CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Bijlage bij de toelichting deel 2c

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling paraplubestemmingsplan Nijmegen Dijkversterking Wolferen - Sprok (27/2021) (STEMSTUK)32.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.5

Aardkundige waarden

Aardkundige waarden zijn die onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied, zoals bijvoorbeeld de doorbraakkolken, oeverwallen langs de rivier en dekzandruggen ontstaan in de ijstijd. Methode Voor dit criterium is gebruik gemaakt van bureaustudie en analyse van beschikbare GIS-data. De beoordeling is kwalitatief. Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het plangebied met een kleine zone er omheen waarin de relatie tussen de dijk en de omgeving duidelijk wordt. Deze is in elk geval niet groter dan 100 m vanaf de kruin van de dijk. Operationalisering beoordelingskader De maatlatten voor de beoordeling van effecten op aardkundige waarden zijn hieronder aangegeven.

Tabel 4.5 Beoordeling criterium effecten op aardkundige waarden Score

Maatlat

++

sterk positief, aardkundige waarden worden ten opzichte van de referentiesituatie zeer geaccentueerd en benut

+

positief, aardkundige waarden worden ten opzichte van de referentiesituatie geaccentueerd

0

neutraal, aardkundige waarden blijven grotendeels behouden zoals in de referentiesituatie

19 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Score

Maatlat

-

negatief, aardkundige waarden worden aangetast ten opzichte van de referentiesituatie

--

sterk negatief, aardkundige waarden worden zeer aangetast/vernietigd ten opzichte van de referentiesituatie

5

EFFECTEN DIJKVERSTERKING

De effectbeoordeling voor het thema erfgoed is hieronder voor de relevante beoordelingscriteria, de dijksecties en de meekoppelkansen beschreven en toegelicht.

5.1

Historisch-geografische structuren, ensembles en elementen

5.1.1

Dijksecties

In dijksectie 3 en 9 zijn naast de dijk geen historisch-geografische waarden aanwezig (zie wel historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen). Dijksecties 4-7 zijn (nog) niet beoordeeld omdat hier geen verschillende alternatieven zijn. Dijklichaam Het dijklichaam is een belangrijke historisch-geografische structuur in het projectgebied. Uitgangspunt is dat de dijk niet afgegraven wordt, waardoor er geen vernietiging plaatsvindt. Door het uitgangspunt dat het Waaldijkprofiel wordt toegepast, blijft de relatief smalle kruin van het dijklichaam gewaarborgd in alle alternatieven. Bij het versterken in grond (alternatief 1) en binnendijkse constructie (alternatief 2), zullen de grote en hoge bermen de belevingswaarde van de dijk beïnvloeden. Alternatief 3, binnen- en buitendijkse constructies, heeft minder invloed op de belevingswaarde. Hier wordt wel het dijklichaam opgehoogd en verbreed, maar geen berm toegevoegd. Paden en dwarskaden Door het hele projectgebied worden door alternatief 1 (versterken in grond) verschillende historische dwarskades en wegen verkort en aangepast bij de aansluiting. De functionele aansluiting op de dijk blijft behouden. Uitgangspunt voor de beoordeling is dat de ‘restwaarde’ van deze structuren zodanig is dat deze niet in waarde verliezen door de dijkversterking.

Bij de alternatieven 2 en 3 blijft een groter deel van de structuren behouden, waardoor deze alternatieven uiteindelijk wel minder effecten hebben. Monumentale bomen In alternatief 1 (versterking in grond) liggen circa 9 monumentale bomen binnen het fysieke ruimtebeslag, in dijksectie 12, 13 en 15. Dijksectie 2 In dijksectie 2 wordt de kolk van Van Elferen bedreigd door de dijkversterking. Dit meer bij alternatief 1, waarbij zo’n 7 m van de kolk wordt opgevuld met bermmateriaal. Dit zorgt voor een verlaging van de nu nog middelhoge beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten Maar ook bij het plaatsen van het binnendijkse stabiliteitsscherm bij alternatief 2 en 3 wordt de rand van de kolk geraakt, waardoor de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten zullen afnemen. De zijdewende is vermoedelijk ter plaatse van de berm fysiek niet meer aanwezig en wordt dan niet beïnvloed. Dijksectie 8 In dijksectie 8 liggen in de Oosterhoutse Waarden enkele kolken. De Waaiensteinkolk en het Wolfsgat worden door alternatief 1 (versterken in grond) en 2 (buitendijkse berm) aan de rand enkele meters aangetast, waardoor de middelhoge beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten verminderen. Alternatief 3,

20 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

als enige zonder buitendijkse berm, raakt het water van de kolken niet. Buitendijks is oudhoevig land aanwezig, maar de buitendijkse berm van ongeveer 10 m heeft geen invloed op relicten. Binnendijks ligt net op de grens van dijksectie 8 een historische kade met een wetering ernaast (Beneden Zeeg). Deze wordt in alternatief 1 over een lengte van circa 20-30 m in het dijklichaam opgenomen en daarmee verkort. De kade verliest daarmee fysiek een deel, maar er zal nog ruim 300 m van de kade in het landschap beleefbaar en fysiek aanwezig blijven. Alternatief 2 en 3 hebben vanwege het ontbreken van een binnendijkse berm geen invloed. Dijksectie 10 Alternatief 1 en 2 raken nipt het randje van de Verburgskolk in dijksectie 10. De buitendijkse berm kan de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten van de kolk enigszins negatief beïnvloeden. Bij alternatief 3 ontbreekt dit effect, omdat dit alternatief vrijwel geen ruimtebeslag buitendijks heeft. Binnendijks beïnvloedt met name de grote berm van alternatief 1 de historische structuren van de Oude Groenestraat en de Dorpsstraat. Dijksectie 11 en 12 In dijksectie 11 raakt alternatief 1 alleen binnendijks aan de structuren van de Dijkstraat en Peperstraat. Dijksectie 12 ligt buitendijks langs de Zandkolk, de restanten van de strang met kolken. Er is echter geen ruimtebeslag op de Zandkolk of andere aanwezige structuren.

Dijksectie 13 Dijksectie 13 kent veel structuren en elementen binnen- en buitendijks, samenhangend met de Dorpsstraat van Slijk-Ewijk, de Loenense(dwars)straat, en buitendijkse relicten van kribben en aanwassen in de uiterwaard. Alternatief 1 verkleint de binnendijkse wegstructuren, bepaalde kleinschalige kavelpatronen. Dit treedt niet op bij alternatief 2 en 3. Buitendijks treedt er geen verstoring van waardevolle elementen op, deze liggen niet binnen het ruimtebeslag. Dijksectie 14 In dijksectie 14 heeft alternatief 1 (versterken in grond) ruimtebeslag binnen het rijksbeschermde landgoed Loenen. Zie criterium historisch (steden)bouwkundige ensembles en elementen. Alternatief 1 en 2 reiken net tot in het grote wiel in de Loenensche Buitenpolder. In het ergste geval wordt een paar meter van het wiel gedemd door de aanleg van de buitenberm. Dit heeft een negatief effect op de middelhoge fysieke en beleefde kwaliteiten van het wiel. Alternatief 3 heeft geen effect op historische-geografische structuren. Dijksectie 15 Ook in dijksectie 15 speelt door het grotere ruimtebeslag van de binnendijkse berm bij alternatief 1 (versterken in grond) de aantasting van enkele binnendijkse structuren op het landgoed. Dit wordt bij het volgende criterium meegenomen. Alternatieven 1 en 2 raken met de buitendijkse berm net aan de Zwarte Kuil buitendijks.

In dat geval zullen de beleefde en fysieke kwaliteiten van het wiel aangetast worden. Dijksectie 16 In dijksectie 16 heeft alternatief 1 nauwelijks een effect op de benoemde structuur (Knipstraat) in deze dijksectie. Wel wordt richting dijksectie 17 een historisch bos met rabattenstructuur (een soort wasbordstructuur van 1 meter hoge ruggen, met sloten daartussen) aangetast. Dijksectie 17 In dijksectie 17 liggen twee wielen. Deze worden net niet geraakt door de berm van alternatief 1. Ook de andere alternatieven beïnvloeden de wielen niet. Overzicht Binnendijks zijn er vooral bij alternatief 1 vanwege het binnendijkse ruimtebeslag (van de berm en verbreding vanwege de hoogte) negatieve effecten op binnendijkse wielen (dijksectie 1, 2), de dorpsstraat Slijk-Ewijk (dijksectie 13), een rabattenbosje (dijksectie 16), monumentale bomen (12, 13, 15) en enigszins

21 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

effect op binnendijkse pad- en kadestructuren. De negatieve effecten van het ruimtebeslag op de landgoederen zijn bij het criterium ‘historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen’ meegenomen. De kolk in dijksectie 1 en 2 wordt ook door de binnendijkse constructie van alternatief 2 en 3 geraakt. De gevolgen van een buitendijkse berm en de invloed van de (mogelijke) buitendijkse verbreding van het dijklichaam vanwege de verhoging van alternatief 1 en 2 zijn vrijwel gelijk. In dijksectie 8, 10, 14 en 15 worden buitendijkse wielen negatief beïnvloed door het ruimtebeslag van de buitendijkse berm. Bij het versterken in grond (alternatief 1) en binnendijkse constructie (alternatief 2), zullen de nieuwe grote en hoge bermen de belevingswaarde van de dijk negatief beïnvloeden. Alternatief 3, binnen- en buitendijkse constructies, heeft minder invloed op de belevingswaarde. Hier wordt wel het dijklichaam opgehoogd en verbreed, maar geen berm toegevoegd. Door het uitgangspunt dat het Waaldijkprofiel wordt toegepast, blijft de relatief smalle kruin van het dijklichaam gewaarborgd in alle alternatieven. Alternatief 1 heeft de meeste effecten. Het nieuwe grondlichaam van de dijk doorsnijdt verschillende elementen (wielen, dorpsstraat Slijk-Ewijk) binnen- en buitendijks en heeft het grootste effect op het dijklichaam (-).

Alternatief 2 doorsnijdt een binnendijks wiel en verschillende wielen buitendijks (-). Alternatief 3 heeft alleen effect op het binnendijkse wiel in sectie 1-2. Dit effect is zo klein, ook in vergelijking met de andere 2 alternatieven, dat dit alternatief neutraal beoordeeld is (0). Tabel 5.1 geeft de beoordeling voor dit criterium over het hele dijktraject.

5.1.2

Meekoppelkansen

Parkeerplaatsen en op- en afritten Extra parkeerplaatsen en op- en afritten zullen het Waaldijkprofiel van de dijk beïnvloeden, anderzijds kunnen ze met de juiste inpassing en materalisering bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit heeft met name op de belevingswaarde en gebruikswaarde een positieve invloed. Door eventueel aanvullend ruimtebeslag buiten het hier beoordeelde ruimtebeslag kunnen aanvullende negatieve effecten optreden bij historisch-geografische elementen. Dit geldt vooral bij alternatief 1, versterken in grond. Anderzijds biedt alternatief 1 ook (meer) mogelijkheden om parkeerplaatsen op de berm te maken. Bij alternatief 2 is dit ook buitendijks een kans. Landschapsontwikkelingsplan - actief herstel wielen Het landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe gaat in op actief herstel van wielen en de omgeving. Dit kan de fysieke kwaliteit van de wielen verbeteren. Het Wielenreceptenboek van landschapsbeheer Gelderland geeft hier de aanwijzingen voor. De alternatieven tasten allen een of meerdere wielen aan, waardoor juist het doel van de meekoppelkans niet gehaald wordt. Aan de andere kant, als gekozen wordt om als mitigerende maatregelen de wielen in stand te houden, kan de meekoppelkans mogelijk vanuit werk-met-werk-maken worden toegepast. Dit is echter niet onderscheidend tussen de alternatieven.

5.2

Historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

5.2.1

Dijksecties

In dijksecties 1, 2, 4, 5 en 11 zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten op of nabij de dijk aanwezig. Tussen dijksectie 1 en 2 ligt wel een niet beschermde grenssteen. In dijksectie 3 en 10 liggen de monumenten uiteindelijk buiten het gespecificeerde ruimtebeslag. In dijksectie 4-7 zijn alternatieven 1-3 niet van toepassing en is er geen beoordeling gemaakt. De beoordeling gaat dus over dijksecties 1/2 8-9, 13-17.

22 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Grenspalen De grenspalen in dijksectie 1/2, 12, 13, 15 en 16 liggen binnen het ruimtebeslag van alle alternatieven. Voor de beoordeling is er vanuit gegaan dat de grenspalen voorafgaande aan de dijkversterking opgeslagen worden en na dijkversterking worden teruggebracht of dat deze tijdens de aanleg even worden opgetild. Voor deze mitigerende maatregel is wel een omgevingsvergunning (rijksmonument) nodig. Naar verwachting kan deze verkregen worden, omdat de grenspalen op deze wijze behouden blijven. Dijksectie 8 en 9 Alternatief 1 heeft in dwarsprofiel ongeveer 20-30 m ruimtebeslag op het geheel rijksbeschermde landgoed Oosterhout. Ook de parkaanleg is rijksbeschermd. Het ruimtebeslag betekent dat een deel van de (symmetrische) structuur en de bomen van het laat-19e -eeuwse sterrenbos deels verdwijnen (een bos met stervormige padenstructuur). De oorspronkelijke aanleg is dan niet herkenbaar meer aanwezig. Voor deze aantasting zal eerst een omgevingsvergunning (rijksmonument, uitgebreide procedure) verkregen moeten worden. Bij alternatieven 2 en 3 is er geen ruimtebeslag buiten het huidige dijklichaam. Dijksectie 13 Het gemeentelijk monument aan de Waaldijk 28, de bakenmeesterwoning, ligt op het huidige dijklichaam en ligt bij alle alternatieven binnen het ruimtebeslag. Voor alternatief 1 komen daarbij aanvullend de twee rijksmonumenten bij Dorpsstraat 70, de kerk en kerktoren.

Ook het rijksmonument aan de Waaldijk 13 ligt binnen het ruimtebeslag van alternatief 1. Voorafgaande aan het slopen van de monumenten is een omgevingsvergunning nodig, voor de rijksmonumenten een uitgebreide procedure. De overige alternatieven hebben geen fysiek ruimtebeslag op deze gebouwen en nauwelijks op de erven. Dijksectie 14 en 15 Het jachtopzienershuis of boswachterswoning aan de Waaldijk 11 ligt op het huidige dijklichaam. Het rijksen gemeentelijk monument ligt daarom binnen het ruimtebeslag van alle alternatieven. Bij sloop van het monument moet een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Het monument maakt deel uit van het rijksmonumentencomplex Landgoed Huis te Loinen. Alternatief 1, versterken in grond, raakt een deel van het tussen de dijk en Grote Allee liggende productieen hakhoutbos. De huidige structuur van de oprijlaan naar het huis wordt aangetast door het verhoogde grondlichaam van de binnendijkse berm. Ook het toegangshek en een deel van de laanbomen verdwijnen. Van het aanwezige sterrenbos westelijk van de oprijlaan komt ook een stuk te vervallen. Het begin van de Grote Allee ligt binnen het ruimtebeslag, waardoor mogelijk ook laanbomen moeten verdwijnen. Voor deze wijzigingen moet een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) worden aangevraagd. Alternatieven 2 en 3 blijven binnendijks binnen het ruimtebeslag van de huidige waterkering.

Mogelijk moeten voor de dijkversterking ook hier aan de rand van het bos enkele bomen gekapt worden. Als dit leidt tot wijzigingen van de parkaanleg, moet ook hier vergunning voor worden aangevraagd. Dijksectie 16 De twee gemeentelijke monumenten (boerderij en vloedschuur) op Waaldijk 6 liggen binnen het ruimtebeslag van alle alternatieven. Aanvullend heeft alternatief 1 ruimtebeslag op de twee gemeentelijke monumenten aan Waaldijk 7 (t-boerderij, bakhuisje). Bij sloop zal een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. Dijksectie 17 In dijksectie 17 ligt de binnendijkse berm van alternatief 1 over het rijksmonument Vale Dries (Waalbandijk 131) en het gemeentelijke monument aan de Waaldijk 3 geprojecteerd (t-boerderij). Voor sloop moet een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Overzicht In dijksecties 1, 2, 4, 5 en 11 zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten op of nabij de dijk aanwezig. Tussen dijksectie 1 en 2 ligt wel een niet beschermde grenssteen. In dijksectie 3 en 10 liggen de

23 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

monumenten uiteindelijk buiten het gespecificeerde ruimtebeslag. In dijksectie 4-7 zijn alternatieven 1-3 niet van toepassing en is er geen beoordeling gemaakt. De beoordeling gaat dus over dijksecties 1/2 8-9, 13-17. Alle alternatieven leiden in het ergste geval tot sloop of aantasting van circa 5 rijks- en gemeentelijke monumenten. Ze hebben in het ergste geval ruimtebeslag op de grondwal van Fort Boven-Lent (dijksectie 3), de voormalige bakenmeesterwoning aan Waaldijk 28, het jachtopzienershuis van landgoed Huis te Loinen (dijksectie 14), boerderij en vloedschuur aan Waaldijk 6 (dijksectie 16). Alternatief 2 en 3 hebben gering ruimtebeslag op de rijksbeschermde landgoederen. Alternatief 1 heeft als enig alternatief grote effecten op twee rijksbeschermde landgoederen (dijksectie 8-9 en 14-15). Door het ruimtebeslag van de binnendijkse berm verdwijnt een deel van het sterrenbos landgoed Oosterhout. Op het landgoed Huis te Loinen worden door de binnendijkse berm enkele structuren aangetast, waaronder de oprijlaan, toegangshek, sterrenbos en de ingang bij de Grote Allee. Daarnaast is het extra binnendijkse ruimtebeslag van alternatief in dijksectie 13 geprojecteerd over de kerk en klokkentoren van Slijk-Ewijk en daarnaast de boerderij aan Waaldijk 13.

Ook in dijksectie 16 leidt de binnendijkse berm in het ergste geval tot sloop van een monumentale boerderij met bakhuisje aan Waaldijk 7, en twee monumentale boerderijen in dijksectie 17. Hoewel alternatief 1 duidelijk meer en grotere effecten veroorzaakt (landgoederen, 12 circa gebouwen), is het aantal te slopen monumenten in alternatief 2 en 3 (circa 5 gebouwen) ook dusdanig dat uiteindelijk alle alternatieven een zeer negatief effect hebben op het monumentenbestand (--). Het verkrijgen voor de verschillende vergunningen voor het in deze mate slopen en aantasten van in goede staat verkerende rijksen gemeentelijke monumenten of landgoederen is daarnaast niet realistisch. Aanbevolen wordt de monumenten en de landgoederen in te passen in het ontwerp en te behouden. In hoofdstuk 7 zijn hiervoor aanbevelingen opgenomen.

5.2.2

Meekoppelkansen

Gastvrije Waaldijk Goed beleefbare historische gebouwen verhogen de recreatieve waarde van de route over de Waaldijken. Bij sloop van de monumentale bebouwing neemt de recreatieve waarde af, dus ook de waarde voor deze meekoppelkans. De alternatieven hebben allen dit effect. Buitenplaats Oosterhout De meekoppelkans betreft het terugbrengen van een zichtlijn vanaf het huis naar de Waaldijk. De ruimte om de zichtlijn te herstellen is aanwezig. Alleen het dijklichaam dat in 1999 is aangelegd om de laan weer aan te laten sluiten op de verhoogde dijk is te smal. De alternatieven staan deze ontwikkeling niet in de weg. Landgoed Loenen De verbinding tussen het landgoed en de Loenense buitenpolder kan bijdragen aan versterking van het landgoed Loenen. Alternatief 1 heeft ruimtebeslag over de oprijlaan en het landgoed. Het zichtbaarder maken van de oprijlaan kan als (kleine) mitigerende maatregel bijdragen aan de inpassing van de dijkversterking. Alternatief 2 en 3 hebben binnendijks geen invloed. De buitendijkse berm bij alternatief 1 en 2 kan mogelijkheden bieden voor parkeergelegenheid. Er zijn daarom kansen bij alternatief 1 en 2, maar ook risico’s bij alternatief 1 vanwege de eerder beschreven aantasting van het landgoed. Alternatief 3 staat de ontwikkeling niet in de weg.

Parkeerplaatsen en op- en afritten Door eventueel aanvullend ruimtebeslag buiten het hier beoordeelde ruimtebeslag kunnen aanvullende negatieve effecten optreden, bijvoorbeeld bij de landgoederen. Dit geldt vooral bij alternatief 1, versterken in grond. Anderzijds biedt alternatief 1 ook (meer) mogelijkheden om parkeerplaatsen op de berm te maken. Bij alternatief 2 is dit ook buitendijks een kans.

24 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

5.3

Archeologische (verwachtings)waarden

5.3.1

Dijksecties

De binnendijkse berm van alternatief 1 (versterken in grond) ligt in alle dijksecties in een zone met (zeer) hoge verwachtingswaarde (dijksecties 1, 3-4, 8-17) of zelfs bekende waarden (dijksectie 9, 10, 11, 13). In dijksectie 12 zijn binnendijks de verwachte waarden pas op 4 m beneden maaiveld te vinden, de overige verwachtingen betreffen ondiepere bodemlagen. De pipingconstructie kan patronen in de ondergrond doorbreken. Ook kunnen bij graafwerkzaamheden voor de berm, afhankelijk van de diepte, waarden verstoort raken. Ook kan de druk ervoor zorgen dat de archeologische lagen scheef komen te liggen. De buitendijkse berm en verbreding doorkruisen ook middelhoge tot hoge verwachtingswaarden. Buitendijks is er op bepaalde dijksecties een lage verwachting, maar mogelijk is nog wel maritiem erfgoed aanwezig. Vanwege het grote oppervlakte, de hoge waarden en de ernst van de potentiele verstoring is het effect van alternatief zeer negatief (--). Bij nader onderzoek en meer detail over de verstoringsdiepte wordt de beoordeling aangepast. Ook alternatief 2 en 3 raken aan bekende en verwachte waarden. Het mogelijk te verstoren oppervlakte is (veel) kleiner dan bij alternatief 1, maar nog steeds is er sprake van een grote mogelijke impact (--).

Voor de werkzaamheden beginnen zal een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden, waaruit blijkt dat de gronden zijn vrijgegeven van verder archeologisch onderzoek. Hiervoor moet dan de archeologische monumentencyclus doorlopen zijn. Dit betekent eveneens dat het archeologische bureauonderzoek geactualiseerd moet worden.

5.3.2

Meekoppelkansen

De meekoppelkansen die aanvullend verstoring van de bodem met zich meebrengen kunnen meer archeologische waarden verstoren. Dit geldt wellicht voor het aanleggen van een glasvezelkabel, of aanvullende parkeerplaatsen en opritten. De alternatieven zijn daarin niet onderscheidend vanuit dit criterium.

5.4

Aardkundige waarden

5.4.1

Dijksecties

Ter hoogte van dijksecties 13 en 15-17 zijn buitendijks mogelijk nog geomorfologische interessante restanten van de oude rivierloop aanwezig. In dijksectie 15 zijn binnendijks in het reliëf en in de ondergrond sporen te zien van een verlande waterloop. Het reliëf van het maaiveld bij de verlande waterloop zal verdwijnen onder binnendijkse berm bij alternatief 1. Het effect is echter beperkt. De buitendijkse berm van alternatieven 1 (versterken in grond) en 2 (binnendijkse constructie) is deels over de strangen in dijksectie 13, 14 en 15 geprojecteerd, waardoor de strangen fysiek worden aangetast en ook de beleefde kwaliteit verminderd (-). Ook alternatief 3 (binnen- en buitendijkse constructie) tast ter hoogte van dijksectie 13 een strang aan vanwege de verbreding door de verhoging van het dijklichaam.

5.4.2

Meekoppelkansen

Gastvrije Waaldijk Het rapport geeft aan dat de strang ter hoogte van Wolferen (dijksectie 16) herkenbaarder kan worden gemaakt. De alternatieven geven geen ruimtebeslag op deze strang, waardoor de meekoppelkans mogelijk blijft.

25 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

5.5

Overzicht

Alle alternatieven hebben zeer negatieve effecten (--) op rijks- en gemeentelijke monumenten en het archeologische archief in de bodem. Circa 5 historische bouwkundige gebouwen liggen binnen het ruimtebeslag van alle alternatieven. De sloop van dergelijke gebouwen (worstcase) is al een zeer ernstig effect. Langs vrijwel het hele traject is er een archeologische onderzoeksplicht vanwege de archeologische (verwachtings)waarden. Deze raken door ophoging, afgraving en het plaatsen van constructies verstoord. Alternatief 1 heeft, ondanks gelijke beoordeling bij historische (steden)bouwkunde en archeologie, door het aanvullende ruimtebeslag van de binnenberm wel een groter negatief effect dan de overige twee alternatieven, bijvoorbeeld ook bij de twee rijksbeschermde landgoederen. Alle alternatieven hebben negatieve gevolgen voor de restanten van oudere rivierlopen in de uiterwaarden (aardkundige waarden, -). Alternatieven 1 en 2 raken wel meer strangen dan alternatief 1. Alternatief 3 heeft vanwege het beperkte ruimtebeslag buiten het huidige dijklichaam nauwelijks effect op historische-geografische elementen. Het enige effect is in dijksectie 1 met ruimtebeslag aan de rand van het binnendijkse wiel. Alternatief 1 en 2 tasten in meerdere dijksecties diverse wielen en andere structuren aan (historische geografie, -).

Voor dijksectie 1,2, 3, 13 en 16 hebben alle alternatieven negatieve effecten en moet gezocht worden naar passende maatregelen. Vanuit het erfgoed heeft alternatief 3 de voorkeur voor (delen van) dijksecties 8, 10, 14 en 15. Alternatief 2 of 3 hebben de voorkeur voor (delen van) dijksecties 9 en 17. Voor dijksectie 11 en 12 worden geen grote negatieve effecten verwacht en is er geen voorkeur voor een alternatief.

2

3

binnendijkse constructie

binnen- en buitendijkse constructie

Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

erfgoed

historisch-geografische structuren, ensembles en elementen historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

--

--

--

archeologische (verwachtings)waarden

--

--

--

aardkundige waarden

-

-

-

6

1

versterken in grond

Tabel 5.1 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking erfgoed

-

-

0

EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING

De effectbeoordeling voor het thema erfgoed is hieronder voor de relevante beoordelingscriteria, de alternatieven voor de dijkversterking en de meekoppelkansen beschreven en toegelicht.

6.1

Historisch-geografische structuren, ensembles en elementen

6.1.1

Zoekgebied dijkteruglegging

26 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Het dijklichaam is een belangrijke historisch-geografische structuur. Door afgraving van de dijk gaat de historische dijk verloren. Door het uitgangspunt dat het Waaldijkprofiel in de nieuwe dijk wordt toegepast, blijft continuïteit van het profiel over het tracé gewaarborgd in alle alternatieven. Bij alle alternatieven liggen circa 3 monumentale bomen binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking. Ten oosten van het zoekgebied ligt de Zandkolk, de restanten van de strang met kolken. Er is echter geen ruimtebeslag op de Zandkolk. Wel wordt de veerstoep/loswal langs de Waal (achter de brasserie) uit het begin van de 20e eeuw, aangetast door alternatief 1 (beperkte verlegging) en alternatief 2 (natuurverbinding). De veerstoep/loswal heeft een lage tot middelhoge waarde, waardoor het aanvullende negatieve effect klein is. De alternatieven hebben alle drie negatieve effecten op de historische structuur van de dijk. Dit is het belangrijkste negatieve effect (--). Dit is niet onderscheidend tussen de dijkterugleggingsalternatieven. Ook de dijkversterkingsalternatieven hebben een enigszins negatief effect (-) vanwege aantasting van beschermde bomen.

6.1.2

Meekoppelkansen

De voor dit criterium relevante meekoppelkansen in dijksectie 12 betreffen de ruilverkaveling en uitplaatsing glastuinbouw. De ruilverkaveling biedt kansen voor het nieuwe binnendijkse gebied. Bij ruilverkaveling wordt rekening gehouden met landschappelijke patronen, waardoor het effect op waardevolle historische structuren en elementen naar verwachting gering is. Risico is dat verkavelingspatronen worden aangetast. Echter is hier de kleinschalige verkavelingsstructuur tussen de huidige dijk en de Dijkstraat al grotendeels verdwenen. Wat dat betreft is er geen onderscheidend effect vanuit alternatief 1, 2 of 3.

6.2

Historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

6.2.1

Zoekgebied dijkteruglegging

Klein Altena, een pand uit 1948 (Waaldijk 37), gaat verloren bij alternatieven 2, natuurverbinding, en 3, recreatief park. Omdat dit gebouw echter geen rijks- of gemeentelijk monument is, wordt het hier niet beschouwd als historisch (steden)bouwkundig element. De rijksbeschermde monumentale grenspaal in dijksectie 12 ligt binnen het ruimtebeslag van alle dijkterugleggingsalternatieven en eveneens bij de alternatieven voor dijkversterking. Voor de beoordeling is er vanuit gegaan dat de grenspalen voorafgaande aan de dijkversterking opgeslagen worden en na dijkversterking worden teruggebracht of dat deze tijdens de aanleg even worden opgetild. Voor deze mitigerende maatregel is wel een omgevingsvergunning (rijksmonument) nodig. Naar verwachting kan deze verkregen worden, omdat de grenspalen op deze wijze behouden blijven. Voor het overige zijn er geen effecten op monumentale ensembles of elementen (0).

6.2.2

Meekoppelkansen

De meekoppelkansen zijn niet relevant voor dit criterium.

6.3

Archeologische (verwachtings)waarden

6.3.1

Zoekgebied dijkteruglegging

27 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Binnendijks bij dijksectie 12 is een steentijdverwachting vanaf 4 m onder maaiveld. Buitendijks is de verwachting laag, met aantekening dat er wel sprake kan zijn van bepaalde watergerelateerde vondsten die met booronderzoek niet zijn aan te tonen. De pipingconstructie of een andere constructie in de verlegde dijk kan de verwachte patronen in de ondergrond doorbreken. Het verschil in de doorsnijding tussen de alternatieven is miniem. Voor de vergraving voor de nevengeulen en dergelijke is er vanuit gegaan dat hier niet 4 meter afgegraven wordt (buiten het huidige dijklichaam om). Bij alle alternatieven zal de huidige dijk vergraven worden. Dit betekent dat archeologische informatie over de opbouw van de dijk komt te vervallen. Juist hier is er de verwachting dat er nog een middeleeuws dijklichaam aanwezig is (ter hoogte van de brasserie). Daarnaast ligt er aan de oostgrens van dijksectie 12 een zone met hoge verwachtingswaarde en twee gebieden met zeer hoge verwachtingswaarden. Deze raken vermoedelijk verstoort bij het verplaatsen van de dijk. Deze negatieve effecten (-) op het bodemarchief zijn echter niet onderscheidend tussen de dijkterugleggingsalternatieven en ook niet met dijkversterking specifiek in deze dijksectie.

Voor de werkzaamheden beginnen zal een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden, waaruit blijkt dat de gronden zijn vrijgegeven van verder archeologisch onderzoek. Hiervoor moet dan de archeologische monumentencyclus doorlopen zijn.

6.3.2

Meekoppelkansen

De meekoppelkansen zijn niet relevant voor dit criterium.

6.4

Aardkundige waarden

Er zijn geen aardkundige waarden in het zoekgebied voor de dijkteruglegging aanwezig (0).

6.5

Overzicht

De dijkterugleggingsalternatieven zijn vanuit erfgoed niet onderscheidend beoordeeld. In het zoekgebied zijn relatief weinig waarden aanwezig. De afgraving van de waardevolle huidige dijkstructuur zorgt voor een zeer negatieve beoordeling vanuit historische geografie. Vanuit dit criterium heeft dijkversterking de voorkeur. De afgraving van de dijk en andere verstoringen in de ondergrond kunnen ook leiden tot negatieve gevolgen voor het archeologisch bodemarchief.

recreatief rivierpark

dijkversterking dijkvak 12

Beoordelingscriteria, invloed op

erfgoed

historisch-geografische structuren, ensembles en elementen historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

0

0

0

0

archeologische (verwachtings)waarden

-

-

-

-

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

2

natuurverbinding

Thema

28 | 31

1

beperkte verlegging

Tabel 6.1 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging erfgoed 3

1

--

--

--

-

Thema

7

Beoordelingscriteria, invloed op

1

2

aardkundige waarden

0

0

3

0

1

0

MOGELIJKE MAATREGELEN

In een m.e.r.-procedure is het gebruikelijk maatregelen aan te geven die het ontwerp verbeteren, die effecten voorkomen, mitigeren (verzachten) of waarden compenseren (buiten het plangebied).

Tabel 7.1 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkversterking Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

Erfgoed, archeologie

alle

Behoud in situ waar mogelijk, behoud ex situ inzetten als compenserende maatregel

Als behoud van waardevolle archeologische sporen en resten in situ (op de huidige locatie in de bodem) onmogelijk is, dan is een opgraving nodig. De sporen en resten worden gedocumenteerd en waar nodig geconserveerd en bewaard op een andere locatie. Dit is een compenserende maatregel, dus het effect blijft negatief. Door meer onderzoek uit te voeren kan mogelijk de archeologische verwachting aangepast worden, waardoor ook effecten kunnen meevallen. Archeologisch veldwerk en opgravingen hebben raakvlakken met de kostenraming en de planning. In het bureauonderzoek historische geografie, archeologie en aardkunde (Archeodienst, 2016) is een aanpak gegeven voor het benodigde vervolgonderzoek.

Erfgoed, historische geografie

alle

Waaldijkprofiel toepassen

Het Waaldijkprofiel gaat uit van een smalle kruin en zo laag mogelijk aangetakte bermen (indien nodig). Deze eis kan bij alle alternatieven behouden blijven, het was een uitgangspunt bij de beoordeling.

Erfgoed, historische geografie, aardkunde

1 en 2

Wielen en strangen behouden met constructie, wielen opschonen

Behoud van de wielen is bijvoorbeeld mogelijk door een constructie in te zetten op voldoende afstand van de rand van het wiel (alternatief 3) en eventueel klei in te graven. Door de wielen op te schonen wordt verdere verlanding van de wielen voorkomen. Dit kan eveneens een positief effect hebben op de waterkwaliteit en natuurwaarden. Maatregel heeft raakvlak met kostenraming en geotechniek (vaak zeer doorlatende grond). Mogelijke meekoppelkans van gemeenten voor planuitwerking.

Erfgoed, historische geografie/ bouwkunde

1 (alle), Dorpstraat Slijk-Ewijk, dijksectie 13

Inpassen entree Slijk-Ewijk

Bij de Dorpsstraat van Slijk-Ewijk is er weinig ruimte om alle elementen goed en duurzaam/robuust in te passen. Deze situatie vraagt om een goed afgestemde landschappelijke inpassing. Dit heeft raakvlakken met recreatie, gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde, mogelijk rivierkunde, en de kostenraming.

Erfgoed, historische geografie

alle

Monumentale bomen behouden

Hoewel omslachtig, zijn er maatregelen om monumentale bomen te behouden in dijklichamen. Ophoging van het dijklichaam om de boom heen hoeft niet per se tot het doodgaan van een boom te leiden. In een enkel geval is het misschien mogelijk om de boom te verplaatsen. Ook kan het strategisch plaatsen van constructies leiden tot een veilige situatie om de boom heen. De maatregelen hangt samen met eventuele ecologische waarden, het beheer van de dijk en de kostenraming voor de dijkversterking.

Erfgoed, historische

1 en 2, dijksectie 8-9, 14-15

Landgoedbos herplanten op berm

Door de berm met leeflaag uit te voeren is het mogelijk om bomen te laten groeien op de berm. Dit kan betekenen dat bepaalde beplantingspatronen opnieuw aangelegd kunnen worden op de

29 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

(steden)bouw kunde

Opmerkingen

landgoederen. Hoe deze landschappelijke inpassing precies vorm moet krijgen moet in overleg met eigenaren, RCE en een landschapsarchitect onderzocht worden. Dit is een optimaliserende maatregel, het negatieve effect blijft in eerste instantie bestaan. De maatregel heeft raakvlakken recreatie, belevingswaarde, toekomstwaarde en met de kostenraming.

Erfgoed, historische (steden)bouw kunde

alle, dijksectie 12, 13, 15 en 16

Grenspalen inmeten, oppakken en tijdens werkzaamheden veilig bewaren, daarna terugzetten

De beoordeling gaat er vanuit dat de grenspalen bewaard blijven en teruggezet worden op de huidige locatie op een vernieuwd dijklichaam. De maatregel heeft weinig raakvlakken met andere thema’s, wel is dit een aandachtspunt bij vergunningverlening en uitvoering.

Erfgoed, historische (steden)bouw kunde

alle, dijksecties 3, 13, 14, 16 en alternatief 1 aanvullend: 17.

Behoud monumentale panden

De monumentale panden zijn beeldbepalend voor het dijktraject en vaak juist vanwege de locatie opgenomen. Gezien ook de onwaarschijnlijkheid dat een sloopvergunning kan worden verkregen, is het advies de monumentale panden in te passen op een duurzame wijze. Dit heeft raakvlakken met de kostenraming, belevingswaarde en gebruikswaarde.

Tabel 7.2 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkteruglegging Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

Erfgoed, archeologie

alle

Behoud in situ waar mogelijk, behoud ex situ inzetten als compenserende maatregel

Als behoud van waardevolle archeologische sporen en resten in situ (op de huidige locatie in de bodem) onmogelijk is, dan is een opgraving nodig. De sporen en resten worden gedocumenteerd en waar nodig geconserveerd en bewaard op een andere locatie. Dit is een compenserende maatregel, dus het effect blijft negatief. Door meer onderzoek uit te voeren kan mogelijk de archeologische verwachting aangepast worden, waardoor ook effecten kunnen meevallen. Archeologisch veldwerk en opgravingen hebben raakvlakken met de kostenraming en de planning. In het bureauonderzoek historische geografie, archeologie en aardkunde (Archeodienst, 2016) is een aanpak gegeven voor het benodigde vervolgonderzoek.

Erfgoed, historische geografie

alle

Waaldijkprofiel toepassen

Het Waaldijkprofiel gaat uit van een smalle kruin en zo laag mogelijk aangetakte bermen (indien nodig). Deze eis kan bij alle alternatieven behouden blijven, het was een uitgangspunt bij de beoordeling.

8

LEEMTEN IN KENNIS

8.1

Leemten in kennis en informatie

Voor de alternatievenafweging is voldoende informatie beschikbaar. Deze wordt in fase 2 voor het MER aangevuld, onder andere met meer informatie over de diepteligging van de archeologische bodemlagen.

30 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

8.2

Mogelijke monitoringsvoorstellen

Op dit moment is er geen monitoring nodig.

8.3

Nog te onderzoeken mogelijke maatregelen

In hoofdstuk 7 zijn verschillende maatregelen benoemd. In de planuitwerking moet hier aandacht aan worden besteed.

9 -

-

REFERENTIELIJST Archeodienst, 2016. Dijkversterking Wolferen - Sprok, bureauonderzoek historische geografie, archeologie en aardkunde. Den Ouden, J.D., M. Vocks, M.E.A. Broekmeyer, H.G.J.M. Koops, 1996. A-locatie bossen in Gelderland. Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (2017). WFS: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/geomorfologischekaart50000/wfs?request=GetCapabilities, geraadpleegd maart 2018. Historische Buitenplaats Oosterhout - Waarden en functies. Informatie Buitenplaats Oosterhout, verkregen oktober 2017. Koning, R. de; Hemmen, F. van; Mulder, J.R., 2009. Aan de wieg van het waterschap : inventarisatie van dijken, kaden en watergangen in het Gelders rivierengebied : ontwerphandreikingen voor wateropgaven. Stichting Landschapsbeheer Gelderland, 2006. Wielenreceptenboekhttps://landschapsbeheergelderland.nl/wielenreceptenboek/, geraadpleegd maart 2018.

31 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

VIII BIJLAGE: BELEVINGSWAARDE

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode/inkoopnr. Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bijlage VIII - Belevingswaarde Integrale verkenning Dijkversterking Wolferen-Sprok en Dijkteruglegging Oosterhout Waterschap Rivierenland 101592/5001375 (6407076) Definitief 21 september 2018 101592-13.40/18-014.454 mw. dr.ir. W. Soepboer ir. M. Franssen mw. dr.ir. W. Soepboer

Paraaf

Bijlage(n)

-

Deze bijlage gaat in op het thema belevingswaarde. Hoofdstuk 1 verantwoordt waarom dit thema van belang is voor de afweging van de dijkversterkingsalternatieven en dijkterugleggingsalternatieven. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de referentiesituatie, de situatie ten opzichte waarvan de beoordeling van de alternatieven plaatsvindt. Hoofdstuk 3 geeft het kader voor belevingswaarde vanuit beleid en wetgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de methode aan de hand waarvan in hoofdstuk 5 (dijkversterking) en hoofdstuk 6 (dijkteruglegging) de effecten zijn beschreven en beoordeeld. Hoofdstuk 7 geeft daarbij mogelijk maatregelen om het ontwerp te optimaliseren, effecten te verzachten of te compenseren. Hoofdstuk 8 gaat in op eventuele leemten in kennis. De referenties staan in hoofdstuk 9.

1

VERANTWOORDING THEMA

Bij dijkversterking of dijkteruglegging kan de belevingswaarde van de dijk zelf veranderen door veranderingen in het aanzicht (profiel, materiaal). Het uitzicht op en vanaf de dijk kan wijzigen doordat de directe omgeving van de dijk onderdeel gaat uitmaken van de waterkering. Het gebruik kan veranderen, en daardoor de beleving.

2

REFERENTIESITUATIE

Dit hoofdstuk gaat in op de huidige waarden en functies in het plan- en studiegebied en eventuele relevante zekere ontwikkelingen in de toekomst. Deze beschrijving dient als referentiesituatie om de alternatieven tegen te beoordelen. De beschrijving is gebaseerd op het belevingswaardenonderzoek (Bureau Stroom, 2016), waarvoor de belangrijkste belevingswaarden over de dijk en zijn omgeving opgehaald door middel van enquêtes en interviews.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

2.1

Belevingswaarde dijk

Door zijn hoge ligging in het landschap is de dijk de perfecte plek om te genieten van het weidse en afwisselende uitzicht, dat door de kenmerkende kronkels ook nog regelmatig verrassingen biedt: ‘heel erg mooi en ook wel afwisselend. Elke keer als je komt zie je weer iets nieuws’. ‘De weidsheid van het landschap, het silhouet van steden en dorpjes.’ De dijk is niet alleen een verbindingsroute, maar verbindt ook de verschillende landschappen en objecten in het landschap met elkaar. Een opvallend verschil tussen bewoners en recreanten is dat de bewoners de dijk vaak als druk ervaren, met veel verschillende weggebruikers die niet goed samengaan. De recreanten genieten juist van de rust en stilte van het gebied. Omdat bewoners vaker op de dijk komen is de drukte en veiligheid op de dijk voor hen ook belangrijker dan voor recreanten, die voor hun ontspanning op de dijk komen. Kenmerken De belangrijkste kenmerken die bij de beleving van de dijk horen zijn: 1 afwisselend uitzicht vanaf de dijk; 2 het weidse uitzicht; 3 de kronkelige vorm van de dijk; 4 de beschikbare fietspaden op de dijk; 5 toegankelijkheid van de uiterwaarden, rivier en bossen. Locaties Belangrijke zichtlocaties zijn (zie afbeelding 2.1): - het uitzicht op Nijmegen bij Lent (dijksectie 3-4); - uitzicht op de steenfabriek en Beuningse uiterwaarden (dijksectie 12).

2.2

Belevingswaarde rivier

De Waal wordt vooral beleefd als onderdeel van het uitzicht vanaf de dijk, met alle schepen die erop varen, de meanders en het levendige water. Bewoners beleven en waarderen de veranderende waterstanden van de rivier en hoogwater veel meer dan recreanten, die vaak maar af en toe op de dijk zijn en alleen een momentopname te zien krijgen. Kenmerken De belangrijkste kenmerken bij de beleving van de rivier zijn: 1 zicht op scheepvaart; 2 nabijheid van de rivier langs de dijk; 3 de vorm van de rivier; 4 levendigheid van de rivier; 5 waterkwaliteit. Locaties De rivier is de hoogst gewaardeerde locatie in het plangebied.

2.3

Belevingswaarde binnen- en buitendijkse gebieden

Mensen genieten niet alleen van de omgeving vanaf de dijk, maar trekken ook graag met de fiets of te voet de uiterwaarden en het binnendijkse gebied in, waarvoor de aanwezigheid van wandel- en fietspaden erg belangrijk is.

2|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

Kenmerken De belangrijke kenmerken bij de beleving van het binnen- en buitendijkse gebied zijn: 1 wandel- en fietspaden; 2 afwisseling in natuur en landschap; 3 cultuurhistorische/bijzondere bebouwing; 4 begroeiing in de uiterwaarden; 5 de verschillende plassen in de uiterwaarden. Locaties Bij de hoogst gewaardeerde fysieke locaties langs de dijk horen (zie afbeelding 2.1): - Sprok (fort en horeca), dijksectie 1-3; - De Spiegelwaal en de uiterwaarden bij Oosterhout, dijksectie 7-10; - Het Boetselaersbosje op Landgoed Oosterhout, dijksectie 8-9 - Altena, dijksectie 12 - Kerk Slijk-Ewijk, dijksectie 13 - Voetveer Beuningen- Slijk-Ewijk, dijksectie 13 - Loenense uiterwaarden (met kolken), dijksectie 14-15 - Landgoed Loenen, dijksectie 14-15 - Uiterwaarden Wolferen, dijksectie 16-17. Bijlage IV (erfgoed) en IX (gebruikswaarde) gaan nader in op deze locaties.

Afbeelding 2.1 Belevingswaarde

3

WETTELIJK- EN BELEIDSKADER

Het wettelijk- en beleidskader voor belevingswaarde is beschreven bij het thema erfgoed (bijlage VI).

4

METHODE

Dit hoofdstuk onderbouwt de methode voor de effectbeoordeling in dit MER (verkenningsfase) voor het thema belevingswaarde. Soms wordt verwezen naar MER fase 2, dit is het op te stellen MER in de planuitwerking.

3|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

4.1

Beoordelingskader

Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het niet alleen om de vormgeving van een project (ziet het er mooi uit?), als wel ook of het ontwerp (multi)functioneel is (werkt het?) en genoeg adaptief is voor de toekomst (is het voldoende robuust en/of flexibel?). Juist de koppeling aan de opgave geeft aan ruimtelijke kwaliteit zijn invulling. De ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp is daarom niet zozeer milieu-/omgevingsafweging, maar een onderdeel van een integraal ontwerpproces. Ruimtelijke kwaliteit betreft drie aspecten: - belevingswaarde: de beleving van een betreffend gebied door de gebruikers; - gebruikswaarde: functionaliteit van het project in combinatie met gebruik van de eigenschappen van het gebied (doelmatigheid en functionele samenhang); - toekomstwaarde: kan het project de ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden opvangen. Het om 2016 uitgevoerde belevingswaardenonderzoek (Bureau Stroom) is de basis voor de effectbeoordeling van belevingswaarde. Deze bijlage gaat in op de belangrijkste onderscheidende criteria op het gebied van de belevingswaarde van de dijk, de rivier en de binnen- en buitendijkse gebieden. Bijvoorbeeld de vorm van de dijk, het uitzicht, de nabijheid van de rivier, en afwisseling in natuur en landschap. De effecten van de alternatieven zijn kwalitatief beoordeeld.

Tabel 4.1 Beoordelingskader belevingswaarde Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

Fase

Methode

belevingswaarde (ruimtelijke kwaliteit)

belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden

gebruik

kwalitatieve beoordeling op basis van beschikbare gegevens

De belevingswaarde geldt voor de gebruiksfase. Tijdens de aanlegfase is er tijdelijk een vermindering van de belevingswaarde, maar dit is tijdelijk en niet erg onderscheidend per alternatief.

4.2

Belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden

Methode De invloed op de belevingswaarde van de in hoofdstuk 2 beschreven kenmerken en locaties is via expertjudgement beoordeeld. Is er sprake van ruimtebeslag, waardoor het kenmerk of de (zicht)locatie verdwijnt? Of is er anderszins sprake van een wijziging van de belevingswaarde door het veranderen van de zichtbaarheid. In de verkenningsfase is de effectbeoordeling gericht op het onderscheid tussen alternatieven. Hier gaat het om het effect van de alternatieven op de indicatoren voor de belevingswaarde van de dijk. Om dubbeltelling te voorkomen, volgt deze afbakening: - de effecten op de beleefde kwaliteit van de historisch-geografische structuur van de dijk tellen mee als onderdeel van het thema erfgoed. Het criterium gaat in op het kenmerkende Waaldijkprofiel en kronkelend tracé bij kolken. Ook de effecten op de historische panden (rijks- en gemeentelijke monumenten) tellen mee bij erfgoed; - de effecten op recreatiegebieden/-routes en recreatieve kwaliteit tellen al mee bij gebruikswaarde. Op het dijktalud zal bekleding terugkomen, zoals gras- of steenbekleding. Dit laatste is echter niet onderscheidend tussen de alternatieven en nu in de verkenning niet meegewogen. Er is geen sprake van het volledig verharden van de dijk, waardoor er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. Materiaalgebruik komt terug in MER fase 2.

4|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

Tabel 4.2 Uitleg kenmerken belevingswaarde Kenmerk belevingswaardeonderzoek

Invulling

afwisselend en weids uitzicht vanaf de dijk

open- en beslotenheid, zichtlijnen: uitzicht op Nijmegen bij Lent (dijksectie 3-4), uitzicht op de steenfabriek en Beuningse uiterwaarden (dijksectie 12)

nabijheid en vorm van de rivier langs de dijk

contrast land en water, zicht op rivier

afwisseling in natuur en landschap

open- en beslotenheid, bossen en bomen(rijen), o.a. landgoed Oosterhout, dijksectie 8-9, landgoed Loenen, dijksectie 14-15

begroeiing en verschillende plassen in de uiterwaarden

open- en beslotenheid, contrast land en water: De Spiegelwaal en de uiterwaarden bij Oosterhout, dijksectie 7-10; Loenense uiterwaarden (met kolken), dijksectie 14-15; Uiterwaarden Wolferen, dijksectie 1617

Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het plangebied met een beperkte zone er omheen waarin de relatie tussen de dijk en de omgeving duidelijk wordt, inclusief zichtlijnen. Dus net tot over de rivier aan de zuidzijde en zo’n 100-200 m naar het noorden vanaf de kruin van de dijk. Operationalisering beoordelingskader De maatlatten voor de beoordeling van de invloed op de belevingswaarde zijn hieronder aangegeven. Tabel 4.3 Beoordeling criterium invloed op belevingswaarde dijk, rivier en binnen-en buitendijkse gebieden Score

Maatlat

++

zeer positief, de nieuwe waterkering of dijkteruglegging versterkt of herstelt in grote mate het contrast tussen water en land, zichtlijnen, kronkelige vorm van de dijk, afwisseling tussen open en besloten, en afwisseling in natuur en landschap

+

positief, de nieuwe waterkering of dijkteruglegging versterkt of herstelt het contrast tussen water en land, zichtlijnen, kronkelige vorm van de dijk, afwisseling tussen open en besloten, of afwisseling in natuur en landschap

0

neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie, de nieuwe waterkering heeft geen effect op bestaande kenmerken

-

negatief, de nieuwe waterkering of dijkteruglegging verstoort of vernietigt het contrast tussen water en land, zichtlijnen, kronkelige vorm van de dijk, afwisseling tussen open en besloten, of afwisseling in natuur en landschap

--

zeer negatief, de nieuwe waterkering of dijkteruglegging verstoort of vernietigt in grote mate het contrast tussen water en land, zichtlijnen, kronkelige vorm van de dijk, afwisseling tussen open en besloten, en afwisseling in natuur en landschap

5

EFFECTEN DIJKVERSTERKING

De effectbeoordeling voor het thema natuur is hieronder voor de relevante beoordelingscriteria, de dijksecties en de meekoppelkansen beschreven en toegelicht.

5|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

5.1

Belevingswaarde dijk, rivier, binnen-en buitendijkse gebieden

5.1.1

Alternatieven

Dijkversterking beïnvloedt hoe de dijk eruit ziet, maar ook de omgeving van de dijk. Alternatief 3, binnen- en buitendijkse constructies, heeft bijna geen effect op de beleving van de dijk zelf. Hij wordt iets hoger en iets breder. Ook veranderen de zichtlijnen niet, de kronkeligheid van de dijk of de afwisseling van open en beslotenheid, of in natuur en landschap. Wel kunnen de objecten/elementen die zich nu op het dijklichaam of er direct naast bevinden worden verstoord. Sloop van bebouwing en het beperken van wateroppervlak van kolken en strangen vermindert de afwisseling open en besloten en het contrast tussen land en water (-). Voor alternatief 2 is dit negatieve effect (-) iets groter dan bij alternatief 3, omdat hier een buitendijkse berm meespeelt die buitendijkse wateroppervlaktes in de uiterwaarden verkleinen (strangen in dijksectie 13-15, kolken in dijksectie 8, 10, 14 en 15). Dit heeft gevolgen voor de beleving van het contrast tussen land en water. Alternatief 1 is voorzien van een binnen- en een buitenberm. Door de binnendijkse berm van 10-50 m breedte verandert het aanzicht vanaf de dijk op de binnendijkse gebieden. Hier verdwijnen kolken, bebouwing, en in dijksectie 8, 14 en 15 ook nog bomen op de landgoederen. Het aanzicht op het binnendijkse gebied wordt monotoner, de eerste 10-50 m. De mensen op de dijk kijken verder dan deze zone.

Daarom is de beoordeling toch vergelijkbaar met de andere twee alternatieven (-). Er is wel een voorkeur voor alternatief 3 als daarmee belevingswaardekenmerken behouden kunnen blijven (beplanting, kenmerkende bebouwing, wateroppervlakten).

5.1.2

Meekoppelkansen

Verschillende van de meekoppelkansen verhogen de belevingswaarde door het vergroten van de toegankelijkheid (parkeerplaatsen, fietspaden, rustpunten). Mocht dit aanvullend ruimtebeslag hebben op bebouwing, bosjes of wielen en strangen, dan geeft dit een aanvullend negatief effect op het hier uitgewerkte criterium.

5.2

Overzicht

De alternatieven tasten de belevingswaardekenmerken als afwisseling, open- en beslotenheid en contrast tussen land en water aan. Hierbij is de beoordeling niet onderscheidend (-), maar er is vanuit de belevingswaarde wel voorkeur voor alternatief 3, gevolgd door alternatief 2.

belevingswaarde (ruimtelijke kwaliteit)

belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden

6|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

1

2

3

binnen- en buitendijkse constructie

Beoordelingscriteria, invloed op

binnendijkse constructie

Thema

versterken in grond

Tabel 5.1 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking belevingswaarde

-

-

-

6

EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING

6.1

Belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden

6.1.1

Alternatieven

Door de beperkte verlegging (alternatief 1) blijven de mensen op de dijk het contrast tussen land en water beleven, omdat er een nieuwe geul in het voormalige binnendijkse gebied wordt aangelegd. Wel wordt de afstand tot de rivier groter en de zichtlijn op de steenfabriek aan de overkant langer over een dijklengte van ongeveer 700 m. De dijk blijft ‘kronkelig’, omdat er in het nieuwe tracé knikpunten zijn toegepast en twee oude kronkels behouden blijven. Nadelig effect van alternatief 1 is dat de dijk en het verkeer op de dijk dichter bij de glastuinbouw komt te liggen. Verschillende van de bosjes die in de referentiesituatie aanwezig zijn, verdwijnen onder het ruimtebeslag van de nieuwe dijk. Het uitzicht vanaf de dijk op meer kassen draagt niet bij aan de belevingswaarde. Dit vanwege de verminderde beleving van groen (natuur, weilanden) in het landschap (-). Het nieuwe tracé van de dijk in alternatieven 2 en 3 ligt achter de huizen van de Dijkstraat. De open plekken van de verdwenen glastuinbouw moeten nog worden ingevuld. In de ergst mogelijke situatie blijven de locaties leeg. Er is daarnaast meer zicht op huizen, tuinen en boomgaarden. Vermoedelijk geeft dit een wat rommelig aanzicht. Verbetering van het binnendijkse aanzicht is niet gegarandeerd. De beleving van de scheepvaart wordt minder in het gedeelte waar nu vrij uitzicht is.

De zichtlijn vanaf de dijk op de steenfabriek wordt minder. Wel zal het mogelijk zijn om vanuit paden in het nieuw in te richten gebied de zichtlijn en de scheepvaart te ervaren. Hoewel het nieuwe tracé knikpunten bevat en landschappelijke structuur volgt, worden twee oude ‘kronkels’ in de dijk weggehaald (-). Door het verdwijnen van de camping met chalets direct op de dijk wordt aan deze zijde de afwisseling tussen open en besloten, en de afwisseling in natuur en landschap verbeterd. Hier is nu direct uitzicht op de nevengeul (+). De natuurlijke inrichting bij alternatief 2 beidt kansen voor verdere afwisseling. De recreatieve inrichting bij alternatief 3 beidt kansen voor de beste toegankelijkheid van het gebied.

6.1.2

Meekoppelkansen

De meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw kan bij alternatief 1 leiden tot een betere beoordeling, omdat er dan geen sprake is van een verminderde beleving van groen (neutrale beoordeling).

6.2

Overzicht

Alternatieven 2 en 3 verbeteren de belevingswaarde en hebben daarom de voorkeur. De belangrijkste reden is het verdwijnen van het zicht op de chalets bij de camping.

7|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

2

3

1

natuurverbinding

recreatief rivierpark

dijkversterking dijkvak 12

Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

belevingswaarde

-

negatieve effecten belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden

-

positieve effecten belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden

0

+

+

0

7

1

beperkte verlegging

Tabel 6.1 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging belevingswaarde

-

-

-

-

MOGELIJKE MAATREGELEN

In een m.e.r.-procedure is het gebruikelijk maatregelen aan te geven die het ontwerp verbeteren, die effecten voorkomen, mitigeren (verzachten) of waarden compenseren (buiten het plangebied).

Tabel 7.1 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkversterking Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

belevingswaarde

alle

verfijnen van het ruimtelijk kwaliteitskader

dit geeft kansen voor het verhogen van de belevingswaarde en geeft meer richting aan de verfijning van het voorkeursalternatief in de planuitwerking

belevingswaarde

alle

herplant bomen in erfbeplanting

dit vergroot de belevingswaarde van boerderijen en oude bebouwing in het buitengebied

Tabel 7.2 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkteruglegging Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

belevingswaarde

alle

verbeteren toegankelijkheid uiterwaarden

het nieuwe gebied biedt kansen om recreatieve paden aan te leggen nu er nog geen natuurfunctie op ligt

alle

behouden oude dijk als recreatiepad

hier door blijft de loop van de oude dijk beleefbaar

2

langsdam benutten voor aanlegplaatsen

hierdoor is het gebied toegankelijker

8|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

8

LEEMTEN IN KENNIS EN AANBEVELINGEN MER FASE 2

8.1

Leemten in kennis en informatie

Voor de alternatievenafweging is voldoende informatie beschikbaar.

8.2

Mogelijke monitoringsvoorstellen

Op dit moment is er geen monitoring nodig.

8.3

Nog te onderzoeken mogelijke maatregelen

In hoofdstuk 6 zijn verschillende maatregelen benoemd, die ook nog steeds uitgevoerd kunnen worden als het desbetreffende alternatief tot voorkeursalternatief wordt benoemd. In de planuitwerking moet hier aandacht aan worden besteed.

9 -

REFERENTIELIJST Bureau Stroom, 2016. Belevingswaardeonderzoek Wolferen - Sprok. Witteveen+Bos, 2017. Ruimtelijk kwaliteitskader Wolferen - Sprok.

9|9

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.454 | Bijlage VIII - Belevingswaarde

IX BIJLAGE: GEBRUIKSWAARDE

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode/inkoopnr. Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bijlage IX - Gebruikswaarde Integrale verkenning Dijkversterking Wolferen-Sprok en Dijkteruglegging Oosterhout Waterschap Rivierenland 101592/5001375 (6407076) Definitief 21 september 2018 101592-13.40/18-014.447 A. Knipping MSc mw. dr.ir. W. Soepboer mw. dr.ir. W. Soepboer

Paraaf

Bijlage(n)

-

Deze bijlage gaat in op het thema gebruikswaarde. Hoofdstuk 1 verantwoordt waarom dit thema van belang is voor de afweging van de dijkversterkingsalternatieven en dijkterugleggingsalternatieven. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de referentiesituatie, de situatie ten opzichte waarvan de beoordeling van de alternatieven plaatsvindt. Hoofdstuk 3 geeft het kader voor erfgoed vanuit beleid en wetgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de methode aan de hand waarvan in hoofdstuk 5 (dijkversterking) en hoofdstuk 6 (dijkteruglegging) de effecten zijn beschreven en beoordeeld. Hoofdstuk 7 geeft daarbij mogelijk maatregelen om het ontwerp te optimaliseren, effecten te verzachten of te compenseren. Hoofdstuk 8 gaat in op eventuele leemten in kennis. De referenties staan in hoofdstuk 9.

1

VERANTWOORDING THEMA

Deze bijlage beoordeelt de effecten van de voorgestelde alternatieven op het thema gebruikswaarde. Gebruikswaarde draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Gebruikswaarde gaat over doelmatigheid en functionele samenhang van de functies in een gebied (werkpartners.net, 2018). De definitie voor het thema gebruikswaarde is als volgt: Gebruikswaarde is de functionaliteit van het project in combinatie met gebruik van de eigenschappen van het gebied (doelmatigheid en functionele samenhang, Witteveen+Bos, 2018). Functies die de gebruikswaarde in beeld brengen zijn: - woonfunctie (woningen en woonkwaliteit); - werkfunctie (bedrijven, areaal, werkkwaliteit); - scheepvaartfunctie; - verkeersfunctie; - recreatiefunctie; - overige aspecten:

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

· · ·

externe veiligheid; kabels en leidingen; niet gesprongen explosieven (NGE).

Wijzigingen van de gebruiksmogelijkheden, het nieuwe profiel van de dijk en het ruimtebeslag van het project veroorzaken effecten voor bewoners en andere gebruikers van de dijk. Er kan sprake zijn van gedwongen verhuizingen, een veranderd uitzicht, beperkingen in het tuingebruik. Bedrijven kunnen economisch beperkt worden door areaalverlies en verminderde toegankelijkheid. In de aanlegfase kan het extra verkeer, het geluid en de uitstoot van het werkverkeer en de afsluitingen ook leiden tot hinder voor de gebruikers. Daarom is gebruikswaarde onderdeel van het MER.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d353358c-c367-4f10-9a52-af63405ef57f