Toelichting vast te stellen
Tekst van het document
4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.2.1 Archeologie 4.2.1.1
Wettelijk beleidskader
De Wet op de archeologische monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. In deze wet is onder meer opgenomen dat er bij bouwwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² op locaties die zijn gelegen in een gebied dat is aangeduid met middelhoge- of
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
30
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
hoge archeologische verwachtingswaarden, archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voorkomen moet worden dat archeologische waarden verloren gaan. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. 4.2.1.2
Gemeentelijk beleid
De voormalige gemeente Sint-Oedenrode heeft met de Notitie archeologiebeleid gemeente SintOedenrode d.d. november 2011, geactualiseerd archeologiebeleid en een gemeentelijke archeologische verwachtingskaart vastgesteld. De gemeente heeft deze verwachtingen tevens geïmplementeerd in het vigerende bestemmingsplan. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart waarop het plangebied is aangeduid met een rode cirkel.
Figuur 16: Uitsnede van de archeologische verwachtingskaart ter plaatse van plangebied en omgeving
Het plangebied is aangeduid als ‘Categorie 5: Hoge verwachting’. Ter plaatse wordt circa 1.360 m² aan stallen gesaneerd welke in gebruik zijn voor de intensieve veehouderij met daaronder mestputten. De beoogde Ruimte voor Ruimte woning wordt opgericht ter plaatse van deze bebouwing. De bodem ter plaatse is dusdanig geroerd, dat ter plaatse geen sprake kan zijn van archeologische waarden. Er vindt middels de beoogde herontwikkeling ook geen nieuwe bodemroering plaats, buiten de bestaande bebouwing. Een archeologisch onderzoek is ter plaatse dan ook niet noodzakelijk. Niettemin blijft de dubbelbestemming voor archeologische verwachtingswaarde ter plaatse van het plangebied behouden, waarmee eventueel aanwezige archeologische waarden ook in de toekomst beschermd blijven. Indien tijdens graafwerkzaamheden alsnog archeologische waarden worden aangetroffen, dient dit te worden gemeld bij de gemeente Meierijstad.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
31
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.2.2 Cultuurhistorie De provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart geeft informatie over de belangrijke cultuurhistorische objecten en structuren binnen de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is gelegen binnen de regio Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Belangrijke strategieën binnen de regio zijn het behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio, de cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristischrecreatief ontsluiten en het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief. In de regio Meierij liggen verschillende cultuurhistorische landschappen, waaronder het ‘Groene Woud’, waarbinnen het plangebied is gelegen. Het Groene Woud is aangewezen als Nationaal Landschap.
Kenmerkend is de opbouw van het gebied in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en jonge ontginningen. Specifieke elementen zijn laanstructuren, kastelen en buitenplaatsen en watermolens. Het behoud van de kleinschalige karakteristieken is een belangrijke strategie binnen het Groene Woud. Het plangebied is tevens gelegen binnen het cultuurhistorisch vlak ‘Vresselsbos’. Het Vresselsbos is een naaldbos uit het begin van de twintigste eeuw met enkele vennen en aangrenzende heiderestanten. Het bos ligt direct aan de oostelijke zijde van het beekdal van de Dommel op de voormalige Vresselsche Heide. De heide is ontgonnen en bebost in de periode 1920-1940, ter fixatie van de zandverstuivingen. Het productiebos is door een rastervormige structuur van zandwegen in vierkante of rechthoekige bospercelen verdeeld. In de vennen Hazenputten en Oude Putten, die vroeger geheel dichtgegroeid waren, is kleinschalig turf gestoken. De voormalige heidevelden hebben een markante overgang naar het beekdal van de Dommel. De relatie tussen de voormalige heidevelden en de beemden in het Dommeldal is waardevol.
De vennen Hazenputten en Oude Putten, de rasterstructuur van de zandwegen, de heiderestanten en het (micro)reliëf zijn belangrijke waarden en kenmerken van dit cultuurhistorisch vlak. Het plangebied is tevens gelegen binnen het archeologisch landschap ‘Dommeldal NuenenGestel’. Dit landschap omvat het rivierdal van de Dommel tussen Sint-Michielsgestel en Nuenen, almede de hierin uitwaterende beken de Groote Beek bij Son, de Grote Waterloop bij Liempde en de Kleine Aa/Smalwater onder Boxtel. Langs beide zijden van de rivier- en beekdalen, op de overgang naar het hoger gelegen dekzandlandschap, ligt een aaneenschakeling van oude bouwland-complexen. Deze zijn ook tot landschap 22 gerekend, evenals de met oude bouwlanden bedekte dekzandrug tussen Best en Nijnsel en een vergelijkbare rug ten noorden van Sint-Oedenrode.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
32
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
Het plangebied is tevens gelegen binnen het cultuurhistorisch vlak ‘Dommeldal bij Breugel’. Het Dommeldal tussen Sint-Oedenrode en Breugel is een karakteristiek beekdallandschap met graslanden, broekbosjes, afgesneden meanders en mooie overgangen naar de oude akkercomplexen op de hogere gronden langs het dal. De Vresselseweg betreft een Lijn van redelijk hoge waarde. Het betreft een historische weg tussen de kernen Nijnsel en Breugel. De beoogde herontwikkeling van het plangebied doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Bijgedragen wordt aan de kleinschaligheid van de landschappen, wat kenmerkend is voor de omgeving. De te slopen bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarden. Als gevolg van de sanering van de veehouderij zullen dan ook geen cultuurhistorische waarden verloren gaan.
4.3 Wet natuurbescherming 4.3.1 Inleiding Bij ruimtelijke ingrepen zoals nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.
4.3.2 Gebiedsbescherming 4.3.2.1 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart met het Natuurnetwerk Nederland voor de omgeving van het plangebied. Het plangebied is aangeduid met een zwarte cirkel.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
33
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
Figuur 17: Uitsnede kaart Natuurnetwerk Nederland voor de omgeving van het plangebied
Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurwerk. Het plangebied is ook niet gelegen op een locatie met natuurwaarden.
4.3.2.2 Natura 2000 en de Vogel- en Habitatrichtlijnen Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in deze Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. In de omgeving van het plangebied zijn geen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden gelegen. Het dichtstbijzijnd gelegen Vogel- en Habitatrichtlijngebied betreft het gebied ‘Kampina & Oisterwijkse vennen’. Dit gebied is gelegen op een afstand van meer dan 17 kilometer tot het plangebied. In navolgende figuur is de ligging van het gebied ‘Kampina & Oisterwijkse vennen’ ten opzichte van het plangebied weergegeven. Deze is aangegeven met een rode cirkel.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
Figuur 18: Ligging van Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ten opzichte van het plangebied
4.3.2.3 Stikstof Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator kan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van een ontwikkeling worden berekend. Door de Rijksoverheid is de ‘Handreiking woningbouw en Aerius’ opgesteld. Uit deze handreiking blijkt samengevat dat bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt een Ruimte voor Ruimte woning beoogd, in samenhang met de sanering van de intensieve veehouderij, op een afstand van ruim 17 kilometer van voor stikstof gevoelige richtlijngebieden. Hiermee kan uitgesloten worden dat de ontwikkeling een effect heeft op stikstof van meer dan 0,00 mol/hectare/per jaar. Op basis van jurisprudentie is ook de tijdelijke uitstoot van stikstof gedurende de uitvoerfase uitgesloten voor het verplicht uitvoeren van een AERIUS-berekening. Ook het herbestemmen naar agrarisch onbebouwde grond aan de achterzijde van Vresselseweg 13 zal niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het bestemmingsvlak aldaar zal verkleinen, waarmee een agrarische bestemming resteer, zonder bouwmogelijkheden.
Formeel juridisch gezien kan ter plaatse in de beoogde situatie sprake zijn van beweiding door vee. Dit is in de huidige situatie eveneens reeds toegestaan en leidt daarmee nooit tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie.
4.3.3 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Met de beoogde herontwikkeling wordt een intensieve veehouderij gesaneerd, waarbij circa 1.365 m² wordt gesloopt. In samenhang hiermee wordt ter plaatse een Ruimte voor Ruimte woning opgericht. In (oudere) varkensstallen kunnen vleermuizen voorkomen. Alle soorten vleermuizen zijn zwaar beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. Verblijfplaatsen voor vleermuizen kunnen worden gevonden in spouwmuren, achter betimmering, daklijsten of onder dakpannen.
Echter, in de te slopen bebouwing binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. In de bebouwing treedt dermate veel tocht op, dat de bebouwing niet aantrekkelijk is voor vleermuizen. Navolgend is een tweetal foto’s weergegeven van de bebouwing in de huidige situatie.
Figuur 19: Foto’s bebouwing plangebied
Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen derhalve worden uitgesloten. Met de oprichting van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning zal het plangebied verder landschappelijk worden ingepast. Indien bomen verwijderd worden, dient het broedseizoen in acht genomen te worden. Als broedseizoen wordt de periode van half maart tot half juli aangemerkt.
4.4 Water 4.4.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de oprichting van de woning binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel.
4.4.2 Relevant beleid 4.4.2.1 Keur 2015 Waterschap De Dommel beheert het grond- en oppervlaktewater (zoals rivieren en beken) en waterkeringen met bijbehorende kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen en gemalen). Om het gronden oppervlaktewater en de waterkeringen goed te kunnen beheren en beschermen zijn er regels nodig, vastgelegd in een verordening, de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’. In de Keur staan algemeen geformuleerde geboden en verboden. Naast deze geboden en verboden is er een groot aantal algemene regels opgesteld. Daarnaast zijn in veel gevallen activiteiten in en rondom kleine waterlopen helemaal vrijgesteld van regels. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied op de keurkaart weer. Het plangebied is aangeduid met een zwarte cirkel.
Figuur 20: Uitsnede kaart ‘Beschermde gebieden keur 2015’
Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermd gebied waterhuishouding. Het plangebied is wel gelegen in een attentiegebied. De beoogde ontwikkeling ziet niet toe op negatieve aspecten op het vlak van grondwateronttrekking of waterhuishouding en is derhalve geen bezwaar.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.4.2.2 Waterbeheerplan De Dommel 2016-2021 ‘Waardevol water’ Het waterschap heeft het Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ vastgesteld. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedsbeheer Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal waterplan. Het nieuwe waterbeheerplan geeft vier uitgangspunten weer die de richting aangeven van de plannen en oplossingen van het waterschap voor de periode 2016–2021. Deze vier uitgangspunten luiden als volgt: 1. De beekdalbenadering: Door het beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan het waterschap integraler en effectiever werken. Wel is samenwerking met andere overheden, andere waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het ommeland. Water verbindt mensen. 2. De gebruiker centraal: De omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt. Ook veranderen de behoeften en belangen van gebruikers. De waarde van water verandert met de maatschappij mee. Daar heeft het waterschap oog voor en speelt daarop in. 3. Samen sterker: Door de handen ineen te slaan met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven, bereikt het waterschap meer dan op eigen houtje. Zij aan zij zoekt het waterschap naar de beste oplossingen en maakt daar werk van. Het waterschap wil inspireren en ruimte geven.
Door flexibel te zijn in de samenwerking met ideeën van derden versterkt het waterschap de uitvoeringskracht. 4. Gezonde toekomst: Ook toekomstige generaties wil het waterschap voldoende, veilig en schoon water kunnen bieden. Overal in de maatschappij streeft het waterschap naar duurzaamheid. Het denken in kringlopen is daarbij de basis. Het waterschap sluit hierbij aan en ziet het als een inspirerende uitdaging. Mensen bewust maken van de waarde van water om zo tot duurzaam gebruik te komen zal de komende jaren in het werk van het waterschap verweven zijn.
4.4.2.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², 2.000 m²-10.000 m² en meer dan 10.000 m². De beoogde herontwikkeling voorziet in de sanering van een intensieve veehouderij, waarbij agrarische bedrijfsgebouwen worden gesaneerd. Beoogd wordt één Ruimte voor Ruimte woning te realiseren. Per saldo zal de verharding binnen het plangebied afnemen. Op basis van artikel 15
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
van de ‘Algemene regels Keur waterschap De Dommel 2015’ geldt voor een dergelijke ontwikkeling met een toename van verhard oppervlakte < 2.000 m² een vrijstelling van het verbod, zoals bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam. Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 2.000 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.
4.4.2.4 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan ++ De voormalige gemeente Sint-Oedenrode heeft het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan ++ vastgesteld. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan d.d. 25 september 2012. Navolgende doelen zijn in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan opgenomen: Het inzamelen van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater; Het transport van het ingezamelde afvalwater naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie; Het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater; Het voorkomen van vuiluitworp naar de bodem en het grondwater; Het voorkomen van wateroverlast; Het voorkomen van overlast voor de gemeenschap Bij het toevoegen van nieuwe woningen dient gekozen te worden voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater in een DWA-stelsel (Droog Weer Afvoerstelsel; rioolstelsel waarmee geen regenwater wordt afgevoerd, alleen huishoudelijk en/of bedrijfsafvalwater) en het infiltreren van hemelwater, en als dat niet haalbaar is, het afvoeren van hemelwater richting oppervlaktewater. Hierbij is het met name van belang dat het hemelwater gescheiden op de perceelgrens wordt aangeboden. Met de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimte woning wordt hiermee rekening gehouden.
4.4.3 Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) houdt in dat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen er geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties. Dit geldt zowel voor het plan als het daaromheen gelegen gebied, waar de ingrepen hydrologische invloed kunnen hebben. Concreet betekent dit dat: de afvoer uit het gebied niet groter is dan in de referentiesituatie; de omvang van grondwateraanvulling binnen het plangebied gelijk blijft of toeneemt; de grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruikfuncties; de (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied zelf;
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving, niet leiden tot knelpunten (grondwater) binnen het plangebied.
Met de beoogde herontwikkeling zal de oppervlakte verharding in totaliteit afnemen. De waterhuishoudkundige situatie ter plaatse zal daarmee verbeteren. Ter plaatse wordt hydrologisch neutraal gebouwd.
4.4.4 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
4.5 Bodemkwaliteit Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Het Besluit bodemkwaliteit geeft het lokale bevoegd gezag de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe bouwprojecten, zoals woningen en wegen. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd. In het besluit staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Ter plaatse van het plangebied is in 2022 verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is destijds tezamen met de locatie Vresselseweg 77a onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat aan Vresselseweg 13 geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.6.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ´Bedrijven en Milieuzonering´. Deze (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is gericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De omgeving rondom het plangebied kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.
4.6.2 Bedrijven rondom het plangebied Voor veehouderijen is het aspect ‘geur’ de leidende factor voor de aan te houden afstand ten opzichte van gevoelige objecten. Veehouderijen worden in navolgende paragraaf tegen het licht gehouden en worden in deze paragraaf dan ook niet nader toegelicht. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen niet-agrarische bedrijven gevestigd. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.
4.6.3 Bedrijven en milieuzonering vanaf het plangebied Binnen het plangebied wordt geen bedrijvigheid beoogd. Ter plaatse wordt een intensief veehouderijbedrijf gesaneerd. In samenhang met de sanering zal een vrijstaande woning worden opgericht in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte. De huidige bedrijfswoning aan Vresselseweg 13 wordt omgezet naar een reguliere burgerwoning. Het woon- en leefklimaat ter plaatse zal daarmee aanzienlijk verbeteren.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.7 Geurhinder 4.7.1 Inleiding Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: - Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); - Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wet geurhinder en veehouderij wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de wet consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd.
De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in de meeste gevallen het woon- en leefklimaat op een locatie.
4.7.2 Gemeentelijk beleidskader De Wet geurhinder en veehouderij biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen door het vaststellen een gemeentelijke verordening. De gemeente heeft het ontwerp van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad vastgesteld. Dit plan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor de gemeente Meierijstad. In de (overgangs) Verordening fysieke leefomgeving zijn alle regels uit de huidige verordeningen van de gemeente Meierijstad gebundeld. De normen voor geur zijn er ook in opgenomen. In afwijking van artikel 3, eerste lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 7.3 eerste lid van deze verordening: I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII.
Landelijk gebied, hoofdfunctie natuur 8 ouE/m³. Landelijk gebied, agrarisch 12 ouE/m³. Landelijk gebied, verweving van functies 8 ouE/m³. Centrumdorps gebied 2 ouE/m³. Centrumstedelijk gebied 2 ouE/m³. Verstedelijkt (woon)gebied 2 ouE/m³. Lichte bedrijvigheid 8 ouE/m³. Zware bedrijvigheid 12 ouE/m³.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
Het plangebied is gelegen binnen het ‘Landelijk gebied, verweving van functies’. Ter plaatse geldt een geurnorm van 8 ouE/m³ bij vergunningverlening bij veehouderijbedrijven
4.7.3 Artikel 3, tweede lid Wet geurhinder en veehouderij Ter plaatse van het plangebied is thans sprake van een agrarische bedrijfswoning. Op deze woning is artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing: “In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.” De naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan Vresselseweg 13 betreft een geurgevoelig object dat thans onderdeel uitmaakt van een veehouderij en zal na 19 maart 2000 ophouden deel uit te maken van een veehouderij. De bescherming van de woning ten opzichte van agrarische bedrijvigheid door derden wijzigt derhalve niet door de omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning.
4.7.4 Artikel 14 Wet geurhinder en veehouderij Op basis van artikel 14, tweede lid Wet geurhinder en veehouderij geldt een vaste afstand van 50 meter tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij. Ter plaatse van het plangebied wordt één woning beoogd binnen het huidige agrarische bouwvlak, waarmee in samenhang de huidige bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd. De huidige agrarische bedrijfswoning wordt herbestemd naar een reguliere burgerwoning. Derhalve dient een vaste afstand van 50 meter aangehouden te worden tussen het plangebied en een veehouderijbedrijf. De in de wet genoemde geurnormen zijn daarmee in principe niet relevant.
4.7.5 Veehouderijen in de omgeving In de omgeving van de het plangebied is één veehouderijbedrijf gelegen. Het betreft het varkensbedrijf aan Vresselseweg 15a. Navolgend is de ligging van dit veehouderijbedrijf weergegeven, geprojecteerd op een luchtfoto. Het plangebied is daarbij eveneens aangeduid. Ter plaatse is ook nog een milieuvergunning vigerend.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
Vresselseweg 13
Vresselseweg 15a Figuur 21: Veehouderijen in de omgeving van het plangebied
Op deze veehouderij zijn navolgende dieraantallen vergund:
Figuur 22: Vergunde dieraantallen Vresselseweg 15a (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
4.7.6 Vaste afstand veehouderijen Het agrarisch bouwvlak van de veehouderij aan Vresselseweg 15a is gelegen op kleinere afstand dan 50 meter tot het plangebied. De naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan Vresselseweg 13 geniet op grond van artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij na herontwikkeling dezelfde bescherming als in de huidige situatie. Deze woning is gelegen op meer dan 25 meter tot het meest dicht bij gelegen bedrijfsgebouw, waarmee wordt voldaan aan deze vaste aan te houden afstand tussen (voormalige bedrijfs)woning en dierenverblijf. De beoogde nieuwe Ruimte voor Ruimte woning ter plaatse wordt gerealiseerd op meer dan 50 meter tot het agrarisch bouwvlak van de veehouderij aan Vresselseweg 15a.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.7.7 Woon- en leefklimaat 4.7.7.1 Inleiding Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgend worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt.
4.7.7.2 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. In de omgeving van het plangebied is slechts één veehouderij gelegen: Vresselseweg 15a. Navolgend is de voorgrondbelasting berekend vanuit deze veehouderij op het plangebied. De XYcoördinaten van de geurgevoelige objecten betreffen hierbij de hoekpunten van de bouwvlakken binnen de beoogde woonbestemming. Het XY-coördinaat van de veehouderij betreft hierbij het meest dicht bij het plangebied gelegen hoekpunt van de bestaande bedrijfsbebouwing. Verder uitbreiden in de richting van het plangebied behoort in de huidige situatie al niet tot de mogelijkheden vanwege de ligging van de bedrijfswoning Vresselseweg 13. Derhalve betreft dit de worst-case-scenario.
Tabel 1: Achtergrondbelasting afkomstig van Vresselseweg 15a
De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Vresselseweg 15a op het plangebied bedraagt maximaal 25,4 oue/m³.
4.7.7.3 Achtergrondbelasting Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting en wordt berekend met V-Stacks Gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeenten Meierijstad en Son en Breugel ingevoerd. Alle veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
zijn daarmee ingevoerd in het berekeningsmodel. De invoergegevens van deze bedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (uitvoer 12 oktober 2021). De emissie van de eigen veehouderij is hierbij, vooruitlopend op de definitieve intrekking, op 0 gezet. De XY-coördinaten van de geurgevoelige locatie betreffen hierbij de hoekpunten van de bouwvlakken binnen de beoogde woonbestemmingen. Navolgend zijn de invoergegevens en de uitkomsten van de berekeningen weergegeven. Berekende ruwheid: 0,34 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25 % Rasterpunt linksonder x: 161 816 m Rasterpunt linksonder y: 394 534 m Gebied lengte (x): 2000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 2000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 162783 395583 6,99 1002 162816 395534 9,83 1003 162803 395598 8,55 1004 162827 395542 12,21 Tabel 2: Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied
Ter plaatse van het plangebied is sprake van een achtergrondbelasting van maximaal 12,21 oue/m³.
4.7.7.4 Conclusie woon- en leefklimaat Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Gesteld kan dan ook worden dat ter plaatse van het plangebied de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder. Met een voorgrondbelasting van maximaal 25,4 oue/m³ is in feite geen sprake van een goed woon- en leefklimaat. Deze voorgrondbelasting heeft echter betrekking op de naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning en is berekend op basis van de worst-case-scenario. Ook wordt de Ruimte voor Ruimte woning beoogd aan de noordwestzijde van het plangebied, alwaar het woon- en leefklimaat aanzienlijk beter is. Bovendien kan het minder goed woon- en leefklimaat ter plaatse van Vresselseweg 13 om navolgende redenen alsnog worden bestempeld als acceptabel: - Uit de uitspraak van de Raad van State van 17 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:414) blijkt dat zelfs een extreem slecht woon- en leefklimaat aanvaardbaar wordt geacht, waarbij de ontstaansgeschiedenis, het feit dat de geurbelasting door de jaren heen alleen maar is afgenomen en het feit dat het een bewuste keuze zal zijn om in een dergelijke woning te gaan wonen, zijn meegewogen. Het plangebied is gelegen in een gebied waar in het verleden de focus lag op de (intensieve) veehouderij.
In het gebied is dan ook altijd VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
-
-
-
sprake geweest van een relatief hoge geurbelasting. Gelet hierop kan gesteld worden dat in bepaalde gebieden en bij woningen met een bepaalde ontstaansgeschiedenis een minder goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar wordt geacht. Zo ook ter plaatse van het plangebied. Sprake is van een bedrijfswoning welke als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt omgezet naar reguliere burgerwoning. Gesteld kan worden dat dergelijke woningen wat betreft het woon- en leefklimaat meer hinder mogen ondervinden van een agrarisch bedrijf dat in de nabijheid is gelegen dan een reguliere woning die bijvoorbeeld niet in het buitengebied is gelegen. Het bestemmen van de woning als burgerwoning draagt bij aan het tegengaan van verloedering van het buitengebied door een overschot aan leegstaande woningen. Met het toekennen van de woonbestemming wordt verdere leegstand en verpaupering voorkomen. Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd. De omgeving van het plangebied leent zich, gezien de bestaande geurgevoelige objecten in de directe nabijheid, niet voor uitbreiding van een veehouderij. Sanering van de veehouderij, met daarmee de omzetting naar reguliere burgerwoning en de toevoeging van een Ruimte voor Ruimte woning, is een passende ontwikkeling ter plaatse.
Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied staat de beoogde herontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.7.8 Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijen De herontwikkeling van het plangebied mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende veehouderijen niet belemmeren. De omliggende veehouderijen zijn echter veelal reeds belemmerd door de aanwezigheid van geurgevoelige objecten in de directe nabijheid. De naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan Vresselseweg 13 geniet op grond van artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij na herontwikkeling dezelfde bescherming als in de huidige situatie. Omliggende bedrijven worden dan ook als gevolg van de omzetting naar burgerwoning niet meer belemmerd dan in de huidige situatie. De beoogde Ruimte voor Ruimte ter plaatse wordt opgericht op meer dan 50 meter tot het agrarisch bouwvlak van de veehouderij aan Vresselseweg 15a. Sanering van de intensieve veehouderij en de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning en daarmee omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning is een passende ontwikkeling ter plaatse.
4.8 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Voor de beoogde woning is derhalve door Tritium Advies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
4.9 Gezondheid 4.9.1 Endotoxinen De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden.
Met de rekentool uitgebracht door de Omgevingsdienst is een berekening gemaakt van de aan te houden vaste afstand vanuit de nabijgelegen veehouderij ten opzichte van het plangebied: - Vanuit de veehouderij Vresselseweg 15a is sprake van een fijnstofemissie van 123 kg./jr. Hiervoor geldt een aan te houden afstand van 57 meter in het kader van endotoxinen, berekend vanuit het meest dichtbijgelegen emissiepunt. Het meest dicht bij het plangebied gelegen emissiepunt is gelegen op een afstand van circa 60 meter tot de naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning en ruim 85 meter tot het beoogde bouwvlak voor de nieuwe Ruimte voor Ruimte woning aan Vresselseweg 13. Hiermee zijn de gevoelige objecten ter plaatse niet gelegen binnen de endotoxinecontour van de veehouderij Vresselseweg 15a. Het aspect endotoxinen is voor onderhavige ontwikkeling geen bezwaar.
4.9.2 Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
48
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Binnen een straal van 2 kilometer vanuit het plangebied zijn geen geitenhouderijen gevestigd. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.
4.9.3 Gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermings-middel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. In de omgeving van het plangebied zijn geen gronden gelegen waarop gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.
4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
49
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.10.2 Toets aan regeling NIBM In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. De beoogde ontwikkeling ziet op de sanering van de intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied, met in samenhang de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning. De milieuvergunning wordt met de beoogde herontwikkeling ingetrokken en de daarbij behorende vervoersbewegingen van zwaardere voertuigen komen daarmee te vervallen. Anderzijds wordt een nieuwe woning opgericht met daarbij komende vervoersbewegingen van personenvervoer. Dit weegt echter niet op tegen de intensieve veehouderij in de huidige situatie. Het plan valt hiermee onder het criterium NIBM. Niettemin dient ter plaatse wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.10.3 Blootstelling van verontreiniging Andersom dient ook te worden gekeken naar het woon- en leefklimaat en daarmee de blootstelling aan verontreiniging. In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof en stikstof: - de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. - de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde . - de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³. - de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³. Navolgende figuren geven een overzicht van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
Figuur 23: Fijnstof 2020 (PM10) – RIVM
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
50
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
Figuur 24: Fijnstof 2020 (PM2,5) – RIVM
Figuur 25: Stikstofdioxide 2020 (NO2) - RIVM
Ter plaatse van het plangebied is sprake van een jaargemiddelde concentratie PM10 van 16-17 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. De jaargemiddelde concentratie NO2 bedraagt 1214 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan ter plaatse van het plangebied in het kader van luchtkwaliteit sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
51
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.11 Externe veiligheid 4.11.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.
4.11.2 Besluit externe veiligheid inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bevi) vallen in elk geval LPG-tankstations, bedrijven waar meer dan 10.000 kilo (of liter) verpakte gevaarlijke stoffen met brandbare en giftige verbindingen in één opslagvoorziening aanwezig is, grote ammoniakkoelinstallaties, spoorwegemplacementen waar gerangeerd wordt met gevaarlijke stoffen en bedrijven waarop het Besluit risico zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) van toepassing is. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.
4.11.3 Vervoer gevaarlijke stoffen Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt één op de miljoen. Binnen het nationaal veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
52
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt. Bij deze verantwoordingsplicht moet onder andere aandacht besteed worden aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijke. Een belangrijke adviserende taak hierin heeft de wettelijk aangewezen adviseur, de regionale brandweer.
4.11.4 Beoordeling van het plangebied 4.11.4.1 Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die van belang zijn in het kader van externe veiligheid. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de risicokaart van provincie Noord-Brabant waarop het plangebied is aangeduid.
Vresselseweg 13a
Figuur 26: Uitsnede risicokaart provincie Noord-Brabant
In de directe nabijheid zijn geen bedrijven gevestigd die vallen onder het Bevi dan wel het Activiteitenbesluit.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
53
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
4.11.4.2 Vervoer over weg, water, spoor en door buisleidingen In de risicoatlas van Noord-Brabant zijn transportleidingen voor gevaarlijke stoffen en risicobronnen opgenomen. Er vindt in de omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor of water plaats. Bij vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg worden dorpskernen vermeden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen grotere wegen waarover dergelijk transport plaatsvind. De Rijksweg A50 waarover wel vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt bevindt zich op circa 1.300 meter afstand van het plangebied. Bij dergelijke afstanden kan worden gesteld dat beïnvloeding normaliter niet zal plaatsvinden. Ten noorden van het plangebied, op een afstand van circa 200 meter, bevindt zich een aardgasleiding van de Gasunie. Het plangebied is niet gelegen binnen de 1%-letaliteitscontour (150 meter) van de aardgastransportleiding. Dit aspect vormt derhalve geen bezwaar.
4.11.4.3 Hoogspanningslijnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningslijnen. Dit aspect is dan ook niet van toepassing.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
54
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
5.
JURIDISCHE PLANOPZET
5.1 Inleiding Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.
5.2 Toelichting op de analoge verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functie-aanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De analoge verbeelding bestaat uit een planverbeelding bestaande uit één kaartblad, getekend op een digitale kadastrale ondergrond.
5.3 Algemene toelichting op de regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; -
Bouwregels; Nadere eisen;
-
Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels;
-
Omgevingsvergunning voor het aanleggen.
De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
55
Bestemmingsplan ‘Vresselseweg 13 Sint-Oedenrode’ - Toelichting
5.4 Toelichting op de bestemmingen 5.4.1 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Aan Vresselseweg 13 wordt het achterste gedeelte van het nu vigerende agrarisch bouwvlak afgewaardeerd naar agrarisch onbebouwde grond, conform de omliggende gronden. Ter plaatse zijn geen bouwmogelijkheden, anders dan afrastering met een maximale hoogte van 1,5 meter.
5.4.2 Wonen Ter plaatse van het plangebied wordt voorzien in een woonbestemming. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven, (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen, behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voor groenvoorzieningen. Per ‘bouwvlak’ wordt een woning toegestaan.