Veghels Buiten Erpseweg Zuid 1e herziening V2
Tekst van het document
Het effect van het nieuwe woonprogramma op de verkeersgeneratie is inzichtelijk gemaakt. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage bij deze plantoelichting. Onderstaand volgen de belangrijkste conclusies. In eerdere studies is gerekend met een gemiddeld verkeersgeneratiekengetal van 6,0 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal (gemiddelde van maandag t/m zondag) 6. Dit komt conform CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ overeen met 6,66 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal (gemiddelde van maandag t/m vrijdag). De verkeersgeneratie conform de rekenmethode van CROW van het voormalige programma is daarmee: 705 woningen x 6,66 = 4.695 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is aangesloten bij de meest recente verkeersgeneratiekengetallen uit CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Er is uitgegaan van het gemiddelde verkeersgeneratiekencijfer in ‘matig stedelijk’ en ‘rest van de bebouwde kom’. In tabel 5 is een en ander weergegeven. Tabel 5 Verkeersgeneratie woonprogramma Veghels Buiten Erpseweg-Zuid d.d. maart 2023 (incl. bouwvelden 3100 en 3200 en incl. marge van 4 woningen)
6
Zie: Veghels Buiten Bestemmingsplan Erpseweg Zuid, kenmerk: VGH054/Sps/0513, datum: 14 september 2011
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
48
De verkeersgeneratie conform rekenmethode van CROW van het toekomstige programma is: 4.692 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal (zie tabel 5). Dit is iets lager dan de eerder gebruikte verkeersgeneratie (4.695) in verkeers- en milieuonderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan Erpseweg-Zuid. Het is daarom niet nodig om deze onderzoeken te actualiseren. Met het bestemmingsplan Veghels Buiten – Erpseweg 2016 is reeds aangetoond dat er geen relevante negatieve verkeerseffecten zijn te verwachten als gevolg van de ontwikkeling van Veghels Buiten Erpseweg Zuid. De toevoeging van het maximaal aantal te realiseren woningen leidt niet tot andere (negatieve) verkeerseffecten. De Erpseweg en Buitendreef zijn de belangrijkste ontsluitingsroutes naar het plangebied. Parkeren Voor het plangebied geldt dat het parkeren dient te worden opgelost binnen de nieuwe bouwvelden. De gemeentelijke parkeernormen van de gemeente Meierijstad zijn gegeven in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’. Voor Veghels Buiten Erpseweg Zuid zijn bij de parkeernormen die horen bij het gebied ‘rest bebouwde kom’ van toepassing (zie tabel 6). Tabel 6: Parkeernormen wonen (Bron: Nota Parkeernormen Meierijstad 2018)
Aan de hand van de uiteindelijke stedenbouwkundige/architectonische uitwerking van de bouwvelden met bijbehorende openbare ruimte, zal een parkeerbalans opgesteld worden. Hierbij kunnen dubbelgebruik en aanwezigheidspercentages gebruikt worden. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de omgevingsvergunning pas verleend kan worden als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende parkeernormen. In de stedenbouwkundige uitwerking kan hiermee in voldoende mate rekening gehouden worden omdat de bouwvelden voldoende groot zijn. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht. De parkeernormen gelden ook voor de bestaande bedrijven en woningen. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht. 4.13.3
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren zorgt niet voor belemmeringen.
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
49
5
Juridische planopzet
5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functieen bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2
Plansystematiek
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. Er is gekozen voor een flexibel bestemmingsplan, waarbij het beoogde gebruik rechtstreeks mogelijk is binnen de opgenomen bestemmingen. Voor wat betreft de systematiek en inhoud van de bestemmingen en overige regels is aangesloten bij het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’. De regels van het plan bestaan conform de SVBP2012 uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder worden de regels in de onderscheiden hoofdstukken kort toegelicht. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren: Begrippen (Artikel 1): In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het plan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Wijze van meten (Artikel 2): Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
50
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen de verschillende bestemmingen aan de orde. Alle zelfstandige regelingen, die gevolgen hebben voor de bouw- of gebruiksmogelijkheden van de gronden, zijn als een bestemming vormgegeven. In de volgende paragraaf worden de bestemmingen inhoudelijk toegelicht. De bestemmingen kunnen uit de volgende onderdelen (leden) bestaan, waarbij niet alle onderdelen in elke bestemming opgenomen behoeven te zijn. Bestemmingsomschrijving: Een omschrijving van de doeleinden van de bestemming. Het gaat hierbij om de functies die zijn toegestaan binnen de bestemming. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken van de bouwregels. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is een regeling opgenomen voor beroep of bedrijf aan huis. Afwijken van de gebruiksregels: In dit onderdeel zijn regelingen opgenomen voor kamerverhuur en bed & breakfast.
Wijzigingsbevoegdheid: Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen zodat Burgemeester en wethouders, onder voorwaarden het plan kunnen wijzigen door de aanduiding 'wonen uitgesloten' te verkleinen of te verwijderen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn algemene bepalingen opgenomen met betrekking tot de overschrijding van bouwgrenzen, het uitvoeren van ondergrondse werken en het bouwen van ondergrondse bouwwerken, evenals bepalingen ten behoeve bestaande afstanden en andere maten en parkeren. Algemene gebruiksregels In dit artikel is opgenomen welke gebruiksvormen in ieder geval als strijdig gebruik met het bestemmingsplan worden beschouwd.
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
51
Algemene aanduidingsregels Voor het gehele plangebied ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is de gebiedsaanduiding ‘overige zone – aanpassing woningaantallen’ opgenomen. Hiermee is geregeld dat het maximum aantal woningen dat gebouwd mag worden in de gezamenlijke bestemmingen Wonen-2, Woongebied - Erf, Woongebied - Gehofte en Woongebied – Klooster 765 woningen bedraagt. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - boringsvrije zone' opgenomen. De aanvullende regels vanwege de ligging binnen deze aanduiding zijn opgenomen in de planregels. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De voorwaarden, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3
Bestemmingen
Agrarisch De agrarische gronden in het plangebied hebben de bestemming Agrarisch. Binnen deze bestemming is agrarisch gebruik toegestaan. Gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclameuitingen, water en waterberging, met een maximale hoogte van 3 meter en een maximale oppervlakte van 15 m². De gronden mogen tevens gebruikt worden voor extensief dagrecreatief medegebruik of het oprichten van kunstobjecten. Woongebied – Erf De nieuwe woningen op de erven zijn geregeld binnen de bestemming 'Woongebied - Erf'. In totaal zijn 70 woningen toegestaan, met dien verstande dat dat het totaal maximum aantal woningen dat gebouwd mag worden in de gezamenlijke bestemmingen Wonen-2, Woongebied - Erf, Woongebied - Gehofte en Woongebied – Klooster 765 woningen bedraagt. De erven hebben een directe bestemming, zodat zonder verdere planologische procedure een omgevingsvergunning voor bouwen kan worden verleend. Er ligt een deel van het erf (bouwveld 3200) binnen de aanduiding 'wonen uitgesloten'. Dit deel van het erf is gedeeltelijk gelegen binnen een geurcontour. Ter plaatse van deze aanduiding is het toevoegen van nieuwe woningen pas mogelijk na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid. Hierbij zal worden getoetst aan de regels met betrekking tot geurhinder.
Zie hierover ook paragraaf 4.7 Geur agrarisch. Binnen deze bestemming is gekozen om te werken met de begrippen hoofdgebouwen in de vorm van entreegebouwen, erfwoongebouwen en nevengebouwen, waarmee aansluiting is gezocht bij de gehanteerde begrippen in het Kwaliteitshandboek Erpseweg Zuid. Voor de situering van entreegebouwen, erfwoongebouwen en nevengebouwen gelden de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid.
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
52
Per bestemmingsvlak is er één entreegebouw toegestaan, de goot- en bouwhoogte van een entreegebouw bedraagt respectievelijk 3,5 en 11 meter. De goot- en bouwhoogte van een erfwoongebouw bedraagt respectievelijk 3 meter en 10 meter. Waarbij er onder voorwaarden plaatselijke verhogingen van de goothoogte zijn toegestaan. Voor een nevengebouw geldt een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 6 meter. Daarnaast is een regeling voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde opgenomen. Binnen de verschillende bestemmingen zijn diverse afwijkingsbevoegdheden opgenomen om op onderdelen af te wijken van de bouwregels. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld een afwijkende dakhelling, al dan niet plaatselijke verhogingen van de goothoogte, een andere situering van bijbehorende bouwwerken/carports in zijtuinen, etc.
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
53
6
Uitvoerbaarheid
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
De ontwikkelingslocaties (bouwvelden 3100 en 3200) zijn in eigendom van de gemeente. Kostenverhaal zal plaatsvinden via de gronduitgifte. Om deze reden zal geen exploitatieplan voor dit plangebied worden vastgesteld. Voor de exploitatie van Veghels Buiten is een grondexploitatie opgesteld. In deze grondexploitatie is rekening gehouden met onder andere de kosten van grondverwerving, de plankosten, planschade, de aanleg van wegen, nutsvoorzieningen, bouw- en woonrijp maken, rentelasten en de inrichting van de groene mal. De baten betreffen de opbrengsten uit de verkoop van bouwgrond; zowel voor woningbouw als voor voorzieningen. De grondexploitatie voor het totale plangebied Veghels Buiten, waaronder ook het deelgebied Erpseweg Zuid, kent een positief resultaat. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Vaststellingsprocedure. 6.2.1
Vooroverleg
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan, zijn geïnformeerd. 6.2.2
Inspraak
De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Het college van burgemeester en wethouders heeft afgezien van een inspraakprocedure over een voorontwerp voorafgaand aan de wettelijke vaststellingsprocedure. Over het Masterplan Veghels Buiten (2008) is
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
54
destijds uitgebreid gecommuniceerd met belanghebbenden. Ook gedurende de verdere planvorming is met de gemeentelijke website en de projectwebsite, nieuwsbrieven en diverse andere activiteiten uitgebreid gecommuniceerd met de omgeving. Het college van burgemeester en wethouders verwacht weinig toegevoegde waarde van een inspraakprocedure vooruitlopend op de terinzagelegging van het onderhavige ontwerpbestemmingsplan waarbij er eigenlijk enkel sprake is van een beperkte toename aan woningen en verder geen omvangrijke wijzigingen. 6.2.3
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vond plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure is het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken, van 29 november 2023 tot en met 9 januari 2024, ter inzage gelegd voor zienswijzen. Er zijn 2 zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in de Notitie beantwoording zienswijzen behorende bij het raadsvoorstel. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn enkele verduidelijkingen in de toelichting van het bestemmingsplan doorgevoerd. Tevens is op de verbeelding één correctie in de begrenzing van de bestemming ‘Agrarisch’ doorgevoerd. Tot slot zijn ambtshalve enkele ondergeschikte wijzigingen in de bouwregels van de bestemming ‘Woongebied – Erf’ doorgevoerd. Het bestemmingsplan is vervolgens op 23 mei 2024 vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad. Tegen het besluit tot vaststelling stond voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 0.0.4 Beroep, tussenuitspraak en reparatiebesluit Tegen het vastgestelde bestemmingsplan is tijdig en ontvankelijk beroep ingediend. Tevens is verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Op 6 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een tussenuitspraak gedaan (ABRvS 6 februari 2025, nr. 202404278/2/R2). De voorzieningenrechter heeft aanleiding gezien om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en de werking van het bestemmingsplan te schorsen. De Afdeling is van oordeel dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende gemotiveerd is waarom op de in het plan voorziene locaties woningbouw wordt toegestaan, zonder rekening te houden met het planologisch toegestane agrarische gebruik op de gronden aan de noord- en oostzijde van het plangebied. De gemeente kiest ervoor dit motiveringsgebrek te repareren middels een reparatiebesluit. Onder een reparatiebesluit wordt een besluit verstaan dat ambtshalve door de gemeenteraad wordt genomen naar aanleiding van het reële beroep dat is ingesteld tegen een besluit waarbij een bestemmingsplan is vastgesteld. Er is een directe relatie tussen het ingestelde reële beroep en de inhoud van het reparatiebesluit. Een reparatiebesluit bevat een nadere beslissing van de gemeenteraad ten opzichte van het bestreden besluit. Dat kan een nuancering zijn van de eerder genomen beslissing, maar het kan ook zijn dat op de eerdere beslissing wordt teruggekomen.
Kenmerk van een reparatiebesluit is in ieder geval dat zonder het ingestelde reële beroep, er geen reparatiebesluit door de gemeenteraad zou zijn genomen. Op reparatiebesluiten is artikel 6:19 van de Awb van toepassing. Met een reparatiebesluit dient sprake te zijn van wijzigingen welke:
naar aard en omvang van ondergeschikte aard zijn of;
naar aard en omvang niet leiden tot een wezenlijk ander plan.
In dit geval ziet het reparatiebesluit toe op de volgende onderdelen:
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
55
Aanvulling van par. 4.12.3 van de toelichting door middel van een aanvullende motivering, waarom de gemeente van oordeel is dat woningbouw ter plaatse van de bouwvelden 3100 en 3200 verantwoord is vanuit gezondheidsoogpunt in relatie tot spuitzones van de nabijgelegen agrarische gronden.
Het toevoegen van een locatiespecifiek onderzoek als bijlage bij de toelichting, ter nadere onderbouwing van voorgaand aspect.
Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie en instandhouding van afschermende maatregelen ten noorden van bouwveld 3200 en ten oosten van de bouwvelden 3100 en 3200 met het oog op de bescherming van het woon- en leefklimaat vanuit het voorzorgsbeginsel.
Met deze wijzigingen is er geen sprake van een wezenlijk ander plan. Er worden geen nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden geboden ten opzichte van het bestreden bestemmingsplan. De wijzigingen betreffen uitsluitend een nadere onderbouwing en juridische borging. Hierdoor is het mogelijk om op deze onderdelen tot een reparatiebesluit over te gaan. Het reeds ingestelde beroep wordt van rechtswege geacht mede gericht te zijn tegen het reparatiebesluit. De Afdeling zal ten finale uitspraak doen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening
56
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Stikstofonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Bodemonderzoeken Bijlage 4: Notitie Verkeer Bijlage 5: M.e.r. aanmeldnotitie Bijlage 6: Advies veiligheidsregio Bijlage 7: Notitie gezondheidsrisico Bijlage 8: Locatiespecifiek onderzoek spuitzones
Regels
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3
Agrarisch
13
Artikel 4
Woongebied - Erf
15
Hoofdstuk 3
Algemene regels
23
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
23
Artikel 6
Algemene bouw regels
24
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
26
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
27
Artikel 9
Algemene afw ijkingsregels
28
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
29
Artikel 10
Overgangsrecht
29
Artikel 11
Slotregel
30
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 3 van 30
Datum:2 mei 2025
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 4 van 30
Datum:2 mei 2025
Regels
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 5 van 30
Datum:2 mei 2025
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening met identificatienummer NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.8 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel; 1.9 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.10 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca
en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.11 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig conform het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel en onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel bebouwing die mag worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 6 van 30
Datum:2 mei 2025
verkregen conform het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk
visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.15 bijzondere woonvorm a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b. een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; c. woongroepen: een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm. 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 7 van 30
Datum:2 mei 2025
1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.24 dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot
bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen; 1.25 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.26 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.27 eindwoning woning die het einde vormt van een blok van minimaal drie aaneengebouwde woningen;
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 8 van 30
Datum:2 mei 2025
1.28 entreegebouw een woongebouw, bestaande uit één of meerdere grondgebonden woningen, gesitueerd aan de entree van een erf of woongebied; 1.29 erfwoongebouw een woongebouw, bestaande uit één of meerdere grondgebonden woningen, gesitueerd op een bouwperceel binnen de bestemming 'Woongebied - Erf', niet zijnde een entreegebouw; 1.30 extensieve dagrecreatie niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, spelen, paardrijden, vissen, zwemmen, natuurobservatie, dierenweides, heemtuinen en beeldentuinen; 1.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32 geschakelde woning woningen waarvan de hoofdgebouwen door middel van bijbehorende bouwwerken met elkaar zijn verbonden; 1.33 gestapelde woning boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.34 grondgebonden woning een vrijstaande, aaneengebouwde, twee-aaneengebouwde of geschakelde woning met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend tuin en/of erf; 1.35 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert.
Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'. 1.36 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; 1.37 kamerverhuur het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden;
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 9 van 30
Datum:2 mei 2025
1.38 kap een constructie van één of meer dakvlakken; 1.39 Kwaliteitshandboek Erpseweg Zuid het door de gemeenteraad vastgestelde Kwaliteitshandboek Erpseweg Zuid, dat geldt op het moment van indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning; 1.40 landschapszijde naar de bestemming 'Agrarisch' gekeerde zijde(n) van een bouwperceel, voor zover er geen sprake is van (een) tussenliggend(e) bouwperce(e)l(en); 1.41 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.42 nevengebouw een gebouw, niet bestaande uit woningen, gesitueerd binnen een woongebied, niet behorende tot het bouwperceel van één woning; 1.43 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de kruin van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.44 twee-aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden; 1.45 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.46 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een woongebouw of nevengebouw is gebouwd; 1.47 vrijstaande woning een woning waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan, en niet door middel van bijbehorende bouwwerken met een andere woning is verbonden;
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 10 van 30
Datum:2 mei 2025
1.48 water al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.49 waterhuishoudkundige voorzieningen waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.50 wonen het gehuisvest zijn in een woning; 1.51 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.52 woongebouw een gebouw, bestaande uit één of meerdere woningen;
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 11 van 30
Datum:2 mei 2025
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 Dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 12 van 30
Datum:2 mei 2025
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden veehouderij en akkerbouw; b. behoud, versterking en ontwikkeling van abiotische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; c. extensief recreatief medegebruik; d. voet- en fietspaden; e. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting', tevens voor: 1. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; 2. voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen, water en waterberging. f. ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', tevens voor waterberging in de vorm van greppels, sloten of wadi's en voor groen in de vorm van een houtsingel; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen; h. ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - voorwaardelijke verplichting afscherming 1' en 'overige zone - voorwaardelijke verplichting afscherming 2', tevens voor de realisatie en instandhouding van een ononderbroken groenblijvende haag (minimaal 90% bladdichtheid) of daarmee naar aard vergelijkbare afscherming.
3.2 Bouwregels Op deze gronden mag ten behoeve van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen Gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van van gebouwen ten behoeve van de onder artikel 3.1 sub e.2 genoemde doeleinden met een maximale hoogte van 3 meter en een maximale oppervlakte van 15 m². 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,5 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen erfafscheidingen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' bedraagt ten hoogste 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.2 lid c en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m; b. afwijken zoals bedoeld in lid a kan worden toegestaan indien het bouwplan niet leidt tot een
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 13 van 30
Datum:2 mei 2025
onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld, zoals omschreven in het Kwaliteitshandboek Erpseweg Zuid.
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 14 van 30
Datum:2 mei 2025
Artikel 4
Woongebied - Erf
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - Erf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen conform de definitie 'woning', al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.4.1; b. aan het wonen ondergeschikte voorzieningen, zoals zorgvoorzieningen, sportvoorzieningen, centrale restauratieve voorzieningen en dienstverlening; c. bij het wonen behorende parkeervoorzieningen; d. voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, tuinen, voet- en fietspaden, groen, water en waterberging; e. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting afscherming 1', tevens voor de realisatie en instandhouding van een ononderbroken groenblijvende haag (minimaal 90% bladdichtheid) of daarmee naar aard vergelijkbare afscherming. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Algemeen De totale oppervlakte gebouwen per bestemmingsvlak bedraagt ten hoogste 30% van het bouwvlak. 4.2.2 Entreegebouwen, erfwoongebouwen en nevengebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen in de vorm van entreegebouwen, erfwoongebouwen en nevengebouwen gelden de volgende regels: a. ten aanzien van het maximum aantal woningen geldt het bepaalde in artikel 8.1; b. de totale oppervlakte gebouwen per bestemmingsvlak bedraagt ten hoogste 30% van het bouwvlak; c.
ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten', worden geen entreegebouwen en erfwoongebouwen gebouwd; d. voor de situering van entreegebouwen, erfwoongebouwen en nevengebouwen gelden de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; e. de hoofdgebouwen dienen aan de maatvoering, zoals aangegeven in tabel 1 te voldoen: Tabel 1: bouwregels hoofdgebouwen entreegebouw erfwoongebouw Max. aantal gebouwen 1 gebouw per bestemmingsvlak Woningtypologie grondgebonden grondgebonden Situering Niet haaks of Max. twee naast voorgevelrooilijn evenwijdig geordend elkaar gesitueerde ten opzichte van de gebouwen in dezelfde voorgevelrooilijnen van voorgevelrooilijn. erfwoongebouwen en nevengebouwen binnen hetzelfde bestemmingsvlak
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 15 van 30
nevengebouw Max. twee naast elkaar gesitueerde gebouwen in dezelfde voorgevelrooilijn
Datum:2 mei 2025
Situering gebouwen
vrij van collectieve verharding binnen het bestemmingsvlak Max. goothoogte 3,5 meter Max. bouwhoogte 11 meter Dakhelling min. 15°, max. 55° Lengte van het gebouw -
-
-
3,5 meter 10,5 meter min. 15°, max. 55° min. 12,5 meter
3 meter 6 meter min. 15°, max. 55° min. 12,5 meter
4.2.3 Bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw gelden de volgende bepalingen: a. de afstand tot de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt minimaal 1 meter; b. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3 meter; c. de bouwhoogte bij volledig platte afdekking bedraagt ten hoogste 3 meter; d. de bouwhoogte bij een kapconstructie bedraagt ten hoogste 6 meter, waarbij de denkbeeldige lijn onder de 45° gemeten op 3 meter hoogte ter plaatse van de perceelsgrens niet door het bijbehorend bouwwerk mag worden overschreden; e. de kapconstructie is vrij te bepalen (platte afdekking of kap), met dien verstande dat: 1. indien sprake is van een kapconstructie de dakhelling moet worden voldaan aan het bepaalde in tabel 1; 2. indien een bijbehorend bouwwerk grenst aan de openbare ruimte een kapverplichting geldt, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in tabel 1; f. bij een platte afdekking mag op een bijbehorend bouwwerk geen balkon of dakterras worden opgericht; g. het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken, inclusief carports, mag per bouwperceel ten hoogste bedragen: 1. 200 m² voor bouwpercelen kleiner of gelijk aan 750 m²; 2. 225 m² voor bouwpercelen groter dan 750 m² en kleiner of gelijk aan 1.000 m²; 3. 250 m² voor bouwpercelen groter dan 1.000 m²; h.
achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen (het verlengde van) de zijgevel(s) en zijdelingse perceelsgrens voor zover niet bebouwd met hoofdgebouw bedraagt het bebouwingspercentage per bouwperceel maximaal 50%; i. bijbehorende bouwwerken mogen in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. gebouwd op een afstand van tenminste 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw; 2. indien de zijdelingse perceelsgrens grenst aan de landschapszijde, dient voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken een afstand van 3 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens en een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw in acht te worden genomen. 4.2.4 Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn en maximaal 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend bijbehorende bouwwerken in de vorm van een erker of entree zijn toegestaan; b. maximaal één bijbehorend bouwwerk in de vorm van een erker mag voor de voorgevel en maximaal 1 meter achter de voorgevel worden opgericht; c. de goothoogte bedraagt maximaal 3 meter bij uitvoering in één bouwlaag; d. de goothoogte bij uitvoering in twee bouwlagen wordt bepaald door de snijlijn van het
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 16 van 30
Datum:2 mei 2025
denkbeeldig doorgetrokken dakvlak van het hoofdgebouw en de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter bij volledig platte afdekking in één bouwlaag; f. de diepte bedraagt maximaal 1,60 meter; g. het maximale grondoppervlak bedraagt 8 m², met dien verstande dat het bepaalde in lid 4.2.3 onder g. en h. van toepassing is; h. de breedte over ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; i. bij een platte afdekking mag op het bijbehorend bouwwerk geen balkon of dakterras worden opgericht. 4.2.5 Caport Voor het bouwen van een carport gelden de volgende bepalingen: a. per bouwperceel is maximaal één carport toegestaan; b. een carport dient minimaal 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw gesitueerd te worden; c. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; d. de maximale oppervlakte bedraagt 25 m², met dien verstande dat het bepaalde in lid 4.2.3 onder g. en h. van toepassing is; e. indien bij twee naast elkaar liggende woningen aan dezelfde openbare weg de voorgevels van de woningen niet gelijk liggen, mogen, indien voor de carports 1 aanvraag wordt ingediend, danwel de carport van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning reeds is gerealiseerd, de voorzijden van beide carports gelijkliggend worden gebouwd.
De voorzijden van de carports moeten dan op 1 meter voor de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning of minimaal 1 meter achter de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning worden gebouwd; f. een carport mag in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. gebouwd op een afstand van tenminste 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw; 2. indien de zijdelingse perceelsgrens grenst aan openbaar toegankelijk gebied dan wel de landschapszijde dient voor het bouwen van een carport een afstand van 3 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens en een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw in acht te worden genomen. 4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 meter; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 meter, indien: 1. op een bouwperceel tevens een hoofdgebouw aanwezig dan wel vergund is; 2. gebouwd achter de voorgevellijn en/of gebouwd achter (het verlengde van) de naar het openbaar gebied gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw; 3. gebouwd op meer dan 1 meter van de weg of het openbaar groen; 4. niet gelegen binnen een afstand van 1 meter tot de landschapszijde van een bouwperceel; c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 4 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen een afstand van 1 meter tot de landschapszijde van een bouwperceel ten hoogste 1 meter bedraagt.
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 17 van 30
Datum:2 mei 2025
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Plaatselijke verhoging goothoogte hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2, tabel 1, voor het toestaan van een plaatselijke verhoging van de goothoogte van een erfwoongebouw of nevengebouw, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de verhoging niet wordt gerealiseerd aan de naar de landschapszijde gekeerde gevel(s) van een hoofdgebouw; b. de verhoging niet wordt gerealiseerd aan de kopgevel van een hoofdgebouw; c. de verhoging wordt gerealiseerd ter plaatse van een terugliggend geveldeel; d. de verhoging is toegestaan over maximaal 30% van de lengte van de betreffende gevel van een gebouw en niet in combinatie met de verhoging genoemde onder 4.3.2; e. de goothoogte niet meer dan 5,5 meter bedraagt; f. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid. 4.3.2 Hogere goothoogte hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2, tabel 1, voor het toestaan van een hogere goothoogte van een entreegebouw, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de goothoogte niet meer dan 5,5 meter bedraagt: b.
de verhoging niet wordt gerealiseerd aan de naar de landschapszijde gekeerde gevel(s) van een hoofdgebouw; c. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid. 4.3.3 Afstand van hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2, tabel 1, ten behoeve van een geringere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; b. in voorkomend geval nadere eisen aan de situering en/of afmetingen kunnen worden gesteld met het oog op de verkeersveiligheid en/of de sociale veiligheid. 4.3.4 Afwijkende dakhelling Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2, tabel 1, voor de bouw van een gebouw met een platte dakafdekking of met een kapconstructie met een afwijkende dakhelling, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a.
de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; b. de gebruiksmogelijkheden: een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken dient voorkomen te
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 18 van 30
Datum:2 mei 2025
worden. 4.3.5 Situering bijbehorende bouwwerken in zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 sub i. voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de zijdelingse perceelsgrens grenst aan openbaar groen met een breedte van minimaal 1 meter dan wel de breedte van het openbaar gebied (weg, parkeerstroken, trottoirs, openbaar groen) groter is dan 8 meter; b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; c. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. in voorkomend geval nadere eisen aan de situering en/of afmetingen kunnen worden gesteld met het oog op de verkeersveiligheid; e. een inrichtingsplan met beplantingsvoorstel voor het zijerf wordt overlegd.
4.3.6 Bouwhoogte bijbehorende bouwwerken in zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in de zijdelingse perceelsgrens met een maximale bouwhoogte van 6 meter, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt als de bebouwing aan weerszijden van de perceelsgrens op dezelfde wijze aaneen gebouwd wordt, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; b. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; c. in voorkomend geval nadere eisen aan de situering en/of afmetingen kunnen worden gesteld met het oog op de verkeersveiligheid. 4.3.7 Carport voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.5 sub b voor het bouwen van een carport voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw en/of in de zone tussen de voorgevellijn en 1 meter daarachter, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a.
de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; b. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; c. in voorkomend geval nadere eisen aan de situering en/of afmetingen kunnen worden gesteld met het oog op de verkeersveiligheid; d. de carport een open constructie heeft.
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 19 van 30
Datum:2 mei 2025
4.3.8 Carport voor (het verlengde van) de naar het openbaar gebied gekeerde zijgevel Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.5 sub f.2. voor het bouwen van een caport voor (het verlengde van) de naar het openbaar gebied gekeerde zijgevel van een hoofdgebouw, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; b. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; c. in voorkomend geval nadere eisen aan de situering en/of afmetingen kunnen worden gesteld met het oog op de verkeersveiligheid; d. een inrichtingsplan met beplantingsvoorstel voor het zijerf wordt overlegd. 4.3.9 Bouwhoogten bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.6 onder c en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 5 meter; b.
Afwijken zoals bedoeld in lid a kan worden toegestaan indien de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid. 4.3.10 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde aan landschapszijde, openbaar groen of naar de weg gekeerd Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.6 voor het bouwen van hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van open erfafscheidingen, poorten en/of pergola's binnen een afstand van 1 meter tot de landschapszijde, dan wel de naar de weg en/of openbaar groen gekeerde zijde van een bouwperceel, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt indien: a. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving in acht genomen wordt, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Kwaliteitshandboek Veghels Buiten Erpseweg Zuid; b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan: 1. 2 meter voor open erfafscheidingen; 2. 2,5 meter voor poorten; 3. 2,5 meter voor pergola's. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; c. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 20 van 30
Datum:2 mei 2025
d. e. f. g. h. i. j.
k. l.
hoofdbewoner van de woning is; het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan.
4.4.2 Voorwaardelijke verplichting afschermende maatregelen a. Het in gebruik nemen van bouwwerken en/of het gebruik van gronden voor langdurig verblijf overeenkomstig het bepaald in artikel 4.1 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - voorwaardelijke verplichting 1', is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting afscherming 1' een ononderbroken groenblijvende haag (minimaal 90% bladdichtheid) of daarmee naar aard vergelijkbare afscherming is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, die voldoet aan de volgende eisen: 1. hoogte minimaal 2 meter ten opzichte van het maaiveld; 2. breedte minimaal 0,70 meter; b. Het in gebruik nemen van bouwwerken en/of het gebruik van gronden voor langdurig verblijf overeenkomstig het bepaald in artikel 4.1 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - voorwaardelijke verplichting 2', is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - voorwaardelijke verplichting afscherming 1' en 'overige zone - voorwaardelijke verplichting afscherming 2' een ononderbroken groenblijvende haag (minimaal 90% bladdichtheid) of daarmee naar aard vergelijkbare afscherming is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, die voldoet aan de volgende eisen: 1.
hoogte minimaal 2 meter ten opzichte van het maaiveld; 2. breedte minimaal 0,70 meter. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Kamerverhuur Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een grondgebonden woning; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de woning worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders
NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02
Pagina: 21 van 30
Datum:2 mei 2025
c. d.
e. f. g.
worden gehuisvest; bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur.
4.5.2 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; b. het uitoefenen van een Bed & Breakfast mag uitsluitend plaatsvinden bij grondgebonden woningen; c. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; d. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn; e. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; f. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; g. permanente bewoning is niet toegestaan; h. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; i. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; j. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; k.