CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Bijlage bij de toelichting deel 2c

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling paraplubestemmingsplan Nijmegen Dijkversterking Wolferen - Sprok (27/2021) (STEMSTUK)32.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Afbeelding 5.6 Verbreiding klei binnen Formatie van Waalre

5.2.2

Meekoppelkansen

De meekoppelkansen zijn naar verwachting niet relevant voor het grondwatereffect.

5.3

Overzicht

In tabel 5.2 is een overzicht opgenomen van de effectbeoordeling van de dijkversterking. Het binnendijkse ruimtebeslag van alternatief 1 (versterken in grond) wordt als zeer negatief beoordeeld voor het criterium oppervlaktewater. Door het ruimtebeslag worden diverse watergangen gedempt, waardoor er bergingscapaciteit in het watersysteem verloren gaat en verbindingen worden verbroken. Er worden watergangen gedempt in de dijksecties 4, 5, 6, 7, 12, 13 en 15. Daarnaast is het minder goed mogelijk om de grondwaterstanden in de omgeving te beheersen (afvoer van kwelwater). De alternatieven 2 (binnendijkse constructie) en 3 (binnen- en buitendijkse constructie) worden voor het criterium oppervlaktewater als neutraal beoordeeld. Het ruimtebeslag van deze alternatieven is beperkt, waardoor er naar verwachting geen watergangen gedempt hoeven te worden. Het aanbrengen van een berm (alternatief 1) heeft naar verwachting geen direct effect op de omliggende grondwaterstanden en wordt daarom als neutraal beoordeeld. De alternatieven 2 en 3 worden op het criterium grondwater als negatief beoordeeld. De aan te brengen constructieve oplossingen zorgen mogelijk op enkele plekken voor het afsluiten van watervoerende lagen.

Voor de functie aan maaiveld hoeft dit niet ongunstig te zijn, omdat hiermee hoge grondwaterstanden bij hoogwater en lage grondwaterstanden bij laagwater voorkomen kunnen worden. De lokale effecten dienen echter nog wel in meer detail bepaald te worden en afgestemd te worden met het aan te leggen oppervlaktewater en de omliggende functie aan maaiveld.

26 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

water

oppervlaktewater grondwater

0

-

-

6.1

Oppervlaktewater

6.1.1

Alternatieven

3

binnen- en buitendijkse constructie

Beoordelingscriteria, invloed op

EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING

2

binnendijkse constructie

Thema

6

1

versterken in grond

Tabel 5.2 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking water

--

0

0

Voor het binnendijkse oppervlaktewatersysteem is het van belang dat als gevolg van de aanleg van de nevengeul en de dijkteruglegging de afvoer van grondwater naar het oppervlaktewater via kwel kan toenemen. Bij alternatief 1 (beperkte verlegging) is er sprake van zeer beperkte dijkteruglegging. De geul in alternatief 1 is beperkt van omvang en diepte, waardoor de deklaag slechts beperkt wordt vergraven. De verwachting is dat dit niet leidt tot binnendijkse effecten. De effecten van alternatief 2 (natuurverbinding) en alternatief 3 (recreatief rivierpark) zijn ten aanzien van de grondwatereffecten vergelijkbaar, omdat de omvang van de dijkteruglegging en de nevengeul vergelijkbaar zijn. Het effect op de afvoer is beschreven op basis van de waterbalans uit het grondwatermodel. Aan het projectgebied van de dijkteruglegging grenst één peilgebied: OVB150-P (zie afbeelding 6.1). Omdat de berekende effecten van de dijkteruglegging op de freatische grondwaterstand zich uitsluitend binnen dit peilgebied bevinden is alleen voor dit gebied de verandering op de afvoer bepaald.

27 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

Afbeelding 6.1 Peilgebieden grenzend aan projectgebied

Voor dit peilgebied is de waterbalans van de modellen uitgelezen. Uit de waterbalansen is de afvoer bepaald door de fluxen van de drainage (drainage-term), oppervlakkige afstroming (overlandflow-term) en de watergangen (rivers-term) uit de waterbalans bij elkaar op te tellen. In deze termen zit de toename van kwel vanuit het watervoerend pakket naar het freatisch grondwater die tot extra afvoer leidt verwerkt. Tabel 6.1 toont het effect van het inrichtingsontwerp op de afvoer tijdens de hoogwatersituatie. Uit de tabel volgt dat er sprake is van een berekende afname van de afvoer uit het peilgebied van 4,8%. Dit komt omdat door de dijkteruglegging het oppervlak aan binnendijkse gebied afneemt. Door deze afname aan oppervlak neemt de binnendijkse afvoer ook af. Deze afname valt dus binnen de norm van het waterschap. Voor alternatief 2 en 3 wordt dus geen toename van afvoer verwacht. Dit verbetert het beheer en de bergingsmogelijkheden (beoordeling +).

Tabel 6.1 Verandering afvoer ten opzichte van referentiescenario voor maatgevend hoogwater Afwateringsgebied

OVB150-P

28 | 34

Afvoer tijdens T10 hoogwater huidig

Afvoer tijdens T10 hoogwater na dijkteruglegging

Verandering afvoer tijdens T10 hoogwater

Verandering afvoer tijdens T10 hoogwater

14.504 m3/dag

13.812 m3/dag

692 m3/dag

- 4,8 %

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

6.1.2

Meekoppelkansen

De volgende meekoppelkansen bieden aanknopingspunten voor een nieuwe inrichting van het gebied waarbij na dijkverlegging nieuwe watergangen kunnen worden aangebracht: - landschapsplan de Danenberg dijksectie 12-13; - initiatief Landschapsontwikkelingsplan dijksectie 10-17; - ruilverkaveling en glastuinbouw dijksectie 12.

6.2

Grondwater

6.2.1

Alternatieven

In dit hoofdstuk worden de hydrologische effecten gepresenteerd van de niet-stationaire modelberekeningen met het MORIA v2.2 grondwatermodel. De effecten zijn berekend door de berekende grondwaterstand en stijghoogte van het model van de dijkteruglegging te vergelijken ten opzichte van het referentiemodel. Effecten op grondwaterstand en stijghoogte bij T10 hoog water voor alternatief 2 en 3 Afbeelding 6.2 toont de berekende binnendijkse effecten op de freatische grondwaterstand bij een T10 hoog water. Binnendijks wordt er in de hoogwatersituatie een verhoging van de freatische grondwaterstand berekend van maximaal circa 35 cm direct langs de nieuwe dijk. Over een afstand van circa 250 m neemt het effect af naar 5 cm. Op één verder weg gelegen perceel wordt een verhoging van circa 5 cm berekend, as gevolg van een geringere deklaagweerstand op die plek en de afwezigheid van detailontwatering.

Afbeelding 6.2 Berekende binnendijkse effecten op de grondwaterstand tijdens hoog water, alternatief 2 en 3

29 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

Afbeelding 6.3 toont de berekende binnendijkse effecten op de stijghoogte bij een T10 hoog water. Binnendijks wordt er in de hoogwatersituatie een verhoging van de stijghoogte berekend van maximaal circa 30 cm direct langs de nieuwe dijk. Over een afstand van circa 750 m neemt het effect af naar 5 cm.

Afbeelding 6.3 Berekende binnendijkse effecten op de stijghoogte tijdens hoog water

Effecten op grondwaterstand en stijghoogte bij T10 laag water alternatief 2 en 3 Afbeelding 6.4 toont de berekende binnendijkse effecten op de freatische grondwaterstand bij een T10 laag water (een laag water dat gemiddeld eens per 10 jaar voorkomt). Binnendijks wordt er in de laagwatersituatie een verlaging van de freatische grondwaterstand berekend van maximaal circa 50 cm direct langs de nieuwe dijk. Over een afstand van circa 500 m neemt het effect af naar 5 cm.

30 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

Afbeelding 6.4 Berekende effecten op de grondwaterstand tijdens laagwater

Afbeelding 6.4 toont de berekende binnendijkse effecten op de stijghoogte bij een T10 laag water. Binnendijks wordt er in de hoogwatersituatie een verlaging van de stijghoogte berekend van maximaal circa 35 cm direct langs de nieuwe dijk. Over een afstand van circa 1.000 m neemt het effect af naar 5 cm.

Afbeelding 6.5 Berekende binnendijkse effecten op de stijghoogte tijdens laag water

31 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

Het berekende effect op het grondwater wordt als negatief beoordeeld. Er is bij hoogwater sprake van een berekende verhoging van de grondwaterstanden. Het gebied achter de dijk is bij hoogwater al relatief nat, waardoor dit de gebruiksfuncties hindert. Bij laagwater is er sprake van een verlaging van de grondwaterstanden. Er zijn geen mogelijkheden voor wateraanvoer in het gebied, waardoor er droogte optreedt en mogelijk schade aan gebruiksfuncties. De effecten van alternatief 2 en 3 op de grondwaterstanden zijn sterk negatief (--).

6.2.2

Meekoppelkansen

De volgende meekoppelkansen bieden aanknopingspunten voor een nieuwe inrichting van het gebied waarbij na dijkverlegging nieuwe watergangen kunnen worden aangebracht waarmee de invloed op de grondwaterstanden beperkt kan worden: - landschapsplan de Danenberg dijksectie 12-13; - initiatief Landschapsontwikkelingsplan dijksectie 10-17; - ruilverkaveling en glastuinbouw dijksectie 12.

6.3

Overzicht

Bij de beperkte dijkverlegging (alternatief 1) worden er vanwege de beperkte verlegging en beperkte vergraving in de uiterwaard geen significante effecten op het (grond- en oppervlakte)watersysteem verwacht. Alternatieven 2 en 3 leveren vergelijkbare effecten op vanwege de vergelijkbare omvang van de dijkverlegging en de aan te leggen nevengeul. Beide alternatieven worden vanwege de berekende afname van de afvoer als positief beoordeeld (verbetering beheer en berging, +). Het berekende effect op het grondwater wordt als negatief beoordeeld. Er is bij hoogwater sprake van een berekende verhoging van de grondwaterstanden. Het gebied achter de dijk is bij hoogwater al relatief nat, waardoor dit de gebruiksfuncties hindert. Bij laagwater is er sprake van een verlaging van de grondwaterstanden. Er zijn geen mogelijkheden voor wateraanvoer in het gebied, waardoor er droogte optreedt en mogelijk schade aan gebruiksfuncties. De effecten van alternatief 2 en 3 op de grondwaterstanden zijn sterk negatief (--). De dijkversterking van dijksectie 12 is ter vergelijk eveneens beoordeeld. Hierbij is alleen sprake van demping van een binnendijkse watergang.

3

1

recreatiepark

dijkversterking dijksectie 12

Beoordelingscriteria, invloed op

water

oppervlaktewater grondwater

0

--

--

0

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

2

natuurverbinding

Thema

32 | 34

1

beperkte dijkverlegging

Tabel 6.2 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging water

0

+

+

-

7

MOGELIJKE MAATREGELEN

In een m.e.r.-procedure is het gebruikelijk maatregelen aan te geven die het ontwerp verbeteren, die effecten voorkomen, mitigeren (verzachten) of waarden compenseren (buiten het plangebied).

Tabel 7.1 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkversterking Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

Opmerkingen

water

alternatief 1 (dijksecties 4.5.6.7.12.13.15)

uitvoeren watercompensatie meenemen, zodat het effect per saldo 0 is. Zie compensatieplicht vanuit de keur

Tabel 7.2 Mogelijke maatregelen voor het voorkeursalternatief dijkteruglegging Thema

Alternatief, locatie

Maatregel

water

alternatief 2 en 3

open water realiseren achter de dijk om grondwater te beheersen en verhoging grondwater te voorkomen

Opmerkingen

aanpassen functie nieuw in te richten binnendijks invloedsgebied aan nieuwe grondwaterstanden

8

LEEMTEN IN KENNIS

8.1

Leemten in kennis en informatie

De effecten op het grondwater worden mede bepaald door de locaties waar de watercompensatie gerealiseerd wordt. Door deze locaties slim te kiezen (en in afstemming met de meekoppelkansen) kunnen effecten op het grondwater worden gemitigeerd. De binnendijkse inrichting vormt daarmee een integrale ontwerpopgave.

8.2

Mogelijke monitoringsvoorstellen

Om de voorspelde effecten op het grondwater te kunnen toetsen aan daadwerkelijk optredende veranderingen wordt aanbevolen om op enkele plekken de grondwaterstand hoogfrequent te meten. Om een goede langjarige referentiereeks op te kunnen bouwen wordt aanbevolen hier tijdig mee te starten.

33 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

8.3

Nog te onderzoeken mogelijke maatregelen

Om de effecten op het grondwater te voorkomen kan bij het afsluiten van een watervoerende laag de aangebrachte constructie (bijvoorbeeld damwanden) doorlatend worden gemaakt door perforatie of de damwanden om en om ondieper af te werken.

9 -

REFERENTIELIJST Waterschap Rivierenland, Richtlijn toetsing kwel en wegzijging, 2012. Witteveen+Bos, Geohydrologisch scenario onderzoek inrichting Loenensche Buitenpolder, 10 oktober 2017, referentie 104128/17-014.525.

34 | 34

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water

VII BIJLAGE: ERFGOED

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode/inkoopnr. Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bijlage VII - Erfgoed Integrale verkenning Dijkversterking Wolferen-Sprok en Dijkteruglegging Oosterhout Waterschap Rivierenland 101592/5001375 (6407076) Definitief 21 september 2018 101592-13.40/18-014.452 mw. dr.ir. W. Soepboer ir. M. Franssen mw. drs. J.E.C. Bulsink

Paraaf

Bijlage(n)

-

Deze bijlage gaat in op het thema erfgoed. Hoofdstuk 1 verantwoordt waarom dit thema van belang is voor de afweging van de dijkversterkingsalternatieven en dijkterugleggingsalternatieven. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de referentiesituatie, de situatie ten opzichte waarvan de beoordeling van de alternatieven plaatsvindt. Hoofdstuk 3 geeft het kader voor erfgoed vanuit beleid en wetgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de methode aan de hand waarvan in hoofdstuk 5 (dijkversterking) en hoofdstuk 6 (dijkteruglegging) de effecten zijn beschreven en beoordeeld. Hoofdstuk 7 geeft daarbij mogelijk maatregelen om het ontwerp te optimaliseren, effecten te verzachten of te compenseren. Hoofdstuk 8 gaat in op eventuele leemten in kennis. De referenties staan in hoofdstuk 9.

1

VERANTWOORDING THEMA

Door het aanpassen van de dijk (graven, ophogen, slopen objecten, verplaatsen dijk) kunnen historische structuren, patronen en elementen in het plangebied verstoord of zelfs vernietigd raken. Omgekeerd is ook door het nemen van bepaalde maatregelen herstel of verbetering mogelijk, met name qua beleving. In deze bijlage wordt cultureel erfgoed beschreven via de aspecten historische geografie (zoals de dijkstructuur, kavelpatronen, groenstructuren en -elementen), historische (steden)bouwkunde (het bebouwingslint en monumenten) en archeologie. Ook gaat deze bijlage in op de effecten op het natuurlijke erfgoed (aardkundige waarden zoals wielen en riviermeanders).

2

REFERENTIESITUATIE

Dit hoofdstuk gaat in op de huidige waarden en functies in het plan- en studiegebied en eventuele relevante zekere ontwikkelingen in de toekomst. Deze beschrijving dient als referentiesituatie om de alternatieven tegen te beoordelen.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

2.1

Kort overzicht ontwikkelgeschiedenis rivierengebied

In de loop van de eeuwen is de meanderende en zich telkens verleggende Waal steeds meer door de mens vastgelegd. De eerste dijken stammen al uit de 10de eeuw. In de 14de eeuw was het gehele rivierengebied van dijken voorzien, later werden deze steeds steviger en hoger. De dijken zijn op veel plaatsen bij hoog water doorgebroken. Een kronkel in de dijk, al dan niet in combinatie met een doorbraakkolk (wiel), wijst op een dijkdoorbraak. Tussen de zomerkaden en de winterdijken liggen de uiterwaarden: graslanden met een onregelmatige percelering, hier en daar met oude beddingen (strangen) of meestromende nevengeulen. Delen van de uiterwaarden zijn afgegraven voor de baksteenfabricage. In de uiterwaarden kunnen over het algemeen restanten van voormalige defensielinies worden aangetroffen (Romeins, waterlinies). Op enige afstand, parallel aan de rivier, liggen de oeverwallen, brede ruggen die bestaan uit lichte klei of zavel. Alle dorpen en steden, akkers, kassen en boomgaarden in het rivierengebied liggen op de oeverwallen en op fossiele stroomruggen1 van oudere rivier. Op de oeverwallen en de fossiele stroomruggen liggen ook de kastelen, kasteelterreinen en bodemsporen van prehistorische en vroeg-historische bewoning. In de ijzertijd en de Romeinse tijd was de regio één van de dichtstbevolkte delen van ons land. De komgebieden zijn lage terreinen achter de oeverwallen.

De bodem bestaat hier uit zware klei. Vroeger waren deze gebieden zeer nat en werden ze extensief gebruikt als hooiland.

2.2

Historische-geografische structuren, patronen en elementen

De Over-Betuwe is een oud cultuurlandschap in het rivierengebied dat wordt gekenmerkt door de opbouw in uiterwaarden, oeverwallen en kommen. Buitendijks bevinden zich de (vergraven) uiterwaarden, binnendijks met name de oeverwallen en oude stroomruggen (de Geomorfologische kaart van Nederland). Bij de kolk van Van Elferen (Sprok) en de landgoederen Oosterhout en Loenen liggen zandige overslaggronden. Op afbeelding 2.1 is te zien hoe dit het landgebruik van oudsher heeft beïnvloed, buitendijks is grasland, binnendijks bouwland met opgaande bomen.

1

Een stroomrug van een rivier is ontstaan doordat in de geul van de rivier zand en grof materiaal sedimenteerde. Om de rivier heen, waar de stroomsnelheid steeds lager werd, sedimenteerde steeds kleiiger materiaal. In klei treedt zetting op, dit gebied komt steeds lager te liggen. De afzettingen in een verlaten geul komen hierdoor relatief steeds hoger te liggen (inversie, omkering van het reliëf). Eenzelfde effect treedt in iets mindere mate op bij de oeverwallen.

2 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Afbeelding 2.1 Uitsnede topografisch-militaire kaart 1850 (groen: grasland, bruin: opgaand hout, wit: akkerland)

Provincie Gelderland heeft een waardering gemaakt van historisch-landschappelijke vlakken langs de dijk op basis van de eigenschappen en de mate van aanwezigheid van elementen van voor 1850 (zie ook afbeelding 2.2). In tabel 2.1 is de waardering beschreven van verschillende vlakken, met uitzondering van de te zeer veranderde buitendijkse gebieden (alle uiterwaarden) en te zeer veranderde bebouwde gebieden (kern Oosterhout). Voor de waardering is uitgegaan van de structuren. Het agrarisch landgebruik is ten opzichte van 1850 (veel boomgaarden) wel veranderd (weiland/kassen). In tabel 2.1 zijn in lichtblauw voor dijksectie 3, 6, 8 en 14 vlakken opgenomen die samenhangen met historisch (steden)bouwkundige elementen. Deze worden in paragraaf 2.3 behandeld.

Tabel 2.1 Waardering historisch-landschappelijke vlakken Dijksectie

Waardering

Toponiem

Bijzonderheden

1, 2, 4, 5

hoog

Lent

binnendijkse wielen en/of overslagen

3

hoog

Lent oost

militaire forten, wallen en omliggend water in het rivierengebied

6

hoog

Lent west

militaire forten, wallen en omliggend water in het rivierengebied

6, 7, 8, 9

hoog

Oosterhout

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur

8

hoog

Huis Oosterhout

buitens en oude bossen binnen stroomrugontginningen

11, 12, 13

middelhoog

Oosterhout west

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur, ligging aan dijk

13

middelhoog

om Slijk Ewijk

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur, ligging aan dijk

13

hoog

Slijk-Ewijk

oude ontginningen op hogere oeverwallen en donken, met kerk aan dijk

13

hoog

Loenen oost

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur, landgoedstructuren

3 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Dijksectie

Waardering

Toponiem

Bijzonderheden

14

hoog

Kasteel Loenen

buitens en oude bossen binnen stroomrugontginningen

15

hoog

Loenen west

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur, landgoedstructuren

15

laag

Loenen, nabij A50

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur

16

hoog

Andelst -Herveld

stroomrugontginningen met gevarieerde structuur, variatie en verkaveling

16, 17

middelhoog

Vale Dries

binnendijkse wielen en/of overslagen, dijkzool met boomgaarden

Afbeelding 2.2 Waardering historisch-landschappelijke vlakken (0: geen, 1: laag, 2: middelhoog, 3: hoog)

De Waaldijk vormt een belangrijk historisch-geografisch element in het landschap. In de loop van de eeuwen is de dijk met enige regelmaat aangepast, verlegd en opgehoogd. Ook liggen binnen het plangebied diverse dijken/kades, wegen en wielen van voor 1850. Tabel 2.2 vat de structuren, patronen en elementen samen. Afbeelding 2.3 geeft de locaties van cultuurhistorische structuren en elementen. Binnen de gemeente Overbetuwe zijn monumentale en beeldbepalende bomen beschermd. Er bevinden zich zo’n 10-15 bomen binnen het maximale ruimtebeslag van de dijkversterking. Binnen Nijmegens grondgebied liggen geen beschermde bomen binnen het projectgebied.

4 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Tabel 2.2 Historische-geografische structuren, patronen en elementen Naam, type

Jaar

Dijksectie

Kwaliteit Beleefd

Fysiek

Inhoudelijk

Ringdijk Lent - Loenen (Waaldijk)

<1300 e.v.

alle, muv 5

hoog: de dijk is over een lange strekking een hoog punt in het landschap, goed zichtbaar en herkenbaar in een afwisselend rivierenlandschap, slingerende ligging herinnert aan oude dijkdoorbraken

hoog: in grote delen van de dijk is vermoedelijk de historische opbouw nog aanwezig, de dijk is gaaf en geconserveerd

hoog: samenhang met de ontstaansgeschiedenis van het landschap vanaf de middeleeuwen, ontwikkeling door de tijd, strijd tegen het water

zijdewende langs Kolk van Van Elferen bij Sprokkelenburg, Lent

16e eeuw?

1

middelhoog, ligging zichtbaar door grenspaal, deels opgenomen in kweldam rond kolk

onbekend

hoog, strijd tegen het water

Kolk van Van Elferen, Binnendijks wiel bij Sprokkelenburg, Lent

1551

2

hoog: herkenbaar als restant dijkdoorbraak

middelhoog: de vorm is hoog: strijd tegen het water, grotendeels gaaf, wel ouderdom, samenhang verlanding en aantasting vorige dorpswal dijkversterking

Na 1850 weinig veranderd cultuurland

<1850

4-9, 13

middelhoog: herkenbaar, afwisselend rivierenlandschap

middelhoog: op kenmerken weinig veranderd

hoog: informatiewaarde (genese landschap zichtbaar)

Spoorbrug over de Waal, Nijmegen

1878

6

hoog: goed beleefbaar en herkenbaar in de hele omgeving

middelhoog: modernisatie in 1984

hoog: samenhang operatie Market Garden, samenhang zuidelijk landhoofd (rijksmonument), transport goederen en personen

Zaligestraat (Lange straat), Historische dijk/kade

<1815

6

middelhoog

middelhoog

hoog, strijd tegen het water

Kolk van Braam, Buitendijks wiel Oosterhoutse Waarden

1658

7

hoog: herkenbaar als restant dijkdoorbraken, herkenbaarheid relatie tussen kolk en ‘nieuwe’ dijk, negatieve invloed hoogspanningsvoorzieningen (nieuwe kaden negatief?)

middelhoog: de vorm is grotendeels gaaf, verlanding

hoog: samenhang met restant oude dijk, ensemble van twee wielen en een strang, strijd tegen het water

Waaiensteinkolk/Groote wiel

1651 en 1809

7-8

hoog: herkenbaar als restant dijkdoorbraken, zichtbaar (een van de grootste wielen van Nederland), herkenbaarheid relatie tussen kolk en ‘nieuwe’ dijk

middelhoog

hoog: samenhang met adellijk huis Waaienstein, ontstaan uit 2 kolken, nieuwe inlaagdijk 1809, samenhang met bos binnenzijde (zandafzetting)

Historische dijk/kade op oostgrens landgoed Oosterhout

<1832

tussen 7 en 8

middelhoog

middelhoog

hoog: samenhang rijksmonument landgoed, strijd tegen het water

8

middelhoog

middelhoog

hoog

8

hoog: herkenbaar als restant dijkdoorbraak oude dijk, zichtbaar en herkenbaarheid relatie tussen kolk en ‘nieuwe’ dijk

middelhoog: gaaf aanwezig

hoog: samenhang met dijk uit 1809, samenhang met Spaanse opstand, samenhang binnendijks bos

Grens 9-10

middelhoog

middelhoog

hoog

10

hoog: herkenbaar als restant dijkdoorbraak oude dijk, zichtbaar en herkenbaarheid

middelhoog: gaaf aanwezig

hoog: samenhang met nieuwe inlaagdijk 1820, samenhang

Valburgsestraat, Historische dijk/kade Wolfsgat

1573

Oude Groenestraat, weg/pad met parallelle wetering, dwarskade Verburgtskolk

5 | 31

1682 en 1820

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Naam, type

Jaar

Dijksectie

Kwaliteit Beleefd

Fysiek

relatie tussen kolk en ‘nieuwe’ dijk Dorpsstraat Oosterhout, weg/pad met parallelle wetering, dwarskade Zandkolk

1820

Dijkstraat Oosterhout, weg/pad

Inhoudelijk restanten oude kern Oosterhout

Grens 10-11

middelhoog

middelhoog

hoog

11, 12

hoog: zichtbaar complex van wielen aaneengeregen door relicten van een oude waalloop ofwel een strang

middelhoog: verlanding treedt op

hoog: samenhang met nieuwe inlaagdijk 1820, samenhang met restanten oude kern Oosterhout

11

middelhoog

middelhoog

hoog

Loswal Altena (oostzijde camping)

1900

12

laag

laag

laag

Bebouwingskern SlijkEwijk

<1850

13

middelhoog

middelhoog

hoog

13

middelhoog

middelhoog

hoog

13

middelhoog

middelhoog

hoog

13-15

middelhoog

middelhoog

hoog

Dorpsstraat Slijk-Ewijk, weg/pad Restanten kribben uiterwaard t.h.b. De Danenberg

tot 1900

Paulstraat/Loenensestraat /Grote Allee, weg/pad, deels met parallelle wetering Grote Wiel Loenensche Buitenpolder

1633, 14 1644, 1809

hoog: zichtbaar complex van middelhoog: gaaf aanwezig wielen, herkenbaar in bocht dijk

hoog: samenhang met dijk uit 1809

Zwarte Kuil in Loenensche 1644 Buitenpolder

15

hoog: zichtbaar complex van wielen, herkenbaar in bocht dijk, herinneringswaarde oude legende

middelhoog: enigszins opgevuld door dijkversterking 1996

hoog: samenhang met dijk uit 1644, oude restanten dijk, strang

Dijkstraat, Loenen, Historische dijk/kade, weg/pad met parallelle wetering

15

middelhoog

middelhoog

hoog

Klipstraat, Historische dijk/kade, weg/pad

16

middelhoog

middelhoog

hoog

Historisch bos met rabattenstructuur

<1850?

16

middelhoog

middelhoog

hoog

Wiel aan de dijk, Andelst

<1300

17

hoog: zichtbaar, iets te veel bomen

middelhoog: verlanding

hoog: oeverwaldoorbraak, samenhang fossiele rivierbedding

Wiel bij Vale Dries

1660?

17

laag: weinig herkenbaar, verwilderd, hoog in potentie

laag: volgestort verland

hoog: samenhang met dijkdoorbraak, nieuwe dijk, andere wiel (kwel)

* Bron: onder andere De Koning et al, 2009, wielenreceptenboek, Archeodienst, 2016, provinciale kaart.

6 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Afbeelding 2.3 Bovengrondse cultuurhistorische waarden

2.3

Historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

Binnen het maximale ruimtebeslag van de dijkversterking liggen verschillende gebouwde monumenten. Er liggen twee forten nabij de dijk. Deze zijn gebouwd in 1862 ter verdediging van de stad Nijmegen. Aan de Waaldijk ten westen van Lent ligt het fort Beneden-Lent of Nieuw Knodsenburg. Het fort is een rijksmonument (nr. 14955). Ten oosten van Lent ligt het rijksbeschermde fort Boven-Lent of Sprokkelenburg (nr. 14952). Bij de forten is zowel het gebouw als de gracht en wal beschermd. Aan de dijk liggen twee door het rijk beschermde landgoederen. Eén van de beschermde onderdelen van de monumentencomplexen is dehistorische tuin- en parkaanleg van de landgoederen die tot aan de dijk reiken. Het gaat om de buitenplaats Huis Oosterhout en landgoed huis te Loinen (Loenen). Op de landgoederen staan verschillende panden die eveneens opgenomen zijn in het rijksmonumentenregister. De meeste panden staan buiten de invloedsfeer van de dijkversterking en dijkteruglegging. Naast de bovengenoemde forten en landgoederen staan er nog tien rijksbeschermde objecten tegen of nabij de dijk. Deze zijn opgenomen in tabel 2.1. In dijksecties 1, 2, 4, 5, 7 en 11 bevinden zich geen rijksmonumenten nabij de dijk.

Tabel 2.3 Rijksmonumenten Nr.

Naam, type

Bouwjaar

Adres, locatie

149521

Fort Boven-Lent

1862

Lent, Bij Bemmelsedijk 4

1 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/14952?MonumentId=14952

7 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Dijksectie 3

Nr.

Naam, type

Bouwjaar

Adres, locatie

Fort Beneden Lent

1862

Lent, Bij Zaligestraat 6

520307

Landgoed Huis Oosterhout

vanaf 1850

Lent, Oosterhout, Waaldijk 49

8-9

529145

Koetsierswoning

1915

Nijmegen, Oude Groenestraat 1

9-10

5238953

Grenspaal Oosterhout/Slijk-Ewijk

1850

Oosterhout

12

523894

Grenspaal Slijk-Ewijk/Loenen

1850

Slijk-Ewijk

13

367595

Kerktoren

15e eeuw

Slijk-Ewijk, bij Dorpsstraat 70

13

367586

Kerk

15e eeuw

149551 2

4

7

36760

Boerderij 8

Dijksectie 6

Slijk-Ewijk, Dorpsstraat 70

13

e

Slijk-Ewijk, Waaldijk 13

13

e

17 eeuw

520765

Landgoed Huis te Loinen

19 eeuw

Slijk-Ewijk, Grote Allee 4

14-15

5207769

Boswachterwoning

1851

Slijk-Ewijk, Waaldijk 11

14

52076810

Toegangshek Huis te Loinen

19e eeuw

Slijk-Ewijk, bij Grote Allee 4

15

11

Grenspaal Loenen/Wolferen

1850

Loenen

15

12

523896

Grenspaal Andelst/Dodewaard

1850

Andelst

16

51215513

Boerderij Vale Dries

1877

Wely, Waalbandijk 131

17

523893

Daarnaast zijn er ook nog 20 gemeentelijke monumenten die mogelijk binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking liggen. Nabij dijksectie 6, Oosterhoutsedijk 48-54, bevinden zich een aantal gebouwen die samenhangen met het voormalige elektriciteitscentrale. Het openluchtstation en enkele ambtswoningen zijn ontworpen in een aan het Nieuwe bouwen van de Stijl refererende bouwstijl. Verder liggen er oudere gebouwen langs de dijk, met name woningen en boerderijen uit de 19e en begin 20ste-eeuw. In aanvulling op de vier rijksbeschermde grensstenen, is er ook nog een gemeentelijk beschermde grenssteen in Lent die een oude bestuurlijke grens aangeeft. De gemeentelijke monumenten binnen de gemeente Overbetuwe zijn benoemd vanuit de architectuurhistorische waarde (Monumentenlijst gemeente Overbetuwe, 2018). Bij monumenten aan de dijk geldt ook een situeringswaarde: de situering aan de Waaldijk, vrij in het landschap. Er kunnen aanvullend ook nog sociaal-cultuurhistorische redenen zijn voor opname in de monumentenlijst, zoals bij de jachtopzienerswoning (Waaldijk 11) die later dienst deed als gemeentehuis van Slijk-Ewijk. Dit gebouw deed bovendien dienst als dijkmagazijn. Hieruit volgt dat alleen in dijksecties 1, 2, 4, 5 en 11 geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten op of nabij de dijk aanwezig zijn.

1 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/14955?MonumentId=14955 2 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/520309?MonumentId=520307 3 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/523895?MonumentId=523895 4 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/523894?MonumentId=523894 5 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/36759?MonumentId=36759 6 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/36758?MonumentId=36758 7 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/36760?MonumentId=36760 8 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/520766 9 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/520776?MonumentId=520776 10 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/520768?MonumentId=520768 11 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/523893?MonumentId=523893 12 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/523896?MonumentId=523896 13 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monuments/512155?MonumentId=512155

8 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Tabel 2.4 Gemeentelijke monumenten Type

Bouwjaar

Plaats

PGEM-openluchtstation

1924

Lent, Oosterhoutsedijk 48

6

beambtenwoning

1924

Lent, Oosterhoutsedijk 50

6

beambtenwoning

1924

Lent, Oosterhoutsedijk 52

6

beambtenwoning

1924

Lent, Oosterhoutsedijk 54

6

woonhuis

1890

Lent, Oosterhoutsedijk 76

6

woonhuis

1890

Lent, Oosterhoutsedijk 74

6

directeurswoning

19e eeuw

Lent, Oosterhoutsedijk 78

6

schuur

19e eeuw

Lent, Oosterhoutsedijk, bij 78

6

grenssteen

1850

Lent, Oosterhoutsedijk 94

7

1915

Oosterhout, Oude Groenestraat 1

koetsierswoning1 onderwijzerswoning

1918 2

e

Dijksectie

9-10

Oosterhout, Dorpsstraat 2

10

bakenmeesterwoning

eerste helft 18 eeuw

Slijk-Ewijk, Waaldijk 28

13

tabaksdrogerij

circa 1875

Slijk-Ewijk, Dorpsstraat 66

13

pastorie

circa 1870

Slijk-Ewijk, Waaldijk 25

13

jachtopzienerswoning

1851 (of ouder)

Slijk-Ewijk, Waaldijk 11

14

T-boerderij

1910

Andelst, waaldijk 7

16

bakhuisje

1910

Andelst, Waaldijk, bij 7

16

vloedschuur

1841

Andelst, Waaldijk, bij 6

16

boerderij

1910

Andelst, Waaldijk 6

16

T-boerderij

circa 1875-1899

Andelst, Waaldijk 3

17

* N.B. Het gemaal nabij de Waaldijk 9, Bemmel ligt buiten het invloedsgebied van de dijkversterking.

2.4

Archeologische (verwachtings)waarden

Het huidige landschap rond het onderzoeksgebied is ontstaan tijdens de huidige geologische periode (het holoceen, vanaf 10.000 jaar geleden) en is beïnvloed door verschillende Rijntakken. Het rivierenlandschap is voortdurend veranderd en dat heeft een grote invloed gehad op de keuze voor bewoningslocaties. Vooral de hogere delen in het landschap, zoals pleistocene terrasresten, rivierduinen, oevers van rivieren en verlaten stroomgordels, hadden voorkeur als nederzettingslocatie.

1

Is ook rijksmonument en wordt als zodanig beoordeeld.

2

www.overbetuwe.nl/Wonen_verkeer_en_veiligheid/Bouwen_en_wonen/Commissie_Ruimtelijke_Kwaliteit_CRK/Monumentenlijst_gemeente_Overbetuwe/Monumentenlijst.

9 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Bekende waarden - AMK-terreinen In of bij het projectgebied liggen vijf archeologische monumentkaartterreinen (AMK-terreinen) met vondsten vanaf de Romeinse tijd tot en met de middeleeuwen (Archeodienst, 2016). Deze zijn weergegeven in afbeelding 2.10 en 2.11. De archeologische terreinen zijn niet rijksbeschermd1.

Tabel 2.5 Archeologische monumenten Dijksectie

AMK-nr

Terrein van

Type

Toponiem

5

12486

archeologische waarde

nederzetting, ijzertijd, Romeinse tijd

Lent-Zuidoost: cultuurlaag met fragmenten MEL aardewerk

9-10

4268

hoge archeologische waarde

nederzetting, Romeinse tijd, middeleeuwen; Kasteel middeleeuwen-laat

Oosterhoutse waarden/Verburgtskolk

11

12588

archeologische waarde

nederzetting, Romeinse tijd, middeleeuwen

Waaldijk

13

11302

archeologische waarde

nederzetting, middeleeuwen

Slijk-Ewijk Zuid, verstoord 1,5 m -mv

13/14

11301

archeologische waarde

nederzetting, middeleeuwen

Loenensestraat

Bekende waarden - Romeinse Limeszone De provincie Gelderland heeft een omgevingsverordening opgesteld waarmee terreinen die onderdeel zijn van de Romeinse Limeszone worden beschermd. De limeszone loopt door het oostelijke deel van het onderzoeksgebied en een gedeelte van het projectgebied valt er binnen. Het betreft de noordgrens van het Romeinse rijk die in Nederland van Katwijk aan Zee tot Millingen aan de Rijn liep. Rondom deze grens is de bewoning intensiever geweest en kunnen naast sporen van militaire structuren ook nederzettingen, grafvelden en wegen worden verwacht. Bekende waarden In het archeologisch bureauonderzoek (Archeodienst, 2016) zijn de onderzoeksmeldingen tot en met 2016 onderzocht. Grote delen van het plangebied zijn bijvoorbeeld al onderzocht als gevolg van binnendijkse en buitendijkse projecten. Dijksectie 4 en 5 liggen in een gebied waar buiten de AMK-terreinen en Limes aanvullend binnendijkse archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, evenals delen van dijksectie 8, 9, 10 en 11. Verwachtingswaarden In het grootste deel van het onderzoeksgebied worden de archeologische resten relatief dicht aan het oppervlak verwacht. Dit kan direct onder de bouwvoor zijn of wat dieper op 1 à 2 m beneden maaiveld.

Een uitzondering hierop vormt het noordwestelijke deel van het onderzoeksgebied waar een intact vroegholoceen oppervlak wordt verwacht vanaf respectievelijk 2,0 en 4,0 m beneden maaiveld en het centrale deel van het plangebied waar een intact pleistoceen oppervlak wordt verwacht vanaf circa 4,0 m beneden maaiveld (Archeodienst, 2016).

1

Dit betekent dat er wel bodemingrepen mogelijk zijn, maar dat voorgaand aan de geplande (graaf)werkzaamheden archeologisch onderzoek plaatsvindt. In dat geval zal moeten worden gekeken wat de aard is van het betreffende AMK-terrein en welke informatie bekend is om de onderzoeksstrategie te bepalen. Wanneer weinig gegevens bekend zijn, kan een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven zinvol zijn. Wanneer genoeg gegevens uit vooronderzoek beschikbaar zijn, kan direct worden overgegaan tot een opgraving van de archeologische resten al dan niet in de vorm van een archeologische begeleiding.

10 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Afbeelding 2.4 Archeologische (verwachtingswaarden) buitendijks

Afbeelding 2.5 Archeologische (verwachtingswaarden) binnendijks

11 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Militair erfgoed Langs de Waal hebben in de 17e-eeuw redoutes gelegen, versterkingen bestaande uit aarden wallen en torens waarmee de rivier bewaakt kon worden en waartussen wachters konden communiceren. Bij dijksectie 4 heeft er een aan de buitenzijde van de dijk gelegen. Anderen lagen op of bij de dijk bij dijksectie 13 en nabij de grens van dijksectie 13-14, 14-5 en 15-16. Met name bij de forten Beneden en Boven Lent worden de locaties van loopgraven, stellingen e.d. verwacht uit de Tweede Wereldoorlog.

2.5

Aardkundige waarden

Hoewel er geen beschermde aardkundige waarden aanwezig zijn in het gebied, zijn er mogelijk wel elementen aanwezig van aardkundige betekenis. Ter hoogte van dijksecties 13, 15-17 zijn buitendijks mogelijk nog geomorfologische interessante restanten van de oude rivierloop aanwezig. Dit hangt samen met de historie van de zuidelijke bekribbing van de Waal (15e-16e-eeuw), waardoor de loop van de Waal naar het noorden opschoof. Door als tegenreactie aan de noordzijde te bekribben zijn hier aanwassen met restanten van de eerdere Waalloop ontstaan (strangen). Nabij dijksectie 13 heeft dit aanwassen nog tot in de 20e-eeuw voortgeduurd. Echter zijn in het verleden voor de steenindustrie en meer recent voor natuurontwikkeling en hoogwaterveiligheid de uiterwaarden ook weer deels afgegraven. Hoewel de belevingswaarde wisselend is, en de gaafheid niet helemaal geborgd, is de inhoudelijke waarde van dergelijke strangen hoog. In dijksectie 15 zijn binnendijks in het reliëf en in de ondergrond sporen te zien van een verlande waterloop (verderop nog bestaand in de Meergraaf). Deze komt ter hoogte van de Zwarte Kuil uit op de dijk. De kolken (restanten van dijkdoorbraken) bij Loenen, Oosterhout en Lent zijn als aardkundige processen te beschouwen. Het wiel bij Andelst is een voorbeeld van een oeverwaldoorbraak, en daarom meer aardkundig dan historisch-geografisch.

De wielen en kolken worden echter ook al bij de historisch-geografische structuren meegenomen en worden daarom niet hier weer beschouwd.

3

WETTELIJK- EN BELEIDSKADER

Onderstaande tabel geeft kort het wettelijk- en beleidskader voor het thema erfgoed weer. Hierbij is, indien relevant, ingegaan op het nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Dit kader is relevant voor het beoordelingskader voor het MER en de beschrijving van de referentiesituatie.

Tabel 3.1 Wettelijk- en beleidskader erfgoed Beleidsstuk/wet

Datum

Uitleg en relevantie

Erfgoedwet, Rijk

2016

De Erfgoedwet bundelt wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Het beschermingsregime voor archeologische rijksmonumenten zal net als dat voor gebouwde rijksmonumenten straks wordt opgenomen in de Omgevingswet. Voor de bepalingen en vergunningen uit de Monumentenwet die overgaan naar de Omgevingswet blijft de eerdere situatie in de Monumentenwet van kracht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (overgangsrecht).

12 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Beleidsstuk/wet

Datum

Uitleg en relevantie Binnen het projectgebied liggen enkele rijksmonumenten. De invloed op deze monumenten en andere cultuurhistorische en archeologische waarden wordt in deze studie onderzocht.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Rijk

2008

Deze wet (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. In een omgevingsvergunning kunnen eisen wat betreft bouwkunde en archeologie worden opgenomen. Voor het verbouwen, opknappen of slopen van de waardevolle onderdelen van een monument is een omgevingsvergunning nodig. Dit wordt geregeld via de Wabo. In het plangebied is sprake van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning in dit gebied is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het bevoegd gezag kan zich beroepen op gegevens van minder dan 2 jaar oud.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, Rijk

2012

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) heeft de Rijksoverheid de nationale belangen gedefinieerd waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid draagt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) wordt onder meer de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijk nationaal belang juridisch geregeld. De Romeinse Limes in Nederland staat op de lijst voorlopig werelderfgoed, maar het gebied van voorbeschermde werelderfgoed ligt in het Barro niet nabij het projectgebied. Het Barro leidt op dit punt niet tot een gevolg voor het project.

Verdrag van Granada (1985), Rijk

geratificeerd in 1994

De bescherming van het erfgoed (architectonisch, industrieel, cultuurlandschappen, ensembles, roerend erfgoed) is een essentieel doel van de ruimtelijke ordening: niet alleen bij de planologische uitwerking, maar ook bij het vormgeven aan ontwikkelingen. De Erfgoedwet werkt enkele van de verdragspunten uit. Binnen het projectgebied zijn monumenten aanwezig, eventuele effecten van het voornemen hierop worden in dit MER onderzocht.

Verdrag van Malta/ Conventie van Valletta (1992), Rijk

geratificeerd in 2007

In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Dit heeft zijn doorwerking gekregen in de Nederlandse wetgeving. De essentie is dat, voorafgaand aan de uitvoering van plannen, onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Archeologie is daarom onderdeel van dit MER.

Europese Landschapsconventie (2000), Rijk

geratificeerd in 2005

Nederland heeft zich verplicht in wetgeving de betekenis van landschappen te erkennen, landschapsbeleid te formuleren en te implementeren, procedures in te stellen voor inspraak en landschap te integreren in beleid dat gevolgen heeft voor het landschap. De ELC werkt ondermeer door in de Nederlandse Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Erfgoed en belevingswaarde zijn daarom onderdeel van het MER.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Rijk

2012

Eén van de hoofddoelen van de structuurvisie is het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. Het Rijk is verantwoordelijk voor cultureel en UNESCO Werelderfgoed, kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Binnen het projectgebied zijn rijksmonument aanwezig, mogelijk is er sprake van maritiem erfgoed. Deze worden in dit MER onderzocht.

Wet Natuurbescherming, Rijk

2016

De wet is mede gericht op het verzekeren van een samenhangend beleid voor het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Er worden natuurvisies opgesteld door het Rijk en door de provincies. De natuurvisies moeten zijn gericht op het behoud en het zo mogelijk versterken van de biologische diversiteit, maar ook op de bescherming van waardevolle landschappen en de recreatieve, de educatieve en de belevingswaarde van natuur en landschap. De nationale natuurvisie uit 2014 gaat echter niet in op (cultuurhistorisch of aardkundige) waardevolle landschappen buiten de bestaande

13 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Beleidsstuk/wet

Datum

Uitleg en relevantie natuurgebieden. Deze wet heeft geen gevolgen voor de thema’s erfgoed en belevingswaarde in dit MER.

Omgevingsverordening Gelderland, provincie Gelderland

geconsolideerde versie 2018

De provincie houdt een ander gebied aan voor het voorlopig werelderfgoed Romeinse Limes dan de Barro. De Limes kruist het projectgebied ter hoogte van Lent in dijksectie 6. De kernkwaliteiten van de Limes moeten zijn beschermd in het bestemmingsplan. Het betreft onder andere de resten van militaire infrastructuur zoals wegen. Deze liggen in het projectgebied. De bescherming van de kernkwaliteiten van het natuurlijke erfgoed is geregeld via het beschermingsregime Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO). Het betreft deelgebieden 58 (Overbetuwe), 146 (Gelderse Poort zuid), 157 (Noordoever Waal Lent - Echtel). Voor aantasting van de kernwaarden binnen GNN en GO geldt de ADC-toets. Mochten er geen alternatieven zijn, er sprake zijn van een dwingende reden van openbaar belang, dan moet aantasting gecompenseerd worden. Kernkwaliteiten erfgoed Overbetuwe (binnendijks) cultuurhistorische waarden van de Limes, o.a.

bij Elst A-locatie bos Oosterhoutse bos: droog essen-iepenbos op oude standplaats1 A-locatie bos Kasteel Loenen: droog essen-iepenbos met in het noordwesten een deel fraai elzenrijk essen-iepenbos plaatselijk kleinschalige landschappen met vroegere strangen en stroomruggen, ook enkele landgoederen: Oosterhout, Loenen en Kasteel Doornenburg cultuurhistorische waarden van de stroomruggen en landgoederen, oude kavelpatronen (Slijk-Ewijk), doorbraakkolken, waterstaatswerken abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir Kernkwaliteiten erfgoed Gelderse Poost zuid (buitendijks ten oosten N325) dynamische rivier met geologische en geomorfologische dynamiek, water-, sediment- en diasporentransport; onderdeel van Nationaal Landschap Gelderse Poort uiterwaarden Waal met vooral deels agrarisch, grotendeels industrieel/recreatief landschap: klei- en zandwinningen, recreatiegebied plaatselijk kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen en kleine ooibosjes cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en steenfabrieken) rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden abiotiek: aardkundige waarden (o.m.

reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem Kernkwaliteiten erfgoed noordoever Waal Lent - Echteld (buitendijks ten westen N325) Dynamische rivier met actieve geologische en geomorfologische processen, water-, sediment- en diasporentransport noordoever Waal met variabel, grotendeels agrarisch, maar ook industrieel cultuurlandschap en kleine natuurcomplexen, grotendeels vormgegeven door klei- en zandwinning; ook relatief natuurlijke uiterwaarden bij Loenen plaatselijk kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen en ooibos cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en (steen)fabrieken) rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden

1

De beschrijving van A-locatiebossen in Gelderland (Den Ouden, J.B., et al, 1996) zegt hierover: ‘Ondanks de gewijzigde boomsoortensamenstelling is dit een mooi voorbeeld van een Droog Essen-lepenbos op oude standplaats, een opvallend element binnen het rivierenlandschap.’

14 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Beleidsstuk/wet

Datum

Uitleg en relevantie -

abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem

Er is geen sprake van specifiek provinciaal beschermde aardkundige waarden, molenbiotoop, of waardevol open gebied. Omgevingsvisie Gelderland, provincie Gelderland

geconsolideerde versie 2018

De Omgevingsvisie is alleen juridisch bindend voor de provincie zelf. De provincie houdt bij de inrichting en beheer van de ruimte rekening met het aanwezige erfgoed. De cultuurhistorische kwaliteiten worden zo veel mogelijk geborgd bij (grote) ruimtelijke ingrepen. Bij eigen projecten worden instrumenten uit de Omgevingsagenda gebruikt, zoals de inzet van kwaliteitsteams. De provincie heeft aandacht voor historische landschapselementen en groen erfgoed zoals oude bossen, landgoederen en historische slagvelden. De provincie ondersteunt gemeenten door het beschikbaar stellen van een cultuurhistorische waardenkaart. Archeologie en aardkundige waarden moeten worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij vergunningaanvragen wordt het effect van grondwaterveranderingen van meer dan 5 cm op archeologie meegenomen.

Monumentenverordenin g 2012, gemeente Nijmegen

2012

De verordening regelt de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten en bouwhistorische monumenten. Het is verboden om zonder vergunning van de gemeente een beschermd gemeentelijk monument en beschermd bouwhistorisch monument te beschadigen of te vernielen.

Nota cultureel erfgoed, gemeente Nijmegen

2013

In de nota zijn verschillende beleidskaarten opgenomen. Het projectgebied valt wat betreft de cultuurhistorische beleidskaart grotendeels onder gebiedstype 3, gebieden met een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Het gaat om zowel de grotere schaal, zoals het stedenbouwkundige plan en historische structuren, als om specifieke objecten en om de samenhang tussen de structuren, bebouwingen/of cultuurlandschap. Fort Beneden-Lent en landgoed Oosterhout vallen binnen gebiedstype 4. In deze beschermde gebieden is cultuurhistorie de bepalende factor bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Er is in deze gebieden sprake van een bijzonder karakter, met een samenhang tussen het stedenbouwkundig plan, het bebouwingsbeeld, de architectuur van de bebouwing en eventueel het aanwezige groen. De cultuurhistorische waarden liggen ten grondslag aan de bescherming en zijn daarom geïnventariseerd en veelal bekend. De archeologische beleidskaart geeft vier waarden aan voor het projectgebied. De rivier en enkele kolken hebben geen waarde, hier is geen onderzoek meer nodig. In de overige gebieden zal archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Ten oosten van de N325 staat het vast dat er archeologische waarden in de grond aanwezig zijn (waarde 3, dijksectie 1-5). Dit geldt ook voor het projectgebied bij de grens met Oosterhout (dijksectie 9-10).

In het Limesgebied en lang de dijk bij Fort BenedenLent zijn er hoge tot zeer hoge verwachtingen op het aantreffen van archeologische waarden (waarde 2, dijksectie 6). Voor dijksecties 8 en een groot deel van 9 geldt een lage tot middelhoge verwachtingswaarde (waarde 1).

Erfgoedverordening gemeente Overbetuwe 2017

2017

De nota gaat onder andere in het beschermen van gemeentelijke en rijksmonumenten en het instandhouden van archeologische terreinen. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument te slopen of te wijzigen. De gemeente heeft een archeologische beleidsadvieskaart vastgesteld (uit 2003). Er bevinden zich 4 gebieden met bekende archeologische waarden in het projectgebied (grens dijksectie 9/10, 11, 13 bij kern Slijk-Ewijk en Loenen). Daarnaast is er over een groot deel van het projectgebied een hoge (cat. 3) tot zeer hoge (cat. 4) verwachtingswaarde. De gemeente streeft voor al deze gebieden naar behoud van de huidige staat. Het is verboden in deze gebieden de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld te verstoren. Dijksectie 12 en 13 hebben grotendeels een lage verwachtingswaarde, maar omdat het effectgebied mogelijk groter is, is hier ook archeologisch onderzoek nodig.

15 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Beleidsstuk/wet

Datum

Uitleg en relevantie

Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe

2010

Het is verboden een beschermd rijks- of gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Het is verboden in archeologisch waardevol (verwachtings)gebied de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld te verstoren. Voor vergunningverlening voor het aanpassen van een gemeentelijke monument is advies van de gemeentelijke Monumentencommissie verplicht. Bij een rijksmonument krijgt de Monumentencommissie ook gelegenheid te reageren. In geval van sloop, reconstructie of wijziging van de bestemming vraagt de gemeente advies van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed en daarmee de minister. In geval het monument buiten de bebouwde kom ligt, vraagt de gemeente gedeputeerde staten om advies. In 2016 is een nieuwe archeologische beleidskaart vastgesteld, welke in 2018 wordt ondergebracht in een nieuwe parapluplan archeologie.

Toekomstvisie+, gemeente Overbetuwe

2009

De Toekomstvisie+ is voor de gemeente een kapstok om beleid over verschillende onderwerpen te ontwikkelen. Voor landschap en erfgoed geldt het volgende, de gemeente wil: de eigenheid van het landschap behouden en versterken; parels en panorama’ s behouden en versterken, van belang zijn de parels: · de winterdijken · landgoed Oenen · Binnen- en buitendijkse wielen · Slijk-Ewijk met kerk aan de dijk · Gebied tussen Herveld-Andelst; eventuele verlegging van de dijk moet passen bij de omgeving met oog voor de natuur en belangen van agrariërs; cultuurhistorie zichtbaar maken en versterken, zoals onder andere bij de landgoederen, uiterwaarden.

Bestemmingsplan Park Lingezegen, gemeente Lingewaard

2012

Aan de start van het traject ligt binnendijks een archeologisch waardevol gebied, dat beschermd is in het bestemmingsplan.

Facetbestemmingsplan Archeologie, gemeente Nijmegen

2014

De gebieden met een archeologische waarde krijgen de dubbelbestemming Waarde-archeologie. De archeologische waarde van het gebied wordt conform de archeologische waardenkaart aangeduid.

Bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld

2013

Aan het einde van het dijktraject, dijksectie 17, ligt binnendijks een cultuurhistorisch waardevol gebied. Deze gronden zijn bestemd voor behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden. Het gaat om reliëf, waterhuishouding, verkaveling en bebouwing. Het is hier onder andere verboden om zonder vergunning op te hogen of sloten te verleggen. Hier is binnen- en buitendijks eveneens sprake van bescherming van archeologische waardevolle informatie in de bodem. Hier mag zonder vergunning niet meer dan 2 m opgehoogd worden en ook andere grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder maaiveld en met een oppervlakte groter dan 500 m2 zijn niet toegestaan.

Bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe

2013/2014

Binnen het plangebied zijn gebieden met archeologische verwachtingswaarden en daaraan gekoppeld verguningplicht. De Loenensche uiterwaarden zijn bestemd als agrarisch met waarden - uiterwaarden. Deze gronden zijn mede voor het behoud, de bescherming, het herstel en de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Hier is afgraven en ophogen van gronden zonder vergunning niet toegestaan.

4

METHODE

Dit hoofdstuk onderbouwt de methode voor de effectbeoordeling in dit MER voor het thema erfgoed.

16 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

4.1

Beoordelingskader

Door het aanpassen van de dijk (graven, ophogen, slopen) kunnen de historische structuren, patronen en elementen verstoord of zelfs vernietigd raken. Omgekeerd is ook door het nemen van bepaalde maatregelen herstel of verbetering mogelijk, met name qua beleving. Voor het cultureel erfgoed wordt ingegaan op historische geografie (zoals de dijkstructuur, kavelpatronen, groenstructuren en -elementen), historische (steden)bouwkunde (het bebouwingslint en monumenten) en archeologie. Ook de effecten op het natuurlijke erfgoed (aardkundige waarden zoals wielen en riviermeanders) worden hier beoordeeld. De effecten van de alternatieven worden kwalitatief beoordeeld, hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande literatuur. Voor het voorkeursalternatief wordt aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Tabel 4.1 Beoordelingskader erfgoed Thema

Beoordelingscriteria, invloed op

Fase

Methode

erfgoed

-

gebruik

kwalitatieve beoordeling op te beschrijven relevante inhoudelijke, fysieke, beleefde en waar relevant, verwachte kwaliteiten op basis van bureaustudie

-

4.2

historisch-geografische structuren, ensembles en elementen historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen archeologische (verwachtings)waarden aardkundige waarden

Historisch-geografische structuren, ensembles en elementen

Historische geografie is de studie naar de wijze waarop cultuurlandschap en de elementen en structuren daarin tot stand zijn gekomen onder invloed van menselijk handelen. Vanuit het facet historische geografie is bijvoorbeeld de aanwezigheid van historische dijkstructuren van belang, of van oude waterstructuren zoals een trekvaart. Methode Voor dit criterium is gebruik gemaakt van bureaustudie en analyse van beschikbare GIS-data. De beoordeling is kwalitatief. Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het plangebied met een kleine zone er omheen waarin de relatie tussen de dijk en de omgeving duidelijk wordt. Deze zone is in elk geval niet groter dan 100 m vanaf de kruin van de dijk. Operationalisering beoordelingskader De maatlatten voor de beoordeling van de effecten op historisch-geografische structuren, ensembles en elementen zijn hieronder aangegeven.

Tabel 4.2 Beoordeling criterium effecten op historisch-geografische structuren, ensembles en elementen Score

Maatlat

++

sterk positief, nieuw landschap verbindt bestaande structuren en herstelt/versterkt de fysieke staat en de beleving van historische objecten en structuren ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief, nieuw landschap verbindt bestaande structuren of herstelt/versterkt de fysieke staat of de beleving van objecten en structuren ten opzichte van de referentiesituatie

17 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Score

Maatlat

0

neutraal, geen verandering, nieuwe landschap heeft geen effect op bestaande waarden in de referentiesituatie

-

negatief, nieuwe landschap doorsnijdt bestaande historische objecten en structuren ten opzichte van de referentiesituatie

--

sterk negatief, nieuwe landschap verwijdert alle nog resterende historische objecten en structuren ten opzichte van de referentiesituatie

4.3

Historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

Historische bouwkunde is een wetenschap die zich toelegt op de ontwikkelingsgeschiedenis van bouwkundige objecten. De effecten op bouwhistorische objecten of stads- en dorpsgezichten worden bij dit criterium onderzocht. Methode Voor dit criterium is gebruik gemaakt van bureaustudie en analyse van beschikbare GIS-data. De beoordeling is kwalitatief. Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het plangebied met een kleine zone er omheen waarin de relatie tussen de dijk en de omgeving duidelijk wordt. Deze is in elk geval niet groter dan 100 m vanaf de kruin van de dijk. Operationalisering beoordelingskader De maatlatten voor de beoordeling van effecten op historisch (steden)bouwkundige ensembles en elementen zijn hieronder aangegeven.

Tabel 4.3 Beoordeling criterium effecten op historisch-bouwkundige (stedenbouw)kundige ensembles en elementen Score

Maatlat

++

sterk positief, niet van toepassing

+

positief, objecten worden ten opzichte van de referentiesituatie gerenoveerd, ensembles hersteld

0

neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie, geen effect op historische gebouwen

-

negatief, minimaal een historisch gebouw wordt vernietigd of verstoord ten opzichte van de referentiesituatie

--

sterk negatief, meerdere historische gebouwen worden vernietigd of verstoord ten opzichte van de referentiesituatie

4.4

Archeologische (verwachtings)waarden

Methode Voor dit criterium is gebruik gemaakt van bureaustudie en analyse van beschikbare GIS-data. De beoordeling is kwalitatief.

18 | 31

Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.452 | Bijlage VII - Erfgoed

Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het plangebied met een kleine zone er omheen waarin de relatie tussen de dijk en de omgeving duidelijk wordt. Deze is in elk geval niet groter dan 100 m vanaf de kruin van de dijk. Operationalisering beoordelingskader De maatlatten voor de beoordeling van effecten op archeologische (verwachtings)waarden zijn hieronder aangegeven.

Tabel 4.4 Beoordeling criterium effecten op archeologische (verwachtings)waarden Score

Maatlat

++

-

+

positief, ingreep voorkomt autonome verslechtering, archeologische waarde wordt beleefbaar gemaakt ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie, nieuwe landschap heeft geen effect op (verwachtings)waarden

-

negatief, nieuwe landschap doorsnijdt ten opzichte van de referentiesituatie middelhoge tot hoge (verwachtings)waarde (< 1 ha)

--

sterk negatief, nieuwe landschap legt ten opzichte van de referentiesituatie groot beslag op middelhoge tot hoge (verwachtings)waarde (> 1 ha)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d353358c-c367-4f10-9a52-af63405ef57f