruit als wenselijk alternatief naar voren. In de Vierde nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) heeft het rijk vervolgens voor dit gebied een taakstelling voor de realisatie van 10.000 tot 12.000 woningen en 50 ha bedrijventerrein vastgelegd. De gemeente Nijmegen werkte in 1996 deze taakstelling uit tot het structuurplan Land over de Waal. Door aanpassing van de gemeentegrenzen werd in dezelfde periode het hele Waalspronggebied Nijmeegs grondgebied. Als uitwerking van het structuurplan Land over de Waal zijn 4 masterplannen opgesteld, die vervolgens zijn uitgewerkt volgens de toenmalige planologische procedures. In 2001 bleek echter dat onterecht geen procedure voor milieueffectrapportage was doorlopen. Uit het verrichte onderzoek volgde in eerste instantie het MER Waalsprong 2002. Hierin waren de eerste woningbouwwijken voldoende uitgewerkt. Toch moest dit MER nog verder aangevuld voor de overige woongebieden van de Waalsprong. Op basis van de aanvulling uit 2003 zijn de hoofdstructuur en alle deelgebieden van de Waalsprong zijn vastgelegd. De structuur week af van het eerdere structuurplan Land over Waal.

Er werd nu nadrukkelijk gezocht naar samenhang met het centrum van Nijmegen en de ontwikkeling van het Waalfront. Ontwikkelingen en gewijzigde inzichten over de verkeersstructuur in en in rondom de Waalsprong leiden er in 2006 toe om aanvulling op het MER Waalsprong 2003 op te stellen voor de verkeersstructuur.

Afbeelding XII.1 Indicatie woongebieden Nijmegen

XII.2

Vossenpels Zuid-Zuid

In het nieuwe model van het MER 2003 is rekening gehouden met het latere besluit voor dijkteruglegging bij Lent. In een van de scenario’s is onderzocht of de Vossenpels geschikt is als compensatielocatie voor de voorziene woningbouw in het dijkterugleggingsgebied. Het MER 2003 omvatte ondermeer alternatieven met woningbouw bij het gebiedje Vossenpels Zuid-zuid (dijksectie 4). In 2017 hebben het waterschap en de gemeente Nijmegen een samenwerkingsovereenkomst ondertekent voor de Vossenpels Zuid-Zuid. Voor het gebied is een bestemmingsplan in voorbereiding.

XII.3

De Stelt-Zuid

In 2007 is de rijksbeslissing genomen om dijkteruglegging bij Lent plaats te laten vinden (dijksectie 5 en het gebied tussen dijksecties 5 en 6). Deze dijkteruglegging is planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan Nijmegen Ruimte voor de Waal in 2012. De dijkteruglegging is in 2016 afgerond. In 2014 is het bestemmingsplan Nijmegen De Stelt vastgesteld, met daarin woongebieden direct langs de dijk. In de tussentijd is gebleken dat de dijk niet helemaal voldeed aan de nieuwe normen en dat aan de binnenzijde versterking moest plaatsvinden. In 2017 hebben het waterschap en de gemeente een samenwerkingsovereenkomst en realisatieovereenkomst ondertekent voor de Stelt-Zuid. Het waterschap heeft in juli 2018 de gemeente Nijmegen een watervergunning verleent voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor De Stelt-Zuid. Eén van de onderdelen is het versterken van de waterkering. Daarmee is dit gedeelte van de dijkversterking juridisch en planologisch geregeld en hoeft het niet meer opgenomen in dit MER.

XII.4

Hof van Holland en Woenderskamp

In 2017 actualiseerde de gemeente Nijmegen het MER 2003 voor de woningbouwgebieden Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf, met name op de aspecten natuur en landschap en ruimtelijke kwaliteit. Hierin zijn twee alternatieven voor de dijkzone (dijksectie 6 en 7) onderzocht, namelijk een bebouwbare dijk (klimaatdijk) en een ontwerp (terpen) met afwisselend lagere en hoger aangelegde gebieden om kwel in de woongebieden te voorkomen. Het voorkeursalternatief werd een combinatie van deze twee oplossingsrichtingen, welke in 2017 is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen het waterschap en de gemeente. Voor de dijkzone is een bestemmingsplan in voorbereiding.

Afbeelding XII.2 uitsnede schets combinatie-alternatief in MER 2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d353358c-c367-4f10-9a52-af63405ef57f