10. Bijlage bij de toelichting deel 1b
Tekst van het document
--
--
--
archeologische (verwachtings)waarden
--
--
--
aardkundige waarden
-
-
-
5.8.1
Belevingswaarde dijk, rivier, binnen-en buitendijkse gebieden
3
binnen- en buitendijkse constructie
Beoordelingscriteria, invloed op
Belevingswaarde
2
binnendijkse constructie
Thema
5.8
1
versterken in grond
Tabel 5.7 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking erfgoed
-
-
0
Alternatieven Dijkversterking beïnvloedt hoe de dijk eruit ziet, maar ook de omgeving van de dijk. Alternatief 3, binnen- en buitendijkse constructies, heeft bijna geen effect op de beleving van de dijk zelf. Hij wordt iets hoger en iets breder. Ook veranderen de zichtlijnen niet, de kronkeligheid van de dijk of de afwisseling van open en beslotenheid, of in natuur en landschap. Wel kunnen de objecten/elementen die zich nu op het dijklichaam of er direct naast bevinden worden verstoord. Sloop van bebouwing en het beperken van wateroppervlak van kolken en strangen vermindert de afwisseling open en besloten en het contrast tussen land en water (-). Voor alternatief 2 is dit negatieve effect (-) iets groter dan bij alternatief 3, omdat hier een buitendijkse berm meespeelt die buitendijkse wateroppervlaktes in de uiterwaarden verkleinen (strangen in dijksectie 13-15, kolken in dijksectie 8, 10, 14 en 15). Dit heeft gevolgen voor de beleving van het contrast tussen land en water. Alternatief 1 is voorzien van een binnen- en een buitenberm. Door de binnendijkse berm van 10-50 m breedte verandert het aanzicht vanaf de dijk op de binnendijkse gebieden. Hier verdwijnen kolken,
61 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
bebouwing, en in dijksectie 8, 14 en 15 ook nog bomen op de landgoederen. Het aanzicht op het binnendijkse gebied wordt monotoner, de eerste 10-50 m. De mensen op de dijk kijken verder dan deze zone. Daarom is de beoordeling toch vergelijkbaar met de andere twee alternatieven (-). Er is wel een voorkeur voor alternatief 3 als daarmee belevingswaardekenmerken behouden kunnen blijven (beplanting, kenmerkende bebouwing, wateroppervlakten). Meekoppelkansen Verschillende van de meekoppelkansen verhogen de belevingswaarde door het vergroten van de toegankelijkheid (parkeerplaatsen, fietspaden, rustpunten). Mocht dit aanvullend ruimtebeslag hebben op bebouwing, bosjes of wielen en strangen, dan geeft dit een aanvullend negatief effect op het hier uitgewerkte criterium.
5.8.2
Overzicht effecten belevingswaarde
De alternatieven tasten de belevingswaardekenmerken als afwisseling, open- en beslotenheid en contrast tussen land en water aan. Hierbij is de beoordeling niet onderscheidend (-), maar er is vanuit de belevingswaarde in delen van dijksecties 8, 10 en 13-15 wel voorkeur voor alternatief 3.
belevingswaarde
belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden
5.9
1
2
3
binnen- en buitendijkse constructie
Beoordelingscriteria, invloed op
binnendijkse constructie
Thema
versterken in grond
Tabel 5.8 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking belevingswaarde
-
-
-
Gebruikswaarde
Er zijn geen effecten op de verkeersfunctie en scheepvaartfunctie, de onderbouwing hiervan is terug te vinden in bijlage IX.
5.9.1
Woonfunctie - woningen
Er is in dijksecties 8 en 9 geen sprake van woonfuncties. Het studiegebied voor wonen beperkt zich daarom tot dijksecties 1-3 en 10-17. Alternatieven In het gebied rondom de dijk bevinden zich ruim 100 huizen met een woonfunctie. Alternatief 1 raakt aan circa 60 woningen (--, dijksecties 1, 10-17), waar alternatief 2 en 3 rond de 10 woningen raken (-, dijksecties 1, 1214, 16). Het voornaamste verschil tussen de alternatieven is te herleiden naar de hoge woningdichtheid van Park Tergouw in dijksectie 10. Binnen het ruimtebeslag van de binnendijkse berm van alternatief 1 liggen 26 tot 30 woningen, en geen binnen het ruimtebeslag van alternatief 2 en 3. Bovendien liggen ook over de relevante dijksecties gezien telkens net iets meer woningen binnen het ruimtebeslag van alternatief 1.
62 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Meekoppelkansen Er zijn meerdere meekoppelkansen die van invloed zijn op de functie wonen: Hoge Wei en de herinrichting Hart van Oosterhout (dijksectie 11). Beide meekoppelkansen hebben een toename in het totale woningaanbod ten gevolg. Alternatief 1 (dijkversterking in grond), raakt geen woningen die in de plannen voor Hoge Wei staan (0), maar raakt aan de groenbestemming. De andere alternatieven hebben geen invloed op de woningbouwplannen.
5.9.2
Woonfunctie - woonkwaliteit
Alternatieven Doordat in alternatief 1 (versterken in grond) in het ergste geval de meeste woningen zijn gesloopt, is het effect op de woonkwaliteit van de overgebleven woningen beperkt. De dijkversterking raakt hier minder dan vijf tuinen en tast tussen de een en vijf bijgebouwen van nog overgebleven woningen aan (-). Alternatief 2 (binnendijkse constructie) en alternatief 3 (constructies) treffen tussen de een en vijf bijgebouwen van woningen die zelf niet geraakt worden door de dijkversterking, tevens komt de dijk in minder dan vijf tuinen te liggen (-). Meekoppelkansen De meekoppelkansen hebben, voor zover bekend, geen aanvullende invloed op de kwaliteit van de woonfuncties (zoals ruimtebeslag op tuinen en dergelijke).
5.9.3
Werkfunctie - bedrijven
Alternatieven Er zijn verschillende gebouwen met kantoor-, industrie-, en bijeenkomstfuncties (horeca). Het alternatief 1 (versterken in grond) zorgt in het ergste geval voor de sloop van 6-10 gebouwen met een bedrijfsfunctie (-). Bij alternatief 2 en 3 zorgt het ontbreken van een binnendijkse berm voor de sloop van minder dan vijf gebouwen (-). De horeca bij Sprok (dijksectie 1) en de Brasserie (en overige functies) bij Altena (dijksectie 12) liggen in alle gevallen binnen het ruimtebeslag. Meekoppelkansen De meekoppelkansen hebben, voor zover bekend, geen invloed op bedrijfsgebouwen. Wel moet het al dan niet terugbrengen van de horecafunctie bij Sprok onderzocht worden in samenhang met de benodigde parkeerruimte.
5.9.4
Werkfunctie - areaal
Alternatieven Volgens de GIS-analyse raakt alternatief 1 ongeveer 35-40 ha landbouwgrond (--), alternatief 20-25 ha (-) en alternatief 3 15-20 ha (-). Hierbij is sprake van een overschatting van ongeveer 10 ha, omdat in het bestand een deel van de dijk ook al in agrarisch in gebruik is. In alle alternatieven betreft het voor meer dan 95% grasland. Meekoppelkansen Eén geïdentificeerde meekoppelkans heeft effect op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De ruilverkaveling biedt mogelijkheden voor de bedrijvigheid maar kan ook tot gevolg hebben dat bedrijven verdwijnen. In alle alternatieven voor de dijkversterking is voldoende ruimte voor mogelijke ruilverkaveling.
63 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Meekoppelkansen als parkeerplaatsen en fietspaden kunnen zorgen voor meer ruimtebeslag op het landbouwareaal. Deze vergroten de negatieve effecten van de dijkversterking.
5.9.5
Werkfunctie - werkkwaliteit
Alternatieven Alternatief 1 (versterken in grond) heeft vanwege zijn grote ruimtebeslag het meeste impact op voorzieningen en/of tuin nabij de werkfuncties. Dit is echter maar bij enkele bedrijven het geval, en het ruimtebeslag bestrijkt maar een relatief klein deel van het terrein (-). Bij alternatieven 2 en 3 zijn de gevolgen minimaal (0). Meekoppelkansen De meekoppelkansen voor het plaatsen van parkeerplaatsen bij horecagelegenheden in de buurt is een kans voor de werkkwaliteit. Als de horeca bij Sprok van de dijk verdwijnt, dan is dit wellicht hier niet meer nodig.
5.9.6
Recreatiefunctie
De recreatiefuncties bevinden zich op de dijk (routes) en in dijksecties 8 en 12 (restaurant Sprok en het Wijnfort zijn al beschouwd bij bedrijfsfuncties). Alternatieven Er vindt bij geen van de drie alternatieven aantasting plaats van recreatieve routes, omdat de functie van de wegen behouden blijft. Tevens wordt de recreatieve kwaliteit van de uiterwaarden niet aangetast vanwege het behoud van wandelroutes. De alternatieven hebben geen ruimtebeslag op de aanwezige recreatiewoningen van camping de Grote Altena (dijksectie 12). Alternatief 1 heeft grote invloed op de wandelpaden en recreatieve kwaliteit op het landgoed Oosterhout (dijksectie 8, -). Een deel van het sterrenbos inclusief wandelpaden verdwijnt. Bij alternatief 2 en 3 is het ruimtebeslag veel minder (0). Meekoppelkansen De Gastvrije Waaldijk heeft naast het vergroten van de verkeersveiligheid ook het verhogen van de recreatieve kwaliteiten van het gebied tot gevolg, bijvoorbeeld door middel van het plaatsen van meerdere rustplekken. Deze ontwikkeling wordt door alle alternatieven niet in de weg gestaan. Overigens zal voor de rustplekken een maatwerklocatie opgenomen moeten worden. Dit is echter niet onderscheidend tussen de alternatieven.
De meekoppelkans buitenplaats Oosterhout, die (onder andere) het terugbrengen van de zichtlijn van het huis naar de Waaldijk als doel heeft, heeft positieve effecten op de recreatieve functie in het gebied. De alternatieven staan deze ontwikkeling niet in de weg. Andere meekoppelkansen die een meerwaarde hebben voor de recreatieve functie in het gebied zijn de herinrichting van Landschapsplan de Danenberg, de herinrichting van de Loenensche Buitenpolder, Landgoed Loenen en het landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Overbetuwe waarin meerdere ommetjes staan benoemd. Op dit moment staan de alternatieven deze ontwikkelingen niet in de weg.
5.9.7
Overzicht effecten gebruikswaarde
In de effectbeoordeling van de dijkversterking voor het thema gebruikswaarde zijn de effecten op de woonfunctie, werkfunctie, scheepvaartfunctie, verkeersfunctie en de recreatiefunctie beoordeeld. Er zijn geen effecten op scheepvaartfunctie en verkeersfunctie, waardoor deze hier niet meer verder zijn benoemd. De effecten concentreren zich binnendijks. Alternatief 1 (versterken in grond) heeft op vrijwel alle thema’s het grootste effect en daarmee het grootste effect op de gebruikswaarde (zie tabel 5.1). Omdat het ruimtebeslag van alternatief 2 en 3 zich grotendeels op het huidige dijklichaam of in buitendijks gebied bevindt, zijn hier minder effecten.
64 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
De hoogste concentratie van effecten bevindt zich in dijksectie 8 (landgoed Oosterhout), 10 (park Tergouw), 11 en 12 (ter hoogte van Brasserie de Altena). In dit gebied zijn woonfuncties, recreatiefuncties en bedrijfsfuncties in hoge dichtheid aanwezig. Buiten deze secties spelen her en der woonfuncties, maar zijn de bermen over grotere strekkingen vanuit gebruikswaarde wel mogelijk.
Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
versterken in grond
binnendijkse constructie
binnen- en buitendijkse constructie
Tabel 5.9 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking gebruikswaarde
gebruikswaarde
woonfunctie - woningen
--
-
-
woonfunctie - woonkwaliteit
-
-
-
werkfunctie -bedrijven
-
-
-
werkfunctie -areaal
--
-
-
werkfunctie -werkkwaliteit
-
0
0
recreatiefunctie
-
0
0
5.10
1
2
3
Toekomstwaarde
5.10.1 Meekoppelkansen De meekoppelkansen worden zowel negatief als positief beïnvloed door de alternatieven. Er is niet duidelijk een alternatief dat tot grotere toekomstwaarde leidt omdat hier meer meekoppelkansen mogelijk zijn. De binnendijkse berm van alternatief 1 geeft meer ruimte voor inpassing (positief), maar zorgt ook voor meer ruimtebeslag op de waarden waar de meekoppelkansen op aansluiten (negatief, bijvoorbeeld landschapsontwikkelingsplan, landgoederen). Alle alternatieven verhinderen mogelijk een meekoppelkans bij Sprok als de betreffende horecalocatie verdwijnt zonder nieuwbouw. De gastvrije waaldijk is een kans die bij alle alternatieven mogelijk is.
5.10.2 Duurzaam materiaal- en energiegebruik Alternatieven Alternatief 1 (versterken in grond) vraagt het grootste ruimtebeslag, omdat er een zowel binnen- als buitendijks stabiliteitsbermen worden aangebracht. Hierbij komt in de orde grootte 33.712 ton CO 2 vrij voor het benodigde materiaal (worst case pipingconstructie). Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 565.364 ton CO2 vrij, met name veroorzaakt door de grote benodigde hoeveelheid grondverzet. Alternatief 2 heeft naast versterking in grond een binnendijkse constructie. Hierdoor hoeft er minder in grond versterkt te worden aan de binnenzijde van de dijk en is minder ruimte nodig. Voor alternatief 2 komt circa 19.606 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal (constructies). Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 373.468 ton CO2 vrij.
65 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Alternatief 3 heeft een binnen- en buitendijkse constructie. Zo wordt het binnen- en buitendijkse ruimtebeslag geoptimaliseerd. In alternatief 3 komt circa 92.485 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 371.048 ton CO2 vrij. Meekoppelkansen Het meenemen van meekoppelkansen met aanvullend ruimtebeslag (bijvoorbeeld parkeerplaatsen) zal over het algemeen leiden tot een toename van CO2 op basis van het materiaalgebruik en grondverzet.
5.10.3 Overzicht effecten toekomstwaarde De meekoppelkansen worden zowel negatief als positief beïnvloed door de alternatieven. Er is niet duidelijk een alternatief dat tot grotere toekomstwaarde leidt omdat hier meer meekoppelkansen mogelijk zijn. Alternatief 2 heeft het minste grondverzet en de minste CO2-productie voor de benodigde materialen (-). Alternatief 3 ligt hierbij in de buurt (-). Hierbij is niet het effect meegenomen van toekomstige dijkversterkingen en beheer- en onderhoud. Bij het criterium levensduurkosten blijkt immers dat om dit ontwerp te kunnen beheren, damwanden na 100 jaar vervangen moeten worden. Een grondlichaam kan blijven liggen. Zoals het criterium robuustheid/klimaatadaptatie ook aangeeft (hoogwaterveiligheid), is een grondoplossing zoals alternatief 1 wat dat betreft duurzamer.
2
3
binnendijkse constructie
binnen- en buitendijkse constructie
Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
toekomstwaarde
meekoppelkansen (positieve effecten) meekoppelkansen (negatieve effecten)
-
-
-
duurzaam materiaal- en energiegebruik
--
-
-
5.11
1
versterken in grond
Tabel 5.10 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking toekomstwaarde
+
+
+
Kosten
5.11.1 Investeringskosten Alternatieven De investeringskosten bevatten de kosten voor het realiseren van de kansrijke alternatieven. Hieronder vallen onder andere de kosten voor de aanleg van de dijkversterking inclusief risicoreservering (bouwkosten), kosten voor het verwerven van gronden en woningen (vastgoedkosten), kosten voor de engineering (engineeringskosten) en kosten voor vergunningen, verleggen van kabels en leidingen, natuur/KRWcompensaties, etc. (overig bijkomende kosten). De kosten voor kabels en leidingen zijn gelijkwaardig tussen de alternatieven en daarom niet van belang voor de alternatievenvergelijking. De vastgoedkosten zijn in grote mate onderscheidend. Daarom geeft tabel 5.11 investeringskosten met en zonder vastgoedkosten aan. Voor compensatie geldt ook een klein verschil, dat wordt zo uitgelegd.
66 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Alternatief 1 (ophogen in grond) heeft de laagste investeringskosten zonder vastgoed. Een ‘kale’ grondoplossing is veel goedkoper dan een damwandconstructie. Anderzijds is voor dit alternatief meer grondverwerving nodig en liggen er meer woningen binnen het ruimtebeslag. De kostenraming met vastgoedkosten gaat uit van de ‘worstcasesituatie’ dat deze worden opgekocht en geamoveerd. De vastgoedkosten van alternatief 1 zijn significant hoger dan de andere twee alternatieven. In totaal zijn de investeringskosten inclusief vastgoedkosten van alternatief 1 en alternatief 2 daarmee vergelijkbaar. De totale investeringskosten van alternatief 3 zijn iets hoger dan van alternatief 2, maar minder dan je zou verwachten op grond van het inzetten van twee constructies. Hiervoor zijn drie redenen: - de buitendijkse constructie hoeft minder zwaar uitgevoerd dan die binnendijks; - buitendijks zijn minder vastgoedkosten nodig vanwege het geringere ruimtebeslag van alternatief 3; - er is minder geld nodig voor het compenseren van opstuwing op de rivieras in vergelijking met de andere alternatieven. Meekoppelkansen De beschreven meekoppelkansen zijn bij het huidige detailniveau van de raming onderdeel van de post onvoorziene kosten. De kosten zijn niet onderscheidend.
5.11.2 Levenscycluskosten Alternatieven In de levensduurkosten zijn de investeringskosten en de kosten voor het beheer en onderhoud van de kansrijke alternatieven opgenomen. Dit bevat onder andere kosten voor het onderhoud aan het grondlichaam en vervangen van materiaal aan het einde van de levensduur. De levenscycluskosten dienen om de kosten inzichtelijk te maken om de dijk aan te leggen en in de ontworpen vorm te behouden gedurende 100 jaar. Hierbij is dus geen rekening gehouden met kosten van toekomstige dijkversterkingen, alleen met de investerings-, beheer- en onderhoudskosten van het huidige ontwerp. Alternatief 1 (versterken in grond) heeft na 100 jaar lagere beheer- en onderhoudskosten dan alternatief 2 (binnendijkse constructie) en 3 (binnen- en buitendijkse constructie). Dit komt doordat in alternatief 1 geen stabiliteitsconstructie aanwezig is. Voor alternatief 2 en 3 is namelijk, conform de standaardrekenmethode, in deze kosten een vervanging van de damwand meegenomen na 100 jaar. Het vervangen van een damwand is duurder dan het onderhoud aan het grondlichaam gedurende deze tijd. Om meer inzicht te krijgen in beheer- en onderhoudskosten, zijn ook de levenscycluskosten (inclusief investeringskosten) na 50 jaar toegevoegd. Meekoppelkansen De beschreven meekoppelkansen zijn vanwege het huidige detailniveau van de raming, onderdeel van de post onvoorziene kosten.
De kosten zijn niet onderscheidend.
5.11.3 Overzicht kosten Alternatief 1 (versterken in grond) is over het geheel genomen de goedkoopste oplossing. Dit komt met name omdat de grondoplossing goedkoper is om neer te leggen, maar ook in beheer na 100 jaar goedkoper is. Een damwandconstructie heeft een beperktere levensduur dan een grondoplossing.
67 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
versterken in grond
binnendijkse constructie
binnen- en buitendijkse constructie
Tabel 5.11 Overzichtstabel alternatieven dijkversterking kosten
kosten
investeringskosten inclusief vastgoed (m€)
71 - 116
72 - 116
80 - 131
investeringskosten exclusief vastgoed (m€)
42 - 68
60 - 97
70 - 113
levenscycluskosten, 100 jaar (m€)
143 - 232
153 - 249
180 - 293
levenscycluskosten, 50 jaar (m€)
111 - 180
99 - 161
105 - 170
68 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
1
2
3
6 EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING 6.1
Overzicht effecten
De volgende paragrafen lichten per thema de effecten toe van de dijkterugleggingsalternatieven. Tabel 6.1 geeft alvast het overzicht van de onderscheidende effecten. Onderscheidende effecten De alternatieven ‘natuurverbinding’ en ‘recreatief rivierpark’ bewerken een grotere waterstandsdaling (5 a 4 cm) dan alternatief 1 (beperkte verlegging). Deze geeft slechts 2 cm. De beperkte verlegging zorgt daarbij weliswaar voor minder en minder grote negatieve effecten, maar heeft ook minder en minder positieve effecten. Er zijn bij alternatieven 2 en 3 ook ten opzichte van dijkversterking grotere negatieve effecten als gevolg van het grote ruimtebeslag (met name voor Gelders natuurnetwerk en groene ontwikkelzones, grondverzet, grondwater, woningen en recreatie), maar door de gebiedstransformatie liggen er voor dijkteruglegging en met name alternatief 2 en 3 veel kansen om deze effecten te compenseren en kansen te benutten als het gaat om natuurontwikkeling, belevingswaarde, oppervlaktewater, en bij het recreatieve rivierpark de werkfuncties en recreatieve betekenis.
1
Dijkversterking dijksectie 12
hoogwaterveiligheidsfunctie
robuustheid/klimaatadaptatie waterkering
rivierkunde
waterstandsdaling en opstuwing
+
++
+
-
afvoerverdeling bij Pannerdensche kop
--
--
--
0
stroombeeld in vaarweg
++
+
0
0
-
--
--
0
-ontwikkeling
+
+
+
0
- vermesting en verzuring
-
-
-
--
+
+
+
0
Wet natuurbescherming - Natura 2000: Habitatrichtlijnsoorten
Wet natuurbescherming - Natura 2000: Vogelrichtlijnsoorten
69 | 93
3
recreatief rivierpark
Beoordelingscriteria, invloed op
natuur
2
natuurverbinding
Thema
sedimentatie en erosie zomer- en winterbed
1
beperkte verlegging
Tabel 6.1 Overzichtstabel onderscheidende effecten alternatieven dijkversterking
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
1
2
3
1
- ontwikkeling
+
++
++
0
- vernietiging
-
--
--
--
- ontwikkeling
+
++
++
0
- verstoring
-
--
--
--
Wet natuurbescherming - houtopstanden, en bomen
-
--
--
--
+
++
++
0
- ontwikkeling
+
++
++
0
- verzuring en vermesting
-
--
--
-
- verstoring
-
--
--
-
bodem
benodigd grondverzet
0
0
0
++
water
oppervlaktewater
0
+
+
-
grondwater
0
--
--
0
erfgoed
historisch-geografische structuren, ensembles en elementen
--
--
--
-
belevingswaarde
positieve effecten belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden
0
+
+
0
gebruikswaarde
woonfunctie (woningen)
-
--
-
-
werkfunctie (werkkwaliteit)
0
n.v.t.
+
0
recreatiefunctie (negatieve effecten)
--
--
--
-
recreatiefunctie (positieve effecten nieuwe situatie)
0
0
+
0
investeringskosten (%)
100
147
145
38
levenscycluskosten (%)
100
60
60
62
-
-
-
0
Wet natuurbescherming: soorten, en rode lijst soorten
Kaderrichtlijn water - ontwikkeling Geldersch NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone
kosten
businesscase
(Zeer) negatieve effecten Er is bij alle dijkterugleggingsalternatieven sprake van zeer negatieve effecten op de afvoerverdeling bij de Pannerdensch Kop (rivierkunde), natura 2000-gebieden, beschermde soorten, en Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszones en recreatie. Deze rivierkundige- en natuureffecten zijn significant negatief en het is belangrijk dat het voorkeursalternatief hiervoor maatregelen bevat om de effecten te verzachten of te compenseren. Voor deze thema’s is het nemen van maatregelen wettelijk verplicht. Andere criteria zijn niet onderscheidend, maar wel negatief beoordeeld, zoals archeologie, verschillende gebruiksfuncties, en CO2-uitstoot. Voor archeologie zijn er wettelijk verplichte vervolgstappen nodig, maar ook voor andere criteria is het nemen van maatregelen gewenst.
70 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
6.2
Hoogwaterveiligheidsfunctie
6.2.1
Robuustheid/klimaatadaptatie waterkering
Alternatieven Voor de dijkteruglegging is uitgegaan van een grondoplossing. Een grondoplossing met pipingoplossing heeft grotendeels dezelfde robuustheid van de dijk als in de huidige situatie. Dit is niet onderscheidend tussen de alternatieven. Verlegging van de dijk brengt een grotere robuustheid met zich mee voor klimaatadaptatie. Hoe groter de dijkteruglegging is, hoe meer je ook in de toekomst aanpassingen aan de inrichting kunt doen om nog meer verlaging te creëren. De orde grootte van de alternatieven is echter niet heel onderscheidend (+). Meekoppelkansen Er is geen verschillende invloed op meekoppelkansen.
6.2.2
Overzicht
Voor de dijkteruglegging is uitgegaan van een grondoplossing. Een grondoplossing met pipingoplossing heeft grotendeels dezelfde robuustheid van de dijk als in de huidig situatie. Dit is niet onderscheidend tussen de alternatieven. Alle alternatieven geven een hogere robuustheid omdat het nieuwe uiterwaardengebied meer ruimte geeft voor toekomstige aanpassingen. De klimaatadaptatie van alternatieven 2 en 3 is vanwege het grotere beschikbare oppervlak hoger dan die van alternatief 1. Maar ook het grootste oppervlak is nog redelijk beperkt (+).
robuustheid/klimaatadaptatie waterkering
6.3
2
3
1
dijkversterking dijkvak 12
hoogwaterveiligheidsfunctie
1
recreatief rivierpark
Beoordelingscriteria, invloed op
natuurverbinding
Thema
beperkte verlegging
Tabel 6.2 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking hoogwaterveiligheidsfunctie
+
+
+
0
Rivierkunde
Voor de alternatievenafweging zijn de criteria waterstandsdaling en opstuwing, afvoerverdeling bij Pannerdensche Kop, stroombeeld in vaarweg, en sedimentatie en erosie zomer- en winterbed relevant.
71 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
6.3.1
Waterstandsdaling en opstuwing
Alternatieven De maximale waterstandsdaling van alternatief 2 (natuurverbinding) is meer dan 5 cm (++). Het is daarmee het alternatief dat vanuit waterstandsdaling de voorkeur heeft. Alternatieven 1 (beperkte verlegging) en 3 (recreatief rivierpark) creëren een waterstandsdaling van respectievelijk maximaal 2,1 cm en 4,4 cm (+). Meekoppelkansen In de Loenensche Buitenpolder is een KRW-geul aangelegd. Deze zou als compensatiemaatregel kunnen dienen door deze te verruimen. Momenteel is deze nog niet bij de meekoppelkansen meegenomen. Indien benoemde meekoppelkansen als parkeren op de dijk, buitenwaarts ruimtebeslag claimen, bestaat het risico dat er aanvullende opstuwing ontstaat boven die hier beschreven effecten.
6.3.2
Afvoerverdeling bij Pannerdensche kop
Alternatieven De alternatieven veroorzaken een toename van de rivierafvoer van meer dan 5 m 3/s. Dit is niet wenselijk vanwege de regulering van de afvoer voor onder andere de scheepvaart (--). Hiermee voldoen ze niet aan de eisen van het door Rijkswaterstaat gehanteerde Rivierkundig Beoordelingskader (RKB) en overschrijden de maximale wijziging van de afvoerverdeling bij MHW van 5 m3/s. De benodigde compensatie kan vaak als meekoppelkans bij andere projecten meegenomen worden. De compensatie moet buiten het projectgebied gezocht worden om de afvoerverdeling bij het splitsingspunt Pannerdensche Kop te corrigeren. Projecten die hiervoor in aanmerking komen moeten langs de rechteroever net bovenstrooms van het splitsingspunt of benedenstrooms hiervan (Pannerdensch Kanaal, Nederrijn of IJssel) genomen worden. Meekoppelkansen Er zijn geen meekoppelkansen geïdentificeerd.
6.3.3
Stroombeeld in vaarweg
Alternatieven De dwarsstroming bij het in- en uitstroompunt van de uiterwaard is beoordeeld bij een afvoer van 6.000 m3/s (conform het RKB). Dit criterium is van belang voor de besturing van de schepen op de Waal. Bij het instroompunt geldt dat de dwarsstroming in alle gevallen afneemt. De afname is het grootst bij alternatief 1 en 2 (++) en beperkt voor alternatief 3 (+). Bij de uitstroming neemt de dwarsstroming ook af bij de alternatief 1 (+), terwijl deze toeneemt bij de andere alternatieven (-). In totaal geeft alternatief 1 het beste effect (++), gevolgd door alternatief 2 (+). Alternatief 3 heeft weinig effect (0). Voor de drie beschouwde alternatieven is het dwarsdebiet bij een debiet van 6.000 m 3/s groter dan 50 m3/s en geldt doordoor een strenge dwarssnelheidscriterium. Voor alternatieven 2 en 3, natuurverbinding en recreatief rivierpark, zijn de dwarsstroomsnelheden groter dan 0,15 m/s, waardoor er niet voldaan wordt aan het RBK. Alleen de dwarssnelheid voor alternatief 1, beperkte dijkverlegging, voldoet aan het RBK. Meekoppelkansen Er zijn geen meekoppelkansen geïdentificeerd.
6.3.4
Sedimentatie en erosie zomer- en winterbed
Alternatieven In alle gevallen vindt aanzanding van het zomerbed plaats. De aanzanding is het grootst bij alternatief 2 en 3 (0,4 m, --). Alternatief 1 kent minder aanzanding (minder dan 0,2 m, -).
72 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Meekoppelkansen Er zijn geen meekoppelkansen geïdentificeerd.
6.3.5
Overzicht effecten rivierkunde
Tabel 6.3 toont de effectbeoordeling van de drie dijkversterkingsalternatieven. Duidelijk is dat de dijkversterkingsalternatieven voordelen hebben (waterstandsdaling, verbetering dwarsstroming) boven dijkversterking, maar ook enkele nadelen (invloed op splitsingspunt, aanzanding zomerbed). Alternatief 3 (recreatief rivierpark) is het minst interessant: gemiddelde waterstandsdaling en geen verbetering van de dwarsstroming. De maximale waterstandsdaling van alternatief 2 (natuurverbinding) is meer dan 5 cm. Het is daarmee het alternatief dat vanuit waterstandsdaling de voorkeur heeft. Alternatieven 1 (beperkte verlegging) en 3 (recreatief rivierpark) creëren een waterstandsdaling van respectievelijk maximaal 2,1 cm en 4,4 cm.
1
recreatief rivierpark
dijkversterking dijkvak 12
Beoordelingscriteria, invloed op
rivierkunde
waterstandsdaling en opstuwing afvoerverdeling bij Pannerdensche kop
--
--
--
0
stroombeeld in vaarweg
++
+
0
0
-
--
--
0
6.4
3
natuurverbinding
Thema
sedimentatie en erosie zomer- en winterbed
2
beperkte verlegging
Tabel 6.3 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging rivierkunde 1
+
++
+
-
Natuur
Onderstaande paragrafen gaan in op de effecten op beschermde gebieden, beschermde soorten, houtopstanden en KRW.
6.4.1
Wet natuurbescherming - Natura 2000: habitattypen
Er is geen verschil tussen de alternatieven omdat alle alternatieven stikstofdepositie tot gevolg hebben op habitattypen waarvan de KDW reeds overschreden is. Ook voor wat betreft vernietiging is er geen verschil tussen de alternatieven. Qua vermesting/verzuring heeft alternatief ‘beperkte verlegging’ de voorkeur, omdat dit alternatief tijdens de aanleg- en gebruiksfase het minste verzuring en vermesting teweeg brengt. Daarna volgt eerst alternatief 2, gevolgd door alternatief 3 die onderling niet zeer sterk verschillen.
73 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
6.4.2
Wet natuurbescherming - Natura 2000: Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten
Er is geen verschil tussen de alternatieven omdat bij alle alternatieven sprake is van potentiële ontwikkeling van leefgebied met positieve effecten tot gevolg. Er is echter wel een verschil tussen de potentiële ontwikkeling van de alternatieven waardoor er wel een voorkeur is voor alternatief 2 (natuurverbinding). Deze levert hier de grootste bijdrage. Wat betreft stikstof depositie en verstoring heeft alternatief ‘beperkte verlegging’ de voorkeur, omdat dit alternatief tijdens de aanleg- en gebruiksfase het minste verzuring en vermesting, en verstoring teweeg brengt.
6.4.3
Wet natuurbescherming - Soortenbescherming en rode lijstsoorten
Voor de Wet natuurbescherming - soortenbescherming wordt onderzoek verricht naar de criteria vernietiging en verstoring. Voor de rode lijstsoorten wordt enkel vernietiging van leefgebied beschouwd. Effecten van de overige criteria kunnen op voorhand worden uitgesloten. Bij het onderdeel Soortenbescherming en rode lijstsoorten zijn de effecten van ruimtebeslag en ontwikkeling van alternatief 2 (natuurverbinding) en 3 (recreatief park) groter dan van alternatief 1 (beperkte verlegging), zowel negatief (via vernietiging) als positief (via ontwikkeling). Tussen alternatief 2 en 3 is er een voorkeur voor alternatief 2 vanwege de meest optimale mogelijkheden voor de ontwikkeling van natuurwaarden. Door de beperktere inzet van materieel is er qua verstoring een voorkeur voor alternatief 1.
6.4.4
Wet natuurbescherming - Houtopstanden en bomen
Alternatief 1 (beperkte verlegging) heeft qua kap van beschermde houtopstanden en bomen de minste effecten. Er is geen verschil tussen alternatief 2 en 3.
6.4.5
Kaderrichtlijn Water
Voor dit MER is een inschatting van de onderscheidende effecten gemaakt door te onderzoeken in hoeverre de alternatieven leiden tot areaalverlies (nadelig) of areaaltoename (gunstig) van het zogenaamde Ecologisch Relevante Areaal (ERA). Ook de effecten op waterkwaliteit zijn beoordeeld. Vanuit de KRW is sprake van een negatief effect als gevolg van ruimtebeslag op PRA (Potentieel Relevant Areaal) langs de rivieroever, maar niet significant bij alle alternatieven. Alternatief 1 heeft hierbij de voorkeur met het kleinste ruimtebeslag. Daartegenover geldt dat alternatief 1 de minste winst in PRA oplevert in vergelijking met alternatief 2 en 3. Alternatief 3 heeft daarbij de grootste PRA winst en geniet daardoor de voorkeur. Hierbij wordt opgemerkt dat uit het oogpunt van riviersoorten een tweezijdig aangetakte, meestromende geul nog beter zou zijn dan de eenzijdig aangetakte geul zoals die nu in de alternatieven is meegenomen. Dit zou een optimalisatie van het uiteindelijke VKA zijn. Omdat de rivier in de huidige situatie ook al sterk bepalend is voor de waterkwaliteit, maakt het voor de effecten van de dijkteruglegging niet uit dat door de dijkteruglegging de invloed van de rivier verder toeneemt. Tussen de alternatieven is geen verschil te benoemen en de verwachting is dat de waterkwaliteit niet zal veranderen.
74 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
6.4.6
Geldersch NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone
De dijkversterking heeft bij alle alternatieven een significant negatief effect in het kader van zowel vernietiging op de wezenlijke kenmerken en waarden, waarbij er geen onderscheid is tussen de alternatieven. Daartegenover staat dat bij alternatief 2 de meeste ontwikkeling van natuur mogelijk is welke aan de wezenlijke kenmerken en waarden zullen bijdragen. Alternatief 1 zal daarentegen de laagste hoeveelheid stikstofdepositie (criterium verzuring/vermesting) en verstoring opleveren.
6.4.7
Meekoppelkansen
Van deze kunnen Gastvrije Waaldijk en Parkeerplaatsen Grote Altena voor verzuring/vermesting en verstoring zorgen. Gastvrije Waaldijk direct doordat de dijk intensiever gebruikt kan worden, Parkeerplaatsen Grote Altena indirect omdat de dijk door een toename aan parkeerruimte aantrekkelijker wordt voor toeristen. Daarnaast zorgt meer parkeerruimte voor meer ruimtebeslag. Tevens kunnen een aantal meekoppelkansen positieve effecten hebben op het gebied rond de dijkteruglegging, het gaat dan om bloemrijke dijken, landschapsplan de Danenberg, Initiatief landschapsontwikkelingsplan en Ruilverkaveling en glastuinbouw. Het aanleggen van glasvezel heeft geen effecten op het gebied. Alle meekoppelkansen zijn even toepasbaar bij alle alternatieven voor dijkteruglegging en er zijn ten gevolge van de meekoppelkansen derhalve geen verschillen te benoemen tussen de alternatieven voor de dijkteruglegging.
6.4.8
Overzicht effecten natuur
In de hierna volgende tabel is het overzicht gegeven van de effectbeoordeling op basis van de nietgemitigeerde effecten. De beoordeling is onderscheidend in die zin dat alternatief 1 (beperkte verlegging) minder grote effecten veroorzaakt en minder grote kansen biedt dan alternatieven 2 (natuurontwikkeling) en 3 (recreatief rivierpark). Bij alle alternatieven zijn maatregelen nodig om effecten te vermijden, te verzachten of te compenseren. Omdat hoogwaterveiligheid een dwingende reden van openbaar belang is, is er geen sprake van een juridische no-go.
Tabel 6.4 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging natuur 3
1
dijkversterking in grond dijksectie 12
Wet natuurbescherming - Natura 2000: habitattypen
2
recreatief rivierpark
natuur
1
natuurverbinding
Beoordelingscriteria, invloed op
beperkte verlegging
Thema
--
--
--
--
- ontwikkeling
+
+
+
0
- vermesting en verzuring
-
-
-
--
--
--
--
--
- vermesting en verzuring Wet natuurbescherming - Natura 2000: Habitatrichtlijnsoorten
Wet natuurbescherming - Natura 2000: Vogelrichtlijnsoorten - vernietiging
75 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
1
2
3
1
- ontwikkeling
+
++
++
0
- vermesting en verzuring
--
--
--
--
- verstoring
--
--
--
--
- vernietiging
-
--
--
--
- ontwikkeling
+
++
++
0
- verstoring
-
--
--
--
-
--
--
--
- vernietiging
-
-
-
-
- ontwikkeling
+
++
++
0
--
--
--
--
++
++
0
Wet natuurbescherming: soorten, en rode lijst soorten
Wet natuurbescherming - houtopstanden, en bomen Kaderrichtlijn water
Geldersch NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone - vernietiging - ontwikkeling
+
- verzuring en vermesting
-
--
--
-
- verstoring
-
--
--
-
6.5
Bodem
6.5.1
Bodemkwaliteit
Alternatieven Er zijn drie opties voor dijkteruglegging onderzocht op het effect van de ingreep op de bodemkwaliteit. Bij een beperkte dijkteruglegging bestaat de kans dat er verontreinigde grond moet worden gesaneerd aan Waaldijk 40 (door Atlas Gelderland als aangegeven als mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging). Dit heeft een positief effect op de bodemkwaliteit ter plaatse. De andere twee opties voor dijkteruglegging hebben een veel breder ruimtebeslag. In beide gevallen wordt de dijk teruggelegd, tot op plaatsen waar zich nu glastuinbouw bevindt. Deze locaties zijn veelal verdacht op het voorkomen van asbest in de grond. Als er wordt gekozen voor alternatief 2 (natuurverbinding) of alternatief 3 (recreatief rivierpark) zullen de kassen moeten verdwijnen en zal de mogelijke bodemverontreiniging moeten worden gesaneerd. Beide alternatieven hebben ook betrekking op de eerder genoemde locatie aan Waaldijk 40. Het effect op de bodemkwaliteit voor alternatief 2 en 3 wordt eveneens als positief beoordeeld (+). N.B. een sanering heeft natuurlijk wel een negatief effect voor de kostenraming en mogelijk de planning. Meekoppelkansen Alleen de meekoppelkans: ‘Ruilverkaveling en glastuinbouw’ heeft mogelijk invloed op de bodemkwaliteit in het zoekgebied voor dijkteruglegging. Het gebied wordt sterk gekenmerkt door intensieve glastuinbouw.
Bij deze meekoppelkans treed er een functiewijzing van het gebied op, waardoor er schonere grond moet worden toegepast bij toekomstige (grond)werkzaamheden in het zoekgebied. Dit heeft een positieve uitwerking op de bodemkwaliteit.
76 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
6.5.2
Benodigd grondverzet
Alternatieven Hoe groter de hoeveelheid grondverzet, hoe negatiever de uitwerking op het milieu is. Dit houdt verband met de verstoring van geologische lagen en uitstoot van CO2. Het grondverzet is vrijwel niet onderscheidend. Alle opties vallen namelijk binnen de range -20% tot +20% van de gemiddelde hoeveelheid grondverzet van de dijkterugleggingsalternatieven. De effecten op het milieu door grondverzet worden voor alle opties voor dijkteruglegging als neutraal beoordeeld. Meekoppelkansen De meekoppelkans die betrekking heeft op het zoekgebied voor dijkteruglegging (ruilverkaveling glastuinbouw) heeft geen (aanvullend) effect op het grondverzet.
6.5.3
Overzicht effecten bodem
In het kader van de Wbb mag niet worden gewerkt in verontreinigde grond en moeten verontreinigingen worden gesaneerd. Dit heeft een positieve uitwerking op de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem. In het zoekgebied voor dijkteruglegging (dijksectie 12) bevinden zich diverse (potentieel) verontreinigde locaties. Bij alle alternatieven wordt gewerkt in bodems met mogelijke verontreinigingen. Desalniettemin heeft alternatief 2 de meest positieve invloed op de bodem, omdat dit de meeste potentieel verontreinigde locaties omvat. Voor wat betreft grondverzet hebben alle opties voor dijkteruglegging een gelijkwaardige hoeveelheid grondverzet. De drie opties worden allemaal als neutraal beoordeeld. Echter, in absolute getallen heeft alternatief 1 het minste grondverzet, waardoor deze optie als voorkeursalternatief kan worden beschouwd. In vergelijking met dijkversterking verbetert dijkteruglegging ook de bodemkwaliteit. Dijkversterking in dijksectie 12 heeft beduidend minder grondverzet (150.934 m3) dan de terugleggingsalternatieven.
bodemkwaliteit benodigd grondverzet
0
0
0
++
Oppervlaktewater
1
dijkversterking in grond dijksectie 12
bodem
6.6.1
3
recreatief rivierpark
Beoordelingscriteria, invloed op
Water
2
natuurverbinding
Thema
6.6
1
beperkte verlegging
Tabel 6.5 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging bodem
+
+
+
+
Alternatieven Bij de beperkte dijkverlegging (alternatief 1) worden er vanwege de beperkte verlegging en beperkte vergraving in de uiterwaard geen significante effecten op het binnendijkse en buitendijkse oppervlaktewatersysteem verwacht (0). Alternatieven 2 en 3 leveren vergelijkbare effecten op vanwege de vergelijkbare omvang van de dijkverlegging en de aan te leggen nevengeul. Beide alternatieven worden
77 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
vanwege de afname van de binnendijkse waterafvoer als positief beoordeeld (+). Hierdoor treedt binnendijks een verbetering op voor waterbeheer en -berging. Meekoppelkansen De volgende meekoppelkansen bieden aanknopingspunten voor een nieuwe inrichting van het gebied waarbij na dijkverlegging nieuwe watergangen kunnen worden aangebracht: - landschapsplan de Danenberg dijksectie 12-13; - initiatief Landschapsontwikkelingsplan dijksectie 10-17; - ruilverkaveling en glastuinbouw dijksectie 12.
6.6.2
Grondwater
Alternatieven Bij de beperkte dijkverlegging (alternatief 1) worden er vanwege de beperkte verlegging en beperkte vergraving in de uiterwaard geen significante effecten op het grondwatersysteem verwacht (0). Bij alternatieven 2 en 3 is er bij hoogwater sprake van een berekende verhoging van de grondwaterstanden. Het gebied achter de dijk is bij hoogwater al relatief nat. Bij laagwater is er sprake van een verlaging van de grondwaterstanden. Er zijn geen mogelijkheden voor een andere route voor wateraanvoer in het gebied. De effecten op de grondwaterstanden voor alternatief 2 en 3 worden daarom als sterk negatief beoordeeld (--). Meekoppelkansen De volgende meekoppelkansen bieden aanknopingspunten voor een nieuwe inrichting van het gebied waarbij na dijkverlegging nieuwe watergangen kunnen worden aangebracht waarmee de invloed op de grondwaterstanden beperkt kan worden: - landschapsplan de Danenberg dijksectie 12-13; - initiatief Landschapsontwikkelingsplan dijksectie 10-17; - ruilverkaveling en glastuinbouw dijksectie 12.
6.6.3
Overzicht effecten water
Bij de beperkte dijkverlegging (alternatief 1) worden er vanwege de beperkte verlegging en beperkte vergraving in de uiterwaard geen significante effecten op het (grond- en oppervlakte)watersysteem verwacht. Dit alternatief heeft dan over het geheel gezien de voorkeur. De andere twee alternatieven zijn vergelijkbaar in omvang en effecten. Zeer negatieve effecten vanwege de mogelijke schade aan gebruiksfuncties ontstaan door verhoging van de waterstanden bij hoogwater, en verlaging van de waterstanden bij laagwater op de rivier. Anderzijds geeft de afname van binnendijks gebied meer mogelijkheden voor de bemalingscapaciteit van het oppervlaktewatersysteem dat overblijft. De dijkversterking van dijksectie 12 is ter vergelijk eveneens beoordeeld. Hierbij is alleen sprake van demping van een binnendijkse watergang, waardoor het oppervlaktesysteem zonder watercompensatie negatief wordt beïnvloed.
78 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
oppervlaktewater grondwater
0
--
--
0
Historisch-geografische structuren, ensembles en elementen
1
dijkversterking dijksectie 12
water
6.7.1
3
recreatief rivierpark
Beoordelingscriteria, invloed op
Erfgoed
2
natuurverbinding
Thema
6.7
1
beperkte verlegging
Tabel 6.6 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging water
0
+
+
-
Alternatieven De alternatieven hebben alledrie negatieve effecten op de historische structuur van de dijk. Dit is het belangrijkste negatieve effect (--). Dit is niet onderscheidend tussen de dijkterugleggingsalternatieven. Ook de dijkversterkingsalternatieven hebben een enigszins negatief effect (-) vanwege aantasting van beschermde bomen. Meekoppelkansen Ruilverkaveling biedt kansen voor het nieuwe binnendijkse gebied. Risico is dat verkavelingspatronen worden aangetast. Echter is hier de kleinschalige verkavelingsstructuur tussen de huidige dijk en de Dijkstraat al grotendeels verdwenen. Wat dat betreft is er geen onderscheidend effect vanuit alternatief 1, 2 of 3.
6.7.2
Historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen
Alternatieven De rijksbeschermde monumentale grenspaal in dijksectie 12 ligt binnen het ruimtebeslag van alle dijkterugleggingsalternatieven en eveneens bij de alternatieven voor dijkversterking. Voor de beoordeling is er vanuit gegaan dat de locatie van de grenspalen voorafgaande aan de dijkversterking wordt ingemeten. Vervolgens dat de palen opgeslagen worden en na dijkversterking worden teruggebracht of dat deze tijdens de aanleg even worden opgetild. Voor het overige zijn er geen effecten op monumentale ensembles of elementen (0). Meekoppelkansen De meekoppelkansen zijn niet relevant voor dit criterium.
6.7.3
Archeologische (verwachtings)waarden
Alternatieven Bij alle alternatieven zal de huidige dijk vergraven worden. Dit betekent dat archeologische informatie over de opbouw van de dijk komt te vervallen. Juist hier is er de verwachting dat er nog een middeleeuws dijklichaam aanwezig is (ter hoogte van de brasserie). Daarnaast ligt er aan de oostgrens van dijksectie 12 een zone met hoge verwachtingswaarde en twee gebieden met zeer hoge verwachtingswaarden. Deze raken vermoedelijk verstoort bij het verplaatsen van de dijk. Aanvullend kan een constructie in de verlegde dijk kan
79 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
de verwachte steentijdpatronen in de ondergrond doorbreken. Deze negatieve effecten (-) op het bodemarchief zijn echter niet onderscheidend tussen de dijkterugleggingsalternatieven en ook niet met dijkversterking specifiek in deze dijksectie. Meekoppelkansen De meekoppelkansen zijn niet relevant voor dit criterium.
6.7.4
Aardkundige waarden
Er zijn geen aardkundige waarden in het zoekgebied voor de dijkteruglegging aanwezig (0).
6.7.5
Overzicht effecten erfgoed
De dijkterugleggingsalternatieven zijn vanuit erfgoed niet onderscheidend beoordeeld. In het zoekgebied zijn relatief weinig waarden aanwezig. De afgraving van de waardevolle huidige dijkstructuur zorgt voor een zeer negatieve beoordeling vanuit historische geografie. Vanuit dit criterium heeft dijkversterking de voorkeur. De afgraving van de dijk en andere verstoringen in de ondergrond kunnen ook leiden tot negatieve gevolgen voor het archeologisch bodemarchief.
1
2
3
1
beperkte verlegging
natuurverbinding
recreatief rivierpark
dijkversterking dijkvak 12
Tabel 6.7 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging erfgoed Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
erfgoed
historisch-geografische structuren, ensembles en elementen
--
--
--
-
historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen
0
0
0
0
archeologische (verwachtings)waarden
-
-
-
-
aardkundige waarden
0
0
0
0
6.8
Belevingswaarde
6.8.1
Belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden
Alternatieven Nadelig effect van alternatief 1 is dat de dijk en het verkeer op de dijk dichter bij de glastuinbouw komt te liggen. Verschillende van de bosjes die in de referentiesituatie aanwezig zijn, verdwijnen onder het ruimtebeslag van de nieuwe dijk. Het uitzicht vanaf de dijk op meer kassen draagt niet bij aan de belevingswaarde. Dit vanwege de verminderde beleving van groen (natuur, weilanden) in het landschap (-). Het nieuwe tracé van de dijk in alternatieven 2 en 3 ligt achter de huizen van de Dijkstraat. De open plekken van de verdwenen glastuinbouw moeten nog worden ingevuld. Verbetering van het binnendijkse aanzicht is niet gegarandeerd. De beleving van de scheepvaart wordt minder in het gedeelte waar nu vrij uitzicht is. De zichtlijn vanaf de dijk op de steenfabriek wordt minder. Wel zal het mogelijk zijn om vanuit paden in het
80 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
nieuw in te richten gebied de zichtlijn en de scheepvaart te ervaren. Hoewel het nieuwe tracé knikpunten bevat en landschappelijke structuur volgt, worden twee oude ‘kronkels’ in de dijk weggehaald (-). Door het verdwijnen van de camping met chalets direct op de dijk wordt aan deze zijde de afwisseling tussen open en besloten, en de afwisseling in natuur en landschap verbeterd. Hier is nu direct uitzicht op de nevengeul (+). De natuurlijke inrichting bij alternatief 2 beidt kansen voor verdere afwisseling. De recreatieve inrichting bij alternatief 3 beidt kansen voor de beste toegankelijkheid van het gebied. Meekoppelkansen De meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw kan bij alternatief 1 leiden tot een betere beoordeling, omdat er dan geen sprake is van een verminderde beleving van groen (neutrale beoordeling).
6.8.2
Overzicht effecten belevingswaarde
Alternatieven 2 en 3 verbeteren de belevingswaarde en hebben daarom de voorkeur. De belangrijkste reden is het verdwijnen van het zicht op de chalets bij de camping.
negatieve effecten belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden positieve effecten belevingswaarde dijk, rivier en binnen- en buitendijkse gebieden
0
+
+
0
Woonfunctie - woningen
1
dijkversterking dijkvak 12
belevingswaarde
6.9.1
3
recreatief rivierpark
Beoordelingscriteria, invloed op
Gebruikswaarde
2
natuurverbinding
Thema
6.9
1
beperkte verlegging
Tabel 6.8 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging belevingswaarde
-
-
-
-
Alternatieven In het alternatief 1, met een beperkte verlegging, blijven vier woningen van de dertien woningen binnen het zoekgebied behouden (-). In het alternatief 2, natuurverbinding, blijven twee woningen behouden (--). En in het alternatief 3, recreatief rivierpark, blijven zeven woningen behouden (-). Alternatief 3 (recreatief rivierpark) heeft daarmee, in vergelijking met de andere twee alternatieven, het minste impact op de huidige woonfuncties. Meekoppelkansen Er zijn geen geïdentificeerde meekoppelkansen van toepassing op de woonfuncties.
81 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
6.9.2
Woonfunctie - woonkwaliteit
Alternatieven De woonkwaliteit wordt alleen beoordeeld voor die woningen die behouden blijven binnen een alternatief. Tevens wordt gekeken naar de verandering in woonkwaliteit voor woningen die buiten het zoekgebied vallen, bijvoorbeeld omdat hiervan wel de tuin of een bijgebouw wordt geraakt door de dijkverlegging. In alle alternatieven komt de dijk in niet meer dan vijf tuinen te liggen en tast minder dan vijf bijgebouwen/schuren aan (-). Meekoppelkansen Er zijn geen geïdentificeerde meekoppelkansen van toepassing op de woonfuncties.
6.9.3
Werkfunctie - bedrijven
Alternatieven In het zoekgebied van de dijkteruglegging bevinden zich vijf bedrijfspanden. In alternatief 1 (beperkte verlegging) blijven vier bedrijven behouden (-). In het alternatief 2 (natuurverbinding) blijven geen bedrijven behouden (-). In alternatief 3 (recreatief rivierpark) blijft één bedrijf behouden (-). Meekoppelkansen Er is één geïdentificeerde meekoppelkans die effect heeft op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De mogelijke ruilverkaveling heeft in dit gebied effect op de drie aanwezige glastuinbouwbedrijven. De ruilverkaveling biedt voor deze bedrijven mogelijkheden maar ook beperkingen, afhankelijk van het standpunt van de eigenaar. De meekoppelkans is in alle alternatieven mogelijk, maar in alternatief 2 en 3 noodzakelijk in verband met het benodigde ruimtebeslag.
6.9.4
Werkfunctie - areaal
Alternatieven In het zoekgebied van de dijkteruglegging bevindt zich in totaal 19 hectare grasland en 4 ha glas. Alternatief 1 (beperkte verlegging) behoudt binnendijks circa 6 hectare van het grasland en 4 ha glas (-). Bij de natuurverbinding (alternatief 2) en het recreatief rivierpark (alternatief 3) gaat het merendeel van het huidige areaal verloren (-). Meekoppelkansen Er is één geïdentificeerde meekoppelkans die effect heeft op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De mogelijke ruilverkaveling heeft in dit gebied effect op de drie aanwezige glastuinbouwbedrijven. De ruilverkaveling biedt voor deze bedrijven mogelijkheden maar ook beperkingen, afhankelijk van het standpunt van de eigenaar. De meekoppelkans is in alle alternatieven mogelijk, maar in alternatief 2 en 3 noodzakelijk in verband met het benodigde ruimtebeslag.
6.9.5
Werkfunctie - werkkwaliteit
Alternatieven De werkkwaliteit voor de overgebleven functies verandert niet bij de beperkte verlegging (alternatief 1, 0). Er is geen invloed op de drie kastuinbouwbedrijven. Ook voor het andere agrarische bedrijf is er geen verandering in de werkkwaliteit in de gebruiksfase. De brasserie is verdwenen, en heeft daarom geen invloed op de werkkwaliteit.
82 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
Bij alternatief 2 (natuurverbinding) is er geen sprake meer van werkfuncties binnen het zoekgebied. Werkfuncties aan de rand van het zoekgebied worden niet beïnvloed. Daarom is een beoordeling van werkkwaliteit niet meer van toepassing (n.v.t.). In het recreatief rivierpark (alternatief 3) is er een positief effect op de werkkwaliteit van het overgebleven bedrijf (brasserie de Grote Altena). Te verwachten is dat de aantrekkelijkheid van het gebied toeneemt en dat het aantal parkeerplaatsen in ieder geval gelijk blijft en-of toeneemt(+). Meekoppelkansen Er is één geïdentificeerde meekoppelkans die effect heeft op de werkfunctie van het gebied. Dit is de meekoppelkans ruilverkaveling en glastuinbouw. Het initiatief tot ruilverkaveling heeft als doel om vernieuwingen zoals grondruil en het verplaatsen van glastuinbouwbedrijven te stimuleren om zo tot een duurzame land- en tuinbouw te komen. De mogelijke ruilverkaveling heeft in dit gebied effect op de drie aanwezige glastuinbouwbedrijven. De ruilverkaveling biedt voor deze bedrijven mogelijkheden maar ook beperkingen, afhankelijk van het standpunt van de eigenaar. De meekoppelkans is in alle alternatieven mogelijk, maar in alternatief 2 en 3 noodzakelijk in verband met het benodigde ruimtebeslag.
6.9.6
Recreatiefunctie
Alternatieven De beoordeling van het thema recreatie is sterk afhankelijk van de verdere invulling van de drie alternatieven. Alle drie de alternatieven tasten de huidige recreatieve functies aan, maar hebben ook de mogelijkheid om het gebied opnieuw recreatief te ontwikkelen. De ontwikkelingsmogelijkheden zijn echter niet in detail in de alternatieven uitgewerkt. De huidige aanwezige recreatieve functies zijn de camping, de uiterwaarden en brasserie de Grote Altena (de laatste beoordeeld onder werkfunctie). In alle drie de alternatieven verdwijnt de camping met negen recreatiewoningen in de huidige vorm (--). In het alternatief recreatief park is de ontwikkeling van nieuwe recreatieve functies en het behoud van de functie verblijfsrecreatie opgenomen (+). Hierbij moet nog wel onderzocht of hiervoor vergunning verleend kan worden vanwege de locatie in het nieuwe winterbed van de rivier. In deze fase is hierover geen duidelijkheid te krijgen. Het terugplaatsen van een kampeerterrein is in alternatief 1 (beperkte verlegging) en alternatief 2 (natuurverbinding) enkel op de dijk of binnendijks mogelijk. Dit is nu niet opgenomen binnen de inrichting van deze alternatieven. Binnen de alternatieven 1 en 2 is er nog wel de mogelijkheid voor het ontwikkelen van nieuwe recreatieve routes, dit is echter maar een klein positief effect ten opzichte van de referentiesituatie (0).
Meekoppelkansen Er zijn geen relevante meekoppelkansen voor de recreatiefunctie.
6.9.7
Overzicht effecten gebruikswaarde
In de effectbeoordeling van de dijkteruglegging voor het thema gebruikswaarde zijn de effecten op de woonfunctie, werkfunctie, scheepvaartfunctie, verkeersfunctie en de recreatiefunctie beoordeeld. Ui tabel 6.1 wordt duidelijk dat de beoordeling van de effecten van de dijkversterking op dijksectie 12 vaak vergelijkbaar is met de beoordeling van de dijkteruglegging. Vaak worden niet meer dan 10 functies geraakt per criterium. Dijkversterking heeft als voordeel dat het vrijwel geen ruimtebeslag op de logiesfuncties van de camping heeft. Een groot gedeelte van de aanwezige huizen moet voor een dijkteruglegging worden gesloopt. Voor alternatief 2 (circa 11-15 woningen) is dit het grootste negatieve effect (--). Alternatief 1 raakt aan circa 6-10
83 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
woningen (-). In het alternatief 3 (recreatief rivierpark) worden de meeste woningen behouden (-, 6-10 woningen). De gevolgen van alternatieven 1 en 3 komen dan overeen met de gevolgen van dijkversterking. Bij dijkversterking is er wel meer mogelijk voor inpassing. De impact van de alternatieven op de aanwezige bedrijven is bij de beperkte verlegging het kleinst, dit in verband met behoud van de glastuinbouw. Het alternatief recreatief park is het enige alternatief waarin het behoud van Brasserie de Altena mogelijk is. In alle drie alternatieven verdwijnt de camping in de huidige vorm. In het alternatief 3 recreatief park is de mogelijkheid voor de ontwikkeling van nieuwe recreatieve functies en het terugbrengen van de bestemming voor kamperen een doel (+). Hierbij moet nog wel onderzocht of hiervoor vergunning verleend kan worden vanwege de locatie in het nieuwe winterbed van de rivier. In deze fase is hierover geen duidelijkheid te krijgen. Het terugplaatsen van een kampeerterrein is in alternatief 1 (beperkte verlegging) en alternatief 2 (natuurverbinding) enkel op de dijk of binnendijks mogelijk. Dit is nu niet opgenomen binnen de inrichting van deze alternatieven.
Binnen de alternatieven 1 en 3 blijft de functie van de uiterwaarden als wandelgebied gewaarborgd (dit is zeker niet uitgesloten bij een natuurfunctie) en is er de mogelijkheid voor het ontwikkelen van nieuwe recreatieve routes. Vanwege van het verdwijnen van de recreatieve functies uit de referentiesituatie is er een negatief effect op de recreatiefunctie.
Tabel 6.9 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging gebruikswaarde 1
gebruikswaarde
woonfunctie (woningen)
-
--
-
-
woonfunctie (woonkwaliteit)
-
-
-
-
werkfunctie (bedrijven)
-
-
-
-
werkfunctie (areaal)
-
-
-
-
werkfunctie (werkkwaliteit)
0
n.v.t.
+
0
scheepsvaartfunctie
0
0
0
0
verkeersfunctie dijk
0
0
0
0
recreatiefunctie (negatieve effecten)
--
--
--
-
recreatiefunctie (positieve effecten nieuwe situatie)
0
0
+
0
beperkte verlegging
84 | 93
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
3
natuurverbinding
2
1
Dijkversterking dijksectie 12
Beoordelingscriteria, invloed op
recreatief rivierpark
Thema
6.10
Toekomstwaarde
6.10.1 Meekoppelkansen De alternatieven voor de dijkteruglegging houden een meekoppelkans voor meer parkeerruimte bij de horeca tegen. Er zijn kansen voor optimalisatie van de alternatieven vanuit de ruilverkaveling, het landschapsontwikkelingsplan en het landschapsplan.
6.10.2 Duurzaam materiaal- en energiegebruik Alternatieven In alternatief 1 vindt een beperkte teruglegging van de dijk plaats. Voor deze dijkteruglegging komt circa 11.358 ton CO2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 181.155 ton CO2 vrij. Voor de dijkteruglegging in alternatief 2 komt circa 11.458 ton CO 2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 307.468 ton CO2 vrij. Bij het alternatief 3 voor dijkteruglegging komt circa 11.458 ton CO 2 vrij voor het benodigde materiaal. Voor alle verplaatsingen en draaiuren van het materieel komt circa 307.468 ton CO 2 vrij. Dit is evenveel als in het tweede alternatief. Meekoppelkansen Het meenemen van meekoppelkansen met aanvullend ruimtebeslag zal over het algemeen leiden tot een toename van CO2 op basis van het materiaalgebruik en grondverzet.
6.10.3 Overzicht effecten toekomstwaarde De meekoppelkansen worden zowel negatief als positief beïnvloed door de alternatieven. Er is niet duidelijk een alternatief dat tot grotere toekomstwaarde leidt omdat hier meer meekoppelkansen mogelijk zijn. Alternatief 1 heeft het minste grondverzet en de minste CO2-productie voor de benodigde materialen (-).
3
1
recreatief rivierpark
dijkversterking dijkvak 12
Beoordelingscriteria, invloed op
toekomstwaarde
meekoppelkansen (positieve effecten) meekoppelkansen (negatieve effecten)
-
-
-
-
duurzaam materiaal- en energiegebruik
-
-
-
-
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.393 | Definitief
2
natuurverbinding
Thema
85 | 93
1
beperkte verlegging
Tabel 6.50 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging natuur
+
+
+
+
6.11
Kosten
6.11.1 Investeringskosten Alternatieven In paragraaf 5.11.1 is aangegeven hoe de kostenraming is opgebouwd. Het dijkterugleggingsalternatief met de beperkte verlegging (1) heeft de laagste investeringskosten. Dit komt met name omdat voor dit alternatief aanzienlijk minder grondverwerving en grondverzet noodzakelijk is dan voor de andere dijkterugleggingsalternatieven. Alternatieven 2 (natuurverbinding) en 3 (recreatief rivierpark) hebben vrijwel gelijke investeringskosten. Dit komt omdat het tracé van het dijklichaam in deze twee alternatieven gelijk is. De verschillen zitten in de inrichting. Bij alternatief 2 zorgt de langsdam voor hogere bouwkosten en bij alternatief 3 is een auto- en fietsbrug opgenomen die zorgt voor hogere bouwkosten. Meekoppelkansen De meekoppelkansen zijn niet apart beschouwd bij de raming, omdat de kosten of baten veel kleiner zijn dan de kosten voor de dijkversterking.